C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E"

Transcriptie

1 C C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E voor de Gezondheidszorg Beslissing in de zaak onder nummer C van: A., psychotherapeut, wonende te B., appellant, verweerder in eerste aanleg, gemachtigde: mr. S. Colsen, advocaat te Zwolle, tegen C., wonende te D., verweerster in beroep, klaagster in eerste aanleg. 1. Verloop van de procedure 1.1 C. - hierna klaagster - heeft op 22 april 2008 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle tegen A. - hierna appellant - een klacht ingediend, waarna het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle de klacht heeft doorgestuurd naar het Regionaal Tuchtcollege te s-gravenhage. Bij beslissing van 25 oktober 2010, onder nummer 2008 O 063 heeft laatstgenoemd College de klacht deels gegrond verklaard en ten aanzien van appellant de doorhaling van de inschrijving in het register bevolen en publicatie gelast. Appellant is van die beslissing voor zover de klacht gegrond is verklaard tijdig in hoger beroep gekomen. Klaagster heeft een verweerschrift in hoger beroep ingediend. 1.2 Bij brief van 1 juni 2011 heeft mr. Kastelein, de toenmalige gemachtigde van appellant, het Centraal Tuchtcollege op medische gronden verzocht om een eventuele zitting pas in de eerste helft van 2012 te plannen, welk verzoek door het Centraal Tuchtcollege bij brief van 8 augustus 2011 is afgewezen. 1.3 Bij brief van 31 augustus 2011 heeft mr. Kastelein namens appellant nogmaals om aanhouding van de behandeling van de zaak verzocht gezien de cardiologische toestand van appellant. Bij brief van 7 september 2011 is dit aanhoudingsverzoek door het Centraal Tuchtcollege afgewezen. 1.4 Bij brief van 12 september 2011 is door de opvolgend gemachtigde van appellant, mr.drs. A. Boumanjal, andermaal verzocht om aanhouding van de behandeling van de zaak. Bij brief van 14 september 2011 heeft het Centraal Tuchtcollege partijen bericht dat dit verzoek vooralsnog niet zou worden gehonoreerd en dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting van 15 september 2011 gewoon doorgang zal vinden en dat

2 2 C alsdan zal worden bezien of de zaak alsnog dient te worden aangehouden. 1.5 De zaak is in hoger beroep behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 15 september Klaagster is ter terechtzitting verschenen. Appellant was niet ter terechtzitting aanwezig. Namens appellant was ter zitting aanwezig mr. S.L. Knols, advocaat te Utrecht. 1.6 Mr. Knols heeft ter terechtzitting verzocht om aanhouding van de behandeling van de zaak in verband met het recht van appellant op een eerlijk proces. Het Centraal Tuchtcollege heeft dit aanhoudingsverzoek na schorsing voor beraad afgewezen. 1.7 Mr. Knols heeft daarop ter zitting de leden van het College van 15 september 2011 gewraakt, waarna de fungerend voorzitter van het College de zitting voor onbepaalde tijd heeft geschorst. De leden van het College hebben niet berust in de wraking. 1.8 Op 27 oktober 2011 is het wrakingsverzoek van appellant door de wrakingskamer van het Centraal Tuchtcollege behandeld. Bij beslissing van 10 november 2011 heeft de wrakingskamer het wrakingsverzoek van appellant afgewezen en bepaald dat de behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet. 1.9 De zaak is in hoger beroep voortgezet ter openbare zitting van het Centraal Tuchtcollege van 24 januari 2011 onder leiding van voorzitter mr. A.H.A. Scholten in een overigens ongewijzigde samenstelling van het College. Ter zitting zijn verschenen klaagster en appellant, bijgestaan door zijn huidige gemachtigde mr. S. Colsen voornoemd. Mr. Colsen heeft een pleitnota overgelegd. 2. Beslissing in eerste aanleg Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn beslissing de volgende overwegingen ten grondslag gelegd. Hierbij is appellant aangeduid als de psychotherapeut. 2. De feiten Klaagster is vanaf 2003 onder behandeling van de psychotherapeut geweest. Tijdens een consult in november 2007 gedroeg de psychotherapeut zich naar het oordeel van klaagster niet professioneel. De psychotherapeut stoorde zich aan de triltoon van de mobiele telefoon van klaagster en ging boven de telefoon staan loeien als een koe. Daarnaast eiste hij van klaagster dat zij een bedrag zou overmaken op het bankrekeningnummer van een goed doel. Ter verificatie diende zij het desbetreffende bankafschrift mee te nemen naar het daaropvolgende consult. Dit voorval hebben klaagster en haar echtgenoot uitgesproken met de psychotherapeut, waarna de

3 3 C behandeling van klaagster door de psychotherapeut is voortgezet. Tijdens een consult op 4 april 2008 vroeg de psychotherapeut aan klaagster toestemming om een privételefoongesprek te mogen voeren. Hierin stemde klaagster toe. Vervolgens luisterde de psychotherapeut in bijzijn van klaagster berichten op de telefoonbeantwoorder af, voerde een uitgebreid privételefoongesprek en maakte in bijzijn van klaagster een lunch voor zichzelf klaar. Tijdens het klaarmaken van de lunch stelde de psychotherapeut klaagster een vraag. Toen klaagster daarop reageerde met een wedervraag werd de psychotherapeut boos en kwam heel dicht op klaagster staan. Op de vraag wat klaagster van hem vond, zei klaagster dat zij hem een grote flapdrol vond, waarna zij is vertrokken. Na deze affaire heeft de huisarts klaagster verwezen naar een andere psychotherapeut. De huisarts heeft geen ontslagbrief van de psychotherapeut over klaagster ontvangen. 3. De klacht Klaagster verwijt de psychotherapeut, dat hij: - een bedreigende houding tegenover haar heeft aangenomen toen zij de vraag van de psychotherapeut Wat is jouw droom beantwoordde met de wedervraag Mijn droom?. De psychotherapeut kwam toen heel dicht op haar staan en werd boos; - verbaal agressief werd over voornoemde wedervraag. De psychotherapeut reageerde toen met de woorden: Ja jouw droom. Ik ben toch niet dement dat je dat nog een keer moet vragen, je bent aan het papegaaien. Ja papegaaien.. Je moet naar me luisteren. Je luistert niet. Ik ben niet dement. Zo doe je maar tegen een demente man, maar tegen mij hoef je niet zo te papegaaien ; - haar heeft beledigd, door haar op 4 april 2008 in de praktijk van de psychotherapeut Vlucht maar Borderliner ga maar op de vlucht toe te roepen; - haar dit laatste door het raam van de praktijk nogmaals heeft nageroepen; - met klaagster over cliënten, die net de praktijk hadden verlaten, heeft gesproken. In de repliek verwijt klaagster de psychotherapeut voorts dat deze in zijn verweerschrift:

4 4 C klaagster als een Borderline-patiënt heeft neergezet, terwijl de psychotherapeut die diagnose tijdens de behandeling nooit aan klaagster heeft medegedeeld. De eerste keer dat klaagster de psychotherapeut deze term heeft horen gebruiken was de laatste keer dat zij hem zag op 4 april Klaagster is er vijf jaar lang vanuit gegaan dat zij met onverwerkte problemen uit het verleden kampte gepaard gaande met depressieve klachten; - onder As I, alcoholmisbruik heeft vermeld, terwijl klaagster weinig tot geen alcohol gebruikt; - onder As IV en As V (GAF 50) heeft vermeld dat klaagster moeite heeft in het alledaags functioneren thuis en op het werk, spanningen heeft in haar relatie en in de opvoeding van de kinderen, terwijl klaagster stelt een gelukkige relatie te hebben met haar man en kinderen, al 21 jaar bij dezelfde werkgever werkt als kinderverpleegkundige en een stabiele vriendenkring heeft. Kort samengevat meent klaagster dat de psychotherapeut een onjuiste diagnose bij klaagster heeft gesteld, zich zeer onprofessioneel heeft gedragen en haar, door zijn bedreigende houding en geschreeuw, angst heeft aangejaagd. 4. Het standpunt van de psychotherapeut De psychotherapeut heeft klaagster in 2003 in behandeling genomen. Hij had bij klaagster de diagnose bindings,- en hechtingsproblematiek en Borderlineproblematiek volgens DSM IV classificatiesysteem vastgesteld en behandelde haar als zodanig. De behandeling bestond in de aanvang uit het creëren van vertrouwen. Na verloop van tijd is de psychotherapeut begonnen met lichte confrontaties als interventies. In 2007 bleken die interventies nog te confronterend te zijn voor klaagster, waarop zij de therapie wilde staken. Na een gesprek met klaagster en de echtgenoot is de therapie weer hervat. Met betrekking tot de klacht over het consult op 4 april 2008 voert de psychotherapeut aan dat hij, overigens met toestemming van klaagster, weliswaar geen privételefoongesprek maar wel een zakelijk telefoongesprek heeft gevoerd met de luidspreker aan. Vervolgens heeft de psychotherapeut klaagster gevraagd wat haar werkelijke droom was in haar werk als kinderverpleegkundige. Uit het feit dat klaagster deze vraag beantwoordde met de wedervraag: Mijn droom?, concludeert

