Vastgesteld verslag Nationaal Beraad

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Vastgesteld verslag Nationaal Beraad 10-02-2015"

Transcriptie

1 Vastgesteld verslag Nationaal Beraad Aanwezig: Bas Eenhoorn (Digicommissaris, voorzitter), Hans van der Stelt (directeur Bureau Digicommissaris), Roger van Lier (programmamanager financiën Bureau Digicommissaris), Nicole Stolk (psg V&J), Bernard ter Haar (DG SZW), Hanneke Schuiling (DG Fin), Bertholt Leeftink (DG EZ), Gert-Jan Buitendijk (DG BZK), Peter Heij (DG I&M), Marjan Hammersma (DG OCW), Arie Jan de Waard (Def), Willem van Ee (BZ), Hans Blokpoel (Manifestgroep/BD), Jantine Kriens (VNG), Gerard Beukema (directeur IPO), Albert Vermuë (UvW) en Dorien van den Berg (senior adviseur Bureau Digicommissaris/ verslag) Afwezig: Ronald Barendse (Manifestgroep/SVB), André van der Zande (DG VWS), Gerdine Keijzer (Klein Lef) Opening en mededelingen De Digicommissaris heet iedereen welkom. Een aantal leden heeft een vervanger gestuurd, het merendeel van de vaste leden is aanwezig. Alleen VWS en Klein Lef ontbreken vandaag. Het vergaderschema is ter informatie meegestuurd om in de agenda s vast te leggen. 2. Verslag Het verslag van 9 december 2014 wordt zonder wijzigingen vastgesteld. Bertholt Leeftink heeft naar aanleiding van het verslag de vraag hoe het Nationaal Beraad wenst om te gaan met de openbaarheid van stukken. De Digicommissaris meldt dat in het eerste Nationaal Beraad is besloten dat alle stukken openbaar zijn, tenzij. Het Bureau maakt een inschatting welke stukken online worden gezet. Het verslag wordt na vaststelling pas op de website gepubliceerd. 3. Verbinden van inhoud, sturing en financiën 3a. Financiering GDI De Digicommissaris houdt een korte inleiding op dit agendapunt. Hierbij benadrukt hij dat hij door het kabinet is aangesteld, omdat in het verleden is gebleken dat het lastig is overeenstemming te bereiken over de prioriteiten, sturing en financiering van de GDI. De Digicommissaris ziet zijn rol dan ook in het faciliteren en bovenal- richten van het proces, tot en met de politiek-bestuurlijke besluitvorming. De Digicommissaris stuurt zoveel mogelijk op het bereiken van consensus in het Nationaal Beraad. Zodat vanuit het beraad een gedragen, en zo mogelijk eensluidend voorstel, kan worden gedaan aan de Ministeriële Commissie Digitale Overheid. Hij hoopt dat het Nationaal Beraad overeenstemming kan bereiken over een gezamenlijk voorstel richting de Ministeriële Commissie, dat vervolgens ook aan de algemene vergaderingen van de decentrale overheden zal worden voorgelegd. De Digicommissaris heeft, sinds zijn aantreden in augustus 2014, geconstateerd dat niet iedereen even overtuigd is over de stap waar we voor staan, namelijk dat: informatie een steeds belangrijkere rol inneemt in het functioneren en presteren van de overheid, dat processen beter en goedkoper kunnen worden door digitalisering en dat ook de verhouding tussen de overheid en burgers en bedrijven fundamenteel verandert. De sense of urgency wordt (nog) niet door iedereen zo beleefd en ervaren. Maar voor hem is helder dat de wereld verandert en dat de overheid daarin mee moet. De buitenwereld verwacht dit ook. Niets doen of niet mee-ontwikkelen is geen optie. De Digicommissaris geeft verder aan begrip te hebben voor het feit dat niet ieder lid van het Nationaal Beraad mandaat heeft om ja of nee te zeggen tegen de voorstellen voor financiële bijdrage aan de ambities van de digitale overheid en dat hiervoor politieke sondering en besluitvorming nodig is. Ten aanzien van financiering liggen er 3 beslispunten voor. 1) Leidraad financiën GDI, de spelregels die er voor zorgen dat inhoud, sturing en financiële doorvertaling onlosmakelijk met elkaar worden verbonden. Digicommissaris

2 Vastgesteld verslag Nationaal Beraad Ten aanzien van de leidraad is geconcludeerd dat het Nationaal Beraad in hoofdlijnen kan instemmen met het voorstel. Er is echter wel een relatie met de inrichting van de sturing (het financiële arrangement, zie punt 2). Het Nationaal Beraad is van mening dat de sturing nadere uitwerking behoeft zodat meer comfort kan worden verkregen, dat de sturing naast eenvoudigook effectief zal zijn en om de effecten ervan op bestaande (politieke) verantwoordelijkheden beter te kunnen doorgronden. Afgesproken wordt dat Gert Jan Buitendijk, Hans Blokpoel, Jantine Kriens en het Bureau Digicommissaris een nadere uitwerking maken van de financiële sturing ten behoeve van de Ministeriële Commissie. Dit zal ook voorafgaand aan de Ministeriële Commissie schriftelijk (per e- mail) worden gesondeerd bij de leden van het Nationaal Beraad. 2 2) Financieel arrangement: dit arrangement, bestaande uit principes of uitgangspunten, beoogt - met inbegrip van de leidraad financiën- samenhangende financiële sturing van de GDI als geheel te bewerkstelligen, inclusief dekkingsmogelijkheden. Het voorstel is om dit langs de lijn van een homogene groep vorm te geven, naar analogie van de Homogene Groep Internationale Samenwerking, zoals ook in het rapport Kuipers is gesuggereerd. Het is zaak dat er een hek komt te staan rond de begrotingsartikelen waarin nu de elementen van de GDI zijn opgenomen. Met hek wordt bedoeld dat het geoormerkte posten zijn, voor beleid en ambities die hun weerslag vinden in het (jaarlijkse) digiprogramma, dat door het Nationaal Beraad (ambtelijk) wordt vastgesteld. Het Nationaal Beraad discussieert over wenselijkheid van samenhangende sturing op de GDI en over de verschillende modaliteiten om dit ook in de financiële sturing tot uitdrukking te brengen. Ook komt het voorstel ter sprake om het te financieren tekort op één begrotingspost te zetten en de bestaande budgetten verdeeld te laten over de verschillende begrotingen. De discussie leert dat de constructie van een homogene groep om nadere transparantie en duiding vraagt: hoe zijn de begrotingsposten nu (politiek) verdeeld, wat betekent het voor de politieke verantwoordelijkheid en sturing indien je hierin verschuivingen aanbrengt, wat zijn de voor- en nadelen qua concrete uitvoering (interne administratieve lasten) en welke alternatieven zijn denkbaar, bijvoorbeeld de figuur van een extra comptabele post. Hoe duidelijker en eenduidiger de governance, hoe minder relevant het lijkt waar de begrotingsposten van de GDI feitelijk zijn ondergebracht, aldus het Nationaal Beraad. Ook wordt in het Nationaal Beraad het belang onderstreept om de sturing en structurele financiering nu echt tot een gezamenlijke, overheidsbrede opgave te maken. Het gaat hier immers om de generieke digitale infrastructuur van de overheid als geheel. Afgesproken wordt dat: Aan het Nationaal Beraad overzicht en inzicht wordt gegeven in de huidige begroting van de GDI en de verantwoordelijkheid daarvoor van partijen; De mogelijke consequenties van het financieel arrangement, c.q. één of meer alternatieven om de financiële sturing op de GDI als geheel te kunnen vorm geven, worden betrokken bij de uitwerking van de governance, zoals afgesproken bij het vorige punt (leidraad financiën). 3) Het bestaande tekort. De helft van het benodigde geld (excl. Basisregistraties) zit al in begrotingen, echter de helft (ca. 80 miljoen) is nu niet gedekt. De Digicommissaris heeft een compromisvoorstel aan de leden van het Nationaal Beraad voorgelegd. De Digicommissaris geeft aan dat het uitwerken van een oplossing de hoogste urgentie heeft. De basis moet op orde worden gebracht, om de kabinetsambities ten aanzien van de digitale overheid te kunnen realiseren en verder te ontwikkelen. Binnen dit kader is elke verdeelsleutel bespreekbaar. Digicommissaris

3 Vastgesteld verslag Nationaal Beraad In het Nationaal Beraad wordt indringend gesproken over de (mogelijke) oorzaken van de financiële situatie, het gebrek aan mandaat en middelen om in het Nationaal Beraad toezeggingen over bijdragen te kunnen doen en over de logica van het voorstel alle partijen te laten delen in de bijdragen. De Digicommissaris geeft aan dat de GDI niet langer de verantwoordelijkheid kan zijn van enkele partijen. Alle partijen maken er gebruik van (ook al is de mate waarin wisselend) en zijn er voor hun dienstverlening van afhankelijk, nu en in de toekomst. Het voorstel houdt ook rekening met de mate van gebruik: iedereen betaalt mee, echter kleine gebruikers van de GDI worden lager aangeslagen dan grote gebruikers, zoals de Belastingdienst. Het probleem dient nu in gezamenlijkheid opgelost te worden. Dat is ook de opgave waar het Nationaal Beraad voor staat. Dit wordt door meerdere leden ondersteund. 3 Er worden ook vragen gesteld over de onderbouwing van de cijfers en de kwaliteit van de afstemming met partijen. Hierop wordt door het bureau van de Digicommissaris geantwoord dat gedurende een proces van ruim drie maanden intensieve en zorgvuldige afstemming heeft plaatsgevonden met alle partijen, inclusief de financiële kolom. Verder wordt door het Nationaal Beraad een aantal suggesties gedaan om de kosten voor de overheid naar beneden te brengen. Het gaat dan om doorbelasting aan burgers en bedrijven, private financiering en het terugbrengen van externe inhuur. Deze zaken zullen in een later stadium worden meegenomen. Geconcludeerd wordt dat niet alle leden van het Nationaal Beraad het mandaat hebben om te beslissen over voorliggend dekkingsvoorstel, en dat de Ministeriële Commissie om een uitspraak zal moeten worden gevraagd. Naar de Ministeriële Commissie wordt gestuurd: het eerder genoemde governancevoorstel, een overzicht van de begrotingsposten die betrekking hebben op GDI en een voorstel van de Digicommissaris voor de dekking van de benodigde financiële middelen voor de GDI. Verder zal richting de Ministeriële Commissie worden aangegeven dat het Nationaal Beraad van mening is dat de GDI een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van centrale en decentrale overheden, dat de governance heldere uitwerking behoeft en dat deze de gezamenlijke verantwoordelijkheid van partijen moet ondersteunen en dat de dekking van de benodigde financiële middelen bij de besluitvorming over de Voorjaarsnota dient te worden betrokken. De decentrale overheden doen daarbij het verzoek om een bestuurlijk overleg te organiseren, voorafgaand aan de Ministeriële Commissie. Dit wordt door de Digicommissaris toegezegd. 3b. Digiprogramma Een aantal zaken zouden de leden nog graag (sterker) terug zien in het Digiprogramma: Urgentie van de GDI nog meer benadrukken, alsook de ambitie dat de overheid wil inzetten op digitalisering in het belang van inwoners, bedrijven en instellingen; Verduidelijking relatie met kabinetsprogramma Digitaal 2017; Vanuit GDI ook aandacht voor dienstverlening aan internationale burgers en bedrijven in Nederland en Nederlanders in het buitenland. Het Nationaal Beraad stemt verder in met het Digiprogramma zoals dit voorligt. 3c. Sturing: regieraden De leden van het Nationaal Beraad kunnen zich vinden in voorliggend stuk. Wel zou men graag zien dat wordt gekeken naar hoe we omgaan met grote IT-programma s en wordt verzocht om in het domein van het Rijk verbinding te leggen met het CIO-stelsel. Daarnaast wordt nogmaals aandacht gevraagd voor het belang van informatieveiligheid. Dit wordt meegenomen als thema in het Digiprogramma en komt in alle clusters terug. Digicommissaris

4 Vastgesteld verslag Nationaal Beraad Ten aanzien van de deelnemerslijst voor de Regieraden wordt aangegeven om ook ruimte te geven aan nieuwe partijen. 4. eid Gert-Jan Buitendijk meldt dat de brief met de stand van zaken aan de Tweede Kamer is verzonden. 5. inup Het stuk is ter kennisname verstuurd; de boedelbeschrijving zal in de regieraden aan de orde worden gesteld Instellingsbesluit Forum Standaardisatie Het Nationaal Beraad stemt in met voorliggend instellingsbesluit voor het Forum Standaardisatie. 7. Rondvraag Er wordt geen gebruik gemaakt van de rondvraag. De voorzitter dankt de deelnemers aan het Nationaal Beraad voor hun constructieve inbreng en sluit de vergadering. Digicommissaris

5 Agenda Nationaal Beraad Digitale Overheid februari 2015, CAOP, melden Lange Voorhout 13, Kees Barnhoorn zaal, Den Haag, uur 1. Opening en mededelingen Welkom door de voorzitter. Actualiteiten. Bijlage: Deelnemerslijst (ter kennisname) Vergaderschema 2015 (ter kennisname) 1 2. Verslag Vaststellen van het verslag van 9 december Bijlage: Conceptverslag Nationaal Beraad 9 december 2014 (ter vaststelling) 3. Verbinden van inhoud, sturing én financiën Ga naar om digitaal door de stukken van dit agendapunt te navigeren. 3a. Financiering GDI Bespreken van en besluiten over financieel arrangement ten behoeve van doorgeleiding aan de Ministeriële Commissie Bijlage: a.01 Oplegger, Financiering GDI en Achtergronddocument Financiering GDI (ter besluitvorming) 3b. Digiprogramma Bespreken van en besluiten over het nationaal meerjarig, interbestuurlijk programma Digitale Overheid: het Digiprogramma ten behoeve van doorgeleiding aan de Ministeriële Commissie. Bijlage: b.01 Oplegger en Digiprogramma (ter besluitvorming) 3c. Sturing: Regieraden Bespreken van en besluiten over de taakopdracht van de regieraden. Kennisnemen van de stand van zaken t.a.v. de deelnemerslijst en de was-wordt lijst van gremia. Bijlage: c.01 Oplegger Regieraden, Taakopdracht Regieraden (ter besluitvorming), Deelnemersoverzicht Regieraden (ter kennisname) en Was-wordt lijst (ter kennisname) 4. eid Mondelinge toelichting op stand van zaken. 5. inup Overzicht van de status van de resultaten van het inup programma aangevuld met GDI elementen. Bijlage: Oplegger en Inventarisatie inup en GDI (ter kennisname) Digicommissaris

6 Agenda Nationaal Beraad Digitale Overheid februari 2015, CAOP, melden Lange Voorhout 13, Kees Barnhoorn zaal, Den Haag, uur 6. Instellingsbesluit Forum Standaardisatie Instemmen met voorliggend instellingsbesluit voor het Forum Standaardisatie ten behoeve van doorgeleiding aan de Ministeriële Commissie. (Hamerstuk) Bijlage: Oplegger en Notitie Mandaat Forum Standaardisatie (ter besluitvorming) Oplegger en Notitie Adoptieafspraken (ter kennisname) 2 7. Rondvraag Digicommissaris

7 Deelnemerslijst Nationaal Beraad Digitale Overheid Leden Bas Eenhoorn Hans van der Stelt Nicole Stolk Bernard ter Haar Hanneke Schuiling Gert-Jan Buitendijk Bertholt Leeftink Peter Heij André van der Zande Robert de Groot Marjan Hammersma Hans Blokpoel Ronald Barendse Gerdine Keijzer Kees Jan de Vet Gerard Beukema Albert Vermuë Michiel Boots (agendalid) Organisatie Digicommissaris (voorzitter) Directeur Bureau Digicommissaris (secretaris) psg, ministerie van Veiligheid & Justitie DG Participatie en Inkomenswaarborg (P&I), ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid DG Rijksbegroting, ministerie van Financiën DG Bestuur en Koninkrijksrelaties, ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties DG Bedrijfsleven en Innovatie, ministerie van Economische Zaken DG Ruimte en Water, ministerie van Infrastructuur en Milieu DG RIVM, ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport DG Europese Samenwerking, ministerie van Buitenlandse Zaken DG Cultuur en Media, ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen Manifestgroep (Algemeen Directeur Belastingdienst) Manifestgroep (Raad van Bestuur Sociale Verzekeringsbank) Klein Lef (Directeur Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten) Directieraad Vereniging Nederlandse Gemeenten Directeur Interprovinciaal Overleg Directeur Unie van Waterschappen Raadadviseur, ministerie van Algemene Zaken 1 Digicommissaris

8 Vergaderschema 2015 Versie 18 december 2014 Januari januari januari januari januari Februari Regieraad Dienstverlening Regieraad Interconnectiviteit Regieraad Identificatie & Authenticatie Regieraad Gegevens 1 10 februari februari Ambtelijke Commissie Nationaal Beraad 19 februari februari Maart Klankbordgroep Bedrijven (onder voorbehoud) Klankbordgroep Burgers (onder voorbehoud) 3 maart Ministeriële Commissie 31 maart maart Regieraad Dienstverlening Regieraad Interconnectiviteit April 2 april april Mei Regieraad Identificatie & Authenticatie Regieraad Gegevens 18 mei Nationaal Beraad Juni 10 juni juni Ambtelijke Commissie Ministeriële Commissie Digicommissaris

9 Vergaderschema 2015 Versie 18 december 2014 Juli 2 juli juli juli juli Regieraad Dienstverlening Regieraad Interconnectiviteit Klankbordgroep Bedrijven Klankbordgroep Burgers 2 9 juli Regieraad Identificatie & Authenticatie 9 juli Regieraad Gegevens September 8 september Nationaal Beraad Oktober 1 oktober Ambtelijke Commissie 6 oktober oktober oktober oktober Regieraad Dienstverlening Regieraad Interconnectiviteit Regieraad Identificatie & Authenticatie Regieraad Gegevens 13 oktober Ministeriële Commissie November 3 november Nationaal Beraad 19 november Ambtelijke Commissie December 1 december Ministeriële Commissie Digicommissaris

10 Aanbiedingsformulier Financiering GDI a.01 Nationaal Beraad, 10 februari 2015 Gevraagd besluit 1. Akkoord met Leidraad Financiën 2. Akkoord met scenario/dekkingsvoorstel 3. Akkoord met Financieringsarrangement 4. Akkoord met Periodiek opleveren van GDI rapportage Context De afgelopen jaren is de druk op het gebruik van GDI voorzieningen, de instandhouding (onderhoud en beheer) en doorontwikkeling sterk toegenomen. Dit heeft ertoe geleid dat er tekorten zijn ontstaan. Die tekorten konden de afgelopen jaren met enig kunst- en vliegwerk nog worden opgelost. Vanaf 2015 en verder vormen de tekorten een financieel knelpunt. Met het financieel arrangement wordt dit knelpunt voor de bestaande GDI opgelost en voor de toekomstige GDI voorzien van duidelijke spelregels. Voor een nadere beschrijving wordt verwezen naar de bijlage Financiering GDI Samenvatting Toelichting beslispunt 1 Er is een leidraad Financiën GDI opgesteld die er voor zorgt dat de financiering voor de bestaande en toekomstige GDI gedegen is verankerd. Deze leidraad is een aanvulling op de geldende regelgeving zoals voorgeschreven in de Comptabiliteitswet en de Rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën. De uitwerking van de leidraad is beschreven in paragraaf 4 van de bijlage Financiering GDI Toelichting beslispunt 2 De Digicommissaris zal vóór de behandeling in het Nationaal Beraad in gesprek gaan met alle partijen om specifiek stil te staan bij opvattingen ten aanzien van voorliggende scenario s (zoals beschreven in paragraaf 4 van de bijlage Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën ). Doelstelling van de Digicommissaris is, om na afloop van de gesprekken, één voorstel te presenteren in het Nationaal Beraad. Mocht het nodig zijn, dan wordt voorafgaand aan het overleg, aanvullende informatie aan de leden van het Nationaal Beraad verstrekt. Toelichting beslispunt 3 Het financieringsarrangement, met inbegrip van de leidraad Financiën, leidt tot financiële beheersbaarheid van de GDI. De financiële afspraken en beheersing moeten volgen op het inhoudelijke commitment dat partijen geven aan de GDI voorzieningen. De uitwerking van het financieringsarrangement is beschreven in paragraaf 2 van de bijlage Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Toelichting beslispunt 4 Vanaf en met ingang van begroting is meerjarige budgettering van de GDI-voorzieningen gewenst, en wel op zodanige wijze dat een integraal overzicht en inzicht kan worden gepresenteerd. Voor het integraal en meerjarig presenteren van de benodigde budgetten van de GDI-voorzieningen zijn diverse modaliteiten van rapportage denkbaar. Periodiciteit en inrichting nog nader uit te werken. De wijze van rapportage is beschreven in paragraaf 3 van de bijlage Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën. Digicommissaris

11 Aanbiedingsformulier Financiering GDI a.01 Nationaal Beraad, 10 februari 2015 Governance Na bespreking in het Nationaal Beraad wordt dit onderwerp ter besluitvorming geagendeerd in de Ministeriële Commissie Digitale Overheid. Vervolgens zal uitvoering gegeven worden aan het besluit van de Ministeriële Commissie. Financiering Komt voort uit het financieringarrangement zoals wordt voorgesteld. De bijbehorende dekking van dit arrangement komt uit de reeds meerjarige beschikbare middelen op diverse begrotingen van partijen. Dit naast middelen die beschikbaar komen na besluitvorming in NB/MCDO. 2 Inhoud Digiprogramma Financiële paragraaf. Afstemming Afstemming heeft plaatsgevonden met de volgende partijen: Departementen (beleidsdirecties en directies FEZ) Ministerie van Financiën IRF Uitvoeringsorganisaties (Belastingdienst, UWV, SVB, DUO en RDW) Decentrale overheden Beheerorganisaties Logius en DICTU Adviseur Rogér van Lier, programmamanager Financiën Digicommissaris

12 Financiering GDI Nationaal Beraad, 10 februari a Inleiding De generieke digitale infrastructuur (GDI) is van essentieel belang voor de dienstverlening en communicatie aan burgers en bedrijven. De afgelopen jaren is de druk op het gebruik van GDI voorzieningen. Maar ook op de instandhouding (onderhoud en beheer), doorontwikkeling en het volume in gebruik sterk toegenomen. De toename in volume en gebruik onderschrijft het maatschappelijke nut en de noodzaak. In het verleden is, voor de meeste GDI voorzieningen, alleen financiële dekking geregeld voor de investering en de incidentele kosten. Kosten voor meerjarig onderhoud, beheer en doorontwikkeling zijn van tevoren niet ingecalculeerd. 1 Dit heeft geleid tot tekorten. Deze tekorten konden de afgelopen jaren nog worden opgevangen, bijvoorbeeld door ad hoc en incidentele bijdragen van één of meerdere partijen. Vanaf 2015 is sprake van een jaarlijks tekort oplopend naar circa mln. Om bovengenoemde problematiek en tekorten ten aanzien van de GDI op te lossen heeft de Digicommissaris, specifiek ten aanzien van financiën, de volgende opdracht meegekregen (MR besluitvorming 21 februari 2014): De NCDO zal voor het eind van het jaar (met het oog op de Voorjaarsnota 2015/Begroting 2016) voorstellen doen voor de governance- en financieringsstructuur van de GDI. In leder geval zal een integrale, meerjarige raming van baten en lasten van de GDI hier onderdeel van zijn Voor toekomstige GDI voorzieningen is het van belang dat bovengenoemde oorzaken van het tekort als wijze lessen zijn verankerd in het voorstel voor de governance- en financieringsstructuur. Voor de bestaande voorzieningen is het echter ondoenlijk om met terugwerkende kracht batenmanagement toe te passen. Bovendien verschilt de mate van succes per voorziening. Positieve effecten worden gemerkt op het vlak van kwantiteit, maar in sommige gevallen ook op het terrein van kwaliteit. Dat is bijvoorbeeld het geval bij dienstverlening en veiligheid. Echter, baten zijn reeds ingeboekt onder andere voor taakstellingen elders. Het voorstel van de Digicommissaris is daarom tweeledig: Het is enerzijds een voorstel voor de toekomstige situatie, anderzijds is het een oplossing voor de bestaande problematiek. Beide onderdelen komen uiteindelijk samen in het financieel arrangement. 2. Toekomstige situatie Leidraad Financiën GDI Gezien de omvang en de te verwachten groei van de GDI is het noodzakelijk om de toekomstige ontwikkeling en uitvoering van het Digiprogramma gecontroleerd te laten plaatsvinden. Vanuit dit inzicht wordt gestuurd op effectief gebruik van de GDI. Om dit te bereiken is een aantal spelregels geformuleerd. Deze afspraken zorgen ervoor dat de onderwerpen inhoud, sturing én financiën met elkaar worden verbonden. Deze leidraad is een aanvulling op de geldende regelgeving zoals voorgeschreven in de Comptabiliteitswet en de Rijksbegrotingvoorschriften van het ministerie van Financiën. De leidraad financiën maakt onderdeel uit van het financieringsarrangement voor de GDI. Kern van deze leidraad is: Voor nieuwe GDI-voorzieningen wordt de dekking geregeld via de sturing op de GDI. Aan de hand van een afgestemd portfolio wordt inzichtelijk gemaakt, welke middelen nodig zijn om de meerjarige kosten van de betreffende voorziening af te dekken. Besluitvorming over GDI voorzieningen betreft zowel inhoudelijke commitment als afspraken over dekking van benodigde middelen. De benodigde middelen betreffen de gehele life-cycle en daarmee samenhangende kosten (incidentele kosten van programma en investering naast structurele kosten van onderhoud, beheer Digicommissaris

13 Financiering GDI Nationaal Beraad, 10 februari a.01 en doorontwikkeling) van een voorziening en de eventuele doorwerking naar reeds bestaande voorzieningen. Voor de dekking zijn verschillende mogelijkheden aanwezig o.a. inzet van batenmanagement, bijdragen vanuit overheidspartijen en afnemers, doorbelasting naar (private) partijen buiten de overheid. Budgettaire knelpunten gedurende uitvoering worden in de sturing tijdig naar voren gebracht. Hierdoor is het mogelijk om afspraken te maken over het bijstellen van ambities en/of overeenstemming te bereiken over het beschikbaar stellen van additionele budgetten. In de loop van 2015 wordt nog een systematiek ontwikkeld gericht op de toepassing van een gedragen business case systematiek. Dit helpt bij het in kaart brengen van kwantitatieve kosten en baten voor overheidsorganisaties, burgers en bedrijven (maatschappij in brede zin). 2 Naast bovengenoemde leidraad, die zich primair richt op beleidsvoornemens ten aanzien van GDI voorzieningen, moeten ook goede afspraken worden gemaakt over beleidsinitiatieven (en voornemens) van departementen en mede-overheden, die niet direct voortkomen vanuit GDI portfolio maar wel beslag leggen op de GDI voorzieningen. De betreffende beleidsverantwoordelijke partij/departement moet dan ook de kosten voor de GDI meenemen en dekken. Van belang is dat er op beleidsvoorstellen een GDI-toets komt vergelijkbaar met een uitvoeringstoets. Dit punt wordt ook nog nader uitgewerkt. 3. Huidige situatie oplossen bestaande tekorten GDI In tabel 1 zijn, per cluster, de meerjarige kosten die nodig zijn voor de instandhouding, doorontwikkeling en groei van de huidige GDI, benoemd. Elk cluster is opgesplitst in de categorieën: beheer en onderhoud, noodzakelijke doorontwikkeling en volumegroei. Voor het cluster Gegevens, waaronder de basisregistraties vallen, is deze uitsplitsing nog niet gemaakt. Op basis van bestuurlijke afspraken is de financiering van de basisregistraties tot en met 2015 afdoende gedekt. De Digicommissaris zorgt ervoor dat, eind 2015, er gezamenlijk afspraken zijn gemaakt met alle betrokken partijen. Dit draagt bij aan een goede borging van de financiering vanaf 2016 en verder. Digicommissaris

14 Financiering GDI Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Tabel 1: Meerjarige kostenontwikkeling bestaande GDI voorzieningen bedragen x mln Dienstverlening 66,39 60,94 58,30 58,32 39,46 Onderhoud en beheer 53,49 49,44 48,80 48,82 29,96 Noodzakelijke doorontwikkeling 8,40 8,50 6,00 6,00 6,00 Volumegroei 4,50 3,00 3,50 3,50 3,50 3 Identificatie en Authenticatie 45,50 50,80 52,10 56,10 60,50 Onderhoud en beheer 35,70 39,90 40,10 42,60 45,10 Noodzakelijke doorontwikkeling 6,50 6,00 6,00 6,00 6,00 Volumegroei 3,30 4,90 6,00 7,50 9,40 Gegevens 495,57 478,00 476,80 472,27 471,52 Interconnectiviteit 30,11 39,49 33,83 34,70 34,40 Onderhoud en beheer 28,01 38,99 33,43 34,30 34,00 Noodzakelijke doorontwikkeling 2,10 0,50 0,40 0,40 0,40 Volumegroei Bureau Digicommissaris 4,00 4,00 4,00 4,00 0,00 Totaal 641,56 633,23 625,03 625,38 605,87 Reeds beschikbaar in begroting 566,34 532,17 529,67 530,71 511,85 Tekort -75,2-101,1-95,4-94,7-94,0 Alvorens in te gaan op de scenario s voor de dekking van het bestaand tekort, is het tekort op de huidige GDI nader gespecificeerd op voorzieningenniveau in tabel 2. Het financieringsarrangement dat is uitgewerkt in de scenario s heeft alleen betrekking op de stelselvoorzieningen en de instrumenten eoverheid en zoals gemeld blijven de basisregistraties vooralsnog buiten de scope. Digicommissaris

15 Financiering GDI Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Tabel 2: Tekorten per GDI voorziening bedragen x mln A. E-voorzieningen overheid 1. DigiD -12,8-19,4-26,4-30,7-35,1 2. Berichten box Burgers -25,2-23,0-21,0-21,0-21,0 3. Digipoort OTP -6,5-6,5 0,0 0,0 0,0 4. Digipoort KIS -14,1-25,8-26,4-26,4-26,4 5. eid -10,2-11,8-9,5-9,5-9,5 6. NORA -0,4-0,4-0,4-0,4-0,4 7. Overig -2,0-10,2-7,6-2,7-1,6 4 B. Bureau Digicommissaris -4,0-4,0-4,0-4,0-4,0 Totaal -75,2-101,1-95,4-94,7-94,0 Volgens de begrotingsregels lost het verantwoordelijke departement de ontstane tekorten in eerste instantie zelf op. Dit gebeurt in overleg met het ministerie Financiën. Zo nodig vindt opschaling naar de ministerraad plaats. In het Besluitvormingsmemorandum 2015 heeft de ministerraad1 aan de Digicommissaris de opdracht gegeven om dekkingsvoorstellen te doen. Deze voorstellen hebben betrekking op GDI-voorzieningen. Om de bestaande financiële problematiek op te lossen is een aantal scenario s opgesteld (zie bijlage). Scenario 1: Vast bedrag per partij In dit scenario worden alle betrokken partijen evenredig belast. Het uitgangspunt is dat naast de departementen ook decentrale overheden, die gebruik maken en/of beleidsmatig betrokken zijn bij de GDI voorzieningen, hetzelfde bedrag betalen. Niet betalen naar gebruik, maar op basis van gemeenschappelijkheid, is de norm. Scenario 2: Naar aard van voorzieningen en gebruik In dit scenario staat de aard van de GDI voorzieningen in combinatie met het gebruik door partijen centraal. Het profijtbeginsel wordt hier toegepast: degene die gebruik maken van een voorziening en er belang bij hebben, zijn ook verantwoordelijk voor de oplossing. Dit scenario is van toepassing op de GDI voorzieningen DigiD, Mijn Overheid en Digipoort. De overige voorzieningen zijn gericht op generiek gebruik en kunnen daardoor niet op basis van individueel gebruik worden uitgedrukt. Het gaat hier met name om de stelselvoorzieningen. Tevens zijn in dit scenario budgettaire correcties (d.w.z. partijen worden gecompenseerd) doorgevoerd voor substantiële bijdragen van partijen aan bestaande voorzieningen in het verleden. Scenario 3: Staffel naar gebruik GDI voorzieningen In dit scenario is, in lijn met scenario 2, gekeken naar het gebruik van de GDI voorzieningen van de betrokken partijen. Er is daarbij meer geabstraheerd van de onderliggende cijfers. Aan de ene kant geven deze een goed, gedegen inzicht. Aan de andere kan het ook een momentopname zijn. In dit 1 Van 21 februari Digicommissaris

16 Financiering GDI Nationaal Beraad, 10 februari a.01 scenario wordt de intensiteit van het gebruik van de GDI teruggebracht tot een staffelindeling opgesteld naar laag gebruik, middel gebruik en hoog gebruik. Scenario 4: Generale dekking Deze variant is cijfermatig niet verder uitgewerkt, omdat voor generale dekking en bijbehorende bedragen alleen op politiek niveau commitment kan worden afgegeven. Redenering achter dit scenario is dat de ontstane problematiek niet toewijsbaar is aan een bepaald aantal partijen. Indien er (deels) generale middelen beschikbaar komen zal dit een doorwerking hebben naar de te dekken bedragen van overige dekkingsscenario s Financiële arrangement Scope Het arrangement heeft betrekking op: - Bestaande voorzieningen GDI, dit betreft het portfolio van huidige E-voorzieningen en stelselvoorzieningen. - Doorwerking van nieuwe voorzieningen op bestaande GDI, als bijvoorbeeld komst eid voor DigiD en eherkenning. - Nieuw te ontwikkelen voorzieningen GDI, zoals bijvoorbeeld digitale kluisjes. Inhoud en financiën zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Inhoudelijke ambities zijn voorzien van (structurele) dekking. Principes/uitgangspunten financieringsarrangement 1. Beleidswensen en -mutaties ten aanzien van bestaande maar ook toekomstige GDI voorzieningen worden inclusief financiële gevolgen en voorzien van dekking ingebracht in de governance zoals die in het Nationaal Beraad van 30 september 2014 is vastgesteld (Regieraden Nationaal Beraad Ministeriële Commissie Digitale Overheid). 2. Er is vooraf overeenstemming over de omvang en beschikbaarheid van financiële middelen voor de gehele life-cycle van de voorziening. Daarmee is omvang van beschikbaarheid bepalend voor de inhoud, omvang en kwaliteit van het voorzieningenniveau GDI. 3. Er is bereidheid van partijen om bij te dragen in de ontwikkeling van een voorziening en indien daartoe wordt besloten ook de investering en structurele kosten van onderhoud, beheer en noodzakelijke doorontwikkeling. Kern is dat partijen bijdragen voor besluiten die worden genomen. 4. Dekking van de financiële gevolgen is voor toekomstige voorzieningen vooraf geregeld middels een van onderstaande dekkingsmogelijkheden. Daarbij kan dekking komen van overheidsorganisatie maar ook (deels) van (private) partijen buiten de overheid. Financiering binnen de overheid Generaal n.a.v. ingediende claim bij Begrotingsvoorbereiding Gebruiksgerelateerde financiering binnen overheid Tarief voor gebruik door overheidsorganisatie Ex-ante budgetoverheveling o.b.v. verdeelsleutel Gemeenschappelijk baten management binnen overheid Inzet van baten surplus Dekking (deels) buiten overheid Beprijzen van privaat gebruik Beprijzen registratie of inschrijving Beprijzen van aanschaf middel Digicommissaris

17 Financiering GDI Nationaal Beraad, 10 februari a Voor bestaande voorzieningen wordt waar mogelijk en relevant gekeken om de financiële dekking op basis van gebruik door derde partijen (privaat, burgers, etc.) van deze voorzieningen in de toekomst te regelen middels een van de onder punt 4 genoemde modaliteiten. 6. Volume ontwikkeling komt in principe voor rekening van opdrachtgever. Dan wel worden met betrokken partijen afspraken gemaakt om volumegroei anders op te vangen bijv. middels doorbelasting. 7. Naast afspraken over dekking is voldaan aan de Leidraad Financiën GDI De opdrachtnemer en opdrachtgever(s) relatie is per (groep van) voorziening verankerd in de governance waar de Digicommissaris de regie, coördinatie en eventueel de escalatie op voert. 9. Meerjarig beschikbaar stellen van middelen voor het oplossen van het financieel knelpunt (circa mln. per jaar vanaf 2015) ten aanzien van bestaand portofolio GDI middels een van de te kiezen scenario s is bij komende Voorjaarsnota 2015/ Begrotingsvoorbereiding 2016 geregeld. 10. Aandeel van de bijdrage voor de departementen wordt neergelegd op de betreffende begrotingshoofdstukken. 11. De middelen, voortkomend uit de scenariokeuze, worden centraal en voor totale omvang aangehouden op een aanvullende begrotingspost. Dit gebeurt bij een nog nader aan te wijzen partij (ministerie van Financiën, departement, gerede partij of Digicommissaris). Dit punt wordt nader uitgewerkt. 12. De middelen komen structureel beschikbaar. Deze worden bij Voorjaarsnota 2015/Begrotingsvoorbereiding 2016 structureel overgeboekt door de betreffende partijen, voor hun aandeel naar de centrale post. 13. Beschikbare middelen worden op voorhand niet meerjarig aan de partijen in de begroting toegekend. Jaarlijks wordt het bedrag bepaald dat in dat jaar beschikbaar is, eventueel met doorwerking naar opvolgende jaren (herijking). Hiervoor worden de sturingsstructuur van de Digicommissaris en het Digiprogramma gebruikt. 14. De bestaande beschikbare middelen op de begrotingen van partijen worden meerjarig bevroren. Hiermee wordt bedoeld dat er geen mutaties/uitnames worden gedaan, die leiden tot tekorten op de beschikbare GDI middelen 15. Door een passage op te nemen in het Besluitvormingsmemorandum wordt het traject van overboekingen door partijen bekrachtigd. 16. Middelen beschikbaar voor GDI worden middels rapportage inzichtelijk en transparant gepresenteerd ook richting politiek. De inrichting en periodiciteit (planning & controlcyclus GDI) van een dergelijke rapportage is nog nader uit te werken. 17. Bij eventuele geschilpunten of niet naleven van gemaakte afspraken zal dit ter besluitvorming / escalatie worden ingebracht in de governance zoals genoemd onder punt Vervolg Voorafgaand aan het Nationaal Beraad van 10 februari a.s. gaat de Digicommissaris met alle partijen in gesprek om nadere afspraken te maken. Belangrijk onderdeel van dit gesprek wordt de scenariokeuze. Digicommissaris

