ECG en de hartcyclus



Vergelijkbare documenten
1) Wat is het verschil tussen de grote en kleine bloedsomloop? 2) Tot welke bloedsomloop behoren je hersenen?

vwo bloed en bloedsomloop 2010

ECG SENSOR ML84M GEBRUIKERSHANDLEIDING

Prezi les 1: Website:

Afdrukken pagina 2-19 dubbelzijdig formaat A4 naar behoefte kunnen lege A4-pagina s worden tussengevoegd

Samenvatting Biologie Transport

slagaders haarvaten aders uitzonderingen Bevat kleppen - - X Aorta, longslagader Gespierde dikke wand

Hart en bloedsomloop hv12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

PRACTICUM PIEKKRACHT EN DUURKRACHT

Hart = pomp --> spier --> trainen --> krans(slag)aders vertakken verder --> hart krijgt meer voedingsstoffen

2 Patiëntspecifieke informatie Partiële Cavo Pulmonale Connectie (PCPC)

ECG-SENSOR BT36i GEBRUIKERSHANDLEIDING

BASISSTOF 1 HET BLOED OM TE ONTHOUDEN

halvemaanvormige kleppen) Doordat de hartkamers het bloed met kracht wegpompen.

Patiënten Informatie Map voor patiënten na een hartinfarct

Aortaklepinsufficiëntie

Inhoud. Inleiding Medische achtergrondkennis 9 - Anatomie en fysiologie 10 - Ziektebeelden 21

PRACTICUM HET LICHAAM VOOR EN NA INSPANNING

Thema: Transport HAVO. HENRY N. HASSENKHAN SCHOLENGEMEENSCHAP LELYDORP [HHS-SGL] Docent: A. Sewsahai

Benodigdheden bekerglas, dompelaar (aan te sluiten op lichtnet), thermometer, stopwatch

anatomie en fysiologie van het hart

Leskist Sportprestaties

Beide kamers zijn met de grote slagaders verbonden. Vanuit de rechterkamer gaat deze slagader naar de

Havo 4 - Practicumwedstrijd Versnelling van een karretje

Kijk, zo klopt het! EEN KIJKJE IN JE HART INHOUD. Je hart? Hard nodig!

Hart en bloedsomloop vmbo-b34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Oefen Repetitie KGT thema Bloedsomloop

Bijlage VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 1. Deze bijlage bevat informatie. KB-0191-a-14-1-b

HARTSLAGSENSOR 027I GEBRUIKERSHANDLEIDING

Havo: Meten is weten. Naam:.. Partner:.. Datum voor doen van de metingen: 1 e datum:.. 2 e datum:.. Tweede afspraak Aanvangstijd: Eindtijd:

6,2. Hartkleppen. Praktische-opdracht door een scholier 2494 woorden 28 maart keer beoordeeld

Examen Voorbereiding Transport

Cheyenne van der Avort Rubens van den Berg Libanon Lyceum Onder begeleiding van F. Spierings HART- EN VAATZIEKTEN. Profielwerkstuk VWO 6

Aangeboren hartafwijkingen (in het algemeen)

Tako Tsubo cardiomyopathie Bij hevige emotionele stress

Informatie. Boezemfibrilleren

Atriumfibrillatie polikliniek

Oefenopgaven voortplanting / hormonale regulatie De mannenpil

1. de rechterboezem: ontvangt het zuurstofarme bloed van de bovenste en onderste holle ader;

Hartcentrum. Hartklepaandoeningen. Patiëntenfolder aandoeningen

Bijlage VMBO-GL en TL

BLOED EN BLOEDSOMLOOP VWO 3

VSD (Ventrikel Septum Defect)

komt terug naar het hart in de linkerboezem, dan naar de linkerkamer en het hele proces begint opnieuw (afb. 1).

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 9

Scholingstraject voorbehouden en risicovolle handelingen. Module. Bloeddruk meten.

Diagnostische katheterisatie

Lesbrief Hellingproef

Samenvatting. Functie: zuurstof en voedingsstoffen afgeven aan de cellen, en koolstofdioxide en andere afvalstoffen opnemen in het bloed.

