UITWERKINGEN OEFENVRAAGSTUKKEN 5 HAVO. natuurkunde

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "UITWERKINGEN OEFENVRAAGSTUKKEN 5 HAVO. natuurkunde"

Transcriptie

1 UITWERKINGEN OEFENVRAAGSTUKKEN voor schoolexamen (SE) en examen 5 HAVO natuurkunde katern : Trillingen en golven, energie en warmte, elektromagnetisme, opwekking en transport van elektrische energie, straling, gezondheid en kernenergie. editie 01-01

2 UITWERKINGEN OEFENVRAAGSTUKKEN voor schoolexamen (SE) en examen 5 HAVO natuurkunde katern : Trillingen en golven, energie en warmte, elektromagnetisme, opwekking en transport van elektrische energie, straling, gezondheid en kernenergie. editie 01-01

3 1. Golf a. Uit figuur 1 blijkt: T = 6,010 - s. b. Uit figuur blijkt: λ = 15 cm = 0,15 m; λ 0,15 v = fλ = = 5 m/s. T 6,0 10 = c. De in figuur getekende golf beweegt naar rechts. A heeft dus net vóór tijdstip t 1 een golfdal uitgezonden, en gaat vlak nà t 1 omhoog vanuit de evenwichtsstand. Uit figuur 1 blijkt, dat in het beschouwde tijdsinterval alleen het tijdstip t 1 = 4,010 - s voldoet. d. De in figuur getekende golf beweegt naar rechts. x 0,18 Het faseverschil tussen A en C is φ AC = = = 1, λ 0,15 (ga na, dat de bron A de grootste fase heeft!); φ C = φ A - φ AC = 5 1, =,8.. Nòg een golf a. In het plaatje is 1½ golflengte te zien; het plaatje is 8, cm breed. 1,5 λ = 8, cm = 0,08 m; 0,08 λ = = 0,055 m; 1,5 v = fλ = 5,00,055 = 1,7 1,4 m/s. 1 1 b. f = 5,0 Hz T = = = 4,00 10 s; f 5,0 t 0,450 φ A = = 11, 5 T 4,00 10 = ; x 0,08 φ AB = = = 1, 5; λ 0,055 (omdat de afstand tussen A en B 1,5 golflengte bedraagt, heeft A 1,5 trillingen méér uitgevoerd dan B) φ B = φ A - φ AB = 11,5 1,5 = 9,75. B heeft dus 9¾ trillingen uitgevoerd. c. B heeft 9¾ trillingen uitgevoerd (vraag b.) en is nu volgens figuur in de uiterste positieve stand. Dat kan alleen als B omlaag begonnen is. Er gaat dus een golfdal voorop. 5 havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: trillingen en golven

4 . Tweeklank a. f = 440 Hz; v = 56 m/s; v 56 v = fλ λ = = = 1,8 m f 440 l = ½λ = ½1,8 = 0,640 m (=0,640 cm). b. l = 0,640 = 0,47 m λ = l = 0,47 = 0,85 m v = fλ = 6600,85 = 56 m/s. De snelheid bij de a en bij de e is dus gelijk. c. Grondtoon a f o = 440 Hz grondtoon e f o = 660 Hz 1 e boventoon f 1 = 440 = 880 Hz 1 e boventoon f 1 = 660 = 10 Hz e boventoon f = 440 = 10 Hz e boventoon f = 660 = 1980 Hz De snaren hebben dus inderdaad een gemeenschappelijke boventoon. (er zijn er meer ) 5 havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: trillingen en golven

5 4. Geluidsbeelden a. De kracht is evenredig met de uitwijking uit de evenwichtsstand; De kracht is steeds gericht naar de evenwichtsstand. b. 1 schaaldeel (=1 div) komt overeen met 500 µs = s. Uit figuur 6 blijkt: T = 9, div = 9, = 4,610 - s 4,6 10 Dus T = =, 10 s. f = 1 = T, 10 1 = 45 4, 10 Hz. c. l kolom = l kast +,0 cm ¼λ = 4,0 +,0 = 6,0 cm λ = 46,0 = 104 cm figuur 7 Opnieuw resonantie als l kolom = ¾λ = ¾104 = 78,0 cm. l kast = 78,0,0 = 76,0 cm figuur 7 d. De amplitudo van beeld A is kleiner dan van B. A hoort dus bij de microfoon, die het verst van de stemvork verwijderd is. Dat is microfoon. e. Het beeld van B is in tegenfase met dat van A. Er is dan sprake van een faseverschil φ = ½ (of 1½, ½, enz.) x φ = λ 1 1 = λ = 51 cm λ = 51,0 = 10 cm = 1,0 m v = fλ = 01,0 = 7 m/s. (bij φ = 1½, ½, enz., ligt de uitkomst niet tussen 0 m/s en 50 m/s.) f. Met beeld B gebeurt niets: microfoon 1 blijft op dezelfde plaats staan. Beeld A verschuift naar rechts omdat het faseverschil met de bron nog groter wordt. Bovendien neemt de amplitudo van A nog verder af door de toegenomen afstand tot de bron. 5 havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: trillingen en golven

6 5. Echoscopie a. Uit figuur 11 blijkt: T = 1,00 µs, dus T = ½1, = 0, s v 6 4 λ = = v T = 1, , = 7,5 10 m. f b. t = 1,00 µs + 0,00 µs = 1, s (aflezen in figuur 11); x = v t = 1,4510 1, =, m. Het signaal gaat heen èn terug, dus: d weefsel = c. i = 55º; x,05 10 = = 1,5 10 m ( = 1,5 cm). sini = n sinr sini sin55 sin r = = = 0,91 n 0,90 r = 65,5 66º. o i Zie verder nevenstaande figuur. r d. voortplantingssnelheid: v röntgen = v licht = c =, m/s in vacuüm (Binas tabel 7); v ultrageluid = v geluid = 1,4510 m/s (gegeven); dus v röntgen >> v ultrageluid. (>> betekent veel groter dan) frequentie: f röntgen is in de grootte-orde van tot Hz (tabel 19B); f ultrageluid = = =,00 10 Hz ; T 6 0, ultrageluid f röntgen >> f ultrageluid. ioniserend vermogen: het ioniserend vermogen van röntgenstraling is veel groter dan dat van ultrageluid (ultrageluid heeft geen ioniserend vermogen!) Met name het laatste aspect maakt het gebruik van röntgenstraling risicovol: er kan beschadiging van gezond weefsel worden veroorzaakt. Daarom wordt de voorkeur gegeven aan ultrageluid. 5 havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: trillingen en golven

7 1. Ventilator a. B moet omlaag buigen bij temperatuurstijging. De bovenkant moet meer uitzetten (de buitenbocht is langer). Het aluminium moet de grootste lengtevermeerdering ondergaan. b. Bovenkant (aluminium): lineaire uitzettingscoëfficiënt,10-6 K -1 Onderkant (koper): lineaire uitzettingscoëfficiënt 16,810-6 K -1. Dit alles volgens Binas tabel 8. Het antwoord op vraag a. wordt dus bevestigd. c. B gaat ook warmte afgeven aan de omgeving. Naarmate het temperatuurverschil met de omgeving toeneemt, wordt er meer warmte afgegeven. De temperatuur stijgt dan langzamer. Tenslotte wordt er evenveel warmte afgegeven (per s) als opgenomen (per s). De temperatuur blijft dan constant. d. E = Pt = = J. e. Let op: de massa s moeten worden ingevuld in kg! 18,0 g = 18,010 - kg; 6,0 g = 6,010 - kg; verder is T = 6,5 1,0 = 5,5 ºC =5,5 K Q B = Q koper + Q aluminium = c koper m koper T + c aluminium m aluminium T = = 0, ,010-5,5 + 0,8810 6,010-5,5 = = 8, + 9,0 = 67,4 67 J f. De temperatuur van B stijgt B sluit (op t = 15 s!) de ventilator gaat koelen de temperatuur stijgt aanvankelijk minder sterk en gaat vervolgens dalen B trekt minder krom de schakelaar gaat open de ventilator stopt de temperatuur daalt aanvankelijk minder sterk en gaat vervolgens stijgen B sluit opnieuw enz. enz. g. De temperatuur van B stijgt nog even door de warmte die nog onderweg was (maar er wordt geen nieuwe warmte meer geproduceerd); vervolgens daalt de temperatuur van B geleidelijk minder sterk als het temperatuurverschil met de omgeving afneemt. 5 havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: energie en warmte

