121. De richtlijn betreffende schadevorderingen wegens inbreuken op het mededingingsrecht - gevolgen voor de praktijk

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "121. De richtlijn betreffende schadevorderingen wegens inbreuken op het mededingingsrecht - gevolgen voor de praktijk"

Transcriptie

1 DE RICHTLIJN BETREFFENDE SCHADEVORDERINGEN WEGENS INBREUKEN OP HET MEDEDINGINGSRECHT - GEVOLGEN VOOR DE PRAKTIJK 121. De richtlijn betreffende schadevorderingen wegens inbreuken op het mededingingsrecht - gevolgen voor de praktijk MR. M. KUIJPER EN MR. F. LEEFLANG Op 26 december 2014 is de richtlijn betreffende schadevorderingen wegens inbreuken op het mededingingsrecht in werking getreden (de Richtlijn). 1 Er is veel over de Richtlijn geschreven alsook over het proces dat is doorlopen om tot de Richtlijn te komen. 2 Een belangrijke aanjager voor dit proces is het alom bekende Courage-arrest van het Hof van Justitie geweest waarin het recht van eenieder op vergoeding van schade als gevolg van een inbreuk op het Europese mededingingsrecht is bevestigd. 3 De Richtlijn geeft gedetailleerde voorschriften over onder meer toegang tot bewijsmateriaal, verjaringstermijnen, gezamenlijke en hoofdelijke aansprakelijkheid, passing-on, schadebegroting en buitengerechtelijke geschillenbeslechting. Met dit artikel willen wij in kaart brengen wat de mogelijke gevolgen van de Richtlijn voor de uitoefening van het recht op vergoeding van schade in de praktijk zullen zijn. Onze doelstelling is niet om uitputtend te zijn, maar om de belangrijkste concrete elementen uit de Richtlijn te bespreken en daarvan de mogelijke uitwerking in de praktijk te bespiegelen. Uiteraard zijn de gevolgen voor de praktijk ook afhankelijk van hoe de Richtlijn door de Nederlandse wetgever geïmplementeerd zal worden. 4 Toch is met name door de verplichting tot richtlijnconforme interpretatie op basis van de inhoud van de Richtlijn al genoeg op te merken over de eventuele impact daarvan op de Nederlandse praktijk. Wij gaan hierna eerst in op de doelstellingen van de Richtlijn en het toepassingsbereik. Vervolgens be- 1 Richtlijn 2014/104/EU van 26 november 2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, PbEU L 349/1. 2 E.-J. Zippro, Het Richtlijnvoorstel betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken, MP 2013, nr. 8, p. 275; C. Cauffman, De Richtlijn betreffende schadevorderingen wegens inbreuken op het mededingingsrecht, SEW 2015/3, p.126; E. Oude Elferink en B. Braat, De Richtlijn betreffende schadevergoedingsacties wegens inbreuken op de mededingingsregels, NTER 2014, nr. 7, p. 216; T. Raats, De (definitieve) richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken, M&M 2014, nr. 5, p.198; J.S. Kortmann, The Draft Directive on antitrust damages actions in The Influence of EU Law on National Private Law (Eds. A.S. Hartkamp, C.H. Sieburgh, L.A.D. Keus, J.S. Kortmann, M.H. Wissink), Deventer: Kluwer 2014, p. 661; B.J. Drijber, Het Richtlijnvoorstel over schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken, Ondernemingsrecht 2013, 98; J. L.E.J. Korsten en F.G.D. Pasaribu, EU-harmonisering verhandelen we de mogelijke gevolgen voor bewijsvoering, verjaring van schadevorderingen, de reikwijdte van de aansprakelijkheid, schadevaststelling en passing-on. Tot slot vatten wij kort samen wat naar ons oordeel de belangrijkste gevolgen voor de uitoefening van het recht op vergoeding van schade in Nederland zullen zijn. Doelstellingen en toepassingsbereik De Richtlijn heeft tot doel het vaststellen van regels ten haal kartel- en misbruikschade en collectief verhaal (I), Bedrijfsjuridische berichten 2013, 61; L.E.J. Korsten en F.G.D. Pasaribu, EU-harmonisering verhaal kartel- en misbruikschade en collectief verhaal (II), Bedrijfsjuridische berichten 2013, 65; L.E.J. Korsten en F.G.D. Pasaribu, Aanbeveling Europese Commissie: gemeenschappelijke beginselen voor collectief verhaal bij schending Unierechten (III), Bedrijfsjuridische berichten 2013, HvJ EG 20 september 2001, zaak C-453/99, Courage/Crehan, Jur. 2001, p. I TIJDSCHRIFT MEDEDINGINGSRECHT IN DE PRAKTIJK NUMMER 3, MEI 2015 / SDU 29

2 aanzien van schadevorderingen wegens inbreuken op het mededingingsrecht van de Unie ter waarborging van de volle werking van de artikelen 101 en 102 VWEU en van de goede werking van de interne markt voor ondernemingen en consumenten. 5 De Richtlijn moet zorgen voor (i) een optimale wisselwerking tussen de publieke en de civiele handhaving van het mededingingsrecht en (ii) volledige Voor vorderingen bij de Nederlandse rechter waarop geen materieel recht van een EU-lidstaat van toepassing zal zijn, biedt de Richtlijn dus beperkt soelaas. vergoeding van schade geleden door inbreuken op het mededingingsrecht van de Unie. 6 In die tweede doelstelling zit ook besloten dat de verschillen tussen nationale rechtsregels weg moeten worden genomen zodat eisers en gedaagden min of meer dezelfde basisregels kunnen verwachten in dit soort zaken ongeacht in welke EU-lidstaat zij procederen. Helaas zal dit niet voor alle eisers en gedaagden opgaan. De Richtlijn zal namelijk geen invloed hebben op de materiële rechtsregels van een niet-eu-lidstaat, terwijl die rechtsregels op grond van het Europees of Nederlands conflictenrecht 7 wel van toepassing kunnen zijn op vorderingen tot vergoeding van schade wegens inbreuken op het mededingingsrecht. Dat een schadevordering in Nederland aanhangig wordt gemaakt, houdt in de regel verband met de woonplaats van een karteldeel nemer 8 en het komt voor dat het Nederlandse recht niet van toepassing is op de vordering van een eiser. Dit betekent dat de Nederlandse rechter in bepaalde gevallen buitenlands recht zal moeten toepassen. Een recente uitspraak van de Rechtbank Den Haag is hier een 4 Dit geldt met name ten aanzien van de wat minder concrete normen in de Richtlijn, zoals de redelijke en toereikende verjaringstermijn voor vorderingen op een clementieverzoeker met boete-immuniteit ten aanzien van schade die niet meer kan worden verhaald bij andere karteldeelnemers (artikel 11 lid 4 van de Richtlijn). 5 Richtlijn, overweging 54 van de Considerans. 6 Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, COM/2013/0404 final/ /0185 (COD), paragraaf De Wet Conflictenrecht onrechtmatige daad regelt het toepasselijk recht van schadevergoedingsvorderingen wegens inbreuken op het mededingingsrecht met betrekking tot schadeveroorzakende gebeurtenissen die zich voor hebben gedaan tot 11 januari Verordening nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen ( Rome II ) regelt het toepasselijk recht voor dergelijke vorderingen als de schadeveroorzakende gebeurtenissen zich hebben voorgedaan vanaf 11 januari Gelet op de het feit dat het gros van schadevergoedingsvorderingen (in Nederland) zich tegen voormalige kartels richt, zullen wij in dit artikel de woorden karteldeelnemer(s) gebruiken om een in de Richtlijn in artikel 2 gedefinieerde inbreukpleger aan te duiden. voorbeeld van. 9 De rechtbank achtte het materiële recht van de staat waar de productiefaciliteit van de afnemers gelokaliseerd was van toepassing. 10 In dit geval bevonden die faciliteiten zich allemaal in EU-lidstaten, zodat voor de desbetreffende vorderingen het recht van een EU-lidstaat van toepassing is. Echter, niet is uitgesloten dat dit in een vergelijkbare zaak anders zal zijn, zodat de materiële rechtsregels van een niet-eu-lidstaat van toepassing kunnen zijn. Voor vorderingen bij de Nederlandse rechter waarop geen materieel recht van een EU-lidstaat van toepassing zal zijn, biedt de Richtlijn dus beperkt soelaas. 11 Uitsluitend de uit de Richtlijn voortvloeiende procedurele regels zullen direct doorwerken in de nationale procedure. 12 De Richtlijn is niet alleen van toepassing op schadevorderingen wegens inbreuken op artikel 101 en 102 VWEU. Schadevergoedingsacties wegens inbreuken op artikel 6 en 24 Mw zijn ook onder het toepassingsbereik geschaard. 13 De gevolgen van de Richtlijn zullen dan ook gelijk zijn voor procedures over schadevergoeding wegens overtredingen van het Europese en het nationale mededingingsrecht. Er zal als gevolg van de Richtlijn zelfs vrijwel geen onderscheid meer bestaan tussen procedures inzake schadevergoeding wegens inbreuken op het nationale en het Europese mededingingsrecht. Artikel 3 van de Richtlijn introduceert namelijk (ook) een Unierecht op volledige vergoeding van schade veroorzaakt door inbreuk op artikel 6 en 24 Mw. Artikel 4 van de Richtlijn voegt daaraan toe dat het doeltreffendheidsbeginsel ook zal moeten gelden in procedures inzake schadevergoeding wegens inbreuken op artikel 6 en 24 Mw. Ook bij schadevorderingen wegens overtreding van artikel 6 en 24 Mw, zal de nationale rechter zich dus voortdurend moeten afvragen of toepassing van nationale regels volledige vergoeding van schade niet buitensporig moeilijk of praktisch onmogelijk maakt. De Richtlijn, alsook de implementatiewetgeving, zal echter niet van toepassing zijn op procedures die vóór de inwerkingtreding van de Richtlijn aanhangig zijn gemaakt. 14 Dat de Richtlijn indirect wel invloed kan hebben op die reeds aanhangige procedures, komt in de volgende paragraaf meer uitgebreid aan de orde. De Richtlijn kan in ieder geval invloed hebben op procedures die na 26 december Rechtbank Den Haag 17 december 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:15722 (CDC/Shell e.a.). 10 Ibid, r.o De keuze voor een verordening was dan ook doeltreffender geweest om dezelfde basisregels voor dit soort procedures te creëren, die ook voor eenieder hadden gegolden. 12 De toepassing van het materiële recht van een niet-eu-lidstaat zal in een dergelijke procedure nog wel getoetst moeten worden aan de beginselen van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid. Die beginselen werken immers rechtstreeks door in de nationale rechtsorde. Het is dan ook aan de nationale rechter om daar rekening mee te houden in procedures voor de Nederlandse rechter over de uitoefening van het recht van eenieder op vergoeding van schade als gevolg van een overtreding van de Europese mededingingsregels. 13 Artikel 1 lid 1 en artikel 2(1) en 2(3) Richtlijn. 14 Artikel 22 lid 2 Richtlijn. 30 SDU / NUMMER 3, MEI 2014 TIJDSCHRIFT MEDEDINGINGSRECHT IN DE PRAKTIJK