Als l groter wordt zal T. Als A groter wordt zal T

Elke spier neemt toe in dikte en kracht door hem regelmatig harder te laten werken (trainen).

Anatomie / fysiologie

5,2. Antwoorden door een scholier 1376 woorden 19 februari keer beoordeeld. Basisstof 1; samenstelling van bloed

Boezemfibrilleren. Cardiologie

Toets Anatomie Opleiding Sport en Bewegen. Behaalde punten Hulpmiddelen geen

Inleiding Hoe werkt het hart? Wat gebeurt er bij een normaal hartritme?

INFOBROCHURE: STAGIAIRS VERPLEEGKUNDE CARDIOLOGIE

Boezemfibrilleren. Afdeling cardiologie

Samenvatting Biologie, 8.1 t/m 8.5

Boezemfibrilleren. De bouw en werking van het hart

OPDRACHTKAART. Thema: Multimedia/IT. Audio 4. Digitaliseren MM

Boezemfibrillatie (atriumfibrillatie)

Hart anatomie en fysiologie

Vet-killer 320 Workout Introductie (eerste deel) Door: Jesse van der Velde

BIOKLOK DE BIOLOGISCHE KLOK IN DE LES MODULE C. klok. www. bio. .nl

Lessen in Elektriciteit

Module: Hartkloppingen - v456. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

De Ierse Wolfshond: Onze grote vriend met zijn grote hart. Hanneke van Meeuwen

HARTRITMESTOORNISSEN DE BEHANDELING DOOR MIDDEL VAN ELEKTRONISCHE CARDIOVERSIE FRANCISCUS VLIETLAND

Het normale elektrocardiogram. Zie voor nog uitgebreidere informatie

SPREEKUUR ATRIUMFIBRILLATIE

Dwerggras 30, Rotterdam. 1. Schrijf tijdens het kijken dingen op die jou belangrijk lijken. Je hebt dit later nodig.

Elektrische cardioversie

6.5. Opdracht 1. Opdracht 2. Opdracht 4. Boekverslag door K woorden 10 mei keer beoordeeld. Basisstof 1

Het hart. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Inspanningselektrocardiogram. Met arteriële zuurstof en ventilatie meting

Informatiebrochure ablatie. Patiënteninformatie

Benodigdheden Gloeilampje, spoel, condensator, signaalgenerator die een sinusvormige wisselspanning levert, aansluitdraden, LCR-meter

Inleiding. Afbeelding 1: Het hart

Kernvraag: Hoe maken we geluid?

Toelatingsexamens en Ondersteunend Onderwijs

Cardiologie. Boezemfibrilleren. Het Antonius Ziekenhuis vormt samen met Thuiszorg Zuidwest Friesland de Antonius Zorggroep

Informatiebrochure T.E.E. / Cardioversie

Geluidsnelheid. 1 Inleiding. VWO Bovenbouwpracticum Natuurkunde Practicumhandleiding

Practicum: Het ontkiemen van zaadjes

Hartcentrum. Endocarditis. Patiëntenfolder aandoeningen

Pijn op de borst: Angina Pectoris

Een deel van het onderzoek doe je met z n tweeën, het andere deel doe je zelfstandig. Dit onderzoek telt als repetitie A en B.

Boezemfibrilleren. Lianne Permentier, cardioloog Ommelander Ziekenhuis

Pacemaker voor het hart

Axoft managed router rapportage Toelichting week rapportage

Fietsergometrie met arteriële zuurstof en ventilatie meting

1. Hoe ziet het hart eruit?

Maak afspraken over de tijdstippen waarop geoefend gaat worden. Bespreek in welke omgeving er geoefend gaat worden (eerst thuis, later op het werk).