8 . Winterslaap a. Bij een harmonische trilling is er sprake van een sinusfunctie van de tijd. Dat is hier niet het geval. 10,0 b. Uit figuur 5 blijkt: T = 10,0 s; dan is T = = 5,0 s f = = = 0,0 s = 0,0 60 = 1 min. T 5,0 Het aantal hartslagen per minuut bedraagt dus 1. c. Er moet zo weinig warmte per s worden afgestaan. Q moet zo klein mogelijk zijn. t Uit de gegeven formule volgt dan, dat k zo klein mogelijk moet zijn. d. de dikte van de vacht (dikker k kleiner) de aanwezigheid van (stilstaande) lucht (daardoor is k kleiner) wollige beharing e. 10 dagen komt overeen met = , s. E = Pt =,010 1, =, J per kg vet komt MJ = 10 6 J energie vrij. m vet =, = 94 kg. f. Uit figuur 6 volgt: grottemperatuur is 7 ºC lichaamstemperatuur is 7 ºC. Het temperatuurverschil T = 7 7 = 0 ºC. Q P = =,010 J/s t Q = k T t,0 10 = k 0,0 10 k = 0 W = 15. o C 5 havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: energie en warmte

9 . Woonhuisverwarming a. Q = cm T Q beton = c beton m beton T beton = = 0,9010 1,10 5 (15,0-8,0) = 7, ,610 8 J; de dichtheid van lucht is 1,9 kg/m (Binas, tabel 1); ρ = m V m = ρ V = 400 1,9 = 517 kg; Q lucht = c lucht m lucht T lucht = = 1, (0,0-8,0) = 6, ,10 6 J. Het kost dus veel meer warmte om het beton te verwarmen dan om de lucht te verwarmen. b. P = KA T = 0,801141,0 = 1,18610 W; t = =, s; Q = Pt = 1,18610, =, , J. c. De ketel levert 5, J, hetgeen overeenkomt met 90 % van de warmte, die bij de verbranding van aardgas vrijkomt. Dan is Q aardgas = ,6 10 = 6, J; 90 1,0 m aardgas levert 5 MJ = J; Het aantal m 6, 10 aardgas is dan = 1,8 10 (m ) havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: energie en warmte

10 4. Warmwaterinstallatie 6 liter a. In 5,0 minuten 6 liter, dus het aantal liter per minuut is = 7, liter/min; 5,0 min Uit figuur 7 volgt, dat dan de temperatuur van het uitstromende water (t eind ) 54 ºC is; De temperatuurstijging van het water is 4 ºC (gegeven); de temperatuur van het koude leidingwater is dus: 54 4 = 11 ºC. En dat moest worden aangetoond. b. De dichtheid van water is 0,99810 kg/m (Binas, tabel 11); V = 6 liter = m ; de massa van het water: m = ρv = 0, = 5,9 kg; de soortelijke warmte (c) van water is 4,1810 Jkg -1 K -1 ; Q = cm T = 4,1810 5,94 = 6, J; E Q 6,46 10 J 4 P = = = =, 10 W. t t 5 60 s 6 c. t = t eind t begin = t Kies een aantal punten in de grafiek van figuur 7, en trek steeds 11 ºC af van de afgelezen temperatuur. Je hebt dan de temperatuurstijging. Zet deze punten in de nieuwe figuur en trek een vloeiende kromme door de punten. t (ºC) figuur 8 d. Bij 4 liter/minuut lees je in de figuur van c. af: t = 69 ºC; Bij 8 liter/minuut lees je in de figuur van c. af: t = 40 ºC; als de hoeveelheid water per minuut keer zo groot wordt, is de temperatuurstijging ( t) meer dan de helft. Het rendement van de geiser wordt dus groter. (Je gebruikt hier eigenlijk de formule P = bij een constant rendement zou m t t E t Q c m t = = ; t t constant zijn.) 5 havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: energie en warmte

11 1. Zelfgemaakte stroommeter (uit examen 008) a. Dat uiteinde is een noordpool: de zuidpool van de draaibare magneet wordt aangetrokken. (Ongelijknamige magnetische polen trekken elkaar aan.) b. Uit figuur blijkt: tan 9º = B B spoel aarde B = 1,8 10 spoel 5 dan is B spoel = 1,810-5 tan 9º = 1,010-5 T. c. Bij stroomsterktes tussen 1 A en A is bij een groot verschil in stroomsterkte de hoekverdraaiing klein ten opzichte van de hoekverdraaiing bij stroomsterktes tussen 0 A en 1 A. (De gevoeligheid van de stroommeter is bij stroomsterktes boven 1 A dus gering.) d. De diameter van de PVC-pijp is 1,5 cm r = ½d = ½1,5 cm = 6,5 cm = 6,510 - m; het aantal windingen is N = 40; de lengte van de koperdraad is dus l = πrn = π6, = 15,7 m. De draad heeft een dikte van 0,50 mm r = ½d = ½0,50 mm = 0,5 mm = 0,510 - m; De (oppervlakte van de) doorsnede van de draad is: A = πr = π(0,510 - ) = 0, m ; De soortelijke weerstand van koper is ρ koper = Ωm (Binas, tabel 8); l ρ l ,7 R stroommeter = ρ = = = 1,6 1,4 Ω. A A 6 0, ; 5 havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: elektromagnetisme

12 . Elektromotor a. De veldlijnen gaan (buiten de magneten) van noordpool naar zuidpool, dus in de situatie van figuur 5 is de magnetische inductie B r naar rechts gericht; Het blokje wordt omhoog gehesen, dus in P moet de Lorentzkracht F r L omhoog gericht zijn. Zie verder figuur. F r L I r B r figuur 5 b. De stroomsterktevector I r moet naar voren gericht zijn (van D naar C): I r F r L B r c. Er geldt: F L = BIl; draai de kurkentrekker van I r naar B r ; de voortgaande richting ( F r L ) is in figuur 5 en in nevenstaande figuur inderdaad omhoog gericht. omdat er 50 windingen zijn is de lengte l = 50l CD = 50,6 cm = 180 cm = 1,8 m; (het gaat om de Lorentzkracht op CD, dus de lengte van CD invullen!) 1,6 = 0,5I1,8 1,6 dus I = =,6 A. 0,5 1,8 d. De magnetische inductie, de lengte en de grootte van de stroomsterkte blijven gelijk. De grootte van de Lorentzkracht blijft dus constant. Na ¼ omwenteling verandert de stroomsterkte van richting. Dan verandert ook de Lorentzkracht van richting. In de figuur geven we dat aan door de Lorentzkracht negatief te kiezen. FL (N) 0,5T T t (s) In de figuur is T de omloopstijd. F L,max = 1,6 N. Opmerking: bij het wisselen van de richting van de stroomsterkte, kan de stroomsterkte even onderbroken worden F L = 0 N. 5 havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: elektromagnetisme

13 . Faraday-pomp a. De veldlijnen gaan (buiten de magneten) van noordpool naar zuidpool, dus in de situatie van figuur 6 is de magnetische inductie B r naar boven gericht; de stroomsterktevector I r is naar rechts gericht. B r F r L I r Er ontstaat dan volgens de I,B-regel een situatie als aangegeven in nevenstaande figuur, waarbij de Lorentzkracht F r L naar voren gericht moet zijn. Het natrium stroomt dan van Q naar P. b. De lengte, waarover het natrium zich in het magneetveld bevindt, bedraagt: mm = 0,0 m. Er geldt: F L = BIl; dus F L = 0,78900,0 = 1,5 N. 4. Lanceerinrichting a. De richting waarin het projectiel beweegt geeft de richting van de Lorentzkracht F r L ; de stroomsterkte I r is gericht van + naar -. De richting van B r moet dan volgens de I,B-regel omlaag gericht zijn. b. F L = 85 kn = 8510 N; l =,0 cm = 0,00 m; F L = BIl; 8510 = B1, ,00 = 410 B ; dan: B = =,5 T c. De Lorentzkracht veroorzaakt een eenparig versnelde beweging. t =,0 ms =,010 - s; m = 80 g = kg; F = ma a F = = = 1,06 10 m/s m ; v(t) = at = 1,0610 6,010 - =,110 m/s. B r F r L I r 5 havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: elektromagnetisme