18 Financiering GDI Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Na afloop van de gesprekken, gaat de Digicommissaris één voorstel presenteren in het Nationaal Beraad. Mocht het nodig zijn, dan wordt voorafgaand aan het overleg, aanvullende informatie aan de leden van het Nationaal Beraad verstrekt. 7 Digicommissaris

19 Financiering GDI Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Bijlage 1: Scenario s Scenario 1 bedragen x mln Buitenlandse Zaken -6,3-8,4-7,9-7,9-7,8 Binnenlandse Zaken -6,3-8,4-7,9-7,9-7,8 Defensie -6,3-8,4-7,9-7,9-7,8 Economische Zaken -6,3-8,4-7,9-7,9-7,8 Infrastructuur & Milieu -6,3-8,4-7,9-7,9-7,8 Financiën -6,3-8,4-7,9-7,9-7,8 Onderwijs, Cultuur rn Wetenschap -6,3-8,4-7,9-7,9-7,8 Sociale Zaken -6,3-8,4-7,9-7,9-7,8 Veiligheid en Justitie -6,3-8,4-7,9-7,9-7,8 Volksgezondheid, Welzijn en Sport -6,3-8,4-7,9-7,9-7,8 Wonen en Rijksdienst -6,3-8,4-7,9-7,9-7,8 IPO/VNG/UvW -6,3-8,4-7,9-7,9-7,8 8 Totaal -75,2-101,1-95,4-94,7-94,0 Scenario 2 bedragen x mln Buitenlandse Zaken -1,5-2,4-2,1-1,7-1,7 Binnenlandse Zaken -1,5-2,4-2,1-1,7-1,7 Defensie -1,5-2,4-2,1-1,7-1,7 Economische Zaken -1,5-2,4-2,1-1,7-1,7 Infrastructuur & Milieu -2,5-7,9-7,4-7,1-6,5 Financiën -42,9-32,5-24,5-23,0-21,5 Onderwijs, Cultuur rn Wetenschap -2,8-8,7-8,7-8,8-8,4 Sociale Zaken -11,6-18,7-20,1-21,2-22,0 Veiligheid en Justitie -1,5-6,7-6,0-5,7-4,9 Volksgezondheid, Welzijn en Sport -4,1-11,1-11,2-11,4-11,3 Wonen en Rijksdienst -1,5-2,4-2,1-1,7-1,7 IPO/VNG/UvW -2,0-3,1-7,0-8,8-10,5 Totaal -75,2-101,1-95,4-94,7-94,0 Digicommissaris

20 Financiering GDI Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Scenario 3 bedragen x mln Buitenlandse Zaken -2,0-2,7-2,5-2,6-2,5 Binnenlandse Zaken -2,0-2,7-2,5-2,6-2,5 Defensie -2,0-2,7-2,5-2,6-2,5 Economische Zaken -2,0-2,7-2,5-2,6-2,5 Infrastructuur & Milieu -6,0-7,9-7,6-7,8-7,4 Financiën -17,7-24,0-22,2-21,3-22,3 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -6,0-7,9-7,6-7,8-7,4 Sociale Zaken -17,7-24,0-22,2-21,3-22,3 Veiligheid en Justitie -6,0-7,9-7,6-7,8-7,4 Volksgezondheid, Welzijn en Sport -6,0-7,9-7,6-7,8-7,4 Wonen en Rijksdienst -2,0-2,7-2,5-2,6-2,5 IPO/VNG/UvW -6,0-7,9-7,6-7,8-7,4 9 Totaal -75,2-101,1-95,4-94,7-94,0 Digicommissaris

21 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Aanleiding De generieke digitale infrastructuur (GDI) is van essentieel belang voor de dienstverlening naar inwoners en bedrijven. Bovendien is de GDI ook van belang voor tal van overheidsorganisaties in de communicatie naar de burgers en bedrijven maar ook voor de communicatie tussen deze organisaties onderling. In tegenstelling tot de (politieke) herkenbaarheid en concreetheid van beleidsonderwerpen zoals bijvoorbeeld onderwijs, defensie en veiligheid is het belang van de GDI niet of nauwelijks expliciet op de politieke agenda geplaatst, terwijl het randvoorwaardelijk is voor het functioneren van de publieke sector en tal van private diensten, waaronder die met groot maatschappelijk belang (denk veilig, betrouwbaar internetverkeer, diensten van banken en verzekeraars, etc.). De afgelopen jaren is de druk op het gebruik van GDI voorzieningen, de instandhouding (onderhoud en beheer) en doorontwikkeling sterk toegenomen. Dit heeft ertoe geleid dat er tekorten zijn ontstaan die de afgelopen jaren nog konden worden opgelost maar voor de komende jaren vanaf 2015 een financieel knelpunt vormen. De oorzaken van dit tekort zijn technisch van aard, hebben een financiële grondslag en zijn gelegen in het ontbreken van een integrale benadering en besluitvorming rondom de GDI. Als sprekende voorbeelden hiervan: de aannames uit verleden zijn niet altijd van toepassing op heden, volumes zijn sterker toegenomen dan verwacht, er is niet of onvoldoende gereserveerd voor de structurele kosten van de voorzieningen, baten in termen van euro s zijn niet ingezet voor de kosten van de GDI maar ingezet voor invulling van taakstellingen uit Regeerakkoorden, onvoldoende control-aandacht voor elementen van de GDI vanuit de financiële kolom. Daar waar het karakter van GDI voorzieningen vraagt om een integrale benadering, zijn deze vaak suboptimaal opgepakt, heeft geen integrale afweging en prioritering plaatsgevonden en is waar nodig onvoldoende (politiek) geëscaleerd. De governance die een dergelijke integrale benadering kan bewerkstelling was in verleden niet of onvoldoende aanwezig. Opdracht Om bovengenoemde problematiek en tekorten ten aanzien van de GDI op te pakken heeft de Digicommissaris van het Kabinet de volgende opdracht meegekregen: De Digicommissaris organiseert en regisseert de interbestuurlijke besluitvorming en versterkt de governance ten aanzien van de GDI en de financiering hiervan, met als doel een solide en toekomstbestendig digitale overheid. En specifiek ten aanzien van Financiën: De Digicommissaris stuurt op het realiseren en op een effectief gebruik (baten) van de generieke digitale infrastructuur (GDI). Om dit te realiseren is een aanpak langs 4 sporen gekozen. Spoor1: Basis op Orde om de omvang van de financiële problematiek van de huidige GDI eenduidig helder maken. Spoor 2: Systematiek en scenario s voor de uitwerking van een voorstel voor dekking van de financiële problematiek van de huidige GDI. Spoor 3: Afwegingskader: eenduidige spelregels en een methodiek voor opname van toekomstige onderwerpen in het Digiprogramma. Spoor 4: Rapportage over de wijze waarop de GDI gepresenteerd en gepositioneerd kan worden vanuit de criteria: helder-/eenduidigheid, controlwaardigheid en integraliteit. 1

22 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Leeswijzer De bovengenoemde sporen komen hierna niet één op één terug maar zijn verwerkt in de volgende hoofdstukken. In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de scope-afbakening van de GDI waarop het financieel arrangement betrekking heeft. Daarna wordt in hoofdstuk 2 het voorstel voor structurele financierings /bekostiging voor 2015 en verder uitgewerkt en toegelicht. In hoofdstuk 3 wordt een voorstel gedaan omtrent de wijze van rapporteren over de GDI met ingang van In hoofdstuk 4 wordt tot slot ingegaan op de actuele financiële problematiek van de bestaande voorzieningen van de GDI. Aan de hand van een aantal scenario s wordt aangegeven hoe dit tekort kan worden gedekt. 2

23 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a Generieke Digitale Infrastructuur (scope) Bij de afbakening van de bestaande GDI is een onderscheid gemaakt naar: a. Basisregistraties. b. Stelselvoorzieningen: c. Instrumenten e-overheid In het Digiprogramma is een nadere uitwerking opgenomen wat wordt verstaan onder bovengenoemde onderwerpen en ook wat de ambities op deze onderdelen zijn. Basisregistraties Het bekostigings-/financieringsarrangement dat in dit voorstel nader wordt uitgewerkt heeft in eerste instantie alleen betrekking op de stelselvoorzieningen en de instrumenten e-overheid. Hoewel de afzonderlijke basisregistraties ook deel uitmaken van de GDI worden deze in dit stadium buiten beschouwing gelaten. De financiering van de basisregistraties is tot en met 2015 afdoende afgedekt en geregeld middels gemaakte afspraken. In de financiering en dekking van de stelselvoorzieningen en de instrumenten e-overheid is daarentegen per 1 januari 2015 niet meer voorzien. Najaar 2015 zal voor de basisregistraties in beeld moeten zijn gebracht welke financieringsbehoefte er meerjarig is. Zowel ten aanzien van het gebruik (volume ontwikkeling) als ten aanzien van (door)ontwikkeling. In genoemd meerjarig beeld zal rekening worden gehouden met geldende beleidsuitgangspunten zoals het niet beprijzen van gebruik binnen de overheid en de consequenties van open data beleid. De Digicommissaris zal in overleg met en vanuit de verantwoordelijk van de betrokken partijen zorgen dat eind 2015 afdoende afspraken zijn gemaakt zodat de financiering voor 2016 en verder is geborgd. 3

24 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Standard Business Reporting (SBR) SBR is conform besluitvorming in het Nationaal Beraad van 30 september 2014 vooralsnog buiten beschouwing gelaten. Het hiervoor benodigde bedrag ad 22 mln. voor 2015 is gedekt evenals de structureel benodigde middelen. eid Het financieringsarrangement dat uitgewerkt is in de scenario s heeft alleen betrekking op de stelselvoorzieningen en de instrumenten e-overheid. Het gebruik van eid is daar nog geen onderdeel van. Wanneer eid langs de leidraad financiën GDI wordt gelegd, wordt zichtbaar dat de inhoudelijke besluitvorming over het publieke middel grotendeels nog moet plaatsvinden en dat daarnaast nog keuzes gemaakt moeten worden over de wijze waarop de benodigde middelen beschikbaar komen (dekking door betrokken partijen dan wel doorbelasting naar afnemers). Om voortgang te kunnen boeken en om in 2015 de gewenste pilots te kunnen starten, zijn de kosten voor het eid stelsel en de pilots voor 2015 en 2016 meegenomen in de bestaande problematiek en voorzien van dekking middels een verdeelsleutel. Voor de kosten van 2017 en verder wordt in eerste instantie bezien of die doorbelast kunnen worden aan afnemers. Mocht dat niet het geval zijn dan zullen deze kosten - volgens de gehanteerde verdeelsleutel 2015 en ook bij betrokken partijen neerslaan. 4

25 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a Financieringsarrangement / Bekostigingsvoorstel 2015 e.v. Bestaande versus toekomstige GDI Het presenteren van één financieel arrangement dan wel bekostigingssystematiek voor de GDI zou wenselijk en overzichtelijk zijn. Echter kijkend vanuit financieel perspectief kent het dossier van de GDI twee werelden : de situatie tot en met 2014 en de situatie vanaf Kenmerkend voor de situatie tot en met 2014 is dat nut en noodzaak van voorzieningen onvoldoende integraal werden afgewogen en besloten. Inhoudelijke besluiten om te komen tot voorzieningen waren niet altijd gebaseerd op de noodzakelijke ontwikkeling en life cycle van voorzieningen en de financiële middelen die daarvoor (langjarig) benodigd zijn. Naast incidentele kosten voor ontwikkeling gaat het dan ook om toekomstige structurele kosten voor onderhoud, beheer, exploitatie en noodzakelijke doorontwikkeling. Met noodzakelijke doorontwikkeling wordt de ontwikkeling bedoeld die minimaal nodig is om een voorziening operationeel te houden. Ook is niet of onvoldoende voorzien in afspraken hoe om te gaan met (onvoorziene) toename van de kosten als gevolg van bijvoorbeeld volume toenames. Tot slot zijn de baten voorkomend uit de GDI niet in samenhang met de kosten van de GDI voorzieningen gebracht. Het is zaak dat op korte termijn deze bestaande problematiek structureel wordt opgelost. Zodat met een schone lei en afdoende middelen de basis aanwezig is om de toekomstige ambities en mogelijkheden van de GDI te benutten. Zonder dat deze vermengd en verstrikt raken in de bestaande problematiek. De bestaande problematiek is enerzijds bepaald door de vastgestelde definitie van de GDI in het Nationaal Beraad van 30 september jl. Anderzijds is de omvang van het tekort ingegeven door alleen onoverkoombare kosten op te nemen. Daar waar er sprake is van nog te maken keuzes zijn de daarvoor benodigde middelen niet meergenomen. Voor een ordentelijk management van de GDI-voorzieningen is dan ook van groot belang dat inhoud, governance en financiering vanaf heden onlosmakelijk bij elkaar worden gebracht. Het financieringsarrangement en bijbehorende afspraken moeten daarop toezien. De GDI voorzieningen staan niet op zichzelf en zijn op onderdelen sterk met elkaar verweven en verbonden waardoor besluitvorming over nieuwe of bestaande voorzieningen doorwerking kan hebben naar (afbouw) andere voorzieningen (zie onderstaande figuur). 5

26 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Scope financieringsarrangement van voorzieningen GDI Het arrangement heeft betrekking op: - Bestaande voorzieningen (betreft gehele portfolio van huidige E-voorzieningen en stelselvoorzieningen). - Doorwerking van nieuwe voorzieningen op bestaande voorzieningen uit portfolio (bijvoorbeeld evt. consequenties komst eid voor DigiD en E-herkenning). - Nieuw te ontwikkelen toekomstige voorzieningen GDI, die er op dit moment nog niet zijn (bijvoorbeeld digitale kluisjes en eid). Principes / uitgangspunten financieringsarrangement 1. Beleidswensen en -mutaties ten aanzien van bestaande maar ook toekomstige GDI voorzieningen worden inclusief financiële gevolgen en voorzien van dekking ingebracht in de governance zoals die in Nationaal Beraad van 30 september 2014 is vastgesteld (Regieraden Nationaal Beraad Ministeriële Commissie Digitale Overheid). 2. Er is vooraf overeenstemming over de omvang en beschikbaarheid van financiële middelen voor de gehele life-cycle van de voorziening. Daarmee is omvang van beschikbaarheid bepalend voor de inhoud, omvang en kwaliteit van het voorzieningenniveau GDI. 3. Er is bereidheid van partijen om bij te dragen in de ontwikkeling van een voorziening en indien daartoe wordt besloten ook de investering en structurele kosten van onderhoud, beheer en noodzakelijke doorontwikkeling. Kern is dat partijen bijdragen voor besluiten die worden genomen. 4. Dekking van de financiële gevolgen is voor toekomstige voorzieningen vooraf geregeld middels een van onderstaande dekkingsmogelijkheden. Daarbij kan dekking komen van overheidsorganisatie maar ook (deels) van (private) partijen buiten de overheid. 6

27 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Financiering binnen de overheid Gebruiksgerelatee rde financiering binnen overheid Gemeenschappe lijk baten management binnen overheid Dekking (deels) buiten overheid Generiek n.a.v. ingediende claim bij Begrotingsvoorbereiding Tarief voor gebruik door overheidsorganisatie Inzet van baten surplus Beprijzen van privaat gebruik Ex-ante budgetoverheveling o.b.v. verdeelsleutel Beprijzen registratie of inschrijving Beprijzen van aanschaf middel 5. Voor bestaande voorzieningen wordt gekeken om de financiële dekking op basis van gebruik van deze voorzieningen in de toekomst te regelen middels een van de onder punt 4 genoemde modaliteiten. 6. Naast afspraken over dekking is voldaan aan de Leidraad Financiën GDI (zie hierna). 7. De opdrachtnemer en opdrachtgever(s) relatie is per (groep van) voorziening verankerd in de governance waar de Digicommissaris de regie, coördinatie en eventueel de escalatie op voert. 8. Meerjarig beschikbaar stellen van middelen voor het oplossen van het financieel knelpunt (circa mln. per jaar vanaf 2015) ten aanzien van bestaand portofolio GDI middels een van de te kiezen scenario s (zie hoofdstuk 4) is bij komende Begrotingsvoorbereiding 2016 geregeld. 9. Beschikbaar te stellen bedragen gebeurt voor Rijk op departementaal niveau en wordt neergelegd op betreffende begrotingshoofdstukken. 10. Middelen beschikbaar voor GDI worden middels rapportage inzichtelijk en transparant gepresenteerd ook richting politiek. De inrichting en periodiciteit (planning & controlcyclus GDI) van een dergelijke rapportage is nog nader uit te werken, zie ook hoofdstuk Bij eventuele geschilpunten of niet naleven van gemaakte afspraken zal dit ter besluitvorming/escalatie worden ingebracht in de governance zoals genoemd onder punt 1. De werking van het financieel arrangement zal ook moeten worden bezien in relatie tot de bestaande rollen en verantwoordelijkheden. De komst van de Digicommissaris, het vaststellen en hanteren van de leidraad Financiën en de voorgestelde financieringsmethodiek (zie hoofdstuk 4) maakt dat ook het huidige landschap en rollen en verantwoordelijkheden tegen het licht gehouden moet worden. 7

28 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Leidraad Financiën (toekomstige) GDI Zoals hiervoor is aangegeven maakt de leidraad een onderdeel uit van het financieringsarrangement. Om te borgen dat vanuit het financieel perspectief de juiste vragen op juiste moment worden gesteld ten aanzien van de GDI-voorzieningen is een leidraad Financiën opgesteld die er voor zorgt dat Financiën gedegen is verankerd. Deze leidraad moet worden gezien als aanvulling op de geldende regelgeving zoals die is voorgeschreven in de Comptabiliteitswet en de Rijksbegrotingvoorschriften van het Ministerie van Financiën. Onderstaand de nadere uitwerking. Voor een nadere toelichting van deze Leidraad Financiën zie bijlage 2. A. Voorafgaand 1. Voorstel moet passen binnen inhoudelijke definitie GDI. 2. Voorstel is via Regieraden geaccordeerd in het Nationaal Beraad. 3. De opdrachtgever van een voorziening is uiteindelijk verantwoordelijk voor de te maken afspraken over beschikbaar zijn van voldoende budget en verstrekking van de opdracht. 4. Voorstel is financieel onderbouwd met een financieel overzicht waarin de financiële life cycle van het voorstel is opgenomen. Dat wil zeggen inzicht in de incidentele kosten (investering, noodzakelijke (door-)ontwikkeling en vervanging) en de structurele kosten (beheer en onderhoud). 5. Voorstel is prijs x volume onderbouwd in de zin dat helder is welke uitgangspunten eronder liggen i.i.g. met betrekking tot aantallen/volumes en prijs. Hierbij rekeninghoudend met feit dat ICT investeringen vaak te maken hebben met plateauplanningen en financiering. Echter indien het gaat kostencomponenten met een evident structureel karakter en onomkeerbare besluiten moet wel zijn voorzien in een dergelijk onderbouwing. 6. Voorstel is financieel gedekt middels afspraken die vooraf zijn gemaakt. Dit voor totaal aan incidentele en structurele kosten over de jaren. Specifiek zijn er afspraken gemaakt over hoe om te gaan met (onvoorziene) volumegroei en kosten van doorontwikkeling. De dekking kan geschieden via de mogelijkheden zoals opgenomen in de tabel op pagina Voor volumegroei geldt dat de veroorzaker zorgt voor de dekking van de kosten tenzij door partijen anders overeengekomen. 8. In geval investeringen (deels) plaatsvinden op titel van negatieve business case dan wel op titel van kwalitatieve baten is sluitende en bindende dekking van de kosten eveneens vooraf geregeld. 9. Het in kaart brengen van de kosten en baten gebeurt aan de hand van een vooraf heldere en geaccepteerde methodiek waarvan externe validatie deel uit maakt. Hierbij wordt ook de impact (in kosten of baten) van het voorstel op de bestaande voorzieningen meegenomen in het totaal. Overigens kan waar baten kwantitatief niet kunnen worden uitgedrukt wellicht wel de kosten en baten van een generieke voorziening versus een eigen voorzieningen tegenover elkaar worden gezet. 10. Vooraf zijn heldere afspraken gemaakt over hoe en welke bijdragen partijen/organisaties leveren die eventueel in later stadium willen toetreden tot gebruik van betreffende voorziening. 8

29 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 B. Tijdens uitvoering 11. Gedurende het traject is opdrachtgever verantwoordelijk voor de monitoring van de voortgang als het gaat om de geraamde kosten, veronderstelde baten en overige relevante aannames. De uitvoerder signaleert ook tijdig in geval van knelpunten richting de opdrachtgever. 12. Mocht er sprake zijn van budgettaire knelpunten gedurende de uitvoering dienen deze tijdig in overleg tussen opdrachtgever en afnemers op tafel te komen zodat additioneel budget beschikbaar komt en/of ambities worden bijgesteld. Het kan geen probleem van de uitvoerder worden/zijn. 13. Vanaf 2019 is de financiering 2019 ev. geregeld via de governance. Beheersing van de kosten GDI Door het financieringsarrangement met inbegrip van de leidraad zal er sprake moeten zijn van een financiële beheersbaarheid van de GDI. De financiële afspraken en beheersing moeten volgen op het inhoudelijke commitment dat partijen geven aan de GDI voorzieningen. Uitgaande van deze noodzakelijke verbinding tussen inhoud en financiën is het voorts van belang dat de afgesproken governance wordt gehanteerd voor beleidswensen, prioriteitstelling, aanpassingen in GDI voorzieningen etc. Inhoudelijk commitment zonder financiële dekking is ongewenst (daardoor is huidige situatie ontstaan). Op die manier kan integraal, transparant en in gezamenlijkheid worden gestuurd op de GDI. 9

30 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Samenvattend ziet het financieel arrangement GDI er voor de toekomst als volgt uit. Dynamiek en Regie De vraag is wat het realiteitsgehalte is van de meerjarencijfers naarmate we verder in de toekomst kijken. Er zijn een aantal zaken die maken dat de hardheid van de cijfers naarmate we verder in de toekomst kijken sterk afneemt, te weten: - aannames over onderhoud en beheer zijn door (technische)ontwikkeling achterhaald. Naar alle waarschijnlijkheid zullen de huidig geraamde kosten voor onderhoud en beheer door technische ontwikkeling achterhaald zijn. - kosten van te nemen veiligheidsmaatregelen. - er zullen wijzigingen optreden in bestaand portfolio bijv. integratie van voorzieningen. - er zullen wijzigingen optreden in bestaand portfolio als gevolg van toekomstige ontwikkelingen. Dit kan zijn doorontwikkeling en volumegroei maar ook komst van nieuwe ambities als bijv. e-id en digitale kluisjes hebben hun doorwerking naar noodzaak en omvang bestaand portfolio en daarvoor benodigde instandhoudingskosten beheer en onderhoud. Kortom er zit en komt een dynamiek op de GDI die maakt dat de exactheid en daarmee de omvang van de benodigde middelen verder in de tijd ter discussie gesteld kan worden. Het is echter wel van groot belang dat er zekerheid en rust komt op financieel gebied als het gaat om het meerjarig beschikbaar hebben van voldoende middelen om het bestaande voorzieningenniveau. Het is onwenselijk om jaarlijks een exercitie te doorlopen als waar de Digicommissaris bij zijn aanstelling voor staat als het gaat om de financiën. Van belang is dat partijen voor bestaande GDI weten waar ze aan toe zijn en dat middelen meerjarig beschikbaar zijn. Het beschikbaar hebben van deze middelen is een uitvloeisel van het te kiezen scenario (zie hierna). Middels de scenario s worden de benodigde middelen opgehaald, die de voorziene meerjarige kosten van de bestaande GDI voorzieningen voor 2015 en verder moeten afdekken. Door eenmalig te voorzien in een meerjarige reeks aan benodigde middelen voor het bestaand portfolio wordt voorkomen dat de financiële bijdrage discussie gaat overheersen en 10

31 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 overheidspartijen alleen met elkaar in gesprek zijn en blijven en er onvoldoende tijd en energie is om de gezamenlijke ambities ten aanzien van de GDI te realiseren. Het beschikbaar hebben van deze middelen wil vervolgens nog niet zeggen dat deze middelen ook daadwerkelijk meerjarig aan de partijen in de respectievelijke begroting wordt toegekend. Voorstel is om jaarlijks te bezien welk bedrag in dat jaar met eventueel doorwerking naar latere jaren beschikbaar wordt gesteld. De middelen worden vooralsnog aangehouden op -bijvoorbeeld- een aanvullende begrotingspost bij een van de partijen (Financiën, departement, gerede partij afnemers of Digicommissaris) en hierover zullen sluitende afspraken met het ministerie van Financiën over moeten worden gemaakt. Van belang is wel dat het totale bedrag op deze te creëren post wordt gehouden. Tevens dat er mogelijkheden zijn om over de jaren heen met de beschikbare middelen te kunnen schuiven als de gewijzigde / geactualiseerde inzichten daartoe aanleiding geven. Het aanhouden en niet meteen toekennen van de middelen heeft een aantal voordelen: - de noodzakelijke samenhang van de financiën met de governance en inhoud is geborgd. Immers middelen worden niet buiten governance om opgehaald middels scenario s en verdeeld. De governance vervult een expliciete rol in integrale afweging en prioritering op basis van inhoud. Waarbij inhoud van bestaande GDI ook in verband wordt gebracht met inhoud van toekomstige GDI. - jaarlijks is er een scherp beeld van wat aan bestaande en toekomstige ambities gewenst is. Daardoor kan ook worden bezien wat de gevolgen van bijvoorbeeld nieuwe ambities zijn op het bestaand portfolio van GDI voorzieningen. - er blijft een noodzaak aanwezig om met elkaar het gesprek aan te gaan over de bestaande voorziening in relatie tot gewenste toekomstige ontwikkelingen (doorontwikkeling, volume en nieuwe ambities). - doelmatigheid van middelen is op deze wijze geborgd; immers als in toekomst blijkt dat kosten voor onderhoud en beheer van bestaande GDI ook lager uitpakken zijn er ook minder middelen nodig en kan geld voor andere zaken worden ingezet binnen de GDI. 11

32 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Concreet betekent dit dat de middelen die meerjarig via de scenario s zijn opgehaald alleen voor 2015 worden toegekend. Eventueel kan een meerjarige reeks worden toegekend als het evident is dat er in 2015 kosten worden gemaakt die 100% doorwerking zullen hebben naar latere jaren. Denk bijvoorbeeld aan compensatie rentekosten als gevolg van een beroep op de leenfaciliteit. Vraag die ook nog speelt is of alleen de benodigde middelen voor het opvangen van de tekorten wordt vrijgemaakt en gereserveerd op een aanvullende post of dat ook de reeds beschikbare budgetten voor e-overheid binnen de diverse begrotingen van partijen worden opgenomen in deze post. Daarmee is de totale omvang van het budget e-overheid centraal of decentraal gemarkeerd. Van belang is dat naast het meerjarig oplossen van de tekorten ook de reeds aanwezige middelen in de begrotingen van diverse partijen meerjarig beschikbaar blijven voor de GDI. Concreet betekent dit dat de volgende middelenreeksen meerjarig worden ingezet voor de GDI en als zodanig worden geoormerkt. De Digicommissaris zal deze reeksen nog inzichtelijk maken. 12

33 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a Wijze van rapportage GDI middelen Integraal en (politiek) zichtbaar Kenmerkend voor de situatie in het verleden is o.a. dat de GDI voorzieningen niet integraal werden afgewogen en er geen afdoende meerjarig inzicht in de kosten en benodigde dekking aanwezig was. Dit heeft ook consequenties voor de wijze waarop de GDI in budgettaire zin is/wordt gepresenteerd. In financiële zin zijn de GDI voorzieningen weggestopt in de begrotingen van de diverse partijen. Aan de voorkant zijn er geen budgetten vrijgemaakt en geoormerkt voor de ambities op het GDI domein. Als er gedurende de uitvoering knelpunten optreden (bijv. Mijn Overheid in 2014) worden er binnen de bestaande begrotingen middelen vrijgemaakt dan wel loopt een tekort mee naar latere jaren. Dit zorgt er voor dat benodigde middelen voor GDI voorzieningen niet of onvoldoende zijn geraamd en dat onverwachts opkomende kosten voor de GDI budgettaire niet inzichtelijk en transparant zijn. Daarmee zijn de benodigde middelen voor de GDI binnen de begrotingen van de betrokken partijen continue in concurrentie met andere aanwendingen, waar voor veelal wel aan de voorkant is gebudgetteerd. Kortom vanaf en zeker met ingang van begroting is meerjarige budgettering van de GDI voorzieningen gewenst en zodanig dat een integraal overzicht en inzicht kan worden gepresenteerd. Voor het integraal en meerjarig presenteren van de benodigde budgetten van de GDI voorzieningen zijn diverse modaliteiten van rapportage denkbaar (zie onderstaande tabel). De verschillende modaliteiten kunnen beschouwd worden op een continuüm met een verloop van een gedeelde (politiek-bestuurlijke) verantwoordelijkheid voor (elementen) van de GDI (varianten 1, 2 en 3) naar een gebundelde (politiek-bestuurlijke) verantwoordelijkheid (varianten 4, 5 en 6). De modaliteiten 4, 5 en 6 betekent dat de rapportage GDI in begrotingstermen onder één politiek verantwoordelijke bewindspersoon komt te vallen. Voor en gegeven de politieke en 13

34 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 bestuurlijke verantwoordelijkheden- is het echter zaak eerst de basis op orde te krijgen en de werking van de nieuwe governance op de GDI (samenhang tussen inhoud, governance en financiën) zich te laten bewijzen. Modaliteit 1 is in lijn met de huidige situatie. De modaliteiten 1, 2 en 3 sluiten hier bij aan, waarbij vanaf variant 3 een coördinerend bewindspersoon is verondersteld overeenkomstig de minister van Buitenlandse Zaken ten aanzien van de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) 1. Om recht te kunnen doen aan de ambitie om de GDI integraal te besturen is het jaarlijks opstellen van een extracomptabel overzicht als onderdeel van het Digiprogramma- een wezenlijke (eerste) stap (modaliteit 2). In dat overzicht worden dan opgenomen de kosten behorende bij de GDI voorzieningen (basisregistraties, stelselvoorzieningen en instrumenten e-overheid). Tevens moeten de kosten (uitgesplitst naar incidentele kosten zoals programmakosten en doorontwikkeling/ investeringen versus meerjarige kosten van onderhoud, beheer en exploitatie) en de kwantitatieve baten inzichtelijk zijn. Door middel van dit overzicht kan dan ook inzichtelijk worden gemaakt wat de eventuele financiële impact is op bestaande portfolio van te nemen beslissingen. Dit voorstel kan periodiek worden geagendeerd voor Nationaal Beraad en ook extern worden gepresenteerd richting de Tweede Kamer. Een dergelijk overzicht zal de Digicommissaris in overleg met de betrokken partijen uitwerken. 1 De Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) is sinds 1997 een budgettaire constructie binnen de rijksbegroting. In de HGIS worden de uitgaven van de verschillende departementen op het gebied van buitenlands beleid gebundeld, waarmee de onderlinge samenhang geïllustreerd wordt. Dit bevordert de samenwerking en de afstemming binnen de betrokken ministeries. De HGIS vormt daarmee een belangrijk instrument voor een geïntegreerd en coherent buitenlands beleid.binnen de HGIS wordt onderscheid gemaakt tussen de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking die voldoen aan de criteria voor officiële ontwikkelingssamenwerking (Official Development Assistance, ODA) en de overige uitgaven voor het buitenlands beleid (non-oda). De minister van Buitenlandse Zaken coördineert het Nederlands buitenlands beleid en daarmee de HGIS. De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken heeft een coördinerende bevoegdheid voor de uitgaven aan ODA binnen de HGIS. Twee keer per jaar wordt er verantwoording afgelegd aan de Tweede Kamer over de HGIS. Parallel aan het rijksbegrotingsproces wordt op Prinsjesdag de HGIS-nota aangeboden. Op de derde woensdag van mei (verantwoordingsdag) wordt het HGIS-jaarverslag aangeboden aan de Staten-Generaal. Deze documenten geven een integraal overzicht van alle uitgaven aan internationale samenwerking die op de verschillende departementale begrotingen staan. 14

35 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a Bestaande financiële problematiek en scenario s Omvang bestaande problematiek Het bestaande voorzieningenniveau van de GDI -dat wil zeggen: de stelselvoorzieningen en de instrumenten e-overheid- kampt vanaf 2015 en verder met een structureel tekort van circa mln. (zie onderstaande tabel). Totstandkoming en toelichting bij de cijfers De cijfers opgenomen in bovenstaande tabel zijn tot stand gekomen door uitvraag te doen bij Logius en de directie Burgerschap en Informatiebeleid en een toets vanuit de directie Financieel Economische Zaken van BZK. Voorts zijn deze cijfers in combinatie met de inhoud besproken met vertegenwoordigers van uitvoeringsorganisaties namens de leiding van deze organisaties. Vertegenwoordigers van de betrokken FEZ directies en de Inspectie Rijksfinanciën zijn meegenomen en reacties zijn meegenomen in de cijferopstelling en onderbouwing van de 15

36 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 scenario s. Aan geen van de partijen is een voorkeur gevraagd voor genoemde standpunten in deze nota. De cijfers voor 2015 als het gaat om de beschikbare middelen voor de GDI zijn voor 2015 onderbouwd middels beschikbare opdrachtbrieven, die door de opdrachtgever(s) en Logius en DICTU als opdrachtnemer zijn ondertekend. Waar overigens ook zoals reeds opgemerkt opdrachtbrieven zijn ondertekend die niet voorzien zijn van (voldoende) beschikbare dekking. De benodigde middelen voor 2016 en verder zijn gebaseerd op een inschatting van huidige informatie en extrapolatie inzicht Daarbij is de lijn van de Digicommissaris dat de meerjarig benodigde middelen die beschikbaar moeten komen er toe dienen dat het bestaande portfolio van voorzieningen in stand kan worden gehouden qua onderhoud en strikt noodzakelijke doorontwikkeling (must haves). Waar keuzes te maken zijn in de toekomst (bijv. upgrades of doorontwikkeling) dan wel sprake is van beleidswensen zijn hiervoor geen middelen meerjarig opgenomen in bovenstaande tabel. Te maken keuzes en wensen zullen inclusief dekkingsvoorstel onderdeel uitmaken van de leidraad en via de governance moeten worden ingebracht. Kortom er wordt voorgesteld om meerjarig het tekort op te lossen uitgaande van de vastgestelde GDI definitie. Het gaat om kosten die onoverkomelijk gemaakt worden om het bestaande portfolio in de lucht te houden op basis van reeds gemaakte keuzes. Zo zijn alleen die kosten van doorontwikkeling meegenomen die zich hoe dan ook zullen voordoen. Daar waar er nog keuzemogelijkheden zijn, zijn deze kosten niet meegenomen. Het tekort op het bestaande voorzieningenniveau is in hoofdzaak terug te voeren op volgende oorzaken: - De discussie over de voorziening is gevoerd over de inhoudelijke specificaties zonder dat is afgesproken waar en hoe in de benodigde dekking van de kosten is voorzien. - Opdrachtbrieven zijn ondertekend zonder dat de benodigde middelen zijn gedekt. - Destijds zijn geen of onvoldoende middelen geraamd voor de kosten van onderhoud en beheer. - De kosten van technische doorontwikkeling en veiligheidsaanpassingen zijn niet voorzien of te laag geraamd. - De toename van volumes is groter dan destijds geraamd. Het hierboven genoemde tekort zal vervolgens door middel van een te kiezen scenario (zie hierna) moeten worden gedekt. Uitdrukkelijk zij nogmaals vermeld dat het hier gaat om een tekort dat de bestaande situatie betreft. Echter ook voor het bestaande portfolio kunnen hernieuwde / andere financieringsarrangement worden afgesproken. Daarmee kan voor de (middel-)lange termijn een aantal maatregelen /acties worden genomen waarmee dit tekort verder te mitigeren. Beleidskeuzes Bezien in hoeverre gemaakte beleidskeuzes uit het verleden heroverwogen kunnen worden (i.c. wel kiezen om kosten door te berekenen naar afnemers en gebruikers). Bijvoorbeeld of richting de toekomst private partijen niet mee zouden moeten betalen aan de instandhouding van voorzieningen. Er is een aantal beleidsmatige keuzes voorhanden die maakt dat de omvang van het tekort zeker in latere jaren deels of geheel kan worden afgewenteld door andere politiek- / beleidsuitgangspunten te kiezen. Efficiency De doorrekening van de meerjarig benodigde kosten voor het in stand houden van de bestaande GDI portfolio is berekend met kennis en stand van dit moment. Door toename van gebruik, integrale regievoering op (niveau van) GDI-voorzieningen etc. is er wellicht ook efficiency te 16

