ADOBE APPLICATION MANAGER ENTERPRISE EDITION HANDLEIDING VOOR DISTRIBUTIE IN ONDERNEMINGEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ADOBE APPLICATION MANAGER ENTERPRISE EDITION HANDLEIDING VOOR DISTRIBUTIE IN ONDERNEMINGEN"

Transcriptie

1 ADOBE APPLICATION MANAGER ENTERPRISE EDITION HANDLEIDING VOOR DISTRIBUTIE IN ONDERNEMINGEN Adobe Application Manager Enterprise Edition Release 3.1 Documentversie 3.1 Documentdatum: september 2012

2 2012 Adobe Systems Incorporated and its licensors. All rights reserved. Adobe Application Manager Enterprise Edition Handleiding voor distributie in ondernemingen This guide is licensed for use under the terms of the Creative Commons Attribution Non-Commercial 3.0 License. This License allows users to copy, distribute, and transmit the guide for noncommercial purposes only so long as (1) proper attribution to Adobe is given as the owner of the guide; and (2) any reuse or distribution of the guide contains a notice that use of the guide is governed by these terms. The best way to provide notice is to include the following link. To view a copy of this license, visit Adobe, the Adobe logo, Acrobat, Adobe Audition, Adobe Bridge, Adobe Device Central, Adobe OnLocation, Adobe Premiere, Adobe Premiere Pro, Adobe Technical Communication Suite, After Effects, Contribute, Captivate, Creative Suite, CS Live, Dreamweaver, Encore, Fireworks, Flash, Flash Builder, Flash Catalyst, FrameMaker, Illustrator, InDesign, Photoshop, RoboHelp, SiteCatalyst, and Soundbooth are either registered trademarks or trademarks of Adobe Systems Incorporated in the United States and/or other countries. Apple, Mac, and Mac OS are trademarks of Apple Inc., registered in the United States and other countries. Microsoft, Windows, and Windows Vista are either registered trademarks or trademarks of Microsoft Corporation in the United States and/or other countries. UNIX is a registered trademark of The Open Group in the US and other countries. All other trademarks are the property of their respective owners. Adobe Systems Incorporated, 345 Park Avenue, San Jose, California 95110, USA.

3 Inhoud Over Adobe Application Manager Enterprise Edition Suites die worden ondersteund door AAMEE-versies Deze handleiding gebruiken met verschillende AAMEE-versies Over distributie in ondernemingen Hoe worden producten gedistribueerd in een onderneming? Voordelen van Adobe-distributiepakketten Beperkingen van Adobe-pakketten Het proces voor distributie in ondernemingen Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Implementatiehulpmiddelen Systeemvereisten Voorbereiding voor het maken van pakketten Aanvullende componenten die beschikbaar zijn met AAMEE Adobe Update Server Setup Tool Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition Adobe exceptions Deployer Application Adobe Remote Update Manager Distributiepakketten Workflowopties voor het maken van pakketten Pakketconfiguratiebestand Distributiepakketten maken Een CS6 Installation-pakket maken Een Trial-pakket maken Een CS6 Serialization-bestand maken Een pakket met alleen updates maken Een bestaand pakket wijzigen Het bestand AAMEEPreferences.xml Pakketten in de map Exceptions installeren Logbestanden en foutberichten van Application Manager Foutberichten Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Hulpprogramma s voor distributie

4 Ondersteunde suites Systeemvereisten voor Application Manager Voorbereiding voor het maken van pakketten Mac OS Windows XP Windows Vista en Windows Aanvullende componenten die beschikbaar zijn met Application Manager Adobe Update Server Setup Tool Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition Distributiepakketten Workflowopties voor het maken en aanpassen van pakketten Pakketconfiguratiebestand Distributiepakketten maken Verschil in namen van productupdates voor dvd en ESD (elektronische softwaredistributie) in een gecombineerd pakket Een pakket met alleen updates maken Namen van productupdates voor dvd en ESD (elektronische softwaredistributie) in een pakket met alleen updates Een bestaand pakket wijzigen Het bestand AAMEEPreferences.xml Pakketten in de map Exceptions installeren Logbestanden en foutberichten van Application Manager Foutberichten Producten in de map Exceptions installeren Over Adobe Application Manager Enterprise Edition Installatiepakketten Pakketten in de map Exceptions In Windows In Mac OS Pakketten installeren in Windows Lijst met payloads in de map Exceptions Payloads voor CS5.5 en CS Payloads voor CS Componenten afzonderlijk downloaden en installeren in Windows AIR en Adobe HelpManager installeren in Windows Pakketten installeren in Mac OS Lijst met payloads in de map Exceptions Payloads voor CS5.5 en CS Payloads voor CS Componenten afzonderlijk downloaden en installeren in Mac OS Vereisten AIR en Adobe Help Manager installeren Verwante koppelingen

5 4 Adobe Acrobat distribueren Inleiding Acrobat Professional installeren in Windows Acrobat-patch voor Creative Suite 6 installeren Adobe Customization Wizard X gebruiken Aangepaste Acrobat-transformaties maken Acrobat Professional verwijderen in Windows Acrobat Professional installeren in Mac OS Functievergrendeling verwerken in Mac OS na toepassen van updates Het bestand FeatureLockDown bewerken Distributie voorbereiden De invoermedia voorbereiden Productinhoud leveren vanaf dvd s Productinhoud leveren vanuit een productinstallatiemap Kopiëren van meerdere dvd s Updates voorbereiden voor verpakken Pakketten maken Pakketten testen Installatielogbestanden Foutberichten Distributie plannen Gebruikersgroepen en hun behoeften identificeren Uw pakketlijst maken Hoe producten zich verhouden tot pakketten Bereken het aantal pakketten Geef elk pakket een naam Voorbeeld van een planningswerkblad Pakketten specificeren Configuratiedetails Pakketnaam Aangeschaft product / platform Naam gebruikersgroep Opslaglocatie Productinstallatiemap Ondersteunde besturingssystemen Serienummer Installatietaal Configuratie: startopties voor product Configuratie: conflictafhandeling Configuratie: opties voor installatielocatie Configuratie: opties voor updater

6 Productcomponenten Hoofdtoepassingen Optionele gedeelde componenten Systeemvereisten Voorbeeld planningswerkblad Gedeelde componenten selecteren Adobe-pakketten distribueren met ARD Voorbereiding Gebruikers toestaan de installatielocatie op te geven Pakket distribueren Updatepakketten Problemen oplossen Distribueren met Copy Items en Send Unix Command Adobe software verwijderen met een distributiepakket Verwijderen met Copy Items en Send Unix Command Adobe-pakketten distribueren met SCCM Voorbereiding Een SCCM-pakket maken Een nieuw SCCM-pakket maken Installatie- en verwijderingsprogramma s voor het SCCM-pakket maken Installatieprogramma's en verwijderingsprogramma's voor Exceptions-componenten maken Distributiepunten selecteren voor het SCCM-pakket De SCCM-pakketprogramma s aankondigen Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition Inleiding Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition gebruiken Syntaxis voor Creative Suite Een serienummer voor een pakket opgeven Een serienummer voor een pakket opgeven en registratie onderdrukken Een serienummer voor een pakket verwijderen Een pakket voorzien van een serienummer wanneer een gebruiker offline is Een serienummer voor een pakket opgeven voor gebruikers in een onderneming Het bestand prov.xml genereren Een serienummer voor volumelicenties opgeven voor het pakket Een proefversie starten voor producten zonder gebruikersinterface Registratie onderdrukken voor producten met serienummer Registratie onderdrukken door producten als proefversie te registreren EULA accepteren EULA onderdrukken Een serienummer opgeven met Adobe Application Manager Enterprise Edition

7 Syntaxis voor Creative Suite 5.5 en Creative Suite Beschrijving van syntaxis ReplaceSN optie voor verwijderen van serienummers optie voor opnieuw toewijzen van serienummers MakeReplacementSN Logbestanden Foutcodes voor Creative Suite Foutcodes voor Creative Suite 5.5 en Creative Suite 5: Productidentificatie Codes voor landinstellingen Voorbeelden van serienummering Creative Suite Creative Suite 5.5 en Creative Suite Adobe Update Server Setup Tool Overzicht Uw eigen updateserver instellen met AUSST Migreren vanuit AUSST Een updateserver instellen: kort overzicht Adobe Update Server Setup Tool downloaden Een webserver voorbereiden voor gebruik als updateserver Eenmalige installatie uitvoeren De instellingen controleren Clientcomputers instellen Clientconfiguratiebestanden configureren Clientconfiguratiebestanden distribueren Updates vanaf een interne server downloaden op clients met AAMEE 2.0 of hoger Synchroniseren met de updateserver van Adobe Incrementele synchronisatie Afgedwongen synchronisatie IIS-server instellen voor gebruik met AUSST Server met IIS 6 instellen Server met IIS 7 instellen Problemen oplossen Controleer of de webserver correct is ingesteld Controleer de netwerkverbindingen Zorg dat opdrachten geen onnodige spaties bevatten Geef volledige URL s op met protocol en poortnummer Zorg dat de opslaglocatie voor de updates schrijfmachtiging heeft Zorg dat de clientconfiguratiebestanden correct worden gegenereerd op de interne server

8 Zorg dat de clientconfiguratiebestanden correct worden gedistribueerd op de clientcomputers Zorg dat de paden zijn opgegeven als absolute paden Gebruik de optie voor afgedwongen synchronisatie als er meerdere updates zichtbaar zijn op clientcomputers Gebruik de optie voor afgedwongen synchronisatie als andere stappen voor problemen oplossen mislukken Voer een nieuwe installatie uit als alle andere oplossingen niet werken Migreren van een interne updateserver naar een andere interne updateserver Installatie en synchronisatie Clientcomputers bijwerken A Adobe Exceptions Deployer gebruiken Achtergrondinformatie over installatiepakketten Pakketten in de map Exceptions In Windows In Mac OS Installatievolgorde voor pakketten in de map Exceptions Uitzonderingspayloads distribueren met Adobe Exceptions Deployer ZIP-pakket van Adobe Exceptions Deployer Vereisten voor het uitvoeren van Adobe Exceptions Deployer Syntaxis en beschrijving van Adobe Exceptions Deployer Landinstellingen voor verschillende Acrobat-configuraties Voorbeelden Retourwaarden Man-pagina van Adobe Exceptions Deployer gebruiken in Mac OS Logbestand van Adobe Exceptions Deployer ExceptionDeployer.log in Windows: voordat MSI-hoofdbestand wordt gedistribueerd ExceptionDeployer.log in Mac OS: nadat PKG-hoofdbestand is gedistribueerd B Adobe Remote Update Manager gebruiken Overzicht Adobe Remote Update Manager uitvoeren zonder AUSST Adobe Remote Update Manager uitvoeren met AUSST Adobe Remote Update Manager gebruiken om updates automatisch actueel te houden Uw omgeving instellen voor u Adobe Remote Update Manager gaat gebruiken Syntaxis en beschrijving van Adobe Remote Update Manager Voorbeelden Retourwaarden Logbestand van Adobe Remote Update Manager Fouten controleren

9 C Conflicterende processen D Adobe Help Manager Bronnen Adobe Help Manager-bronnen en verwante informatie Adobe Help Manager installeren met AAMEE Windows Mac OS Algemene informatie en problemen oplossen Knowledgebase-artikelen E Distributiedocumentatie van derden Absolute Manage Filewave JAMF Casper Munki Symantec

10 Over Adobe Application Manager Enterprise Edition 3.1 U kunt Adobe Application Manager Enterprise Edition (AAMEE) 3.1 gebruiken om installatiepakketten en updatepakketten te maken voor Adobe Creative Suite 6, Adobe Technical Communication Suite 4.0 en Adobe elearning Suite 6.0. De volgende tabel geeft aan welke ondersteuning is opgenomen in de verschillende AAMEE-releases: Suites die worden ondersteund door AAMEE-versies Release Ondersteunt CS 6? Ondersteunt CS5.5, CS5 en andere pakketten? Ondersteunt updates? AAMEE 2.1 Nee Ja. Zie Ondersteunde suites. Ja AAMEE 3.0 Ja Nee Nee AAMEE 3.1 Ja Ondersteunt TCS 4.0 en ELS 3.0. Ondersteunt niet CS5.5 of CS5 Ja (alleen updates voor CS6, TCS 4.0 en ELS 3.0) Deze handleiding gebruiken met verschillende AAMEE-versies In Hoofdstuk 1, Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen wordt uitgelegd hoe u distributiepakketten voor Creative Suite 6 kunt maken met AAMEE 3.1. In Hoofdstuk 2, Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen wordt uitgelegd hoe u distributiepakketten voor de ondersteunde suites kunt maken met AAMEE 2.1. Zie Hoofdstuk 1 of Hoofdstuk 2, afhankelijk van de versie van AAMEE die u gebruikt. De overige hoofdstukken zijn hetzelfde voor beide versies, behalve dat de secties over updates van componenten niet van toepassing zijn op AAMEE

11 Over distributie in ondernemingen Hoe worden producten gedistribueerd in een onderneming? Met Adobe Application Manager Enterprise Edition kunt u pakketten maken voor de ondersteunde suites. Zie Suites die worden ondersteund door AAMEE-versies voor meer informatie over de suites die worden ondersteund door de verschillende AAMEE-versies. De distributiepakketten en bijbehorende productinstallatiemappen kunt u via één bewerking kopiëren met hulpprogramma's als Apple Remote Desktop (ARD), Microsoft System Center Configuration Manager (SCCM), distributieprogramma's van andere leveranciers of open-sourceoplossingen. Hoewel er veel onderling verschil is tussen ondernemingen als het gaat om het aantal apparaten, hoe deze apparaten zijn verbonden en geconfigureerd, hoe ze worden beheerd en gebruikt en wat hun distributiekader is, zijn er fundamentele eigenschappen die ze allemaal gemeen hebben. De informatie in deze set documenten veronderstelt de volgende gemeenschappelijke kenmerken: 1. Gebruikersgroepen: een klant heeft meer dan één groep gebruikers. Elke groep maakt gebruik van een andere set toepassingen om zijn werk te doen. Iemand in het bedrijf bepaalt welke gebruikers deel uitmaken van welke groepen, en welke toepassingen elke groep nodig heeft. 2. Aanschaf van software: iemand in het bedrijf bepaalt welke producten moeten worden aangeschaft om de dekking voor alle groepen te maximaliseren en de kosten voor het bedrijf te minimaliseren Adobe Creative Suite-producten worden in twee vormen geleverd: als afzonderlijke producten en als suiteproducten. Deze persoon beslist welk type product moet worden aangeschaft en hoeveel licenties voor elk product nodig zijn. Alle producten worden aangeschaft met een volumelicentie. Volumelicenties voor Adobe-producten zijn rechtstreeks leverbaar via Adobe of via een reseller; serienummers worden gedownload vanaf de licentiewebsite van Adobe. 3. Communicatie: de mensen die de gebruikersgroepen identificeren en de beslissingen op het gebied van softwareaanschaf nemen, geven deze informatie door aan de systeembeheerders die de software installeren. 4. Verantwoordelijkheden systeembeheerder: het is de taak van de beheerder om vanaf de door het bedrijf aangeschafte installatiemedia de juiste set toepassingen op het apparaat van elke gebruiker te installeren. Hiervoor moet de beheerder het serienummer voor elk product hebben. Om het werk te kunnen uitvoeren, moet de beheerder weten welke gebruikersgroepen zijn geïdentificeerd, wie deel uitmaakt van elke groep en hoeveel exemplaren van elk product het bedrijf heeft aangeschaft. Op basis hiervan bepaalt de beheerder welk serienummer moet worden gebruikt bij het installeren van een toepassing voor een gebruikersgroep. 5. Mediatype: producten in de ondersteunde suites worden in twee vormen geleverd: productmedia (dvd's) en product-esd's (Electronic Software Distribution; elektronische softwaredistributie). 6. Configuratie: in bijna alle gevallen is een netwerk vereist om de distributie of een gedeelte daarvan uit te voeren. 2

12 Over distributie in ondernemingen 3 Voordelen van Adobe-distributiepakketten Als u producten installeert met distributiepakketten die zijn gemaakt met Adobe Application Manager Enterprise Edition, levert dit u een aantal voordelen op: 1. Distributiepakketten maken stille installatie mogelijk: een installatie voor de onderneming is een stille, aangepaste installatie. Een stille installatie vereist geen invoer van eindgebruikers op de systemen waarop de installatie wordt uitgevoerd. Dit betekent dat alle keuzes die van invloed zijn op wat wordt geïnstalleerd en hoe het wordt geïnstalleerd, worden gemaakt voordat de installatie wordt uitgevoerd. Deze keuzes worden opgeslagen in het pakket. Wanneer u een distributiepakket maakt, kiest u de toepassingen en componenten die u wilt installeren vanaf het product dat u verpakt. Wanneer u producten verpakt voor levering in Windows, kunt u kiezen tussen 32-bits en 64-bits versies van de toepassingen. U kunt ook eenvoudig kiezen voor installatieopties die mogelijk niet beschikbaar zijn wanneer gebruikers toepassingen rechtstreeks installeren. Zo kunt u het installatieprogramma instrueren om conflicterende processen tijdens de installatie te negeren. U kunt kiezen voor opties die het gedrag van de geïnstalleerde toepassingen beïnvloeden, zoals het onderdrukken van de weergave van de licentieovereenkomst wanneer de geïnstalleerde programma's voor het eerst op de systemen van eindgebruikers worden geopend, en het onderdrukken van registratieprompts, automatische updates en het Adobe-productverbeteringsprogramma voor de geïnstalleerde producten. 2. Pakketten kunnen eenvoudig worden gemaakt met Adobe Application Manager Enterprise Edition: Application Manager heeft een gebruiksvriendelijke interface waarmee u eenvoudig een distributiepakket maakt dat de door u opgegeven toepassingen kan installeren en verwijderen. De door Application Manager gemaakte pakketten hebben standaardindelingen (msi-indeling voor Windows, pkg-indeling voor Mac OS) die compatibel zijn met SCCM en ARD. In dezelfde indelingen kunt u ook pakketten met meerdere updates maken. 3. Voor installatie wordt het serienummer van het product gecontroleerd: Application Manager vraagt u het serienummer van het product in te voeren en controleert of het door u ingevoerde nummer een geldig serienummer voor volumelicenties is. Als een serienummer niet geldig is, geeft Application Manager aan dat er een probleem is en kunt u een ander nummer invoeren. U kunt niet doorgaan met het maken van pakketten voordat u ofwel een geldig serienummer hebt ingevoerd of de optie selecteert om een proefversie te installeren. Wanneer de installatie plaatsvindt als het pakket wordt uitgevoerd, weet u zeker dat de installatie niet zal mislukken als gevolg van problemen met het serienummer en dat het installatieprogramma op een doelsysteem nooit de eindgebruiker zal vragen een serienummer in te voeren tijdens de installatie. Als het product een proefversie is, wordt de eindgebruiker gevraagd een serienummer in te voeren wanneer deze het product voor het eerst gebruikt. 4. De systeemvereisten voor Application Manager zijn bescheiden: Application Manager kan worden gebruikt op systemen met een gemiddelde capaciteit. De Handleiding voor Application Manager, Enterprise Edition vermeldt de systeemvereisten die nodig zijn om Application Manager voor uit te voeren. OPMERKING: Adobe Application Manager Enterprise Edition voert geen installatie uit. Het hulpprogramma maakt alleen een distributiepakket waarin de installatiebeslissingen zijn vastgelegd die u van tevoren hebt genomen. De daadwerkelijke installatie wordt uitgevoerd door het Adobe-installatieprogramma (set-up.exe in Windows, Install.app in Mac OS) dat zich bevindt in de aan het pakket gekoppelde productinstallatiemap. Het installatieprogramma wordt aangeroepen door een msi-/pkg-bestand in het pakket, dat een hulpprogramma voor de inrichting en voor de configuratie aanroept. Deze hulpprogramma's gebruiken de configuratie-informatie in het pakket om de nodige configuratiebestanden voor de installatie te maken, en roepen het uitvoerbare bestand aan met de juiste opdrachtregelargumenten voor een stille installatie.

13 Over distributie in ondernemingen 4 Beperkingen van Adobe-pakketten Distributiepakketten van Adobe ondersteunen installatie van momentopnamen niet. Met Adobe-distributiepakketten kunt u geen andere configuratiegegevens voor systemen of toepassingen distribueren dan die expliciet in dit document worden beschreven. U kunt met name geen toepassingsspecifieke voorkeursinstellingen distribueren. De toepassingen in de ondersteunde suites implementeren de toepassingsvoorkeuren niet op een onderling consistente manier en conformeren zich ook niet aan bestaande platformstandaarden. In het algemeen kunt u het pakketbestand (MSI of PKG) dat door Application Manager is gemaakt, beter niet bewerken. De enige uitzondering is wanneer u wilt dat de gebruiker de installatielocatie in Mac OS opgeeft. In dat geval moet u het bestand Info.plist wijzigen in het gegenereerde pkg-bestand zoals staat beschreven in Gebruikers toestaan de installatielocatie op te geven op pagina 117. U kunt pakketten op een van de volgende manieren distribueren: Gebruik een hulpprogramma van derden, zoals ARD of SCCM, om de pakketten te distribueren. Zie Hoofdstuk 7, Adobe-pakketten distribueren met ARD en Hoofdstuk 8, Adobe-pakketten distribueren met SCCM. Klik in Windows met de rechtermuisknop op het MSI-bestand en kies Als administrator uitvoeren. Dubbelklik in Mac OS op het PKG-bestand. Hiermee wordt de gebruikersinterface van het installatieprogramma gestart. Kopieer de installatie-image van de ene clientcomputer naar de andere (controleer of het pakket in de installatie-image een geldige volumelicentie gebruikt). U kunt met dit hulpprogramma geen Creative Suite 4-toepassingen, Adobe AIR -toepassingen of Adobe Acrobat verpakken. Als u in Windows op 32-bits en op 64-bits systemen wilt installeren, moet u zowel een 32-bits als een 64-bits pakket maken. Application Manager ondersteunt het installatiepunt voor beheerders niet. Application Manager ondersteunt NFS of SMB niet. Probeer niet een pkg-pakket te installeren op een Windows-systeem. Het proces voor distributie in ondernemingen Deze afbeelding is een schematische weergave van de stappen voor de distributie van Adobe Creative Suite 5.5-software met distributiepakketten:

14 Over distributie in ondernemingen 5 Planningsgegevens Beheersysteem 1 2 Productinstallatiemap Product- ESD distributie pakket Distributiepakket Distributiepakket Distributiepakket Testsysteem Doelsystemen 1. Planning: u moet bepaalde beslissingen nemen voordat u distributiepakketten maakt en distribueert. De planningsstap is van invloed op alle andere stappen. Over Adobe Application Manager Enterprise Edition 3.1 licht de verschillen tussen de AAMEE-versies toe en bevat advies over welke versie u het beste gebruiken. Hoofdstuk 1, Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen biedt stapsgewijze instructies voor het maken van pakketten met AAMEE 3.1. Hoofdstuk 2, Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen biedt stapsgewijze instructies voor het maken van pakketten met AAMEE 2.1. Hoofdstuk 6, Distributie plannen helpt u met het planningsproces. 2. De installatiemedia downloaden: het platformspecifieke downloadproces resulteert in een productinstallatiemap op uw beheersysteem of in de stagingmap met daarin het productinstallatieprogramma en alles wat nodig is voor installatie van het product. Zie De invoermedia voorbereiden op pagina 101. U bepaalt tijdens het planningsproces waar u deze map plaatst. 3. Distributiepakketten maken: wanneer de productinstallatiemap zich op uw beheersysteem bevindt of daarvandaan benaderbaar is, kunt u de Adobe-distributiepakketten maken die nodig zijn om dat product te installeren. Wanneer u uw planning hebt voltooid en de productinstallatiemap hebt gemaakt, gaat u terug naar Hoofdstuk 2 om de pakketten daadwerkelijk te maken. 4. De pakketten testen: wanneer de pakketten zijn gemaakt, moet u deze testen op een testsysteem om er zeker van te zijn dat alles foutloos wordt uitgevoerd. Deze testinstallatie moet overeenkomen met de installatie waarmee u de pakketten distribueert op uw doelsystemen. Zie Pakketten testen op pagina 103 voor meer informatie. 5. De pakketten distribueren: u kunt de pakketten distribueren met een hulpprogramma van derden, zoals ARD of SCCM. Adobe heeft deze programma s getest met Adobe-distributiepakketten. Van andere, vergelijkbare hulpprogramma s is te verwachten dat ze werken, maar Adobe heeft ze niet getest.

15 Over distributie in ondernemingen 6 Zie voor meer informatie: Hoofdstuk 5, Distributie voorbereiden Hoofdstuk 7, Adobe-pakketten distribueren met ARD Hoofdstuk 8, Adobe-pakketten distribueren met SCCM 6. Installatiepakketten met updates of pakketten met alleen updates maken: u kunt een vergelijkbaar proces gebruiken om distributiepakketten te maken die updates voor eerder gedistribueerde Adobe-producten bevatten. U kunt updates rechtstreeks downloaden van de Adobe-website. Zie Een pakket met alleen updates maken op pagina 74 voor meer informatie.

16 1 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u met versie 3.1 van Adobe Application Manager Enterprise Edition (afgekort tot AAMEE) distributiepakketten kunt maken voor Creative Suite 6 (afgekort tot CS6), Adobe Technical Communication Suite 4.0 en Adobe elearning Suite 6.0. OPMERKING. Zie Hoofdstuk 2, Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen als u andere Ondersteunde suites wilt distribueren met AAMEE 2.1. OPMERKING. Zodra een op CS6-pakket dat is gemaakt met AAMEE 3.1 is gedistribueerd of geïnstalleerd, is voor de installatie geen onlineactivering meer nodig. Als de CS6-installatie handmatig wordt uitgevoerd (dat wil zeggen, via een traditionele stapsgewijze installatie vanaf een schijf), is activering wel vereist, zelfs als een volumeserienummer en een Adobe-id voor organisaties of beheerders zijn ingevoerd. Het maken van CS6-installatiepakketten met AAMEE 3.1 verdient de voorkeur in situaties waar de gebruikers beschermd worden door een firewall, offline werken, geen betrouwbare internetverbinding hebben of veel moeten reizen. In dit hoofdstuk wordt besproken welke stappen u moet doorlopen om de vereiste distributiepakketten voor een onderneming te maken. Er wordt een introductie gegeven op het distributieproces. Voordat u het gereedschap gebruikt om pakketten te maken, moet u plannen wat u precies wilt distribueren en hoe u dat wilt leveren aan uw organisatie. In de rest van dit document wordt het proces van voorbereiding en planning nader beschreven. Zodra u het planningsproces hebt doorlopen, zult u waarschijnlijk weer dit hoofdstuk willen raadplegen om uw eerste pakket voor CS6 te maken. Implementatiehulpmiddelen AAMEE is een efficiënte, eenvoudig te gebruiken en betrouwbare toepassing waarmee Adobe Creative Suite 6-productinstallatiemappen worden verpakt als MSI- of PKG-bestand, zodat deze kunnen worden gedistribueerd naar meerdere computers. De toepassing is beschikbaar voor de Windows- en Mac OS-platformen. Pakketten die met de Windows-versie worden gemaakt, kunnen alleen worden gedistribueerd in Windows; pakketten die met de Mac-OS-versie worden gemaakt, kunnen alleen worden gedistribueerd in Mac OS. Als u van plan bent software op beide platformen te installeren, hebt u beide versies van Application Manager nodig. Download AAMEE vanaf AAMEE is getest op Windows Server 2003 en 2008 en op Apple Mac OS X Server. OPMERKING. U kunt AAMEE beter niet installeren op een systeem waarop een Creative Suite-product is geïnstalleerd. 7

17 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Systeemvereisten Zorg dat het systeem waarop AAMEE wordt uitgevoerd, voldoet aan de volgende vereisten. Systeemvereisten 8 Windows Voorbereiding voor het maken van pakketten Bij de instructies in dit document wordt uitgegaan van het volgende: Mac OS Processorsnelheid 1 GHz of sneller Multicore Intel-processor Besturingssysteem Microsoft Windows XP met Service Pack 3 (32-bits) of Windows Vista Home Premium, Business, Ultimate of Enterprise met Service Pack 1 (Service Pack 2 aanbevolen) 32-bits of 64-bits of Windows 7 (32-bits en 64-bits) Mac OS X tot 10.8.x Ruimte op de vaste schijf 175 MB ruimte beschikbaar voor de installatie 135 MB beschikbaar voor de installatie RAM 512 MB 512 MB Beeldscherm 1024 x 768 (minimum) of 1280 x 800 (aanbevolen) met 16-bits videokaart. Randapparaten Dvd-rom-station als u productmedia gebruikt om producten te installeren U hebt de planningsstappen doorlopen die staan beschreven in Hoofdstuk 6, Distributie plannen. AAMEE is geïnstalleerd op uw beheersysteem. De standaardinstallatielocatie voor AAMEE is: In Windows 32-bits: In Windows 64-bits: Mac OS: <systeemstation>:\program Files\Common Files\Adobe\OOBE\PDApp\Enterprise <systeemstation>:\program Files (x86)\common Files\Adobe\OOBE\PDApp\Enterprise /Applications/Utilities/Adobe Application Manager/Enterprise Er wordt een symbolische koppeling gemaakt op de locatie die wordt gebruikt voor versie 3.1 en hoger: /Library/Application Support/Adobe/OOBE/PDApp /Enterprise De productinstallatiemap voor de producten die u gaat verpakken, is gemaakt en is toegankelijk vanaf uw beheersysteem. De map is gekopieerd naar een lokale schijf of is gekoppeld vanaf een ander systeem en u weet het pad naar de map. Deze map moet alle bestanden bevatten die zijn gedownload vanaf het productinstallatiemedium (ESD of dvd) en moet één set mediabestanden bevatten. Als u distributiepakketten maakt voor meerdere aangeschafte suiteproducten of losse producten, moet u voor elk product een afzonderlijke productinstallatiemap maken. Zie De invoermedia voorbereiden op pagina 101.

18 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Aanvullende componenten die beschikbaar zijn met AAMEE 9 Aanvullende componenten die beschikbaar zijn met AAMEE Bij de installatie van AAMEE zijn ook de volgende componenten beschikbaar: Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition, een opdrachtregelprogramma waarmee u de serienummering kunt bijhouden en beheren voor de Adobe Creative Suite -producten die u in uw onderneming hebt gedistribueerd. Zie Hoofdstuk 9, Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition voor meer informatie over dit programma. Adobe Update Server Setup Tool, een platformspecifiek opdrachtregelprogramma waarmee u uw eigen updateserver kunt instellen voor automatische updates van Adobe Creative Suite -producten. Zie Hoofdstuk 10, Adobe Update Server Setup Tool voor meer informatie over dit programma. Deze componenten zijn beschikbaar in de volgende mappen: Adobe Update Server Setup Tool In Windows 32-bits: In Windows 64-bits: Mac OS: <systeemstation>:\program Files\Common Files\Adobe\OOBE\PDApp\Enterprise\utilitites\AUSST <systeemstation>:\program Files (x86)\common Files\Adobe\OOBE\PDApp\Enterprise\utilitites\AUSST /Library/Application Support/Adobe/OOBE/PDApp /Enterprise/utilities/AUSST Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition In Windows 32-bits: In Windows 64-bits: Mac OS: <systeemstation>:\program Files\Common Files\Adobe\OOBE\PDApp\Enterprise\utilitites\CS6\APTEE <systeemstation>:\program Files (x86)\ Common Files\Adobe\OOBE\PDApp\Enterprise\utilitites\CS6\APTEE /Library/Application Support/Adobe/OOBE/PDApp /Enterprise/utilities/CS6/APTEE Adobe exceptions Deployer Application Met Adobe Exceptions Deployer kunt u de pakketten in de map Exceptions automatisch distribueren, Dit zijn de pakketten die u anders afzonderlijk distribueert voor- of nadat u het MSI- of PKG-hoofdbestand distribueert. Zie Bijlage A, Adobe Exceptions Deployer gebruiken voor meer informatie. Adobe Remote Update Manager Adobe Remote Update Manager biedt een opdrachtregelinterface waarmee de meeste updates van Adobe-desktopsuites voor specifieke toepassingen die op clientcomputers zijn geïnstalleerd, extern naar de betreffende computers kunnen worden gedistribueerd. Zo hoeft de beheerder zich niet op afzonderlijke clientcomputers aan te melden en de updates hierop uit te voeren. Zie Bijlage B, Adobe Remote Update Manager gebruiken voor meer informatie.

19 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Distributiepakketten Aanvullende componenten die beschikbaar zijn met AAMEE 10 Een distributiepakket biedt een automatische manier voor het aanroepen van een installatieprogramma om een installatie in een onderneming uit te voeren. De installatie is een stille, aangepaste installatie. Met elk installatiepakket kunt u een set met toepassingen installeren die deel uitmaken van één suiteproduct. Distributiepakketten worden altijd uitgevoerd op de doelsystemen. Met AAMEE kunt u pakketten maken. U kunt installatiepakketten maken voor de oorspronkelijke distributie van Creative Suite-producten. Een van de eerste dingen die u doet wanneer u een productinstallatiemap maakt, is AAMEE instellen op de locatie van de productinstallatiemap voor het aangeschafte losse of suiteproduct dat u wilt verpakken. Application Manager scant deze map en geeft een lijst weer met de toepassingen en componenten die kunnen worden geïnstalleerd en waaruit u kunt kiezen. Ook kunt u een aantal opties instellen die invloed hebben op het gedrag van het installatieprogramma en van de geïnstalleerde toepassingen als deze worden gestart op het systeem van de eindgebruiker. Alle onderdelen die u selecteert, worden opgenomen in het pakket. Wanneer u een nieuw pakket opslaat, worden deze bestanden gemaakt: Een map met de naam Build. In Windows bevat deze map het MSI-bestand dat wordt gebruikt voor installatie op de clientcomputer, een map met de naam Setup die het volledige distributiepakket bevat en een map ProvisioningTool die de binaire bestanden voor vereiste hulpprogramma s bevat. In Mac OS bevat deze map de PKG-bestanden voor installatie en verwijdering die worden gebruikt voor installatie op de clientcomputer. Een map met de naam Exceptions. In Windows bevat deze alle uitzonderingspayloads. In Mac OS is deze map leeg, tenzij u een installatie op basis van SSH uitvoert. Uitzonderingspayloads zijn payloads die afzonderlijk moeten worden geïnstalleerd. OPMERKING. U kunt Adobe Exceptions Deployer gebruiken om de pakketten in de map Exceptions te distribueren. Zie Bijlage A, Adobe Exceptions Deployer gebruiken voor meer informatie. Welke uitzonderingspayloads aanwezig zijn in de map Exceptions, hangt af van het platform en de geselecteerde media. Hieronder vindt u de gecombineerde lijst voor alle ondersteunde suites: Adobe Help PDF Settings CS6 Adobe Story Adobe Dreamweaver Widget Browser Acrobat X Pro Adobe Captivate Adobe PDF Creation Add On Zie Installatie- en verwijderingsprogramma s voor het SCCM-pakket maken op pagina 123 voor instructies voor het maken van afzonderlijke installatieprogramma s voor deze componenten.

20 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Workflowopties voor het maken van pakketten Aanvullende componenten die beschikbaar zijn met AAMEE 11 De volgende tabel geeft de workflows aan die u kunt gebruiken met AAMEE 3.1 en welke opties beschikbaar zijn in de afzonderlijke workflows. Workflow Maken: een nieuw pakket maken met bestaande media of een bestand voor serienummering van een Trial-pakket maken. Workflowopties Installatiepakket: een pakket met een geldig serienummer. Gebruik deze workflow om een ondersteunde suite of een of meer producten of updates daarvan met serienummer te distribueren op clientcomputers. OPMERKING: alleen geldige volumeserienummers worden geaccepteerd. Gebruik een serienummer van het geselecteerde medium. Trial-pakket: een pakket zonder serienummer maken dat de gebruikers gedurende een beperkte tijd op proefbasis kunnen uitvoeren. Gebruik deze workflow als u een ondersteunde suite of een of meer producten daarvan wilt uitproberen. U kunt ook updates opnemen voor de pakketten die zijn gemaakt met deze workflow. Zodra de proefperiode afloopt, moet u het pakket of de componenten van een serienummer voorzien. Serialization-bestand: een serienummeringsbestand maken dat u kunt gebruiken om Trial-pakketten op clientcomputers te voorzien van een serienummer. Bijwerken: een nieuw pakket met alleen updates maken of een bestaand pakket wijzigen en hierin de nieuwste updates opnemen. Nieuw updatepakket: een nieuw pakket met alleen updates maken. Gebruik deze workflow als u alleen productupdates wilt opnemen voor een of meer producten in het pakket. Doorgaans gebruikt u deze optie als de producten al zijn gedistribueerd op clientcomputers en u alleen de nieuwste updates wilt verpakken en distribueren. Bestaand pakket wijzigen: een bestaand pakket aanpassen en hierin de nieuwste productupdates opnemen. Gebruik deze workflow om een bestaand pakket uit te breiden met de nieuwste updates zonder een volledig nieuw pakket samen te stellen. De nieuwste updates voor de bestaande producten in het pakket worden toegevoegd en u kunt desgewenst ervoor kiezen om ook updates voor andere producten op te nemen. Deze workflows worden besproken in de sectie Distributiepakketten maken. Deze opties zijn beschikbaar in het welkomstscherm van AAMEE 3.1 dat hier wordt weergegeven:

21 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Distributiepakketten maken 12 Pakketconfiguratiebestand Als u een pakket maakt, wordt met AAMEE een pakketconfiguratiebestand met de naam <pakketnaam>.aamee gemaakt. Het bestand bevindt zich in de map die u hebt opgegeven voor het pakket. Distributiepakketten maken Zoals besproken in de vorige sectie, kunt u: een installatiepakket maken; een Trial-pakket maken; een Serialization-bestand maken; een nieuw updatepakket maken; een bestaand pakket aanpassen om hierin de nieuwste productupdates op te nemen. Als u aan de slag wilt met een van deze procedures, voert u de volgende stappen uit: 1. Roep AAMEE aan. Start Application Manager op uw computer. Klik in Windows op de snelkoppeling van de toepassing in het menu Start, bij Programma s > Adobe > Adobe Application Manager Enterprise Edition. Gebruik in Mac OS de alias bij /Applications/Adobe Application Manager Enterprise Edition. Hierdoor wordt de licentieovereenkomst voor eindgebruikers (EULA) geopend. Accepteer de licentieovereenkomst om door te gaan.

22 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een CS6 Installation-pakket maken Nadat u de licentieovereenkomst hebt geaccepteerd, wordt het welkomstscherm weergegeven. In de linkerbenedenhoek van de meeste vensters wordt een informatiepictogram weergegeven. U kunt tijdens het gebruik van het hulpprogramma op dit pictogram klikken om de onlinedocumentatie weer te geven. Ook worden kleinere informatiepictogrammen weergegeven naast bepaalde velden. Klik op deze pictogrammen als u meer informatie wilt over de betreffende velden. Wanneer u het pakkettype selecteert, wordt het scherm bijgewerkt zodat u de basisgegevens voor het betreffende pakkettype kunt invoeren. Als er een nieuwere versie van AAMEE beschikbaar is dan de versie die u gebruikt, wordt u gevraagd de nieuwste versie van AAMEE te downloaden. OPMERKING. het bericht wordt pas weergegeven nadat u AAMEE voor de tweede keer start. Als u Ja kiest, gaat u naar de downloadpagina voor producten waar u de nieuwste versie kunt downloaden. Als u Nee kiest, blijft de huidige versie actief op uw computer. Een CS6 Installation-pakket maken Gebruik deze workflow om een CS6-suite of een of meer producten daarvan met serienummer te distribueren op clientcomputers. Volg deze stappen om een CS6 Installation-pakket te maken:

23 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een CS6 Installation-pakket maken Selecteer installatiepakket in het welkomstscherm. De pagina Media- en pakketidentificatie wordt weergegeven. 2. Voer de pakketgegevens in: Voer de naam van het pakket in en de locatie waar u het pakket wilt opslaan. U kunt op het bladerpictogram klikken om de bestemmingsmap te zoeken of het absolute pad naar de map opgeven. Geef de locatie van de productinstallatiemap op. Dit is de locatie van de installatiebestanden die u hebt gekopieerd (zie De invoermedia voorbereiden op pagina 101). U kunt op het bladerpictogram klikken om de productinstallatiemap te zoeken voor het product dat u wilt verpakken of het absolute pad naar de map opgeven. Selecteer in Windows ondersteuning voor 32-bits of 64-bits processoren. U moet afzonderlijke pakketten maken voor 32-bits en 64-bits installaties. Een 32-bits pakket kan niet worden uitgevoerd op een 64-bits computer. OPMERKING. De Windows-versies van Adobe Premiere Pro CS6 en Adobe After Effects CS6 vereisen een 64-bits editie van Microsoft Windows Vista of Windows 7. Dit geldt zowel voor zelfstandige toepassingsversies als voor de componenten van Adobe Creative Suite 6 Production Premium en Adobe Creative Suite 6 Master Collection. OPMERKING. De opties die u opgeeft in het scherm Media- en pakketidentificatie en het scherm Pakket configureren, worden opgeslagen in een XML-bestand met de naam AAMEEPreferences.xml. De volgende keer dat u voor dezelfde workflow een nieuw pakket maakt op dezelfde computer, zijn de opties die u hebt geselecteerd bij het maken van het vorige pakket al ingevuld in de betreffende velden. Zie Het bestand AAMEEPreferences.xml voor meer informatie over dit bestand.