14 1. Fietsdynamo a. Uit figuur 1 blijkt: T = 47 6 = 41 ms, dus T = 41 = 0,5 ms = 0,510 - s; f = 1 T 1 = 0,5 10 = 48,8 49 Hz. b. Assistent Pieps heeft gelijk: een gelijkspanning van 5 V zou dezelfde warmte in een weerstand vrijmaken als de gegeven wisselspanning. Heer Bommel heeft ongelijk: de gemiddelde spanning is wel 0 V, maar omdat de stroomsterkte tegelijk met de spanning negatief wordt, is het product UI (= P) gemiddeld positief. Terpen Tijn heeft ongelijk: de maximale spanning is 8 V. Voor een effectieve spanning van 8 V zou de maximale spanning hoger moeten zijn. Juffrouw Doddel heeft helaas ook ongelijk: zie het verhaal bij Terpen. c. Het wiel gaat geleidelijk langzamer draaien (door wrijving). Het magneetje in de dynamo draait dan langzamer. De door de spoeltjes in de dynamo omvatte flux verandert langzamer (de fluxverandering per seconde is kleiner). De (maximale) inductiespanning is dus kleiner. d. Zie figuur. E elektrisch E beweging warmte figuur 5 havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: opwekking en transport van elektrische energie

15 . Ontdooitransformator a. Er geldt: N p : N s = U p : U s N p : 4 = 0 : 6,0 6,0N p = 40 = 90 N 90 p = = 15 1, ,0 b. P = UI = I R In de kabel en in de leiding loopt dezelfde stroom. Als R kabel klein is ten opzichte van R leiding is P kabel klein ten opzichte van P leiding, zodat er in de kabel minder warmte vrijkomt dan in de leiding. Q 4 c. Q smelten = m = 0, = 4, J m E elektrisch = P t E elektrisch,nuttig = 0,70P t = 0,70400 t = 80 t 4, , = 80 t t = = 14 1,4 10 s d. ρ koper = Ωm; ρ aluminium = Ωm; de soortelijke weerstand van koper is dus kleiner. l U Dus R (= ρ ) is voor de koperen leiding kleiner, dus de stroomsterkte I (= ) A R groter. Er komt een groter vermogen P ( = UI) vrij in de koperen leiding. is daar 0,70P t = 4, Bij een groter vermogen P hoort dus een kleinere tijdsduur t. 5 havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: opwekking en transport van elektrische energie

16 . Hoogspanningskabel a. Er wordt een inductiespanning opgewekt in de secundaire spoel als er een verandering is van de omvatte flux. Bij wisselspanning is de spanning (over de primaire spoel) een sinusfunctie van t, en dus is U inductie (over de secundaire spoel) ook een (verschoven) sinusfunctie van t. (Bij gelijkspanning is er geen verandering van de omvatte flux, dus ook geen inductiespanning. Alleen bij het in- en uitschakelen treedt er een inductiespanningspiek op.) b. N p : N s = U p : U s = 8010 : = 80 : 900 (of 1 :,7 of 0,4). c. l = 580 km = m; A = 760 mm = m ; V = Al = = 441 m ; er is sprake van twee aders, dus V totaal = 441 = 88 m. ρ koper = 8,910 kg/m (gegeven, maar ook Binas, tabel 8) m = ρv = 8, = 7, ,810 6 kg. (Merk op, dat ρ hier de dichtheid voorstelt!) d. ρ koper = Ωm (gegeven) 9 l ρ l R ader = ρ = = = 14,5 Ω ; A A R kabel = 14,5 = 9 Ω. En dat klopt met de vermelde waarde. (Merk op, dat ρ hier de soortelijke weerstand voorstelt!) e. P totaal = UI = I = I = = 7,78 10 A; P kabel = I R = (7,7810 ) 9 = 1, W. Pkabel 1,75 10 Het verlies in de kabel is dus 100 % = 100 % =,5 %. P totaal f. Bij hoge spanning is de stroomsterkte kleiner (bij transport van hetzelfde vermogen); het verloren vermogen is daardoor veel kleiner (P ~ I ). g. E jaar = Pt = kw654 h = 5,610 9 kwh; 5, het aantal huishoudens is = 1,5 10., havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: opwekking en transport van elektrische energie

17 1. Radioactief jodium a. een β - - deeltje kan genoteerd worden als e. 0 1 De reactievergelijking wordt dan: γ I e + Xe ( + ). b. Bij een energie (E in ) van 0,61 MeV hoort een energieverlies van 0,04 MeV (figuur 1). De energie waarmee het deeltje uittreedt (E uit ) is dan: E uit = E in verlies = 0,61 0,04 = 0,57 MeV. c. Uit de grafiek van figuur 1 blijkt, dat bij E in = 0,05 MeV een energieverlies van 0,05 MeV hoort. Dat betekent: E uit = E in verlies = 0,05 0,05 = 0,00 MeV. Deeltjes met E in 0,09 MeV worden dus geabsorbeerd. d. Na 4 uur is de sterkte van de straling 918 eenheden, bij het begin 1000 eenheden; 918 er is dus van de straling over Er zijn dus 4,00 10 =,67 10 atomen over Er zijn dus vervallen:4, , =,10 17 deeltjes. e. De halfwaardetijd t ½ is 6 uur, dus 4 uur = 46 uur =4t ½. Er zijn dan over ½½½½4, = 0, deeltjes; er zijn dus vervallen:4, , =, deeltjes. f. Technetium-99 heeft een halfwaardetijd van 6 uur; Jodium-11 heeft een halfwaardetijd van 8 dagen. Technetium-99 vervalt dus sneller: je hebt een kleinere dosis nodig en het spul is eerder uitgewerkt, zodat er geen ongewenste straling meer vrijkomt. 5 havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: straling, gezondheid en kernenergie

18 . Voedseldoorstraling a. Het neutron wordt opgenomen en moet dus links van de pijl staan. Er ontstaat 60 Co, dus rechts van de pijl. Zo ontstaat: n 60 7 Co Kloppend maken levert: 59 Co n 7Co. b. Oorspronkelijk 1, Bq, na enige tijd 6, Bq. 6, Er is dus over: = = ½½½½. 17 1, Na 4 halveringstijden moet de bron dus worden vervangen. Voor cobalt-60 geldt t ½ = 5,7 jaar. De bron moet dus worden vervangen na 45,7 = 1 jaar. c. E deeltje =,51 MeV =, , = 4,010-1 J; Voor een tijdsduur van 1,0 s is de dosisequivalent dan: 1 E 6,5 10 4,0 10 H = Q = 1 =,7 10 m 70 Er is nu sprake van,0 msv =,010 - Sv. De tijdsduur is dan:,0 10, = 5, ,6 10 s = = uur Sv ( = 65 4 = 1,7 jaar). d. P = kw = 10 W; t = 6,0 uur = 6,0600 =, s; Vrijgekomen warmte Q = P t = 10, = 4,7510 J. Deze warmte wordt gebruikt om het water in temperatuur te laten stijgen. De massa van 108 m (= dm ) water bedraagt ongeveer kg. (elke liter = dm water heeft een massa van 1 kg; je kunt ook m = ρv toepassen). De soortelijke warmte van water is c water = 4,1810 Jkg -1 K -1 (Binas, tabel 11); Er geldt Q = cm T 4,7510 = 4, T = 4, T 4,75 10 dus T= 4, = 1,1 K (of 1,1 ºC). e. We kijken naar de halveringsdikte bij een energie van MeV (Binas, tabel 8E). stof d ½ (cm) Ρ (10 kg/m ) beton (cement) 6,6 1,5 -,4 bot (been) 7,9,7 -, aluminium 6,0,70 ijzer,1 7,87 lood 1,4 11, In het algemeen geldt: hoe groter de dichtheid ρ, hoe kleiner de halveringsdikte d ½. 5 havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: straling, gezondheid en kernenergie

19 . Zonne-energie a. (Gewone) waterstof: 1 1H deuterium: 1H tritium: 1 H ; reactie 1: reactie : reactie : H+ H He (+γ) H+ H He (+γ) H+ H He n (+γ). b. Massa-afname is 1, kg; er geldt E = mc ; de vrijgekomen energie E = 1, (, ) = 1,110 4 J. 1 jaar =, s (Binas, tabel 5); 4 E 1, P = = =,60 10 W. t 7,15 10 c. P nuttig = P elektrisch = 0,40 mw = 0, W; Het (licht)vermogen per m : P = 1 W/m ; A Op 1,8 cm is dus P in = 11,810-4 =, W; P nuttig 0,40 10 Het rendement is dan η = 100 % = 100 % = 19 %. P,16 10 in 5 havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: straling, gezondheid en kernenergie