Transcriptie:

ECG en de hartcyclus

De hartcyclus De afbeelding op de volgende bladzijde is een vereenvoudigde weergave van de gebeurtenissen tijdens de hartcyclus. In de diagrammen 1 en 2 geven de grafieklijnen de drukvariaties weer in boezem, kamer en het begin van de slagader die het betreffende hartgedeelte verlaat. Toegevoegd zijn een elektrocardiogram (ECG), de harttonen en de volumeveranderingen in linker en rechter kamer. Alle in de figuur weergegeven veranderingen zijn uitgezet tegen de tijd, uitgedrukt in milliseconden. De verticale lijnen verdelen de hartcyclus in zijn voornaamste fasen. Opdrachten 1. Hoeveel seconden duurt volgens dit schema een hartcyclus? 2. Bereken de hartslagfrequentie. 3. Hebben de grafieklijnen in diagram 1 betrekking op de linker- of rechter harthelft? En die van diagram 2? Licht je antwoord toe. 4. Maak een legenda voor de grafieklijnen van diagram 1 en 2. Zet deze naast de grafiek. Kies uit rechterkamer rechterboezem linkerkamer linkerboezem longslagader - aorta 5. Tussen diagram 1 en 2 zijn twee lege tijdbalken weergegeven, een voor de hartkleppen en een voor de slagaderkleppen. Geef in de twee tijdbalken nauwkeurig aan wanneer de hartkleppen en de slagaderkleppen zijn gesloten. 6. Gebruik de ingevulde tijdbalken van vraag 5. Waarmee vallen de eerste en tweede harttoon samen? Licht je keuze toe. 7. Gebruik de ingevulde tijdbalken van vraag 5. Waarmee valt de afname van het volume van de kamers samen? Licht je keuze toe.

Het ElectroCardioGram (ECG) Inleiding De hartslag bestaat uit het samentrekken van verschillende spiergroepen. En staat onder controle van ritmisch geproduceerde impulsen, die de samentrekking van de hartspier regelen. De impuls wordt geproduceerd in een groepje gespecialiseerde spiercellen, die op de rechterboezem van het hart liggen. Deze spiercellen worden samen de sinusknoop (de SA-knoop ) genoemd. Via een geleidingssysteem, dat uit een groot aantal geleidende (spier)vezels bestaat, verplaatst de impuls zich over het gehele hart. Wanneer de impuls op een bepaalde plek op de hartwand aankomt trekken de spieren, die daar liggen, zich samen. De geleiding van de impuls is zo georganiseerd dat de spieren van de kamers ongeveer 0,16 seconde na die van de boezems samentrekken. vraag 1 Wat is het nut van de periode tussen het samentrekken van de boezems en het samentrekken van de kamers? Antwoord: De loop van de impuls Bij een gezond persoon begint elke hartslag met een impuls van de sinusknoop. Bij volwassenen produceert de sinusknoop gemiddeld 72 maal per minuut zo n impuls. Vanuit de sinusknoop verspreidt de impuls zich over beide boezems, want alle spieren van de boezemwand zijn elektrisch met elkaar verbonden. Een direct gevolg van de impuls is het samentrekken van de spiercellen van de boezems. Daardoor stijgt de druk in de boezems. Door de verhoogde druk wordt het bloed naar de kamers gepompt. De impuls verspreidt zich niet alleen over de boezems, maar ook via geleidende vezels richting de boezemkamerknoop. Omdat de boezems en de kamers van elkaar gescheiden worden door een laag bindweefsel, dat de impuls niet geleidt, is de boezemkamerknoop de enige plek waarlangs de impuls de wanden van de kamers kan bereiken. De boezemkamerknoop ligt ongeveer midden op het hart. Vanuit de boezemkamerknoop verspreidt de impuls zich over de beide kamers via twee, zich vertakkende, zenuwbundels. De zenuwbundeltakken bedekken de wand van de linker en de rechterkamer. De impuls kan zo alle spieren van de kamers bereiken. Een ECG De elektrische activiteit van de hartspier kan gemeten worden met elektroden die op het hart worden aangebracht. Ook op andere plekken op het lichaam kan de elektrische activiteit worden gemeten. Bijvoorbeeld op de beide polsen. Het spanningsverschil tussen je linker en rechterpols verandert voortdurend als gevolg van de elektrische activiteit van je hart. Dit spanningsverschil, op een tijdsas weergegeven heet een elektrocardiogram (ECG). In de medische gezondheidszorg wordt het ECG gebruikt om het herstel na een hartinfarct te volgen, of om hartafwijkingen op te sporen. Dat gebeurt met veel geavanceerdere apparatuur dan het apparaat dat je bij het volgende practicum gaat gebruiken.

