,... Dr. Th. Limperg. Delftse Universitaire Pers

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download ",... Dr. Th. Limperg. Delftse Universitaire Pers"

Transcriptie

1 ,... Dr. Th. Limperg Delftse Universitaire Pers

2

3 Innovatie zonder industrieel ontwerpen en vormgeven? Dr. Th. Limperg Voorwoord door Wim Crouwel Delftse Universitaire Pers / 1984 Bibliotheek TU Delft C

4 Uitgegeven door: Delftse Universitaire Pers Mijnbouwplein RT Delft (015) Th. Limperg 1984 No part of th is baak may be reproduced in any form by print, photoprint, microfilm or any other means without written permission from the publisher: Delft University Press. ISBN

5 j! Voorwoord Deze uitgave kon niet op een beter moment komen! De diskussies en studies rond het oprichten van een nieuw promotiecentrum voor het industrieel ontwerpen zijn weer volop gaande en verdienen een krachtige ondersteuning van onverdachte zijde. Deze samenvattende brochure levert die ondersteuning vooral omdat hierin alle nota's en rapporten, die de laatste jaren in het kader van de noodzaak om tot industriële vernieuwing te komen verschenen, eens worden doorgelicht op hun lacunes ten aanzien van de ïndustrial design'. Het wordt vooral duidelijk dat bij de industriële produktontwikkeling het begrip kwaliteit wel zeer eenzijdig wordt geïnterpreteerd. Naast een gefundeerd pleidooi voor het industrieel ontwerpen als een onverbrekelijk met de produktontwikkeling verbonden component, wordt gekonstateerd dat het innovatie- en designklimaat ernstig wordt verziekt door plagjaat. Wat industrieel ontwerpers zelf meestal niet konden uitspreken, omdat het preken voor eigen parochie een taboe is, wordt hier aan de orde gesteld en mondt uit in een oproep aan de overheid om het streven naar een promotie-organisatie te ondersteunen, een positief standpunt hierin duidelijk te maken via een eigen aankoop- en opdrachten beleid en de wetgeving ter bestrijding van plagiaat te optimaliseren. Wim Crouwel, Hoogleraar Industrieel Ontwerpen, T.H.-Delft. 3

6

7 1. Inleiding Dat het met onze ekonomie de laatste 10 jaren bergafwaarts is gegaan is voor geen enkele Nederlander verborgen gebleven. Wij zitten tot over onze oren in de ekonomische problemen en ruim Nederlanders, tot werkloosheid gedoemd, voelen die problematiek aan den lijve. De overheid laat niet na onderzoek te doen en te stimuleren naar de oorzaken van deze deconfiture en naar de wijze waarop de moeilijkheden overwonnen zouden kunnen worden. Daarbij is de aandacht in het bijzonder gericht op het beleid, dat die overheid heeft te voeren om verdere teruggang van ons bedrijfsleven te voorkomen en dit, zo het kan, nieuw leven in te blazen. Daaraan hebben wij een reeks doorwrochte rapporten van onder anderen de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (zoals 'Plaats en toekomst van de Nederlandse industrie") en Nota's van de Regering (zoals de Innovatie-nota 2 ) te danken. Ik noem deze publikaties met name omdat zij, en vooral het rapport van de WRR, het uitgangspunt zijn geweest voor de rapportage van de 'Advieskommissie inzake het industriebeleid' (het zogenaamde 'oranje' rapport 'Een nieuw industriëel elan'3), omgezet in de 'Advieskommissie inzake de voortgang van het industriebeleid' onder voorzitterschap van Mr G.A. Wagner en tot diens verdriet 'in de wandeling' naar hem Commissie-Wagner genoemd"'. De voortvarendheid van die Commissie is 'in de Haagse jungle van adviescolleges een verademing' genoemd ook al achten sommigen de hooggespannen verwachting gewekt door het 'oranje boekje' ietwat overtrokken geweest 5 In ieder geval zijn de uiteenzettingen van de verslagen van de Commissie-Wagner zeer leesbaar en ook voor een jurist (niet-ekonoom en niet-technoloog) als ik toch zeer begrijpelijk. 2. Nederland neo-industrieland Gemeten aan de werkgelegenheid heeft de Nederlandse ekonomie zich ontwikkeld van een overwegend agrarische naar een die meer op de nijverheid en de dienstensektor is gerichts. Wat zijn industrie betreft behoort Nederland tot de jonge industrielanden, waardoor het voor zou kunnen liggen op 'oude' industrielanden. Onze industrie kon en kan zich immers toeleggen op bedrijfstakken met groeiende afzetmogelijkheden, haar kracht zoeken in specialisatie en had en heeft het voordeel van moderne uitrusting'. Heeft Nederland die voorsprong weten uit te buiten? 5

8 ~----~ ~----~----~ Maakt men het bestek op van ons handelsverkeer met andere industrielanden, dan blijkt dat Nederland netto-importeur is van industrieprodukten (waaronder chemie, machinebouw en transportmiddelen) en netto-exporteur van 'overige' produkten (zoals voeding, genot, grondstoffen en energie)8. 3. Onze konkurrentiepositie Dat zou op zich zelf niet verontrustend behoeven te zijn ware het niet, dat onze konkurrentiepositie blijkt te zijn verzwakt en ons aandeel in de wereldhandel teruggelopen. Dat geldt niet alleen onze relatief kleine thuismarkt maar ook de Nederlandse buitenlandse markt. De analyse, die de WRR en de Commissie-Wagner geven van de oorzaken van die teruggang, liegt er niet om en wijst verschillende faktoren aan, die de afzet van onze nijverheid negatief hebben beïnvloed. Wat de thuismarkt betreft is er sprake van een toegenomen importpenetratie in sektoren waarin het Nederlandse produkt het kennelijk moet afleggen tegen en moet wijken voor het door de gebruiker meer gevraagde buitenlandse produkt. Als voorbeelden verschijnen in de rapporten vooral de textiel-, kleding-, leder-, elektrotechnische-, transportmiddelen- en meubel-industrie. Werd die marktpenetratie in 1970 nog gesteld op 38.5% en in 1978 op 45%, volgens het WRR-rapport, uitgebracht in 1980 is deze al ver boven 50% gestegen 9 Men moet niet denken, dat het vooral de ontwikkelingslanden zouden zijn, die onze industrie 'de das om doen': wat textiel betreft komt 2/3 uit ontwikkelde landen; onze meubelindustrie wordt zwaar bekonkurreerd door de Westduitse en Italiaanse. Wat ons exportpakket aangaat wordt gesteld dat het niet alleen eenzijdig is samengesteld, maar zelfs inferieur en verouderd is en dat de industrieprodukten (chemie uitgezonderd) zwak vertegenwoordigd zijn wat mede gezien de relatief smalle en eenzijdige industriële basis van ons land geen wonder is. Daarbij komt, dat Nederland zich teveel op de Europese markt heeft gekoncentreerd en bij het teruglopen daarvan onvoldoende kompensatie heeft gevonden op andere buitenlandse markten. 4. Ekonomisch herstel geboden Het is duidelijk, dat in deze situatie om wille van de stabiliteit van ons systeem van maatschappelijke voortbrenging en van de kontinuïteit niet kan worden berust en dat ekonomisch herstel zowel aan de vraag- als aan de aanbodzijde geboden is. Onze konkurrentiepositie moet dus verbeterd worden. Dat is ook het centrale thema van het WRR-rapport 18/1980 en van de adviezen van de Commissie Wagner'o. Welke 'medicijnen' worden daarvoor aangedragen, mede gezien de openheid waardoor onze Nederlandse ekonomie wordt gekenmerkt? De Commissie-Wagner heeft hoog in haar vaandel staan een bredere marktoriëntatie, het aktief 'inspelen' op veranderingen en verschuivingen in de markten en het aanboren van nieuwe markten, waaronder ook die van de ontwikkelingslanden (de zogenaamde 'derde wereld') gezien de toename van de koopkrachtige vraag aldaar. Inderdaad dus 'een verschuiving terug naar de marktekonomie' om met Prof. Van Duyn te spreken ". Daarbij moet Nederland zijn kracht zoeken in het aanbieden van produkten met een hoge toegevoegde waarde en hoge intensiteit qua onderzoek en scholing en in specialisatie. Die meerwaarde kan betrekking hebben op faktoren als de kwaliteit, 6 I '

9 IiI i duurzaamheid, milieu- en mensvriendelijkheid en dienstverlening. 5. Tweesporenbeleid De Commissie-Wagner staat om dat alles te realiseren een op de industrie gericht 'tweesporenbeleid' voor: 'herstel van het kansrijke bestaande door een behoorlijk sociaal-ekonomisch beleid met een daarbij behorend industriebeleid enerzijds en een herindustrialisatiebeleid anderzijds' '2. Een essentieel en onmisbaar ingrediënt van dat beleid is (het al jaren lang op aller lippen liggende hoge woord moet er ook hier uit... ): de innovatie. Daaronder worden verstaan zowel de vernieuwing van produkten als die van produktieprocessen en het marktgerichte zoeken van nieuwe produkten. Innovatie wordt algemeen als een noodzaak gezien en blijkens haar Innovatienota doet de Nederlandse Regering dat ook '3. 6. Innovatie inhoudelijk Wanneer men nu nagaat wat het streven naar innovatie inhoudelijk betekent dan blijkt dat het proces van innovatie allereerst wordt gezien als een dynamisch proces van technische aard, zij het dat er sprake is van een lange keten van deelprocessen lopende van het uitvindingsmoment tot en met de (geslaagde) introduktie in de gebruikswereld. In die keten zijn naast technisch-wetenschappelijke expertise ook niet-technische expertises van essentiële betekenis, die in operationeel teamverband moeten worden geïntegreerd 14. Daarbij wordt dan met name gedacht aan financiële, ekonomische-, markt-, verkoop- en distributieaspekten en 'personele zaken', wat onder dat laatste dan ook mag worden verstaan. Veelbetekenend is, dat hierbij in het WRR-rapport wordt aangetekend, dat die (onmisbare) inbreng van niet-technische expertise in het innovatieproces aanvankelijk stuitte op grote weerstand bij de 'onderzoekers', dat wil zeggen de technici en technologen '5. Intussen is men,wel tot het inzicht gekomen, dat de producent de ekonomische-, financiële- en marktexpertise niet vroeg genoeg kan inschakelen in het belang van het welslagen van het innovatieprojekt, dat hij onder handen heeft. Dat strookt dan ook weer met de filosofie van de WRR, die erkent, dat de techniek bij industriële produktie en behoef ten bevrediging een belangrijke rol speelt maar waarschuwt tegen het overtrekken van het technische element, waaraan hij grote maatschappelijke risiko's verbonden acht'6. 7. Argwaan Toch is argwaan hier op zijn plaats, die gevoed wordt door de vaststelling, dat nergens in de vele dikke en dunne rapporten, nota's en verslagen met zoveel woorden gewag wordt gemaakt van industrieel ontwerpen en vormgeven, laat staan dat aan de industriële ontwerper een rol zou worden toebedeeld in het innovatieproces. Die argwaan wordt alleen nog maar versterkt als men leest wat geschreven staat over O(nderzoek) & O(ntwikkeling) of zo men wil R(esearch) & D(evelopment) als men zich liever van het 'jargon' van de Innovatienota en de Commissie-Wagner bedient. 8. 0&0 Over de betekenis van industriëel onderzoek en ontwikkeling voor de innovatie 7