20 4. Een Geiger-Müllerteller a. voor straling geldt in het algemeen de kwadratenwet: als de afstand verdubbeld wordt, wordt het oppervlak waarover de straling verdeeld wordt verviervoudigd, zodat de intensiteit van de straling wordt gedeeld door vier. vooral α-straling heeft een beperkt doordringend vermogen, zelfs in lucht; een deel van de straling zal op enige afstand van de bron dus zijn geabsorbeerd. b. Overeenkomst: isotopen hebben hetzelfde atoomnummer, dus hetzelfde aantal protonen in de kern. Verschil: isotopen hebben een afwijkend massagetal, dus een verschillend aantal nucleonen (deeltjes ìn de kern). Het aantal neutronen in de kern moet dus verschillend zijn. c. Uit tabel 5 (Binas) blijkt, dat C-14 een β - -straler is; een β - - deeltje kan genoteerd worden als e. 0 1 De reactievergelijking wordt dan: C e N. 1 d. 57,0 Bq = ¼8 Bq = ( ) 8 Bq. Er zijn dus halveringstijden verlopen. Uit tabel 5 (Binas) blijkt, dat de halveringstijd van C jaar bedraagt. De ouderdom is 570 = 1, , jaar. e. Metingen: enkele keren (gedurende bijv. minuten) de achtergrondstraling meten. Op een aantal tijdstippen de straling (in een bepaalde tijdsduur) meten. De metingen bij voorkeur meerdere keren uitvoeren. Verwerking: de gemeten straling corrigeren voor de achtergrondstraling. De gemiddelde straling per tijdseenheid op de verschillende tijdstippen berekenen. Een grafiek maken van de gemiddelde straling per tijdseenheid als functie van de tijd. De halveringstijd uit de grafiek bepalen door steeds een tijdstip te kiezen en vervolgens af te lezen na hoeveel tijd de gemiddelde straling per tijdseenheid is gehalveerd. Tenslotte het gemiddelde van de verschillende bepalingen berekenen. 5 havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: straling, gezondheid en kernenergie

21 5. Röntgenfoto a. Uit figuur blijkt, dat weefsel (donkerder) meer straling doorlaat. In figuur is te zien, dat grafiek 1 hoort bij een grotere hoeveelheid doorgelaten straling. Grafiek 1 hoort dus bij weefsel. b. Uit grafiek 1 volgt voor weefsel een halveringsdikte van,0 cm: bij een dikte van,0 cm wordt 50 % van de straling doorgelaten. d ½ 50 % doorgelaten d ½ 5 % doorgelaten d ½ 1,5 % doorgelaten 4d ½ 6,5% doorgelaten d = 4d ½ = 4,0 =1 cm. c. U = 60 kv = 6010 V; I = 0,50 ma = 0, A; P in = UI = , = 0 W; P nuttig = 50 mw = W; P nuttig η = 100 % = 100 % = 0,17 %. P 0 in d. E hand = P hand t = 0,0P uitgezonden t = 0, ,010 - = 8,010-5 J; H = E Q m 8,0 10 = 1 0,5 5 =, 10 4 Sv = 0, msv. e. door stoffen te gebruiken die de straling absorberen: loden schort, muurtje, afscherming röntgenapparaat; door de afstand tot het apparaat te vergroten; door de tijd, waarin men met het röntgenapparaat werkt, te beperken. De stralingsbelasting van radiologische medewerkers wordt gecontroleerd met behulp van badges, die regelmatig ontwikkeld worden. Zo nodig moeten maatregelen genomen worden om de stralingsbelasting te beperken. 5 havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: straling, gezondheid en kernenergie

22 6. Arsenicumvergiftiging? a. een β - - deeltje kan genoteerd worden als e. 0 1 De reactievergelijking wordt dan: 76 o As e Se (+ γ). (De stof die ontstaat heet seleen (Binas, tabel 40 of 99)) b. We corrigeren voor de achtergrondstraling: t = 0 A = = 140 pulsen/min; t = 5,6 uur A = 59 4 = 5 pulsen/min = ¼140 pulsen/min; de activiteit is dus ¼ = (½) keer de oorspronkelijke waarde, er zijn dus halveringstijden verlopen; t ½ = 5,6 h t ½ = 5,6 h = 6,8 h op grond van de metingen; Volgens Binas, tabel 5, is t ½ = 6,8 h (kijk bij arseen-76). t ½, meting komt goed overeen met t ½, Binas de stof zou arseen kunnen zijn. c. halveringstijd: τ = t ½ = 6,8 h = 6,8600 = 9, s; N A = 0, 69, τ N dus: 1 = 0,69 9,65 10 dan is: N = 4, 4 1 9, = 1,67 10 kernen; 0,69 m kern = 76 u = 761, = 1,610-5 kg; m arseen-76 = 1, ,610-5 =, kg. 5 havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: straling, gezondheid en kernenergie

23 7. Tritium uit een lichtgevend horloge a. Bij bestraling blijven de vervallende kernen (de bron) in het algemeen buiten het lichaam, terwijl bij besmetting de vervallende kernen het lichaam binnendringen, bijvoorbeeld door inademing. Men heeft hier dus te maken met besmetting. b. Uit tabel 5 (Binas) blijkt, dat tritium (H-) een β - -straler is; een β - - deeltje kan genoteerd worden als e. 0 1 De reactievergelijking wordt dan: H e He. c. De halveringstijd t ½ = τ = 1, jaar (tabel 5, Binas); na één halveringstijd is de activiteit de helft. (van A o ); na twee halveringstijden is de activiteit de helft van de helft, dus een vierde; na drie halveringstijden is de activiteit een achtste. 1/8 deel komt overeen met 1,5 %. Er zijn dus halveringstijden verlopen. t = 1, = 6,9 jaar. d. E deeltje = 0,018 MeV (tabel 5, Binas); E deeltje = 0,018 MeV = 0, , =, J; 1 jaar =, s (tabel 5,Binas); activiteit = 16 kbq = 1610 Bq; dus in één jaar: E totaal = tijdactiviteite deeltje =, , = 1, J. H = E Q m 1,45 10 = 1 70 =, , Sv =,1 10 msv. Dit komt overeen met de genoemde waarde 0,0 millisievert. e.,110 - msv < 1 msv, de dosislimiet voor individuele leden van de bevolking. Er is dus geen gevaar te duchten. Je zou het dus eens moeten zijn met de laatste zin van het artikel 5 havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: straling, gezondheid en kernenergie

24 Pa Pinkelman denkt na 5 havo natuurkunde oefenvraagstukken SE: straling, gezondheid en kernenergie

25 Mgr. Frencken College Scholengemeenschap voor VWO en HAVO natuurkunde realisatie: < HUPRO > /../ Wijzigingen voorbehouden. 5 havo natuurkunde oefenvraagstukken SE

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2000-II

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2000-II Eindexamen natuurkunde -2 havo 2000-II 4 Antwoordmodel Opgave Slijtage bovenleiding uitkomst: m =,87 0 6 kg Het afgesleten volume is: V = (98,8 78,7) 0-6 5200 0 3 2 = 2,090 0 2 m 3. Hieruit volgt dat m

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde pilot havo I

Eindexamen natuurkunde pilot havo I Eindexamen natuurkunde pilot havo 0 - I Beoordelingsmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt scorepunt toegekend. Opgave Tower of Terror maximumscore 4 4 uitkomst: F = 4, 0 N voorbeeld

Nadere informatie

Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3.

Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3. Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3. figuur 3 De schuifweerstand is zo ingesteld dat de stroomsterkte 0,50 A is. a) Bereken het

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2000-I

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2000-I - + - + Eindexamen natuurkunde -2 havo 2000-I 4 Antwoordmodel Opgave LEDs voorbeelden van schakelschema s: 50 Ω V LED A 50 Ω A V LED Als slechts één meter juist is geschakeld: punt. 2 uitkomst: R = 45

Nadere informatie

natuurkunde havo 2015-II

natuurkunde havo 2015-II natuurkunde havo 05-II Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt scorepunt toegekend. Vleugel maimumscore antwoord: vier knopen en drie buiken, afwisselend afstand KB = afstand BK B maimumscore,70

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2001-II

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2001-II Eindexamen natuurkunde - havo 00-II 4 Antwoordmodel Opgave Fietsdynamo uitkomst: f = 49 Hz (met een marge van Hz) Twee perioden duren 47 6 = 4 ms; voor één periode geldt: T = Dus f = = = 49 Hz. - T 0,5

Nadere informatie

Havo 5 oefen et

Havo 5 oefen et Toetsstof havo 5 et4 volgens PTA: examenjaar 2010/2011 Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Stof volgens het PTA: havo5 h2: Trillingen en golven Havo5 h3: Energie en warmte Havo5 h4: Elektromagnetisme

Nadere informatie

Eindexamen havo natuurkunde pilot II

Eindexamen havo natuurkunde pilot II Eindexamen havo natuurkunde pilot 0 - II Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag worden scorepunten toegekend. Opgave Parasaurolophus maximumscore antwoord: resonantie maximumscore Voor de grondtoon

Nadere informatie

natuurkunde havo 2016-II

natuurkunde havo 2016-II natuurkunde havo 206-II Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt scorepunt toegekend. Sluis van Fankel maximumscore 2 uitkomst: 9,6 (minuten) voorbeeld van een bepaling: Op de heenweg ligt het

Nadere informatie

Oefenopgaven havo 5 et-4: Warmte en Magnetisme 2010-2011 Doorgestreepte vraagnummers (Bijvoorbeeld opgave 2 vraag 7) zijn niet van toepassing.

Oefenopgaven havo 5 et-4: Warmte en Magnetisme 2010-2011 Doorgestreepte vraagnummers (Bijvoorbeeld opgave 2 vraag 7) zijn niet van toepassing. Oefenopgaven havo 5 et-4: Warmte en Magnetisme 2010-2011 Doorgestreepte vraagnummers (Bijvoorbeeld opgave 2 vraag 7) zijn niet van toepassing. Opgave 2 Aardwarmte N2-2002-I -----------------------------------------------------------------

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores. Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 scorepunt toegekend.

Vraag Antwoord Scores. Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 scorepunt toegekend. Beoordelingsmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt scorepunt toegekend. Opgave SPECT-CT-scan B maximumscore 3 antwoord: 99 99 Mo Tc + 0 e + ( γ) of 99 99 Mo Tc + e + ( γ ) 4 43 het elektron

Nadere informatie

Hoofdstuk 9: Radioactiviteit

Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Natuurkunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Natuurkunde 1. Mechanica 2. Golven en straling 3. Elektriciteit en magnetisme 4. Warmteleer Rechtlijnige

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde pilot vwo II

Eindexamen natuurkunde pilot vwo II Eindexamen natuurkunde pilot vwo 0 - II Beoordelingsmodel Opgave Wega maximumscore 3 Voor het verband tussen de temperatuur van de ster en de golflengte waarbij de stralingsintensiteit maximaal is, geldt:

Nadere informatie

TENTAMEN NATUURKUNDE

TENTAMEN NATUURKUNDE CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN NATUURKUNDE TENTAMEN NATUURKUNDE tweede voorbeeldtentamen CCVN tijd : 3 uur aantal opgaven : 5 aantal antwoordbladen : 1 (bij opgave 2) Iedere opgave dient op een afzonderlijk

Nadere informatie

Eindexamen havo natuurkunde II

Eindexamen havo natuurkunde II Eindexamen havo natuurkunde 0 - II Opgave Parasaurolophus maximumscore antwoord: resonantie maximumscore voorbeeld van een berekening: Voor de grondtoon bij een halfgesloten pijp geldt dat de lengte van

Nadere informatie

Repetitie magnetisme voor 3HAVO (opgavenblad met waar/niet waar vragen)

Repetitie magnetisme voor 3HAVO (opgavenblad met waar/niet waar vragen) Repetitie magnetisme voor 3HAVO (opgavenblad met waar/niet waar vragen) Ga na of de onderstaande beweringen waar of niet waar zijn (invullen op antwoordblad). 1) De krachtwerking van een magneet is bij

Nadere informatie

Aandachtspunten voor het eindexamen natuurkunde vwo

Aandachtspunten voor het eindexamen natuurkunde vwo Aandachtspunten voor het eindexamen natuurkunde vwo Algemeen Thuis: Oefen thuis met Binas. Geef belangrijke tabellen aan met (blanco) post-its. Neem thuis Binas nog eens door om te kijken waar wat staat.

Nadere informatie

Opgave 1 Koolstof-14-methode

Opgave 1 Koolstof-14-methode Eindexamen havo natuurkunde pilot 04-II Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt scorepunt toegekend. Opgave Koolstof-4-methode maximumscore 3 antwoord: aantal aantal aantal massa halveringstijd

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1 vwo 2004-II

Eindexamen natuurkunde 1 vwo 2004-II Eindexamen natuurkunde vwo 004-II 4 Beoordelingsmodel Opgave Brachytherapie Maximumscore voorbeeld van een antwoord: De -straling, want deze heeft het grootste ioniserend vermogen / een zeer korte dracht

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde pilot havo II

Eindexamen natuurkunde pilot havo II Eindexamen natuurkunde pilot havo 0 - II Beoordelingsmodel Vraag Antwoord Scores Opgave Vooruitgang maximumscore 4 uitkomst: (met een marge van 5 m) s = 8 (m) voorbeeld van een bepaling: De afstand s die

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2002-I

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2002-I Eindexamen natuurkunde -2 havo 2002-I Opgave Binnenverlichting Maximumscore 4 uitkomst: R tot = 4 Ω voorbeelden van een berekening: methode Het totale vermogen van de twee lampjes is gelijk aan 25,0 =

Nadere informatie

methode 2: Voor de vervangingsweerstand van de twee parallel geschakelde lampen geldt:

methode 2: Voor de vervangingsweerstand van de twee parallel geschakelde lampen geldt: Uitwerkingen natuurkunde Havo 1999-I Opgave 1 Accu 3p 1. Het vermogen van de lampen wordt gegeven door P = VI. Dus de accu moet een stroom leveren van I = P/V = 100/12 = 8,33 A. De "capaciteit" wordt berekend

Nadere informatie

Opgave 1. Voor de grootte van de magnetische veldsterkte in de spoel geldt: = l

Opgave 1. Voor de grootte van de magnetische veldsterkte in de spoel geldt: = l Opgave 1 Een kompasnaald staat horizontaal opgesteld en geeft de richting aan van de horizontale r component Bh van de magnetische veldsterkte van het aardmagnetische veld. Een spoel wordt r evenwijdig

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2001-I

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2001-I Eindexamen natuurkunde -2 vwo 200-I 4 Antwoordmodel Opgave Armbrusterium antwoord: 70 207 277 Zn + Pb 30 82 2 Ab notatie nieuwe isotoop keuze voor de 70 Zn-isotoop aantal nucleonen links en rechts kloppend

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1 vwo 2004-I

Eindexamen natuurkunde 1 vwo 2004-I - + Eindexamen natuurkunde vwo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Opgave Valentijnshart Maximumscore 4 uitkomst: b 2,9 mm Bij het fotograferen van een voorwerp in het oneindige geldt: b f Bij het fotograferen

Nadere informatie

Opgave 1 Nieuw element Vwo Natuurkunde 1, I. Opgave 3

Opgave 1 Nieuw element Vwo Natuurkunde 1, I. Opgave 3 Telkens is aangegeven als de examenopgaven zijn aangepast of uitgebreid. et 2 training vwo 5 2011 Opgave 1 Nieuw element Vwo Natuurkunde 1,2 2005-I. Opgave 3 Lees het artikel. Kernfysici zien nieuw element

Nadere informatie

Lees dit voorblad goed! Trek op alle blaadjes kantlijnen

Lees dit voorblad goed! Trek op alle blaadjes kantlijnen NATUURKUNDE Havo. Lees dit voorblad goed! Trek op alle blaadjes kantlijnen Schoolexamen Havo-5: SE4: Na code:h5na4 datum : 11 maart 2009 tijdsduur: 120 minuten. weging: 30%. Onderwerpen: Systematische

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde pilot havo 2010 - I

Eindexamen natuurkunde pilot havo 2010 - I Eindexamen natuurkunde pilot havo 00 - I Beoordelingsmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag worden twee punten toegekend. Opgave Eliica maximumscore uitkomst: De actieradius is 3, 0 km. de

Nadere informatie

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5)

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) 2.1 Inleiding 1. a) Warmte b) Magnetische Energie c) Bewegingsenergie en Warmte d) Licht (stralingsenergie) en warmte e) Stralingsenergie 2. a) Spanning (Volt),

