Factsheet huisvesting statushouders Aanleiding Eind vorig jaar stonden ruim 11.000 statushouders in AZC's (AsielZoekersCentra) op de wachtlijst voor een woning in een gemeente. Daar komen dit jaar nog eens vele duizenden nieuwe vluchtelingen bij. Asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben ontvangen (statushouders) verhuizen naar eigen woonruimte. Gemeenten hebben de taak om deze statushouders te huisvesten. Elke gemeente is verplicht naar verhouding van het aantal inwoners een aantal statushouders te huisvesten. Een statushouder verhuist binnen veertien weken na het krijgen van een verblijfsvergunning naar een toegewezen woning in een Nederlandse gemeente. Veel gemeenten, waaronder de gemeente Heemstede, worstelen met het huisvesten van deze statushouders en dat heeft vooral te maken met het beschikbare aanbod van sociale huurwoningen. Gebleken is dat er behoefte is aan feitelijke informatie over de huisvesting van statushouders, zoals aantallen, verschil tussen een statushouders en asielzoekers en het rijksbeleid. In deze memo wordt u deze informatie aangeboden. Begrippenkader Asielzoekers Asielzoekers hebben bij aankomst in Nederland vaak niet meer bezittingen dan de kleren die zij dragen. Het COA vangt hen op in opvangcentra en zorgt voor basisvoorzieningen. Het recht op opvang bestaat vanaf het moment dat de asielzoeker asiel aanvraagt, tot hij een verblijfsvergunning krijgt (dan wordt het statushouder) of Nederland moet verlaten. Statushouders Statushouders zijn asielzoekers met een verblijfsvergunning, de zogenaamde verblijfsgerechtigden of statushouders. Zij hebben recht op reguliere huisvesting. Het is van belang dat zij normale woonruimte krijgen om een snelle start te kunnen maken in het inburgeringsproces. Vluchtelingenwerk Nederland Vereniging VluchtelingenWerk Nederland is een onafhankelijke organisatie die de belangen behartigt van vluchtelingen en asielzoekers in Nederland, vanaf het moment van binnenkomst tot en met de integratie in de Nederlandse samenleving. Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) De Immigratie- en Naturalisatiedienst is de toelatingsorganisatie van Nederland. Dat betekent dat de IND in ons land alle aanvragen behandelen voor asiel, gezinshereniging, visa en andere verblijfsvergunningen. Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers is verantwoordelijk voor de opvang, begeleiding en uitstroom (uit de opvang) van asielzoekers in Nederland. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) bemiddelt bij het vinden van een eerste woonruimte, door statushouders aan gemeenten te koppelen en de gemeente zoekt vervolgens passende woonruimte. Gemeenten zijn wettelijk verplicht elk half jaar een aantal verblijfsgerechtigden te huisvesten, de zogenaamde taakstelling. Bij het COA werken regievoerders. Zij zijn dé contactpersonen voor de gemeenten. Aan de hand van zijn of haar kennis over de statushouders en de regio, brengt de regievoerder een zo goed mogelijke match tot stand tussen een statushouder en een gemeente. 1