24 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een CS6 Installation-pakket maken Klik op Volgende. Het programma haalt gegevens op bij het installatieprogramma. Dit kan even duren. Hierna wordt het scherm Serienummer weergegeven: 4. Voer een geldig volumeserienummer in voor het medium dat u gebruikt voor de installatie. 5. Klik op Volgende. Het serienummer wordt online gevalideerd. Voor de validatie van het serienummer is een internetverbinding vereist.

25 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een CS6 Installation-pakket maken Zodra het serienummer is gevalideerd, wordt het scherm Beheer van licentiemiddelen weergegeven. Hier moet u zich aanmelden met uw Adobe-id. 7. Klik op Aanmelden. Het scherm Aanmelden wordt weergegeven.

26 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een CS6 Installation-pakket maken Meld u aan met de Adobe-id van uw organisatie. Als u geen Adobe-id van uw organisatie hebt, klikt u op de knop Een Adobe-id maken en volgt u de aanwijzingen om een nieuwe id te maken. OPMERKING. Dit is niet uw persoonlijke Adobe-id, maar de id voor uw bedrijf of ICT-afdeling. Als u problemen ondervindt bij het aanmelden met uw Adobe-id, klikt u op de knop Problemen met aanmelden? en volgt u de instructies. OPMERKING. Wanneer u uw Adobe-id invoert, wordt deze opgeslagen op de computer en automatisch gebruikt als AAMEE opnieuw wordt uitgevoerd. U hoeft de Adobe-id dus niet nogmaals in te voeren. In plaats van het aanmeldingsscherm wordt het volgende scherm weergegeven.

27 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een CS6 Installation-pakket maken Klik op Aanmelden om naar het scherm Opties te gaan.

28 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een CS6 Installation-pakket maken 19 In dit scherm worden de afzonderlijke producten en componenten weergegeven die als onderdeel van het product kunnen worden geïnstalleerd in de productinstallatiemap. Gedurende het planningsproces moet u beslissen welke producten en componenten u in elk distributiepakket wilt opnemen. Zie Uw pakketlijst maken voor meer informatie. 10. Selecteer de producten of componenten die u wilt opnemen. In eerste instantie worden alle producten geselecteerd, behalve 64-bits producten als u een 32-bits pakket maakt. U kunt de selectie van producten of componenten uitschakelen als u deze niet wilt opnemen. Als u pakketten maakt voor meerdere producten, zult u zien dat deze lijst verschilt per product dat u verpakt. Als u bijvoorbeeld Adobe InDesign CS6 verpakt, kunt u alleen de hoofdtoepassing InDesign selecteren. Als u de Adobe CS6 Master Collection verpakt, bevat de lijst elke toepassing in deze suite. Als aan de linkerzijde meerdere producten worden weergegeven, selecteert u een product om de optionele componenten weer te geven aan de rechterzijde, waar u kunt selecteren welke componenten u wilt opnemen. In het veld Totale installatie onderaan wordt weergegeven hoeveel vrije ruimte nodig is op de doelcomputer om de momenteel geselecteerde componenten te installeren. De grootte wordt aangepast wanneer u items selecteert of uitschakelt.

29 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een CS6 Installation-pakket maken Klik op Volgende om naar het scherm Configuratie te gaan. 12. Selecteer de configuratieopties. Voer op dit scherm de volgende waarden in: STARTOPTIES VOOR PRODUCT: Stel deze opties in op de gewenste waarden. Zie Configuratie: startopties voor product op pagina 111. AIR-COMPONENTEN UITSCHAKELEN IN PAKKET: Deze optie is alleen beschikbaar voor Mac OS-installaties. Selecteer deze optie als u geen op AIR gebaseerde pakketten wilt installeren, zoals Adobe Community Help. Dit is in bepaalde situaties van belang, bijvoorbeeld als u een installatie op basis van SSH uitvoert of als u wilt voorkomen dat proxygegevens handmatig worden ingevoerd. Als u deze optie selecteert, moet u de op AIR gebaseerde pakketten afzonderlijk installeren, zoals wordt uitgelegd in Componenten afzonderlijk downloaden en installeren in Mac OS. Opmerking: Als u de optie AIR-componenten uitschakelen in pakket niet selecteert, maar het pakket later distribueert via SSH, reageert de computer wellicht niet meer omdat het op AIR gebaseerde installatieprogramma mogelijk probeert een update uit te voeren en daardoor vastloopt. Opmerking: zorg dat AIR-componenten uitschakelen in pakket is geselecteerd als u uw pakket wilt distribueren met Absolute Manage, anders kunt u het pakket niet correct distribueren. CONFLICTERENDE PROCESSEN: Geef aan of de installatie moet worden afgebroken als er conflicterende processen worden uitgevoerd of dat er moet worden doorgegaan met de installatie.

30 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een CS6 Installation-pakket maken 21 Zorg ervoor dat de eindgebruiker de instructie krijgt dat alle Adobe-toepassingen en -processen, browsers en toepassingen zoals Microsoft Office moeten worden afgesloten op de doelcomputer om te voorkomen dat er problemen met conflicterende processen optreden. ADOBE UPDATER: U kunt bepalen hoe updates moeten worden verwerkt voor gedistribueerde toepassingen. U kunt de automatische controle op updates in- of uitschakelen of omleiden naar uw eigen server. Zie Configuratie: opties voor updater op pagina 113. INSTALLATIELOCATIE: U kunt de standaardlocatie accepteren of instellen dat de gebruiker een locatie moet opgeven tijdens de installatie. Als u een ander pad wilt opgeven, selecteert u Distribueren naar en geeft u het pad op. Dit moet een absoluut pad zijn. U kunt bepaalde omgevingsvariabelen gebruiken, maar u kunt niet ~ gebruiken om de basismap aan te geven. Zie Configuratie: opties voor installatielocatie op pagina 112. OPMERKING. De opties die u opgeeft in dit scherm, worden opgeslagen in een XML-bestand met de naam AAMEEPreferences.xml. De volgende keer dat u een nieuw pakket maakt op dezelfde computer, zijn de opties die u hebt geselecteerd bij het maken van het vorige pakket al ingevuld in de overeenkomende velden. Zie Het bestand AAMEEPreferences.xml voor meer informatie over dit bestand. 13. Voeg updates toe. Wanneer u op Volgende klikt, kunt u updates aan het pakket toevoegen. Deze pagina bevat de updates die u wilt opnemen in uw pakket. AAMEE controleert automatisch op beschikbare updates en toont de beschikbare updates voor de producten en gedeelde componenten die onderdeel zijn van de media.

31 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een CS6 Installation-pakket maken Vouw de productgroep uit om producten/gedeelde componenten weer te geven waarvoor updates beschikbaar zijn. Er worden updates weergegeven voor producten die onderdeel zijn van de media die u hebt geselecteerd. OPMERKING: een pijl omlaag naast een update geeft aan dat de update al is gedownload. OPMERKING: er worden niet alleen updates weergegeven voor producten die op het scherm met productopties zijn geselecteerd, maar voor alle producten/gedeelde componenten die zich op de geselecteerde media bevinden. Als u bijvoorbeeld Photoshop hebt geselecteerd van de media van Master Collection, worden updates weergegeven voor alle producten van Master Collection en niet alleen Photoshop. 15. U kunt de lijst met updates filteren op de productnaam door de eerste letters van het product te typen in het veld Zoeken op product naast het selectievakje Alle updates. Als u bijvoorbeeld dream in het veld typt, worden alleen de producten weergegeven waarvan de naam de tekenreeks dream (niet hoofdlettergevoelig) bevat.

32 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een CS6 Installation-pakket maken U kunt ook filteren op meerdere producten door een lijst op te geven met door komma's gescheiden waarden. Zo kunt u zoeken naar producten waarvan de naam de tekenreeksen dream en in bevat door in het veld dream,in op te geven, zoals aangegeven in de volgende schermopname. (U kunt ook een spatie na de komma gebruiken, bijvoorbeeld dream, in.)

33 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een CS6 Installation-pakket maken Selecteer de updates die u wilt opnemen. Schakel het selectievakje Alle updates in om alle weergegeven updates op te nemen. OPMERKING: u kunt een korte beschrijving van een update weergeven door op de update te klikken. De beschrijving wordt in het rechterdeelvenster weergegeven. 18. Als u al een of meer updates afzonderlijk hebt gedownload, kunt u deze toevoegen aan het pakket door op de knop Update toevoegen te klikken en de updates te selecteren. OPMERKING: AAMEE controleert of de gedownloade updatepakketten de nieuwste updates bevatten. Oudere versies van updates kunnen niet worden toegevoegd aan het pakket. Als de gebruiker online is en de controle op updates correct is uitgevoerd, kunnen zelfs geen updates met een hogere versie meer worden toegevoegd, omdat bijgewerkte informatie die is opgehaald van de updateserver altijd de voorkeur krijgt. 19. Klik op Samenstellen om het nieuwe pakket samen te stellen. De geselecteerde updates worden eerst gedownload van de updateserver van Adobe en vervolgens wordt het verpakkingsproces gestart. Met het verpakkingsproces wordt een pakket in MSI-indeling gemaakt in Windows of een pakket in PKG-indeling in Mac OS. OPMERKING: wanneer de updates voor de eerste keer worden gedownload, kan dit veel tijd in beslag nemen afhankelijk van de grootte van de updates en de beschikbare bandbreedte.

34 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een CS6 Installation-pakket maken 25 De geschatte vordering van het samenstellingsproces wordt weergegeven op de pagina Voortgang van het downloaden en Voortgang van build.

35 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een CS6 Installation-pakket maken Nadat het proces is voltooid, wordt het samenvattingsscherm weergegeven. In dit scherm wordt een overzicht weergegeven van producten of componenten in de build en de serienummers die worden gebruikt voor de suite of de losse producten. De naam van de map waarin het pakket wordt gemaakt, wordt weergegeven op het scherm. Als u op de naam van de map klikt, wordt deze map geopend. U kunt onder aan de pagina op de koppeling voor het logbestand van de build klikken om een gedetailleerd voortgangsrapport weer te geven, inclusief eventuele fouten. Klik op Nieuw pakket om terug te gaan naar het welkomstscherm als u nog een pakket wilt maken of een bestaand pakket wilt bijwerken. Klik op Sluiten om AAMEE af te sluiten.

36 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een Trial-pakket maken Volg deze stappen om een Trial-pakket te maken: Een Trial-pakket maken Selecteer proefpakket in het welkomstscherm. 2. Voer de pakketgegevens in: Voer de naam van het pakket in en de locatie waar u het pakket wilt opslaan. U kunt op het bladerpictogram klikken om de bestemmingsmap te zoeken of het absolute pad naar de map opgeven. Geef de locatie van de productinstallatiemap op. Dit is de locatie van de installatiebestanden die u hebt gekopieerd (zie De invoermedia voorbereiden op pagina 101). U kunt op het bladerpictogram klikken om de productinstallatiemap te zoeken voor het product dat u wilt verpakken of het absolute pad naar de map opgeven. Selecteer in Windows ondersteuning voor 32-bits of 64-bits processoren. U moet afzonderlijke pakketten maken voor 32-bits en 64-bits installaties. Een 32-bits pakket kan niet worden uitgevoerd op een 64-bits computer. OPMERKING. De Windows-versies van Adobe Premiere Pro CS6 en Adobe After Effects CS6 vereisen een 64-bits editie van Microsoft Windows Vista of Windows 7. Dit geldt zowel voor zelfstandige toepassingsversies als voor de componenten van Adobe Creative Suite 6 Production Premium en Adobe Creative Suite 6 Master Collection. OPMERKING. De opties die u opgeeft in het scherm Media- en pakketidentificatie en het scherm Pakket configureren, worden opgeslagen in een XML-bestand met de naam AAMEEPreferences.xml.

37 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een Trial-pakket maken 28 De volgende keer dat u voor dezelfde workflow een nieuw pakket maakt op dezelfde computer, zijn de opties die u hebt geselecteerd bij het maken van het vorige pakket al ingevuld in de betreffende velden. Zie Het bestand AAMEEPreferences.xml voor meer informatie over dit bestand. 3. Klik op Volgende. Het programma haalt gegevens op bij het installatieprogramma. Dit kan even duren. Vervolgens word het scherm Aanmelden is vereist weergegeven, waar u wordt gevraagd u aan te melden met uw Adobe-id.

38 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een Trial-pakket maken Klik op Aanmelden. Het scherm Aanmelden wordt weergegeven. 5. Meld u aan met de Adobe-id van uw organisatie. Als u geen Adobe-id van uw organisatie hebt, klikt u op de knop Een Adobe-id maken en volgt u de aanwijzingen om een nieuwe id te maken. OPMERKING. Dit is niet uw persoonlijke Adobe-id, maar de id voor uw bedrijf of ICT-afdeling. Als u problemen ondervindt bij het aanmelden met uw Adobe-id, klikt u op de knop Problemen met aanmelden? en volgt u de instructies. Wanneer u uw Adobe-id invoert, wordt deze opgeslagen op de computer en automatisch gebruikt als AAMEE weer wordt uitgevoerd. U hoeft de Adobe-id dus niet opnieuw in te voeren.

39 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een Trial-pakket maken Klik op Aanmelden om naar het scherm Opties te gaan. In dit scherm worden de afzonderlijke producten en componenten weergegeven die als onderdeel van het product kunnen worden geïnstalleerd in de productinstallatiemap. Gedurende het planningsproces moet u beslissen welke producten en componenten u in elk distributiepakket wilt opnemen. Zie Uw pakketlijst maken voor meer informatie. 7. Selecteer de producten of componenten die u wilt opnemen. In eerste instantie worden alle producten geselecteerd, behalve 64-bits producten als u een 32-bits pakket maakt. U kunt de selectie van producten of componenten uitschakelen als u deze niet wilt opnemen. Als u pakketten maakt voor meerdere producten, zult u zien dat deze lijst verschilt per product dat u verpakt. Als u bijvoorbeeld Adobe InDesign CS6 verpakt, kunt u alleen de hoofdtoepassing InDesign selecteren. Als u de Adobe CS6 Master Collection verpakt, bevat de lijst elke toepassing in deze suite. Als aan de linkerzijde meerdere producten worden weergegeven, selecteert u een product om de optionele componenten weer te geven aan de rechterzijde, waar u kunt selecteren welke componenten u wilt opnemen. In het veld Totale installatie onderaan wordt weergegeven hoeveel vrije ruimte nodig is op de doelcomputer om de momenteel geselecteerde componenten te installeren. De grootte wordt aangepast wanneer u items selecteert of uitschakelt.

40 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een Trial-pakket maken Klik op Volgende om naar het scherm Configuratie te gaan. 9. Selecteer de configuratieopties. Voer op dit scherm de volgende waarden in: STARTOPTIES VOOR PRODUCT: Stel deze opties in op de gewenste waarden. Zie Configuratie: startopties voor product op pagina 111. AIR-COMPONENTEN UITSCHAKELEN IN PAKKET: Deze optie is alleen beschikbaar voor Mac OS-installaties. Selecteer deze optie als u geen op AIR gebaseerde pakketten wilt installeren, zoals Adobe Community Help. Dit is in bepaalde situaties van belang, bijvoorbeeld als u een installatie op basis van SSH uitvoert of als u wilt voorkomen dat proxygegevens handmatig worden ingevoerd. Als u deze optie selecteert, moet u de op AIR gebaseerde pakketten afzonderlijk installeren, zoals wordt uitgelegd in Componenten afzonderlijk downloaden en installeren in Mac OS. Opmerking: Als u de optie AIR-componenten uitschakelen in pakket niet selecteert, maar het pakket later distribueert via SSH, reageert de computer wellicht niet meer omdat het op AIR gebaseerde installatieprogramma mogelijk probeert een update uit te voeren en daardoor vastloopt. Opmerking: zorg dat AIR-componenten uitschakelen in pakket is geselecteerd als u uw pakket wilt distribueren met Absolute Manage, anders kunt u het pakket niet correct distribueren. CONFLICTERENDE PROCESSEN : geef aan of de installatie moet worden afgebroken als er conflicterende processen worden uitgevoerd of dat er moet worden doorgegaan met de installatie. Zie Bijlage C, Conflicterende processen voor meer informatie over conflicterende processen.

41 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een Trial-pakket maken 32 Zorg ervoor dat de eindgebruiker de instructie krijgt dat alle Adobe-toepassingen en -processen, browsers en toepassingen zoals Microsoft Office moeten worden afgesloten op de doelcomputer om te voorkomen dat er problemen met conflicterende processen optreden. ADOBE UPDATER: U kunt bepalen hoe updates moeten worden verwerkt voor gedistribueerde toepassingen. U kunt de automatische controle op updates in- of uitschakelen of omleiden naar uw eigen server. Zie Configuratie: opties voor updater op pagina 113. INSTALLATIELOCATIE: U kunt de standaardlocatie accepteren of instellen dat de gebruiker een locatie moet opgeven tijdens de installatie. Als u een ander pad wilt opgeven, selecteert u Distribueren naar en geeft u het pad op. Dit moet een absoluut pad zijn. U kunt bepaalde omgevingsvariabelen gebruiken, maar u kunt niet ~ gebruiken om de basismap aan te geven. Zie Configuratie: opties voor installatielocatie op pagina 112. OPMERKING. De opties die u opgeeft in dit scherm, worden opgeslagen in een XML-bestand met de naam AAMEEPreferences.xml. De volgende keer dat u een nieuw pakket maakt op dezelfde computer, zijn de opties die u hebt geselecteerd bij het maken van het vorige pakket al ingevuld in de overeenkomende velden. Zie Het bestand AAMEEPreferences.xml voor meer informatie over dit bestand. 10. Voeg updates toe. Wanneer u op Volgende klikt, kunt u updates aan het pakket toevoegen. Deze pagina bevat de updates die u wilt opnemen in uw pakket. AAMEE controleert automatisch op beschikbare updates en toont de beschikbare updates voor de producten en gedeelde componenten die onderdeel zijn van de media.

42 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een Trial-pakket maken Vouw de productgroep uit om producten/gedeelde componenten weer te geven waarvoor updates beschikbaar zijn. Er worden updates weergegeven voor producten die onderdeel zijn van de media die u hebt geselecteerd. OPMERKING: een pijl omlaag naast een update geeft aan dat de update al is gedownload. OPMERKING: er worden niet alleen updates weergegeven voor producten die op het scherm met productopties zijn geselecteerd, maar voor alle producten/gedeelde componenten die zich op de geselecteerde media bevinden. Als u bijvoorbeeld Photoshop hebt geselecteerd van de media van Master Collection, worden updates weergegeven voor alle producten van Master Collection en niet alleen Photoshop. 12. U kunt de lijst met updates filteren op de productnaam door de eerste letters van het product te typen in het veld Zoeken op product naast het selectievakje Alle updates. Als u bijvoorbeeld dream in het veld typt, worden alleen de producten weergegeven waarvan de naam de tekenreeks dream (niet hoofdlettergevoelig) bevat.

43 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een Trial-pakket maken U kunt ook filteren op meerdere producten door een lijst op te geven met door komma's gescheiden waarden. Zo kunt u zoeken naar producten waarvan de naam de tekenreeksen dream en in bevat door in het veld dream,in op te geven, zoals aangegeven in de volgende schermopname. (U kunt ook een spatie na de komma gebruiken, bijvoorbeeld dream, in.)

44 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een Trial-pakket maken Selecteer de updates die u wilt opnemen. Schakel het selectievakje Alle updates in om alle weergegeven updates op te nemen. 15. Als u al een of meer updates afzonderlijk hebt gedownload, kunt u deze toevoegen aan het pakket door op de knop Update toevoegen te klikken en de updates te selecteren. OPMERKING: AAMEE controleert of de gedownloade updatepakketten de nieuwste updates bevatten. Oudere versies van updates kunnen niet worden toegevoegd aan het pakket. Als de gebruiker online is en de controle op updates correct is uitgevoerd, kunnen zelfs geen updates met een hogere versie meer worden toegevoegd, omdat bijgewerkte informatie die is opgehaald van de updateserver altijd de voorkeur krijgt. 16. Klik op Samenstellen om het nieuwe pakket samen te stellen. De geselecteerde updates worden eerst gedownload van de updateserver van Adobe en vervolgens wordt het verpakkingsproces gestart. Met het verpakkingsproces wordt een pakket in MSI-indeling gemaakt in Windows of een pakket in PKG-indeling in Mac OS. OPMERKING: wanneer de updates voor de eerste keer worden gedownload, kan dit veel tijd in beslag nemen afhankelijk van de grootte van de updates en de beschikbare bandbreedte.

45 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een Trial-pakket maken 36 De geschatte vordering van het samenstellingsproces wordt weergegeven op de pagina Voortgang van het downloaden en Voortgang van build.

46 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een Trial-pakket maken Nadat het proces is voltooid, wordt het samenvattingsscherm weergegeven. In dit scherm wordt een overzicht weergegeven van producten of componenten in de build en de serienummers die worden gebruikt voor de suite of de losse producten. De naam van de map waarin het pakket wordt gemaakt, wordt weergegeven op het scherm. Als u op de naam van de map klikt, wordt deze map geopend. U kunt onder aan de pagina op de koppeling voor het logbestand van de build klikken om een gedetailleerd voortgangsrapport weer te geven, inclusief eventuele fouten. Klik op Nieuw pakket om terug te gaan naar het welkomstscherm als u nog een pakket wilt maken of een bestaand pakket wilt bijwerken. Klik op Sluiten om AAMEE af te sluiten.

47 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een CS6 Serialization-bestand maken Een CS6 Serialization-bestand maken 38 Gebruik deze workflow om een uitvoerbaar bestand te maken dat u kunt gebruiken om Trial-pakketten die op clientcomputers worden gedistribueerd, van serienummers te voorzien. Wanneer u dit uitvoerbare bestand uitvoert op een clientcomputer, wordt het CS6 Trial-pakket op de computer van een serienummer voorzien. U hebt een geldige volumelicentie nodig als u een uitvoerbaar bestand voor serienummering wilt maken. 1. Selecteer Serienummeringsbestand in het welkomstscherm. De pagina Uitvoerbaar bestand voor serienummering voorbereiden wordt weergegeven. 2. Voer de gegevens in voor het uitvoerbare bestand voor serienummering: Voer de naam in en geef de locatie op waar u het bestand wilt opslaan. U kunt op het bladerpictogram klikken om de bestemmingsmap te zoeken of het absolute pad naar de map opgeven. Geef de locatie van de productinstallatiemap op. Dit is de locatie van de installatiebestanden die u hebt gekopieerd (zie De invoermedia voorbereiden op pagina 101). U kunt op het bladerpictogram klikken om de productinstallatiemap te zoeken voor het product dat u wilt verpakken of het absolute pad naar de map opgeven. OPMERKING. De opties die u opgeeft in het scherm, worden opgeslagen in een XML-bestand met de naam AAMEEPreferences.xml. De volgende keer dat u voor dezelfde workflow een nieuw uitvoerbaar bestand voor serienummering maakt op dezelfde computer, zijn de opties die u hebt geselecteerd bij het maken van het vorige pakket al ingevuld in de betreffende velden. Zie Het bestand AAMEEPreferences.xml voor meer informatie over dit bestand.

48 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een CS6 Serialization-bestand maken Klik op Volgende. Het programma haalt gegevens op bij het installatieprogramma. Dit kan even duren. Hierna wordt het scherm Serienummer weergegeven: 4. Voer een geldig volumeserienummer in voor het medium dat u gebruikt voor de installatie. Deze informatie wordt gebruikt om het uitvoerbare bestand voor serienummering te maken. 5. Klik op Volgende. Het serienummer wordt online gevalideerd. Voor de validatie van het serienummer is een internetverbinding vereist.

49 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een CS6 Serialization-bestand maken Zodra het serienummer is gevalideerd, wordt het scherm Aanmelden weergegeven. 7. Meld u aan met de Adobe-id van uw organisatie. Als u geen Adobe-id van uw organisatie hebt, klikt u op de knop Een Adobe-id maken en volgt u de aanwijzingen om een nieuwe id te maken. OPMERKING. Dit is niet uw persoonlijke Adobe-id, maar de id voor uw bedrijf of ICT-afdeling. Als u problemen ondervindt bij het aanmelden met uw Adobe-id, klikt u op de knop Problemen met aanmelden? en volgt u de instructies. Wanneer u uw Adobe-id invoert, wordt deze opgeslagen op de computer en automatisch gebruikt als AAMEE weer wordt uitgevoerd. U hoeft de Adobe-id dus niet opnieuw in te voeren. 8. Klik op Aanmelden. Nadat de Adobe-id van uw organisatie is gevalideerd, wordt door AAMEE het uitvoerbare bestand voor serienummering uitgevoerd. Zodra het bestand is gemaakt, wordt het samenvattingsscherm weergegeven.

50 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een CS6 Serialization-bestand maken De map die u hebt opgegeven in het veld Naam van map met uitvoerbaar bestand voor serienummering in het scherm Uitvoerbaar bestand voor serienummering voorbereiden, wordt gemaakt. Deze bevat: een uitvoerbaar bestand, AdobeSerialization een XML-bestand, prov.xml U kunt op de naam van de map klikken in het scherm Samenvatting om de map te openen en de inhoud weer te geven. Gebruik een geschikt programma of script om deze map te kopiëren naar de clientcomputers met de Trial-pakketten die u van een serienummer wilt voorzien. Zodra u de map hebt gekopieerd naar elke clientcomputer, kunt u de volgende opdracht op afstand uitvoeren via een opdrachtregel of via een programma voor beheer op afstand. Hierdoor worden de Trial-pakketten op de clientcomputers van een serienummer voorzien. AdobeSerialization --tool=volumeserialize--stream --provfile=absoluut_pad_naar_prov.xml waarbij --tool=volumeserialize het hulpprogramma aangeeft waarmee het bestand prov.xml wordt verwerkt om de serienummering uit te voeren. --provfile het absolute pad naar het bestand prov.xml aangeeft. Standaard zoekt het hulpprogramma naar het bestand prov.xml in de map met het uitvoerbare bestand en daarom hoeft u deze optie doorgaans niet op te geven. (Geef deze optie alleen op als het bestand prov.xml zich op een andere locatie bevindt.)

51 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een pakket met alleen updates maken Een pakket met alleen updates maken 42 Het proces voor het maken van een updatepakket lijkt erg veel op het proces voor het maken van het oorspronkelijke installatiepakket. 1. Selecteer Updatepakket maken in het welkomstscherm. Het scherm Updatepakket wordt weergegeven. 2. Voer de pakketgegevens in: Voer een beschrijvende naam voor het updatepakket in. Voer de locatie in waar u het updatepakket wilt opslaan. U kunt op het bladerpictogram klikken om de bestemmingsmap te zoeken of het absolute pad naar de map opgeven. 3. Klik op Volgende om naar het scherm Updates te gaan.

52 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een pakket met alleen updates maken 43 Deze pagina bevat de updates die u wilt opnemen in uw pakket. AAMEE controleert automatisch op beschikbare updates en toont de beschikbare updates voor de producten en gedeelde componenten die onderdeel zijn van de media. 4. Vouw de productgroep uit om producten/gedeelde componenten weer te geven waarvoor updates beschikbaar zijn. Er worden updates weergegeven voor producten die onderdeel zijn van de media die u hebt geselecteerd. OPMERKING: een pijl omlaag naast een update geeft aan dat de update al is gedownload.

53 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een pakket met alleen updates maken U kunt de lijst met updates filteren op de productnaam door de eerste letters van het product te typen in het veld Zoeken op product naast het selectievakje Alle updates. Als u bijvoorbeeld dream in het veld typt, worden alleen de producten weergegeven waarvan de naam de tekenreeks dream (niet hoofdlettergevoelig) bevat.

54 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een pakket met alleen updates maken Selecteer de updates die u wilt opnemen. Schakel het selectievakje Alle updates in om alle weergegeven updates op te nemen. 7. Als u al een of meer updates afzonderlijk hebt gedownload, kunt u deze toevoegen aan het pakket door op de knop Updates toevoegen te klikken en de updates te selecteren. OPMERKING: AAMEE controleert of de gedownloade updatepakketten de nieuwste updates bevatten. Oudere versies van updates kunnen niet worden toegevoegd aan het pakket. Als de gebruiker online is en de controle op updates correct is uitgevoerd, kunnen zelfs geen updates met een hogere versie meer worden toegevoegd, omdat bijgewerkte informatie die is opgehaald van de updateserver altijd de voorkeur krijgt. 8. Klik op Samenstellen om het nieuwe pakket samen te stellen. 9. Nadat het proces is voltooid, wordt het samenvattingsscherm weergegeven.

55 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een bestaand pakket wijzigen 46 De pagina bevat een samenvatting van de updates die u hebt opgenomen in de build. U kunt onder aan de pagina op de koppeling voor het logbestand van de build klikken om een gedetailleerd voortgangsrapport weer te geven, inclusief eventuele fouten. Klik op Nieuw pakket om terug te gaan naar het welkomstscherm als u nog een pakket wilt maken of een bestaand pakket wilt bijwerken. Klik op Sluiten om AAMEE af te sluiten. Een bestaand pakket wijzigen Gebruik deze workflow om updates toe te voegen aan een bestaand pakket zonder het volledige pakket opnieuw samen te stellen.

56 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een bestaand pakket wijzigen Selecteer Bestaand pakket wijzigen in het welkomstscherm. Het scherm Pakketidentificatie wordt weergegeven. 2. U wordt gevraagd om de naam op te geven van het pakketconfiguratiebestand dat is gemaakt toen het pakket voor de eerste keer werd samengesteld. Het bestand heeft de naam <pakketnaam>.aamee en bevindt zich in de map van het pakket. Blader naar het pakketconfiguratiebestand dat u wilt wijzigen en klik op Volgende. 3. Het scherm Updates wordt weergegeven. Hierin kunt u de updates selecteren die u wilt toevoegen aan het pakket.

57 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een bestaand pakket wijzigen 48 BELANGRIJK: de updates die al onderdeel zijn van het pakket, zijn standaard geselecteerd (en worden grijs weergegeven) in het scherm en kunnen niet worden uitgeschakeld. Als voor een dergelijke update een hogere versie beschikbaar is, wordt de update automatisch gedownload en toegevoegd aan het pakket. U kunt ook ervoor kiezen om andere updates toe te voegen die momenteel geen deel uitmaken van het pakket. 4. U kunt de lijst met updates filteren op de productnaam door de eerste letters van het product te typen in het veld Zoeken op product naast het selectievakje Alle updates. Als u bijvoorbeeld dream in het veld typt, worden alleen de producten weergegeven waarvan de naam de tekenreeks dream (niet hoofdlettergevoelig) bevat.

58 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Een bestaand pakket wijzigen Selecteer de updates die u wilt opnemen. Schakel het selectievakje Alle updates in om alle weergegeven updates op te nemen. 6. Als u al een of meer updates afzonderlijk hebt gedownload, kunt u deze toevoegen aan het pakket door op de knop Updates toevoegen te klikken en de updates te selecteren. OPMERKING: AAMEE controleert of de gedownloade updatepakketten de nieuwste updates bevatten. Oudere versies van updates kunnen niet worden toegevoegd aan het pakket. 7. Klik op Samenstellen om het bestaande pakket bij te werken met de geselecteerde updates. 8. Nadat het proces is voltooid, wordt het samenvattingsscherm weergegeven.

59 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Het bestand AAMEEPreferences.xml 50 De pagina bevat een samenvatting van de updates die u hebt toegevoegd aan/gewijzigd in de build. U kunt onder aan de pagina op de koppeling voor het logbestand van de build klikken om een gedetailleerd voortgangsrapport weer te geven, inclusief eventuele fouten. 9. Klik op Nieuw pakket om terug te gaan naar het welkomstscherm als u nog een pakket wilt maken of een bestaand pakket wilt bijwerken. Klik op Sluiten om AAMEE af te sluiten. Het bestand AAMEEPreferences.xml De opties die u opgeeft in het welkomstscherm en het scherm Pakket configureren, worden opgeslagen in een XML-bestand met de naam AAMEEPreferences.xml. De volgende keer dat u een nieuw pakket maakt op dezelfde computer, zijn de opties die u hebt geselecteerd bij het maken van het vorige pakket al ingevuld in de overeenkomende velden. Als u dit bestand verwijdert, wordt een nieuw bestand gemaakt wanneer u weer een nieuw pakket maakt. Het bestand AAMEEPreferences.xml wordt opgeslagen op de volgende locatie: Mac OS ~/Library/Application Support/Adobe/Enterprise Windows XP %HOMEPATH%\Local Settings\Application Data\Adobe\Enterprise Windows Vista en Windows 7 %HOMEPATH%\AppData\Local\Adobe\Enterprise

60 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Pakketten in de map Exceptions installeren Het bestand AAMEEPreferences.xml 51 Als u met Adobe Update Manager Enterprise Edition (AAMEE) een pakket maakt voor distributie in ondernemingen, worden twee mappen gemaakt: De map met de build bevat het MSI-bestand (Windows) of PKG-bestand (Mac OS) die u kunt distribueren met Microsoft SCCM of Apple ARD. De map Exceptions bevat de payloads die afzonderlijk moeten worden geïnstalleerd. De inhoud van de map hangt af van een aantal factoren: of u installeert op Mac OS of op Windows, of u Acrobat opneemt als onderdeel van het pakket en (voor Mac OS) of u hebt geselecteerd dat AIR-componenten moeten worden uitgeschakeld. Informatie over het installeren van producten in de map Exceptions vindt u in het hoofdstuk Producten in de map Exceptions installeren. Informatie over de distributie van Acrobat in Windows vindt u in het hoofdstuk Adobe Acrobat distribueren. OPMERKING. Adobe Exceptions Deployer biedt een manier om de pakketten in de map Exceptions automatisch te distribueren. Zie Bijlage A, Adobe Exceptions Deployer gebruiken voor meer informatie. BELANGRIJK: lees de informatie in deze hoofdstukken voordat u de pakketten distribueert op clientcomputers. Logbestanden en foutberichten van Application Manager Wanneer u AAMEE installeert of uitvoert, worden logbestanden op het beheersysteem opgeslagen op de locatie voor tijdelijke bestanden: In Windows worden logbestanden opgeslagen op de locatie %temp%. In Mac OS worden logbestanden opgeslagen in de map ~/Library/Logs/. PDApp.log AdobePB<tijdstempel>.log Tijdens het installeren van het hulpprogramma en het configureren van een pakket, schrijft het hulpprogramma informatie naar dit bestand. Raadpleeg het bestand als er probleem optreden tijdens de installatie van het programma of tijdens het maken van pakketten. Nadat u de pakketconfiguratie hebt voltooid, start u de buildengine die het distributiepakket maakt. De buildengine slaat de voortgang, waarschuwingen en buildfouten op in dit bestand. Als de build mislukt, kunt u in dit bestand de reden opzoeken. Foutberichten Welkomstscherm De padnaam is niet geldig. Geef een geldige padnaam op. Er is al een map met de naam <mapnaam>. Geef een unieke mapnaam op. U hebt in de pakketnaam tekens gebruikt die in Windows of Mac OS niet worden ondersteund voor mapnamen. De locatie waar het pakket wordt opgeslagen, bevat al een map met de opgegeven naam. Geef het pakket een nieuwe naam die voldoet aan de vereisten voor het platform. Geef een pad op naar een map die nog niet bestaat.

61 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Het bestand AAMEEPreferences.xml 52 De pakketnaam en het pad overschrijden de maximumlengte met <x> tekens. Geef een korter pad en/of kortere pakketnaam op. U hebt onvoldoende rechten om te schrijven naar dit pad. Kan geen geldig installatieprogramma vinden. Kan het installatieprogramma niet correct parseren. Het doelpad voor het maken van pakketten overschrijdt de maximumpadlengte die is ingesteld door Microsoft Windows. Gebruik een korter pad. De gebruiker heeft geen Stel schrijftoegang in of schrijf naar een schrijftoegang tot de opslaglocatie. locatie waartoe u wel toegang hebt. Er zijn met Application Manager op Controleer of de opgegeven locatie het pad dat u hebt ingevoerd, geen verwijst naar de productinstallatiemap uitvoerbare bestanden of andere die u op het beheersysteem of in de bestanden voor een geldige stagingmap hebt geplaatst. productinstallatiemap gevonden. Er is iets mis met de productinstallatiemap. U kunt geen pakket maken met een Er zijn media zonder serienummer component zonder serienummer. Geef opgegeven. in de installatiemap voor het product een product met serienummer op. U hebt de optie voor 32-bits pakketten geselecteerd. Plaats een 32-bits medium of selecteer de optie voor 64-bits pakketten. Het scherm Serienummer Dit serienummer is niet geldig voor dit product. Het scherm Configuratie Distributielocatie is vereist. Ongeldig bestand Het scherm Samenvatting Er zijn onherstelbare fouten aangetroffen in uw build. Deze patch is niet verpakt omdat dit pakket al een nieuwere versie van de patch bevat. U hebt een 32-bits pakket geselecteerd, maar de productinstallatiemap bevat een 64-bits installatiemedium. U hebt het serienummer niet correct ingevoerd, u hebt een verkeerd serienummer of de landinstelling van het serienummer komt niet overeen met die van het installatiemedium. Controleer of de opgegeven locatie voor de productinstallatiemap correct, leesbaar en volledig is en onbeschadigde productinstallatiebestanden bevat. Zorg ervoor dat de productinstallatiemap producten met serienummers bevat. Plaats een 32-bits medium of selecteer de optie voor 64-bits pakketten. Controleer of u het serienummer correct hebt ingevoerd, of de landinstelling beschikbaar is voor het product dat u installeert en of u het nummer van een volumelicentie hebt opgegeven. U hebt de optie Distribueren naar Als u de optie Distribueren naar geselecteerd en vervolgens op selecteert, moet u een locatie opgeven. Volgende geklikt zonder een locatie op te geven. U hebt de optie AAM Updater omleiden naar interne server geselecteerd, maar u hebt een ongeldig XML-bestand opgegeven voor de omleiding. De build is mislukt. Raadpleeg het logbestand van de build om de oorzaak te achterhalen. U hebt de verkeerde versie of meerdere versies van een update geselecteerd. Geef een correct XML-bestand voor omleiding op. Voer de benodigde handeling uit en probeer het opnieuw. Als de fout bijvoorbeeld wordt veroorzaakt door onvoldoende schijfruimte, moet u meer schijfruimte vrij maken. Selecteer de hoogste updateversie die beschikbaar is.

