Schoolexamenreglement 2014-2015 Vooraf In een schoolexamenreglement wordt de gang van zaken rond het schoolexamen geregeld. Het schoolexamenreglement wordt jaarlijks vastgesteld door de schoolleiding, hiertoe gemachtigd door het bevoegd gezag met instemming van de MR. Het schoolexamen bestaat uit een examendossier dat in de leerjaren 4 tot en met 6 wordt opgebouwd. In het examenreglement wordt het afsluiten van het schoolexamen en het afnemen van het centraal examen geregeld. Geldigheid Dit school- en examenreglement is vastgesteld op 1 oktober 2014. Het reglement vervangt alle voorgaande versies en heeft een geldigheidsduur van één jaar. 1 Plan van Toetsing en Afsluiting (PTA) en studiewijzer 1 In het PTA komen drie soorten schoolexamentoetsen voor: - repetities (mondelinge en schriftelijke toetsen met open of gesloten vragen), - praktische opdrachten en - handelingsopdrachten. 2 Aan het begin van het schooljaar, uiterlijk 1 oktober, ontvangt de leerling via de ELO voor elk vak een overzicht van alle toetsonderdelen die tot dat leerjaar behoren. Het toetsplan staat ook op de website. 3 In het in artikel 2 bedoelde overzicht wordt voor het gehele leerjaar het volgende aangegeven: - welke toetsen de leerlingen moeten maken, - het soort toets (SE-toets of overgangstoets), - de aard van de toets en globaal de inhoud van de te bestuderen leerstof, - welke wegingsfactor de toets heeft, - de tijdsduur van de toets. Voor vakken die een handelingsdeel als verplicht onderdeel van het schoolexamen hebben, ontvangen de leerlingen een omschrijving uit welke toetsonderdelen het handelingsdeel bestaat en aan welke eisen zowel inhoudelijk als procedureel moet worden voldaan. 4 Per blok ontvangt de leerling voor elk vak een studiewijzer waarin een omschrijving van de les- en leerstof gegeven wordt. 2 Beoordeling van toetsen 5 Alle toetsen m.u.v. de handelingsopdrachten worden beoordeeld met een cijfer tussen 1,0 en 10,0 met een nauwkeurigheid van één decimaal. 6 Een handelingsopdracht wordt beoordeeld met de kwalificaties voldaan(v) of niet voldaan(n). Voldaan wil zeggen dat de handelingsopdracht naar behoren is verricht. 3 Regeling ten aanzien van inhalen en herkansen van toetsen 7 Een toets verzuimen is slechts geoorloofd in geval van ziekte of bijzondere persoonlijke omstandigheden. Het is noodzakelijk dat afmelden vóór de toets gebeurt door een
ouder/verzorger. De afdelingsconrector bepaalt, na schriftelijke mededeling daaromtrent van de ouder(s)/verzorger(s), of het verzuim rechtmatig is. 8 Leerlingen die onder de in artikel 7 genoemde voorwaarden een toets hebben verzuimd, worden in de gelegenheid gesteld deze toets in te halen op een door de afdelingsconrector te bepalen tijdstip. 9 In geval van niet rechtmatig verzuim wordt de gemiste toets gewaardeerd met het cijfer 1,0. 10 In leerjaar 4 mogen leerlingen 1 SE toets herkansen. In leerjaar 5 en 6 mogen leerlingen 2 SE toetsen herkansen. Het is niet mogelijk om herkansingsmogelijkheden mee te nemen naar een volgend leerjaar of een volgende periode. De herkansingstoets van leerjaar 4 wordt afgenomen aan het begin van leerjaar 5. De herkansingstoetsen van leerjaar 5 worden afgenomen aan het begin van leerjaar 6. De herkansingstoetsen uit periode 1 en 2 van leerjaar 6 worden afgenomen na periode 2 (januari) en na de herkansingstoetsen van periode 3 en 4 na periode 4 (april). De afdelingsconrector bepaalt het tijdstip waarop de herkansing wordt afgenomen. 