Nederland is daarbij verdeeld in regio s, te weten: 1. Friesland, Groningen, Drenthe; 2. Overijssel, Gelderland; 3. Noord-Holland, Flevoland, Utrecht; 4. Zeeland, Zuid-Holland; 5. Noord-Brabant, Limburg. Het COA stelt een informatieprofiel op over de statushouders. Hierin worden gegevens opgenomen die voor de gemeente relevant zijn, zoals gezinsgrootte en -samenstelling, herkomstland, taal, opleiding, werkervaring en eventuele zichtbare lichamelijke beperkingen. Op basis van dit informatieprofiel zoekt de gemeente geschikte woonruimte. Statushouders zijn urgente woningzoekenden Op basis van de taakstelling koppelt het COA de vergunninghouder aan een gemeente en de gemeente zoekt vervolgens passende woonruimte. Statushouders vallen onder de categorie urgente woningzoekenden. Ze dienen met voorrang te worden gehuisvest. Dat betekent dat statushouders voorrang hebben op reguliere woningzoekenden. Taakstelling ROL RIJKSOVERHEID Minister BZK bepaalt De minister van BZK bepaalt per gemeente de taakstelling tot huisvesting van statushouders. Deze hangt af van het aantal inwoners van een gemeente en het verwachte aantal verblijfsgerechtigden. Deze taakstelling wordt elk half jaar geactualiseerd door het Rijk. ROL GEMEENTE De taakstelling tot huisvesting van statushouders betreft een opdracht die het Rijk aan ieder gemeente in Nederland oplegt. Op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet zijn gemeenten verplicht zorg te dragen voor de voorziening in de huisvesting. In 2015 zijn in Heemstede 35 statushouders gehuisvest. Op 14 september 2015 moeten nog 24 personen worden gehuisvest. De prognose voor 2016 is dat 50 personen moeten worden gehuisvest. In totaal moeten van heden tot 1 januari 2017 in Heemstede nog 74 statushouders worden gehuisvest. Rol provincie De provincie ziet erop toe dat dit huisvesten van statushouders daadwerkelijk gebeurt. Als een gemeente onvoldoende statushouders gehuisvest heeft, voeren Gedeputeerde Staten overleg met Burgemeester en Wethouders van de betreffende gemeente. Er worden dan afspraken gemaakt over hoe de gemeente alsnog aan haar verplichting kan voldoen. Bij in gebreke blijven van de gemeente kan de provincie ingrijpen. Rol corporaties De taak van woningcorporaties is het bieden van huisvesting voor bepaalde inkomenscategoriën, waaronder statushouders. In de eerste helft van 2015 zijn ruim 11.000 statushouders vanuit een azc gehuisvest in een normale woning. Dat zijn bijna allemaal corporatiewoningen. In de loop van 2015 is het beeld van de te huisvesten asielzoekers gewijzigd. Het gaat niet langer om voornamelijk alleenstaande mannen. De taakstelling die er nu ligt betreft bijna uitsluitend het huisvesten van gezinnen. Naar aanleiding daarvan heeft er in juni 2015 een bestuurlijk overleg met beide corporaties plaatsgevonden. In dit overleg is de afspraak gemaakt dat de corporaties nu ook eengezinswoningen aan statushouders gaan toewijzen, opdat deze gezinnen verspreid over Heemstede worden gehuisvest. Alternatieve huisvesting statushouders De afgelopen periode is onderzocht of statushouders anders dan in sociale huurwoningen kunnen worden gehuisvest. In de commissie Ruimte van 15 oktober zal daarover worden gesproken. 2
Huisvesting Aankomst asielzoeker in opvangcentra Er zijn verschillende soorten opvangcentra, verspreid over het hele land. In een opvangcentrum heeft de asielzoeker toegang tot basisvoorzieningen, zoals onderdak, kook- en wasruimten en computers. Ook krijgt hij wekelijks leefgeld en sluiten we een ziektekostenverzekering voor hem af. De dagelijkse begeleiding is gericht op de fase van de asielprocedure waarin hij zit. Het recht op opvang en basisvoorzieningen geldt voor alle asielzoekers in de (eerste) asielprocedure. Asielzoekers die een herhaalde asielaanvraag indienen hebben alleen recht op opvang als zij de verlengde asielaanvraag ingaan. In de wachttijd tot het aanvragen van een herhaald asielverzoek hebben zij geen recht op opvang. Ook zijn er omstandigheden waarbij een asielzoeker het recht op opvang verliest, bijvoorbeeld als hij zich zo misdraagt dat hij tot