10 bestaat geen verschil van mening. Het WRR-rapport 18/1980 ziet daarin zelfs 'de kraamkamer van de innovatie'''. De Innovatienota wijdt een uitvoerig hoofdstuk aan het 'totstandbrengen en ondersteunen van vernieuwing vanuit de R & D-infrastruktuur... "8. Wel wordt er op gewezen, dat 0 & 0 in de 'proeffabriekfase' essentiëel zijn, maar dat zij slechts een onderdeel in een keten zijn en dat er altijd een konfrontatie met de werkelijkheid moet plaatsvinden in de vorm van een dialoog met niet-technici, met name met de ekonomische-, financiële- en markt-expertise om te komen tot een evaluatie en analyse van een idee of konceptie van de 0 & O-organisatie'9. 9. Techniek niet overtrekken Hoe belangrijk de technische research- en ontwikkelingsinspanning ook zijn voor de innovatie, toch moet men er zich kennelijk voor hoeden de inbreng daarvan te overschatten. In het jaarverslag van de Nederlandse Middenstandsbank over 1978 vond ik vermeld 'dat zeker 80% van alle innovaties niet het gevolg van technische research is maar van onderzoek van andere aspekten, waaronder de kommerciële en de algemeen leidinggevende'. Het jaarverslag-1978 van de NMB vervolgt dan: 'Ook moet innovatie niet steeds met het doen van uitvindingen worden geassocieerd. In verreweg de meeste gevallen is innovatie niet meer dan het overnemen van een idee of het aansluiten bij een trend'20. Daarmee nadert men dan tevens de gevarenzöne van het plagiaat, waarop ik hieronder zal terugkomen (sub 33-35). 10. Kreatief kennis-klimaat o & 0 genereert kennis en ervaring (zo men wil 'know how') en is uitermate gediend met de kennis en ervaring van anderen. Deze bestrijken een breed terrein van wetenschappelijke en technische disciplines. Voor het welslagen van de 0 & O-inspanning is het van cruciaal belang, dat die kennis en ervaring ook toegankelijk zijn voor anderen, zodat men zich niet blind blijft staren op de mogelijkheden en verworvenheden van de eigen onderneming maar ook profiteert van de wetenschappelijke en technische ontwikkelingen daarbuiten, dus ook die in het buitenland. Kennis is een produktiefaktor 2 '. 11. 'Industrial design'? Nowhere... Lezing van de diverse rapporten, nota's en verslagen heeft mij sterk de indruk gegeven, dat innovatie en 0 & O-inspanning in de denkwereld van de WRR, de Commissie-Wagner en het Ministerie voor Wetenschapsbeleid eenzijdig toegespitst zijn op de natuurwetenschappen en de techniek. Daarbij valt het op, dat wanneer er in het kader van de beschouwingen over (technische) innovatie al bepaalde wetenschappelijke of technische disciplines met name worden genoemd en aan het woord worden gelaten, de belangrijke discipline van het industriëel ontwerpen en vormgeven (of zo men wil 'industrial design') er nergens of ternauwernood bij is. Bij de bespreking van de 'generieke struktuurkomponent' (kostenpeil ten opzichte van de naaste konkurrenten, infrastruktuur, algemeen kennis- en innovatiepotentiee!) legt het WRR-rapport 18/1980 er de nadruk op, 'dat men bij kennis- en innovatie-potentieel niet uitsluitend aan techniek en wetenschap moet denken, maar ook aan organisatie van de produktie en de afzet (marketing)'22. Maar ook in de beschouwingen, die in de diverse rapporten, nota's en verslagen aan deze beide 8

11 laatste komponenten gewijd zijn zal men tevergeefs naar de 'industrial design' zoeken. 12. Meubelindustrie Even denkt men, dat de dageraad gaat gloren namelijk daar waar het WRRrapport 18/1980 een 'Schets van enkele exemplarische bedrijfstakken' geeft en daarbij de (houten) meubelindustrie als voorbeeld van een ambachtelijke bedrijfstak bespreekt. Deze bedrijfstakstudie is verricht met inbreng van 14 deskundigen uit de meubelindustrie, waaronder 12 representanten van de Nederlandse meubelfabrikanten maar ook 2 vakbonds-vertegenwoordigers. Zij legt de vinger op verschillende knelpunten waardoor deze industrie het aflegt tegen de buitenlandse (vooral Duitse en Italiaanse) meubelindustrie. Een van die knelpunten is,dat het management zich te veel op de produktiekant en het technische aspekt richt en nauwelijks aandacht besteedt aan het modellenbeleid en het kreëren van een 'eigen gezicht' van de desbetreffende onderneming 23. Het bedenkelijke is, dat het WRR-rapport 18/1980 het ontbreken van een modellenbeleid ziet als een falen van 'de marketing (waaronder de vormgeving)' zoals het WRR-rapport 18/ 1980 letterlijk zegt Falend beleid Het gaat hier in tegendeel om een falend ontwikkelings- en ontwerp-beleid, dat een breed multi-disciplinair terrein bestrijkt waarvan het ontwerp (of design-) beleid maar één aspekt is. Het woord 'Design' komt nog één keer terug in het WRR-rapport waar op bladzijde 179/180 onder de 'lichte vorm' van interventie op sektorniveau onder andere wordt gesproken van 'bundeling en bevordering van "Design", waarbij dan met name is gedacht aan de konsumentengoederen-industrieën (meubelen, schoenen, kleding, grafische produkten). Deze geborneerde zienswijze getuigt niet bepaald van een juist begrip voor het fenomeen industriëel ontwerpen en vormgeven. Of de Commissie-Wagner het te smalle pad van de WRR ten deze volgt is niet helemaal duidelijk. Zij heeft de belangrijkste kansen en bedreigingen voor de Nederlandse industrie in schema gebracht. De faktoren waarnaar die kansen en bedreigingen beoordeeld zijn heeft zij in drie rubrieken ingedeeld: externe faktoren, interne faktoren, performance kriteria. Onder de interne faktoren is de 'marketing' opgenomen, dus het afzetbeleid, met als sub-faktoren onder andere 'produktontwikkeling (waaronder vormgeving, mode)' Plaats van produkt-ontwerpen Produktontwikkeling heeft stellig met marketing te maken maar niet alleen daarmee en is niet (althans niet alleen) daaraan ondergeschikt. Onder de 'bedreigingen' van enige gevoelige bedrijfstakken (waaronder onder andere de meubelindustrie) rangschikt de Commissie-Wagner de (falende of onvoldoende) aanpassing van de produktie-organisatie aan marketingeisen. Niet alleen de produktie-organisatie moet aan de marketing-eisen worden aangepast maar ook het produkt. Produkt en produktie-organisatie moeten niet alleen naar de vraagzijde worden aangepast maar ook naar de zijde van de producent zoals Prof. Or J. Eekels ons leert. 'Een industriëel produkt moet... naar twee kanten funktioneren: het moet een sociaal-ekonomische funktie vervullen voor de gebruiker en het moet een bedrijfse- 9

12 konomische funktie vervullen voor de fabrikant' 26. Het beperkte en onsystematische kader waarin het industriëel ontwerpen en vormgeven in de rapporten en verslagen wordt geplaatst als er zeer incidenteel sprake van is bergt ook het gevaar in zich, dat men 'industrial design' alleen maar benadert vanuit de iavalshoek van de zwakke of gevoelige bedrijfstakken, als ware zij een wonder-medicijn. Men verliest zo doende uit het oog, dat het hier om een basis-komponent gaat voor welhaast alle industriële produktie-aktiviteiten, niet alleen waar het gaat om de produktie van gebruiksgoederen (zoals instrumenten, apparaten, huishoudelijke artikelen enzovoort) maar ook bij de produktie van kapitaalgoederen (zowel roerend als onroerend, zoals machines, installaties, schepen, bruggen, gebouwen enzovoort). 15. Innovatiepersoneel Hierboven, sub 11, was sprake van de sterke en eenzijdige toespitsing van de geraadpleegde rapporten, nota's en verslagen over industrialisatie en innovatie op de natuurwetenschappen en de techniek. Dat blijkt ook uit de personen aan wie een rol wordt toebedeeld of op wie het beleid gericht wordt of dient te worden. In de schets, die het WRR-rapport 18/1980 geeft van het proces van technische innovatie zal het volgens de WRR veelal 'van doorslaggevende betekenis zijn dat de produkten een kwaliteit bezitten waardoor zij gunstig afsteken tegen konkurrerende produkten uit het buitenland'27. Hoewel die kwaliteit ook door niet-technische aspekten bepaald kan zijn prijst het WRR-rapport ons land gelukkig omdat het 'over een groot aantal hoog-gekwalificeerde natuurwetenschapsbeoefenaren en technologen beschikt'. En wat is daarvan voor Nederland het bijzondere Voordeel? Dat die hoog-gekwalificeerden 'stellig in staat zijn informatie over buitenlandse ontwikkelingen snel te doorgronden en toe te passen als de omstandigheden dat toelaten'2a. Zou de WRR bij die 'omstandigheden' wellicht de mogelijkheid van inbreuk op bestaande oktrooien op het oog hebben? (Van andere vormen van geestelijke eigendom heeft de WRR, het zij hier en passant opgemerkt, althans blijkens zijn rapport 18/1980 geen weet). Van kreatief ondernemerschap gesproken...! Het is natuurlijk ook geen toeval, dat in het 'Verslag van een reeks interviews', dat de WRR in 1978 publiceerde onder de titel en gewijd aan 'Techniek en wetenschap als basis voor industriële innovatie', vrijwel uitsluitend wetenschappers uit de wereld van de natuurwetenschappen en techniek aan het woord komen en in ieder geval geen enkele autoriteit op het gebied van de 'industrial design' De ingenieurs In hetzelfde beeld past de bijzondere aandacht, die de Innovatienota aan de raadgevend ingenieurs en ingenieursbureaus geeft waar het gaat om de voor innovatieprocessen noodzakelijke wisselwerking en kennisoverdracht tussen personen en groepen, die bij vernieuwingsprocessen betrokken zijn. De Innovatienota heeft speciaal de TH-ingenieurs op het oog al kent zij ook het bestaan van HTSingenieurs en de rol die zij vooral in de kleine en middelgrote ondernemingen (KMO) spelen 30 Het WRR-rapport 18/1980 ziet deze vooral als 'aanvankelijk geduchte rivalen' van pas-afgestudeerde TH-ingenieurs... 3'. De Innovatienota noemt de raadgevend ingenieurs bij uitstek vanwege hun rol niet alleen in de kennis-verwerving, maar ook in de kennis-overdracht en kennishandel, waaronder hun intermediair bij oktrooiëring en licentieverlening of -neming