37 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 behalen. De opdrachtgevers, afnemers en uitvoerders kunnen een taakstelling op deze titel meekrijgen waarmee het tekort kan worden gereduceerd. Basis op orde en rust Voorstel is om genoemd tekort van circa mln. per jaar vanaf 2015 en later jaren middels te kiezen scenario te dekken en de middelen die op deze wijze bij de betrokken partijen worden opgehaald alvast op een aanvullende post te zetten. Dit conform de werking van de systematiek zoals in vorige hoofdstuk beschreven. In 2015 zal de Digicommissaris voor (groepen van) de GDI voorzieningen bekijken met betrokken partijen of en hoe verdere nuancering tussen partijen in financiële dekking van voorzieningen kan worden gerealiseerd. Dit naast uit te werken businesscase methodiek. Het gaat dan om afspraken omtrent: - het feit dat vroeg intredende partijen veelal worden geconfronteerd met de ontwikkelkosten en relatief hogere kosten /bijdragen. Partijen die later intreden kunnen door de groei in volumes / gebruik maken van een voorziening tegen lagere kosten. - het gegeven dat doorontwikkelkosten periodiek opkomen en wellicht beter structureel in het tarief verdisconteerd kunnen worden. - partijen uitgaan van een dalende prijsstelling bij een toename van gebruik en volumes, die door de uitvoerende partij wordt gehanteerd. - bij aanvang er onvoldoende tot geen middelen aanwezig zijn en afspraken gemaakt moeten worden over voorfinanciering. Dit kan tussen partijen onderling maar ook met het ministerie van Financiën. Het is van belang dat voor het bestaand portfolio helder en zeker is dat de benodigde middelen meerjarig beschikbaar zijn en dat dit niet afhankelijk wordt gemaakt in afwachting van verdere discusie, beleid etc. Helder is dat in de toekomst zowel binnen het bestaand portfolio veranderingen kunnen optreden dan wel nieuw beleid ten aanzien van de GDI en voorzieningen doorwerking heeft op het bestaande portfolio. In het voorstel om jaarlijks over de aanwending van de GDI middelen te spreken in het licht van nieuwe ontwikkelingen en beleidswensen op dat moment hoort ook de mogelijkheid dat indien er aanvullende financiering wordt gerealiseerd ten aanzien van bestaande voorziening middelen (bijv. door verrekening private partijen, doorbelasting, etc.) kunnen terugvloeien naar partijen die bijgedragen hebben aan het dekken van de bestaande problematiek. 17

38 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Specificatie en oorzaken tekort GDI Alvorens in te gaan op de scenario s voor dekking zal het tekort op de huidige GDI nader worden gespecificeerd op voorzieningenniveau. Tabel 2: tekorten per GDI voorziening bedragen x mln A. E-voorzieningen overheid 1. DigiD -12,8-19,4-26,4-30,7-35,1 2. Berichten box Burgers -25,2-23,0-21,0-21,0-21,0 3. Digipoort OTP -6,5-6,5 0,0 0,0 0,0 4. Digipoort KIS -14,1-25,8-26,4-26,4-26,4 5. eid Stelsel -10,2-11,8-9,5-9,5-9,5 6. eid middel pm pm pm pm pm 7. NORA -0,4-0,4-0,4-0,4-0,4 8. Overig -2,0-10,2-7,6-2,7-1,6 B. Bureau Digicommissaris -4,0-4,0-4,0-4,0 0,0 Totaal -75,2-101,1-95,4-94,7-94,0 Scenario s voor dekking bestaand tekort Binnen de GDI is een dekkingsprobleem ontstaan. Volgens de begrotingsregels lost het verantwoordelijke departement dit in eerste instantie zelf op in overleg met Financiën. Eventueel vindt opschaling naar de MR plaats waar op een generale manier dekking kan worden geregeld (meevallers, EMU-saldo). Voor de GDI is in afwijking hierop door de Ministerraad (21 februari 2014) in het Besluitvormingsmemorandum 2015 de opdracht gegeven aan de Digicommissaris om dekkingsvoorstellen te doen ten aanzien van de GDI. Hieronder een duiding van de verschillende scenario s. Onafhankelijk van het te kiezen scenario zal het toe te delen bedrag op het niveau van departement worden neergelegd en niet op de onderliggende uitvoeringsorganisaties. Het gebruik van de voorzieningen vindt veelal plaats door uitvoeringsorganisaties, ZBO s, gemeenten, provincies en waterschappen en in mindere mate door een of meerdere departementen op Rijksniveau. Kortom het aandeel van de Manifest partijen en Klein LEF is doorvertaald naar departementsniveau. Het is vervolgens aan het betrokken departement of en hoe het bedrag verder te verrekenen met de betrokken partijen. De Digicommissaris is niet bevoegd te oordelen hoe binnen de begrotingshoofdstukken deze bedragen door te vertalen. Voor medeoverheden zal maatwerkafspraken moeten worden gemaakt omtrent hun eventuele bijdragen. 18

39 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Er kan gekozen worden voor allerlei technische rekengrondslagen zoals budgettaire omvang, ICTbudget, formatie etc. Dit leidt tot discussies over details en definities (die niet eenduidig blijken te zijn). Om een dergelijke discussie te voorkomen is naast het generale scenario gekozen voor een drietal relatief simpele en herleidbare voorstellen. Bovendien blijkt dat kijkend naar de GDI voorzieningen ook specifiek naar die voorzieningen waar de tekorten zitten met name de Belastingsdienst, UWV en SVB relatief grote afnemers daarvan zijn. De private partijen maken eveneens gebruik van de GDI voorzieningen. Zo is circa 8% van de totale authenticatie van burgers bij DigiD toe te rekenen aan private organisaties met een publieke taak met name de zorgverzekeraars. De verwachting is dat dit gebruik komende jaren zal toenemen. In het verleden is de beleidslijn gekozen deze partijen niet te belasten voor gebruik GDI specifiek DigiD. Voor doorbelasting aan oa private partijen moet de beleidslijn gewijzigd worden, waardoor ook de financieringsdruk bij de huidige partijen afneemt. Overigens opgemerkt dat de keuze om deze organisaties te laten bijdragen een wettelijke aanpassing betekent en niet met onmiddellijke ingang is te realiseren. In de scenario s zij IPO/VNG/UVW opgenomen als entiteit voor de lokale overheid. De verdeelsleutel tussen deze organisaties van het genoemde bedrag zal in overleg met deze organisaties plaatsvinden na besluitvorming. Als uitgangspunt hiervoor kan dezelfde lijn gekozen worden als de verdeel systematiek tussen partijen in de scenario s. Scenario I: Vast bedrag per partij In dit scenario is de totale problematiek gedeeld door betrokken departementen plus lokale overheden, die gebruik maken en/of beleidsmatig betrokken zijn bij de GDI voorzieningen. Deze variant slaat alle deelnemers gelijk aan ongeacht gebruik. Redenering hierbij is dat de GDI voorzieningen door alle partijen worden gebruikt en dat vanuit die gezamenlijkheid naar de GDI wordt gekeken. Daarmee moet de energie gaan zitten in samen met elkaar de GDI verder brengen en de kansen van de GDI voor de overheid, burgers, bedrijven en uiteindelijk de gehele samenleving benutten. Daar waar anders de energie dreigt weg te lopen in het interne spel en discussie over de cijfers tussen de diverse partijen. 19

40 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Scenario II: Naar aard van voorzieningen en gebruik Bij dit scenario wordt rekening gehouden met de aard van de GDI voorzieningen en is het profijtbeginsel leidend. De grondslag van het profijtbeginsel kan op vele manieren worden ingevuld, bijv. begrotingsomvang, aantal fte, etc. In scenario II, is gekozen voor het gebruik van de GDI voorziening door partijen. Uitgangspunt is dat degene die er gebruik van maken hebben er ook het meeste belang bij hebben en dus verantwoordelijk voor de oplossing. Zo zijn er allereerst gemeenschappelijke voorzieningen waaronder bijvoorbeeld de stelselvoorzieningen die feitelijk door alle partijen worden gebruikt bijvoorbeeld als er gebruik wordt gemaakt van het ophalen van informatie uit de basisregistraties. Daarnaast zijn er voorzieningen waar gebruik goed valt af te meten en waar alle partijen directie dan wel indirect voordeel hebben. Voorbeeld is hiervan is Digid dat burgers in staat stelt om overheid relatief eenvoudig en eenduidig te benaderen. Mede daardoor wordt de randvoorwaarde gerealiseerd waarmee overheidsorganisatie in kwestie door deze voorziening processen versnellen of ontlasten, en efficiency kunnen realiseren ten opzichte van fysieke dienstverlening en voorkomen van fraude als indirect effect. De voorzieningen die door alle partijen worden gebruikt zijn naar alle partijen omgeslagen. Daar waar er specifieke gebruikerscijfers zijn van voorzieningen (bijv. DigiD, Berichtenbox, Digipoort) deze naar gebruikende partijen zijn omgeslagen. In dit scenario is een correctie doorgevoerd voor de Belastingdienst omdat deze in het verleden relatief fors heeft bijgedragen aan de ontwikkeling en bijgedragen in de kosten van een voorziening. Hierdoor kunnen andere partijen relatief goedkoop aanhaken. Deze bijdrage was noodzakelijk omdat er onvoldoende middelen bij nieuw beleid beschikbaar zijn gesteld. 20

41 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Scenario III: Staffel naar gebruik GDI voorzieningen In dit scenario is in lijn met scenario 2 gekeken naar het gebruik van de GDI voorzieningen van de betrokken partijen. Er is daarbij meer geabstraheerd van de onderliggende cijfers omdat die aan de ene kant een goed gedegen inzicht geven maar aan de andere kant ook een moment opname zijn. In dit scenario wordt de intensiteit van het gebruik van de GDI teruggebracht tot een staffelindeling gemaakt naar laag gebruik, middel gebruik en hoog gebruik. De onderlinge verhouding van de staffels is factor 3 van laag naar middel en van middel naar hoog. 21

42 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Scenario IV: Generale dekking Deze variant is cijfermatig niet verder uitgewerkt omdat hiervoor en qua bedragen alleen op politiek niveau commitment kan worden afgegeven. Indien er deels generale middelen beschikbaar komen zal dit een doorwerking hebben naar de te dekken bedragen van overige dekkingsscenario s. Redenering achter dit scenario is dat de ontstane problematiek niet toewijsbaar is naar bepaald aantal partijen. Daarbij zijn ten aanzien van de investeringen in de GDI voorzieningen destijds een aantal aannames gehanteerd zoals kosten gaan voor de baten, GDI verdient zichzelf terug, geen inzicht en raming in structurele kosten etc., die zich deels hebben gemanifesteerd dan wel zijn deze niet inzichtelijk gemaakt en geoormerkt voor de GDI. Voorts belangrijk inhoudelijk punt is dat lang niet alle generieke voorzieningen zelfs maar baten genereren, anders dan maatschappelijke baten. Zo leveren voorzieningen als DigiD en Digipoort geen enkele noemenswaardige overheidsbesparing op (integendeel: meestal ook aan zijde gebruikende overheidsdiensten extra investeringen), maar zijn ze nodig voor administratieve lastenverlichting richting burgers en bedrijven, soepel logistiek proces in de mainports, voldoen aan EU-verplichtingen, betere veiligheid en betrouwbaarheid van private en overheidsdienstverlening, fraudebestriiding en fraudepreventie etc. Voor zover het aan overheidszijde baten oplevert zijn dat baten die in de algemene middelen vallen zoals minder belastingderving en minder ten onrechte uitkeren van toeslagen of uitkeringen als gevolg van fraudebestrijding etc. Dan wel zijn deze baten ten aanzien van bestaand portofolio ingezet voor de invulling van andere taakstellingen. Het onderliggende uitgangspunt van generale dekking is het solidariteitsprincipe. Dekking op MRniveau ligt in deze casus voor de hand gezien de ambities uit het Regeerakkoord en het cruciale belang van de GDI voor het functioneren van de overheid naar burgers en bedrijf. Wanneer dit onwenselijk wordt geacht gezien de financiële positie van de rijksfinanciën, dan kan aan een generieke omslag worden gedacht volgens een van de andere scenario s. Het generieke financieren voorkomt aantal perverse prikkels: Voorlopers/launching customers van GDI-voorzieningen worden niet gestraft voor hoge (aanvangs-)kosten. De kosten staan in veel gevallen niet in verhouding tot de mate van gebruik. Veel vaste kosten en veel variabel per burger (vergeten wachtwoord) i.p.v. per login bijvoorbeeld. Voorkomt dat eigen voorzieningen worden ontwikkeld. Als wordt betaald naar gebruik kan een partij naast weging van haalbaarheid, doorlooptijd etc. zelf voor de goedkoopste optie kiezen. Voorkomt oeverloze discussies over wat een rechtvaardige kostenverdeling is. Wie in welke staffel? Wie maakt hoeveel gebruik van welke voorziening? Vanuit het ministerie van Financiën, Inspectie Rijksfinanciën is aangegeven dat dit scenario politiek onhaalbaar is en daarmee is generale dekking volgens hen geen optie. Dit in tegenstelling tot de overige partijen. Voorjaarsnota 2016 /Begrotingsvoorbereiding 2016 Doel is dat de Ministeriële Commissie Digitale Overheid de voorkeur voor een scenario uitspreekt dan wel één scenario krijgt voorgelegd als het Nationaal Beraad daartoe besluit. Vervolgens zullen de departementen de uitkomsten mee moeten nemen in hun Begrotingsvoorbereidingstraject 2016 en uiteindelijk verwerken in hun begrotingen. De uiteindelijke afhechting van de gemaakte afspraken zal plaatsvinden in het Besluitvormingsmemorandum

43 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a Vervolgtraject Op basis van deze notitie is ook een 2-pager opgesteld en een aanbiedingsnota met daarin een 4- tal beslispunten voor het Nationaal Beraad van 10 februari 2015 en de Ministeriële Commissie Digitale Overheid (MCDO) van 3 maart 2015, te weten: 1. Akkoord te gaan met Leidraad Financiën. 2. Akkoord te gaan met scenario/dekkingsvoorstel. 3. Akkoord te gaan met Financieringsarrangement. 4. Akkoord te gaan met Periodiek opleveren van GDI rapportage. De uitkomsten van de MCDO zullen uiteindelijk verwerkt worden in het begrotingsvoorbereidingstraject 2015/2016. Hierbij ook rekeninghoudend met de afwijkende tijdspaden en momenten die gelden voor gemeenten, provincies en waterschappen. 23

44 Gegevens Dienstverlening Identificatie & Authenticatie Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Bijlage 1 : Verklarende woordenlijst eid-stelsel DigiD (incl. DigiD Buitenland) Index eherkenning DigiD machtigen Overheid.nl Antwoord voor Bedrijven Digitaal Ondernemersplein Mijnoverheid.nl (incl. Lopende Zaken, Mijn gegevens) Berichtenbox voor burgers Berichtenbox voor bedrijven Ondernemingsdossier Standard Business Reporting efactureren Samenwerkende Catalogi Digikoppeling Digilevering Digimelding Stelselcatalogus Basisregistratie Personen (BRP) (=GBA + RNI) Handelsregister (NHR) Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) Basisregistratie Topografie (BRT) Basisregistratie Kadaster (BRK) Basisregistratie Voertuigen (BRV) Basisregistratie voor Lonen, Arbeidsverhoudingen en Uitkeringen (BLAU) 24

45 Interconnectiviteit Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Basisregistratie Inkomen (BRI) Basisregistratie Waardering Onroerende Zaken (WOZ) Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) Basisregistratie Ondergrond (BRO) Beheervoorziening BSN Diginetwerk Digipoort Certificering/PKI Overheid Standaarden incl. pas toe of leg uit -lijst Nederlandse Overheid Referentie Architectuur (NORA) 25

46 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Identificatie& Authenticatie eid-stelsel Het eid-stelsel wordt de nieuwe standaard waarmee de identiteit en bevoegdheid van iemand, die online een transactie wil doen, met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld. Met het eid-stelsel kunnen gebruikers digitale diensten bij publieke en private organisaties afnemen met een eid-middel van hun keuze. Zo'n middel kan bijvoorbeeld DigiD zijn, maar ook een bankpas/reader. Meer informatie: DigiD (incl. DigiD Buitenland) DigiD is een legitimatiemiddel voor het internet. Met DigiD kunnen gebruikers inloggen op websites van de overheid en van de zorgsector. Een DigiD bestaat uit een gebruikersnaam en een wachtwoord dat de gebruiker zelf kiest. Meer informatie: https://www.digid.nl/ eherkenning eherkenning is een soort DigiD voor bedrijven. Ter vergelijking: burger loggen met DigiD in bij de overheid, bedrijven gebruiken eherkenning als identificatiemiddel. Een belangrijk verschil is dat DigiD wordt verstrekt door de overheid en eherkenning door commerciële bedrijven. Het beheer van het afsprakenstelsel wordt verzorgd door de overheid. Meer informatie: https://www.eherkenning.nl DigiD machtigen Met DigiD machtigen kan iemand een andere persoon machtigen om zaken met de overheid te laten regelen. Daarbij hoeft de verstrekker niet de eigen, persoonlijke DigiD af te geven. Meer informatie: https://www.digid.nl/machtigen 26

47 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Dienstverlening Overheid.nl De website Overheid.nl is een platform waarop informatie en diensten van alle overheden staan. Meer informatie: https://www.overheid.nl/ Antwoord voor Bedrijven Antwoord voor bedrijven is een informatieloket van de Nederlandse overheid gericht op bedrijven. Het bevat vooral informatie waarvan de overheid de afzender is. Bijvoorbeeld vergunningen, vereisten, wetten, regels, belastingen en subsidies. Antwoord voor Bedrijven is onderdeel geworden van Ondernemersplein.nl. Op deze website is ook andere informatie, specifiek gericht op ondernemers, ondernemers, te vinden. Meer informatie: Digitaal Ondernemersplein Op Ondernemersplein.nl staat alle informatie van de (semi-)overheid op het vlak van ondernemen. Van wetgeving tot belastingregels, van subsidies tot branche-informatie. Meer informatie: Mijnoverheid.nl (incl. Lopende Zaken, Mijn gegevens) MijnOverheid.nl is een persoonlijke website voor overheidszaken. Deze internetpagina geeft burgers onder meer toegang tot post (berichtenbox), inzicht in persoonlijke gegevens (hoe staat een burger geregistreerd in bepaalde basisregistraties) en lopende zaken (status van een aanvraag). Meer informatie: https://mijn.overheid.nl/?r=1 Berichtenbox voor burgers De Berichtenbox van MijnOverheid.nl is de persoonlijke brievenbus waarin burgers post van onder meer de Belastingdienst, RDW, SVB en UWV kunnen ontvangen. Meer informatie: https://mijn.overheid.nl/?r=1 Berichtenbox voor bedrijven De Berichtenbox voor bedrijven is een beveiligd systeem. Hiermee kunnen ondernemers digitaal berichten uitwisselen met overheidsorganisaties. 27

48 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Meer informatie: https://www.ondernemersplein.nl/berichtenbox-voor-bedrijven/ Ondernemingsdossier Het Ondernemingsdossier stelt ondernemers in staat om bepaalde bedrijfsgegevens eenmalig vast te leggen en meerdere keren beschikbaar te stellen aan overheden. Het gaat om informatie die van belang is voor toezichthouders en/of vergunningverleners. Meer informatie: Standard Business Reporting SBR is de nationale standaard voor de digitale uitwisseling van alle bedrijfsmatige rapportages. Bedrijven in Nederland zijn verplicht om jaarlijks (financiële) rapportages aan te leveren. Meestal aan banken en overheden. Het eenmalig inrichten van de bedrijfsadministratie volgens SBR zorgt voor efficiënt hergebruik van gegevens. Met Standard Business Reporting wordt rapporteren beter, sneller en eenvoudiger. Meer informatie: efactureren Onder efactureren wordt verstaan het digitaal verzenden, ontvangen en verwerken van facturen tussen bedrijven en overheden. Het gaat niet om facturen die per mail als PDF of Officedocument worden verzonden en ontvangen. efactureren gaat een stap verder, het maakt van een factuur een gestructureerd digitaal bestand dat elektronisch wordt aangeleverd. Meer informatie: https://www.logius.nl/diensten/e-factureren Samenwerkende Catalogi Samenwerkende Catalogi is een verwijsmechanisme voor productinformatie van overheidsorganisaties (zowel lokaal, regionaal als landelijk). Deelnemende organisaties publiceren enerzijds metadata over hun producten conform de Standaard voor Samenwerkende Catalogi. Anderzijds tonen zij de producten van andere organisaties op hun eigen website. Meer informatie: 28

49 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Gegevens Digikoppeling Digikoppeling is een set van (koppelvlak)standaarden die elektronisch berichtenverkeer tussen overheden regelt. De verschillende koppelvlakstandaarden omvatten logistieke afspraken. Digikoppeling is als het ware een digitale postbode: het regelt niet de inhoud, maar de logistiek van zaken. Meer informatie: Digilevering Digilevering is een generieke abonnementenvoorziening voor het verstrekken van gebeurtenisberichten. Een gebeurtenisbericht is bijvoorbeeld de geboorte van een persoon, het starten van een bedrijf of een verandering in iemands inkomen. Afnemers van basisregistraties ontvangen via Digilevering wijzigingen in de vorm van deze gebeurtenisberichten. Dit zorgt voor actuele en accurate gegevens over burgers en bedrijven. Digilevering maakt onderdeel uit van het Stelsel van Basisregistraties. Meer informatie: Digimelding Digimelding is één van de instrumenten om de kwaliteit van basisregistraties te borgen. Met Digimelding kunnen overheden (vermeende) onjuistheden in de gegevens van Basisregistraties terugmelden aan de bronhouders van die Basisregistraties. Bronhouders onderzoeken de fout en verbeteren deze zo nodig in de Basisregistratie. Meer informatie: Stelselcatalogus De Stelselcatalogus geeft gebruikers, afnemers, leveranciers en anderen een volledig beeld van de beschikbare gegevens, begrippen en hun betekenis binnen het Stelsel van Basisregistraties. De nieuwe Stelselcatalogus is een instrument om de overheidsdoelstelling van eenmalige gegevensaanlevering en meervoudig gebruik te realiseren. Meer informatie: 29

50 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Basisregistratie Personen (BRP) (=GBA + RNI) De Basisregistratie Personen (BRP) bevat persoonsgegevens over alle ingezetenen en nietingezetenen van Nederland. Met deze laatste categorie worden personen die niet in Nederland wonen, of hier slechts kort verblijven, maar die een relatie hebben met de Nederlandse overheid, bedoeld. In de BRP staan onder andere de volgende persoonsgegevens: naam, voornamen, geboortedatum, burgerlijke staat en familiebanden. Uiterlijk in 2016 moeten alle gemeenten met deze registratie werken. Meer informatie: Handelsregister (NHR) Het Handelsregister is de basisregistratie waarin alle rechtspersonen en ondernemingen in Nederland zijn opgenomen. Meer informatie: Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) De Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) is de registratie waarin gemeentelijke basisgegevens over alle gebouwen en adressen in Nederland zijn verzameld. Meer informatie: Basisregistratie Topografie (BRT) De Basisregistratie Topografie bestaat uit digitale topografische bestanden, veelal kaarten, op verschillende schaalniveaus. Meer informatie:

51 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Basisregistratie Kadaster (BRK) De Basisregistratie Kadaster (BRK) bevat informatie over percelen, eigendom, hypotheken, beperkte rechten (zoals recht van erfpacht, opstal en vruchtgebruik) en leidingnetwerken. Daarnaast staan er kadastrale kaarten in met perceel, perceelnummer, oppervlakte, kadastrale grens en de grenzen van het rijk, de provincies en gemeenten. Meer informatie: Basisregistratie Voertuigen (BRV) In de Basisregistratie Voertuigen (BRV) staan gegevens van voertuigen, kentekenbewijzen en personen aan wie het kentekenbewijs is afgegeven. Meer informatie: Basisregistratie voor Lonen, Arbeidsverhoudingen en Uitkeringen (BLAU) BLAU is de beoogde Basisregistratie voor Lonen, Arbeidsverhoudingen en Uitkeringen. BLAU bestaat voor een deel uit de gegevens van de huidige Polisadministratie van UWV. Deze polisadministratie bevat gegeven over lonen, uitkeringen en arbeidsverhoudingen van alle werknemers in Nederland. Meer informatie: Basisregistratie Inkomen (BRI) In de Basisregistratie Inkomen staat het verzamelinkomen of het belastbaar jaarloon van burgers. Overheidsorganisaties gebruiken de BRI om de hoogte van toeslagen, subsidies of uitkeringen te bepalen. Meer informatie:

52 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Basisregistratie Waardering Onroerende Zaken (WOZ) De Basisregistratie Waarde Onroerende Zaken (WOZ) maakt het mogelijk dat de in de WOZbeschikking vastgestelde WOZ-waarde door alle overheidsorganisaties, die daarvoor een wettelijke taak hebben, gebruikt kan worden. Meer informatie: Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) De Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) wordt de gedetailleerde grootschalige digitale kaart van heel Nederland. Alle fysieke objecten zoals gebouwen, wegen, water en natuur zijn hierin vastgelegd. Meer informatie: Basisregistratie Ondergrond (BRO) In de basisregistratie Ondergrond (BRO) worden alle relevante bodem- en ondergrondgegevens op een centraal punt beheerd en beschikbaar gesteld. Dit maakt hergebruik van data mogelijk en voorkomt dubbel onderzoek. Meer informatie: Beheervoorziening BSN De Beheervoorziening burgerservicenummer (BV BSN) omvat alle voorzieningen die zorgen voor het genereren, distribueren, beheren en raadplegen van het BSN. Via de BSN zijn ook de originele registraties, die vaak zogenoemde identificerende gegevens bevatten, raadpleegbaar. Meer informatie: 32

53 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Interconnectiviteit Diginetwerk Diginetwerk is het besloten netwerk van de overheid. Diginetwerk maakt het veilig uitwisselen van gegevens, die een hoge mate van beveiliging vereisen, tussen overheden mogelijk. Diginetwerk bestaat uit een aantal aan elkaar gekoppelde, specifieke, besloten overheidsnetwerken. Meer informatie: https://www.logius.nl/diensten/diginetwerk Digipoort Digipoort regelt het berichtenverkeer tussen overheid en bedrijfsleven. Overheden kunnen Digipoort inzetten om bedrijfs- en ketenprocessen te automatiseren. Digipoort bestaat uit twee onderdelen: Digipoort OTP en Digipoort PI. OTP staat voor OverheidsTransactiePoort en regelt basaal de logistieke kant van het berichtenverkeer. PI staat voor ProcesInfrastructuur en kan ook berichten inhoudelijk uitlezen en daarop controles uitvoeren. Meer informatie: Certificering/PKI Overheid Digitale certificaten zijn nodig om de betrouwbaarheid van informatie-uitwisseling, via en websites en over netwerken, conform Nederlandse wetgeving te waarborgen. Een certificaat is als het ware een legitimatiebewijs van een website of ICT-systeem. PKIoverheid is het certificaat dat waarborgt dat een dienstafnemer met een officiële overheidsinstantie communiceert. Meer informatie: https://www.logius.nl/diensten/pkioverheid Standaarden incl. pas toe of leg uit -lijst Standaarden bevorderen het uitwisselen van gegevens tussen overheidsorganisaties. Forum Standaardisatie beheert de pas toe of leg uit -lijst met verplichte open standaarden die gelden voor de gehele publieke sector. Meer informatie: https://www.forumstandaardisatie.nl 33

54 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Nederlandse Overheid Referentie Architectuur (NORA) De Nederlandse Overheid Referentie Architectuur (NORA) bevat principes, beschrijvingen, modellen en standaarden voor het ontwerp en de inrichting van de elektronische overheid. Het is een instrument dat door overheidsorganisaties kan worden gebruikt in de verbetering van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. In 2009 is NORA door het kabinet vastgesteld als norm voor de overheid. Meer informatie: 34

55 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Bijlage 2 : Toelichting Leidraad Financiën (toekomstige) GDI In de presentatie in het Nationaal Beraad van 30 september jl. is onder agendapunt 5 gesproken over de financiën. Daarbij is aangegeven dat financieringsvraagstuk moet worden bezien in samenhang met afspraken en een voorstel daartoe zal worden ingebracht voor de Voorjaarsnota- /Begrotingsvoorbereiding 2015/2016. Middels bijgaand toetsingskader wordt invulling gegeven aan deze afspraken. Dit kader regelt de financiële randvoorwaarden waaraan investeringen binnen de GDI moeten voldoen. Voor de voorstellen ten aanzien van de GDI is afgesproken dat die via de governance structuur van Regieraden, Nationaal Beraad uiteindelijk in de Ministeriële Commissie komen. Het voorliggende stuk beoogd het reglement te zijn waaraan de stukken die worden ingebracht aan moeten voldoen. Naast deze financiële randvoorwaarden zijn er ook nog EU-aanbestedings-, project- en ICTvoorwaarden e.d., die vanzelfsprekend ook nog van belang zijn maar hier buiten beschouwing zijn gelaten. Door de Commissie Elias zijn tien BIT-regels opgesteld en waar het gaat om financiële regels /aspecten zijn deze doorvertaald en meegenomen in deze spelregels (bijvoorbeeld toon meerwaarde aan van investering/project en beleg verantwoordelijkheid én budget bij één partij). Hieronder volgt puntsgewijs een nadere toelichting op leidraad Financiën. Ad1] In het Nationaal Beraad van 24 september jl. is de definitie vastgesteld en deze vormt het uitgangspunt waarbinnen investering op titel van de GDI plaatsvinden. Ad2] Om te zorgen dat afwegingen en prioriteitstelling voor de GDI integraal kunnen plaatsvinden is het van belang dat voorstellen worden ingebracht via de Regieraden, Nationaal Beraden en uiteindelijk de Ministeriële Commissies. Overigens kan besloten worden dat doorgeleiding niet nodig is en kan worden volstaan met agendering in bijvoorbeeld de Regieraden. Ad3] Voor aanvang is helder wat inhoudelijk wordt beoogd met het voorstel en wie de verantwoordelijke opdrachtgever is van een bepaalde investering / dossier. Daarbij is ook helder wie de gebruikers zijn. Dit kunnen bepaalde overheidsorganisaties zijn maar ook breder burgers en/of bedrijven. Door dit vooraf scherp te definiëren is de scope helder en ook het commitment van de doelgroep waarvoor betreffende investering wordt gedaan. De opdrachtgever heeft ook de benodigde middelen geregeld waaronder de financiën. Het commitment is niet alleen financieel van aard maar geldt ook voor gebruik en afname van de voorziening. Dit betekent dat partijen ook daadwerkelijk gebruik ervan maken. Ad4] Niet alleen de inhoud is van belang maar ook in financiële zin de zogenaamde life cycle van de betreffende investering en de daarvoor aanwezige middelen. In het verleden werd vaak de incidentele investering gedaan en financieel afgedekt. Echter zicht op en dekking van de structurele kosten van onderhoud, beheer en doorontwikkeling was niet geregeld. Gevolg hiervan is dat een gedegen meerjarige dekking niet aanwezig was, wat tot onnodig veel gedoe leidde in de zin van verkrijgen van additionele middelen dan wel dreiging dat zaken op zwart gaan. De kosten voor aansluiting en implementatie liggen bij de betrokken partijen. 35

56 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Ad5] Van belang is dat bij de beschikbare middelen ook helder is welke aannames er zijn gehanteerd. Hoe groot is de doelgroep in relatie tot beschikbare middelen, welke aantallen volumes gaan we vanuit, hoe zijn benodigde en reeds voorziene technische upgrades meegenomen. Dergelijke aannames zijn van belang in de nulsituatie zodat mochten hier in de loop van de tijd afwijkingen optreden ook helder kan worden herleid op titel waarvan de kosten- en/of batenontwikkeling anders verloopt dan gepland. In geval van bijsturing en eventuele additionele financiering zijn dergelijke aannames van belang (zie ook onder punt 10 en 11). Ad6 en 7] Het financiële plaatje moet vooraf sluitend zijn. Concreet betekent dit dat alle voorziene kosten (incidentele als structurele) bij aanvang gedekt dienen te zijn. Dekking kan via diverse wegen worden gerealiseerd. Financiering binnen de overheid Gebruiksgerelatee rde financiering binnen overheid Gemeenschappe lijk baten management binnen overheid Dekking (deels) buiten overheid Generiek n.a.v. ingediende claim bij Begrotingsvoorbereiding Tarief voor gebruik door overheidsorganisatie. Inzet van baten surplus Beprijzen van privaat gebruik Ex-ante budgetoverheveling o.b.v. verdeelsleutel Inzet van vermeden apparaatskosten Beprijzen registratie of inschrijving Beprijzen van aanschaf middel Ad8] Om de kosten en baten in kaart te brengen is het gewenst dat er een methodiek wordt gehanteerd die vooraf door alle partijen wordt gedragen. Voorkomen moet worden dat met terugwerkende kracht de methodiek ter discussie wordt gesteld gegeven bepaalde uitkomstende uitwerking van een dergelijke methodiek leidt tot een gestandaardiseerde werkwijze hoe investeringen in de GDI te beoordelen. Vooruitlopend op een dergelijke methodiek is het vooral zaak dat de life cycle van een investering in beeld is gebracht en dekking is voorzien. Onderdeel van de methodiek is een doelmatigheidstoets op de ingebrachte kostenraming. Tevens is er een risico-analyse gemaakt, met aandacht voor de financiele impact van de risico s.ad9] Onder punt 3 is aangegeven wie opdrachtgever is en wie de betrokken afnemers zijn. Het op te stellen financieel plaatje zal vervolgens door deze partijen gedragen moeten worden. Voorkomen moet worden dat partijen die vroeg in stappen de kosten moeten dragen en partijen die later meedoen als zogenaamde free-riders kunnen meeliften. 36

57 Samen op weg met ambities voor de GDI: verbinden van inhoud, sturing én financiën Nationaal Beraad, 10 februari a.01 Ad10 en 11] Bij de start is op basis van de dan geldende en bekende parameters een kosten en baten plaatje gemaakt. Het is echter ondoenlijk om met 100% zekerheid de ontwikkeling richting de toekomst te voorspellen. Het aanvangsplaatje is daarmee ook niet statisch maar dynamisch en zal zich gedurende de tijd (anders) ontwikkelen. Bij de Regieraden is de monitoring en bijsturing in de governance belegd. Middels de bovengenoemde Leidraad Financiën is geborgd dat beslissingen om te investeren in de GDI vanuit financieel perspectief volledig en transparant plaatsvinden en er voor aanvang gedegen afspraken zijn gemaakt voor zowel de incidentele als ook de structurele kosten. Financiën in verbinding met de governance en de inhoud en concreet vormgegeven door de Leidraad Financiën zorgt daarmee voor een goede beheersing, regie en control van het GDI portfolio. 37

58 Aanbiedingsformulier Digiprogramma Nationaal Beraad 10 februari b.01 Gevraagd besluit Het Nationaal Beraad wordt gevraagd: In te stemmen met de inhoud van Programma Digitale Overheid (Digiprogramma). Context Hierbij ontvangt u de eerste versie van het nationaal, meerjarig Digiprogramma. Het Digiprogramma wordt in samenwerking met medeoverheden, uitvoeringsorganisaties en het Rijk opgesteld. 1 Samenvatting De Missie van de Digitale Overheid is: Burgers en bedrijven in staat stellen om op een veilige, betrouwbare en eenvoudige manier, digitaal zaken te doen met de overheid. Nu en in de toekomst. Samen met medeoverheden, uitvoeringsorganisaties en Rijk geeft de Digicommissaris invulling aan deze missie via een gedragen visie en aanpak die is vastgelegd in het programma Digitale Overheid, het Digiprogramma. Het Digiprogramma is nationaal, meerjarig met een interbestuurlijk karakter. In de kern is het Digiprogramma gericht op de verbinding tussen de inhoud, de sturing én de financiering van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI). Gezamenlijk met alle partijen worden inhoudelijke keuzes gemaakt voor prioritering, doorontwikkeling, aansluitingen en effectief beheer van de voorzieningen via integrale sturing. Deze eerste versie van het Digiprogramma beschrijft de ambities voor de komende twee jaar uitgevoerd door de benodigde en verantwoordelijke partijen. Sturing vindt plaats op de invulling van benodigde randvoorwaarden en de gemaakte afspraken in relatie tot de inhoudelijke ambities. In het Digiprogramma is opgenomen: de visie en beleidsdoelstellingen van de Digitale Overheid als basis; de tijdelijke sturingstructuur van de Digicommissaris; de beschrijving, ambities, prioritering en aanpak van de vier clusters van de GDI: o Identificatie & Authenticatie, Dienstverlening, Gegevens en Interconnectiviteit; de verschillende integrale thema s; de aanpak van het financieringsvraagstuk en de beschrijving van de strategische verkenningen die worden opgepakt in het komend jaar. Adviseur Bianca Rouwenhorst, plv. directeur/programmamanager Digiprogramma Caroline Schoots, senior adviseur Digicommissaris

59 Digiprogramma 2015

60 Colofon Inlichtingen: Bianca Rouwenhorst plv. directeur Bureau Digicommissaris Contactgegevens: Bureau Digicommissaris Postadres Postbus EA DEN HAAG Bezoekadres Turfmarkt DP DEN HAAG T. Versie: 1.0 Datum: Januari

61 Inhoud Voorwoord Inleiding Doel Scope en uitgangspunten Leeswijzer Visie en beleidsdoelstellingen Visie Huidige beleidsdoelstellingen Kabinet Gezamenlijke invulling Visie en Missie Aanleiding Samen op weg naar een veilige, betrouwbare, eenvoudige digitale overheid Invulling Sturingstructuur Omgevingscomplexiteit Prioriteiten en uitgangspunten Inrichting Sturing Evaluatie Clusters Generieke Digitale Infrastructuur GDI Algemeen Cluster Identificatie & Authenticatie Achtergrond Identificatie & Authenticatie GDI-voorzieningen binnen het cluster Identificatie & Authenticatie Actuele ambities Identificatie & Authenticatie Prioriteiten Regieraad Identificatie & Authenticatie (Rand)voorwaarden cluster Identificatie & Authenticatie Cluster Dienstverlening Achtergrond Dienstverlening GDI- voorzieningen binnen het cluster Dienstverlening Actuele ambities Dienstverlening Prioriteiten Regieraad Dienstverlening (Rand)voorwaarden cluster Dienstverlening Cluster Gegevens Achtergrond Gegevens GDI-voorzieningen binnen het cluster Gegevens Actuele ambities Gegevens Prioriteiten Regieraad Gegevens (Rand)voorwaarden cluster Gegevens