5 5 C de psychotherapeut dat deze vraag klaarblijkelijk te confronterend was voor klaagster. Zij pakte de vraag over haar droom, vanwege haar Borderlineproblematiek, zeer gekrenkt op en geeft in haar klacht aan dat de psychotherapeut boos werd, een manische en overspannen indruk maakte en dat veel klachten over hem de ronde doen. De psychotherapeut laat weten dat een lid van het gezin waarin klaagster is opgegroeid, met partner bij hem in behandeling is en dat zij zeer tevreden zijn over de therapie. Zij begrijpen de klacht van klaagster niet. De psychotherapeut kan niet anders concluderen dan dat het hele voorval op 4 april 2008 een subjectieve indrukbeleving is en kenmerk is van klaagsters vrij zware bindings,- en hechtingsproblematiek in combinatie met de Borderline uitingsvorm. In dat kader past het dat klaagster zich aangevallen heeft gevoeld. De confrontaties waren bedoeld opdat klaagster haar emoties zou uitspreken. De psychotherapeut heeft de huisarts geen ontslagbrief geschreven omdat hij ervan uitging dat zij wel terug zou komen. Klaagsters houding past bij haar ziektebeeld van Borderline, alcoholgebruik en bindings- en hechtingsproblematiek. Ter zitting heeft de psychotherapeut nog aangegeven dat hij op 4 april 2008 in het bijzijn van klaagster een telefoongesprek over het project zorgboerderijen heeft gevoerd, dat hij in bijzijn van klaagster een lunch voor zichzelf heeft klaargemaakt en dat hetgeen klaagster heeft vermeld in haar klacht over de woorden die zijn gevallen, juist is, waardoor er inderdaad een gespannen situatie was ontstaan. Van naroepen uit het raam naar klaagster is echter geen sprake geweest. 5. De beoordeling 5.1 Bij de beoordeling van de klachten is het College uitgegaan van de onder punt 2 van deze beslissing weergegeven als vaststaand aangenomen feiten, die berusten op de stukken en op hetgeen ter zitting is besproken. 5.2 Het College wil voorafgaand aan de beoordeling benadrukken, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van het professionele handelen van de psychotherapeut er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de psychotherapeut vanuit tuchtrechtelijk oogpunt gebleven is binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van wetenschap ten tijde van het klachtwaardig handelen en met hetgeen toen in

6 6 C de beroepsgroep gebruikelijk was. Deze vraag beantwoordt het College ontkennend. 5.3 De psychotherapeut heeft in zijn verweerschrift en ter zitting verklaard dat het volgens hem duidelijk was dat er bij klaagster sprake was van Borderlineproblematiek en bindings,- en hechtingsproblematiek. Het is het College echter uit de stukken en uit hetgeen de psychotherapeut ter zitting heeft verklaard, onvoldoende gebleken dat de psychotherapeut bij aanvang danwel tijdens de therapie adequaat diagnostisch onderzoek heeft gedaan met gebruikmaking van de DSM-classificatie om de diagnose Borderline-problematiek vast te kunnen stellen. Het enkele gegeven in het dossier dat onderdeel zou kunnen uitmaken van mogelijke Borderline-problematiek is het alcoholgebruik genoemd onder classificatie As I. De psychotherapeut heeft in de classificatie-vermelding het alcoholgebruik echter niet nader onderbouwd als een probleem, terwijl verder in het dossier ook geen aantekeningen zijn aangetroffen van (steeds terugkerend) alcoholmisbruik. Nu klaagster in de stukken en ter zitting ontkent dat er bij haar sprake is of is geweest van een alcoholprobleem, is het College van oordeel dat de psychotherapeut op onvoldoende gronden de diagnose Borderline-problematiek heeft gesteld. Daarnaast is de indruk die het College ter zitting heeft gekregen van klaagster en de wijze waarop zij lijkt te functioneren in het dagelijks leven, in tegenspraak met de beschrijving die de psychotherapeut in de stukken en ter zitting van haar heeft gegeven. 5.4 Dat een onjuiste diagnose wordt gesteld, behoeft op zichzelf tuchtrechtelijk niet verwijtbaar te zijn. Tuchtrechtelijk is echter wel van belang hoe de psychotherapeut tot die- mogelijk onjuiste - diagnose is gekomen en of de wijze waarop de diagnosticering heeft plaatsgevonden de toetsing aan zorgvuldigheidscriteria kan doorstaan. Daarvan is het College echter op basis van de gegevens in het dossier op geen enkele wijze gebleken. 5.5 Tenslotte is de diagnose Borderline-problematiek met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid pas op 4 april 2008 aan klaagster medegedeeld. Het College heeft ook geen bericht aan de huisarts omtrent voornoemde diagnose aangetroffen in het dossier. Het bekend maken van voornoemde diagnose en het beoogde behandelplan bij klaagster en haar huisarts had naar het oordeel van het College, gezien de ernst van een dergelijke aandoening, zeker in de rede gelegen in de

7 7 C periode van 5 jaar dat klaagster bij de psychotherapeut onder behandeling was. Het verweer van de psychotherapeut dat zijn beroepsgroep de huisarts nooit informeert kan hem niet baten. Immers, klaagster was door de huisarts naar de psychotherapeut doorverwezen voor behandeling van haar depressie. De doorverwijzer dient te allen tijde geïnformeerd te worden tenzij de patiënt dit uitdrukkelijk afwijst. Van dit laatste is het College niet gebleken. 5.6 Ten aanzien van de diagnose bindings,- en hechtingsproblematiek is het College ter zitting gebleken dat de gegevens, die de psychotherapeut heeft gebruikt om deze diagnose te onderbouwen, onjuist zijn. De leeftijd waarop klaagster haar vader verloor is niet - zoals de psychotherapeut ter zitting verklaarde op de broze leeftijd van 6 tot 8 jaar, doch op 13 jarige leeftijd. De kinderen van klaagster waren bij aanvang van de therapie van klaagster niet in de tienerleeftijd, zoals de psychotherapeut stelt, doch in de leeftijd van 6 tot 9 jaar. Voorts stelt klaagster - onweersproken - dat de relevante ontwikkelingsgegevens, die de psychotherapeut in zijn verweerschrift heeft vermeld, niet klaagsters gegevens betreffen. Kortom, de beschikbare verslaglegging over de behandelingsperiode van is onbetrouwbaar en geeft het College geen inzicht in de aard en juistheid van de gestelde diagnose(s), laat staan over de juistheid van het traject, dat daarbij is afgelegd. De diagnostiek kan de tuchtrechtelijke toetsing dan ook niet doorstaan. 5.7 Voorts heeft de psychotherapeut in de stukken en ter zitting verklaard dat de behandeling bestond uit het leren van overdracht en tegen-overdracht met lichte confrontaties als interventie met als doel het uitspreken van emoties (door de psychotherapeut benoemd als psychodynamische therapie). Nu de psychotherapeut ter zitting desgevraagd verklaarde niet in de psychodynamische psychotherapie te zijn afgestudeerd, is bij het College ernstige twijfel gerezen met betrekking tot de bekwaamheid van de psychotherapeut de genoemde therapie toe te passen. Die twijfel wordt nog versterkt door de onjuiste/onbetrouwbare verslaglegging en het gebrek aan intervisie c.q. collegiaal overleg, terwijl de psychotherapeut ter zitting meerdere malen heeft verklaard dat de verslaglegging zodanig moet zijn (ingericht) dat het de collega-psychotherapeuten duidelijk moet zijn wat de diagnose is c.q. de achtergronden zijn van de toegepaste behandeling. Voorts bestaat bij het College de indruk dat de psychotherapeut het dossier (deels) heeft ingevuld nadat de klacht was