62 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Het bestand AAMEEPreferences.xml 53 Het scherm Updates DMG/ZIP-bestand niet beschikbaar. Geen geldige DMG/ZIP-bestanden gevonden. Het pad dat is opgegeven voor de ZIP- of DMG-bestanden, is niet toegankelijk. De geselecteerde updatebestanden zijn geen ZIP- of DMG-bestanden, ook al hebben ze wel deze extensie. Koppelen van DMG-bestand is mislukt. Application Manager kan het DMG-bestand niet koppelen. Dit kan een aantal oorzaken hebben: De bestanden zijn wellicht automatisch gekoppeld tijdens het downloaden van de updates. Controleer of de opgegeven locatie voor de ZIP- of DMG-updatebestanden toegankelijk is. Selecteer de updates opnieuw zodra deze beschikbaar zijn. Zorg dat de bestanden geldige ZIP- of DMG-bestanden zijn. Zorg ervoor dat er voldoende schijfruimte beschikbaar is dat aan de mappen de juiste rechten zijn toegekend. Ongeldig DMG/ZIP-bestand. Er kan sprake zijn van een systeemfout, onjuiste rechten, onvoldoende schijfruimte of een andere fout. Dit kan een aantal oorzaken hebben: De vereiste bestanden zijn niet gevonden. De updatebestanden bevatten niet de juiste inhoud (bijvoorbeeld doordat de bestanden beschadigd zijn). Controleer of u de juiste updatebestanden hebt gedownload en voer de stappen opnieuw uit. Start zo nodig Application Manager opnieuw op. Download de bestanden opnieuw als dit niet werkt. Fout met uitpakken van ZIP-bestand. De updateserver reageert niet. De server is mogelijk tijdelijk offline, of de instellingen voor internet of de firewall zijn wellicht onjuist. Probeer het later opnieuw. Kan de gebruiker niet verifiëren. Controleer gebruikersnaam en wachtwoord en probeer het opnieuw. Er is een fout opgetreden bij het verwerken van de ZIP- of DMG-bestanden. De ZIP-bestanden kunnen vanwege Zorg ervoor dat de ZIP-bestanden correct een systeemfout, probleem met kunnen worden uitgepakt in de tijdelijke rechten of een andere fout niet map. worden uitgepakt in de tijdelijke map. Er was geen netwerkverbinding beschikbaar voor AAMEE tijdens het controleren op updates of het downloaden van updates. Zorg voor een netwerkverbinding of klik op Doorgaan en voeg de updates toe vanaf een locatie waar u de updates handmatig hebt opgeslagen. U gebruikt een proxyserver om Geef de juiste aanmeldingsgegevens voor verbinding te maken met het netwerk verificatie bij de proxyserver op. en de gegevens voor verificatie bij de proxyserver zijn onjuist.

63 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Het bestand AAMEEPreferences.xml 54 Er is onvoldoende ruimte op de vaste schijf om deze update te downloaden. Maak schijfruimte vrij en probeer het opnieuw. Er is een fout opgetreden bij het downloaden van deze update. U kunt de update mogelijk verpakken door deze handmatig te downloaden van Er is een fout opgetreden bij het downloaden van deze update. Controleer de schrijfmachtigingen en probeer het opnieuw. De beschikbare schijfruimte is minder dan de ruimte die nodig is om de updates te downloaden. Er is een fout opgetreden bij het downloaden van de update. Er zijn geen schrijfmachtigingen ingesteld voor de map waarnaar de updates worden gedownload. Zorg dat er voldoende ruimte beschikbaar is om de updates te downloaden. De updates worden gedownload naar de volgende locaties: Mac OS: ~/Library/Application Support/Adobe/AAMUpdater/1.0/Install Windows XP: %HOMEPATH%\Local Settings\Application Data\Adobe\AAMUpdater\1.0\Install Windows Vista en Windows 7: %HOMEPATH%\AppData\Local\Adobe\AA MUpdater\1.0\Install Download de update opnieuw. Als dit niet werkt, moet u de update handmatig verpakken nadat u deze hebt gedownload van Zorg dat er juiste schrijfmachtigingen zijn ingesteld voor de map waarin de updates worden opgeslagen. Mac OS: ~/Library/Application Support/Adobe/AAMUpdater/1.0/Install Windows XP: %HOMEPATH%\Local Settings\Application Data\Adobe\AAMUpdater\1.0\Install Windows Vista en Windows 7: %HOMEPATH%\AppData\Local\Adobe\AA MUpdater\1.0\Install Workflow voor het wijzigen van bestaande pakketten Ongeldig bestand Het bestand is mogelijk geen geldig Geef het pad op naar een geldig pakketconfiguratiebestand (.aamee) pakketconfiguratiebestand (.aamee). Het geselecteerde pakket is Dit heeft een of meer van de beschadigd volgende oorzaken: Het pakket dat u wilt wijzigen, is beschadigd Controleer of het pakket niet is beschadigd en een geldig pakketconfiguratiebestand (.aamee) bevat. Onvoldoende schrijfrechten. Het pakket bevat geen geldig pakketconfiguratiebestand (.aamee) Er is geen schrijftoegang beschikbaar voor de locatie van het pakket Controleer of voor de map met het pakket de juiste schrijfmachtigingen zijn ingesteld

64 Adobe Application Manager 3.1 gebruiken voor distributie van Creative Suite 6 in ondernemingen Het bestand AAMEEPreferences.xml 55 Er is een fout opgetreden. Controleer het bestand opnieuw. Er zijn onherstelbare fouten aangetroffen in de build Onbekende fout Onbekende fout Controleer het logbestand van de build voor meer informatie over de fout Controleer het logbestand van de build voor meer informatie over de fout

65 2 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u distributiepakketten voor Ondersteunde suites kunt maken met Adobe Application Manager Enterprise Edition 2.1. In dit document wordt Creative Suite 5 afgekort met CS5, wordt Creative Suite 5.5 afgekort met CS5.5 en wordt het gereedschap Application Manager genoemd. OPMERKING: Zie Hoofdstuk 2, Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen voor informatie over het maken van distributiepakketten voor Adobe Creative Suite 6. In dit hoofdstuk wordt stapsgewijs uitgelegd hoe u de benodigde distributiepakketten voor een onderneming maakt. U maakt kennis met het hele distributieproces. Voor u daadwerkelijk aan de slag gaat met het hulpprogramma om pakketten te maken, moet u nauwkeurig plannen wat u wilt distribueren en hoe u dit wilt afleveren binnen de onderneming. In de rest van dit document worden het voorbereidings- en planningsproces meer gedetailleerd beschreven. Wanneer u het planningsproces hebt voltooid, gaat u terug naar dit hoofdstuk om uw eerste pakket te maken. Hulpprogramma s voor distributie Adobe Application Manager Enterprise Edition is een efficiënte, eenvoudig te gebruiken en betrouwbare toepassing waarmee een Adobe Creative Suite 5- of Adobe Creative Suite 5.5-productinstallatiemap kan worden verpakt als een msi- of pkg-bestand voor distributie op meerdere computers. De toepassing is beschikbaar voor Windows en Mac OS. Pakketten gemaakt met de Windows-versie, kunnen alleen worden gedistribueerd in Windows. De pakketten die zijn gemaakt met de Mac OS-versie, kunnen alleen worden gedistribueerd in Mac OS. Als u software op beide platforms wilt installeren, hebt u beide versies van Application Manager nodig. Download Adobe Application Manager Enterprise Edition vanaf Application Manager is getest op Windows Server 2003 en 2008 en op Apple Mac OS X Server. OPMERKING: u kunt Adobe Application Manager Enterprise Edition beter niet installeren op een computer waarop een Creative Suite 5- of Creative Suite 5.5-product is geïnstalleerd. Ondersteunde suites Adobe Application Manager Enterprise Edition ondersteunt de volgende suites: Adobe Creative Suite 5 Adobe Creative Suite 5.5 Adobe Technical Communication Suite 3.5 Adobe elearning Suite 2.5 Adobe Acrobat X Suite OPMERKING: Adobe Application Manager Enterprise Edition biedt beperkte ondersteuning voor Adobe elearning Suite 2.5 en Adobe Acrobat X Suite. De volgende beperkingen zijn van toepassing op het verpakken en distribueren van Adobe elearning Suite 2.5- en Adobe Acrobat X Suite-producten: 56

66 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Systeemvereisten voor Application Manager 57 (Alleen Windows) Als u Adobe elearning Suite 2.5 of Adobe Acrobat X Suite verpakt, kunt u Adobe Presenter opnemen in het pakket dat u maakt. In dat geval wordt de component ook vermeld in het venster Samenvatting. Adobe Presenter wordt echter niet gedistribueerd wanneer u het msi-pakket distribueert. Tijdens de distributie wordt geen foutbericht weergegeven. Omdat Adobe Presenter niet kan worden gedistribueerd, kunt u deze component beter niet opnemen wanneer u Adobe elearning Suite 2.5 of Adobe Acrobat X Suite verpakt. (Alleen Windows) Als u een pakket voor Adobe Acrobat X Suite distribueert dat Adobe Presenter bevat, moet op de clientcomputers Microsoft PowerPoint zijn geïnstalleerd. Dit probleem doet zich niet voor als u Adobe Presenter niet opneemt in het pakket. Omdat Adobe Presenter niet kan worden gedistribueerd, kunt u deze component beter niet opnemen wanneer u Adobe Acrobat X Suite verpakt. Zorg anders ervoor dat Microsoft PowerPoint is geïnstalleerd op de clientcomputers voordat u een pakket voor Adobe Acrobat X Suite met Adobe Presenter distribueert. Systeemvereisten voor Application Manager Het systeem waarop u Adobe Application Manager Enterprise Edition uitvoert, moet voldoen aan de volgende vereisten. Windows Mac OS Processorsnelheid 1 GHz of sneller Multicore Intel-processor Besturingssysteem Microsoft Windows XP met Service Pack 3 (32-bits) of Windows Vista Home Premium, Business, Ultimate of Enterprise met Service Pack 1 (Service Pack 2 aanbevolen) 32-bits of 64-bits of Windows 7 (64-bits) Mac OS X 10.5 tot 10.6.x Schijfruimte 175 MB beschikbare schijfruimte voor installatie 135 MB beschikbaar voor installatie RAM 512 MB 512 MB Beeldscherm Resolutie van 1024 x 768 (minimum) of 1280 x 800 (aanbevolen) met 16-bits videokaart. Randapparaten Dvd-rom-station als u productmedia gebruikt om producten te installeren Voorbereiding voor het maken van pakketten In dit document wordt uitgegaan van het volgende: U hebt de planning voltooid zoals beschreven in Hoofdstuk 6, Distributie plannen. Application Manager is geïnstalleerd op het beheersysteem. De standaardinstallatielocatie voor CS5.5 Application Manager is: In Windows 32-bits: In Windows 64-bits Mac OS: <systeemstation>:\program Files\Common Files\Adobe\OOBE\PDApp\Enterprise <systeemstation>:\program Files (x86)\common Files\Adobe\OOBE\PDApp\Enterprise /Library/Application Support/Adobe/OOBE/PDApp /Enterprise

67 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Aanvullende componenten die beschikbaar zijn met Application Manager 58 De productinstallatiemap voor de producten die u gaat verpakken, is gemaakt en is toegankelijk vanaf uw beheersysteem. De map is gekopieerd naar een lokale schijf of is gekoppeld vanaf een ander systeem en u weet het pad naar de map. Deze map moet alle bestanden bevatten die zijn gedownload vanaf de productinstallatiemedia (ESD of dvd) en moet precies één set met mediabestanden bevatten. Als u distributiepakketten maakt voor meerdere suiteproducten of losse producten, moet u voor elk product een aparte productinstallatiemap maken. Zie De invoermedia voorbereiden op pagina 101. Adobe Application Manager Enterprise Edition controleert automatisch op updates en downloadt de geselecteerde updates. Als u echter, om welke reden dan ook, zelf de updates wilt downloaden, moet u de vereiste updates downloaden vanaf de Adobe-website en de inhoud kopiëren naar een map. De gekopieerde bestanden moeten toegankelijk zijn vanaf uw beheersysteem. De gedownloade updates bevinden zich op de volgende locaties: Mac OS ~/Library/Application Support/Adobe/AAMUpdater/1.0/Install Windows XP %HOMEPATH%\Local Settings\Application Data\Adobe\AAMUpdater\1.0\Install Windows Vista en Windows 7 %HOMEPATH%\AppData\Local\Adobe\AAMUpdater\1.0\Install Aanvullende componenten die beschikbaar zijn met Application Manager Wanneer u Application Manager installeert, worden de volgende componenten ook beschikbaar: Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition, een opdrachtregelhulpprogramma waarmee u de serienummering kunt bijhouden en beheren voor Adobe Creative Suite -producten die u hebt gedistribueerd in uw onderneming Zie Hoofdstuk 9, Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition voor meer informatie over het gebruik van dit hulpprogramma. Adobe Update Server Setup Tool, een platformspecifiek opdrachtregelhulpprogramma waarmee u uw eigen updateserver kunt configureren voor automatische updates van Adobe Creative Suite -producten. Zie Hoofdstuk 10, Adobe Update Server Setup Tool voor meer informatie over het gebruik van dit hulpprogramma. Deze componenten zijn beschikbaar in de volgende mappen

68 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Aanvullende componenten die beschikbaar zijn met Application Manager 59 Adobe Update Server Setup Tool In Windows 32-bits: In Windows 64-bits Mac OS: <systeemstation>:\program Files\Common Files\Adobe\OOBE\PDApp\Enterprise\utilities\AUSST <systeemstation>:\program Files (x86)\common Files\Adobe\OOBE\PDApp\Enterprise\utilities\AUSST /Library/Application Support/Adobe/OOBE/PDApp /Enterprise/utilities/AUSST Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition In Windows 32-bits: In Windows 64-bits Mac OS: <systeemstation>:\program Files\Common Files\Adobe\OOBE\PDApp\Enterprise\utilities\APTEE <systeemstation>:\program Files (x86)\common Files\Adobe\OOBE\PDApp\Enterprise\utilities\APTEE /Library/Application Support/Adobe/OOBE/PDApp /Enterprise/utilities/APTEE Distributiepakketten Een distributiepakket biedt een automatische manier voor het aanroepen van een installatieprogramma om een installatie in een onderneming uit te voeren. De installatie is een stille, aangepaste installatie. Met elk installatiepakket kunt u een set met toepassingen installeren die deel uitmaken van één suiteproduct. Distributiepakketten worden altijd uitgevoerd op de doelsystemen. Met Adobe Application Manager Enterprise Edition kunt u pakketten maken. U kunt installatiepakketten maken voor de oorspronkelijke distributie van Creative Suite-producten. Na de oorspronkelijke distributie kunt u ervoor kiezen om updates voor eerder geïnstalleerde producten op te nemen in installatiepakketten met updates of u kunt het hulpprogramma gebruiken om pakketten met alleen updates te maken. Een van de eerste dingen die u doet wanneer u een installatiepakket maakt, is het instellen van Application Manager op de productinstallatiemap van het aangeschafte losse of suiteproduct dat u wilt verpakken. Application Manager scant deze map en stelt een lijst met toepassingen en componenten voor die kunnen worden geïnstalleerd en waaruit u kunt kiezen. Ook kunt u een aantal opties instellen die invloed hebben op het gedrag van het installatieprogramma en van de geïnstalleerde toepassingen als deze worden gestart op het systeem van de eindgebruiker. Al deze keuzes worden in het pakket vastgelegd. Als u een nieuw pakket opslaat, worden de volgende items gemaakt: Een map met de naam Build. In Windows bevat deze map het msi-bestand dat wordt gebruikt op een clientsysteem, een map met de naam Setup die de volledige distributiepakketten bevat en een map ProvisioningTool die de binaire bestanden voor de vereiste hulpprogramma s bevat. In Mac OS bevat deze map de bestanden installer.pkg en uninstaller.pkg die worden gebruikt voor de installatie op een clientsysteem.

69 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Aanvullende componenten die beschikbaar zijn met Application Manager 60 Een map met de naam Exceptions. In Windows bevat deze map alle uitzonderingspayloads. In Mac OS is deze map leeg, tenzij u een installatie op basis van SSH uitvoert. Uitzonderingspayloads zijn payloads die afzonderlijk moeten worden geïnstalleerd. Welke payloads aanwezig zijn in de map met uitzonderingen is afhankelijk van het platform en de media die u hebt geselecteerd. Hieronder vindt u de gecombineerde lijst voor alle ondersteunde suites: Adobe Help PDF Settings CS5 Adobe Flash Player 10 ActiveX Adobe Story Adobe Dreamweaver Widget Browser Adobe Flash Player 10 Plugin Adobe AIR Adobe Content Viewer Adobe Media Player (alleen voor CS5) Adobe Captivate Reviewer Adobe Captivate Quiz Results Analyzer Acrobat X Pro Zie Installatie- en verwijderingsprogramma s voor het SCCM-pakket maken op pagina 123 voor instructies voor het maken van afzonderlijke installatieprogramma s voor deze componenten. Workflowopties voor het maken en aanpassen van pakketten U kunt pakketten op de volgende manieren maken of aanpassen: Een nieuw pakket met producten en/of productupdates maken Gebruik deze workflow als u een of meer producten wilt verpakken voor distributie op clientcomputers. U kunt desgewenst ook productupdates opnemen in het pakket. Een nieuw pakket met alleen updates maken Gebruik deze workflow als u alleen productupdates wilt opnemen voor een of meer producten in het pakket. Doorgaans gebruikt u deze optie als de producten al zijn gedistribueerd op clientcomputers en u alleen de nieuwste updates wilt verpakken en distribueren. Een bestaand pakket aanpassen om de nieuwste productupdates op te nemen Gebruik deze workflow om een bestaand pakket uit te breiden met de nieuwste updates zonder een volledig nieuw pakket samen te stellen. Als u bijvoorbeeld een pakket gebruikt dat twee producten en de bijbehorende updates bevat, kunt u dit pakket aanpassen door de nieuwste beschikbare updates toe te voegen aan het pakket. De updates worden dan toegevoegd aan het bestaande msi- of pkg-bestand zonder dat u het volledige pakket opnieuw moet samenstellen. Zo kunt u uw pakketten eenvoudiger beheren. Als in dit geval bijvoorbeeld een update voor een van de producten beschikbaar is, kunt u de bestaande update in het pakket gewoon vervangen door de nieuwe update zonder dat u een nieuw pakket hoeft te maken en te beheren.

70 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Pakketconfiguratiebestand 61 De nieuwste updates voor de bestaande producten in het pakket worden toegevoegd en u kunt desgewenst ervoor kiezen om ook updates voor andere producten op te nemen. OPMERKING: Als u deze workflow selecteert, worden updates voor producten die al aanwezig zijn in het pakket altijd opgenomen. U kunt desgewenst ook andere productupdates opnemen. Als uw pakket bijvoorbeeld Dreamweaver en Photoshop bevat, worden de nieuwste updates voor deze producten altijd opgenomen in het pakket. Zo weet u altijd zeker dat de nieuwste updates voor de producten in het pakket zijn toegevoegd. In de lijst met updates worden de beschikbare updates voor alle ondersteunde producten weergegeven. U kunt ook updates voor andere producten selecteren. In dit geval kunt u bijvoorbeeld ervoor kiezen om ook de updates voor Adobe Illustrator en Captivate op te nemen. Deze workflows worden besproken in de sectie Distributiepakketten maken. Pakketconfiguratiebestand Als u een pakket maakt, wordt in Adobe Application Manager Enterprise Edition een pakketconfiguratiebestand met de naam <pakketnaam>.aamee gemaakt. Het bestand bevindt zich in de map die u hebt opgegeven voor het pakket. U hebt dit bestand nodig als u een bestaand pakket later wilt aanpassen om updates hieraan toe te voegen, zoals besproken in Een bestaand pakket wijzigen. Distributiepakketten maken In dit gedeelte gaat u stapsgewijs een pakket maken. Het gedeelte Logbestanden en foutberichten van Application Manager op pagina 86 bevat een lijst met foutberichten van Application Manager, uitleg over de foutberichten en informatie waarmee u de fouten kunt verhelpen. 1. Roep Adobe Application Manager Enterprise Edition aan. Start Application Manager op uw systeem. Klik in Windows op de snelkoppeling van de toepassing in het menu Start, bij Programma s > Adobe > Adobe Application Manager Enterprise Edition. Gebruik in Mac OS de alias bij /Applications/Adobe Application Manager Enterprise Edition. Hiermee wordt de licentieovereenkomst voor eindgebruikers (EULA) weergegeven. U moet deze overeenkomst accepteren om door te gaan.

71 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Pakketconfiguratiebestand Nadat u de licentieovereenkomst hebt geaccepteerd, wordt het welkomstscherm weergegeven. In de linkerbenedenhoek van de meeste vensters wordt een informatiepictogram weergegeven. U kunt tijdens het gebruik van het hulpprogramma op dit pictogram klikken om de onlinedocumentatie weer te geven. Ook worden kleinere informatiepictogrammen weergegeven naast bepaalde velden. Klik op deze pictogrammen als u meer informatie wilt over de betreffende velden. Wanneer u het pakkettype selecteert, wordt het scherm bijgewerkt zodat u de basisgegevens voor het betreffende pakkettype kunt invoeren. Zoals besproken in de vorige sectie, kunt u: een installatiepakket maken; een updatepakket maken; of een bestaand pakket bijwerken. U maakt in eerste instantie de installatiepakketten. Een installatiepakket kan ook updates voor eerder gedistribueerde producten bevatten. Later wilt u mogelijk pakketten met alleen updates maken of een bestaand pakket bijwerken. Zie Een pakket met alleen updates maken op pagina 74 en Een bestaand pakket wijzigen op pagina 81.

72 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Pakketconfiguratiebestand 63 Als er een nieuwere versie van AAMEE beschikbaar is dan de versie die u gebruikt, wordt er een dialoogvenster weergegeven wanneer u Adobe Application Manager Enterprise Edition start. In het dialoogvenster moet u aangeven of u de nieuwe versie wilt downloaden. Als u Ja kiest, gaat u naar de downloadpagina voor producten waar u de nieuwste versie kunt downloaden. Als u Nee kiest, blijft de huidige versie actief op uw computer.

73 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Pakketconfiguratiebestand Selecteer Installatiepakket maken in het welkomstscherm. 4. Voer de pakketgegevens in. Voor een installatiepakket: Voer de naam van het pakket in en de locatie waar u het nieuwe pakket wilt opslaan. U kunt op het bladerpictogram klikken om de bestemmingsmap te selecteren of het absolute pad naar de map opgeven. OPMERKING: Sla het pakket niet op in de rootmap. Als u dit wel doet, kunnen er problemen optreden tijdens het aanpassen van het pakket. Voer de locatie van de productinstallatiemap in. Dit is de locatie van de installatiebestanden die u hebt gekopieerd vanaf de distributie-dvd of -ESD (zie De invoermedia voorbereiden op pagina 101). U kunt op het bladerpictogram klikken om de productinstallatiemap te selecteren of het absolute pad naar de map opgeven. Selecteer in Windows ondersteuning voor 32-bits of 64-bits processoren. U moet afzonderlijke pakketten maken voor 32-bits en 64-bits installaties. Een 32-bits pakket kan niet worden uitgevoerd op een 64-bits computer. OPMERKING: De Windows-versies van Adobe Premiere Pro CS5/5.5 en Adobe After Effects CS5/5.5 vereisen een 64-bits editie van Microsoft Windows Vista of Windows 7. Dit geldt zowel voor zelfstandige toepassingsversies als voor de componenten van Adobe Creative Suite 5/5.5 Production Premium en Adobe Creative Suite 5/5.5 Master Collection. CS5/5.5 Production Premium en CS5/5.5 Master Collection bevatten een ondersteuningspakket met de 32-bits versies van Adobe Premiere Pro CS4 en After Effects CS4 zodat u zelf kunt bepalen wanneer u wilt overstappen op een 64-bits besturingssysteem. U kunt deze toepassingen verpakken voor distributie met de Creative Suite 4 Deployment Toolkit:

74 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Pakketconfiguratiebestand 65 OPMERKING: De opties die u opgeeft in het welkomstscherm en het scherm Pakket configureren, worden opgeslagen in een xml-bestand met de naam AAMEEPreferences.xml. De volgende keer dat u een nieuw pakket maakt op dezelfde computer, zijn de opties die u hebt geselecteerd bij het maken van het vorige pakket al ingevuld in de overeenkomende velden. Zie Het bestand AAMEEPreferences.xml voor meer informatie over dit bestand. 5. Klik op Volgende. Het hulpprogramma haalt de informatie op uit de installer. Dit kan enige tijd duren. Als deze bewerking is voltooid, wordt het serienummerscherm weergegeven: 6. Voer het serienummer en de taal in. Voer het serienummer in of kies Doorgaan zonder serienummer op te geven als u een installatiepakket voor een proefversie wilt maken. Zie Serienummer op pagina 110 voor meer informatie over het serienummer dat u moet gebruiken. Een serienummer kan na distributie worden gewijzigd met de Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition. Zie Serienummering in gedistribueerde producten beheren op pagina 111. Als u een serienummer invoert, controleert Application Manager de geldigheid ervan. Als u een geldig serienummer hebt opgegeven, verschijnt rechts van het veld met het serienummer een groen vinkje, evenals de taal waarvoor het serienummer geldig is. Als het serienummer niet geldig is, kunt u het serienummer opnieuw invoeren. U kunt niet doorgaan met het maken van het pakket tot u een geldig serienummer hebt opgegeven of Doorgaan zonder serienummer op te geven hebt geselecteerd.

75 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Pakketconfiguratiebestand Klik op Volgende om naar het scherm met installatieopties te gaan. Dit scherm bevat de losse producten en componenten die kunnen worden geïnstalleerd als onderdeel van het product in de productinstallatiemap. Tijdens het planningsproces moet u bepalen welke producten en componenten u wilt opnemen in elk distributiepakket. Zie Productcomponenten op pagina Selecteer de producten of componenten die u wilt opnemen. Standaard zijn alle producten geselecteerd. Schakel de producten of componenten uit die u niet wilt opnemen. Als u ervoor hebt gekozen om geen serienummer op te geven, wordt van alle producten de proefversie geïnstalleerd. Als u pakketten maakt voor meerdere producten, ziet u dat deze lijst verschilt afhankelijk van het product dat u verpakt. Als u bijvoorbeeld Adobe InDesign CS5.5 verpakt, kunt u alleen de hoofdtoepassing InDesign selecteren. Als u Adobe CS5.5 Master Collection verpakt, wordt elke toepassing in die suite weergegeven in de keuzelijst. Als aan de linkerkant meerdere producten worden weergegeven, selecteert u een product om het optionele productonderdeel weer te geven aan de rechterkant waar u kunt selecteren welke componenten moeten worden opgenomen. Bij Totale installatie onder aan het scherm wordt aangegeven hoeveel vrije schijfruimte vereist is op het doelsysteem om de geselecteerde componenten te installeren. Deze hoeveelheid wordt gewijzigd naarmate u items selecteert en uitschakelt.

76 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Pakketconfiguratiebestand Klik op Volgende om naar het scherm met configuratieopties te gaan. 10. Selecteer de configuratieopties. Voer in dit scherm de volgende waarden in: STARTOPTIES VOOR PRODUCT: stel deze opties in op de gewenste waarden. Zie Configuratie: startopties voor product op pagina 111. AIR-COMPONENTEN UITSCHAKELEN IN PAKKET: Deze optie is alleen beschikbaar voor Mac OS-installaties. Selecteer deze optie als u geen op AIR gebaseerde pakketten zoals Adobe Community Help en Adobe Media Player wilt installeren. Dit is vereist voor bepaalde situaties, bijvoorbeeld als u een installatie op basis van SSH uitvoert of als u wilt voorkomen dat proxyreferenties handmatig worden ingevoerd. Als u deze optie selecteert, moet u de op AIR gebaseerde pakketten afzonderlijk installeren, zoals beschreven in Pakketten installeren in Mac OS. Opmerking: als u de optie AIR-componenten uitschakelen in pakket niet selecteert, maar het pakket later distribueert via SSH, reageert de computer wellicht niet meer omdat het op AIR gebaseerde installatieprogramma mogelijk probeert een update uit te voeren en daardoor vastloopt. Opmerking: zorg dat AIR-componenten uitschakelen in pakket is geselecteerd als u uw pakket wilt distribueren met Absolute Manage, anders kunt u het pakket niet correct distribueren. CONFLICTAFHANDELING: geef aan of de installatie moet worden afgebroken als er conflicterende processen worden uitgevoerd of dat er moet worden doorgegaan met de installatie.

77 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Pakketconfiguratiebestand 68 Zorg ervoor dat de eindgebruiker de instructie krijgt dat alle Adobe-toepassingen en -processen, browsers en toepassingen zoals Microsoft Office moeten worden afgesloten op de doelmachine om te voorkomen dat er problemen met conflicterende processen optreden. INSTALLATIELOCATIE: U kunt de standaardlocatie accepteren of instellen dat de gebruiker de locatie moet opgeven tijdens de installatie. Als u een ander pad wilt opgeven, selecteert u Distribueren naar: en voert u het betreffende pad in. Dit moet een absoluut pad zijn. U kunt bepaalde omgevingsvariabelen gebruiken, maar u kunt niet ~ gebruiken om de basismap aan te geven. Zie Configuratie: opties voor installatielocatie op pagina 112. OPTIES VOOR ADOBE UPDATER: U kunt bepalen hoe updates voor gedistribueerde toepassingen moeten worden verwerkt. U kunt ervoor kiezen om de automatische controle op updates toe te staan of te onderdrukken, of u kunt dit proces omleiden naar uw eigen server. Zie Configuratie: opties voor updater op pagina 113. OPMERKING. De opties die u opgeeft in dit scherm, worden opgeslagen in een xml-bestand met de naam AAMEEPreferences.xml. De volgende keer dat u een nieuw pakket maakt op dezelfde computer, zijn de opties die u hebt geselecteerd bij het maken van het vorige pakket al ingevuld in de overeenkomende velden. Zie Het bestand AAMEEPreferences.xml voor meer informatie over dit bestand. 11. Voeg updates toe Als u op Volgende klikt, hebt u de mogelijkheid om updates toe te voegen aan het pakket. In dit scherm worden de updates weergegeven die u wilt toevoegen aan uw pakket. AAMEE controleert automatisch op updates en geeft de beschikbare updates weer voor de producten en gedeelde componenten die onderdeel zijn van de media.

78 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Pakketconfiguratiebestand Vouw de productgroep uit om de producten/gedeelde componenten weer te geven waarvoor updates beschikbaar zijn. De updates worden weergegeven voor producten die onderdeel zijn van de media die u hebt geselecteerd. OPMERKING: een pijl omlaag naast een update geeft aan dat de update al is gedownload. OPMERKING: Er worden niet alleen updates weergegeven voor producten die op het scherm met productopties zijn geselecteerd, maar voor alle producten/gedeelde componenten die zich op de geselecteerde media bevinden. Als u bijvoorbeeld Photoshop hebt geselecteerd op de media van Master Collection, worden updates weergegeven voor alle producten van Master Collection en niet alleen voor Photoshop.

79 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Pakketconfiguratiebestand U kunt de lijst met updates filteren op de productnaam door de eerste letters van het product te typen in het veld Zoeken op product naast het selectievakje Alle updates. Als u bijvoorbeeld dream in het veld typt, worden alleen de producten weergegeven waarvan de naam de tekenreeks dream (niet hoofdlettergevoelig) bevat.

80 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Pakketconfiguratiebestand U kunt ook filteren op meerdere producten door een lijst op te geven met door komma s gescheiden waarden. Zo kunt u zoeken naar producten waarvan de naam de tekenreeksen dream en in bevat door in het veld dream,in op te geven, zoals aangegeven in de volgende schermopname. (U kunt ook een spatie na de komma gebruiken, bijvoorbeeld dream, in.) 15. Selecteer de updates die u wilt opnemen. Schakel het selectievakje Alle updates in om alle weergegeven updates op te nemen. OPMERKING: Als u updates installeert voor Adobe After Effects, Adobe Encore of Adobe Premiere Pro, verschillen de namen van de productupdates voor de dvd- en ESD-media. Zie de volgende sectie Verschil in namen van productupdates voor dvd en ESD (elektronische softwaredistributie) in een gecombineerd pakket voor meer informatie. 16. Als u al een of meer updates afzonderlijk hebt gedownload, kunt u deze aan het pakket toevoegen door op de knop Update toevoegen te klikken en de updates te selecteren. OPMERKING: AAMEE controleert of de updatepakketten die u hebt gedownload, de nieuwste updates bevatten. Oudere versies van updates kunnen niet aan het pakket worden toegevoegd. 17. Klik op Samenstellen om het nieuwe pakket te maken. De geselecteerde updates worden eerst gedownload van de updateserver van Adobe en vervolgens wordt het verpakkingsproces gestart. In Windows wordt met dit proces een pakket met msi-indeling gemaakt, in Mac OS een pakket met pkg-indeling. OPMERKING: wanneer de updates voor de eerste keer worden gedownload, kan dit veel tijd in beslag nemen, afhankelijk van de grootte van de updates en de beschikbare bandbreedte.

81 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Pakketconfiguratiebestand 72 De geschatte vordering van dit proces wordt weergegeven op de pagina Voortgang van het downloaden en Voortgang van build.

82 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Pakketconfiguratiebestand Nadat het proces is voltooid, wordt het samenvattingsscherm weergegeven. In dit scherm wordt aangegeven welke producten of componenten zijn opgenomen in de build en welk serienummer is gebruikt voor het suiteproduct of de losse producten. Klik onder aan het scherm op de koppeling voor het logbestand van de build om een gedetailleerd voortgangsrapport, inclusief eventuele fouten, weer te geven. Klik op Nieuw pakket om terug te gaan naar het welkomstscherm als u nog een pakket wilt maken of een bestaand pakket wilt bijwerken. Klik op Sluiten om AAMEE af te sluiten. Verschil in namen van productupdates voor dvd en ESD (elektronische softwaredistributie) in een gecombineerd pakket Wanneer u een gecombineerd pakket maakt (dat een installatie- en updatepakket bevat), worden voor de volgende producten verschillende namen gebruikt voor de updates, afhankelijk van of u dvdof ESD-media (inclusief media die is gedownload van de website van Adobe) gebruikt:

83 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Een pakket met alleen updates maken 74 In de volgende tabel wordt het verschil aangegeven: Suite Creative Suite 5.0 Creative Suite 5.5 Weergegeven naam in het scherm Updates voor dvd-media Adobe After Effects CS5 Adobe Encore CS5 Adobe Premiere Pro CS5 Adobe Encore CS5 Adobe Premiere Pro CS5 Weergegeven naam in het scherm Updates voor ESD-media Adobe After Effects CS5 - Proefversie Adobe Encore CS5 - Proefversie Adobe Premiere Pro CS5 - Proefversie Adobe Encore CS5 - Proefversie Adobe Premiere Pro CS5 - Proefversie Een pakket met alleen updates maken Het proces voor het maken van een updatepakket lijkt heel erg op dat voor het maken van het oorspronkelijke installatiepakket. 1. Selecteer Updatepakket maken in het welkomstscherm. Het scherm Updatepakket wordt weergegeven. 2. Voer de pakketgegevens in: Voer een beschrijvende naam voor het updatepakket in.

84 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Een pakket met alleen updates maken 75 Voer de locatie in waar u het nieuwe updatepakket wilt opslaan. U kunt op het bladerpictogram klikken om de bestemmingsmap te selecteren of het absolute pad naar de map opgeven. OPMERKINGDe opties die u opgeeft in dit scherm, worden opgeslagen in een xml-bestand met de naam AAMEEPreferences.xml. De volgende keer dat u een nieuw pakket maakt op dezelfde computer, zijn de opties die u hebt geselecteerd bij het maken van het vorige pakket al ingevuld in de overeenkomende velden. Zie Het bestand AAMEEPreferences.xml voor meer informatie over dit bestand. 3. Klik op Volgende om naar het scherm Updates te gaan. In dit scherm worden de updates weergegeven die u wilt toevoegen aan uw pakket. AAMEE controleert automatisch op updates en geeft de beschikbare updates weer voor de producten en gedeelde componenten die onderdeel zijn van de media.

85 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Een pakket met alleen updates maken Vouw de productgroep uit om de producten/gedeelde componenten weer te geven waarvoor updates beschikbaar zijn. De updates worden weergegeven voor producten die onderdeel zijn van de media die u hebt geselecteerd. OPMERKING: een pijl omlaag naast een update geeft aan dat de update al is gedownload.

86 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Een pakket met alleen updates maken U kunt de lijst met updates filteren op de productnaam door de eerste letters van het product te typen in het veld Zoeken op product naast het selectievakje Alle updates. Als u bijvoorbeeld dream in het veld typt, worden alleen de producten weergegeven waarvan de naam de tekenreeks dream (niet hoofdlettergevoelig) bevat.

87 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Een pakket met alleen updates maken U kunt ook filteren op meerdere producten door een lijst op te geven met door komma s gescheiden waarden. Zo kunt u zoeken naar producten waarvan de naam de tekenreeksen dream en in bevat door in het veld dream,in op te geven, zoals aangegeven in de volgende schermopname. (U kunt ook een spatie na de komma gebruiken, bijvoorbeeld dream, in.) 7. Selecteer de updates die u wilt opnemen. Schakel het selectievakje Alle updates in om alle weergegeven updates op te nemen. OPMERKING: Als u updates installeert voor Adobe After Effects, Adobe Encore of Adobe Premiere Pro, worden voor elk product twee updatenamen weergegeven. Selecteer de juiste productnaam zoals uitgelegd in de volgende sectie Namen van productupdates voor dvd en ESD (elektronische softwaredistributie) in een pakket met alleen updates. 8. Als u al een of meer updates afzonderlijk hebt gedownload, kunt u deze aan het pakket toevoegen door op de knop Update toevoegen te klikken en de updates te selecteren. OPMERKING: AAMEE controleert of de updatepakketten die u hebt gedownload, de nieuwste updates bevatten. Oudere versies van updates kunnen niet aan het pakket worden toegevoegd. 9. Klik op Samenstellen om het nieuwe pakket te maken.

88 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Een pakket met alleen updates maken Nadat het proces is voltooid, wordt het samenvattingsscherm weergegeven. De pagina bevat een samenvatting van de updates die u hebt opgenomen in de build. U kunt onder aan de pagina op de koppeling voor het logbestand van de build klikken om een gedetailleerd voortgangsrapport weer te geven, inclusief eventuele fouten. Klik op Nieuw pakket om terug te gaan naar het welkomstscherm als u nog een pakket wilt maken of een bestaand pakket wilt bijwerken. Klik op Sluiten om AAMEE af te sluiten. Namen van productupdates voor dvd en ESD (elektronische softwaredistributie) in een pakket met alleen updates Wanneer u een pakket met alleen updates maakt, worden voor de volgende producten twee updatenamen weergegeven in het scherm Updates: Adobe After Effects Adobe Encore Adobe Premiere Pro

89 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Een pakket met alleen updates maken 80 In de volgende tabel wordt dit aangegeven: Suite Creative Suite 5.0 Productnaam Adobe After Effects Weergegeven namen in het scherm Updates Adobe After Effects CS5 Adobe After Effects CS5 - Proefversie Adobe Encore Adobe Encore CS5 Adobe Encore CS5 - Proefversie Creative Suite 5.5 Adobe Premiere Pro Adobe Encore Adobe Premiere Pro CS5 Adobe Premiere Pro CS5 - Proefversie Adobe Encore CS5.5 Adobe Encore CS5.5 - Proefversie Adobe Premiere Pro Adobe Premiere Pro CS5.5 Adobe Premiere Pro CS5.5 - Proefversie In de volgende schermopname wordt dit aangegeven:

90 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Een bestaand pakket wijzigen 81 Selecteer een van de twee namen, afhankelijk van of u het hoofdpakket hebt geïnstalleerd met dvd- of ESD-media (inclusief media die is gedownload van de website van Adobe). Als u het hoofdpakket hebt geïnstalleerd vanaf dvd-media, moet u de naam zonder de toevoeging Proefversie gebruiken. Als u het hoofdpakket hebt geïnstalleerd via ESD (elektronische softwaredistributie), moet u de naam met de toevoeging Proefversie gebruiken. Als u Adobe After Effects bijvoorbeeld hebt geïnstalleerd nadat u deze toepassing hebt gedownload van de website van Adobe (wat een vorm elektronische softwaredistributie is), moet u de update met de naam Adobe After Effects - Proefversie selecteren. Een bestaand pakket wijzigen Gebruik deze workflow om updates toe te voegen aan een bestaand pakket zonder het volledige pakket opnieuw samen te stellen. 1. Selecteer Bestaand pakket wijzigen in het welkomstscherm. Het scherm Pakket wijzigen wordt weergegeven. 2. U wordt gevraagd om de naam op te geven van het pakketconfiguratiebestand dat is gemaakt toen het pakket voor de eerste keer werd samengesteld. Het bestand heeft de naam <pakketnaam>.aamee en bevindt zich in de map van het pakket. Blader naar het pakketconfiguratiebestand dat u wilt wijzigen en klik op Volgende.