3 DE RICHTLIJN BETREFFENDE SCHADEVORDERINGEN WEGENS INBREUKEN OP HET MEDEDINGINGSRECHT - GEVOLGEN VOOR DE PRAKTIJK in lijn met artikel 22 van de Richtlijn aanhangig zijn gemaakt. Immers, in procedures waarin door de rechter moet worden geoordeeld na het verstrijken van de implementatietermijn zal richtlijnconforme interpretatie 15 een rol spelen, maar ook tijdens de implementatietermijn zal al invloed van de Richtlijn uitgaan. Tijdens de implementatietermijn zal de Nederlandse rechter zich zo veel mogelijk moeten onthouden van een uitleg van het nationale recht die de verwezenlijking van de met de Richtlijn nagestreefde doelstelling ernstig in gevaar zou kunnen brengen. 16 Deze verplichting stelt op papier wellicht niet zoveel voor, 17 maar in de praktijk van schadevergoedingsvorderingen wegens inbreuk op het mededingingsrecht zal dit echt anders zijn. Gelet op het feit dat er in Nederland (en alle overige Europese landen) nog weinig bestendige jurisprudentie is over alle aspecten van (de uitoefening van) het recht op volledige vergoeding van schade, biedt de Richtlijn wel belangrijke aanknopingspunten voor de Nederlandse rechter. Dit bleek al doordat de Richtlijn, zelfs toen deze nog niet definitief was aangenomen, al is aangehaald in jurisprudentie. 18 Het is dan ook onze verwachting dat ook vóór het verstrijken van de implementatietermijn de Richtlijn een ijkpunt zal worden in procedures; dus ook in procedures die vóór de inwerkingtreding van de Richtlijn aanhangig zijn gemaakt. Dit wordt ondersteund door de gedachte dat men de Richtlijn ook zou kunnen zien als een enorme vlucht naar voren van hetgeen ook met een aantal prejudiciële vragen bereikt had kunnen worden. 19 Het Hof van Justitie van de EU beïnvloedde immers al met een aantal uitspraken de uitoefening van het recht op volledige vergoeding van schade bij mededingingsinbreuken, onder meer op het gebied van verjaringstermijnen, schade en causaliteit. 20 Het zou best zo kunnen zijn dat als er nog tien prejudiciële 15 Richtlijnconforme interpretatie betreft de verplichting van de nationale rechter om het nationale recht zoveel mogelijk uit te leggen in het licht van de bewoordingen en het doel van die richtlijn. Zie onder meer: HvJ EU 19 januari 2010, zaak C-555/07, Kücükdeveci, Jur p. I-00365, r.o HvJ EG 4 juli 2006, zaak C-212/04, Adelener, Jur p. I Zie ook: M.H. Wissink, Interpretation of Private Law in conformity with EU directives in The Influence of EU Law on National Private Law (Eds. A.S. Hartkamp, C.H. Sieburgh, L.A.D. Keus, J.S. Kortmann, M.H. Wissink), Deventer: Kluwer 2014, p Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 september 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:6766 (ABB/Tennet), r.o. 3.27; Rechtbank Gelderland 24 september 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:611 (Tennet/Alstom), r.o Dit onder de gedachte: wat (nog) niet met negatieve integratie bereikt is (integratie via de route van de prejudiciële procedure), wordt nu met positieve integratie bereikt (integratie via secundaire Europese regelgeving). Zie over positieve en negatieve integratie en het feit dat de integratie via secundaire Europese regelgeving vaak volgt op een periode van negatieve integratie die door de Commissie en de lidstaten als onbevredigend is ervaren: A.M. van den Bossche, Private enforcement of competition law in The Influence of EU Law on National Private Law (Eds. A.S. Hartkamp, C.H. Sieburgh, L.A.D. Keus, J.S. Kortmann, M.H. Wissink), Deventer: Kluwer 2014, p HvJ EG 13 juli 2006, zaak C-295/04 C-298/04, Manfredi, Jur p. I-6641; HvJ EU, 5 juni 2014, Kone e.a., zaak C-557/12, ECLI:EU:C:2014:1317. vragen over verjaringstermijnen zouden zijn gesteld aan het Hof van Justitie van de EU, men uit de antwoorden een minimumnorm zou kunnen afleiden die in lijn ligt met de bepalingen betreffende verjaringstermijnen in de Richtlijn. Overweging 12 van de considerans van de Richtlijn lijkt dit aan de ene kant te ondersteunen door aan te geven dat het acquis communautaire betreffende het Unierecht op vergoeding van door een mededingingsinbreuk veroorzaakte schade met deze Richtlijn wordt bevestigd. Aan de andere kant lijkt uit die overweging evenzeer te kunnen volgen dat het voorgaande uitdrukkelijk niet de bedoeling van de Richtlijn is geweest. Er staat immers ook dat met de Richtlijn niet is vooruitgelopen op toekomstige ontwikkelingen van het acquis communautaire. Toch kan een nationale rechter moeilijk om de voorschriften van de Richtlijn heen in een reeds nu en vóór inwerkingtreding aanhangige procedure. 21 Immers, de Richtlijn stelt volgens artikel 1 lid 1 eerste volzin bepaalde regels vast die noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat eenieder effectief het recht op schadevergoeding kan uitoefenen. De Europese wetgever is kennelijk van oordeel dat zonder deze regels de uitoefening van het recht op schadevergoeding niet effectief (lees: doeltreffend) zal zijn. De Richtlijn, althans de bepalingen die zijn opgenomen omdat zij kennelijk noodzakelijk zijn voor effectief schadeverhaal, 22 worden Ook bij schadevorderingen wegens overtreding van artikel 6 en 24 Mw zal de nationale rechter zich dus voortdurend moeten afvragen of toepassing van nationale regels volledige vergoeding van schade niet buitensporig moeilijk of praktisch onmogelijk maakt. dan een goede graadmeter voor de vraag of de toepassing van nationale regels voldoet aan het doeltreffendheidsbeginsel waar de Nederlandse rechter in ieder geval rekening mee heeft te houden in schadevergoedingsacties wegens schending van het Europees mededingingsrecht Zie voor een voorbeeld dat zich tijdens het schrijven van deze bijdrage heeft verwezenlijkt: Rechtbank Amsterdam 25 maart 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:1780 (SCC/KLM), r.o en Rechtbank Amsterdam 25 maart 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:1778 (Equilib/KLM), r.o Zie overigens voor een voorbeeld van een afwijzing om de Richtlijn al in enige mate in de beoordeling te laten meewegen voordat deze in werking was getreden (weliswaar uit een andere jurisdictie): Nederlandstalige Rechtbank van Koophandel Brussel, 24 november 2014, A.R. A/08/06816 (Europese Unie/Otis e.a.), p. 22. Er is hoger beroep ingesteld door de Europese Commissie tegen deze uitspraak en het is onze verwachting dat het hoger beroep zich ook zal richten tegen de afwijzing van de rechtbank om ook maar in enige mate rekening te houden met de beginselen en doelstellingen van de Richtlijn. 22 Denk bijvoorbeeld aan de bepalingen van de Richtlijn over verjaringstermijnen (artikel 10 en overweging 36), de bewijsstandaard voor de begroting van schade (artikel 17 lid 1 en overweging 45 en 46), het vermoeden van schade (artikel 17 lid 2 en overweging 47) en volledige vergoeding van rente vanaf het tijdstip waarop de schade is ontstaan (artikel 3 lid 2 jo. overweging 12). 23 In procedures die reeds aanhangig waren vóór de inwerkingtreding, zal TIJDSCHRIFT MEDEDINGINGSRECHT IN DE PRAKTIJK NUMMER 3, MEI 2014 / SDU 31

