Interview met Johnny De Meyer

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Interview met Johnny De Meyer"

Transcriptie

1 Interview met Johnny De Meyer Redactionele opmerking: de zinsconstructie is niet altijd correct. We hebben de spreektaal van Johnny letterlijk overgenomen in dit uitgetypte interview. Johnny stelt zich voor Ik ben Johnny De Meyer. Ik ben vooral bezig met theater nu. Ik heb in het middelbaar kunsthumaniora gedaan in Gent. Dan ben ik naar het Ritcs gegaan. Daar heb ik twee jaar vertoefd en heb ik drama gedaan, geen film. Het was toen vooral gericht op regissere n en spelen gelijktijdig, waarbij de school nogal streng de richting van de regie voor mij aan het kiezen was. Terwijl ik eigenlijk eerder naar het spel wou gaan. Nu later in mijn discours nu, zal de grap blijken dat ik dan vooral met regisseren bezig ben, toch. Maar of dat dan een volledige vrije keuze is, dat is nog iets anders. Ik heb dus twee jaar Ritcs gedaan. Dan ben ik in het werkveld gestapt. Redelijk wat televisie gedaan. Ik ben begonnen op 16+ om daar een vaste bijrol in te spelen. Dan her en der in nog wat series terechtgekomen. Daarna ben ik begonnen bij theater Zamzam, waar ik toch allicht een jaar of vijf zes vast kon meespelen in een gezelschap dat redelijk goed verkocht. En was ik ondertussen ook bezig voor studio 100. Zowel shows lopen voor hun als televisiewerk. Ik ben dan ook begonnen met mijn eerste casting, als casting director te werken. Voor [bow de fuhrer]. Nadien ook voor Marina, voor Vlaamse velden [ ] En ergens tussen al die verhaallijnen is mijn gezelschap ook ontstaan: theater I-Luna. Theater I-Luna en Compagnie Blauwtong wat de twee belangrijkste zijn. En daarnaast heb ik ook nog een jeugdwerking, mijn gezelschap in het Gentse. Ja, al heel veel gedaan. Hoe zou u heel kort uw bepaalde stijl omschrijven? Heeft u een bepaalde stijl doorheen uw stukken? (Denkt) Ja denk ik. Mensen zeggen toch meestal dat ze kunnen zien dat ik het gemaakt heb. Maar daarvoor weet ik nog niet zo zeker dat ik van mezelf vind dat ik een stijl heb. Ik denk dat ik vooral een aantal dingen heb dat ik graag doe en een aantal dingen die ik niet graag doe. En dat zal dan waarschijnlijk mijn stijl specificeren, denk ik. Maar om concreet te gaan, goh, ik hou nogal van, het moet niet allemaal te proper zijn. En soms ook weer wel. Maar hangt ook af van wat ik doe. Laat ik zeggen dat ik misschien als speler het leuker vind om iets proper te doen, maar dat is dan ook weer niet waar, want ik vind het andere ook heel tof. En als maker, ja ik hou nogal van de vuilheid van alles, of de ontwrichting van dingen. Maar dat is dan vooral de thema s die ik zoek. Visueel maak ik soms nogal filmische beelden, naar het schijnt, het is eigenlijk eerder wat mensen daar over zeggen. En gaat u daarmee akkoord? Ja ik zoek soms echt wel naar beelden. Ik vind het wel belangrijk dat het visu eel soms wel aantrekkelijk is. Maar ja, visueel aantrekkelijk en visueel aantrekkelijk is twee hé. Een mens kan ook visueel aantrekkelijk zijn en dat kan dan ook genoeg zijn. Dat hoeft zich niet altijd te vertalen in gekke decors en kostuums Ik hou soms wel een beetje van de marginaliteit van alles. Dus dat probeer ik daar ook soms in te stoppen. Licht vind ik ook heel belangrijk. Dus hoe het licht zit. Ik vind dat dat heel sfeerbepalend is voor theater, hoe dat de dingen eruit zien. De Wulf Jens, Meert Colin, Ryon Natalja en van Bouwel Nick Pagina 1

2 Die vuilheid en marginaliteit, steekt u dat erin om een bepaalde reden? Of gewoon omdat u op die manier graag werkt? Het is gewoon omdat mij dat aanspreekt, hoe dat die mensen zijn. Ik vind de karakters interessanter omdat die vaak veel directer zijn. Het is allemaal directer, meer right in your face. In de plaats van een festen doen. Ik heb dat ook al gedaan een festen die zich dan afspeelt in de bourgeoisie waar alles dan zogezegd onderhuids is. Wat ik op zich ook wel interessant vind. Maar het spreekt mij niet zo zeer aan ofzo. Dus ik ga veel minder snel in het klassieke werk gaan zitten dan bij een begeerte of zoiets. Dat interesseert me eigenlijk allemaal niet zo hard. Dat zijn psychologische spelletjes. Ik vind die wel tof, denk dat het tof is om te spelen. Maar ik hou nogal van de directheid en hoe dat die personages direct