ongewenste vreemdeling verklaard wordt. Vertrek statushouder / uitgeprocedeerde uit opvangcentra Kort na het beëindigen van de asielprocedure verlaten de inmiddels ex-asielzoekers de opvang van het COA. Zij hebben dan de status van statushouder of uitgeprocedeerde. Vergunninghouders worden gekoppeld aan een Nederlandse gemeente om woonruimte toegewezen te krijgen. Opvang in het asielzoekerscentrum blijft beschikbaar tot de statushouder zijn woning kan betrekken. Een gemeente kan een koppeling niet weigeren. Zodra het informatieformulier met het profiel van de vergunninghouder verzonden wordt, moet de gemeente deze accepteren en de vergunninghouder huisvesten. De regievoerder maakt een zo goed mogelijke match aan de hand van zijn kennis over de vergunninghouders en de regio (taakstelling gemeente, lokale woningmarkt etc.). Uitgeprocedeerden hebben nog maximaal vier weken recht op opvang in het asielzoekerscentrum. Als het nodig is kan daar nog maximaal twaalf weken in een vrijheidsbeperkende locatie op volgen. In deze tijd worden de bewoners voorbereid op terugkeer naar hun land van herkomst. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor hun vertrek uit Nederland. Er zijn uitzonderingen op deze regel, bijvoorbeeld als de ex-asielzoeker om medische redenen niet kan reizen. Statushouder mag ook zelfstandig huisvesting zoeken Statushouders hebben het recht om zelf huisvesting te zoeken. Uitgangspunt is dat zodra de statushouder is gekoppeld aan een gemeente (binnen twee weken na de toekenning van een vergunning door de IND), een andere gemeente de vergunninghouder niet in behandeling neemt. In het TaakstellingVolgSysteem (TVS) wordt inzichtelijk gemaakt of een vergunninghouder al is gekoppeld aan een gemeente. Als een vergunninghouder een getekend huurcontract kan tonen voor een woning in een andere gemeente dan waaraan hij of zij gekoppeld is, dan wordt de bemiddeling gestaakt. Acceptatie woning door statushouder De statushouder is verplicht het aanbod van een woning van een gemeente te accepteren. Begeleiding van statushouders Begeleiding 1 e fase Het COA stelt na vergunningverlening (door de IND) een informatieprofiel op en koppelt de statushouder aan een gemeente (eerste fase). In het profiel worden gegevens opgenomen die voor de gemeente relevant zijn, zoals gezinsgrootte en -samenstelling, herkomstland, taal, opleiding, werkervaring en eventuele zichtbare lichamelijke beperkingen. Begeleiding 2 e fase Na de koppeling heeft de gemeente gemiddeld tien weken de tijd om huisvesting te regelen (de tweede fase). Gemeente mailt naar de corporaties met de mededeling dat iemand gehuisvest moet worden met daarbij de uiterlijke datum. De corporatie meldt de vrijgekomen passende woning bij de gemeente en houden deze maximaal twee weken vrij voor de match met een statushouder. Als er een match is, dan informeert de consulent sociale zaken de regievoerder en zij stuurt het AZC een uitnodiging. 3
Begeleiding 3 e fase Voor het vervolg, de uitvoering van het huisvestingsproces, houden de consulent, de betreffende woningcorporatie en Vluchtelingenwerk nauw contact met elkaar. Via de Intergemeentelijke Afdeling Sociale Zaken (IASZ) worden bezichtiging/tekenen huurcontract/inschrijven GBA en aanvragen uitkering geregeld. Voor de derde fase van het huisvestingsproces, van het ondertekenen van het huurcontract tot de feitelijke verhuizing, is gemiddeld twee weken ingeruimd. Door de IASZ wordt de aanvraag van de statushouder voor de bijstandsuitkering en het inrichtingskrediet getoetst en kent toe: - een overbruggingsuitkering; - de