11 Aan een te herkansen toets zijn de volgende aanvullende voorwaarden verbonden: - een ingehaalde toets kan niet worden herkanst; - alleen schoolexamentoetsen mogen herkanst worden; - in het geval van een herkansing telt het hoogste cijfer; - gemiste herkansingen worden niet ingehaald. De afdelingsconrector heeft het recht om in bijzondere gevallen uitzonderingen te maken op de herkansingsregel. 4 Overgangsregeling 12 Om te bepalen of een leerling naar een volgend leerjaar kan worden bevorderd, wordt per vak een jaarcijfer door de docent vastgesteld. Het jaarcijfer is het gewogen gemiddelde van de behaalde cijfers voor de tot dat jaar behorende SE-toetsen en overgangstoetsen. Het jaarcijfer dient een cijfer te zijn gekozen uit de reeks 1 t/m 10. Indien het onafgeronde jaarcijfer als eerste decimaal een 5 of hoger heeft, dient het cijfer naar boven afgerond te worden. Een uitzondering op artikel 12 vormt het vak LO ( lichamelijke opvoeding). In klas 4 en 5 worden voor het jaarcijfer de beoordelingen onvoldoende (o), voldoende (v), goed (g), zeer goed (zg) of een top (tp) gegeven. Om tot een vergelijking te kunnen komen met de jaarcijfers van de andere vakken moet men bij het vak LO de beoordeling onvoldoende (o) gelijkstellen aan het cijfer 5, voldoende (v) gelijkstellen aan het cijfer 6, goed (g) gelijkstellen aan het cijfer 7, zeer goed (zg) gelijkstellen aan het cijfer 8 en een top (tp) aan een 9. De g, zg of tp levert één compensatiepunt op. 13 De leerling is bevorderd: - als alle eindcijfers 6 of hoger zijn, - bij één 5 en de rest 6 of hoger, - bij één 4, de rest 6 of hoger en twee compensatiepunten. - bij twee keer 5, de rest 6 of hoger en twee compensatiepunten. - bij één 5 en één 4, de rest 6 of hoger en drie compensatiepunten.
Verder geldt dat de eindcijfers van de vakken ANW, KCV en maatschappijleer gemiddeld worden en als een combinatiecijfer meetellen voor de overgang van 5 naar 6. Voor elk van deze vakken moet minimaal het eindcijfer 4 zijn behaald. In leerjaar 6 wordt het combinatiecijfer bepaald door de (eind)cijfers van de vakken ANW, KCV, maatschappijleer en het profielwerkstuk te delen door 4. Het vak Kunst Algemeen en Kunst Drama of Kunst Beeldende Vormgeving worden samen gemiddeld tot één eindcijfer.. Alle vakken die de leerling heeft gevolgd en in het volgend schooljaar wil blijven volgen tellen bij de overgang mee. De maatschappelijke stage moet eind klas 4 en het vak LO moet eind klas 5 voldoende afgerond zijn. 14 De leerling die niet voldoet aan bovenstaande criteria voor bevordering, maar slechts 1 punt tekort komt ten opzichte van de criteria (of aan de kant van de onvoldoendes of aan de kant van de compensatiepunten), wordt besproken. In alle andere gevallen wordt de leerling niet bevorderd. 15 De rector heeft de bevoegdheid om bij het definitief vaststellen van de overgang af te wijken van het in artikel 13 genoemde indien er sprake is van een bijzondere situatie. Een bijzondere situatie kan zich voordoen wanneer de leerling in overleg met de school een apart leertraject volgt, of wanneer er volgens de wet sprake is van overmacht of een bijzondere omstandigheid zoals b.v. ziekte of familieomstandigheden. Uitgangspunt voor bevordering blijft dat er volgens de rapportvergadering een reële kans is dat de leerling zijn studie in het volgende leerjaar met goed gevolg kan voortzetten. 16 Een leerling die niet wordt bevorderd krijgt van de rapportvergadering een advies ten aanzien van het vervolg van de studie. 5 Doubleren 17 Een leerling mag per leerjaar slechts éénmaal doubleren. 