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Eindexamen vwo natuurkunde pilot 03-II Beoordelingsmodel Opgave Splijtstof in een kerncentrale maximumscore 3 35 7 87 U + n Ba + Kr + n of 9 0 56 36 0 35 7 87 U + n Ba + Kr + n één neutron links van de

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2001-I

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2001-I Eindexamen natuurkunde -2 havo 200-I 4 Antwoordmodel Opgave Rolweerstand Maximumscore 5 voorbeeld van een juiste grafiek: F rol (N) 40 20 00 80 60 40 20 0 0 200 400 600 800 000 200 m (kg) de schaalverdeling

Nadere informatie

J De centrale draait (met de gegevens) gedurende één jaar. Het gemiddelde vermogen van de centrale kan dan berekend worden:

J De centrale draait (met de gegevens) gedurende één jaar. Het gemiddelde vermogen van de centrale kan dan berekend worden: Uitwerking examen Natuurkunde1 HAVO 00 (1 e tijdvak) Opgave 1 Itaipu 1. De verbruikte elektrische energie kan worden omgerekend in oules: 17 = 9,3 kwh( = 9,3 3, ) = 3,3 De centrale draait (met de gegevens)

Nadere informatie

Eindexamen havo natuurkunde pilot I

Eindexamen havo natuurkunde pilot I Eindexamen havo natuurkunde pilot - I Opgave Sprong op de maan maximumscore uitkomst:,43 m (met een marge van,3 m) voorbeeld van een bepaling: Als Young loskomt van de grond is zijn zwaartepunt op een

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1 havo 2001-II

Eindexamen natuurkunde 1 havo 2001-II Eindexamen natuurkunde havo 00-II 4 Antwoordmodel Opgave Vliegen met menskracht uitkomst: t = 5,0 (uur) s Voor de gemiddelde snelheid geldt: v gem =. t De gemiddelde snelheid van het vliegtuig is 8,9 m/s

Nadere informatie

Eindexamen vwo natuurkunde 2013-I

Eindexamen vwo natuurkunde 2013-I Eindexamen vwo natuurkunde 03-I Beoordelingsmodel Opgave Sprint maximumscore De snelheid is constant omdat het (s,t)-diagram (vanaf 4 seconde) een rechte lijn is. De snelheid is gelijk aan de helling van

Nadere informatie

Compex natuurkunde 1-2 havo 2003-I

Compex natuurkunde 1-2 havo 2003-I Compex natuurkunde -2 havo 2003-I 4 Antwoordmodel Opgave Verwarmingslint voorbeeld van een antwoord: Ook bij hoge buitentemperaturen (waarbij geen gevaar voor bevriezing is) geeft het lint warmte af. Je

Nadere informatie

Uitwerking examen Natuurkunde1,2 HAVO 2007 (1 e tijdvak)

Uitwerking examen Natuurkunde1,2 HAVO 2007 (1 e tijdvak) Uitwerking examen Natuurkunde, HAVO 007 ( e tijdvak) Opgave Optrekkende auto. Naarmate de grafieklijn in een (v,t)-diagram steiler loopt, zal de versnelling groter zijn. De versnelling volgt immers uit

Nadere informatie

formules havo natuurkunde

formules havo natuurkunde Subdomein B1: lektriciteit De kandidaat kan toepassingen van het gebruik van elektriciteit beschrijven, de bijbehorende schakelingen en de onderdelen daarvan analyseren en de volgende formules toepassen:

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2002-II

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2002-II Eindexamen natuurkunde - havo 00-II 4 Antwoordmodel Opgave Automatisch fietsachterlicht voorbeeld van een antwoord:,5 V,5 V de twee batterijen in serie de drie lampjes in serie tekenen van de overige verbindingen

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1 vwo 2007-II

Eindexamen natuurkunde 1 vwo 2007-II Eindexamen natuurkunde vwo 007-II Beoordelingsmodel Opgave Koperstapeling maximumscore 3 64 64 0 64 64 Cu Zn + β ( + γ) of: Cu Zn + e 9 30 het elektron rechts van de pijl Zn als vervalproduct (mits verkregen

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 27 mei totale examentijd 3 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 27 mei totale examentijd 3 uur natuurkunde 1,2 Examen VWO - Compex Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 27 mei totale examentijd 3 uur 20 05 Vragen 1 tot en met 17. In dit deel staan de vragen waarbij de computer

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2005-I

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2005-I Eindexamen natuurkunde - havo 005-I 4 Beoordelingsmodel Opgave Bedleesbril uitkomst: n, 6 voorbeeld van een bepaling: 5 5 Voor de breking bij het linkervlak geldt: sin i. sin r n Hierin is hoek i gelijk

Nadere informatie

Uitwerkingen KeCo-selectie SET-D HAVO5 1

Uitwerkingen KeCo-selectie SET-D HAVO5 1 Uitwerkingen KeCo-selectie SET-D HAO5 1 KeCo W.2. (A) In een bekerglas wordt 400 ml water geschonken met een begintemperatuur van 1 C. In het water wordt een dompelaar geplaatst met een vermogen van 90

Nadere informatie

Eindexamen vwo natuurkunde pilot 2012 - I

Eindexamen vwo natuurkunde pilot 2012 - I Eindexamen vwo natuurkunde pilot 0 - I Opgave Lichtpracticum maximumscore De buis is aan beide kanten afgesloten om licht van buitenaf te voorkomen. maximumscore 4 De weerstanden verhouden zich als de

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2004-II

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2004-II Eindexamen natuurkunde - havo 004-II 4 Beoordelingsmodel Opgave Nachtlenzen voorbeeld van een antwoord: Voor de breking van de lichtstralen geldt: sin i n sin r, waarin i 5 en n,4. sin5 0,574 Hieruit volgt

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1 vwo 2001-I

Eindexamen natuurkunde 1 vwo 2001-I Eindexamen natuurkunde vwo 200-I 4 Antwoordmodel Opgave Hoogspanningskabel uitkomst:,4 0 3 (draden) methode ρl ρl 7 0-9 3,0 0 3 Uit R = volgt A kabel = = = 7,08 0-4 m 2. A R 7,2 0-2 Er geldt A draad =

Nadere informatie

-0,20,0 0,5 1,0 1,5 0,4 0,2. v in m/s -0,4-0,6

-0,20,0 0,5 1,0 1,5 0,4 0,2. v in m/s -0,4-0,6 Dit oefen et 2 en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl 5vwo oefen-et 2 Et-2 stof vwo5: Vwo5 kernboek: Hoofdstuk 3: Trillingen Hoofdstuk 4: Golven Hoofdstuk 5: Numerieke natuurkunde Hoofdstuk 6: Elektromagnetisme

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2006-I

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2006-I Eindexamen natuurkunde - vwo 006-I 4 Beoordelingsmodel Opgave Steppen voorbeeld van een antwoord: Als de magneet naar de spoel beweegt, neemt de magnetische flux door het spoeltje toe. Er ontstaat een

Nadere informatie

natuurkunde 1,2 Compex

natuurkunde 1,2 Compex Examen HAVO 2007 tijdvak 1 woensdag 23 mei totale examentijd 3,5 uur natuurkunde 1,2 Compex Vragen 1 tot en met 17 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt. Bij

Nadere informatie

Lees dit voorblad goed! Trek op alle blaadjes kantlijnen

Lees dit voorblad goed! Trek op alle blaadjes kantlijnen NATUURKUNDE Havo. Lees dit voorblad goed! Trek op alle blaadjes kantlijnen Schoolexamen Havo-5: SE3: Na code:h5na2 datum : 10 dec 2008 tijdsduur: 120 minuten. weging: 30%. Onderwerpen: Systematische Natuurkunde

Nadere informatie

TENTAMEN NATUURKUNDE

TENTAMEN NATUURKUNDE CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN NATUURKUNDE TENTAMEN NATUURKUNDE datum : vrijdag 28 april 2017 tijd : 13.30 tot 16.30 uur aantal opgaven : 5 aantal antwoordbladen : 1 (bij opgave 1) Iedere opgave dient

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo I

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo I Eindexamen natuurkunde - vwo 009 - I Beoordelingsmodel Opgave Mondharmonica maximumscore 3 In figuur 3 zijn minder trillingen te zien dan in figuur De frequentie in figuur 3 is dus lager Het lipje bij

Nadere informatie

oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgave 1.

oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgave 1. Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgave 1. Elektrisch veld In de vacuüm gepompte beeldbuis van een TV staan twee evenwijdige vlakke metalen platen

Nadere informatie

Examen HAVO. Natuurkunde 1,2 (nieuwe stijl) en natuurkunde (oude stijl)

Examen HAVO. Natuurkunde 1,2 (nieuwe stijl) en natuurkunde (oude stijl) Natuurkunde 1,2 (nieuwe stijl) en natuurkunde (oude stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 20 juni 13.30 16.30 uur 20 01 Voor dit examen zijn maximaal 84 punten te behalen;

Nadere informatie

Groep 1 + 2 (klas 5), deel 1 Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5

Groep 1 + 2 (klas 5), deel 1 Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5 Groep 1 + 2 (klas 5), deel 1 Meerkeuzevragen + bijbehorende antwoorden aansluitend op hoofdstuk 2 paragraaf 1 t/m 3, Kromlijnige bewegingen (Systematische Natuurkunde) Vraag 1 Bij een horizontale worp

Nadere informatie

Examen HAVO. natuurkunde 1,2. tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. natuurkunde 1,2. tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 2008 tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30 uur natuurkunde 1,2 Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 26 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 80 punten te behalen.

