Aan: De Inspecteur generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid Mr. J.A. van den Bos Inspectie Werk en Inkomen Postbus AN Den Haag

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Aan: De Inspecteur generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid Mr. J.A. van den Bos Inspectie Werk en Inkomen Postbus 11563 2502 AN Den Haag"

Transcriptie

1 Aan: De Inspecteur generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid Mr. J.A. van den Bos Inspectie Werk en Inkomen Postbus AN Den Haag Betreft: Bestuurlijke reactie Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid op conceptrapport Het chronisch vermoeidheidssyndroom. De beoordeling door verzekeringsartsen, Inspectie Werk en inkomen, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 30 september 2010 Groningen, 18 oktober 2010 Geachte Inspecteur Generaal, Wij bedanken u voor de toezending van het conceptrapport Het chronisch vermoeidheidssyndroom. Wij waarderen de geboden gelegenheid om daarop te reageren, temeer daar u schrijft grote waarde te hechten aan onze reactie. Voor onze achterban, de ME/CVS-patiënten in Nederland, heeft de medische claimbeoordeling vergaande consequenties. Uw onderzoek is voor hen dus van groot belang. Hierbij treft u onze uitgebreide bestuurlijke reactie aan, aanvullend op een gezamenlijke reactie met de ME/CVS Stichting Nederland. In paragraaf 1 van onze reactie gaan wij in op de knelpunten met betrekking tot de medische claimbeoordeling bij ME/CVS die uit het onderzoek naar voren komen. Paragraaf 2 gaat over de beperkingen van het onderzoek. In paragraaf 3 geven wij commentaar op de conclusies van de Inspectie en in paragraaf 4 doen wij een aantal aanbevelingen die op het voorgaande zijn gebaseerd. Een samenvatting gaat aan het geheel vooraf. In een aparte bijlage vindt u enkele voorstellen tot feitelijke correctie of aanvulling van het rapport. Samenvatting Wij vinden het onderzoek van de Inspectie waardevol omdat het een aantal belangrijke knelpunten met betrekking tot de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid van ME/CVS-patiënten aan het licht brengt. Het bevestigt daarmee de signalen die wij aan de politiek hebben afgegeven en die aanleiding waren voor het onderzoek. De waarde had echter groter kunnen zijn wanneer met het onderzoek met meer diepgang en meer representativiteit was bereikt. Wij betreuren het dat hier niet meer ruimte voor was. Het rapport geeft ons aanleiding om een aantal aanbevelingen te doen. Hieronder vindt u een 1

2 samenvatting van de gesignaleerde knelpunten, onze reactie op de conclusies van de Inspectie en onze aanbevelingen. - Beperkingen van het onderzoek: Het onderzoek is qua opzet en tijd erg beperkt gebleven. Met name omdat de WAO-herkeuringen en de ME/CVS-patiënten die van het UWV een andere diagnosecode hebben gekregen niet zijn meegnomen is naar onze mening de onderzochte groep patiënten niet representatief. Verder is de essentie van de medische beoordeling buiten beeld gebleven en is er te weinig aandacht besteed aan de ervaringen van patiënten en de gegevens en standpunten van de patiëntenorganisaties. Wij doen enkele aanbevelingen voor vervolgonderzoek.wij bevelen een nader onafhankelijk onderzoek aan waarin deze aspecten worden meegenomen. Bij dit onderzoek zouden behalve het UWV ook de NVVG en de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid betrokken moeten zijn. - Aantallen en registratie: De UWV-cijfers over geregistreerde cliënten met ME/CVS zijn extreem veel lager dan de incidentie- en prevalentiecijfers over ME/CVS van de Gezondheidsraad. Het onderzoek van de Inspectie geeft hier geen plausibele verklaring voor. Wij bevelen op dit punt nader onderzoek en maatregelen met betrekking tot de codering aan. - Te veel ruimte voor onjuiste opvattingen: Binnen het UWV blijkt ruimte te zijn voor uitgangspunten die in strijd zijn met de bedoeling en regelgeving van de overheid. Dit stemt overeen met de bij ons gemelde ervaringen van patiënten. Deze onjuiste uitgangspunten leiden ertoe dat functionele beperkingen van ME/CVS-patiënten bij de medische beoordeling van arbeidsongeschiktheid niet of minder worden meegewogen, zoals ook uit een door de Inspectie aangehaalde rapportage blijkt. De conclusie van de Inspectie dat de uitvoering van de claimbeoordeling bij CVS in overeenstemming is met de geldende regels wordt mede daarom naar onze mening door het onderzoek niet gedragen. Wij bevelen aan dit punt bij een vervolgonderzoek te betrekken. Bovendien bevelen wij aan dat binnen het UWV zo snel mogelijk maatregelen genomen worden om iedere ruimte voor de invloed van dergelijke onjuiste opvattingen op de beoordeling weg te nemen. - Zorgvuldigheid en volledigheid van het onderzoek van de verzekeringsarts: Verzekeringsartsen blijken voor hun beoordeling weinig tot geen gebruik te maken van het opvragen van informatie van behandelaars en van expertises of aanvullend onderzoek. Dit bevestigt de uitkomst ons eigen onderzoek. In lijn met een aantal professionele standaarden bevelen wij aan dat verzekeringsartsen bij lastige beoordelingen en bij twijfel over de plausibiliteit van geclaimde beperkingen, zoals bij ME/CVS in de praktijk vaak voorkomt, structureel meer bronnen raadplegen, zoals het consulteren van behandelend artsen en bedrijfsartsen, het afnemen van heteroanamnese en het laten doen van aanvullend onderzoek. - Argumentatie en transparantie: In de medische rapportages ontbreekt het meestal aan een inzichtelijke argumentatie voor het wel of niet 2

3 toekennen van beperkingen. Dit bevestigt onze indruk uit de vele rapportages die ME/CVS ons toesturen voor advies. Wij vinden het een gemis dat de Inspectie hier in haar conclusies verder niet op ingaat. Wij bevelen aan om de kwaliteit van de medische rapportages en de Functionele Mogelijkhedenlijst te verbeteren door de medische rapportages en de FML zo in te richten dat ze de cliënten inzicht bieden in de beoordeling van hun beperkingen (Welke beperkingen heeft de cliënt naar voren gebracht? In hoeverre heeft de verzekeringsarts deze als plausibel beoordeeld en in hoeverre niet? Op grond van welke feiten en argumenten?). Verder bevelen wij aan rapportages standaard in conceptvorm aan cliënten voor te leggen, zodat zij feitelijke onjuistheden kunnen corrigeren voordat een beslissing wordt genomen. Ook zou bij vragen van de cliënt over de medische rapportage altijd de mogelijkheid moeten zijn tot communicatie met de verzekeringsarts ten behoeve van nadere, wederzijdse uitleg. - Kwaliteit van de medische claimbeoordeling en rechtszekerheid: Volgens de Inspectie ontbreekt het aan een eenduidig normenkader voor de kwaliteit van de medische beoordelingen. De door de Inspectie vastgestelde bandbreedte voor de medische claimbeoordeling bij ME/CVS is zo breed dat dit leidt tot willekeur en gebrek aan rechtszekerheid en rechtsongelijkheid. Onze waarnemingen dat er wat betreft ME/CVS grote verschillen tussen tenminste twee kantoren en de rest wordt door de Inspectie bevestigt. Het onderzoek maakt aannemelijk dat er ook bij verzekeringsartsen binnen kantoren verschil in opvatting kan bestaan over de beoordeling van beperkingen bij ME/CVS. De gangbare kwaliteitscontrole is volgens mededelingen van het UWV alleen al kwantitatief niet geschikt voor signalering van kwaliteitsgebrek in ME/CVSdossiers. Deze dossiers komen niet in de steekproeven terecht. Wij bevelen aan om met alle betrokkenen (UWV, NVVG, patiënten- /cliëntenorganisaties) tot een normenkader voor borging van de kwaliteit van medische claimbeoordeling te komen en op basis van de uitkomsten daarvan het kwaliteitsbeleid van het UWV te verbeteren.. Gezien de gerede kans dat ME/CVS-patiënten bij bepaalde kantoren of door bepaalde verzekeringsartsen onjuist zijn beoordeeld stellen wij voor dat het UWV dit onderzoekt en betrokken en herziening aanbiedt. - Herziening van het protocol CVS: De Inspectie trekt geen conclusies over de inhoud van het protocol CVS. Wel is duidelijk dat het protocol onder een, qua omvang onbekend, deel van de verzekeringartsen weinig draagvlak heeft en dat er ook van patiëntenzijde kritiek op is. Wij denken niet dat een verbeterd protocol CVS alle knelpunten kan wegnemen. Maar een verbetering van het protocol zou daar wel aan kunnen bijdragen. Daarom bevelen wij aan dat het verzekeringsgeneeskundig protocol CVS wordt herzien op een zodanige wijze dat het draagvlak onder verzekeringsartsen en onder patiёnten wordt vergroot. 1. Knelpunten Hoewel het onderzoek van de Inspectie Werk en Inkomen naar onze mening te beperkt is om de essentie van de problematiek bloot te leggen (zie 2) brengt het 3