18 Leerlingen, die op grond van de behaalde resultaten niet toegelaten kunnen worden in leerjaar 5 dan wel leerjaar 6, hebben de volgende mogelijkheden: volledig doubleren d.w.z. dat zij opnieuw in het 4 e dan wel 5 e leerjaar beginnen en alle rechten en plichten hebben zoals van iemand die het 4 e dan wel 5 e leerjaar voor het eerst doet. doubleren met vrijstellingen waarbij de hieronder genoemde criteria gelden. Doubleren van leerjaar 4, 5 of 6 met vrijstellingen: a Het minimumprogramma voor een doublerende leerling wordt in een contract vastgelegd. Dit contract wordt ondertekend door de leerling, één der ouders of verzorgers en de afdelingsconrector. b De afgesloten (deel)vakken met uitsluitend een schoolexamen hoeven niet herhaald te worden mits het eindcijfer minimaal 6 is. c In overleg met de vakdocent kan de afdelingsconrector de leerling toestemming geven om in één of meer vakken, die met ruim voldoende cijfers zijn afgesloten, het curriculum van het volgend leerjaar te volgen en de daarbij behorende toetsen te maken. De resultaten die reeds behaald zijn, blijven dan voor die vakken geldig evenals de nieuwe cijfers die behaald worden.
6 Extra vakken 19 Van extra vakken is sprake als leerlingen naast het gemeenschappelijk deel, het profieldeel, de klassieke taal en andere door de school verplicht gestelde onderdelen in de vrije ruimte nog één of meer vakken willen kiezen. 20 Een leerling kan aangeven dat hij met ingang van het volgende leerjaar één extra vak wil volgen. 21a 21b Een extra vak wordt in principe voor de periode van één schooljaar gekozen. De studievoortgang kan een reden zijn om hiervan af te wijken. Voor 1 januari kan de leerling dan geen extra vak tussentijds laten vallen. Leerlingen met één of meer extra vakken moeten aan dezelfde overgangsnormen voldoen als leerlingen zonder extra vakken. 7 Berekening Schoolexamencijfers 22a 22b Het eindcijfer van het SE voor een vak is het gewogen gemiddelde van de beoordeling van de afzonderlijke toetsen. De wegingsfactor van elke toets wordt tevoren in het PTA vermeld. Bij afronding wordt het gemiddelde bij één of meer decimalen achter de komma zonder verdere tussentijdse afronding direct afgerond op een geheel getal, met dien verstande, dat als de eerste decimaal een vijf of hoger is, het hele getal met één wordt verhoogd. Bijvoorbeeld: 5.50 wordt afgerond op eindcijfer 6 en 5.49 wordt afgerond op eindcijfer 5. Voor het berekenen van het combinatiecijfer worden de op de cijferlijst vermelde cijfers voor ANW, KCV, maatschappijleer en het profielwerkstuk (bestaande uit hele getallen) gemiddeld. Vervolgens wordt het gemiddelde weer afgerond op het nabij liggende gehele getal: 5.5 wordt 6 8 Gang van zaken rond het afnemen van schoolexamentoetsen 23 Schriftelijke schoolexamentoetsen kennen een vastgestelde tijd waarbinnen de toets gemaakt wordt. Deze tijd wordt vermeld op de toets of wordt meegedeeld voorafgaand aan de toets. 24 Een schoolexamentoets wordt minimaal 2 weken van tevoren opgegeven. Dit kan mondeling tijdens de les of schriftelijk op de studiewijzer. 25 Tijdens het maken van de toets zorgt de surveillant ervoor dat leerlingen zich binnen het lokaal goed kunnen concentreren. 26 De surveillant ziet er op toe dat leerlingen op rechtmatige wijze de toets maken. Als de surveillant fraude constateert, meldt hij dat aan de afdelingsconrector en de vakdocent. 27 Alle schriftelijke toetsen met open en/of gesloten vragen die meetellen voor het schoolexamen, worden gedurende zes maanden na afname op school bewaard. De praktische opdrachten en handelingsopdrachten kunnen na beoordeling aan de leerlingen worden meegegeven. Dit geldt ook voor het profielwerkstuk.
