Diabeteshulpmiddelen Standpunt EADV



Vergelijkbare documenten
Diabetes testmaterialen en injectiematerialen voor het toedienen van insuline Onderdeel van de overeenkomst hulpmiddelenzorg 2016

Annakeur Uw glucosemeter, onze zorg

Diabetes mellitus en zelfcontrole. Diabetespoli

Protocol Diagnosticeren van diabetes mellitus

Annakeur Uw glucosemeter, onze zorg

Diabetesverpleegkundige

Diabetes Mellitus Zelfcontrole

PATIËNTENINFORMATIE INFORMATIE BIJ OVERWEGING INSULINEPOMPTHERAPIE

AANVRAAGFORMULIER FLASH GLUCOSE MONITORING SYSTEEM

Hulpmiddelen per post

Ten tweede, om de mechanismen waardoor zelfcontrole mogelijk voordeel biedt aan deze groep patiënten te verkennen.

H Diabetespolikliniek

Hoofdstuk 5 E Controleren van de bloedglucose: hoe?

Richtlijn Zelfcontrole van het bloedglucosegehalte bij diabetes mellitus

Samenvatting voor niet-ingewijden

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Zwangerschapsdiabetes. Begeleiding in het Refaja ziekenhuis

Diabetes mellitus 2. Clara Peters, huisarts Mea de Vent, praktijkondersteuner

Overeenkomst diabetes testmaterialen AHHA tot en met

De voedingsrichtlijnen zijn gebaseerd op de wetenschappelijke onderbouwde NDF-richtlijnen, NHGstandaard,

onbewaakte kopie Protocollenboek Voorbehouden en Risicovolle en Overige handelingen Hoofdstuk Puncties

Uw partner in diabeteszorg

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Kind met diabetes

Dit is een korte beschrijving van de insulinetherapie. Voor uitwerking en verdere informatie zie de bijlage met het volledige protocol.

Kwaliteitsindicatoren diabetes type 2 (fase 2)

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Diabetes mellitus en zwangerschap. Begeleiding in het Refaja ziekenhuis

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. De diabeteszorg in het Refaja ziekenhuis

Kwaliteitsindicatoren diabetes en zwangerschap (fase 2)

Continue glucose monitoring (CGM)

Inhoud. 2.5 De comateuze patiënt Herhalen van receptuur voor bloedglucoseverlagende

Diabetes Mellitus Zelfcontrole

Protocollen Voorbehouden, Risicovolle en Overige handelingen Puncties 1

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Zwangerschapsdiabetes. Begeleiding in het Refaja ziekenhuis

Indicatieprotocol Diabetes

SANDWICHSCHOLING COPD Goede COPD zorg: resultaat van goede samenwerking 28 juni Scharnierconsult. Uitgangspunt

Zelfmanagement bij diabetes

- kiezen voor het gebruik van goede digitale informatiesystemen in de zorgpraktijk.

Zwangerschapsdiabetes

ORALE GLUCOSE TOLERANTIE TEST FRANCISCUS GASTHUIS

Zwangerschapsdiabetes

DIABETES KETENZORG ROHA Melanie Uytendaal, diabetesverpleegkundige Elise Kuipers, diёtist

Een multidisciplinaire richtlijn over zelfcontrole van bloedglucosewaarden door mensen met diabetes

Richtlijn screening op diabetes type 2 goedgekeurd door ALV op 17 september 2015

Zwangerschapsdiabetes

Dialyse. Diabeteszorg in het dialysecentrum

Nieuwe technologie bij pomptherapie, wat biedt het ons meer? Agaath Zeinstra & Jolanda Hensbergen Diabetesverpleegkundigen

Ketenzorg Friesland BV Zorgproducten diëtist 1e lijns Keten-DBC s Astma COPD CVRM DM2

SAMENVATTING, DISCUSSIE EN TOEKOMSTPERSPECTIEF

Inwendige geneeskunde. Diabetescarrousel

Uw huisarts uit de regio Berlicum, Rosmalen, Empel en Den Bosch

Project optimalisatie zorgpad diabetes

Ketenzorg en integrale bekostiging: waar gaan we naar toe? Integrale bekostiging Een zorg minder of meer?