4 wel enkele belangrijke knelpunten met betrekking tot de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid van ME/CVS-patiënten aan het licht. Deze zijn: 1. Aantallen en registratie: Er blijkt een grote discrepantie te zijn tussen de incidentie- en prevalentiecijfers over ME/CVS van de Gezondheidsraad (Per jaar nieuwe patiënten. Totaal tot patiënten) en de UWV-cijfers over geregistreerde cliënten met ME/CVS (516 beoordelingen in drie jaar, dus gemiddeld 172 per jaar). Dit kan betekenen dat veel ME/CVS-patiënten niet als zodanig worden gediagnosticeerd of geregistreerd. 2. Te veel ruimte voor onjuiste opvattingen: Binnen het UWV blijkt nog steeds ruimte te zijn voor de opvatting dat bij de medische beoordeling van arbeidsongeschiktheid beperkingen niet of minder moeten meewegen als daarvan geen lichamelijke oorzaak bekend is of als de diagnose onduidelijk is. De, eveneens onjuiste, opvatting dat het protocol CVS in strijd zou zijn met de wet en de jurisprudentie is hiervan afgeleid. Deze opvatting vormt het uitgangspunt van de beoordeling die volgens het onderzoek van de Inspectie niet voldoet aan de minimale kwaliteitscriteria voor medische claimbeoordeling en de grenzen van de acceptabele bandbreedte overschrijdt (Concept, 2.7.7, p. 26), en is in één van de vier onderzochte kantoren de heersende opvatting (Concept, 2.7.2, p. 20). Ook bij een ander, niet onderzocht, kantoor komt deze opvatting voor (Concept, 2.7.5, p. 26 noot 13). De opvatting berust op een verkeerde uitleg van de wet en is sinds 1994 bij herhaling door de overheid voor onjuist verklaard. 1 De leidraad met betrekking tot het protocol CVS die op alle UWV-vestigingen is verspreid neemt niet ondubbelzinnig afstand van deze opvatting en biedt individuele verzekeringsartsen (of complete kantoren) die deze opvatting aanhangen te veel ruimte, onder het mom van eigen verantwoordelijkheid en beargumenteerd afwijken mag (Concept, 2.6.2, p.17). De leidraad geeft voeding aan de onjuiste opvatting dat het uitgangspunt van het protocol CVS dat de beperkingen van mensen met ME/CVS serieus genomen moet worden en volledig bij de beoordeling betrokken moeten worden, in strijd zou zijn met het Schattingsbesluit. Met deze leidraad kunnen zelfs verzekeringsartsen die ME/CVS geen ziekte vinden nog wel een manier vinden om deze mening in hun beoordeling door te laten klinken. De zinsnede uit de leidraad Er wordt niet uitgedragen dat het protocol niet gevolgd wordt suggereert dat er impliciet wel afstand genomen wordt van het protocol. 3. Zorgvuldigheid en volledigheid van het onderzoek van de verzekeringsarts: In de door de Inspectie onderzochte gevallen hebben de verzekeringsartsen voor hun beoordeling weinig tot geen gebruik gemaakt van het opvragen van informatie van behandelaars en van expertises of aanvullend onderzoek. Beoordelingen bij ME/CVS worden door veel verzekeringsartsen als lastig gezien en leiden vaak tot twijfels of 1 Zie de uitlatingen sinds 1994 van de achtereenvolgende bewindslieden Wallage, Borst, Linschoten, de Grave, Hoogervorst, De Geus, Donner, en de de Richtlijn Medisch Arbeidsongeschiktheidscriterium van het TICA (nu UWV) uit 1996, de Nota van Toelichting bij het Schattingsbesluit Arbeidsongeschiktheidswetten (Staatsblad p. 12 e.v.) en het Verzekeringsgeneeskundig protocol CVS. 4

5 meningsverschillen. Volgens de geldende regels moeten juist bij onduidelijkheden, twijfel of meningsverschillen hogere eisen aan het onderzoek worden gesteld, zoals het raadplegen van meer bronnen (o.a. behandelaars) of het laten doen van aanvullend onderzoek Argumentatie en transparantie: In de door de Inspectie onderzochte gevallen ontbreekt het in de rapportages meestal aan een argumentatie voor het wel of niet toekennen van beperkingen. De in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) vastgelegde beperkingen zijn niet onderbouwd (p. 27). Daardoor valt de medische claimbeoordeling voor de cliënten niet te begrijpen, laat staan te verifiëren of te weerleggen. Het plan van het UWV om de verzekeringsartsen minder uitgebreid te laten rapporteren (p. 15) brengt het risico mee dat de transparantie in de toekomst nog minder gaat worden. Ook wanneer de verzekeringsarts wel argumenten aanvoert kan de nodige transparantie ontbreken. Dit is het geval wanneer de rapportage weliswaar doorspekt is met algemene medische en juridische betogen (Concept, 2.7.7, p. 27) maar deze argumenten weinig betrekking hebben op de individuele cliënt en diens concrete beperkingen en/of onjuist zijn (zie punt 2 hierboven). Een voorbeeld hiervan is de argumentatie in het dossier dat volgens de Inspectie niet voldoet aan minimale kwaliteitseisen (p. 26). Het gaat er dus niet alleen om óf er geargumenteerd wordt, maar ook hóe. 5. Kwaliteit van de medische claimbeoordeling en rechtszekerheid: De Inspectie heeft vastgesteld dat in één van de 16 onderzochte dossiers de grens van de acceptabele bandbreedte is overschreden. De Inspectie stelt dat een eenduidig normenkader voor de kwaliteit van de medische claimbeoordeling bij ME/CVS ontbreekt. Daarom trekt zij over de andere 15 gevallen geen duidelijke conclusies. Mede op grond van de door ons verzamelde ervaringen zijn wij van mening dat de door de Inspectie gesignaleerde bandbreedte veel te groot is. Zeker voorzover deze wordt veroorzaakt door de onder 2 t/m 4 genoemde factoren gaat ze veel verder dan een normale, onvermijdelijke bandbreedte bij medische claimbeoordeling (die inderdaad geen exacte wetenschap is). Er lijken grote verschillen tussen kantoren te zijn en, binnen kantoren, tussen verzekeringsartsen. Er is sprake van een grote willekeur en gebrek aan rechtszekerheid. In situaties die wij kennen kan bij dezelfde persoon met dezelfde beperkingen het oordeel uiteen lopen van volledig arbeidsgeschikt tot volledig arbeidsongeschikt. 2. Beperkingen van het onderzoek Het onderzoek brengt enkele belangrijke knelpunten aan het licht. Helaas blijven ook belangrijke vragen onbeantwoord. Ook worden enkele conclusies getrokken die volgens ons niet gedragen worden door de feiten. Mogelij heeft hierbij een rol gespeeld dat: 2 Zie de Nota van Toelichting bij het Schattingsbesluit Arbeidsongeschiktheidswetten (Staatsblad p. 15), de Standaard communicatie behandelaars en de Standaard verminderde Arbeidsduur. 5

6 1. het onderzoek naar de resultaten van de medische claimbeoordeling nauwelijks gericht is op zaken die daarvoor essentieel zijn, zoals de beperkingen die de cliënten als gevolg van ME/CVS ervaren, de wijze waarop de UWV-verzekeringsartsen de plausibiliteit van deze beperkingen onderzoeken en de gronden waarop zij deze beperkingen wel of niet in hun beoordeling honoreren. 2. het zwaartepunt ligt bij de gegevens en procedures van het UWV en slechts zeer oppervlakkig aandacht besteed wordt aan de ervaringen van de beoordeelde cliënten; 3. slechts een zeer beperkte, niet representatieve groep cliënten in het onderzoek is betrokken; Op deze drie punten gaan wij hieronder verder in. De uitkomsten zijn voor ons aanleiding om aan te dringen op verder onderzoek Essentie medische claimbeoordeling buiten beeld gebleven Aanleiding voor de vraag van minister Donner aan de Inspectie om onderzoek te doen naar de claimbeoordeling bij ME/CVS is het feit dat de Steungroep de politiek jarenlang bij herhaling van informatie heeft voorzien met het signaal dat de medische (her)beoordeling van mensen met ME/CVS door het UWV tot problemen leidt. Zie bijvoorbeeld de brief van de Steungroep aan de vaste kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 maart In deze brief geven wij aan dat de kern van het probleem is dat een aanzienlijk aantal ME/CVS-patiënten vindt dat de UWV-artsen geen of te weinig rekening houden met de beperkingen die zij als gevolg van hun ziekte hebben, dat er sprake is van vooroordelen en dat het onderzoek onvoldoende is. Wij baseren dit op meldingen in de 22 maanden van februari 2008 tot en met november 2009 van 88 patiënten. 4 De kern van het probleem ligt dus in de beoordeling van de beperkingen van ME/CVS-patiënten door het UWV. De belangrijkste uitkomst van de medische claimbeoordeling is in de meeste gevallen de functionele mogelijkhedenlijst (FML). In deze lijst geeft de verzekeringsarts aan welke functionele mogelijkheden en beperkingen de cliënt heeft. Mede op basis hiervan komt de arbeidskundige tot een arbeidsongeschiktheidspercentage. Het arbeidsongeschiktheidspercentage is dus wel een afgeleide van de FML, maar alleen via de omweg van de door de arbeidsdeskundige te selecteren functies op basis waarvan een verdiencapaciteit wordt berekend. Daarnaast spelen bij de bepaling van het arbeidsongeschiktheidspercentage ook allerlei andere nietmedische zaken, zoals het inkomen voor arbeidsongeschiktheid en opleiding een rol. Dit percentage is dus geen goede indicator voor het resultaat van de medische claimbeoordeling. Toch heeft de Inspectie vooral gekeken naar deze percentages en niet naar de wijze waarop de FML tot stand is gekomen. Het is heel jammer dat de Inspectie niet diepgaand heeft onderzocht hoe de 3 Brief Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid aan de vaste kamercommissie voor SZW over keuringen van ME/CVS-patiënten, 15 maart Y. Jansen, M. Koolhaas, G. de Meijer, Het verzekeringsgeneeskundige protocol CVS. Praktijkervaringen van cliënten met de keuringen. Tussenverslag Project Protocol in Praktijk. Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid,

7 beperkingen van cliënten met ME/CVS in kaart zijn gebracht en beoordeeld. Daarmee is de essentie van de medische claimbeoordeling buiten het onderzoek gebleven. Wij begrijpen dat een minutieus onderzoek naar de beoordeling van alle uiteenlopende beperkingen die zich bij ME/CVS voor kunnen doen erg omvangrijk zou worden. Daarom heeft de Steungroep er bij de Inspectie op aangedrongen om in ieder geval te kijken naar de beoordeling van beperkingen op het gebied van de arbeidsduur en zo mogelijk ook naar beperkingen op het gebied van concentratie en geheugen. Uit onderzoek van de Steungroep en uit onderzoek van het NIVEL weten wij dat dit bij ME/CVS belangrijke knelpunten zijn. 4 5 Uit het onderzoek van het NIVEL blijkt bijvoorbeeld dat de meeste ME/CVS-patiënten de tijd die zij besteden aan persoonlijke verzorging en eten niet meegerekend per dag nog geen vier uur actief kunnen zijn. Wij betreuren het dat de Inspectie deze essentiële aspecten buiten het onderzoek heeft gehouden. De Inspectie beschrijft in paragraaf 2.2. de resultaten van de claimbeoordeling. In de eerste diagram worden arbeidsongeschiktheidsklassen van cliënten met ME/CVS-vergeleken met die van cliënten met de code P609 ( Overige somatoforme stoornissen ) en met die van het totaal. Dit is een vergelijking van appels met peren (Waarom code P609?) en van appels met een hele grote gevarieerde fruitschaal waarin slechts een paar appels liggen. In de tweede diagram over de WAO-herkeuringen ontbreken gegevens over de situatie vóór en na de herkeuring, waardoor niet duidelijk wordt of de ME/CVS-groep anders is herbeoordeeld dan de gehele groep. Wij hebben aanwijzingen dat dat juist wel het geval is. 6 Kortom, deze gegevens maken het niet mogelijk om conclusies te trekken over de medische beoordeling Weinig aandacht voor ervaringen cliënten In het rapport is een hele paragraaf (2.4) gewijd aan een onderzoek van de NVVG onder verzekeringsartsen over het protocol CVS. Wij vragen ons af waarom aan een veel omvangrijker onderzoek van de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid (verder: Steungroep) naar datzelfde protocol, maar dan vanuit het perspectief van ME/CVS-patiënten slechts tien regels zijn gewijd. 7 Hierdoor ontbreekt essentiële informatie. De NVVG heeft vooral opinies van verzekeringsartsen onderzocht. De Steungroep heeft onderzocht wat de praktijkervaringen van cliënten met de beoordeling waren vanaf het van kracht worden van het protocol CVS. Er wordt ook een verkeerde indruk gewekt van de kritiek van de kant van de patiëntenorganisaties op het protocol CVS, die voor een belangrijk deel van een andere aard is dan de kritiek van 5 A.J.E. de Veer, A.L. Francke. Zorg voor ME/CVS-patiënten; Ervaringen van de achterban van patiëntenorganisaties met de Gezondheidszorg. NIVEL, december Zie o.a. de brief van de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid aan de vaste kamercommissie voor SZW over de evaluatie van de WIA en de herbeoordelingen WAO, 25 juni De Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid heeft de onderzoekers onder andere voorzien van het tussenrapport en van de nog niet gepubliceerde eindresultaten van het tweejarig project Protocol in Praktijk. In het rapport staat wel dat dit materiaal is gebruikt, maar er is bijna niets van terug te vinden. 7