8 8 C ingediend bij onderhavig tuchtcollege, omdat de verslaglegging van groot aantal therapiecontacten in de verleden tijd is gesteld. 5.8 Resumerend concludeert het College dat de wijze waarop de psychotherapeut bij klaagster de diagnose heeft vastgesteld en behandeling heeft toegepast niet kan worden beschouwd als een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van wetenschap ten tijde van het klachtwaardig handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep gebruikelijk was. De psychotherapeut dient in deze dan ook een ernstig tuchtrechtelijk verwijt te worden gemaakt. 5.9 In haar klacht heeft klaagster twee therapiecontacten aangegeven (november 2007 en april 2008), waar zij zich beklaagt over het gedrag van de psychotherapeut. In de stukken en ter zitting is aangegeven dat klaagster en haar echtgenoot het gedrag, dat tijdens het contact in november 2007 zich voordeed, met de psychotherapeut hebben besproken, waarna de behandeling is voortgezet. Het College zal beoordeling van dit contact verder laten rusten Dit is anders bij het therapiecontact van 4 april De psychotherapeut heeft ter zitting desgevraagd toegegeven dat hetgeen klaagster heeft vermeld in haar klacht, behoudens het naroepen uit het raam, zich ook in grote lijnen zo heeft voorgedaan en dat daardoor een gespannen situatie is ontstaan. Het College stelt voorop dat het niet in belang van een goede beroepsuitoefening is dat de psychotherapeut in bijzijn van klaagster een privételefoongesprek voert en een lunch voor zichzelf klaarmaakt. Ook niet als hij daarvoor toestemming heeft gekregen van klaagster. Voor wat betreft de verbale agressie, de bedreigende houding en het kwalificeren van klaagster als Borderliner heeft de psychotherapeut ter zitting getracht zijn gedrag beroepsmatig te onderbouwen door aan te geven dat hij in het kader van de therapie aan klaagster een reactie wilde ontlokken. Het College ziet de therapeutische waarde van het gedrag van de psychotherapeut echter niet in, temeer daar hiervoor is overwogen dat de diagnose en de daarop gebaseerde therapie op onjuiste gronden is vastgesteld. Het gedrag van de psychotherapeut op 4 april 2008 kan dus ook op dit punt de toets der kritiek niet doorstaan, waarmee hem ook op dit punt een ernstig verwijt treft Over het naroepen uit het raam zijn partijen verdeeld. Klaagster stelt dat zij

9 9 C uit het raam is nageroepen door de psychotherapeut dat zij een Borderliner is die vlucht, terwijl de psychotherapeut stelt klaagster niet uit het raam te hebben nageroepen. Het College heeft geen aanwijzing dat aan het standpunt van de één meer waarde moet worden toegekend dan aan de ander en kan zodoende niet vaststellen of klaagster dit onderdeel van de klacht met recht naar voren brengt. Dit onderdeel moet dan ook worden afgewezen Het verwijt dat de psychotherapeut zijn beroepsgeheim heeft geschonden omdat klaagster het vermoeden heeft dat hij met andere cliënten over klaagster spreekt omdat hij ook met haar over andere cliënten spreekt, kan niet worden aanvaard nu er geen concrete aanwijzigen zijn of verklaringen zijn ingebracht, die die stelling bevestigen. Daarmee dient dit onderdeel te worden afgewezen Mede gelet op hetgeen hierboven is weergegeven ontkomt het College er niet aan de aannemelijkheid van de over en weer door partijen afgelegde verklaringen mede te toetsen aan de hand van het beeld dat partijen ter zitting van zichzelf hebben gegeven. Wat klaagster betreft is dat een beeld van consistentie en openhartigheid. Wat de psychotherapeut betreft is dat het beeld van een therapeut die niet bereid of in staat is op concrete vragen van het College concreet te antwoorden. Bovendien heeft de psychotherapeut gedurende de behandeling ter zitting er niet tot nauwelijks blijk van gegeven het professioneel ontoelaatbare van zijn handelen in te zien. Die omstandigheid, gevoegd bij het feit dat reeds eerder op 1 juli 2008 tuchtrechtelijk een berisping aan de psychotherapeut in zijn hoedanigheid van gezondheidszorgpsycholoog is opgelegd, heeft het College tot de slotsom gebracht, in aanmerking genomen de ernst van de verweten gedragingen, dat met een schorsing voor bepaalde duur in dit geval niet kan worden volstaan. Het College is van oordeel dat de sanctie van doorhaling van de inschrijving in het register passend en geboden is. Dienovereenkomstig zal worden beslist. 3. Vaststaande feiten en omstandigheden De klacht is ingebed in de navolgende door het Regionaal Tuchtcollege weergegeven feiten en omstandigheden. Klaagster is op verwijzing van haar huisarts E. vanaf 2003 onder behandeling van

10 10 C appellant geweest. Tijdens een consult in november 2007 gedroeg appellant zich naar het oordeel van klaagster niet professioneel. Appellant stoorde zich aan de triltoon van de mobiele telefoon van klaagster en ging boven de telefoon staan loeien als een koe. Appellant heeft dit voor het eerst in hoger beroep ontkent. Het Centraal Tuchtcollege hecht aan deze late ontkenning geen waarde. Daarnaast eiste hij van klaagster dat zij een bedrag zou overmaken op de bankrekening van een goed doel. Ter verificatie diende zij het desbetreffende bankafschrift mee te nemen naar het daaropvolgende consult. Dit voorval hebben klaagster en haar echtgenoot uitgesproken met appellant, waarna de behandeling van klaagster door de appellant is voortgezet. Tijdens een consult op 4 april 2008 vroeg appellant aan klaagster toestemming om een privételefoongesprek te mogen voeren. Hierin stemde klaagster toe. Vervolgens luisterde appellant in bijzijn van klaagster berichten op de telefoonbeantwoorder af, voerde een uitgebreid privételefoongesprek en maakte in bijzijn van klaagster een lunch voor zichzelf klaar. Tijdens het klaarmaken van de lunch stelde appellant klaagster een vraag. Toen klaagster daarop reageerde met een wedervraag werd appellant boos en kwam heel dicht op klaagster staan. Op de vraag wat klaagster van hem vond, zei klaagster dat zij hem een grote flapdrol vond, waarna zij is vertrokken. Na deze affaire heeft de huisarts klaagster verwezen naar een andere psychotherapeut. De huisarts heeft geen ontslagbrief van appellant over klaagster ontvangen. 4. Beoordeling van het hoger beroep 4.1 Appellant is onder aanvoering van diverse beroepsgronden in beroep gekomen van de door het Regionaal Tuchtcollege in de bestreden beslissing gegrond verklaarde klachtonderdelen en van de daarbij aan hem opgelegde maatregel van doorhaling. Het beroep strekt ertoe dat deze klachtonderdelen alsnog ongegrond worden verklaard. 4.2 Klaagster heeft in beroep gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 4.3 In hoger beroep is opnieuw aan de orde het verwijt van klaagster dat appellant bij de behandeling van klaagster is tekortgeschoten door een onjuiste diagnose Borderline-problematiek te stellen, deze diagnose tijdens de behandeling niet aan klaagster mede te delen en door zich zeer onprofessioneel te gedragen met verbale