91 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Een bestaand pakket wijzigen Het scherm Updates wordt weergegeven. Hierin kunt u de updates selecteren die u wilt toevoegen aan het pakket. BELANGRIJK: De updates die al onderdeel zijn van het pakket, zijn standaard geselecteerd (en worden grijs weergegeven) in het scherm en kunnen niet worden uitgeschakeld. Als voor een dergelijke update een hogere versie beschikbaar is, wordt de update automatisch gedownload en toegevoegd aan het pakket. U kunt ook ervoor kiezen om andere updates toe te voegen die momenteel geen deel uitmaken van het pakket.

92 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Een bestaand pakket wijzigen U kunt de lijst met updates filteren op de productnaam door de eerste letters van het product te typen in het veld Zoeken op product naast het selectievakje Alle updates. Als u bijvoorbeeld dream in het veld typt, worden alleen de producten weergegeven waarvan de naam de tekenreeks dream (niet hoofdlettergevoelig) bevat.

93 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Een bestaand pakket wijzigen U kunt ook filteren op meerdere producten door een lijst op te geven met door komma s gescheiden waarden. Zo kunt u zoeken naar producten waarvan de naam de tekenreeksen dream en in bevat door in het veld dream,in op te geven, zoals aangegeven in de volgende schermopname. (U kunt ook een spatie na de komma gebruiken, bijvoorbeeld dream, in.) 6. Selecteer de updates die u wilt opnemen. Schakel het selectievakje Alle updates in om alle weergegeven updates op te nemen. OPMERKING: Als u updates installeert voor Adobe After Effects, Adobe Encore of Adobe Premiere Pro, worden voor elk product twee updatenamen weergegeven. Selecteer de juiste productnaam zoals beschreven in de sectie, Namen van productupdates voor dvd en ESD (elektronische softwaredistributie) in een pakket met alleen updates. 7. Als u al een of meer updates afzonderlijk hebt gedownload, kunt u deze toevoegen aan het pakket door op de knop Updates toevoegen te klikken en de updates te selecteren. OPMERKING: AAMEE controleert of de gedownloade updatepakketten de nieuwste updates bevatten. Oudere versies van updates kunnen niet worden toegevoegd aan het pakket. 8. Klik op Samenstellen om het bestaande pakket bij te werken met de geselecteerde updates. 9. Nadat het proces is voltooid, wordt het samenvattingsscherm weergegeven.

94 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Het bestand AAMEEPreferences.xml 85 De pagina bevat een samenvatting van de updates die u hebt toegevoegd aan/gewijzigd in de build. U kunt onder aan de pagina op de koppeling voor het logbestand van de build klikken om een gedetailleerd voortgangsrapport weer te geven, inclusief eventuele fouten. 10. Klik op Nieuw pakket om terug te gaan naar het welkomstscherm als u nog een pakket wilt maken of een bestaand pakket wilt bijwerken. Klik op Sluiten om AAMEE af te sluiten. Het bestand AAMEEPreferences.xml De opties die u opgeeft in het welkomstscherm en het scherm Pakket configureren, worden opgeslagen in een xml-bestand met de naam AAMEEPreferences.xml. De volgende keer dat u een nieuw pakket maakt op dezelfde computer, zijn de opties die u hebt geselecteerd bij het maken van het vorige pakket al ingevuld in de overeenkomende velden. Als u dit bestand verwijdert, wordt een nieuw bestand gemaakt wanneer u Adobe Application Manager Enterprise Edition opnieuw start. Dit nieuwe bestand bevat de standaardvoorkeuren. Het bestand AAMEEPreferences.xml wordt opgeslagen op de volgende locatie: Mac OS ~/Library/Application Support/Adobe/Enterprise Windows XP %HOMEPATH%\Local Settings\Application Data\Adobe\Enterprise Windows Vista en Windows 7 %HOMEPATH%\AppData\Local\Adobe\Enterprise

95 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Het bestand AAMEEPreferences.xml 86 Pakketten in de map Exceptions installeren Wanneer u een pakket maakt voor distributie in ondernemingen met Adobe Update Manager Enterprise Edition (AAMEE), worden er twee mappen gemaakt: De map met de build bevat het msi- (Windows) of het pkg-bestand (Mac OS) voor distributie met Microsoft SCCM of Apple ARD. De map Exceptions bevat de payloads die afzonderlijk moeten worden geïnstalleerd. De inhoud van de map voor de build is afhankelijk van of u installeert voor Mac OS of Windows, of u Acrobat hebt opgenomen als onderdeel van het pakket en of u hebt ingesteld dat AIR-componenten moeten worden uitgeschakeld (voor Mac OS). Zie het hoofdstuk Producten in de map Exceptions installeren voor informatie over het installeren van producten in de map Exceptions. Zie het hoofdstuk Adobe Acrobat distribueren voor informatie over het distribueren van Acrobat voor Windows. BELANGRIJK: lees de informatie in deze hoofdstukken door voor u de pakketten distribueert op de doelcomputers. Logbestanden en foutberichten van Application Manager Wanneer u Adobe Application Manager Enterprise Edition installeert of uitvoert, maakt de toepassing nieuwe logbestanden of schrijft naar bestaande logbestanden op het beheersysteem. Deze bestanden bevinden zich op de locatie voor tijdelijke bestanden van het platform: In Windows bevinden de logbestanden zich op de locatie %temp%. In Mac OS bevinden de logbestanden zich in de map ~/Library/Logs/. PDApp.log AdobePB<tijdstempel>.log Tijdens het installeren van het hulpprogramma en het configureren van een pakket, schrijft het hulpprogramma informatie naar dit bestand. Raadpleeg dit bestand als er problemen optreden tijdens de installatie van het hulpprogramma of tijdens het maken van een pakket. Nadat u de pakketconfiguratie hebt voltooid, kunt u de buildengine starten waarmee het distributiepakket wordt gemaakt. De buildengine schrijft de informatie over de voortgang, waarschuwingen en fouten met de build naar dit bestand. Als de build mislukt, raadpleegt u dit bestand om de oorzaak te achterhalen. Foutberichten Foutbericht Oorzaak Oplossing Scherm Welkom De padnaam is niet geldig. Geef een geldige padnaam op. U hebt in de naam van het pakket tekens gebruikt die niet worden ondersteund voor mapnamen in Windows of Mac OS. Geef een nieuwe naam op die voldoet aan de platformvereisten voor mapnamen.

96 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Het bestand AAMEEPreferences.xml 87 Foutbericht Oorzaak Oplossing Er is al een map met de naam <mapnaam>. Geef een unieke mapnaam op. De pakketnaam en het pad overschrijden de maximumlengte met <x> tekens. Geef een korter pad en/of kortere pakketnaam op. U hebt onvoldoende rechten om te schrijven naar dit pad. Kan geen geldig installatieprogramma vinden. Het installatieprogramma kan niet correct worden geparseerd. U kunt geen pakket maken met een component zonder serienummer. Geef in de installatiemap voor het product een product met serienummer op. U hebt de optie voor 32-bits pakketten geselecteerd. Plaats een 32-bits medium of selecteer de optie voor 64-bits pakketten. Scherm Serienummer Dit serienummer is niet geldig voor dit product. Scherm Configureren Distributielocatie is vereist. Ongeldig bestand De opslaglocatie van het pakket bevat al een map met de opgegeven naam. Het doelpad voor het maken van pakketten overschrijdt de maximumpadlengte die is ingesteld door Microsoft Windows. De gebruiker heeft geen schrijftoegang tot de opslaglocatie. Application Manager heeft geen bestanden en uitvoerbare bestanden voor een productinstallatiemap gevonden in het pad dat u hebt ingevoerd bij Map met productinstallatie zoeken. Er is iets fout gegaan met de productinstallatiemap. Er zijn media zonder serienummer opgegeven. U hebt een 32-bits pakket geselecteerd, maar de productinstallatiemap bevat 64-bits installatiemedia. U hebt het serienummer verkeerd ingevoerd, u gebruikt het verkeerde serienummer of de landinstelling voor het serienummer komt niet overeen met de installatiemedia. U hebt de optie Distribueren naar geselecteerd en op Volgende geklikt zonder een locatie in te voeren. U hebt de optie AAM Updater omleiden naar interne server geselecteerd, maar een ongeldig xml-bestand voor omleiden opgegeven. Geef een pad op naar een map die nog niet bestaat. Gebruik een korter pad. Stel schrijftoegang in of schrijf naar een locatie waartoe u wel toegang hebt. Controleer of de opgegeven locatie verwijst naar de productinstallatiemap die u op het beheersysteem of in de stagingmap hebt geplaatst. Controleer of de opgegeven locatie voor de productinstallatiemap correct, leesbaar en volledig is en onbeschadigde productinstallatiebestanden bevat. Zorg ervoor dat de productinstallatiemap producten met serienummers bevat. Zorg dat de map 32-bits media bevat of selecteer de optie voor 64-bits pakketten. Controleer of u het serienummer correct hebt ingevoerd, of de landinstelling beschikbaar is voor het product dat u installeert en of u het nummer hebt verkregen via een volumelicentieprogramma. Als u de optie Distribueren naar selecteert, moet u een locatie opgeven. Geef een correct xml-bestand voor omleiden op.

97 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Het bestand AAMEEPreferences.xml 88 Foutbericht Oorzaak Oplossing Scherm Samenvatting Er zijn onherstelbare fouten aangetroffen in uw build. Deze patch is niet verpakt omdat er al een hogere versie is opgenomen in dit pakket. Scherm Updates DMG-/ZIP-bestanden niet beschikbaar. Geen geldige DMG-/ZIP-bestanden gevonden. De build is mislukt. Raadpleeg het logbestand voor de build om de oorzaak te achterhalen. U hebt de verkeerde versie of meerdere versies van een update geselecteerd. Het opgegeven pad voor de zip- of dmg-bestanden is niet toegankelijk. De updatebestanden die u hebt geselecteerd, zijn geen echte zipof dmg-bestanden (hoewel ze wel zo genoemd kunnen zijn). Koppelen van DMG-bestand is mislukt. Application Manager kan het dmg-bestand niet koppelen. Dit kan de volgende oorzaken hebben: De bestanden kunnen automatisch gekoppeld zijn toen de updates werden gedownload. Voer de benodigde handeling uit en probeer het opnieuw. Als de fout bijvoorbeeld wordt veroorzaakt door onvoldoende schijfruimte, moet u meer schijfruimte vrijmaken. Selecteer de hoogste updateversie die beschikbaar is. Controleer of de opgegeven locatie voor de zip- of dmg-updatebestanden toegankelijk is. Selecteer de updates nogmaals nadat ze beschikbaar zijn geworden. Zorg ervoor dat de bestanden geldige zip- of dmg-bestanden zijn. Zorg ervoor dat er voldoende schijfruimte beschikbaar is en dat de mappen beschikken over de benodigde machtigingen. Ongeldige DMG-/ZIP-bestanden. Dit kan het gevolg zijn van een systeemfout, onjuiste machtiging, onvoldoende schijfruimte of een andere fout. Dit kan de volgende oorzaken hebben: De vereiste bestanden zijn niet gevonden. De updatebestanden bevatten niet de juiste inhoud (de bestanden kunnen bijvoorbeeld beschadigd zijn). Controleer of de juiste updatebestanden zijn gedownload en voer de stappen opnieuw uit. Start zo nodig Application Manager opnieuw. Als dit niet werkt, downloadt u de bestanden opnieuw. Er is een fout opgetreden bij het verwerken van de zip- of dmg-bestanden.

98 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Het bestand AAMEEPreferences.xml 89 Foutbericht Oorzaak Oplossing Fout met uitpakken van ZIP-bestanden. De updateserver reageert niet. De server is mogelijk tijdelijk offline, of de instellingen voor internet of de firewall zijn wellicht onjuist. Probeer het later opnieuw. Kan de gebruiker niet verifiëren. Controleer gebruikersnaam en wachtwoord en probeer het opnieuw Er is onvoldoende ruimte op de vaste schijf om deze update te downloaden. Maak schijfruimte vrij en probeer het opnieuw. Er is een fout opgetreden tijdens het downloaden van deze update. U kunt de update mogelijk verpakken door deze handmatig te downloaden van De zip-bestanden kunnen niet worden uitgepakt in de tijdelijke map vanwege een systeemfout, machtigingsprobleem of andere fout. Er was geen netwerkverbinding beschikbaar voor AAMEE tijdens het controleren op updates of het downloaden van updates. U gebruikt een proxyserver om verbinding te maken met het netwerk en de opgegeven referenties voor verificatie van de proxyserver zijn onjuist. Er is minder schijfruimte beschikbaar dan de ruimte die vereist is voor het downloaden van de updates. Er is een fout opgetreden tijdens het downloaden van de update. Zorg ervoor dat de zip-bestanden correct kunnen worden uitgepakt in de tijdelijke map. Controleer of er een netwerk beschikbaar is of klik op Doorgaan en voeg de updates toe vanaf de locatie waarnaar u de updates handmatig hebt gedownload. Geef de juiste aanmeldingsreferenties voor verificatie van de proxyserver op. Zorg dat er voldoende schijfruimte beschikbaar is om de updates te downloaden. De updates worden gedownload naar de volgende locaties: Mac OS: ~/Library/Application Support/Adobe/AAMUpdater/1.0/Install Windows XP: %HOMEPATH%\Local Settings\Application Data\Adobe\AAMUpdater\1.0\Install Windows Vista en Windows 7: %HOMEPATH%\AppData\Local\Adobe\A AMUpdater\1.0\Install Probeer de update opnieuw te downloaden. Als dit niet werkt, moet u de update handmatig verpakken nadat u deze hebt gedownload van

99 Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen Het bestand AAMEEPreferences.xml 90 Foutbericht Oorzaak Oplossing Er is een fout opgetreden tijdens het downloaden van deze update. Controleer de schrijfmachtigingen en probeer het opnieuw. De map waarnaar de updates worden gedownload, heeft geen schrijfrechten. Workflow voor het wijzigen van bestaande pakketten Ongeldig bestand Het bestand is mogelijk geen geldig pakketconfiguratiebestand (.aamee) Het geselecteerde pakket is beschadigd Dit heeft een of meer van de volgende oorzaken: Het pakket dat u wilt wijzigen, is beschadigd Controleer of de map waarin de updates zijn opgeslagen, schrijfrechten heeft. Mac OS: ~/Library/Application Support/Adobe/AAMUpdater/1.0/Install Windows XP: %HOMEPATH%\Local Settings\Application Data\Adobe\AAMUpdater\1.0\Install Windows Vista en Windows 7: %HOMEPATH%\AppData\Local\Adobe\A AMUpdater\1.0\Install Geef het pad op naar een geldig pakketconfiguratiebestand (.aamee). Controleer of het pakket niet is beschadigd en een geldig pakketconfiguratiebestand (.aamee) bevat. Onvoldoende schrijfrechten. Er is een fout opgetreden. Controleer het bestand opnieuw. Er zijn onherstelbare fouten aangetroffen in de build Het pakket bevat geen geldig pakketconfiguratiebestand (.aamee) Er is geen schrijftoegang beschikbaar voor de locatie van het pakket Onbekende fout Onbekende fout Controleer of voor de map met het pakket de juiste schrijfmachtigingen zijn ingesteld Controleer het logbestand van de build voor meer informatie over de fout Controleer het logbestand van de build voor meer informatie over de fout

100 3 Producten in de map Exceptions installeren BELANGRIJK: Neem dit hoofdstuk door voordat u een pakket installeert dat is gemaakt met Adobe Application Manager Enterprise Edition. Volg de instructies in dit hoofdstuk om ervoor te zorgen dat de uitzonderingspayloads correct worden geïnstalleerd en geconfigureerd. Lees de instructies in Hoofdstuk 4, Adobe Acrobat distribueren als u Adobe Acrobat X wilt installeren. Over Adobe Application Manager Enterprise Edition AAMEE-pakketten (Adobe Application Manager Enterprise Edition) zijn Adobe Creative Suite-producten in MSI- of PKG-indeling die kunnen worden gedistribueerd op meerdere computers. AAMEE biedt een automatische manier voor het uitvoeren van een stille, aangepaste installatie op meerdere computers in uw onderneming. Met elk installatiepakket kunt u een set toepassingen installeren die deel uitmaken van één suiteproduct op de doelsystemen. U kunt AAMEE gebruiken voor het volgende: Pakketten maken voor een eerste distributie. Updates opnemen in eerder geïnstalleerde producten door een pakket te maken dat zowel installatie als updates omvat. Pakketten maken die alleen updates omvatten voor eerder geïnstalleerde producten. Installatiepakketten Wanneer u een installatiepakket maakt, geeft u de locatie op van de productinstallatiemap van het aangeschafte losse of suiteproduct dat u wilt verpakken. AAMEE scant deze map en stelt een lijst met toepassingen en componenten voor die kunnen worden geïnstalleerd, waaruit u kunt kiezen. Al deze keuzes worden in het pakket vastgelegd. Wanneer u een pakket maakt voor distributie in ondernemingen met Adobe Application Manager Enterprise Edition (AAMEE), worden er twee mappen gemaakt: De map met de build bevat het MSI- (Windows) of het PKG-bestand (Mac OS) voor distributie met Microsoft SCCM of Apple ARD. De map Exceptions bevat de payloads die afzonderlijk moeten worden geïnstalleerd. Pakketten in de map Exceptions OPMERKING: U kunt ook Adobe Exceptions Deployer gebruiken om de pakketten in de map Exceptions automatisch te distribueren. Adobe Exceptions Deployer is beschikbaar als openbare bètaversie. Dit hulpprogramma is beschikbaar in de map met hulpprogramma's van de AAMEE-installatie of als losse download op Adobe Labs. Het programma wordt ook naar de map Exceptions gekopieerd wanneer u pakket maakt met AAMEE. Zie Appendix A, Adobe Exceptions Deployer gebruiken voor meer informatie over het gebruik van Adobe Exceptions Deployer. 91

101 Producten in de map Exceptions installeren Lijst met payloads in de map Exceptions 92 In Windows In Windows bevat de map Exceptions alle pakketten die afzonderlijk moeten worden geïnstalleerd. Deze map bevat ook het bestand ExceptionInfo.txt. In dit bestand vindt u informatie over het handmatig installeren van de payloads. Ook is in het bestand een koppeling naar de informatie in dit bestand opgenomen. Als u in Windows ervoor kiest dat Acrobat wordt opgenomen, wordt dit programma in de map met uitzonderingen geplaatst en niet in het hoofdinstallatiepakket. De instructies voor het installeren van Acrobat vanuit de map Exceptions vindt u in de desbetreffende sectie van dit hoofdstuk. In Mac OS Als u in Mac OS de optie AIR-COMPONENTEN UITSCHAKELEN IN PAKKET hebt geselecteerd in het scherm Pakket configureren, worden AIR-componenten, zoals Adobe Help Manager, niet geïnstalleerd met het gewone pakket. Deze componenten worden gekopieerd naar de map Exceptions. Vanuit deze map kunt u de componenten installeren. De installatie-instructies vindt u in de volgende secties. Als u in Mac OS echter niet de optie AIR-COMPONENTEN UITSCHAKELEN IN PAKKET hebt geselecteerd in het venster Pakket configureren, worden er geen componenten gekopieerd naar de map Exceptions. Pakketten installeren in Windows Alle componenten in de map Exceptions moeten afzonderlijk worden geïnstalleerd, nadat u het hoofdpakket hebt gemaakt. Gewoonlijk kunnen alle uitzonderingspayloads in stille modus worden geïnstalleerd met de opdracht die in het bestand ExceptionInfo.txt (in de map Exceptions) wordt vermeld voor elke uitzonderingspayload. Als u Acrobat Professional wilt installeren, moet u een aantal extra stappen uitvoeren, zoals uitgelegd in Adobe Acrobat distribueren. Voor sommige componenten, zoals AIR en Adobe Help Manager, zijn de versies op de Adobe-website mogelijk nieuwer dan de beschikbare versies in de map Exceptions. Als u zeker wilt weten dat u de nieuwste versies gebruikt, moet u de hulpprogramma's downloaden van de Adobe-website. Zie Componenten afzonderlijk downloaden en installeren in Windows voor meer informatie. OPMERKING: Voor CS5.5-media of later moeten uitzonderingspayloads behalve voor Acrobat in Windows worden geïnstalleerd nadat u het MSI-hoofdpakket hebt geïnstalleerd in de map met de build. Als u Acrobat in Windows installeert, moet u ervoor zorgen dat u Acrobat installeert vanuit de map Exceptions voordat u het MSI-hoofdpakket installeert in de map met de build. Lijst met payloads in de map Exceptions Hier volgt de gecombineerde lijst met payloads die rechtstreeks kunnen worden gedistribueerd met de opdrachtregel die wordt vermeld in het bestand ExceptionInfo.txt. OPMERKING: er kunnen meer payloads in de map Exceptions aanwezig zijn naarmate nieuwe producten en componenten worden uitgebracht. Payloads voor CS5.5 en CS5 Adobe Help PDF Settings CS5 Adobe Flash Player 10 ActiveX

102 Producten in de map Exceptions installeren Componenten afzonderlijk downloaden en installeren in Windows 93 Adobe Story Adobe Dreamweaver Widget Browser Adobe Flash Player 10 Plugin Adobe AIR Adobe Content Viewer Adobe Media Player (alleen voor CS5) Adobe Captivate Reviewer Adobe Captivate Quiz Results Analyzer Acrobat X Pro Payloads voor CS6 Adobe Help PDF Settings CS6 Adobe Dreamweaver Widget Browser Acrobat X Pro Adobe Captivate Adobe PDF Creation Add On Componenten afzonderlijk downloaden en installeren in Windows In deze sectie vindt u de stappen die u moet volgen als u de AIR-componenten afzonderlijk wilt downloaden en installeren in plaats van met de pakketten in de map Exceptions. AIR en Adobe HelpManager installeren in Windows OPMERKING: In dit document wordt aangenomen dat uw organisatie de licentieovereenkomst voor Adobe AIR-distributie heeft ontvangen en geaccepteerd. Als dit niet het geval is, gaat u naar: 1. Download het bestand AdobeAIRInstaller.exe van 2. Download de toepassing AdobeHelp AIR vanaf OPMERKING: Voer Stap 1 op de installatiepagina niet uit. U moet dus niet een product selecteren. Ga meteen naar Stap 2: Nu installeren. 3. Klik in het dialoogvenster Toepassingsinstallatie op Opslaan en sla het bestand AdobeHelp.air op in een map. OPMERKING: U kunt het bestand AdobeHelp.air alleen opslaan als Adobe AIR is geïnstalleerd op uw computer. Als u Adobe AIR nog niet hebt geïnstalleerd op uw computer, kunt u dit doen met het bestand AdobeAIRInstaller.exe dat u hebt gedownload in stap Gebruik de volgende opdracht om de binaire bestanden van AdobeHelp Manager op de achtergrond te distribueren met SCCM of een vergelijkbaar hulpprogramma: AdobeAIR Installer.exe -silent -eulaaccepted AdobeHelp.air

103 Producten in de map Exceptions installeren Lijst met payloads in de map Exceptions 94 Pakketten installeren in Mac OS In de meeste gevallen kunnen de uitzonderingspayloads via de stille modus worden geïnstalleerd met de opdracht die is opgenomen in het bestand ExceptionInfo.txt (beschikbaar in de map Exceptions) van de afzonderlijke payloads. OPMERKING: De installatieopdrachten in het bestand ExceptionInfo.txt voor Mac OS werken alleen als de gebruiker is aangemeld bij de clientcomputer waarop het pakket wordt gedistribueerd. Als de gebruiker niet is aangemeld, moet de opdracht worden voorafgegaan door de volgende tekenreeks: sudo launchctl bsexec `ps auwwx grep [l]oginwindow awk '{ print $2 }'` In dit voorbeeld wordt met de opdracht Adobe AIR geïnstalleerd, waarbij de gebruiker niet is aangemeld bij de clientcomputer (hierbij wordt ervan uitgegaan dat Adobe AIR onderdeel is van het pakket): sudo launchctl bsexec `ps auwwx grep [l]oginwindow awk '{ print $2 }'` Adobe\ AIR\ Installer.app/Contents/MacOS/Adobe\ AIR\ Installer -silent OPMERKING: De opdracht in het bestand ExceptionInfo.txt voor installatie van de Adobe AIR-payload van CS5 voor Mac OS bevat een extra argument silent dat niet aanwezig moet zijn en waardoor de payload niet kan worden geïnstalleerd met de opdracht (zie de vetgedrukte tekst aan het einde van de volgende opdracht). (sudo launchctl bsexec `ps auwwx grep [l]oginwindow awk '{ print $2}'` Adobe\ AIR\ Installer.app/Contents/MacOS/Adobe\ AIR\ Installer -silent silent) Gebruik in plaats daarvan de volgende opdracht (waarin het argument silent niet volgt op de parameter -silent ): (sudo launchctl bsexec `ps auwwx grep [l]oginwindow awk '{ print $2}'` Adobe\ AIR\ Installer.app/Contents/MacOS/Adobe\ AIR\ Installer -silent) Voor sommige componenten, zoals AIR en CHC, zijn de beschikbare versies op de website van Adobe nieuwer dan de versies in de map met uitzonderingen. Download deze hulpprogramma s van de website van Adobe om ervoor te zorgen dat u de nieuwste versies gebruikt. Zie Componenten afzonderlijk downloaden en installeren in Mac OS voor meer informatie. BELANGRIJK: alle opdrachten moeten worden uitgevoerd met sudo-rechten. Lijst met payloads in de map Exceptions Hier volgt de gecombineerde lijst met payloads die rechtstreeks kunnen worden gedistribueerd met de opdrachtregel in het bestand ExceptionInfo.txt. OPMERKING: er kunnen meer payloads in de map Exceptions aanwezig zijn naarmate nieuwe producten en componenten worden uitgebracht. Payloads voor CS5.5 en CS5 Adobe Help Adobe AIR Adobe Captivate Reviewer Adobe Captivate Quiz Results Analyzer Adobe Dreamweaver Widget Browser

104 Producten in de map Exceptions installeren Componenten afzonderlijk downloaden en installeren in Mac OS 95 Payloads voor CS6 Adobe Help PDF Settings CS6 Adobe Dreamweaver Widget Browser Acrobat X Pro Adobe Captivate Adobe PDF Creation Add On Componenten afzonderlijk downloaden en installeren in Mac OS In deze sectie vindt u de stappen die u moet volgen als u de AIR-componenten afzonderlijk wilt downloaden en installeren in plaats van met de pakketten in de map Exceptions. Vereisten AIR en Adobe Help Manager installeren Verwante koppelingen Vereisten OPMERKING: In dit document wordt aangenomen dat uw organisatie de licentieovereenkomst voor Adobe AIR-distributie heeft ontvangen en geaccepteerd. Als dit niet het geval is, gaat u naar: 1. Download het bestand AdobeAIR.dmg vanaf 2. Download de toepassing AdobeHelp AIR vanaf OPMERKING: Voer Stap 1 op de installatiepagina niet uit. U moet dus niet een product selecteren. Ga onmiddellijk naar Stap 2: Nu installeren. U kunt het CHC-installatieprogramma alleen opslaan als AIR is geïnstalleerd op de computer. 3. Klik in het dialoogvenster Toepassingsinstallatie op Opslaan en sla het bestand AdobeHelp.air op in een map. 4. Deel het bestand AdobeHelp.air (dat u in stap 3 hebt opgeslagen) via een gekoppeld AFP-volume. 5. Maak verbinding met het doelsysteem via SSH of een lokaal automatiseringsproces en koppel de DMG-bestanden vanaf een netwerkopslaglocatie, dus via AFP. 6. Zorg ervoor dat het doelsysteem niet actief is in het aanmeldingsvenster. AIR en Adobe Help Manager installeren BELANGRIJK: alle opdrachten moeten worden uitgevoerd met sudo-rechten. 1. Koppel de gedeelde locatie met de gedownloade bestanden AdobeAIR.dmg en AdobeHelp.air, zoals wordt beschreven in Vereisten. mount_afp afp://<gebruiker:wachtwoord>@<ip>/<gedeeldelocatie> /Volumes/<naam tijdelijk gekoppeld volume>

105 Producten in de map Exceptions installeren Componenten afzonderlijk downloaden en installeren in Mac OS Koppel het bestand AdobeAIR.dmg vanaf de gedeelde locatie. hdiutil mount /Volumes/<naam tijdelijk gekoppeld volume>/adobeair.dmg 3. Installeer het AIR-runtimepakket. OPMERKING: als een eerdere versie wordt gevonden, wordt de bijgewerkte versie geïnstalleerd. launchctl bsexec `ps auwwx grep [l]oginwindow awk '{ print $2 }'` /Volumes/ Adobe\ AIR/Adobe\ AIR\ Installer.app/Contents/MacOS/Adobe\ AIR\ Installer -silent 4. Ontkoppel het AIR-installatieprogramma. hdiutil unmount /Volumes/Adobe\ AIR 5. Verwijder de AIR-toepassing CHC. Deze stap is alleen vereist als een eerdere versie op uw computer staat. launchctl bsexec `ps auwwx grep [l]oginwindow awk '{ print $2 }'` /Applications/Utilities/Adobe\ AIR\ Application \ Installer.app/Contents/MacOS/Adobe\ AIR\ Application\ Installer -uninstall -silent /Applications/Adobe/Adobe\ Help.app 6. Installeer de bijgewerkte toepassing Adobe Help AIR. OPMERKING: De onderstaande opdracht is van toepassing op CS5.5 en CS5. Voor CS6 raadpleegt u de opdracht in het bestand ExceptionInfo.txt. launchctl bsexec `ps auwwx grep [l]oginwindow awk '{ print $2 }'` /Applications/Utilities/Adobe\ AIR\ Application \ Installer.app/Contents/MacOS/Adobe\ AIR\ Application\ Installer -silent -eulaaccepted -location /Applications/Adobe /Volumes/<naam tijdelijk gekoppeld volume>/adobehelp.air 7. Maak een symbolische koppeling voor Adobe Help. Dit is vereist voor een juiste configuratie van Adobe Help. ln -s /Applications/Adobe/Adobe\ Help.app /Applications/Adobe\ Help.app 8. Ontkoppel de gedeelde locatie. umount -f /Volumes/<naam tijdelijk gekoppeld volume> Verwante koppelingen Overzicht van handleiding voor AIR-beheerders Automatische updates van Adobe AIR voorkomen 485a42d56cd ea49bd124ef17d52a-7ff2

106 4 Adobe Acrobat distribueren Inleiding Vanaf versie 2.0 van Adobe Application Manager Enterprise Edition (AAMEE) kunt u Adobe Acrobat opnemen in een installatiepakket. OPMERKING: Acrobat kan worden opgenomen in het installatiepakket als u Acrobat X installeert met media van CS6 of CS5.5. Dit is niet mogelijk met media voor Acrobat 9 en CS5. Als u Adobe Acrobat, dat beschikbaar is via een mediabestand of gedownloade updates, opneemt voor Mac OS, wordt de toepassing opgenomen in het pakketbestand dat wordt gemaakt. Ook voor Windows kunt u ervoor kiezen om Acrobat op te nemen. In dit geval wordt Acrobat echter opgenomen in de map met uitzonderingen in plaats van in het hoofdinstallatiepakket. Nadat het pakket is gemaakt, wordt het MSI-bestand -voor Acrobat gemaakt in het pakket met uitzonderingen. U kunt Acrobat distribueren op de clientcomputers met de instructies in het bestand ExceptionsInfo.txt. Dit bestand bevindt zich in de map Exceptions. OPMERKING: u moet Adobe Acrobat distribueren voordat u het MSI-pakket installeert dat is gemaakt met AAMEE. OPMERKING: U kunt met Adobe Application Manager Enterprise Edition geen updates voor Acrobat verpakken. De updates voor Acrobat X Pro hebben echter een systeemeigen indeling (MSI-indeling voor Windows en PKG-indeling voor Macintosh) en kunnen eenvoudig worden gedistribueerd met standaardhulpprogramma s voor distributie. Raadpleeg de documentatie bij Acrobat X of de distributiedocumentatie van uw leverancier voor meer informatie over het distribueren van MSI- of PKG-bestanden. Deze sectie bevat de volgende informatie: Acrobat Professional installeren in Windows Adobe Customization Wizard X gebruiken Acrobat Professional installeren in Mac OS Functievergrendeling verwerken in Mac OS na toepassen van updates Acrobat Professional installeren in Windows Met de volgende opdracht installeert u de versie van Acrobat Professional die beschikbaar is op de media voor de suite: msiexec.exe /i AcroPro.msi INSTALLDIR="[INSTALLDIR]\Acrobat 10.0" EULA_ACCEPT=NO REGISTRATION_SUPPRESS=YES SUITEMODE=1 TRANSFORMS=[installLanguage].mst INSTALLLEVEL=101 AS_DISABLE_LEGACY_COLOR=1 IGNOREAAM=1 /qn [INSTALLDIR] is de installatiemap waar Adobe Acrobat moeten worden geïnstalleerd op de clientcomputer. 97

107 Adobe Acrobat distribueren Acrobat-patch voor Creative Suite 6 installeren 98 [installlanguage] is de landinstelling waarvoor Adobe Acrobat moet worden geïnstalleerd. Houd er rekening mee dat Adobe Acrobat mogelijk niet in alle talen beschikbaar is. U kunt dus alleen een taalversie aanbieden die wordt ondersteund door Acrobat Professional voor de betreffende media. Als u Acrobat bijvoorbeeld in het Nederlands wilt installeren, geeft u in de opdracht nl_nl op als landinstelling. Acrobat-patch voor Creative Suite 6 installeren Voor Creative Suite 6 is een extra Acrobat-patch beschikbaar (in de map Exceptions) die u ook moet installeren. Gebruik de volgende opdracht om de patch te installeren: msiexec.exe /p PATCH=AcrobatUpd1011.msp /qn OPMERKING: deze opdracht is ook opgenomen in het bestand ExceptionInfo.txt in de map Exceptions. Adobe Customization Wizard X gebruiken U kunt de Adobe Customization Wizard X gebruiken om Acrobat X te configureren voor uw Windows-installatie. Raadpleeg het volgende artikel in de knowledgebase voor meer informatie over deze wizard en andere hulpbronnen voor het beheer van Acrobat-producten in ondernemingen. OPMERKING: de instellingen voor het onderdrukken van registratie, updates en de licentieovereenkomst voor eindgebruikers (EULA) die u selecteert in de workflow van AAMEE, hebben voorrang op de instellingen in de Adobe Customization Wizard X. OPMERKING: Geef voor serienummering van Acrobat het serienummer van de suite op in het serienummerscherm van AAMEE wanneer u het pakket maakt. Na distributie wordt Acrobat gestart in de modus met serienummer. Gebruik niet de Adobe Customization Wizard X om het serienummer voor Acrobat op te geven. Aangepaste Acrobat-transformaties maken U kunt voor Acrobat aangepaste transformaties maken met Adobe Customization Wizard X, die u vervolgens kunt verpakken voor gebruik met AAMEE. Stel dat de naam van het bestand dat is gemaakt met de aangepaste transformatie <naam_aangepaste_transformatie>.mst is, dan doet u het volgende: 1. Kopieer het bestand <naam_aangepaste_transformatie>.mst naar de payloadmap van Acrobat Professional (bijvoorbeeld de map AcrobatProfessional10.0-EFG voor Acrobat X). 2. Voer de opdracht uit om Adobe Acrobat te distribueren, zoals staat vermeld in ExceptionInfo.txt, nadat de parameter is gewijzigd van TRANSFORMS=nl_NL.mst in TRANSFORMS=nl_NL.mst;<naam_aangepaste_transformatie>.mst. De transformatienamen worden gescheiden met een puntkomma (;) Acrobat Professional verwijderen in Windows Nadat u Acrobat Professional hebt gedistribueerd met het pakket in de map met uitzonderingen, kunt u de toepassing verwijderen met de gebruikelijke procedure voor het verwijderen van MSI-pakketten. U kunt de volgende opdracht gebruiken om Acrobat Professional te verwijderen: msiexec /uninstall <pad naar msi-bestand van Acrobat> /quiet

108 Adobe Acrobat distribueren Functievergrendeling verwerken in Mac OS na toepassen van updates 99 Acrobat Professional installeren in Mac OS In Mac OS wordt Adobe Acrobat X Professional weergegeven als onderdeel van de productlijst voor Creative Suite 6 en Creative Suite 5.5. Als u Adobe Acrobat, dat beschikbaar is via een mediabestand of gedownloade updates, opneemt, wordt deze toepassing opgenomen in het pakketbestand dat wordt gemaakt. OPMERKING: De functievergrendeling voor updates van Acrobat kan op clientcomputers worden uitgeschakeld door de kwartaalupdates voor Acrobat. Raadpleeg de volgende sectie voor informatie waarmee u de functievergrendeling kunt inschakelen nadat de kwartaalupdates voor Acrobat zijn toegepast. Functievergrendeling verwerken in Mac OS na toepassen van updates In een bedrijfsomgeving wilt u mogelijk de functie voor updates uitschakelen voor de computers van eindgebruikers om ervoor te zorgen dat updates altijd centraal worden gedistribueerd op basis van het beleid voor systeembeheer. Hiervoor kan de functievergrendeling in Mac OS worden gebruikt, waarbij de systeembeheerder de betreffende vermeldingen toevoegt aan het bestand voor functievergrendeling, dat zich in de volgende map bevindt: Contents/MacOS/Preferences/FeatureLockDown Het bestand voor functievergrendeling wordt echter overschreven door de kwartaalupdates voor Acrobat X. De functievergrendeling voor updates is daarom uitgeschakeld nadat u de updates voor Acrobat hebt gedistribueerd. In de menu s op de computers van eindgebruikers worden de opties voor het bijwerken van Acrobat opnieuw weergegeven.