zijn en hoe dat zij zich opengooien. Het is gelijk dat je het beroepsonderwijs zou kunnen vergelijken met het aso-onderwijs. Waar je bij het aso-onderwijs allemaal geniepige mensjes hebt, die van alles en nog wat proberen te bereiken. Terwijl ene van het beroeps u gewoon gaat uitschijten en dan weet je het en kan je er iets aan doen. En ik vind dat soms gewoon interessanter. Terwijl ik het andere ook interessant vind hé, maar het zou minder snel een keuze van mij zijn. Welke waarde hecht u daaraan aan de boodschap in uw toneelstuk? Dus u gaat dat dan meer met marginale types gebruiken omdat uw boodschap dan directer is? En welke waarde hecht u daaraan? Ik vind het wel belangrijk dat je iets te vertellen hebt. Dat je moet zoeken naar wat wil ik vertellen. Wat niet wilt zeggen dat iedereen die theater maakt ineens allemaal boodschappen moet beginnen vertellen. Het mag soms wel iets meer zijn dan de musicalwaarde, ofzo. Al dat een gewoon goed verhaal ook oké is. In het jeugdcircuit waar ik nu vooral in zit, hebben we altijd wel iets pedagogisch. Welke waarde hecht ik daar aan? Ik denk dat de maatschappij daar meer waarde aan hecht dan ikzelf. De waarde die ik eraan hecht is vooral, ja het is noodzakelijk om de boel verkocht te krijgen. Het is een klein beetje verplicht. Terwijl anderzijds het ook wel goed is om kinderen wel op dingen te wijzen ofzo. Maar dan heb ik het vooral over hoe dat, niet zozeer om belerend te gaan zijn, want ik hou niet zo van belerende dingen, dus ik wil geen moraaltoestanden brengen. Maar ik heb één keer een voorstelling gemaakt over fantasie, bij een gebrek aan fantasie. En als we daar dan over nadenken, komen we al heel snel bij maatschappij als zijnde van kinderen worden eigenlijk niet meer toegelaten om fantasie te hebben. Het wordt door de volwassenen of door de maatschappij afgebroken. Het schoonste verhaal is Zwarte Piet natuurlijk, denk ik. Als dat nog twee jaar doorgaat, bestaat dat binnen twee jaar niet meer. Dan hebben de volwassenen dat gewoon volledig verneukt voor die kinderen. Dan bestaat dat gewoon niet meer hé. Maar bij mij ging het dan ook over hoe dat multimedia daar continu opzit, dat kinderen geen fantasie meer mogen hebben. Dat vond ik toen heel belangrijk. En daar heb ik dan wel veel waarde aan gehecht. Ik heb een voorstelling gemaakt over de oorlog. Maar dat was eerder van ja we moeten dat nu doen, want iedereen doet dat. Al heb ik dan wel gezocht naar iets anders. En die voorstelling gaat eerder over hoe denken kinderen na de oorlog over wat er gebeurd is. Hoe wordt hun fantasie beïnvloed door alles wat gebeurd is. Dus die moraal, de waarde daarvan, of hoe heb je het genoemd? De Wulf Jens, Meert Colin, Ryon Natalja en van Bouwel Nick Pagina 2

3 De waarde, dus eigenlijk van hetgeen u probeert te doen in uw toneelstuk naar uw publiek toe of naar de wereld toe. Wat je te vertellen hebt? Ja, welke waarde u daar aan hecht. Ik vind het wel belangrijk dat je altijd iets zoekt om iets te vertellen, om iets mee te geven. Of dat dat dan grootse wereldproblematieken aan te boeten zijn, dat de nk ik niet. Het mag soms ook wel gewoon gaan over vind elkaar eens tof. Niet over de opwarming van de aarde moet nu verwerkt worden in theater. Dat hoeft niet altijd voor mij. Het mogen ook wel kleine boodschappen zijn? Ja absoluut. Ik vind dat wel belangrijk dat daar over nagedacht wordt. Over oké, maar waarom doen we dat? Of wat gaan we vertellen? En moet er in een theaterstuk altijd zo n boodschap zitten? Nee, nee, ik vind dat niet. Ik vind niet dat er altijd een boodschap in moet zitten. Ik denk dat th eater niet alleen een spiegel van de wereld moet geven. Als we dan naar Brecht gaan. Hoe heel het Brechtiaans theater ontstaan is, is omdat hij vond dat theater te verkleuterend werd en alleen maar amusement was. En dat je dan iets moest gaan vertellen. Ik denk dat dat absoluut noodzakelijk is dat dat moet bestaan, maar ik denk dat het andere er ook moet zijn. Het entertainment. Het mag ook een keer fijn zijn voor de mensen. Dus ik vind niet dat dat altijd moet. We hadden zo n vraag over Brecht theater en Stanislavsky theater. Maar wat is uw voorkeur? Dat hangt af van de situatie. Goh, je zegt Stanislavsky, je hebt dan natuurlijk ook nog Lee Strasberg. Daar zit een klein beetje verschil