4 Bewijsvoering in schadevorderingen De Richtlijn introduceert een eigen regime voor toegang tot bewijsmateriaal voor eisers en gedaagden in schadevergoedingsprocedures wegens inbreuken op het mededingingsrecht. Er moet toegang kunnen worden verzocht tot bewijsstukken of categorieën van bewijsmateriaal. Het Alle afzonderlijke feitelijke gedragingen die één enkele voortdurende kartelinbreuk hebben gevormd, zijn door niemand meer te achterhalen. verzoek daartoe zal zo beperkt en nauwkeurig de stukken of categorieën moeten aanduiden als redelijkerwijs mogelijk is. 24 De nationale rechter moet op grond van artikel 5 lid 3 van de Richtlijn de evenredigheid van het verzoek toetsen in het licht van de rechtmatige belangen van alle betrokken partijen en derden. In de Nederlandse praktijk is tot op heden anders dan men wellicht zou verwachten met name door gedaagden in schadeprocedures gebruikgemaakt van vorderingen tot inzage in schriftelijke stukken. 25 Deze vorderingen zijn tot nog toe allemaal afgewezen, met als voornaamste reden dat zij als prematuur zijn beschouwd en eventueel in de fase van schadeberekening (pas) relevant zullen worden. Opvallend is dat onlangs (bij vonnissen van 25 maart 2015) de Rechtbank Amsterdam in de luchtvrachtzaken een procedure die ruim voor inwerkingtreding van de Richtlijn aanhangig is gemaakt de belangenafweging zoals de Richtlijn die op grond van artikel 5 lid 3 voorschrijft, heeft toegepast bij de in die zaken gevorderde inzage ex artikel 843a Rv. 26 In de praktijk lijken deze bepalingen voorlopig de meeste nieuwe kansen op te leveren voor stand-alone schadevorderingen, 27 dat wil zeggen schadevorderingen die deze toetsing aan het doeltreffendheidsbeginsel uitsluitend gelden bij schadevergoedingsvorderingen wegens inbreuken op artikel 101 en 102 VWEU en niet wegens inbreuken op artikel 6 en 24 Mw. Dit volgt uit het feit dat het Unierecht tot de Richtlijn nooit een recht op vergoeding van schade als gevolg van schending van het nationale mededingingsrecht heeft gekend. 24 Artikel 5 lid 2 Richtlijn. 25 Rechtbank Arnhem 16 mei 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BW7445 (Tennet/ ABB); Rechtbank Den Haag 1 mei 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:CA1870 (CDC/Shell e.a.); Rechtbank Limburg 25 februari 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:1791 (Deutsche Bahn/Nedri e.a.); Rechtbank Amsterdam 25 maart 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:1780 (SCC/KLM); Rechtbank Amsterdam 25 maart 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:1778 (Equilib/KLM). Overigens is er in laatstgenoemde zaak ook door een eiser een vordering ex artikel 843a Rv ingediend (welke bij voornoemd vonnis is afgewezen). 26 Rechtbank Amsterdam 25 maart 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:1780 (SCC/KLM), r.o en Rechtbank Amsterdam 25 maart 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:1778 (Equilib/KLM), r.o Daarmee is absoluut niet gezegd dat eisers en gedaagden in follow-on zaken elkaar ongetwijfeld met de openbaarmakingsregels in de Richtlijn om de oren zullen slaan, maar naar ons idee verandert het feit dat de Richtlijn er is, de tot op heden door de Nederlandse rechters gemaakt niet voortborduren op de publiekrechtelijke vaststelling van een mededingingsinbreuk. De informatieachterstand van eisers is in die procedures het grootst. Tot op heden wordt slechts zelden een stand-alone schadevordering ingesteld, juist omdat dit vaak om situaties gaat waarbij men het bewijs dat er een mededingingsbeperkende afspraak is gemaakt niet kan achterhalen. 28 Het is onze inschatting dat gelet op de belangenafweging in de Richtlijn de kansen om inzage te verkrijgen voor eisers in stand-alone zaken groter zijn geworden dan zonder de Richtlijn het geval zou zijn geweest. Ook relevant voor de praktijk in dit verband is hoe de nationale rechter zal omgaan met zijn bevoegdheid op grond van de Richtlijn om openbaarmaking van vertrouwelijke stukken te gelasten. 29 Daarnaast bevat de Richtlijn een uitgebreide set gedetailleerde regels met betrekking tot de toegang tot bewijsmateriaal dat zich in het dossier van een mededingingsautoriteit bevindt. Deze regels beogen de wisselwerking tussen publieke en civiele handhaving van het mededingingsrecht te optimaliseren. Zo bevat de Richtlijn onder meer een absoluut verbod op inzage in clementieverklaringen en verklaringen met het oog op een schikking. Deze regels zijn vrijwel uitsluitend relevant voor follow-on schadevergoedingszaken, dat wil zeggen schadevorderingen die voortborduren op de publiekrechtelijke vaststelling van een mededingingsinbreuk. Bij stand-alone zaken zullen deze artikelen vrijwel uitsluitend een rol spelen als er een parallel onderzoek of een parallelle klacht loopt bij een mededingingsautoriteit. Wij achten de praktische relevantie van deze regels voor follow-on schadevergoedingszaken beperkt. De meeste follow-on zaken zijn schadevergoedingszaken die voortborduren op een (door de Europese Commissie) vastgestelde één enkele voortdurende kartelovertreding. In beginsel zou een eiser met een goed omschreven kartelbeslissing uit de voeten moeten kunnen. 30 De praktijk heeft tot op heden ook laten zien dat eisers veelal geen vordering ex artikel 843a Rv instellen om stukken die zich in het dossier van een mededingingsautoriteit bevinden te verkrijgen. Over het algemeen biedt een kartelbesluit meer dan voldoende aanknopingspunten om te bepalen op welke prijzen het kartel al dan niet invloed heeft gehad. 31 Alle afzonderlijke feitelijke gedragingen die één afweging niet. De recente uitspraken van de Rechtbank Amsterdam (verwijzing in voetnoot 26) laten dit ook zien. 28 Tenzij een van de partijen deelnemer is aan de mededingingsbeperkende afspraak en zelf uit hoofde daarvan schadevergoeding vordert. 29 Artikel 5 lid 4 van de Richtlijn. 30 Met de kanttekening van onze zijde dat het dan wel een echt kartel moet zijn geweest en niet een kartel waarbij de kartelverbod-norm is opgerekt om het in de woorden van Wesseling te omschrijven. R. Wesseling, De Kartelhel (oratie Amsterdam UvA), Amsterdam: Vossiuspers UvA 2011, p Een kartelbesluit van de Europese Commissie geeft in ieder geval aan hoe lang een inbreuk heeft geduurd, de geografische reikwijdte van de inbreuk en op welke producten en/of diensten de inbreuk betrekking had en uit welke specifiek mededingingsbeperkende gedragingen de 32 SDU / NUMMER 3, MEI 2014 TIJDSCHRIFT MEDEDINGINGSRECHT IN DE PRAKTIJK

5 DE RICHTLIJN BETREFFENDE SCHADEVORDERINGEN WEGENS INBREUKEN OP HET MEDEDINGINGSRECHT - GEVOLGEN VOOR DE PRAKTIJK enkele voortdurende kartelinbreuk hebben gevormd, zijn door niemand meer te achterhalen. De inhoud van ieder telefoontje, overleg of overleg in de marge is zelfs voor de voormalige betrokken personen bij de inbreuk veelal onbekend; laat staan welke commerciële beslissingen hun ondernemingen aan de verkregen informatie uit die individuele gedragingen hebben verbonden tijdens de kartelperiode. Die informatie is in de praktijk ook niet relevant om (in lijn met de Praktische Gids van de Europese Commissie) 32 schade te berekenen die het gevolg is van één enkele voortdurende inbreuk op het mededingingsrecht. Over het algemeen is met name informatie over de markt en geaggregeerde informatie over prijzen relevant. 33 Informatie over de markt staat veelal in het publiekrechtelijke kartelbesluit en geaggregeerde informatie over prijzen bevindt zich over het algemeen niet in het dossier van een mededingingsautoriteit als het om een kartel gaat. 34 Het voorgaande geldt zeker voor de clementieverklaringen en door een onderneming opgestelde verklaringen met het oog op een schikking. Het is zeer de vraag of deze stukken relevante informatie voor eisers bevat, laat staan informatie die van groot belang zou zijn om volledige vergoeding van schade te verkrijgen, 35 zodat het met de Richtlijn geïntroduceerde algehele verbod op inzage in die stukken geen verandering voor de praktijk zal betekenen. 36 De regels aangaande toegang tot stukken die zich in het dossier van die mededingingsautoriteit bevinden, zullen wellicht enige relevantie hebben ingeval een gedaagde een inbreuk betwist die door een buitenlandse mededingingsautoriteit is vastgesteld. De Richtlijn regelt weliswaar dat een besluit van een buitenlandse mededingingsautoriteit- 37 prima facie bewijs oplevert van een inbreuk, maar bij gemotiveerde betwisting daarvan door een gedaagde, zal toegang tot stukken die zich in het dossier van die meéén enkele voortdurende inbreuk heeft bestaan. 32 Werkdocument van de diensten van de Commissie, Praktische Gids betreffende begroting van schade bij schadeacties wegens inbreuken op artikel 101 of 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, bij de Mededeling van de Commissie betreffende de begroting van schade bij schadeacties wegens inbreuken op artikel 101 of 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. 33 Wij merken wel op dat in randnummer 14 van de Praktische Gids wordt aangegeven dat andere bewijsmiddelen voor de rechter een rol zouden kunnen spelen bij de geschiktheid van de keuze voor een bepaalde methode zoals vermeld in de Praktische Gids. 34 Bij een kartel waarbij de gedragingen ertoe strekten de mededinging te beperken, behoeft immers door de Europese Commissie geen onderzoek naar de concrete effecten van de gedragingen op de mededinging te worden gedaan. Daardoor zal ook tijdens het onderzoek geen focus liggen op het vergaren van informatie over prijzen. 35 Zie ook: M. Kuijper, Pfleiderer AG/Bundeskartellamt, M&M 2011, nr. 5, p Wij zijn het overigens met Cauffman eens dat het de vraag is of het in de Richtlijn opgenomen absolute verbod op inzage in clementiestukken en verklaringen met het oog op een schikking niet in strijd is met het primaire Unierecht, gelet op de uitspraken van het HvJ EU in Donau Chemie en Pfleiderer. Zie: C. Cauffman, De Richtlijn betreffende schadevorderingen wegens inbreuken op het mededingingsrecht, SEW 2015/3, p Een mededingingsautoriteit van een EU-lidstaat, niet zijnde de lidstaat waar de procedure aanhangig wordt gemaakt. dedingingsautoriteit bevinden van belang worden om de stelling te bewijzen dat er een inbreuk op het mededingingsrecht heeft plaatsgevonden. Wij hebben in Nederland echter nog geen zaak gezien waarbij een eiser schadevergoeding vordert in verband met een door een buitenlandse mededingingsautoriteit vastgestelde overtreding van het (Europees) mededingingsrecht. Verjaring De Richtlijn schrijft een verjaringstermijn van minimaal vijf jaar voor die aanvangt op het moment van bekendheid met de inbreuk op het mededingingsrecht, bekendheid met de door de inbreuk geleden schade én de identiteit van de karteldeelnemer. Dit sluit goed aan op het Nederlandse stelsel van verjaring. 38 De in artikel 10 lid 4 van de Richtlijn geregelde schorsing dan wel stuiting van de verjaringstermijn bij een onderzoeks- of vervolgingshandeling van een mededingingsautoriteit tot minimaal één jaar nadat een inbreukbeslissing onherroepelijk is geworden, zal in de praktijk tot aanzienlijke verlengingen van een verjaringstermijn leiden. 39 In enkele kartelzaken is men nog niet eens aan hoger beroep toegekomen (omdat er nog geen arrest van het Gerecht is), terwijl er al vijf jaren verstreken zijn sinds het kartelbesluit van de Commissie. 40 Tel daar twee jaar bij op voor hoger beroep en een jaar extra schorsing en na acht jaren is een schadevergoedingsvordering ten aanzien van dat kartel nog niet van rechtswege verjaard. Als de snelheid van beroep en hoger beroepsprocedures niet Wij zijn erg benieuwd naar de richtsnoeren van de Commissie inzake de inschatting van doorberekening van overcharges. Met een praktische en gebalanceerde insteek en nationale rechters die deze insteek zullen volgen, zal de efficiëntie van schadeverhaal in de keten zeker gediend zijn. op korte termijn beter wordt, dan zal dit in de toekomst zijn weerslag kunnen hebben op de schikkingsbereidheid van karteldeelnemers. Het is de ervaring dat de schikkingsbereidheid van karteldeelnemers toeneemt naarmate meer duidelijkheid bestaat over de verjaring van vorderingen van partijen (veelal afnemers of indirecte afnemers) die geen stuitingshandeling hebben verricht. 41 De karteldeelne- 38 Artikel 3:310 lid 1 BW. 39 Hiermee is ook de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam inzake CEF onhoudbaar geworden. Rechtbank Rotterdam, 7 maart 2007, ECLI:NL:RBROT:2007:BA0926 (CEF/X e.a.). Zie voor meer achtergrond over implementatie van deze bepalingen omtrent verjaring: E. Oude Elferink en B. Braat, De Richtlijn betreffende schadevergoedingsacties wegens inbreuken op de mededingingsregels, NTER 2014, nr. 7, p Zie als voorbeeld het kartelbesluit van de Europese Commissie in zaak COMP/38589 Hittestabilisatoren. 41 Zie hierover ook: J.S. Kortmann, The Draft Directive on antitrust damages actions in The Influence of EU Law on National Private Law (Eds. A.S. Hartkamp, C.H. Sieburgh, L.A.D. Keus, J.S. Kortmann, M.H. Wissink), Deventer: TIJDSCHRIFT MEDEDINGINGSRECHT IN DE PRAKTIJK NUMMER 3, MEI 2014 / SDU 33

