VERGADERING VAN WOENSDAG, 3 SEPTEMBER (Applaus)

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "VERGADERING VAN WOENSDAG, 3 SEPTEMBER 2003. (Applaus)"

Transcriptie

1 3-001 VERGADERING VAN WOENSDAG, 3 SEPTEMBER VOORZITTER: DE HEER PODESTÀ Ondervoorzitter (De vergadering wordt om 9.00 uur geopend) Betrekkingen EU/Cuba De Voorzitter. Aan de orde zijn de mondelinge vragen van de heer Brok, namens de Commissie buitenlandse zaken, mensenrechten, gemeenschappelijke veiligheid en defensiebeleid, aan de Raad (B5-0271/2003) en de Commissie (B5-0272/2003), over de betrekkingen tussen de Europese Unie en Cuba Brok (PPE-DE), rapporteur voor advies. (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, geachte voorzitter van de Raad, geachte commissaris, in mijn ogen gaat het hier om een belangrijke en tegelijkertijd delicate discussie. Een discussie over schendingen van de mensenrechten, een discussie over de beroerde economische en sociale omstandigheden in een land, en een discussie over de juiste strategie om bij te dragen aan een verbetering. Ik wil ook graag onderstrepen dat ik het bijzonder betreur dat de Cubaanse autoriteiten niet bereid waren om zich coöperatief op te stellen en dat de winnaar van de Sacharovprijs Cuba niet uit mocht om aan dit debat deel te nemen. Ik wil dit debat graag aangrijpen om Oswaldo Payá Sardiñas en zijn vrienden op het hart te drukken dat wij solidair met hen zijn en dat de democratische oppositie op Cuba kan rekenen op onze steun en solidariteit. Daarom wil ik ook graag van de Raad en de Commissie weten wat men wil ondernemen om schendingen van de mensenrechten te voorkomen, hoe de zeventig mensenrechtenactivisten die sinds 18 maart 2003 in de gevangenis zitten door ons worden gesteund en, meer in het algemeen, welke middelen voorhanden zijn om politieke dissidenten uit de gevangenissen te halen. Op Cuba heerst een van de laatste communistische regimes en het land heeft ook nog een verkeerd economisch systeem. Deze twee elementen tezamen vormen de eigenlijke oorzaak van de rampzalige situatie in dit land. Het valt te betwijfelen of de boycothouding zoals de Verenigde Staten die tegenover Cuba aanneemt strategisch wel zo handig is. Maar deze boycothouding is niet de oorzaak van de problemen. Naar mijn mening dienen we dat sterk te benadrukken. Want in de tijd dat er in Europa nog communistische regimes bestonden, kregen deze massale financiële steun vanuit het Westen. Ik noem als voorbeeld de miljardenkredieten aan de DDR, waardoor dit land in feite een lidstaat van de 1 Schriftelijke verklaringen: zie notulen. Europese Unie was. Dit leidde er echter niet toe dat er zich in de DDR een democratisch systeem ontwikkelde dat op een verantwoorde, beschaafde wijze tegemoetkwam aan de economische en sociale behoeften van de bevolking. Naar mijn mening moeten we ons terdege bewust zijn van deze context als we ons met Cuba bezighouden, en dienen wij goed te bedenken of we met de toetreding van Cuba tot de Overeenkomst van Cotonou op de juiste weg zitten. Als hierdoor de grenzen van Cuba worden geopend, er meer vrijheid van reizen komt en mensen - ook mensen uit de oppositie - zich vrij kunnen bewegen en vrijheid van meningsuiting krijgen, dan kan ook op Cuba een deugdelijk overgangsproces van start gaan. Maar dan moet er wel sprake zijn van een zekere vooruitgang. Daarom zouden wij erg graag van de Raad en de Commissie vernemen hoe een dergelijke transformatiestrategie in gang kan worden gezet om uiteindelijk toch nog een van de laatste communistische dictaturen ten val te brengen. Dat zou een verheugende ontwikkeling zijn voor de mensen in dit geschonden land. Daarom, mijnheer de commissaris en mijnheer de voorzitter van de Raad, ben ik bijzonder benieuwd wat u ons over dit onderwerp heeft mede te delen! (Applaus) Frattini, Raad. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik dank de heer Brok voor zijn mondelinge vraag. Het voorzitterschap van de Raad heeft de afgelopen maanden herhaaldelijk openbare verklaringen afgelegd en sedert maart 2003 krachtige stappen ondernomen bij de Cubaanse regering, toen de situatie met betrekking tot de uitoefening van de vrijheden en de rechten van de mens in Havana, die - en wij kunnen wat dat betreft heel duidelijk zijn - toch al precair was, nog sterker achteruit ging. De Raad heeft bovendien op 21 juli jongstleden de doelstellingen van het beleid van de Europese Unie jegens Cuba bekrachtigd. Deze zijn: de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, stimulering van de overgang naar een pluralistische samenleving en een duurzame economische sanering opdat de levenskwaliteit van het Cubaanse volk wordt verbeterd. Het voorzitterschap wijst erop dat de Cubaanse regering sedert de laatste beoordelingen geen enkel positief initiatief heeft ondernomen in de richting van de doelstellingen van deze Europese actie en dat de situatie van de mensenrechten zelfs nog verder achteruit is gegaan. De Europese Unie verwacht dat de Cubaanse autoriteiten het de facto-moratorium op de doodstraf opnieuw toepassen. Wij vragen de Cubaanse autoriteiten nogmaals alle politieke gevangenen vrij te laten en er intussen voor te zorgen dat de gevangenen niet lijden of onmenselijk worden behandeld.

2 6 03/09/2003 De media - ook Cubaanse media - hebben de afgelopen maanden gewag gemaakt van een steeds grotere beperking van de toegang tot internet en van inbeslagneming van satelliettelevisiezenders, buitenlandse kranten en radiozendinstallaties. De bewegingsvrijheid is sterk aan banden gelegd, zowel op intern als op internationaal vlak. Het voorzitterschap betreurt dat er zelfs geen sprake is van de intentie om de richting uit te gaan van een herstel van de economische en burgerlijke vrijheden. Het lijdt geen twijfel dat het dagelijks leven van de Cubaanse burgers daardoor wordt bemoeilijkt. Nogmaals, wij dringen er bij de Cubaanse regering krachtig op aan dat zij een signaal afgeeft met betrekking tot economische openstelling en de ontwikkeling van een particuliere economische sector in Cuba In het licht van dit alles hoopt het voorzitterschap, ik zeg het nogmaals, dat Cuba zijn houding wijzigt. Het gemeenschappelijk standpunt van de afgelopen maanden blijft geldig: het beleid van de Unie jegens Cuba moet gegrondvest zijn op continue, constructieve inspanningen. Om de tenuitvoerlegging van de in dit gemeenschappelijk Europees standpunt vermelde doelstellingen efficiënter te maken, moet volgens de Raad een politieke dialoog worden gevoerd, een intensieve kritische dialoog, opdat tastbare resultaten kunnen worden bereikt, vooral op politiek gebied, dat wil zeggen ten behoeve van de politieke vrijheden en de economische en burgerrechten. De Raad zou bijgevolg bereid zijn - en ik gebruik bewust de voorwaardelijke wijs - om een versterking van de ontwikkelingssamenwerking van de Europese Unie met Cuba aan te moedigen in de sectoren die kunnen bijdragen aan de overgang naar een pluralistische democratie en aan de eerbiediging van de mensenrechten, evenals in de sectoren die kunnen zorgen voor een verbetering van de levenskwaliteit van de Cubaans bevolking en dus voor een duurzame economische groei. De desbetreffende financiële middelen mogen volgens het voorzitterschap alleen worden toegekend als daarmee een reëel en onmiddellijk voordeel voor de Cubaanse bevolking wordt verzekerd of als daarmee een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan het in gang zetten van een economische hervormingsproces op Cuba. Het is dus duidelijk - en daarmee geef ik tot slot antwoord op enkele vragen van de heer Brok - dat de door Cuba genomen maatregelen, die voor Europa een schending betekenen van de fundamentele burger- en politieke rechten, van invloed zijn op de betrekkingen van de Unie met dit land. De Commissie heeft reeds duidelijk gemaakt dat zij heeft besloten haar beoordeling uit te stellen. Deze beoordeling is noodzakelijk om de aanvraag van Cuba inzake toetreding tot de Overeenkomst van Cotonou te kunnen behandelen. Het heeft niemand verbaasd dat Cuba op 17 mei jongstleden voor de tweede keer besloot zijn aanvraag in te trekken. Het is echter niet aan de Raad commentaar te leveren op dat besluit. Ik vermeld alleen dat wij er niet verbaasd over waren. De met het initiatief van 5 juni jongstleden openbaar gemaakte maatregelen en de conclusies van de Raad van juni en juli jongstleden hadden tot doel duidelijk te maken dat de Europese Unie steun geeft aan een vreedzame en democratische Cubaanse oppositie, en de Cubaanse autoriteiten erop te wijzen dat er van normale handelsbetrekkingen geen sprake kan zijn zolang de regering geen concreet gebaar maakt. Nogmaals, wij zijn bezorgd over de politieke vrijheden en de weigering ondanks zeer timide tekenen van openstelling - om meer particulier initiatief toe te laten in de economische sector. De delegatiehoofden van de Unie blijven in Havana de situatie van de politieke gevangenen en de detentieomstandigheden op de voet volgen. De politieke dialoog met Cuba, die in 2001 werd hervat, moet zeer zeker worden voortgezet, maar wel onder de voorwaarden en met de beperkingen die ik zojuist genoemd heb. De politieke dialoog heeft natuurlijk ook betrekking op de situatie van de mensenrechten. Wij betreuren dat de Cubaanse autoriteiten ook recentelijk nog in openbare verklaringen de politieke dialoog van de hand hebben gewezen en hebben besloten financiële steun van de kant van de Europese landen en de Commissie af te wijzen. Tijdens dit semester zal het voorzitterschap nagaan hoe de efficiëntie van de politieke dialoog kan worden versterkt opdat dit een eerlijke, constructieve en natuurlijk ook - daar waar nodig - kritische dialoog zal zijn. (Applaus) Nielson, Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de situatie in Cuba ontwikkelt zich sterk ten negatieve na de arrestaties van dissidenten in maart van dit jaar en de executie begin april 2003 van drie mensen die beschuldigd werden van het kapen van een veerboot. Ik wil proberen zo openhartig mogelijk antwoord te geven op de zeven vragen die de heer Brok heeft opgeworpen. De Commissie heeft goed zicht op de groei van de binnenlandse oppositie. Tijdens mijn bezoek aan Havana in maart van dit jaar heb ik een aantal van de bekendste Cubaanse dissidenten ontmoet. De recente beslissing van de Europese Unie om dissidenten uit te nodigen tijdens nationale feestdagen, zoals de Commissie reeds deed op 9 mei 2003, betekent de erkenning van de rol van de binnenlandse oppositie. Daar moet ik tevens aan toevoegen dat er in Havana op initiatief van verschillende lidstaten op regelmatige basis ontmoetingen plaatsvinden met Cubaanse oppositiegroepen. De lidstaten en de Commissie hebben in Havana een werkgroep mensenrechten, de Human Rights Working

3 03/09/ Group, ingesteld die zich buigt over mensenrechtenkwesties in Cuba, onder andere over de zaak van de politieke gevangenen. De Commissie wordt regelmatig op de hoogte gehouden van de omstandigheden in de gevangenissen, niet alleen door deze werkgroep maar ook via bilaterale contacten met familieleden van de gevangenen en met plaatselijke mensenrechtengroeperingen. De Europese Unie heeft regelmatig opgeroepen tot onmiddellijke vrijlating van alle politieke gevangenen en heeft een beroep gedaan op de Cubaanse autoriteiten ervoor te zorgen dat de gevangenen in de tussentijd niet te veel lijden en niet worden blootgesteld aan onmenselijke behandelingen. De Unie heeft direct, resoluut en steeds opnieuw gereageerd op de onderdrukking in Cuba. In juli van dit jaar is het gemeenschappelijk standpunt inzake Cuba herzien, zes maanden eerder dan gepland. Uit deze herziening is naar voren gekomen dat het beleid van de EU ten aanzien van Cuba gebaseerd blijft op constructieve betrokkenheid. De EU wil de dialoog met Havana voortzetten, om politieke en economische hervormingen en aanpassing van burgerrechten te bevorderen. Daarnaast is zij bereid om waar mogelijk via niet-gouvernementele organisaties steun te verlenen om het democratiseringsproces te bespoedigen en de levensstandaard van gewone Cubanen te verbeteren. Mijns inziens is ons gemeenschappelijk standpunt het beste beleidsinstrument voor Cuba waarover we momenteel beschikken. Het is een coherent beleidsdocument en het moet daarom in zijn huidige vorm behouden blijven. Het dient als basis voor de noodzakelijke intensivering van de politieke dialoog met de regering en de oppositie en de bevordering van de mensenrechten, een pluralistische democratie en een open economie. De Commissie betreurt de beslissing van de Cubaanse regering om haar aanvraag voor toetreding tot de Cotonou-Overeenkomst in te trekken. Cuba is daarmee het enige Caribische ontwikkelingsland en eigenlijk het enige ontwikkelingsland ter wereld waarmee de Commissie nog geen samenwerkingsovereenkomst heeft kunnen sluiten. Toetreding tot de Cotonou- Overeenkomst zou de juiste randvoorwaarden hebben geschapen voor het aangaan van een gestructureerde dialoog met de Cubaanse autoriteiten en het verbeteren van de hulpverlening aan Cuba. De Commissie is positief over de werkzaamheden van onze nieuwe delegatie in Havana. Onze aanwezigheid in Cuba is momenteel belangrijker dan ooit tevoren. De hoofdtaken van de delegatie omvatten niet alleen de ondersteuning bij de uitvoering van hulpprogramma s en -projecten, maar ook de bevordering van een politieke dialoog met de Cubaanse autoriteiten en maatschappelijke organisaties, het volgen van mensenrechtenkwesties en de bescherming van de belangen van de lidstaten ten aanzien van handel en investeringen. Als gevolg van de recente gebeurtenissen zal de delegatie van de Commissie in Havana zich in de toekomst sterker moeten richten op het volgen van de mensenrechtensituatie in Cuba, op de bevordering van een politieke dialoog en op de bescherming van de handelsbelangen van de EU-lidstaten. Dit is weliswaar een zware verantwoordelijkheid die de nodige problemen met zich meebrengt, maar het is essentieel om de politieke en economische hervormingen in Cuba te stimuleren. In de laatste herziening van het gemeenschappelijk standpunt wordt de ontwikkelingshulp van de EU versterkt op terreinen die voor Cuba een stimulans zijn voor de overgang naar een pluralistische democratie en het respecteren van de mensenrechten, en op terreinen die de levensstandaard van de bevolking van Cuba verbeteren en zorgen voor duurzame economische groei. In het gemeenschappelijk standpunt is vastgelegd dat financiële steun alleen via officiële instanties doorgesluisd mag worden wanneer de steun rechtstreeks ten goede komt aan de bevolking of wanneer er een zinvolle bijdrage mee wordt geleverd aan economische hervormingen of een vrijere Cubaanse economie. De projecten van de Commissie hebben in een dergelijke context plaatsgevonden. Zoals uit een recente verklaring van Havana kan worden opgemaakt, zal de Cubaanse regering in de toekomst waarschijnlijk alleen nog hulp van de Commissie en de EU-lidstaten accepteren wanneer deze via VNinstellingen, niet-gouvernementele organisaties, stichtingen, solidariteitsorganisaties, autonome regio s en plaatselijke bestuurslichamen wordt doorgegeven. De Cubaanse regering zal, zoals het nu lijkt, weigeren om rechtstreeks met lidstaten en de Commissie te onderhandelen over ontwikkelingshulp en daarmee samenhangende onderwerpen, programma s en projecten. De regering zal dan alleen bereid zijn om hierover met niet-gouvernementele organisaties te onderhandelen. Aangezien de Commissie in het verleden echter hoofdzakelijk met niet-gouvernementele organisaties en onafhankelijke technische ondersteuningsteams heeft gewerkt, en met goed resultaat, is er geen reden aan te nemen dat dit in de toekomst anders zal worden. Er dient alleen voor gezorgd te worden dat de activiteiten van de Gemeenschap zichtbaar blijven en dat hierop ook door de betreffende EU-organen kan worden toegezien. Ten slotte is mij medegedeeld dat in het kader van het Europees initiatief voor democratie en mensenrechten momenteel geen projecten in Cuba worden ondersteund Galeote Quecedo (PPE-DE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het eens met commissaris Nielson dat onze betrekkingen met Cuba enkel zijn verslechterd sinds het Cubaanse regime afgelopen maart de repressie heeft opgevoerd met de arrestatie van onafhankelijke journalisten en mensenrechtenactivisten. Mijnheer de Voorzitter, de veroordelingen die volgden op juridische processen waarbij volgens alle analyses nagenoeg alle rechtsregels met voeten werden getreden, bevestigen de meest pessimistische voorspellingen. Maar bovendien