Kwaliteitsindicatoren diabetes DM 1 en zwangerschap (fase 2)

DIABETESCONVENTIE REVALIDATIECONCEPT VOOR DIABETICI. - Patiëntinformatie -

Zorginkoopdocument 2012

Glucose regulatie bij volwassen IC en MC-patiënten bij continue toediening van voeding

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Zwangerschapsdiabetes. Begeleiding in het Refaja ziekenhuis

INTERNE GENEESKUNDE. De diabetesverpleegkundige

Workshop voor apothekers en huisartsen. (on)juiste behandeling met orale bloedsuikerverlagende middelen bij

Nieuwsbrief Ketenzorg Friesland BV oktober 2013

Zelfstandig omgaan met COPD. - persoonlijke ondersteuning via internet - deelname aan het e-vita COPD platform en wetenschappelijk onderzoek.

EADV, de partner in diabeteszorg

ZELFMANAGEMENT IN DE ZORGSTANDAARDEN

Ketenzorg inleiding. Ph.E. de Roos

Mijn zorgplan Preventie en behandeling Hart- en Vaatziekten

Functionele omschrijving van de voedingsprofessional BeweegKuur

Samenvatting Zorgstandaard astma

Zwangerschapsdiabetes

Zwangerschapsdiabetes

Diabetes en het ziekenhuis. Diabetesregulatie op de afdeling en in het ziekenhuis. Diabetes en het ziekenhuis. Waarom goede regulatie?

Diabetes Dagboek mogelijk gemaakt door Sanofi

Diabetes Mellitus Zorgstandaarden

Voorlichting insulinepomptherapie

PATIËNTEN INFORMATIE. Zwangerschapsdiabetes

Checklists. Uitneembaar katern, handig om mee te nemen

onbewaakte kopie Protocollenboek Voorbehouden en Risicovolle en Overige handelingen Hoofdstuk Puncties

Voor overleg met het Diabetesteam kunt u op werkdagen contact opnemen met: Tussen uur en uur en uur en uur

Zelfzorg voor OVERZICHT ASSORTIMENT ZELFZORGPRODUCTEN VOOR DIABETICI

PATIËNTEN INFORMATIE. Zwangerschapsdiabetes


Orale anti-diabetica, Wat hiermee te doen als Dvk en Poh. Bela Pagrach Diabetesverpleegkundige eerste en tweede lijn

REGELING CV/NR Transparantievoorschriften multidisciplinaire zorgverlening chronische aandoeningen (DM type 2 1, CVR 2, COPD 3 )

Diabetesconventie voor kinderen en adolescenten

Interne geneeskunde. Zwangerschapsdiabetes

Diabetescentrum voor kinderen. Agnes Clement de Boers Boudewijn Bakker 17 september 2014

Zwangerschapsdiabetes

Indicatiecriteria voor vergoeding van Real Time Continue Glucose Monitoring (RT-CGM)

Fouten bij insulinetherapie S & B 20 febr. en 21 maart Frank Visser (Kaderarts Diabetes) en Kirsten Dijkstra,diabetesverpleegkundige

Afspraken ketenzorgindicatoren in S3

Informatie. Diabetes en gebruik FreeStyle Libre

Interventie zelfmanagement Turkse mannen met diabetes. Monica Overmars GVO functionaris GGD Hart voor Brabant

Consensusdocument. Kwaliteitscriteria voor standaard bloedglucosemeting. NDF Diabetes 24/7/Johan Bosgraaf

Transcriptie:

Diabeteshulpmiddelen Standpunt EADV Achtergrond Diverse zorgverzekeraars hebben veranderingen van het inkoopbeleid van diabeteshulpmiddelen aangekondigd. In 2014 zullen alle grote zorgverzekeraars opnieuw het inkoopbeleid voor 2015 beoordelen en mogelijk wijzigen om maximaal doelmatige zorg na te streven. EADV blijft zich sterk maken voor de kwaliteit van diabeteszorg en de keuzevrijheid van de patiënt. EADV is uitgenodigd om mee te denken over de plannen voor 2015 en zij heeft deze uitnodiging van harte aangenomen. Het hierna volgend standpunt brengt EADV in ten behoeve van een constructieve samenwerking in 2014 en volgende jaren.. EADV stelt zich ten doel het bevorderen van de kwaliteit van de diabeteszorg door diabetesverpleegkundigen en praktijkondersteuners en richt zich proactief op de kwaliteitsontwikkeling en -bewaking van de inhoudelijke zorgverlening aan mensen met diabetes. EADV onderschrijft het belang van doelmatig en kostenbewust beleid met betrekking tot de uitgifte en gebruik van diabetesmaterialen. Dit mag echter niet ten koste gaan van kwaliteit van de bloedglucosemeter en de keuzevrijheid van de patiënt. Er bestaat geen standaardmens. Om motivatie, compliance en zelfmanagement te behouden is en blijft keuzevrijheid nodig. Kostenbesparing op de korte termijn moet echter wel de gevolgen op lange termijn rechtvaardigen. Richtlijn zelfcontrole In 2012 is een EADV/ NDF richtlijn 1 verschenen waarin op basis van wetenschappelijk bewijs, gecombineerd met overwegingen van diverse experts uit de diabeteszorg, globale aanbevelingen voor zelfcontrole van bloedglucosewaarden worden gegeven. Deze aanbevelingen dienen in alle zorgvuldigheid, met in acht neming van individuele verschillen in doelstelling en zelfmanagementmogelijkheden, te worden toegepast in de dagelijkse praktijk. Daarbij dient niet alleen aandacht aan hoeveelheden teststroken en tijdstippen van meting gegeven te worden maar evenzeer aan de bijbehorende educatie en waarborgen van betrouwbaarheid om zelfcontrole een succesvolle interventie te maken. In 2013 blijken meerdere ziektekostenverzekeraars de richtlijn te kennen en zij hebben gebruik gemaakt van (een deel) van de inhoud ervan bij het ontwikkelen van nieuw beleid rondom de verstrekking en vergoeding van bloedglucosetestmaterialen in 2014. EADV heeft (gevraagd en ongevraagd) constructief met de ziektekostenverzekeraars meegedacht over de implicaties van de voorgestelde veranderingen in het beleid voor 2014. Hiertoe heeft EADV een document 2 ontwikkeld waarin de belangrijkste aandachtspunten rondom inkoopbeleid van diabetestestmaterialen worden beschreven. Er zijn in 2012/ 2013 ook vragen gesteld over het normverbruik van bloedglucosetestmaterialen. In voornoemd EADV zijn geen normen voor het gebruik genoemd. 1 EADV/ NDF (2012) Een multidisciplinaire richtlijn over zelfcontrole van bloedglucosewaarden door mensen met diabetes. Van indicatiestelling tot uitvoering. www.eadv.nl 2 EADV (2013) Aandachtspunten rondom inkoopbeleid diabetesmaterialen 2014