109 Adobe Acrobat distribueren Functievergrendeling verwerken in Mac OS na toepassen van updates 100 Als u de functies voor updates opnieuw wilt vergrendelen, moet u het bestand FeatureLockDown bewerken met de stappen in de volgende sectie: Het bestand FeatureLockDown bewerken Ga als volgt te werk om het bestand FeatureLockDown te bewerken en ervoor te zorgen dat de functie voor updates vergrendeld blijft voor gebruikers nadat u updates voor Acrobat hebt gedistribueerd: 1. Installeer Acrobat X op een testcomputer. 2. Pas alle gewenste updates toe op de testcomputer. 3. Open het bestand FeatureLockDown dat zich bevindt bij: Contents/MacOS/Preferences/FeatureLockDown in de inhoud van de Acrobat-toepassing. Open dit bestand met Teksteditor of een vergelijkbaar programma. De inhoud van het bestand is vergelijkbaar met de onderstaande informatie: << /DefaultLaunchAttachmentPerms [ /c << /BuiltInPermList [ /t (version:1.ade:3.adp:3.app:3.arc:3.arj:3.asp:3.bas:3.bat:3.bz:3.bz2:3.c ab:3.chm:3.class:3.cmd:3.com:3.command:3.cpl:3.crt:3.csh:3.desktop:3.dll :3.exe:3.fxp:3.gz:3.hex:3.hlp:3.hqx:3.hta:3.inf:3.ini:3.ins:3.isp:3.it s:3.jar:3.job:3.js:3.jse:3.ksh:3.lnk:3.lzh:3.mad:3.maf:3.mag:3.mam:3.m aq:3.mar:3.mas:3.mat:3.mau:3.mav:3.maw:3.mda:3.mdb:3.mde:3.mdt:3.mdw:3.mdz:3.msc:3.msi:3.msp:3.mst:3.ocx:3.ops:3.pcd:3.pi:3.pif:3.pkg:3.prf:3.prg:3.pst:3.rar:3.reg:3.scf:3.scr:3.sct:3.sea:3.shb:3.shs:3.sit:3.tar :3.taz:3.tgz:3.tmp:3.url:3.vb:3.vbe:3.vbs:3.vsmacros:3.vss:3.vst:3.vsw: 3.webloc:3.ws:3.wsc:3.wsf:3.wsh:3.z:3.zip:3.zlo:3.zoo:3.term:3.tool:3. pdf:2.fdf:2) ] >> ] 4. Bewerk dit bestand als volgt om de waarde voor vergrendeling van de functie voor updates toe te voegen (zie de vetgedrukte tekst): << /Updater [ /b false ] /DefaultLaunchAttachmentPerms [ /c << /BuiltInPermList [ /t (version:1.ade:3.adp:3.app:3.arc:3.arj:3.asp:3.bas:3.bat:3.bz:3.bz2:3.c ab:3.chm:3.class:3.cmd:3.com:3.command:3.cpl:3.crt:3.csh:3.desktop:3.dll :3.exe:3.fxp:3.gz:3.hex:3.hlp:3.hqx:3.hta:3.inf:3.ini:3.ins:3.isp:3.it s:3.jar:3.job:3.js:3.jse:3.ksh:3.lnk:3.lzh:3.mad:3.maf:3.mag:3.mam:3.m aq:3.mar:3.mas:3.mat:3.mau:3.mav:3.maw:3.mda:3.mdb:3.mde:3.mdt:3.mdw:3.mdz:3.msc:3.msi:3.msp:3.mst:3.ocx:3.ops:3.pcd:3.pi:3.pif:3.pkg:3.prf:3.prg:3.pst:3.rar:3.reg:3.scf:3.scr:3.sct:3.sea:3.shb:3.shs:3.sit:3.tar :3.taz:3.tgz:3.tmp:3.url:3.vb:3.vbe:3.vbs:3.vsmacros:3.vss:3.vst:3.vsw: 3.webloc:3.ws:3.wsc:3.wsf:3.wsh:3.z:3.zip:3.zlo:3.zoo:3.term:3.tool:3. pdf:2.fdf:2) ] >> ] OPMERKING: u kunt beter geen andere wijzigingen aanbrengen in het bestand FeatureLockDown. 5. Distribueer de updates naar de computers van de gebruikers. 6. Vervang op de computers van de gebruikers het bestand FeatureLockDown dat zich in <Acrobat-toepassing>/Contents/MacOS/Preferences bevindt door het bestand dat u hebt bewerkt in stap 4. TIP: stel de machtiging voor het bestand FeatureLockDown als volgt in om te voorkomen dat er problemen optreden bij gebruik van meerdere gebruikersaccounts: Machtiging: -rw-rw-r-- Eigenaar: root Groep: admin

110 5 Distributie voorbereiden In deze sectie worden de fasen van de distributie samengevat: De invoermedia voorbereiden Pakketten maken Pakketten testen De invoermedia voorbereiden AAMEE kan op de volgende manier de productinhoud lezen die u wilt verpakken: Vanaf een of meer dvd s (of cd s) Vanuit een productinstallatiemap Productinhoud leveren vanaf dvd s U kunt de productinhoud leveren vanaf een dvd (of cd). U kunt ook productinhoud op meerdere dvd s (of de iso-images of gekoppelde dmg-images van de dvd s) gebruiken. AAMEE leest de inhoud van de eerste schijf en vraagt u vervolgens om de volgende schijf te plaatsen. Ook kan AAMEE automatisch meerdere schijven in verschillende schijfstations detecteren. Als u bijvoorbeeld de mediagegevens levert via schijf 1 en schijf 2 die in verschillende stations zijn geplaatst, worden de schijven automatisch gedetecteerd en leest AAMEE automatisch eerst de inhoud van schijf 1 en vervolgens die van schijf 2. Productinhoud leveren vanuit een productinstallatiemap U kunt ook een productinstallatiemap maken voor elk product dat u wilt verpakken in de locatie die u opgeeft aan Application Manager. 1. Bepaal waar de productinstallatiemap of -mappen moeten worden geplaatst. 2. Maak één productinstallatiemap voor elk product dat u wilt verpakken. De productinstallatiemap bevat alle gedownloade installatiebestanden en resources waarmee u pakketten maakt met Application Manager. 3. Kopieer de inhoud van de distributiemedia voor elk product naar de productinstallatiemap ervan. Als u een product-esd gebruikt, koppelt u deze (in Mac OS) of pakt u deze uit (in Windows). Kopieer de inhoud van de ESD-image naar de productinstallatiemap. OPMERKING: Kopieer geen andere ESD-images zoals de Acrobat ESD of Inhoud. Sommige producten hebben aanvullende componenten ( functionele inhoud ) die geen deel uitmaken van de suite-esd maar moeten worden gedownload naar een afzonderlijke productinstallatiemap en apart van het suitepakket moeten worden verpakt. Als u productmedia gebruikt, kopieert u de volledige inhoud van alle dvd s naar de productinstallatiemap. 101

111 Distributie voorbereiden Kopiëren van meerdere dvd s 102 Kopiëren van meerdere dvd s Ga als volgt te werk om de inhoud van de distributiemedia voor elk product naar de productinstallatiemap ervan te kopiëren. 1. Koppel of plaats Schijf 1 en kopieer de inhoud naar de productinstallatiemap. Bijvoorbeeld <AbsoluutPad>/MCSuiteBuild/Adobe CS5 Master Collection/. 2. Koppel of plaats Schijf 2 en kopieer de inhoud van de map payloads/ naar de map payloads/ in de productinstallatiemap. Bijvoorbeeld <AbsoluutPad>/MCSuiteBuild/Adobe CS5 Master Collection/payloads/. Wanneer u wordt gevraagd of u de bestaande bestanden wilt overschrijven, klikt u op Ja op alles. Updates voorbereiden voor verpakken AAMEE controleert automatisch op updates en deze worden gedownload wanneer u een pakket maakt. U hoeft updates dus niet meer afzonderlijk te downloaden. Als u dat wilt, kunt u de updates ook afzonderlijk downloaden van een van de Adobe-websites: De pagina Productupdates van Adobe: Het blog voor Adobe Creative Suite-updates, waarmee u Creative Suite-updates kunt bijhouden via RSS- of Atom-readers: Updates zijn beschikbaar als platformspecifieke zip- of dmg-bestanden. Kopieer het zip- of dmg-bestand voor elke update naar de lokale schijf van het beheersysteem of naar een toegankelijke netwerklocatie. De locatie waarnaar u de bestanden kopieert, is de locatie waar u naartoe moet gaan wanneer u updates handmatig toevoegt aan uw updatepakket in Application Manager (zie Een pakket met alleen updates maken op pagina 74). Pakketten maken Voordat u pakketten maakt, moet u Hoofdstuk 2, Adobe Application Manager 2.1 gebruiken voor distributie in ondernemingen lezen, waarin de stappen staan omschreven voor het aanroepen en gebruiken van Application Manager. weten waar Application Manager is geïnstalleerd op het beheersysteem. Lees Hoofdstuk 6, Distributie plannen en voer de planningsstappen uit die worden besproken in het hoofdstuk. Nadat u de planning helemaal hebt afgerond, roept u Application Manager aan en maakt u de pakketten op basis van de informatie die u tijdens de planningsfase hebt vastgelegd. Wanneer u klaar bent met het maken van de pakketten, moet u deze testen voor distributie.

112 Distributie voorbereiden Kopiëren van meerdere dvd s 103 Pakketten testen Voordat u de gemaakte pakketten overal distribueert, moet u de pakketten testen. U kunt pakketten het beste distribueren met het standaardhulpprogramma voor uw platform, Microsoft System Center Configuration Manager 2007 (SCCM) en/of Apple Remote Desktop (ARD). Als u distribueert met ARD, gaat u naar Hoofdstuk 7 voor instructies. Als u distribueert met SCCM, gaat u naar Hoofdstuk 8 voor instructies. Test uw pakket door het te installeren op een testsysteem via de volgende stappen: 1. Stel uw testsysteem zo in dat de configuratie overeenkomt met een doelsysteem. Test uw pakket op een systeem dat voldoet aan de prestatie- en systeemvereisten voor de toepassingen die u wilt installeren vanuit de pakketten. Dit systeem moet ongeveer dezelfde capaciteit hebben als de doelsystemen waarop u uw pakketten wilt distribueren. Controleer of de productinstallatiemap waarnaar het distributiepakket verwijst, de juiste locatie heeft. Maak het pakket beschikbaar op dezelfde manier als bij distributie op de doelsystemen. 2. Roep het installatieprogramma aan op het testsysteem. Als u geen SCCM- of ARD-installatieprogramma hebt gemaakt, kunt u het MSI- of PKG-pakket op een van de volgende manieren aanroepen: Rechtstreeks vanaf de opdrachtregel met de volgende opdracht voor een stille installatie: IN WINDOWS. msiexec.exe /i <pakketnaam>.msi /quiet IN MAC OS. sudo installer -pkg <naam installatiepakket> -target / Door de gebruikersinterface van het installatieprogramma als volgt te starten: Klik in Windows met de rechtermuisknop op het MSI-bestand en kies Als administrator uitvoeren Dubbelklik in Mac OS op het PKG-bestand 3. Controleer de logbestanden. Het installatieprogramma maakt een logbestand waarin de stappen worden vastgelegd die zijn gevolgd, met de geretourneerde afsluitcode. Als dit logbestand al bestaat, voegt het programma er de nieuwste resultaten aan toe. Zie Installatielogbestanden op pagina 104 en Foutberichten op pagina Test voor een installatiepakket de zojuist geïnstalleerde toepassingen. Controleer in de installatielocatie of de toepassingen zijn geïnstalleerd. Roep elke toepassing aan. OPMERKING. In een suiteproduct met één serienummer worden mogelijk naast de afzonderlijke producten die u als productopties hebt geselecteerd, ook enkele andere producten (zoals SoundBooth of After Effects) geïnstalleerd. 5. (Optioneel) Voer voor een installatiepakket de uninstaller voor pakketten uit op het testsysteem. Als u geen platformspecifieke uninstaller hebt gemaakt, kunt u dit doen met het msi-/pkg-pakket: In Windows gebruikt u de tomsi-installatie- of -verwijderingsopdracht: msiexec /uninstall <pakketnaam>.msi /quiet

113 Distributie voorbereiden Installatielogbestanden 104 In Mac OS: sudo installer -pkg <naam verwijderpakket> -target / Controleer na afloop in de installatielocatie of de toepassingen zijn verwijderd. OPMERKING: er worden geen verwijderpakketten gemaakt voor updatepakketten. Installatielogbestanden Wanneer u het gemaakte pakket installeert, schrijft het installatieprogramma van het platform (SCCM of ARD) logbestanden, zoals beschreven in de documentatie voor deze hulpprogramma s. Het pakket dat u hebt gemaakt met Adobe Application Manager Enterprise Edition installeert een clientversie van Application Manager op de clientcomputer, waarmee het installatieproces wordt beheerd. Wanneer u een installatie uitvoert met het distributiepakket, schrijven Application Manager en andere processen die worden aangeroepen deze logbestanden naar de clientcomputer: Naam logbestand Voor een installatiepakket: Voor een updatepakket: Locatie <productnaam><tijdstempel>.log <patchnaam><versie><tijdstempel>.log Locatie in Windows: <Adobe Common Files>\installer\ Locatie in Mac OS: /Library/Logs/Adobe/Installers/ Tijdens een stille installatie genereert de distributie-engine die de componenten installeert, een gecomprimeerd logbestand met informatie over de voortgang en het resultaat van de installatie. Zoek in dit bestand naar fout- of succesberichten die zijn gerapporteerd tijdens de installatie van uw distributiepakketten. Het bestand wordt genoemd naar het pakket dat wordt geïnstalleerd en gecomprimeerd in een platformspecifieke indeling. In Windows heet het gecomprimeerde bestand bijvoorbeeld: Creative Suite 5 Master Collection log.gz oobelib.log Locatie in Windows: %temp% Locatie in Mac OS: /tmp/ Dit logbestand wordt gegenereerd door het licentieonderdeel van Application Manager en bevat informatie die specifiek gerelateerd is aan serienummering, proefversies, activering en deactivering. Adobe Provisioning Tookit Enterprise Edition schrijft statusgegevens naar dit logbestand als u deze toepassing gebruikt om de serienummering voor gedistribueerde producten te beheren. Zie Hoofdstuk 9, Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition. PDApp.log Locatie in Windows: Als Application Manager is geïnstalleerd met beheerdersrechten via SCCM: %windir%\temp Als Application Manager is geïnstalleerd met gebruikersrechten via SCCM: %temp% Locatie in Mac OS: ~/Library/Logs/ Application Manager maakt dit logbestand of voegt eraan toe in de volgende gevallen: Wanneer Application Manager is geïnstalleerd op de clientcomputer, in het bijzonder tijdens bootstrapping. Wanneer de gebruiker producten voor het eerst gebruikt en de functionaliteit voor activering, proefversie, registratie, licentie, bijwerken of serviceverlening gebruikt.

114 Distributie voorbereiden Foutberichten 105 Foutberichten Dit zijn de foutcodes die de distributiemanager kan schrijven naar het bestand PDApp.log: Code Beschrijving Code Beschrijving 0 Toepassing is geïnstalleerd 17 Acceptatie licentieovereenkomst voor eindgebruikers mislukt 1 Kan opdrachtregel niet parseren 18 Bootstrapping voor Adobe Application Manager mislukt. Zie hieronder voor bootstrapfouten. 2 Onbekende gebruikersinterfacemodus opgegeven 19 Conflicterende processen zijn actief 3 Kan ExtendScript niet initialiseren 20 Het bronpad voor de installatie is niet opgegeven of bestaat niet 4 Werkwijze voor gebruikersinterface is mislukt 21 Versie van payload niet ondersteund door versie van RIBS 5 Kan werkwijze voor gebruikersinterface niet initialiseren 22 Controle van installatiemap mislukt 6 Stille werkwijze is voltooid met fouten 23 Controle systeemvereisten mislukt 7 Kan de stille werkwijze niet voltooien 24 Afgesloten vanwege door gebruiker geannuleerde werkwijze 8 Afsluiten en opnieuw starten vereist 25 Binaire padnaam is groter dan limiet voor MAX PATH van besturingssysteem 9 Niet-ondersteunde besturingssysteemversie 26 Verwisselen van media vereist in stille modus 10 Niet-ondersteund bestandssysteem 27 Vergrendelde bestanden gedetecteerd in doel 11 Er wordt nog een exemplaar uitgevoerd 28 Basisproduct is niet geïnstalleerd. 12 Integriteitsfout CAPS-database 29 Basisproduct is verplaatst 13 Media-optimalisering mislukt 30 Onvoldoende schijfruimte om de payload te installeren (voltooid met fouten) 14 Mislukt vanwege onvoldoende rechten 31 Onvoldoende schijfruimte om de payload te installeren (mislukt) 15 Synchronisatie media-db mislukt 32 Patch is al geïnstalleerd 16 Kan het distributiebestand niet laden 9999 Onherstelbare fout Dit zijn de foutcodes die de bootstrapper kan schrijven naar het bestand PDApp.log: BS_STATUS_SUCCESS 0 Bootstrapper is uitgevoerd BS_STATUS_ERROR_SELF_UPDATE 1 Fout in modus voor zelf bijwerken BS_STATUS_ERROR_INIT_OBJ -1 Initialisatie bootstrapperobject mislukt BS_STATUS_ERROR_MULT_INST -2 Er wordt meer dan één exemplaar uitgevoerd

115 Distributie voorbereiden Foutberichten 106 BS_STATUS_ERROR_SYSTEM_CHECK -3 Een of meer controles van het besturingssysteem zijn mislukt BS_STATUS_ERROR_REGISTER_CALLBACK -4 Registratie callback mislukt BS_STATUS_ERROR_INSTALL_PACKAGE -5 Installatie pakketten mislukt BS_STATUS_ERROR_COPY_FILE -6 Kopiëren van bestanden na installatie mislukt BS_STATUS_ERROR_LAUNCH_APP -7 Starten van toepassing mislukt BS_STATUS_ERROR_INVALID_COMMAND_LINE -8 Ongeldige opdrachtregelargumenten opgegeven BS_STATUS_ERROR_FILE_MISSING -9 Distributie- of manifestbestand ontbreekt BS_STATUS_NO_ADMIN_PRIVILEGE -10 Beheerdersrechten vereist en niet aanwezig BS_STATUS_ERROR_PARSE_MANIFEST -11 Probleem bij parseren manifestbestand BS_STATUS_ERROR_PIM -12 Fout in gebruik PIM-bibliotheek BS_STATUS_ERROR_SYSTEM_CHECK_SOFT_STOP -13 Een of meer soft-systemcontroles mislukt BS_STATUS_ERROR_INSTALLATION_CANCELLED -14 Installatie is geannuleerd BS_STATUS_ERROR_LAUNCHPATH_LONG -15 Opstartpad is langer dan 200 tekens BS_STATUS_ERROR_OTHER -999 Overige fouten

116 6 Distributie plannen Voordat u pakketten maakt met Adobe Application Manager Enterprise Edition (Application Manager), moet u een goede planning maken. In deze sectie vindt u alle informatie die u nodig hebt voor deze planning. De Handleiding voor Adobe Application Manager Enterprise Edition (hier Handleiding voor Application Manager genoemd) begeleidt u bij het maken van pakketten met Application Manager. Vervolgens kunt u dit document opnieuw raadplegen om de laatste stap van de distributie uit te voeren: het gemaakte pakket op de juiste plaats neerzetten zodat de doelsystemen het pakket kunnen aanroepen en het product kunnen installeren. Het planningsproces bestaat uit verschillende stappen: 1. Uw gebruikersgroepen en hun toepassingsbehoeften identificeren. 2. De pakketten identificeren die u nodig hebt om deze toepassingen te installeren voor deze gebruikers, en beslissen hoe u deze pakketten gaat distribueren. 3. De pakketten zelf specificeren voordat u deze maakt. In elke sectie van dit hoofdstuk wordt een van de stappen in de planning besproken. Gebruikersgroepen en hun behoeften identificeren Voor elke unieke gebruikersgroep in uw onderneming hebt u een of meer distributiepakketten nodig. Als eerste stap in uw planning identificeert u elke gebruikersgroep die een bepaalde toepassing of verzameling toepassingen nodig heeft om de werkzaamheden uit te voeren. Als u of iemand anders in uw bedrijf al de Creative Suite 5-producten heeft aangeschaft, is deze stap ongetwijfeld al uitgevoerd. Mogelijk is de stap echter niet vastgelegd in een vorm die voor u in dit stadium van de planning nuttig is. Op dit punt moet u het volgende identificeren: GROEPSNAAM: Identificeer elke gebruikersgroep waarvoor u software hebt aangeschaft of gaat aanschaffen. De labels waarmee u uw gebruikersgroepen identificeert, zijn alleen bedoeld voor gebruik door u; ze worden nergens in het distributiepakket opgenomen en u kunt ze elke naam geven die u wilt. BENODIGDE HOOFDTOEPASSINGEN: Maak voor elke gebruikersgroep de lijst met toepassingen die de mensen in die groep nodig hebben om hun werk te kunnen doen. De hoofdtoepassingen staan in de eerste kolom van de matrix met toepassingen en suites op pagina 109. PRODUCT: Identificeer de aangeschafte of aan te schaffen producten die de toepassingen bevatten die u hebt genoteerd. Deze lijst bestaat uit losse producten en/of suiteproducten. PLATFORM: geef voor elk product het platform aan (Windows en/of Mac OS). Uw pakketlijst maken Wanneer u een volledige lijst hebt van de gebruikersgroepen en de toepassingen die elke groep nodig heeft voor de werkzaamheden, kunt u bepalen hoeveel pakketten u nodig hebt om de toepassingen te distribueren voor deze gebruikers. Er zijn een aantal concepten die Adobe hanteert bij product- en pakketontwerp die u goed moet begrijpen als u wilt bepalen hoeveel pakketten u nodig hebt en wat elk pakket moet bevatten. 107

117 Distributie plannen Hoe producten zich verhouden tot pakketten 108 Hoe producten zich verhouden tot pakketten Voordat u kunt bepalen hoeveel distributiepakketten u moet maken en wat er met elk pakket moet worden gedistribueerd, moet u de relatie begrijpen tussen een product en een pakket. Wanneer u een product aanschaft, krijgt u het product ofwel op dvd's (productmedia) of via een elektronische download (product-esd). Voor distributie in ondernemingen wordt de elektronische download aanbevolen, maar u kunt ook productmedia gebruiken. Er bestaat een één-op-één overeenkomst tussen een implementatiepakket en een product. Een pakket bevat een installatiemap voor één product, met daarin het installatieprogramma set-up.exe in Windows of Install.app in Mac OS) en alle toepassings- en componentcode, configuratiegegevens en andere informatie die nodig is om het product te installeren. Daarnaast wordt elk product geleverd met één serienummer. Omdat een installatieprogramma maar één serienummer kan verwerken, kan met een pakket maar één product worden gedistribueerd. Als gevolg van deze één-op-één relatie is een distributiepakket gekoppeld met exact één productinstallatiemap. Het is niet mogelijk één pakket te maken dat meerdere producten bevat. U kunt bijvoorbeeld Photoshop CS5.5 en Illustrator CS5.5 afzonderlijk aanschaffen, maar u kunt niet één distributiepakket maken dat beide producten bevat. U moet één pakket maken om Photoshop te installeren en een ander pakket om Illustrator te installeren. Als u InCopy CS5.5, aanschaft, moet u een pakket maken om alleen InCopy te installeren. Dit is zelfs de enige manier om InCopy CS5.5 in een pakket op te nemen, omdat het geen deel uitmaakt van een van de suiteproducten. Een pakket kan alleen meerdere toepassingen installeren als al deze toepassingen worden geïnstalleerd vanuit een suiteproduct. U kunt dus Photoshop en Illustrator alleen vanuit één pakket installeren als u een suiteproduct hebt aangeschaft dat beide toepassingen bevat. Als u het pakket maakt met een serienummer voor de suite, kan het pakket elke combinatie van toepassingen uit deze suite bevatten. U kunt meerdere distributiepakketten maken vanuit één product. Voor een suiteproduct kunnen afzonderlijke pakketten verschillende subsets gebruiken met toepassingen die in de suite zijn opgenomen. U kunt zelfs meerdere pakketten maken die dezelfde toepassing distribueren met verschillende installatie- en toepassingsopties. Alle pakketten die van een bepaald product worden gemaakt, worden echter gedistribueerd met hetzelfde serienummer en dezelfde productinstallatiemap. Bereken het aantal pakketten Als u slechts één platform hebt gekozen, is uw aantal pakketten 1. Als u beide platformen hebt gekozen, is het 2. Noteer deze cijfers in de kolom AANTAL PAKKETTEN. Geef elk pakket een naam U bent nu klaar om uw pakketten namen te geven. Kies voor elk pakket op uw lijst een korte, beschrijvende naam. Als u Mac OS- en Windows-versies van hetzelfde pakket hebt, kunt u een gezamenlijke pakketnaam kiezen en Win of Mac aan de naam toevoegen. De naam die u kiest, moet u helpen het pakket gemakkelijk te koppelen aan de bedoelde gebruikersgroep en het beoogde gebruik. OPMERKING: omdat deze pakketnaam wordt gebruikt als naam voor de map met pakketbestanden op uw systeem, zijn de beperkingen die de besturingssystemen hanteren voor mapnamen ook van toepassing op de door u gekozen pakketnamen.

118 Distributie plannen Hoe producten zich verhouden tot pakketten 109 Voorbeeld van een planningswerkblad U kunt een planningswerkblad maken zoals in het voorbeeld hieronder om alle benodigde informatie op één plaats te verzamelen. PLANNINGSWERKBLAD 1: GEBRUIKERSGROEPEN EN PAKKETTEN VOOR CS5.5-PRODUCTEN AANTAL GROEPSNAAM BENODIGDE HOOFDTOEPASSINGEN PLATFORMEN PRODUCT PAKKETTEN PAKKETNAAM/-NAMEN Schrijvers InDesign Win64 Design Premium 1 Alleen InDesign Fotografen Photoshop Mac Win32 Design Premium 2 FotoMac FotoWin Vormgevers Photoshop, Illustrator, InDesign Mac Design Premium 1 Lay-out Webontwikkelaars Dreamweaver, Flash, Fireworks Mac Win32 Design Premium 2 WebMac WebWin De volgende tabel kan van pas komen bij het invullen van de eerste vier kolommen. In de tabel worden de CS5.5-suiteproducten in de bovenste rij weergegeven en de losse CS5.5-producten in de linkerkolom. De stippen in de tabel geven aan welke losse hoofdproducten zijn opgenomen in welke suite. Als een gebruikersgroep elke toepassing in een bepaalde suite nodig heeft, kunt u <suitenaam> volledig opschrijven in de kolom BENODIGDE HOOFDTOEPASSINGEN van het voorbeeldplanningswerkblad. Design Standard CS5.5 Design Premium CS5.5 Web Premium CS5.5 Master Collection CS5.5 Production Premium CS5.5 Adobe After Effects CS5.5 Adobe Contribute CS5.5 Adobe Dreamweaver CS5.5 Adobe Encore CS5.5 Adobe Fireworks CS5.5 Adobe Flash Professional CS5.5 Adobe Flash Catalyst CS5.5 Adobe Flash Builder 4 Standard Adobe Illustrator CS5.5 Adobe InDesign CS5.5 Adobe OnLocation CS5.5 Adobe Photoshop CS5.5 Adobe Premiere Pro CS5.5 OPMERKING: De weergavenaam voor Photoshop in Application Manager is altijd Photoshop. Er wordt van uitgegaan dat de uitgebreide versie van Photoshop deel uitmaakt van alle Creative Suite-versies, behalve Design Standard CS5.5.

119 Distributie plannen Configuratiedetails 110 Pakketten specificeren U hebt nu alles wat u nodig hebt om elk pakket op uw pakkettenlijst te specificeren. Zoek voor elk pakket het volgende op. Configuratiedetails In deze velden verzamelt u de informatie die u moet invoeren of opgeven in Application Manager om een distributiepakket te maken. Pakketnaam Hier noteert u de pakketnaam uit uw pakkettenlijst. Dit zijn het schijfstation en het pad naar de locatie waarnaar het door AAMEE gemaakte pakket wordt gekopieerd. Aangeschaft product / platform Noteer de naam van het product uit de kolom PRODUCT van uw pakkettenlijst. Naam gebruikersgroep Noteer de gebruikersgroep of -groepen die dit pakket gaan gebruiken. U hebt deze informatie nodig voor uw eigen boekhouding, Application Manager maakt er geen gebruik van. Opslaglocatie Dit zijn het schijfstation en het pad naar de locatie waar de toepassingen in dit pakket worden geïnstalleerd. Als het pad niet bestaat, wordt dit gemaakt door het installatieprogramma. Productinstallatiemap In Application Manager moet u aan het begin van het proces deze locatie opgeven in het veld Map met productinstallatie zoeken. Dit is het absolute pad vanuit de ESD of de distributiemedia naar de productinstallatiemap voor het product dat u in een pakket opneemt. Zie De invoermedia voorbereiden op pagina 101. Ondersteunde besturingssystemen Als u toepassingen wilt installeren op Windows-platformen met 64-bits architectuur, kiest u voor de optie 64-bits pakket bij Ondersteuning 32-bits vs 64-bits besturingssystemen. Dit is niet van toepassing op pakketten die bedoeld zijn voor Mac OS. Serienummer Dit is het serienummer dat u hebt ontvangen bij de aanschaf van uw product. Voor een installatieprogramma voor een los product geeft u het serienummer voor dat product op. Voor een installatieprogramma voor een suite geeft u het serienummer van de suite op. U moet het serienummer opgeven dat overeenkomt met de aangeschafte installatiemedia voor dat product. U kunt niet een serienummer van een suite gebruiken om een los product te verpakken. Ook kunt u niet het serienummer van een suiteproduct gebruiken als serienummer voor een ander suiteproduct. U kunt bijvoorbeeld niet het serienummer voor Master Collection gebruiken als serienummer voor Design Premium.

120 Distributie plannen Configuratiedetails 111 U kunt ook de optie Doorgaan zonder serienummer op te geven kiezen als u een installatiepakket voor een proefversie wilt maken. In dit geval wordt een proefversie van het product geïnstalleerd die 30 dagen geldig is. De gebruiker wordt gevraagd een serienummer op te geven wanneer deze het gedistribueerde product voor het eerst opent. Serienummering in gedistribueerde producten beheren Het kan voorkomen dat u voor een gedistribueerd product een ander serienummer moet opgeven dan het serienummer dat u hebt opgegeven voor het distributiepakket, of dat u een nieuw serienummer moet opgeven voor een product dat is gedistribueerd als proefversie. U kunt hiervoor een set met opdrachtregelhulpprogramma's, Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition, gebruiken. Zie Hoofdstuk 9, Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition gebruiken voor meer informatie over de functies van dit hulpprogramma en het gebruik ervan. Installatietaal Application Manager stelt deze waarde voor u in op basis van uw serienummer. Noteer deze waarde wanneer u uw pakketten maakt. Als u een installatiepakket voor een proefversie maakt, moet u de taal kiezen. Configuratie: startopties voor product Bepaald gedrag dat normaal is voor een installatie voor één gebruiker, is niet zinvol voor distributie in ondernemingen. Application Manager biedt u opties om dit gedrag uit te schakelen voor alle toepassingen die met een pakket worden geïnstalleerd. Deze opties worden per pakket ingesteld. Verschillende pakketten kunnen verschillende combinaties van instellingen hebben voor deze opties. Licentieovereenkomst onderdrukken: bij de eerste keer dat de toepassing na de installatie wordt gestart, wordt een dialoogvenster weergegeven waarin de gebruiker wordt gevraagd de EULA (licentieovereenkomst voor eindgebruikers) te accepteren. In een situatie met meerdere locaties, accepteert het bedrijf deze overeenkomst voor alle eindgebruikers bij de aanschaf van het product en hoeven de eindgebruikers deze niet te zien. Als u het venster met de licentieovereenkomst in de toepassingen wilt overslaan, kunt u de optie Licentieovereenkomst voor eindgebruikers (EULA) uitschakelen selecteren in de grafische gebruikersinterface van Application Manager. Productregistratieherinneringen uitschakelen: bij de eerste keer dat de toepassing wordt gestart, wordt een dialoogvenster weergegeven waarin de gebruiker wordt gevraagd een Adobe-id op te geven waarmee het product kan worden geregistreerd. Als een gebruiker dit weigert, wordt dit na een week nogmaals door de toepassing gevraagd. Als u wilt voorkomen dat uw gebruikers de producten individueel registreren, kunt u de optie Herinneringen voor productregistratie uitschakelen selecteren in de grafische interface van Application Manager. In Mac OS wordt standaard tijdens de productregistratie het Systeemvoorkeuren-paneel Growl geïnstalleerd. Wanneer u de registratie onderdrukt, wordt dit platformspecifieke hulpprogramma niet geïnstalleerd. Productverbeteringsprogramma: Adobe-toepassingen vragen de gebruiker normaal gesproken regelmatig om feedback, als onderdeel van een voortdurende inspanning om ervoor te zorgen dat producten voldoen aan de behoeften van gebruikers. Als u wilt voorkomen dat de toepassingen gebruikers om feedback vragen, kunt u de optie Adobe-productverbeteringsprogramma uitschakelen selecteren in de grafische interface van Application Manager. Inhoud voor Adobe-zelfstudies in proefversies: als het product geen serienummer heeft en is geïnstalleerd als proefversie, wordt een uitgebreide proefversie geleverd voor bepaalde producten.

121 Distributie plannen Configuratiedetails 112 De proefschermen bieden zelfstudies en trainingsmateriaal die samenhangen met het product zodat u het product kunt evalueren en gebruiken. U moet online zijn om deze functie te kunnen gebruiken. De aangeboden inhoud en zelfstudies kunnen veranderen naarmate de evaluatie vordert. Als deze optie is ingeschakeld, is Verbeterde proefversie uitgeschakeld. Configuratie: conflictafhandeling Het installatieprogramma voor Adobe functioneert niet altijd correct wanneer het tijdens de installatie detecteert dat bepaalde gebruikersprocessen worden uitgevoerd. Wanneer dergelijke conflicterende processen actief zijn, kan de installatie gedeeltelijk of volledig mislukken. Als het installatieprogramma processen tegenkomt die problemen kunnen veroorzaken, geeft het de actieve gebruiker op het systeem interactief de keuze om deze processen af te sluiten en door te gaan met de installatie of om de installatie af te breken. Hetzelfde geldt voor het verwijderen van geïnstalleerde toepassingen. Zie Bijlage C, Conflicterende processen voor een lijst met processen die mogelijk een conflict veroorzaken met de installatie van Adobe-producten. Als u wilt voorkomen dat deze interactieve tussenkomst plaatsvindt, kunt u Conflicten negeren en doorgaan met installatie selecteren bij Conflicterende processen in Application Manager wanneer u uw pakketten maakt. Deze keuze moet u voor elk pakket afzonderlijk maken. Als u deze optie selecteert, worden met het pakket nooit interactieve meldingen aan eindgebruikers weergegeven over conflicterende processen die tijdens de installatie worden gedetecteerd. WAARSCHUWING: Als u ervoor kiest om conflicten te negeren en door te gaan met de installatie, heeft dit geen invloed op de kans op een foutloze installatie op het doelsysteem wanneer conflicterende processen worden gedetecteerd. In dit geval wordt alleen geen melding weergegeven als de installatie mislukt. Adobe beveelt aan om alle doelsystemen in ruststand te plaatsen (geen actieve gebruikers of toepassingen) voordat een pakket wordt gedistribueerd. Configuratie: opties voor installatielocatie Application Manager biedt u drie opties voor de distributielocatie: Distribueren naar standaardtoepassingsmap Het standaardstation is het systeemstation. Het standaardpad is \Program Files in Windows en /Applications in Mac OS. Als u de toepassingen niet wilt distribueren naar de standaardlocatie, kunt u instellen dat de eindgebruiker een pad moet opgeven tijdens de distributie of zelf een specifiek pad opgeven. Map opgeven tijdens distributie OPMERKING: In Mac OS: als u wilt dat uw eindgebruikers het installatiepad opgeven tijdens de distributie van een Mac OS-pakket, moet u een extra handeling uitvoeren en het gemaakte pakket aanpassen voordat u het distribueert via ARD. Zie Gebruikers toestaan de installatielocatie op te geven op pagina 117. Distribueren naar <specifieke locatie> U moet u een absoluut pad opgeven (inclusief station). De installatielocatie kan geen netwerklocatie, gekoppelde schijfimage of de hoofdmap van een volume zijn. Application Manager kan de locatie niet valideren, zorg dus dat u de locatie nauwkeurig invoert. OPMERKING: In Windows is de maximumlengte voor een pad 256 tekens. De namen van de bestanden die worden geïnstalleerd, worden toegevoegd aan het pad dat u opgeeft. Als u een pad kiest dat te lang is, worden sommige producten mogelijk niet geïnstalleerd.

122 Distributie plannen Configuratiedetails 113 U kunt in het pad omgevingsvariabelen gebruiken. Tijdens de installatie worden deze vervangen door de betreffende waarden op het doelsysteem. Als een variabele niet juist is opgegeven of niet kan worden gevonden op het doelsysteem, mislukt de installatie. In Windows worden de namen van omgevingsvariabelen weergegeven tussen de symbolen %: %VARNAME%. Het pad kan geen andere %-tekens bevatten. De naam van een variabele mag geen slash- of backslashtekens bevatten. In Mac OS beginnen de namen van omgevingsvariabelen met het $-symbool: $VARNAME. De naam van een variabele mag geen spaties of slashtekens bevatten. Slechts een subset van de mogelijke omgevingsvariabelen wordt ondersteund. U kunt ~ niet gebruiken om de basismap aan te geven. Configuratie: opties voor updater Bij een individuele productinstallatie start de Adobe Application Manager elke dag automatisch om 2:00 uur in de ochtend om te controleren op updates voor Adobe-producten. De gebruiker merkt niets van deze controle tenzij er een productupdate wordt gevonden. In dat geval wordt door de toepassing een ballon weergegeven waarin de gebruiker wordt geïnformeerd dat er een update beschikbaar is. Dergelijk gedrag van de toepassing wilt u bij een distributie in ondernemingen doorgaans voorkomen. Adobe Application Manager Enterprise Edition biedt vier mogelijkheden voor updates: Als u wilt voorkomen dat gebruikers met Adobe Application Manager automatisch kunnen controleren op updates voor de gedistribueerde producten, kiest u de standaardoptie Adobe Update Manager is uitgeschakeld (ICT-afdeling beheert distributie van updates). Deze optie werd in AAMEE 2.1 Updates handmatig distribueren genoemd. Automatische updates worden nu onderdrukt en de optie Update in het menu Help van de toepassingen is uitgeschakeld. Gebruikers kunnen niet meer zelf actief zoeken naar updates. Als u deze optie selecteert, moet u updates eerst zelf downloaden en distribueren. Zie Een pakket met alleen updates maken op pagina 74 en Updates voorbereiden voor verpakken op pagina 102. De optie Gebruikers met beheerdersrechten kunnen bijwerken via Adobe Update Manager maakt automatisch controleren op updates met Adobe Application Manager mogelijk. Dit is de standaardoptie voor producten die afzonderlijk worden geïnstalleerd. Als het systeem van de gebruiker voorheen was ingesteld op het onderdrukken van updates, wordt door distributie van een pakket waarvoor deze optie is ingesteld, automatisch de controle op updates weer ingeschakeld. Deze optie werd Controleren op updates via AAM genoemd in AAMEE 2.1. U kunt ervoor kiezen het proces van automatische updates om te leiden zodat op updates wordt gecontroleerd op uw eigen updateserver, in plaats van de updateserver van Adobe. Selecteer hiervoor de optie Interne updateserver gebruiken. Voor deze optie moet u updates hosten op een interne server en Adobe Application Manager omleiden naar deze server voor de controle op updates. U doet dit door het pad naar een XML-configuratiebestand op te geven dat informatie bevat over de hostserver. Zie Adobe Update Server Setup Tool op pagina 139 voor meer informatie over het hosten van een interne server. U kunt Adobe Update Manager (AUM) in- of uitschakelen. Standaard is AUM ingeschakeld. Gebruik de optie AUM uitschakelen als u Adobe Remote Update Manager wilt gebruiken om updates te distribueren op clientcomputers. Zie Bijlage B, Adobe Remote Update Manager gebruiken voor meer informatie.

123 Distributie plannen Productcomponenten 114 Productcomponenten De volgende velden voor identificatie van componenten op het werkblad zijn nodig als u Application Manager uitvoert, maar ze zijn ook nuttig in een andere situatie. De namen van toepassingen en componenten worden binnen het pakket in een gecodeerde indeling opgeslagen waardoor u niet naar de pakketbestanden kunt kijken om te bepalen welke toepassingen en optionele componenten het pakket installeert of verwijdert. Als u de namen noteert, kunt u deze informatie bewaren voor toekomstig gebruik. Hoofdtoepassingen Vermeld onder deze kop alle hoofdtoepassingen die u op uw pakketlijst voor dit pakket hebt genoteerd. Als u een los product verpakt, bestaat uw lijst uit één product. Als u een suiteproduct verpakt, staan er mogelijk meerdere toepassingen op de lijst. Optionele gedeelde componenten Vermeld eventuele optionele gedeelde componenten die u in dit pakket wilt opnemen. Dit wordt een korte lijst omdat de meeste gedeelde componenten vereist zijn of niet beschikbaar zijn voor een bepaalde toepassing. Raadpleeg de Referentie voor componenten van distributie en bepaal of u een of meer van deze optionele componenten in dit pakket wilt opnemen. Het is niet nodig componenten te noteren die vereist zijn voor een of meer van de toepassingen die u in het pakket opneemt. Deze worden automatisch opgenomen en worden niet weergegeven als opties in Application Manager. Systeemvereisten U moet de systeemvereisten controleren voor de toepassingen die u in dit pakket opneemt. Als u probeert een pakket te distribueren op een doelsysteem dat niet voldoet aan de vereisten voor de toepassingen die moeten worden geïnstalleerd, mislukt de installatie. Als u meerdere toepassingen op een systeem wilt installeren, als onderdeel van een of meer pakketten, gelden de minimale systeemvereisten van de zwaarste toepassing. Als uw gebruikers van plan zijn meerdere toepassingen tegelijk te gebruiken, is meer RAM-geheugen voor het systeem aan te raden, maar op het moment van installatie is dit niet vereist. Ga naar voor informatie over de systeemvereisten voor afzonderlijke producten. Selecteer aan de linkerzijde van deze pagina het pictogram voor het gewenste product en klik op Meer informatie. Klik op de productspecifieke pagina die wordt weergegeven op Systeemvereisten in de rechterbovenhoek van de pagina. Ga naar voor informatie over de systeemvereisten voor suiteproducten. Selecteer het suiteproduct in de keuzelijst en klik op de pagina voor het suiteproduct op Systeemvereisten in de rechterbovenhoek van de pagina. Voorbeeld planningswerkblad Hier ziet u een voorbeeld van een planningswerkblad voor een pakket. Het serienummer is natuurlijk slechts een voorbeeld. Het pad naar de PRODUCTINSTALLATIEMAP is de locatie van de productinstallatiemap die u maakt nadat u de elektronische softwaredistributie (ESD) van het product hebt gedownload of het product hebt gekopieerd van de distributiemedia. Zie De invoermedia voorbereiden op pagina 101.