62 4.5 Cluster Interconnectiviteit Achtergrond Interconnectiviteit GDI-voorzieningen binnen het cluster Interconnectiviteit Actuele ambities Interconnectiviteit Prioriteiten Regieraad Interconnectiviteit (Rand)voorwaarden cluster Interconnectiviteit Integrale thema s Toegang tot de Digitale Overheid voor burgers Digivaardigheid Toegang en voordelen Digitale Overheid voor bedrijven Wetgeving Internationaal/Europa Informatieveiligheid Fraude Privacy Mobiel Financiering Algemeen Financieel inzicht Bestaande GDI voorzieningen Nieuwe GDI voorzieningen Spelregels Leidraad Financiën Dynamiek en Regie Leidraad/Spelregels Strategische verkenningen Wat is de gezamenlijke toekomstvisie voor de Digitale Overheid? Hoe ziet de toekomstige sturing eruit Bijlage 1 Sturingstructuur Bijlage 2 Overzicht wetgeving eoverheid en eid-stelsel Bijlage 3 Verklarende woordenlijst

63 Voorwoord De digitalisering zorgt voor een radicale verandering van onze samenleving. Om met filosoof Floridi te spreken: Een vierde revolutie is op handen. Burgers en bedrijven verlangen steeds meer naar andere vormen van dienstverlening. De overheid heeft moeite het tempo van deze maatschappelijke veranderingen bij te houden. Burgers en bedrijven willen snel en gemakkelijk digitaal zaken doen met de overheid: met de smartphone in de hand in het café of vanaf het vakantieadres. De praktijk is dat de overheid met haar dienstverlening hier nog nauwelijks aan tegemoet komt. De afgelopen maanden hebben we met elkaar gewerkt aan versteviging van het fundament van de digitale overheid. U hebt bijgedragen aan de contouren van dit Digiprogramma, waarin inhoud, sturing en financiën met elkaar worden verbonden. Het Digiprogramma is van u, van ons allemaal en stippelt onze gezamenlijke route uit. Het is een dynamisch document dat we in het komende jaar samen verder vormgeven. Voor nu: het resultaat mag er zijn. We weten van elkaar wat de basis is, zowel qua inhoud, qua sturing als qua financiën. Bovendien weten we nu wat we de komende jaren moeten doen om die basis op orde te brengen. We zijn hard op weg om een vorm van samenwerking te ontwikkelen die voor de overheid uniek is. Dit moet en gaat ons lukken. De digitalisering van de samenleving dwingt ons om in korte tijd veel tot stand te brengen. We hebben de eerste stap gezet om de basis op orde te brengen. Dit Digiprogramma biedt een fantastisch uitgangspunt om onze gezamenlijke missie te verwezenlijken. Dit wil ik graag samen met u doen. Bas Eenhoorn Digicommissaris 5

64 1. Inleiding Het programma Digitale Overheid (Digiprogramma) is een product van het Nationaal Beraad onder voorzitterschap van de Digicommissaris. Het Digiprogramma is nationaal, meerjarig en heeft een interbestuurlijk karakter. De Digicommissaris is door het kabinet 1 aangesteld om als overheidsbrede regisseur een nationaal programma op te stellen dat wordt uitgevoerd door alle overheden. Het Digiprogramma is in samenwerking met medeoverheden, uitvoeringsorganisaties en Rijk opgesteld. Het is een belangrijk middel om te komen tot een gedragen visie en aanpak voor het bereiken van onderstaand, gezamenlijke doel. Doel: Burgers en bedrijven in staat stellen om op een veilige, betrouwbare en eenvoudige manier, digitaal zaken te doen met de overheid. Nu en in de toekomst. Het is van belang dat alle partijen bij de realisatie en uitvoering van het Digiprogramma betrokken zijn. Van beleidsafdelingen tot uitvoerings- en beheerorganisaties, vanuit verschillende overheidslagen en op uiteenlopende niveaus. Maar ook burgers en bedrijven hebben een aandeel in het Digiprogramma. Juist de gezamenlijkheid moet zorgen voor het succesvol bereiken van de uiteindelijke doelstelling: een klantgerichte, effectieve en efficiënte digitale dienstverlening van en door de overheid. In de kern is het Digiprogramma gericht op het op orde krijgen van de (inhoudelijke) ambities, de sturing en de financiering van de Generieke Digitale Infrastructuur (hierna: GDI). Zodra deze basis op orde is, is snellere doorontwikkeling en vernieuwing mogelijk. Hierdoor kan de overheid sneller inspelen op actualiteiten en trends. Het Digiprogramma is een meerjarig programma dat jaarlijks wordt herijkt. In deze eerste versie van het Digiprogramma zijn de ambities aangegeven voor de komende twee jaren, deze ambities zijn gericht op het orde krijgen van de basis. De ambities worden binnen de sturing van de Digicommissaris uitgevoerd door de benodigde en verantwoordelijke partijen. Er wordt gestuurd op de invulling van de benodigde randvoorwaarden en afspraken die gemaakt zijn ten aanzien van de ambities. 1.2 Doel Het Digiprogramma is een belangrijk middel om te komen tot een gedragen visie en aanpak voor het bereiken van de missie. Daarbij is het van belang dat alle partijen betrokken zijn. Dit om gezamenlijk met alle partijen inhoudelijke keuzes te maken ten aanzien van prioritering, doorontwikkeling, aansluitingen, etc. Op deze wijze kan integraal gestuurd worden en gezamenlijk stappen worden gezet naar een klantgerichte, effectieve en efficiënte digitale dienstverlening van en door de overheid. 1.3 Scope en uitgangspunten Dit document beschrijft de meerjarige agenda voor de leden van het Nationaal Beraad op het gebied van Digitale Overheid en specifiek ten behoeve van de integrale sturing. Dit document wordt jaarlijks herijkt. 1 Brief Instelling Nationaal Commissaris Digitale Overheid aan TK, mei 2014, kenmerk

65 1.4 Leeswijzer In de volgende hoofdstukken komt achtereen volgens aan de orde: Visie en beleidsdoelstellingen. In dit hoofdstuk wordt de visie van de digitale overheid beschreven en de beleidsdoelstellingen die het kabinet rondom de digitale overheid heeft opgesteld. De visie en beleidsdoelstellingen dienen als basis voor de verdere hoofdstukken; Gezamenlijke invulling visie, in dit hoofdstuk gaat het over hoe de verschillende partijen binnen de digitale overheid samen op weg gaan naar een veilige, betrouwbare en eenvoudige digitale overheid en hoe de invulling van de sturing hierin is. Uitgangspunt hierin is dat de Digicommissaris geen (beleids)verantwoordelijkheden overneemt en zich richt op het aanjagen van voldoende functionele realisatie van de voorzieningen, beheer en het gebruik daarvan en ook op de invulling van (rand)voorwaardelijke thema s; Clusters Generieke Digitale Infrastructuur, in hoofdstuk 4 wordt de GDI voor effectieve besturing ingedeeld in vier clusters, te weten: Identificatie & Authenticatie, Dienstverlening, Gegevens en Interconnectiviteit. In dit hoofdstuk worden de verschillende clusters beschreven; Integrale thema s, in dit hoofdstuk worden de overkoepelende thema s die raakvlakken hebben met de GDI voorzieningen beschreven. Per thema wordt beschreven wat er onder een thema wordt verstaan en wat de relatie is ten opzichte van de GDI en het Digiprogramma; Financiering, in dit hoofdstuk wordt het financiële vraagstuk behandeld. De meerjarige kosten die nodig zijn voor de instandhouding, doorontwikkeling en groei van de huidige GDI zijn in kaart gebracht en onderverdeeld in de verschillende clusters. Elke cluster is opgesplitst in de categorieën: beheer en onderhoud, noodzakelijke doorontwikkeling en volumegroei. Tevens worden in dit hoofdstuk de spelregels rondom financiering beschreven; Strategische verkenningen, in dit hoofdstuk worden twee strategische verkenningen beschreven, te weten: wat is de gezamenlijke toekomstvisie voor de Digitale Overheid? En Hoe ziet de toekomstige sturing eruit? Als bijlagen zijn opgenomen de sturingstructuur, een overzicht van wetgeving eoverheid en eidstelsel en een verklarende woordenlijst per voorziening. 7

66 2. Visie en beleidsdoelstellingen 2.1 Visie De samenleving verandert. We zijn op weg naar een informatiesamenleving die andere en nieuwe mogelijkheden geeft en daarnaast vraagt om andere verhoudingen tussen burger/bedrijf en overheid. De maatschappij ontwikkelt zich van een verzorgingsstaat in een participatiesamenleving, waarin van burgers en bedrijven meer zelfredzaamheid wordt verwacht. Door verplaatsing van centrale Rijkstaken naar de lokale overheden, maar ook door sluiting van fysieke kantoren en de gevolgen van de vergrijzing, wordt er meer verantwoordelijkheid bij burgers gelegd. Deze veranderingen zijn mogelijk door de snelle opkomst van nieuwe technologie. Er is als ware een nieuwe revolutie gaande, de zogenoemde 4 e Revolutie van Floridi. Het tempo waarin deze ontwikkelingen elkaar opvolgen en parallel lopen, neemt echter razendsnel toe. Om goed contact te houden, en aan te kunnen sluiten op behoeften van burgers, bedrijven en instellingen, moet de overheid mee ontwikkelen. Om dit te realiseren is aandacht voor de behoeften van de verschillende doelgroepen: burgers, bedrijven en instellingen belangrijk. De overheid moet toegankelijk, veilig en vraaggericht opereren. Niet alleen de techniek verandert gestaag, ook de rol van informatie wijzigt. Informatie heeft, maatschappelijk gezien, een cruciale rol. Informatie delen wordt steeds vanzelfsprekender. Het karakter van informatieoverdracht verandert: informatie gaat steeds goedkoper en sneller de wereld rond, de selectiviteit in gerichtheid van informatie neemt af (iedereen kan en mag alles vinden en publiceert dit ook op het internet en via open data), terwijl de mogelijkheden om tot maatwerk te komen en zelfs zaken te voorspellen door het slim combineren van gegevens steeds verder toenemen (big data). Dit begint alle facetten van de samenleving te veranderen en te beïnvloeden, er ontstaat een informatiesamenleving! Deze veranderingen hebben ook invloed op de verhouding tussen overheid, burgers en bedrijven. Met de decentralisaties en de verschuiving naar een participatiesamenleving en toenemende digitalisering, neemt de noodzaak toe om de informatiepositie van burgers en bedrijven te verbeteren en hen regie over hun eigen gegevens en dienstverleningsvraag te geven. Tegelijk zorgt de toenemende digitalisering voor andere maatschappelijk verwachtingen ten aanzien van digitale dienstverlening. Burgers en bedrijfsleven zien de overheid als één, samenwerkend geheel en niet als instanties die afzonderlijke opereren. De opvatting is dat paarse krokodillen, de metafoor voor de kastje-naar-de-muur-mentaliteit, niet past in een digitale samenleving. Van de overheid wordt verwacht dat het organisatieoverstijgend opereert: uitvoeringsprocessen zijn op elkaar afgestemd, informatie is makkelijk vindbaar en transacties zijn eenvoudig uitvoerbaar. Deze maatregelen leiden tot een eenduidig en samenhangende digitale overheidsdienstverlening. Het werkt ook andersom: door slim te digitaliseren en gebruik te maken van generieke voorzieningen kan de overheid het openbaar bestuur anders en beter organiseren, waardoor het geheel efficiënter wordt. Bijvoorbeeld doordat effectievere beleidsvorming mogelijk wordt door informatie slim te gebruiken. Of doordat burgers en bedrijven zelf delen van het proces digitaal voor hun rekening nemen. 8

67 Verkenningen en inschattingen over toekomstige kansen, bedreigingen en mogelijk opkomende kwesties en de gevolgen hiervan voor de Digitale Overheid zijn onderdeel van de strategische verkenning, hoofdstuk Huidige beleidsdoelstellingen Kabinet 2017 Het is van groot belang om een stabiele basis onder de hierboven beschreven veranderende samenleving te leggen. De GDI is nodig om deze kabinetsdoelstellingen te kunnen realiseren. Dit aangezien de GDI de stabiele en robuuste infrastructuur is die enerzijds de continuïteit van bestaande overheidsdienstverlening borgt en anderzijds een belangrijke pijler vormt voor nieuwe beleidsdoelstellingen. De beleidsdoelstellingen van het kabinet rondom de Digitale Overheid richten zich o.a. op: de ambitie uit het Regeerakkoord dat burgers en bedrijven in 2017 al hun zaken met de overheid digitaal kunnen afhandelen; het terugdringen van administratieve lasten en regeldruk voor burgers en bedrijven, en efficiencydoelstellingen voor overheidsdienstverleners; het laten toenemen van het verdienvermogen van Nederland door het verlagen van transactiekosten en het versnellen van processen, zoals het klaren van schepen in de havens door de Douane en het verlenen van vergunningen aan bedrijven; het uitvoeren van de decentralisaties in het sociale domein, op een efficiënte wijze en met voldoende waarborgen voor de privacy van de burgers die het betreft; de realisatie van ambities op het terrein van bijvoorbeeld de digitalisering van de rechtsgang; het delen van belangrijke gegevens in het kader van de Omgevingswet. Door alle overheden aan te sluiten op de GDI, die gebaseerd is op bestaande behoeftes en voorzieningen, ontstaat een samenhangende basis voor deze doelstellingen. Dat is ook een gezamenlijk vertrekpunt van waaruit kan worden doorontwikkeld. Ook de groei van de digitale economie wordt gestimuleerd door een vooruitstrevende digitale overheid, wanneer daadkrachtig en gezamenlijk wordt doorontwikkeld en geïnnoveerd op de bestaande basis. 9

68 3. Gezamenlijke invulling Visie en Missie 3.1 Aanleiding In hoofdstuk 2 is het belang aangegeven van de digitale infrastructuur voor de veranderende samenleving. Omdat deze infrastructuur van groot belang is, is een centrale en stevige interbestuurlijke regie nodig met een sturingstructuur die daar recht aan doet. De Digicommissaris organiseert en regisseert de interbestuurlijke besluitvorming en versterkt daarmee de sturing ten aanzien van de GDI en de financiering hiervan, met als doel een solide en toekomstbestendig digitale overheid. Hij doet dit samen met alle betrokken partijen door een Nationaal Programma Digitale Overheid (het Digiprogramma) op te stellen en actueel te houden en door te sturen op de uitvoering en realisatie van dit programma samen met de departementen, de uitvoeringsorganisaties en de decentrale overheden. In dit hoofdstuk gaat het over hoe we samen op weg gaan naar een veilige, betrouwbare en eenvoudige digitale overheid en hoe de invulling van de sturing hierin is. Uitgangspunt hierin is dat de Digicommissaris geen (beleids)verantwoordelijkheden overneemt en zich richt op het aanjagen van voldoende functionele realisatie van de voorzieningen, beheer en het gebruik daarvan, en ook op de invulling van (rand)voorwaardelijke thema s. Daarnaast signaleert de Digicommissaris wanneer zaken anders kunnen en moeten. 3.2 Samen op weg naar een veilige, betrouwbare, eenvoudige digitale overheid Een gezamenlijke aanpak is nodig om de missie te realiseren en betekent een ingrijpende verandering. Effectieve samenwerking is simpelweg de enige manier om succesvol te zijn. De overheid kan alleen de beleidsdoelstellingen -tegen acceptabele kosten- realiseren als naadloze coördinatie en afstemming tussen alle partijen plaatsvindt. Dit geldt zeker voor de verdere ontwikkeling van de GDI en de Digitale Overheid en vraagt vooral ook om een cultuuromslag en commitment om het ook samen te doen. Samenwerken is namelijk gemakkelijker gezegd dan gedaan. Eén van de belangrijkste huidige uitdagingen is daarom het creëren van helderheid over rollen, verantwoordelijkheden en verwachtingen: Waar ben ik verantwoordelijk voor (en waarvoor niet), wat wordt er van mij verwacht, hoe vul ik dat goed in, van wie ben ik dan afhankelijk en met wie doe ik dit samen?. De nieuwe manier van samenwerken betekent ook dat rollen als beleidsverantwoordelijkheid, (vertegenwoordigend) afnemer en opdrachtgeverschap niet altijd bij één partij belegd worden. Vanuit rolzuiverheid met elkaar werken in de keten komt de nieuwe samenwerking ten goede. Het gezamenlijk bereiken van de missie vraagt zo om gezamenlijk commitment, vertrouwen en met voldoende politiek-bestuurlijke aandacht voor het maatschappelijk belang van het doorontwikkelen en realiseren van de GDI hierbinnen. Voor effectief samenwerken zijn verschillende succesfactoren van belang: Duidelijke en gedeelde afspraken en spelregels én Gedrag en competenties. 10

69 Naarmate meer wordt samengewerkt, neemt automatisch het gezamenlijk inzicht toe. Dit leidt tot wenselijke en structurele aanpassing op het gebied van afspraken, spelregels, gedrag en competenties. De Digicommissaris is voor vier jaar aangesteld. Hij heeft de opdracht gekregen om voor het einde van deze periode te adviseren over hoe de sturing op de GDI kan worden ingericht en geborgd Invulling Sturingstructuur Een voorstel voor de invulling van de sturingstructuur van de Digicommissaris is besproken en geaccordeerd in het Nationaal Beraad van 9 september Uiteraard heeft dit nadere invulling nodig en zal dit werkenderwijs verder worden vormgegeven in overleg met alle partijen. Het gaat niet zo zeer over het invullen van overlegstructuren, maar juist om gezamenlijk en organisch vormgeven aan sturing. Toch is een bepaalde ordening wel nodig om juiste en tijdige besluitvorming op de verschillende niveaus voor elkaar te krijgen, met vooral de juiste en actuele bestuurlijke aandacht en samenwerking. Politieke en bestuurlijke aandacht voor het maatschappelijk en economische belang van de digitale infrastructuur is een eerste vereiste voor de invulling van de sturing: In de Ministeriele Commissie Digitale Overheid (MCDO) wordt de politieke besluitvorming geadresseerd. De MCDO bestaat uit de Minister President als voorzitter, vice-premier, vier verantwoordelijke ministers en met als adviserende leden: de Digicommissaris, vertegenwoordiger Uitvoeringsorganisaties (MFG/Klein LEF) en vertegenwoordiger decentrale overheden (VNG/IPO/UvW). De MCDO heeft als agendacommissie (voorportaal) een Ambtelijke Commissie; In het Nationaal Beraad, voorgezeten door de Digicommissaris, vindt de gezamenlijke inhoudelijke afstemming plaats over het geheel van de GDI op bestuurlijk niveau. Dit gaat over de gezamenlijke ambities, de voortgang van de te maken afspraken, sturing op de invulling van de randvoorwaardelijke thema s, de benodigde financiering en eventuele ontstane probleempunten. Indien nodig worden naast de voortgang en verantwoording, besluitvorming over knelpunten voorgelegd aan de MCDO; Onder het Nationaal Beraad zijn op dit moment vier regieraden ingericht die sturing geven aan clusters van voorzieningen: Identificatie & Authenticatie, Dienstverlening, Gegevens en Interconnectiviteit. De regieraden sturen op strategisch niveau op visievorming, strategische doorontwikkeling in samenhang, de samenhang tussen de voorzieningen, voortgang van aansluiting door overheidsorganisaties en het stimuleren van gebruik door burgers en bedrijven. En tenslotte worden voorstellen voor nieuwe ontwikkelingen met een voorstel voor de benodigde financiering besproken in de regieraden; Onder de regieraden is op dit moment een veelheid aan overleggen aan de orde. Van belang is in 2015 vast te stellen welke overleggen als tactische overleggen in afstemming met de regieraden kunnen plaatsvinden waarbij uitdrukkelijk de verbinding moet worden gezocht, de mate waarin dit vorm kan krijgen en wat darvoor nodig is alsmede of er overleggen uitgefaseerd kunnen worden. Dit is een in 2015 lopend proces. Tenslotte zal ook, naast betrokkenheid van het bedrijfsleven bij publiek-private samenwerkingsverbanden in bovenstaande overleggen, via de klankbordgroep voor bedrijven en een klankbordgroep voor burgers overleg plaatsvinden en input worden verzameld. De opbouw van de sturingstructuur lijkt wellicht topdown maar niets is minder waar, er is uitdrukkelijk ruimte voor gezamenlijke interbestuurlijke initiatieven die bijdragen aan deze gezamenlijke doelstellingen en die via de ingerichte sturing mogelijk een plaats krijgen binnen de GDI. 2 Zie strategische vraagstukken in hoofdstuk 7 3 In bijlage 1 vindt u de voorgestelde structuur 11

70 3.4 Omgevingscomplexiteit Sturing op de verbinding tussen informatie- en communicatiestromen van overheden is nodig. Met name over de grenzen van beleidsterreinen heen. Dit geldt voor alle overheidslagen, maar ook specifiek voor de samenwerking tussen de publieke en private sector. Tevens zijn Europese en Internationale factoren van belang. Dit maakt de sturing op de omgeving van de GDI zeer complex en omvangrijk. Het werkgebied van de sturing op de GDI richt zich op de digitaliseringactiviteiten binnen de huidige staatsinrichting cf. het Huis van Thorbecke. Binnen deze inrichting heeft iedere bestuurslaag zijn eigen taken, bevoegdheden en een eigen geografisch afgebakend werkgebied. Er is sprake van een grote mate van autonomie. Dit betekent hiërarchische, één afhankelijkheidsrelaties. De veranderende maatschappij en de doelstellingen van de Digitale Overheid vragen echter om meer organisatieoverstijgende dienstverlening. Uitgangspunten zijn ketenvorming, eenduidigheid en uniformiteit. Dit vraagt aanpassingen aan gevoelde verantwoordelijkheden en daarnaast is gezamenlijke sturing nodig. Uiteraard verschilt de complexiteit per bestuurslaag en zijn vaak aanvullende activiteiten nodig. Een voorbeeld is de drie decentralisaties binnen de gemeenten. Voor de uitvoering van deze nieuwe taken kiezen veel gemeenten voor het aangaan van samenwerkingsverbanden met andere gemeenten. Ook ontplooien gemeenten regionale samenwerkingsverbanden op verschillende terreinen. Deze nieuwe samenwerkingsverbanden, kunnen leiden soms tot nieuwe oplossingen, die dan weer afzonderlijk op de voorzieningen uit de GDI kunnen aansluiten en/of nieuwe gezamenlijke voorzieningen bewerkstelligen. De sturing op de GDI kent een groot aantal stakeholders. We benoemen en kennen op dit moment: Rijksoverheid (departementen); Decentrale overheden; Uitvoeringsorganisaties (Rijk, ZBO, agentschappen etc.); Beheerorganisaties (Logius, DICTU, andere); Private partijen als afnemer; Private (markt) partijen als leverancier; Koepelorganisaties bedrijven en burgers; Sectorale knooppunten voor gegevensuitwisseling (BKWI/RINIS etc.); Etc. Het speelveld is erg complex en het handelt zeker over verschillende belangen die samen moet komen om de (beleids)doelstellingen van de Digitale Overheid en het resultaat inclusief de opdracht van de Digicommissaris voor elkaar te krijgen. Omdat de belangen van de verschillende stakeholders uit elkaar lopen en er toch een gezamenlijke koers bepaald moet worden, is het van groot belang iedere partij goed te betrekken, wat zeker een uitdaging is. Dit betekent tevens dat qua sturing en invloed aanpassingen nodig zijn. De doelstelling van de Digitale Overheid kan echter alleen maar bereikt worden door samenwerking, gezamenlijke afspraken, draagvlak en betrokkenheid. Het in kaart brengen en monitoren van ontwikkelingen en vragen in de verschillende domeinen zoals zorg, onderwijs, politie, justitie vraagt extra aandacht de komende tijd. Die uitkomsten kunnen aanleiding geven om het Digiprogramma te herijken. 12

71 3.5 Prioriteiten en uitgangspunten Inrichting Sturing Het doel is om, conform het advies uit het rapport Kuipers, de bestuurlijke drukte te verminderen en bovenal een effectieve besturingsstructuur voor de Digitale Overheid in te richten. Dit is alleen realiseerbaar als er een omslag in cultuur plaatsvindt en de focus meer komt te liggen op gezamenlijk, bestuurlijk commitment. Meer dan dat er een zogenaamd organigram wordt opgesteld. Uitgangspunt, bij het maken van deze omslag, is het verminderen van overlegstructuren en het verbeteren van de gezamenlijke sturing. In 2014 is er een start gemaakt met het herinrichten van de sturing. In 2015 wordt dit traject verder gezamenlijk (gefaseerd) uitgewerkt. Naar verwachting wordt er meer via vertegenwoordigingsconstructies en vanuit rollen 4 gewerkt. Hierdoor neemt, naar verwachting, het aantal deelnemers per overleg af. Verantwoordelijkheid nemen, zonder zelf alle taken uit te voeren en alle overleggen bij te wonen, wordt de norm. Het verbeteren van de samenwerking tussen organisaties is van groot belang. Alleen dan kunnen de beleidsdoelstelling worden bereikt tegen acceptabele kosten Evaluatie Aan het eind van 2015 wordt geëvalueerd of de gekozen route succesvol is geweest. In deze analyse worden onder meer de effecten van de herziene sturing onderzocht. Voorbeelden zijn: Heeft de verbetering geleid tot betere interbestuurlijke samenwerking? Is er sprake van vermindering van bestuurlijke drukte? Is er voldoende aandacht op politiek/bestuurlijk niveau geweest? Zo ja, heeft dit bijgedragen aan de verbeterde sturing op de ambities? Heeft dit ook effect gehad op de missie, benodigde financiering, en het op het juiste niveau adresseren van mogelijke knelpunten? Indien noodzakelijk zullen aanpassingen plaatsvinden en worden opgenomen in het Digiprogramma Beleidsverantwoordelijk, opdrachtgever, beheerorganisatie, afnemers en gebruikers 13

72 4. Clusters Generieke Digitale Infrastructuur 4.1 GDI Algemeen De GDI van de overheid bestaat uit standaarden, producten en voorzieningen die gezamenlijk gebruikt worden door meerdere overheden, vele publieke organisaties en in een aantal gevallen ook door private partijen. De GDI is een onmisbaar deel van de (digitale) basisvoorzieningen waarmee organisaties hun primaire processen inrichten. De GDI is, naar zijn aard, niet organisatie-, sector- of domeinspecifiek. De GDI bestaat uit herbruikbare digitale basisvoorzieningen, standaarden en producten die het overheden, publieke organisaties en private partijen mogelijk maken om hun primaire processen doelmatig in te richten en te blijven ontwikkelen. De GDI vormt een dynamisch geheel en kan de komende jaren ook nog wijzigen door de ontwikkeling van nieuwe generieke voorzieningen en standaarden of door het uit productie nemen van al opgenomen voorzieningen. De GDI is voor een effectieve besturing op samenhang ingedeeld in vier clusters 5 : Identificatie & Authenticatie Dienstverlening Gegevens Interconnectiviteit eid stelsel eherkenning DigiD (incl. DigiD buitenland) DigiD machtigen Websites o Overheid.nl o Antwoord voor Bedrijven o Digitaal Ondernemersplein o Samenwerkende Catalogi Gepersonaliseerde portalen o Mijnoverheid o Berichtenbox Burger o Lopende Zaken o Persoonlijke Gegevens o Berichtenbox bedrijven o Ondernemingsdossier Gestandaardiseerd berichtenverkeer overheidbedrijven o SBR (Standard Business Reporting), efactureren Stelselvoorzieningen basisregistraties o Digikoppeling o Digilevering o Digimelding o Stelselcatalogus Basisregistraties (BRP, NHR, BAG, BRT, BRK, BRV, BLAU, BRI, WOZ, BGT BRO) Beheervoorziening BSN Netwerken, incl. generieke koppelstandaarden: o Diginetwerk o Digipoort Certificering PKI overheid Standaarden incl. pas toe of leg uit - lijst zoals geformuleerd door College en Forum Standaardisatie NORA (informatieveiligheid) 5 De verdeling van voorzieningen over de verschillende regieraden wordt in de zomer van 2015 geëvalueerd en zonodig bijgesteld. Op dit moment wordt de in het Nationale Beraad vastgestelde indeling behouden. 14

73 Naast sturing in clusters op een samenhangend geheel van voorzieningen is tevens aandacht nodig voor belangrijke overkoepelende thema s, die soms ook randvoorwaardelijk zijn voor het proces van realisatie en toename van gebruik van de generieke voorzieningen. Deze thema s komen nagenoeg in alle clusters terug en zijn in hoofdstuk 5 nader uitgewerkt. De volgende paragrafen in dit hoofdstuk beschrijven per cluster de achtergrond, de ambities voor de komende twee jaar, de prioriteiten in 2015 en de belangrijkste randvoorwaarden voor het cluster. 4.2 Cluster Identificatie & Authenticatie Achtergrond Identificatie & Authenticatie Veilige toegang voor burgers en bedrijven tot de digitale dienstverlening van de overheid staat bovenaan de agenda s van alle uitvoeringsorganisaties, de decentrale overheden en rijksdepartementen. Burgers en bedrijven willen gemakkelijke en betrouwbare digitale dienstverlening waarbij zij ervan uitgaan dat de overheid zorgvuldig gebruik van persoons- en bedrijfsgegevens waarborgt en voorkomt dat er misbruikt van wordt gemaakt. Overheidsorganisaties willen weten met wie zij digitaal zaken doen, en de identiteit met een hoge mate van zekerheid digitaal kunnen vaststellen (elektronische Identificatie), en ook zekerheid hebben over wie er namens die persoon/bedrijf mag handelen (machtigen). Voor de digitale identificatie en authenticatie van burgers heeft de overheid DigiD (plus DigiD Machtigen) in gebruik. Bedrijven identificeren zich bij de overheid in toenemende mate met eherkenning. Ook gebruiken overheidsdienstverleners nog veel niet-generieke voorzieningen zoals naam-wachtwoordcombinaties. Ontwikkelingen die spelen in dit domein: Er is behoefte aan een middel met een hoog betrouwbaarheidsniveau voor burgers. DigiD midden is voor een aantal diensten niet veilig genoeg; De dienstverlening aan met name burgers lijdt onder het zogenaamde single point of failure 6 en de organisatorische en financiële gevolgen voor de dienstverlening bij uitval van DigiD kunnen heel groot zijn. Een multimiddelenstrategie is daarom een uitdrukkelijke vereiste voor de toekomst; Burgers en bedrijven doen niet alleen digitaal zaken met de overheid, maar ook in het private (commerciële) domein: ze bankieren digitaal, kopen online, maken gebruik van social media, waarbij ze zich ook digitaal identificeren. Aansluiting tussen het publieke en private domein is gewenst; Brede acceptatie van generieke voorzieningen door overheidsorganisaties, met name in het bedrijvendomein. De uitdaging voor de Regieraad I&A ligt juist op het bepalen van de koers en het in samenhang sturen op deze ontwikkelingen en op het gebruik van de generieke voorzieningen. De ontwikkeling van het eid afsprakenstelsel met daarin het ontwikkelen van, naast private middelen, een publiek middel (nader in te vullen) is daarbij één van de belangrijkste uitdagingen de komende 2 jaar GDI-voorzieningen binnen het cluster Identificatie & Authenticatie eid-stelsel DigiD (inclusief DigiD Buitenland) DigiD Machtigen (Afsprakenstelsel) eherkenning 6 Afhankelijkheid van één specifiek elektronisch identificatiemiddel (lees DigiD). 15

74 4.2.3 Actuele ambities Identificatie & Authenticatie 1. Afsprakenstelsel eid en publiek middel 7 De vormgeving van het eid-stelsel met daarin een publiek middel en private middelen voor burgers 8, is de belangrijkste ambitie voor de komende twee jaar. Dit bevordert veilige, betrouwbare en eenvoudige toegang tot de digitale overheidsdienstverlening voor burgers en bedrijven. Uitleg Voorkomt single point of failure voor de overheidsdienstaanbieders en voor de dienstverlening aan burgers doordat invulling wordt gegeven aan de multimiddelenstrategie; Voldoet aan de hogere eisen voor identificatie en authenticatie (informatieveiligheid) en draagt bij aan gemak voor burgers en bedrijven; Wordt vormgegeven via een publiek/privaat stelsel; Is noodzakelijk en dus randvoorwaardelijk voor verdere digitalisering van processen en dienstverlening. De Regieraad I&A voert regie op de realisatie, inhoudelijke samenhang en financiering van het eid-stelsel en het publieke middel daarbinnen. 2. Samenhang op doorontwikkeling van DigiD (middellange termijn) Inzet op vormgeving, realisatie en financiering van het eid stelsel is cruciaal (zie hierboven), maar in de tussentijd willen overheidsorganisaties dóór met digitale dienstverlening aan burgers en worden zij daarin beperkt door de beperkingen van DigiD. Op korte termijn moeten daarom maatregelen genomen worden als het doorontwikkelen van DigiD voor een hoger authenticatieniveau (publiek middel), het realiseren van een alternatief voor de sms-functie, appfunctionaliteit etc. De uitdaging voor de Regieraad I&A is dit met elkaar en met het eid stelsel in lijn te brengen en te houden. 3. Adequate machtigingsfunctionaliteit voor burgers en bedrijven Op dit moment is de machtigingsfunctionaliteit binnen de GDI-voorzieningen nog onvoldoende. Dit gaat met name om het machtigen van bewindvoerders, curatoren, mentoren en overige gemachtigden zoals advocaten voor burgers. Bij bedrijven gaat het over zowel horizontale (via intermediairs etc.) als verticale vertegenwoordiging (binnen het bedrijf). Het toekomstige eidstelsel beoogt daarin verandering te brengen. Echter ook hiervoor geldt dat tijdelijke oplossingen kunnen worden gezocht binnen de huidige voorzieningen op middellange termijn. Dit betreft complexe materie. De regieraad voert regie over de doorontwikkeling en financiering van machtigingsfunctionaliteit binnen DigiD Machtigen en eherkenning (in lijn met de ontwikkelingen eid). 4. Europese Verordening eid en Europese elektronisch identiteiten In september 2014 is de verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten (910/2014) in werking getreden. Deze Europese wet zorgt ervoor dat burgers en bedrijven hun nationale elektronische identiteit (zoals DigiD voor burgers en eherkenning voor bedrijven) ook kunnen gebruiken voor toegang tot digitale overheidsdiensten in andere EU-landen. De verordening regelt de voorwaarden waaronder nationale elektronische identiteiten in het buitenland erkend worden. De lidstaat moet aangemelde elektronische identiteiten met hetzelfde betrouwbaarheidsniveau uit andere lidstaten toegang bieden tot de online diensten die toegankelijk zijn voor burgers en bedrijven uit die lidstaten. Om het betrouwbaarheidsniveau van grensoverschrijdend gebruik van elektronische identiteiten hoog te houden, zijn er nationale toezichthouders. Deze controleren de werking van vertrouwensdiensten, waarmee stukken veilig en digitaal kunnen worden verstuurd. In Nederland is Agentschap Telecom aangesteld als de nationale toezichthouder. 7 Ambities Nationaal Beraad het eherkenningstelsel voorziet daar al in voor bedrijven 16

75 De verordening biedt een juridisch kader voor een Europese markt voor vertrouwensdiensten. Hierdoor krijgen de elektronische diensten dezelfde juridische status als op papier en kunnen deze diensten in andere lidstaten worden erkend en is gebruik in andere lidstaten mogelijk. In Nederland wordt de komende jaren een stelsel elektronisch identiteiten (eid) ingevoerd. In dit stelsel worden de elektronische identiteiten voor burgers (DigiD) en bedrijven (eherkenning) ondergebracht. Dit stelsel zal het grensoverschrijdend gebruik van elektronische identiteiten ondersteunen. Daardoor kunnen Nederlandse burgers en bedrijven op termijn met hun eigen elektronische identiteit terecht bij buitenlandse overheden en andersom. De verordening maakt het mogelijk sneller en gemakkelijker op een veilige manier grensoverschrijdende zaken te doen voor zowel burgers als bedrijven Prioriteiten Regieraad Identificatie & Authenticatie Samenhang en voortgang creëren tussen de ontwikkelingen op het eid-stelsel, de lopende pilots daarbinnen, de ontwikkeling van een publiek middel en de huidige ontwikkelingen op DigiD, DigiD Machtigen en eherkenning. 2. Bevorderen aansluiting en gebruik DigiD, DigiD Machtigen en eherkenning inclusief benodigde doorontwikkeling (Rand)voorwaarden cluster Identificatie & Authenticatie De belangrijkste (rand)voorwaarden voor het cluster I&A zijn: Wetgeving voor het te vormen eidstelsel (hoofdstuk 5 onder thema wetgeving), financiering voor doorontwikkeling en volumegroei voor de huidige voorzieningen DigiD en DigiD machtigen en de financiering van het eid-stelsel en publiek middel (hoofdstuk 6 financiering en spelregels) en privacybescherming, fraudebestrijding en informatieveiligheid (hoofdstuk 5). 17

76 4.3 Cluster Dienstverlening Achtergrond Dienstverlening De overheid: Biedt vraaggerichte, vindbare, begrijpelijke, veilige en efficiënte dienstverlening die op een wordt ingevuld met voorzieningen die breed beschikbaar en betrouwbaar zijn; Sluit vraaggericht aan op de behoeftes van burgers, bedrijven en instellingen; Bevordert het terugdringen van administratieve lasten en regeldruk voor burgers en bedrijven. Samenhangende en organisatieoverstijgende digitale overheidsdienstverlening draagt hier in grote mate aan bij. In het cluster Dienstverlening 9 zijn voorzieningen opgenomen die bijdragen aan het verstrekken en uitwisselen van berichten en informatie tussen overheid, burgers en bedrijven ter ondersteuning en uitvoering van de overheidsdienstverlening. De Regieraad Dienstverlening stuurt op de samenhang tussen deze voorzieningen, op een zodanige manier dat deze zowel bijdragen aan (beleids)doelstellingen van departementen, medeoverheden en uitvoeringsorganisaties als ook aan een goede vraaggerichte dienstverlening aan burgers en bedrijven. De regieraad stuurt tevens op brede aansluiting door overheidsdienstverleners op de generieke voorzieningen en op een gedegen financiële onderbouwing van activiteiten en plannen GDI- voorzieningen binnen het cluster Dienstverlening Websites Overheid.nl Digitaal Ondernemersplein Antwoord voor bedrijven Samenwerkende Catalogi Gepersonaliseerde portals: MijnOverheid: o Persoonlijke Gegevens o Lopende Zaken o Berichtenbox voor Burgers Berichtenbox voor Bedrijven Ondernemingsdossier Gestandaardiseerd berichtenverkeer overheid-bedrijven: Standard Business Reporting efactureren Actuele ambities Dienstverlening 1. Verbreden gebruik berichtenboxen voor burgers en bedrijven Aansluiting op én het gebruik van de berichtenboxen voor burgers en bedrijven, leveren resultaten op in termen van (soms al ingeboekte) besparingen voor de overheid. Ook levert dit gebruikersgemak, lastenverlichting en veilige toegang tot overheidscorrespondentie op voor burgers en bedrijven. Het is nodig dat het aantal aansluitingen op en het gebruik van de 9 Dienstverlening is het leveren van een dienst of pakket van diensten aan een andere partij. Dienstverlening wordt door de Van Dale gedefinieerd als: "hulp die een persoon, instantie of onderneming biedt aan het publiek". Onder een dienst verstaat men in de economie niet-fysieke goederen. Dit onderscheid tussen goederen en diensten wordt wel gemaakt in het dagelijks spraakgebruik of in statistieken, maar niet in de economische wetenschap. Zowel goederen als diensten worden vaak aangeduid als producten. 18