8 verzekeringsartsen. (In de separate reactie op de feitenweergave doen wij een voorstel voor aanvulling op dit punt) Het veldonderzoek naar de ervaringen van ME/CVS-patiënten met de medische beoordeling van hun arbeidsongeschiktheid door het UWV is beperkt gebleven tot telefonische interviews met 16 cliënten van 4 UWV-kantoren. Deze groep kan om meerdere redenen op geen enkele manier als representatief beschouwd worden (zie 2.3). Bovendien komt uit het zeer summiere verslag van deze interviews naar voren dat cliënten niet alle vragen konden beantwoorden omdat niet alle begrippen voor hen duidelijk waren en zij de informatie over hun keuring niet meer paraat hadden. Veel cliënten konden zelfs niet aangeven of de verzekeringsarts informatie had ingewonnen bij hun behandelaar. De constatering van de Inspectie dat in meerderheid de cliënten tevreden zijn, maar dat er onderling grote verschillen bestaan zegt dan ook weinig over de kwaliteit van de medische claimbeoordeling (2.7.3, p. 21). Het is niet duidelijk of het bij de geïnterviewde cliënten uitsluitend gaat om mensen die alleen de eerste WIA-beoordeling gehad hebben. Mocht dat wel zo zijn dan kan ook dat van invloed geweest zijn op de antwoorden. De ervaring leert dat cliënten bij een eerste keuring vaak tamelijk naïef en slecht geïnformeerd zijn. Cliënten die ervaring hebben met meerdere keuringen weten vaak beter wat zij van het UWV mogen verwachten en zijn daardoor kritischer. Welke informatie hebben de geïnterviewde cliënten precies gekregen en welke vragen zijn hen precies gesteld? is niet vermeld. Wij kunnen niet anders constateren dat zij niet goed op hun interview zijn voorbereid, te weinig uitleg hebben gekregen en dat de vragen onvoldoende aan hen zijn aangepast. Daardoor is de kern van de zaak buiten beschouwing gebleven. Deze kern was mogelijk wel boven water gekomen wanneer hen de rapportage en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML, lijst waarin beperkingen in het functioneren gescoord worden) die de UWV-arts over hen heeft gemaakt was voorgelegd, daarover uitleg was gegeven en gevraagd was of en in hoeverre zij vinden dat zij in die stukken juist beoordeeld zijn. In het rapport wordt wel vermeld dat de uitkomsten van de cliënteninterviews afwijken van het onderzoek van de Steungroep. De resultaten van dit omvangrijkere en meer gestructureerde onderzoek worden echter niet vermeld en er wordt geen serieuze poging gedaan de verschillen cijfermatig in beeld te brengen en te verklaren. Tot slot is het cliëntenperspectief ook onderbedeeld in de wijze waarop hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden. Anders dan aan het UWV zijn de onderzoeksbevindingen niet eerder schriftelijk aan de patiëntenorganisaties voorgelegd, waardoor wij niet eerder schriftelijk konden reageren. Het is onduidelijk welke passages naar aanleiding van de reacties van het UWV op voorconcepten zijn aangepast en waarom. 2.3 Onderzochte groep cliënten niet representatief Het veldonderzoek is beperkt tot 4 (van 29) kantoren en 16 (van 516) cliënten. Dit is wel een heel kleine steekproef: kantoren 14%, cliënten 3%. Uit de rapportage wordt bovendien niet duidelijk wie de kantoren en de cliënten uitkoos, het UWV of de Inspectie, en volgens welke criteria. Wij vragen ons af waarom de onderzochte kantoren niet met naam zijn genoemd. Wat betreft de 8

9 cliënten zijn de WAO-herbeoordelingen niet meegenomen (afgezien van enkele cijfers in paragraaf 2.2. die weinig zeggen over de medische claimbeoordeling). Dit brengt een groot risico van vertekening met zich mee. De signalen van de Steungroep aan de politiek dat de medische (her)beoordeling van mensen met ME/CVS door het UWV tot problemen leidt hadden niet alleen betrekking op de toepassing van het protocol CVS vanaf 1 januari 2008, maar zeker ook op de eenmalige ASB-herkeuringen in de periode Deze herkeuringen vonden voor een belangrijk deel plaats toen het protocol CVS nog niet van toepassing was. Zie bijvoorbeeld de brief van de Steungroep aan de vaste kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 25 juni In deze brief wordt toegelicht dat uit gegevens van 170 ME/CVS-patiënten die een eenmalige herkeuring hebben gehad die de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid vanaf 1 januari 2004 tot 1 januari 2009 heeft verzameld (zie bijlage) blijkt dat deze groep aanzienlijk vaker de WAO-, Wajong- of WAZuitkering is kwijtgeraakt dan de totale groep herkeurden volgens de UWVgegevens. Voor de herbeoordelingen had ruim 73% een volledige uitkering. Na de herbeoordeling is dit nog geen 22%. Het merendeel van de mensen is in een veel lagere arbeidsongeschiktheidsklasse terechtgekomen. Met name een andere medische beoordeling is hier debet aan. 8 Het onderzoek van de Inspectie is echter beperkt tot WIA of Wajong-keuringen in de periode 2007 tot en met Ondanks de herhaalde aandrang van de Steungroep om de WAOherbeoordelingen bij het onderzoek te betrekken heeft de Inspectie dit niet gedaan. Door deze beperking zijn de cliënten met ME/CVS die al langer een uitkering hebben, of die bij de ASB-herkeuring zijn kwijtgeraakt buiten het onderzoek van de Inspectie gehouden. Er is niet onderzocht in hoeverre de WAOgroep afwijkt van de onderzochte WIA- en Wajong-groep. Daarnaast vragen wij ons af waarom er geen onderzoek is gedaan naar cliënten met ME/CVS die door het UWV niet zijn gecodeerd met code N690. Dit is namelijk de enige diagnosecode voor verzekeringsartsen die op ME/CVS van toepassing is. 9 Daardoor is nog eens een groep cliënten gemist. Zowel uit 8 Brief Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid aan de vaste kamercommissie voor SZW over de evaluatie van de WIA en de herbeoordelingen WAO, 25 juni Daarin staat o.a. onderstaande tabel. ME/CVS-patiënten UWV Uitslag verhoogd gelijk Verlaagd beëindigd verhoogd gelijk verlaagd beëindigd herbeoordeling totaal 1.8% 25.6% 29.4% 43.1% 5.8% 63.0% 11.5% 19.7% WAO 0.0% 24.6% 32.6% 42.8% 6.8% 57.5% 13.5% 22.2% WAZ (slechts 1 melding ontvangen) 8.3% 52.3% 14.3% 25.1% Wajong 11.7% 23.5% 17.6% 47.1% 1.0% 90.7% 1.5% 6.9% Bezwaar aangetekend 56.5% 9.2% (alle gevallen) 26.0% (bij verlaagd of beëindigd) 9 Met betrekking tot ME/CVS stelt de coderingshandleiding van het UWV: Stel dat men deze diagnose niet onder een fysiologische orgaansysteem wil plaatsen. Conform regel 3 zou men eerst hoofdstuk Psychische stoornissen en gedragsstoornissen kunnen kiezen. Nu kan men conform regel 4 proberen te klasseren onder het onderdeel klachten geen resultaat vervolgens via het onderdeel overige psychische stoornissen de blokken somatoforme stoornis of overige psychische stoornissen. Bij de codes P609, P690 en P699 wordt men door exclusie naar de juiste code verwezen: in casu n690. In de icd-10 is deze ziekte namelijk onder Ziekten van het centraal zenuwstelsel geclassificeerd. Had men daarentegen conform regel 3 besloten dat dit een ziekte is die onder het hoofdstuk Aandoeningen, niet elders geclassificeerd te klasseren valt en probeerde 9