Het ECG-practicum Dit practicum voer je met 2 personen uit. Eén is proefpersoon, de ander doet de elektroden om bij de proefpersoon en sluit ze aan, bedient de computer/datalogger en assisteert waar nodig. Je neemt slechts van een persoon een ECG op. Let goed op de aanwijzingen van de docent of TOA of lees het instructieformulier bij de pc. Meting 1: oefening om de elektrische activiteit van het hart te meten. Start nu de meting door op de startbutton te drukken. Een meting moet ongeveer 10 seconden zijn. Controleer of onderdelen uit jullie grafiek lijken op de hiernaast staande grafiek, dit is een uitvergroting van een klein deel. Als het patroon niet gelijk is vraag dan hulp. Deze meting is alleen bedoeld om te controleren of de apparatuur goed is aangesloten. Meting 2, ECG in rust Als je eerste meting een regelmatige grafiek laat zien dan kun je deze meting gebruiken. Zo niet doe je de meting opnieuw. Print deze ECG uit voor beide groepsgenoten. vraag 2 a Beschrijf de vorm van het ECG-patroon van één hartslag (hoeveel pieken zijn er, welke vorm hebben ze, welke piek is het hoogst?) b Bepaal de plaats van de P-, QRS- en T-piek in jullie gemeten cardiogram. Geef deze letters aan in je eigen ECG. c. Waarvan is de P-piek het gevolg? d. Waarvan is de QRS-piek het gevolg? vraag 3 De tijd tussen de P-piek en de top van de QRS-piek wordt ook wel het P-R interval genoemd. Het P-R interval duurt bij de meeste mensen 0,16 seconde. a. Bepaal de duur van het P-R interval in je eigen ECG.

b. Wat stelt het P-R interval eigenlijk voor? c. Verklaar de duur van het P-R interval uit de theorie op de 3 e pagina. d. Bij zware inspanning kan de hartslagfrequentie tot over de 200 slagen per minuut stijgen. Verwacht je dat een stijging van de hartslagfrequentie ook gevolgen heeft voor de duur van het P-R interval? Ja of nee? e. Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet? vraag 4 a. Bepaal de duur van PR (samentrekken van de boezems), RT (samentrekken van de kamers) en TP (de hartpauze) in je eigen ECG PR = RT = TP = b. Wat is de duur van één hartslag in jouw ECG? c. Wat is jouw hartslagfrequentie (in slagen per minuut)? Meting 3, ECG na actie De proefpersoon spant zich nu in door 20 kniebuigingen te maken en gaat direct daarna weer op de stoel zitten, waarna direct de ECG gemaakt wordt. Print deze ECG ook weer uit voor beide groepsgenoten. Bepaal uit de meting de frequentie van de hartslag, in slagen per minuut. vraag 5 Met welke factor is de hartslagfrequentie toegenomen?

vraag 6 Noteer de duur (tijdas) van 3 intervallen; het P-R interval, R-T interval, T-P interval. P-R interval: R-T interval: T-P interval: Vergelijk het ECG-patroon van de metingen 2 en 3. Het ECG-patroon laat zich goed analyseren aan de hand van 3 intervallen; het P-R interval R-T interval, T-P interval (zie figuur). vraag 7 a. Wat stelt het P-R interval voor? b. En het R-T interval? c. En het R-P interval? d. Welke van de drie vertegenwoordigt de hartpauze? vraag 8 Is, bij een hoge hartslagfrequentie, de gehele hartslag sneller geworden, of zijn alleen bepaalde delen van de hartslag korter geworden, terwijl andere hun normale duur behouden hebben. Kruis dat aan in de volgende tabel P-R korter veel korter even lang R-T T-P vraag 9 a. Verklaar de resultaten van deze opdracht. Gebruik daarvoor ook de informatie uit je boek. b. Klopt je verklaring over het P-R interval in vraag 3?