77 berichtenboxen sterk wordt vergroot, zowel aan de kant van overheidsorganisaties als aan de kant van burgers en bedrijven. De afspraken die de afgelopen jaren hierover al zijn gemaakt, moeten nu worden omgezet in daadkracht. In de Regieraad Dienstverlening worden de afspraken over het verbreden van het gebruik vastgelegd en spreken partijen elkaar aan op elkaars verantwoordelijkheden en commitment. 2. Integratie/harmonisatie berichtenboxen (één gezamenlijke berichtenbox) Er zijn nu twee berichtenboxen ontwikkeld en in gebruik. De twee berichtenboxen verschillen van elkaar qua concept, wettelijke inbedding en sturing. Dit leidt tot diffuse overheidsdienstverlening, zowel voor overheidsdienstaanbieders die moeten aansluiten op twee berichtenboxen als voor ondernemers. Bijvoorbeeld zzp ers (ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid) ontvangen nu afhankelijk van de afzender berichten van de overheid in twee verschillende berichtenboxen. In het kader van samenhangende dienstverlening aan burgers en bedrijven loopt een onderzoek naar de mogelijkheden voor één gezamenlijke berichtenbox voor burgers en bedrijven. De uitkomsten van dit onderzoek worden ter besluitvorming geagendeerd in de Regieraad Dienstverlening. 3. Overheidsbrede Portaalfunctie voor burgers en bedrijven en toeleiding Binnen de overheid zijn meerdere portalen voor verstrekking van informatie. Twee portalen ontwikkelen zich tot de brede informatieportalen voor burgers of bedrijven: overheid.nl voor burgers en het digitaal ondernemersplein voor bedrijven. Het gaat dan over niet-gepersonaliseerde informatie van de hele overheid, inclusief toeleiding naar diensten en transacties en overheidsorganisaties. Voor die toeleiding zijn verschillende keuzes te maken, steeds vaker gebeurt dat met Google(-achtige) technologie. Relevante vragen op dit thema zijn: Hoe verhouden de portals voor burgers en bedrijven zich tot elkaar? Wat is wenselijk? Kunnen burgers en bedrijven makkelijk informatie vinden, die over overheidsorganisaties heen gecombineerd is (levenssituaties, thema s)? Is no wrong door een uitgangspunt en blijft toegang via organisatiespecifieke portalen mogelijk? Hoe moet aansluiting gevonden worden op de opkomst van mobile devices en daarmee samenhangend de komst van responsive design en/of apps. De Regieraad Dienstverlening stuurt op visieontwikkeling over de toekomst van overheidsportalen én de inrichting daarvan, rekening houdend met de huidige zoekfuncties, opkomst van mobile devices en aansluiting op de vraag en het zoekgedrag van burgers en bedrijven. Deze visieontwikkeling komt tot stand met gezamenlijke inbreng van zowel beleidsdepartementen als uitvoerders. 4. Verkenning functie Lopende zaken van MijnOverheid in relatie tot dienstverlening Er is géén gezamenlijke ambitie over de vorm van het verstrekken van statusinformatie en/of procesinformatie en ook over de urgentie daarvan wordt verschillend gedacht binnen de overheid 10. De functie Lopende zaken binnen MijnOverheid staat daarmee ter discussie 11. Een nadere detaillering in ambities is nodig, namelijk: Gaat het over het verstrekken van procesbeschrijvingen op hoofdlijnen aan de hand van registratiemomenten (aanvraag is ontvangen, aanvraag is in behandeling, document is verzonden) of Gaat het over individuele informatie per persoon of bedrijf op basis van informatie uit een klantsysteem? 10 Input vanuit de workshops voor de ambities Nationaal Beraad 11 De functionaliteit Lopende zaken van MijnOverheid wordt door ca. 60 gemeenten gebruikt en kan door organisaties, die geen eigen MijnDomein hebben, worden ingezet. 19

78 Gezien de diversiteit van de processen van overheidsorganisaties en de context waarbinnen processen plaatsvinden, zullen organisaties zoveel mogelijk zelf hun vorm van proces/statusinformatie bepalen en ontsluiten. Identieke processen generiek maken en standaardiseren kan helpen om procesinformatie gemakkelijker aan te bieden (voornamelijk gemeenten). Dit thema zal in de regieraad worden geagendeerd zodat er een gezamenlijke beeld kan worden bepaald en er afspraken kunnen worden gemaakt over de te zetten vervolgstappen. 5. Regie op gegevens door burgers en bedrijven. Burgers en bedrijven de mogelijkheid bieden om zelf over hun eigen gegevens te kunnen beschikken en uit te wisselen met de overheid en private partijen. Er is in het kader van SGO9 een strategische verkenning onderweg. Deze verkenning geeft inzicht in de bestaande vraagstukken hierover, onderzoekt de juridische mogelijkheden (ook gezien de verschillen tussen burgers en bedrijven), vormt het kader voor een aantal pilots en geeft scenario s weer. De strategische verkenning en vervolgactiviteiten worden binnen de sturing van de Regieraad Dienstverlening geagendeerd. Er ligt een relatie met de Regieraad Gegevens omdat het hier gaat om uitwisseling van gegevens tussen burgers/bedrijven en de overheid., op een manier die bij het Ondernemingsdossier al wordt toegepast. Voor de Regieraad Dienstverlening is interessant: hoe gaan we om met afsprakenstelsels en initiatieven op dit terrein en wat is de relatie met andere voorzieningen uit dit cluster zoals ondernemersplein. 6. Borgen visie op dienstverlening (wat is dienstverlening, gemeenschappelijke kaders) Vanuit verschillende gremia en programma s zijn al eerder visiedocumenten opgesteld zoals de overheidsbrede visie op dienstverlening, de visie op overheidsdienstverlening , de visie dienstverlening samen doen van de BRG 13. Beleidsdoelstellingen zijn opgenomen in bestuurlijke brieven aan de Tweede Kamer 14. Belangrijke thema s die terugkomen in de verschillende visies zijn: Burgers en bedrijven beter betrekken bij beleids- en ontwerpcriteria voor digitale overheidsdienstverlening; Initiatieven voor gemeenschappelijk gebruik worden bij gemeenten en uitvoeringsorganisaties in pilotvorm vanuit burgerperspectief ontwikkeld. Succesvolle initiatieven worden gestandaardiseerd en vervolgens breed ingezet; Vraaggericht ontwerpen van digitale dienstverlening met aandacht voor behoeften (wensen/eisen) burgers en bedrijven. Deze kunnen worden opgepakt met de klankbordgroep(en) voor burgers en bedrijven. De Regieraad Dienstverlening stuurt op het beter betrekken van burgers en bedrijven bij de dienstverlening van de overheid, onder andere door de inbreng uit de klankbordgroepen burgers en bedrijven te bespreken en van vervolgacties te voorzien Prioriteiten Regieraad Dienstverlening Verbreden gebruik berichtenboxen voor burgers en bedrijven 2. Integratie/harmonisatie berichtenboxen (één gezamenlijke berichtenbox) 3. Regie op gegevens door burgers en bedrijven. 4. Overheidsbrede portaalfunctie 12 Overheidsbrede Dienstverlening 2020 Van organisaties naar organiseren, februari 2014, Initiatief Vereniging Directeuren Publieksdiensten (VDP) samen met Gemeenten, Uitvoeringsinstellingen,koepelorganisaties en ministeries. 13 "Dienstverlening: samen doen, een overheidsbrede visie op dienstverlening, mei 2010, de Bestuurlijke Regiegroep dienstverlening en eoverheid. 14 Visiebrief Digitale overheid, 23 mei 2013, MinBZK; Digitale agenda; Beleidsnota, 17 mei 2011, MinEZ 20

79 4.3.5 (Rand)voorwaarden cluster Dienstverlening De belangrijkste voorwaarden voor het cluster dienstverlening zijn voldoende financiering voor doorontwikkeling en groei (hoofdstuk 6), wetgeving (hoofdstuk 5, Wet eoverheid), fraudebestrijding en informatieveiligheid. Europese ontwikkelingen Het Electronic Simple European Networked Services (e-sens) project is gestart op 1 april 2013 met als doel om publieke digitale dienstverlening te verbeteren. Het project biedt generieke en herbruikbare oplossingen die elektronische interacties met overheidsorganen binnen de EU bevorderen. Het zorgt voor versteviging, verbetering en uitbreiding van bestaande ontwikkelingen en steunt daarbij op Europese normen. Burgers, bedrijven en overheden kunnen dan eenvoudig, snel en veilig hun grensoverschrijdende zaken digitaal regelen. e-sens bouwt verder op proefprojecten, omdat gebleken is dat zij allen dezelfde bouwstenen nodig hebben. Deze oplossingen zijn uitwisselbaar: ze kunnen worden hergebruikt voor andere grensoverschrijdende processen. e-sens brengt de bouwstenen samen en ontwikkelt ze verder, zodat burgers en bedrijven in de hele EU deze bouwstenen kunnen gaan gebruiken. De bouwstenen worden uiteindelijk onderdeel van de Europese digitale infrastructuur. Het gaat om de volgende bouwstenen: e-documenten, e-bezorging, e-identiteit, e-handtekening en Semantiek. Er nemen twintig landen deel aan het project, dat een looptijd heeft van drie jaar. 21

80 4.4 Cluster Gegevens Achtergrond Gegevens Het cluster Gegevens richt zich op de uitwisseling van gegevens binnen de overheid. Het accent ligt op doorontwikkeling naar een Stelsel van Overheidsgegevens en de rol die de verschillende Basisregistraties en Stelselvoorzieningen van de GDI daarin spelen. De Programmaraad Stelsel van Basisregistraties (PSB) heeft de afgelopen jaren een duidelijke koers neergezet en belangrijke stappen zijn gezet om te komen tot een Stelsel van Basisregistraties. De Regieraad Gegevens neemt de taken van de Programmaraad Stelsel van Basisregistraties over en verbreedt tegelijkertijd de scope naar het realiseren van een overheidsbreed Stelsel van Overheidsgegevens in aansluiting op de Visie op het Stelsel van Overheidsgegevens uit 2014, van de PSB. De Regieraad gegevens koerst op de invulling van afspraken voor een gezamenlijke agenda: de activiteiten en de bijbehorende prioritering. Belangrijke uitgangspunten voor de Regieraad Gegevens zijn: Alle overheidsorganisaties gaan voor hun dienstverlening gebruik maken van de authentieke gegevens uit de voor hen relevante basisregistraties; De regieraad ziet toe op de doorontwikkeling van het Stelsel van Basisregistraties, inclusief de oplevering van de laatste drie basisregistraties (BLAU, BRO en BGT), waarbij de sectorale departementen SZW en I&M eindverantwoordelijk zijn; De Visie op het Stelsel van Overheidsgegevens ( o.a. rotondemodel) biedt de gezamenlijke stip op de horizon t.b.v. de doorontwikkeling van het Stelsel van Basisregistraties naar een Stelsel van Overheidsgegevens; De regieraad voert regie op de verbinding tussen basisregistraties en de gemeenschappelijke overheidsbrede aspecten en benodigde afstemming!; De regieraad is niet verantwoordelijk voor de oplevering en realisatie van afzonderlijke basisregistraties GDI-voorzieningen binnen het cluster Gegevens Stelselvoorzieningen basisregistraties o Digikoppeling o Digilevering o Digimelding o Stelselcatalogus Basisregistraties (BRP, NHR, BAG, BRT, BRK, BRV, BLAU, BRI, WOZ, BGT BRO) Beheervoorziening BSN Actuele ambities Gegevens 15 De drie 16 belangrijke thema s voor het Clusterplan Stelsel van Overheidsgegevens zijn 1. Versterken informatiepositie van de burgers en bedrijven; 2. Gebruik van authentieke gegevens; 3. Kwaliteit gegevens Jaarplan PSB Genoemde drie thema s geven tevens invulling aan de geformuleerde ambitie van het Nationaal Beraad 16 (d.d. 9/12/2014) 22

81 Deze thema s geven invulling aan de geformuleerde ambitie van het Nationaal Beraad 18, kwaliteitsverbetering en gebruik van gegevens uit het stelsel van basisregistraties. En met betrekking tot regie op gegevens voor burgers en bedrijven transparante informatie. Tevens wordt zoveel als mogelijk invulling gegeven aan de aanbevelingen zoals geformuleerd in de eindrapportage SGO3 (Versnelde effectieve inzet van basisregistraties) als ook de rapportage van de Algemene Rekenkamer omtrent basisregistraties. Onderstaande ambities komen voort uit het Jaarplan PSB De positie van burgers versterken Burgers kunnen op een eenvoudige, toegankelijke en begrijpelijke manier nagaan welke gegevens uitvoeringsinstellingen en andere overheden gebruiken bij het nemen van besluiten en op welke manier basisgegevens daarbij worden gehanteerd. Het gaat dan om het regelen van: Inzage (digitaal); Digitaal kunnen corrigeren van gegevens; Regie op het delen van gegevens met derden; Regelen van een meldpunt voor burgers bij problemen. 2. Gebruik Stimuleren van het gebruik en het centraal stellen van de basisregistraties en de stelselvoorzieningen is en blijft een belangrijk thema. De afgelopen jaren zijn daarvoor instrumenten ontwikkeld, gericht op het overdragen van kennis over gebruik van authentieke gegevens en ondersteuning bij de implementatie in de processen. Specifieke aandacht heeft de communicatie naar en met nieuwe aan te sluiten partijen, zowel de kleinere partijen (al dan niet georganiseerd in samenwerkingsverbanden) en naar knooppunten en intermediairs. De Regieraad Gegevens heeft behoefte om de scope te verbreden (van basisgegevens naar gegevens) en nieuwe vraagstukken aan te pakken. Er wordt aan de volgende activiteiten gedacht: Communicatie en kennis als smeerolie voor het gebruik; o Algemene communicatie en invulling kennisfunctie; o Ondersteunen van (potentiële) afnemers met kennis; o Ontwikkelen van de architectuur; o Het organiseren en stimuleren van onderlinge contacten; In gesprek gaan met nieuwe potentiële (kleinere) afnemers en knooppunten/intermediairs; Vergroten van het gebruik van de bestaande stelselvoorzieningen; Nieuwe verbindingen tussen afnemers en registraties; Het uitvoeren van een klein aantal concrete ketenprojecten. 3. Kwaliteit Het verhogen van de kwaliteit van de gegevens uit de basisregistraties is van groot belang voor een steeds efficiëntere en effectiever (compacte) overheid. Transparantie over de borging van kwaliteit; Vergroten aantal verbindingen tussen basisregistraties; Het aansluiten van overige registraties; Organische harmonisatie van begrippen in de uitvoering; Concrete kwaliteitsprojecten uitvoeren; Aandacht voor het proces van het terugmelden; Invloed voor afnemers; Monitor. 17 Genoemde drie thema s geven tevens invulling aan de geformuleerde ambitie van het Nationaal Beraad 17 (d.d. 9/12/2014) 18 d.d. 9/12/2014: 23

82 24

83 Overige relevante thema s De genoemde thema s hebben sterke raakvlakken met het cluster Gegevens en raken ook andere clusters. Deze beleidsinitiatieven kunnen echter worden geagendeerd in de Regieraad Gegevens door de verantwoordelijke beleidsdepartementen: Open Data Uitgangspunt voor openbare overheidsdata is dat deze herbruikbaar beschikbaar is. De ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Economische Zaken en het ministerie van Infrastructuur en Milieu hebben inmiddels het politieke statement: openbaar tenzij bekrachtigd. De verwachting is dat dit een leidend principe wordt voor overheidsorganisaties. Big Data Big Data is de enorme toename van mogelijkheden om data te genereren, delen, combineren en analyseren, dit leidt wellicht tot nieuwe inzichten en een nieuwe manier van redeneren. Kan grote kansen bieden voor zowel de beleidsontwikkeling als de uitvoering (dienstverlening) van de overheid, echter vraagt ook om aandacht met name op het gebied van privacy. Deze ontwikkeling heeft impact op het geheel van overheidsgegevens inclusief het stelsel van basisregistraties. Informatieveiligheid Het op orde hebben van de informatieveiligheid is een voorwaarde voor de continuïteit van de overheidsdienstverlening. De overheid moet ervoor waken dat er geen weeffouten in de digitale infrastructuur ontstaan waarvan misbruik gemaakt kan worden en dient bij gegevensuitwisseling duidelijke afspraken te maken over ieders verantwoordelijkheid m.b.t. de veiligheid in de keten. Privacy Het thema privacy raakt het vraagstuk van regie op gegevens en gebruik van persoonlijke gegevens. In het rapport Basisregistraties, vanuit het perspectief van de burger, is de aanbeveling van de Rekenkamer om privacybescherming zo eenduidig mogelijk in te richten (voor het gehele stelsel) en te zorgen voor toezicht op de handhaving. Duurzame toegankelijkheid Het doel is de duurzame digitale toegankelijkheid van de gegevens te kunnen garanderen en tegelijkertijd compliant te zijn aan de archiefwetgeving. De genoemde inhoudelijke aandachtspunten (actuele thema s) en de aanverwante thema s moeten binnen de Regieraad Gegevens nader worden bepaald. Deze kunnen leiden tot agendering van strategische vragen die via de beleidsverantwoordelijke partijen worden ingebracht in de Regieraad Gegevens Prioriteiten Regieraad Gegevens Het versterken van de positie van de burger zodat de door de Rekenkamer gesignaleerde problemen van burgers bij gegevensuitwisseling ( over de grenzen van organisaties en ketens heen), gericht opgelost worden. 2. Centraal stellen van het gebruik van de basisregistraties en de stelselvoorzieningen Met een scherpe blik op. Het opheffen van belemmeringen die het gebruik niet bevorderen en bijgedragen aan het bereiken van maatschappelijke baten. 3. Gemeenschappelijke informatievoorziening en kennisfunctie met betrekking tot het stelsel van basisregistraties borgen, moet qua kosten onderbouwd!. 4. Een structurele aanpak voor de verbetering van de kwaliteit van het stelsel van overheidsgegevens Concretiseren van de Visie op het stelsel van overheidsgegevens met inclusief de uitwerking van het zogenaamde rotondemodel. 19 Binnen deze structurele aanpak krijgen de doorontwikkelactiviteiten, die vanuit het Ministerie van BZK onder de stuurgroep Digimelding tot de zomer van 2015 georganiseerd zijn ook een plek. 25

84 4.4.5 (Rand)voorwaarden cluster Gegevens De belangrijkste voorwaarden voor het cluster gegevens zijn voldoende financiering voor doorontwikkeling en groei (hoofdstuk 6), wetgeving (hoofdstuk 5, Wet eoverheid), fraudebestrijding en informatieveiligheid. Daarnaast stelt Europese regelgeving kaders/randvoorwaarden zoals de Europese algemene verordening gegevensbescherming in algemene zin. Daarnaast is er diverse Europese regelgeving met betrekking tot de verschillende onderdelen. Zoals INSPIRE regelgeving voor het Geo-domein. 4.5 Cluster Interconnectiviteit Achtergrond Interconnectiviteit De voorzieningen die onder de Regieraad Interconnectiviteit vallen vormen de infrastructuur- basis voor de digitale overheid. Zonder fysieke netwerken, standaarden, architectuur en gegevensuitwisseling kan er geen eoverheid zijn. De producten en standaarden in dit cluster zijn dus VITAAL 20 voor de BV Nederland. Dit houdt in verantwoordelijkheid voor een adequate infrastructuur op het gebied van borging van continuïteit, informatieveiligheid, privacybescherming en via borging door voldoende wettelijke kaders en beleidsplannen. De GDI-voorzieningen binnen het cluster Interconnectiviteit vormen daarmee de noodzakelijke basisinfrastructuur voor vrijwel alle andere onderdelen van de GDI. De Regieraad Interconnectiviteit heeft een aantal specifieke doelstellingen geformuleerd 21 en richt zich op de afspraken over een gezamenlijke agenda, thema s en bijbehorende prioritering. De Regieraad Interconnectiviteit vult de infrastructurele randvoorwaarden in. Zonder beveiligde netwerken, koppelvlakken en standaarden is er geen veilige en betrouwbare toegang tot dienstverlening. In deze Regieraad komen de onderwerpen met betrekking tot de connectiviteit (infra), informatieveiligheid en continuïteit van dienstverlening primair aan de orde komen. De Regieraad ontwikkelt concrete (beleids) plannen voor integrale continuïteit en veiligheid van de eoverheid en jaagt indien nodig de totstandkoming van wetgeving aan. Ketensamenwerking, ook in een publiek-private context, is essentieel om deze doelstelling te bereiken GDI-voorzieningen binnen het cluster Interconnectiviteit Standaarden ( pas toe of leg uit -lijst); PKIoverheid (certificaten) 22 ; Digipoort (overheidstransactiepoort (OTP) & ProcesInfrastructuur (PI)); Diginetwerk; Nederlandse Overheids Referentie Architectuur (NORA) Actuele ambities Interconnectiviteit 1. Verhoging gebruik voorzieningen In kaart brengen van de belemmeringen die grootschalig gebruik van de voorzieningen binnen interconnectiviteit tegenhouden en formuleren van oplossingsrichtingen. Gedacht wordt aan harmoniseren van beleid, instellen van wettelijke verplichtingen tot gebruik en het ontsluiten van nieuwe sectoren. 20 In 2015 vinden gesprekken plaats om de GDI als vitale sector te kenmerken gezien de mogelijke ontwrichting van de samenleving bij het uitvallen van de GDI. 21 Deze zijn mede afkomstig uit de workshops die in het kader van de voorbereiding van het eerste Nationale Beraad van 9 december 2014 gehouden zijn en de doelstellingen uit opdrachtbrieven. 22 Wordt belegd bij de Regieraad I&A. 26

85 Dit betekent concreet voor de voorziening Digipoort; het vergroten van het gebruik door uitvragende organisaties, het verhogen van berichtvolumes en het initiëren van nieuwe berichtstromen. Onderzoek naar mogelijkheden voor het verhogen van de berichtstroom van overheid naar bedrijven en het inzetten van Digipoort in nieuwe sectoren (Topsectoren beleid), evenals het oplossen van juridische belemmeringen indien van toepassing. Identificatie van benodigde doorontwikkeling in 2015 en agendering in de Regieraad voor het jaarplan interconnectiviteit Getoetste standaarden en voorzieningen en overheidsbrede inzet Aandacht voor verbetering van het standaardisatieproces binnen de sturing van de GDI met gezamenlijke aandacht voor de nog te bepalen standaardisatie. Succesvolle initiatieven, beproefd en bewezen in de uitvoering (pilots), breder inzetten in de overheidsbrede uitvoering door standaardisatievoorstellen. Bindende adoptie afspraken met betrekking tot overheidsbrede standaarden worden in de Regieraad gemaakt. De Regieraad Interconnectiviteit vervult met betrekking tot standaarden en architectuurraamwerken zoals NORA een essentiële rol. Op de agenda van de regieraad staat Standaardisatie & Architectuur als vast onderdeel. Het onderwerp wordt steeds onder de aandacht gebracht en er wordt consequent op gestuurd. De bovenstaande thema s en doelstellingen moeten in concrete activiteiten worden uitgewerkt met ene bijbehorende aanpak en prioritering met bijbehorend tijdspad. Dit resulteert in een uitgewerkt clusterplan dat wordt gebruikt voor de integrale sturing Prioriteiten Regieraad Interconnectiviteit Vaststellen rol en scope Regieraad (eigenaarschap, opdrachtgeverschap, rol afnemers, rol beheerders en eindgebruikers) in relatie tot de beleidsdoelstellingen) inclusief relatie met andere gremia/overleggen; 2. Verhoging gebruik voorzieningen in het bijzonder Digipoort inclusief besluitvorming omtrent (door) ontwikkeling. Inclusief het realiseren van de benodigde financiële dekking voor deze voorziening; 3. Meer en beter gebruik standaarden inclusief verbeteren proces rondom standaardisatie, pilots en adoptie afspraken. 4. Informatieveiligheid als thema met betrekking tot GDI versterken en uitwerken. 5. Via gesprekken met diverse belanghebbenden zijn een aantal inhoudelijke thema s vastgesteld welke van invloed zijn op de voorzieningen en standaarden vallend binnen Interconnectiviteit. Deze thema s zijn hieronder beschreven. Vitale infrastructuur en continuïteit De voorzieningen van de Regieraad Interconnectiviteit vormen zonder uitzondering de ruggengraat van de eoverheid dienstverlening. Zonder Digipoort is er geen gegevensuitwisseling tussen bedrijfsleven en overheid, zonder Diginetwerk geen (beveiligde) verbindingen en zonder PKIoverheid is er geen vertrouwen. De Regieraad Interconnectiviteit geeft antwoord op de vraag hoe de vitale infrastructuur continuïteit geboden kan worden. Inclusief bestuurlijke afspraken, weten regelgeving die daarvoor noodzakelijk is. Als ook aansluiting bij internationale afspraken, weten regelgeving (EU, NAVO e.a.) die van invloed zijn op het domein van deze Regieraad. Patriot act De Patriot act verplicht Amerikaanse bedrijven om mee te werken aan het doorgeven van gegevens aan de Amerikaanse overheid. Dit betreft ook gegevens van Nederlandse bedrijven en overheid die op servers staan van bedrijven in Amerikaanse handen. De Regieraad 27

86 Interconnectiviteit beziet wat de gevolgen zijn van de Patriot act (of soortgelijke wetgeving van andere landen) en formuleert daaromtrent zo nodig gezamenlijk maatregelen/voorstellen. Informatieveiligheid / beveiligde koppelvlakken Informatieveiligheid is een aspect dat in alle clusters van belang is. In algemene zin komt het echter hier aan de orde. Daarnaast wordt in dit cluster invulling gegeven aan beveiligde koppelvlakken zoals op de Digipoort en het Diginetwerk. Deze koppelvlakken zorgen voor een beveiligde verbinding tussen het bedrijfsleven en de overheid. De Regieraad Interconnectiviteit heeft aandacht voor juiste toepassing van de beveiligde koppelvlakken opdat de informatieveiligheid ook op netwerk- en voorzieningsniveau bij bedrijfsleven en overheid is geborgd. Standaardisatie Een aantal standaarden ( pas toe of leg uit -lijst) en voorzieningen is voor de overheid verplicht. Het toezicht op juistheid van standaarden en de adoptie/implementatie van standaarden of (verplicht) gebruik van voorzieningen is nog niet goed geregeld. De Regieraad Interconnectiviteit stimuleert beleidsontwikkeling voor toezicht en op juiste implementatie van standaarden en (verplicht) gebruik van voorzieningen. In een later stadium ziet de Regieraad ook toe op de daadwerkelijke uitvoering van het ontwikkelde beleid. Europese koppelingen / gegevensuitwisseling Gegevensuitwisseling met Europese lidstaten en bedrijven is een belangrijk aandachtspunt voor een integrale benadering van de overheid als geheel. De Regieraad Interconnectiviteit ziet toe op beleidsontwikkeling op dit vlak, waarbij ook het stesta netwerk en relevantie Europese initiatieven worden betrokken (Rand)voorwaarden cluster Interconnectiviteit De belangrijkste voorwaarden voor het cluster Interconnectiviteit zijn: dekkende financiering voor doorontwikkeling en groei (hoofdstuk 6), wetgeving (hoofdstuk 5, Wet eoverheid), fraudebestrijding en informatieveiligheid. Daarnaast stelt diverse Europese regelgeving maar ook andere internationale wet/regelgeving (NAVO e.a.) randvoorwaarden. 28

87 5. Integrale thema s Overkoepelende thema s hebben raakvlakken met de GDI voorzieningen. De Digicommissaris voert regie op deze overkoepelende thema s. Hij neemt geen activiteiten of verantwoordelijkheden, die al belegd zijn bij verschillende partijen of programma s, over. Hieronder zijn deze overkoepelende thema s, die soms ook randvoorwaardelijk zijn voor het proces van realisatie en toename van gebruik van de generieke voorzieningen, opgenomen. Per thema staat beschreven wat er onder een thema wordt verstaan en wat de relatie is ten opzichte van de GDI en het Digiprogramma. 5.1 Toegang tot de Digitale Overheid voor burgers De missie van de Digitale Overheid houdt in dat burgers (en bedrijven) snel en gemakkelijk al hun zaken digitaal kunnen regelen met de overheid. Zij hebben daarmee een sleutelpositie in de activiteiten vanuit het Digiprogramma: alle activiteiten moeten uiteindelijk bijdragen aan de dienstverlening van de overheid aan burgers (en bedrijven). Doordat steeds meer overheidsdiensten digitaal beschikbaar zijn, doen steeds meer burgers een beroep op digitale overheidsdienstverlening. Gelijkertijd geven burgers - als ze de keuze hebben - nog steeds de voorkeur aan klassieke kanalen als telefoon en balie. Deze voorkeur heeft grofweg drie oorzaken: 1. Er is sprake van gewoontegedrag, burgers doen zaken met de overheid zoals ze altijd gewend zijn. 2. Vervolgens hebben burgers het gevoel weinig controle en grip te hebben op de gang van zaken bij digitale dienstverlening. Is het wel veilig en wat gebeurt er met mijn persoonlijke gegevens? 3. Tenslotte ontbreekt het een grote groep burgers aan voldoende vaardigheden om digitaal overheidsdiensten af te kunnen nemen. Deels betreft dit een groep die ook nu al onvoldoende bureaucratische vaardigheden heeft. Zij hebben moeite om hun weg in de overheidsdienstverlening te vinden, ongeacht of die digitaal of via de klassieke kanalen wordt aangeboden. Een grote en groeiende groep burgers weet zich echter wel uitstekend te redden via het digitale kanaal. Deze burger verlangt digitale beschikbaarheid van overheidsdiensten, zeven dagen per week en 24 uur per dag. En dan nog het liefst via apps en geschikt voor mobiele apparaten. Het zogenoemde responsive design (aanpassing aan het apparaat dat de burger gebruikt) wordt dan ook steeds belangrijker. De digitale overheidsdienstverlening moet voor een zo groot mogelijke groep burgers binnen bereik komen. Het gaat om een toegankelijke digitale overheid in de zin van het aanbieden van eenvoudige en vraaggerichte overheidsdienstverlening. Een overzichtelijk aanbod van diensten, begrijpelijke regelgeving en aandacht voor gemak is dan randvoorwaardelijk. Toegankelijke overheidsdienstverlening vraagt ook om veel inzicht in de behoeften van verschillende doelgroepen en onderzoek naar bijvoorbeeld gedragsbeïnvloeding. Deze uitgangspunten hebben ook een positief effect op bureaucratische vaardigheden en meer specifiek de digivaardigheid van burgers. Toegankelijkheid van de digitale overheid gaat dus om een breed scala van aandachtspunten met een breed perspectief op verantwoordelijkheden van alle overheidspartijen en verschillende sporen met betrekking tot een aanpak op dit thema. Voor de Digicommissaris als overheidsbrede regisseur, is een toegankelijke digitale overheid een zeer belangrijke doelstelling. Vanuit zijn regiefunctie en samen met het Nationaal Beraad, spoort hij alle partijen aan om bij het digitaliseren van de dienstverlening niet aanbodsgericht, maar vanuit het perspectief van de burger (en bedrijf) als eindgebruiker te redeneren. 29

88 Klankbordgroepen voor burgers en bedrijven (zie hoofdstuk 3 en bijlage 1) leveren daar een zinvolle bijdrage aan Digivaardigheid De overheid moet toegankelijk zijn. Dit geldt ook voor mensen die minder digivaardig zijn. De overheidsdienstverlening moet, voor verschillende doelgroepen, intuïtief en bruikbaar zijn. Om dit te realiseren is o.a. inzicht in de verschillende doelgroepen noodzakelijk. Hulp aan niet-digivaardigen beperkt zich immers niet alleen op het verlenen van fysieke hulp. Het uitgangspunt is om digitale vaardigheden aan te leren, waardoor deze groep zelfstandig gebruik kan maken van digitale overheidsdienstverlening.. Aangezien digivaardigheid verschillende vormen kent, verschilt de aanpak van dit fenomeen per organisatie: In principe zijn alle departementen verantwoordelijk voor het vereenvoudigen van processen (door vereenvoudiging van wetgeving), waardoor burgers beter in staat zijn om zaken zelfstandig met de overheid te regelen. Het ministerie van BZK is verantwoordelijk voor het burgerperspectief en de coördinatie op het punt van landelijke hulplijnen voor niet-digivaardige burgers. Uitvoeringsorganisaties (al dan niet ZBO s) en de decentrale overheden staan aan de lat voor het bieden van gemakkelijke, vraaggerichte digitale dienstverlening met aandacht voor usability-aspecten (in afstemming met burgers) en accessability (bijvoorbeeld door toepassing van de webrichtlijnen). De afgelopen jaren zijn veel verschillende initiatieven ontstaan die digivaardigheid stimuleren. Deze initiatieven vinden zowel plaats op landelijk niveau als via gezamenlijke lokale initiatieven door Gemeenten samen met uitvoeringsorganisaties en door de organisaties zelf voor hun eigen dienstverlening. Recent is bijvoorbeeld het Digitaal Hulplein ontstaan een gezamenlijk landelijk initiatief van departementen,organisaties, stichtingen en uitvoeringsorganisaties. Via deze hulpvoorziening worden computercursussen landelijk aangeboden. Deze trainingen worden op centrale locaties, zoals bibliotheken, georganiseerd. Het concept van het Digitaal Hulpplein wordt de komende jaren doorontwikkeld en aangevuld. Al deze initiatieven dragen bij aan veilige, betrouwbare en gemakkelijke overheidsdienstverlening. 5.2 Toegang en voordelen Digitale Overheid voor bedrijven Digitaal zakendoen met de overheid heeft voordelen voor bedrijven. Het digitale loket is altijd open, waardoor ondernemers tijd- en plaatsonafhankelijk een vergunningsaanvraag, subsidieaanvraag of aangifte kunnen doen. Veel overheidsorganisaties hebben de traditionele, papieren dienstverlening vervangen door digitale dienstverlening. In sommige gevallen is het papieren kanaal zelfs afgeschaft, waardoor het gebruik van het digitale kanaal verplicht is. Een voorbeeld hiervan is de aangifte van omzetbelasting bij de Belastingdienst. Robuustheid en voortdurende beschikbaarheid van digitale dienstverlening is voor bedrijven mogelijk nog belangrijker dan voor burgers. Uitval van voorzieningen kan voor grote economische schade zorgen, zowel aan bedrijfs- als overheidszijde. Goed werkende digitale dienstverlening bespaart ondernemers en overheden tijd en geld. In de ontwikkeling van digitale dienstverlening voor bedrijven is het belangrijk om rekening te houden met de diversiteit binnen het bedrijven domein. Het domein omvat multinationals maar ook zelfstandigen zonder personeel (zzp ers). De verschillende voorzieningen uit de GDI zijn 30

89 afhankelijk van de doelgroep relevant. Zzp ers worden door de overheid bijvoorbeeld gezien als zowel burgers (in de zin van betalen inkomstenbelasting ) als bedrijven ( staan ingeschreven in het Handelsregister ). Door het vele gebruik van intermediairs en de vaak hoge automatiseringsgraad (van machine naar machine berichtenverkeer) is specifieke aandacht voor digitale dienstverlening en generieke voorzieningen voor bedrijven nodig. Het is belangrijk dat bedrijven worden betrokken bij het doorontwikkelen en toekomstbestendig maken van de GDI. Daarnaast heeft een specifieke tak van het bedrijfsleven nog een extra rol in de digitale infrastructuur. Veel voorzieningen zijn of worden door het (ICT-)bedrijfsleven ontwikkeld. Datzelfde geldt vaak voor het in de lucht brengen of houden van netwerken waarlangs digitale dienstverlening wordt aangeboden. Vanuit dat perspectief is het ook belangrijk dat overheid en bedrijven samen optrekken. In verschillende overlegvormen vindt er afstemming tussen bedrijfsleven en overheid plaats. In het Nationaal Beraad worden, afhankelijk van de agenda, private partijen uitgenodigd. Koepelorganisaties van bedrijven nemen onder meer deel aan regieraden. Bovendien levert de klankbordgroep voor bedrijven, vanuit gebruikersperspectief, input aan het Nationaal Beraad en de regieraden. Uitdaging in 2015 is het vormgeven van deze publiek-private sturing en het bouwen van wederzijds vertrouwen. 5.3 Wetgeving De doelstelling van het kabinet is dat bedrijven en burgers in 2017 al hun zaken met de overheid digitaal kunnen afhandelen. Eén van de belangrijkste randvoorwaarden voor digitale overheidsdienstverlening is het realiseren van wetgeving, waarin de waarborgen en verantwoordelijkheden voor de benodigde digitale infrastructuur zorgvuldig wordt ingebed. Dit is een veelomvattend, intensief en complex traject. De ministeries van BZK en EZ zijn verantwoordelijk voor de nieuwe wetgeving voor de digitale dienstverlening de zgn. Wet eoverheid. De Wet eoverheid moet vooral zorg dragen voor een eenduidige rechtsgrond voor digitale transacties met de overheid onder andere: moet de ministeriële verantwoordelijkheid voor digitale voorzieningen als DigiD en MijnOverheid (waaronder de berichtenbox) een wettelijke basis krijgen; zal op termijn (naar verwachting) het nieuwe eid Stelsel in deze wet worden geregeld; is ook wetgeving noodzakelijk voor de introductie van een nieuw publiek eid-middel en; wordt overwogen de gegevenshuishouding anders te organiseren, wat mogelijk aanpassingen in wetgeving vergt. Naast dit wettraject voor de wet eoverheid zal de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) worden aangepast om het digitale rechtsverkeer van de overheid met burgers en bedrijven gelijk te schakelen met het traditionele rechtsverkeer. Tenslotte zal ook sectorale wetgeving nodig zijn, denk bijvoorbeeld aan de digitalisering van de Burgerlijke Stand en de digitalisering van de rechtspraak. Wetgeving is randvoorwaardelijk voor een goed functionerende GDI. Het doel is immers om toegankelijke, veilige en betrouwbare digitale overheidsdienstverlening aan burgers en bedrijven te bieden met voldoende behoud van privacybescherming. Daadwerkelijk gebruik van de GDI door alle overheden kan ook een middel zijn om eenduidige dienstverlening aan burgers en bedrijven te bieden. Door het vormgeven van een wettelijke verplichting op aansluiting op de GDI wordt het gebruik van bouwstenen en standaarden 31