6 mers hebben dan beter zicht op het totaal aantal claims en de daaraan gerelateerde mogelijke financiële exposure. Reikwijdte aansprakelijkheid De regelingen in de Richtlijn omtrent de mate van aansprakelijkheid van een karteldeelnemer jegens gelaedeerden zal de kans dat een gebundelde procedure zich uitsluitend tegen de clementieverzoeker met immuniteit richt, 42 kleiner maken. Bij een gebundelde procedure is immers de kans groter dat er gelaedeerden van een mededingingsinbreuk betrokken zijn die niet direct of indirect hebben afgenomen van deze clementieverzoeker. Voor deze gelaedeerden geldt dat zij pas bij de clementieverzoeker met immuniteit terechtkunnen met hun claim als is gebleken dat deze schade of een deel daarvan niet verkregen kan worden van de overige deelnemers aan de mededingingsinbreuk. De bepalingen over de onderlinge aansprakelijkheid van karteldeelnemers in artikel 11 lid 5 en 6 zullen in de praktijk geen aardverschuivingen teweeg brengen. De verdeelsleutel blijft een aangelegenheid die naar het bestaande nationale recht moet worden beoordeeld 43 en de verdeling tussen karteldeelnemer(s) en de clementieverzoeker met immuniteit lijkt in de praktijk pas daadwerkelijk uit de pas te gaan lopen bij faillissement van een van de karteldeelnemers. 44 Wel merken wij op dat artikel 11 lid 5 tweede volzin onduidelijk is en daarmee een bron van geschillen in de vrijwaringsprocedure kan worden. Op grond van die bepaling mag de bijdrage van een clementieverzoeker met immuniteit in de omvang van de schade niet meer zijn dan de schade die zij haar directe of indirecte afnemers heeft berokkend. Hieruit volgt dus ook een beperking van aansprakelijkheid voor de clementieverzoeker met immuniteit voor umbrella damages 45 geleden door afnemers die niet (in)direct van de clementieverzoeker met immuniteit hebben afgenomen. 46 Het is echter nog maar de vraag of hier ook een beperking van aansprakelijkheid voor umbrella damages geleden door de (indirecte) afnemers van de clementieverzoeker met immuniteit in te lezen valt. Om schikkingen te bevorderen is artikel 19 lid 1 en 2 opgenomen ter beperking van de interne aansprakelijkheid van een schikkende karteldeelnemer. Een schadeclaim van een schikkende gelaedeerde wordt verminderd met het aandeel van de schikkende karteldeelnemer in de door de gelaedeerde geleden schade als gevolg van het kartel als geheel. Het aandeel hoeft op geen enkele wijze te corresponderen met de schikking, maar als gevolg van de schikking zullen de overige karteldeelnemers geen bijdrage meer kunnen terugvorderen van het door hun te betalen restant van de schade aan de betreffende gelaedeerde. In Nederland was deze methodiek op grond van artikel 6:14 BW reeds mogelijk, maar het voordeel van de opname in de Richtlijn, is dat dit nu in heel Europa geldt en voor alle regresvorderingen die geregeerd worden door het recht van een EU-lidstaat. 47 Schadeberekening en passing-on Aangezien schadeberekening en passing-on hand in hand gaan, bespreken wij de onderwerpen gezamenlijk. Passing-on speelt in de praktijk namelijk pas een rol, nadat duidelijk is dan wel aangenomen mag worden dat een kartel tot een overcharge heeft geleid. Het is goed om in herinnering te brengen dat als een overcharge op de kartelproducten eenmaal een feit is, schade als gevolg van die overcharge over het algemeen ook een feit zal zijn; ook als die overcharge volledig zou zijn doorberekend door een eiser. In dat laatste geval zal de als gevolg van de overcharge verhoogde prijs van de door eiser verkochte producten in de regel hebben geleid tot minder verkopen en dus een lagere winst. 48 Naar ons oordeel worden procedures in de praktijk al dusdanig ingericht dat zij veelal in overeenstemming zijn met de bepalingen van schadeberekening en passing-on zoals opgenomen in de Richtlijn. De rechterlijke uitspraken over schadeberekening en passing-on in Nederland zijn over het algemeen in overeenstemming met de Richtlijn. 49 Zelfs de presumptie van schade bij kartels zoals opgenomen in artikel 17 lid 2 van de Richtlijn, is tot op zekere hoogte Kluwer 2014, p. 699 e.v. 42 Voor zover wij weten is een procedure tegen uitsluitend de clementieverzoeker in Nederland nog niet voorgekomen. 43 Overweging 37 Richtlijn. 44 Daarbij merken wij onmiddellijk op dat het niet ongewoon is dat er na beëindiging van een kartel faillissementen plaatsvinden. 45 Umbrella damages betreft schade veroorzaakt door (indirecte) afname van producten van ondernemingen die zelf niet aan een kartel deelnamen, maar in het zog van de praktijken van het desbetreffende kartel als het ware onder de paraplu van het kartel al dan niet bewust een hogere prijs hebben berekend voor die producten dan zij onder mededingingsvoorwaarden hadden kunnen doen. 46 Dit wordt overigens niet opgelost door lid 6 van artikel 11 van de Richtlijn. Die bepaling heeft uitsluitend betrekking op andere benadeelden dan directe en indirecte afnemers van de karteldeelnemers. Umbrella damages worden ook meestal samen met schade uit directe inkopen gevorderd door directe of indirecte afnemers van karteldeelnemers. 47 Dit was reeds opgemerkt door Kortmann met uitgebreid commentaar op dit punt in: J.S. Kortmann, The Draft Directive on antitrust damages actions in The Influence of EU Law on National Private Law (Eds. A.S. Hartkamp, C.H. Sieburgh, L.A.D. Keus, J.S. Kortmann, M.H. Wissink), Deventer: Kluwer 2014, p Dit is slechts anders als de prijselasticiteit van de vraag naar de producten van eiser een waarde van 0 heeft, in de zin dat de vraag naar die producten totaal onafhankelijk van de prijs van de producten is. 49 Uitzondering is de uitspraak van de Rechtbank Oost-Nederland waarin met het oog op de schadestaatprocedure reeds was geoordeeld dat het passing-on verweer gezien moest worden als een beroep op voordeelverrekening, waardoor het verweer zou kunnen afstuiten op een redelijkheidstoets. Zie: Rechtbank Oost-Nederland 16 januari 2013, ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0403 (Tennet/ABB). De wijze waarop omgegaan moet worden met het passing-on verweer is echter in hoger beroep onder verwijzing naar de Richtlijn (dat toen nog een richtlijnvoorstel was) weer in lijn daarmee gebracht. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 september 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:6766 (ABB/Tennet). 34 SDU / NUMMER 3, MEI 2014 TIJDSCHRIFT MEDEDINGINGSRECHT IN DE PRAKTIJK