4 8 03/09/2003 zijn de omstandigheden waaronder de veroordeelden worden vastgehouden volgens de berichten duidelijk in strijd met de mensenrechten, mijnheer Nielson. Ik denk dat het op dit moment van groot belang is dat wij alle middelen die tot onze beschikking staan aanwenden om de veroordeelden en hun families bij te staan. Ik zou daarom graag aan commissaris Nielson willen vragen te verduidelijken wat de delegatie van de Commissie die onlangs is geopend in Havana wat dat aangaat precies doet. Laat het duidelijk zijn voor de Cubaanse regering dat de vrijlating van deze gedetineerden de noodzakelijke voorwaarde vormt voor een verbetering van onze betrekkingen. Bovendien moeten ook andere dissidenten die niet gevangen zitten, zoals Sacharovprijswinnaar Oswaldo Payá, op de nodige bescherming kunnen rekenen. De weigering van de Cubaanse autoriteiten om hem toestemming te verlenen om hier vandaag bij ons aanwezig te zijn zoals de voorzitter van de Commissie buitenlandse zaken had aangekondigd vind ik zeer verontrustend. En ik wil de voorzitter van het Europees Parlement dan ook vragen de Commissie buitenlandse zaken te steunen in dit streven. Gezien de huidige situatie is het - zoals minister Frattini ook al zei - duidelijk dat een verandering van het gemeenschappelijk standpunt dat werd vastgesteld in 1996 niet aan de orde is. Het is verder van groot belang dat wij voorkomen dat er ook maar iets gebeurt wat kan worden uitgelegd als een verschil van mening binnen de Europese Unie, en daarbij richt ik mij rechtstreeks tot de fungerend voorzitter van de Raad. Wij moeten daarentegen vasthouden aan de gezamenlijke lijn en ik juich het toe dat het Italiaans voorzitterschap zich daar ook voor inspant. Wij moeten ook de pogingen van de Cubaanse autoriteiten om verdeeldheid te zaaien binnen Europa afwijzen en maatregelen als de manifestatie van 14 juni of de sluiting van het Spaans Cultureel Centrum daarom niet zozeer opvatten als een daad van agressie jegens één lidstaat, maar jegens de Europese Unie als geheel. Mijnheer de Voorzitter, wij moeten ons alleen laten leiden door de wens om de levensomstandigheden en vrijheden van de Cubanen te verbeteren Obiols i Germà (PSE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, het standpunt van de Europese Unie ten aanzien van de huidige situatie in Cuba dient duidelijk te zijn. Daarbij moeten wij er rekening mee houden dat het Cubaanse volk momenteel gebukt gaat onder een dubbel embargo: een buitenlands economisch embargo dat al meer dan veertig jaar van kracht is en het gehele Cubaanse volk heeft getroffen en een politiek embargo van een regime ten aanzien van zijn burgers, een regime dat de grondrechten als de vrijheid van meningsuiting en vergadering en het recht op openlijke en democratische politieke strijd schendt. Europa dient deze embargo s, die elkaar wederzijds in stand houden en ervoor zorgen dat er geen opening naar een betere toekomst voor het Cubaanse volk kan worden gemaakt, krachtig te veroordelen. Gezien deze volledige patstelling blijft het onduidelijk hoe Cuba zich in de toekomst politiek zal ontwikkelen. De enige zekerheid die wij hebben is dat degene die praktisch alle macht in handen heeft 77 jaar is en dat de situatie in Cuba daarom wel moet veranderen. In de afgelopen jaren is de roep om democratische hervormingen binnen en buiten Cuba steeds sterker geworden en de wrede golf van repressie die enkele maanden geleden begon, en die absoluut afkeurenswaardig is, kent dan ook een politiek motief. Doel is om dit absoluut onafwendbare proces te stoppen of op zijn minst te vertragen. Onder deze omstandigheden moeten wij geen illusies koesteren over de mogelijkheden om wijzigingen aan te brengen in actuele politieke beslissingen door middel van pressie. Als veertig jaar embargo wat dat betreft niets heeft uitgehaald denk ik dat wij alle soortgelijke tactieken wel overboord kunnen gooien. Wij moeten het juist over een heel andere boeg gooien: met het oog op de onafwendbare veranderingen in Cuba moeten wij het Cubaanse volk steunen, het leed van de burgers verzachten en proberen een constructieve dialoog tot stand te brengen waarmee kan worden voorkomen dat de overgang met geweld gepaard gaat en tot een burgeroorlog leidt. Wij hopen juist op een vreedzame transitie die stoelt op de dialoog, eensgezindheid en de nationale onafhankelijkheid van Cuba. Dat moet mijns inziens de leidraad zijn van het Europese beleid ten opzichte van de huidige overgangscrisis in Cuba. En op basis hiervan blijven wij onvoorwaardelijk en krachtig vasthouden aan de eis dat de mensenrechten in Cuba worden nageleefd en dat de tientallen dissidenten, intellectuelen en journalisten die worden vastgehouden, worden vrijgelaten. Wij willen dat alle Cubanen die gevangen zitten op politieke gronden of vanwege hun mening op vrije voeten worden gesteld. Dat is de onvoorwaardelijke voorwaarde om de politiek van de constructieve dialoog en solidariteit met het Cubaanse volk van de Europese Unie voort te zetten Gasòliba i Böhm (ELDR). (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, geachte afgevaardigden, sinds onze evaluatie van de situatie op Cuba in december vorig jaar is de toestand op Cuba alleen maar verslechterd. Alle voorstellen tot samenwerking, die moeten leiden tot meer openheid en een democratische overgang, maar ook de economische hulp zijn op een muur van intolerantie en afwijzing gestuit. En tot overmaat van ramp heeft het antwoord van de Cubaanse regering zoals ook al eerder is gezegd vooral gevolgen

5 03/09/ gehad voor tientallen leden van de Cubaanse oppositie, onafhankelijke journalisten en mensenrechtenactivisten. Deze situatie vraagt om een categorisch antwoord van de EU-instellingen dat, zoals hier al eerder is gezegd, unaniem en zeer duidelijk moet zijn. Wij moeten ons blijven inzetten voor het democratische proces en ernaar blijven streven dat belangrijke mensenrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting, worden geëerbiedigd. Ik denk dat wij onze uiterste best moeten blijven doen om in eerste instantie aan te geven wat de positie van de Europese instellingen is, die duidelijk wordt verwoord in de gezamenlijke resolutie die naar ik hoop vandaag door het Europees Parlement wordt aangenomen. In de tweede plaats moeten wij via verschillende nietgouvernementele organisaties onze solidariteit tonen met en de helpende hand bieden aan de leden van de oppositie die ijveren voor een vrij en democratisch Cuba en de mensenrechtenactivisten. Daarbij gaat onze speciale aandacht natuurlijk uit naar de leider aan wie wij dit jaar de Sacharovprijs hebben toegekend, de heer Oswaldo Payá. Hiermee willen wij proberen het lijden van het Cubaanse volk zoveel mogelijk te verlichten, want vooral het Cubaanse volk is de dupe van de huidige situatie Marset Campos (GUE/NGL). (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, geachte commissaris Nielson, onze Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links is radicaal tegen de doodstraf en is dan ook net als de rest van de wereld tegen de doodstraf in Cuba. Onze fractie bekritiseert, net als de rest van de wereld, ook het gebrek aan vrijheden en rechten op Cuba. Maar ik wilde u graag iets vertellen over een reis die ik afgelopen december heb gemaakt naar Argentinië, Colombia en Cuba. In Argentinië heb ik in een ziekenhuis in Tucumán gezien dat kinderen honger leden en in Colombia heb ik doden gezien. Er vallen jaarlijks duizenden doden in Colombia ten gevolge van het optreden van de paramilitairen en de FARC, waar ook paramilitairen bij betrokken zijn, alsmede de rechterlijke macht en het leger. In Cuba daarentegen zag ik dat de kinderen geen honger leden integendeel, de kindersterfte in Cuba is een van de laagste ter wereld. Er is cultuur, de kinderen gaan naar school, er vallen niet jaren achtereen duizenden doden, zoals in Colombia. Het contrast is dan ook evident. Ik denk dat de Europese Unie een heel andere rol kan en moet spelen ten aanzien van Cuba. Een positieve rol die volledig tegengesteld is aan de rol van de Verenigde Staten. De belangrijkste factor die de gebeurtenissen in Cuba bepaalt is juist het gedrag van de VS: de blokkade die nu al meer dan veertig jaar van kracht is en de Helms-Burtonwetten - die zijn veroordeeld door de VN en de Europese Unie - vormen een zware aanslag op Cuba. Verder moeten wij de voortdurende belegering van Cuba niet vergeten en andere acties tegen dit land die ook zijn aangemoedigd door de Verenigde Staten en die hebben geleid tot meer dan 3500 Cubaanse slachtoffers en enorme economische verliezen. Daar gaat een enorme pressie en invloed achter schuil van de anti- Cubaanse maffia in Florida die natuurlijk hoe toevallig voor de overwinning van Bush heeft gezorgd, waarbij de marge verdacht klein was. Diezelfde Cubaanse maffia is ook een belangrijke motor achter het succes van Aznar in Spanje geweest, zowel in 1996 als in Volgens een tijdschrift in Miami betekende de overwinning van Aznar een overwinning voor de Cubaanse dissidenten in Florida. Dit alles geeft aan dat de algemene context er een is van voortdurend belagen door de Verenigde Staten. Colin Powell heeft zelf toegegeven dat er meer dan 22 miljoen dollar wordt uitgetrokken voor de dissidenten, om onlusten te veroorzaken, zelfs om een aanslag mogelijk te maken, wat na de gebeurtenissen in Irak niet ondenkbaar is. Ik denk daarom dat wij moeten toegeven dat het gemeenschappelijk Europese standpunt gefaald heeft. Dit beleid, dat door premier Aznar is opgelegd aan de Europese Unie, leidt nergens toe. Wij zouden ons juist moeten richten op een onvoorwaardelijke dialoog en op het bevorderen van culturele en economische overeenkomsten met Cuba. Want dat is ook de boodschap waar de rest van Latijns-Amerika en de rest van de wereld op wacht. Fidel Castro zei in januari 1999, bij de invoering van de euro, heel terecht dat de euro de grote hoop vormde voor de derde wereld, voor alle landen, om zich van het juk van de dollar te bevrijden. Ik denk dat de Europese Unie een positieve rol moet spelen en niet de negatieve rol van de Verenigde Staten Isler Béguin (Verts/ALE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, wij houden van het eerlijke en authentieke volk van Cuba en daarom doet het ons pijn dat het Castro-regime hardnekkig de mensenrechten schendt, vooral het recht op vrije meningsuiting. De Europese Unie, die de universaliteit en de ondeelbaarheid van de mensenrechten - burgerrechten, politieke, economische, sociale en culturele rechten - wil bevorderen, kan niet anders dan een veroordeling uitspreken over deze autoritaire houding van het Cubaanse regime jegens zijn bevolking, die geheel legitiem fundamentele waarden nastreeft. Zo gemakkelijk komt de Europese Unie er evenwel niet van af. De betrekkingen met Cuba kunnen als bijzonder worden aangemerkt. Cuba is namelijk het enige Latijns- Amerikaanse land dat geen bilaterale samenwerkingsovereenkomst met de Europese Unie heeft gesloten. Tegelijkertijd is de Unie via enkele van haar lidstaten de belangrijkste bron van handel en investeringen in Cuba. Na de val van het sovjetblok is de Unie wat dit betreft de belangrijkste partner van het eiland geworden en wij geloven dat de Unie hierdoor een uitgelezen kans heeft om haar morele en politieke invloed te doen gelden, zodat de democratie en de eerbiediging van de mensenrechten in Cuba worden bevorderd.

6 10 03/09/2003 De andere bijzonderheid houdt verband met de status van het eiland in de Paritaire Vergadering ACS-EU. Cuba is lid van de ACS-vergadering maar blijft een waarnemer in de Paritaire Commissie. Het is nog het enige land waarvan de Unie eist dat het aan bepaalde voorwaarden voldoet voordat het tot de Overeenkomst van Cotonou mag toetreden. Is het niet onze verantwoordelijkheid en die van de Unie om het beginsel van gelijke behandeling toe te passen? Dat geldt voor Cuba toch net zo goed als voor elk ander land? Wat dit aangaat moet de Unie een sleutelrol spelen. Met respect voor de soevereiniteit en waardigheid van het land kan zij werken aan een vreedzame overgang naar een democratie in Cuba. De Unie moet een beleid voeren waardoor Cuba gestimuleerd wordt stappen in de goede richting te zetten, zoals de ondertekening en toepassing van de VN-verdragen inzake burgerrechten en politieke rechten. De Cubaanse bevolking lijdt onder de vijandige relatie met de Verenigde Staten, die tot uiting komt in een embargo dat nu al 44 jaar duurt en in de wet Helms- Burton. Zij lijdt onder een autoritair regime en een economie waar niets van over is, en zij stelt haar hoop op de waarden van de Unie. De Unie moet zich van deze hoop bewust worden en het Castro-regime moet deze erkennen Ribeiro e Castro (UEN). (PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter, mijnheer de commissaris, beste collega s, ik wil het Parlement graag gelukwensen met het idee om dit onderwerp vandaag op de agenda te plaatsen. Het is hoog tijd dat we ons uitspreken over de voortdurend verslechterende toestand in Cuba, of het nu gaat om de mensenrechten of de humanitaire situatie. We hebben het nu niet alleen meer over de willekeurige aanhoudingen van een aantal maanden geleden en de absurd hoge straffen die toen zijn opgelegd. Het regime van Fidel Castro blijft de internationale gemeenschap uitdagen en de vervolgingen in dit land, dat velen van ons zo dierbaar is, gaan helaas gewoon door. Ik wil ook graag de verwarring wegnemen die bij sommigen met betrekking tot het Noord-Amerikaanse beleid bestaat. Het is beslist niet zo dat Europa, de Europese Unie of welke lidstaat dan ook, ten aanzien van Cuba ooit een beleid heeft gevoerd dat vergelijkbaar is met het door de Amerikanen gevoerde Cuba-beleid. Onze teleurstelling en verontwaardiging zijn daarom des te heviger. Cuba heeft onze goede trouw beschaamd en onze hoop op een positieve ontwikkeling weggenomen. Dat wij goede hoop hadden, blijkt uit het feit dat wij begin dit jaar geprobeerd hebben met een delegatie een opening te creëren. Bovendien heeft commissaris Nielson begin dit jaar een bezoek aan Cuba afgelegd. We moeten daarom een duidelijk, consistent en van fantasie getuigend antwoord formuleren. Zoals u bekend zal zijn verwacht ik veel van wat ik het Sacharovinitiatief noem zowel in symbolische als in politieke zin. Ik ben dan ook heel blij dat dit initiatief zoveel steun van dit Parlement heeft ontvangen en dat in de compromistekst voor onze resolutie vermeld wordt dat het Italiaans voorzitterschap, de Commissie en het Europees Parlement Oswaldo Payá uitnodigen om opnieuw naar Europa te komen. We nodigen hem uit om de voltallige vergadering te bezoeken en in alle Europese hoofdsteden op het hoogste niveau ontvangen te worden. Hij kan dan duidelijk maken wat de Cubanen moeten ondergaan en welke strijd ze moeten leveren voor de mensenrechten. Dat is de manier waarop we verder moeten. Zo geven we deze door Europa toegekende prijs werkelijk inhoud. Die prijs is pas een jaar geleden toegekend een we moeten daar consequenties aan verbinden, op een actieve, solidaire en gedreven wijze Coûteaux (EDD). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, zoals zojuist gezegd is Cuba het enige Latijns- Amerikaanse land waarmee de Europese Gemeenschap nog geen samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten. Dat is volgens mij een vergissing waaraan drie oorzaken ten grondslag liggen. Allereerst moeten we ophouden op basis van uiterst subjectieve criteria de staten uit te kiezen waarmee we willen samenwerken. Deze criteria houden verband met de beoordeling van de politieke en humanitaire situatie en maar al te vaak ook met de belangen en dictaten van de Amerikaanse politiek. Net als bij andere landen moeten we ons ook in het geval van Cuba aan objectieve criteria houden. Generaal de Gaulle formuleerde het heel eenvoudig en zijn visie vormt nog steeds een inspiratiebron voor het Franse beleid: we moeten staten en natiestaten erkennen, geen regeringen. Vervolgens moeten we beseffen dat Cuba een van de Latijns-Amerikaanse landen is die het dichtst bij Europa staan. De Europese Unie is zijn belangrijkste handelspartner en investeerder; de Cubaanse cultuur, literatuur en muziek behoren tot de favorieten van de Europese jeugd. Bovendien blijft president Castro, ondanks talrijke ups en downs waarvan we veel getuigenissen hebben en die we zeker niet zullen ontkennen, het toonbeeld van rebellie in de twintigste eeuw en de verdediger van de vrijheid van de volken bij uitstek. Daarom heeft dit eiland veel sympathisanten. Ten slotte zouden wij wat de mensenrechten betreft minder hoog van de toren moeten blazen nu we zien hoe de Verenigde Staten daarmee omgaan. De Duitse minister Fischer heeft tijdens een bezoek aan Washington afgelopen juni gezegd dat dit land de grootste bondgenoot van alle Europese staten is, zonder dat hij daarvoor overigens het mandaat had gekregen. Sinds anderhalf jaar schenden de VS echter in Guantanamo, een enclave op Cuba, bijna alle beginselen van het internationale recht. Om hun rekeningen te vereffenen, hanteren zij lichtelijk barbaarse methoden die dateren uit een andere tijd. Om al deze redenen vind

7 03/09/ ik dat wij onze houding ten opzichte van Cuba moeten herzien en ons vriendschappelijker moeten opstellen Bonino (NI). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, het debat van vandaag over de situatie in Cuba laat iets heel eenvoudigs zien: het is heel moeilijk de mensenrechten en de democratie te bevorderen als men te maken heeft met een totalitair regime. Wij hebben in al die jaren van alles en nog wat uitgeprobeerd, constructieve dialogen, economische samenwerking en humanitaire hulp, maar de reactie daarop is eenvoudigweg een verharding. De socialistische collega ging zelfs zover dat hij zei: Laten wij hopen dat Castro, die 77 is, sterft en dan, want eerlijk gezegd is Fidel Castro al een hele tijd een voortdurende bron van ergernis voor ons. Misschien kunnen wij over iets anders nadenken. Wij zouden kunnen nadenken over het feit dat wanneer de democratieën verdeeld raken over een dictator, wij geen stap verder komen. Misschien is het tijd dat wij gaan spreken over een wereldorganisatie van democratieën, mijnheer de voorzitter, mijnheer de commissaris, een organisatie die ons in staat stelt meer coherentie te brengen in onze houding en aanpak. Laten wij daar eens over nadenken, want al het andere hebben wij al uitgeprobeerd. Wat voor zin heeft het, mijnheer de commissaris, collega s, om een delegatie open te houden met een ambtenaar die mijns inziens niet meer is dan een gegijzelde van het regime en die zeer zeker geen promotor of verdediger is of hooguit een zuiver symbolische verdediger, niet in werkelijkheid - van de burger- en mensenrechten? Er is echte frustratie: een opbouwende dialoog met een dictator is kennelijk aan beperkingen onderworpen en daarom moeten wij ons afvragen wat wij moeten doen. Mijns inziens is de wereldorganisatie van democratieën een van de instrumenten die men met vastberadenheid, met heel veel vastberadenheid ten uitvoer moet leggen Salafranca Sánchez-Neyra (PPE-DE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, het is niet gemakkelijk om het Cubaanse probleem objectief en zakelijk te benaderen, vooral niet voor een Spanjaard, omdat alle Spanjaarden Cuba een warm hart toedragen. Helaas vormt Cuba een anomalie in de annalen van de buitenlandse betrekkingen van de Europese Unie, zoals hier al eerder is gezegd. In 1995 was het al niet meer mogelijk om het mandaat uit te voeren dat de Top aan de Commissie had gegeven om richtlijnen op te stellen die moesten leiden tot een bilateraal akkoord. En nu wordt de toetreding van Cuba tot de Overeenkomst van Cotonou wederom afgewezen. Terwijl de internationale ogen op de crisis in Irak waren gericht vond er een golf van repressie plaats op Cuba die zijn weerga niet kende en die driemaal heeft geleid tot de doodstraf en tal van aanhoudingen waarvan onafhankelijke journalisten, mensenrechtenactivisten en vreedzame dissidenten het slachtoffer zijn geworden. Velen van hen zijn lid van de Movimiento Cristiano para la Liberación, de christelijke bevrijdingsbeweging. Dit Parlement zal een zeer stevige resolutie aannemen waarin het zich onomwonden uitspreekt voor de strijd voor de mensenrechten en voor allen die in Cuba en daarbuiten strijden voor hun vrijheid en waardigheid. Ik vraag me af, mijnheer de commissaris, of het onder de huidige omstandigheden met een land dat geen binding wenst met de Europese Unie (het heeft immers voor de tweede maal toetreding tot de Overeenkomst van Cotonou afgewezen); met een land waarvan de leiders alle EU-hulp weigeren; met een land waarvan de leiders Europese regeringsleiders beledigen en in diskrediet brengen; met een land dat voortdurend blijft verhinderen dat de diplomatieke vertegenwoordiger van de Commissie zijn geloofsbrieven aanbiedt ik vraag me of het onder deze omstandigheden de moeite waard is om een kantoor open te houden in Havana. In de ontwerpresolutie waar morgen over wordt gestemd wordt de sluiting van het Centro Cultural Español in Havana veroordeeld. Die sluiting verbaast mij niet, mijnheer de Voorzitter, want cultuur betekent vrijheid; kennis maakt de mens immers vrij. Wat ik niet weet is of de Cubaanse autoriteiten weten dat het veel moeilijker is om de vrijheid in stand te houden dan het juk van de tirannie te dragen. Wie dat wel weten, mijnheer de Voorzitter, zijn voorbeeldige mensen als Oswaldo Payá, de winnaar van de Sacharovprijs van dit Parlement, die tevens genomineerd is voor de Prins van Asturias-prijs en voor de Nobelprijs voor de vrede. Zij voeren een moedige strijd voor hun rechten, en uiteindelijk voor hun vrijheid, als mensen en als burgers. Want zij weten dat vrijheid ten langen leste de mens niet gelukkiger maakt, maar simpelweg meer mens maakt, zoals een landgenoot van mij het een aantal jaar geleden stelde. (Applaus) Swoboda (PSE). (DE) Mijnheer de Voorzitter, gezien het voortdurende onrechtvaardige en rampzalige sanctiebeleid van de Amerikanen is het in mijn ogen juist in het belang van de Cubaanse bevolking om de betrekkingen met de Europese Unie te intensiveren. Anders dan collega Brok ben ik van mening dat het juist de Amerikaanse sancties waren die Castro in het communistische kamp hebben gedreven. Castro voerde zijn revolutie niet op bevel van Moskou, maar omdat de Cubaanse bevolking ontevreden was. Vandaar dat dit sanctiebeleid van de Amerikanen uiterst schadelijk is geweest, zowel in politiek als in economisch opzicht. Des te belangrijker is het nu om goede betrekkingen met de Europese Unie te ontwikkelen, maar helaas heeft Fidel Castro de tekenen des tijds niet waargenomen. Hij staat op het punt om de doelstellingen en successen van de revolutie, die er wel degelijk zijn, eigenhandig kapot te maken. Dat betreur ik bijzonder, want het resultaat zal