op. Waarbij dat Lee Strasberg voor mij een klein beetje te ver gaat. In heel het verhaal van dat je een vetzak moet zijn als je een vetzak wilt spelen. Dat je drugs moet genomen hebben om een drugsverslaafde te spelen, of om een spaghetti te kunnen spelen. Daarom is Stanislavsky voor mij iets interessanter. Omdat hij gewoon eerder zegt oké wat is je emotioneel geheugen. Of wat heb je meegemaakt dat het dichtst daarbij geraakt. Ik vind dat een heel interessante oefening om met elke acteur ooit gedaan te hebben. Om te voelen waar kan ik iets halen. Maar ik vind op een bepaald punt dat dan theater te veel de neiging gaat hebben om uw problemen te gaan komen verwerken. In plaats van dat je theater aan het maken bent. Waardoor ik dan toch meer voor Brecht ga kiezen. Qua vorm dan vooral. Omdat dat ruwe, dat recht in je gezicht, dat is veel meer Brecht. Je ziet uw belichting hangen. Je mag zien dat het een decor is. Alles mag zien dat het theater is. Dat vind ik interessant aan theater. Anders moet je naar film kijken ofzo vind ik. Of een documentaire. Dus theater mag wel, het hoeft niet, Stanislavsky, ik heb dan te veel het idee dat je een voorstelling aan het maken bent die Thuis of Familie gericht is. Terwijl Brecht, gewoon artistiek theater nu ja, ik vind Brecht ook soms net iets te hard, het mag dan soms ook wel iets minder zijn dan dat. Maar dan gaat het over het declameren dat ik minder interessant vind. Oke, sowieso minder het lachen, of meer zo minder richting het maatschappelijke Ik vind wel dat je een personage mag zijn in een productie. Terwijl Brecht eerder zegt, je bent nooit dat personage. Je moet je bewust zijn dat je dat speelt. Je staat altijd buiten je personage, je geeft De Wulf Jens, Meert Colin, Ryon Natalja en van Bouwel Nick Pagina 3

4 kritiek op je personage. Ik vind het anderzijds ook wel mooi dat je een personage mag zijn. Ik vind de vormgeving van Brecht cool. Maar dat is wat nu wat in het Vlaamse landschap beetje wel leeft, denk ik. Arne Sierens is ook een mengeling van de twee. Ja ik denk dat er nu zowat, dat alles zowat mengt met elkaar. Grotowski wordt erin verwerkt of van dit of dat. Of Grotowski dat vanuit beweging wordt ingezet. Maar ik vind het allebei interessant. Als ik lesgeef, geef ik ze ook altijd alle twee. Waarbij dat we voelen dat Brecht eigenlijk spelmatig wel de moeilijkste is. Maar daardoor ook wel de interessantste. Brecht is spelmatig moeilijker? Het is heel moeilijk voor acteurs om te zeggen ik speel iets, maar je mag het niet zijn, je moet vanuit Dat vinden ze heel moeilijk. Oke, merci. Ik zie een beetje een verband. We zijn momenteel ook bezig met absorptie en theatraliteit. En bij absorptie hebben wij geleerd dat je ingezogen wordt in een kunstwerk of in een stuk of schilderwerk. En bij theatraliteit is het kunstwerk zich meer bewust van het publiek. Dus dan kan ik dat wat linken met dat van u precies. Bij Brecht zie je nog het decor en de lichten, dus is dat meer theatraliteit. Bewust van het publiek. En bij Stanislavsky is het absorptie omdat je niet bewust bent van publiek. Wat gaat volgens u het meeste impact hebben op het publiek? Wat gaat het beste de boodschap overbrengen? Dat hangt af van je kijker. Ik vind dat je als theatermaker niet mag beslissen. Je kijker bepaalt dat. En ik denk dat het alle twee even sterk kan zijn. Dus dat is natuurlijk de reden dat ze alle twee de geschiedenis halen. Omdat ze alle twee even sterk en even interessant zijn. En ze hebben gewoon alle twee een andere invulling. En ik denk bij Brecht dat je bij mensen die soms wat door elkaar moeten geschud worden, dat je het rechtstreekser kunt zeggen, dus dat je rationeel alles veel beter kunt uitleggen. Je kan dat eigenlijk gaan uitleggen wat je probleem is. Terwijl bij Stanislavsky kruipt een beetje in de mensen hun ziel, trekt het naar hun en vraagt het van voel het zelf maar of l eer het zelf maar zoeken. Onderzoek in je eigen hoofd emotioneel wat jij ervan vindt en hoe jij het benadert. Het is minder opgelegd, denk ik. Meer zo echt uw eigen mening daarover? Ja. Het is te zien. Als je een emotionele mens bent, gaat het misschien makkelijker bij Stanislavsky. Omdat je emotioneel meegesleurd raakt met die personages. En dat je dan begint na te denken. Maar dan krijg je de dan, dus daarna. Terwijl