Waarom zelfcontrole? Zelfcontrole leidt tot betere diabetesregulatie is belangrijk voor een goede follow-up in de behandeling maakt zelfmanagement of zelfredzaamheid mogelijk helpt de patiënt gemotiveerd te zijn om een goede regulatie na te streven. Meer acute- en late complicaties leiden uiteindelijk tot ziekteverzuim, verlies van kwaliteit van leven en mogelijk tot ziekenhuisopnames. Hierbij verwijzen wij naar de NDF Zorgstandaard waarin is aangegeven dat zorggerelateerde preventie een essentieel en integraal onderdeel vormt voor goede zorg voor mensen met een of meerdere gezondheidsproblemen. (citaat:) Het gaat hierbij om vermijden dan wel verminderen, vertragen of terugdringen van de complicaties en ondersteuning bij de zelfredzaamheid. (einde citaat) Kwaliteit is een belangrijk criterium De voorgeschreven bloedglucosemeter moet betrouwbare uitslagen geven, omdat de patiënt met diabetes en/of zijn behandelend diabetesteam op basis van deze uitslagen de behandeling aanpast. EADV pleit voor een aanbod van bloedglucosemeters die voldoen aan de vernieuwde ISO-norm 15197 (april 2013) en/of de TNO-keurmerk/TÜV-Rheinlandkeurmerk. Eisen aan bloedglucosemeters - Betrouwbaarheid: In Nederland wordt bij de keuze van kwalitatief betrouwbare bloedglucosemeters al jarenlang een maximale afwijking van 15% gehanteerd (TNO-keurmerk/TÜV-Rheinlandkeurmerk). Uit redelijk recent onderzoek1 is zelfs gebleken dat een afwijking van maximaal 10% gehanteerd zou moeten worden. De NHG geeft concrete aanwijzingen hoe de zelfcontrole vorm te geven. (Citaat). Met een draagbare glucosemeter die gekalibreerd is naar veneuze plasmawaarden. Deze meters kunnen, zelfs indien zij regelmatig geijkt worden, een meetfout hebben van 10 15% (einde citaat). Zie noot 39 van de NHG waarin melding gemaakt wordt dat de betrouwbaarheid van een glucosemeting enerzijds bepaald wordt door de kwaliteit van de meters, anderzijds door de gebruiker. EADV stelt dat de meter betrouwbaar moet zijn. - Waarde-aanduiding: de waarde moet in mmol/l aangeduid zijn en mag niet zelf te veranderen zijn naar mg/dl. - Gebruik voor de patiënt: eenvoudig en gemakkelijk te gebruiken, geen codering, duidelijk leesbaar display, de mogelijkheid voor keuze met verlichting, grote letters - Digitalisering: Digitalisering neemt vooral in de volwassen en kinderdiabeteszorg in de 2 e lijn toe. Het programma van de metingen moeten gemakkelijk en eenvoudig te uploaden en door te sturen zijn. Het moet veilig en betrouwbaar zijn, zodat een juiste evaluatie kan plaatsvinden van de diabetesregulatie. Er moet een keuze zijn uit meters die uitleesbaar zijn via de computer, het liefst voor alle meters één universeel softwareprogramma. Dit kan het voor patiënten makkelijker maken om hun glucosewaarden naar de diabetesbehandelaar te sturen.