90 gemaximaliseerd, wat resulteert in duidelijkheid en rechtszekerheid voor burgers en bedrijven en een uniforme en veilige inrichting van de eoverheid. Overheidsorganisaties verplichten andersom, in het kader van doelmatigheid, effectiviteit en efficiency, de digitale dienstverlening steeds meer aan burgers en bedrijven. Vanuit zijn regiefunctie vindt de Digicommissaris dat deze randvoorwaardelijke wetgeving tijdig, in samenhang en afgestemd met alle betrokken overheidspartijen gerealiseerd wordt. Alleen dan kan uiteindelijk de veilige, betrouwbare en toegankelijke digitale overheidsdienstverlening aan burgers en bedrijven (cf. Regeerakkoord) slagen. De Digicommissaris hecht hier veel belang aan en zal dit traject uitdrukkelijk volgen, echter de verantwoordelijkheid is en blijft bij de betrokken departementen. Wel zal de Digicommissaris stimuleren dat er voortgang en gezamenlijkheid wordt gecreëerd ten aanzien van de beleidsvorming ter voorbereiding van de wetgevingstrajecten. Voor een goed functionerende GDI is het van belang dat de volgende zaken goed in wetgeving geregeld worden: Veilige en betrouwbare toegang tot de gepersonaliseerde overheidsdienstverlening: Identificatie, authenticatie en de vormgeving van het eid-stelsel (cluster I&A); Toegankelijkheid tot algemene overheidsinformatie en verwijsfunctie naar overheidstransacties en gepersonaliseerde informatie en toegankelijke gegevensuitwisseling tussen overheid en burgers/bedrijven (cluster Dienstverlening); Voorwaarden voor en waarborgen bij het hergebruik van gegevens en de daarvoor te maken generieke afspraken over uitwisseling (cluster gegevens); Het gebruik van standaarden om overheidsbrede, veilige en betrouwbare dienstverlening te borgen, wat tevens bijdraagt aan effectiviteit en efficiency (cluster Interconnectiviteit). Dit wetgevingstraject is juridisch complex en raakt ook vrijwel alle departementen, decentrale overheden en overheidsorganisaties met mogelijke grote impact op de bedrijfsprocessen van bestuursorganen. Dat vereist een intensief afstemmingstraject. Niet de noodzaak tot het vormgeven van eenduidige overheidsdienstverlening met gebruik van een GDI staat zo zeer ter discussie; wel moeten in dit verband nog de nodige beleidskeuzes worden gemaakt. Aandacht voor de mogelijkheden van het inpassen in de bedrijfsprocessen van uitvoeringsorganisaties en lokale overheden en benodigde functionaliteit in de GDI, kortom de implementatie, is voorts een grote uitdaging. Vanwege deze complexiteit wordt gewerkt in tranches. Het is wel belangrijk tijdig vast te stellen wat echt op korte termijn geregeld moet worden om de voortgang op de digitale overheid niet te vertragen. De Digicommissaris zal daar vanuit zijn regiefunctie nadrukkelijk de aandacht op vestigen. 5.4 Internationaal/Europa In de (internationale) handel is Nederland niet alleen afhankelijk van de fysieke infrastructuur zoals havens, wegen en vliegvelden, maar ook van de digitale infrastructuur. Daarnaast is Nederland gebonden aan diverse Europese en internationale verdragen en regels. Afspraken die niet alleen van effect hebben op het Nederlandse bedrijfsleven maar ook op de burger. Deze grensoverstijgende afspraken kunnen daarnaast ook van invloed zijn op de realisatie van de GDI. De digitale infrastructuur moet in lijn lopen met Europese en mondiale regels. Voorzieningen als eherkenning, eid 23, Digipoort 24 en hiervan gebruikmakende diensten als SBR en efactureren, 23 in 2014 is de EU Verordening eidas vastgesteld (werkt direct door in NL recht en dus ook in de GDI); in 2015 worden de uitvoeringsbepalingen vastgesteld. 32

91 moeten voldoen aan Europese regelgeving en mondiale afspraken. Handel en gegevensuitwisseling beperken zich nu eenmaal niet tot de landsgrenzen. Het Nationaal Beraad omarmt de vele goede initiatieven die er in Nederland zijn om met Europese lidstaten, en in breder internationaal verband, handel te drijven en gegevens uit te wisselen. Om beperkte middelen beter te benutten wordt onderzocht hoe de diverse initiatieven elkaar door samenwerking kunnen versterken. De Digicommissaris heeft hierin een regisserende en verbindende rol. De Digicommissaris jaagt aan en draagt bij aan een Nederland dat op Europees en Internationaal gebied toonaangevend is en blijft. Onderstaande aandachtsgebieden zijn van invloed op het sterk houden en verbeteren van de positie van Nederland. Nederland blijft koploper in digitalisering en dient als gidsland; In Europese en internationale overleggen wordt het Nederlandse beleid eenduidig uitgedragen; Nederlandse initiatieven (standaarden) worden in Europees en Internationaal verband uitgedragen. Hierdoor zijn Nederlandse investeringen, in de desbetreffende initiatieven, succesvol en winstgevend; Leren van Europese en Internationale (landelijke) voorbeelden van eoverheid en waar mogelijk de vertaalslag maken naar Nederlandse (bestaande) initiatieven; Aanjagen van beleidsontwikkeling voor gegevensuitwisseling met Europa en het stimuleren van wetgeving die juridische belemmeringen wegneemt. Dit maakt grootschalige Europese en internationale gegevensuitwisseling mogelijk. De Digicommissaris maakt zich in 2015 hard voor het aanbrengen van regie op bovenstaande aandachtsgebieden. Dit doet zij door de ontwikkelingen op Europees en internationaal gebied nauwlettend te volgen en door te sturen op een samenhangend van de aandachtspunten en een uitvoering ervan door bedrijven en overheid in gezamenlijkheid. 5.5 Informatieveiligheid Overheidssystemen moeten veilig zijn en weerstand kunnen bieden aan pogingen tot misbruik en aanvallen van binnen en buiten. Dat is essentieel omdat de informatie die de overheid via deze systemen met elkaar deelt een van de belangrijkste productiefactoren (naast arbeid, grondstoffen en kapitaal) voor de toekomst is. De financiële sector heeft de afgelopen jaren laten zien dat de samenleving in grote mate afhankelijk is van het goed voeren van risicomanagement door de banken. Iets soortgelijks geldt voor de GDI. Het stelsel van basisregistraties en de verbinding daarmee met belangrijke overheidsystemen vormen inmiddels informatieketens waarin risico s steeds meer bij elkaar gaan optellen, transponeren en verborgen raken. Je kan je dan ook af vragen of de klassieke, betrekkelijke statische opvatting (op basis van ISO normen en de code voor informatiebeveiliging) van informatieveiligheid nog wel toereikend is voor de GDI. Naast de inspanningen die verschillende overheden vanuit hun eigen verantwoordelijkheid op dit gebied leveren, zal dit thema ook op centraal niveau blijvend de nodige aandacht vragen. Binnen de overheid zijn verschillende organisaties, programma s en gremia reeds aan de slag met dit onderwerp. De GDI moet genoemde inspanningen ondersteunen en faciliteren. Daarnaast biedt de sturingsfunctie van de Digicommissaris de mogelijkheid om overheidsbreed afspraken te maken, en daarop regie te voeren. Het onderwerp informatieveiligheid raakt alle regieraden, maar komt primair in de Regieraad Interconnectiviteit aan de orde. Aandachtspunten bij de invulling zijn enerzijds het voorkomen van 24 Inclusief bijbehorende standaarden. 33

92 dubbelingen en anderzijds het optimaal aansluiten op lopende initiatieven. In 2015 zal worden bezien welke concrete bestuurlijke afspraken kunnen worden gemaakt die bijdragen aan de informatieveiligheid. Een concreet voorbeeld daarvan zijn afspraken/maatregelen die overheden kunnen helpen om beter en efficiënter weerstand te bieden aan DDoS-aanvallen en hackpogingen. 5.6 Fraude Om misbruik te voorkomen, moet de overheid het ontstaan van weeffouten in de digitale infrastructuur (beveiliging op orde) voorkomen. Dankzij de digitalisering van haar informatiehuishouding heeft de overheid, steeds meer mogelijkheden om fraude te signaleren en op te sporen. Het onrechtmatig doen van een beroep op overheidsvoorzieningen, zoals subsidies, uitkeringen, studiefinanciering of inkomensafhankelijke regelingen, wordt hierdoor efficiënter en effectiever voorkomen. Doordat informatie binnen de overheid beter wordt benut, wordt het uitvoeren van controles eenvoudiger. Het is sneller duidelijk of een burger of bedrijf, die een bepaalde voorziening aanvraagt, daar wel recht op heeft. Bovendien gebruiken controleurs informatie uit basisregistraties om verdachte gevallen snel te identificeren. Het vergelijken van basisregistraties met registraties van andere overheden heeft ook een positief effect op het signaleren van fraude. Verdachte zaken, die relevant zijn voor vervolgonderzoek, worden eenvoudig achterhaald. Organisatieoverstijgende samenwerking wordt de komende jaren verder geoptimaliseerd. Hierdoor gaat de overheid, ook als het gaat om fraudebestrijding, steeds meer opereren als één geheel. Om dit te laten slagen is het belangrijk dat gegevens vergelijkbaar zijn en gekoppeld kunnen worden. In dit kader heeft de Regieraad Gegevens harmonisatie van begrippen in de uitvoering benoemd als een actie om op te sturen in Het kabinet zet breed in op fraudebestrijding en heeft verschillende activiteiten ontplooid, zoals het verbeteren van de kwaliteit van de Basis Registratie Personen, extra adresonderzoeken en een aanpassing van de SUWI-wet. In verschillende samenwerkingsverbanden worden daarnaast effectieve methoden om fraudeurs op te sporen en te vervolgen verkend. Aangezien het benutten van de informatie uit de basisregistraties steeds meer leidend wordt voor de dienstverlening van de overheid, wordt ingezet op het verhogen van de kwaliteit van de gegevens uit de basisregistraties. Dit leidt ertoe dat overheidsorganisaties met zo accuraat mogelijke gegevens kunnen werken. Wijzigingen in gegevens worden zo snel mogelijk doorgespeeld aan betrokken instanties, zodat zij hun wettelijke taken goed kunnen uitvoeren. Bovendien wil het kabinet zich ervoor inspannen om door middel van wetgeving betere gegevensuitwisseling bij de aanpak fraude mogelijk te maken. De minister van V&J heeft de Tweede Kamer december 2014 laten weten dat een combinatie van bepalingen en noodzakelijke wijzigingen in de bestaande sectorale wetten dit mogelijk moet maken. Zonder op de stoel van de beleidsdepartementen te gaan zitten ondersteunt de Digicommissaris vanuit zijn regiefunctie de fraudeaanpak van het kabinet door ten behoeve van betere gegevensuitwisseling de GDI verder op orde te brengen en in 2015 vanuit de Regieraad Gegevens o.m. in te zetten op het verhogen van de kwaliteit van de gegevens uit de basisregistraties en harmonisatie van begrippen in de uitvoering. 5.7 Privacy Het delen van persoonlijke informatie op internet via bijvoorbeeld sociale media is in ons digitale tijdperk normaal geworden: we hebben een profiel op LinkedIn, reageren op berichten van vrienden op Facebook en delen foto s via Instagram. Persoonsgegevens zijn de olie van het internet en het nieuwe betaalmiddel in de digitale wereld geworden 25. De mogelijkheden met 25 Citaat Meglena Kuneva, EU Commissaris Consumentenbescherming (2009). 34

93 bijvoorbeeld digitale identiteiten zijn groot. De economische waarde van digitale identiteit in Europa werd in 2013 geschat op circa 315 miljard euro. Naar verwachting neemt dit jaarlijks toe met circa 14% tot 997 miljard euro in Dit bestaat uit directe waarde voor het bedrijfsleven (inkomsten) en indirecte waarde voor burgers (meerwaarde en gemak van een digitale identiteit). Persoonsgegevens zijn dus (economisch) zeer waardevol en dienen dan ook goed beschermd te worden. Ook binnen de GDI worden persoonsgegevens uitgewisseld. Op enig moment geeft een burger of bedrijf zijn/haar gegevens aan de overheid (eenmalige gegevensuitvraag), die deze gegevens gebruikt om haar taken uit te voeren en daarmee rechten en plichten van burgers en bedrijven bewaakt. De overheid verandert steeds meer van een eoverheid in een ioverheid, die wordt gekenmerkt door informatiestromen en netwerken. Deze ioverheid is niet alleen gericht op dienstverlening, maar ook controle en zorg. De ioverheid brengt vergaande veranderingen in de relatie tussen burgers en overheden met zich mee, onder andere op het gebied van privacy. 27 Zowel burgers, bedrijven als de overheid ondervinden voordelen en gemak van gegevensuitwisseling, toch is er ook sprake van bezorgdheid over privacy. Dit heeft deels te maken met vertrouwen: mogen de gegevens gebruikt worden op de manier waarop de andere partij dit doet? En anderzijds met transparantie: is helder wat er met jouw gegevens gebeurt en waarom? En hoe kom je daar achter? Het recht op bescherming van persoonsgegevens is binnen de Europese Unie verankerd in artikel 8 van het Handvest van de grondrechten van de EU. Daarin is vastgelegd dat persoonsgegevens eerlijk moeten worden verwerkt, voor bepaalde doeleinden en met toestemming van betrokkene of op basis van een andere gerechtvaardigde grondslag waarin de wet voorziet. Een ieder heeft volgens dat artikel recht van inzage in de over hem verzamelde gegevens en op rectificatie daarvan. Daarnaast is het recht op bescherming van persoonsgegevens ook verankerd in artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). Hierin is bepaald dat iedereen recht heeft op respect voor zijn privéleven. Inmenging van de overheid is alleen toegestaan voor zover hier bij wet in is voorzien. Dan gaat het om inmenging in het belang van nationale en openbare veiligheid of het economisch welzijn van een land. 28 Algemene waarborgen voor het recht op bescherming van persoonsgegevens zijn vastgelegd in de Europese privacyrichtlijn uit Deze richtlijn is in Nederland in onder meer de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) geïmplementeerd. Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) ziet toe op naleving van deze wet en hanteert onder andere de beginselen proportionaliteit, subsidiariteit en dataminimalisatie. In 2012 is aangekondigd dat de EU-richtlijn zal worden vervangen door een Algemene Verordening gegevensbescherming (Europese dataprotectie Verordening). In het voorstel voor deze verordening worden de rechten van burgers versterkt, met name het recht om te worden vergeten. Het regime voor de doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen wordt verruimd en verder wordt onder meer voorzien in de bevoegdheid tot het vaststellen van bestuurlijke boetes door toezichthouders. 30 De wijzigingen die vanuit de EU worden doorgevoerd, hebben vanwege de aard van een Verordening (verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat) direct 26 The Value of our Digital Identity, onderzoek Boston Consultancy Group (2013). 27 ioverheid, rapport nr. 86 Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (2011). 28 Zie ook Privacy beleidskader DG Rechtspleging en Rechtshandhaving, Ministerie Veiligheid en Justitie, 22 april Richtlijn 95/46/EG van het Europees parlement en de Raad van 24 oktober 1995, betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens. 30 Kamerstukken I , , FI. 35

94 effect op het Nederlandse beleidskader: staand beleid op het gebied van privacy en gegevensuitwisseling zal wijzigen. Dit zal ook direct de onderdelen uit de GDI raken en is dan ook iets waar alle GDI-partijen (eigenaar, afnemer en beheerder) zich van bewust moeten zijn. De regieraden bieden een platform om hierover van gedachten te wisselen en waar nodig gemeenschappelijk afspraken te maken over hoe om te gaan met privacyvraagstukken met betrekking tot de voorzieningen van het betreffende cluster. Daarbij kan bijvoorbeeld concreet gedacht worden aan huidige uitdagingen voor gemeenten in het kader van de decentralisaties, gegevensuitwisseling binnen het stelsel van basisregistraties en privacy by design (structureel aandacht besteden aan privacyverhogende maatregelen) en pseudonimisering (versleuteling van identificerende gegevens, zoals bijvoorbeeld het burgerservicenummer) binnen het afsprakenstelsel eid. Waar persoonsgegevens uitgewisseld worden spelen per definitie ook privacyvraagstukken. Privacy is een integraal onderdeel van de GDI en daarmee ook integraal onderdeel van het Digiprogramma. Een privacybestendige digitale overheid is klantgericht en is veilig, betrouwbaar en legitiem. Het maatschappelijk verantwoord omgaan met data is een teken van goed bestuur. Ambitie van de Digicommissaris is om op het vlak van GDI-sturing toe te zien op het goed gebruik en uitwisseling van gegevens en waar nodig de discussie over huidig en nieuw beleid en wetgeving aan te jagen. De Digicommissaris vervult ook een signaleringsfunctie, zowel met betrekking als dingen die op dit gebied goed gaan (met als taak die verder te verspreiden) als zaken die beter kunnen. Binnen de regieraden zal privacy regelmatig een punt van aandacht zijn; startpunt zullen de regieraden van april zijn. 5.8 Mobiel Door de opkomst van mobiele apparaten als de smartphone en de tablet, neemt de vraag naar Apps toe. De burger van nu verwacht dat de overheid meegaat met de tijd. De actuele en efficiënte dienstverlening die bijvoorbeeld door banken wordt aangeboden, wordt als voorbeeld gezien. App s hebben een aantal voordelen voor dienstverleners. Via een App kan relevante, gepersonifieerde informatie worden aangeboden. Hierdoor zijn burgers minder snel geneigd om gebruik te maken van traditionele, meer kostbare, vormen van overheidsdienstverlening. Zoals via een loket of telefoon. Op dit moment is het voor een groot aantal overheden onmogelijk verregaande stappen te maken in het aanbieden van Apps aan hun doelgroep. De oorzaak moet worden gevonden in het niet kunnen gebruiken van gegevens zonder DigiD. Organisaties willen in de Apps gebruik maken van gepersonifieerde gegevens. Deze gegevens worden opgehaald uit de eigen backofficesystemen, met behulp van het BSN. Voor dit BSN en ook voor de authenticatie en autorisatie is een koppeling met DigiD nodig. In de huidige DigiD gebruiksvoorwaarden, die Logius stelt aan het gebruik van DigiD door overheidsdeelnemers, is koppeling met een App niet voorzien en ook niet toegestaan. Nieuwe technologie is niet alleen een antwoord op gebruikerswensen en functionaliteit, maar ook een vraagstuk van beheersbaarheid en veiligheid. Voor dat laatste geldt: hoe kan de veilige werking worden gegarandeerd? Hoe wordt het downloaden van onveilige frauduleuze Apps door burgers voorkomen? Deze ontwikkeling raakt alle regieraden. Het wordt in 2015 in de diverse clusterprogramma s verder uitgewerkt. 36

95 6. Financiering 6.1 Algemeen In tegenstelling tot beleidsonderwerpen als onderwijs, defensie en veiligheid is de GDI (en de ontwikkeling naar een Digitale Overheid) de afgelopen jaren nauwelijks expliciet op de politieke agenda geplaatst. De afgelopen jaren is daarentegen de druk op het gebruik, de instandhouding (onderhoud en beheer) en noodzaak tot doorontwikkeling van GDI voorzieningen, sterk toegenomen. Dit heeft geleid tot financiële tekorten. Deze tekorten waren de afgelopen jaren (soms en soms niet) oplosbaar, vanaf 2015 vormen zij in ieder geval een financieel knelpunt. Bovendien staan deze tekorten continuïteit en doorontwikkeling in de weg. De tekorten zijn voornamelijk ontstaan door het ontbreken van een volledige werkwijze en besluitvorming rondom de GDI (o.a. dus sturing). Voorbeelden van oorzaken zijn: De aannames uit het verleden zijn niet altijd van toepassing op het heden; Volumes (groei in gebruik van bepaalde voorzieningen) zijn sterker toegenomen dan verwacht; Er is niet of onvoldoende geld gereserveerd voor de structurele kosten van de voorzieningen; Baten in termen van euro s zijn niet ingezet voor de kosten van de GDI maar ingezet voor invulling van taakstellingen uit (voormalige) regeerakkoorden; Er is onvoldoende control-aandacht geweest voor elementen van de GDI vanuit financiële oogpunt. De financiering van de GDI wordt gefaseerd op orde gebracht. De fasen zijn: Fase 1: richt zich op het op orde brengen van de basis: De omvang van de financiële problematiek van de huidige GDI wordt inzichtelijk gemaakt; Fase 2: heeft betrekking op de uitwerking van een dekkingsvoorstel. De financiële problematiek van de huidige GDI wordt aan de hand van begrotingssystematiek en verschillende scenario s uitgewerkt; Fase 3: richt zich op een afwegingskader (lees Spelregels). Binnen dit kader worden heldere afspraken gemaakt over de opname van toekomstige investeringen binnen het Digiprogramma; Fase 4: staat in het teken van een eenduidige rapportage. Dit document vormt het uitgangspunt over de wijze waarop de GDI gepresenteerd en gepositioneerd wordt. Op basis van de criteria: helder-/eenduidigheid, controlwaardigheid en integraliteit. 6.2 Financieel inzicht Bestaande GDI voorzieningen De bestaande GDI voorzieningen zijn beschreven in Hoofdstuk 4. In onderstaande tabel zijn, per cluster, de meerjarige kosten die nodig zijn voor de instandhouding, doorontwikkeling en groei van de huidige GDI, benoemd. Elk cluster is opgesplitst in de categorieën: beheer en onderhoud, noodzakelijke doorontwikkeling en volumegroei. De volgende voorbehouden zijn op dit moment aan de orde: Voor het cluster Gegevens, waaronder de basisregistraties vallen, is deze uitsplitsing nog niet gemaakt. In 2015 wordt hiermee gestart. De meerjarige kostenontwikkeling van de GDI wordt gevormd door reeds bestaande GDI voorzieningen en mogelijk nieuw te ontwikkelen GDI voorzieningen. In onderstaande tabel zijn 37

96 alleen de kosten van bestaande GDI-voorzieningen opgenomen. (laatste zijn niet opgenomen in onderstaande tabel). Meerjarige kostenontwikkeling bestaande GDI voorzieningen bedragen x mln Dienstverlening 66,39 60,94 58,30 58,32 39,46 Onderhoud en beheer 53,49 49,44 48,80 48,82 29,96 Noodzakelijke doorontwikkeling 8,40 8,50 6,00 6,00 6,00 Volumegroei 4,50 3,00 3,50 3,50 3,50 Identificatie & Authenticatie 45,50 50,80 52,10 56,10 60,50 Onderhoud en beheer 35,70 39,90 40,10 42,60 45,10 Noodzakelijke doorontwikkeling 6,50 6,00 6,00 6,00 6,00 Volumegroei 3,30 4,90 6,00 7,50 9,40 Gegevens 495,57 478,00 476,80 472,27 471,52 Interconnectiviteit 30,11 39,49 33,83 34,70 34,40 Onderhoud en beheer 28,01 38,99 33,43 34,30 34,00 Noodzakelijke doorontwikkeling 2,10 0,50 0,40 0,40 0,40 Volumegroei Bureau Digicommissaris 4,00 4,00 4,00 4,00 0,00 Totaal 641,56 633,23 625,03 625,38 605,87 Reeds beschikbaar in begroting 566,34 532,17 529,67 530,71 511,85 Tekort -75,2-101,1-95,4-94,7-94,0 1 Financieel overzicht GDI januari Nieuwe GDI voorzieningen De digitale wereld is dynamisch. (door)ontwikkeling van (nieuwe) voorzieningen moet op verantwoorde wijze worden gefinancierd. Dit geldt de komende jaren onder meer voor de voorzieningen: eid, OTP KIS en digitale kluisjes. De financiering van deze projecten en nieuwe ambities wordt besproken in de betreffende regieraden met inachtneming van de geformuleerde Spelregels. Zie paragraaf Spelregels Leidraad Financiën Een leidraad Financiën GDI is opgesteld om vanuit financieel perspectief grip te houden op GDIvoorzieningen. Deze leidraad zorgt ervoor dat de financiering correct én in samenhang met de beleidmatige en/of inhoudelijke noodzaak, wordt vastgelegd door middel van het vaststellen van spelregels. 38

97 6.3.2 Dynamiek en Regie De GDI is continu in ontwikkeling (zowel vanuit voortschrijdende beleidsaspecten als technologie) en dermate dynamisch dat het lastig is om de exacte omvang van benodigde middelen op middellang en lange termijn te voorspellen. Naarmate er verder in de toekomst wordt gekeken, neemt de hardheid van cijfers af. aannames over de huidige geraamde kosten voor onderhoud en beheer zullen door (technische)ontwikkeling achterhaald zijn. er zullen wijzigingen optreden in het bestaande portfolio zoals integratie van voorzieningen. er zullen wijzigingen optreden in het bestaande portfolio als gevolg van toekomstige ontwikkelingen. Dit kan zijn doorontwikkeling en volumegroei maar ook komst van nieuwe ambities als bijv. eid en digitale kluisjes; nieuwe ambities hebben hun doorwerking naar noodzaak en omvang bestaand portfolio en daarvoor benodigde instandhoudingskosten beheer en onderhoud. Kortom er zit en komt een dynamiek op de GDI die maakt dat de exactheid en daarmee de omvang van de benodigde middelen verder in de tijd meer bandbreedte heeft Leidraad/Spelregels Om grip te houden op de financiering van GDI-voorzieningen is een leidraad Financiën opgesteld. Deze leidraad is een aanvulling op de geldende regelgeving zoals voorgeschreven in de Comptabiliteitswet en de Rijksbegrotingvoorschriften van het ministerie van Financiën. De leidraad financiën maakt onderdeel uit van het financieringsarrangement voor de GDI. Samengevat betekent dit: Voor bestaande GDI voorzieningen worden de totale dekkingskosten eenmalig geregeld. Op basis van scenario s worden de benodigde middelen, die voorziene meerjarige kosten van de bestaande GDI voorzieningen moeten afdekken, geïnventariseerd. Indien nodig is het mogelijk om, over jaren heen, met beschikbare middelen te schuiven; Voor nieuwe GDI voorzieningen wordt de dekking van kosten geregeld via sturing. Aan de hand van een afgestemd portfolio wordt inzichtelijk gemaakt welke middelen nodig zijn om de meerjarige kosten van de betreffende voorziening af te dekken; Beschikbare middelen worden op voorhand niet meerjarig aan de partijen in de begroting toegekend. Jaarlijks wordt het bedrag bepaald dat in dat jaar beschikbaar is, eventueel met doorwerking naar opvolgende jaren (herijking); De middelen worden aangehouden op een aanvullende begrotingspost bij een nog nader aan te wijzen partij (Financiën, departement, gerede partij afnemers of Digicommissaris). Voor het komende jaar betekent dit concreet dat de middelen die meerjarig via de scenario s worden afgesproken, in beginsel alleen voor 2015 worden toegekend aan de betrokken medeoverheden. Het is mogelijk om een meerjarige reeks toe te kennen. Dit kan alleen als blijkt dat er in 2015 kosten worden gemaakt die 100% doorwerken in opvolgende jaren. Denk aan de kosten voor onderhoud en beheer als gevolg van doorontwikkeling. Dit is ook het geval bij de compensatie van rentekosten, zoals als gevolg van een beroep op de leenfaciliteit. 39

98 7. Strategische verkenningen In dit hoofdstuk worden twee strategische verkenningen geadresseerd. Samen met de leden van het Nationaal Beraad wordt via verschillende (creatieve) werkvormen de dialoog met elkaar gevoerd om te bepalen wat de verkenningen vanuit de verschillende partijen exact inhouden en wat de mogelijke gezamenlijke richting is. Deze worden uiteindelijk ter besluitvorming voorgelegd in de Ministeriele Commissie Digitale Overheid. 7.1 Wat is de gezamenlijke toekomstvisie voor de Digitale Overheid? Dit Digiprogramma richt zich in eerste instantie op het op orde krijgen van realisatie, doorontwikkeling, adequaat beheer en vooral gebruik van de GDI door overheidsorganisaties en burgers en bedrijven en/of instanties, soms in samenwerking met private partijen. Beleidsontwikkelingen op thema s hebben daar ook invloed op. De eerste focus is gericht op de invulling van de afspraken in het Regeerakkoord inzake Digitaal 2017 en de Digitale Agenda met als uiteindelijk doel de digitale overheidsdienstverlening aan burgers en bedrijven optimaal te regelen via een werkende GDI. Naast dat de basis op orde wordt gebracht is het van essentieel belang om gezamenlijk beelden/visie/toekomstverwachtingen te ontwikkelen over de digitale dienstverlening na 2017 tot ca Technologie schrijdt fors voort, organisaties en samenwerkingsverbanden veranderen en met name de verwachtingen van burgers en bedrijven richting overheid worden alleen maar hoger. Belangrijk is om dit voortschrijdend inzicht gezamenlijk en vanuit het interbestuurlijke perspectief te ontwikkelen. Het ontwikkelen en bereiken van een digitale overheid staat al decennia op verschillende agenda s. Het is van belang nu al gezamenlijk verder vorm te geven aan een toekomstvisie voor de Digitale Overheid na 2017, welke toekomstige ontwikkelingen in beeld zijn en welke ondersteuning dit vraagt vanuit een functionele en beheersbare GDI voor de Digitale Overheid. Afgelopen jaren zijn verschillende visies vanuit verschillende partijen ontwikkeld. Doel van het beantwoorden van deze strategische vraag is om gezamenlijk, overheidsbreed voor burgers, bedrijven en overheid één visie Digitale Overheid te ontwikkelen. In april 2015 zal vanuit de regiefunctie van het Nationaal Beraad een strategische verkenning worden ingezet met betrokkenheid van de departementen, decentrale overheden en uitvoeringsorganisaties samen met het bedrijfsleven en de wetenschap. Deze visie is leidend voor de ontwikkelagenda GDI 2016 e.v. en zal als uitgangspunt dienen voor het Digiprogramma Hoe ziet de toekomstige sturing eruit In 2017 is de verandering naar steeds meer digitalisering niet afgerond. De technologische veranderingen en de gevolgen daarvan gaan heel snel en overschrijding van organisatiegrenzen zal steeds meer gaan plaatsvinden. Ook de informatiesamenleving raakt meer en meer de verhouding tussen burgers en bedrijven en overheid. Dit geldt zeker voor de digitale overheid. De GDI is hierbij wezenlijk, van groot maatschappelijk belang, ondersteunt de vormgeving van de Digitale Overheid en raakt alle betrokken partijen. 40

99 Stilstaan is geen optie. Deze verandering hebben ook invloed op de sturing- en verantwoordingsstructuur (sturing) van alle partijen die betrokken zijn bij de Digitale Overheid in zijn algemeen en de GDI in het bijzonder. Daarom is het van belang om samen met de leden van het Nationaal Beraad een strategische verkenning uit te voeren naar de gevolgen van de maatschappelijke verandering voor de huidige sturing- en verantwoordingsstructuur. Toekomstige Sturing De benoeming van de Digicommissaris en het ondersteunende bureau is van tijdelijke aard. In de opdracht van de Digicommissaris is het ontwerpen van een sturingsmechanisme opgenomen met duidelijkheid over rollen, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Deze sturing moet tevens gericht zijn op het kunnen uitvoeren van de transformatie naar een nieuwe digitale overheid met mogelijk nieuwe portefeuilles op politiek niveau en het eventueel ontstaan van of samengaan van verscheidene overheidsorganisaties, indien nodig voor. Deze beoogde transformatie naar een nieuwe besturing van de digitale overheid (na 2018) is te vergelijken met de sturing binnen een groot concern en gaat vooral over sturen met mandaat. Iemand (een persoon of een gremium) moet verantwoordelijk zijn voor de regievoering op ketensamenwerking. Door de hele overheid heen, is meer doorzettingsmacht en minder gepolder nodig om te komen tot samenhang tussen digitale overheidstrategieën en sturing op de doelstellingen Digitale Overheid. Dat vergt wijzigingen in de sturing en daarmee het slopen van, soms, heilige huisjes. In april 2015 zal vanuit de regiefunctie van het Nationaal Beraad ook op dit onderwerp een strategische verkenning worden ingezet met betrokkenheid van de departementen, decentrale overheden en uitvoeringsorganisaties samen met het bedrijfsleven en de wetenschap. Het gaat binnen deze strategische verkenning om een analyse uit te voeren en de mogelijke scenario s op te stellen die opportuun zijn ten aanzien van dit vraagstuk. Deze worden ter besluitvorming geagendeerd. Deze besluitvorming is op dit moment voorzien in Na besluitvorming van de nieuwe sturingsstructuur, taken en verantwoordelijkheden zal bepaald worden wat het migratiescenario is ten aanzien van de taken van de Digicommissaris en het bureau Digitale Overheid. 41

100 Bijlage 1 Sturingstructuur Ministeriële Commissie Digitale Overheid (MCDO) De MCDO geeft sturing aan de Digicommissaris en daarmee legt de Digicommissaris verantwoording af aan deze commissie. De Digicommissaris heeft de bevoegdheid om besluitvorming namens het Nationaal Beraad Digitale Overheid of zelfstandig voor te leggen aan de MCDO. De Digicommissaris rapporteert de MCDO over de voortgang op de uitvoering van het opgestelde (meer)jarige Digiprogramma, zowel op resultaten, sturing als financiën. Na akkoord van de MCDO biedt de Digicommissaris de voortgangsrapportages, via de Ministerraad, aan de Tweede Kamer aan. De MCDO is tevens de escalatiemogelijkheid voor de Digicommissaris en het Nationaal Beraad Digitale Overheid. Eventuele knelpunten worden door de Digicommissaris met verschillende oplossingen voorgelegd, de MCDO beslist hierover of kan escaleren naar de Ministerraad. Afspraken die gemaakt worden in de MCDO worden tweejaarlijks bestendigd met de decentrale overheden in een separaat bestuurlijk overleg. De MCDO vooraf gegaan door een Ambtelijke Commissie. De Ambtelijke Commissie Digitale Overheid (ACDO) is het formele agendaoverleg voor de MCDO en geleidt de conceptagenda door aan de voorzitter van de MCDO. Deelnemers De vaste leden van de MCDO zijn: De Minister President (vz), de vicepremier, de Ministers van Binnenlandse Zaken, Economische Zaken, Wonen en Rijksdienst en Financiën. Adviserend leden van de MCDO zijn: De Digicommissaris, een bestuurder namens de uitvoeringsorganisaties en een vertegenwoordigend bestuurder namens de decentrale overheden. De vaste leden van de ACDO zijn: SG BZK of SG EZ (alternerend vz), de Digicommissaris, DG BK, DG B&I, DG RBG, bestuurder namens de uitvoeringsorganisaties en een vertegenwoordigend bestuurder/directeur namens de decentrale overheden. Dit zijn behalve de voorzitter dezelfde personen die ook plaatsnemen in het Nationaal Beraad Digitale Overheid. Nationaal Beraad Digitale Overheid (NBDO) Het NBDO heeft vooral tot doel om verbindend, invulling te geven aan een veilige, betrouwbare en eenvoudige Digitale Overheid. Het NBDO bereikt daartoe overeenstemming over de visie en het beleid ten aanzien van de GDI in relatie tot het digitale overheidsbeleid en de ambities van het kabinet. Samen met het NBDO regisseert de Digicommissaris de samenhang en integraliteit van de GDI. Het NBDO is gezamenlijk verantwoordelijk voor de GDI als geheel. Het Nationaal Beraad Digitale Overheid stelt het Digiprogramma op. Binnen het Digiprogramma vallen de (meer) jaren plannen van de clusters. Op basis van deze (meer)jarenplannen geeft het Nationaal Beraad Digitale Overheid mandaat aan de regieraden. Het Nationaal Beraad Digitale Overheid accordeert de voortgangsrapportages van het Digiprogramma voor de Tweede Kamer (via de MC/AC en de MR). Het Nationaal Beraad Digitale Overheid bespreekt de volgende zaken: 42