8 12 03/09/2003 zijn dat Cuba als een rijpe appel in handen van de Amerikanen en de Amerikaanse concerns valt. Als sociaal-democraten komen wij te allen tijde op voor de vrijheid, ook als het om Cuba gaat. Als sociaaldemocraten zijn wij tegen de doodstraf. Altijd en overal, ook als het om Cuba gaat. Wij zijn als sociaaldemocraten ook, net als hopelijk alle Europeanen in dit Parlement, tegen onderdrukking. En dat geldt vanzelfsprekend ook als het om Cuba gaat. Wij hebben echter hoog in het vaandel staan dat er een vreedzame overgang naar een democratie en een vrij gekozen economisch stelsel komt, iets wat noch door de interne machtsverhoudingen in Cuba, noch door de multinationals mag worden gedicteerd. De Cubanen moeten hun leiding, hun democratie, hun afgevaardigden en hun economisch systeem vrij kunnen kiezen. Castro heeft de EU geprovoceerd. Dat is door velen gezegd, en zij hebben volstrekt gelijk. Toch vind ik niet dat wij nu moeten reageren met het afbreken of bevriezen van onze betrekkingen. Mevrouw Bonino heeft het bij het verkeerde eind; het gaat niet om de dialoog met dictators. Dictator Castro zou blij zijn als de Europese Unie zich zou terugtrekken. Maar zouden de dissidenten ook blij zijn als zij geen steun meer ontvangen, bijvoorbeeld van het mensenrechtencomité waar commissaris Nielson het over had? Zou de Cubaanse bevolking blij zijn als de Europese Unie haar handen van Cuba aftrok? Ik denk dat het tegendeel het geval is, en daarom wil ik mijn onvoorwaardelijke steun betuigen aan het idee van commissaris Nielson: wij hebben een vertegenwoordiging op Cuba nodig! Ik ben het wel met u eens, mevrouw Bonino: ook ik zou graag een sterkere vertegenwoordiging zien dan slechts één representant van de Europese Unie op Cuba. De EU moet zichtbaar zijn op Cuba. Ook daar ben ik het helemaal mee eens. De aanwezigheid van de Unie op Cuba is van belang om Cuba in staat te stellen een overgang naar een democratisch systeem te verwezenlijken. Wat Cuba nodig heeft is democratie en vrijheid! Maaten (ELDR). Mijnheer de Voorzitter, eind maart werden in Cuba meer dan 75 dissidenten gearresteerd, waarna zij zonder proces tot straffen van twintig jaar en hoger werden veroordeeld. Daaronder ook een aantal liberalen die ik ook zelf nog op Cuba ontmoet heb, zoals Osvaldo Alfonso Valdés, de leider van de liberaaldemocratische partij van Cuba, en Adolfo Fernández Sainz, de internationaal secretaris van de Partij voor Solidariteit en Democratie. Dat gebeurde nog geen maand na de opening van het bureau van de Europese Commissie op Cuba. Het is niet alleen een schending van mensenrechten, maar ook een klap in het gezicht van de Europese Unie. Ik heb waardering voor de activiteiten die vervolgens zijn ondernomen door ons kantoor op Cuba. Wij moeten aan het regime in Cuba een duidelijk signaal geven dat we de situatie niet langer accepteren. Een beperking van de bilaterale regeringsbezoeken op hoog niveau, die de Raad in zijn verklaring van 5 juni aankondigde, is echter een te zwakke maatregel. Er moet klare taal gesproken worden en wat mij betreft zou de Raad moeten overwegen om in navolging van wat we in Zimbabwe doen, ook aan Fidel Castro de toegang tot de Europese Unie te ontzeggen, zoals trouwens Griekenland heeft gedaan in het kader van de Olympische Spelen. Ik heb daar veel waardering voor en ik vraag me ook af of de Raad daarover gesproken heeft en of de Raad achter dat besluit van de Griekse regering staat Claeys, Philip (NI). Mijnheer de Voorzitter, Cuba is een communistische dictatuur, die alle kenmerken van totalitaire regimes vertoont. Niet alleen de situatie op het vlak van de mensenrechten is rampzalig, ook de economie is een ramp. We hebben allemaal onze bedenkingen bij het buitenlands beleid van de Verenigde Staten. Maar het embargo van Amerika is er gekomen na de systematische schendingen van de mensenrechten in Cuba en niet andersom. De Verenigde Staten zijn voor het Castro-regime de zondebok, die de schuld krijgt voor alles wat misloopt. Nogal wat collega's in dit Parlement bezondigen zich ook aan die nogal gemakkelijke manier van denken. Voor sommigen is een dictatuur blijkbaar best verdedigbaar, als het maar om een politiek correcte dictatuur gaat. Er moet vanuit de Europese Unie een krachtdadig antwoord komen op de huidige situatie. Dat betekent dat er op een eendrachtige manier moet gehandeld worden. Castro wil geen steun meer van de Europese Unie, enkel nog van NGO's en andere particuliere organisaties. Welnu, in Nederland krijgen organisaties zoals Novib, Oxfam en Hivos momenteel het verwijt dat ze steun bieden aan een van de laatste communistische dictaturen ter wereld. Via steun aan instanties als de boerenvakbond Anap, het Casa de las Americas en het Martin Luther King-Centrum. Wie deze organisaties financiert, financiert Castro, zo zegt Carlos Payá, woordvoerder van het Faella-project en broer van Osvaldo Payá. Laten we Castro op zijn wenken bedienen: elke steun aan het regime moet stopgezet worden en indien blijkt dat NGO's Europese subsidies misbruiken om het Cubaanse regime te ondersteunen, moet ook hier de geldkraan dichtgedraaid worden Tannock (PPE-DE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, de betrekkingen tussen Cuba en de Europese Unie zijn in de afgelopen jaren geleidelijk verbeterd, maar ze zijn recentelijk in een crisis terechtgekomen. Dit is een gevolg van het willekeurige en provocerende gedrag dat president Castro aan de dag legt met de gevangenneming van zeventig dissidenten en mensenrechtenactivisten en het uitvoeren van executies. De Cubaanse regering heeft gedurende lange tijd de schuld voor alle problemen in het land kunnen afschuiven op het embargo van de Verenigde Staten. Zodra er serieus wordt gesproken over een mogelijke verlichting van het embargo, weten de Cubaanse autoriteiten een provocatie te bewerkstelligen die de ontwikkelingen weer torpedeert.

9 03/09/ De recente stappen lijken onderdeel van dit patroon uit te maken, al richt men zich ditmaal tot een Europees publiek. Desondanks mag Cuba niet ongestraft blijven en het is dan ook cruciaal dat wij de autoriteiten een duidelijk signaal geven dat de schending van grondrechten, inclusief een tekort aan medische verzorging voor gevangenen, niet kan worden getolereerd. Cuba moet eveneens worden uitgesloten van volledige deelname aan interparlementaire ontmoetingen tussen vertegenwoordigers van de Europese Unie en Latijns-Amerikanen, zoals het Parlatino, zodat niet de schijn wordt gewekt dat het om een goed werkende democratie gaat. Het voornemen van Castro om humanitaire hulp uit de EU alleen nog toe te staan wanneer deze verkapt, via andere instellingen, wordt gedistribueerd, is bovendien volstrekt onaanvaardbaar. Hulp is gebaat bij transparantie. De kat-enmuisspelletjes moeten plaats gaan maken voor een zinnige dialoog, waarin geprobeerd wordt het land open te stellen voor hervormingen en waarin tegelijkertijd getracht wordt een aantal geslaagde ontwikkelingen die het gevolg zijn van de revolutie in stand te houden. Ik ben altijd tegen de sluiting van delegaties van de Europese Gemeenschap in het buitenland, dus een kleine aanwezigheid in Havana is mijns inziens zinvol. Het is echter bizar dat we daar wel een vertegenwoordiging hebben en niet in een aantal Europese buurlanden. Wij hebben bijvoorbeeld noch een kantoor in Chisinau in Moldavië noch in Minsk in Wit-Rusland. Ook in die landen zijn contacten met mensenrechtenactivisten van essentieel belang Ferrer (PPE-DE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, een halfjaar na de operatie van de regering-castro tegen de binnenlandse oppositie de meest omvangrijke sinds de overwinning van de Castrorevolutie zitten de ruim zeventig opgepakte dissidenten nog steeds achter de tralies. Onder hen bevinden zich pleitbezorgers van het Varela-project, vakbondsmensen en onafhankelijke journalisten, die alleen zijn vastgezet omdat ze zich hebben verzet tegen de officiële politiek en hun mening vrijelijk hebben geuit. Zij worden vastgehouden onder omstandigheden die duidelijk in strijd zijn met de beginselen van de mensenrechten en een regelrechte bedreiging vormen voor het leven van enkelen van hen. Ik denk dan met name aan Oscar Espinosa Chepe, die nu is opgenomen in de speciale ziekenboeg voor gedetineerden in het militaire hospitaal Finlay in Havana. Hij is ernstig ziek ten gevolge van een chronische levercirrose, waar hij al aan leed toen hij werd opgepakt. Maar zijn toestand is verergerd doordat hij is verzwakt en door de barre en onhygiënische omstandigheden waaronder hij werd vastgehouden. Gezien deze situatie, gezien deze feiten is het van groot belang dat wij het regime van Castro unaniem blijven veroordelen en de onmiddellijke vrijlating blijven eisen van alle politieke gevangenen. Tegelijkertijd is het van groot belang dat wij onze solidariteit tonen met het Cubaanse volk, dat het meest direct de gevolgen ondervindt van het gebrek aan vrijheid. Wij moeten de Cubanen met daden en niet met woorden tonen dat wij hen willen helpen om de weg naar de vreedzame overgang naar democratie die zij zijn ingeslagen te vervolgen. Zoals de Uruguayaanse dichter Eduardo Galeano zei: Cuba doet pijn. Het doet inderdaad pijn om te zien hoe de politieke, economische en maatschappelijke vrijheden steeds weer met voeten worden getreden. En omdat het ook ons pijn doet, willen wij als Parlement, waarin nu de vertegenwoordigers opgenomen worden van landen die ook gespeend waren van vrijheid onder het totalitaire sovjetregime, tegen de Cubanen zeggen dat ze hun hoop niet moeten verliezen. Wij willen hun zeggen dat het recht op rechten en op vrijheid en democratie door geen enkele dictator de kop in kan worden gedrukt Nielson, Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb alleen maar enkele heel korte opmerkingen. Ten eerste wil ik iets kwijt aan de heer Brok, die met zijn retoriek bijna leek te suggereren dat er maar voor een ander bewind gezorgd moet worden. We moeten vandaag de dag voorzichtig zijn in de keuze van onze woorden wanneer we dat soort taal gebruiken, vooral wanneer het gaat over de methodologie van dergelijke initiatieven. Ik ben het er volkomen mee eens dat het noodzakelijk is druk te zetten achter het democratiseringsproces en het vrijmaken van het politieke leven in Cuba. Dat is precies waar we nu mee bezig zijn. Ten tweede werd er een opmerking gemaakt over de deelname van Cuba aan de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU. Zolang Cuba nog geen partij is bij de Cotonou-Overeenkomst is de deelname zoals die nu is het enige juiste antwoord. Er zijn duidelijke definities voor en er bestaan technisch noch politiek problemen op dat punt. Ten derde werden er twee verschillende visies gegeven op de kwestie van de delegatie in Havana. Het is duidelijk dat de delegatie niet alleen in deze situatie zinvol is. Willen we als Commissie kunnen doen wat het Parlement van ons verwacht en eist, dan is onze aanwezigheid ter plekke een dwingende voorwaarde. Ten slotte wil ik benadrukken dat we provocaties moeten vermijden bij de manier waarop we de zaken aanpakken in Cuba. De tragische gebeurtenissen van dit jaar wijzen erop dat er nogal wat onrust heerst. Het is voor ons goed om vast te houden aan een perspectief voor de lange termijn: er zal ook na Castro nog een Cuba zijn en een staat is belangrijker dan een bewind. Hoewel de huidige situatie frustraties bij ons oproept, moeten we ons realiseren dat er op de lange termijn uitstekende basisvoorwaarden zijn voor een hechte, vriendelijke en harmonieuze relatie tussen Europa en Cuba. Wij moeten die gedachte voor ogen houden en kiezen voor een

10 14 03/09/2003 kalmere langetermijnaanpak, op basis van het door ons vastgelegde gemeenschappelijk standpunt Pannella (NI). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik wil alleen maar zeggen dat ik hoop dat wij na dit debat de kans krijgen nog eens naar het voorzitterschap van de Raad te luisteren, voor een antwoord, een standpunt over dit debat. Dat hebben wij ook voor de Commissie gedaan. Daarom zou ik de voorzitter van de Raad willen vragen of hij een antwoord kan geven. Dat is niet alleen mogelijk volgens het Reglement, maar het is zelfs goede traditie De Voorzitter. Die mogelijkheid bestaat, mijnheer Pannella, maar het is geen verplichting. Ik deel mee zes ontwerpresoluties te hebben ontvangen overeenkomstig artikel 42, lid 5 van het Reglement. 1 Het debat is gesloten. De stemming vindt morgen om uur plaats VOORZITTER: DE HEER COX Voorzitter Debat over de Europese Conventie De Voorzitter. Aan de orde is het debat over de Europese Conventie: de presentatie van het ontwerp van het constitutioneel verdrag voor Europa. Geachte collega's, welkom bij dit bijzondere debat over de Europese Conventie. Ik wil voorzitter Giscard d'estaing, voorzitter Prodi, vice-premier Fini en minister van Buitenlandse Zaken Frattini, van harte welkom heten in dit Parlement. Zij zullen vandaag deelnemen aan de beschouwingen inzake het werk van de Conventie. Dit is de eerste keer dat wij in de plenaire vergadering van het Europees Parlement de gelegenheid hebben om rechtstreeks van de voorzitter van de Conventie informatie te krijgen over de uitkomst van de Conventie en over de wijze waarop op de inhoud van dit resultaat moet worden voortgebouwd tijdens de Intergouvernementele Conferentie. Aan het begin van dit debat wil ik uiting geven aan de diepe bewondering en het respect die er in dit Parlement bestaan voor het werk van de Conventie en voor het bijzondere - maar niet exclusieve - leiderschap dat haar voorzitter, de heer Valéry Giscard d'estaing, heeft vervuld en waarmee hij een onontbeerlijke bijdrage heeft geleverd aan het succesvolle en complete resultaat van het werk van de Europese Conventie Giscard d'estaing, voorzitter van de Conventie. - (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren afgevaardigden van Europa, dit is voor mij een erg emotioneel moment. 1 Zie notulen. Ik mag u, Europese afgevaardigden, de grondwet van Europa presenteren die de Conventie heeft opgesteld, en ik ben buitengewoon vereerd dat ik deze Conventie heb mogen voorzitten. Zoals u zojuist hebt gezegd, mijnheer de Voorzitter, wordt de grondwet nu gepresenteerd omdat het de eerste plenaire vergadering van het Parlement is nadat wij onze werkzaamheden hebben afgerond. U had mij gevraagd om begin juli te komen, maar toen had ik het resultaat van onze werkzaamheden nog niet aan het voorzitterschap van de Raad gepresenteerd. Het voorzitterschap van de Raad had ons opgedragen dit karwei uit te voeren en dus moesten we de tekst allereerst aan dit voorzitterschap voorleggen. Daarom zal ik u de tekst tijdens deze vergadering presenteren. U hebt recht op deze presentatie, want welbeschouwd staat het Europees Parlement aan de wieg van onze Conventie en dus van de ontwerpgrondwet. Reeds lang geleden, in 1984, heeft het Parlement, met als briljante stuwende kracht Altiero Spinelli, een eerste ontwerpgrondwet voor Europa opgesteld, in een tijd dat niemand daarover durfde te spreken of zelfs dromen. U had bij aanvang van de nieuwe zittingsperiode de euvele doch bezonnen moed uw Commissie institutionele zaken om te dopen in Commissie constitutionele zaken en ik kijk nu of de voorzitter van die Commissie, de heer Napolitano, aanwezig is. Hij is nog niet gearriveerd, maar we zullen hem straks wel zien verschijnen. Na de teleurstellende resultaten van het Verdrag van Nice op institutioneel gebied hebt u luid en duidelijk geëist dat er een Conventie bijeen zou worden geroepen. Op instigatie van de Belgische premier heeft de Europese Raad van Laken gehoor gegeven aan uw verzoek. Wat de inhoud van de grondwet betreft hebben uw voorbereidende werkzaamheden binnen de Commissie constitutionele zaken, onder voorzitterschap van de heer Napolitano, en uw verslagen onze taak in grote mate vergemakkelijkt. Sommige verslagen gingen vooraf aan onze debatten, andere werden tijdens de debatten geschreven. Een voorbeeld is het verslag van Alain Lamassoure over het fundamentele vraagstuk van de bevoegdheden van de Europese Unie. Ik wil graag benadrukken dat al uw vertegenwoordigers op voortreffelijke en sympathieke wijze aan de werkzaamheden van de Conventie hebben deelgenomen en dat Klaus Hänsch en Iñigo Ménde de Vigo - ik meen dat ik hen na achttien maanden samenwerking bij de voornaam mag noemen - een beslissende rol hebben gespeeld in de beraadslagingen van het presidium van de Conventie. Ten slotte zal ik niet vergeten, mijnheer de Voorzitter, dat u de Europese Conventie onderdak hebt geboden. Ik heb u in juli al bezocht om u voor uw grote gastvrijheid te bedanken. En wat betreft de banken in uw vergaderzaal, deze wisten uiteindelijk niet meer of ze tot het Parlement of tot de Conventie behoorden!