13 'Ontwerpen voor de industrie' merkt op dat ingenieurs als konstrukteurs van professionele produkten en kapitaalgoederen doorgaans, binnen de traditie, een hogere prioriteit geven aan het technisch funktioneren dan aan aspekten van vormgeving en gebruik (bladzijde 45). 17. Welke (andere) externe deskundigen? De Innovatienota spreekt hier en daar wel van (andere) externe deskundigen, specialisten en adviesbureaus uit de dienstensektor, maar ik heb nergens kunnen ontdekken of zij daarmee iemand of iets anders op het oog heeft dan marketingadviseurs, organisatie-adviesbureaus, software-bureaus en juridische en fiskale specialisten 33. Van de beroepsverenigingen noemt de Innovatienota dan ook alleen het Koninklijk Instituut van Ingenieurs en de Nederlandse Ingenieursvereniging, naast de Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging 34. De Commissie-Wagner laat meer ruimte voor de inschakeling van anderen dan natuur-wetenschappers en technici door bij het onderzoek van kansrijke gebieden en de uitwerking daarvan een groot gewicht toe te kennen aan onder anderen 'deskundigen en adviseurs uit het desbetreffende aktiviteitenveld'35. Ofschoon ook hier geen nadere konkretisering wordt gegeven, is er ook geen sprake van de beperking, die WRR-rapport en Innovatienota in dit opzicht kennen. 18. De vergeten ontwerpers Met name is het mij hier te doen om de kennelijk vergeten maar voor de ware innovatie onmisbare specialisten, die de industriële- of produktontwerpers zijn en waarvan de meesten georganiseerd zijn in de Kring Industriële Ontwerpers (KIO) te Amsterdam. De KIO kent verschillende kategorieën leden, waaronder lid-ontwerpers (per ). Van de 88 produktontwerpers zijn er 43 zelfstandig (free-lance) ontwerper en 45 bedrijfsontwerper. Van de 31 textiel- en modeontwerpers zijn er 18 zelfstandig en 13 bedrijfsontwerper. Zowel onder de produktontwerpers als onder de textiel- en modeontwerpers zijn er enkelen, die bedrijfsontwerper zijn als deeltijdbaan. Onder de lid-ontwerpers zijn er ten minste 8 (mede) in het onderwijs werkzaam. Van de 80 ontwerpers, die gewoon- of erelid zijn, is meer dan de helft free-lance werkzaam en ten minste 6 in het onderwijs. De verhoudingen liggen in Nederland dus iets anders dan bijvoorbeeld in de Bondsrepubliek Duitsland, waarvan Udo Bauer (industrieel ontwerper te Nürnberg) ons in zijn bijdrage in 'Ontwerpen voor de industrie' meedeelt, dat ongeveer 80% van de ontwerpers in vaste dienst zijn (van ondernemingen of ontwerpbureaus) en ongeveer 20% free-lance 36. De inschakeling van free-lance ontwerpers behoeft niet alleen een kostenkwestie te zijn, maar kan, ook bij ondernemingen met een eigen ontwerp-afdeling, dienen om bedrijfsblindheid te voorkomen. De Innovatienota ziet als funkties van ingenieurs-bureaus afgeleid van de hoofdfunkties, vooral bij kleine en middelgrote ondernemingen (KMO), zowel in de verkenningsfase bij technologische innovatie als bij de uitwerking het fungeren als schakel tussen opdrachtgever en externe deskundigen 3 '. Zonder af te dingen op het belang van de raadgevende ingenieursbureaus in dit opzicht, wil ik er toch op wijzen, dat een dergelijke belangrijke rol ook toekomt en zeer wel toevertrouwd kan worden aan industriële ontwerpers, die daarvoor aan Technische Hogeschool of Akademie speciaal multidisciplinair zijn opgeleid en geïndoktrineerd om hun 11

14 . 'H"""_ veelzijdige en coördinerende inbreng in team-verband te leveren. Het is een bedenkelijke lacune in de diverse rapporten, nota's en verslagen, dat aan de industriële- of produktieontwerpers met stilzwijgen voorbij wordt gegaan. Het is evenmin in het belang van een nieuw industriëel elan of van het welslagen van het innovatiestreven, dat men zelfs geen blijk geeft weet te hebben van het bestaan van zoiets als een opleiding tot industrieel- of produktontwerper, ofschoon dergelijke opleidingen al jarenlang bestaan op het niveau van universitair of hoger beroepsonderwijs. 19. Opleiding Dat komt al heel frappant tot uitdrukking waar sprake is van de bronnen van de kennis, het kennispotentieel, waaraan zo'n groot belang wordt gehecht in het innovatieproces en met name waar sprake is van het onderwijs. De Innovatienota 1979 is daarin meer expliciet dan het WRR-rapport 18/1980. Zij ziet met name de Technische Hogescholen als 'kreatieve kennisbronnen' en ontwerpt daarvoor en voor enkele andere instellingen een struktuur van transferpunten voor kennis. Van het onderwijs verwacht de Innovatienota, dat het voorziet in 'mensen, die in staat zijn om tijdig marktbehoeften te herkennen en die daar met technisch vernuft op weten in te spelen'. Het onderwijs moet de mensen vertrouwd maken met technologie en technologische ontwikkelingen, waar zij kreatief mee moeten leren omgaan. Aan de studenten moet een innovatie-gerichte attitude worden bijgebracht. Zowel met het oog op de doorstroming van kennis, als in het belang van aansluiting op de praktijk van het bedrijfsleven worden stages van studenten bepleit en wordt gewezen op de speciale rol, die buitengewoon hoogleraren kunnen spelen en de wenselijkheid van adviseursschappen van docenten 3 ". Uit niets blijkt, dat de Innovatienota zich er van bewust is, dat het hier niet meer gaat om de vervulling van een wensdroom maar om een plaatje dat al jaren in de realiteit is omgezet: op het niveau van het hoger wetenschappelijk onderwijs in de Tussenafdeling van het Industriëel Ontwerpen van de TH te Delft (sedert 1969) en op het niveau van het hoger beroepsonderwijs in verschillende regionaal verspreide Academies, waarvan de bekendste zijn de Academie Industriële Vormgeving Eindhoven (sedert 1949), de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten te 's Gravenhage (sedert 1950) en de Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam (sedert 1955). Het WRR-rapport, verschenen na de Innovatienota, ziet als één van de vele taken van de overheid, gerubriceerd in de paragraaf gewijd aan 'Een toekomstbeeld van regionale specialisatie' (31.5) 'het bevorderen van een aanpassing in de opleiding'39, maar wanneer zij dan verderop beschrijft wat de specialiteiten van de Nederlandse TH's zijn, dan ligt bij Delft de nadruk op instrumentatie, micro-electronica en signaalverwerkingsalgoritmes. Wat de ingenieursopleiding betreft gaat het 'om de techniek en de praktijk... met een zo hoog mogelijk niveau van theoretische kennis die voor de praktijk relevant is... Het konstrueren en laten funktioneren van technische apparatuur en produktiesystemen vereist gedegen praktische kennis, met name ook in bedrijfsvoering en management op en boven de bedrijfsvloer'. Aldus het WRR-rapport 18/1980, dat wijst op richtingen bedrijfskunde en bedrijfsekonomie verbonden aan de drie TH' s, dus ook aan de TH Delft. Maar geen woord over de hierboven al genoemde Tussenafdeling van het Industriëel Ontwer- 12

15 I ~-' I I pen, waar juist dat accent op bedrijfsvoering en management wordt gelegd, in tegenstelling tot de opleidingen aan de Academies waar het accent meer ligt op het kreatieve ontwerpen van gebruiks- en kapitaalgoederen en van de presentatie daarvan 4o. De Commissie-Wagner stelt in de 'Conclusies en aanbevelingen' van haar rapport 'Een nieuw industrieel elaï,', sub 15, dat de afstemming van het onderwijs op het bedrijfsleven dient te worden verbeterd. Blijkbaar heeft zij daar het technische beroepsonderwijs mee op het oog waarvan zij vindt dat het een andere status moet krijgen, met name door het hanteren van andere selectiekriteria, zoals kreativiteit, handvaardigheid, technische belangstelling en wiskundige aanleg. Indien de Commissie-Wagner ook gedacht heeft aan het hoger beroepsonderwijs en aan het onderwijs aan de TH's, wat niet duidelijk blijkt, dan is die desbetreffende aanbeveling bij voorbaat in vervulling gegaan in het onderwijs aan de TH Delft en de bovengenoemde Academies. Ook het pleidooi van de Commissie-Wagner voor de stimulering van nevenwerkzaamheden van hoogleraren en hun staf is niet aan dovemansoren gericht; menig docent blijft ook als ontwerper of adviseur werkzaam en is bij voorbeeld in plagiaatzaken als deskundige zeer gezocht. Dat geldt trouwens ook voor docenten, verbonden aan Academies". De Commissie-Wagner noemt als een van de knelpunten bij het hoger beroepsonderwijs het gebrek aan moderne outillage op de scholen 42. Ik weet uit eigen aanschouwing dat dit niet geldt voor de Akademie Industriële Vormgeving Eindhoven en slechts in mindere mate voor de Gerrit Rietveld Akademie. Voor de Tussenafdeling van het Industriëel Ontwerpen van de TH Delft ligt hier al helemaal geen probleem. Er zijn bovendien ook nog de stages, ingebouwd in het onderwijsprogramma, die uiteraard bij voorkeur in producerende bedrijven worden doorgebracht. 20. Andere kennisbronnen Behalve de kennisbronnen gelegen in de externe adviesbureaus en het onderwijs, kennen de rapporten, nota's en verslagen ook nog vele andere kennisbronnen als daar zijn: - de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO), bij de wet geregeld, met talloze onderhorige instituten; - de Rijksnijverheidsdienst; - Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen; - Industriëel Dienstencentrum. AI deze instellingen hebben - de een meer dan de ander - het industriëel ontwerpen zo niet in hun vaandel geschreven, dan toch in hun dienstenpakket opgenomen. De TNO, die haar hoofdtaak omschrijft als praktijkgericht onderzoek en kennisoverdracht ten behoeve van de samenleving, waarbij wordt ingespeeld op de veranderende maatschappelijke behoeften, heeft dank zij nieuwe initiatieven van de laatste jaren voor de verschijning van de Innovatienota (1979) zich ook geworpen op de aktiviteit van 'integrale ondersteuning van het bedrijfsleven bij produktontwikkeling inklusief de evaluatie van produktenpakketten, vormgeving, kleurstelling en dergelijke'43; voor zover ik heb kunnen nagaan de enige plaats in de Innovatienota van 286 bladzijden waar gewag wordt gemaakt van iets wat zweemt naar 'industrial design' al is deze natuurlijk met 'vormgeving, kleurstelling, en dergelijke' niet bekeken! 13