9 Onregelmatigheden 28 Indien leerlingen en ouders/verzorgers menen dat er sprake is van een onjuiste weergave van de cijfers op het cijferoverzicht, dienen zij dit zo spoedig mogelijk na de verstrekking van het cijferoverzicht te melden aan de verantwoordelijke docent(en) en de afdelingsconrector. 29 Indien er onenigheid is tussen vakdocent en leerling over de beoordeling en becijfering van een toets kan een leerling binnen één week na de bespreking van de toets een schriftelijk beroep doen op de afdelingsconrector om als bemiddelaar op te treden. In dit schriftelijk beroep moet de leerling aangeven welke argumenten hij heeft om het oneens te zijn met de vakdocent. De afdelingsconrector weegt de argumenten, wint zo nodig advies in van een andere vakdocent en neemt een beslissing over de betreffende kwestie. 30 De leerling dient aan de eisen voor praktische opdrachten en handelingsopdrachten te voldoen voor of op het tijdstip dat door de vakdocent in de studiewijzer en PTA is aangegeven. Indien de leerling aan deze verplichting niet voldoet, kan de vakdocent de volgende maatregelen nemen: de praktische of handelingsopdracht niet in ontvangst nemen en met het cijfer 1 of de beoordeling n waarderen, de oorspronkelijke praktische opdracht of handelingsopdracht vervangen door een nieuwe vergelijkbare opdracht, andere maatregelen, in overleg met de afdelingsconrector. 31 Indien de leerling meent dat hij beroep kan doen op een overmachtsituatie of een bijzondere omstandigheid waardoor hij niet aan de eisen voor praktische opdrachten of handelingsopdrachten kan voldoen, dient hij dit tijdig te melden bij de vakdocent, die, indien hij de redelijkheid van het beroep inziet, in overleg met de leerling de eisen voor de praktische opdracht of handelingsopdracht herformuleert. 32 Indien de leerling en de vakdocent niet tot overeenstemming komen t.a.v. hetgeen in artikel 31 aan de orde komt, kan de leerling een schriftelijk beroep doen op de afdelingsconrector die na overleg met de betreffende vakdocent een beslissing neemt. 10 Fraude, of poging daartoe 33 Indien een leerling zich voor, tijdens of na het maken van een toets schuldig maakt aan fraude of poging daartoe kan de afdelingsconrector maatregelen treffen. Indien nodig stelt de afdelingsconrector de inspectie op de hoogte. Deze maatregelen kunnen het volgende inhouden: het verplichten tot herkansen van de toets, waarbij de leerling de reguliere herkansingmogelijkheid verliest. het toekennen van het cijfer 1,0 voor de betreffende toets. andere maatregelen. 34 Bij het constateren van fraude stelt de afdelingsconrector de ouder(s)/verzorger(s) van de betreffende leerling op de hoogte van de aard van de fraude en de genomen maatregelen. 35. Als een leerling het niet eens is met de beslissing van de afdelingsconrector kan hij binnen één week in beroep gaan bij de Commissie van Advies, in de persoon van de rector.
De rector hoort de leerling die zich kan laten bijstaan door een door hem aan te wijzen meerderjarige. De rector deelt zijn beslissing mee aan de leerling, zo mogelijk mondeling en in ieder geval schriftelijk. In de schriftelijke mededeling wordt tevens gewezen op het bepaalde in 36. 36. Als de leerling het niet eens is met de beslissing/maatregel van de rector kan hij zich wenden tot de 11 Tot slot Commissie van Beroep inzake het examen p.a. Willibrord Stichting Kaap Hoorndreef 66 2563 AW Utrecht 37 In alle gevallen, waarin dit reglement niet voorziet, beslist de schoolleiding, hiertoe gemachtigd door het bevoegd gezag.