10 ervaringen van cliënten als uit de UWV-gegevens komt naar voren dat bij ME/CVS regelmatig andere codes worden toegekend. 10 De Inspectie verwijst naar een onderzoek van het UWV waaruit blijkt dat 12 van de 60 dossiers met code A102 ( malaise en vermoeidheid ), dus maar liefst 20%, feitelijk betrekking hebben op CVS-patiënten. Wij kunnen verder weinig waarde hechten aan de conclusies die het UWV uit dit onderzoek trekt, onder andere over de kwaliteit van de beoordeling. Nadere gegevens over dit onderzoek ontbreken en het is hier de slager die zijn eigen vlees heeft gekeurd. Cijfers over het totale aantal A102-dossiers ontbreken. Naar andere codes die bij ME/CVS (ten onrechte) worden toegepast is geen onderzoek gedaan. De Inspectie heeft gegevens verzameld over 516 cliënten die in een periode van 3 jaar ( 2007 t/m 2009, dus 172 per jaar) door het UWV zijn beoordeeld. In het rapport ontbreken gegevens over het totaal aantal geregistreerde cliënten met ME/CVS. De discrepantie tussen de cijfers van de Gezondheidsraad over het aantal ME/CVS-patiënten in Nederland ( tot ) en het jaarlijkse aantal nieuwe patiënten (2900 tot 9800) en de UWV-cijfers is enorm. Naar onze mening betekent dit dat van de getalsmatige conclusies die de Inspectie trekt hoogstens gesteld kan worden dat ze betrekking hebben op een kleine, geselecteerde, niet representatieve groep ME/CVS-patiënten. Als het bij de 516 om een eerste beoordeling gaat (door de Inspectie niet vermeld) zijn deze mensen relatief kort ziek, vergeleken met de totale ME/CVS-groep. De groep zeer langdurig zieken (de meeste ME/CVS-patiënten herstellen helaas niet) is dan buiten beschouwing gelaten. (Als het ook om herbeoordelingen gaat dan missen wij een vergelijking tussen deze twee beoordelingen.) Wij denken dat de discrepantie in aantallen slechts voor een deel verklaard kan worden door het weglaten van de cliënten met WAO en met andere diagnosecodes dan N690. Voor een ander deel kan ze te maken hebben met het gebrek aan kennis over en erkenning van de ziekte. Uit ervaringen van patiënten blijkt dat een deel van de artsen in Nederland (niet alleen verzekeringsartsen) nog steeds van mening is dat ME/CS geen ziekte is of te weinig geïnformeerd is om deze diagnose te kunnen stellen. 3. Reactie op de conclusies van de Inspectie Wij zijn van mening dat de conclusies die de Inspectie trekt niet allemaal gedragen worden door de verzamelde gegevens. Ook wordt een aantal conclusies niet (duidelijk) getrokken. Claimbeoordeling door verzekeringsartsen men te klasseren onder het onderdeel klachten, dan excludeert ook a102 naar de juiste code. CAS. Classificaties voor Arbo en SV. Classificatie van klachten, ziekten en oorzaken voor bedrijfs- en verzekeringsartsen. UWV, 2002 p Op verzoek van de Inspectie heeft de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid dossiers van ME/CVS-patiënten die deze naar de Steungroep hadden gestuurd voor advies onderzocht op diagnosecode Uit 35 onderzochte dossiers (periode ) kwam naar voren dat 20 x de CAScode N690 was vermeld en 15 keer niet. In deze 15 waren de volgende diagnosecodes vermeld: 5 x A102 (malaise en vermoeidheid), 4 x # (geen CAS-code), 1 x A000 (geen ziekte), 1 x P659 ()verige stemmingsstoornissen), 1 x P609 (Overige somatoforme stoornissen), 1 x A109 (Overige klachten, niet elders geclassificeerd), 4 x Code onbekend. 10

11 De Inspectie geeft op deze plaats een zeer summiere beschrijving van de claimbeoordeling, zonder in te gaan op knelpunten. Waarom is hier niet op zijn minst een conclusie aan toegevoegd over een wezenlijk knelpunt dat door de inspectie is gesignaleerd, namelijk dat het in de door de Inspectie onderzochte dossiers meestal ontbreekt aan een inzichtelijke argumentatie voor het wel of niet toekennen van beperkingen? Uitvoering claimbeoordeling CVS De conclusie dat de uitvoering van de claimbeoordeling bij CVS in overeenstemming is met de geldende regels en normen wordt door het onderzoek niet gedragen. Daarvoor is het onderzoek veel te beperkt: de steekproeven zijn veel te klein en niet representatief. Aspecten die van essentieel belang zijn voor de claimbeoordeling bij ME/CVS, zoals de beoordeling van beperkingen op het gebied van de arbeidsduur, zijn niet onderzocht. Bovendien komt uit het onderzoek juist naar voren dat er binnen het UWV nog steeds verzekeringsartsen en kantoren zijn die van mening zijn dat bij de medische beoordeling van arbeidsongeschiktheid beperkingen niet of minder moeten meewegen als daarvan geen lichamelijke oorzaak bekend is of als de diagnose onduidelijk is. De leidraad die het UWV op alle vestigingen heeft verspreid biedt ruimte voor invloed van deze mening, die in strijd is met de regels en professionele normen, op de beoordeling. Aantallen en codering Uit het gegeven dat het aantal geregistreerde claimbeoordelingen CVS per jaar laag is kan niet zonder meer afgeleid worden dat de kans dat een verzekeringsarts in een jaar een CVS beoordeling uitvoert klein is. De Inspectie stelt immers zelf dat inzicht in het exacte aantal claimbeoordelingen CVS ontbreekt. Het aanvoeren van een verwarrende coderingssystematiek als verklaring daarvoor is niet overtuigend. De code voor ME/CVS is eenduidig, namelijk N690. In de handleiding van het UWV staat uitdrukkelijk dat het gebruik van andere codes in plaats daarvan niet is toegestaan. Er ontbreekt een conclusie over de enorme discrepantie tussen de cijfers van de Gezondheidsraad en die van het UWV. De Inspectie heeft zelf geen onderzoek gedaan naar het gebruik van andere codes dan N690 bij ME/CVS, maar heeft op dit punt conclusies van een intern UWV-onderzoek kritiekloos overgenomen. De conclusie dat er geen aanwijzingen zijn dat andere codes gebruikt worden om de diagnose CVS en/of het protocol CVS te omzeilen is dan ook voorbarig. Bovendien moet rekening gehouden worden met de mogelijkheid dat ook wanneer onbewust of onopzettelijk een andere code aan iemand met ME/CVS wordt toegekend, dit van invloed kan zijn op de beoordeling. Resultaten claimbeoordeling Omdat de Inspectie een niet-representatieve groep heeft onderzocht (geen WAOherbeoordeling) en het onderzoek waar deze conclusie op is gebaseerd is gericht op de uitkomst van de arbeidskundige beoordeling en niet op de medische beoordeling kan de conclusie van vergelijkbaarheid met alle andere claimbeoordelingen geen stand houden. Het aantal klachten en bezwaar- en beroepszaken en de uitkomst daarvan zegt niet veel omdat niet bekend is wat de inhoud van deze procedures is (Gaat het om de medische beoordeling of de arbeidskundige? Of juist om administratieve zaken?). Uit de vele telefoontjes van ME/CVS-patiënten die bij de Steungroep 11

12 binnenkomen blijkt dat er heel wat drempels overwonnen moeten worden (geld, energie, emoties, sociale steun) voordat iemand die zich onrechtvaardig of slecht behandeld voelt bezwaar maakt, in beroep gaat of een klacht indient. Vaak laat men het er bij zitten. Opleiding en instructie De constateringen van de Inspectie op dit punt zijn zeer algemeen en zeggen niet veel over het effect op de kwaliteit van de medische beoordeling bij ME/CVS. Op papier lijkt het aardig, maar wat is de praktijk? Hoe kan het bijvoorbeeld dat er binnen het UWV nog steeds artsen zijn die de principes van de richtlijn Medisch Arbeidsongeschiktheidscriterium en de Nota van Toelichting bij het Schattingsbesluit 2000 niet (willen) begrijpen? Dat er nog steeds verzekeringsartsen zijn die vinden dat ME/CVS geen ziekte is? Dat er nog steeds verzekeringsartsen zijn die vinden dat het protocol CVS strijdig is met de wet en de jurisprudentie? Er wordt gesproken over dossiercontrole en terugkoppeling van resultaten daarvan als onderdeel van het kwaliteitsbeleid. Het UWV heeft ons echter meegedeeld dat het aantal ME/CVS-beoordelingen zo klein is dat er vrijwel geen kans is dat ME/CVS-dossiers bij deze controle betrokken worden. Bovendien: wat wordt er precies gecontroleerd en door wie? Wordt daarbij ook gecontroleerd of de gegevens die in de rapportages vermeld staan wel volledig en juist zijn? Het is een gemiste kans dat de Inspectie hier niet op is ingegaan. Bandbreedte en toepassing van het protocol CVS De Inspectie stelt terecht dat bij de claimbeoordelingen CVS de beginselen van rechtsgelijkheid en rechtszekerheid zo optimaal mogelijk dienen te worden nageleefd. Tevens concludeert de Inspectie dat bij CVS-beoordelingen sprake is van een ruime bandbreedte, dat er verschillende opvattingen zijn over het aannemen van beperkingen bij CVS en dat bij één van de onderzochte kantoren een meer kritische houding ten opzichte van het protocol CVS werd aangetroffen dan bij de andere drie. Dit betekent dat tot op heden de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid van ME/CVS-patiënten niet is gegarandeerd. Het protocol CVS bevat kennis en aandachtspunten voor de beoordeling. Een gemeenschappelijk kritiekpunt van patiënten en verzekeringsartsen op het protocol is dat het, net zoals de protocollen over andere ziektes trouwens, weinig concrete handvatten biedt voor de beoordeling in individuele gevallen. Dat biedt dus een enorme handelingsvrijheid/ruimte voor professional judgement. De stelling in de leidraad van het UWV dat er meer dan in het protocol zelf gesuggereerd wordt beargumenteerd van mag worden afgeweken wekt dan ook bevreemding op. In welk opzicht is de handelingsruimte dan niet voldoende? En wat is beargumenteerd? Mag deze argumentatie ook impliciet zijn (dus ontbreken)? Het vreemde is namelijk dat de Inspectie, afgezien van die ene door de Inspectie afgekeurde rapportage, geen enkel voorbeeld noemt van argumenten voor beargumenteerd afwijken. Ook wij zijn nog nooit voorbeelden daarvan tegen gekomen. Dit roept veel vragen op, zoals: - Mag een verzekeringsarts ME/CVS ook als geen ziekte beschouwen, zoals volgens de Inspectie nog steeds voorkomt? - Mag een verzekeringsarts bepaalde beperkingen van ME/CVS-patiënten bij zijn onderzoek buiten beschouwing laten? - Mag een kritisch kantoor of kritische verzekeringsarts systematisch en zonder aanvullende onderzoeken een urenbeperking bij ME/CVS weigeren, bijvoorbeeld omdat men vindt dat de beperkte duurbelastbaarheid slechts 12

13 is gebaseerd op subjectieve klachten? - Mag een kritische kantoor of kritisch verzekeringsarts vasthouden aan de mening dat het protocol CVS in strijd is met het Schattingbesluit en de jurisprudentie omdat er bij CVS per definitie geen fysisch diagnostisch vast te stellen stoornissen zouden zijn? Deze mening is aantoonbaar in strijd met het Schattingsbesluit, waarin het begrippenkader van stoornissen, beperkingen en handicaps (nu: participatieproblemen ) aan de ICIDH (nu ICF) van de Wereldgezondheidsorganisatie is ontleend. Stoornissen zijn daarin niet beperkt tot zichtbare lichamelijke afwijkingen. Deze mening is ook in strijd met de kennis over ME/CVS, waarbij wel degelijk stoornissen kunnen worden vastgesteld. Naar onze mening wordt in bovenstaande gevallen de grens van een acceptabele bandbreedte overschreden. Met de door de Inspectie geciteerde leidraad geeft het UWV echter juist voeding aan dergelijke meningen. 4. Aanbevelingen Het rapport heeft ons aanleiding gegeven tot onderstaande aanbevelingen. Aantallen en Codering: 1. Maatregelen binnen het UWV zodat voor ME/CVS geen andere codes meer worden gebruikt dan N Nader onafhankelijk onderzoek naar aantallen ME/CVS beoordelingen in relatie tot aantallen ME/CVS-patiënten. Rechtszekerheid en kwaliteit medische claimbeoordeling 3. Dat bepaalde kantoren of bepaalde verzekeringsartsen zich bij de claimbeoordeling baseren op onjuiste uitgangspunten tast de rechtszekerheid van cliënten aan. Professionele verantwoordelijkheid mag niet gebruikt worden als alibi hiervoor. a. Aanvullend onafhankelijk onderzoek om na te gaan waar en op welke schaal dergelijke onjuiste uitgangspunten een rol spelen (niet alleen bij ME/CVS maar ook bij andere als moeilijk objectiveerbaar beschouwde gezondheidsproblemen). b. Ook een rol voor de Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde (NVVG) en de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid hierbij. c. Controleerbare maatregelen binnen het UWV om hier een eind aan te maken. 4. Een te ruime bandbreedte bij de medische beoordelingen doet afbreuk aan de rechtsgelijkheid van cliënten. Het ontbreken van een eenduidig normenkader voor de kwaliteit van de medische beoordelingen is daarbij een groot gemis. De beroepsgroep heeft een belangrijke 13