124 Distributie plannen Voorbeeld planningswerkblad 115 In dit geval zijn de standaardconfiguratieopties gebruikt. Deze zijn vet weergegeven op het planningswerkblad en zijn hier zo gelaten. PLANNINGSWERKBLAD 2 VOOR DISTRIBUTIE IN ONDERNEMINGEN: SPECIFICATIE CS5.5-PAKKETTEN PAKKETNAAMBBBBBBBBLAY-OUT AANGESCHAFT CS5.5-PRODUCT / PLATFORM Design Premium voor Windows OPSLAGLOCATIE BC:\CS5.5 STAGING\CS5.5 APP MGR PACKAGES NAAM GEBRUIKERSGROEP Vormgevers PRODUCTINSTALLATIEMAP C:\CS5.5 STAGING\DESIGN PREMIUM\ADOBE CS5.5 ONDERSTEUNDE BESTURINGSSYSTEMEN Win32 Win64 Mac OS SYSTEEMVEREISTEN SERIENUMMER INSTALLATIETAAL ENGELS (INTERNATIONAAL) CONFIGURATIE Standaardopties worden vet weergegeven STARTOPTIES VOOR PRODUCT: EULA onderdrukken Ja Nee Registratie onderdrukken Ja Nee Adobe-productverbeteringsprogramma onderdrukken Ja Nee Conflictafhandeling Afbreken Doorgaan OPTIES VOOR ADOBE UPDATER: Updates handmatig distribueren Ja Nee Controleren op updates via AAM Ja Nee AAM updater omleiden naar interne server Ja Nee Locatie van configuratiebestand voor omleiden: OPTIES VOOR INSTALLATIELOCATIE: Distribueren naar standaardtoepassingsmap Map opgeven tijdens distributie Distribueren naar deze locatie: 2 GHz-processor of sneller XP met SP2 (SP3) of Windows Vista SP1 512 MB Ram (1 GB aanbevolen) 2 GB vaste schijf Beeldscherm met resolutie 1024 x 768 (1280 x 800 aanbevolen) 16-bits videokaart QuickTime 7.2 Ondersteuning op videokaart voor Shader 3.0 en OpenGL 2.0 HOOFDTOEPASSINGEN Photoshop Illustrator OPTIONELE GEDEELDE COMPONENTEN Extension Manager Adobe Media Player InDesign NAMEN DOELSYSTEMEN

125 Distributie plannen Voorbeeld planningswerkblad 116 Gedeelde componenten selecteren Sommige gedeelde componenten zijn beschikbaar bij een of meer producten. De lijst met componenten die door Application Manager wordt weergegeven, is volledig afhankelijk van het product dat wordt verpakt. De meeste van de gedeelde componenten zijn optioneel; sommige zijn vereist voor bepaalde toepassingen en optioneel voor andere. Wanneer u een toepassing hebt geselecteerd die moet worden opgenomen in uw distributiepakket, worden de optionele gedeelde componenten voor die toepassing weergegeven. U moet beslissen of u gedeelde componenten wilt opnemen die optioneel zijn voor de hoofdtoepassingen die u hebt opgenomen. Gedeelde componenten die vereist zijn voor een toepassing die u hebt gekozen, worden niet weergegeven in Application Manager. De gedeelde componenten staan vermeld en worden beschreven in Referentie voor componenten van distributie. Hierin vindt u ook informatie over welke toepassingen deze componenten vereisen of als opties bevatten.

126 7 Adobe-pakketten distribueren met ARD Wanneer u een pakket voorbereidt voor distributie in Mac OS, moet dit pakket worden gemaakt en opgeslagen in Mac OS. Mogelijk kunnen de verwijzingen in een Mac OS-pakket worden beschadigd als het pakket wordt gekopieerd en opgeslagen in Windows. Voorbereiding Voor u het Adobe-distributiepakket gaat distribueren, moet u controleren of aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1. Extern beheer is ingeschakeld op alle doelsystemen. U kunt deze functie inschakelen door in het regelpaneel Systeemvoorkeuren op Delen te klikken. Selecteer Extern beheer in het linkerdeelvenster en selecteer de functies die u wilt inschakelen. Raadpleeg de documentatie bij ARD voor aanbevelingen. U moet bijvoorbeeld voor distributiepakketten de functies Onderdelen kopiëren en Onderdelen verwijderen en vervangen selecteren. 2. Het Adobe-pakket dat u wilt distribueren, bevindt zich op of is toegankelijk vanaf het beheersysteem. 3. U hebt al een ARD-groep gedefinieerd die alle doelsystemen bevat waarnaar u het Adobe-pakket wilt distribueren. 4. U hebt genoeg geheugen vrij om naar alle doelsystemen te distribueren. Een doelsysteem moet ruimte hebben voor een kopie van het distributiepakket en voor het geïnstalleerde pakket. Gebruikers toestaan de installatielocatie op te geven Als u tijdens de configuratie van een installatiepakket de optie Map opgeven tijdens distributie hebt geselecteerd, moet u het gemaakte pakket aanpassen voor u het distribueert via ARD. (Zie Configuratie: opties voor installatielocatie op pagina 112.) Breng de volgende wijziging aan in het pkg-installatiepakket: 1. Open het bestand Contents/Info.plist in het pkg-installatiepakket. 2. Wijzig de waarde voor de tag IFPkgFlagDefaultLocation in een absoluut pad naar de doelmap. Bijvoorbeeld: /Volumes/<Volumenaam>/<Mapnaam> of als u distribueert naar het rootvolume: /<Mapnaam> Als u wilt Distribueren met Copy Items en Send Unix Command, moet u de mapnaam opgeven. De volumenaam geeft u door met de opdracht installer. Nadat u deze wijziging hebt aangebracht, kunt u het pakket distribueren met ARD zoals hierna wordt beschreven. 117

127 Adobe-pakketten distribueren met ARD Gebruikers toestaan de installatielocatie op te geven 118 Pakket distribueren 1. Start ARD op uw beheersysteem. 2. Selecteer de doelsystemen. Selecteer in het linkerdeelvenster van het ARD-hoofdvenster de gewenste computerlijst en controleer of de doelsystemen worden weergegeven in het rechterdeelvenster. 3. Stel de installatiepakketten in Selecteer de optie Install Packages van ARD en voeg het installatiepakket toe dat u wilt distribueren. Kies of u opnieuw wilt starten, of u deze taak wilt uitvoeren vanuit deze applicatie- of taakserver, en andere opties die u mogelijk wenst. Als u Run this task from: Task server on this computer selecteert, verplaatst de taakserver de taak naar systemen die niet online waren toen de taak werd gestart. Als u wilt, kunt u de installatietaak plannen voor een later moment. Als u dit wilt doen, klikt uopschedule in de linkerbenedenhoek van het venster Install Packages en geef in het venster Schedule Task de tijd en datum op waarop u het pakket wilt installeren. 4. Installeer het pakket op de doelsystemen. Als u de taak niet hebt ingepland voor een later tijdstip, controleert u de beschikbaarheid van alle doelcomputers in het gedeelte onder aan het venster Install Packages. Als u op Install klikt, begint de installatie onmiddellijk op alle genoemde doelsystemen. Als u de taak voor een later tijdstip hebt gepland, klikt u op Install. Controleer voorafgaand aan het tijdstip waarop de taak wordt uitgevoerd of alle doelsystemen in het gedeelte Name van het venster Install Packages zich in de ruststand bevinden, geen actieve gebruikers hebben en opdrachten kunnen ontvangen. Wanneer de taak Install Packages wordt uitgevoerd, wordt de status ervan weergegeven in het ARD-venster. Wanneer het proces voltooid is, wordt dat weergegeven in de status. WAARSCHUWING: U moet geen installatie-/verwijdertaken beëindigen via ARD. Als u dit wel doet, kan de bewerking worden voortgezet, ook al wordt in het venster ARD aangegeven dat het proces beëindigd is. Vanwege de pakketstructuur die wordt gemaakt door Adobe Application Manager Enterprise Edition is de voortgangsbalk die tijdens de distributie via ARD wordt weergegeven, niet erg nuttig. De balk staat op 0% als de installatie is voltooid (in Mac OS 10.5) of blijft het grootste gedeelte van de tijd op 95% staan (in Mac OS 10.6). 5. Configureer Adobe Help. Selecteer de optie Send Unix Command van ARD. Selecteer Run command as: User. Geef root op in het gebruikersveld. Maak een symbolische koppeling voor Adobe Help: ln -s /Applications/Adobe/Adobe\ Help.app /Applications/Adobe\ Help.app

128 Adobe-pakketten distribueren met ARD Distribueren met Copy Items en Send Unix Command 119 Updatepakketten Updatepakketten krijgen een naam met de volgende notatie <pakketnaam>_update.pkg. Updatepakketten kunnen niet worden verwijderd. Problemen oplossen De distributie van pakketten via ARD kan mislukken als de status van de gebruiker tijdens de distributie verandert; dat wil zeggen, als een gebruiker zich aan- of afmeldt, of als u van gebruiker wisselt. Als u de taakserver gebruikt, begint de taak mogelijk hetzelfde pakket onmiddellijk na de statuswijziging te distribueren, wat kan mislukken. Dit is normaal gedrag voor ARD. Als dit optreedt, voert u de distributie opnieuw uit. Distribueren met Copy Items en Send Unix Command Als alternatief voor de optie Install Packages, kunt u ook de taak Copy Items gebruiken om het pakket te kopiëren naar het doelsysteem en vervolgens Send Unix Command uitvoeren om de installer uit te voeren en het gekopieerde pakket te distribueren. OPMERKING: Als u hebt ingesteld dat de eindgebruiker de installatiemap moet opgeven, moet u het gemaakte pakket aanpassen voor u het distribueert. Zie Gebruikers toestaan de installatielocatie op te geven op pagina Start ARD op uw beheersysteem. 2. Selecteer de doelsystemen. Selecteer in het linkerdeelvenster van het ARD-hoofdvenster de gewenste computerlijst en controleer of de doelsystemen worden weergegeven in het rechterdeelvenster. 3. Stel de installatiepakketten in Selecteer de optie Copy Items van ARD en voeg het installatiepakket toe dat u wilt distribueren. Selecteer de bestemming waarnaar u het pakket op de doelsystemen wilt kopiëren. 4. Installeer het pakket op de doelsystemen. Selecteer de optie Send Unix Command van ARD. Selecteer Run command as: User. Geef root op in het gebruikersveld. Geef de volumenaam door met de opdracht installer: sudo installer -pkg <pakketpad> -target <Locatie op volume> OPMERKING: als u het doelsysteem wilt gebruiken als opstartschijf, geeft u / op na -target 5. Configureer Adobe Help. Selecteer de optie Send Unix Command van ARD. Selecteer Run command as: User. Geef root op in het gebruikersveld. Maak een symbolische koppeling voor Adobe Help: ln -s /Applications/Adobe/Adobe\ Help.app /Applications/Adobe\ Help.app

129 Adobe-pakketten distribueren met ARD Verwijderen met Copy Items en Send Unix Command 120 Adobe software verwijderen met een distributiepakket OPMERKING: er worden geen verwijderingspakketten gemaakt voor updatepakketten. Het installatiedistributiepakket bevat een bestand met de naam <pakketnaam>_uninstall.pkg dat u gebruikt om de software te verwijderen die u hebt geïnstalleerd met het overeenkomende installatiebestand <pakketnaam>_install.pkg De stappen zijn vergelijkbaar met de stappen die u hebt gevolgd om de software te installeren. 1. Selecteer de doelsystemen. Selecteer in het linkerdeelvenster van het ARD-hoofdvenster de groep met doelsystemen waarop u software hebt geïnstalleerd met een distributiepakket. 2. Voer de taak Install Packages uit voor het verwijderingspakket op de doelsystemen. Selecteer de optie Install Packages van ARD en voeg het verwijderingspakket toe (of sleep het pakket naar het deelvenster met pakketten). Klik op Install. 3. Wanneer de taak wordt uitgevoerd, wordt de status ervan weergegeven in het ARD-venster. Wanneer het proces voltooid is, wordt dat weergegeven in de status. WAARSCHUWING: U moet geen installatie-/verwijdertaken beëindigen via ARD. Als u dit wel doet, kan de bewerking worden voortgezet, ook al wordt in het venster ARD aangegeven dat het proces beëindigd is. De verwijderbewerking verwijdert geen gebruikersvoorkeuren voor Adobe-toepassingen. Verwijderen met Copy Items en Send Unix Command Als u het pakket met deze methode hebt gedistribueerd, moet u de methode ook gebruiken om het pakket te verwijderen. In dit geval moet u het verwijderingspakket kopiëren en aanroepen in plaats van het installatiepakket: 1. Selecteer de doelsystemen. Selecteer in het linkerdeelvenster van het ARD-hoofdvenster de gewenste computerlijst en controleer of de doelsystemen worden weergegeven in het rechterdeelvenster. 2. Stel de verwijderingspakketten in. Selecteer de optie Copy Items van ARD en voeg het verwijderingspakket toe dat u wilt distribueren. Selecteer de bestemming waarnaar u het pakket op de doelsystemen wilt kopiëren. 3. Verwijder het pakket van de doelsystemen. Selecteer de optie Send Unix Command van ARD. Geef de volumenaam door met de opdracht installer: sudo installer -pkg <pad verwijderingspakket> -target <volumelocatie>

130 8 Adobe-pakketten distribueren met SCCM In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u een SCCM 2007-pakket maakt waarmee u een Adobe CS5-distributiepakket kunt distribueren. Omdat zowel Adobe als Microsoft de term pakket gebruiken en er momenteel twee versies van de Microsoft-software in gebruik zijn, hanteren we in dit hoofdstuk voor de duidelijkheid de volgende conventies voor de benaming: Wanneer we verwijzen naar een pakket dat is gemaakt met SCCM 2007, spreken we van een SCCM-pakket tenzij de context overduidelijk is; dan spreken we eenvoudig van een pakket. Wanneer we verwijzen naar een pakket dat is gemaakt door Adobe Application Manager, Enterprise Edition, spreken we van een Adobe-distributiepakket of Adobe-pakket. We gebruiken nooit alleen de term pakket als we een Adobe-pakket bedoelen. Voorbereiding SCCM is ontwikkeld voor een breed scala aan netwerkconfiguraties. De beste keuze voor de distributieconfiguratie voor het Adobe-pakket en de bijbehorende productinstallatiemap is de optie TS, waarbij het Adobe-pakket en de productinstallatiemap samen op dezelfde distributieserver of -servers worden geplaatst. Bij een pakket voor distributie in Windows maakt Adobe Application Manager Enterprise Edition twee mappen in de door u opgegeven opslaglocatie: Exceptions\ en Build\. De map Exceptions\ bevat mappen met verschillende soorten installatieprogramma's (EXE, AIR, MSI), die niet kunnen worden gedistribueerd met het standaard msi-installatieprogramma (omdat deze geen ingesloten installatieprogramma kan bevatten). U moet voor elk van deze mappen een SCCM-installatieprogramma maken volgens de instructies in het bestand ExceptionInfo.txt op het hoogste niveau van de map Exceptions\. De map kan leeg zijn als uw pakket geen afhankelijkheden van andere installatieprogramma's heeft. De map Build\ bevat een msi-bestand waarvan de bestandsnaam de door u opgegeven pakketnaam is, en twee submappen, Setup\ en ProvisioningTool\. De submappen zijn vereist om het msi-bestand uit te voeren en het product te installeren. 121

131 Adobe-pakketten distribueren met SCCM Een nieuw SCCM-pakket maken 122 OPMERKING: De pakketten die zijn gemaakt door Adobe Application Manager Enterprise Edition gebruiken het installersubsysteem van Adobe op de achtergrond. Dit systeem gebruikt het systeemeigen Windows-installatieprogramma, MSI. Daarom kunt u geen Adobe-installatiepakket verpakken in een Windows-pakket voor gebruik met MSI omdat Windows een dergelijk recursief gebruik van MSI verbiedt. Een SCCM-pakket maken Een nieuw SCCM-pakket maken 1. Open de wizard New Package. Open het SCCM-scherm. Navigeer naar Computer Management > Software Distribution > Packages. Klik met de rechtermuisknop op Packages, kies New en klik op Package. Doe het volgende in de wizard New Package: 2. Geef het nieuwe SCCM-pakket een naam. Op het tabblad General: Voer de naam in van het nieuwe SCCM-pakket in het veld Name. Dit veld is vereist. U kunt ook waarden invoeren voor de optionele velden Version, Manufacturer, Language en Comment. Klik op Next. 3. Geef de gegevensbron op voor het SCCM-pakket. Op het tabblad Data Source: Selecteer This Package Contains Source Files. Klik op Set aan de rechterkant van het veld Source Directory. Selecteer in het dialoogvenster Set Source Directory het type pad dat u wilt gebruiken (UNC of Local) en zoek of typ het pad naar de map Build\ dat het bestand <pakket_naam>.msi en de ondersteunende mappen bevat. Klik op OK. Op het tabblad Data Source wordt het pad dat u zojuist hebt geselecteerd, weergegeven in het veld Source Directory. Selecteer Always obtain files from the source directory onder dat veld. Stel de andere opties naar keuze in en klik op Next. 4. Geef aan op welke distributiepunten het SCCM-pakket wordt opgeslagen. Selecteer op het tabblad Data Access Access the Distribution Folder through Common ConfigMgr package share en klik op Next. 5. Geef distributie-instellingen op. Kies een verzendingsprioriteit op het tabblad Distribution Settings. Selecteer indien gewenst een waarde voor Preferred Sender. Selecteer andere instellingen naar keuze en klik op Next. Selecteer op het tabblad Reporting de instellingen naar keuze en klik op Next. Selecteer op het tabblad Security de instellingen naar keuze en klik op Next.

132 Adobe-pakketten distribueren met SCCM Installatie- en verwijderingsprogramma s voor het SCCM-pakket maken Bekijk de samenvatting van het nieuwe SCCM-pakket. Controleer alle instellingen voor het nieuwe SCCM-pakket. Als u iets moet wijzigen, gebruikt u de knop Previous en gaat u vervolgens weer terug naar dit scherm met de knop Next. Klik op Next. Het tabblad Confirmation wordt weergegeven. Klik op Close om het maken van pakketten te beëindigen. Installatie- en verwijderingsprogramma s voor het SCCM-pakket maken Adobe Application Manager Enterprise Edition genereert één msi-bestand in de map Build\, waarmee u het product of de suite kunt installeren en verwijderen. (Updatepakketten kunnen niet worden verwijderd, dit is alleen mogelijk bij installatiepakketten.) Als u wilt, kunt u twee afzonderlijke SCCM-programma's voor een installatiepakket maken, één voor installatie en één voor verwijdering. Geef deze programma's namen waardoor het voor de gebruikers op de doelsystemen vanzelfsprekend is wat de opdrachten doen. OPMERKING: de verwijderbewerking verwijdert geen gebruikersvoorkeuren voor Adobe-toepassingen. Met de instructies in deze sectie maakt u één opdracht. U moet deze stappen uitvoeren voor elke opdracht die u moet toevoegen aan het SCCM-pakket. 1. Open de wizard New Program. Navigeer vanuit de SCCM-console naar Computer Management > Software Distribution > Packages. Selecteer het SCCM-pakket dat u hebt gemaakt. Selecteer daaronder Programma s > New > Program. Doe het volgende in de wizard New Program: 2. Geef de opdrachtregel voor het programma op. Op het tabblad General: Geef een beschrijvende naam op (zoals PS_1_installeren of PS_1_verwijderen) in het veld Name, en een opmerking waarin wordt uitgelegd wat het programma doet. Klik op Browse. Selecteer in het dialoogvenster Open File het bestandstype All Files (*.*), blader vervolgens naar het msi-bestand en selecteer het. De details van deze stap variëren voor elke opdracht die u maakt. Blader voor het installatiepakket naar uw bestand <pakket_naam>.msi. Als u zich weer in de wizard New Program bevindt, kunt u de gewenste markeringen of opties toevoegen aan de opdracht, achter de bestandsnaam in het tekstvak Command Line. U kunt de markering ' /quiet gebruiken voor installatie zonder toezicht. Bijvoorbeeld: msiexec.exe /i PS_1.msi /quiet Houd rekening met het volgende als u de gebruikersinterface van het installatieprogramma wilt inschakelen: Geef niet de optie /quiet op.

133 Adobe-pakketten distribueren met SCCM Installatie- en verwijderingsprogramma s voor het SCCM-pakket maken 124 Geef Run with administrative rights op bij de modus Run op het tabblad Environment. Als u 64-bits pakketten maakt, moet u de optie REBOOT=ReallySuppress gebruiken om een afgedwongen herstart te voorkomen: msiexec.exe /i PS_1.msi /quiet REBOOT=ReallySuppress Voeg voor het verwijderingspakket /uninstall /quiet toe aan de opdracht. Bijvoorbeeld: msiexec.exe /uninstall PS_1.msi /quiet Als u wilt, kunt u een bestemmingsmap opgeven met de speciale markering ADOBEINSTALLDIR. Bijvoorbeeld: msiexec.exe /i PS_1.msi ADOBEINSTALLDIR="C:Program Files\Custom Adobe Packages\" /quiet 3. Op het tabblad Environment: Selecteer in het veld Program Can Run de optie Whether or not a user is logged on. Selecteer in het gedeelte Run mode Run with administrative rights. Controleer of Allow users to interact with this program is uitgeschakeld (OFF). OPMERKING: Als u Application Manager niet uitvoert met beheerdersrechten, wordt het logbestand naar een andere locatie geschreven. Zie Installatielogbestanden op pagina Stel de velden op de tabbladen Advanced, Windows Installer en MOM Maintenance naar wens in en klik op Next. 5. Controleer de informatie in het samenvattingsscherm. Als u iets wilt wijzigen, moet u nu teruggaan en dat doen. Klik in het samenvattingsscherm op Next. Het scherm Wizard Completed wordt weergegeven. Klik op Close om het maken van het programma te beëindigen. Installatieprogramma's en verwijderingsprogramma's voor Exceptions-componenten maken Maak installatieprogramma's en verwijderingsprogramma's voor de msi-, exe- of AIR-installatieprogramma s die aanwezig zijn in de map Exceptions\ met de opdrachten die staan beschreven in het bestand ExceptionInfo.txt op het hoogste niveau van de map Exceptions\. Als u bijvoorbeeld een SCCM-installatiepakket wilt maken voor een msi-installatieprogramma voor Adobe Flash Player 10, gebruikt u deze opdracht: msiexec.exe /i AdobeFlashPlayer10_plRel_mul.msi /qn Als u het verwijderingsprogramma wilt maken, gebruikt u /uninstall in plaats van /i: msiexec.exe /uninstall AdobeFlashPlayer10_plRel_mul.msi /qn WAARSCHUWING: Voor op AIR gebaseerde installatieprogramma's kunt u op dezelfde manier een installatieprogramma maken dat op de achtergrond wordt uitgevoerd, met de opdracht die vermeld staat in het bestand ExceptionInfo.txt. Voor deze componenten kunt u echter geen verwijderingsprogramma maken dat op de achtergrond werkt. Als u deze AIR-toepassingen verwijdert, moet u dat handmatig doen: Adobe AIR Adobe Help Adobe Media Player

134 Adobe-pakketten distribueren met SCCM Distributiepunten selecteren voor het SCCM-pakket 125 Distributiepunten selecteren voor het SCCM-pakket 1. Open de wizard New Distribution Points. Navigeer vanuit de SCCM-console naar Computer Management > Software Distribution > Packages. Selecteer het SCCM-pakket dat u hebt gemaakt. Selecteer daaronder Distribution Points > New Distribution Points. Er wordt een introductiescherm weergegeven. Klik op Next. Doe het volgende in de wizard New Distribution Points: 2. Selecteer de distributiepunten waarnaar u het SCCM-pakket wilt kopiëren. Er wordt verondersteld dat de distributiepunten die u voor dit SCCM-pakket wilt gebruiken, al zijn gemaakt. U kunt een of meer distributiepunten selecteren voor dit pakket. 3. Controleer het scherm Wizard Completed en klik op Close. De SCCM-pakketprogramma s aankondigen U moet de aanwijzingen in deze sectie eenmaal opvolgen voor elk SCCM-pakketprogramma dat u wilt aankondigen. In deze aanwijzingen wordt aangenomen dat er al een verzameling bestaat met daarin de doelsystemen waarop u de SCCM-pakketprogramma's wilt aankondigen. 1. Open de wizard Distribute Software to Collection. Navigeer vanuit de SCCM-console naar Computer Management > Collections. Ga naar de verzameling die u wilt gebruiken om dit SCCM-pakket aan te kondigen. Klik met de rechtermuisknop op de naam van de verzameling en kies Distribute > Software. Doe het volgende in de wizard Distribute Software to Collection: 2. Kies het SCCM-pakket dat u wilt aankondigen. Op het tabblad Package: Schakel Select an existing package in. Klik op de knop Browse naast het tekstveld. Zoek in het dialoogvenster Select a Package het gewenste SCCM-pakket en selecteer het. Klik vervolgens op OK. Uw selectie wordt weergegeven in het tekstveld op het tabblad Package. Klik op Next. 3. Controleer of u de gewenste distributiepunten hebt geselecteerd waarnaar u het SCCM-pakket wilt kopiëren. Selecteer op het tabblad Distribution Points de distributiepunten die u wilt gebruiken om dit SCCM-pakket te distribueren. Klik op Volgende. 4. Selecteer het SCCM-pakketprogramma dat u wilt aankondigen. Op het tabblad Select Program: De naam en de programma's van het SCCM-pakket worden weergegeven. Selecteer in het gedeelte 'Programs:' de programma's die u wilt aankondigen. Klik op Next.

135 Adobe-pakketten distribueren met SCCM De SCCM-pakketprogramma s aankondigen Stel de kenmerken van de aankondiging in. Op het tabblad Advertisement Name: Geef een naam op voor de aankondiging in het veld Name. U kunt ook een opmerking invoeren die de aankondiging beschrijft in het veld Comment. Klik op Next. Op het tabblad Advertisement Subcollection: De naam van de verzameling die u voor deze aankondiging hebt gekozen, wordt weergegeven in het veld Collection. Geef aan of u wilt dat deze aankondiging wordt verzonden naar subverzamelingen van deze verzamelingen. De resultaten van uw keuze worden weergegeven in het veld onder aan het tabblad. Klik op Next. Op het tabblad Advertisement Schedule: Stel de datum en tijd in waarop u wilt dat de aankondiging wordt uitgevoerd. Geef aan of de aankondiging moet verlopen. Als u wilt dat de aankondiging verloopt, stelt u de verloopdatum en -tijd in. Voeg de gewenste andere instellingen toe en klik op Next. Op het tabblad Assign Program: Geef aan of u wilt dat het uitvoeren van dit programma verplicht is. Zo ja, dan geeft u de datum en tijd op waarop u de uitvoering wilt afdwingen. De aankondigingsdatum van het vorige tabblad wordt hier voor uw gemak weergegeven. Stel zo nodig een vervaldatum in. Kies de andere opties die u wenst. Klik op Next. 6. Bekijk het samenvattingsscherm voor de aankondiging. Controleer de informatie in het samenvattingsscherm. Als u iets wilt wijzigen, moet u nu teruggaan en dat doen. Klik in het samenvattingsscherm op Next. Het scherm Wizard Completed wordt weergegeven. Klik op Close om het maken van de aankondiging te beëindigen. Wanneer het SCCM-pakket is aangekondigd, wordt een melding op de Windows-werkbalk van de doelsystemen weergegeven, waarmee wordt aangegeven dat een programma is gepland om te worden uitgevoerd.

136 9 Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition is een opdrachtregelprogramma voor de ondersteunde platformen waarmee u de serienummering van Adobe -producten die u hebt gedistribueerd met Adobe Application Manager Enterprise Edition, kunt bijhouden en beheren. Deze toolkit kunt u downloaden via de pagina voor distributie in ondernemingen op DevNet: OPMERKING: als u Adobe Application Manager Enterprise Edition gebruikt om pakketten met serienummer te maken of proefpakketten van een serienummer te voorzien, hebt u Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition mogelijk niet nodig. In deze sectie: Inleiding Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition gebruiken Syntaxis voor Creative Suite 6 Syntaxis voor Creative Suite 5.5 en Creative Suite 5 Logbestanden Productidentificatie Codes voor landinstellingen Voorbeelden van serienummering Creative Suite 6 Creative Suite 5.5 en Creative Suite 5 Inleiding De toolkit levert opdrachten waarmee u een geïnstalleerd product eenvoudig kunt voorzien van een serienummer. Zo moet u dit wellicht doen voor Creative Suite 6 waarbij gebruikers online moeten zijn om ervoor te zorgen dat de serienummering kan worden uitgevoerd. Als er echter clientcomputers zonder internetverbinding zijn, kunt u Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition gebruiken om een pakket op de betreffende machine te voorzien van een serienummer. Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition gebruiken De syntaxis van het hulpprogramma verschilt voor de volgende soorten pakketten: Creative Suite 6 Creative Suite 5 en 5.5 Dit document bevat de syntaxis voor beide situaties. De toolkit zelf is een platformspecifiek uitvoerbaar bestand,adobe_prtk.exe in Windows of adobe_prtk in Mac OS. 127

137 Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition Syntaxis voor Creative Suite De toolkit bevat opdrachten waarmee u het volgende kunt doen: eerder gedistribueerde producten voorzien van een serienummer of het serienummer verwijderen andere handelingen uitvoeren, zoals het genereren van aanvraagcodes en accepteren van antwoordcodes om offlineactivering uit te voeren (voor Creative Suite 6) Activeer een DOS-opdrachtshell in Windows of een Terminal-venster in Mac OS, ga naar de map waar u het uitvoerbare bestand hebt gedownload en roep de opdracht aan met de syntaxis voor hulpprogramma die in de volgende secties wordt beschreven. Syntaxis voor Creative Suite 6 Een serienummer voor een pakket opgeven Gebruik de volgende opdracht om een serienummer voor een pakket op te geven: adobe_prtk --tool=serialize --leid=leid --serial=serienummer --adobeid=adobe-id ARGUMENTEN: --leid LEID --serial serienummer --adobeid Adobe-id De licentie-id van het product (zie Productidentificatie ). Het serienummer van het pakket. De Adobe-id van de gebruiker. OPMERKING: De gebruikshulp die wordt weergegeven als u de opdracht adobe_prtk --h gebruikt, toont de optie personguid <persoonlijke GUID> voor het opgeven van serienummers. Deze optie is echter niet verplicht en u moet deze optie niet opgeven als u de opdracht daadwerkelijk gebruikt. Een serienummer voor een pakket opgeven en registratie onderdrukken Gebruik deze opdracht om de registratieprompt te onderdrukken wanneer u een serienummer voor een pakket opgeeft: adobe_prtk --tool=serialize --leid=<leid> --serial=<serienummer> --regsuppress=ss ARGUMENTEN: --leid LEID --serial serienummer --regsuppress=ss De licentie-id van het product (zie Productidentificatie ). Het serienummer van het pakket. Hier wordt de registratieprompt/prompt voor het invoeren van de Adobe-id onderdrukt. OPMERKING: Voor deze opdracht is de nieuwste versie van Adobe Application Manager vereist. U kunt de nieuwste versie downloaden van Een serienummer voor een pakket verwijderen Gebruik de volgende opdracht om een serienummer voor een pakket te verwijderen: adobe_prtk --tool=unserialize --leid=<leid> [--locale=locale] [--deactivate] [--removeswtag]

138 Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition Syntaxis voor Creative Suite OPMERKING: Voor deze opdracht is de nieuwste versie van Adobe Application Manager vereist. U kunt de nieuwste versie downloaden van ARGUMENTEN: --leid LEID --locale locale --deactivate --removeswtag De licentie-id van het product (zie Productidentificatie ). Optioneel: Een landcode. Zie Codes voor landinstellingen voor een lijst met de codes en de bijbehorende landinstellingen. Optioneel: hiermee deactiveert u de bijbehorende licentie vanuit het systeem. Hiermee verwijdert u de SWTag-bestanden. SWTag verwijst naar bestanden met universele identificatietags voor titels van toepassingen gemaakt op basis van ISO/IECnormen (ISO/IEC ). Met deze bestanden kunnen softwaremiddelen nauwkeurig, consistent en automatisch worden gedetecteerd en beheerd. OPMERKING: de optie --deactivate verwijdert de SWTag-bestanden alleen impliciet als op het systeem een geldige licentie aanwezig is. Een pakket voorzien van een serienummer wanneer een gebruiker offline is In Creative Suite 6 moeten gebruikers online moeten zijn om ervoor te zorgen dat de serienummering kan worden uitgevoerd. Als er echter clientcomputers zonder internetverbinding zijn, kunt u het volgende proces, dat het Type1Exception-proces wordt genoemd, gebruiken om een serienummer voor een pakket op te geven. Voor dit proces moet een speciale code worden gegenereerd op de clientcomputer zonder internetverbinding. Deze code wordt vervolgens gebruikt voor het genereren van een antwoordcode op een computer met internetverbinding. Vervolgens wordt deze antwoordcode gebruikt om het pakket op de clientcomputer zonder internetverbinding te voorzien van een serienummer. De proces kan worden gebruikt voor klanten met retail- en volumelicenties. 1. Voer de volgende opdracht uit op de clientcomputer zonder internetverbinding om een aanvraagcode voor activering te genereren: adobe_prtk --tool=type1exception --generate --serial=serialnum waarbij serialnum het serienummer is Deze opdracht retourneert een aanvraagcode van 44 tekens. 2. Ga op een computer met internet verbinding naar de website van AOES: 3. Meld u op de website van AOES aan met de Adobe-id. 4. Nadat de Adobe-id is geverifieerd, geeft u het serienummer van Adobe op en de aanvraagcode die u in stap 1 hebt gegenereerd. Nadat de activeringsservice de code heeft geactiveerd, wordt de antwoordcode weergegeven.

139 Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition Syntaxis voor Creative Suite Noteer de antwoordcode 6. Voer de volgende opdracht uit op de computer zonder internetverbinding om het pakket te activeren: adobe_prtk --tool=type1exception accept --serial=serialnum --responsecode=responsecode --leid=leid waarbij: serialnum het serienummer is responsecode de code is die u in stap 4 hebt gegenereerd op de computer met internetverbinding LEID de licentie-id van het product is (zie Productidentificatie op pagina 135). Een serienummer voor een pakket opgeven voor gebruikers in een onderneming De volgende algemene stappen zijn nodig voor het opgeven van een serienummer voor een pakket dat wordt gedistribueerd in een onderneming: 1. De beheerder van de onderneming maakt het bestand prov.xml dat de relevante inrichtingsinformatie bevat. De beheerder moet verbinding hebben met internet om dit bestand te genereren. 2. De beheerder gebruikt het gegenereerde bestand prov.xml om met de opdracht voor serienummers van volumelicenties een serienummer op te geven voor het gedistribueerde pakket op clientcomputers en het pakket te activeren. Het bestand prov.xml genereren Als u het bestand prov.xml wilt genereren voor producten die niet AAMEE gebruiken voor distributie in ondernemingen, voert u de volgende opdracht uit als beheerder: adobe_prtk --tool=volumeserialize --generate --serial=<serienummer> --leid=<leid van product> [--regsuppress=ss] [--eulasuppress] [--locales=beperkte lijst met landcodes in de notatie xx_xx of ALL>] [--provfilepath=<absoluut pad naar prov.xml>] Het gegenereerde bestand prov.xml kan worden gebruikt om een serienummer op te geven voor pakketten die al zijn gedistribueerd als proefversie en de pakketten te activeren. ARGUMENTEN: --serial serienummer --leid LEID --regsuppress=ss --eulasuppress --locales --provfilepath Het serienummer. De licentie-id van het product (zie Productidentificatie ). Optioneel: hiermee kunt u registratie onderdrukken. Optioneel: hiermee kunt u de prompt voor de EULA (licentieovereenkomst voor eindgebruikers) onderdrukken. Optioneel: geef een waarde uit de beperkte lijst met landcodes met de notatie xx_xx of de waarde ALL op. Optioneel: Het pad naar de map waarin prov.xml wordt gemaakt. Als deze parameter niet is opgegeven, wordt prov.xml gemaakt in de map waarin APTEE zich bevindt.

140 Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition Syntaxis voor Creative Suite OPMERKINGEN EN AANBEVELINGEN: U kunt deze opdracht zelfs uitvoeren als een product niet is geïnstalleerd. Zorg dat de computer waarop u deze opdracht uitvoert verbinding heeft met internet. U kunt het beste de parameter --regsuppress=ss gebruiken om registratie te onderdrukken wanneer u prov.xml genereert voor volumegebruik. Een serienummer voor volumelicenties opgeven voor het pakket Beheerders kunnen deze opdracht gebruiken om een serienummer op te geven voor de gedistribueerde pakketten op clientcomputers en de pakketten te activeren: adobe_prtk --tool=volumeserialize [--provfile=<absoluut pad naar prov.xml>] --stream OPMERKING: Voor deze opdracht is de nieuwste versie van Adobe Application Manager vereist. U kunt de nieuwste versie downloaden van ARGUMENTEN: --provfile --stream Optioneel: Het absolute pad naar prov.xml. Als u dit argument niet opgeeft, moet prov.xml aanwezig zijn in de map met APTEE. Optioneel: deze optie wordt gebruikt in ondernemingen die replicatiehulpprogramma s gebruiken om pakketten met licenties te distribueren naar verschillende computers. Deze opdracht moet worden aangeroepen nadat het bestand prov.xml is gegenereerd met de opdracht generate van AAMEE of APTEE. U kunt deze opdrachten ook gebruiken voor producten die AAMEE momenteel niet gebruiken voor distributie in ondernemingen. Een proefversie starten voor producten zonder gebruikersinterface Sommige producten, zoals Adobe InDesign CS6 Server, hebben geen gebruikersinterface. Voor dergelijke producten kunt u met de volgende opdracht een proefversie starten: adobe_prtk --tool=starttrial --leid=leid waarbij LEID de licentie-id van het product is (zie Productidentificatie ). Registratie onderdrukken voor producten met serienummer Voer deze opdracht uit als beheerder om de registratieprompt te onderdrukken voor producten met een serienummer. Zo hoeft u geen Adobe-id op te geven als u het product wilt gebruiken: adobe_prtk --tool=register --leid=driverleid --regsuppress=ss ARGUMENTEN: --leid LEID --regsuppress=ss De licentie-id van het product (zie Productidentificatie ). Registratieprompt onderdrukken: met deze instelling onderdrukt u de prompt voor de Adobe-id.