7 DE RICHTLIJN BETREFFENDE SCHADEVORDERINGEN WEGENS INBREUKEN OP HET MEDEDINGINGSRECHT - GEVOLGEN VOOR DE PRAKTIJK terug te vinden in de uitspraken over kartelschade van de afgelopen jaren. In de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 24 september 2014 is onder het kopje verhaalbare schade het volgende weergegeven: Het oogmerk van de gewraakte kartelafspraken is, bijkans per definitie, afnemers zoals Sep meer te kunnen laten betalen voor het product dan het geval zou zijn geweest bij vrije mededinging op de desbetreffende markt. 50 De Richtlijn biedt overigens wel meer zekerheid voor indirecte afnemers om een schadevordering aanhangig te maken dan voorheen. In artikel 14 van de Richtlijn zijn criteria opgenomen op basis waarvan een indirecte afnemer kan aantonen dat passing-on heeft plaatsgevonden en door hem geleden schade aannemelijk wordt. Er moet sprake zijn geweest van een inbreuk op het mededingingsrecht, de inbreuk moet tot een overcharge hebben geleid voor een directe afnemer en de indirecte afnemer moet producten of diensten hebben afgenomen waarop de inbreuk op het mededingingsrecht betrekking had, dan wel producten of diensten hebben afgenomen die daarvan zijn afgeleid of waarin deze zijn verwerkt. Om de overcharge te berekenen, is het voor de indirecte afnemer van belang om toegang tot (historische) (verkoop) prijsinformatie over de kartelproducten te krijgen. Daarnaast is het zowel voor karteldeelnemers als voor indirecte afnemers van belang om toegang te kunnen krijgen tot (historische) (verkoop)prijsinformatie van de producten waarvan de kartelproducten zijn afgeleid of waarin deze zijn verwerkt om het doorberekeningspercentage van de overcharge te berekenen. De Richtlijn regelt toegang tot bewijsmateriaal van de karteldeelnemer 51 (in het kader van de berekening van overcharge), de eiser (in het kader van de berekening van het doorberekeningspercentage) en bij derden (in het kader van de berekening van het doorberekeningspercentage). Die derden zullen veelal de tussenliggende directe of indirecte afnemers van de karteldeelnemers zijn die op hun beurt leverancier zijn (geweest) van de eisende indirecte afnemer. In de Richtlijn is expliciet een redelijkheidstoets bij de toegang tot bewijsmateriaal opgenomen. Naar ons oordeel zal die toets ertoe leiden dat eerder toegang tot prijsinformatie van de karteldeelnemer wordt verleend dan toegang tot de informatie van een eiser of derden. Dit zal wel afhangen van de inhoud van de richtsnoeren die de Commissie op grond van artikel 16 van de Richtlijn moet opstellen voor rechterlijke instanties over de wijze waarop moet worden ingeschat welk percentage van de overcharge is doorberekend. Wij verwachten dat de vraag of redelijkerwijs toegang kan worden gevraagd tot deze prijsinformatie zal afhangen van deze richtsnoeren en de mate waarin de richtsnoeren ook handvatten bieden om 50 Rechtbank Gelderland 24 september 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:611 (Tennet/Alstom), r.o En in min of meer dezelfde bewoordingen: Rechtbank Oost-Nederland 16 januari 2013, ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0403 (Tennet/ABB), r.o Artikel 5 en 14 van de Richtlijn. los van prijsinformatie over de verkopen van afnemers een inschatting te maken van de mate waarin de overcharge is doorberekend. 52 Uitgangspunt volgens economen is dat een monopolist in staat zal zijn 50% van de overcharge door te berekenen en naarmate de markt competitiever is waarop een (in) directe afnemer van een kartel opereert, zal deze een hoger percentage doorberekenen. Dit kan oplopen tot 100% op een markt waar perfecte concurrentie heerst. Met duidelijke en eenvoudige richtsnoeren hoe een (zo goed mogelijke) inschatting kan worden gemaakt van het doorberekeningspercentage van een afnemer los van extensief onderzoek in historische prijsinformatie zal de praktijk enorm geholpen zijn. Het is onwenselijk om een directe afnemer van een kartel (en mogelijk weer zijn afnemer) te verplichten om grote hoeveelheden informatie over zijn verkoopprijzen (en inkoopprijzen) te overleggen zonder dat deze partij iets verkeerd heeft gedaan (zoals een kartel handhaven of anderszins onrechtmatig handelen). In het verlengde daarvan is het eveneens onwenselijk om van een indirecte afnemer een, twee of drie niveaus lager in de keten te vergen dat deze een leger aan econometristen inschakelt om met de grote hoeveelheden verzamelde prijsinformatie van twee à drie niveaus in de keten een overchargepercentage en twee of drie doorberekeningspercentages (zo nauwkeurig mogelijk) te berekenen. Wij wachten dan ook met spanning de richtsnoeren van de Commissie af inzake de inschatting van doorberekening van overcharges. Conclusie Het recht op volledige vergoeding van schade als gevolg van kartelinbreuken is in beweging. De Richtlijn brengt duidelijkheid op een aantal punten, maar roept ook nog veel vragen op, die wellicht in het implementatieproces opgelost kunnen worden. Het zal interessant zijn hoe de Richtlijn invloed zal hebben op procedures waar de Richtlijn formeel gezien niet op van toepassing is, zoals procedures waarbij het recht van een niet-eu-lidstaat dient te worden toegepast of procedures die vóór inwerkingtreding van de Richtlijn aanhangig zijn gemaakt. Wij voorzien vooralsnog dat de Richtlijn in die procedures terecht een ijkpunt zal zijn. Wat betreft toegang tot bewijsstukken zal de Richtlijn wellicht een bron van inspiratie zijn voor eisers en gedaagden in follow-on procedures, maar voorzien wij daar weinig 52 Voor zover de afnemer producten verkoopt die rechtstreeks van de kartelproducten zijn afgeleid of daarin zijn verwerkt, zodat passingon überhaupt mogelijk is en ook als gevolg van de overcharge op de kartelproducten kan worden gezien. De stelling dat bijvoorbeeld de overcharge van een glazenwasserskartel ook doorberekend zal zijn in de verkoopprijzen van de auto s die in een showroom staan waarvan wekelijks de glazen zijn gewassen door het kartel is onhoudbaar. Indien dat zou worden aanvaard, dan kan alle vermogensschade ongeacht de oorzaak rekenen op een doorberekeningsverweer. TIJDSCHRIFT MEDEDINGINGSRECHT IN DE PRAKTIJK NUMMER 3, MEI 2014 / SDU 35

8 verandering in de afwegingen die rechters tot op heden ook hebben gemaakt inzake toegang tot bewijsstukken. Wij verwachten dat de Richtlijn stand-alone procedures meer handen en voeten kan geven, zodat de kans van slagen van die procedures groter kan worden en er daadwerkelijk effectieve privaatrechtelijke handhaving kan ontstaan. Met de Richtlijn zal de verjaring van een vordering langer geschorst kunnen zijn gedurende de beroepen en hoger beroepen tegen de besluiten van de Commissie, dan wel overige mededingingsautoriteiten. Dit kan snelle en efficiënte schikkingen mogelijk in de weg staan. Wij zijn erg benieuwd naar de richtsnoeren van de Commissie inzake de inschatting van doorberekening van overcharges. Met een praktische en gebalanceerde insteek en nationale rechters die deze insteek zullen volgen, zal de efficiëntie van schadeverhaal in de keten zeker gediend zijn. Over de auteurs Mr. Marc Kuijper en mr. Frederieke Leeflang zijn beiden advocaat bij Boekel N.V. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel. 36 SDU / NUMMER 3, MEI 2014 TIJDSCHRIFT MEDEDINGINGSRECHT IN DE PRAKTIJK

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau enz. enz. enz. Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in verband met de omzetting van Richtlijn 2014/104/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 november

Nadere informatie

VvM 5-7 bijeenkomst. Consultatie over het wetsvoorstel Implementatiewet privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht ("kartelschaderichtlijn")

VvM 5-7 bijeenkomst. Consultatie over het wetsvoorstel Implementatiewet privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht (kartelschaderichtlijn) , i 1TM IWVvM mmm u ^ Vereniging voor Mededingingsrecht - VvM 5-7 bijeenkomst Consultatie over het wetsvoorstel Implementatiewet privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht ("kartelschaderichtlijn")

Nadere informatie

Richtlijn schadevergoedingsacties wegens inbreuken op de mededingingsregels

Richtlijn schadevergoedingsacties wegens inbreuken op de mededingingsregels Richtlijn schadevergoedingsacties wegens inbreuken op de mededingingsregels december 2014 De Richtlijn schadevergoedingsacties wegens inbreuken op de mededingingsregels Op 5 december 2014 is de Richtlijn

Nadere informatie

betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken.

betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken. Het Richtlijnvoorstel betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken Mr. dr. E.-J. Zippro Op 11 juni 2013 heeft de Europese Commissie (de Commissie ) haar langverwachte Richtlijnvoorstel betreffende

Nadere informatie

2. Publiekrechtelijke en privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht

2. Publiekrechtelijke en privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in verband met de omzetting van Richtlijn 2014/104/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 november

Nadere informatie

advies CRB 2014-0025 Voorstel voor een richtlijn: Schadevorderingen wegens inbreuken op het mededingingsrecht

advies CRB 2014-0025 Voorstel voor een richtlijn: Schadevorderingen wegens inbreuken op het mededingingsrecht advies CRB 2014-0025 Voorstel voor een richtlijn: Schadevorderingen wegens inbreuken op het mededingingsrecht COMMISSIE VOOR DE EDINGING COMMISSION DE LA CONCURRENCE CRB 2014-0025 CRB 2014- DEF AA/MF

Nadere informatie

WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING

WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING EUROPESE COMMISSIE Straatsburg, 11.6.2013 SWD(2013) 204 final WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING Schadevorderingen wegens inbreuken op de mededingingsregels

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 490 Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in verband met de omzetting van Richtlijn

Nadere informatie

Pfleiderer AG/Bundeskartellamt

Pfleiderer AG/Bundeskartellamt Pfleiderer AG/Bundeskartellamt Mr. M. Kuijper* HvJ EU 14 juni 2011, zaak C-360/09, Pfleiderer. Kenmerk van de zaak in één zin: openbaarmaking van nationale clementiestukken; effectieve toepassing van artikelen

Nadere informatie

advies CRB 2016-1150 Schadevorderingen wegens inbreuken op het mededingingsrecht

advies CRB 2016-1150 Schadevorderingen wegens inbreuken op het mededingingsrecht advies CRB 2016-1150 Schadevorderingen wegens inbreuken op het mededingingsrecht CRB 2016-1150 DEF COMMISSIE VOOR DE EDINGING Advies betreffende schadevorderingen wegens inbreuken op het mededingingsrecht