Gevarieerd aanbod is noodzakelijk Een breed assortiment aan kwalitatief betrouwbare meters biedt de patiënt met diabetes de mogelijkheid om te kunnen kiezen. Hierdoor kan ingespeeld worden op de behoeften van deelgroepen die baat hebben bij specifieke functionaliteiten. Voorkomen dient te worden dat door het versmallen van het aanbod een grote groep diabetespatiënten zonder overweging van argumenten overgezet moet worden op andere bloedglucosemeters Indien het noodzakelijk is om over te gaan naar een nieuwe meter dan is het voorstel om dit te doen door natuurlijk verloop. Iedereen die een meter heeft ouder dan 3 jaar komt in aanmerking voor een nieuwe meter en wij pleiten ervoor de meter dan ook niet eerder te vervangen. Prikpen De keuzevrijheid met betrekking tot de prikpen is van belang voor iedere diabetespatiënt. Aandachtspunten zijn hierbij: - De prikpen dient op diepte instelbaar te zijn. - Het werken met losse lancetten kan leiden tot prikaccidenten. - Voor baby s, jonge kinderen, pubers, mensen die door derden geprikt worden keuzevrijheid in prikpen. Voor deze categorie patiënten zou minimaal een prikpen beschikbaar gesteld moeten worden waarbij de prikdiepte op zeer kleine prikdiepte ingesteld kan worden en waarbij geen losse lancetten afval voorkomt. Educatie is onmisbaar Een onafhankelijk en persoonlijk advies bij de uitgifte van bloedglucose testmaterialen door een (bij voorkeur eigen ) diabeteszorgverlener is essentieel. Dit verhoogt de kwaliteit van zorg, door a. optimale afstemming van materiaal op (on)mogelijkheden van de patiënt met diabetes, b. instructie en educatie ten behoeve van verkrijgen betrouwbare bloedglucose uitslagen, het zelfstandig leren interpreteren van de resultaten en deze toepassen in het zelfmanagement van de diabetes, c. het vaststellen en vastleggen van individuele doelen in een individueel zorgplan ten behoeve van de evaluatie van doelmatige en efficiënt gebruik en d. waarborgen van de continuïteit van zorg Fouten Uit onderzoek (Nijpels 2003) bleek dat bij de zelfcontrole bij 24% van de patiënten fouten voor komen. De belangrijkste problemen waren volgens de onderzoeker het gebruik van verlopen strips, verkeerde glucoseteststrips en problemen met de meters. Vrijwel alle patiënten bleken vragen te hebben over het gebruik van de meters. Daarom is het belangrijk dat de patiënt een goede technische uitleg krijgt over het gebruik van de glucosemeter. Het mag absoluut niet gebeuren dat een patiënt een meter toegestuurd krijgt zonder technische instructie. De rol van de professional EADV is van mening dat de patiënt én de zorgverzekeraar gebaat zijn bij een individueel en onafhankelijk advies van de diabeteszorgverlener rondom de keuze van een hulpmiddel. Een EADVgeregistreerde diabetesverpleegkundige kent de mogelijkheden en onmogelijkheden van de patiënt zoals handfunctie, visus en mogelijk interfererende stoffen in het bloed. Zij kent het aanbod aan bloedglucosemeters en kan samen met de patiënt onderzoeken welke bloedglucosemeter het meest geschikt is.

De EADV-diabetesverpleegkundigen (DVK) en -praktijkondersteuner (POH) spelen een belangrijke rol in de educatie rondom de zelfcontrole. Hierbij wordt er per patiënt gekeken naar de noodzaak van de hoeveelheid metingen. Als geen ander kan zij de patiënt instrueren waarom hij moet meten en hoe vaak. De EADV DVK en POH kunnen samen met de patiënt beoordelen wat de hoeveelheid strips moet zijn die per kwartaal besteld dient te worden. De EADV-DVK en -POH is als professional zeer goed in staat om commercieel onafhankelijk, en volgens richtlijnen van de EADV, advies uit te brengen richting de zorgverzekeraar over welke materialen voor onze patiënten het beste geschikt zouden zijn, zonder het kostenperspectief uit het oog te verliezen. Op indicatie kan indien er sprake is van lichamelijke handicap, slechte handfunctie, oogafwijkingen, geestelijke beperking, anderstaligen en jongeren het soms voor deze categorie nodig zijn om een andere meter te adviseren. Die keuze mede gemaakt door de zorgprofessional moet dan voor vergoeding in aanmerking komen. Normgebruik diabetestestmateriaal bevordert doelmatigheid Duidelijke afspraken rondom te verwachten benodigd gebruik van diabetestestmateriaal is behulpzaam in de communicatie tussen patiënt, diabeteszorgverlener en ziektekostenverzekeraar en zal doelmatigheid bij alle betrokken partijen bevorderen. Hieronder een uitwerking voor het normgebruik van diabetestestmateriaal mede op basis van aanbevelingen vanuit de EADV/ NDF richtlijn 1 over dit onderwerp. Hierbij benadrukt EADV nogmaals het belang van een individueel opgesteld zorgplan, waarin de (soms tijdelijke) doelen van zelfcontrole worden vastgelegd, met een moment van evaluatie en aanpassingen. Voorstel voor normgebruik diabetestestmateriaal mede op basis van aanbevelingen vanuit de EADV/ NDF richtlijn: Indicaties voor zelfcontrole met Richtlijn normverbruik per kwartaal Periode van evaluatie Verlenging 1 2 x daags (start periode) 1 2 x daags (na 3-6 ) 3 x daags Insulinepomptherapie (start periode) 200 teststroken (dagelijks nuchter, wekelijks dagcurve pre-prandiaal en op indicatie wekelijks 7-punts dagcurve) 100 teststroken (wekelijks dagcurve en extra metingen op indicatie) 400 teststroken (dagelijks dagcurve preprandiaal en op indicatie wekelijks 7-punts dagcurve) 650 teststroken (dagelijks 7-8punts dagcurve) 3 Maximaal 3 Doorlopend Doorlopend 6 Maximaal 6 Insulinepomptherapie (na 6-12 ) 450 teststroken Doorlopend