14 verantwoordelijkheid voor de (verdere) ontwikkeling van een dergelijk normenkader. Maar ook een inbreng vanuit het perspectief van cliënten is hierbij onmisbaar. a. Het aangaan van een dialoog hierover door de NVVG en het UWV met de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid en andere patiëntenorganisaties. b. Operationalisering van de uitkomsten hiervan t.b.v. het interne kwaliteitsbeleid van het UWV. c. De interne en externe kwaliteitscontroles zo inrichten dat knelpunten bij de medische beoordeling van cliënten met ME/CVS en andere kleine groepen niet meer buiten beeld blijven. d. Patiënten-/Cliëntenorganisaties betrekken bij scholing aan verzekeringsartsen over het clëntenperpsectief Zorgvuldigheid onderzoek 5. Hoewel de beoordeling van mensen met ME/CVS door verzekeringsartsen vaak als lastig wordt gezien en regelmatig twijfels oproept leidt dit zelden tot het raadplegen van meer bronnen door de verzekeringsarts. a. Bij lastige beoordelingen en twijfel over de plausibiliteit van de geclaimde beperkingen structureel meerdere bronnen raadplegen, in de vorm van consultatie van bedrijfsarts en behandelaars, heteroanamnese (partner, werkgever enz.), aanvullende onderzoeken, enzovoort. Dit is in lijn met een aantal professionele standaarden. Kwaliteit rapportages en FML 6. De medische rapportage en de FML (die als het goed is op die rapportage is gebaseerd) zijn van grote invloed op de uitkeringsbeslissing. Ook bij beroep, bezwaar en herbeoordelingen spelen zij een grote rol. Daarom moeten hogere eisen gesteld worden aan de kwaliteit daarvan. De volgende maatregelen kunnen daaraan bijdragen: a. De medische rapportages en de FML zo inrichten dat ze de cliënt inzicht bieden in de beoordeling van hun beperkingen. Welke beperkingen heeft de cliënt naar voren gebracht? In hoeverre heeft de verzekeringsarts deze als plausibel beoordeeld en in hoeverre niet? Op grond van welke feiten en argumenten? b. Algemene medische en juridische betogen dragen niet bij aan de transparantie en horen in rapportages over individuele cliënten niet thuis c. Rapportages standaard in conceptvorm aan cliënten voorleggen zodat zij feitelijke onjuistheden kunnen corrigeren voordat een beslissing wordt genomen. 14

15 d. Bij vragen van de cliënt over de medische rapportage altijd de mogelijkheid bieden tot communicatie (gesprek, briefwisseling) met de verzekeringsarts ten behoeve van nadere uitleg. Signalering en herstel van fouten Op grond van de door ons gesignaleerde knelpunten is het aannemelijk dat cliënten met ME/CVS vaker dan in het door de Inspectie gesignaleerde geval onjuist zijn beoordeeld. Zeker bij het ene als kritisch aangemerkte kantoor zal dat het geval zijn. Het UWV beschikt over een instructie ME/CVS; handelwijze bij verzoek om terug te komen van een beschikking, waarin staat vermeld bij welke onjuiste verzekeringsgeneeskundige onderbouwingen een beslissing kan worden herzien Een actief onderzoek door het UWV om te achterhalen in welke gevallen van een onjuiste verzekeringsgeneeskundige grondslag sprake is. In die gevallen aan de betreffende cliënten de mogelijkheid tot herziening aanbieden. Reactie op de feitenweergave Het gerapporteerde feiten, met name uit hoofdstuk 2 over de onderzoeksbevindingen, zijn niet eerder schriftelijk aan ons gepresenteerd. Anders dan het UWV hebben wij het moeten doen met een zeer globale mondelinge presentatie. Daarom waarderen wij de geboden gelegenheid om alsnog op de bevindingen te reageren. Onze reactie vindt u in een separate bijlage Groningen, 18 oktober De Tweede Kamer heeft in 2005 tot tweemaal toe een motie aangenomen, ingediend door GroenLinks kamerlid Vendrik. Deze moties stellen dat ME/CVS een officieel erkende ziekte is en dat verzekeringsartsen de beperkingen van ME/CVS-patiënten bij de keuring volledig mee moeten wegen. Naar aanleiding hiervan heeft het UWV een instructie uitgevaardigd waarin staat dat ME/CVSpatiënten op hun verzoek een nieuwe keuring kunnen krijgen wanneer de eerdere beslissing is gebaseerd op een onjuiste verzekeringsgeneeskundige grondslag. Van zo n onjuiste grondslag is volgens deze instructie sprake als: - de verzekeringsarts van mening is dat cliënt niet arbeidsongeschikt is omdat ME/CVS geen ziekte is, of - de verzekeringsarts niet heeft gemotiveerd waarom er geen beperkingen zouden zijn als gevolg van ziekte of gebrek òf waarom de door de cliënt ervaren beperkingen niet het gevolg zijn van ziekte respectievelijk van de ziekte die bij cliënt is vastgesteld, of - de door de verzekeringsarts verzamelde gegevens ruimte laten voor een andere conclusie, terwijl de verzekeringsarts niet voldoende inzichtelijk maakt, welke argumenten doorslaggevend waren voor de door hem getrokken conclusie of - het erop lijkt dat de verzamelde gegevens...niet of nauwelijks de getrokken conclusie... kunnen rechtvaardigen. Eerste motie Vendrik, 19 april 2005: Tweede motie Vendrik, 30 juni 2005: UWV, Incidentele Mededeling AW: ME/CVS; handelwijze bij verzoek om terug te komen van een beschikking. Toegevoegd aan de digitale instructie wet- en regelgeving UWV op 27 maart

16 Michael Koolhaas, voorzitter Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid Inlichtingen bij: Ynske Jansen: Bijlage: Reactie op de feitenweergave 16

PERSBERICHT Groningen, Bunnik, Bussum, 11 april 2011

PERSBERICHT Groningen, Bunnik, Bussum, 11 april 2011 PERSBERICHT Groningen, Bunnik, Bussum, 11 april 2011 Patiëntenorganisaties werken samen aan verbetering kwaliteit arbeidsongeschiktheidskeuringen Drie patiëntenorganisaties gaan actief bijdragen aan de

Nadere informatie

De leden van de Eerste Kamer der Staten Generaal Postbus 20017 2500 EA Den Haag postbus@eerstekamer.nl

De leden van de Eerste Kamer der Staten Generaal Postbus 20017 2500 EA Den Haag postbus@eerstekamer.nl Bankastraat 42 unit C 9715 CD Groningen T 050-549 29 06 www.steungroep.nl info@steungroep.nl Aan: De leden van de Eerste Kamer der Staten Generaal Postbus 20017 2500 EA Den Haag postbus@eerstekamer.nl

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 28 333 WAO-stelsel Nr. 76 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELE- GENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Een onderzoek naar de uitvoering van een deskundigenoordeel door het. Op basis van het onderzoek vindt de Nationale ombudsman de klacht over

Een onderzoek naar de uitvoering van een deskundigenoordeel door het. Op basis van het onderzoek vindt de Nationale ombudsman de klacht over Rapport Een onderzoek naar de uitvoering van een deskundigenoordeel door het UWV Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de Nationale ombudsman de klacht over het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Nadere informatie

PDS B e l a n g e n v e r e n

PDS B e l a n g e n v e r e n r a b l D e PDS B e l a n g e n v e r e n r m S y n d r o a o m i g e i n g k k i r P Aandachtspunten bij een (her)keuring 2 Aandachtspunten bij een (her)keuring Een keuring ondergaan is niet niks, het

Nadere informatie

HET PROTOCOL CVS IN DE PRAKTIJK Ervaringen van ME/CVS-patiënten met de beoordeling van arbeidsongeschiktheid

HET PROTOCOL CVS IN DE PRAKTIJK Ervaringen van ME/CVS-patiënten met de beoordeling van arbeidsongeschiktheid HET PROTOCOL CVS IN DE PRAKTIJK Ervaringen van ME/CVS-patiënten met de beoordeling van arbeidsongeschiktheid Eindverslag van het project Protocol in praktijk HET PROTOCOL CVS IN DE PRAKTIJK Pagina 2 Groningen,

Nadere informatie

Schatting effect aangepaste Schattingsbesluit (asb) op aandeel afwijzingen WIA (september

Schatting effect aangepaste Schattingsbesluit (asb) op aandeel afwijzingen WIA (september Schatting effect aangepaste Schattingsbesluit (asb) op aandeel afwijzingen WIA (september 2009) Aanleiding De resultaten van het onderzoek Wel WIA, geen werk? roepen bij de Stichting de vraag op of de

Nadere informatie

Het Chronisch vermoeidheidssyndroom. De beoordeling door verzekeringsartsen

Het Chronisch vermoeidheidssyndroom. De beoordeling door verzekeringsartsen Het Chronisch vermoeidheidssyndroom De beoordeling door verzekeringsartsen Het Chronisch vermoeidheidssyndroom De beoordeling door verzekeringsartsen Colofon Programma Inkomenszekerheid Nummer R 10/08,

Nadere informatie

Ons kenmerk UB/K/05/86603. 1. Kabinetsstandpunt naar aanleiding van het 3B-advies van de Gezondheidsraad

Ons kenmerk UB/K/05/86603. 1. Kabinetsstandpunt naar aanleiding van het 3B-advies van de Gezondheidsraad Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Rapport. Datum: 21 september 2007 Rapportnummer: 2007/201

Rapport. Datum: 21 september 2007 Rapportnummer: 2007/201 Rapport Datum: 21 september 2007 Rapportnummer: 2007/201 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat: een arbeidsdeskundige van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) Heerlen in haar rapportage

Nadere informatie

Rapport. Datum: 11 maart 1999 Rapportnummer: 1999/100

Rapport. Datum: 11 maart 1999 Rapportnummer: 1999/100 Rapport Datum: 11 maart 1999 Rapportnummer: 1999/100 2 Klacht Op 29 oktober 1998 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw V. te Best, ingediend door mr. P.N. van Schaik, advocaat en

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoeker klaagt er in vervolg op zijn bij de Nationale ombudsman op 5 februari 2008 ingediende klacht over dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) Rotterdam in het

Nadere informatie

Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld.

Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld. Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een met naam genoemde verzekeringsarts van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen te Heerlen (UWV) bij het vaststellen van de belastbaarheid

Nadere informatie

TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING. Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 30 318 Voorstel van wet tot aanpassing van en verbeteringen in diverse wetten in verband met de invoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen alsmede enkele andere correcties (Aanpassings-

Nadere informatie

Op 19 januari 2005 schreef de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de voorzitter van de Gezondheidsraad (brief kenmerk SV/AL/05/614):

Op 19 januari 2005 schreef de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de voorzitter van de Gezondheidsraad (brief kenmerk SV/AL/05/614): Bijlage A Adviesaanvraag Op 19 januari 2005 schreef de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de voorzitter van de Gezondheidsraad (brief kenmerk SV/AL/05/614): Binnenkort zal ik het wetsvoorstel

Nadere informatie

Let op: in onderstaand overzicht is de nieuwe regeling voor Wajonguitkeringen, die zijn ingegaan vanaf 1 januari 2015, nog niet verwerkt.

Let op: in onderstaand overzicht is de nieuwe regeling voor Wajonguitkeringen, die zijn ingegaan vanaf 1 januari 2015, nog niet verwerkt. Bron: Brochure 'Werk en inkomen bij ziekte. Een praktische gids', een uitgave van de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid en de Whiplash Stichting Nederland, 2012 Let op: in onderstaand overzicht is

Nadere informatie

Wat wordt van u verwacht als werknemer?

Wat wordt van u verwacht als werknemer? Zo'n 12.000 mensen krijgen dementie voordat ze 65 jaar zijn. Deze mensen vaak nog aan het werk op het moment dat iemand de diagnose dementie krijgt. Dementie kan veel invloed hebben op het werk. Het ligt

Nadere informatie

Deskundigenoordeel Een onderzoek naar de manier waarop het UWV. (de klacht over) een deskundigenoordeel heeft afgehandeld.

Deskundigenoordeel Een onderzoek naar de manier waarop het UWV. (de klacht over) een deskundigenoordeel heeft afgehandeld. Rapport Deskundigenoordeel Een onderzoek naar de manier waarop het UWV (de klacht over) een deskundigenoordeel heeft afgehandeld. Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de Nationale ombudsman de klacht

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over UWV te Nijmegen. Datum: 28 augustus 2013. Rapportnummer: 2013/108

Rapport. Rapport over een klacht over UWV te Nijmegen. Datum: 28 augustus 2013. Rapportnummer: 2013/108 Rapport Rapport over een klacht over UWV te Nijmegen Datum: 28 augustus 2013 Rapportnummer: 2013/108 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het deskundigenoordeel van 26 december 2011 op onzorgvuldige wijze

Nadere informatie

HET PROTOCOL CVS EN DE KWALITEIT VAN DE KEURINGEN

HET PROTOCOL CVS EN DE KWALITEIT VAN DE KEURINGEN Conferentie: ME/CVS: Verantwoord oordelen (on)mogelijk? Bunnik, 5 februari 2010 Project Protocol in Praktijk HET PROTOCOL CVS EN DE KWALITEIT VAN DE KEURINGEN Ynske Jansen 1 PROJECT PROTOCOL IN PRAKTIJK

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een deskundigenoordeel van het UWV. Datum: 11 december 2014. Rapportnummer: 2014/205

Rapport. Rapport over een deskundigenoordeel van het UWV. Datum: 11 december 2014. Rapportnummer: 2014/205 Rapport Rapport over een deskundigenoordeel van het UWV Datum: 11 december 2014 Rapportnummer: 2014/205 2 Klacht Verzoeker, werkgever, klaagt erover dat het UWV hem, bij twee achtereenvolgende deskundigenoordelen,

Nadere informatie

Verzekeringsgeneeskundige protocollen van de Gezondheidsraad: doel, opzet en hantering. april 2007

Verzekeringsgeneeskundige protocollen van de Gezondheidsraad: doel, opzet en hantering. april 2007 Verzekeringsgeneeskundige protocollen van de Gezondheidsraad: doel, opzet en hantering april 2007 1 Arbeidsongeschikt Arbeidsongeschiktheid wordt in de WIA hetzelfde gedefinieerd als in de WAO: Volledig

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401

Rapport. Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401 Rapport Datum: 13 oktober 2004 Rapportnummer: 2004/401 2 Klacht Het niet opnemen van een rechtsmiddelenclausule conform artikel 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht in de beslissing van 17 december 2003

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het UWV te Groningen. Datum: 24 maart 2014. Rapportnummer: 2014/023

Rapport. Rapport over een klacht over het UWV te Groningen. Datum: 24 maart 2014. Rapportnummer: 2014/023 Rapport Rapport over een klacht over het UWV te Groningen. Datum: 24 maart 2014 Rapportnummer: 2014/023 2 Klacht Verzoeker, bedrijfsarts, klaagt erover dat de verzekeringsarts van het UWV: 1. hem heeft

Nadere informatie

Het werk van de verzekeringsarts

Het werk van de verzekeringsarts Het werk van de verzekeringsarts Wat doen een verzekeringsarts en een bedrijfsarts? Taken verzekeringsarts bij UWV (= uitvoeringsinstituut werknemers verzekeringen) WAO/WIA Rob Mohanlal Landelijk adviseur

Nadere informatie

Rapport Gemeentelijke Ombudsman

Rapport Gemeentelijke Ombudsman Rapport Gemeentelijke Ombudsman Weigering vergoeding extra energiekosten chronisch zieke niet gemotiveerd Gemeente Amsterdam Dienst Werk en Inkomen Dienstencentrum, Team Voorzieningen Dienstencentrum,

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A. overleg 30300 XV

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A. overleg 30300 XV De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA 's-gravenhage 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333 44 44 Fax (070) 333 40 33

Nadere informatie

De financiële gevolgen van verzuim en arbeidsongeschiktheid. Erik Hollander en Alfons Mulder Advocaat en Registercasemanager

De financiële gevolgen van verzuim en arbeidsongeschiktheid. Erik Hollander en Alfons Mulder Advocaat en Registercasemanager De financiële gevolgen van verzuim en arbeidsongeschiktheid Erik Hollander en Alfons Mulder Advocaat en Registercasemanager Vraag: hoeveel procent van de werkgevers weet niet hoeveel ziekteverzuim kost?

Nadere informatie

Eigenrisicodragers roepen WGA'ers op voor keuringen

Eigenrisicodragers roepen WGA'ers op voor keuringen Regelingen en voorzieningen CODE 1.3.4.93 Eigenrisicodragers roepen WGA'ers op voor keuringen bronnen Antwoord staatssecretaris SZW d.d. 27.4.2011 op Kamervragen, Vergaderjaar 2010-2011, 2354 Een aantal

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, tegen. Movir N.V., gevestigd te Nieuwegein, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, tegen. Movir N.V., gevestigd te Nieuwegein, hierna te noemen Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-079 d.d. 13 maart 2015 (mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter, mr. B.F. Keulen en dr. B.C. de Vries, leden, en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Nadere informatie

The Disability Assessment Structured Interview

The Disability Assessment Structured Interview RIJKSUNIVERSITEIT GRONINGEN The Disability Assessment Structured Interview Its reliability and validity in work disability assessment Proefschrift ter verkrijging van het doctoraat in de Medische Wetenschappen

Nadere informatie

Rapport. Verzoeker De X. te Almelo, verder te noemen verzoeker. Het verzoek is ingediend door de gemachtigde, de heer Y.

Rapport. Verzoeker De X. te Almelo, verder te noemen verzoeker. Het verzoek is ingediend door de gemachtigde, de heer Y. Dossiernummer 2015 014 Rapport Verzoeker De X. te Almelo, verder te noemen verzoeker. Het verzoek is ingediend door de gemachtigde, de heer Y. Datum verzoekschrift Op 27 januari 2015 heeft de Overijsselse

Nadere informatie

Rapportage. Effectmeting naar onderzoek Weten waarom uit 2008. Alphen-Chaam. Rekenkamercommissie Alphen-Chaam / Baarle-Nassau.

Rapportage. Effectmeting naar onderzoek Weten waarom uit 2008. Alphen-Chaam. Rekenkamercommissie Alphen-Chaam / Baarle-Nassau. 1 Rekenkamercommissie Alphen-Chaam / Baarle-Nassau Rapportage Effectmeting naar onderzoek Weten waarom uit 2008 Alphen-Chaam 7 juli 2011 W E T E N W A A R O M A L P H E N - C H A A M 2 1 Inleiding De Rekenkamercommissie

Nadere informatie

Het voorkomen van loonsancties

Het voorkomen van loonsancties Het voorkomen van loonsancties Lukt dat met een deskundigenoordeel? Door: Rocco Kloots Wie ben ik? Rocco Kloots Bedrijfsarts en jurist bij Arbo Unie Namens NVAB lid van paradigmagroep Paradigma groep resultaat

Nadere informatie

Uitgangspunt: re-integratie is een zaak van werkgever en werknemer samen en dient in overleg plaats te vinden

Uitgangspunt: re-integratie is een zaak van werkgever en werknemer samen en dient in overleg plaats te vinden RE-INTEGRATIE 1 e : Verplichtingen werkgever 2 e : Verplichtingen werknemer Uitgangspunt: re-integratie is een zaak van werkgever en werknemer samen en dient in overleg plaats te vinden 1 e : - bij contract

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2007 324 Besluit van 29 augustus 2007, houdende wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten in verband met de verlaging van de

Nadere informatie

Rapport. Datum: 30 november 2010 Rapportnummer: 2010/339

Rapport. Datum: 30 november 2010 Rapportnummer: 2010/339 Rapport Datum: 30 november 2010 Rapportnummer: 2010/339 2 Klacht Beoordeling Conclusie Onderzoek Bevindingen Klacht Verzoekster klaagt erover dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV)

Nadere informatie

Hoe voorkom ik een loonsanctie WELKOM. Henriëtte Sterken Werkgeversrelaties UWV

Hoe voorkom ik een loonsanctie WELKOM. Henriëtte Sterken Werkgeversrelaties UWV Hoe voorkom ik een loonsanctie WELKOM Henriëtte Sterken Werkgeversrelaties UWV 1 Re-integratieverslag Het eerste spoor Deskundigenoordelen Het tweede spoor Loonsanctie WIA beoordeling Het re-integratieverslag