11 03/09/ Deze presentatie is dus een emotioneel moment. Zij wordt echter ook gekenmerkt door realisme, want ik ben hier niet alleen gekomen om de uitkomst van onze werkzaamheden te presenteren en te laten beoordelen, maar ook om te benadrukken wat er verder nog gedaan moet worden om Europa van een echte grondwet te voorzien. Bij de beoordeling van een bepaalde situatie vergeet men vaak hoe het allemaal begonnen is. Twee jaar geleden was het woord grondwet nog taboe en in de verklaring van Laken werd daar slechts indirect op gezinspeeld. Inmiddels is het idee van een Europese grondwet in de publieke opinie volledig geaccepteerd: de mensen verwachten dat er zo n grondwet komt. Mijnheer de Voorzitter, volgens de laatste peiling van Eurobarometer, uitgevoerd onder auspiciën van de Commissie, in juni en juli jongstleden in de gehele Europese Unie is zeventig procent van de bevolking voor een grondwet en slechts dertien procent tegen. In Italië, het land dat momenteel voorzitter van de Raad is en daarom een grote verantwoordelijkheid heeft als het gaat om het welslagen van de Intergouvernementele Conferentie, staat 82 procent achter het idee van een grondwet - ik maak overigens van de gelegenheid gebruik om de vice-voorzitter van de Raad, lid van de Conventie, en de minister van Buitenlandse Zaken te begroeten. Zelfs in landen die vanouds meer gereserveerd zijn, hebben de voorstanders nu de overhand. Ik noem Finland, waarvan de vertegenwoordigers zich binnen de Conventie zeer actief hebben opgesteld: 53 procent van de bevolking is voor en 37 procent tegen. Door onze gezamenlijke inspanningen om de inhoud van de grondwet uit te leggen, is dit ontwerp voor de burgers begrijpelijker geworden. Ik moet toegeven dat toen we begonnen, maar weinig mensen op de hoogte waren van onze plannen of daar iets van begrepen. Uit een opiniepeiling die de Commissie eind juni, dus twee maanden geleden, gehouden heeft, blijkt echter dat zeventig procent van de burgers die een mening over onze werkzaamheden hebben, daar positief tegenover staat. En u dames en heren Europese afgevaardigden, u die deze burgers vertegenwoordigt, wil ik oproepen de burgers nooit uit het oog te verliezen. Veel mensen geven hun mening - leiders, verantwoordelijken en bestuurders - maar verlies nooit de burgers uit het oog: voor hen zijn wij immers aan het werk! Tijdens de beraadslagingen van de Conventie, toen ik tijdelijk op uw zetel plaatsnam, mijnheer de Voorzitter, heb ik mij voortdurend afgevraagd hoe de man van de straat in Europa op onze voorstellen zou reageren. Wat hebben onze werkzaamheden nu opgeleverd? De ontwerpgrondwet die ik aan u voorleg, is het resultaat van intensieve arbeid. Zoals u weet, is hij opgesteld in alle EU-talen en in de talen van de nieuwe lidstaten. Dat is tijdig gebeurd, zodat de tekst voor alle burgers in de gehele Unie beschikbaar zou komen meteen nadat deze aan de Europese Raad van Thessaloniki was gepresenteerd. De leden van de Conventie hebben lang en hard gewerkt. Zij hebben 26 plenaire vergaderingen bijgewoond, waarvan sommige twee dagen duurden, en meer dan 1800 interventies aangehoord. Alle voorstellen, alle amendementen, alle alternatieve oplossingen die door leden van de Conventie, lidstaten, de Europese Commissie, het maatschappelijk middenveld en uiteraard het Europees Parlement zijn aangedragen, zijn zorgvuldig bestudeerd en aan een nauwgezet en objectief oordeel onderworpen. Daarom durf ik zonder enige schroom te zeggen dat er volgens mij geen oplossingen bestaan die de Conventie niet kent of nog niet heeft onderzocht. Ik geloof dat ons voorstel zo ver gaat als gezien de politieke, sociale en culturele situatie van het huidige Europa maar enigszins mogelijk is. Het voorstel vormt beslist niet de kleinste gemene deler, waar men op bepaalde momenten bang voor was. Volgens mij hebben we datgene bewerkstelligd wat in het Europa van 2003 het hoogst haalbare is. Als we verder zouden gaan, wat sommigen en misschien ook ikzelf graag zouden willen, bestaat het gevaar dat het nog maar net herenigde Europa weer verdeeld raakt, omdat niet iedereen mee wil doen. Dat is een onaanvaardbaar risico dat niemand mag nemen. En u als Europese afgevaardigden hebt ons aangemoedigd zo ver te gaan als mogelijk is, waarbij u wel de grenzen hebt aangegeven van wat redelijkerwijs haalbaar en acceptabel is. Wat zijn nu de belangrijkste voorstellen die in de grondwet zijn opgenomen? U hebt daar gelijk opgaand met onze werkzaamheden kennis van kunnen nemen. Het is dus niet nodig deze hier in detail te beschrijven. Dat zou overigens ook niet mogelijk zijn, omdat ik dan de tijd die voor dit debat is uitgetrokken, ruimschoots zou overschrijden. Niettemin wil ik erop wijzen dat meerdere van deze voorstellen nauwelijks twee jaar geleden nog veel te hoog gegrepen leken. Nu vormen ze een solide en samenhangend geheel. Ik zal ze u noemen. Eerst een kernpunt dat aan de basis ligt van het gehele systeem: de bevestiging van het duale karakter van de Europese Unie, een unie van Europese volken en staten. Vervolgens de vaststelling van één tekst die alle vier bestaande Verdragen en enkele andere overeenkomsten vervangt en de Europese Unie rechtspersoonlijkheid verschaft. Toen ik in het voorjaar van 2002 naging of het mogelijk was één enkele tekst op te stellen, heb ik gekeken naar het werk en het onderzoek dat anderen vóór mij op dit punt hadden verricht en het bleek dat zij op onoverkomelijke obstakels stuitten. Dan hebben we de opneming in de grondwet van het Handvest van de grondrechten, waarin de rechten van de burgers worden beschreven. Ik kijk even naar de heer Vitorino, die veel over dit onderwerp heeft nagedacht. Een ander voorstel is een heldere, transparante en solide omschrijving van de bevoegdheden van de Unie. Op deze drie aspecten wil ik de nadruk leggen. De omschrijving moet helder zijn, zodat de burgers kunnen

12 16 03/09/2003 weten wat deze bevoegdheden inhouden. De omschrijving moet transparant zijn, zodat de bevoegdheden niet eigenmachtig worden geïnterpreteerd door instellingen die minder open zijn over hun manier van werken. De bevoegdheden moeten niet alleen worden omschreven, zij moeten ook via eenvoudige procedures worden uitgeoefend. Ik kom daar straks nog op terug. Het laatste voorstel betreft de politieke waarborgen voor naleving van het subsidiariteitsbeginsel. Daarbij zijn naast het Europees Parlement ook de nationale parlementen betrokken. De heer Méndez de Vigo, Europees afgevaardigde, die hier aanwezig is, heeft een belangrijke rol gespeeld als voorzitter van de werkgroep over dit onderwerp, die sinds 1990 niet meer functioneerde. Voorts heeft de Unie in overeenstemming met de prioriteiten van de burgers nieuwe actiemiddelen gekregen op drie terreinen. In de eerste plaats justitie, omdat wij van plan zijn een ruimte van veiligheid en rechtvaardigheid te creëren, waardoor doeltreffender kan worden opgetreden tegen de grote grensoverschrijdende criminaliteit. Ook is het de bedoeling dat de lidstaten hun burgerrechten wederzijds gaan erkennen. Wat betreft het buitenlandse beleid van de Unie wordt gehandeld conform de tweede prioriteit van de burgers via de benoeming van een minister van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie, die de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken zal voorzitten en zal werken aan de totstandkoming van het zo noodzakelijke gemeenschappelijk buitenlands beleid. Wat betreft de gemeenschappelijke defensie wordt onder meer aan de wensen van de burgers voldaan door de oprichting van een Europees bewapeningsagentschap. Ten slotte zal het bestuur van de Unie op economisch en sociaal terrein worden verbeterd. In het bijzonder, maar niet uitsluitend, zal er worden samengewerkt tussen de eurolanden om de stabiliteit en het succes van onze gemeenschappelijke Europese munt te waarborgen. Dankzij deze maatregelen zullen de welbekende drie pijlers uit het Europese landschap verdwijnen. Sinds de inwerkingtreding van de Verdragen van Maastricht en Amsterdam vormden deze pijlers een obstakel voor het beheer en de zichtbaarheid van het optreden van de Unie. Door de grondwet krijgt Europa één institutioneel stelsel, dat het driepijlersysteem vervangt. De instellingen die in de grondwet worden beschreven, zijn stabiel, democratisch en doeltreffend. Het Europees Parlement is volgens de grondwet de belangrijkste instelling van de Unie en wordt de voornaamste wetgever van de Unie. Ook wordt het Parlement verantwoordelijk voor het begrotingsbeleid. De Europese Raad, die voortaan moet worden onderscheiden van de Raad van ministers omdat zij noch dezelfde samenstelling noch dezelfde bevoegdheden hebben, geeft de noodzakelijke impulsen voor de ontwikkeling van de Unie en stelt de algemene politieke prioriteiten vast. De Europese Raad krijgt vanaf nu een gezicht met een voorzitter die door zijn collega s wordt gekozen. De voorzitter zal het werk van de Raad organiseren en het een duurzaam karakter verschaffen. De Raad van ministers zal zich gaan richten op de taken van de Raad Wetgeving en Algemene zaken en er zullen wijzigingen worden aangebracht in de diverse formaties van de Raad. De Europese Commissie, die nog meer dan voorheen een college wordt en waarvan de samenstelling is afgestemd op het aantal te verrichten taken, wordt de stuwende kracht en de belangrijkste uitvoerende instantie van de Unie. Zij vertegenwoordigt het Europees algemeen belang. De voorzitter van de Commissie kan commissarissen zonder stemrecht benoemen om indien gewenst alle lidstaten op de hoogte te houden. Nu ik spreek voor u, die zich intensief met dit onderwerp hebt beziggehouden, wil ik met nadruk wijzen op een fundamenteel punt: het vanuit democratisch oogpunt legitieme karakter van het systeem dat in de grondwet wordt voorgesteld. Men kan niet langer spreken over een democratisch tekort, een uitdrukking die geregeld door critici van ons politieke stelsel werd gebruikt. Het Parlement wordt namelijk de centrale wetgevende instantie in het nieuwe Europese systeem. Op enkele zeldzame uitzonderingen na - en wij hebben getracht deze zo veel als politiek gezien mogelijk was te beperken - moet elke Europese wet of kaderwet door u worden goedgekeurd. Gebeurt dat niet, dan wordt de wet verworpen. Ook op begrotingsgebied worden de rechten van het Parlement uitgebreid. En wanneer de grondwet van kracht wordt, zal de voorzitter van de Commissie door u worden gekozen. Zeker, er is een moeilijke discussie geweest over de mogelijke voordracht van kandidaten, een discussie waarover ik hier helaas niet kan uitwijden. Na langdurige beraadslagingen waaraan uiteraard de leden van de Conventie en de fracties hebben deelgenomen, zijn we tot een gezamenlijke oplossing gekomen. De voordracht vindt plaats op voorstel van de Europese Raad, maar twee dingen zijn nieuw: enerzijds het feit dat er rekening wordt gehouden met de uitkomsten van de verkiezingen van het Parlement en anderzijds het feit dat er vooraf overleg wordt gepleegd. Het gaat dus om een open voorstel. En wat het belangrijkste is, u krijgt het recht om een kandidaat af te wijzen. Als u in meerderheid niet voor de man of vrouw kiest die de Europese Raad heeft voorgedragen, moet de Raad u binnen een maand een andere kandidaat presenteren. Op instigatie van Giuliano Amato heeft de Conventie hard gewerkt aan de vereenvoudiging en classificatie van Europese besluiten. Ik herinner me de gedachtewisselingen binnen de toenmalige Commissie constitutionele zaken en de voorstellen van Jean-Louis Bourlanges. Door voortaan een onderscheid te maken tussen wetgevingshandelingen en uitvoeringshandelingen gaat

13 03/09/ ons systeem lijken op de klassieke stelsels die in de lidstaten gelden en die voor alle burgers vertrouwd en begrijpelijk zijn. Het democratische systeem dat Montesquieu en de denkers van de Verlichting hebben uitgedacht - net als vele anderen ben ik sterk geïnteresseerd in de ideeën van Montesquieu - kan niet, zoals soms wordt gezegd, naar onze tijd worden overgeplant. Montesquieu ontwierp zijn systeem immers met het oog op de behoeften van een natiestaat, en wat hij het evenwicht tussen de machten noemt, vormt alleen een evenwicht binnen deze natiestaat. Toch hebben wij dit systeem in zekere zin overgenomen om een nieuw evenwicht tussen de machten te bewerkstelligen. Daarbij wordt rekening gehouden met de dualiteit die een origineel kenmerk van de Europese Unie is en blijft: de unie van volken en de unie van staten. Wij hebben dus een democratisch model op Europees niveau ontworpen met inachtneming van de omvang van de bevolking, 450 miljoen inwoners, en de verschillen tussen de lidstaten, of ze nu oud of nieuw zijn. Tevens is gekeken naar de bereidheid van het Europese continent om een te worden. Ik zeg het eerbiedig en met enige aarzeling, maar wij zijn een soort Montesquieu voor het Europa van de 21e eeuw. (Gelach en applaus) Voordat deze grondwet in werking kan treden, moeten er nog twee grote obstakels worden genomen: de goedkeuring door de regeringen en de bekrachtiging via democratische besluitvorming door de burgers, die kan plaatsvinden in de nationale parlementen of middels referenda. Ik wil graag iets zeggen over de rol die u in dit proces zult gaan spelen. Voordat ik dat zal doen, wil ik echter elke verwarring over de toekomstige rol van de Conventie wegnemen. De Conventie heeft haar taak beëindigd. Op 20 juni 2003 heb ik namens de Conventie de eerste twee delen van de grondwet die zij had opgesteld, aan het Griekse voorzitterschap overhandigd. Bij de overhandiging in Rome op 18 juli jongstleden van het volledige ontwerp van het constitutionele verdrag aan het Italiaanse voorzitterschap heb ik het volgende gezegd: (ik citeer deze korte passage in zijn geheel voor de notulen van uw Parlement) Nu het door de Europese Raad van Laken verstrekte mandaat is uitgevoerd, is de Conventie tot een einde gekomen. Met de presentatie van het ontwerpverdrag tot vaststelling van een grondwet voor Europa meent het voorzitterschap zich van zijn taak gekweten te hebben, en legt het hierbij zijn functie neer. Dat betekent dat de rol van de Conventie is uitgespeeld en dat zij beslist geen invloed zal uitoefenen op het verloop van de Intergouvernementele Conferentie, omdat zij daar geen enkel mandaat toe heeft. De leden van de Conventie, met name de voorzitter van dit Parlement, de vice-voorzitters en ikzelf, blijven wel ter beschikking staan van eenieder, ook van u in deze vergaderzaal, die van ons wil weten waarom wij een bepaald voorstel in de grondwet hebben opgenomen. Over precies een maand gaat de Intergouvernementele Conferentie van start onder het voorzitterschap van Italië, dat ons daarover straks wellicht nog iets zal vertellen. De meeste leden van de Conventie hebben alvorens afscheid van elkaar te nemen de wens uitgesproken dat de conferentie kort zal duren en dat deze aan het eind van dit jaar kan worden afgerond. De Europese Raad van Thessaloniki heeft besloten dat onze ontwerpgrondwet als uitgangspunt voor de conferentie dient. Er zijn dan drie oplossingen mogelijk. Of de Intergouvernementele Conferentie brengt verbeteringen in de ontwerpgrondwet aan - wij kunnen ons overigens moeilijk voorstellen dat zij daarin zal slagen - (Applaus) niet omdat wij als auteurs van de tekst aan collectieve ijdelheid lijden, maar omdat deze conferentie te maken krijgt met twee obstakels die de Conventie heeft weten te omzeilen: het korte tijdsbestek en de unanimiteitsregel. Hoe kan men immers in tweeëneenhalve maand een ontwerp verbeteren waar wij zestien maanden continu aan gewerkt hebben? En hoe kan eenstemmigheid worden bereikt over oplossingen die verder gaan dan de oplossingen waarover wij met moeite tot een consensus zijn gekomen? Maar laten we sportief zijn! Als de Intergouvernementele Conferentie erin slaagt de grondwet te verbeteren, zullen de leden van de Conventie haar als eerste met dat succes feliciteren. Een tweede mogelijkheid is dat de Intergouvernementele Conferentie voorstellen doet die afwijken van de plannen van de Conventie. In dat geval ontstaat er een bijzonder gevaarlijke situatie. Dat sommigen bezwaren of kritiek uiten, met name in verband met onze institutionele voorstellen, is bepaald niet zonder risico. Men kan niet aan een deel van het bouwwerk komen zonder dat de gehele constructie dreigt in te storten. Degenen die denken dat zij onze institutionele voorstellen ingrijpend kunnen veranderen, hebben het volgens mij bij het verkeerde eind. Sommigen zullen zich weliswaar verheugen over eventuele wijzigingen, maar alle anderen zullen hoogstwaarschijnlijk ontevreden en teleurgesteld zijn. Blijft nog over de derde oplossing, die de beste lijkt en die inhoudt dat de ontwerpgrondwet wordt goedgekeurd. (Applaus) Er wordt dan een ontwerpgrondwet goedgekeurd die na een lang rijpingsproces door de Conventie is opgesteld. Uiteraard kunnen er wel enkele unaniem aangenomen correcties worden aangebracht, heren vertegenwoordigers van het voorzitterschap. Ik zou u willen vragen na te denken over de vraag wat de gevolgen zijn wanneer dit project op een fiasco uitloopt,