een Brecht vraagt om al na te denken terwijl je aan het kijken bent. Om daar dan al onmiddellijk heel die maatschappijkritische dingen in te zien. Oke, merci. Het heeft volgens u dus allebei wel een even grote impact? Het is te zien wat voor persoon je bent. Ja het hangt echt af of je met een mens zit die eerder graag naar emotionele dingen kijkt. Allez, als je mensen hebt die graag van pathetiek houden. Pathetiek dat zijn dan grote emoties en mensen die afzien en die daar dan mee mee zitten te wenen. Dan ga je veel meer bereiken met een Stanislavsky dan dat je naar een vormelijk gegeven meer zit te kijken die harder is, waar zij zich dan niet mee gaan vereenzelvigen. En dan ben ik gewoon aan het denken aan mensen die ik ken in mijn eigen omgeving. Ik regisseer ook bij amateurs. En daaraan voel je dat heel hard. Er zijn mensen, ofwel houden ze daarvan ofwel daarvan. En dan kunnen ze het ene of andere niet spelen. Ze vinden dat De Wulf Jens, Meert Colin, Ryon Natalja en van Bouwel Nick Pagina 4

5 dan heel moeilijk om dat te spelen. En ik voel dan ook als ik met hen naar professioneel theater ga kijken, dat ze vaak geen ingang vinden bij zichzelf als ze naar iets meer Brechtiaans gaan kijken. [ 19:24] Er zijn dus eigenlijk twee soorten van publiek. Van emotioneel en niet-emotioneel, zogezegd. Ik vraag me dan af of het publiek zelf een invloed kan hebben op de voorstelling. Want we hebben gezien dat vroeger ze echt tegen publiek gingen praten en het daarna niet meer mocht. De vierde wand. Ja ik snap het. Het hangt ervan af als je als theatermaker uw vierde wand gaat openbreken of niet. Maar anderzijds, allez, er is altijd een wisselwerking tussen uw publiek en het spel dat gebeurt. Sowieso altijd. Dus ik denk dat je als acteur altijd publiek beïnvloedt en dat publiek altijd acteurs beïnvloedt. [Albert Simoni] heeft daar een heel schoon ding over geschreven. Ik kan me vergissen over zijn voornaam. Ik geloof dat het boek [ Le jeu la passe ] heet. Ik heb dat moeten lezen in het Frans. Het is wel niet makkelijk in het Frans. Bijna alle woorden worden gebruikt in tweede of derde betekenis. Het is moeilijk om te volgen. Het is ook heel psychologisch. Het gaat over hoe dat acteurs op een kader zich bewegen. En als je buiten het kader staat het interessanter is omdat er iets gebeurt. Als je in het kader staat, blijft het allemaal wat veilig. Ze zeggen dat het leven ook een spel is. Als je naar de supermarkt gaat en neemt een keer een andere straat, dat uw leven een wending kan nemen, terwijl je altijd langs dezelfde straat gaat. Je moet kunnen afwijken van je pad. Maar hij heeft het ook over hoe belangrijk dat het is dat je publiek ook altijd een werking heeft. En komedies zijn daar misschien het makkelijkste voorbeeld van. Hoe harder mensen lachen, hoe meer de acteur zich betrokken gaat voelen bij wat hij aan het doen is. Heeft u daar een voorbeeld van? Ja, hoe sneller mensen lachen, hoe sneller/hoe meer een acteur zich betrokken gaat voelen bij wat hij aan het doen is. Terwijl als dat bijvoorbeeld niet gebeurt, er een onzekerheid ontstaat. Of dat het een goede acteur is of geen goede acteur is, dat is dan nog iets anders, maar ik denk dan wel dat dat logisch is. Of als er geen interesse is, als er mensen ongeïnteresseerd zitten kijken, ga je dat voelen aan het stuk. Het stuk gaat waarschijnlijk misschien een beetje zwakker worden? Allé ik weet dat niet he. Ik denk dat er wel altijd chemie is tussen de twee. Ja. Als het ene het andere gaat beginnen beïnvloeden dan gaat er weer iets komen waardoor er weer invloed is. Ik denk dat dat wel altijd het geval is. Ja dat is zeker. Ik dacht altijd dat het publiek zo weinig invloed had. Ik ga echt niet veel naar theater dus voor mij lijkt dat zo dat de theaterspelers zich nooit echt bewust zijn van het publiek maar Hangt een beetje af ook van speler tot speler. Er zijn mensen Ja, dat hangt af ook van: als je met je vierde wand zit Ja, dan zit je eigenlijk naar tv te kijken als kijker. Dat is ook echt met het kijkdoosje, met de (knikt) Uhum De Wulf Jens, Meert Colin, Ryon Natalja en van Bouwel Nick Pagina 5