Nadere informatie

Bedrijfsjuridische berichten, EU-harmonisering verhaal kartel- en misbruikschade en collectief verhaal (I)

Bedrijfsjuridische berichten, EU-harmonisering verhaal kartel- en misbruikschade en collectief verhaal (I) Bedrijfsjuridische berichten, EU-harmonisering verhaal kartel- en misbruikschade en collectief verhaal (I) Klik hier om het document te openen in een browser venster Vindplaats: Bb 2013/61 Bijgewerkt tot:

Nadere informatie

Vertaling C-291/13-1. Zaak C-291/13. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus)

Vertaling C-291/13-1. Zaak C-291/13. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus) Vertaling C-291/13-1 Zaak C-291/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 27 mei 2013 Verwijzende rechter: Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus) Datum van de verwijzingsbeslissing:

Nadere informatie

Commentaar op het WITBOEK betreffende schadevergoedingsacties wegens schending van de communautaire mededingingsregels

Commentaar op het WITBOEK betreffende schadevergoedingsacties wegens schending van de communautaire mededingingsregels Commentaar op het WITBOEK betreffende schadevergoedingsacties wegens schending van de communautaire mededingingsregels studiekring Eurogroep van de Nederlandse Raad voor de rechtspraak, 14 juli 2008 ===================================================================

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 232 Wijziging van de Wet luchtvaart en de Luchtvaartwet ter implementatie van verordening (EG) nr. 2111/2005 inzake de vaststelling van een

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 28/02/2013

Datum van inontvangstneming : 28/02/2013 Datum van inontvangstneming : 28/02/2013 Vertaling C-45/13-1 Datum van indiening: Zaak C-45/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing 28 januari 2013 Verwijzende rechter: Oberste Gerichtshof (Oostenrijk)

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 19/11/2015

Datum van inontvangstneming : 19/11/2015 Datum van inontvangstneming : 19/11/2015 Vertaling C-538/15-1 Zaak C-538/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 15 oktober 2015 Verwijzende rechter: Juzgado de Primera Instancia

Nadere informatie

Schadebegroting en berekening in mededingingszaken

Schadebegroting en berekening in mededingingszaken Schadebegroting en berekening in mededingingszaken Vereniging voor Mededingingsrecht 28 april 2010 mr. Erik-Jan Zippro e.j.zippro@law.leidenuniv.nl Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht Nietigheid

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 28/12/2015

Datum van inontvangstneming : 28/12/2015 Datum van inontvangstneming : 28/12/2015 Vertaling C-618/15-1 Zaak C-618/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 23 november 2015 Verwijzende rechter: Cour de cassation (Frankrijk)

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 25/08/2014

Datum van inontvangstneming : 25/08/2014 Datum van inontvangstneming : 25/08/2014 Vertaling C-359/14 1 Datum van indiening: 23 juli 2014 Verwijzende rechter: Zaak C-359/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Vilniaus miesto apylinkės teismas

Nadere informatie

124. Bewijsvergaring in kartelschadezaken

124. Bewijsvergaring in kartelschadezaken I STILL HAVEN T FOUND WHAT I M LOOKING FOR 124. Bewijsvergaring in kartelschadezaken MR. J.W. FANOY EN MR. T. RAATS In het nummer I still haven t found what I m looking for, vraagt Bono, de zanger van

Nadere informatie

Actualiteiten aanbestedingsrecht. Kristel van der Woerdt 19 maart 2015

Actualiteiten aanbestedingsrecht. Kristel van der Woerdt 19 maart 2015 Actualiteiten aanbestedingsrecht Kristel van der Woerdt 19 maart 2015 Agenda Clusterverbod Heraanbesteding Herbeoordeling Rechtsbescherming Actuele jurisprudentie overig Clusterverbod Opdrachten niet onnodig

Nadere informatie

B35 Schadevergoeding: algemeen, deel 2

B35 Schadevergoeding: algemeen, deel 2 Monografieen BW B35 Schadevergoeding: algemeen, deel 2 Prof. mr. C.J.M. Klaassen Kluwer - Deventer - 2007 Inhoud VOORWOORD XI LUST VAN AFKORTINGEN XIII LUST VAN VERKORT AANGEHAALDE LITERATUUR XV I INLEIDING

Nadere informatie

HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE

HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE Het Hof van Justitie van de Europese Unie is een van de zeven instellingen van de EU. Zij omvat drie rechtscolleges: het Hof van Justitie, het Gerecht en het Gerecht

Nadere informatie

GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN

GEZAMENLIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN GEZAMEIJKE VERKLARING VAN DE RAAD EN DE COMMISSIE BETREFFENDE DE WERKING VAN HET NETWERK VAN MEDEDINGINGSAUTORITEITEN "1. De vandaag vastgestelde verordening betreffende de uitvoering van de mededingingsregels

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden '" 13 februari 2015 Eerste Kamer in naam des Konings 10/02162 LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: l. LEIDSEPLEIN BEHEER B.V., gevestigd te Amsterdam, 2. Hendrikus Jacobus Marinus DE VRIES,

Nadere informatie

Incassokosten volgens de WIK

Incassokosten volgens de WIK Incassokosten volgens de WIK Aanleiding WIK: In de periode tot de invoering van de WIK op 1 juli 2012 - was er ten aanzien van de hoogte en verschuldigdheid van incassokosten veel onduidelijkheid. In de

Nadere informatie

Convenant loonregres

Convenant loonregres Overwegingen: Aon pleegt voor werkgevers onder meer loonregres ex. artikel artikel 6:107a BW; Aon is van mening dat er op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b en c BW voor de zogenaamde buitengerechtelijke

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Voorwoord / 9. Inleiding / 11

Inhoudsopgave. Voorwoord / 9. Inleiding / 11 Inhoudsopgave Voorwoord / 9 Inleiding / 11 1 Het toepasselijke recht op de internationale arbeidsovereenkomst / 13 1.1 Inleiding / 13 1.2 Rome I-Verordening en het EVO-Verdrag / 13 1.3 Arbeidsovereenkomst

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-240 d.d. 22 augustus 2012 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, de heren R.H.G. Mijné en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. D.M.A. Gerdes,

Nadere informatie

Knipperlichten. Mededingingsrecht. Milena Varga 20 februari 2014

Knipperlichten. Mededingingsrecht. Milena Varga 20 februari 2014 2014 Knipperlichten Mededingingsrecht Milena Varga 20 februari 2014 Minervastraat 5 1930 ZAVENTEM T +32 (0)2 275 00 75 F +32 (0)2 275 00 70 www.contrast -law.be Overzicht I. Basisbegrippen II. Knipperlichten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 621 Aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met bepalingen over nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige overheidsdaad (Wet

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 04/03/2013

Datum van inontvangstneming : 04/03/2013 Datum van inontvangstneming : 04/03/2013 Vertaling C-49/13 1 Zaak C-49/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 29 januari 2013 Verwijzende instantie: Úřad průmyslového vlastnictví

Nadere informatie

Rechtspraak.nl - Print uitspraak

Rechtspraak.nl - Print uitspraak ECLI:NL:HR:2014:1405 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 13-06-2014 Datum publicatie 13-06-2014 Zaaknummer 13/05858 Formele relaties Rechtsgebieden Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:289 Civiel recht Bijzondere

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 31/08/2015

Datum van inontvangstneming : 31/08/2015 Datum van inontvangstneming : 31/08/2015 Vertaling C-417/15-1 Zaak C-417/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 29 juli 2015 Verwijzende rechter: Landesgericht für Zivilrechtssachen

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 17/12/2013

Datum van inontvangstneming : 17/12/2013 Datum van inontvangstneming : 17/12/2013 Vertaling C-578/13-1 Zaak C-578/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 15 november 2013 Verwijzende rechter: Landgericht Kiel (Duitsland)

Nadere informatie

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Bron : Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten (Belgisch Staatsblad,

Nadere informatie

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling

Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling Stellen en bewijzen in procedures over verplichtstelling 9 september 2015 Alex Ter Horst Advocaat pensioenrecht Achtergrond Indien verplichtstelling van toepassing is leidt dat voor wg en bpf tot allerlei

Nadere informatie

Voorrang hebben versus overschrijding van de maximumsnelheid

Voorrang hebben versus overschrijding van de maximumsnelheid Voorrang hebben versus overschrijding van de maximumsnelheid Mr. Bert Kabel (1) Inleiding In het hedendaagse verkeer komt het regelmatig voor dat verkeersdeelnemers elkaar geen voorrang verlenen. Gelukkig

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 22/08/2014

Datum van inontvangstneming : 22/08/2014 Datum van inontvangstneming : 22/08/2014 Vertaling C-350/14-1 Datum van indiening: 21 juli 2014 Verwijzende rechter: Zaak C-350/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Tribunale civile di Trieste / Italië

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 19 juni 2014 Onderwerp kwaliteit incassobranche

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 19 juni 2014 Onderwerp kwaliteit incassobranche 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Convenant met BSA Schaderegelingsbureau B.V. inzake het standaardiseren van processen van werkgeversregres

Convenant met BSA Schaderegelingsbureau B.V. inzake het standaardiseren van processen van werkgeversregres Convenant met BSA Schaderegelingsbureau B.V. inzake het standaardiseren van processen van werkgeversregres Convenant tussen BSA en Verbond van Verzekeraars Overwegingen: BSA pleegt voor werkgevers (waaronder

Nadere informatie

WITBOEK. betreffende schadevergoedingsacties wegens schending van de communautaire mededingingsregels {SEC(2008) 404 SEC (2008) 405 SEC (2008) 406}

WITBOEK. betreffende schadevergoedingsacties wegens schending van de communautaire mededingingsregels {SEC(2008) 404 SEC (2008) 405 SEC (2008) 406} NL NL NL COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 2.4.2008 COM(2008)165 definitief WITBOEK betreffende schadevergoedingsacties wegens schending van de communautaire mededingingsregels {SEC(2008)

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie

zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Partijen zullen hierna Stichting de Thuiskopie en [X] genoemd worden.

zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Partijen zullen hierna Stichting de Thuiskopie en [X] genoemd worden. vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel Zittingsplaats Den Haag zaaknummer / rolnummer: C/09/428013 / HA ZA 12-1153 Vonnis in incident van in de zaak van de stichting STICHTING DE THUISKOPIE, gevestigd te

Nadere informatie

Grensoverschrijdende erkenning en tenuitvoerlegging. mr. dr. M. Freudenthal

Grensoverschrijdende erkenning en tenuitvoerlegging. mr. dr. M. Freudenthal Grensoverschrijdende erkenning en tenuitvoerlegging mr. dr. M. Freudenthal Sdu Uitgevers Den Haag, 2009 Inhoud Afkortingen / XI Woord vooraf/xiii 1. Historische ontwikkelingen / 1 1.1. Inleiding/l 1.1.1.