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde havo I

Eindexamen natuurkunde havo I Opgave 1 Accu In een auto wordt bij de elektriciteitsvoorziening een accu gebruikt. Op zo n accu staan gegevens vermeld. Zie figuur 1. figuur 1 Behalve de spanning van 12 V vermeldt men ook de zogenaamde

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1 havo 2000-II

Eindexamen natuurkunde 1 havo 2000-II Eindexamen natuurkunde havo 2000-II 4 Antwoordmodel Opgave Slijtage bovenleiding uitkomst: m =,87 0 6 kg Het afgesleten volume is: V = (98,8 78,7) 0-6 5200 0 3 2 = 2,090 0 2 m 3. Hieruit volgt dat m =

Nadere informatie

Newton - HAVO. Elektromagnetisme. Samenvatting

Newton - HAVO. Elektromagnetisme. Samenvatting Newton - HAVO Elektromagnetisme Samenvatting Het magnetisch veld Een permanente magneet is een magneet waarvan de magnetische werking niet verandert Een draaibare kompasnaald draait met zijn noordpool

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2003-II

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2003-II Eindexamen natuurkunde - vwo 00-II 4 Antwoordmodel Opgave Elektromotor voorbeeld van een antwoord: schuifweerstand en schakelaar volgens schema aangesloten op de spanningsbron kring met een deel van de

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2007-II

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2007-II Eindexamen natuurkunde - vwo 007-II Beoordelingsmodel Opgave Tuinslang maximumscore 5 uitkomst: v = 5,7 m s voorbeeld van een bepaling: In figuur is de lengte van de rolmaat van de grond tot aan de spuitmond

Nadere informatie

NATUURKUNDE 8 29/04/2011 KLAS 5 INHAALPROEFWERK HOOFDSTUK

NATUURKUNDE 8 29/04/2011 KLAS 5 INHAALPROEFWERK HOOFDSTUK NATUURKUNDE KLAS 5 INHAALPROEFWERK HOOFDSTUK 8 29/04/2011 Deze toets bestaat uit 3 opgaven (32 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! Opgave 1: Afbuigen van geladen

Nadere informatie

Examen HAVO en VHBO. Natuurkunde

Examen HAVO en VHBO. Natuurkunde Natuurkunde Examen HAVO en VHBO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Vooropleiding Hoger Beroeps Onderwijs HAVO Tijdvak 1 VHBO Tijdvak 2 Dinsdag 25 mei 13.30 16.30 uur 19 99 Dit examen bestaat uit 27 vragen.

Nadere informatie

natuurkunde vwo 2015-II

natuurkunde vwo 2015-II Opgave 1 Indoor Skydive Lees onderstaand artikel. Iedereen kan vliegen! Bij Roosendaal bevindt zich Indoor Skydive. In deze attractie ervaar je het gevoel van een vrije val, zonder uit een vliegtuig te

Nadere informatie

Examen VWO 2015. natuurkunde. tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO 2015. natuurkunde. tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2015 tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur natuurkunde Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 26 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 73 punten te behalen. Voor

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2006-I

Eindexamen natuurkunde 1-2 havo 2006-I Eindexamen natuurkunde - havo 006-I 4 Beoordelingsmodel Opgave Itaipu uitkomst: In dat jaar waren er gemiddeld generatoren in bedrijf. voorbeelden van een berekening: methode Als een generator continu

Nadere informatie

Eindexamen havo natuurkunde pilot 2013-I

Eindexamen havo natuurkunde pilot 2013-I Eindexamen havo natuurkunde pilot 203-I Beoordelingsmodel Opgave Radontherapie maximumscore 2 Uit de figuur blijkt dat door het verval een kern ontstaat met twee protonen en in totaal vier nucleonen minder

Nadere informatie

Hoofdstuk 5 Straling. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Hoofdstuk 5 Straling. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal Hoofdstuk 5 Straling Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal 5.1 Straling en bronnen Eigenschappen van straling RA α γ β 1) Beweegt langs rechte lijnen vanuit een bron. 2) Zwakker als ze verder

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1 vwo II

Eindexamen natuurkunde 1 vwo II Opgave 1 Defibrillator Een defibrillator wordt gebruikt om het hart van mensen met een acute hartstilstand te reactiveren. Zie figuur 1. figuur 1 electroden De borstkas van de patiënt wordt ontbloot, waarna

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1 vwo 2008-I

Eindexamen natuurkunde 1 vwo 2008-I Eindexamen natuurkunde vwo 008-I Beoordelingsmodel Opgave Jan-van-gent maximumscore 4 methode Voor een vrije val geldt: s gt t t = y 30 = 9,8 =,47 s. De snelheid op het water is dan: v= gt = 9,8,47 = 4,3

Nadere informatie

Examen VWO. natuurkunde 1. tijdvak 2 woensdag 24 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. natuurkunde 1. tijdvak 2 woensdag 24 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2009 tijdvak 2 woensdag 24 juni 13.30-16.30 uur natuurkunde 1 Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 24 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen. Voor

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 compex havo 2008-I

Eindexamen natuurkunde 1-2 compex havo 2008-I Eindexamen natuurkunde - compex havo 008-I Beoordelingsmodel Opgave Lensverwarming maximumscore 3 voorbeeld van een antwoord: De schakeling bestaat uit twee parallelle takken van twee in serie geschakelde

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2005-I

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2005-I Eindexamen natuurkunde - vwo 005-I 4 Beoordelingsmodel Opgave Schommelboot uitkomst: m De slingertijd T,67, s. Dit ingevuld in de slingerformule T 7,. 9,8 Hieruit volgt: m. levert g gebruik van slingerformule

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1 havo 2000-I

Eindexamen natuurkunde 1 havo 2000-I - + - + Eindexamen natuurkunde havo 2000-I 4 Antwoordmodel Opgave LEDs voorbeelden van schakelschema s: 50 Ω V LED A 50 Ω A V LED Als slechts één meter juist is geschakeld: punt. Maximumscore 2 2 voorbeeld

Nadere informatie

HAVO & VHBO 1995 Natuurkunde tijdvak 1

HAVO & VHBO 1995 Natuurkunde tijdvak 1 2 2 1 uitkomst: 1,2 10 2 W 1 gebruik van P = I 2 R 3 3 2 uitkomst: 2,9 10 2 A 1 gebruik van P p = P s 1 gebruik van P = VI 3 3 3 uitkomst: 2,5 h 1 berekenen laadvermogen 1 gebruik van U = Pt 2 2 4 uitkomst:

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1 havo 2001-I

Eindexamen natuurkunde 1 havo 2001-I Eindexamen natuurkunde havo 00-I 4 Antwoordmodel Opgave Hartfoto s 43 43 0 antwoord: K Ca + e (+ γ) 9 0 elektron rechts van de pijl Ca als vervalproduct aantal nucleonen links en rechts kloppend - en Als

Nadere informatie

TENTAMEN NATUURKUNDE

TENTAMEN NATUURKUNDE CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN NATUURKUNDE TENTAMEN NATUURKUNDE afgenomen te Amsterdam, Eindhoven, Groningen, Nijmegen, Utrecht en Wageningen datum : donderdag 29 juli 2004 tijd : 14.00 tot 17.00 uur

Nadere informatie

Voorbeeldtentamen Natuurkunde

Voorbeeldtentamen Natuurkunde James Boswell Instituut Universiteit Utrecht Voorbeeldtentamen Natuurkunde havo versie Uitwerkingen Opgave 1: Fietser Bij het fietsen speelt wrijving een belangrijke rol. In onderstaande grafiek is de

Nadere informatie

Mkv Magnetisme. Vraag 1 Twee lange, rechte stroomvoerende geleiders zijn opgehangen in hetzelfde verticale vlak, op een afstand d van elkaar.