6 Maar ook daar blijft er een chemie ontstaan met uw zaal en me t uw kijker. Het is niet dat je Komedie is eigenlijk denk ik het mooiste voorbeeld daarin. Er wordt heel vaak gezegd: oké, als mensen komen kijken en ze vinden het fijn en er wordt gelachen, dan moet je wel ergens durven een keer gas terugnemen. Om mensen de tijd te geven om ze daarvan te laten genieten. Want als je blijft doorspreken gaan mensen op de duur niet meer durven. Ze gaan niet meer durven omdat ze schrik hebben dat ze iets niet meehebben Dus als die twee compleet naast elkaar staan dan zou het ook jammer zijn gewoon denk ik. Je voelt ook gewoon denk ik misschien dan nog meer als je jeugdtheater speelt, als je een overgevoelige scène speelt. Euhm, of er komt iemand half in zijn blootje op, dan wordt het kot afgebroken. Dat kan dan niet anders dan dat uw stuk een invloed heeft op het publiek. Dat het publiek de indruk maakt van: oké, we hebben ze niet meer vast, we moeten nu even doordoen want we moeten ze terug mee op die rail krijgen. Ze zijn helemaal even afgedwaald. Dat gaat dan over niet-volwassen mensen natuurlijk. Terwijl ik voel wij speelden Chatgirl en daar zat een hele trage, lange scène in, heel schoon, maar wij konden die eigenlijk alleen maar spelen voor volwassen publiek. Als je dat zo lang maakte voor die gasten dan, dan ging dat niet voor hen. Uw publiek ook de leeftijd van uw publiek als je voor kinderen speelt of voor volwassenen, dat is helemaal anders. Zij gaan nu ook bepalen van hoe je gaat spelen. Je gaat ook hetzelfde stuk spelen voor verschillende leeftijden denk ik maar anders. Dus voor mij heeft dat echt een invloed op elkaar. Ah, ok. Ik had ook gewoon met ja kunnen antwoorden. Gelach. Dat is goed. Nu een keer iets totaal anders Wij hebben in de les over een bepaalde filosoof gebabbeld, namelijk Hume. Ik weet niet of je die kent? Dat was een filosoof die filosofeerde over bepaalde kunst en de schoonheid ervan en zijn theorie was eigenlijk dat het oordeel over de schoonheid kan je alleen maar vellen aan de hand van experts. Dus experts die bepalen of iets waardig is, of iets schoon is aan dat kunstwerk. Wat vindt u daarvan? Vindt u dat mensen die heel veel naar theater gaan ofzo, daar expert in zijn om te bepalen of iets een goed stuk is? Neen, ik vind dat absoluut niet. Mensen bepalen zelf of ze iets mooi vinden of niet. Het enige wat je hebt is Het is interessanter als veel mensen het mooi vinden want dan verdien je meer geld en dan kun je meer gaan spelen, dan mag je er meer zijn. Dat is jammer dat theater een economische waarde moet hebben. Maar dat is wel zo, denk ik. Anderzijds is het wel tof denk ik wel natuurlijk dat er ergens Maar het woord geld komt er natuurlijk wel altijd aan te pas. Dus als er moeilijkere dingen gemaakt worden dan kan het natuurlijk ook alleen maar bestaan aan de gratie van een paar mannetjes op een bureau die zeggen: Ja, wij vinden dat waardevol. Maar uiteindelijk, schoonheid is Je kan niet alleen zeggen van: Een Michelangelo dat is het ding van schoonheid. Dat is niet de manier, lijkt mij. Je kan een schilderij van Breughel en een dik vet wijf ook heel mooi vinden allé, die vrouw ook heel mooi vinden. Dat is denk ik zeker ook bij theater het geval. Ik hou wel van kwetsbaarheid en lelijkheid op scène in plaats van de voorgeschreven schoonheid van de reclame en de tv en dergelijke. Laten we zeggen dat ik dat dan mooier vind dan Al moet ik zeggen dat ik ooit eens naar een voorstelling ben geweest en ik was blij dat het een heel mooi meisje was want voor de rest trok het op niets. Dus die schoonheid heeft mij wel geholpen om mij een klein beetje bij de les te houden. De Wulf Jens, Meert Colin, Ryon Natalja en van Bouwel Nick Pagina 6

7 Dat is dan die reclameschoonheid? Dat is dan die reclameschoonheid. Het was ook een mooi figuur. Ze stond mooi, ze had présence, ze kon gewoon niet acteren. Maar neen ik vind niet dat dat Het gebeurt gewoon zo. Ok é, er zijn mensen die zeggen dat het een goed stuk is of geen goed stuk is. Een recensent, een recensent is ook maar één persoon. Dus ik vind dat een beetje moeilijk. Ik merk dat ook als ik zelf theater maak en dat wordt in jury s ingeschreven. Ik denk dat ik nog geen enkel stuk heb gemaakt waar ik tweemaal hetzelfde verslag heb teruggekregen. Dus dat je van de ene het verslag krijgt van Dat vinden zij niet goed, maar dan vindt de andere dat dan wel weer goed en die zaten dan ook met drie à vier mensen aan tafel. Maar die moesten er