16 TNO zelf is over haar dienstenpakket en het kader waarin die diensten kunnen worden verleend gelukkig meer expliciet. Haar bemoeienissen met industriële innovatie zijn thans ondergebracht in Instrumentum TNO, Delft. Blijkens haar desbetreffende brochure is zij bij industriële innovatie (als bedrijfskundig gebeuren vaak 'a risky affair... ') uit op een systematische aanpak van de produktontwikkeling met volledige integratie van alle aspekten, niet alleen de technische, maar ook zulke als: industrial design, ergonomics, product software, electronic designs, designs for serial and mass productions, the production of prototype and pilot series, graphic design and presentation Mag men het WRR-rapport 18/1980 geloven, dan levert de organisatie en het funktioneren van TNO heel wat problemen op (zij somt er 9 op) vooral naar de kleine en middelgrote ondernemingen (KMO) toe, waarover hieronder, sub 21, nader' en 0 grote ondernemingen Zeer belangrijke bronnen van 0 en 10- en van kennis-potentieel zijn de ondernemingen zelf, waarbij evenwel een ondèrscheid moet worden gemaakt tussen de grote ondernemingen enerzijds en de KMO anderzijds. De Innovatienota merkt op dat het beeld van de 0 en 0 (R en 0) in de Nederlandse industrie grotendeels wordt bepaald door de 'grote vijf' die van de 0 en O-uitgaven in de partikuliere sector ruim 70% voor hun rekening nemen; het WRR-rapport 18/ 1980 komt voor de 6 grootste Nederlandse ondernemingen op ongeveer 80%46. Onder die groten behoort onder andere Philips Gloeilampen Fabriek N.V., waarvan alom bekend is, dat zij er een afzonderlijke, belangrijke afdeling 'industrial design', de Concern Industrial Design Centre (CIDC) onder leiding van een bekende (Amerikaanse) industrieel ontwerper op na houdt. Van de openbare nutsbedrijven is het bekend, dat bij voorbeeld het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie (PTT), een van onze grootste werkgevers, veel Oen O-potentieel in huis heeft, waaronder een afzonderlijke Dienst Esthetische Vormgeving (DEV). 22. KMO Ook al is het 0 en O-potentieel zelfs van de grote ondernemingen niet oneindig en brengen de hoge kosten van innovatieprojekten grote risico's met zich mee (en daardoor een afnemende geneigdheid zich op nieuwe terreinen te begeven) toch is men het er wel over eens, dat de KMO wat dat betreft kwetsbaarder is en veel meer op hulp en inbreng van kennis van buitenaf door informatie en kennisoverdracht is aangewezen. Onder KMO verstaat men doorgaans de ondernemingen met minder dan 500 werknemers' ISterke punten van de KMO acht men de grotere flexibiliteit, de aanwezigheid van individuele inventiviteit (soms van vader op zoon... ) en de grotere mogelijkheden en aantrekkelijkheid van specialisatie. Belemmerende faktoren bij de KMO zijn een nauwe horizon, de kleinschaligheid, een falen in het 'bijbenen' van het tempo van de technische vernieuwing in de grote industrielanden, het ontbreken van deskundigheid om een vraagstelling goed te formuleren of antwoorden te interpreteren, de kostenfaktor, een psychologische faktor (een weerstand tegen bemoeienis van derden of 'drempelvrees') en ten slotte een tekort aan weerbaarheid tegenover de grotere ondernemingen 47 Ondanks deze hinderpalen zijn er in Nederland talloze KMO, die er een eigen 'industrial design' -afdeling op na houden met daaraan verbonden een of meer industriële ontwerpers. Men vindt deze zowel in de kapitaalgoederenindustrie (schepen, 14

17 I I ~~' wagon bouw, kranen, hoogspanningsmasten enzovoort) als in de gebruiksgoederen-industrie (zoals metalen en houten huishoudelijke artikelen, glas- en plasticwaren, metalen en houten huis- en kantoormeubelen, tapijten, kachels, lampen, kopieer-apparatuur enzovoort). Voorbeelden zijn Océ van der Grinten, Gispen + Staalmeubel B.V., Ahrend B.V., Fokker, DAF en Brabantia. Talrijker zijn nog de KMO, die zich bedienen van de adviezen en ontwerpen van zelfstandige free-lance ontwerpers of ontwerpbureaus waarover wij in Nederland te kust en te keur op alle terreinen van de nijverheid beschikken, vaak van internationale bekendheid. Men erkent algemeen, dat een aanmerkelijk deel van de technische innovaties afkomstig is van de KMO en de KMO van grote betekenis is bij het streven naar vernieuwing, niet alleen van technische of technologische aard. Dat is ook de ervaring in het buitenland, zoals de Innovatienota aan de hand van publikaties uit vele industrielanden konstateert Informatie Wie op de kennis van buitenaf aangewezen is moet daarover natuurlijk wel geïnformeerd zijn en daar toegang toe hebben. Dat geldt vooral voor de KMO, maar ook voor de grote bedrijven met een eigen Oen O-apparaat, dat ook niet alwetend kan zijn. Ook wat die informatie betreft liggen de grote bedrijven voor op de KMO, onder andere doordat de transferpunten voor haar toegankelijker zijn, wat in het bijzonder geldt voor de universiteiten en technische hogescholen, in mindere mate voor TNO, hoewel daar weer andere bezwaren tegen bestaan, zoals hierboven aangestipt'9. Er is wat de KMO betreft een duidelijke behoefte aan toegang tot elders ontwikkelde innovatie via (al of niet exclusieve) licentie en verwerving van 'know-how' en tot gestruktureerde informatie ten behoeve van toepassing. Er zijn nu eenmaal ondernemers, die 'de weg naar een specialist niet kunnen ontdekken, of die niet in staat zijn fundamentele kenniselementen naar toepassing te vertalen', aldus het WRR-rapport 18/ Dat geldt a fortiori voor het specialisme 'industrial design' en de gespecialiseerde industriële ontwerpers. Beiden zijn onmisbaar voor een innoverend ontwerp-beleid. Hoe komt het, dat nog te veel ondernemingen daarover onvoldoende geïnformeerd zijn en worden? 24. Informatie over i.d. Dat kan maar voor een klein deel toegeschreven worden aan de omstandigheid, dat een organisatie van industriële ontwerpers, zoals die nu bestaat in de Kring Industriële Ontwerpers, al opgericht in 1951, maar moeizaam van de grond is gekomen en pas sedert juni 1982 over een volwaardig gemustreerd en lezenswaardig informatief tijdschrift ('Bulletin') beschikt. Veeleer is het de overheid die hier ernstig in gebreke is gebleven. De Minister van Wetenschapsbeleid, verantwoordelijk voor de Innovatienota van oktober 1979 verkondigde nog in de krant IV 79, verschenen bij gelegenheid van de eindexamenexpositie van de Akademie Industriële Vormgeving Eindhoven in een interview het volgende letterlijk: 'Industriële vormgeving is een wezenlijk aspekt van het op de markt brengen van ieder nieuw produkt, dat is steeds meer gaan gelden. Ik denk dat de mogelijkheden voor succesvolle innovatie enorm beperkt worden, als het aspekt van 15

18 de industriële vormgeving verwaarloosd zou worden.' Maar in de Innovatienota wordt dit essentiële aspekt praktisch doodgezwegen. In zijn voorwoord tot het boek 'Ontwerpen voor de industrie' (waarin opgenomen de katalogus van de gelijknamige tentoonstelling over industrieel ontwerpen en vormgeving, in 1982 georganiseerd door het Bonnefantenmuseum, Maastricht), schrijft de toenmalige Minister van Economische Zaken, Dr. J.C. Terlouw: 'In een tijd waarin de begrippen innovatie en kwaliteit een steeds grotere rol moeten spelen in de nederlandse industrie, wordt (sic!l.) ook het begrip industriëel ontwerpen en vormgeven aktueel. Het is verheugend dat dit onderwerp meer en meer in de belangstelling komt, niet in de laatste plaats bij het Nederlandse bedrijfsleven'. Als deze late ontdekking met de realiteit overeenstemt kunnen wij met een gerust hart zeggen dat die opkomst van belangstelling voor industriëel ontwerpen niet aan de overheid te danken is. In tegendeel, zij heeft door in 1976 de subsidies van de Ministeries van Economische Zaken (destijds Minister Drs. R.F.M. Lubbersl. van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk en van Volkshuisvesting en Ruim~ telijke Ordening (samen een povere f ,-) aan de Stichting Industriële Vormgeving op te zeggen een belangrijk en onmisbaar transferpunt van kennis en informatie noodzakelijk voor de innovatie 'om zeep' geholpen. Met het faillissement van de SIV in februari 1976 ging ook het tijdschrift 'Vorm', uitgave van die Stichting, ter ziele. Door deze gang van zaken is er niet alleen een lacune in de informatie- en kennisoverdracht ontstaan naar het bedrijfsleven toe, maar ook naar de industriële ontwerpers en zelfs naar het publiek toe, om van de individuele uitvinders nog maar te zwijgen, waarvan de 'opvang' de Innovatienota zo ter harte gaat S '. Die nota geeft er intussen nergens blijk van zich van een lakune op dit punt bewust te zijn. Dat ligt een beetje anders in het WRR-rapport 18/1980, maar vraag niet hoe... Ergens weggestopt in een voetnoot kan men na een intensieve speurtocht de volgende passage lezen: 'Het gemis van een centrum voor industriële vormgeving doet zich toch gevoelen. De opheffing indertijd van het Centrum (?L.) voor industriële vormgeving vechten wij hier niet aan, maar in de lakune is toch onvoldoende voorzien' S2. Ik geloof dat Wim Crauwel (bekend ontwerper en thans als hoogleraar verbonden aan de Tussenafdeling van het Industrieel Ontwerpen van de TH te Delft) in 1979 al en thans nog steeds gelijk heeft zeggende in een interview met de Volkskrant: 'Op het moment dat ze (het Ministerie van Economische Zaken; L.) ongeveer één miljoen vrij gingen maken voor het opzetten van een bureau voor technische innovatie, onttrokken ze de subsidie aan het Instituut voor Industriële Vormgeving. En waarom? Omdat het denken over innovatie een ontzettend beperkt denken is bij ekonomen, die niet in de gaten hebben dat design (vormgeving) nu juist een van de meest belangrijke faktoren is bij een groot a,ijfltal industrieën, om juist daar dat stuk innovatie te pakken's3... Ik wil niet zo ver gaan als A.A. (Loek) van der Sande (direkteur van Total Design, Amsterdam en Sekretaris-Generaal van de I.C.S.I.D., Brussel) die in zijn bijdrage in 'Ontwerpen voor de industrie' onder andere stelt: 'Er zijn geen aanwijzingen dat de Nederlandse overheid ook maar het geringste benul heeft van de mikro- of makro-betekenis van industriële vormgeving, 16