Nadere informatie

Ontslagzaken na de invoering van de Wet werk en zekerheid per 1 juli 2015

Ontslagzaken na de invoering van de Wet werk en zekerheid per 1 juli 2015 Ontslagzaken na de invoering van de Wet werk en zekerheid per 1 juli 2015 Op 1 juli 2015 treedt het belangrijkste deel van de Wet werk en zekerheid in werking: de herziening van het ontslagrecht. Hoe die

Nadere informatie

Rapport. Datum: 25 april 2001 Rapportnummer: 2001/115

Rapport. Datum: 25 april 2001 Rapportnummer: 2001/115 Rapport Datum: 25 april 2001 Rapportnummer: 2001/115 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat Cadans Uitvoeringsinstelling BV, basiskantoor Arnhem: 1. hem nog geen voor bezwaar en beroep vatbare beschikking

Nadere informatie

Rapport. Datum: 23 november 2007 Rapportnummer: 2007/271

Rapport. Datum: 23 november 2007 Rapportnummer: 2007/271 Rapport Datum: 23 november 2007 Rapportnummer: 2007/271 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat: een met naam genoemde verzekeringsarts van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) Utrecht

Nadere informatie

Langdurig arbeidsongeschikt. VOP0034_arbeidsongeschikt-2.indd 1 18-01-10 10:36

Langdurig arbeidsongeschikt. VOP0034_arbeidsongeschikt-2.indd 1 18-01-10 10:36 Langdurig arbeidsongeschikt VOP0034_arbeidsongeschikt-2.indd 1 18-01-10 10:36 1 Inleiding Arbeidsongeschikt worden is iets waar niemand graag aan denkt. Toch is het goed af en toe na te denken over wat

Nadere informatie

Urenbeperking: een nieuw perspectief?

Urenbeperking: een nieuw perspectief? Urenbeperking: een nieuw perspectief? Stand van zaken in cijfers - 1 WIA eerste beoordeling - 30 h/wk en/of 6h/d: 2006: 25,6% - 2009: 29,4% - daarna rond de 29% bandbreedte 2006: 26% - 2011: 25% verschillende

Nadere informatie

Verstrekkingenreglement regeling minder werken voor oudere werknemers in de sector Glastuinbouw 2015

Verstrekkingenreglement regeling minder werken voor oudere werknemers in de sector Glastuinbouw 2015 Verstrekkingenreglement regeling minder werken voor oudere werknemers in de sector Glastuinbouw 2015 Artikel 1 Toepassing Dit reglement is van toepassing op aanmeldingen die na 1 april 2015 zijn ontvangen

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Nadere regelgeving Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Nadere regelgeving Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant Besluit uurloonschatting - Ureninschatting schattingbesluit WAO WIA 1 oktober 2004 Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Nadere regelgeving Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

Nadere informatie

DE SPELREGELS TOEWIJZINGVOORSTEL 2016 VOOR DE OPLEIDINGEN PUBLIEKE GEZONDHEIDSZORG

DE SPELREGELS TOEWIJZINGVOORSTEL 2016 VOOR DE OPLEIDINGEN PUBLIEKE GEZONDHEIDSZORG BIJLAGE 1 DE SPELREGELS TOEWIJZINGVOORSTEL 2016 VOOR DE OPLEIDINGEN PUBLIEKE GEZONDHEIDSZORG Januari 2015 1. Inleiding Op grond van artikel 3, lid 3 van de Subsidieregeling opleidingen publieke gezondheidszorg

Nadere informatie

Samenwerking arbeidsdeskundige en verzekeringsarts bij de claimbeoordeling AAW/WAO met het FIS (protocol)

Samenwerking arbeidsdeskundige en verzekeringsarts bij de claimbeoordeling AAW/WAO met het FIS (protocol) Samenwerking arbeidsdeskundige en verzekeringsarts bij de claimbeoordeling AAW/WAO met het FIS (protocol) 1. Aanleiding In de publieke en politieke discussie over de beoordelingen in het kader van AAW/WAO

Nadere informatie

Ik heb een klacht. Alescon T.a.v. de Klachtencoördinator Postbus 990 9400 AZ Assen

Ik heb een klacht. Alescon T.a.v. de Klachtencoördinator Postbus 990 9400 AZ Assen Ik heb een klacht U werkt, u volgt een reïntegratietraject of u staat op de wachtlijst bij Alescon. Wij doen ons best om u altijd zo goed mogelijk van dienst te zijn. Toch kan het gebeuren dat u niet tevreden

Nadere informatie

SPELREGELS TOEWIJZINGVOORSTEL 2016 VOOR DE ZORGOPLEIDINGEN IN DE GGZ OF EEN JEUGD GGZ-INSTELLING (SPELREGELDOCUMENT 2016)

SPELREGELS TOEWIJZINGVOORSTEL 2016 VOOR DE ZORGOPLEIDINGEN IN DE GGZ OF EEN JEUGD GGZ-INSTELLING (SPELREGELDOCUMENT 2016) SPELREGELS TOEWIJZINGVOORSTEL 2016 VOOR DE ZORGOPLEIDINGEN IN DE GGZ OF EEN JEUGD GGZ-INSTELLING (SPELREGELDOCUMENT 2016) 1. Inleiding Dit document bevat de spelregels voor het door TOPde stichting TOP

Nadere informatie

Arbodienst. Klacht; verzoeker/arbodienst

Arbodienst. Klacht; verzoeker/arbodienst POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Arbodienst DATUM 28 april 2004 CONTACTPERSOON

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) te Amsterdam. Datum: 24 oktober 2012

Rapport. Rapport over een klacht over het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) te Amsterdam. Datum: 24 oktober 2012 Rapport Rapport over een klacht over het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) te Amsterdam. Datum: 24 oktober 2012 Rapportnummer: 2012/178 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het Uitvoeringsinstituut

Nadere informatie

Gepubliceerd in Staatscourant 17 september 2007, nr. 179 / pag. 11

Gepubliceerd in Staatscourant 17 september 2007, nr. 179 / pag. 11 Gepubliceerd in Staatscourant 17 september 2007, nr. 179 / pag. 11 Klachtenregeling IGZ Artikel 1 1 Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop de inspectie zich in een bepaalde aangelegenheid jegens

Nadere informatie

Datum 10 juni 2014 Betreft Behandeling WWZ, schriftelijke reactie op voorstel VAAN d.d. 2 juni 2014

Datum 10 juni 2014 Betreft Behandeling WWZ, schriftelijke reactie op voorstel VAAN d.d. 2 juni 2014 > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 22 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22 Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 T

Nadere informatie

Rapport actualisering protocol Chronisch Vermoeidheidssyndroom WEL de Boer, WA Faas, MLA Broekhuizen.

Rapport actualisering protocol Chronisch Vermoeidheidssyndroom WEL de Boer, WA Faas, MLA Broekhuizen. Rapport actualisering protocol Chronisch Vermoeidheidssyndroom WEL de Boer, WA Faas, MLA Broekhuizen. Achtergrond In 2007 is door de Gezondheidsraad het vg-protocol Chronisch Vermoeidheidssyndroom (verder:

Nadere informatie

Advies 28. 2.2 De door klager gewenste (en niet verkregen) aanpassingen betreffen:

Advies 28. 2.2 De door klager gewenste (en niet verkregen) aanpassingen betreffen: Advies 28 1. Feiten 1.1 Beklaagde is een Europese niet-openbare aanbesteding gestart voor een opdracht met betrekking tot IT-dienstverlening en draadloze netwerkinfrastructuur bestaande (ondermeer) uit

Nadere informatie

Werknemers 1 ZIEK. werknemer en verzekerd voor ZW en WIA is degene die een ww-uitkering geniet

Werknemers 1 ZIEK. werknemer en verzekerd voor ZW en WIA is degene die een ww-uitkering geniet Werknemers 1 ZIEK Recht op doorbetaling van loon: - gedurende maximaal 2 jaar - gedurende looptijd contract - na afloop contract binnen twee jaar overname loonbetaling door UWV (vangnet) tot max. 2 jaar

Nadere informatie

Rapport. Datum: 22 maart 2013. Rapportnummer: 2013/024

Rapport. Datum: 22 maart 2013. Rapportnummer: 2013/024 Rapport Rapport over een klacht over UVIT Zorgkantoor te Eindhoven. UVIT zorgkantoor is per 1 januari 2012 verder gegaan onder de naam VGZ Zorgkantoor. Bestuursorgaan: de Raad van Bestuur van Coöperatie

Nadere informatie

DE SPELREGELS TOEWIJZINGVOORSTEL 2017 VOOR DE OPLEIDINGEN PUBLIEKE GEZONDHEIDSZORG. Januari 2016. 1. Inleiding

DE SPELREGELS TOEWIJZINGVOORSTEL 2017 VOOR DE OPLEIDINGEN PUBLIEKE GEZONDHEIDSZORG. Januari 2016. 1. Inleiding DE SPELREGELS TOEWIJZINGVOORSTEL 2017 VOOR DE OPLEIDINGEN PUBLIEKE GEZONDHEIDSZORG Januari 2016 1. Inleiding Op grond van artikel 3, lid 3 van de Subsidieregeling opleidingen publieke gezondheidszorg 2013-2017

Nadere informatie

het College van Bestuur van C, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. dr. J.H. van Gelderen

het College van Bestuur van C, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: mr. dr. J.H. van Gelderen 104967 - Beroep tegen ontslag wegens arbeidsongeschiktheid; De werknemer is 50% arbeidsongeschikt en de werkgever ontslaat hem voor 0,5 fte. De werkgever heeft ter zitting gesteld dat de ontslagbeslissing

Nadere informatie

Gedragscode Persoonlijk Onderzoek. 21 december 2011

Gedragscode Persoonlijk Onderzoek. 21 december 2011 Gedragscode Persoonlijk Onderzoek 21 december 2011 Inleiding Verzekeraars leggen gegevens vast die nodig zijn voor het sluiten van de verzekeringsovereenkomst en die van belang zijn voor het nakomen van

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2006.5040 (157.06) ingediend door: hierna te noemen 'klaagster', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

Stuk tuin blijkt van de gemeente Gemeente Almere Dienst Stadsbeheer

Stuk tuin blijkt van de gemeente Gemeente Almere Dienst Stadsbeheer Rapport Gemeentelijke Ombudsman Stuk tuin blijkt van de gemeente Gemeente Almere Dienst Stadsbeheer 8 april 2010 RA0942607 Samenvatting Een man huurt sinds 1991 woning met een tuin van een woningbouwvereniging

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 a 2513 AA 'S GRAVENHAGE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 a 2513 AA 'S GRAVENHAGE Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 a 2513 AA 'S GRAVENHAGE Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 juni 2003 Rapportnummer: 2003/172