over praten van Vind ik dat goed, vind ik dat niet goed? Gaan we dat in dat ding schrijven of niet?. Dus ik vind dat zeker niet. Ik ben gisteren naar een voorstelling gaan kijken, geregisseerd door een persoon die eigenlijk naar alle voorstellingen gaat gaan kijken in Vlaanderen om te bepalen hoeveel geld dat je krijgt. Dus dat is een vakmens die die dingen doet van kijk: Vinden wij uw theater waardig genoeg om meer geld te krijgen?. Zijn voorstelling dat trekt op geen hol. Niemand vindt dat goed, dat is geen goede re gisseur. Dus dat is vrij relatief. Moet je die mens dan geloven? Ja of neen? Neen, het is uw publiek dat je moet geloven, het zijn de mensen Je maakt het niet voor vakmensen, je maakt het voor Anders wordt het elitetheater en elitetheater is volgens mij niet interessant, volgens mij. Ik vind dat theater ook nog wel iets van het volk mag zijn. Dat vind ik belangrijker dan een groot huis bijvoorbeeld. Zoals nu, het NTG Ik vind het NTG soms een beetje te elitair en een beetje te [ ] waardoor je een bepaalde bevolkingsgroep niet aantrekt. Maar ook hoe zij de vormgeving van hun boekje doen. Dat is te clean en te proper en allemaal diepgaande interviews. Dat is allemaal zeer interessant maar ik vind het jammer dat zoals opera vroeger was. Opera was voor het volk. Mensen kwamen daar naartoe, die hadden een goede avond en toch vertelt het toch misschien iets. Ik weet niet of ze dat toen ook hadden, maatschappijkritisch? Bij sommigen? Het zijn zij die dat moeten bepalen of dat mooi is of niet. Ik vind niet dat je kan zeggen: Ik ben de koning en ik vind dit niet mooi en dit mag niet meer bestaan zoals het vroeger was. Nu is dat niet meer natuurlijk. Maar jij hebt wel een recensent kan wel een heel grote stempel drukken of je voorstelling geboekt wordt of niet. Of de mannetjes die in het CC zitten en die personen die dan een diplomaatje behaald hebben op die vier jaar tijd of die dan mogen beslissen of dat een goede voorstelling is of niet. Vaak wordt dat niet alleen op goede voorstellingen genomen, het wordt o ok: Gaat dit verkopen? Gaan wij daar genoeg volk voor halen? Ik denk zo ik zou uw vraag Voor mij circuleert dat dan eerder zo in huizen In huizen zoals het Kaaitheater in Brussel die dan een dergelijk soort theater kunnen programmeren, wat ook interessant is, maar dan om te zeggen dat dat dan alleen schoonheid is. Dat denk ik niet. Dat is grappig want ik moet al de hele tijd aan een persoon denken. Moest je daar nu een interview mee afnemen, zou je compleet andere antwoorden krijgen. Ik zit gewoon al de hele tijd aan Dirk Tanghe te denken. Omdat Dirk Tanghe vooral met schoonheid bezig is. De mensen moeten mooi zijn die op scène staan Zijn visie van schoonheid is dan waarschijnlijk die van zoals het (Vaandeltheater?) Alhoewel Ik moest daar gewoon aan denken off the record (lacht). Maar neen, ik vind dus eigenlijk niet dat dat alleen maar door professionelen beoordeeld zou mogen worden. Over het economische aspect. Eigenlijk dus van die mensen die beslissen van: Jij krijgt zo veel geld daarvoor. Is dat dan idyllisch gezien moest dat er niet zijn. Zou dat een grotere invloed hebben op het maken van theater? Moest je dan eigenlijk geen rekening moeten houden met: Wij moeten geld hebben want dat moet verkopen? Ik denk dat dat wel zou zijn. Ik denk dat theater een grotere experimentele waarde zou hebben. Ik denk dat er heel veel gezelschappen zijn die toch altijd een beetje rekening moeten houden met: De Wulf Jens, Meert Colin, Ryon Natalja en van Bouwel Nick Pagina 7

8 Wat is er volgend jaar en hoe kunnen we dat doen? Waar wordt op gespeeld? Wat ook niet onbelangrijk is. Het is wel fijn als het een Edisonjaar is dat mensen iets rond Edison maken. Ok é, mensen reageren dan eens van: Het is juist, Edison die waren we al even vergeten. Het is waar, dankzij hem zitten we hier in het licht. Maar ik denk dat het experimenteler van aard zou zijn, dat mensen ongeremder zouden zijn. Dan zit je nog altijd met de mensen die de acteurs moeten betalen, de decors en de kostuums. Ja, het is dat. Dan ook daar moet je geld voor vinden en soms ook zit daar een rem op, maar die rem zit dan niet in de zeer grote huizen natuurlijk. Theater en theater is twee. Je hebt verschillende niveaus en ik zit niet in dat hoogste niveau om voorstellingen