14 18 03/09/2003 zonder dat ik daar al te lang bij wil stilstaan. Dankzij het jaargetijde, de plaats waar we ons bevinden, de zon en het aangename contact met u allen, hangt er een sfeer van optimisme rond deze ontmoeting. Toch wil ik u verzoeken na te denken over de gevolgen en over de ernst van een mislukking, over de teleurstelling en frustratie die zij bij de gehele Europese bevolking teweeg zal brengen. Laten we tot slot ook niet vergeten dat de ware vuurproef na de Intergouvernementele Conferentie komt: de bekrachtiging in alle 25 lidstaten. Dat de grondwet wordt bekrachtigd, is absoluut niet vanzelfsprekend. Mijn persoonlijke overtuiging is echter dat de door de Conventie opgestelde ontwerpgrondwet uiteindelijk overal zal worden goedgekeurd als de bevolking zich daarover per referendum of via haar vertegenwoordigers in het parlement mag uitspreken. Daartoe moet het project wel met veel overtuiging worden uitgelegd. Als daarentegen een verminkte of gekortwiekte ontwerpgrondwet wordt gepresenteerd, vrees ik dat deze door een of meerdere lidstaten wordt verworpen. Twee doorslaggevende argumenten om voor te stemmen, kunnen dan niet langer worden aangevoerd, namelijk de interne samenhang en het evenwichtige karakter van de ontwerpgrondwet. Er zou een crisis ontstaan waar Europa onder de huidige omstandigheden beslist niet om zit te springen en die het continent waarschijnlijk heel moeilijk te boven zou kunnen komen. Mijnheer de Voorzitter, het Europees Parlement heeft in dit gehele proces een uiterst belangrijke rol te spelen en ik wil u vragen om actief en waakzaam te zijn. Het is namelijk uw taak om de Europese bevolking te informeren. De Intergouvernementele Conferentie zal niet als vanouds een diplomatiek karakter hebben waarbij deskundigen of diplomaten met elkaar onderhandelen om ten koste van anderen bepaalde voordelen te behalen. De Intergouvernementele Conferentie zal als nooit tevoren betrekking hebben op constitutionele kwesties en moet uitlopen op de vaststelling van een grondwet. Voor deze conferentie moeten dus bijzondere regels gelden. Enkele leden van uw Parlement gaan als waarnemers de conferentie bijwonen. Laten zij de Europese bevolking op de hoogte houden en om transparantie verzoeken! Tijdens de laatste vergadering van de Conventie waarbij u aanwezig was, mijnheer de voorzitter van de Raad en heren Conventieleden, heb ik de Intergouvernementele Conferentie voorgesteld zich te laten inspireren door onze werkmethode, die ons overigens is opgelegd, en zich te verplichten elk wijzigingsvoorstel en elk amendement op de grondwet openbaar te maken, zo nodig op internet. (Applaus) De Europese bevolking en de pers kunnen zich dan een nauwkeurig beeld vormen van wat er in de debatten wordt besproken. Evenzo lijkt het me legitiem dat u tijdens al uw plenaire vergaderingen op de hoogte wordt gebracht van de voortgang van de werkzaamheden van de conferentie. Gedurende mijn werk voor de Conventie heb ik op deze wijze de Europese Raad bijgepraat. U gaat met betrekking tot deze Intergouvernementele Conferentie advies uitbrengen en u gaat dat doen voor de opening van de conferentie in Rome. Uiteraard hebt u de cruciale verantwoordelijkheid om dit advies op te stellen, maar volgens mij kan het ook een waarschuwing inhouden. Als de reikwijdte van het constitutionele verdrag, dat de Conventie in alle transparantie en met een grote inbreng van uw kant heeft opgesteld, door de Intergouvernementele Conferentie aanzienlijk zou worden beperkt en als het verdrag vervolgens door het Europees Parlement negatief zou worden beoordeeld, is de kans klein dat het door de staten en volken van Europa wordt bekrachtigd. Als de regeringen binnen de Unie daarentegen op de conferentie een constitutioneel verdrag goedkeuren dat veel lijkt op het ontwerp van de Conventie - wij verwachten niet dat onze tekst letterlijk wordt overgenomen - en als het Europees Parlement daarvoor het groene licht geeft, zal het een centrale plaats krijgen in het grote politieke debat rondom de Europese verkiezingen in juni Dat is dan tevens een gelegenheid om de belangrijke krachten die ons continent herbergt, aan te spreken, om de belangstelling van het maatschappelijk middenveld te wekken en om de reserves van besluiteloze personen weg te nemen. Wie zijn er immers besluiteloos? Dat zijn mannen en vrouwen die niet langer geloven dat de Unie in staat is zich te verenigen en te vernieuwen. Op die manier zal het grote debat rondom de Europese verkiezingen eenl antwoord vormen op de werkzaamheden van onze Conventie, die veel bescheidener zijn. Het gaat erom dat de Europeanen dichter bij de Unie komen te staan en dat zij haar beter begrijpen, zodat zij zich uiteindelijk in haar zullen herkennen. Dames en heren Europese afgevaardigden, helemaal aan het eind van onze werkzaamheden hebben wij op verzoek van uw vertegenwoordigers aan de grondwet een aantal symbolen toegevoegd en met name een lijfspreuk voor de Europese Unie: Eenheid in verscheidenheid. Ik verzoek u met klem, ja zeer dringend, om Europa te helpen een grondwet te kiezen die het in staat stelt in vrijheid, vrede en geluk te leven, omdat het een eenheid vormt in verscheidenheid. (Applaus) De Voorzitter. Collega's, uw reactie spreekt boekdelen Fini, Raad. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, ik wil allereerst namens de Italiaanse regering - ik had het voorrecht die te mogen vertegenwoordigen bij de werkzaamheden van de Conventie - blijk geven van grote en oprechte waardering voor het werk van de heer Giscard d Estaing en de inspanningen van de Conventie. De Italiaanse

15 03/09/ regering en de Italiaanse publieke opinie sluiten zich aan bij het uitbundig applaus waarmee dit Parlement het verslag van voorzitter Giscard d Estaing heeft ontvangen. De Italiaanse publieke opinie is sterk Europees gezind en kan zich in ruime mate terugvinden in de woorden van de voorzitter en meer in het algemeen in de door de Conventie goedgekeurde tekst. Dit was inderdaad een belangrijk moment, een moment dat wij zonder enige retoriek als historisch mogen betitelen. Ik wil allereerst uiting geven aan onze grote voldoening over het feit dat de Europese Raad van Thessaloniki de door de Conventie opgestelde ontwerpgrondwet heeft goedgekeurd en deze als een historische stap in de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese integratie heeft gekenmerkt. Ook verheugt het ons dat deze Europese Raad het ontwerpverdrag daarna een goede grondslag noemde voor de opening van de Intergouvernementele Conferentie die tijdens het Italiaans voorzitterschap zal plaatsvinden. De taak waarvan de Conventie zich moest kwijten bestond niet alleen uit de wijziging van de institutionele mechanismen en regels. Het mandaat van Laken was ondubbelzinnig: de inrichting van het gehele Europees institutioneel bestel moest kort voor de definitieve, historische hereniging van het oude continent worden heroverwogen. Voor het eerst in de geschiedenis van de Europese opbouw werd deze taak niet opgedragen aan hooggeplaatste regeringsvertegenwoordigers maar aan een echt democratische, representatieve vergadering, aan de zogenaamde Conventie. Deze werd samengesteld uit vertegenwoordigers van de nationale parlementen, het Europees Parlement, de Commissie, de oude lidstaten van Europa en de landen die binnenkort als volwaardige leden tot onze grote familie zullen toetreden. Na zestien maanden werk is een belangrijk resultaat bereikt, een resultaat dat in velerlei opzicht niet verwacht was en dat mijns inziens alleen maar aan waarde wint als men beseft dat het tot stand is gekomen via een totaal nieuwe, door het presidium aan de Conventie voorgestelde werkmethode. Wij hebben altijd geprobeerd een zo groot mogelijke consensus te bewerkstelligen en hebben nooit de toevlucht genomen tot het klassieke instrument van de stemming. De weg van de Intergouvernementele Conferentie zal weliswaar niet over rozen gaan, maar wordt zeer zeker vergemakkelijkt door het feit dat men niet zal worden geconfronteerd met verschillende opties voor een tekst maar met een enkele tekst waarover ruime consensus is bereikt in de Conventie en waaraan ook de Europese Raad reeds zijn goedkeuring heeft gehecht. Daarom heeft voorzitter Giscard d Estaing volgens het Italiaans voorzitterschap gelijk als hij onomwonden verklaart: hoe meer de Intergouvernementele Conferentie afwijkt van het door de Conventie bereikte akkoord, des te moeilijker zal het zijn om wederom consensus te bewerkstelligen en des te groter zal het risico van een mislukking zijn. Een dergelijke mislukking zou ongetwijfeld enorm opzien baren. Dat zou niet alleen de mislukking zijn van het fungerend voorzitterschap of van de Conventie, maar de mislukking van de miljoenen en miljoenen Europeanen die hopen en geloven dat het moment is gekomen om niet alleen gemeenschappelijke regels maar ook gemeenschappelijke, algemeen aanvaarde waarden vast te leggen. Daarom zijn wij blij met het eindresultaat. Dat hebben wij ook in het openbaar gezegd tegen onze burgers, in ons nationaal parlement. Het is mijn plicht dat ook hier te herhalen. Dit was inderdaad een compromis maar een eervol, nobel compromis tussen verschillende instanties, tussen verschillende gevoeligheden en belangen, een compromis gebaseerd op enkele voor ons fundamentele punten. Ik zal ze kort noemen: de opneming van het Handvest van de grondrechten in de grondwettelijke tekst, de afschaffing van de ingewikkelde en in zekere zin achterhaalde pijlerstructuur van de huidige Verdragen, een duidelijkere verdeling van de bevoegdheden tussen de Unie en de lidstaten, met volledige inachtneming van de nationale identiteiten en de interne organisaties van de lidstaten - het duale beginsel dus waar voorzitter Giscard zojuist over sprak -, de invoering van mechanismen voor een effectieve eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel en voor het vergroten van de betrokkenheid van de nationale parlementen bij het reilen en zeilen van de Unie. De Conventie spreekt over vier instanties: de Raad, het Europees Parlement, de Commissie en de nationale parlementen, die de wil van onze burgers tot uiting brengen. Ik noem verder ook nog de normalisering van de juridische en financiële instrumenten via de invoering van een echte hiërarchie van normen, de instelling van een Europese minister van Buitenlandse Zaken - misschien wel de meest innovatieve institutionele figuur die bij de werkzaamheden van de Conventie uit de bus is gekomen, waarvoor de taken van de Hoge Vertegenwoordiger zijn samengesmolten met die van de commissaris voor buitenlandse zaken -, de niet minder belangrijke mogelijkheid om in de toekomst de functie van voorzitter van de Raad en voorzitter van de Commissie samen te smelten, en tot slot de uitbreiding van het toepassingsgebied van de besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid. Er is veel werk verricht. Als iemand zou vragen of meer gedaan had kunnen worden zou ik zeggen dat er inderdaad meer gedaan had kunnen worden, en zelfs had moeten worden, maar dat het bereikte compromis misschien het enig mogelijke compromis is. In een Europa met 25 of 27 leden zou de voortzetting van de unanieme besluitvorming de Unie waarschijnlijk elk vermogen hebben ontnomen om Europa op efficiënte wijze te besturen, gelet op de problemen van de burgers. Dan wil ik, mijnheer de Voorzitter, tot slot nog enkele opmerkingen maken over het tijdens de Conventie bereikte institutionele evenwicht. Dit is een delicaat evenwicht, een evenwicht waar van meet af naar gestreefd werd. De gehele Conventie besefte namelijk

16 20 03/09/2003 dat de ene instelling niet versterkt mocht worden ten koste van de andere. Dit evenwicht is gebaseerd op een verdeling van de bevoegdheden tussen de Europese Raad, die de rol krijgt van politieke instelling en tot taak heeft de algemene politieke oriëntaties en prioriteiten van de Unie vast te stellen, de Commissie, die de lidstaten vertegenwoordigt en als hoofdtaak heeft toe te zien op de naleving van de Verdragen en garant te staan voor het communautair belang, en het Europees Parlement, dat een volwaardige medewetgevende taak krijgt. Ik wil daar speciaal in deze zaal nog enkele andere belangrijke innovaties aan toevoegen: de verkiezing van de Commissie door het Europees Parlement, de versterking van de wetgevende en begrotingsbevoegdheden van het Europees Parlement - aangezien het onderscheid tussen verplichte en nietverplichte uitgaven komt te vervallen - en het recht voor het Parlement om zo nodig een voorstel te doen tot herziening van de grondwet, met gebruikmaking van de methode van de Conventie. Net als alle andere innovaties is ook deze laatste een onderdeel van het institutioneel pakket. Dit pakket is, zoals voorzitter Giscard d Estaing al zei, zeker voor verbetering vatbaar, maar het mag niet ingrijpend worden gewijzigd als men wil vermijden dat het door de Conventie bereikte evenwicht in het ingewikkelde systeem van de dubbele legitimering van nationale staten en burgers op de helling wordt gezet. Juist daarom zal het delicate maar substantiële evenwicht waartoe de Conventie is gekomen een baken zijn voor de Intergouvernementele Conferentie. Om in dezelfde geest te kunnen voortgaan en te kunnen zorgen voor continuïteit en coherentie met de werkzaamheden van de Conventie is het volgens mij wenselijk dat aan de Conferentie behalve door de voorzitter van de Conventie en de vice-voorzitters, de heren Amato en Dehaene, ook wordt deelgenomen door vertegenwoordigers van de Commissie en het Europees Parlement. Het Europees Parlement moet in deze fase van de constitutionele hervorming een fundamentele rol blijven spelen. Fungerend voorzitter Berlusconi heeft tijdens de vergaderperiode van juli aangedrongen op een zo groot mogelijke betrokkenheid, en ik wil er bij deze gelegenheid nogmaals op wijzen hoe noodzakelijk deze betrokkenheid is. Ik hoop verder - en ik weet zeker dat dit zo zal zijn - dat het Europees Parlement zijn controlefunctie zonder enige terughoudendheid zal blijven uitoefenen. Niet alleen moet ervoor worden gezorgd dat de werkzaamheden van de Intergouvernementele Conferentie open en transparant zijn - en daar zullen wij voor in staan - maar het is vooral van belang dat zij beantwoorden aan de verwachtingen van de burgers en dat de regeringen niet in de verleiding komen om dat af te breken wat met het kostbare werk van de Conventie kon worden opgebouwd. Als deze grote kans wordt gemist, zal dat een heel negatief signaal zijn voor alle Europese burgers en zullen wij de Europese opbouw onherstelbare schade toebrengen. Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, er is zeker een lange weg afgelegd in de afgelopen vijftig jaar, sedert de dag die wij misschien als de geboortedag van de Europese Unie kunnen beschouwen: 9 mei 1950, toen Robert Schuman zijn verklaring aflegde en voorstelde een klein aantal belangen - op het gebied van energie, grondstoffen en economie - gemeenschappelijk te behartigen om op die manier de waarden van solidariteit en vrede te bevorderen en toe te passen. De opbouw van het verenigd Europa bevindt zich op een cruciaal moment in zijn geschiedenis: enerzijds vindt de hereniging plaats met de Oost-Europese landen, die de waarden van vrijheid en democratie opnieuw volledig onderschrijven en anderzijds wordt de stap gezet van een economische dimensie naar een politieke dimensie, hetgeen absoluut hand in hand moet gaan met de opbouw van een Europese identiteit, opdat de Unie een factor van stabiliteit, welvaart en vrede kan zijn op het internationaal toneel. Dat zijn de historische uitdagingen waarop een antwoord moet worden gegeven door Europa, door het in verscheidenheid verenigd Europa, door het Europa dat wordt genoemd in de preambule van de grondwet: een Europa bestaande uit staten die zonder af te zien van hun identiteit, soevereiniteit en bevoegdheden samenvoegen Het Italiaans voorzitterschap wil de traditionele Europese gezindheid van het Italiaanse volk en van alle politieke partijen van mijn land trouw zijn en het voortouw nemen in de aanstaande Intergouvernementele Conferentie. Met het eerste Verdrag van Rome werd het Europese eenmakingsproces op gang gebracht; met het tweede zal en moet de overgang naar een nieuw herenigd Europa worden verwezenlijkt, naar een politiek en economisch sterkere Unie, naar een Unie die bestemd is om een factor van stabiliteit en welvaart te zijn op het wereldtoneel. Wij kunnen op basis van de door de Conventie goedgekeurde tekst voor het herziene Verdrag gerust stellen dat dit historisch doel inderdaad binnen bereik is. (Applaus) Frattini, Raad. - (IT) Zoals voorzitter Giscard d Estaing en voorzitter Fini reeds zeiden, is de Conventie inderdaad uitgegroeid tot een pijler van het Europese opbouwproces. Het Italiaans voorzitterschap beschouwt dit resultaat als een baken voor de werkzaamheden van de Intergouvernementele Conferentie. Het voorzitterschap is van plan zich bij de werkzaamheden van de Conferentie - die zoals u weet op 4 oktober in Rome zal worden geopend - te laten leiden door drie principes. Ten eerste is het volgens het voorzitterschap noodzakelijk zich te houden aan het door de Europese Raad van Thessaloniki opgestelde tijdschema. Volgens dit tijdschema moet voor de komende verkiezingen van het Europees Parlement, in