101 de stand van zaken tav de uitvoering van het Digiprogramma (visie/beleid/plannen) en de financiële begroting en uitputting. Deelnemers Vaste leden: Digicommissaris (vz), Bureau Digitale Overheid (secr), departementen op DG-niveau, directieleden van VNG, IPO en UvW, bestuurder(s) namens Manifestgroep en een bestuurder namens Klein LEF. Daarnaast kunnen, als de agenda daarom vraagt, één of meer private partijen zoals VNO/NCW, Nederland ICT en CIO Platform Nederland worden uitgenodigd. Regieraden De regieraden dragen zorg voor doorzettingskracht op de doorontwikkeling/innovatie, het gezamenlijk gebruik en de zorg voor continuïteit, waarbij de ontwikkelingen op zowel maatschappelijk als technologisch gebied continu betrokken worden. De Regieraad draagt tevens zorg voor de integraliteit van de GDI elementen in een cluster. Deze clusters zijn: Identificatie & Authenticatie, Dienstverlening, Gegevens en Interconnectiviteit. De regieraden worden ingesteld door en met mandaat van het NBDO en voeren regie op de totstandkoming en instandhouding van een samenhangende set generieke voorzieningen, waarmee overheidsorganisaties de digitale dienstverlening aan burgers en bedrijven effectief en efficiënt in kunnen richten. De regieraden sturen op de invulling van de noodzakelijke (rand)voorwaarden, waaronder financiering en wetgeving. Ze zijn het besluitvormend gremium op onderwerpen die de samenhang van de voorzieningen uit het cluster betreffen en op onderwerpen die vanuit de afnemersraden van de verschillende voorzieningen ter besluitvorming worden voorgelegd. De regieraden beperken zich daarbij niet tot proces maar hebben een inhoudelijke rol in de besluitvorming. Voor onderwerpen die uitsluitend spelen binnen één voorziening uit de GDI, hebben de regieraden ((on)gevraagd) een adviserende rol. Informatie en escalatie naar het NBDO vindt plaats als een onderwerp de volle breedte van de GDI aangaat, of als in de regieraad geen eensgezindheid kan worden bereikt op een bepaald onderwerp. De deelnemers van de regieraden zijn voor de eigenaar, opdrachtgever en beheerder van een voorziening het eerste aanspreekpunt in geval van een calamiteit bij de voorziening De regieraden stellen een (meer)jarenplan (clusterplan) op (als één van de onderdelen van het Digiprogramma), met doelstellingen ten aanzien van innovatie en doorontwikkeling, beheer & exploitatie, aansluiting, implementatie en gebruik van de elementen in het cluster. De uitwerking van genoemde doelstellingen vindt plaats in nader overleg tussen beleidseigenaar en opdrachtgever. Er is één samenhangend financieel overzicht van de GDI. De regieraden hebben de verantwoordelijkheid hun deel van dit overzicht actueel te houden. Als er onoplosbare knelpunten ontstaan worden deze voorgelegd aan het NBDO, ondersteund met mogelijke oplossingen. In de regieraden wordt de voortgang van het clusterplan, de benodigde noodzakelijke generieke randvoorwaarden én de mandaten voor de afnemersraden besproken en vastgesteld. Ook worden indien nodig inhoudelijke bespreekpunten geagendeerd. Deelnemers De volgende rollen dienen in de regieraad vertegenwoordigd te zijn: beleidsverantwoordelijken, opdrachtgevers van de GDI elementen, (vertegenwoordigers van) afnemers, beheerders en leveranciers/marktpartijen (indien van toepassing) van de GDI elementen. De directeur Bureau DO is voorzitter. Het secretariaat ligt ook bij het Bureau DO. Afnemersraden De sturing van de Afnemersraden wordt ingericht door de gedelegeerd opdrachtgevers vanuit de Regieraad. De Afnemersraden sturen op de innovatie, implementatie, doorontwikkeling, gebruik en exploitatie van de afzonderlijke GDI elementen. Het gaat om: stand van zaken en eventuele 43

102 knelpunten tav. aansluiten, beheer, implementatie, beveiliging etc. Ook de releasekalenders, wijzigingsvoorstellen en doorontwikkeling. Eventuele knelpunten op operationeel niveau worden geëscaleerd naar de Regieraad van het betreffende cluster met mogelijke oplosvoorstellen. De regieraden stellen het mandaat van de Afnemersraden vast. Deelnemers De volgende rollen dienen in de Afnemersraden vertegenwoordigd zijn: de opdrachtgevers van de GDI elementen, de afnemers en de beheerders van de GDI elementen. Het gaat dan om medewerkersniveau (niet altijd op basis van vertegenwoordiging, maar uiteraard wel op betrokkenheid). Op onderwerpen worden de Afnemersraden uitgebreid met vertegenwoordiging vanuit private partijen in de rol van afnemer en/of leverancier. Klankbordgroepen Burgers en Bedrijven Er worden twee klankbordgroepen ingericht, één voor burgers en één voor bedrijven. Deze geven input vanuit gebruikersperspectief aan de regieraden en het NBDO. De digitale dienstverlening aan burgers en bedrijven kan niet los worden geïmplementeerd en ontwikkeld vanuit de uiteindelijke gebruikers. Om voeling te houden met de uiteindelijke afnemers en onderwerpen te kunnen toetsen op veiligheid, betrouwbaarheid en eenvoud, worden de Klankbordgroepen ingezet. 44

103 Bijlage 2 Overzicht wetgeving eoverheid en eid-stelsel Overheidsbrede wetgeving; Wet elektronische overheid De wetgeving eoverheid behelst regels mbt. elektronische toegang tot overheidsinformatie en elektronisch verkeer tussen burgers/bedrijven en bestuursorganen. Om een en ander mogelijk te maken, is een GDI nodig. Daarnaast kan in sectorale wetgeving voor specifieke beleidsdomeinen digitale informatieverstrekking en digitale communicatie (verplichtend) worden opgelegd.. Met de wet eoverheid wordt uiteindelijk beoogd een wettelijk kader te realiseren voor een volledig digitale overheid; hier wordt in tranches naar toe gewerkt. Parallel aan de wet eoverheid wordt momenteel gewerkt aan een wijziging van de Awb, waarbij wordt voorzien in het recht op digitale dienstverlening voor burgers en bedrijven richtingbestuursorganen. Dit traject loopt onder de verantwoordelijkheid van de Ministeries BZK en VenJ. De wetgeving eoverheid is in eerste instantie gericht op het realiseren van een wettelijk kader voor GDI-voorzieningen: Waarmee voor burgers en bedrijven algemeen toegankelijke informatie (Overheid.nl, Ondernemersplein.nl) alsmede specifieke communicatie (Berichtenbox) elektronisch wordt ontsloten en verkeer met bestuursorganen veilig en efficiënt kan worden afgehandeld. Wordt voorzien in waarborgen rondom een overheidstoegangsvoorziening. Nu betreft dit DigiD(-machtigen) en eherkenning en in de toekomst het eid Stelsel, waarbinnen publieke en private authenticatie- en autorisatiediensten en -middelen zullen worden aangeboden. Planning Indiening bij TK van een eerste tranche najaar 2015, inwerkingtreding Verantwoordelijk BZK en EZ Betrokken Alle departementen, via programmastructuur (diverse werkgroepen, departementen Regieberaad) en gebruikelijke lijn (voorportaal, onderraad). o nodig wordt het NCDO ingeschakeld voor de afstemming. Stand van zaken/proces Outline met opzet wetsvoorstel is opgesteld en beleidsvragen zijn geadresseerd. Besluitvorming in het Regieberaad Wet eoverheid over outline en opstelling wetteksten vindt de komende maanden plaats; afstemming met uitvoeringsorganen en decentrale overheden geschiedt vervolgens in de consultatiefase eid-stelsel Het eid Stelsel is een publiek-privaat stelsel van afspraken inzake hoog betrouwbare identificatie en autorisatie, waarbij toegelaten publieke en private eid-middelen bruikbaar zijn in het publieke en/of private domein (multimiddelenstrategie). In de wet eoverheid zullen naar verwachting de publieke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden en het toezicht tbv het te vormen stelsel worden verankerd. Het eid Stelsel is randvoorwaardelijk voor de doelstelling van Digitaal 2017 en mag geen vertraging oplopen. Alvorens wetgeving ter zake kan worden geformuleerd, zijn beleidsmatige keuzes nodig inzake: het publiek-private karakter, al dan niet verplichte deelname, de verantwoordelijkheidsverdeling, sturing, effectiviteit en uitvoerbaarheid en toezicht. De rol van de overheid is legitiem vanwege beschermenswaardige belangen als veiligheid, privacy, toegankelijkheid. De vraag is evenwel, hoever taken en verantwoordelijkheden van de overheid moeten reiken; rekening moet worden gehouden met initiatieven uit de markt en de wens tot een gelijk speelveld. Planning Indiening bij TK maart 2016, inwerkingtreding 2017 Verantwoordelijk BZK en EZ Betrokken departementen Alle departementen, via programmaorganisatie (BAO eid, Stuurgroep-eID) en gebruikelijke lijn (voorportaal, onderraad). 45

104 Stand van zaken/proces Outline voor wettelijk kader en geadresseerde beleidsvragen is in voorbereiding voor de Stuurgroep eid. Nieuwe wetgeving wordt voorzien mogelijk bij wijze van een volgende tranche van de wet eoverheid. Publiek eid-middel Ontwikkeling van een hoog betrouwbaar authenticatiemiddel voor, in eerste instantie, het publieke domein (geplaatst op bestaande dragers als NIK en rijbewijs), waarbij DigiD in de toekomst wellicht wordt uitgefaseerd. Het publieke middel wordt één van de onder het eid Stelsel toegelaten middelen. Hiervoor is tevens wetgeving noodzakelijk. Het betreft in ieder geval een wijziging van de Paspoortwet, de Wegenverkeerswet 1994 en de Vreemdelingenwet Planning Verantwoordelijk Bij wijze van een volgende tranche, integreren, samen met de stelselwetgeving, in de voorgenomen wet eoverheid. Misschien kan ook de aanpassing van sectorregelgeving hierin meegenomen worden (coördinatie BZK). De wijziging van de Paspoortwet (enik en eventueel ook epaspoort) zal een parallel rijkswetgevingstraject zijn. BZK (wijziging eigen wetgeving en coördinatie) en betrokken departementen (IenM, VenJ, BuZa en BZK gezamenlijk) in de vorm van een verzamelwet die door BZK zal worden gecoördineerd. Betrokken departementen De departementen die een eigen c.q. bestaande publieke drager hebben waarop een eid zal worden geplaatst, te weten, naast BZK (NIK en paspoort): IenM (rijbewijs), BuZa (geprivilegieerdenpas), VenJ (vreemdelingenkaart). Stand van zaken/proces Politieke principe-besluitvorming ten aanzien van al dan niet ontwikkelen van een publiek middel op bestaande dragers in voorjaar 2015 Beleidsbeslissingen zoals: welke informatie op de drager komt mede in relatie tot het stelsel, wie de kaart aan/uit kan zetten, de kosten etc. Tijdelijk: Pilotfase/introductieplateau Tijdelijk juridisch kader om de pilots eid te faciliteren. Dit betreft twee ministeriële besluiten: een besluit van EZ ter vervanging van het huidige Instellingsbesluit eherkenning en een besluit van BZK, dat de taakopdracht met betrekking tot het BSN-koppelregister behelst. Laatstgenoemde voorziening maakt het mogelijk dat private middelen in het publieke domein kunnen worden gebruikt, naast het publieke middel DigiD. In het BSN-koppelregister wordt (eenmalig) het BSN aan het pseudo-id van het private middel gekoppeld. Planning EZ-besluit: afstemmen binnen EZ, in eid-platform, Stelselraad eherkenning, BAO eid, Stuurgroep-eID, vaststelling door de minister van EZ. BZK-besluit: afstemmen binnen BZK (beleid/b&i en Agentschap BPR), BAO eid, Stuurgroep-eID, vaststelling door minister van BZK. Vaststelling/publicatie Staatscourant: Q (pilots starten medio 2015). Stand van zaken/proces Beleidsafronding, voorbereiding uitrol pilots, nader bezien van de juridische aspecten. 46

105 Bijlage 3 Verklarende woordenlijst Index Identificatie& Authenticatie Dienstverlening Gegevens Interconnectiviteit eid-stelsel DigiD (incl. DigiD Buitenland) eherkenning DigiD machtigen Overheid.nl Antwoord voor Bedrijven Digitaal Ondernemersplein Mijnoverheid.nl (incl. Lopende Zaken, Mijn gegevens) Berichtenbox voor burgers Berichtenbox voor bedrijven Ondernemingsdossier Standard Business Reporting efactureren Samenwerkende Catalogi Digikoppeling Digilevering Digimelding Stelselcatalogus Basisregistratie Personen (BRP) (=GBA + RNI) Handelsregister (NHR) Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) Basisregistratie Topografie (BRT) Basisregistratie Kadaster (BRK) Basisregistratie Voertuigen (BRV) Basisregistratie voor Lonen, Arbeidsverhoudingen en Uitkeringen (BLAU) Basisregistratie Inkomen (BRI) Basisregistratie Waardering Onroerende Zaken (WOZ) Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) Basisregistratie Ondergrond (BRO) Beheervoorziening BSN Diginetwerk Digipoort Certificering/PKI Overheid Standaarden incl. pas toe of leg uit -lijst Nederlandse Overheid Referentie Architectuur (NORA) 47

106 Identificatie& Authenticatie eid-stelsel Het eid-stelsel wordt de nieuwe standaard waarmee de identiteit en bevoegdheid van iemand, die online een transactie wil doen, met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld. Met het eid-stelsel kunnen gebruikers digitale diensten bij publieke en private organisaties afnemen met een eid-middel van hun keuze. Zo'n middel kan bijvoorbeeld DigiD zijn, maar ook een bankpas/reader. Meer informatie: DigiD (incl. DigiD Buitenland) DigiD is een legitimatiemiddel voor het internet. Met DigiD kunnen gebruikers inloggen op websites van de overheid en van de zorgsector. Een DigiD bestaat uit een gebruikersnaam en een wachtwoord dat de gebruiker zelf kiest. Meer informatie: https://www.digid.nl/ eherkenning eherkenning is een soort DigiD voor bedrijven. Ter vergelijking: burger loggen met DigiD in bij de overheid, bedrijven gebruiken eherkenning als identificatiemiddel. Een belangrijk verschil is dat DigiD wordt verstrekt door de overheid en eherkenning door commerciële bedrijven. Het beheer van het afsprakenstelsel wordt verzorgd door de overheid. Meer informatie: https://www.eherkenning.nl DigiD machtigen Met DigiD machtigen kan iemand een andere persoon machtigen om zaken met de overheid te laten regelen. Daarbij hoeft de verstrekker niet de eigen, persoonlijke DigiD af te geven. Meer informatie: https://www.digid.nl/machtigen 48

107 Dienstverlening Overheid.nl De website Overheid.nl is een platform waarop informatie en diensten van alle overheden staan. Meer informatie: https://www.overheid.nl/ Antwoord voor Bedrijven Antwoord voor bedrijven is een informatieloket van de Nederlandse overheid gericht op bedrijven. Het bevat vooral informatie waarvan de overheid de afzender is. Bijvoorbeeld vergunningen, vereisten, wetten, regels, belastingen en subsidies. Antwoord voor Bedrijven is onderdeel geworden van Ondernemersplein.nl. Op deze website is ook andere informatie, specifiek gericht op ondernemers, ondernemers, te vinden. Meer informatie: Digitaal Ondernemersplein Op Ondernemersplein.nl staat alle informatie van de (semi-)overheid op het vlak van ondernemen. Van wetgeving tot belastingregels, van subsidies tot branche-informatie. Meer informatie: Mijnoverheid.nl (incl. Lopende Zaken, Mijn gegevens) MijnOverheid.nl is een persoonlijke website voor overheidszaken. Deze internetpagina geeft burgers onder meer toegang tot post (berichtenbox), inzicht in persoonlijke gegevens (hoe staat een burger geregistreerd in bepaalde basisregistraties) en lopende zaken (status van een aanvraag). Meer informatie: https://mijn.overheid.nl/?r=1 Berichtenbox voor burgers De Berichtenbox van MijnOverheid.nl is de persoonlijke brievenbus waarin burgers post van onder meer de Belastingdienst, RDW, SVB en UWV kunnen ontvangen. Meer informatie: https://mijn.overheid.nl/?r=1 Berichtenbox voor bedrijven De Berichtenbox voor bedrijven is een beveiligd systeem. Hiermee kunnen ondernemers digitaal berichten uitwisselen met overheidsorganisaties. Meer informatie: https://www.ondernemersplein.nl/berichtenbox-voor-bedrijven/ 49

108 Ondernemingsdossier Het Ondernemingsdossier stelt ondernemers in staat om bepaalde bedrijfsgegevens eenmalig vast te leggen en meerdere keren beschikbaar te stellen aan overheden. Het gaat om informatie die van belang is voor toezichthouders en/of vergunningverleners. Meer informatie: Standard Business Reporting SBR is de nationale standaard voor de digitale uitwisseling van alle bedrijfsmatige rapportages. Bedrijven in Nederland zijn verplicht om jaarlijks (financiële) rapportages aan te leveren. Meestal aan banken en overheden. Het eenmalig inrichten van de bedrijfsadministratie volgens SBR zorgt voor efficiënt hergebruik van gegevens. Met Standard Business Reporting wordt rapporteren beter, sneller en eenvoudiger. Meer informatie: efactureren Onder efactureren wordt verstaan het digitaal verzenden, ontvangen en verwerken van facturen tussen bedrijven en overheden. Het gaat niet om facturen die per mail als PDF of office-document worden verzonden en ontvangen. efactureren gaat een stap verder, het maakt van een factuur een gestructureerd digitaal bestand dat elektronisch wordt aangeleverd. Meer informatie: https://www.logius.nl/diensten/e-factureren Samenwerkende Catalogi Samenwerkende Catalogi is een verwijsmechanisme voor productinformatie van overheidsorganisaties (zowel lokaal, regionaal als landelijk). Deelnemende organisaties publiceren enerzijds metadata over hun producten conform de Standaard voor Samenwerkende Catalogi. Anderzijds tonen zij de producten van andere organisaties op hun eigen website. Meer informatie: 50

109 Gegevens Digikoppeling Digikoppeling is een set van (koppelvlak)standaarden die elektronisch berichtenverkeer tussen overheden regelt. De verschillende koppelvlakstandaarden omvatten logistieke afspraken. Digikoppeling is als het ware een digitale postbode: het regelt niet de inhoud, maar de logistiek van zaken. Meer informatie: Digilevering Digilevering is een generieke abonnementenvoorziening voor het verstrekken van gebeurtenisberichten. Een gebeurtenisbericht is bijvoorbeeld de geboorte van een persoon, het starten van een bedrijf of een verandering in iemands inkomen. Afnemers van basisregistraties ontvangen via Digilevering wijzigingen in de vorm van deze gebeurtenisberichten. Dit zorgt voor actuele en accurate gegevens over burgers en bedrijven. Digilevering maakt onderdeel uit van het Stelsel van Basisregistraties. Meer informatie: Digimelding Digimelding is één van de instrumenten om de kwaliteit van basisregistraties te borgen. Met Digimelding kunnen overheden (vermeende) onjuistheden in de gegevens van Basisregistraties terugmelden aan de bronhouders van die Basisregistraties. Bronhouders onderzoeken de fout en verbeteren deze zo nodig in de Basisregistratie. Meer informatie: Stelselcatalogus De Stelselcatalogus geeft gebruikers, afnemers, leveranciers en anderen een volledig beeld van de beschikbare gegevens, begrippen en hun betekenis binnen het Stelsel van Basisregistraties. De nieuwe Stelselcatalogus is een instrument om de overheidsdoelstelling van eenmalige gegevensaanlevering en meervoudig gebruik te realiseren. Meer informatie: Basisregistratie Personen (BRP) (=GBA + RNI) De Basisregistratie Personen (BRP) bevat persoonsgegevens over alle ingezetenen en nietingezetenen van Nederland. Met deze laatste categorie worden personen die niet in Nederland wonen, of hier slechts kort verblijven, maar die een relatie hebben met de Nederlandse overheid, bedoeld. In de BRP staan onder andere de volgende persoonsgegevens: naam, voornamen, geboortedatum, burgerlijke staat en familiebanden. Uiterlijk in 2016 moeten alle gemeenten met deze registratie werken. 51

110 Meer informatie: Handelsregister (NHR) Het Handelsregister is de basisregistratie waarin alle rechtspersonen en ondernemingen in Nederland zijn opgenomen. Meer informatie: Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) De Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) is de registratie waarin gemeentelijke basisgegevens over alle gebouwen en adressen in Nederland zijn verzameld. Meer informatie: Basisregistratie Topografie (BRT) De Basisregistratie Topografie bestaat uit digitale topografische bestanden, veelal kaarten, op verschillende schaalniveaus. Meer informatie: Basisregistratie Kadaster (BRK) De Basisregistratie Kadaster (BRK) bevat informatie over percelen, eigendom, hypotheken, beperkte rechten (zoals recht van erfpacht, opstal en vruchtgebruik) en leidingnetwerken. Daarnaast staan er kadastrale kaarten in met perceel, perceelnummer, oppervlakte, kadastrale grens en de grenzen van het rijk, de provincies en gemeenten. Meer informatie: Basisregistratie Voertuigen (BRV) In de Basisregistratie Voertuigen (BRV) staan gegevens van voertuigen, kentekenbewijzen en personen aan wie het kentekenbewijs is afgegeven. Meer informatie: Basisregistratie voor Lonen, Arbeidsverhoudingen en Uitkeringen (BLAU) BLAU is de beoogde Basisregistratie voor Lonen, Arbeidsverhoudingen en Uitkeringen. BLAU bestaat voor een deel uit de gegevens van de huidige Polisadministratie van UWV. Deze polisadministratie bevat gegeven over lonen, uitkeringen en arbeidsverhoudingen van alle werknemers in Nederland. 52

111 Meer informatie: Basisregistratie Inkomen (BRI) In de Basisregistratie Inkomen staat het verzamelinkomen of het belastbaar jaarloon van burgers. Overheidsorganisaties gebruiken de BRI om de hoogte van toeslagen, subsidies of uitkeringen te bepalen. Meer informatie: Basisregistratie Waardering Onroerende Zaken (WOZ) De Basisregistratie Waarde Onroerende Zaken (WOZ) maakt het mogelijk dat de in de WOZbeschikking vastgestelde WOZ-waarde door alle overheidsorganisaties, die daarvoor een wettelijke taak hebben, gebruikt kan worden. Meer informatie: Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) De Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) wordt de gedetailleerde grootschalige digitale kaart van heel Nederland. Alle fysieke objecten zoals gebouwen, wegen, water en natuur zijn hierin vastgelegd. Meer informatie: Basisregistratie Ondergrond (BRO) In de basisregistratie Ondergrond (BRO) worden alle relevante bodem- en ondergrondgegevens op een centraal punt beheerd en beschikbaar gesteld. Dit maakt hergebruik van data mogelijk en voorkomt dubbel onderzoek. Meer informatie: Beheervoorziening BSN De Beheervoorziening burgerservicenummer (BV BSN) omvat alle voorzieningen die zorgen voor het genereren, distribueren, beheren en raadplegen van het BSN. Via de BSN zijn ook de originele registraties, die vaak zogenoemde identificerende gegevens bevatten, raadpleegbaar. Meer informatie: 53

112 Interconnectiviteit Diginetwerk Diginetwerk is het besloten netwerk van de overheid. Diginetwerk maakt het veilig uitwisselen van gegevens, die een hoge mate van beveiliging vereisen, tussen overheden mogelijk. Diginetwerk bestaat uit een aantal aan elkaar gekoppelde, specifieke, besloten overheidsnetwerken. Meer informatie: https://www.logius.nl/diensten/diginetwerk Digipoort Digipoort regelt het berichtenverkeer tussen overheid en bedrijfsleven. Overheden kunnen Digipoort inzetten om bedrijfs- en ketenprocessen te automatiseren. Digipoort bestaat uit twee onderdelen: Digipoort OTP en Digipoort PI. OTP staat voor OverheidsTransactiePoort en regelt basaal de logistieke kant van het berichtenverkeer. PI staat voor ProcesInfrastructuur en kan ook berichten inhoudelijk uitlezen en daarop controles uitvoeren. Meer informatie: Certificering/PKI Overheid Digitale certificaten zijn nodig om de betrouwbaarheid van informatie-uitwisseling, via en websites en over netwerken, conform Nederlandse wetgeving te waarborgen. Een certificaat is als het ware een legitimatiebewijs van een website of ICT-systeem. PKIoverheid is het certificaat dat waarborgt dat een dienstafnemer met een officiële overheidsinstantie communiceert. Meer informatie: https://www.logius.nl/diensten/pkioverheid Standaarden incl. pas toe of leg uit -lijst Standaarden bevorderen het uitwisselen van gegevens tussen overheidsorganisaties. Forum Standaardisatie beheert de pas toe of leg uit -lijst met verplichte open standaarden die gelden voor de gehele publieke sector. Meer informatie: https://www.forumstandaardisatie.nl Nederlandse Overheid Referentie Architectuur (NORA) De Nederlandse Overheid Referentie Architectuur (NORA) bevat principes, beschrijvingen, modellen en standaarden voor het ontwerp en de inrichting van de elektronische overheid. Het is een instrument dat door overheidsorganisaties kan worden gebruikt in de verbetering van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. In 2009 is NORA door het kabinet vastgesteld als norm voor de overheid. Meer informatie: 54

113 Aanbiedingsformulier Sturing: Regieraden Nationaal Beraad, 10 februari c.01 Gevraagd besluit Het Nationaal Beraad wordt gevraagd: in te stemmen met de taakopdracht van de regieraden. En hiermee mandaat te verlenen aan de Regieraden om deze opdracht uit te voeren. kennis te nemen van de voorgestelde deelnemerslijst van de regieraden op het niveau van organisaties. In het volgend Nationaal Beraad zal een lijst worden voorgelegd op deelnemersniveau om vast te stellen. kennis te nemen van de was-wordt lijst van gremia en de voortgang daarop. 1 Context In het Nationaal Beraad van 30 september 2014 is ingestemd met het governancevoorstel van de Digicommissaris. De nieuwe governancestructuur beoogt een efficiënte en effectieve overlegstructuur in te richten, voor adequate sturing op de GDI. Onderdeel van deze nieuwe governancestructuur is de instelling van de regieraden op de clusters: Identificatie & Authenticatie, Dienstverlening, Gegevens en Interconnectiviteit. Samenvatting De taakopdracht Regieraden betreft een beschrijving van de doelstelling en rol van de regieraden in de nieuwe governancestructuur. De regieraden vormen het strategisch niveau van de governance. Zij sturen op de continuïteit, doorontwikkeling, innovatie en implementatie/gebruik per cluster. En bewaken de samenhang tussen clusters. Besluiten uit de regieraden worden ter kennisname aan het Nationaal Beraad voorgelegd. Ook kunnen de regieraden zaken, voorzien van een advies of analyse, ter besluitvorming voorleggen aan het Nationaal Beraad. Dit gebeurt in elk geval als een onderwerp de volle breedte van de GDI aangaat, als in de regieraad geen eensgezindheid kan worden bereikt op een bepaald onderwerp of als een onderwerp vraagt om agendering in de Ministeriële Commissie. In de regieraden zitten de deelnemers met een specifieke rol aan tafel. Deze rollen zijn: beleidsverantwoordelijke, opdrachtgever, beheerder, afnemers en gebruikers. Om te voorkomen dat iedereen aan tafel zit, zal meer met vertegenwoordigingsconstructies worden gewerkt. In voorliggend document wordt een overzicht gegeven van de deelnemers op het niveau van de organisatie ter informatie. In het volgend Nationaal Beraad zal een deelnemerslijst met namen worden voorgelegd om vast te stellen. Om het aantal overleggen terug te brengen door de inrichting van de nieuwe governancestructuur is een eerste overzicht gemaakt van gremia die op kunnen gaan in deze structuur. Er worden stappen gezet, maar niet alle gremia zullen in één keer kunnen opgaan. Met de voorzitters van de gremia die overgaan in de nieuwe governancestructuur worden transitieafspraken gemaakt. Governance De regieraden maken onderdeel uit van de nieuw in te richten governancestructuur. Financiering Er is één samenhangend financieel overzicht van de GDI. De regieraden hebben de verantwoordelijkheid hun deel van dit overzicht actueel te houden. Het financieel overzicht sluit aan bij de (departementale) begroting(en). Als er onoplosbare knelpunten ontstaan worden deze voorgelegd aan het Nationaal Beraad Digitale Overheid, ondersteund met mogelijke oplossingen. Digicommissaris

114 Aanbiedingsformulier Sturing: Regieraden Nationaal Beraad, 10 februari c.01 Inhoud Digiprogramma De regieraden stellen een (meer)jarenplan (clusterplan) op (als één van de onderdelen van het Digiprogramma), met doelstellingen ten aanzien van innovatie en doorontwikkeling, beheer & exploitatie, aansluiting, implementatie en gebruik van de elementen in het cluster, toekomstige ontwikkeling en financiële consequenties. Afstemming In de voorbereidende Regieraden van Interconnectiviteit (13 januari 2015) en Gegevens (15 januari 2014) is een concept taakopdracht besproken met de mogelijke deelnemers aan de regieraden. In de eerste Regieraden van Dienstverlening (13 januari 2015) en Identificatie & Authenticatie (15 januari 2014) is de concept taakopdracht besproken met de aanwezige (en soms voorlopige) deelnemers aan de regieraden. 2 Adviseur Dorien van den Berg, senior adviseur Digicommissaris

115 Taakopdracht Regieraden Nationaal Beraad, 10 februari c Doelstelling en rol regieraden In het Nationaal Beraad van 30 september 2014 is ingestemd met het governancevoorstel van de Digicommissaris 1. De nieuwe governancestructuur (zie bijlage 1) beoogt een efficiënte en effectieve overlegstructuur in te richten, voor adequate sturing op de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) (zie bijlage 2). Uitgangspunt bij de invulling van de governancestructuur is gezamenlijke sturing vanuit alle betrokken partijen, op basis van een duidelijke rolverdeling en het nemen van verantwoordelijkheid. Uiteraard is de structuur op zichzelf niet de oplossing voor het versterken van de governance. Vooral gedragsaspecten als onderling vertrouwen en het nakomen van afspraken maken immers het echte verschil. Een goede structuur met heldere mandaten en rolverdeling is wel een noodzakelijk middel. De hoeveelheid betrokken partijen bij de GDI noodzaakt tot rolzuiverheid en het nemen van verantwoordelijkheid. 1 Deze governancestructuur kent naast de Ministeriële Commissie Digitale Overheid op het politieke niveau en het Nationaal Beraad op bestuurlijke niveau, ook een aantal regieraden op strategisch niveau. Deze sturen op de continuïteit, doorontwikkeling, innovatie en implementatie/gebruik per cluster. Daarbij worden de ontwikkelingen op zowel maatschappelijk als technologisch gebied continu betrokken. Deze clusters zijn: Identificatie & Authenticatie, Dienstverlening, Gegevens en Interconnectiviteit. De regieraden dragen tevens zorg voor de integraliteit van de GDI elementen in een cluster en leggen waarnodig verbindingen met andere clusters. De regieraden worden ingesteld door en met mandaat van het Nationaal Beraad Digitale Overheid. Uiteindelijk gaat het er om gezamenlijke doorzettingskracht te organiseren door een juiste bezetting en inhoud te realiseren in de regieraden en afspraken te maken in het Digiprogramma (afspraken over waar je met elkaar naar toe werkt). Die afspraken gaan over inhoud, randvoorwaarden, gebruik en implementatie. Met de mogelijkheid om onderwerpen te agenderen op het bestuurlijke (Nationaal Beraad) en het politieke niveau (Ministeriële Commissie), indien gewenst of noodzakelijk. Rol van de regieraden: Besluitvormend De regieraden zijn het besluitvormend gremium op onderwerpen die de samenhang van de voorzieningen uit het cluster betreffen en op onderwerpen die vanuit de afnemersraden van de verschillende voorzieningen ter besluitvorming worden voorgelegd. De regieraden beperken zich daarbij niet tot proces maar hebben een inhoudelijke rol in de besluitvorming. De besluitenlijst van de regieraden wordt aan het Nationaal Beraad gestuurd. De regieraden nemen - binnen het door het Nationaal Beraad verleende mandaat - beslissingen over individuele voorzieningen op strategisch niveau. Sturend De regieraden sturen op de totstandkoming, instandhouding en financiering van een samenhangende set generieke voorzieningen, waarmee overheidsorganisaties de digitale dienstverlening aan burgers en bedrijven effectief en efficiënt in kunnen richten. De regieraden sturen op de invulling van de noodzakelijke (rand)voorwaarden, waaronder financiering, wetgeving, privacy, veiligheid en informatiebeleid. Adviserend De regieraden kunnen zaken, voorzien van een advies of analyse, ter besluitvorming voorleggen aan het Nationaal Beraad. Dit gebeurt in elk geval als een onderwerp de volle breedte van de GDI aangaat, als in de regieraad geen eensgezindheid kan worden bereikt op een bepaald onderwerp of als een onderwerp vraagt om agendering in de Ministeriële Commissie. 1 Oplegger en Uitwerking Governancestructuur op hoofdlijnen; Nationaal Beraad 30 september 2014 Digicommissaris

116 Taakopdracht Regieraden Nationaal Beraad, 10 februari c.01 Agenderend De regieraden kunnen onderwerpen en vragen agenderen in afnemersraden en in de klankbordgroepen voor burgers en bedrijven. Geïnformeerd De deelnemers van de regieraden worden door de beleidsverantwoordelijke, opdrachtgever en beheerder van een voorziening geïnformeerd in geval van een calamiteit bij de voorziening. 2. Onderwerpen De regieraden stellen een (meer)jarenplan (clusterplan) op (als één van de onderdelen van het Digiprogramma), met doelstellingen ten aanzien van innovatie en doorontwikkeling, beheer & exploitatie, aansluiting, implementatie en gebruik van de elementen in het cluster, toekomstige ontwikkeling en financiële consequenties. De financiële consequenties zijn afgestemd met de directies FEZ van de moederorganisaties. 2 De uitwerking van genoemde doelstellingen vindt plaats in nader overleg tussen beleidsverantwoordelijke en opdrachtgever. Er is één samenhangend financieel overzicht van de GDI. De regieraden hebben de verantwoordelijkheid hun deel van dit overzicht actueel te houden. Het financieel overzicht sluit aan bij de (departementale) begroting(en). Als er onoplosbare knelpunten ontstaan worden deze voorgelegd aan het Nationaal Beraad Digitale Overheid, ondersteund met mogelijke oplossingen. 2 Ieder cluster kent thema s en onderwerpen die de inhoud van meerdere voorzieningen raken. Er zijn ook thema s die spelen op het niveau van de GDI als geheel en die in die samenhang moeten worden bezien: wetgeving, vernieuwing van de GDI, etc. Het is de taak van het Bureau van de Digicommissaris om scherp te zijn op de juiste en tijdige agendering en bespreking van deze thema s, ook de leden van de verschillende regieraden hebben hier een (agenderende) rol. Ambities ten aanzien van gebruik en implementatie van voorzieningen verschillen vaak per overheidsorganisatie. In de regieraden worden hierover met elkaar heldere afspraken gemaakt (bijvoorbeeld in te accorderen aansluitkalenders). De deelnemers aan de regieraden maken en monitoren de gezamenlijke afspraken, helpen elkaar bij de realisatie hiervan en spreken elkaar zo nodig aan op ieders verantwoordelijkheid. Hieronder volgt een (niet volledige) opsomming van de onderwerpen die in de regieraden aan de orde komen: Opstellen clusterplan (jaarlijks, onderdeel van het meerjarig Digiprogramma) Bewaken voortgang clusterplan Inregelen governance door transitie naar nieuwe structuur te stimuleren op het niveau van de regieraden en afnemersraden Bespreken en vaststellen mandaten afnemersraden Aansluiting op en gebruik van de voorzieningen (voortgang, samenhang, belemmeringen en randvoorwaarden om die samenhang te realiseren) Bespreken van strategische ontwikkelingen die impact hebben op de onderwerpen en voorzieningen van de betreffende regieraad Nieuwe dienstverlening of functionaliteit en de realisatie daarvan. Scope van het cluster: welke voorzieningen horen in dit cluster (GDI is dynamisch van opzet) Wetgeving Europese/internationale ontwikkelingen die GDI raken Financiering Releasekalenders en aansluitkalenders tbv. sturing op samenhang Privacy en informatieveiligheid 2 Dit is in lijn met de uitspraak van de Inspectie Rijksfinanciën van 3 december 2014 Digicommissaris

117 Taakopdracht Regieraden c.01 Nationaal Beraad, 10 februari Deelnemers Deelnemers aan de regieraad hebben in gezamenlijkheid de verantwoordelijkheid om te sturen op de GDI vanuit het maatschappelijke belang. Daarnaast zitten deelnemers aan tafel vanuit een bepaalde rol en met een bepaalde achterban. In de regieraad zijn in ieder geval de volgende rollen vertegenwoordigd: Beleidsverantwoordelijken van een voorziening, (het departement waar de ministeriële verantwoordelijkheid en dus de beleidsopdracht ligt) Opdrachtgevers van de GDI elementen (de partij die stuurt op realisatie, binnen de kaders van de beleidsopdracht 3 en de bijbehorende financiën) (vertegenwoordigers van) Beheerders van de GDI elementen (vertegenwoordigers van) Afnemers (vertegenwoordigers van) Leveranciers/marktpartijen (indien van toepassing) 3 Het is belangrijk dat de deelnemers aan de regieraad met gezag en mandaat kunnen opereren in de regieraad, zodat besluiten die worden genomen ook daadwerkelijk leiden tot opvolging en uitvoering. Qua gevraagd niveau van de deelnemers moet rekening worden gehouden met de positionering t.o.v. het Nationaal Beraad en het gegeven dat leden van de regieraad gevraagd worden om een achterban te vertegenwoordigen die breder is dan hun eigen organisatie. In concreto gaat het om directeuren beleidsdepartementen, divisiedirecteuren, e.d. Onafhankelijk voorzitter van de regieraden is Hans van der Stelt, Directeur Bureau Digicommissaris. Het secretariaat van de regieraden wordt ingevuld door de Coördinerend Adviseurs van het Bureau Digicommissaris. 4 De samenstelling van de regieraad wordt, per regieraad, vastgesteld door het Nationaal Beraad. 4. Overige afspraken De agenda en stukken voor een regieraad worden ruim van te voren verstuurd, zodat afstemming met de achterliggende partijen mogelijk is. De stukken zijn openbaar en na verzending voor iedereen op internet toegankelijk. Om onderling vertrouwen en samenwerking te bevorderen, vindt in principe geen vervanging plaats van deelnemers aan een regieraad. Daar waar vervanging toch echt noodzakelijk is, vindt vervanging in de regieraad plaats op gelijk of bovenliggend niveau. Mogelijke spoedeisende actuele ontwikkelingen en/of calamiteiten kunnen te allen tijde tijdens de regieraad aan de orde worden gesteld; er kan ook na overleg met voorzitter en secretariseen regieraad voor worden bijeengeroepen. De regieraden komen in elk geval voorafgaand aan elk Nationaal Beraad bijeen (vier keer per jaar). Daarnaast worden vergaderingen gepland naar behoefte. 3 De opdrachtgever kan de beleidsverantwoordelijke zijn, maar dit kan ook elders worden belegd, bijvoorbeeld bij de uitvoeringsorganisatie die het meeste baat heeft bij de voorziening 4 De programmanager financiën en de coördinator financieel advies van het Bureau Digicommissaris nemen op uitnodiging deel aan de regieraad. Digicommissaris

118 Taakopdracht Regieraden Nationaal Beraad, 10 februari c.01 Bijlage 1: Overzicht van governance 4 Digicommissaris

Financiële Analyse 20141209.04.01

Financiële Analyse 20141209.04.01 1 Aanleiding Ten behoeve van het Nationaal Beraad van 9 december as. wordt in voorliggende nota het plan van aanpak geschetst met betrekking tot de financiën en de bevindingen / stand van zaken tot op

Nadere informatie

Agenda. 1. Opening en Mededelingen. 2. Verslag. 3. Financiën: bestedingsplannen. Betreft Agenda Nationaal Beraad Digitale Overheid

Agenda. 1. Opening en Mededelingen. 2. Verslag. 3. Financiën: bestedingsplannen. Betreft Agenda Nationaal Beraad Digitale Overheid Agenda Betreft Agenda Nationaal Beraad Digitale Overheid Vergaderdatum en -tijd 7 juli 2015, 15.00-16.30 uur. Locatie CAOP, Lange Voorhout 13, Den Haag. Baljuwzaal. Contactpersoon Hans van der Stelt hans.stelt@digicommissaris.nl

Nadere informatie

BRG. De Bestuurlijke Regiegroep Dienstverlening en e-overheid,

BRG. De Bestuurlijke Regiegroep Dienstverlening en e-overheid, Instellingsbesluit voor de instelling van een dagelijks bestuur van de Bestuurlijke Regiegroep Dienstverlening en e-overheid, van de Programmaraad e-overheid voor Burgers en van de Programmaraad Stelsel

Nadere informatie

Vastgesteld Verslag Nationaal Beraad 30 september 2014

Vastgesteld Verslag Nationaal Beraad 30 september 2014 Vastgesteld Verslag Nationaal Beraad 30 september 2014 Aanwezig: Bas Eenhoorn (), Hans van der Stelt (directeur Digibureau), Roger van Lier (programmamanager financiën Digibureau), Pieter Cloo (SG V&J),

Nadere informatie

Vastgesteld Verslag Nationaal Beraad 9-12-2014

Vastgesteld Verslag Nationaal Beraad 9-12-2014 Vastgesteld Verslag Nationaal Beraad 9-12-2014 Aanwezig: Bas Eenhoorn (, voorzitter), Hans van der Stelt (directeur Bureau, secretaris), Roger van Lier (programmamanager financiën Digibureau), Nicole Stolk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 210 VII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2015 (wijziging

Nadere informatie

Digitaal 2017. Janine Jongepier Afdelingshoofd Informatie Directie Burgerschap en Informatie Directoraat Generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties

Digitaal 2017. Janine Jongepier Afdelingshoofd Informatie Directie Burgerschap en Informatie Directoraat Generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties Digitaal 2017 Janine Jongepier Afdelingshoofd Informatie Directie Burgerschap en Informatie Directoraat Generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties Kick-off kleine uitvoerders 3 juni 2014 Digitaal 2017: regeerakkoord

Nadere informatie

Tegen de achtergrond hiervan zijn de minister van BZK en het dagelijks bestuur van het KBB i.o. het volgende overeengekomen.