19 gezien het volstrekte ontbreken van enig beleid op dit gebied'54. Maar het geeft toch wel ernstig te denken, dat de advies-instanties van de regering blijkens haar nota's, rapporten en verslagen niet of nauwelijks weg weten met het industrieel ontwerpen en vormgeven en dat de cruciale betekenis daarvan voor de innovatie maar langzaam tot de lagere regerings-regionen doordringt. Dan kan het ook nauwelijks verbazing wekken, dat bij gebreke van gerichte informatie over en promotie van industrieel ontwerpen en vormgeven er over het wezen daarvan nog allerlei misvattingen, vooral in het bedrijfsleven, bestaan. 25. Industrial Design Volgens de laatste definities van 'industrial design' opgesteld door de International Council of Societies of Industrial Design (lcsid, Brussel) is industrial design: 'A creative activity whose aim is to determine the formal qualities of objects produced by industry. These formal qualities include the external features but are principally those structural and functional relationships which convert a system to a coherent unity both from a point of view of the producer and user. Industrial design extends to embrace all aspects of human environment which are conditioned by industrial production'. Industrieel ontwerpen en vormgeven houdt al lang niet meer op bij de uiterlijke vorm, bij 'styling', bij het omhangen van een esthetisch 'jasje' om een door technici gekonstrueerd funktioneel object. Industrieel ontwerpen en vormgeven is een multidisciplinair gebeuren ter optimalisering van een produkt zowel naar de producent als naar de gebruiker toe. De vele aspecten van industrieel ontwerpen en vormgeven kan men goed aflezen aan de kriteria, die in de Bondsrepubliek Duitsland gehanteerd worden bij de jaarlijkse jurering van de 'Gute Industrieform' ter gelegenheid van de Hannover Messe: - nuttigheid en praktische bruikbaarheid - veiligheid - lange levensduur en overeenkomstige stilistische levensduur - ergonomische aanpassing - geen imitatie of plagiaat ~ - milieuvriendelijkheid - afleesbaarheid van funktie of gebruik - overtuigende strukturele opbouw; herkenbaarheid en konsistente toepassing van ontwerpprincipes; kernachtige en heldere toepassing van vormelementen - logische vormgeving met betrekking tot materiaal, fabrikageproces, gebruik en onderhoud 55 Vaak strekt de bemoeienis van de industrieel ontwerper zich ook uit tot de verpakking en presentatie van het produkt en tot de 'corporate identity' (huisstijl) van de producent. Industrieel ontwerpen en vormgeven is een zaak van teamwork en slaagt het best als het ingebed is in de hele bedrijfsvoering en geschiedt op direktie-niveau onder leiding van een projektleider of koördinator met beslissingsbevoegdheid. De industrieel ontwerper is evenmin als de ingenieur een duizendpoot, allesweter of medicijnman, maar een multidisciplinair en praktijkgericht opgeleide kreatieve figuur. Het is hier niet de plaats om dieper op de genoemde en niet genoemde aspekten van industrieel ontwerpen in te gaan. Een recente goede introduktie in 17

20 ~ ===-~~ ~~Ea~...u~ ~"~~ ~U.,,~~l deze materie is te vinden in het rijk gemustreerde boek 'Ontwerpen voor de industrie' Overheid Het is dringend noodzakelijk, dat de overheid langs alle mogelijke wegen in Innovatienota, WRR-rapport 18/1980 en verslagen van de Commissie-Wagner aangewezen, het industrieel ontwerpen en vormgeven in het kader van het produktontwerpen in het belang van de innovatie positief gaat bevorderen. De huivering bij het bedrijfsleven om een beroep te doen op industriële ontwerpers moet zo snel mogelijk overwonnen worden en de industrieel ontwerper moet waar mogelijk ingeschakeld worden als 'missing link' tussen wetenschapper, ingenieur, kunstenaar en gebruiker om Dr. N. Franken te citeren, verbonden aan de N.V. Industriebank LlOF, Maastricht, een van de gangmakers van de tentoonstelling 'Ontwerpen voor de industrie'57. Het is te hopen dat de overheid haar kans om hieraan daadwerkelijk, dus met een substantieel subsidie, bij te dragen niet ongebruikt voorbij zal laten gaan als er dank zij initiatieven uit het bedrijfsleven en die van de industriële ontwerpers sprake zal zijn van de oprichting van een promotie-organisatie industrieel ontwerpen. De overheid dient hier voor te gaan, belanghebbenden zullen dan ongetwijfeld volgen. 27. Buitenland Dat is ook een kwestie van zelfbehoud want Nederland ligt wat dat betreft ver ten achter bij het buitenland, vooral bij de Bondsrepubliek Duitsland en Groot-Brittannië. De Bondsrepubliek Duitsland kent in verschillende steden (onder andere Darmstadt, Berlijn, Essen, Stuttgart) centra voor industriële vormgeving en verschillende goede tijdschriften gewijd aan industriële vormgeving, waaronder Form. Engeland kan bogen op een Design Council te Londen, die een druk bezocht Design Centre te Londen exploiteert met een filiaal in Glasgow en een showroom te Cardiff (200 medewerkers: budget US $ ). Ook daar diverse tijdschriften, waaronder Design, uitgave van The Design Council. Deze heeft onlangs samen met de Crafts Council een genlustreerde design-krant voor de schooljeugd gestart (Designing) uit de terechte overweging, dat het vertrouwd maken van de bevolking met 'industrial design' al op school moet beginnen. Frankrijk kent een Institut National de la Propriété IndustrielIe (lnpi) en een Centre de Création IndustrielIe (CCI) in het bekende Centre Georges Pompidou, Parijs (90 medewerkers, budget DM ). Japan heeft een Industrial Design Promotion Organisation met een budget van US $ en een Design Foundation te Osaka met een budget van $ De Deutsche Demokratische Republik heeft in Oost-Berlijn een Amt für Industriëlle Formgestaltung (200 medewerkers; budget Ostmark)58. Het sukses dat de Scandinavische landen en Finland wereldwijd, ook in Nederland, hebben gehad en deels nog hebben met de vormgeving van (houten) meubelen en allerlei gebruiksvoorwerpen is alom bekend. Mede dankzij van overheidswege gesteunde promotie is zij een begrip geworden en bepalend voor het 'gezicht' van de produkten uit die landen en voor menige producent van meubelen, serviesgoed, bestekken, kleding en bekledingsstoffen en wat dies meer zij. 18

Copyright SBR, Rotterdam

Copyright SBR, Rotterdam rapporteur: ir. L. J. Visser raadgevend ingenieur Het programma van eisen bij nader inzien De functie van het programmeren in de bouwvoorbereiding Een systeembenadering 128 Rotterdam, 1985 I(br Stichting

Nadere informatie

Juridische handreiking relatie BIM-protocol en de DNR 2011 (voor adviseurs en opdrachtgevers) prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis

Juridische handreiking relatie BIM-protocol en de DNR 2011 (voor adviseurs en opdrachtgevers) prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis Juridische handreiking relatie BIM-protocol en de DNR 2011 (voor adviseurs en opdrachtgevers) prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis s-gravenhage, 2015 Omslagfoto Het voorbereiden van renovatiewerkzaamheden

Nadere informatie

VIJFTIG JAAR SCHEIKUNDIGE NIJVERHEID IN NEDERLAND

VIJFTIG JAAR SCHEIKUNDIGE NIJVERHEID IN NEDERLAND Voorwoord en Inleiding Dr. Ir. H. Koopmans VIJFTIG JAAR SCHEIKUNDIGE NIJVERHEID IN NEDERLAND Uitgegeven ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het Hoogewerff-Fonds UITGEVERIJ WALTMAN DELFT - 1967

Nadere informatie

De hybride vraag van de opdrachtgever

De hybride vraag van de opdrachtgever De hybride vraag van de opdrachtgever Een onderzoek naar flexibele verdeling van ontwerptaken en -aansprakelijkheid in de relatie opdrachtgever-opdrachtnemer prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis ing. W.A.I.

Nadere informatie

Publicatie Bescherming van het intellectueel eigendom als ondernemer met een modemerk

Publicatie Bescherming van het intellectueel eigendom als ondernemer met een modemerk Publicatie Bescherming van het intellectueel eigendom als ondernemer met een modemerk Hoe kan een Nederlandse startende ondernemer met een modelabel zijn intellectuele eigendom zo goed mogelijk beschermen?

Nadere informatie

KRACHTENBUNDELING VOOR 2009 Corporate Identity BM-Support.org STICHTING BUSINESS MANAGEMENT SUPPORT STICHTING BUSINESS MANAGEMENT SUPPORT

KRACHTENBUNDELING VOOR 2009 Corporate Identity BM-Support.org STICHTING BUSINESS MANAGEMENT SUPPORT STICHTING BUSINESS MANAGEMENT SUPPORT STICHTING BUSINESS MANAGEMENT SUPPORT STICHTING BUSINESS MANAGEMENT SUPPORT OPEN BUSINESS INNOVATIE KRACHTENBUNDELING VOOR SUCCES OPEN BUSINESS INNOVATIE KRACHTENBUNDELING VOOR 2009 Corporate Identity

Nadere informatie

Handboek voor innovaties in de bouwonderneming. Richtlijnen voor het middelgrote bedrijf. t(br Stichting Bouwresearch. Copyright SBR, Rotterdam

Handboek voor innovaties in de bouwonderneming. Richtlijnen voor het middelgrote bedrijf. t(br Stichting Bouwresearch. Copyright SBR, Rotterdam Handboek voor innovaties in de bouwonderneming Richtlijnen voor het middelgrote bedrijf 122 t(br Stichting Bouwresearch Handboek voor innovaties in de bouwonderneming Richtlijnen voor het middelgrote

Nadere informatie

eerste in oplossingen van morgen, vandaag XS4 //re-volution 11 jaar, 1,200,000 sloten, en nog steeds innoverend limited edition

eerste in oplossingen van morgen, vandaag XS4 //re-volution 11 jaar, 1,200,000 sloten, en nog steeds innoverend limited edition GESELECTEERD EN VERZORGD DOOR info@optilox.com 078 6170707 eerste in oplossingen van morgen, vandaag XS4 //re-volution 11 jaar, 1,200,000 sloten, en nog steeds innoverend limited edition XS4 RE-VOLUTION

Nadere informatie

Tentoonstellingskalender 2009-2010

Tentoonstellingskalender 2009-2010 PRESS 1 Tentoonstellingskalender 2009-2010 Het Design museum Gent heeft een druk tentoonstellingsprogramma. Het accent ligt ook hier op 20ste-eeuwse vormgeving. Aansluitend bij de collecties varieert het

Nadere informatie

Toespraak staatssecretaris H.A.L. van Hoof bij de opening van de miniconferentie O&O-fondsen op 10 september 14.00u in Den Haag

Toespraak staatssecretaris H.A.L. van Hoof bij de opening van de miniconferentie O&O-fondsen op 10 september 14.00u in Den Haag Toespraak staatssecretaris H.A.L. van Hoof bij de opening van de miniconferentie O&O-fondsen op 10 september 14.00u in Den Haag Welkom, blij dat u er bent. Uit het feit dat u met zovelen bent gekomen maak

Nadere informatie

Archivalia P.A. Blaisse

Archivalia P.A. Blaisse Plaatsingslijst Archivalia P.A. Blaisse Archiefnummer: 784 Archiefnaam: BLAI Sector: Politiek Soort archief: Archivalia van persoon Datering: 1935-1979 Katholiek Documentatie Centrum 2011 1 Verslag van

Nadere informatie

Eric Schneider LEZINGEN TER BEWUSTWORDING. Denken en intuïtie

Eric Schneider LEZINGEN TER BEWUSTWORDING. Denken en intuïtie Denken en intuïtie Eric Schneider LEZINGEN TER BEWUSTWORDING Denken en intuïtie Den Haag, 2015 Eerste druk, november 2015 Vormgeving: Ron Goos Omslagontwerp: Ron Goos Eindredactie: Frank Janse Copyright

Nadere informatie

Bedrijfsopleidingen in de industrie 1

Bedrijfsopleidingen in de industrie 1 Bedrijfsopleidingen in de 1 M.J. Roessingh 2 Het aantal bedrijfsopleidingen dat een werknemer in de in 1999 volgde, is sterk gestegen ten opzichte van 1993. Ook zijn er meer opleidingen gaan volgen. Wel

Nadere informatie

De oplossing voor duurzame inzetbaarheid van uw personeel. Brochure

De oplossing voor duurzame inzetbaarheid van uw personeel. Brochure Brochure Uw situatie Nederlandse werkgevers zijn ervan overtuigd dat een vergrijzende en ontgroenende arbeidsmarkt leidt tot stijgende personeelskosten [bron: CBS/2013]. De kans dat relatief meer ouderen

Nadere informatie

evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave

evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave ijs arbeid dat a zorg onderwijs zekerheid t enschap rg welzijn obilit eit n beleids- Het ITSmaakt deel uit van de Radboud Universiteit Nijmegen evaluatie, monitoring, tevr effectonderzoek en datave CE

Nadere informatie

2 Bedrijven van Wageningse ondernemers

2 Bedrijven van Wageningse ondernemers Wagenings Ondernemerschap KLV Onderzoek 2 naar ondernemerschap bij Wageningse afgestudeerden en hun mogelijke inzet bij starters en spin-off in de Life Sciences. 1 Introductie Wageningse alumni werken

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting 9

Samenvatting. Samenvatting 9 Samenvatting Sinds de introductie in 2001 van lectoraten in het Nederlandse hoger beroepsonderwijs wordt aan hogescholen steeds meer gezondheidsonderzoek uitgevoerd. De verwachting is dat dit niet alleen

Nadere informatie

STARTFLEX. Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam

STARTFLEX. Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam Onderzoek naar ondernemerschap onder studenten in Amsterdam Colofon ONDERZOEKER StartFlex B.V. CONSULTANCY Centre for applied research on economics & management (CAREM) ENQETEUR Alexander Sölkner EINDREDACTIE

Nadere informatie

Aandacht voor jouw ambitie!