Mkv Magnetisme. Vraag 1 Twee lange, rechte stroomvoerende geleiders zijn opgehangen in hetzelfde verticale vlak, op een afstand d van elkaar. Mkv Magnetisme Vraag 1 Twee lange, rechte stroomvoerende geleiders zijn opgehangen in hetzelfde verticale vlak, op een afstand d van elkaar. In een punt P op een afstand d/2 van de rechtse geleider is

Nadere informatie

Uitwerking examen Natuurkunde1 VWO 2006 (1 e tijdvak)

Uitwerking examen Natuurkunde1 VWO 2006 (1 e tijdvak) Uitwerking examen Natuurkunde1 VWO 006 (1 e tijdvak) Opgave 1 Steppen 1. Het oppervlak onder een (v,t)-diagram geeft de verplaatsing, zoals weergegeven in nevenstaande figuur voor één stepbeweging. De

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1 havo 2003-I

Eindexamen natuurkunde 1 havo 2003-I Eindexamen natuurkunde havo 2003-I 4 Antwoordmodel Opgave Verwarmingslint Maximumscore 2 voorbeeld van een antwoord: Ook bij hoge buitentemperaturen (waarbij geen gevaar voor bevriezing is) geeft het lint

Nadere informatie

Woensdag 30 augustus, 9.30-12.30 uur

Woensdag 30 augustus, 9.30-12.30 uur EXAMEN HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1978 Woensdag 30 augustus, 9.30-12.30 uur NATUURKUNDE r Zie ommezijde Deze opgaven zijn vastgesteld door de commissie bedoeld in artikel 24 van het Besluit

Nadere informatie

Opgave 3 N-16 in een kerncentrale 2014 II

Opgave 3 N-16 in een kerncentrale 2014 II Opgave 3 N-16 in een kerncentrale 2014 II In de reactor binnen in het reactorgebouw van een kerncentrale komt warmte vrij door kernsplijtingen. Die warmte wordt afgevoerd door het water in het primaire

Nadere informatie

Y rijdag 14 mei, uur

Y rijdag 14 mei, uur 1 H- II EXAMEN HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1976 Y rijdag 14 mei, 14. 00-17. 00 uur NATUURKUNDE Deze opgaven zijn vastgesteld door de commissie bedoeld in artikel 24 van het Besluit eindexamens

Nadere informatie

Naam: Klas: Repetitie Radioactiviteit VWO (versie A)

Naam: Klas: Repetitie Radioactiviteit VWO (versie A) Naam: Klas: Repetitie Radioactiviteit VWO (versie A) Aan het einde van de repetitie vind je de lijst met elementen en twee tabellen met weegfactoren voor het berekenen van de equivalente en effectieve

Nadere informatie

Inleiding stralingsfysica

Inleiding stralingsfysica Inleiding stralingsfysica Historie 1896: Henri Becquerel ontdekt het verschijnsel radioactiviteit 1895: Wilhelm Conrad Röntgen ontdekt Röntgenstraling RadioNucliden: Inleiding Stralingsfysica 1 Wat maakt

Nadere informatie

Examen VWO. natuurkunde 1,2 Compex. Vragen 1 tot en met 12. In dit deel van het examen staan vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt.

Examen VWO. natuurkunde 1,2 Compex. Vragen 1 tot en met 12. In dit deel van het examen staan vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt. Examen VWO 2008 tijdvak 1 dinsdag 20 mei totale examentijd 3 uur natuurkunde 1,2 Compex Vragen 1 tot en met 12 In dit deel van het examen staan vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt. Bij dit examen

Nadere informatie

Examen VWO. natuurkunde. tijdvak 2 woensdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. natuurkunde. tijdvak 2 woensdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 212 tijdvak 2 woensdag 2 juni 13.3-16.3 uur natuurkunde Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 75 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde pilot havo 2010 - I

Eindexamen natuurkunde pilot havo 2010 - I Opgave 1 Eliica De Eliica (figuur 1) is een supersnelle figuur 1 elektrische auto. Hij heeft acht wielen en elk wiel wordt aangedreven door een elektromotor. In de accu s kan in totaal 55 kwh elektrische

Nadere informatie

voorbeeld van een berekening: Uit de definitie volgt dat de ontvangen stralingsdosis gelijk is aan E m,

voorbeeld van een berekening: Uit de definitie volgt dat de ontvangen stralingsdosis gelijk is aan E m, Eindexamen natuurkunde havo 2005-I 4 Beoordelingsmodel Opgave Nieuwe bestralingsmethode Maximumscore antwoord: 0 7 5 0 B + n Li + per juist getal Maximumscore 2 uitkomst: D 2, 0 Gy of 2, 0 J/kg voorbeeld

Nadere informatie

Examen HAVO. natuurkunde 1,2. tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. natuurkunde 1,2. tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 2007 tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur natuurkunde 1,2 Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 26 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen.

Nadere informatie

De kernreactie die in de tekst is beschreven, kan als volgt worden weergegeven:

De kernreactie die in de tekst is beschreven, kan als volgt worden weergegeven: Toetsstof havo 5 et5 volgens PTA: examenjaar 2010/2011 Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Stof volgens het PTA: havo5 h4: Elektromagnetisme Niet in 2010-2011 havo5 Opwekking en transport

Nadere informatie

Natuurkunde HAVO & VHBO. Maandag 22 mei uur. vragen

Natuurkunde HAVO & VHBO. Maandag 22 mei uur. vragen Natuurkunde HAVO & VHBO vragen Maandag 22 mei 1995 13.30 16.30 uur toelichting Dit examen bestaat uit 29 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed antwoord behaald kunnen worden.

Nadere informatie

1. Een karretje op een rail

1. Een karretje op een rail Natuurkunde Vwo 1986-II 1. Een karretje op een rail Een rail, waarvan de massa 186 gram is, heeft in het midden een knik. De beide rechte stukken zijn even lang. De rail wordt. slechts in de twee uiterste

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde havo 2011 - II

Eindexamen natuurkunde havo 2011 - II Eindexamen natuurkunde havo 0 - II Beoordelingsmodel Opgave Vooruitgang maximumscore 4 uitkomst: s = 8 (m) (met een marge van 5 m) voorbeeld van een bepaling: De afstand s die het schip in de eerste 50

Nadere informatie

Elektro-magnetisme Q B Q A

Elektro-magnetisme Q B Q A Elektro-magnetisme 1. Een lading QA =4Q bevindt zich in de buurt van een tweede lading QB = Q. In welk punt zal de resulterende kracht op een kleine positieve lading QC gelijk zijn aan nul? X O P Y

Nadere informatie

natuurkunde pilot vwo 2015-II

natuurkunde pilot vwo 2015-II Formuleblad Formules die bij het pilot-programma horen en die niet in Binas staan. C Beweging en wisselwerking F w,l 1 2 c Av w 2 E p chem voor rv v Echem m p na r m D Lading en veld I GU E Straling en

Nadere informatie

1 Een lichtbron zendt licht uit met een golflengte van 589 nm in vacuüm.

1 Een lichtbron zendt licht uit met een golflengte van 589 nm in vacuüm. Domein F: Moderne fysica Subdomein: Atoomfysica 1 Een lichtbron zendt licht uit met een golflengte van 589 nm in vacuüm. Bereken de energie van het foton in ev. E = h c/λ (1) E = (6,63 10-34 3 10 8 )/(589

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2006-II

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2006-II Eindexamen natuurkunde - vwo 006-II 4 Beoordelingsmodel Opgave Ding-dong voorbeeld van een antwoord: Bij gelijkstroom ontstaat er een constant magnetisch veld in de spoel; bij wisselstroom een wisselend

Nadere informatie

ET uitwerkingen.notebook May 20, 2016

ET uitwerkingen.notebook May 20, 2016 Examentraining Vaardigheden uit Examen 2014 1 1 De afgebeelde foto moet worden omgezet in een schakeling. Hier moet over het lampje ook een spanningsmeter geplaatst worden. (Gebruik de juiste symbolen)

Nadere informatie