141 Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition Syntaxis voor Creative Suite OPMERKING: Voor deze opdracht is de nieuwste versie van Adobe Application Manager vereist. U kunt de nieuwste versie downloaden van Registratie onderdrukken door producten als proefversie te registreren U kunt de opdracht RegisterTrial gebruiken om de registratie voor het opgegeven product te registreren: adobe_prtk --tool=registertrial --driveradobecode=driveradobecode [--adobeid=adobeid] Hierbij is driveradobecode de handtekening voor het medium in het bestand Setup.xml dat beschikbaar is via het pad <Locatie van installatieprogramma>\payloads\ adobeid is de Adobe-id van de gebruiker OPMERKING: De gebruikshulp die wordt weergegeven als u de opdracht adobe_prtk --h gebruikt, toont de optie personguid <persoonlijke GUID> voor het opgeven van serienummers. Deze optie is echter niet verplicht en u moet deze optie niet opgeven als u de opdracht daadwerkelijk gebruikt. EULA accepteren Gebruik de volgende opdracht om de prompt van de licentieovereenkomst voor eindgebruikers (EULA) te accepteren: adobe_prtk --tool=eula --leid=driverleid --eulaaccept --locale=locale ARGUMENTEN: --leid LEID --locale locale De licentie-id van het product (zie Productidentificatie ). Een optionele landcode. Zie Codes voor landinstellingen voor een lijst met de codes en de bijbehorende landinstellingen. EULA onderdrukken Voer de volgende opdracht uit als beheerder om de prompt van de licentieovereenkomst voor eindgebruikers (EULA) te onderdrukken: adobe_prtk --tool=eula --leid=driverleid --eulasuppress ARGUMENTEN: --leid LEID De licentie-id van het product (zie Productidentificatie ). Een serienummer opgeven met Adobe Application Manager Enterprise Edition U kunt Adobe Application Manager Enterprise Edition (AAMEE) gebruiken om Trial-pakketten op clientcomputers te voorzien van een serienummer. Raadpleeg Een CS6 Serialization-bestand maken in de handleiding voor distributie van AAMEE voor meer informatie.

142 Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition Syntaxis voor Creative Suite 5.5 en Creative Suite Syntaxis voor Creative Suite 5.5 en Creative Suite 5 adobe_prtk --tool=replacesn --serialize=leid --serial=sn adobe_prtk --tool=replacesn --unserialize=leid [--locale=locale] adobe_prtk --tool=replacesn --reserialize=leid --replacement=pseudosn adobe_prtk --tool=makereplacementsn --old=oldsn --new=newsn Beschrijving van syntaxis ReplaceSN Hiermee worden serienummers vervangen voor producten die zijn geïnstalleerd op de huidige computer. De verschillende vormen kunt u combineren om meerdere acties uit te voeren met één aanroep. optie voor opgeven van serienummers adobe_prtk --tool=replacesn --serialize=leid --serial=sn ARGUMENTEN: --serialize LEID --serial SN De licentie-id van het product (zie Productidentificatie ). Het nieuwe serienummer. Hiermee wordt het serienummer toegepast op het gewenste product. Als het product alleen vooraf is voorzien van een serienummer, wordt het nieuwe nummer toegepast als vervanging voor het vooraf toegewezen serienummer. In andere gevallen wordt het serienummer gevalideerd en toegepast op de juiste landinstellingen, waarbij bestaande serienummers voor die landinstelling worden vervangen. optie voor verwijderen van serienummers adobe_prtk --tool=replacesn --unserialize=leid [ --locale=locale ] ARGUMENTEN: --unserialize LEID --locale locale De licentie-id van het product. Een optionele landcode. Zie Codes voor landinstellingen voor een lijst met de codes en bijbehorende landinstellingen. Hiermee worden alle bestaande serienummers die niet van proefversies zijn, toegepast op het gewenste product, waaronder eventuele vooraf toegewezen serienummers. Als de landinstelling is opgegeven, worden serienummers alleen voor die landinstelling verwijderd. optie voor opnieuw toewijzen van serienummers adobe_prtk --tool=replacesn --reserialize=leid --replacement=newsn ARGUMENTEN: --reserialize LEID --replacement pseudosn De licentie-id van het product (zie Productidentificatie ). Er wordt een gecodeerd, vervangend serienummer gemaakt met de opdracht MakeReplacementSN.

143 Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition Logbestanden 134 Hiermee worden alle serienummers voor het opgegeven product (inclusief vooraf toegewezen serienummers) gecontroleerd om te bepalen met welk bestaand serienummer het vervangende serienummer correct kan worden gedecodeerd. Vervolgens wordt het serienummer van het betreffende product vervangen. MakeReplacementSN Met deze hulpfunctie wordt een gecodeerde versie van een nieuw serienummer gemaakt die kan worden gedecodeerd met het bestaande serienummer. Voer deze functie uit op het beheersysteem en sla het resultaat op zodat dit op clientcomputers kan worden gebruikt met de optie voor opnieuw toewijzen van serienummers voor de opdracht ReplaceSN. adobe_prtk --tool=makereplacementsn --old=oldsn --new=newsn ARGUMENTEN: --old=oldsn --new newsn Het serienummer dat wordt vervangen. Het nieuwe serienummer. Logbestanden RESULTAAT: Een pseudo-serienummer. Dit is een eenvoudig gecodeerde versie van het nieuwe serienummer die wordt doorgegeven aan de optie voor opnieuw toewijzen van serienummers voor de opdracht ReplaceSN. De hulpprogramma s schrijven informatie over de voortgang en het resultaat van elke opdracht naar het licentielogbestand: oobelib.log Locatie in Windows: %temp% Locatie in Mac OS: /tmp/ De volgende foutcodes kunnen worden gerapporteerd als de serienummering mislukt Foutcodes voor Creative Suite 6 1 Er zijn ongeldige opdrachtregelargumenten doorgegeven. 14 Onbekende fout 19 Het bestand prov.xml ontbreekt 20 Permanente respijtperiode voor activering kan niet worden geladen (vanwege verkeerde geformuleerde XML, beschadigde of ontbrekende Enigma-gegevens of een andere fout) 21 Kan PCF/SLCache niet bijwerken 22 Kan PCF/SLCache-sessie niet openen 23 Het bestand prov.xml bevat ongeldige, lege tagwaarden 24 Enigma-gegevens bevatten een serienummer voor een andere taal dan die van het geïnstalleerde product. 25 Er is geen product geïnstalleerd op de doelcomputer, of het serienummer of de Enigma-gegevens kunnen niet worden gedecodeerd

144 Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition Productidentificatie PCF-bestand niet gevonden 27 Kan het bestand prov.xml niet bewerken 28 Ongeldig bestand prov.xml opgegeven 29 Geen overeenkomende licentie gevonden 30 Actie niet gestart door een beheerder 31 Ongeldig landcode opgegeven Foutcodes voor Creative Suite 5.5 en Creative Suite 5: 1 Er zijn ongeldige opdrachtregelargumenten doorgegeven. 2 Het ingevoerde serienummer is geen geldig serienummer van Adobe. 3 Het serienummer heeft niet de juiste vorm. 4 De landinstelling van het serienummer is niet ingesteld voor het doelproduct. 5 Het ingevoerde serienummer is niet geschikt voor het huidige besturingssysteem. 6 Het product waarvoor de LEID is ingevoerd, is niet geïnstalleerd op de doelcomputer. 7 De gebruiker heeft geen schrijfmachtigingen voor de cachedatabase. 8 AMTConfigPath is onjuist of ontbreekt, waarschijnlijk vanwege een mislukte of onvolledige installatie. 9 Het ingevoerde serienummer is bedoeld voor een upgrade. 10 Het oude en nieuwe serienummer zijn gelijk. 11 De cache- en/of PCD-database zijn niet toegankelijk. 12 Het ingevoerde pseudo-serienummer is geen geldige code. 13 Het doelproduct bevat niet het oude serienummer dat moet worden vervangen. Productidentificatie Een product met serienummer dat is geïnstalleerd met een distributiepakket dat u hebt gemaakt met Adobe Application Manager Enterprise Edition, heeft een unieke licentie-id (LEID). Als de productnaam bijvoorbeeld Photoshop CS5 Extended is en het product is geïnstalleerd op Mac OS, is de LEID Photoshop-CS5-Mac-GM. Gebruik de LEID om de geïnstalleerde producten te herkennen waarvan u het serienummer wilt opvragen of wijzigen. Zie voor een lijst met LEID s:

145 Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition Codes voor landinstellingen 136 Codes voor landinstellingen De volgende tabel bevat de codes voor landinstellingen die u kunt gebruiken om met optie voor verwijderen van serienummers het serienummer te verwijderen voor de betreffende landinstelling. da_dk de_de en_gb en_us es_la es_mx es_na fi_fi fr_ca fr_fr hr_hr hu_hu it_it ja_jp ko_kr nb_no nl_nl pl_pl pt_br ro_ro ru_ru sk_sk sl_si sv_se tr_tr uk_ua zh_cn zh_tw Deens Duits Engels (internationaal) Engels (VS) Spaans (Latijns-Amerika) Spaans (Mexicaans) Spaans (Noord-Amerika) Fins Frans (Canada) Frans (Frankrijk) Kroatisch Hongaars Italiaans Japans Koreaans Noors Nederlands Pools Portugees (Brazilië) Roemeens Russisch Slowaaks Sloveens Zweeds Turks Oekraïens Chinees (vereenvoudigd) Chinees (traditioneel)

146 Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition Creative Suite Voorbeelden van serienummering Creative Suite 6 1. U wilt de suite Design Standard die u als proefversie hebt geïnstalleerd, voorzien van een serienummer. Hiervoor kunt u de volgende opdracht uitvoeren: adobe_prtk --tool=serialize --leid=designsuitestandard-cs6-win-gm --serial=serienummer_design_standard --adobeid=uw_adobe-id Met deze opdracht geeft u een serienummer op de voor de suite Design Standard. OPMERKING: u hebt een internetverbinding nodig als u deze opdracht wilt uitvoeren. Nadat u deze opdracht hebt uitgevoerd, wordt het product geactiveerd bij de volgende keer dat u het product start, tenzij u geen verbinding met internet hebt. 2. U wilt in Mac OS het serienummer verwijderen voor Adobe Photoshop met de landinstelling Engels (Verenigde Staten). Hiervoor kunt u de volgende opdracht uitvoeren: adobe_prtk --tool=unserialize --leid=photoshop-cs6-mac-gm [ --locale=en_us ] 3. U wilt Indesign Server installeren als proefversie. Omdat InDesign Server geen gebruikersinterface heeft, moet u met de opdrachtregel de proefversie starten op de doelcomputer. Hiervoor maakt u een Trial-pakket voor InDesign Server. Als u in Windows het SCCM-programma maakt om dit pakket te distribueren, geeft u een standaard msiexec-opdrachtregel op om het MSI-bestand van InDesign Server aan te roepen dat InDesign Server installeert. Hierna voert u de volgende opdracht uit om de proefversie te starten op de doelmachine: adobe_prtk --tool=starttrial --leid=indesignserver-cs6-win-gm Met deze opdracht start u de licentie voor de proefversie van InDesign Server op deze computer. 4. U hebt InDesign Server geïnstalleerd met het installatieprogramma en ervoor gekozen u later aan te melden. Productregistratie is verplicht in CS6, maar omdat InDesign Server geen gebruikersinterface heeft, moet u de toepassing met de volgende opdracht voorzien van een serienummer en registreren: adobe_prtk --tool=serialize --leid=indesignserver-cs6-win-gm --serial=serienummer --adobeid=uw_adobe-id 5. U wilt de toepassing InDesign Server die u als proefversie hebt geïnstalleerd, voorzien van een serienummer. Omdat InDesign Server geen gebruikersinterface heeft, moet u de toepassing met de volgende opdracht voorzien van een serienummer en registreren: adobe_prtk --tool=serialize --leid=indesignserver-cs6-win-gm --serial=serienummer --adobeid=uw_adobe-id 6. Stel, u wilt een Windows 7-image met de software van Adobe Creative Suite Master Collection distribueren. Gebruik de volgende algemene stappen: Distribueer het proefpakket van Creative Suite Master Collection op een Windows 7-installatie. Genereer het bestand prov.xml met de volgende opdracht: adobe_prtk --tool=volumeserialize --generate --serial=<serienummer> --leid=mastercollection-cs6-win-gm --regsuppress=ss --eulasuppress Geef een serienummer voor het pakket op en activeer het pakket met de volgende opdracht: adobe_prtk --tool=volumeserialize --stream

147 Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition Creative Suite 5.5 en Creative Suite De beheerder kan nu met standaardhulpprogramma's voor replicatie, zoals Ghost, een ISO-image van het Windows 7-besturingssysteem maken dat de volledige ingerichte Adobe Creative Suite Master Collection-software bevat. Deze ISO-image kan worden teruggezet op meerdere secundaire systemen binnen de onderneming. Er is voor deze secundaire systemen geen aanvullende inrichting vereist. Creative Suite 5.5 en Creative Suite 5 1. U wilt alle toepassingen van de suite Design Premium distribueren voor bepaalde gebruikers, en alleen Photoshop voor anderen. U kunt dan twee pakketten maken: Pakket 1: Volledige Design Premium-suite. Wanneer u dit pakket maakt, geeft u het serienummer voor de Design Premium-suite op en selecteert u alle toepassingen voor installatie. Dit betekent dat de standaarddistributie van dit pakket de suite installeert en voorziet van een serienummer, zodat de doelcomputer volledig klaar is voor gebruik. De resulterende map payloads/ in de doeldistributielocatie bevat alle toepassingspayloads. Pakket 2: Alleen Photoshop. Als u dit pakket maakt, selecteert u een proefinstallatie (geen serienummering) en selecteert u alleen Photoshop (en eventueel optionele, aanbevolen payloads) voor installatie. Plaats het resulterende pakket in dezelfde map als een exemplaar van het hulpprogramma ReplaceSN. Als u in Windows het SCCM-programma maakt om pakket 2 te distribueren, geeft u een standaard msiexec-opdrachtregel op om het MSI-bestand van Photoshop aan te roepen dat een proefversie van Photoshop distribueert. U voegt vervolgens een tweede opdrachtregel toe: adobe_prtk --tool=replacesn --serialize=photoshop-cs5-win-gm --serial=<ps-sn> Deze tweede opdrachtregel voorziet de proefversie van een licentie met het bijgeleverde serienummer van Photoshop. 2. U wilt de videotoepassingen van de Master Collection distribueren. U maakt één pakket waarin u het serienummer van de Master Collection-suite opgeeft (om beveiligde inhoud te kunnen installeren) en de gewenste producten selecteert (Photoshop, Adobe Premiere Pro en After Effects ). Als u in Windows het SCCM-programma maakt om dit pakket te distribueren, moet het vijf regels bevatten. De eerste is de standaard msiexec-aanroep, gevolgd door: adobe_prtk --tool=replacesn --unserialize=mastercollection-cs5-win-gm Hiermee wordt het serienummer van de Master Collection-suite verwijderd dat u hebt gebruikt om het pakket te maken. adobe_prtk --tool=replacesn --serialize=photoshop-cs5-win-gm --serial=<ps-sn> adobe_prtk --tool=replacesn --serialize=premiere-cs5-win-gm --serial=<premiere-sn> adobe_prtk --tool=replacesn --serialize=aftereffects-cs5-win-gm --serial=<ae-sn> Deze opdrachten voorzien de drie toepassingen die u werkelijk distribueert, van een serienummer. 3. U wilt in Mac OS het serienummer verwijderen voor Adobe Photoshop met de landinstelling Engels (Verenigde Staten). Hiervoor kunt u de volgende opdracht uitvoeren: adobe_prtk --tool=replacesn --unserialize=photoshop-cs5-mac-gm [ --locale=en_us ]

148 10 Adobe Update Server Setup Tool Overzicht In dit document wordt beschreven hoe u Adobe Update Server Setup Tool (AUSST) installeert. Dit is een hulpprogramma voor het instellen van een eigen updateserver om de distributie van Adobe-productupdates in uw onderneming te beheren. AUSST downloadt updates voor Creative Suite 6-, Creative Suite 5.5- en Creative Suite 5-producten. U kunt AUSST dus gebruiken als in uw onderneming Creative Suite 6, Creative Suite 5.5, Creative Suite 5 of een combinatie hiervan wordt gebruikt. De updates worden gedownload voor de Windows- en Mac OS-platformen. OPMERKING: AUSST is bedoeld voor IT-beheerders in ondernemingen, die een interne updateserver willen installeren en onderhouden. Bij een individuele productinstallatie start de Adobe Application Manager elke dag automatisch om 2:00 uur in de ochtend om de updateserver van Adobe te controleren op updates voor Adobe-producten. Als een productupdate wordt gevonden, geeft de toepassing een bericht weer. De gebruiker kan vervolgens ervoor kiezen om de update te downloaden en installeren. Gebruikers kunnen ook de menuopdracht Help ->Updates gebruiken om de Adobe Application Manager aan te roepen om te controleren op productupdates, en deze te downloaden en installeren als er updates worden gevonden. Computer 1 Photoshop CS6 Application Manager Updateserver van Adobe Computer 2 Dreamweaver CS5.5 Photoshop CS6 Application Manager Adobe-productupdates Computer 3 Illustrator CS5 Application Manager Clientcomputers downloaden productupdates rechtstreeks van de updateserver van Adobe 139

149 Adobe Update Server Setup Tool 140 Uw eigen updateserver instellen met AUSST In een bedrijfsomgeving geniet het mogelijk de voorkeur om uw eigen updateserver te hosten voor het downloaden en opslaan van updates op de updateserver van Adobe. Adobe Update Server Setup Tool (AUSST) kunt u gebruiken om uw eigen updateserver te configureren en hierop productupdates van de updateserver van Adobe te downloaden. Wanneer u uw eigen updateserver hebt geïnstalleerd, kunt u de Adobe Application Manager omleiden naar uw eigen server in plaats van naar de updateserver van Adobe. In dat geval controleert Adobe Application Manager op uw eigen server op updates en downloadt de updates van de server als u hiervoor opdracht hebt gegeven. Computer 1 Photoshop CS6 Application Manager Updateserver van Adobe Computer 2 Dreamweaver CS5.5 Photoshop CS6 Application Manager Updateserver AUSST + Webserver Adobe-productupdates Computer 3 Illustrator CS5 Application Manager Met AUSST kunt u uw eigen updateserver instellen, waarvan de clientcomputers updates downloaden. OPMERKING: AUSST is bedoeld om u te helpen een interne updateserver te hosten, zodat de clientcomputers op deze interne server op updates kunnen controleren in plaats van op de updateserver van Adobe. AUSST is momenteel niet bedoeld voor het op afstand distribueren van updates naar systemen in uw netwerk.

150 Adobe Update Server Setup Tool 141 Migreren vanuit AUSST 1.0 Als u momenteel werkt met AUSST 1.0, raden we sterk aan om over te stappen op AUSST 2.0, en wel om de volgende redenen: AUSST 2.0 is vereist als u updates voor Creative Suite 6 of Creative Suite 5.5 wilt downloaden. AUSST 2.0 bevat verbeteringen en oplossingen voor problemen U kunt AUSST 2.0 downloaden met de aanwijzingen in de sectie Adobe Update Server Setup Tool downloaden. Als u AUSST wilt uitvoeren, moet u de volgende wijzigingen aanbrengen in de configuratie van AUSST 1.0: De naam van het hulpprogramma is gewijzigd van AdobeUpdateServerSetupToolCS5 in AdobeUpdateServerSetupTool2.0 Het xml-configuratiebestand (AdobeUpdater.overrides) is aangepast. U moet de configuratiebestanden op de clientcomputers bijwerken. Zie Clientcomputers instellen voor meer informatie. Er worden twee bestanden met de naam updaterfeed.xml gegenereerd in plaats van één. Tijdens de controle van de configuratie moet u nagaan of beide bestanden op de server kunnen worden geopend met browsers op de clientcomputers. Zie De instellingen controleren voor meer informatie. Een updateserver instellen: kort overzicht Hier vindt u de belangrijkste stappen voor het instellen van uw interne updateserver met AUSST. Er moet al een HTTP-server actief zijn. Deze wordt gebruikt als de updateserver. 1. Download AUSST 1. Controleer of er een webserver beschikbaar is 2. Voer een eenmalige installatie uit via AUSST: Als onderdeel van de eenmalige installatie doet AUSST het volgende: Voert de eerste configuratie uit Stelt een mappenstructuur in die vergelijkbaar is met die op de updateserver van Adobe Kopieert updates van de updateserver van Adobe naar de webserver. Er worden zowel updates voor Windows als voor Mac OS gedownload. 3. Kopieer regelmatig de nieuwste updates van de updateserver van Adobe naar de webserver. Voer deze stap regelmatig uit om ervoor te zorgen dat uw interne server de nieuwste updates host. Deze stappen worden in de volgende secties beschreven. Het volgende diagram geeft het proces weer en biedt koppelingen naar de secties in dit document waarin de overeenkomende stappen worden uitgelegd. OPMERKING: Gebruik absolute paden voor alle opdrachtregelopties. AUSST biedt geen ondersteuning voor relatieve paden.

151 Adobe Update Server Setup Tool 142 Download AUSST Beschikbaar op: Ook beschikbaar als onderdeel van Adobe Application Manager Enterprise Edition. Zie voor meer informatie: Adobe Update Server Setup Tool downloaden Webserver instellen U kunt uw interne updateserver instellen op elke HTTP-server, zoals Apache of IIS, die de inhoud van statische bestanden kan verzorgen. Zie voor meer informatie: Een webserver voorbereiden voor gebruik als updateserver Eenmalige configuratie uitvoeren en updates downloaden Voer de volgende opdracht uit: AdobeUpdateServerSetupTool2.0 --root=<locatie_rootmap> Zorg dat er geen spaties rondom het teken = staan. Kies optie 1 als u een optie moet opgeven. De rootmap is de locatie in het bestandssysteem van uw interne updateserver waarnaar u de updates downloadt vanaf de updateserver van Adobe. Zorg dat deze locatie bereikbaar is voor de webserver. Zie voor meer informatie: Eenmalige installatie uitvoeren Configuratie controleren 1. Ga na of de startpagina van de webserver kan worden geopend met browsers op clientcomputers en of productupdates beschikbaar zijn vanaf de rootlocatie. 2. Controleer of de bestanden updaterfeed.xml op de updateserver kunnen worden geopend met browsers op de clientcomputers. Zie voor meer informatie: De instellingen controleren Clientcomputers instellen Maak een xml-configuratiebestand (AdobeUpdater.overrides) en distribueer dit naar de computers van gebruikers. De locatie voor het bestand is platformspecifiek. Zie voor meer informatie: Clientcomputers instellen Periodiek synchroniseren met updateserver van Adobe Voer de volgende opdracht uit: AdobeUpdateServerSetupTool2.0 --root=<locatie_rootmap> Zorg dat er geen spaties rondom het teken = staan. Kies optie 2 voor incrementele synchronisatie als u een optie moet opgeven. Alleen nieuwe updates worden gedownload. Kies optie 3 voor afgedwongen synchronisatie. Alle updates worden gedownload en bestaande updates worden overschreven. Zie voor meer informatie: Synchroniseren met de updateserver van Adobe

152 Adobe Update Server Setup Tool 143 Adobe Update Server Setup Tool downloaden U kunt AUSST downloaden van de pagina voor distributie van Adobe Creative Suite in ondernemingen: AUSST is beschikbaar als een exe-bestand (Windows) of een dmg-bestand (Mac OS). Als u de Adobe Application Manager Enterprise Edition gebruikt om uw Creative Suite-producten te distribueren, wordt AUSST beschikbaar gemaakt als onderdeel van de AAMEE-installatie. Hier vindt udelocaties: In Windows 32-bits In Windows 64-bits In Mac OS <systeemstation>:\program Files\Common Files\Adobe\OOBE\PDApp\Enterprise\utilities\AUSST <systeemstation>:\program Files (x86)\common Files\Adobe\OOBE\PDApp\Enterprise\utilities\AUSST /Library/Application Support/Adobe/OOBE/PDApp /Enterprise/utilities/AUSST AUSST wordt op de opdrachtregel uitgevoerd en vereist geen afzonderlijke installatiestappen. U kunt AUSST op elke gewenste locatie op de computer installeren. OPMERKING: Voer in Mac OS de toepassing (AdobeUpdateServerSetupTool2.0.app) niet uit met de opdrachtprompt of door op de toepassing te dubbelklikken. Koppel in plaats daarvan het dmg-bestand, kopieer de toepassing naar het lokale systeem en voer het bestand voor AUSST (AdobeUpdateServerSetupTool2.0) uit dat is verpakt in de toepassing. Standaard bevindt de toepassing zich in de map AdobeUpdateServerSetupTool2.0.app/Contents/MacOS. Hier ziet u een voorbeeld van de opdracht: AdobeUpdateServerSetupTool2.0 --root="/serverroot/updates/adobe/cs" waarbij AdobeUpdateServerSetupTool2.0.app/Contents/MacOS de huidige werkmap is Een webserver voorbereiden voor gebruik als updateserver U kunt uw interne updateserver instellen op elke HTTP-server, zoals Apache of IIS, die de inhoud van statische bestanden kan hosten en verzorgen. Voor installatie van AUSST is een actieve HTTP-server vereist. Als u een specifieke poort wilt configureren, stelt u het poortnummer in wanneer u de clientcomputers configureert. U hoeft het poortnummer alleen op te geven in de configuratiebestanden op de client (het bestand overrides). Als u een ISS-server (Internet Information Services) gebruikt als webserver, leest u de volgende sectie voor informatie waarmee u de IIS-server kunt configureren voor gebruik als updateserver. IIS-server instellen voor gebruik met AUSST Eenmalige installatie uitvoeren Wanneer u de oorspronkelijke installatie van de interne updateserver uitvoert, gebruikt u Adobe Update Server Setup Tool om een mappenstructuur voor de updates te maken in de door u gemaakte rootmap. Als op die locatie al bestanden of mappen aanwezig zijn, worden deze verwijderd. Vervolgens wordt een mappenstructuur gemaakt die overeenkomt met die van de updateserver van Adobe en wordt de eerste synchronisatie uitgevoerd, waarmee alle beschikbare updates vanaf de updateserver van Adobe worden gedownload naar uw interne server.

153 Adobe Update Server Setup Tool 144 Hier vindt u de stappen die moeten worden uitgevoerd voor de eerste configuratie: 1. Voer het hulpprogramma uit in een opdrachtshell of terminal en geef de rootmap voor updates op. Bijvoorbeeld: AdobeUpdateServerSetupTool2.0 --root=<locatie_rootmap> OPMERKING: zorg dat er geen spaties rondom het teken = staan. De rootmap is de locatie in het bestandssysteem van uw interne updateserver waar de updates worden opgeslagen die afkomstig zijn van de updateserver van Adobe. De locatie van de rootmap moet worden gekoppeld aan een geldige HTTP-URL. OPMERKING: zorg dat de rootmap onder de serverroot ligt, zodat de webserver update-inhoud kan verzorgen. Voorbeeld: De rootmap voor updates op uw webserver bevindt zich op de volgende locatie in het bestandssysteem /serverroot/updates/ De URL van de webserver is Binnen uw webserver kunt u de interne updateserver instellen op In dit geval is de locatie van de rootmap (die we in dit hele document als voorbeeld gebruiken) --root="/serverroot/updates/adobe/cs" In dit voorbeeld is de opdracht om de updates uit te voeren: AdobeUpdateServerSetupTool2.0 --root="/serverroot/updates/adobe/cs" Wanneer u de opdracht uitvoert, worden de volgende opties weergegeven in de shell of terminal: 1. Fresh directory structure set up and update sync 2. Incremental update sync from Adobe server 3. Forced update sync from Adobe server 4. Exit Please enter your choice: 2. Voer "1" in om de eerste optie te selecteren. AUSST maakt een mappenstructuur voor de updates in de rootmap en kopieert vervolgens de updates van de updateserver van Adobe naar uw interne updateserver. OPMERKING: Er worden zowel updates Windows als voor Mac OS gedownload. Momenteel kunt u niet selectief updates voor één platform downloaden. Nadat u deze oorspronkelijke installatie hebt uitgevoerd, is uw interne updateserver klaar om clientcomputers bij te werken. OPMERKING: Foutmeldingen, waarschuwingen en informatie voor probleemoplossing worden op de opdrachtregel weergegeven. Er worden geen extra logbestanden gegenereerd.

154 Adobe Update Server Setup Tool 145 De instellingen controleren Controleer het volgende om te bevestigen dat de eerste configuratie goed is uitgevoerd: 1. Controleer of de webserver correct functioneert: ga na of de startpagina van de webserver kan worden geopend vanaf een clientcomputer. 2. Controleer of de Adobe-productupdates beschikbaar zijn vanaf de rootlocatie. Als dat niet het geval is, controleert u of de rootlocatie de juiste schrijftoestemmingen heeft. 3. Controleer of u de updates via een browser kunt weergeven of downloaden vanaf de clientcomputers. 4. Controleer of de bestanden updaterfeed.xml op de updateserver kunnen worden geopend met browsers op de clientcomputers. De bestanden updaterfeed.xml bevinden zich op de volgende locatie, die wordt bepaald door de parameters in het bestand overrides: Stel dat het bestand Overrides de volgende items bevat <Overrides> <Application appid="webfeed"> <Domain> <URL>/Adobe/CS/webfeed/oobe/aam10/win/</URL> <Port>1234</Port> </Application> <Application appid="webfeed20"> <Domain> <URL>/Adobe/CS/webfeed/oobe/aam20/win/</URL> <Port>1234</Port> </Application> <Application appid="updates"> <Domain> <URL>/Adobe/CS/updates/oobe/aam10/win/</URL> <Port>1234</Port> </Application> <Application appid="updates20"> <Domain> <URL>/Adobe/CS/updates/oobe/aam20/win/</URL> <Port>1234</Port> </Application> </Overrides> In dit geval bevindt het bestand updaterfeed.xml zich op de volgende locatie: In Mac OS bevinden de bestanden zich dan op de volgende locatie: Opmerking: Wanneer u het bestand updaterfeed.xml in een browser weergeeft, kunt u de inhoud in het bestand niet weergeven. Dit is geen probleem. U hoeft alleen te controleren of het bestand toegankelijk is via het U kunt de inhoud van het bestand updaterfeed.xml weergeven door met de rechtermuisknop op het bestand te klikken en de broncode weer te geven.

155 Adobe Update Server Setup Tool 146 Clientcomputers instellen Adobe Application Manager op clientcomputers controleert standaard of er updates op de updateserver van Adobe aanwezig zijn. Wanneer u uw eigen updateserver host, moet u Adobe Application Manager configureren op de computer van elke gebruiker zodat op uw server op updates wordt gecontroleerd. Hiervoor moet u een xml-configuratiebestand maken (AdobeUpdater.overrides) en dit naar de computers van gebruikers distribueren. Het configuratiebestand specificeert het domein, de URL en de poort voor uw interne updateserver. De URL verschilt voor het Windows- en het Mac OS-platform. Hieronder ziet u de indeling van het bestand AdobeUpdater.Overrides met de serverinformatie uit het voorbeeld (zie Eenmalige installatie uitvoeren voor de serverinformatie uit het voorbeeld): OPMERKING: als u hebt gemigreerd naar een andere versie van AUSST, moet u de xml-configuratiebestanden op de clientcomputers bijwerken. IN WINDOWS: <?xml version="1.0" encoding="utf-8"?> <Overrides> <Application appid="webfeed"> <Domain> <URL>/Adobe/CS/webfeed/oobe/aam10/win/</URL> <Port>1234</Port> </Application> <Application appid="webfeed20"> <Domain> <URL>/Adobe/CS/webfeed/oobe/aam20/win/</URL> <Port>1234</Port> </Application> <Application appid="updates"> <Domain> <URL>/Adobe/CS/updates/oobe/aam10/win/</URL> <Port>1234</Port> </Application> <Application appid="updates20"> <Domain> <URL>/Adobe/CS/updates/oobe/aam20/win/</URL> <Port>1234</Port> </Application> </Overrides> IN MAC OS: In Mac OS geeft de URL de submap mac/ aan in plaats van de submap win/:... <URL>/Adobe/CS/webfeed/oobe/aam10/mac/</URL>... <URL>/Adobe/CS/webfeed20/oobe/aam20/mac/</URL>... <URL>/Adobe/CS/updates/oobe/aam10/mac/</URL>... <URL>/Adobe/CS/updates20/oobe/aam20/mac/</URL>...

156 Adobe Update Server Setup Tool Clientconfiguratiebestanden distribueren 147 Clientconfiguratiebestanden configureren U kunt de clientconfiguratiebestanden zelf maken met een teksteditor of het hulpprogramma gebruiken om de bestanden automatisch te genereren. U kunt dit alleen doen nadat u uw server hebt ingesteld en gesynchroniseerd met de updateserver van Adobe. Geef de volgende opdracht op in een opdrachtshell of terminal om de configuratiebestanden te genereren (gebruik de informatie van uw eigen server): AdobeUpdateServerSetupTool2.0 --genclientconf="/serverroot/config/adobeupdaterclient" --root="/serverroot/updates/adobe/cs" --url=" Met deze opdracht worden twee clientconfiguratiebestanden gemaakt (een voor Windows en een voor Mac OS), die worden weggeschreven naar platformspecifieke mappen in het pad dat is opgegeven bij --genclientconf. In dit voorbeeld zijn de nieuwe bestanden: /serverroot/config/adobeupdaterclient/win/adobeupdater.overrides /serverroot/config/adobeupdaterclient/mac/adobeupdater.overrides Clientconfiguratiebestanden distribueren Als u het clientconfiguratiebestand wilt distribueren naar Adobe Application Manager Updater op de afzonderlijke computers van gebruikers, moet u de juiste platformversie van het bestand wegschrijven naar de volgende platformspecifieke locatie: WINDOWS XP: \Documents and Settings\All Users\Application Data\Adobe\AAMUpdater\1.0\AdobeUpdater.Overrides WINDOWS 7/VISTA: \ProgramData\Adobe\AAMUpdater\1.0\AdobeUpdater.Overrides MAC OS X: /Library/Application Support/Adobe/AAMUpdater/1.0/AdobeUpdater.Overrides Updates vanaf een interne server downloaden op clients met AAMEE 2.0 of hoger Vanaf versie 2.0 van Adobe Application Manager Enterprise Edition (AAMEE) kunnen updates rechtstreeks worden gedownload vanaf de updateserver van Adobe en hoeft u dit niet meer handmatig te doen. Als op de clientcomputers versie 2.0 of hoger van AAMEE wordt uitgevoerd, kan AAMEE de updates rechtstreeks downloaden vanaf uw interne updateserver en hoeft u de updateserver van Adobe niet te gebruiken. Hiervoor moet u hetzelfde xml-configuratiebestand (AdobeUpdater.overrides) distribueren op de interne server waarna AAMEE de updates downloadt vanaf de interne server.

157 Adobe Update Server Setup Tool Incrementele synchronisatie 148 Synchroniseren met de updateserver van Adobe Nadat u de oorspronkelijke installatie hebt uitgevoerd, moet u uw interne updateserver regelmatig synchroniseren met de updateserver van Adobe om ervoor te zorgen dat u beschikt over de nieuwste updates. Hiervoor gebruikt u dezelfde opdracht, maar kiest u een andere optie in het menu: AdobeUpdateServerSetupTool2.0 --root="/serverroot/updates/adobe/cs" Met de opdracht worden de volgende opties weergegeven in de shell of terminal: 1. Fresh directory structure set up and update sync 2. Incremental update sync from Adobe server 3. Forced update sync from Adobe server 4. Exit Please enter your choice: U kunt kiezen voor een incrementele synchronisatie (optie 2) of een afgedwongen synchronisatie (optie 3) Incrementele synchronisatie Als er nieuwe updates op de updateserver van Adobe zijn geplaatst nadat u voor het laatst hebt gesynchroniseerd, worden alleen de nieuwe updates overgebracht naar de lokale server wanneer u voor optie 2 kiest. Als er geen nieuwe updates beschikbaar zijn, gebeurt er niets. Normaal gesproken is dit de optie die u het beste kunt gebruiken. Als echter blijkt dat om wat voor reden dan ook de nieuwste updates niet worden weergegeven op de clientcomputers, kunt u een afgedwongen synchronisatie uitvoeren, zoals hierna wordt uitgelegd. Afgedwongen synchronisatie Wanneer u kiest voor optie 3, worden alle beschikbare updates gedownload vanaf de updateserver van Adobe. Eerder gedownloade updates worden opnieuw gedownload vanaf de updateserver van Adobe en worden overschreven op de lokale updateserver. Beide opties hebben als resultaat dat uw interne updateserver up-to-date is en kan worden gebruikt voor het bijwerken van clientcomputers. OPMERKING: als u de synchronisatie met de updateserver van Adobe automatisch wilt uitvoeren zonder dat handmatige tussenkomst vereist is, kunt u een omsluitend script maken dat AUSST uitvoert en de benodigde invoer levert.

158 Adobe Update Server Setup Tool Server met IIS 6 instellen 149 IIS-server instellen voor gebruik met AUSST In deze sectie wordt uitgelegd hoe u een IIS-server (Internet Information Services) instelt voor gebruik met AUSST. Server met IIS 6 instellen Server met IIS 7 instellen Server met IIS 6 instellen 1. Voer AUSST uit en synchroniseer de updates die beschikbaar zijn in de standaardhoofdmap van de website van de updateserver van Adobe. 2. Configureer de eigenschappen voor de website zoals hier is aangegeven:

159 Adobe Update Server Setup Tool Server met IIS 6 instellen Selecteer het tabblad Basismap en klik op Configuratie BELANGRIJK: De wijzigingen in de configuratie worden toegepast op alle gegevens die verwijzen naar deze website (standaardwaarde in dit voorbeeld) zoals Iaas, Reports, Old. Maak daarom een aparte website voor de gegevens voor de functie voor updates en pas de configuratiewijzigingen toe op deze aparte website zodat de andere sites niet worden beïnvloed.

160 Adobe Update Server Setup Tool Server met IIS 6 instellen Voeg de ISAPI-extensie toe voor de volgende extensies: xml zip dmg sig crl

161 Adobe Update Server Setup Tool Server met IIS 6 instellen Voer extensietoewijzing uit voor het volgende uitvoerbare bestand: C:\Windows\Microsoft.NET\Framework\v \aspnet_isapi.dll zoals hier is aangegeven: OPMERKING: voer voor een 64-bits besturingssysteem de toewijzing in het pad van het 64-bits framework als volgt uit: C:\Windows\Microsoft.NET\Framework64\v \aspnet_isapi.dll.

162 Adobe Update Server Setup Tool Server met IIS 6 instellen Open het bestand web.config in de map van het framework die hierna is aangegeven: 7. Voeg vermeldingen toe voor de extensie xml,.crl,. dmg,.zip.en.sig zoals hier is aangegeven: 8. Start de website opnieuw en voer AUSST uit.