(dagelijks 405 metingen en 2x per week 7-punts dagcurve) Indicaties voor zelfcontrole zonder Richtlijn normverbruik per kwartaal Periode van evaluatie Verlenging Voorbereiding Insulinetherapie Verdenking ontregeling diabetesregulatie Gebruik bloedglucose beïnvloedende medicatie (start periode) Zwangerschapswens Diabetes Gravidarum (zwangerschapsdiabetes) 50 teststroken (wekelijks 4-punts dagcurve afwisselend pre- en 50 teststroken (wekelijks 4-punts dagcurve afwisselend pre- en 450 teststroken (dagelijks dagcurve en op indicatie 1 extra dagelijkse meting) 115 teststroken (1 week 7-punts dagcurve waarna 2 x per week 4-punts dagcurve afwisselend pre- en 50 teststroken (wekelijks 4-punts dagcurve afwisselend pre- en 400 teststroken (1 week 7-punts dagcurve waarna dagelijks 4-punts dagcurve nuchter en 3 Maximaal 3 3 Maximaal 3 3 Maximaal 3 1 ste jaar 2 de jaar Duur zwangerschap Afspraken rondom gebruik extra diabetestestmaterialen bevordert doelmatigheid Er kunnen omstandigheden zijn waardoor een patiënt (tijdelijk) het afgesproken normgebruik voor diabetestestmaterialen overschrijdt. Duidelijke afspraken rondom te verwachten meerverbruik van diabetestestmateriaal is behulpzaam in de communicatie tussen patiënt, diabeteszorgverlener en ziektekostenverzekeraar en zal doelmatigheid bij alle betrokken partijen bevorderen. EADV pleit voor een duidelijke procedure voor de aanvraag van extra diabetestestmaterialen en een snelle afhandeling ervan. Hieronder een overzicht van mogelijke indicaties voor meerverbruik van diabetestestmateriaal.

Indicaties voor meerverbruik zelfcontrole bij insulinegebruik Periode Moeilijk instelbaar starter 6 6 Verlenging met nieuwe aanvraag meerverbruik Moeilijk instelbaar blijvend 6 Langdurig meerverbruik Instellen op andere 6 6 Ontregeling door ziekte/ stress 6 6 Ontregeling door ziekenhuisopname 6 6 Ontregeling door gebruik bloedglucose beïnvloedende medicatie 6 6 Sport gerelateerde omstandigheden 6 Langdurig meerverbruik Arbeid gerelateerde omstandigheden 6 Langdurig meerverbruik Zwangerschapswens 12 12 Zwangerschap 12 - Frequente hypoglycaemiën 6 Langdurig meerverbruik Hypounawareness 6 Langdurig meerverbruik Hyperinsulinisme 6 6 Kinderen Chronische longaandoening COPD Cysticfybrosis (taaislijmziekte) (Voorbereiding op) Nierdialyse Tot 18 jaar Onbepaalde tijd Onbepaalde tijd Onbepaalde tijd Privacy van persoonsgegevens EADV verwacht dat de zorgverzekeraar bij de uitvoering van zijn plannen rekening houdt met de Wet bescherming persoonsgegevens. Diabetesprofessionals hebben een geheimhoudingsplicht jegens hun patiënten en zij alleen na toestemming van de patiënt persoonsgegevens en/ of behandelgegevens mogen delen met derden zoals een zorgaanbieder.