Tegen de achtergrond hiervan zijn de minister van BZK en het dagelijks bestuur van het KBB i.o. het volgende overeengekomen. Onderhandelingsakkoord tussen de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het dagelijks bestuur van het Korpsbeheerdersberaad i.o. inzake het pakket aan maatregelen en afspraken in het

Nadere informatie

*ZE9C48C23CC* Raadsvergadering d.d. 16 december 2014

*ZE9C48C23CC* Raadsvergadering d.d. 16 december 2014 *ZE9C48C23CC* Raadsvergadering d.d. 16 december 2014 Agendanr.. Aan de Raad No.ZA.14-26406/DV.14-396, afdeling Ruimte. Sellingen, 11 december 2014 Onderwerp: Vaststellen Nota OOR (Onderhoud van de Openbare

Nadere informatie

Contouren Launching Plan 1 e release eid Stelsel door middel van pilots (voorheen pilotplan ) 1

Contouren Launching Plan 1 e release eid Stelsel door middel van pilots (voorheen pilotplan ) 1 eid Platform Programma eid www.eidstelsel.nl Contactpersoon Gerrit Jan van t Eind - Carlo Koch T 06-54 33 43 05 Contouren Launching Plan 1e release eid Stelsel door middel van pilots (voorheen pilotplan`,

Nadere informatie

Toelichting op vraagstuk businessmodel Idensys en SEO rapport voor consultatiebijeenkomst 22 en 23 september 2015

Toelichting op vraagstuk businessmodel Idensys en SEO rapport voor consultatiebijeenkomst 22 en 23 september 2015 Programma Idensys Contactpersoon Huub Janssen Aantal pagina's 5 Toelichting op vraagstuk businessmodel Idensys en SEO rapport voor consultatiebijeenkomst 22 en 23 september 2015 Naar aanleiding van het

Nadere informatie

Notitie consultatiebijeenkomst 20 april 2011 honorarium medische specialisten DOT 2012

Notitie consultatiebijeenkomst 20 april 2011 honorarium medische specialisten DOT 2012 Notitie consultatiebijeenkomst 20 april 2011 honorarium medische specialisten DOT 2012 Bepaling BKZ aandelen per medisch specialisme 1. Inleiding Dit memo dient ter voorbereiding op de 4 de klankbordgroepbijeenkomst

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 763 Toekomst van de krijgsmacht Nr. 27 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag,

Nadere informatie

Hierbij ontvangt u ter besluitvorming in uw vergadering van 31 maart aanstaande het jaarplan NORA 2015.

Hierbij ontvangt u ter besluitvorming in uw vergadering van 31 maart aanstaande het jaarplan NORA 2015. NORA aan van afgestemd met Regieraad Interconnectiviteit BZK B&I Gebruikersraad NORA betreft Jaarplan NORA 2015 reden behandeling Ter besluitvorming Geachte leden van de Regieraad Interconnectiviteit,

Nadere informatie

Voorblad agendapunt 3 Stand van zaken speerpunt Informatiemanagement

Voorblad agendapunt 3 Stand van zaken speerpunt Informatiemanagement Voorblad agendapunt 3 speerpunt Informatiemanagement Ruud vd Belt en Peter Antonis In bijgaande notitie treft u de bestuursopdracht Informatiemanagement (IM) aan. De samenleving en werkorganisaties zijn

Nadere informatie

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018. 2500 EA Den Haag. Motie Schinkelshoek

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018. 2500 EA Den Haag. Motie Schinkelshoek Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Inlichtingen José Nelis T 070-426 7566 F Uw kenmerk Onderwerp Motie Schinkelshoek 1 van 8 Aantal bijlagen 0 Bezoekadres

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 000 XIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar

Nadere informatie

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer)

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer) Vergadering: 11 december 2012 Agendanummer: 12 Status: Besluitvormend Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 E mail: gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der

Nadere informatie

Raadsvoorstel ISE - Intentieovereenkomst

Raadsvoorstel ISE - Intentieovereenkomst gemeente Eindhoven 16R6733 Raadsnummer Inboeknummer 16bst00378 Beslisdatum B&W 22 maart 2016 Dossiernummer 16.12.252 Raadsvoorstel ISE - Intentieovereenkomst Inleiding In 2005 heeft uw gemeenteraad ingestemd

Nadere informatie

Samenvatting. Pagina 7

Samenvatting. Pagina 7 Samenvatting De rijksoverheid ziet zich de komende jaren voor grote uitdagingen gesteld. Als gevolg van de financiële en economische crisis is de overheidsbegroting uit het lood geslagen. De oplopende

Nadere informatie

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit Protocol tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Nederlandse Zorgautoriteit inzake samenwerking en coördinatie op het gebied van beleid, regelgeving, toezicht & informatieverstrekking en andere

Nadere informatie

Code Interbestuurlijke Verhoudingen

Code Interbestuurlijke Verhoudingen CODE > Code Interbestuurlijke Verhoudingen Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen dragen samen de verantwoordelijkheid voor een goed bestuur van Nederland. De medeoverheden erkennen dat zij daarin

Nadere informatie

Gemeente Breda ~Q~ ~,,~ Registratienr: [ 40523] Raadsvoorstel

Gemeente Breda ~Q~ ~,,~ Registratienr: [ 40523] Raadsvoorstel ~,,~ Raadsvoorstel Agendapuntnummer: Registratienr: [ 40523] Onderwerp Instemmen met het doonoeren van een stelselwijziging voor de verantwoording- en dekkingswijze van investeringen met maatschappelijk

Nadere informatie

Besluitvorming. Plafond/streefbedrag 10.000.000. Minimumbedrag 0

Besluitvorming. Plafond/streefbedrag 10.000.000. Minimumbedrag 0 Criteria Naam en nummer Soort Instellingsdatum Besluitvorming Nut en noodzaak Functie Doel Ambtelijk beheerder Voeding Toelichting B0442003 Reserve Cofinancieringsfonds Kennis en innovatie Bestemmingsreserve

Nadere informatie

ADDENDUM KADERBRIEF 2015 INZAKE HERZIENE MEERJARENBEGROTING 2015-2018 + OMBUIGINGSOPERATIE GEMEENTE TUBBERGEN

ADDENDUM KADERBRIEF 2015 INZAKE HERZIENE MEERJARENBEGROTING 2015-2018 + OMBUIGINGSOPERATIE GEMEENTE TUBBERGEN ADDENDUM KADERBRIEF 2015 INZAKE HERZIENE MEERJARENBEGROTING 2015-2018 + OMBUIGINGSOPERATIE GEMEENTE TUBBERGEN Definitieve versie 12-08-2014 Addendum Kaderbrief 2015 gemeente Tubbergen definitieve versie

Nadere informatie

Donderdag 4 september 2014. Ministerie van Economische Zaken, Verkadezaal. namens Tjeerd van der Wal, Interprovinciaal Overleg

Donderdag 4 september 2014. Ministerie van Economische Zaken, Verkadezaal. namens Tjeerd van der Wal, Interprovinciaal Overleg Forum Standaardisatie Wilhelmina v Pruisenweg 52 2595 AN Den Haag Postbus 96810 2509 EJ Den Haag www.forumstandaardisatie CONCEPT 16 de vergadering College Standaardisatie Vergaderdatum Donderdag 4 september

Nadere informatie

RaadsbijlageVoorstel inzake de analyse en Plan van Aanpak van de

RaadsbijlageVoorstel inzake de analyse en Plan van Aanpak van de gemeente Eindhoven Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling Raadsbijlage nummer 191 lnboeknummer OOU002531 Beslisdatum 26 september 2000 Dossiernummer 039.202 RaadsbijlageVoorstel inzake de analyse en Plan

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG. Advisering Besluit langdurige zorg.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG. Advisering Besluit langdurige zorg. POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Staatssecretaris van Volksgezondheid,

Nadere informatie

Commissienotitie. Onderwerp ICT beleids en uitvoeringsplan. Status Informerend. Voorstel Kennis te nemen van de nota ICT beleids- en uitvoeringsplan

Commissienotitie. Onderwerp ICT beleids en uitvoeringsplan. Status Informerend. Voorstel Kennis te nemen van de nota ICT beleids- en uitvoeringsplan Onderwerp ICT beleids en uitvoeringsplan Status Informerend Voorstel Kennis te nemen van de nota ICT beleids- en uitvoeringsplan Inleiding In 2011 is u toegezegd een ICT-beleidsplan op te stellen. Dit

Nadere informatie

27529 Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) in de Zorg. Brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

27529 Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) in de Zorg. Brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 27529 Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) in de Zorg 33149 Inspectie voor de Gezondheidzorg (IGZ) Nr. 133 Brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

b Onvermijdelijk Er moeten keuzes worden gemaakt ten aanzien van de investeringsportefeuille.

b Onvermijdelijk Er moeten keuzes worden gemaakt ten aanzien van de investeringsportefeuille. gemeente Eindhoven Raadsnummer Inboeknummer 12BST02184 Beslisdatum B&W Dossiernummer RaadsvoorstelMeerjaren Investeringsprogramma 2013 na MKBA Inleiding De gemeente Eindhoven wil blijvend investeren in

Nadere informatie

Handleiding uitvoering ICT-beveiligingsassessment

Handleiding uitvoering ICT-beveiligingsassessment Handleiding uitvoering ICT-beveiligingsassessment Versie 2.1 Datum : 1 januari 2013 Status : Definitief Colofon Projectnaam : DigiD Versienummer : 2.0 Contactpersoon : Servicecentrum Logius Postbus 96810

Nadere informatie

Raadsstuk. Onderwerp: Kredietaanvraag I Project Digitalisering Reg.nummer: M&S/ICT 2009 / 207223

Raadsstuk. Onderwerp: Kredietaanvraag I Project Digitalisering Reg.nummer: M&S/ICT 2009 / 207223 Raadsstuk Onderwerp: Kredietaanvraag I Project Digitalisering Reg.nummer: M&S/ICT 2009 / 207223 1. Inleiding Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen hebben in 2006 afspraken gemaakt over een uitvoeringsagenda

Nadere informatie

VOORBLAD Strategieconferentie strategische agenda West-Brabant

VOORBLAD Strategieconferentie strategische agenda West-Brabant Agp. 3, bijlage 2 VOORBLAD Strategieconferentie strategische agenda West-Brabant Zorg, Welzijn, Onderwijs Datum 04 december 2011 Ter kennisname In juli 2012 is het Uitvoeringsprogramma Strategische Agenda

Nadere informatie

Onderwerp: Visiedocument Drie decentralisaties: Vooruitzicht op veranderingen in het maatschappelijk domein

Onderwerp: Visiedocument Drie decentralisaties: Vooruitzicht op veranderingen in het maatschappelijk domein Agendapunt : 6 Voorstelnummer : 11-085 Raadsvergadering : 7 november 2013 Naam opsteller : L. Hulskamp/ E. van Braak/ M. Zweers / M. Klaver Blankendaal Informatie op te vragen bij : L. Hulskamp Portefeuillehouders

Nadere informatie

: Nieuw belastingstelsel

: Nieuw belastingstelsel A L G E M E E N B E S T U U R Vergadering d.d. : 7 september 2011 Agendapunt: 7 Onderwerp : Nieuw belastingstelsel KORTE SAMENVATTING: In het Bestuursakkoord Water is overeengekomen dat de waterschappen

Nadere informatie

De nieuwe bekostigingssystematiek maakt een nieuw product RCF (61128) en een begrotingswijziging noodzakelijk.

De nieuwe bekostigingssystematiek maakt een nieuw product RCF (61128) en een begrotingswijziging noodzakelijk. Voorstel aan de Raad Datum raadsvergadering / Nummer raadsvoorstel 19 december 2007 / 90/2007 Fatale termijn: besluitvorming vóór: zsm Onderwerp Regionaal Coördinatiepunt Fraudebestrijding Programma /

Nadere informatie

Algemene Rekenkamer..,

Algemene Rekenkamer.., Algemene Rekenkamer, BEZORGEN Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA Den Haag Lange Voorhout 8 Postbus 20015 2500 EA Den Haag T 070 3424344 E w voorlichting@rekenkamernl

Nadere informatie

BABVI/U201201250 Lbr. 12/090

BABVI/U201201250 Lbr. 12/090 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft Operatie NUP zet i-ondersteuning in uw kenmerk ons kenmerk BABVI/U201201250 Lbr. 12/090 bijlage(n) - datum

Nadere informatie

COLLEGEBERICHT AAN DE RAAD Van : Burgemeester en Wethouders Reg. nr. : 4533853 Aan : Gemeenteraad Datum : 06-11-2013 Portefeuillehouder : B.J. Lubbinge, van Eijk, v. Muilekom ONDERWERP Planning programma

Nadere informatie

Kanttekeningen bij de Begroting 2015. Paragraaf 4 Financiering

Kanttekeningen bij de Begroting 2015. Paragraaf 4 Financiering Kanttekeningen bij de Begroting 2015 Paragraaf 4 Financiering Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Financieringsbehoefte = Schuldgroei... 4 3 Oorzaak van Schuldgroei : Investeringen en Exploitatietekort... 5 4 Hoe

Nadere informatie

Richtlijn begrotingswijzigingen

Richtlijn begrotingswijzigingen Richtlijn begrotingswijzigingen Richtlijn begrotingswijzigingen... 1 Inleiding... 1 Wanneer vindt een aanpassing van de programmabegroting plaats... 1 Procesgang begrotingswijziging... 1 Procesbeschrijving

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

VOORSTEL AB AGENDAPUNT :

VOORSTEL AB AGENDAPUNT : VOORSTEL AB AGENDAPUNT : PORTEFEUILLEHOUDER : F.K.L. Spijkervet AB CATEGORIE : B-STUK (Beleidsstuk) VERGADERING D.D. : 26 november 2013 NUMMER : WM/MIW/RGo/7977 OPSTELLER : R. Gort, 0522-276805 FUNCTIE

Nadere informatie

Wij stellen de volgende data voor de oplevering van de planning en controlproducten 2010:

Wij stellen de volgende data voor de oplevering van de planning en controlproducten 2010: Planning en controlcyclus 2010 Samenvatting In dit voorstel is de planning opgenomen van de planning- en controlproducten 2010: de jaarrekening 2009, de voorjaarsnota 2010, de kadernota 2011, de programmabegroting

Nadere informatie

Voorbereidende Regieraad Gegevens. Deelnemers: 1. Welkom en introductie

Voorbereidende Regieraad Gegevens. Deelnemers: 1. Welkom en introductie - BZK Voorbereidende Regieraad Gegevens 15 januari, 14.00-16.00 uur, CAOP, Sophie Zaal Deelnemers: Hans van der Stelt (vz.) Gerdine Keijzer Martin Salzmann Erik Jonker (secr.) Emine Özyenici Peter Jong

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 100 IXB Jaarverslag en slotwet ministerie van Financiën 2004 Nr. 4 MEMORIE VAN TOELICHTING A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Nadere informatie

Verbeterplan 2.0 Dienst Belastingen Gemeente Amsterdam(3B, 2014, 154)

Verbeterplan 2.0 Dienst Belastingen Gemeente Amsterdam(3B, 2014, 154) GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Amsterdam. Nr. 56544 10 oktober 2014 Verbeterplan 2.0 Dienst Belastingen Gemeente Amsterdam(3B, 2014, 154) Afdeling 3B Nummer 154 Publicatiedatum 17 september

Nadere informatie

Onderwerp: Gewijzigde begroting 2014, ontwerpbegroting 2015 en scenariokeuze transitie werkvoorzieningsschap Zaanstreek-Waterland (Baanstede).

Onderwerp: Gewijzigde begroting 2014, ontwerpbegroting 2015 en scenariokeuze transitie werkvoorzieningsschap Zaanstreek-Waterland (Baanstede). Raadsvoorstel Raadsvergadering: 25 september 2014 Agendapunt: september 2014-9 Voorstelnummer: 9 Landsmeer, B&W vergadering 16 september 2014 Onderwerp: Gewijzigde begroting 2014, ontwerpbegroting 2015

Nadere informatie

Stand van zaken SEPA-migratie Rijksoverheid Rapportage aan Bureau Standaardisatie. Datum 29 augustus 2012

Stand van zaken SEPA-migratie Rijksoverheid Rapportage aan Bureau Standaardisatie. Datum 29 augustus 2012 Stand van zaken SEPA-migratie Rijksoverheid Datum 29 augustus 2012 Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE... 2 I. WELKE ACTIVITEITEN HEEFT U RICHTING UW ACHTERBAN ONDERNOMEN?... 3 I.1 DE ACHTERBAN... 3 I.2 DE RICHTING

Nadere informatie

INITIATIEFVOORSTEL Gemeente Velsen

INITIATIEFVOORSTEL Gemeente Velsen INITIATIEFVOORSTEL Gemeente Velsen Raadsvergadering d.d. : 1 december 2011 Raadsbesluitnummer : R11.081 Carrousel d.d. : 17 november 2011 Onderwerp : Eindrapport Rekenkamercommissie kwaliteit Grondbeleid

Nadere informatie

Innovatie Digitale Samenwerking gemeenten

Innovatie Digitale Samenwerking gemeenten aan Leden van de VNG van VNG Bestuur doorkiesnummer bijlagen afschrift aan datum 15 oktober 2014 Innovatie Digitale Samenwerking gemeenten Verdergaande digitalisering van de samenleving is geen optie:

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mr. M.C. van der Laan

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mr. M.C. van der Laan Cultuurconvenant 2005 2008 OCW, gemeente Amsterdam De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mr. M.C. van der Laan en de Wethouder voor Cultuur van de gemeente Amsterdam, drs. J.H. Belliot

Nadere informatie

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak Inhuur in de Kempen Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden Onderzoeksaanpak Rekenkamercommissie Kempengemeenten 21 april 2014 1. Achtergrond en aanleiding In gemeentelijke organisaties met een omvang als

Nadere informatie

Het dagelijks bestuur van de DCMR Milieudienst Rijnmond over het onder I. genomen besluit te informeren.

Het dagelijks bestuur van de DCMR Milieudienst Rijnmond over het onder I. genomen besluit te informeren. Voordracht aan Provinciale Staten Van commissie Bestuur en Middelen Vergadering Juni 2016 Nummer Onderwerp Zienswijze Provinciale Staten op de begroting 2017 DCMR Milieudienst Rijnmond 1 Ontwerpbesluit

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving Afdeling Wetgeving Staatsinrichting en Bestuur Turfmarkt

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 8 november 2011

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 8 november 2011 > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Provinciale Normenkader Rechtmatigheid 2015(aangepast)

Provinciale Normenkader Rechtmatigheid 2015(aangepast) Provinciale Normenkader Rechtmatigheid 2015(aangepast) Inleiding Met ingang van 2004 moeten alle provinciale jaarrekeningen worden voorzien van een accountantsverklaring met betrekking tot de financiële

Nadere informatie

GEMEENTE SCHERPENZEEL. Raadsvoorstel

GEMEENTE SCHERPENZEEL. Raadsvoorstel GEMEENTE SCHERPENZEEL Raadsvoorstel Datum voorstel : 18 augustus 2015 Raadsvergadering : 29 september 2015 Agendapunt : Bijlage(n) : 8 Kenmerk : Portefeuille : wethouder H.J.C. Vreeswijk Behandeld door:

Nadere informatie

Actieplan naar aanleiding van BDO-onderzoek. Raad van Commissarissen GVB Holding N.V. Woensdag 13 juni 2012

Actieplan naar aanleiding van BDO-onderzoek. Raad van Commissarissen GVB Holding N.V. Woensdag 13 juni 2012 Actieplan naar aanleiding van BDO-onderzoek Raad van Commissarissen GVB Holding N.V. Woensdag 13 juni 2012 Inhoudsopgave - Actieplan GVB Raad van Commissarissen GVB Holding N.V. n.a.v. BDO-rapportage 13

Nadere informatie

Advies: In te stemmen met de Bestuursrapportage 2014 en deze ter vaststelling aan de raad aan te bieden.

Advies: In te stemmen met de Bestuursrapportage 2014 en deze ter vaststelling aan de raad aan te bieden. VOORSTEL AAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS & VOORSTEL AAN DE RAAD Van: R.C. Ouwerkerk Tel.nr.: 8856 Nummer: 14A.00661 Datum: 5 september 2014 Team: Concernzaken Tekenstukken: Ja Bijlagen: 2 Afschrift aan:

Nadere informatie

Informatiebijeenkomst Plan van Aanpak n.a.v. Akkoord van Westerlee. Gemeente Stadskanaal 14 september 2015

Informatiebijeenkomst Plan van Aanpak n.a.v. Akkoord van Westerlee. Gemeente Stadskanaal 14 september 2015 Informatiebijeenkomst Plan van Aanpak n.a.v. Akkoord van Westerlee Gemeente Stadskanaal 14 september 2015 Inleiding Het akkoord van Westerlee: Aanleiding Kernpunten Bestuurlijke afspraken Financiering

Nadere informatie

Het dagelijks bestuur van de ODWH over het onder I. genomen besluit te informeren.

Het dagelijks bestuur van de ODWH over het onder I. genomen besluit te informeren. Voordracht aan Provinciale Staten Van commissie Bestuur en Middelen Vergadering Juni 2016 Onderwerp Zienswijze Provinciale Staten op de begroting 2017 Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) Nummer 6891 1

Nadere informatie

BABVI/U201300696 Lbr. 13/057

BABVI/U201300696 Lbr. 13/057 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft Informatiebeveiliging uw kenmerk ons kenmerk BABVI/U201300696 Lbr. 13/057 bijlage(n) datum 6 juni 2013 Samenvatting

Nadere informatie

Ministerie van BZK Kenmerk Uw kenmerk

Ministerie van BZK Kenmerk Uw kenmerk > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Ministerie van BZK Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den

Nadere informatie

Voorgesteld wordt de volgende uitgangspunten voor de begroting 2014 te hanteren:

Voorgesteld wordt de volgende uitgangspunten voor de begroting 2014 te hanteren: Nota voor : vergadering Algemeen Bestuur Datum : 19 december 2012 Onderwerp : Uitgangspunten begroting 2014 en planning besluitvorming Agendapunt : 5 Kenmerk : AB/1224 Bijlage: Planning en controlcyclus

Nadere informatie

SERVICECODE AMSTERDAM

SERVICECODE AMSTERDAM SERVICECODE AMSTERDAM Inleiding Stadsdeel Zuidoost heeft de ambitie om tot de top drie van stadsdelen met de beste publieke dienstverlening van Amsterdam te horen. Aan deze ambitie wil het stadsdeel vorm

Nadere informatie

Intentieovereenkomst tussen het Ministerie van. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en. Rabobank met betrekking tot het Revolverend

Intentieovereenkomst tussen het Ministerie van. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en. Rabobank met betrekking tot het Revolverend Intentieovereenkomst tussen het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Rabobank met betrekking tot het Revolverend Fonds Energiebesparing 11 Juli 2013 Betrokken partijen Initiatiefnemer:

Nadere informatie

Vergadernotitie voor de Drechtraad van 18 juni 2008

Vergadernotitie voor de Drechtraad van 18 juni 2008 bijlage 10 Vergadernotitie voor de Drechtraad van 18 juni 2008 Onderwerp Begrotingswijziging 2008 Service Centrum Drechtsteden agendapunt 10 datum 19 mei 2008 steller J. van Dijk doorkiesnummer 078 6398513

Nadere informatie

BELEIDSKADER SOCIAAL DOMEIN (NIEUWE WMO EN JEUGDWET)

BELEIDSKADER SOCIAAL DOMEIN (NIEUWE WMO EN JEUGDWET) BOB 14/001 BELEIDSKADER SOCIAAL DOMEIN (NIEUWE WMO EN JEUGDWET) Aan de raad, Voorgeschiedenis / aanleiding Per 1 januari 2015 worden de volgende taken vanuit het rijk naar de gemeenten gedecentraliseerd:

Nadere informatie

Oplegvel. 1. Onderwerp Informatiemanagement Jeugdhulp. 2. Rol van het samenwerkingsorgaan

Oplegvel. 1. Onderwerp Informatiemanagement Jeugdhulp. 2. Rol van het samenwerkingsorgaan In Holland Rijnland werken samen: Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude

Nadere informatie

Uitwerking drie scenario's voor Monitor Maatschappelijk Resultaat

Uitwerking drie scenario's voor Monitor Maatschappelijk Resultaat Uitwerking drie scenario's voor Monitor Maatschappelijk Resultaat Datum 24 september 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Scenario 1: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de vulling van de monitor, met aanvullingen

Nadere informatie

FORUM STANDAARDISATIE 25 februari 2015 Agendapunt 10. Voortgang Stuk 10C. Notitie mandaat Forum Standaardisatie

FORUM STANDAARDISATIE 25 februari 2015 Agendapunt 10. Voortgang Stuk 10C. Notitie mandaat Forum Standaardisatie FS 150225.10C FORUM STANDAARDISATIE 25 februari 2015 Agendapunt 10. Voortgang Stuk 10C. Notitie mandaat Forum Standaardisatie Dit stuk ligt aan u voor ter kennisname. Op 3 maart aanstaande vergadert de

Nadere informatie

Gemeente Delft. Onderwerp Onderzoeksopdracht beveiligingsproject Museum Prinsenhof Delft

Gemeente Delft. Onderwerp Onderzoeksopdracht beveiligingsproject Museum Prinsenhof Delft Semen!eying Programmeren Gemeente Delft De Torenhove Madinus Nijhofflaan 2 2624 ES Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Retouradres Programmeren, Postbus 78, 2600 ME Delft Gemeenteraad

Nadere informatie

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT) Nr. 344 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Vastgoed. Plan van Aanpak. Versie: Definitief Bestandsnaam: Datum opgesteld: 20-06-2014 Voor akkoord: Plan van aanpak: Vastgoed.

Vastgoed. Plan van Aanpak. Versie: Definitief Bestandsnaam: Datum opgesteld: 20-06-2014 Voor akkoord: Plan van aanpak: Vastgoed. Vastgoed Plan van Aanpak Plan van aanpak: Vastgoed Bestuurlijk L. van Rekom opdrachtgever L. Mourik opdrachtgever Naam projectleider L. van Hassel Versie: Definitief Bestandsnaam: Datum opgesteld: 20-06-

Nadere informatie

Inleiding. 1. Visie op dienstverlening: de gebruiker centraal!

Inleiding. 1. Visie op dienstverlening: de gebruiker centraal! Verklaring vastgesteld bij gelegenheid van het Bestuurlijk Overleg van Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen over de realisatie van het Nationaal Uitvoeringsprogramma Dienstverlening en e-overheid

Nadere informatie

raadsvoorstel Aan de raad,

raadsvoorstel Aan de raad, raadsvoorstel Agendapunt 2015, nr IX-5 Te behandelen door mevrouw drs. I.G. Saris onderwerp Blad 1/5 Aan de raad, Inleiding Sinds 2007 is de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke

Nadere informatie

Onderwerp Ontwikkelingsvisie en uitvoeringsprogramma Amstelland

Onderwerp Ontwikkelingsvisie en uitvoeringsprogramma Amstelland Adviescommissie 17 maart 2009 Dagelijks bestuur 26 maart 2009 Dagelijks bestuur 28 mei 2009 (schriftelijk) Algemeen bestuur 18 juni 2009 Aantal bijlagen: 5 Agendapunt: 9 Onderwerp Ontwikkelingsvisie en

Nadere informatie

Doorkiesnummer : (0495) 575 521 Agendapunt: 8 ONDERWERP

Doorkiesnummer : (0495) 575 521 Agendapunt: 8 ONDERWERP Wijnen, Peter FIN S3 RAD: RAD131106 2013-11-06T00:00:00+01:00 BW: BW131001 voorstel gemeenteraad Vergadering van de gemeenteraad van 6 november 2013 Portefeuillehouder : J.M. Cardinaal Behandelend ambtenaar

Nadere informatie

BAOZW/U201100297 Lbr. 11/015

BAOZW/U201100297 Lbr. 11/015 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8020 betreft recente ontwikkelingen op het gebied van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen uw kenmerk

Nadere informatie

Aan de Raad. SaZa - Welzijn / JV Besluitvormend

Aan de Raad. SaZa - Welzijn / JV Besluitvormend Aan de Raad Agendapunt: 9 Onderwerp: Huishoudelijke ondersteuning per 2015 Kenmerk: Status: SaZa - Welzijn / JV Besluitvormend Kollum, 2 september 2014 Samenvatting Op 1 januari 2015 wordt de Wet maatschappelijke

Nadere informatie

15 september 2014 8 2014/ n.v.t. wethouder H.G. Engberink

15 september 2014 8 2014/ n.v.t. wethouder H.G. Engberink Aan de raad van de gemeente Olst-Wijhe. Raadsvergadering d.d. Agendapunt Voorstelnummer Opiniërend besproken d.d. Portefeuillehouder 15 september 2014 8 2014/ n.v.t. wethouder H.G. Engberink Kenmerk 14.405692

Nadere informatie

Carlo Koch (programma eid), Bart Pegge (Nederland ICT), Nicole Damen (verslag)

Carlo Koch (programma eid), Bart Pegge (Nederland ICT), Nicole Damen (verslag) Aantal pagina's 4 Verslag #4 Vergaderdatum Deelnemers Elly Plooij-van Gorsel (voorzitter), Jacqueline Rutjens (BZK), Mark Bressers (EZ), Ab van Ravenstein (RDW), Haydar Cimen (KPN), Marlies van Elst (Equens),

Nadere informatie

Aan de raad van de gemeente Lingewaard

Aan de raad van de gemeente Lingewaard 6 Aan de raad van de gemeente Lingewaard *14RDS00194* 14RDS00194 Onderwerp Nota Risicomanagement & Weerstandsvermogen 2014-2017 1 Samenvatting In deze nieuwe Nota Risicomanagement & Weerstandsvermogen

Nadere informatie

*ZEA2654F7F9* Raadsvergadering d.d. 17 december 2015

*ZEA2654F7F9* Raadsvergadering d.d. 17 december 2015 *ZEA2654F7F9* Raadsvergadering d.d. 17 december 2015 Agendanr. 9. Aan de Raad No.ZA.15-36174/DV.15-563, afdeling Samenleving. Sellingen, 10 december 2015 Onderwerp: Gemeenschappelijke regeling Beschermd

Nadere informatie

Resultaten verantwoordingsonderzoek

Resultaten verantwoordingsonderzoek Resultaten verantwoordingsonderzoek 2014 hoofdstuk de Koning (I) 20 mei 2015 Dit document bevat alle resultaten van ons Verantwoordingsonderzoek 2014 bij zoals gepubliceerd op www.rekenkamer.nl/verantwoordingsonderzoek.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 971 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op het onderwijstoezicht

Nadere informatie

Bijlage 05 Stad en Regio Sleutelprojecten

Bijlage 05 Stad en Regio Sleutelprojecten Bijlage 05 Stad en Regio Sleutelprojecten Toelichting sleutelprojecten programma Stad en Regio 2012-2015/17 1 1 Inlichtingen bij dhr. A.J.H.P. Elferink, (026) 3599756, e-mailadres a.elferink@gelderland.nl

Nadere informatie

portefeuillehouder ak e i e \* Secretaris akkoord

portefeuillehouder ak e i e \* Secretaris akkoord Gemeente Zandvoort B&W-ADVIES Verordening Nadere regels Beleidsnota Overig Na besluit (B&W/Raad): Uitgaande brief verzenden Stukken retour Publicatie Afdeling / werkeenheid: MD/BA Auteur : P. Haker Datum

Nadere informatie

I&A Integraal bestuurd

I&A Integraal bestuurd I&A Integraal bestuurd I&A-besturingsmodel samenvatting Datum: 25-04-2014 Versie: 1.0 1 Doelstellingen van het I&A-besturingsmodel De positie van informatievoorziening en automatisering (I&A) de afgelopen

Nadere informatie

Geachte heer/mevrouw,

Geachte heer/mevrouw, Van: Aan: Onderwerp: Brief gemeente Utrechtse Heuvelrug met zienswijze Noordvleugelprovincie Datum: dinsdag, 1 oktober 2013 14:05:40 Bijlagen: Verzonden brief UH met Zienswijze Noordvleugelprovincie.pdf

Nadere informatie

Investeringsplan 2015 Krachtig Noordoostpolder

Investeringsplan 2015 Krachtig Noordoostpolder Investeringsplan 2015 Krachtig Noordoostpolder Gemaakt Genop 10/29/2014 12:17:00 PM Gemeente Noordoostpolder 29 oktober 2014 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1. Inleiding... 3 1.1. Achtergrond... 3 1.2.

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Advies commissie BBV aan ministerie van BZK mei 2013. Van een rechtmatigheidsoordeel naar een rechtmatigheidsverantwoording

Advies commissie BBV aan ministerie van BZK mei 2013. Van een rechtmatigheidsoordeel naar een rechtmatigheidsverantwoording Van een rechtmatigheidsoordeel naar een rechtmatigheidsverantwoording Samenvatting Mede op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de commissie BBV een onderzoek

Nadere informatie

Datum : 14 mei 2008 : Zijlstrazaal, Ministerie van Economische Zaken : 16.00 17.30 uur. Aanwezig Leden Ministerie van Economische Zaken (voorzitter)

Datum : 14 mei 2008 : Zijlstrazaal, Ministerie van Economische Zaken : 16.00 17.30 uur. Aanwezig Leden Ministerie van Economische Zaken (voorzitter) Verslag vergadering College Standaardisatie Datum : 14 mei 2008 Locatie : Zijlstrazaal, Ministerie van Economische Zaken Tijd : 16.00 17.30 uur Aanwezig Leden Mark Frequin Ministerie van Economische Zaken

Nadere informatie

OCW, provincie Zuid-Holland, provincie Noord-Holland, gemeente Leiden, gemeente Haarlem

OCW, provincie Zuid-Holland, provincie Noord-Holland, gemeente Leiden, gemeente Haarlem Cultuurconvenant 2005 2008 OCW, provincie Zuid-Holland, provincie Noord-Holland, gemeente Leiden, gemeente Haarlem De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mevrouw mr. M.C. van der Laan

Nadere informatie

Onderwerp: Voorstel tot deelname aan de AntiDiscriminatieVoorziening Limburg (ADV-Limburg)

Onderwerp: Voorstel tot deelname aan de AntiDiscriminatieVoorziening Limburg (ADV-Limburg) Pagina 1 van 5 GEMEENTE NUTH Raad: 23 september 2008 Agendapunt: Reg.nr: BJZ/2008/6803 RTG: 9 september 2008 Inleiding AAN DE RAAD Onderwerp: Voorstel tot deelname aan de AntiDiscriminatieVoorziening Limburg

Nadere informatie