17 03/09/ juni 2004, een positief resultaat zijn bereikt. Daarom is een van de belangrijkste doelstellingen van het Italiaans voorzitterschap ervoor te zorgen dat de onderhandelingen in de Intergouvernementele Conferentie in hoog tempo worden gevoerd en dat nog in december van dit jaar een allesomvattend akkoord kan worden bereikt over de grondwettelijke tekst. Dan zal het mogelijk zijn het toekomstig grondwettelijk verdrag - de grondwet voor Europa, zoals voorzitter Giscard d Estaing deze noemde - te ondertekenen in de tijd tussen 1 mei 2004, de datum van toetreding van de tien nieuwe lidstaten, en de voor juni geplande algemene verkiezingen voor het Europees Parlement. Als de onderhandelingen over de grondwet langer zouden duren, zouden twee ernstige problemen rijzen in verband met de democratische legitimering en transparantie. Enerzijds zou het resultaat van het constitutionele werk, het constitutionele fundament van de Conventie geleidelijk aan teloorgaan en anderzijds zouden wij de Europese burgers vragen te stemmen voor een Europees Parlement zonder dat zij de grondwettelijke trekken van de toekomstige Unie kennen. Het tweede doel van het voorzitterschap is ervoor te zorgen dat de door de Conventie opgestelde tekst qua structuur en opzet behouden blijft. Zoals ik reeds zei, willen wij dat respecteren wat ik zojuist reeds het constitutionele fundament meende te mogen noemen, namelijk het werk dat in zestien maanden tijd werd verricht door een democratische instelling waarin de regeringen, de nationale parlementen en de instellingen van de Europese Unie waren vertegenwoordigd. Tegelijkertijd willen wij voorkomen dat vraagstukken waarover reeds uitvoerig gesproken is opnieuw ter sprake worden gebracht. De politieke waarde die voortvloeit uit het behaalde succes mag niet teloorgaan noch worden afgezwakt tijdens de werkzaamheden van de Conferentie. Integendeel, de Conferentie moet ervoor zorgen dat die delen van het nieuwe verdrag worden verbeterd en aangevuld waarover nog geen volledige overeenstemming bestaat. Daarbij gaat het - en ik herhaal dit opdat het geheel duidelijk is - om de delen van het verdrag die geen betrekking hebben op de door de Conventie opgezette institutionele pijlers. Het Italiaans voorzitterschap zal zich bijgevolg verzetten tegen elke poging om te tornen aan het evenwicht van het ontwerp als geheel en van de belangrijkste onderdelen ervan. De belangen van Europa en de Europese burgers moeten volgens het voorzitterschap de overhand hebben boven de bijzondere belangen. Men mag niet proberen daarvoor substantiële wijzigingen van welke strekking ook aan te brengen in het verdrag. De Conferentie zal in haar werkzaamheden dan ook ten volle rekening houden met de adviezen die het Parlement en de Commissie op tafel zullen leggen. Het derde en laatste doel waaraan de Conferentie zal moeten werken betreft de noodzaak consensus te bereiken over enkele nog omstreden vraagstukken waarvoor het unanimiteitsbeginsel toegepast moet worden; dit zal voor het voorzitterschap echter in geen enkel opzicht reden zijn om tijdens de onderhandelingen de lat voor een akkoord zo laag mogelijk te leggen. Dan zouden wij een stap achteruit zetten ten opzichte van de voorstellen van de Conventie. (Applaus) Ons doel is een resultaat van hoge kwaliteit te bereiken, een resultaat dat beantwoordt aan de verwachtingen van het Europese publiek en voor geruime tijd een efficiënte en democratische werking van de Unie kan garanderen. Wij werken niet aan een grondwet voor Europa die slechts enkele jaren gebruikt kan worden, en wij rekenen wat dat betreft dan ook op de fundamentele ondersteuning van het Europees Parlement. Zoals u weet heeft het voorzitterschap een begin gemaakt met de procedure voor het bijeenroepen van de Intergouvernementele Conferentie op 4 oktober in Rome. Onzes inziens moet deze Conferentie op hoog politiek niveau plaatsvinden, zoals ook de Europese Raad, de premiers en de ministers van Buitenlandse Zaken hebben besloten. Wij zijn evenwel van mening dat aan deze Conferentie ook de vertegenwoordigers van alle Europese instellingen moeten deelnemen, opdat de IGC de daadwerkelijke voortzetting is van de werkzaamheden van de Conventie. Daarom zal ik voorstellen het Europees Parlement vertegenwoordigd te laten zijn bij de werkzaamheden van de Conferentie, zowel op het niveau van de ministers van Buitenlandse Zaken als op dat van de regeringsleiders, in het laatste geval met de Voorzitter van het Europees Parlement. Elke andere oplossing zou namelijk een stap achteruit betekenen ten opzichte van de op het transparantiecriterium en het belang van de burgers geënte, democratische methode voor de herziening van de Verdragen. Tot slot staan wij open voor de standpunten en aanbevelingen van dit Parlement en de andere Europese instellingen. Zoals voorzitter Fini reeds zei, zijn wij er namelijk van overtuigd dat de opstelling van een grondwet voor de Europese Unie een uitdaging is voor iedereen en niet alleen voor bepaalde landen, en zeker niet alleen voor het Italiaanse voorzitterschap, dat de eer heeft de Raad in deze fase te mogen leiden. Dit is een uitdaging voor iedereen en wij moeten deze uitdaging winnen. Dat zijn wij onze burgers verschuldigd. Als wij verliezen, verliest iedereen. Dan verliezen ook degenen die het bijzonder belang boven het algemeen belang willen stellen, en laten wij hopen dat niemand dat zal doen. Wij zullen er hoe dan ook voor zorgen dat elke poging in die richting schipbreuk zal lijden. (Applaus) Prodi, voorzitter van de Commissie. - (IT) Mijnheer de Voorzitter van het Europees Parlement, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer Giscard d Estaing, geachte afgevaardigden, ik wil allereerst alle leden van de Conventie en met name u, mijnheer Giscard d Estaing, van harte bedanken voor uw toegewijde en intelligente werk tijdens de lange maanden van het constitutioneel proces. De Conventie

18 22 03/09/2003 was een geslaagd experiment en heeft de loop van het democratische leven in de Europese Unie voorgoed veranderd. Kortom, dit was een groot karwei en het resultaat overtreft de verwachtingen. Het door de Conventie opgestelde ontwerp is aldus de grondslag - een uitstekende grondslag, zou ik zeggen - voor de eindredactie van de grondwet. Dat is een goede zaak, want deze tekst heeft in de eerste plaats een symbolische waarde. Voor het eerst is namelijk gediscussieerd over de fundamenten van de Unie in een open, democratisch forum dat representatief is voor de Europese volkeren en landen. Ten tweede worden met de ontwerpgrondwet de cruciale vraagstukken in verband met het institutioneel evenwicht en het ingewikkelde karakter van de Unie radicaal aangepakt. Dankzij een intensief en grondig debat is een coherent antwoord gegeven op alle fundamentele kwesties waarvoor een oplossing gevonden moest worden, namelijk: hoe kan men een nieuwe, efficiëntere structuur opbouwen en de twee sporen van de Europese opbouw, de communautaire pijler en de intergouvernementele dimensie, naast elkaar doen voortbestaan; hoe kan men een evenwicht bewerkstelligen tussen de politieke vertegenwoordiging van de landen enerzijds en de burgers anderzijds, en daarmee tussen de rol van het Parlement en die van de Raad, en hoe kan men de vertegenwoordiging van de algemene belangen van de Unie en de legitieme belangen van de afzonderlijke lidstaten waarborgen. Ten derde heeft de Conventie de grondslag gelegd voor de noodzakelijke bijwerking van de beleidsvormen van de Unie. Welnu, wij gaan nu de fase in van de Intergouvernementele Conferentie, die het werk van de Conventie zal afronden en een formeel karakter zal geven. De standpunten lijken in deze fase in twee uitersten verdeeld te kunnen worden, en mijns inziens moet daarover een open debat worden gevoerd: enerzijds wordt gezegd dat niet aan het ontwerp mag worden getornd, omdat dit het enig mogelijke compromis is, en anderzijds wordt gezegd dat alles opnieuw ter discussie moet worden gesteld omdat de staten uiteindelijk soeverein zijn en het laatste woord moeten hebben. Mijns inziens zijn beide standpunten, hoe begrijpelijk ook, voor kritiek vatbaar. Als Commissie hebben wij altijd al - al sedert Nice, toen wij met het Parlement aandrongen op de methode van de Conventie - gezegd dat de Intergouvernementele Conferentie kort en doelgericht zou moeten zijn en enkel het eindbesluit zou moeten nemen. Dit wil niet zeggen dat de Intergouvernementele Conferentie alleen maar een stempel zou moeten zetten onder de tekst. Dan zou zij haar politieke verantwoordelijkheid kwijtraken. Deze Intergouvernementele Conferentie kan echter met geen enkele voorgaande Conferentie worden vergeleken. Dit keer wordt haar immers gevraagd voort te borduren op het uitstekende werk van de Conventie. De Intergouvernementele Conferentie behoudt echter haar oorspronkelijke functie: zij moet ervoor zorgen dat de staatshoofden en regeringsleiders in staat zijn hun politieke verantwoordelijkheid uit te oefenen en aan de instellingen en - zoals voorzitter Giscard d Estaing al zei - aan de burgers van de lidstaten de eindtekst ter goedkeuring voor te leggen. Dit is dus een nieuwe fase, de fase van de politieke goedkeuring. Daarvoor is geen lange Intergouvernementele Conferentie nodig maar veeleer een rijpingsproces. Zoals uit bepaalde aspecten van de ontwerpgrondwet duidelijk blijkt is het bereikte compromis onvolledig en kan de tekst - tenminste wat die aspecten betreft - niet als een eindpunt worden beschouwd, hoezeer wij dat aanvankelijk ook hoopten. Daarom is het goed dat de lidstaten, die uiteindelijk soeverein zijn, daarover discussiëren en nagaan of er misschien toch geen verbetering mogelijk is. Als Commissie is het onze taak en plicht die aspecten onder de aandacht te brengen. In de huidige ontwerpgrondwet staan nog steeds talrijke terreinen - meer dan vijftig - waarvoor unanimiteit is vereist. Deze betreffen deels sleutelsectoren van het werk van de Unie. Bovendien geeft iedereen toe dat het ontbreken van een echt coördinatie-instrument voor de begrotingsbeleidsvormen van de lidstaten een van de manco s is in de huidige situatie. Ik vraag me echter af hoe een dergelijke coördinatie mogelijk is zolang het huidige vetorecht blijft voortbestaan. Dezelfde overweging geldt ook voor het gebied van de indirecte belastingen en de ondernemingsbelasting. (Applaus) Dan is er het kernprobleem van het toekomstige evenwicht tussen de bevoegdheden van de Commissie, de Raad en het Parlement. De samenstelling van de Commissie die in de ontwerpgrondwet voorgesteld wordt zal er volgens mij, en volgens het college van commissarissen waar ik verantwoordelijk voor ben, toe leiden dat onze instelling, die het algemeen belang van de Unie moet behartigen, minder goed in staat zal zijn haar werk efficiënt en geloofwaardig te doen. De voorgestelde oplossing veroorzaakt discriminatie tussen de commissarissen, daar een tweede categorie, een onnodig lager ingeschaalde categorie, wordt ingevoerd. Geen enkel volk van de Unie verdient het te worden vertegenwoordigd door een tweederangs commissaris. (Applaus) Daardoor zou de eenheid van het college teniet worden gedaan, terwijl in de afgelopen vijftig jaar de band met de lidstaten juist de motor was voor de goede werking van de Commissie. Daarom moet er nog het een en ander gebeuren - en dat is absoluut niet onverenigbaar met de noodzaak de IGC kort te houden en snel af te sluiten om ervoor te zorgen dat elk land een commissaris krijgt die zijn of haar taak volledig kan waarnemen. Tegelijkertijd worden in de huidige tekst van de ontwerpgrondwet op fundamentele punten keuzen

19 03/09/ opengelaten. Ik noem de manier waarop de Raden zullen gaan werken en de verantwoordelijkheden op het gebied van de buitenlandse betrekkingen. De Conferentie zal tot taak hebben het optreden van de instellingen transparanter en efficiënter te maken en dubbel werk en hybride situaties te vermijden die in de toekomst aanleiding kunnen zijn tot conflicten. Dit betekent dat het een en ander nader moet worden ingevuld, en niet zozeer dat per se moet worden geïnnoveerd. Tot slot heeft de Conventie niet de tijd gehad om de definities van de huidige communautaire beleidsvormen te herformuleren. Enkele daarvan dateren al uit de jaren vijftig en zijn geheel of gedeeltelijk achterhaald. Het zal natuurlijk moeilijk zijn alle hangende vraagstukken op te lossen, maar het is onze taak afstand te nemen van de huidige politieke omstandigheden en kritisch en zorgvuldig na te denken over de punten die voor verbetering vatbaar zijn, met de bedoeling de constitutionele structuur nog beter af te stemmen op de komende uitdagingen. Natuurlijk moet worden nagegaan of de noodzakelijk politieke wil bestaat. Ontbreekt deze wil, of is het een gevoel van realisme dat ons ertoe aanzet af te zien van het aanpakken van deze problemen en ervoor te kiezen de tekst te laten zoals die is? Als dat laatste het geval is, is de Commissie bereid daar in alle gemoedsrust nota van te nemen. Wij zijn realistisch en beseffen heel goed dat zeer belangrijke stappen vooruit zijn gezet. In feite is het bij alle wijzigingen van de Verdragen zo geweest. Ik denk aan de Europese Akte, het Verdrag van Maastricht en dat van Amsterdam, en misschien zal het ook nu weer zo zijn. Dan moeten wij echter wel beseffen dat wij, net als toen, voorbereid moeten zijn op nieuwe crises en bijgevolg op onderhandelingen over nieuwe wijzigingen en aanpassingen. Dat is misschien ook de geschiedenis van de Europese integratie: een mengsel van visie en reacties op groeicrises. Dat is onze geschiedenis en dat weten wij heel goed, alhoewel er momenten zijn waarop men de pas moet versnellen, hetgeen vandaag ongetwijfeld het geval is. Hoe dan ook, als wij uit onze ervaringen munt willen slaan en een grondwet willen opstellen die echt lang meegaat, moeten wij voorzien in mechanismen die ons in staat stellen morgen besluiten te nemen die vandaag niet genomen kunnen worden. Men moet zich dus afvragen - en daarmee kom ik bij de laatste maar tevens centrale opmerking van mijn korte betoog - hoe de procedures voor de wijziging van de grondwet realistischer kunnen worden gemaakt. Wij moeten namelijk in staat zijn snel en efficiënt te handelen wanneer wij onder druk van een crisis - en crises zullen er onvermijdelijk zijn - moeten vaststellen dat de structuur die wij vandaag afbakenen ontoereikend is. Het slechtst denkbare scenario is dat wij straks opgescheept zitten met ontoereikende grondwettelijke bepalingen die echter niet kunnen worden gewijzigd omdat voor herziening unanimiteit van 25 of meer lidstaten nodig is. Dit geldt voor de besluitvorming bij eenparigheid van stemmen die nu nog in heel wat sectoren van toepassing is, en het geldt dus des te meer voor de bijwerking van de beleidsvormen, die vandaag niet mogelijk is. Een rigide, voor altijd vastgelegde grondwet, een grondwet die geen oplossingen kan bieden voor toekomstige crises zou een ontkenning zijn van de hele geschiedenis van de Europese integratie. Dat moeten wij ten koste van alles zien te voorkomen, als wij tenminste onze verantwoordelijkheid willen nemen en ons willen kwijten van onze historische taak. Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, wij moeten in ons werk duidelijk voor ogen houden in welke richting wij de Unie willen sturen. Dit is de richting van vrede, vrijheid en solidariteit. Dat moet ons doel zijn, het doel dat ons moet inspireren in het dagelijks werk van onze instellingen. Voor het streven naar deze doelstellingen moeten wij de Unie operationele instrumenten geven. De Unie moet in de wereld met een gemeenschappelijke, sterke, gezaghebbende en vredelievende stem spreken. Zij moet zowel binnen als buiten de Unie ervoor zorgen dat het recht de overhand heeft. Het recht brengt plichten met zich mee, maar beschermt ook het individu en waarborgt zijn handelingsvrijheid in een geordende en creatieve samenleving. Tot slot moet de Unie de middelen hebben om solidariteit uit te dragen. Solidariteit komt tot uiting via steun aan de meest kwetsbare leden van een inclusieve samenleving. Zij komt tot uiting via gezamenlijk optreden bij natuurrampen en is gegrondvest op de plicht tot wederzijdse verdediging. Laten wij wel beseffen dat de verdediging van elk van onze lidstaten de beste manier is om duidelijk te maken dat wij allemaal tot één familie behoren. Geachte afgevaardigden, wij zijn een nieuwe fase ingegaan. Wij moeten het uitstekende werk van de Conventie afronden en daarbij blijk geven van wijsheid, volharding en moed. Wij moeten ons werk snel maar vooral goed afsluiten. De Commissie zal haar deel van het werk op zich nemen om bij te dragen aan het verwezenlijken van dit doel. (Applaus) Méndez de Vigo (PPE-DE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, enkele weken voor het werk van de Conventie begon brachten Klaus Hänsch en ikzelf een bezoek aan de voorzitter van de Conventie in zijn huis in Parijs. Na dat bezoek schreef ik in mijn dagboek: Het wordt een succes als wij er in slagen om de Conventiegeest te creëren. Wat bedoelen wij met Conventiegeest? Daarmee bedoelen wij dat de deelnemers aan de Conventie ervan doordrongen moesten raken dat dit een historisch moment was en dat zij zich ervan bewust moesten worden hoe moeilijk het is om Europa opnieuw vorm te geven met de bedoeling het nieuwe grote Europa dat na de uitbreiding tot stand komt mogelijk te maken en daarbij al het goede voor onze burgers te behouden.