betaling van het inrichtingskrediet, zodat de vergunninghouder stoffering en huisraad kan aanschaffen. Rol Vluchtelingenwerk Vluchtelingenwerk Nederland (maatschappelijke begeleiding) ondersteunt de statushouder bij woningklussen en woninginrichting en helpt bij de aanschaf van noodzakelijke spullen. Daarnaast wordt de statushouder door Vluchtelingenwerk geholpen bij de verhuizing. Statushouders zijn inburgeringsplichtig en worden daarin door Vluchtelingenwerk begeleidt. Het zoeken van een geschikte school, aanvragen van een lening bij DUO regelt vluchtelingenwerk. Vergoeding maatschappelijke begeleiding Na vestiging van de statushouder in onze gemeente ontvangt de gemeente een schriftelijke bevestiging van het COA. In antwoord hierop kan de gemeente aangeven in aanmerking te willen komen voor de eenmalige vergoeding voor maatschappelijke begeleiding (meerderjarige vergunninghouders 1.000). Door ondertekening van het document verklaart de gemeente de middelen in te zetten voor maatschappelijke begeleiding. Cliënt Intergemeentelijke afdeling sociale zaken (IASZ) Na deze werkzaamheden wordt een statushouder een normale cliënt van de IASZ. Statushouders zijn nog wel inburgeringsplichtig en worden door vluchtelingenwerk begeleidt. Ze krijgen vanuit de Participatiewet wel de verplichting om in te burgeren en scholing te volgen. Ook wordt van hen verwacht dat ze z.s.m. vrijwilligerswerk of indien mogelijk betaald werk zoeken. Het zoeken van een geschikte school, aanvragen van een lening bij DUO regelt Vluchtelingenwerk. Inburgeren Sinds 1 januari 2013 is de uitvoering inburgering geen verantwoordelijkheid meer voor de gemeente. Alleen de handhaving van inburgeraars van voor die datum is nog in handen van de IASZ voor de drie gemeenten (Bloemendaal, Haarlemmerliede & Spaarnwoude en Heemstede). Dit zal naar verwachting tot 2018 duren. Per kwartaal worden mensen geattendeerd op de inburgeringsplicht als zij hier nog niet aan hebben voldaan. Een consulent van de IASZ nodigt de mensen uit en bespreekt de reden en geeft eventueel verlenging van de termijn en geeft zo nodig een waarschuwing of een boete. Bijzondere bijstand Statushouders die zich in Heemstede vestigen doen ook een beroep op de (bijzondere) bijstand. Zij krijgen een uitkering en bijzondere bijstand voor de inrichting van hun huis, een overbruggingsuitkering en bijstand voor de aanschaf van een fiets. Met de toegenomen taakstelling nemen dus ook de kosten van de bijzondere bijstand toe. In de najaarsnota 2015 en begroting 2016 die momenteel wordt opgesteld is er vanuit gegaan dat ten gevolge van de huisvesting van statushouders het budget bijzondere bijstand structureel moet worden opgehoogd. In 2015 gaat het om een extra bedrag van 105.000 en vanaf 2016 120.000 (budget 2016 gaat van 170.000 naar 290.000). Deze extra kosten komen ten laste van de algemene middelen. 4
Voor de inrichting van de toegewezen woonruimte ontvangt de statushouder een vergoeding op basis van de richtprijzenlijst woninginrichting uit verstrekkingenboek bijzondere bijstand. De bedragen luiden als volgt: Alleenstaande (kamerbewoner) 1.415,- Alleenstaande (zelfstandig gehuisvest) 2.703,- Gezin van 2 personen 4.543,- Gezin van 3 personen 5.136,- Gezin van 4 personen 5.744,- Gezin van 5 personen 6.342,- Gezin van 6 personen 6.965,- Voor elk persoon meer 562,- Website www.opnieuwthuis.nl Op de website www.opnieuwthuis.nl met als titel huisvesting vergunninghouders: van vluchteling naar buurtgenoot staat veel informatie over de huisvesting van statushouders. 15 september 2015 5