Aandacht voor jouw ambitie! Aandacht voor jouw ambitie! ROC Rivor is hét opleidingscentrum van regio Rivierenland. Wij bieden een breed scala aan opleidingen, cursussen en trainingen voor jongeren en volwassenen. Toch zijn we een

Nadere informatie

Noordelijke Arbeidsmarkt Verkenning 2004

Noordelijke Arbeidsmarkt Verkenning 2004 Noordelijke Arbeidsmarkt Verkenning 2004 Hoofdrapport Samenstelling: Dr. L. Broersma & Drs D. Stelder, Sectie Ruimtelijke Economie, FEW, RuG Prof. Dr. J. van Dijk, Faculteit der Ruimtelijke Wetenschappen,

Nadere informatie

* * Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden. van. arbeidsrecht. arbeidsverhoudingen

* * Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden. van. arbeidsrecht. arbeidsverhoudingen m * * Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden L E X I C O N van arbeidsrecht en arbeidsverhoudingen ** k EUR op ir EUROPESE STICHTING TOT VERBETERING VAN DE LEVENS- EN

Nadere informatie

Tewerkstelling. pharma.be vzw asbl

Tewerkstelling. pharma.be vzw asbl Tewerkstelling In 2012e werkten in de sector meer dan 32.500 personen. Dat is 6,7 % van de totale tewerkstelling in de verwerkende industrie en 1,2 % van de totale tewerkstelling in de private sector.

Nadere informatie

EXIN WORKFORCE READINESS opleider

EXIN WORKFORCE READINESS opleider EXIN WORKFORCE READINESS opleider DE ERVARING LEERT ICT is overal. Het is in het leven verweven geraakt. In een wereld waarin alles steeds sneller verandert, is het lastig te bepalen wat er nodig is om

Nadere informatie

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010 29-8-2014 16:22 Juni 2014-4 Stekerend installeren (4) Commentaar op NIEUWSBRIEF NEN 3140 van mei 2014 Stekerend installeren een tijdbom? Inleiding Jay Smeekes, die namens UNETO-VNI lid is van de normcommissie

Nadere informatie

IT Governance. Studietaak 5

IT Governance. Studietaak 5 IT Governance 5 Open Universiteit faculteit Managementwetenschappen Cursusteam ir. H.B.F. Hofstee, projectleider en auteur Open Universiteit prof. dr. R.J. Kusters, auteur, Open Universiteit Programmaleiding

Nadere informatie

MINORISERING: DE SOCIALE CONSTRUCTIE VAN 'ETNISCHE MINDERHEDEN'

MINORISERING: DE SOCIALE CONSTRUCTIE VAN 'ETNISCHE MINDERHEDEN' MINORISERING: DE SOCIALE CONSTRUCTIE VAN 'ETNISCHE MINDERHEDEN' JAN RATH Sua Amsterdam c Jan Rath/Uitgeverij Sua 1991 Omslag: Huug Schipper, Studio Tint, Den Haag Drukwerk: SSN, Nijmegen CIP-GEGEVENS

Nadere informatie

EXIN WORKFORCE READINESS werkgever

EXIN WORKFORCE READINESS werkgever EXIN WORKFORCE READINESS werkgever DE ERVARING LEERT ICT is overal. Het is in het leven verweven geraakt. In een wereld waarin alles steeds sneller verandert, is het lastig te bepalen wat er nodig is om

Nadere informatie

Vacatures in de industrie 1

Vacatures in de industrie 1 Vacatures in de industrie 1 Martje Roessingh 2 De laatste jaren is het aantal vacatures sterk toegenomen. Daarentegen is in de periode 1995-2000 het aantal geregistreerde werklozen grofweg gehalveerd.

Nadere informatie

Digital human measurement technology

Digital human measurement technology Digital human measurement technology Philip J. Wijers - 27-3-2002 Samenvatting Digital human measurement technology is sterk in opkomst in Japan. Zoals wel vaker het geval is bij de ontwikkeling van industriële

Nadere informatie

Examen VWO. Nederlands. tijdvak 1 maandag 19 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VWO. Nederlands. tijdvak 1 maandag 19 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen VWO 2008 tijdvak 1 maandag 19 mei 9.00-12.00 uur Nederlands Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 19 vragen en een samenvattingsopdracht. Voor dit examen zijn maximaal 47 punten

Nadere informatie

Copyright SBR, Rotterdam

Copyright SBR, Rotterdam '. Binnenriolering Binnenriolering 77 Stichting Bouwresearch Kluwer Technische Boeken B.V. - Deventer - Antwerpen Ten Hagen B.V. - Den Haag Het doel van de Stichting is het coördineren, stimuleren en

Nadere informatie

Regels topsectoren en innovatie - provincie Gelderland -

Regels topsectoren en innovatie - provincie Gelderland - Regels topsectoren en innovatie - provincie Gelderland - Het doel van de Regels topsectoren en innovatie (VITGETOPINNO2014) is het stimuleren van projecten binnen de prioritaire Programma's Topsectoren

Nadere informatie

Werken bij VDB Advocaten Notarissen. Zo zien wij het.

Werken bij VDB Advocaten Notarissen. Zo zien wij het. Hoe ONDERSCHEIDEND kun jij zijn? Werken bij VDB Advocaten Notarissen. Zo zien wij het. Hoe Krachtig kun jij zijn? VDB Advocaten Notarissen. Zo zien wij het. In onze geïntegreerde aanpak staat teamwork

Nadere informatie

Koninginnegracht 19, Den Haag Kanaalpad 69, Apeldoorn 070-3105600. patents@vriesendorp.nl www.vriesendorp.nl

Koninginnegracht 19, Den Haag Kanaalpad 69, Apeldoorn 070-3105600. patents@vriesendorp.nl www.vriesendorp.nl 1 Het ontwerpen en op de markt brengen van producten in een veelheid van vormen en verschijningen is een wezenlijk kenmerk van onze economie. De ontwikkeling en realisering van een nieuwe uitvoering van

Nadere informatie

Het Technasium is een vorm van onderwijs waarbij leerlingen projectmatig en probleemoplossend werken aan echte opdrachten uit het bedrijfsleven.

Het Technasium is een vorm van onderwijs waarbij leerlingen projectmatig en probleemoplossend werken aan echte opdrachten uit het bedrijfsleven. Wat is het technasium? Het Technasium is een vorm van onderwijs waarbij leerlingen projectmatig en probleemoplossend werken aan echte opdrachten uit het bedrijfsleven. Hoe werkt het? De leerlingen krijgen

Nadere informatie

Ruimte creëren. kennis, p. 17). De oplettende lezer ziet dat in het schema van deze negen aspecten deze ruimte wordt aangeduid met de woorden

Ruimte creëren. kennis, p. 17). De oplettende lezer ziet dat in het schema van deze negen aspecten deze ruimte wordt aangeduid met de woorden VERSLAG REACTIE 20 Over vermeende tegenstellingen die irrelevant zijn In het stuk van Piet van der Ploeg Pabo s varen blind op constructivisme (zie artikel op pagina 13) worden veel tegenstellingen geschetst.

Nadere informatie

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl The Netherlands of 2040 www.nl2040.nl 1 Tijden veranderen 2 Tijden veranderen 3 Nieuwe CPB scenario studie Vraag Waarmee verdienen we ons brood in 2040? Aanpak Scenario s, geven inzicht in onzekerheid

Nadere informatie

ScaleUp Dashboard 2015

ScaleUp Dashboard 2015 Rapportage ScaleUp Dashboard 2015 ScaleUp Dashboard 2015 Prof. dr. Justin Jansen Lotte de Vos Rotterdam School of Management Erasmus Centre for Entrepreneurship Conclusies Nederland staat aan de Europese

Nadere informatie

Meer kansen, meer banen. SW-bedrijven als banenmakelaar

Meer kansen, meer banen. SW-bedrijven als banenmakelaar Meer kansen, meer banen Inleiding Mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben terecht de volle aandacht van de politiek. Vrijwel alle verkiezingsprogramma s besteden er aandacht aan. Het gaat

Nadere informatie

EXIN WORKFORCE READINESS professional

EXIN WORKFORCE READINESS professional EXIN WORKFORCE READINESS professional DE ERVARING LEERT ICT is overal. Het is in het leven verweven geraakt. In een wereld waarin alles steeds sneller verandert, is het lastig te bepalen wat er nodig is

Nadere informatie

WIJZIGINGSBLAD A2. BORG 2005 versie 2 / A2 VEILIGHEID DOOR SAMENWERKING. Versie : 2.2. Publicatiedatum : 31 maart 2010. Ingangsdatum : 1 april 2010

WIJZIGINGSBLAD A2. BORG 2005 versie 2 / A2 VEILIGHEID DOOR SAMENWERKING. Versie : 2.2. Publicatiedatum : 31 maart 2010. Ingangsdatum : 1 april 2010 WIJZIGINGSBLAD A2 Nationale Beoordelingsrichtlijn BORG 2005 versie 2 Procescertificaat voor het ontwerp, de installatie en het onderhoud van inbraakbeveiliging BORG 2005 versie 2 / A2 Publicatiedatum :

Nadere informatie

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag Wetgeving voor veteranen

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag Wetgeving voor veteranen Postbus 20701 2500 ES Den Haag Telefoon (070) 318 81 88 Fax (070) 318 78 88 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag Datum Ons kenmerk Onderwerp Wetgeving voor

Nadere informatie

EERSTE in oplossingen van morgen, vandaag XS4 //RE-VOLUTION. 11 jaar, 1,200,000 sloten, en nog steeds innoverend LIMITED EDITION

EERSTE in oplossingen van morgen, vandaag XS4 //RE-VOLUTION. 11 jaar, 1,200,000 sloten, en nog steeds innoverend LIMITED EDITION GESELECTEERD EN VERZORGD DOOR info@optilox.com 078 6170707 EERSTE in oplossingen van morgen, vandaag XS4 //RE-VOLUTION 11 jaar, 1,200,000 sloten, en nog steeds innoverend LIMITED EDITION XS4 RE-VOLUTION

Nadere informatie

Kosteloos innovatie: Innoveren met subsidies.