20 24 03/09/2003 Ik denk dat u, mijnheer de voorzitter, een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan dit succes, aan de totstandkoming van deze Conventiegeest. Ik denk dat het applaus dat u zojuist heeft ontvangen na uw toespraak duidelijk maakt hoezeer het werk dat u voor de Conventie heeft verricht door dit Parlement wordt gewaardeerd. Waarom was het bij het werk voor het omvormen van Europa zo noodzakelijk dat we ons bewust waren van de omvang en de ernst van deze taak? Ik denk dat we erin geslaagd zijn om al die deviezen die dit Europees Parlement al sinds de jaren negentig hanteert te verwezenlijken: meer democratie, meer efficiëntie en meer transparantie. Ik denk dat deze grondwet democratischer, efficiënter en transparanter is en een Europa tot stand brengt dat is doordrongen van deze ideeën. Waarom? Omdat wij het institutionele systeem hebben aangepast. En dat hebben wij gedaan om de democratie in de Europese Unie verder te versterken. Zo is het niet langer nodig om steeds weer terug te grijpen op het EGKS-verdrag. Wij hoeven geen rekening meer te houden met de eerste Parlementaire Vergadering, de voorganger van dit Parlement in het EGKS-verdrag. Dit Parlement wordt nu met deze grondwet een volledig democratisch Parlement dat volledig is geïntegreerd in het besluitvormingsproces. Wij zijn er bovendien in geslaagd om de nationale parlementen te betrekken bij dit besluitvormingsproces. En wij hebben ook bewerkstelligd dat burgers een volksinitiatief kunnen nemen als de wet dat toestaat. Het idee van meer democratie is verankerd in de grondwet. Ook het idee van meer efficiëntie is verankerd in de grondwet, en daarom hebben wij het institutionele systeem ook grondig herzien. Een randvoorwaarde bij al ons werk was dat het noodzakelijke evenwicht tussen de diverse instellingen intact zou blijven en dat hebben wij ook altijd in ons achterhoofd gehouden. De tijd zal ons leren of wij daar ook werkelijk in geslaagd zijn. Maar ik denk dat handhaving van het evenwicht absoluut zwaar heeft gewogen bij de aanpassingen die wij hebben aangedragen. Ons werk zit erop, nu komt de Intergouvernementele Conferentie. In denk dat het Europees Parlement geen kritiek hoeft te uiten op de grondwet, niet hoeft te zeggen dat het beter zus of zo had gekund. Dat is het werk van deskundigen en wetenschappers. Het Europees Parlement moet een politieke mening vormen over de grondwet. En dat zullen wij doen in het verslag van onze collega s Gil-Robles Gil-Delgado en Tsatsos. Mijnheer de voorzitter, u plaatst dit Parlement voor een grote uitdaging. Ik herinner me dat er in de jaren twintig in Duitsland een debat plaatsvond tussen Carl Schmitt en Hans Kelsen over de hoeder van de grondwet: Der Hüter der Verfassung. Wer soll der Hüter der Verfassung sein?[de hoeder van de grondwet. Wie moet de hoeder van de grondwet zijn?] Ik denk dat het de politieke opdracht, de politieke taak is van het huidige Europees Parlement om op te treden als hoeder van deze grondwet. Deze grondwet komt volgens dit Parlement ten goede aan Europa en de Europese burgers. Daarom denk ik dat het goed is als wij de hoeders van deze grondwet worden. Daarom, mijnheer de Voorzitter, is het ook van belang dat wij actief deelnemen aan de Intergouvernementele Conferentie. En het verheugt mij dat de heer Fini, die ook nauw betrokken was bij de totstandkoming van deze grondwet, heeft gezegd dat het Europees Parlement er inderdaad bij aanwezig mag zijn. Wij willen niet enkel een ceremoniële functie vervullen, wij hebben geen zin om in Rome alleen maar te komen lunchen, hoewel Rome een prachtige stad is. Wij willen wel onze ideeën uitvoeren en onze bijdrage leveren aan deze Intergouvernementele Conferentie. Mijnheer de Voorzitter, het was mij een eer om voorzitter te zijn van de delegatie van het Europees Parlement. Het was zonder twijfel een van de meest bijzondere ervaringen in mijn politieke loopbaan. Maar ik wil hier vandaag in dit Parlement vooral zeggen dat ik denk dat met name de Europese burgers er uiteindelijk de vruchten van zullen plukken. (Applaus) Hänsch (PSE). (DE) Mijnheer de Voorzitter, beste collega s, geachte voorzitter Giscard d'estaing, ons werk in de Conventie en overigens ook in het presidium verliep niet altijd zonder conflicten. Maar over de doelstelling waren wij het eens. We wilden een uniforme tekst produceren voor een Europese grondwet, en dat is ons gelukt. We hebben ons gehouden aan de wijze raad van Jean Monnet, die zei: Opschrijven wat je wilt verwezenlijken is gemakkelijk. Het is pas lastig om op te schrijven wat je kúnt verwezenlijken. En dat laatste heeft de Conventie gedaan. Wat wij aan de regeringen hebben voorgelegd, is goed doordacht. Het is evenwichtig en, vooral, realiseerbaar als men dat wil. Tot nog toe maakten de Intergouvernementele Conferenties en de EU-topontmoetingen zichzelf tot maatstaf voor succes of mislukking. Dat behoort nu tot het verleden. De uitkomst van de Intergouvernementele Conferentie van Rome zal worden afgemeten aan de uitkomst van deze Conventie. Daarin ligt ons succes besloten, geachte collega s. We hebben niet alles bereikt wat we wilden. En niet alles wat bereikt is, is volledig geslaagd. We zouden graag zien dat alle wetten voortaan met een gekwalificeerde meerderheid in de Raad werden aangenomen, vooral ook op fiscaal gebied. We zouden graag zien dat de lidstaten ook op het terrein van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid met een gekwalificeerde meerderheid konden beslissen. We weten hoe fragiel enkele oplossingen zijn, bijvoorbeeld

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Uw Referentie 2015Z08639 Datum 27 mei 2015

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie. van de Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie. van de Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie EUROPEES PARLEMENT 1999 2004 Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie 10 april 2001 VOORLOPIGE VERSIE 2000/2243(COS) ONTWERPADVIES van de Commissie industrie, externe handel, onderzoek

Nadere informatie

Raad van de Europese Unie Brussel, 8 juli 2014 (OR. en)

Raad van de Europese Unie Brussel, 8 juli 2014 (OR. en) Raad van de Europese Unie Brussel, 8 juli 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2014/0186 (E) 11290/14 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: ACP 109 COAFR 184 PESC 677 RELEX 538 BESLUIT

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD NL NL NL EUROPESE COMMISSIE Brussel, 1.2.2011 COM(2011) 30 definitief 2011/0013 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot verlenging van de looptijd en aanpassing van de maatregelen vastgesteld bij

Nadere informatie

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2637 Advies Luchtaanvallen IS(IS) Datum 24 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper

Nadere informatie

*** ONTWERPAANBEVELING

*** ONTWERPAANBEVELING EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken 23.5.2013 2012/0271(E) *** ONTWERPAANBEVELING over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting

Nadere informatie

Handvest van de grondrechten van de EU

Handvest van de grondrechten van de EU Handvest van de grondrechten van de EU A5-0064/2000 Resolutie van het Europees Parlement over de opstelling van een handvest van de grondrechten van de Europese Unie (C5-0058/1999-1999/2064(COS)) Het Europees

Nadere informatie

Instructie: Landenspel light

Instructie: Landenspel light Instructie: Landenspel light Korte omschrijving werkvorm In dit onderdeel vormen groepjes leerlingen de regeringen van verschillende landen. Ieder groepje moet uiteindelijk twee werkbladen (dus twee landen)

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Zittingsdocument 28.5.2008 B6-0290/2008 ONTWERPRESOLUTIE. naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

EUROPEES PARLEMENT. Zittingsdocument 28.5.2008 B6-0290/2008 ONTWERPRESOLUTIE. naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie EUROPEES PARLEMENT 2004 Zittingsdocument 2009 28.5.2008 B6-0290/2008 ONTWERPRESOLUTIE naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het

Nadere informatie

Speech van minister Van der Steur, minister van Veiligheid en Justitie op de EU-dag tegen straffeloosheid op 23 mei 2016

Speech van minister Van der Steur, minister van Veiligheid en Justitie op de EU-dag tegen straffeloosheid op 23 mei 2016 Speech van minister Van der Steur, minister van Veiligheid en Justitie op de EU-dag tegen straffeloosheid op 23 mei 2016 Hartelijk dank aan mevr. Coninsx en Eurojust. De rol van Eurojust als medeorganisator

Nadere informatie

CALRE. Conferentie van de Europese Regionale Wetgevende Assemblees Verklarende noot

CALRE. Conferentie van de Europese Regionale Wetgevende Assemblees Verklarende noot CALRE Conferentie van de Europese Regionale Wetgevende Assemblees Verklarende noot De CALRE verenigt vierenzeventig voorzitters van de Europese Regionale Wetgevende Assemblees: de parlementen van de Spaanse

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Binnenhof 4 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Binnenhof 4 Den Haag Directie Noord Afrika en Midden-Oosten Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Recht en Criminaliteit in cyberspace

EUROPEES PARLEMENT. Recht en Criminaliteit in cyberspace EUROPEES PARLEMENT TIJDELIJKE COMMISSIE ECHELON-INTERCEPTIESYSTEEM SECRETARIAAT MEDEDELING TEN BEHOEVE VAN DE LEDEN De leden treffen als aanhangsel een document aan met de titel Recht en Criminaliteit

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Zittingsdocument 11.1.2006 B6-0038/2006 ONTWERPRESOLUTIE. naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B6-0345/2005

EUROPEES PARLEMENT. Zittingsdocument 11.1.2006 B6-0038/2006 ONTWERPRESOLUTIE. naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B6-0345/2005 EUROPEES PARLEMENT 2004 Zittingsdocument 2009 11.1.2006 B6-0038/2006 ONTWERPRESOLUTIE naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B6-0345/2005 ingediend overeenkomstig artikel 108, lid 5 van het

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Uw Referentie 2016Z00246 Datum 13 januari

Nadere informatie

DE EUROPESE GRONDWET: EEN TEKST DIE DE TOEKOMST VAN DE UNIE VEILIG STELT

DE EUROPESE GRONDWET: EEN TEKST DIE DE TOEKOMST VAN DE UNIE VEILIG STELT EEN TEKST DIE DE TOEKOMST VAN DE UNIE VEILIG STELT Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) en Europese Democraten in het Europees Parlement EEN TEKST DIE DE TOEKOMST VAN DE UNIE VEILIG

Nadere informatie

RICHTSNOEREN VAN DE EUROPESE UNIE INZAKE DE MENSENRECHTENDIALOOG

RICHTSNOEREN VAN DE EUROPESE UNIE INZAKE DE MENSENRECHTENDIALOOG RICHTSNOEREN VAN DE EUROPESE UNIE INZAKE DE MENSENRECHTENDIALOOG 1. Inleiding In zijn conclusies van 25 juni 2001 heeft de Raad zich ingenomen verklaard met de mededeling van de Commissie van 8 mei 2001

Nadere informatie

Gemeenschappelijke Raadszitting van donderdag 2 mei 2002 ----------------------------------------------------------------------------------

Gemeenschappelijke Raadszitting van donderdag 2 mei 2002 ---------------------------------------------------------------------------------- CENTRALE RAAD VOOR HET BEDRIJFSLEVEN NATIONALE ARBEIDSRAAD ADVIES Nr. 1.402 Gemeenschappelijke Raadszitting van donderdag 2 mei 2002 ----------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

Manifest voor de Rechten van het kind

Manifest voor de Rechten van het kind Manifest voor de Rechten van het kind Kinderen vormen de helft van de bevolking in ontwikkelde landen. Ongeveer 100 miljoen kinderen leven in de Europese Unie Het leven van kinderen in de hele wereld wordt

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 mei 2005 (08.06) (OR. fr) 9506/05 LIMITE CAB 19 JUR 221

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 mei 2005 (08.06) (OR. fr) 9506/05 LIMITE CAB 19 JUR 221 Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 30 mei 2005 (08.06) (OR. fr) PUBLIC 9506/05 LIMITE CAB 19 JUR 221 INLEIDENDE NOTA van: het voorzitterschap aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers

Nadere informatie

Opgave 4 Conflict Noord-Korea en Zuid-Korea

Opgave 4 Conflict Noord-Korea en Zuid-Korea Opgave 4 Conflict Noord-Korea en Zuid-Korea Bij deze opgave horen figuur 3 en de teksten 7 tot en met uit het bronnenboekje. Gebruik tekst 7. Er zijn twee vormen van dictaturen: autoritaire en totalitaire

Nadere informatie

kracht TWEEDE WERELDOORLOG VERSUS MENSENRECHTEN

kracht TWEEDE WERELDOORLOG VERSUS MENSENRECHTEN WERKb L a D WERKBLAD met terugwerkende kracht met terugwerkende kracht TWEEDE WERELDOORLOG VERSUS MENSENRECHTEN Dit werkblad is een voorbereiding op je bezoek aan de vaste tentoonstelling Met Terugwerkende

Nadere informatie

geraadpleegd door de Raad overeenkomstig artikel 39, lid 1 van het EU-Verdrag (C5-0757/2000),

geraadpleegd door de Raad overeenkomstig artikel 39, lid 1 van het EU-Verdrag (C5-0757/2000), P5_TA(2002)0430 Europees netwerk voor justitiële opleiding * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het initiatief van de Franse Republiek met het oog op de aanneming van het besluit van de

Nadere informatie

12897/15 rts/sl 1 DG C 2B

12897/15 rts/sl 1 DG C 2B Raad van de Europese Unie Brussel, 12 oktober 2015 (OR. en) 12897/15 RESULTAAT BESPREKINGEN van: d.d.: 12 oktober 2015 aan: het secretariaat-generaal van de Raad de delegaties MAMA 161 CFSP/PESC 631 RELEX

Nadere informatie

Kibbelen over mensenrechten

Kibbelen over mensenrechten Tekst: Ingrid d Hooghe Kibbelen over mensenrechten EU en China op zoek naar de beste manier van samenwerking 18 KIBBELEN OVER MENSENRECHTEN China Nu 2010-1 De opkomst van China als economische grootmacht

Nadere informatie

Speech ter gelegenheid van de ontvangst van Nederlandse ambassadeurs door de Staten-Generaal, d.d. donderdag 29 januari 2015 Anouchka van Miltenburg, Voorzitter Tweede Kamer Het gesproken woord geldt Geachte

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESCHIKKING VAN DE

Nadere informatie

Commissie interne markt en consumentenbescherming ONTWERPVERSLAG

Commissie interne markt en consumentenbescherming ONTWERPVERSLAG EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie interne markt en consumentenbescherming 24.9.2013 2013/2116(INI) ONTWERPVERSLAG over de toepassing van Richtlijn 2005/29/EG over oneerlijke handelspraktijken (2013/2116(INI))

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 februari 2004 (03.03) (OR. en) 5655/04 LIMITE PV/CONS 2 RELEX 33

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 februari 2004 (03.03) (OR. en) 5655/04 LIMITE PV/CONS 2 RELEX 33 Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 februari 2004 (03.03) (OR. en) PUBLIC 5655/04 LIMITE PV/CONS 2 RELEX 33 ONTWERP-NOTULEN Betreft: 2559e zitting van de Raad van de Europese Unie (ALGEMENE

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 114 Goedkeuring van de op 27 juni 2014 te Brussel tot stand gekomen Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap

Nadere informatie

Wie bestuurt de Europese Unie?

Wie bestuurt de Europese Unie? Wie bestuurt de Europese Unie? De Europese Unie (EU) is een organisatie waarin 28 landen in Europa samenwerken. Eén ervan is Nederland. Een aantal landen werkt al meer dan vijftig jaar samen. Andere landen

Nadere informatie

EUROPESE SOCIAAL-DEMOCRATEN: VOORSTANDER VAN DE EUROPESE GRONDWET

EUROPESE SOCIAAL-DEMOCRATEN: VOORSTANDER VAN DE EUROPESE GRONDWET EUROPESE SOCIAAL-DEMOCRATEN: VOORSTANDER VAN DE EUROPESE GRONDWET EUROPESE SOCIAAL-DEMOCRATEN: VOORSTANDER VAN DE EUROPESE GRONDWET Richard Corbett, lid van het EP De Europese grondwet is een grote verbetering

Nadere informatie

Moeilijke besluiten voor de Europese Raad

Moeilijke besluiten voor de Europese Raad Moeilijke besluiten voor de Europese Raad Korte omschrijving: Leerlingen gaan aan de slag met actuele Europese dilemma s. Er zijn vijf dilemma s. U kunt zelf kiezen welke dilemma s u aan de orde stelt.

Nadere informatie

UNIVERSELE VERKLARING van de RECHTEN van de MENS: De 30 artikelen:

UNIVERSELE VERKLARING van de RECHTEN van de MENS: De 30 artikelen: UNIVERSELE VERKLARING van de RECHTEN van de MENS: De 30 artikelen: Artikel 1 Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren

Nadere informatie

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT Aanbeveling... 2 Advies... 2 Algemeen commentaar... 2 Beleidsdocument... 3 Besluit... 3 Decreet... 3 Europees besluit... 3 Grondwet... 3 Koninklijk besluit... 3 Mededeling...

Nadere informatie

Stand for Secularism and Human Rights!

Stand for Secularism and Human Rights! EU ELECTIONS 2014 Stand for Secularism and Human Rights! EHF Manifesto November 2013 E uropean elections in May 2014 will be crucial for humanists in Europe. The rise of radical populist parties, the persisting

Nadere informatie

fiud / SfiP B v u / uur

fiud / SfiP B v u / uur fiud / SfiP B v u / uur - r PPBrtlig BW iitenitlmile j, ODtwikkiliogn MB knnnn zijn voor d» bimnltnd»! viiligheii Nr. A83/010 Ik april 1983 PALESTIJNEN BEZOEKEN TSJECHOSLOWAKIJE In de tweede week van maart

Nadere informatie

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE

GEZAMENLIJKE ONTWERPRESOLUTIE EUROPEES PARLEMENT 2004 Zittingsdocument 2009 6.7.2005 B6-0416/2005 } B6-0430/2005 } B6-0432/2005 } B6-0439/2005 } B6-0442/2005 } RC1 GEZAMEIJKE ONTWERPRESOLUTIE ingediend overeenkomstig artikel 115, lid

Nadere informatie

(Mededelingen) EUROPEES PARLEMENT

(Mededelingen) EUROPEES PARLEMENT 4.8.2011 Publicatieblad van de Europese Unie C 229/1 II (Mededelingen) MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE EUROPEES PARLEMENT Reglement van de Conferentie van de

Nadere informatie

Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld.

Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld. Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een met naam genoemde verzekeringsarts van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen te Heerlen (UWV) bij het vaststellen van de belastbaarheid

Nadere informatie

Committee / Commission CONT. Meeting of / Réunion des 12 & 13/09/2005 BUDGETARY AMENDMENTS / AMENDEMENTS BUDGÉTAIRES. Rapporteur: Chris HEATON-HARRIS

Committee / Commission CONT. Meeting of / Réunion des 12 & 13/09/2005 BUDGETARY AMENDMENTS / AMENDEMENTS BUDGÉTAIRES. Rapporteur: Chris HEATON-HARRIS Committee / Commission CONT Meeting of / Réunion des 12 & 13/09/2005 BUDGETARY AMENDMENTS / AMENDEMENTS BUDGÉTAIRES Rapporteur: Chris HEATON-HARRIS NL NL Ontwerpamendement 6450 === CONT/6450=== Basislijn

Nadere informatie

Geschiedenis van Speciale Vertegenwoordigers en Rapporteurs van de Verenigde Naties voor Iran

Geschiedenis van Speciale Vertegenwoordigers en Rapporteurs van de Verenigde Naties voor Iran Geschiedenis van Speciale Vertegenwoordigers en Rapporteurs van de Verenigde Naties voor Iran De onderstaande tabel biedt een overzicht van de activiteiten van de Speciale VN-Vertegenwoordigers en Rapporteurs

Nadere informatie

Werk van iedereen. Democratisering en vredesopbouw

Werk van iedereen. Democratisering en vredesopbouw Werk van iedereen Democratisering en vredesopbouw Foto: Rebke Klokke Werk van Gladys Haar man werd vermoord. Haar broer ontvoerd. En zelf raakte Gladys getraumatiseerd door wat ze meemaakte tijdens de

Nadere informatie

Werkvel opdracht 9 (Onderhandelingsspel: hoe neem je samen moeilijke besluiten?)

Werkvel opdracht 9 (Onderhandelingsspel: hoe neem je samen moeilijke besluiten?) Werkvel opdracht 9 (Onderhandelingsspel: hoe neem je samen moeilijke besluiten?) Toelichting op de opdracht Tijdens deze opdracht gaan jullie in kleine groepjes in onderhandeling met elkaar over een pakket

Nadere informatie

woensdag 23 januari 2013

woensdag 23 januari 2013 woensdag 23 januari 2013 Vijfendertig jaar na de oprichting van de Arbeiderspartij van Koerdistan (PKK) en de vrijheidsstrijd die de PKK-rebellen voeren op hun grondgebied, die naar schatting al meer dan

Nadere informatie

Resolutie van het Europees Parlement van 6 februari 2014 over de situatie in Oekraïne (2014/2547(RSP))

Resolutie van het Europees Parlement van 6 februari 2014 over de situatie in Oekraïne (2014/2547(RSP)) P7_TA(2014)0098 Situatie in Oekraïne Resolutie van het Europees Parlement van 6 februari 2014 over de situatie in Oekraïne (2014/2547(RSP)) Het Europees Parlement, gezien zijn resolutie van 12 december

Nadere informatie

Belangen: Wel of niet ingrijpen in Syrië?