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, tegen. Arag SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, tegen. Arag SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-322 d.d. 8 september 2014 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en drs. L.B. Lauwaars, leden en mr. I.M.L. Venker) Samenvatting

Nadere informatie

RICHTLIJNEN BIJ HET GEBRUIK VAN ALGEMENE VOORWAARDEN

RICHTLIJNEN BIJ HET GEBRUIK VAN ALGEMENE VOORWAARDEN RICHTLIJNEN BIJ HET GEBRUIK VAN ALGEMENE VOORWAARDEN 1. Van toepassing verklaren van algemene voorwaarden. Algemeen: Om toepasselijkheid van algemene voorwaarden op een overeenkomst te bereiken dient er

Nadere informatie

AANBEVELING VAN DE COMMISSIE. van XXX. betreffende toegang tot een elementaire betaalrekening. (Voor de EER relevante tekst)

AANBEVELING VAN DE COMMISSIE. van XXX. betreffende toegang tot een elementaire betaalrekening. (Voor de EER relevante tekst) EUROPESE COMMISSIE Brussel, XXX C(2011) 4977 AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van XXX betreffende toegang tot een elementaire betaalrekening (Voor de EER relevante tekst) {SEC(2011) 906} {SEC(2011) 907} NL

Nadere informatie

Zwaarlijvigheid kan een handicap vormen in de zin van de richtlijn betreffende gelijke behandeling inzake arbeid

Zwaarlijvigheid kan een handicap vormen in de zin van de richtlijn betreffende gelijke behandeling inzake arbeid Hof van Justitie van de Europese Unie PERSCOMMUNIQUÉ nr. 183/14 Luxemburg, 18 december 2014 Pers en Voorlichting Arrest in zaak C-354/13 Fag og Arbejde (FOA), namens Karsten Kaltoft / Kommunernes Landsforening

Nadere informatie

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 2005/1/13)

Nadere informatie

Praktijkhandreiking 1108. Toegang tot relevante informatie voor de opvolgende accountant in het kader van een controle

Praktijkhandreiking 1108. Toegang tot relevante informatie voor de opvolgende accountant in het kader van een controle Toegang tot relevante informatie voor de opvolgende accountant in het kader van een controle Versie 1.0 Datum: 10 februari 2010 Herzien: Onderwerp: Van toepassing op: Status: Relevante wet en regelgeving:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 32 418 Wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de normering van de vergoeding

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 2 JANUARI 2014 C.12.0463.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.12.0463.N 1. WIBRA BELGIË nv, met zetel te 9140 Temse, Frank Van Dyckelaan 7A, 2. WIBRA HOLDING bv, vennootschap naar Nederlands recht,

Nadere informatie

» Samenvatting. JPF 2013/101 Rechtbank Den Haag 22 mei 2013, C/09/416244; ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2361. ( mr. Bellaart mr. Brakel mr.

» Samenvatting. JPF 2013/101 Rechtbank Den Haag 22 mei 2013, C/09/416244; ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2361. ( mr. Bellaart mr. Brakel mr. JPF 2013/101 Rechtbank Den Haag 22 mei 2013, C/09/416244; ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2361. ( mr. Bellaart mr. Brakel mr. Brandt ) [De man] te [woonplaats], hierna: de man, advocaat: mr. C.A. Lucardie te s-gravenhage.

Nadere informatie

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Publicatieblad Nr. L 225 van 12/08/1998 blz. 0016-0021 DE RAAD VAN

Nadere informatie

De Mediation-richtlijn: de laatste aanwinst voor de geschillenbeslechting in Europa

De Mediation-richtlijn: de laatste aanwinst voor de geschillenbeslechting in Europa De Mediation-richtlijn: de laatste aanwinst voor de geschillenbeslechting in Europa Gepubliceerd in Ondernemingsrecht 2008, nr. 8, p. 328-330. De paginanummers worden in de tekst weergegeven door [xx].

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 14/06/2013

Datum van inontvangstneming : 14/06/2013 Datum van inontvangstneming : 14/06/2013 Vertaling C-258/13-1 Zaak C-258/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 13 mei 2013 Verwijzende rechter: Varas Cíveis de Lisboa (Portugal)

Nadere informatie

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. /.. VAN DE COMMISSIE. van 7.3.2014

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. /.. VAN DE COMMISSIE. van 7.3.2014 EUROPESE COMMISSIE Brussel, 7.3.2014 C(2014) 1392 final GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. /.. VAN DE COMMISSIE van 7.3.2014 houdende aanvulling van Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de

Nadere informatie

Uitspraak Rechtbank Arnhem Sector civiel recht. Zaak-/rolnummer: 111855 / KG ZA 04-217 Datum vonnis: 19 mei 2004. Vonnis.

Uitspraak Rechtbank Arnhem Sector civiel recht. Zaak-/rolnummer: 111855 / KG ZA 04-217 Datum vonnis: 19 mei 2004. Vonnis. Uitspraak Rechtbank Arnhem Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 111855 / KG ZA 04-217 Datum vonnis: 19 mei 2004 Vonnis in kort geding in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Nadere informatie

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl

Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419 CV EXPL 14-32341. Civiel recht. Eerste aanleg - enkelvoudig. Rechtspraak.nl ECLI:NL:RBAMS:2015:3202 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vindplaatsen Uitspraak Rechtbank Amsterdam 08-05-2015 28-05-2015 3603419

Nadere informatie

Naar aanleiding van de uitzending van Tros Radar d.d. 23 februari 2015.

Naar aanleiding van de uitzending van Tros Radar d.d. 23 februari 2015. Vrijblijvende en ter oriëntatie bedoelde toelichting op procedure misleiding Staatsloterij en de eventuele mogelijkheid tot het verkrijgen van schadevergoeding of een andere vorm van compensatie. Naar

Nadere informatie

2.3. Today s is onderdeel van de Todays s Groep, eveneens een online broker.

2.3. Today s is onderdeel van de Todays s Groep, eveneens een online broker. Caesar Capital Todays Vermogensbeheer DomJur 2011-679 Rechtbank Amsterdam, Sector civiel recht Zaaknummer/rolnummer: 483704 / KG ZA 11-314 P/PV Datum: 14 april 2011 Vonnis in kort geding van 14 april 2011

Nadere informatie

Convenant met UWV inzake verjaring en de regeling van enkele discussiepunten

Convenant met UWV inzake verjaring en de regeling van enkele discussiepunten Convenant met UWV inzake verjaring en de regeling van enkele discussiepunten Partijen: Verbond van Verzekeraars te Den Haag, vertegenwoordigd door R.R. Latenstein van Voorst MBA, en mr. R. Weurding, algemeen

Nadere informatie

JPF 2013/149 Rechtbank 's-gravenhage 23 oktober 2012, 422965/FA RK 12-5121; ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2371. ( mr. Bellaart )

JPF 2013/149 Rechtbank 's-gravenhage 23 oktober 2012, 422965/FA RK 12-5121; ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2371. ( mr. Bellaart ) JPF 2013/149 Rechtbank 's-gravenhage 23 oktober 2012, 422965/FA RK 12-5121; ECLI:NL:RBSGR:2012:BY2371. ( mr. Bellaart ) [De vrouw] te [woonplaats vrouw], hierna: de vrouw, advocaat: mr. L.J. Zietsman te

Nadere informatie

IN NAAM DER KONINGIN

IN NAAM DER KONINGIN 2 januari 1987 Eerste Kamer Nr. 12.932 RF/AT IN NAAM DER KONINGIN Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: "VASTELOAVESVEREINIGING DE ZAWPENSE", gevestigd te Grevenbricht, gemeente Born EISERES

Nadere informatie

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE NL NL NL EUROPESE COMMISSIE Brussel, 24.3.2010 COM(2010) 100 definitief MEDEDELING VAN DE COMMISSIE betreffende de toepassing van artikel 101, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese

Nadere informatie

BESLUIT. Juridisch kader

BESLUIT. Juridisch kader Dienst uitvoering en toezicht Energie BESLUIT Nummer: Betreft: 101759_19-6 Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van gas aan kleinverbruikers op grond van artikel 45, eerste lid,

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Faillissement, Faillissementsakkoord en gerechtelijk akkoord - Gevolgen (personen, goederen, verbintenissen) - Verbintenissen - Schuldvordering - Aangifte Gevolg -

Nadere informatie

Bewerkersovereenkomst

Bewerkersovereenkomst Dit is een voorbeeld van een Bewerkersovereenkomst zoals gegenereerd met de Bewerkersovereenkomst generator van ICTRecht: https://ictrecht.nl/diensten/juridische-generatoren/bewerkersovereenkomstgenerator/

Nadere informatie

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Mr. P.H.A.M. Peters Hoff van Hollantlaan 5 Postbus 230 5240 AE Rosmalen Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Geachte heer Peters, Bij brief van 12 november

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove...