Kosteloos innovatie: Innoveren met subsidies. 1. Wat is innovatie. Kosteloos innovatie: Innoveren met subsidies. Innovatie is een ruim begrijp. Het is het vernieuwen en ontwikkelingen van nieuw producten, diensten of proces om iets nieuws waarde te

Nadere informatie

1 1-2. Technische ondersteuning van menselijk handelen

1 1-2. Technische ondersteuning van menselijk handelen Cursusdeel Blokken 1 1-2 Context van De context van Technische ondersteuning van menselijk handelen 1 Open Universiteit Nederland Faculteit Informatica Cursusteam revisie dr. Dipl.-Math. C.K.M. Crutzen

Nadere informatie

Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming

Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming werkt wel André de Waal Prestatiebeloning wordt steeds populairder bij organisaties. Echter, deze soort van beloning werkt in veel gevallen

Nadere informatie

Manager. Vader. Fervent belegger. Koken Fotograferen. Schaatsen & Hardlopen Heeft eigen mening maar verkondigd deze niet snel. Dit is Jeroen.

Manager. Vader. Fervent belegger. Koken Fotograferen. Schaatsen & Hardlopen Heeft eigen mening maar verkondigd deze niet snel. Dit is Jeroen. Dit is Jeroen. Hij leest De Ingenieur voor zijn plezier. Manager Fervent belegger Vader Ingenieur Koken Fotograferen Schaatsen & Hardlopen Heeft eigen mening maar verkondigd deze niet snel Onderzoekend

Nadere informatie

RJ-Uiting 2014-7: ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen

RJ-Uiting 2014-7: ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen RJ-Uiting 2014-7: ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen Inleiding RJ-Uiting 2014-7 bevat de ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen. De Raad voor de Jaarverslaggeving

Nadere informatie

M200616. De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB

M200616. De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB M200616 De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB dr. J.M.P. de Kok drs. J.M.J. Telussa Zoetermeer, december 2006 Prestatieverhogend HRM-systeem MKB-bedrijven met een zogeheten 'prestatieverhogend

Nadere informatie

Geen tekort aan technisch opgeleiden

Geen tekort aan technisch opgeleiden Geen tekort aan technisch opgeleiden Auteur(s): Groot, W. (auteur) Maassen van den Brink, H. (auteur) Plug, E. (auteur) De auteurs zijn allen verbonden aan 'Scholar', Faculteit der Economische Wetenschappen

Nadere informatie

Tabel 1 Aanbevelingen om de relatie met FoodValley te versterken. Overige betrokkenen ICT bedrijven, ICT Valley, BKV. situatie

Tabel 1 Aanbevelingen om de relatie met FoodValley te versterken. Overige betrokkenen ICT bedrijven, ICT Valley, BKV. situatie Samenvatting De gemeente maakt sinds 2011 onderdeel uit van de bestuurlijke regio FoodValley. In de regio FoodValley heeft elke gemeente een economisch profiel gekozen dat moet bijdragen aan de doelstelling

Nadere informatie

Het Technasium is een vorm van onderwijs waarbij leerlingen projectmatig en probleemoplossend werken aan echte opdrachten uit het bedrijfsleven.

Het Technasium is een vorm van onderwijs waarbij leerlingen projectmatig en probleemoplossend werken aan echte opdrachten uit het bedrijfsleven. Wat is het Technasium? Het Technasium is een vorm van onderwijs waarbij leerlingen projectmatig en probleemoplossend werken aan echte opdrachten uit het bedrijfsleven. Hoe werkt het? De leerlingen krijgen

Nadere informatie

Hoe AMBITIEUS. Werken bij Witlox Van den Boomen. Zo zien wij het.

Hoe AMBITIEUS. Werken bij Witlox Van den Boomen. Zo zien wij het. Hoe AMBITIEUS kun jij zijn? Werken bij Witlox Van den Boomen. Zo zien wij het. Hoe confronterend kun jij zijn? Witlox Van den Boomen. Zo zien wij het. Adviseren is soms ook confronteren. De kunst is om

Nadere informatie

Industrieel Ontwerpen

Industrieel Ontwerpen Industrieel Ontwerpen Industrieel ontwerpen, het vakgebied Industrieel Ontwerpen in Twente Industrieel Ont Industrieel ontwerpen, het vakgebied Industrieel Ontwerpen houdt zich bezig met het ontwikkelen

Nadere informatie

VDB advocaten NOTARISSEN. zo zien wij het. Over de organisatie

VDB advocaten NOTARISSEN. zo zien wij het. Over de organisatie VDB advocaten NOTARISSEN. zo zien wij het. Over de organisatie Hoe SCHERP mag advies zijn? VDB Advocaten Notarissen. Zo zien wij het. Onze juridische adviezen geven scherp aan wat de grenzen van het speelveld

Nadere informatie

ZELFROOSTEREN IN DE ZORG VERGROTEN VAN DE WERKNEMERSBETROKKENHEID BIJ DE ROOSTERPLANNING RAYMOND FOKKENS MBA

ZELFROOSTEREN IN DE ZORG VERGROTEN VAN DE WERKNEMERSBETROKKENHEID BIJ DE ROOSTERPLANNING RAYMOND FOKKENS MBA ZELFROOSTEREN IN DE ZORG VERGROTEN VAN DE WERKNEMERSBETROKKENHEID BIJ DE ROOSTERPLANNING RAYMOND FOKKENS MBA Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk,

Nadere informatie

2. Beter nu dan later

2. Beter nu dan later Daarom Duits 1. Engels is niet voldoende Natuurlijk is kennis van de Engelse taal essentieel, maar: Englisch ist ein Muss, Deutsch ist ein Plus. Uit een enquête onder bedrijven die actief zijn in Duitsland

Nadere informatie

De Geefwet en donaties aan cultuur in Nederland *1. René Bekkers, r.bekkers@vu.nl Saskia Franssen, s.e.franssen@vu.nl

De Geefwet en donaties aan cultuur in Nederland *1. René Bekkers, r.bekkers@vu.nl Saskia Franssen, s.e.franssen@vu.nl De Geefwet en donaties aan cultuur in Nederland *1 René Bekkers, r.bekkers@vu.nl Saskia Franssen, s.e.franssen@vu.nl Sinds giften aan culturele instellingen fiscaal gezien aantrekkelijker zijn geworden,

Nadere informatie

Een eeuw innovatie in de bouw De specifieke rol van de handel en toelevering. Frens Pries, directeur Balance&Result Peter van Heijgen, directeur HIBIN

Een eeuw innovatie in de bouw De specifieke rol van de handel en toelevering. Frens Pries, directeur Balance&Result Peter van Heijgen, directeur HIBIN Een eeuw innovatie in de bouw De specifieke rol van de handel en toelevering Frens Pries, directeur Balance&Result Peter van Heijgen, directeur HIBIN De bouw staat te boek als een weinig innovatieve, conservatieve

Nadere informatie

Ons nieuwe laboratoriuminrichtingssysteem

Ons nieuwe laboratoriuminrichtingssysteem Ons nieuwe laboratoriuminrichtingssysteem Als een ideale werking en een goed design elkaar innovatief aanvullen, hebben wij alles goed gedaan. Esthetische eisen vertalen in een goed design is één ding

Nadere informatie

Consument minder ver dan retailer denkt De 10 retailtrends van 2013

Consument minder ver dan retailer denkt De 10 retailtrends van 2013 Consument minder ver dan retailer denkt De 10 retailtrends van 2013 accepteren en adapteren nieuwe diensten en technologieën steeds sneller. Zij zien vooral veel in het gebruik van een zelfscankassa, Click

Nadere informatie

R O L L EN SP E L E N

R O L L EN SP E L E N ROLLENSPELEN Basisinformatie voor alle rollenspelen De laptops, beamers en inrichtingen voor multimediaruimten zijn in verschillende prijzen en kwaliteiten voorradig. Laptops in prijs variërend van 700,-

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

WIJZIGINGSBLAD A2. Regeling Brandmeldinstallaties 2002 BMI 2002 / A2 VEILIGHEID DOOR SAMENWERKING. Versie : 1.0. Publicatiedatum : 1 april 2012

WIJZIGINGSBLAD A2. Regeling Brandmeldinstallaties 2002 BMI 2002 / A2 VEILIGHEID DOOR SAMENWERKING. Versie : 1.0. Publicatiedatum : 1 april 2012 WIJZIGINGSBLAD A2 Regeling Brandmeldinstallaties 2002 BMI 2002 / A2 Publicatiedatum : 1 april 2012 Ingangsdatum : 1 april 2012 VEILIGHEID DOOR SAMENWERKING VOORWOORD A2:2012/BMI 2002 Pagina 2/5 Dit wijzigingsblad

Nadere informatie

HORECA KOK NAGERECHTEN II TENDENS HTRV WERKBOEK NAGERECHTEN II BASISBEROEPSGERICHTE LEERWEG KADERBEROEPSGERICHTE LEERWEG

HORECA KOK NAGERECHTEN II TENDENS HTRV WERKBOEK NAGERECHTEN II BASISBEROEPSGERICHTE LEERWEG KADERBEROEPSGERICHTE LEERWEG HORECA KOK NAGERECHTEN II TENDENS HTRV WERKBOEK NAGERECHTEN II BASISBEROEPSGERICHTE LEERWEG KADERBEROEPSGERICHTE LEERWEG Colofon Uitgeverij: Uitgeverij Edu Actief b.v. Meppel Auteur: Perry Bron, Uitgeverij

Nadere informatie

I would rather design a poster than a website. Aldje van Meer, oktober 2012

I would rather design a poster than a website. Aldje van Meer, oktober 2012 I would rather design a poster than a website Aldje van Meer, oktober 2012 Deze uitgave is een samenvatting van de lezing 'I would rather design a poster than a website tijdens het Nationaal Symposium

Nadere informatie

kleuteronderwijs lager onderwijs secundair onderwijs 1 ste graad A- stroom en B-stroom eindtermen en en ontwikkelingsdoelen techniek

kleuteronderwijs lager onderwijs secundair onderwijs 1 ste graad A- stroom en B-stroom eindtermen en en ontwikkelingsdoelen techniek 1 kleuteronderwijs lager onderwijs secundair onderwijs 1 ste graad A- stroom en B-stroom eindtermen en ontwikkelingsdoelen techniek 2 Ontwikkelingsdoelen techniek Kleuteronderwijs De kleuters kunnen 2.1

Nadere informatie

Activiteiten ter verbetering van de. maatschappelijke rol van de Vlaams- Belgische Gebarentaal met het oog op. een grotere integratie van (vroeg)doven

Activiteiten ter verbetering van de. maatschappelijke rol van de Vlaams- Belgische Gebarentaal met het oog op. een grotere integratie van (vroeg)doven Activiteiten ter verbetering van de maatschappelijke rol van de Vlaams- Belgische Gebarentaal met het oog op een grotere integratie van (vroeg)doven in de horende maatschappij: actieplan. April 1998 Auteurs

Nadere informatie

VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID

VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID ADVIES BETREFFENDE DE ORGANISATIE VAN DE INFORMATIE EN DE BEVORDERING VAN DE VLAAMSE PARTICIPATIE INZAKE DE EUROPESE R & D-PROGRAMMA S. VRWB-R/ADV- 15 16 november 1989.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 404 Wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie en de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in verband met de samenstelling van