te maken dus is het voor mij altijd een beetje worstelen om toch ongeveer het beeld te krijgen waar ik ongeveer zou willen raken zonder al te veel compromissen te maken. Vaak moet je toch wat compromissen maken. Op wat voor manieren kan je een idee impliciet overbrengen? Amai dat is een algemene vraag. Ja, daarom dat het niet in onze topvragen staat. Op wat voor manier kan je impliciet een idee overbrengen? Dus dat gaat dan eigenlijk meer over een over die boodschap. Dus hetgeen wat u van uw publiek verwacht. Hoe kan u dat goh ja impliciet, niet door gewoon dat te gaan vertellen echt gaan overbrengen? Hoe doet u dat? Uw verhaal kan de boodschap Gewoon mensen even laten nadenken. Je maakt iets Dat is hetgeen wat ik zeg. Ik hou niet zo van het belerende Dus ik vind Hollanders zijn daar zeer goed in om op het einde van de voorstelling toch nog een keer alles te zeggen van: Kijk pesten mag toch niet en tututut Neen, om mensen te raken meest. Ik vind dat een voorstelling iets moet doen met jou. Je moet erdoor geraakt worden en als een voorstelling dat kleine dingetje in je hersenen of in uw hartje kan kietelen waardoor je begint na te denken. Dan zal die boodschap uiteindelijk wel komen. Of dat dat dan meteen na de voorstelling is, twee dagen na de voorstelling is of tijdens de voorstelling, dat maakt voor mij niet uit. Ik denk gewoon dat de sterkte van uw verhaal, van uw prestaties en van het idee waar jij achterstaat. Door daar zeer hard achter te staan tijdens het creatieproces en het spelen, dan gaat dat wel bij uw kijkers overkomen. Het is niet noodzakelijk om alles met symbolen te gaan oplossen ook. Symbolisme ofzo, dat is allemaal niet nodig. Alhoewel je dat sneller doet dan dat je dat soms zelf weet denk ik maar Ik heb zelf ook al een voorstelling gemaakt over pesten Iemand weet daar iets meer van ook nog. (gelach) Daar heb ik alles behalve gezegd: Pesten mag niet, maar dat was door de hardheid van het verhaal. Het was zodanig hard en ik denk dat dat met Hard candy net hetzelfde is. Het feit dat het zo hard is, dat gaat dan over internetgevaren. Ik denk dat al mijn voorstellingen wel het thema We hebben al kindermisbruik gehad en dat we dat eigenlijk nooit veroordelen op scène. We gaan nooit echt gaan zeggen: Kijk, dat mag niet, maar door het verhaal zijn kracht en zijn sterkte te geven, heb je het wel mee. Ik wil echt niet als ik naar theater ga kijken dat er met het vingertje gewezen wordt. Ik vind dat niet fijn. De Wulf Jens, Meert Colin, Ryon Natalja en van Bouwel Nick Pagina 8

9 Een beetje zelfvertrouwen op de ethische moraliteit van het publiek. Ja, absoluut ja. Ik ben naar En avant, marche! geweest in het NTG, bijvoorbeeld, en dat heeft mij niet geraakt. Dat heeft staande ovaties, dat gaat in alle landen gaan spelen maar dat raakt mij niet omdat ik naar mijn gevoel Dat komt niet tot bij mij. Ik vind dat een mooie voorstelling om naar te kijken, maar op het einde als dan Wim Opbrouck afgaat en je hoort hem dan in de verte. Dat was een mooi momentje geweest, maar dat pakt mij niet. Waarom pakt mij dat niet? Ik weet het niet. Misschien omdat het voor mij iets te vormelijk allemaal is? Te veel Brecht misschien? Misschien mis ik daar toch nog zo de echte: Oh, ik word geraakt door iets, maar Griet Debacker kon me dan wel even bekoren. Met een scène dat ik even lastig vond Ik had dat met Gardenia ook. Het pakt mij ook niet. Dat zijn dan de twee beste voorstellingen van het NTGent maar het heeft mij niet geraakt. Terwijl Perceval mij wel raakt met dan ee n heel grote klassieker, maar dan door het spel. Het is het spel dat mij raakt en waardoor ik dan gewoon begin na te denken. Een mooi voorbeeldje van een auteur vind ik dan een Nicky Silver. Hij is super maatschappijkritisch, alle vuiligheid zit op een hoop gesmeten. Je moet daar de hele tijd mee lachen, het is allemaal super plezant. Op het einde weet hij dat altijd op een of andere manier in uw gezicht te laten ontploffen waardoor je daar even niet goed van bent. Dan ga je even naar buiten en denk je: Waar heb ik nu de hele tijd mee zitten lachen? Dat kan toch niet?, maar dat komt gewoon doordat heel de tijd dat stuk iets met u gedaan heeft emotioneel gezien en niet dat je alleen naar plaatjes zit te kijken waar een verhaal opgeplakt wordt. Denk ik. Ik denk