163 Adobe Update Server Setup Tool Server met IIS 7 instellen 154 Server met IIS 7 instellen 1. Voer AUSST uit en synchroniseer de updates die beschikbaar zijn in de standaardhoofdmap van de website van de updateserver van Adobe. 2. Open inetmgr en klik op de handler Toewijzing van de vereiste website zoals hier is aangegeven: BELANGRIJK: De wijzigingen in de configuratie worden toegepast op alle gegevens die verwijzen naar deze website (standaardwaarde in dit voorbeeld). Maak daarom een aparte website voor de gegevens voor de functie voor updates en pas de configuratiewijzigingen toe op deze aparte website zodat de andere sites niet worden beïnvloed. 3. Selecteer de optie Moduletoewijzing toevoegen zoals hier is aangegeven:

164 Adobe Update Server Setup Tool Server met IIS 7 instellen Voeg de moduletoewijzing voor de extensies.xml,.crl,.zip,.dmg en.sig toe. Een voorbeelddialoogvenster voor de extensie.xml wordt hier weergegeven. OPMERKING: de toewijzing voor de extensies.crl,.zip,.dmg en.sig kan op vergelijkbare wijze worden uitgevoerd zoals hier voor de extensie.xml is beschreven. 5. Wijzig in de sectie Groep van toepassingen de waarde van de pipeline-modus van de beheerfunctie in Klassiek zoals hier is aangegeven:

165 Adobe Update Server Setup Tool Controleer of de webserver correct is ingesteld Voeg de http-ingangen toe voor de extensies.zip,.xml,.crl,.dmg en.sig in het bestand web.config zoals hier is aangegeven: 7. Start de website opnieuw en voer AUSST uit. Problemen oplossen De volgende algemene stappen kunt u gebruiken om problemen met het distribueren via Adobe Update Server Setup Tool op te lossen. Controleer of de webserver correct is ingesteld Als de webserver voor de distributie van updates niet correct is ingesteld, worden de updates mogelijk wel gedownload van de updateserver van Adobe (Adobe Update Server Setup Tool doet dit automatisch), maar worden de updates niet gedistribueerd naar de clientcomputers. Updates lokaal opgeslagen Updateserver van Adobe AUSST Webserver Clients Updates worden niet geïnstalleerd op clients omdat de webserver niet correct is ingesteld

ADOBE APPLICATION MANAGER ENTERPRISE EDITION HANDLEIDING VOOR DISTRIBUTIE IN ONDERNEMINGEN

ADOBE APPLICATION MANAGER ENTERPRISE EDITION HANDLEIDING VOOR DISTRIBUTIE IN ONDERNEMINGEN ADOBE APPLICATION MANAGER ENTERPRISE EDITION HANDLEIDING VOOR DISTRIBUTIE IN ONDERNEMINGEN Adobe Application Manager Enterprise Edition Release 3.0 Documentversie 3.0 Documentdatum: mei 2012 2012 Adobe

Nadere informatie

Adobe Application Manager Enterprise Edition Release 3.0

Adobe Application Manager Enterprise Edition Release 3.0 Adobe Application Manager Enterprise Edition Release 3.0 Documentversie 3.0 Documentdatum: mei 2012 Adobe Application Manager Enterprise Edition Release 3.0 In dit document: Inleiding Nieuwe en gewijzigde

Nadere informatie

ADOBE APPLICATION MANAGER ENTERPRISE EDITION HANDLEIDING VOOR DISTRIBUTIE IN ONDERNEMINGEN

ADOBE APPLICATION MANAGER ENTERPRISE EDITION HANDLEIDING VOOR DISTRIBUTIE IN ONDERNEMINGEN ADOBE APPLICATION MANAGER ENTERPRISE EDITION HANDLEIDING VOOR DISTRIBUTIE IN ONDERNEMINGEN Adobe Application Manager Enterprise Edition Release 2.1 Documentversie 2.2 Documentdatum: oktober 2011 2011 Adobe

Nadere informatie

Adobe Application Manager Enterprise Edition Release 3.1

Adobe Application Manager Enterprise Edition Release 3.1 Adobe Application Manager Enterprise Edition Release 3.1 Documentversie 3.1 Documentdatum: september 2012 Adobe Application Manager Enterprise Edition Release 3.1 Welkom bij Adobe Application Manager Enterprise

Nadere informatie

Lees mij voor Adobe Application Manager Enterprise Edition Release 2.1

Lees mij voor Adobe Application Manager Enterprise Edition Release 2.1 Adobe Application Manager Enterprise Edition Release 2.1 Documentversie 2.2 Documentdatum: oktober 2011 Lees mij voor Adobe Application Manager Enterprise Edition Release 2.1 Welkom bij Adobe Application

Nadere informatie

ADOBE PROVISIONING TOOLKIT ENTERPRISE EDITION TECHNISCHE OPMERKING

ADOBE PROVISIONING TOOLKIT ENTERPRISE EDITION TECHNISCHE OPMERKING ADOBE PROVISIONING TOOLKIT ENTERPRISE EDITION TECHNISCHE OPMERKING Document Version 5.0 september 2012 2012 Adobe Systems Incorporated and its licensors. All rights reserved. Technische opmerking bij Adobe

Nadere informatie

ADOBE PROVISIONING TOOLKIT ENTERPRISE EDITION TECHNISCHE OPMERKING

ADOBE PROVISIONING TOOLKIT ENTERPRISE EDITION TECHNISCHE OPMERKING ADOBE PROVISIONING TOOLKIT ENTERPRISE EDITION TECHNISCHE OPMERKING 2010 Adobe Systems Incorporated. All rights reserved. Adobe Provisioning Toolkit Enterprise Edition Tech Note Adobe, the Adobe logo, Creative

Nadere informatie

ADOBE CREATIVE SUITE 6 IMPLEMENTATIE REFERENTIE VOOR COMPONENTEN

ADOBE CREATIVE SUITE 6 IMPLEMENTATIE REFERENTIE VOOR COMPONENTEN ADOBE CREATIVE SUITE 6 IMPLEMENTATIE REFERENTIE VOOR COMPONENTEN Adobe Creative Suites 6-implementatie 2011-2012 Adobe Systems Incorporated and its licensors. All rights reserved. Adobe Creative Suite

Nadere informatie

Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2

Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2 Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2 Fiery Extended Applications Package (FEA) v4.2 bevat Fiery-toepassingen voor het uitvoeren van taken die zijn toegewezen aan

Nadere informatie

BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista

BEKNOPTE HANDLEIDING INHOUD. voor Windows Vista BEKNOPTE HANDLEIDING voor Windows Vista INHOUD Hoofdstuk 1: SYSTEEMVEREISTEN...1 Hoofdstuk 2: PRINTERSOFTWARE INSTALLEREN ONDER WINDOWS...2 Software installeren om af te drukken op een lokale printer...

Nadere informatie

Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4

Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4 Fiery Command WorkStation 5.8 met Fiery Extended Applications 4.4 Fiery Extended Applications (FEA) v4.4 bevat Fiery software voor het uitvoeren van taken met een Fiery Server. In dit document wordt beschreven

Nadere informatie

Lees mij voor Adobe Creative Suite 5.5 Dreamweaver

Lees mij voor Adobe Creative Suite 5.5 Dreamweaver Lees mij voor Adobe Creative Suite 5.5 Dreamweaver Welkom bij Dreamweaver. Dit document bevat op het laatste moment beschikbaar gestelde productinformatie, updates en tips voor het oplossen van problemen

Nadere informatie

cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR LAPTOPS EN DESKTOPS MET WINDOWS PRO GEBRUIKERSHANDLEIDING

cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR LAPTOPS EN DESKTOPS MET WINDOWS PRO GEBRUIKERSHANDLEIDING cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL! VOOR LAPTOPS EN DESKTOPS MET WINDOWS PRO GEBRUIKERSHANDLEIDING Inleiding cbox is een applicatie die u eenvoudig op uw computer kunt installeren. Na installatie wordt in de

Nadere informatie

Fiery Driver Configurator

Fiery Driver Configurator 2015 Electronics For Imaging, Inc. De informatie in deze publicatie wordt beschermd volgens de Kennisgevingen voor dit product. 16 november 2015 Inhoud 3 Inhoud Fiery Driver Configurator...5 Systeemvereisten...5

Nadere informatie

System Updates Gebruikersbijlage

System Updates Gebruikersbijlage System Updates Gebruikersbijlage System Updates is een hulpprogramma van de afdrukserver dat de systeemsoftware van uw afdrukserver met de recentste beveiligingsupdates van Microsoft bijwerkt. Het is op

Nadere informatie

2 mei 2014. Remote Scan

2 mei 2014. Remote Scan 2 mei 2014 Remote Scan 2014 Electronics For Imaging. De informatie in deze publicatie wordt beschermd volgens de Kennisgevingen voor dit product. Inhoudsopgave 3 Inhoudsopgave...5 openen...5 Postvakken...5

Nadere informatie

Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1

Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1 Installatiegids Command WorkStation 5.5 met Fiery Extended Applications 4.1 Fiery Extended Applications Fiery Extended Applications (FEA) 4.1 is een pakket met de volgende toepassingen voor gebruik met

Nadere informatie

VMware Identity Manager Desktop gebruiken. VMware Identity Manager 2.8 VMware Identity Manager 2.9.1

VMware Identity Manager Desktop gebruiken. VMware Identity Manager 2.8 VMware Identity Manager 2.9.1 VMware Identity Manager Desktop gebruiken VMware Identity Manager 2.8 VMware Identity Manager 2.9.1 VMware Identity Manager Desktop gebruiken U vindt de recentste technische documentatie op de website

Nadere informatie

1 INTRODUCTIE...5 2 SYSTEEMVEREISTEN...6. 2.1 Minimum Vereisten...6 2.2 Aanbevolen Vereisten...7

1 INTRODUCTIE...5 2 SYSTEEMVEREISTEN...6. 2.1 Minimum Vereisten...6 2.2 Aanbevolen Vereisten...7 NEDERLANDS...5 nl 2 OVERZICHT nl 1 INTRODUCTIE...5 2 SYSTEEMVEREISTEN...6 2.1 Minimum Vereisten...6 2.2 Aanbevolen Vereisten...7 3 BLUETOOTH VOORZIENINGEN...8 4 SOFTWARE INSTALLATIE...9 4.1 Voorbereidingen...10

Nadere informatie

LCD MONITOR SHARP INFORMATION DISPLAY GEBRUIKSAANWIJZING

LCD MONITOR SHARP INFORMATION DISPLAY GEBRUIKSAANWIJZING LCD MONITOR SHARP INFORMATION DISPLAY DOWNLOADER Versie 1.1 GEBRUIKSAANWIJZING Inleiding Deze software Kan controleren of er nieuwe versies zijn van de gebruikte software. Indien er een nieuwe versie is,

Nadere informatie

Versienotities voor de klant Xerox EX Print Server, Powered by Fiery voor de Xerox Color 800/1000 Press, versie 1.3

Versienotities voor de klant Xerox EX Print Server, Powered by Fiery voor de Xerox Color 800/1000 Press, versie 1.3 Versienotities voor de klant Xerox EX Print Server, Powered by Fiery voor de Xerox Color 800/1000 Press, versie 1.3 Dit document bevat belangrijke informatie over deze versie. Zorg dat deze informatie

Nadere informatie

Internet Veiligheidspakket van KPN Handleiding Windows XP, Vista, 7,8 Versie 13.04.19

Internet Veiligheidspakket van KPN Handleiding Windows XP, Vista, 7,8 Versie 13.04.19 Internet Veiligheidspakket van KPN Handleiding Windows XP, Vista, 7,8 Versie 13.04.19 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Systeemeisen... 4 3 Installatie... 5 4 Gebruik en instellingen... 12 4.1 Algemeen...

Nadere informatie

IMPLEMENTATIE VAN SOFTWARETAGS IN ADOBE-PRODUCTEN TECHNISCHE OPMERKING

IMPLEMENTATIE VAN SOFTWARETAGS IN ADOBE-PRODUCTEN TECHNISCHE OPMERKING IMPLEMENTATIE VAN SOFTWARETAGS IN ADOBE-PRODUCTEN TECHNISCHE OPMERKING 2011 Adobe Systems Incorporated. All rights reserved. Software Tag Implementation in Adobe Products Tech Note Adobe, the Adobe logo,

Nadere informatie

Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012. Stand-alone / Netwerkversie. Nieuwe Installatie van FWG 3.0/2011-2012 met een MS Access database

Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012. Stand-alone / Netwerkversie. Nieuwe Installatie van FWG 3.0/2011-2012 met een MS Access database Installatiehandleiding FWG 3.0/2011-2012 Stand-alone / Netwerkversie Nieuwe Installatie van FWG 3.0/2011-2012 met een MS Access database Wij willen u er op wijzen dat ons systeem FWG3.0 Cd-rom versie dit

Nadere informatie

Crystal Reports Gebruikershandleiding. Crystal Reports XI R2 installeren

Crystal Reports Gebruikershandleiding. Crystal Reports XI R2 installeren Crystal Reports Gebruikershandleiding Crystal Reports XI R2 installeren Crystal Reports XI R2 installeren Crystal Reports XI R2 installeren U wordt bij het installatieproces begeleid door de Crystal Reports-wizard

Nadere informatie

Fiery Remote Scan. Fiery Remote Scan openen. Postvakken

Fiery Remote Scan. Fiery Remote Scan openen. Postvakken Fiery Remote Scan Met Fiery Remote Scan kunt u scantaken op de Fiery-server en de printer beheren vanaf een externe computer. Met Fiery Remote Scan kunt u het volgende doen: Scans starten vanaf de glasplaat

Nadere informatie

Handleiding voor aansluitingen

Handleiding voor aansluitingen Pagina 1 van 6 Handleiding voor aansluitingen Windows-instructies voor een lokaal aangesloten printer Opmerking: Wanneer u een lokaal aangesloten printer installeert en het besturingssysteem niet wordt

Nadere informatie

Mac OS X 10.6 Snow Leopard Installatie- en configuratiehandleiding

Mac OS X 10.6 Snow Leopard Installatie- en configuratiehandleiding Mac OS X 10.6 Snow Leopard Installatie- en configuratiehandleiding Lees dit document voordat u Mac OS X installeert. Dit document bevat belangrijke informatie over de installatie van Mac OS X. Systeemvereisten

Nadere informatie

PUBLICATIE INFORMATIE TRIMBLE ACCESS SOFTWARE. Versie 2013.41 Revisie A December 2013

PUBLICATIE INFORMATIE TRIMBLE ACCESS SOFTWARE. Versie 2013.41 Revisie A December 2013 PUBLICATIE INFORMATIE TRIMBLE ACCESS SOFTWARE 1 Versie 2013.41 Revisie A December 2013 Legal Information Trimble Navigation Limited Engineering Construction Group 935 Stewart Drive Sunnyvale, California

Nadere informatie

ADOBE CREATIVE SUITE 5 HANDLEIDING VOOR DISTRIBUTIE IN ONDERNEMINGEN

ADOBE CREATIVE SUITE 5 HANDLEIDING VOOR DISTRIBUTIE IN ONDERNEMINGEN ADOBE CREATIVE SUITE 5 HANDLEIDING VOOR DISTRIBUTIE IN ONDERNEMINGEN Documentversie 2.5 december 2010 2010 Adobe Systems Incorporated and its licensors. All rights reserved. Adobe Creative Suite 5 Enterprise

Nadere informatie

Graag voor gebruik lezen. Borduurwerk editing software. Installatiegids

Graag voor gebruik lezen. Borduurwerk editing software. Installatiegids Graag voor gebruik lezen Borduurwerk editing software Installatiegids Lees eerst het volgende voordat u het cdrompakket opent Hartelijk dank voor de aanschaf van deze software. Lees de onderstaande Productovereenkomst

Nadere informatie

Standaard Asta Powerproject Client Versie 13 Installatiedocument v1

Standaard Asta Powerproject Client Versie 13 Installatiedocument v1 Standaard Asta Powerproject Client Versie 13 Installatiedocument v1 22 oktober 2015 Voor vragen of problemen kunt u contact opnemen via: telefoonnummer 030-2729976. Of e-mail naar support@powerproject.nl.

Nadere informatie

Handleiding. Opslag Online. voor Windows. Versie februari 2014

Handleiding. Opslag Online. voor Windows. Versie februari 2014 Handleiding Opslag Online voor Windows Versie februari 2014 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding 3 Hoofdstuk 2. Installatie 4 2.1 Systeemeisen 4 2.2 Downloaden van software 4 2.3 Installeren van de software

Nadere informatie

De Fiery-software installeren voor Windows en Macintosh

De Fiery-software installeren voor Windows en Macintosh 13 De Fiery-software installeren voor Windows en Macintosh Op de cd-rom met gebruikerssoftware bevinden zich softwareinstallatieprogramma s voor Fiery Link. Fiery-hulpprogrammasoftware wordt ondersteund

Nadere informatie

Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom

Voor alle printers moeten de volgende voorbereidende stappen worden genomen: Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom Windows NT 4.x In dit onderwerp wordt het volgende besproken: "Voorbereidende stappen" op pagina 3-24 "Stappen voor snelle installatie vanaf cd-rom" op pagina 3-24 "Andere installatiemethoden" op pagina

Nadere informatie

Resusci Anne Skills Station

Resusci Anne Skills Station MicroSim Frequently Asked Questions 1 Resusci Anne Skills Station Resusci_anne_skills-station_installation-guide_sp7012_NL.indd 1 24/01/08 13:06:06 2 Resusci_anne_skills-station_installation-guide_sp7012_NL.indd

Nadere informatie

INSTALLATIEHANDLEIDING

INSTALLATIEHANDLEIDING INSTALLATIEHANDLEIDING Update van uw Mamut programma EEN GEDETAILLEERDE STAP-VOOR-STAP BESCHRIJVING VAN HOE U EEN UPDATE KUNT MAKEN VAN UW MAMUT BUSINESS SOFTWARE PROGRAMMA (VAN VERSIE 9.0 OF NIEUWER).

Nadere informatie

Handleiding van de Bibliotheek: e-books lezen op je e-reader - versie voor OS X (Mac)

Handleiding van de Bibliotheek: e-books lezen op je e-reader - versie voor OS X (Mac) Handleiding van de Bibliotheek: e-books lezen op je e-reader - versie voor OS X (Mac) Stichting Bibliotheek.nl, versie 3.1 september 2014 Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Het aanmaken van een webaccount 4

Nadere informatie

TOUCH DISPLAY DOWNLOADER GEBRUIKSAANWIJZING

TOUCH DISPLAY DOWNLOADER GEBRUIKSAANWIJZING LCD MONITOR TOUCH DISPLAY DOWNLOADER GEBRUIKSAANWIJZING Versie 1.0 Modellen waarop dit van toepassing is (sinds januari 2016) PN-60TW3/PN-70TW3/PN-80TC3/PN-L603W/PN-L703W/PN-L803C (De verkrijgbaarheid

Nadere informatie

// Mamut Business Software

// Mamut Business Software // Mamut Business Software Eenvoudige installatiehandleiding Inhoud Voor de installatie 3 Over het programma 3 Over de installatie 4 Tijdens de installatie 5 Voorwaarden voor installatie 5 Zo installeert

Nadere informatie

Verkorte handleiding. 1. Installeren van Readiris TM. 2. Opstarten van Readiris TM

Verkorte handleiding. 1. Installeren van Readiris TM. 2. Opstarten van Readiris TM Verkorte handleiding Deze Verkorte handleiding helpt u bij de installatie en het gebruik van Readiris TM 15. Voor gedetailleerde informatie over alle mogelijkheden van Readiris TM, raadpleeg het hulpbestand

Nadere informatie

Handleiding Opslag Online Client voor Windows. Versie maart 2015

Handleiding Opslag Online Client voor Windows. Versie maart 2015 Handleiding Opslag Online Client voor Windows Versie maart 2015 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding 3 Hoofdstuk 2. Installatie 4 2.1 Systeemeisen 4 2.2 Downloaden van de software 4 2.3 Installeren van

Nadere informatie

Factuur2King 2.0.3 Multi User release notes

Factuur2King 2.0.3 Multi User release notes Factuur2King 2.0.3 Multi User release notes Deze nieuwe versie van Factuur2King, versie 2.0.3, bevat nieuwe functionaliteit en oplossingen voor problemen die naar voren zijn gekomen sinds de release van

Nadere informatie

MEDIA NAV. Handleiding voor het online downloaden van content

MEDIA NAV. Handleiding voor het online downloaden van content MEDIA NAV Handleiding voor het online downloaden van content In deze handleiding leest u hoe u software- en contentupdates voor het navigatiesysteem kunt uitvoeren. Hoewel de schermafbeeldingen nog niet

Nadere informatie

Een upgrade uitvoeren van Windows Vista naar Windows 7 (aangepaste installatie)

Een upgrade uitvoeren van Windows Vista naar Windows 7 (aangepaste installatie) Een upgrade uitvoeren van Windows Vista naar Windows 7 (aangepaste installatie) Als u geen upgrade kunt uitvoeren voor uw computer met Windows Vista naar Windows 7 voert u een aangepaste installatie uit.

Nadere informatie

Boot Camp Installatie- en configuratiegids

Boot Camp Installatie- en configuratiegids Boot Camp Installatie- en configuratiegids Inhoudsopgave 3 Inleiding 4 Installatie-overzicht 4 Stap 1: Controleren of er updates nodig zijn 4 Stap 2: Uw Mac voorbereiden voor Windows 4 Stap 3: Windows

Nadere informatie

Standaard Asta Powerproject Client Versie 12 Installatiedocument v1

Standaard Asta Powerproject Client Versie 12 Installatiedocument v1 Standaard Asta Powerproject Client Versie 12 Installatiedocument v1 4 september 2012 Voor vragen of problemen kunt u contact opnemen via telefoonnummer 030-2729976. Of e-mail naar support@powerproject.nl.

Nadere informatie

Nero AG SecurDisc Viewer

Nero AG SecurDisc Viewer Handleiding SecurDisc Nero AG SecurDisc Informatie over auteursrecht en handelsmerken De handleiding en de volledige inhoud van de handleiding worden beschermd door het auteursrecht en zijn eigendom van

Nadere informatie

Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren en licenties beheren

Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren en licenties beheren De nieuwste editie van dit document is altijd online beschikbaar: Activeren en beheren licenties Inhoudsopgave Van Dale Elektronisch groot woordenboek versie 4.5 activeren Automatisch activeren via internet

Nadere informatie

CycloAgent v2 Handleiding

CycloAgent v2 Handleiding CycloAgent v2 Handleiding Inhoudsopgave Inleiding...2 De huidige MioShare-desktoptool verwijderen...2 CycloAgent installeren...4 Aanmelden...8 Uw apparaat registreren...8 De registratie van uw apparaat

Nadere informatie

Nero ControlCenter Handleiding

Nero ControlCenter Handleiding Nero ControlCenter Handleiding Nero AG Informatie over auteursrecht en handelsmerken De handleiding Nero ControlCenter en de inhoud daarvan worden beschermd door auteursrecht en zijn eigendom van Nero

Nadere informatie

Lees mij voor Adobe Dreamweaver

Lees mij voor Adobe Dreamweaver Lees mij voor Adobe Dreamweaver Welkom bij Adobe Dreamweaver CS5. Dit document bevat op het laatste moment beschikbaar gestelde productinformatie, updates en tips voor het oplossen van problemen die niet

Nadere informatie

ResponseCard AnyWhere Desktop Gebruiksaanwijzing

ResponseCard AnyWhere Desktop Gebruiksaanwijzing ResponseCard AnyWhere Desktop Gebruiksaanwijzing Systeemvereisten o Intel of AMD 600 MHz processor (1 GHz of hoger aanbevolen) o 256 MB RAM-geheugen (256 MB of meer beschikbaar geheugen aanbevolen) o 60

Nadere informatie

Problemen met HASP oplossen

Problemen met HASP oplossen Problemen met HASP oplossen Hoofdvestiging: Trimble Geospatial Division 10368 Westmoor Drive Westminster, CO 80021 USA www.trimble.com Copyright en handelsmerken: 2005-2013, Trimble Navigation Limited.

Nadere informatie

Head Pilot v Gebruikershandleiding

Head Pilot v Gebruikershandleiding Head Pilot v1.1.3 Gebruikershandleiding Inhoud 1 Installatie... 4 2 Head Pilot Gebruiken... 7 2.2 Werkbalk presentatie... 7 2.3 Profielen beheren... 13 2.3.1 Maak een profiel... 13 2.3.2 Verwijder een

Nadere informatie

Het installeren van Microsoft Office 2012-09-12 Versie: 2.1

Het installeren van Microsoft Office 2012-09-12 Versie: 2.1 Het installeren van Microsoft Office 2012-09-12 Versie: 2.1 INHOUDSOPGAVE Het installeren van Microsoft Office... 2 Informatie voor de installatie... 2 Het installeren van Microsoft Office... 3 Hoe te

Nadere informatie

Boot Camp Installatie- en configuratiegids

Boot Camp Installatie- en configuratiegids Boot Camp Installatie- en configuratiegids Inhoudsopgave 3 Inleiding 3 Benodigdheden 4 Installatie-overzicht 4 Stap 1: Controleren of er updates nodig zijn 4 Stap 2: Uw Mac voorbereiden voor Windows 4

Nadere informatie

Boot Camp Installatie- en configuratiegids

Boot Camp Installatie- en configuratiegids Boot Camp Installatie- en configuratiegids Inhoudsopgave 3 Inleiding 4 Benodigdheden 5 Installatie-overzicht 5 Stap 1: Controleren of er updates nodig zijn 5 Stap 2: Uw Mac voorbereiden voor Windows 5

Nadere informatie

DIT PROGRAMMA EN EEN ADOBE ID DIENT TE GEBEUREN VOORDAT U BOEKEN KOOPT!

DIT PROGRAMMA EN EEN ADOBE ID DIENT TE GEBEUREN VOORDAT U BOEKEN KOOPT! BELANGRIJKE NOOT OVER e-books: e-books in epub formaat, zijn beveiligd met DRM (Digital Rights Management) Om digitale E-Books te kopen, downloaden en lezen op uw ereader, epub formaat, heeft u het programma

Nadere informatie

Het downloaden, de installatie

Het downloaden, de installatie Het downloaden, de installatie en de activatie! WAARSCHUWING!! U dient de SAA-Animaties direct te installeren op de computer die u ervoor wilt gebruiken. De animaties zijn daarna slechts met veel moeite

Nadere informatie

Installatie- en configuratiehandleiding. Voor WebReporter 2013

Installatie- en configuratiehandleiding. Voor WebReporter 2013 Voor WebReporter 2013 Laatst bijgewerkt: 26 juli 2013 Inhoud Vereiste onderdelen installeren... 1 Overzicht... 1 Stap 1: Internet Information Services activeren... 1 Stap 2: setup.exe uitvoeren en de

Nadere informatie

Nieuwe Installatie/Factuur2King bijwerken

Nieuwe Installatie/Factuur2King bijwerken Nieuwe Installatie/Factuur2King bijwerken Volg de onderstaande stappen om een nieuwe versie van Factuur2King 2.1 te installeren of een bestaande installatie bij te werken. 1. Uitpakken zipbestanden Pak

Nadere informatie

Versienotities voor de klant Xerox EX Print Server Powered by Fiery voor de Xerox igen4 Press, versie 3.0

Versienotities voor de klant Xerox EX Print Server Powered by Fiery voor de Xerox igen4 Press, versie 3.0 Versienotities voor de klant Xerox EX Print Server Powered by Fiery voor de Xerox igen4 Press, versie 3.0 Dit document bevat belangrijke informatie over deze versie. Zorg dat deze informatie bij alle gebruikers

Nadere informatie

Xerox Device Agent, XDA-Lite. Beknopte installatiehandleiding

Xerox Device Agent, XDA-Lite. Beknopte installatiehandleiding Xerox Device Agent, XDA-Lite Beknopte installatiehandleiding XDA-Lite - introductie XDA-Lite is software ontwikkeld voor het verzamelen van gegevens van machines, met als voornaamste doel de automatische

Nadere informatie

Nintex Workflow 2007 moet op Microsoft Windows Server 2003 of 2008 worden geïnstalleerd.

Nintex Workflow 2007 moet op Microsoft Windows Server 2003 of 2008 worden geïnstalleerd. Systeemvereisten Besturingsysteem Nintex Workflow 2007 moet op Microsoft Windows Server 2003 of 2008 worden geïnstalleerd. Clientbrowser Microsoft Internet Explorer 6.x, hoewel Microsoft Internet Explorer

Nadere informatie

cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL VOOR MAC OSX-CLIENT GEBRUIKERSHANDLEIDING

cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL VOOR MAC OSX-CLIENT GEBRUIKERSHANDLEIDING cbox UW BESTANDEN GAAN MOBIEL VOOR MAC OSX-CLIENT GEBRUIKERSHANDLEIDING Inleiding cbox is een applicatie die u eenvoudig op uw computer kunt installeren. Na installatie wordt in de bestandsstructuur van

Nadere informatie

Handleiding Sportlink Club

Handleiding Sportlink Club Handleiding Sportlink Club Dit document is automatisch gegenereerd. We raden u aan de handleiding online te raadplegen via www.sportlinkclub.nl/support. 1. Installatiehandleiding.........................................................................................

Nadere informatie

Installatie handleiding Reinder.NET.Optac

Installatie handleiding Reinder.NET.Optac Installatie handleiding Reinder.NET.Optac Versie : 2012.1.0.1 Inhoudsopgave 1 Systeemvereisten... 2 2 Pincode... 2 3 Licentie... 2 4 Installatie... 2 5 Eerste gebruik... 4 Titel Pagina 1 van 6 23-1-2012

Nadere informatie

VMware Identity Manager Desktop Client gebruiken. September 2017 VMware Identity Manager 3.0 VMware AirWatch 9.2

VMware Identity Manager Desktop Client gebruiken. September 2017 VMware Identity Manager 3.0 VMware AirWatch 9.2 VMware Identity Manager Desktop Client gebruiken September 2017 VMware Identity Manager 3.0 VMware AirWatch 9.2 U vindt de recentste technische documentatie op de website van VMware: https://docs.vmware.com/nl/

Nadere informatie

Hoe download en installeer ik de software 15.2? Lees voordat u begint dit document volledig door en sluit alle programma s af.

Hoe download en installeer ik de software 15.2? Lees voordat u begint dit document volledig door en sluit alle programma s af. Hoe download en installeer ik de software 15.2? Lees voordat u begint dit document volledig door en sluit alle programma s af. Let op! Als u nog offertes hebt opgeslagen in CBS 14.2, kunt u deze alleen

Nadere informatie

Dell Command Integration Suite for System Center

Dell Command Integration Suite for System Center Dell Command Integration Suite for System Center Versie 5.0 Installatiehandleiding Opmerkingen, voorzorgsmaatregelen,en waarschuwingen OPMERKING: Een OPMERKING duidt belangrijke informatie aan voor een

Nadere informatie

Qlik Sense Desktop. Qlik Sense 1.1 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden.

Qlik Sense Desktop. Qlik Sense 1.1 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Qlik Sense Desktop Qlik Sense 1.1 Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Copyright 1993-2015 QlikTech International AB. Alle rechten voorbehouden. Qlik, QlikTech, Qlik

Nadere informatie

Gebruikershandleiding. Copyright 2013 Media Security Networks BV. All rights reserved.

Gebruikershandleiding. Copyright 2013 Media Security Networks BV. All rights reserved. Gebruikershandleiding NL - Revisie 3.7 YourSafetynet home Copyright 2013 Media Security Networks BV. All rights reserved. INHOUD 1 Inleiding... 3 2 YourSafetynet gebruiken... 3 2.1 Systeemvereisten...

Nadere informatie

DuboCalc 4.0. Installatie instructie

DuboCalc 4.0. Installatie instructie DuboCalc 4.0 Installatie instructie Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Verwijderen bestaande installaties... 3 3 Installatie DuboCalc Project... 4 4 Foutmeldingen... 8 1 DuboCalc Project 2.2 Installatie

Nadere informatie

Inhoud Installatie en Setup... 5 IRISCompressor gebruiken... 13

Inhoud Installatie en Setup... 5 IRISCompressor gebruiken... 13 Gebruikshandleiding Inhoud Introductie... 1 BELANGRIJKE OPMERKINGEN... 1 Juridische informatie... 3 Installatie en Setup... 5 Systeemvereisten... 5 Installatie... 5 Activering... 7 Automatische update...

Nadere informatie

Zeg gewoon JA. Lees verder.

Zeg gewoon JA. Lees verder. Zeg gewoon JA PartSmart Internet Updating Service is Sneller dan Ooit We zijn verheugd bekend te kunnen maken, dat de PartSmart Internet Updating Service vanaf nu beschikbaar is. Het PartSmart-team heeft

Nadere informatie

P-touch Editor starten

P-touch Editor starten P-touch Editor starten Versie 0 DUT Inleiding Belangrijke mededeling De inhoud van dit document en de specificaties van dit product kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden aangepast. Brother behoudt

Nadere informatie

1 Nieuw in de Filr 2.0 Desktop-toepassing

1 Nieuw in de Filr 2.0 Desktop-toepassing Versie-informatie voor de Filr 2.0 Desktop-toepassing Februari 2016 Filr 2.0 Desktop-toepassing introduceert de functie Bestanden op aanvraag. Deze functie biedt een geconsolideerde of virtuele weergave

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Opmerking: het is aanbevolen de verschillende onderdelen te installeren in de volgorde waarin ze op het scherm verschijnen.

Inhoudsopgave. Opmerking: het is aanbevolen de verschillende onderdelen te installeren in de volgorde waarin ze op het scherm verschijnen. Deze Beknopte Gebruiksaanwijzing helpt u bij de installatie en het gebruik van IRIScan Express 3. De meegeleverde software is Readiris Pro 12. Voor gedetailleerde informatie over alle mogelijkheden van

Nadere informatie

Installatiehandleiding Windows XP / Vista / Windows 7

Installatiehandleiding Windows XP / Vista / Windows 7 Installatiehandleiding Windows XP / Vista / Windows 7 Versie 1.4 Datum 11 januari 2011 Status definitief Inhoud 1 Downloaden installatiebestand 3 2 SafeSign installeren 4 3 Certificaten toevoegen aan de

Nadere informatie

Versienotities voor de klant Fiery EX4112/4127, versie 2.5

Versienotities voor de klant Fiery EX4112/4127, versie 2.5 Versienotities voor de klant Fiery EX4112/4127, versie 2.5 Dit document bevat informatie over de Fiery EX4112/4127 versie 2.5. Voordat u de Fiery EX4112/4127 gebruikt, moet u een kopie maken van deze Versienotities

Nadere informatie

Handleiding Migratie. Bronboek Professional

Handleiding Migratie. Bronboek Professional Handleiding Migratie Bronboek Professional Laatste wijziging: 25/02/2015 Inhoudsopgave Controles en acties vooraf pag. 1 Installatie en configuratie Microsoft SQL met de Bronboek Helpdesk Tool pag. 3 Migratie

Nadere informatie

Aansluitingengids. Windows-instructies voor een lokaal aangesloten printer. Voordat u de printersoftware installeert voor Windows

Aansluitingengids. Windows-instructies voor een lokaal aangesloten printer. Voordat u de printersoftware installeert voor Windows Pagina 1 van 5 Aansluitingengids Windows-instructies voor een lokaal aangesloten printer Voordat u de printersoftware installeert voor Windows Een lokaal aangesloten printer is een printer die is aangesloten

Nadere informatie

INSTALLATIE-INSTRUCTIE VIDA INHOUD

INSTALLATIE-INSTRUCTIE VIDA INHOUD VIDA INSTALLATIE-INSTRUCTIES VIDA 2015 INHOUD 1 INLEIDING... 3 2 VOOR DE INSTALLATIE... 4 2.1 Checklist Voor de installatie... 4 2.2 Producten van derden... 4 2.2.1 Adobe Reader... 5 2.3 Microsoft Windows-gebruikersaccount...

Nadere informatie

WAVIX Installatie Handleiding

WAVIX Installatie Handleiding Modelit Rotterdamse Rijweg 126 3042 AS Rotterdam Telefoon +31 10 4623621 info@modelit.nl www.modelit.nl in opdracht van RIKZ WAVIX Installatie Handleiding Modelit KvK Rotterdam 24290229 Datum 27 September

Nadere informatie

Adobe Premiere CS3 downloaden en installeren

Adobe Premiere CS3 downloaden en installeren Adobe Premiere CS3 downloaden en installeren Downloaden Kijk voor het downloaden of je aan de systeemvereisten voldoet. Ga daarvoor naar de bijlagen achteraan in deze cursus. Surf naar www.adobe.com Klik

Nadere informatie

1. Hardware Installatie...3 2. Installatie van Quasyscan...6 A. Hoe controleren of je een actieve internetverbinding hebt?...6 B.

1. Hardware Installatie...3 2. Installatie van Quasyscan...6 A. Hoe controleren of je een actieve internetverbinding hebt?...6 B. Quasyscan 1. Hardware Installatie...3 2. Installatie van Quasyscan...6 A. Hoe controleren of je een actieve internetverbinding hebt?...6 B. Zodra er een internetverbinding tot stand is gebracht...7 C.

Nadere informatie

Installatie procedure BINK 9

Installatie procedure BINK 9 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Vooraf aan de installatie... 3 3 Netwerk- of stand-alone installatie... 4 4 Installatie typen... 5 4.1 Installatie typen... 5 4.2 Stand-alone... 5 4.3 Netwerk... 6 4.3.1

Nadere informatie

Aansluiten op uw PC Sluit het Philips Wireless Music Station aan op uw PC voor:

Aansluiten op uw PC Sluit het Philips Wireless Music Station aan op uw PC voor: CD/MP3-CD HD SOURCE SEARCH REC MARK/UNMARK DBB Wireless Music Station WAS7000 Aansluiten op uw PC Sluit het Philips Wireless Music Station aan op uw PC voor: Het openen avan muziekbestanden die op uw PC

Nadere informatie

Inhoudsopgave Gebruikershandleiding pagina 1. 1. Inleiding... 2 Minimale systeemvereisten... 2. 2. Software installeren... 3

Inhoudsopgave Gebruikershandleiding pagina 1. 1. Inleiding... 2 Minimale systeemvereisten... 2. 2. Software installeren... 3 Inhoudsopgave Gebruikershandleiding pagina 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 Minimale systeemvereisten... 2 2. Software installeren... 3 3. LaCie Shortcut Button gebruiken... 4 3.1. Installatie... 4 3.2.

Nadere informatie

F-Secure Anti-Virus for Mac 2015

F-Secure Anti-Virus for Mac 2015 F-Secure Anti-Virus for Mac 2015 2 Inhoud F-Secure Anti-Virus for Mac 2015 Inhoud Hoofdstuk 1: Aan de slag...3 1.1 Abonnement beheren...4 1.2 Hoe zorg ik ervoor dat mijn computer goed is beveiligd?...4

Nadere informatie

Inhoudsopgave. 2014 web2work Pagina 1 van 16

Inhoudsopgave. 2014 web2work Pagina 1 van 16 Inhoudsopgave Aanmelden bij Office 365... 2 Office 365 voor het eerste gebruiken... 2 Persoonlijke instellingen Office 365... 3 Wijzigen wachtwoord... 4 Instellen voorkeurstaal... 4 Office Professional

Nadere informatie

Dit kunt u vinden op internet via deze link: http://www.adobe.com/nl/products/digitaleditions/help/

Dit kunt u vinden op internet via deze link: http://www.adobe.com/nl/products/digitaleditions/help/ BELANGRIJKE NOOT OVER e-books: e-books in epub formaat, zijn beveiligd met DRM (Digital Rights Management) Om digitale E-Books te downloaden en lezen op uw ereader, epub formaat, heeft u het programma

Nadere informatie

Een pakket creëren van TI-Nspire -software met Microsoft SMS 2003

Een pakket creëren van TI-Nspire -software met Microsoft SMS 2003 Een pakket creëren van TI-Nspire -software met Microsoft SMS 2003 In dit document worden stapsgewijze instructies gegeven voor het creëren en implementeren van een TI-Nspire-netwerkpakket met een Microsoft

Nadere informatie

Software installeren

Software installeren Software installeren Als u op meerdere manieren kunt inloggen, moet u de manier kiezen met beheerdersrechten. U moet beschikken over beheerdersrechten om deze software te kunnen installeren. Ga naar www.fisher-price.com/kidtough

Nadere informatie

Factuur2King 2.1 installeren (ook bij upgrades)

Factuur2King 2.1 installeren (ook bij upgrades) Factuur2King 2.1 installeren (ook bij upgrades) Pak het Factuur2King.zip bestand uit en plaats de bestanden op de gewenste locatie op de PC (de locatie maakt niet uit). Controleer dat de volgende twee

Nadere informatie

Novell Vibe-invoegtoepassing

Novell Vibe-invoegtoepassing Novell Vibe-invoegtoepassing 5 juni 2012 Novell Snel aan de slag Met behulp van de Novell Vibe-invoegtoepassing voor Microsoft Office kunt u werken met documenten op de Vibe-site zonder dat u Microsoft

Nadere informatie

Installatiehandleiding

Installatiehandleiding Installatiehandleiding TiSM- PC 10, 25, 100 en PRO Behorende bij TiSM Release 11.1 R e v i s i e 1 1 1 0 28 De producten van Triple Eye zijn onderhevig aan veranderingen welke zonder voorafgaande aankondiging

Nadere informatie

Boot Camp Installatie- en configuratiegids

Boot Camp Installatie- en configuratiegids Boot Camp Installatie- en configuratiegids Inhoudsopgave 4 Inleiding 5 Benodigdheden 6 Installatie-overzicht 6 Stap 1: Controleren of er updates nodig zijn 6 Stap 2: De Boot Camp-assistent openen 6 Stap

Nadere informatie

Sharpdesk V3.3. Installatiehandleiding Versie 3.3.07

Sharpdesk V3.3. Installatiehandleiding Versie 3.3.07 Sharpdesk V3.3 Installatiehandleiding Versie 3.3.07 Copyright 2000-2009 SHARP CORPORATION. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren, aanpassen of vertalen van deze publicatie zonder voorafgaande schriftelijke

Nadere informatie