Rapport. Datum: 13 juni 2003 Rapportnummer: 2003/172 Rapport Datum: 13 juni 2003 Rapportnummer: 2003/172 2 Klacht Verzoekster klaagt over de lange behandelingsduur van haar aanvraag om toekenning van een WAO-uitkering, die zij op 26 maart 2002, en nogmaals

Nadere informatie

Onderzoek burgerinitiatief. Tevredenheid van indieners

Onderzoek burgerinitiatief. Tevredenheid van indieners Onderzoek burgerinitiatief Tevredenheid van indieners In opdracht van: De Raadsgriffier Uitgevoerd door: Team Beleidsonderzoek en Informatiemanagement Gemeente Purmerend Denise Floris Bert Mentink April

Nadere informatie

Beoordelingsprotocol objectkenmerken

Beoordelingsprotocol objectkenmerken WAARDERINGSKAMER NOTITIE Betreft: Beoordelingsprotocol objectkenmerken Datum: 7 februari 2014 Bijlage(n): - BEOORDELINGSPROTOCOL OBJECTKENMERKEN Inleiding De juiste registratie van alle gegevens over een

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving Afdeling Wetgeving Staatsinrichting en Bestuur Turfmarkt

Nadere informatie

Rapport. Datum: 9 december 2002 Rapportnummer: 2002/374

Rapport. Datum: 9 december 2002 Rapportnummer: 2002/374 Rapport Datum: 9 december 2002 Rapportnummer: 2002/374 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat UWV Cadans, kantoor Amsterdam: 1. hem nog steeds geen duidelijkheid heeft verschaft over de financiële afwikkeling

Nadere informatie

Deskundigenoordelen herzien De route naar een betere afstemming

Deskundigenoordelen herzien De route naar een betere afstemming Deskundigenoordelen herzien De route naar een betere afstemming Roelof Heida, bedrijfsarts Stafarts kwaliteit ArboNed Docent Arbeidsrecht RuG Eric van der Jagt, verzekeringsarts Beleidsmedewerker UWV SMZ

Nadere informatie

Loyalis Schade N.V., gevestigd te Heerlen, hierna te noemen Aangeslotene.

Loyalis Schade N.V., gevestigd te Heerlen, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr 2015-109 d.d. 2 april 2015 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. J.S.W. Holtrop en dr. B.C. de Vries, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

szw0001052 Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid s-gravenhage, 23 november 2000 Aanleiding

szw0001052 Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid s-gravenhage, 23 november 2000 Aanleiding szw0001052 Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid s-gravenhage, 23 november 2000 Aanleiding Naar aanleiding van vragen over de hoge arbeidsongeschiktheidspercentages

Nadere informatie

De langdurig zieke werknemer: rechten, plichten, tips en de rol van de bedrijfsarts

De langdurig zieke werknemer: rechten, plichten, tips en de rol van de bedrijfsarts De langdurig zieke werknemer: rechten, plichten, tips en de rol van de bedrijfsarts Informatiebijeenkomst 5 juni 2012, georganiseerd door Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid en Whiplash Stichting Nederland

Nadere informatie

29 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2005

29 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2005 vra2005vws-10 29 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2005 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld... 2005

Nadere informatie

Team Werk en Inkomen Gemeente Deventer

Team Werk en Inkomen Gemeente Deventer NALEVING VAN DE INFORMATIEPLICHT BIJ HEIMELIJKE WAARNEMING DOOR SOCIALE DIENSTEN Onderzoek door het College bescherming persoonsgegevens (CBP) naar de naleving van de informatieplicht bij heimelijke waarneming

Nadere informatie

Loondoorbetaling na 104 weken ziekte

Loondoorbetaling na 104 weken ziekte Loondoorbetaling na 104 weken ziekte Brief minister Donner Datum 2 februari 2010 Bij brief van 2 juli jl. heeft u gereageerd op mijn brief van 19 december 2008. Uw reactie heeft u inmiddels ook bij brief

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 818 Wijziging van verschillende wetten in verband met de hervorming van het ontslagrecht, wijziging van de rechtspositie van flexwerkers en

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Beleidskader intrekken erkenning als Jobcoachorganisatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Beleidskader intrekken erkenning als Jobcoachorganisatie STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 13672 27 mei 2013 Beleidskader intrekken erkenning als Jobcoachorganisatie Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

Nadere informatie

Arbeidsongeschikt. En dan?

Arbeidsongeschikt. En dan? Arbeidsongeschikt. En dan? Inhoud Voor wie is deze folder bedoeld? 5 Ik heb een aanvraag tot uitkering ingediend. Wat gebeurt er nu? 5 Beroepsarbeidsongeschiktheid 5 Passende arbeid 5 Gangbare arbeid

Nadere informatie

De WIA-beoordeling (keuring)

De WIA-beoordeling (keuring) De WIA-beoordeling (keuring) p.1 Hoewel vaak wordt gesproken over een keuring gaat het in feite om een beoordeling van uw recht op een uitkering. Het UWV moet daarom beoordelen of u volgens de WIA arbeidsongeschikt

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de gemeente Heerlen. Datum: 24 december 2013. Rapportnummer: 2013/208

Rapport. Rapport over een klacht over de gemeente Heerlen. Datum: 24 december 2013. Rapportnummer: 2013/208 Rapport Rapport over een klacht over de gemeente Heerlen. Datum: 24 december 2013 Rapportnummer: 2013/208 2 Klacht Verzoeker is werkzaam bij de afdeling Werkgelegenheid en Sociale Zaken van de gemeente.

Nadere informatie

Platform Mantelzorg Amsterdam

Platform Mantelzorg Amsterdam Reactie van het Platform Mantelzorg Amsterdam op het conceptrapport Naar een continuüm van respijtzorg in 2015 RIGO Research en Advies 8 maart 2013 Reactie van het Platform Mantelzorg Amsterdam op de concept

Nadere informatie

Wajong. inkomen voor jonggehandicapten. www.bpv.nl

Wajong. inkomen voor jonggehandicapten. www.bpv.nl Wajong inkomen voor jonggehandicapten www.bpv.nl Inhoud 1. Wat is Wajong? 3 2. Wanneer Wajong aanvragen? 4 3. Keuring 5 4. Beslissing 7 5. Uitkering 8 6. Aanvullende voorzieningen 10 7. Herbeoordeling

Nadere informatie

Beoordeling van de duurzaamheid van arbeidsbeperkingen 1

Beoordeling van de duurzaamheid van arbeidsbeperkingen 1 Beoordeling van de duurzaamheid van arbeidsbeperkingen 1 Beoordelingskader voor verzekeringsartsen Kern van het verzekeringsgeneeskundig beoordelingskader Doel Criteria geven voor het beoordelen van de

Nadere informatie

illinium i ui 10.1313624 24/12/2013

illinium i ui 10.1313624 24/12/2013 illinium i ui 10.1313624 24/12/2013 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente, l i,i l, l i

Nadere informatie

Sancties bij tekortschietende re-integratieverplichtingen

Sancties bij tekortschietende re-integratieverplichtingen Sancties bij tekortschietende re-integratieverplichtingen van werkgever mr. J.M. (Annemarie) Lammers-Sigterman advocaat Kantoor Mr. van Zijl B.V. Korvelseweg 142, 5025 JL Tilburg Postbus 1095, 5004 BB

Nadere informatie

Gedragscode voor verzekeringsartsen werkzaam voor de uitvoeringsinstellingen SV

Gedragscode voor verzekeringsartsen werkzaam voor de uitvoeringsinstellingen SV Gedragscode voor verzekeringsartsen werkzaam voor de uitvoeringsinstellingen SV Inleiding Van iedere professional wordt gevraagd dat hij de waarden die hij in zijn beroep dient, en de daaraan ten grondslag

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het UWV te Amsterdam. Datum: 6 maart 2015 Rapportnummer: 2015/049

Rapport. Rapport over een klacht over het UWV te Amsterdam. Datum: 6 maart 2015 Rapportnummer: 2015/049 Rapport Rapport over een klacht over het UWV te Amsterdam. Datum: 6 maart 2015 Rapportnummer: 2015/049 2 Klacht Verzoeker, die werkzoekend was en een WW-uitkering ontving, klaagt over de wijze van informatieverstrekking

Nadere informatie

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: RECHTBANK ARNHEM Sector bestuursrecht Registratienummer: AWB06/4812 Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: [eiser], eiser, wonende te [woonplaats],

Nadere informatie

Met het oog op uw vragen en kritiek zijn kort samengevat mijn conclusies de volgende:

Met het oog op uw vragen en kritiek zijn kort samengevat mijn conclusies de volgende: Geachte mevrouw Stembor, U heeft mij een aantal stellingen/vragen voorgelegd. Ik heb daaruit opgemaakt dat u kritiek heeft op de onduidelijkheid over de verhouding tussen de Wbtv en de wet van 8 mei 1878,

Nadere informatie

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Toelichting bij de criteria voor het beoordelen van de kwaliteit van een

Nadere informatie

"INTENSIVERING BEOORDELING ARBEIDSGESCHIKTHEID"

INTENSIVERING BEOORDELING ARBEIDSGESCHIKTHEID EINDRAPPORTAGE "INTENSIVERING BEOORDELING ARBEIDSGESCHIKTHEID" VERSIE 0.3 AUGUSTUS 2004 1. INLEIDING/DOELSTELLING... 1 1.1 AANLEIDING PROJECT...1 1.2 ACHTERGRONDINFORMATIE...1 1.3 DOELSTELLING EN RESULTAAT...2

Nadere informatie

De compliance officer is belast met het algehele toezicht op de uitvoering van de klachtenregeling en wel ten behoeve van:

De compliance officer is belast met het algehele toezicht op de uitvoering van de klachtenregeling en wel ten behoeve van: Klachtenregeling Definitie Een schriftelijke uiting van ongenoegen over een gedraging van een vennoot of medewerker van onze accountantsorganisatie, dan wel van een persoon die werkzaam is bij een kantoor

Nadere informatie

Eerste dag van arbeidsongeschiktheid

Eerste dag van arbeidsongeschiktheid mr. L.K. (Liesbet) Wouterse Fb. advocaat Kantoor Mr. van Zijl B.V. Korvelseweg 142, 5025 JL Tilburg Postbus 1095, 5004 BB Tilburg tel. (013) 463 55 99 fax (013) 463 22 66 E-mail: mail@kantoormrvanzijl.nl

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-351 d.d. 26 september 2014 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en dr. B.C. de Vries, leden en mr. M. van Pelt, secretaris)

Nadere informatie

Rapport. Datum: 28 september 2006 Rapportnummer: 2006/337

Rapport. Datum: 28 september 2006 Rapportnummer: 2006/337 Rapport Datum: 28 september 2006 Rapportnummer: 2006/337 2 Klacht Verzoekster klaagt over de wijze waarop het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen Utrecht is omgegaan met de op 9 december 2004

Nadere informatie