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbove... Rechtspraak.nl Print uitspraak 1 of 5 071215 09:02 Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBOVE:2013:1448 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecl Instantie Rechtbank Overijssel

Nadere informatie

DE VERJARINGS- EN ONDERZOEKSTERMIJNEN INZAKE BTW

DE VERJARINGS- EN ONDERZOEKSTERMIJNEN INZAKE BTW DE VERJARINGS- EN ONDERZOEKSTERMIJNEN INZAKE BTW Kris Heyrman TITEL VAN DE CONFERENTIE Advocaat-vennoot Dubois, Verlinden, Wauman Berkenlaan 45, 2610 Antwerpen Voornaam & Naam van de spreker tel:03.287.06.66

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN CUROJUSTITIA INCASSO (per 1 januari 2011)

ALGEMENE VOORWAARDEN CUROJUSTITIA INCASSO (per 1 januari 2011) ALGEMENE VOORWAARDEN CUROJUSTITIA INCASSO (per 1 januari 2011) ARTIKEL 1 - ALGEMEEN 1. In deze algemene voorwaarden worden de volgende definities verstaan: a: CuroJustitia: ook genoemd als "CuroJustitia

Nadere informatie

1.2 De toepasselijkheid van de door de opdrachtgever gehanteerde algemene voorwaarden wordt uitdrukkelijk uitgesloten.

1.2 De toepasselijkheid van de door de opdrachtgever gehanteerde algemene voorwaarden wordt uitdrukkelijk uitgesloten. Algemene voorwaarden J&S Diensten 1. Algemeen 1.1 Al onze aanbiedingen, overeenkomsten en uitvoering daarvan, worden uitsluitend beheerst door de onderhavige voorwaarden. Afwijkingen dienen uitdrukkelijk

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de politiechef van de regionale eenheid Limburg. Datum: 16 oktober 2013. Rapportnummer: 2013/147

Rapport. Rapport over een klacht over de politiechef van de regionale eenheid Limburg. Datum: 16 oktober 2013. Rapportnummer: 2013/147 Rapport Rapport over een klacht over de politiechef van de regionale eenheid Limburg. Datum: 16 oktober 2013 Rapportnummer: 2013/147 2 Aanleiding Op 7 april 2013 om 16.52 uur komt er bij de regionale eenheid

Nadere informatie

Date de réception : 24/02/2012

Date de réception : 24/02/2012 Date de réception : 24/02/2012 Vertaling C-30/12-1 Zaak C-30/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 23 januari 2012 Verwijzende rechter: Okresný súd Prešov (Slowakije) Datum van

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 05/16 Bindend advies in de zaak van: A., wonende te Z., eiser, gemachtigde: mr. Th.F.M. Pothof tegen De Stichting B., gevestigd te IJ., verweerster, gemachtigde:

Nadere informatie

BESLUIT. Besluit van de Minister van Economische Zaken als bedoeld in artikel 95d van de

BESLUIT. Besluit van de Minister van Economische Zaken als bedoeld in artikel 95d van de Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 10548_1/7.BT898 Betreft zaak: Besluit tot het verlenen van een vergunning voor de levering van elektriciteit aan kleinverbruikers op grond van artikel

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2002 Nr. 112. Europees Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2002 Nr. 112. Europees Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid 50 (1986) Nr. 2 1 ) TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2002 Nr. 112 A. TITEL Europees Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van internationale niet-gouvernementele

Nadere informatie

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig

Hof van Justitie verklaart de richtlijn betreffende gegevensbewaring ongeldig Hof van Justitie van de Europese Unie PERSCOMMUNIQUÉ nr. 54/14 Luxemburg, 8 april 2014 Pers en Voorlichting Arrest in gevoegde de zaken C-293/12 en C-594/12 Digital Rights Ireland en Seitlinger e.a. Hof

Nadere informatie

SCHOTELANTENNES. Wettelijk kader

SCHOTELANTENNES. Wettelijk kader SCHOTELANTENNES Ondanks de technologische ontwikkelingen met betrekking tot de ontvangst van televisiesignalen blijven schotelantennes populair om televisie mee te kijken. Ook VvE s worden geconfronteerd

Nadere informatie

De Wet Incassokosten En wat betekent dit voor u?

De Wet Incassokosten En wat betekent dit voor u? De Wet Incassokosten En wat betekent dit voor u? Whitepaper Handvatten Incassokosten vanaf 2012 oktober 2015 1 Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Wanneer is de nieuwe regeling van toepassing? 4 1.1 Consument

Nadere informatie

Date de réception : 01/03/2012

Date de réception : 01/03/2012 Date de réception : 01/03/2012 Vertaling C-44/12-1 Zaak C-44/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 30 januari 2012 Verwijzende rechter: Court of Session, Scotland (Verenigd Koninkrijk)

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE VERORDENING NADEELCOMPENSATIE, PLANSCHADETEGEMOETKOMING EN SCHADEVERGOEDING VOOR ONRECHTMATIGE HANDELINGEN ROTTERDAMSEBAAN 2014:

GEMEENSCHAPPELIJKE VERORDENING NADEELCOMPENSATIE, PLANSCHADETEGEMOETKOMING EN SCHADEVERGOEDING VOOR ONRECHTMATIGE HANDELINGEN ROTTERDAMSEBAAN 2014: GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Rijswijk. Nr. 69895 2 december 2014 GEMEENSCHAPPELIJKE VERORDENING NADEELCOMPENSATIE, PLANSCHADETEGEMOETKOMING EN SCHADEVERGOEDING VOOR ONRECHTMATIGE HANDELINGEN

Nadere informatie

OVEREENKOMST ENERGIELENING DRENTHE. De ondergetekenden:

OVEREENKOMST ENERGIELENING DRENTHE. De ondergetekenden: OVEREENKOMST ENERGIELENING DRENTHE De ondergetekenden: 1. De Stichting DRENTSE ENERGIE ORGANISATIE, gevestigd te (9405 BJ) Assen aan de Westerbrink 1, ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 19/06/2015

Datum van inontvangstneming : 19/06/2015 Datum van inontvangstneming : 19/06/2015 Vertaling C-223/15-1 Zaak C-223/15 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 18 mei 2015 Verwijzende rechter: Oberlandesgericht Düsseldorf (Duitsland)

Nadere informatie

Nieuwsbrief Zorg. 10 december 2015. De verhouding tussen de zorgverzekeraar en de zorgaanbieders bij inkoopprocedures

Nieuwsbrief Zorg. 10 december 2015. De verhouding tussen de zorgverzekeraar en de zorgaanbieders bij inkoopprocedures Nieuwsbrief Zorg 10 december 2015 De verhouding tussen de zorgverzekeraar en de zorgaanbieders bij inkoopprocedures Inleiding Het Gerechtshof van Den Bosch heeft in het arrest van 12 mei 2015 bij wijze

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN KKamsterdam

ALGEMENE VOORWAARDEN KKamsterdam ALGEMENE VOORWAARDEN KKamsterdam Toepasselijkheid 1.1 Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op en maken onlosmakelijk deel uit van iedere aanbieding, offerte en overeenkomst die betrekking heeft

Nadere informatie

Turbo-liquidatie en de bestuurder

Turbo-liquidatie en de bestuurder Turbo-liquidatie en de bestuurder Juni 2012 mr J. Brouwer De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel is noch de auteur noch Boers Advocaten

Nadere informatie

vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Vonnis van 6 augustus 2014 1. De procedure Sector civiel recht

vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Vonnis van 6 augustus 2014 1. De procedure Sector civiel recht I vonnis In naam des Konings RECHTBANK AMSTERDAM Sector civiel recht zaaknummer I rolnummer: Cl131539507 I HA ZA 13-406 Vonnis van in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Nadere informatie

Bijgaand het 2e kwartaalbericht over 2012 met een selectie van mogelijk voor u interessante actuele informatie over bouw- en aanbestedingsrecht:

Bijgaand het 2e kwartaalbericht over 2012 met een selectie van mogelijk voor u interessante actuele informatie over bouw- en aanbestedingsrecht: Geachte dame, heer, Bijgaand het 2e kwartaalbericht over 2012 met een selectie van mogelijk voor u interessante actuele informatie over bouw- en aanbestedingsrecht: Aanbestedingsrecht: materiaal voor defensie

Nadere informatie

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Auteur: Mr. T.L.C.W. Noordoven[1] Hoge Raad 23 maart 2012, JAR 2012/110 1.Inleiding Maakt het vanuit het oogpunt

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 5 JANUARI 2006 C.05.0190.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.05.0190.N B.J., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel,

Nadere informatie

Vertaling C-125/14-1. Zaak C-125/14. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Fővárosi Törvényszék (Hongarije)

Vertaling C-125/14-1. Zaak C-125/14. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Fővárosi Törvényszék (Hongarije) Vertaling C-125/14-1 Zaak C-125/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 18 maart 2014 Verwijzende rechter: Fővárosi Törvényszék (Hongarije) Datum van de verwijzingsbeslissing: 10

Nadere informatie

2 DE CONFORMITEIT VAN HET NEDERLANDSE STELSEL VAN RECHTSBESCHERMING BIJ AANBESTEDINGEN MET HET UNIERECHT

2 DE CONFORMITEIT VAN HET NEDERLANDSE STELSEL VAN RECHTSBESCHERMING BIJ AANBESTEDINGEN MET HET UNIERECHT 8 Slotbeschouwing 1 INLEIDING Het onderzoek naar het Nederlandse stelsel van rechtsbescherming bij aanbestedingen is bijna ten einde gekomen. Dit hoofdstuk bevat een slotbeschouwing. Het doel van dit hoofdstuk

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) 15528/02 ADD 1 ENER 315 CODEC 1640 ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Gemeenschappelijk

Nadere informatie

Verdrag inzake de wet welke van toepassing is op verkeersongevallen op de weg. De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend,

Verdrag inzake de wet welke van toepassing is op verkeersongevallen op de weg. De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend, Verdrag inzake de wet welke van toepassing is op verkeersongevallen op de weg De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend, Geleid door de wens gemeenschappelijke bepalingen vast te stellen inzake de wet

Nadere informatie

BESLUIT. Openbaar. Nederlandse Mededingingsautoriteit

BESLUIT. Openbaar. Nederlandse Mededingingsautoriteit Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 2247 / 44 Betreft zaak: Griffioen/ De Boer Unigro Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit tot ongegrondverklaring van

Nadere informatie