11 11 C agressie en het aannemen van een bedreigende houding jegens klaagster, waardoor appellant klaagster angst heeft aangejaagd. 4.4 Het Centraal Tuchtcollege is op grond van de stukken van het dossier, waaronder de door appellant voor het eerst in hoger beroep overgelegde werkaantekeningen, en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep evenals het Regionaal Tuchtcollege tot de overtuiging gekomen dat het handelen van appellant als psychotherapeut niet voldoet aan de professionele maatstaven van de beroepsgroep. 4.5 Het Centraal Tuchtcollege stelt voorop dat het stellen van een onjuiste diagnose op zichzelf niet tuchtrechtelijk verwijtbaar behoeft te zijn. Alleen indien komt vast te staan dat de wijze waarop appellant tot zijn, onjuiste, diagnose is gekomen in strijd is met de eisen van deskundigheid en zorgvuldigheid die, onder de gegeven omstandigheden, van een redelijk handelend psychotherapeut mag worden verwacht - rekening houdende met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep gebruikelijk was - kan een dergelijke klacht tot het beoogde resultaat leiden. 4.6 Naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege heeft appellant de diagnose Borderline-problematiek bij klaagster op onvoldoende gronden gesteld en is de verslaglegging en diagnostiek ver onder de maat. Noch uit klaagsters behandeldossier, noch uit de in hoger beroep overgelegde werkaantekeningen van appellant is gebleken van enige indicatie in de richting van van de door appellant gestelde diagnose Borderline-problematiek. Het door appellant in dit verband aangevoerde volgens hem voor Borderline-patiënten kenmerkende alcoholgebruik komt in klaagsters behandeldossier niet terug als zijnde overmatig of problematisch, terwijl overmatig alcoholgebruik bovendien door klaagster steeds consequent is ontkend. Daarbij komt dat de door appellant bij klaagster gestelde onderliggende diagnose bindings- en hechtingsproblematiek is gebaseerd op in het behandeldossier vermelde onjuiste biografische gegevens over klaagster (onder meer de leeftijd waarop klaagster haar vader heeft verloren en de leeftijd van klaagsters kinderen) en op onjuiste gegevens over klaagsters sociale functioneren, alsmede op onjuiste ontwikkelingsgegevens, zodat deze diagnose eveneens op onjuiste gronden is gesteld. Ook kan uit de overgelegde stukken niet worden afgeleid dat de diagnose Borderline-problematiek is

12 12 C gesteld op basis van adequaat diagnostisch onderzoek met gebruikmaking van de in de beroepsgroep gangbare DSM IV classificatie en volgt uit het dossier dat appellant de voorlopige diagnose Borderline-problematiek pas heeft gesteld vier maanden na het eerste consult met klaagster op 5 mei De in dit verband door appellant ter zitting in hoger beroep opgeworpen stelling dat hij deze diagnose reeds eerder heeft gesteld, maar pas nadien op schrift heeft gesteld, vindt geen steun in het dossier. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de beschikbare verslaglegging, ook indien bezien in samenhang met de werkaantekeningen, niet het vereiste inzicht geeft in de aard en juistheid van de gestelde diagnose, de gevoerde diagnostiek en het uitgezette behandeltraject. De door appellant in hoger beroep overgelegde verklaringen van collega-beroepsgenoten d.d. 3 december 2011 en 6 december 2011 maken dit niet anders. 4.7 Het Centraal Tuchtcollege heeft geconstateerd dat appellant heeft verzuimd klaagster - en de verwijzende huisarts E. - adequaat over de door hem gestelde (definitieve) diagnose Borderline-problematiek en het voorgenomen dan wel uitgezette behandeltraject te informeren. Bespreking hiervan was aangewezen, eens te meer nu de door appellant gestelde diagnose significant afweek van de diagnose waarmee de huisarts klaagster oorspronkelijk naar appellant had verwezen, te weten behandeling voor haar depressieve klachten. Door klaagster niet adequaat te informeren heeft appellant haar gedurende een lange behandelperiode (mei 2003 tot april 2008) - ten onrechte - in de waan gelaten dat zij onder behandeling was voor depressieve klachten. Dat mededeling van de diagnose ernstig nadeel voor klaagster zou hebben opgeleverd, is het Centraal Tuchtcollege niet gebleken. Het enkele feit dat deze diagnose wellicht een stigmatiserend effect op klaagster zou kunnen hebben gehad, zoals door appellant is aangevoerd, is in ieder geval onvoldoende om haar de diagnose te onthouden. 4.8 Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat appellant uitgaande van de gestelde diagnose Borderline-problematiek onprofessioneel heeft gehandeld door een onjuist behandelbeleid te voeren en verkeerde behandelmethoden toe te passen. Zo heeft klaagster onweersproken gesteld dat haar behandeling zeker tegen het einde van de behandelrelatie bestond uit één consult per drie maanden (vier consulten per jaar), een te lage frequentie van sessies voor een adequate behandeling van

13 13 C Borderline-problematiek. Voorts zijn de door appellant toegepaste behandelmethoden contrageïndiceerd bij Borderline-patiënten en in dat verband op zijn minst risicovol te noemen. De confrontaties die appellant naar eigen zeggen bij klaagster bewust als interventies in het kader van psychodynamische therapie heeft ingezet en die bedoeld waren om klaagster uit de tent te lokken, zoals bij het afgaan van klaagsters telefoon (consult november 2007) en bij de aan klaagster gestelde vraag Wat is jouw Droom (consult april 2008), zijn naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege geen adequate interventies in de behandeling van klaagster, nog daargelaten of appellant zich daarbij -zoals klaagster gemotiveerd heeft gesteld- bedreigend en intimiderend jegens haar heeft uitgelaten. Gelet op de aard van de problematiek dient te worden volstaan met licht confronterende interventies. 4.9 Het voorgaande heeft in hoger beroep (opnieuw) de vraag doen rijzen of appellant bekwaam is om het vak van psychotherapeut uit te oefenen Hoewel appellant BIG-geregistreerd psychotherapeut is en kennelijk een opleiding tot psychotherapeut heeft afgerond (Postdoctorale opleiding RINO-instituut, 1999) en hij naar eigen zeggen nadien (in het buitenland) nog aanvullend op dit gebied is opgeleid, is het Centraal Tuchtcollege ter zitting in hoger beroep gebleken dat het appellant ontbreekt aan kennis van zelfs de meest elementaire begrippen van de psychotherapie en meer in het bijzonder de klassieke kenmerken van Borderlineproblematiek en van bindings-, en hechtingsproblematiek. Appellant verwart diverse behandelmethoden, spreekt van schemagerichte therapie van Freud in plaats van Young en hanteert classificaties/termen die binnen de psychodynamische en structurele psychodiagnostiek onbekend zijn (lower-, middle- en upper class gevallen van Borderline-problematiek). Voorts is voor het Centraal Tuchtcollege komen vast te staan dat appellant voor de diagnostiek gebruik heeft gemaakt van technieken die afkomstig zijn uit de psychodynamische diagnostiek volgens de methode Snellen/Eurlings, terwijl appellant ter zitting heeft erkend dat hij de daarvoor benodigde opleiding niet heeft afgerond. Het Centraal Tuchtcollege acht appellant dan ook in algemene zin onbekwaam om als psychotherapeut op te treden Alles samengenomen geeft het bovenstaande het Centraal Tuchtcollege een beeld van een willekeurig tot stand gekomen diagnose en behandelbeleid, waarvan appellant zowel klaagster als de verwijzende huisarts in het ongewisse heeft gelaten

14 14 C en waarbij appellant klaagster heeft blootgesteld aan voor die diagnose verkeerde behandelmethoden, die hij onbekwaam en onjuist heeft toegepast, resulterend in een volstrekt onoverzichtelijk behandeltraject met alle psychische gevolgen voor klaagster van dien Door aldus te handelen heeft appellant in strijd gehandeld met de beroepscode voor de psychotherapie en de wettelijke bepalingen voor de geneeskundige behandelovereenkomst en is hij tekortgeschoten in de zorg jegens klaagster. Dit dient appellant tuchtrechtelijk te worden aangerekend Gedurende de behandeling ter zitting heeft het Centraal Tuchtcollege appellant herhaaldelijk in de gelegenheid gesteld de therapeutische achtergrond van zijn handelingen toe te lichten. Appellant heeft zich in reactie hierop ter zitting bij herhaling uitgeput in verontschuldigingen voor zijn slechte dossiervoering, maar heeft voor zijn (tekortschietende) handelen als zodanig geen afdoende verklaring gegeven. Sterker nog, appellant heeft ter zitting geen enkele blijk gegeven zijn eigen handelen ter discussie te (kunnen of willen) stellen, noch heeft hij op andere wijze inzicht gegeven in zijn handelen als psychotherapeut. Appellant heeft ter zitting een beeld gegeven niet te willen en te kunnen voldoen aan de minimumeisen die in de beroepsgroep aan het handelen van een psychotherapeut worden gesteld. Naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege is er bij appellant dan ook in de breedste zin sprake van verregaande onkunde voor de uitoefening van het vak als psychotherapeut Het Centraal Tuchtcollege acht de zware sanctie van doorhaling van de inschrijving van appellant als psychotherapeut in het BIG-register zoals door het Regionaal Tuchtcollege opgelegd, daarvoor passend en geboden. Bij de keuze van deze maatregel heeft het College naast de mate van tekortschieten jegens klaagster en de gevolgen van de maatregel voor appellant tevens in de overwegingen betrokken dat appellant er ter zitting duidelijk blijk van heeft gegeven als persoon niet geschikt te zijn voor de psychotherapeutische sector. Met deze maatregel beoogt het Centraal Tuchtcollege uit te sluiten dat de aangeklaagde ooit weer als psychotherapeut werkzaam zal zijn. Met een minder beperkende maatregel, zoals appellant voorstaat, kan niet worden volstaan. Het Centraal Tuchtcollege acht zich in de keuze voor de maatregel van doorhaling van de inschrijving nog eens gesteund door een eerdere beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te s-gravenhage van 28 augustus 2008