Nadere informatie

Op weg naar wendbaarheid

Op weg naar wendbaarheid Op weg naar wendbaarheid Thema: Talent 28 juni 2011 Management summary Krapper wordende arbeidsmarkt vraagt om actie Steeds meer positieve signalen zijn waarneembaar uit het Nederlandse bedrijfsleven dat

Nadere informatie

2 e Mini conferentie. Digitale visualisatie technieken in het kunstonderwijs. Verslag 13-02-2014. Innovatieve Visualisatie Technieken

2 e Mini conferentie. Digitale visualisatie technieken in het kunstonderwijs. Verslag 13-02-2014. Innovatieve Visualisatie Technieken e Mini conferentie Digitale visualisatie technieken in het kunstonderwijs Verslag 3--4 Innovatieve Visualisatie Technieken Tweede mini-conferentie Lectoraat Innovatieve Visualisatie Technieken Op donderdag

Nadere informatie

Eric Schneider LEZINGEN TER BEWUSTWORDING. Hebben en zijn

Eric Schneider LEZINGEN TER BEWUSTWORDING. Hebben en zijn Hebben en zijn Eric Schneider LEZINGEN TER BEWUSTWORDING Hebben en zijn Den Haag, 2016 Eerste druk, februari 2016 Vormgeving: Ron Goos Omslagontwerp: Ron Goos Eindredactie: Frank Janse Copyright 2016 Eric

Nadere informatie

BE HAPPY. 90-dagen Goed Gevoel conditionering programma

BE HAPPY. 90-dagen Goed Gevoel conditionering programma BE HAPPY 90-dagen Goed Gevoel conditionering programma Alle rechten voorbehouden. Geen deel van dit boek mag worden gereproduceerd op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever.

Nadere informatie

Weten het niet-weten

Weten het niet-weten Weten het niet-weten Over natuurwetenschap en levensbeschouwing Ger Vertogen DAMON Vertogen, Weten.indd 3 10-8-10 9:55 Inhoudsopgave Voorwoord 7 1. Inleiding 9 2. Aard van de natuurwetenschap 13 3. Klassieke

Nadere informatie

Crelan Leerstoel aan de UGent ter bevordering van innovatie in de duurzame landbouw

Crelan Leerstoel aan de UGent ter bevordering van innovatie in de duurzame landbouw B R U S S E L, 22 s e p t e m b e r 2014 Crelan Leerstoel aan de UGent ter bevordering van innovatie in de duurzame landbouw De coöperatieve bank Crelan steunt innovatie in de landbouw via leerstoel aan

Nadere informatie

Vernieuwing geeft méér waarde aan medezeggenschap

Vernieuwing geeft méér waarde aan medezeggenschap 10 Vernieuwing geeft méér waarde aan medezeggenschap Vernieuwing geeft méér waarde aan medezeggenschap Kim van der Hoeven 1. Inleiding Ontwikkelingen in maatschappij en samenleving denk met name aan de

Nadere informatie

Dutch Interview Protocols Vraagstellingen voor interviews

Dutch Interview Protocols Vraagstellingen voor interviews Dutch Interview Protocols Vraagstellingen voor interviews PLATO - Centre for Research and Development in Education and Lifelong Learning Leiden University Content Vraagstellingen voor case studies m.b.t.

Nadere informatie

I(ostenbewust beheer. s tichting >ouw r esearch. syllabus. Rekenmethodiek voor strategische aanpak naoorlogse woningcomplexen, buurten en wijken

I(ostenbewust beheer. s tichting >ouw r esearch. syllabus. Rekenmethodiek voor strategische aanpak naoorlogse woningcomplexen, buurten en wijken s tichting >ouw r esearch syllabus I(ostenbewust beheer Rekenmethodiek voor strategische aanpak naoorlogse woningcomplexen, buurten en wijken rapporteurs: ing. K. H. Dekker KD/Consultants BV ir. P. Haberer

Nadere informatie

Advies. Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning

Advies. Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning Brussel, 9 juli 2008 070908 Advies decreet hypotheekvestiging Advies Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning 1. Toelichting

Nadere informatie

HET SUCCES VAN DE VERGRIJZING

HET SUCCES VAN DE VERGRIJZING HET SUCCES VAN DE VERGRIJZING E EN VIS IE O P DE TO E KOMS T VA N W ER K, Z OR G, WO NE N EN VO O RZ IEN I N GEN HET D EN H A AG C EN TRU M VO O R S T R AT E G I S CHE S T UDI E S EN TN O HET SUCCES VAN

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2003 110 Wet van 6 maart 2003 tot aanpassing van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek aan de richtlijn betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van

Nadere informatie

V erschenen in: ESB, 83e jaargang, nr. 4162, pagina 596, 31 juli 1998 (datum)

V erschenen in: ESB, 83e jaargang, nr. 4162, pagina 596, 31 juli 1998 (datum) Emancipatie en opleidingskeuze A uteur(s): Grip, A. de (auteur) Vlasblom, J.D. (auteur) Werkzaam bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht. (auteur) Een

Nadere informatie

Beantwoording vragen Tweede Kamer bij rapport Financiering onderwijs vernieuwingen voortgezet onderwijs 1990-2007 (30 november 2007)

Beantwoording vragen Tweede Kamer bij rapport Financiering onderwijs vernieuwingen voortgezet onderwijs 1990-2007 (30 november 2007) Algemene Rekenkamer Lange Voorhout 8 Postbus 20015 2500 EA Den Haag T 070-3424344 BEZORGEN F 070-3424130 De Voorzitter van de Tweede Kamer E voorljchting@rekenkamer.ni der Staten-Generaal w www.rekenkamer.ni

Nadere informatie

"Wij zijn creatieve denkers met kennis van industriële automatisering" JB Systems Westlandseweg 190 3131 HX Vlaardingen Postbus 108 3130 AC Vlaardingen T +31 10 460 80 60 F +31 10 460 80 00 info@jbsystems.nl

Nadere informatie

Startnotitie Digitaal Platform voor presentatie van het beste en mooiste van de Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking

Startnotitie Digitaal Platform voor presentatie van het beste en mooiste van de Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking Startnotitie Digitaal Platform voor presentatie van het beste en mooiste van de Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen - Nederland Brussel, april 2014 CVN heeft

Nadere informatie

Grafentheorie voor bouwkundigen

Grafentheorie voor bouwkundigen Grafentheorie voor bouwkundigen Grafentheorie voor bouwkundigen A.J. van Zanten Delft University Press CIP-gegevens Koninklijke Bibliotheek, Den Haag Zanten, A.J. van Grafentheorie voor bouwkundigen /

Nadere informatie

Algemene voorwaarden

Algemene voorwaarden Algemene voorwaarden Partijen: Raadgevend bureau Borgdorff en opdrachtgever, Verder te noemen Raadgevend bureau Borgdorff en O, verklaren in het kader van het verlenen van een opdracht tot dienstverlening

Nadere informatie

De onzichtbare gorilla

De onzichtbare gorilla De onzichtbare gorilla Christopher Chabris en Daniel Simons De onzichtbare gorilla Selectieve waarneming en valse intuïtie Vertaald door Jan Willem Reitsma groteletter Uitgeverij De Arbeiderspers Amsterdam

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage. Geachte Voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage. Geachte Voorzitter, Directie Regionale Zaken De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage uw brief van uw kenmerk ons kenmerk datum 21 december 2006 DRZ. 2007/256 30 januari 2007

Nadere informatie

De Toekomst van het Nederlands Verdienmodel

De Toekomst van het Nederlands Verdienmodel De Toekomst van het Nederlands Verdienmodel prof.dr. Hans Strikwerda Met reviews door: prof. dr. Arnoud Boot mr. drs. Atzo Nicolaï drs. Michiel Muller prof. dr. Eric Claassen dr. René Kuijten prof. dr.

Nadere informatie

Boekhouden geboekstaafd

Boekhouden geboekstaafd Boekhouden geboekstaafd Drs. H. Fuchs S.J.M. van Vlimmeren OPGAVEN Zevende druk Boekhouden geboekstaafd 2 Opgaven Boekhouden geboekstaafd 2 Opgaven Drs. H. Fuchs S. J. M. van Vlimmeren Zevende druk Noordhoff

Nadere informatie

Rijswijk DE OCTROOIGEMACHTIGDEN telefoon 070-3905578 -------- fax 070-3905171 Beschikking A. - B.

Rijswijk DE OCTROOIGEMACHTIGDEN telefoon 070-3905578 -------- fax 070-3905171 Beschikking A. - B. Postbus 3219, 2280 GE Rijswijk -------- Beschikking A. - B. 1.1 Bij brief van 6 juni 2000 heeft de heer A. (hierna A.) aan de Raad van Toezicht (hierna de Raad) verzocht om een oordeel te geven over een

Nadere informatie

Niets is moeilijk voor wie weet hoe het werkt.

Niets is moeilijk voor wie weet hoe het werkt. Kennis in beweging eten werkt Niets is moeilijk voor wie weet hoe het werkt. Weten werkt Partner in praktijkleren en personeelsontwikkeling. Dat wil Kenniscentrum GOC zijn voor alle bedrijven en medewerkers

Nadere informatie

rijkswaterstaat deltadienst

rijkswaterstaat deltadienst rijkswaterstaat deltadienst BHMJOTKEÊJC NooWdmctfc W«tfttsl«ft K

Nadere informatie

Werken aan scheikunde

Werken aan scheikunde Werken aan scheikunde 24 memoires van hen die de Nederlandse Chemie deze eeuw groot hebben gemaakt Uitgegeven door Delftse Universitaire Pers in 1993. (Copyright 1993 by Delft University Pers). Met toestemming

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 21 501-21 Jeugdraad Nr. 7 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Bsc & Msc stages Rijks Instituut voor de Volksgezondheid en Milieu (RIVM) Dr. Peter A Steerenberg

Bsc & Msc stages Rijks Instituut voor de Volksgezondheid en Milieu (RIVM) Dr. Peter A Steerenberg Bsc & Msc stages Rijks Instituut voor de Volksgezondheid en Milieu (RIVM) Dr. Peter A Steerenberg Bedrijfsprofiel RIVM Taak:Hoe houden we de bevolking en zijn leefomgeving gezond? Werkwijze: onderzoek

Nadere informatie

HEIJMANS N.V. REGLEMENT AUDITCOMMISSIE

HEIJMANS N.V. REGLEMENT AUDITCOMMISSIE HEIJMANS N.V. REGLEMENT AUDITCOMMISSIE Vastgesteld door de RvC op 10 maart 2010 1 10 maart 2010 INHOUDSOPGAVE Blz. 0. Inleiding... 3 1. Samenstelling... 3 2. Taken en bevoegdheden... 3 3. Taken betreffende

Nadere informatie

Jaarverslag 2008-2009

Jaarverslag 2008-2009 Jaarverslag 2008-2009 Maarssen, augustus 2010 Inhoudsopgave 1. Voorwoord... 3 2. Algemeen... 5 3. Gerealiseerde doelstellingen gedurende het boekjaar... 6 4. Toekomstplannen... 7 2 1. Voorwoord Stichting

Nadere informatie