Belangen: Wel of niet ingrijpen in Syrië? Belangen: Wel of niet ingrijpen in Syrië? Korte omschrijving werkvorm: Leerlingen moeten zich inleven in een permanent lid van de Veiligheidsraad van de VN. Ze gaan aan de slag met het vraagstuk of de

Nadere informatie

PERMANENTE VERTEGENWOORDIGING VAN NEDERLAND

PERMANENTE VERTEGENWOORDIGING VAN NEDERLAND PERMANENTE VERTEGENWOORDIGING VAN NEDERLAND bij de Ij Naar aanleiding van ons telefonisch onderhoud van II hedenmorgen doe ik U hierbij een Nota toekomen die enige Jl_S bedachten bevat over de wijze waarop

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie begrotingscontrole

EUROPEES PARLEMENT. Commissie begrotingscontrole EUROPEES PARLEMENT 1999 Commissie begrotingscontrole 2004 29 juni 2001 PE 305.601/6-20 AMENDEMENTEN 6-20 ONTWERPADVIES - Theato aan de Commissie constitutionele zaken (PE 305.601) ALGEMENE HERZIENING VAN

Nadere informatie

Situatie in Egypte en Syrië, met name voor de christelijke gemeenschappen

Situatie in Egypte en Syrië, met name voor de christelijke gemeenschappen P7_TA(2011)0471 Situatie in Egypte en Syrië, met name voor de christelijke gemeenschappen Resolutie van het Europees Parlement van 27 oktober 2011 over de situatie in Egypte en Syrië, met name die van

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT HANDELINGEN COMMISSIEVERGADERING COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE AANGELEGENHEDEN, HUISVESTING EN STEDELIJK BELEID

VLAAMS PARLEMENT HANDELINGEN COMMISSIEVERGADERING COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE AANGELEGENHEDEN, HUISVESTING EN STEDELIJK BELEID C284 BIN30 VLAAMS PARLEMENT Zitting 2002-2003 10 juli 2003 HANDELINGEN COMMISSIEVERGADERING COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE AANGELEGENHEDEN, HUISVESTING EN STEDELIJK BELEID Vraag om uitleg van de heer Bart

Nadere informatie

Datum 18 augustus 2015 Betreft Beantwoording vragen van het lid Kuzu over De situatie van Oeigoeren in de Chinese provincie Xinjiang

Datum 18 augustus 2015 Betreft Beantwoording vragen van het lid Kuzu over De situatie van Oeigoeren in de Chinese provincie Xinjiang Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Uw Referentie Datum 18 augustus 2015 Betreft

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 november 2010 (01.12) (OR. en) 17223/10 ASIM 120 NOTA

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 november 2010 (01.12) (OR. en) 17223/10 ASIM 120 NOTA RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 30 november 2010 (01.12) (OR. en) 17223/10 ASIM 120 NOTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap het Comité van permanente vertegenwoordigers/de Raad Gezamenlijke verklaring

Nadere informatie

STATEN VAN ARUBA. TOESPRAAK STATENVOORZITTER DRS. MERVIN RAS Parlementair Overleg Koninkrijkrelaties juni juni 2007

STATEN VAN ARUBA. TOESPRAAK STATENVOORZITTER DRS. MERVIN RAS Parlementair Overleg Koninkrijkrelaties juni juni 2007 STATEN VAN ARUBA TOESPRAAK STATENVOORZITTER DRS. MERVIN RAS Parlementair Overleg Koninkrijkrelaties 25-29 juni 2006 25 juni 2007 Geachte collega s uit beide kamers en de Nederlandse Antillen, Voorzitters,

Nadere informatie

Verdrag inzake verstandhouding en samenwerking tussen het Koninkrijk België en de Russische Federatie.

Verdrag inzake verstandhouding en samenwerking tussen het Koninkrijk België en de Russische Federatie. 8 DECEMBER 1993 Verdrag inzake verstandhouding en samenwerking tussen het Koninkrijk België en de Russische Federatie. Inwerkingtreding : 22-01-1998 Art. 1. De Verdragsluitende Partijen besluiten aan hun

Nadere informatie

Colloquium NIC 1/10/2015: afsluiting

Colloquium NIC 1/10/2015: afsluiting Colloquium NIC 1/10/2015: afsluiting Dames en Heren, Het is mij een eer en een genoegen om dit boeiende colloquium te mogen afsluiten. Deze middag hebben we in elk geval een voortschrijdend inzicht gekregen

Nadere informatie

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol P5_TA(2002)0269 Toekomstige ontwikkeling van Europol Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de toekomstige ontwikkeling van Europol en zijn volledige opneming in het institutioneel bestel

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2009 - I

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2009 - I Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Staatsinrichting van Nederland Gebruik bron 1 en 2. 1p 1 De twee bronnen hebben te maken met de constitutionele monarchie. Welke

Nadere informatie

EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE

EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE De rechtsgrondslag voor de grondrechten op EU-niveau is lange tijd voornamelijk gelegen geweest in de verwijzing in de Verdragen naar het Europees Verdrag tot

Nadere informatie

Voorstel van resolutie. betreffende het stopzetten van de openbareomroepactiviteiten in Griekenland

Voorstel van resolutie. betreffende het stopzetten van de openbareomroepactiviteiten in Griekenland stuk ingediend op 2115 (2012-2013) Nr. 1 19 juni 2013 (2012-2013) Voorstel van resolutie van de heren Bart Tommelein, Jo De Ro, Jean-Jacques De Gucht, Peter Gysbrechts en Sas van Rouveroij betreffende

Nadere informatie

Zelfonderzoek voor de Groep met behulp van de tradities

Zelfonderzoek voor de Groep met behulp van de tradities Zelfonderzoek voor de Groep met behulp van de tradities De Twaalf Tradities zijn voor de groep wat de stappen zijn voor het individu. De tradities helpen om het programma van herstel levend en succesvol

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 16 december 2004 (03.01) (OR. fr) 15763/04 JEUN 95 EDUC 224 SOC 587

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 16 december 2004 (03.01) (OR. fr) 15763/04 JEUN 95 EDUC 224 SOC 587 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 16 december 2004 (03.01) (OR. fr) 15763/04 JEUN 95 EDUC 224 SOC 587 NOTA van: aan: Betreft: de Luxemburgse delegatie de Groep jeugdzaken ontwerp-resolutie van de Raad

Nadere informatie

WAAR WIJ VOOR STAAN. Socialisten & Democraten in het Europees Parlement. Fractie van de Progressieve Alliantie van

WAAR WIJ VOOR STAAN. Socialisten & Democraten in het Europees Parlement. Fractie van de Progressieve Alliantie van WAAR WIJ VOOR STAAN. Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten & Democraten in het Europees Parlement Strijden voor sociale rechtvaardigheid, het stimuleren van werkgelegenheid en groei, hervorming

Nadere informatie

PUBLIC 11642/01 Interinstitutioneel dossier: 2001/0109 (CNS)

PUBLIC 11642/01 Interinstitutioneel dossier: 2001/0109 (CNS) Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 24 september 200 (26.09) (OR. fr) PUBLIC 642/0 Interinstitutioneel dossier: 200/009 (CNS) LIMITE JUSTCIV NOTA van: het voorzitterschap aan: het Comité burgerlijk

Nadere informatie

PARITAIRE PARLEMENTAIRE VERGADERING ACS- EU

PARITAIRE PARLEMENTAIRE VERGADERING ACS- EU PARITAIRE PARLEMENTAIRE VERGADERING ACS- EU Commissie politieke zaken 5.3.2009 AP/100.506/AM1-24 AMENDEMENTEN 1-24 Ontwerpverslag (AP/100.460) Co-rapporteurs: Ruth Magau (Zuid-Afrika) en Filip Kaczmarek

Nadere informatie

BESLUITEN. BESLUIT (GBVB) 2015/1763 VAN DE RAAD van 1 oktober 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Burundi

BESLUITEN. BESLUIT (GBVB) 2015/1763 VAN DE RAAD van 1 oktober 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Burundi 2.10.2015 L 257/37 BESLUITEN BESLUIT (GBVB) 2015/1763 VAN DE RAAD van 1 oktober 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Burundi DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het

Nadere informatie

Speech. Dames en heren, excellenties,

Speech. Dames en heren, excellenties, Speech Door minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, op de conferentie over antimicrobiële resistentie op 9 en 10 februari in Amsterdam. Dames en heren, excellenties, Welkom in onze hoofdstad

Nadere informatie

Instructie: Landenspel

Instructie: Landenspel Instructie: Landenspel Korte omschrijving werkvorm In deze werkvorm ervaren leerlingen dat een democratische rechtsstaat niet vanzelfsprekend is. Groepjes leerlingen vormen de regeringen van verschillende

Nadere informatie

Advies. over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking

Advies. over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking Brussel, 5 juli 2006 050706_Advies_kaderdecreet_Vlaamse_ontwikkelingssamenwerking Advies over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking 1. Inleiding Op 24 mei 2006 heeft Vlaams minister

Nadere informatie

PUBLIC 8480/10 Interinstitutioneel dossier: 2009/0183 (NLE)

PUBLIC 8480/10 Interinstitutioneel dossier: 2009/0183 (NLE) Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 27 april 2010 (OR. en) PUBLIC 8480/10 Interinstitutioneel dossier: 2009/0183 (NLE) LIMITE COEST 89 PESC 444 NIS 25 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN

Nadere informatie

Luc Van den Brande Laten we samen aan Europa bouwen

Luc Van den Brande Laten we samen aan Europa bouwen Luc Van den Brande Laten we samen aan Europa bouwen Inhoud Mijn overtuigingen 2 Mijn prioriteiten 3 Bakens voor morgen 8 Laten we samen aan Europa bouwen 1 Mijn overtuigingen Mijn overtuigingen Een Europa,

Nadere informatie

Vervolg en einde van De Koude Oorlog: 1953-1995 (10.1 & 10.3)

Vervolg en einde van De Koude Oorlog: 1953-1995 (10.1 & 10.3) Vervolg en einde van De Koude Oorlog: 1953-1995 (10.1 & 10.3) Na de dood van Stalin leek de Sovjet greep op het Oost Europa wat losser te worden. Chroesjtsjov maakte Stalins misdaden openbaar (destalinisatie),

Nadere informatie

Nieuwe Golfoorlog in de maak?

Nieuwe Golfoorlog in de maak? Taak actualiteit Nieuwe Golfoorlog in de maak? De Eerste Golfoorlog was een oorlog tussen Irak en Iran van 1980-1988 en is genoemd naar het zeegebied van de Perzische Golf, omdat zich daar een belangrijk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 400 V Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) en van de begrotingsstaat van Buitenlandse Handel en

Nadere informatie

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag, P5_TA(2002)0591 Verblijfstitel met een korte geldigheidsduur * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de verblijfstitel met een korte

Nadere informatie

5. Protocol tot vaststelling van het statuut van de. Europese Investeringsbank

5. Protocol tot vaststelling van het statuut van de. Europese Investeringsbank De Slotakte vermeldt de verbindende protocollen en de niet-verbindende verklaringen Slotakte De CONFERENTIE VAN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN VAN DE LIDSTATEN, bijeen te Brussel op 30 september

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 800 V Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2000 Nr. 83

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 29 oktober 2004 (10.11) (OR. en) 13996/04 LIMITE JEUN 89 EDUC 211 SOC 512

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 29 oktober 2004 (10.11) (OR. en) 13996/04 LIMITE JEUN 89 EDUC 211 SOC 512 Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 29 oktober 2004 (10.11) (OR. en) PUBLIC 13996/04 LIMITE JEUN 89 EDUC 211 SOC 512 IEIDENDE NOTA van: het secretariaat-generaal aan: de Raad en de vertegenwoordigers

Nadere informatie

Tekst herdenking Brabantse gesneuvelden: Wie de ogen sluit voor het verleden, is blind voor de toekomst

Tekst herdenking Brabantse gesneuvelden: Wie de ogen sluit voor het verleden, is blind voor de toekomst Tekst herdenking Brabantse gesneuvelden: Wie de ogen sluit voor het verleden, is blind voor de toekomst Dames en heren, allen hier aanwezig. Het is voor mij een grote eer hier als pas benoemde burgemeester

Nadere informatie

1 van 6 17-11-2008 19:23

1 van 6 17-11-2008 19:23 1 van 6 17-11-2008 19:23 Beantwoording vragen leden Van der Staaij, Voordewind, Van Baalen en Van Gennip over de situatie in Papoea 05-04-2007 Kamerstuk Nederlands Ministerie van Buitenlandse Zaken Graag

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT 2009-2014. Zittingsdocument 23.1.2014 B7-0000/2014 ONTWERPRESOLUTIE. naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B7-0000/2014

EUROPEES PARLEMENT 2009-2014. Zittingsdocument 23.1.2014 B7-0000/2014 ONTWERPRESOLUTIE. naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B7-0000/2014 EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Zittingsdocument 23.1.2014 B7-0000/2014 ONTWERPRESOLUTIE naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B7-0000/2014 ingediend overeenkomstig artikel 115, lid 5, van het

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

Overwegende, dat het van het hoogste belang is om de ontwikkeling van vriendschappelijke betrekkingen tussen de naties te bevorderen;

Overwegende, dat het van het hoogste belang is om de ontwikkeling van vriendschappelijke betrekkingen tussen de naties te bevorderen; Universele Verklaring van de Rechten van de Mens Overwegende, dat erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag is

Nadere informatie

filosofie havo 2015-I

filosofie havo 2015-I Opgave 3 Wat is de Wat 11 maximumscore 1 Een goed antwoord bevat het volgende element: een uitleg dat Eggers zich met morele vraagstukken bezighoudt: hij vraagt zich af wat hij zelf vanuit zijn eigen normen

Nadere informatie

*** ONTWERPAANBEVELING

*** ONTWERPAANBEVELING EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken 2010/0011(E) 16.3.2011 *** ONTWERPAANBEVELING over het ontwerp van besluit van de Raad over de sluiting van

Nadere informatie

13234/1/14 REV 1 ver/jel/mt 1 DGE 2 A

13234/1/14 REV 1 ver/jel/mt 1 DGE 2 A Raad van de Europese Unie Brussel, 1 oktober 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2013/0186 (COD) 13234/1/14 REV 1 AVIATION 182 CODEC 1822 VERSLAG van: aan: het secretariaat-generaal het Coreper/de

Nadere informatie

GENDERGELIJKHEID SOLIDARITEIT ACTIE. De werkzaamheden van GUE/NGL in de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid van het Europees Parlement

GENDERGELIJKHEID SOLIDARITEIT ACTIE. De werkzaamheden van GUE/NGL in de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid van het Europees Parlement GENDERGELIJKHEID SOLIDARITEIT ACTIE De werkzaamheden van GUE/NGL in de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid van het Europees Parlement Gendergelijkheid, solidariteit, actie Voor politieke

Nadere informatie

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Standaard Eurobarometer 80 DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Opiniepeiling besteld en gecoördineerd door de Europese Commissie, Directoraat-generaal Communicatie.

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2005 - II

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2005 - II Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. DE KOUDE OORLOG + NEDERLAND EN DE VERENIGDE STATEN NA DE TWEEDE WERELDOORLOG Gebruik bron 1. 1p 1 De bron maakt duidelijk dat de

Nadere informatie

Alle mensen hebben dezelfde rechten

Alle mensen hebben dezelfde rechten Alle mensen hebben dezelfde rechten Marie-Agnès Combesque Clotilde Perrin De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948 uitgelegd voor kinderen Alle mensen hebben dezelfde rechten De Universele

Nadere informatie

betreffende de situatie van christelijke en andere religieuze en levensbeschouwelijke minderheden in het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Azië

betreffende de situatie van christelijke en andere religieuze en levensbeschouwelijke minderheden in het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Azië stuk ingediend op 1126 (2010-2011) Nr. 1 11 mei 2011 (2010-2011) Voorstel van resolutie van de heren Ward Kennes, Jan Roegiers, Matthias Diependaele, Jean-Jacques De Gucht, Filip Watteeuw, Boudewijn Bouckaert

Nadere informatie

Notulen van de vergadering gehouden op donderdag 24 juli 1969 in de Trêveszaal, aangevangen 's morgens om tien uur en 's middags voortgezet

Notulen van de vergadering gehouden op donderdag 24 juli 1969 in de Trêveszaal, aangevangen 's morgens om tien uur en 's middags voortgezet MINISTERRAAD Nr. 4730 Notulen van de vergadering gehouden op donderdag 24 juli 1969 in de Trêveszaal, aangevangen 's morgens om tien uur en 's middags voortgezet Aanwezig; de vice-minister-president Witteveen

Nadere informatie

dat organisaties als Sharia4Belgium en steekpartijen in metrostations die vooroordelen in de hand werken.

dat organisaties als Sharia4Belgium en steekpartijen in metrostations die vooroordelen in de hand werken. 1 Toespraak door viceminister-president en Vlaams minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand Geert BOURGEOIS Bezoek aan de Al Fath Moskee Gent, 16 juni 2012

Nadere informatie

Speech van commissaris van de koningin Max van den Berg, Bevrijdingsdag, Leek, 5 mei 2010

Speech van commissaris van de koningin Max van den Berg, Bevrijdingsdag, Leek, 5 mei 2010 Speech van commissaris van de koningin Max van den Berg, Bevrijdingsdag, Leek, 5 mei 2010 Dames en heren, [Inleiding] In de zomer van 1946 voer een schip van Thailand naar Nederland. Een kleine Nederlandse

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Wat houdt het begrip internationale samenwerking in?

Samenvatting. 1. Wat houdt het begrip internationale samenwerking in? Aanleiding voor het onderzoek Samenvatting In de 21 ste eeuw is de invloed van ruimtevaartactiviteiten op de wereldgemeenschap, economie, cultuur, milieu, etcetera steeds groter geworden. Ieder land dient

Nadere informatie

Plein 1813 nr. 4- 's-geavewhage. Onderwerp: Weekoverzicht.

Plein 1813 nr. 4- 's-geavewhage. Onderwerp: Weekoverzicht. REGERINGSCOMMISSARIS IN ALGEMENE DIENST MINISTERIE VANALGEMENE ZAKEN Kenmerk: Nr. 3H7/HP/69. Bijlage(n): één. Onderwerp: Weekoverzicht. 's-gravenhage, 19 juni 1969' Plein 1813 nr. 4 Hiermede heb ik de

Nadere informatie

Dodenherdenking. Beuningen, 4 mei 2015

Dodenherdenking. Beuningen, 4 mei 2015 Dodenherdenking Beuningen, 4 mei 2015 Voor het eerst in mijn leven bezocht ik twee weken geleden Auschwitz en Birkenau. Twee plekken in het zuiden van Polen waar de inktzwarte geschiedenis van Europa je

Nadere informatie

Overzicht van de conclusies inzake het partnerschap tussen de Franse Republiek en het Koninkrijk der Nederlanden

Overzicht van de conclusies inzake het partnerschap tussen de Franse Republiek en het Koninkrijk der Nederlanden Overzicht van de conclusies inzake het partnerschap tussen de Franse Republiek en het Koninkrijk der Nederlanden GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING Parijs, 3 juni 2015 De president van de Franse Republiek,

Nadere informatie