15 15 C waarbij aan appellant weliswaar in een andere hoedanigheid (gz-psycholoog), een berisping is opgelegd voor handelen, waaruit andermaal blijkt dat appellant niet hecht aan basisbeginselen van goed hulpverlenerschap Dit betekent dat het beroep van appellant moet worden verworpen Om redenen ontleend aan het algemeen belang zal het Centraal Tuchtcollege bepalen dat onderhavige beslissing op na te noemen wijze wordt bekend gemaakt. 5. Beslissing Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg: verwerpt het beroep; bepaalt dat deze beslissing op de voet van artikel 71 Wet BIG zal worden bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant, en zal worden aangeboden aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie, Medisch Contact en het Tijdschrift voor Psychotherapie, met het verzoek tot plaatsing. Deze beslissing is gegeven door: mr. A.H.A. Scholten, voorzitter, prof.mr. J.K.M. Gevers en mr. M. Zandbergen, leden-juristen en drs. E.D. Berkvens en drs. M.A.J. Hagenaars, ledenberoepsgenoten en mr. D. Brommer, secretaris, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 april Voorzitter w.g. Secretaris w.g.

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de klacht van: 1. A, in zijn hoedanigheid van hoofdinspecteur voor de geestelijke Gezondheidszorg

Nadere informatie

C, tandarts, werkzaam te B, bijgestaan door mr. L. Neuschäfer-Greebe, verbonden aan DAS Rechtsbijstand te Amsterdam,

C, tandarts, werkzaam te B, bijgestaan door mr. L. Neuschäfer-Greebe, verbonden aan DAS Rechtsbijstand te Amsterdam, 272/2012 ECLI:NL:TGZRZWO:2013:47 REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG Beslissing in de zaak onder nummer van: 272/2012 REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE Beslissing d.d. 1 november 2013 naar aanleiding

Nadere informatie

CENTRAAL TUCHTCOLLEGE

CENTRAAL TUCHTCOLLEGE C2010.295 CENTRAAL TUCHTCOLLEGE voor de Gezondheidszorg Beslissing in de zaak onder nummer C2010.295 van: , wonende te , appellant, klager in eerste aanleg, gemachtigde: R. Melchers,

Nadere informatie

Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle, oordelend inzake de op 19 december 2000 ingekomen klacht van

Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle, oordelend inzake de op 19 december 2000 ingekomen klacht van no.150/00 Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle, oordelend inzake de op 19 december 2000 ingekomen klacht van A., wonende te B., k l a a g s t e r, - tegen - C., psychotherapeut, wonende te D., v e r w

Nadere informatie

Beslissing d.d. 17 juli 2008 naar aanleiding van de op 17 september 2007 ingekomen klacht van

Beslissing d.d. 17 juli 2008 naar aanleiding van de op 17 september 2007 ingekomen klacht van REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE Beslissing d.d. 17 juli 2008 naar aanleiding van de op 17 september 2007 ingekomen klacht van A, wonende te B, k l a g e r -tegen- C, huisarts te D, gemachtigde: mr. L.

Nadere informatie

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 30 december 2008 binnengekomen klacht van: A wonende te B klager gemachtigden: C en

Nadere informatie

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 31 januari 2007 binnengekomen klacht van: A wonende te B klaagster tegen: C psychotherapeut

Nadere informatie

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE AMSTERDAM

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE AMSTERDAM REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE AMSTERDAM Het college heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 20 oktober 2006 binnengekomen klacht van: A, wonende te B, k l a g e r, tegen

Nadere informatie

2008/115 C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E voor de Gezondheidszorg Beslissing in de zaak onder nummer 2008/115 van: A., wonende te B.

2008/115 C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E voor de Gezondheidszorg Beslissing in de zaak onder nummer 2008/115 van: A., wonende te B. C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E voor de Gezondheidszorg Beslissing in de zaak onder nummer van: A., wonende te B., appellant, klager in eerste aanleg, tegen C., bedrijfsarts, werkzaam te D., verweerder

Nadere informatie

ACCOUNTANTSKAMER. BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van

ACCOUNTANTSKAMER. BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van ACCOUNTANTSKAMER BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van mr. X, wonende en kantoorhoudende te [plaats1], K L A G E R,

Nadere informatie

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Inzake de klacht van [Klaagster BV], gevestigd te [gemeente] aan de [adres], hierna te noemen klaagster,

Nadere informatie

2008/088 C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E voor de Gezondheidszorg Beslissing in de zaak onder nummer 2008/088 van: A., wonende te B.

2008/088 C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E voor de Gezondheidszorg Beslissing in de zaak onder nummer 2008/088 van: A., wonende te B. C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E voor de Gezondheidszorg Beslissing in de zaak onder nummer van: A., wonende te B., appellant, klager in eerste aanleg, tegen C., arts, werkzaam te D., verweerder

Nadere informatie

DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM.

DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM. CR 11/2362 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM. Tijdig beroep op ontbindende voorwaarde? Klager/koper deed op de dag dat het financieringsbeding

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Uitspraak Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Uitspraak Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 9698 10 april 2015 Uitspraak Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Nr. C2014.052 Beslissing in de zaak onder nummer

Nadere informatie

SAMENVATTING ADVIES. A, moeder van B, leerling VMBO klas 3kbad van het C te D, wonende te D, verzoeker, hierna te noemen klaagster

SAMENVATTING ADVIES. A, moeder van B, leerling VMBO klas 3kbad van het C te D, wonende te D, verzoeker, hierna te noemen klaagster 102472 SAMENVATTING Klacht tegen coördinator onderbouw met betrekking tot bejegening leerling VO Klaagster klaagt dat de coördinator onderbouw VMBO haar zoon zou hebben vernederd en emotioneel zou hebben

Nadere informatie

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE 006/2009 REGIONAAL TUCHTCOLLEGE Beslissing in de zaak onder nummer van: 006/2009 REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE Beslissing d.d. 23 december 2010 naar aanleiding van de op 21 januari 2009 ingekomen klacht

Nadere informatie

Uitspraak van het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen.

Uitspraak van het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen. Uitspraak van het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen. Het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen, hierna te noemen het College, heeft het volgende

Nadere informatie

Waardebepaling tegen de zin van een van de twee opdrachtgevers gemeld.

Waardebepaling tegen de zin van een van de twee opdrachtgevers gemeld. Waardebepaling tegen de zin van een van de twee opdrachtgevers gemeld. Klaagster en haar partner gaan uit elkaar. In dat kader moet de gezamenlijke woning worden verkocht. Als na geruime tijd geen verkoop

Nadere informatie

Klachtencommissie Huisartsenzorg Midden-Nederland Uitspraak

Klachtencommissie Huisartsenzorg Midden-Nederland Uitspraak Klachtencommissie Huisartsenzorg Midden-Nederland Uitspraak Kern: Klager vindt dat de huisarts zijn klachten niet serieus heeft genomen, hem verkeerde medicatie heeft voorgeschreven en heeft geweigerd

Nadere informatie

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE AMSTERDAM

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE AMSTERDAM REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE AMSTERDAM Het College heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 20 november 2006 binnengekomen klacht van: A, advocaat, wonende te B, k l a

Nadere informatie

heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van de heer drs. A. te X. en het hoger beroep van de heer B. te Y..

heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van de heer drs. A. te X. en het hoger beroep van de heer B. te Y.. No. CvB 2013/10 HET COLLEGE VAN BEROEP van het Nederlands Instituut van Psychologen heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van de heer drs. A. te X. en het hoger beroep

Nadere informatie

Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen.

Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Een makelaar is door de rechtbank als deskundige benoemd om te komen tot de verkoop

Nadere informatie

SAMENVATTING. 105795 - Klacht over informatieverstrekking, ontoereikend veiligheidsbeleid en niet adequate begeleiding; SO

SAMENVATTING. 105795 - Klacht over informatieverstrekking, ontoereikend veiligheidsbeleid en niet adequate begeleiding; SO SAMENVATTING 105795 - Klacht over informatieverstrekking, ontoereikend veiligheidsbeleid en niet adequate begeleiding; SO Een ouder klaagt erover dat de school haar onvoldoende heeft geïnformeerd over

Nadere informatie

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE AMSTERDAM

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE AMSTERDAM REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE AMSTERDAM Het College heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 20 november 2008 binnengekomen klacht van: A, wonende te B, k l a a g s t e

Nadere informatie

het College van bestuur van het C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever

het College van bestuur van het C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever Samenvatting 02073 Commissie voor geschillen Geschil omtrent inschaling van de functie. De werknemer treedt in tijdelijke dienst van de werkgever en ontvangt eerst een salarisstrook met vermelding van

Nadere informatie

15.022T Beslissing van het College van Toezicht van de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd, hierna te noemen: SKJ

15.022T Beslissing van het College van Toezicht van de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd, hierna te noemen: SKJ 15.022T Beslissing van het College van Toezicht van de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd, hierna te noemen: SKJ Het College van Toezicht, hierna te noemen: het College, heeft in de onderhavige zaak beraadslaagd

Nadere informatie

Uitspraak: 7 april 2015 HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN

Uitspraak: 7 april 2015 HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN Uitspraak: 7 april 2015 HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 12 november 2014 binnengekomen klacht van: [A] wonende te [B]

Nadere informatie

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE AMSTERDAM

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE AMSTERDAM REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE AMSTERDAM Het College heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 26 juni 2008 binnengekomen klacht van: A, wonende te B, k l a g e r, tegen

Nadere informatie

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 15 oktober 2008 binnengekomen klacht van: A wonende te B klaagster tegen: C verpleegkundige

Nadere informatie

CR 12/2424 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM.

CR 12/2424 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM. CR 12/2424 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM. Onderhandelingsperikelen. Onjuiste beeldvorming over positie veroorzaakt. Vertrouwen

Nadere informatie

105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; hbo

105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; hbo 105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; De werknemer is geschorst vanwege het opnemen van gesprekken met leidinggevenden en het delen van deze opnamen.

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER. Beslissing van 24 juli 2003 in de zaak onder rekestnummer 90/2003 GDW van:

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER. Beslissing van 24 juli 2003 in de zaak onder rekestnummer 90/2003 GDW van: GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER Beslissing van 24 juli 2003 in de zaak onder rekestnummer 90/2003 GDW van: destijds toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder te, thans gerechtsdeurwaarder

Nadere informatie

X wonende te Y, appellant, tegen het college van bestuur van de Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans verweerder,

X wonende te Y, appellant, tegen het college van bestuur van de Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans verweerder, Zaaknummer: 1995/155 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 21 december 1995 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans Trefwoorden: Auditor, inschrijving,

Nadere informatie

1. Procedure. 2. Feiten

1. Procedure. 2. Feiten Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 153 d.d. 23 augustus 2010 (mr. V. van den Brink, voorzitter, en de heren G.J.P. Okkema en prof. drs. A.D. Bac RA) 1. Procedure De Commissie

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden. LJN: AU3784, Raad van State, 200501342/1 Print uitspraak Datum uitspraak: 05-10-2005 Datum publicatie: 05-10-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

1.3. Klager heeft op 9 april 2003 een verweerschrift ingediend.

1.3. Klager heeft op 9 april 2003 een verweerschrift ingediend. GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER Beslissing van 9 oktober 2003 in de zaak onder rekestnummer 326/2003 GDW van: --------------------, gerechtsdeurwaarder te --------------------,

Nadere informatie

De heer S., aangesloten makelaar, verbonden aan [naam makelaarskantoor], [adres] beklaagde.

De heer S., aangesloten makelaar, verbonden aan [naam makelaarskantoor], [adres] beklaagde. Taxatie. Onjuiste Taxatiewaarde. Belangenbehartiging opdrachtgever. Ongepast optreden. Klager en zijn (ex-)echtgenote hebben beklaagde in het kader van hun echtscheiding gevraagd hun woning te taxeren.

Nadere informatie

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE AMSTERDAM

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE AMSTERDAM REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE AMSTERDAM Het college heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 9 oktober 2014 binnengekomen klacht van: A, wonende te B, k l a a g s t e r,

Nadere informatie

Raad voor Rechtsbijstand

Raad voor Rechtsbijstand Internet Www.rvr.org Postbus 24080 3502 MB Utrecht Crocsckan 35 3521 BJ Utrocht Centraal kantoor Utrecht Raad voor Rechtsbijstand TeL 068-7871000. Fax088-787 10 8 Doorkiesnr. : 088-7871020 Datum : 30 juli

Nadere informatie

UITSPRAAK relatie tussen zorggever en zorgvrager. inzake

UITSPRAAK relatie tussen zorggever en zorgvrager. inzake UITSPRAAK relatie tussen zorggever en zorgvrager inzake Mevrouw G.P. O., therapeute, oorspronkelijk beklaagde, ten deze domicilie gekozen hebbende ten kantore van haar gemachtigde Mr J.A. Hagen, verbonden

Nadere informatie

STAATSCOURANT. Nr. 12620. Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. 1. Verloop van de procedure. 2. Beslissing in eerste aanleg.

STAATSCOURANT. Nr. 12620. Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. 1. Verloop van de procedure. 2. Beslissing in eerste aanleg. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 12620 26 juni 2012 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Beslissing in de zaak onder nummer C2011.209 van: A.,

Nadere informatie

Taxatie. Onjuiste taxatiewaarde. Taxatie buiten aanwezigheid van de belanghebbende partij.

Taxatie. Onjuiste taxatiewaarde. Taxatie buiten aanwezigheid van de belanghebbende partij. Taxatie. Onjuiste taxatiewaarde. Taxatie buiten aanwezigheid van de belanghebbende partij. Klaagster heeft in verband met de verdeling van een gemeenschap van goederen verschillende gerechtelijke procedures

Nadere informatie

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 21 juli 2006 binnengekomen klacht van: A beiden wonende te B klagers gemachtigde C

Nadere informatie

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 2 april 2008 binnengekomen klacht van: A wonende te B klaagster tegen: C bedrijfsarts

Nadere informatie

tegen De heer R. G., NVM makelaar, verbonden aan Makelaardij L B.V. te D, NVM-lid hierna te noemen: beklaagde

tegen De heer R. G., NVM makelaar, verbonden aan Makelaardij L B.V. te D, NVM-lid hierna te noemen: beklaagde Eigen belang: moeder van adviserende makelaar wordt koopster. Schijn van belengenverstrengeling. Een dame op gevorderde leeftijd (klaagster) met broze gezondheid vraagt een makelaar om advies over een

Nadere informatie

Meetinstructie. Geen informatie verstrekt over positie van medewerker van makelaarskantoor.

Meetinstructie. Geen informatie verstrekt over positie van medewerker van makelaarskantoor. Meetinstructie. Geen informatie verstrekt over positie van medewerker van makelaarskantoor. Klagers kopen een appartement dat volgens de verkoopbrochure een woonoppervlak heeft van 71 m². De opmeting van

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

Meetinstructie niet nageleefd. Gering verschil opgegeven en werkelijke woonoppervlak.

Meetinstructie niet nageleefd. Gering verschil opgegeven en werkelijke woonoppervlak. Meetinstructie niet nageleefd. Gering verschil opgegeven en werkelijke woonoppervlak. Koper beklaagt zich erover dat het door hem gekochte appartement niet 105 m² groot is maar 100 m². De verkopende makelaar

Nadere informatie

SAMENVATTING. 105871/105939 - Beroep (2) tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging schorsing; BVE

SAMENVATTING. 105871/105939 - Beroep (2) tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging schorsing; BVE SAMENVATTING 105871/105939 - Beroep (2) tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging schorsing; Gelet op de mogelijke onregelmatigheden in leerlingdossiers bestond er op zichzelf voldoende reden voor

Nadere informatie

11-521 RvT Zwolle. Taxatie als deskundige. Noodzaak van plaatselijke bekendheid.