ook dat het allemaal heel persoonlijk ligt. Ja. Ja. Want ik zei ook: Ik denk dat als we hier met tien in de kamer zitten dat in En avant, marche! gezeten hebben dat ik waarschijnlijk de enige zou zijn die Allé, ik zou daarvoor niet gaan rechtstaan Ik vind dat een goede voorstelling maar ik zou daarvoor niet voor gaan rechtstaan. Het is ook naar uw mening dat we vragen, dus En dat is misschien omdat zij te veel met schoonheid bezig zijn in die voorstelling ook al doen ze iets vuil maar het is toch allemaal te veel beeldjes en te veel esthetiek Zelfs de scènes waar er (in vreemde stem) de hele tijd zo gepraat werd, dat is voor mij allemaal te veel beelden en dan mis ik de breekbaarheid of de vuiligheid. Het is die breekbaarheid die mij vaak raakt. Als iets breekbaar is, als iets kleiner wordt of als een acteur zich lelijk durft maken op scène en niet alleen denkt van: Ik moet hier staan schitteren en mooi zijn en scoren en. Zo een beetje echt de figuurlijke naaktheid ofzo. Ja, ja. Dat heeft een Brecht minder denk ik, omdat een Brecht allemaal vergroot is en groots is en denk ik. Alhoewel dat kan ook veel zeggen. De kleine mens op het theater vind ik schoon, in een theatrale vorm. Dus ik denk dat ik echt op zoek ben naar de twee samen als ik iets maak, denk ik want dan is het toch iets meer Stanislavsky. Die breekbaarheid en dat peuteren, dat klein spel en maar dan misschien in een grootse setting ofzo. Ja. Alright, goed over het aspect. In het begin had u gebabbeld over dat u het licht enorm belangrijk vindt. Is dat dan Versterkt dat dan of wat voor belang heeft dat dan binnen uw stuk? Voor mij versterkt dat echt heel hard. Het versterkt maar het kan ook heel hard tegenwerken en als, ik zeg maar iets, de percentages van uw licht te groot zijn dan worden uw acteurs lelijk. Zet je daar blauw op, dan wordt een acteur lelijk dus dat is super belangrijk. Wat wil je daarmee vertellen? De Wulf Jens, Meert Colin, Ryon Natalja en van Bouwel Nick Pagina 9

10 Welke kleurtjes wil je gebruiken? Hoe intiem is iets? Maak je iets klein? Ga je de mens proberen zuigen daarnaartoe? Of ga je net een afstand creëren? Neem nu een voorstelling met enkel TL s, waardoor je echt bewust zegt tegen de mensen: Kom niet binnen in onze ruimte gewoon. Het is afgebakend met TL s. Terwijl anderzijds je met een heel klein spotje op een acteur kan zetten waardoor je naar niets anders kan kijken dan dat. Als maker kan je heel hard kijken en beslissen naar waar uw kijker moet kijken. Je kan die heel hard sturen met uw licht. Als je alles volle bak zet, koud, dan ga je al koud krijgen soms. Je kan dat heel vaak hebben als je in theater zit: je hebt een warme scène, het is allemaal zowat zonnig licht en opeens gaan ze naar iets harder en dat wordt wit licht en dat krijgt ineens koud. Dat is denk ik puur psychologisch. Ja. Ik denk niet dat er ergens een windje wordt gelaten op dat moment dat je denkt van: Oh, het is hier even fris want ze hebben hier nu een wit licht aangedaan. Qua temperatuur is dat licht even fel dus dat kan niet. Dus ik denk dat dat puur psychologisch is waardoor dat je soms. Je hebt nu zo 4Dtheater of hoe zit dat daar? Waarbij ze dan ook nog met geuren ofzo zouden werken, maar dat is ook Hoe meer impulsen je de mens geeft, hoe meer je dingen kan gaan bepalen. Ik heb zo al een voorstelling gemaakt waarin eten op scène gemaakt wordt Ja dat heeft een hele andere dynamiek dan dat stuk moest ik dat niet gedaan hebben. Dus ja, dat versterkt absoluut en dat is ook bepalend denk ik. Dat is iets dat je psychologisch doet zonder dat je het uitlegt. Want dat is iets dat je ervaart en een goed lichtontwerp gaat uw kijkers onbewust in iets meetrekken. Dat is denk ik wel het interessante, dat je psychologisch mensen kan gaan beïnvloeden. Dat doet u met muziek ook, afhankelijk van welke muziek je erop zet ga je iemand automatisch meesleuren in iets en dat is soms sterker dan een acteur. Soms is het ook een camouflage om iets dat een acteur niet kan bereiken te gaan versterken, om daar dan toch te raken. (Nadien werden nog vragen gesteld aan Johnny. Deze waren meer persoonlijk en konden minder gelinkt worden aan het onderzoek. Daarom eindigt het bruikbare materiaal voor het interview hier.) De Wulf Jens, Meert Colin, Ryon Natalja en van Bouwel Nick Pagina 10