11-521 RvT Zwolle. Taxatie als deskundige. Noodzaak van plaatselijke bekendheid. 11-521 RvT Zwolle DE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM. -------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

1.2 De Verzekeraar heeft op het beroepschrift gereageerd bij brief van 2 mei 2014.

1.2 De Verzekeraar heeft op het beroepschrift gereageerd bij brief van 2 mei 2014. Uitspraak Commissie van Beroep 2014-028 d.d. 23 september 2014 (mr. F.R. Salomons, voorzitter, mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, mr. F.P. Peijster en mr. J.B.B.M. Wuisman, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)

Nadere informatie

SAMENVATTING ADVIES. mevrouw A, wonende te O, moeder van B, leerling van H te P, hierna te noemen klaagster

SAMENVATTING ADVIES. mevrouw A, wonende te O, moeder van B, leerling van H te P, hierna te noemen klaagster 106042 - Klacht over begeleiding en over veiligheid op school; PO Landelijke SAMENVATTING Een ouder klaagt erover dat de school haar zoon niet de begeleiding geeft die hij nodig heeft en niet optreedt

Nadere informatie

Zaaknummer : 2014/150 : mrs. Olivier, Borman, Hoogvliet Datum uitspraak : 16 december 2014 : Appellante en Vrije Universiteit Amsterdam

Zaaknummer : 2014/150 : mrs. Olivier, Borman, Hoogvliet Datum uitspraak : 16 december 2014 : Appellante en Vrije Universiteit Amsterdam Zaaknummer : 2014/150 Rechter(s) : mrs. Olivier, Borman, Hoogvliet Datum uitspraak : 16 december 2014 Partijen : Appellante en Vrije Universiteit Amsterdam Trefwoorden : Bevoegdheid College Bekostiging

Nadere informatie

heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van verweerder.

heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van verweerder. HOF VAN DISCIPLINE No. 4516 ------------ HET HOF VAN DISCIPLINE heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van verweerder. Bij beslissing van 6 februari 2006 heeft de Raad

Nadere informatie

SAMENVATTING. inzake de klacht van: mevrouw A te D, moeder van B, oud-leerling van basisschool C te D, klaagster gemachtigde: mevrouw mr. E.

SAMENVATTING. inzake de klacht van: mevrouw A te D, moeder van B, oud-leerling van basisschool C te D, klaagster gemachtigde: mevrouw mr. E. SAMENVATTING 105585 - Klacht over informatieverstrekking en opvragen van informatie, een AMK-melding en het stopzetten van de ambulante begeleiding; PO Klaagster klaagt erover dat de school aan derden

Nadere informatie

een bij een Aangesloten Instelling geregistreerde mediator; de door een Aangesloten Instelling vastgestelde gedragsregels;

een bij een Aangesloten Instelling geregistreerde mediator; de door een Aangesloten Instelling vastgestelde gedragsregels; 10 november 2009 REGLEMENT STICHTING TUCHTRECHTSPRAAK MEDIATORS Artikel 1 Definities In dit reglement wordt verstaan onder: Stichting: Aangesloten Instelling: Mediator: Gedragsregels: Klachtenregeling:

Nadere informatie

BESLISSING. inzake KLACHT. de heer D., makelaar in onroerende. zaken te H, klager. tegen: L., makelaar in onroerende. beklaagde

BESLISSING. inzake KLACHT. de heer D., makelaar in onroerende. zaken te H, klager. tegen: L., makelaar in onroerende. beklaagde 12-46 RvT Arnhem Collegialiteit. Uitlatingen over collega. Klager trad op als makelaar-koper voor een gegadigde die interesse had in een woning die beklaagde in verkoop had. Klager verwijt beklaagde dat

Nadere informatie

Uitspraak in de zaak tussen:

Uitspraak in de zaak tussen: Zaaknummer: 1995/120 Rechter(s): mrs. Olivier, Nijenhof, Hingst Datum uitspraak: 15 december 1995 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Katholieke Universiteit Nijmegen Trefwoorden: Beoordelingsmaatstaf,

Nadere informatie

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam Beschikking van 9 juli 2002 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de gevoegde klachten met zaaknummers: 93.2002 [ ], wonende te

Nadere informatie

DE RAAD VAN TOEZICHT GRONINGEN VAN DE NEDERLANDSE VERENI- GING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM

DE RAAD VAN TOEZICHT GRONINGEN VAN DE NEDERLANDSE VERENI- GING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM 09-18 DE RAAD VAN TOEZICHT GRONINGEN VAN DE NEDERLANDSE VERENI- GING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM Beweerdelijk onjuiste vraagprijs en te geringe verkoopactiviteiten. Beëindiging opdracht door

Nadere informatie

SAMENVATTING AD V I E S

SAMENVATTING AD V I E S SAMENVATTING 104125 Klacht over uitblijven maatregel na ongewenst gedrag BVE Klaagster klaagt erover dat verweerder geen maatregelen heeft genomen om haar klasgenoot van de opleiding te verwijderen c.q.

Nadere informatie

10-02 DE RAAD VAN TOEZICHT GRONINGEN VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM

10-02 DE RAAD VAN TOEZICHT GRONINGEN VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM 10-02 DE RAAD VAN TOEZICHT GRONINGEN VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM Risicodragende projectontwikkeling via echtgenote. Verantwoordelijkheid als leidinggevende. De

Nadere informatie

Te hoge huurprijs vastgesteld? Summiere onderbouwing taxatierapport. Gebrek aan communicatie.

Te hoge huurprijs vastgesteld? Summiere onderbouwing taxatierapport. Gebrek aan communicatie. Te hoge huurprijs vastgesteld? Summiere onderbouwing taxatierapport. Gebrek aan communicatie. De huurster van een horecagelegenheid heeft een geschil met de verhuurder over de huursom. In dat kader wordt

Nadere informatie

2006/108 C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E voor de Gezondheidszorg Beslissing in de zaak onder nummer 2006/108 van: 1. A., 2. B.

2006/108 C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E voor de Gezondheidszorg Beslissing in de zaak onder nummer 2006/108 van: 1. A., 2. B. C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E voor de Gezondheidszorg Beslissing in de zaak onder nummer van: 1. A., 2. B., beiden wonende te C., appellanten, klagers in eerste aanleg, gemachtigden: D. en E.,

Nadere informatie

het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder.

het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder. Zaaknummer : 2013/068 Rechter(s) : mrs. Nijenhof, Olivier, Borman Datum uitspraak : 6 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool Utrecht Trefwoorden : Beleidsvrijheid, in stand laten rechtsgevolgen,

Nadere informatie

SAMENVATTING. 104771 - Klacht over medewerking aan AMK-onderzoek; PO

SAMENVATTING. 104771 - Klacht over medewerking aan AMK-onderzoek; PO SAMENVATTING 104771 - Klacht over medewerking aan AMK-onderzoek; PO Een vader klaagt dat de IB'er zonder indicatie en overleg onjuiste informatie heeft verschaft aan het AMK en aan de logopedist en de

Nadere informatie

Zaaknummer : 2014/145

Zaaknummer : 2014/145 Zaaknummer : 2014/145 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 10 december 2014 Partijen : Appellant en CBE Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : (schriftelijk) advies studentendecaan, bindend negatief

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Uitspraak Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Uitspraak Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 27341 1 september 2015 Uitspraak Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Nr. C2014.416 Beslissing in de zaak onder

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 232 d.d. 26 september 2011 (mr J. Wortel, voorzitter, prof. drs. A.D. Bac RA en G.J.P. Okkema leden) Samenvatting Daar er sprake is van een

Nadere informatie

het college van beroep voor de examens van Fontys Hogescholen (hierna: CBE), verweerder.

het college van beroep voor de examens van Fontys Hogescholen (hierna: CBE), verweerder. Zaaknummer : 2013/041 Rechter(s) : mrs. Olivier, Troostwijk, Scholten-Hinloopen Datum uitspraak : 12 juni 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Fontys Hogescholen Trefwoorden : Beoordeling, bindend negatief

Nadere informatie

Uitspraaknr. 03.027. Landelijke Klachtencommissie voor het openbaar en het algemeen toegankelijk onderwijs. De klacht. Visie van partijen

Uitspraaknr. 03.027. Landelijke Klachtencommissie voor het openbaar en het algemeen toegankelijk onderwijs. De klacht. Visie van partijen Landelijke Klachtencommissie voor het openbaar en het algemeen toegankelijk onderwijs (mr. J.P.L.C. Dijkgraaf, mr. N. Gunes, J. Toes) Uitspraaknr. 03.027 Datum: 23 juni 2003 Onvoldoende structurele zorg

Nadere informatie

LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB

LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB Datum uitspraak: 20-01-2009 Datum publicatie: 04-02-2009 Rechtsgebied: Bijstandszaken Soort procedure:

Nadere informatie

de besloten vennootschap Van de Burgwal Financieel Adviesbureau B.V., gevestigd te Amersfoort, hierna te noemen Aangeslotene.

de besloten vennootschap Van de Burgwal Financieel Adviesbureau B.V., gevestigd te Amersfoort, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-252 d.d. 30 juni 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mevrouw M.M.C. Oyen, secretaris) Samenvatting De Commissie stelt vast dat de verzekering

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2006.0815 (017.06) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

COLLEGE VAN MEDISCH TOEZICHT

COLLEGE VAN MEDISCH TOEZICHT no.003/2014 CMT COLLEGE VAN MEDISCH TOEZICHT Beslissing d.d. 22 mei 2015 naar aanleiding van de op 4 augustus 2014 bij het College van Medisch Toezicht ingekomen voordracht van P.J. ZWIETERING en I. DE

Nadere informatie

Zaaknummer : 2013/129

Zaaknummer : 2013/129 Zaaknummer : 2013/129 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 13 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : Bindend negatief studieadvies, finale geschillenbeslechting,

Nadere informatie

Beweerdelijk te lage taxatie. Verschil van 10 % tussen verschillende taxatie niet onaanvaardbaar.

Beweerdelijk te lage taxatie. Verschil van 10 % tussen verschillende taxatie niet onaanvaardbaar. Beweerdelijk te lage taxatie. Verschil van 10 % tussen verschillende taxatie niet onaanvaardbaar. In het kader van het uit elkaar gaan van klager en zijn partner moet de gemeenschappelijke woning getaxeerd

Nadere informatie

Uitspraak van het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen.

Uitspraak van het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen. Uitspraak van het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen. Het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen, hierna te noemen het College, heeft het volgende

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstatc 201107210/1/V1. Datum uitspraak: 21 juni 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 201103712/1/V1. Datum uitspraak: 18 oktober 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep

Nadere informatie

Tuchtrecht. Astrid Koeter Liesbeth Rozemeijer Klaartje Droste Karin Timm

Tuchtrecht. Astrid Koeter Liesbeth Rozemeijer Klaartje Droste Karin Timm Tuchtrecht Astrid Koeter Liesbeth Rozemeijer Klaartje Droste Karin Timm Overzicht Soort klachten Vooronderzoek, schriftelijk en mondeling Zitting Raadkamer Beslissing Hoger beroep Soort klachten Geen of

Nadere informatie

Rapport. Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347

Rapport. Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347 Rapport Datum: 10 oktober 2006 Rapportnummer: 2006/347 2 Klacht Verzoekster klaagt over de wijze waarop notaris X te Q bij gelegenheid van de afwikkeling van haar echtscheiding heeft gehandeld met een

Nadere informatie

Taxatie. Te hoge waardering. Reden van taxatie en hoogte van waardering. De Raad van Toezicht Zwolle geeft de volgende uitspraak in de zaak van:

Taxatie. Te hoge waardering. Reden van taxatie en hoogte van waardering. De Raad van Toezicht Zwolle geeft de volgende uitspraak in de zaak van: 10-514 RvT Zwolle DE RAAD VAN TOEZICHT ZWOLLE VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM. -------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 27 november 2007 binnengekomen klacht van: A wonende te B klaagster tegen: C huisarts

Nadere informatie

106593 - Docente terecht op staande voet ontslagen omdat zij stagebezoeken heeft gefingeerd en hiervoor reiskostendeclaraties heeft ingediend.

106593 - Docente terecht op staande voet ontslagen omdat zij stagebezoeken heeft gefingeerd en hiervoor reiskostendeclaraties heeft ingediend. 106593 - Docente terecht op staande voet ontslagen omdat zij stagebezoeken heeft gefingeerd en hiervoor reiskostendeclaraties heeft ingediend. in het geding tussen: UITSPRAAK mevrouw A, wonende te B, appellante,

Nadere informatie

Raad van Toezicht Nederlandse Vereniging van Gecertificeerde Incasso-ondernemingen Postbus 279 1400 AG BUSSUM T: 035-6994210 F: 035-6945045

Raad van Toezicht Nederlandse Vereniging van Gecertificeerde Incasso-ondernemingen Postbus 279 1400 AG BUSSUM T: 035-6994210 F: 035-6945045 Raad van Toezicht Nederlandse Vereniging van Gecertificeerde Incasso-ondernemingen Postbus 279 1400 AG BUSSUM T: 035-6994210 F: 035-6945045 Uitspraak van de Raad van Toezicht van de Nederlandse Vereniging

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2011-346 d.d. 2 december 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr.drs. D.J. Olthoff, secretaris)

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 114.01 ingediend door: hierna te noemen 'klaagster', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

De Raad van Toezicht Zwolle geeft de volgende uitspraak in de zaak van: W. makelaar, aangesloten bij de NVM, kantoorhoudende te R.

De Raad van Toezicht Zwolle geeft de volgende uitspraak in de zaak van: W. makelaar, aangesloten bij de NVM, kantoorhoudende te R. 10-513 RvT Zwolle DE RAAD VAN TOEZICHT ZWOLLE VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM. -------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2011-359 d.d. 28 december 2011 (mevrouw mr. E.M. Dil-Stork, voorzitter, mevrouw mr. P.M. Arnoldus-Smit en mr. J.W.H. Offerhaus, leden, en mr.

Nadere informatie

Klachtencommissie Huisartsenzorg Uitspraak. Kern: Eenzijdig opzeggen van de behandelingsovereenkomst door de huisarts

Klachtencommissie Huisartsenzorg Uitspraak. Kern: Eenzijdig opzeggen van de behandelingsovereenkomst door de huisarts Klachtencommissie Huisartsenzorg Uitspraak Kern: Eenzijdig opzeggen van de behandelingsovereenkomst door de huisarts In de onderstaande kwestie zegt de huisarts, uitgaande van een geschonden vertrouwensband,

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER Beslissing van 20 november 2003 in de zaak onder rekestnummer 330/2003 GDW van: X gerechtsdeurwaarder te APPELLANT, t e g e n Y Bewindvoerder,

Nadere informatie

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam Beslissing als bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet in de zaak met nummer 135.2003 van: [ ], wonende te [ klaagster, ], Duitsland, tegen: [

Nadere informatie

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene.

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-382 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

De Raad van Toezicht Rotterdam geeft de volgende uitspraak in de zaak van:

De Raad van Toezicht Rotterdam geeft de volgende uitspraak in de zaak van: Taxatie. Onjuiste taxatiewaarde. Tussen klaagster en haar ex-echtgenoot is een gerechtelijke procedure over huwelijkse voorwaarden gevoerd. De ex-echtgenoot heeft daarbij een beroep gedaan op een in zijn

Nadere informatie

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is ECLI:NL:GHARL:2015:4336 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 16-06-2015 Datum publicatie 19-06-2015

Nadere informatie

ADVIES. de heer A en mevrouw B te K, ouders van C, leerling op school D te K, klagers

ADVIES. de heer A en mevrouw B te K, ouders van C, leerling op school D te K, klagers 105679 - Klacht over handelen in strijd met belangen leerling, onzorgvuldige klachtbehandeling, niet nakomen afspraken en onzorgvuldig voeren gesprek; PO SAMENVATTING Ouders klagen erover dat de directeur

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

10/47 Uitspraak van het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen.

10/47 Uitspraak van het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen. Uitspraak van het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen. Het College van Toezicht van het Nederlands Instituut van Psychologen, hierna te noemen het College, heeft het volgende

Nadere informatie