Utrecht, 16 april 2015



Vergelijkbare documenten
Implementeren van veranderen

Samenwerking Bureau jeugdzorg Stadsregio Rotterdam en de William Schrikker Groep na 2015

Jeugd, Zorg en Veiligheid nu en na de transitie. Conferentie Vliegwiel, 28 januari 2014

De kwaliteit van Veilig Thuis Utrecht Stap 1

Transitie van de zorg voor jeugd: SAmenwerken aan Veiligheid (SAVE)

Het organiseren van een Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (AMHK)

PLAN VAN AANPAK AMHK. BJZ Drenthe. GGD Drenthe. Mei 2013

Bureau Jeugdzorg Gelderland Bereikbaar en Beschikbaar

SaVe Samen werken aan Veiligheid - Utrecht

Inhoud presentatie. Introductie Voorbeeld op film Visie op jeugdbescherming Vormgeving jeugdbescherming. Vragen?

JAARVERSLAG ozjt/samen 14 TwenTse samenwerking op het gebied van zorg en jeugdhulp. Bijeenkomsten & mijlpalen in 2015

MET HART EN ZIEL VOOR KINDEREN IN DE KNEL

Plan van Aanpak regiovisie en vorming AMHK Zeeland

Presentatie Samen Veilig

Model Programma van Eisen AMHK

Regionaal en lokaal Beleidskader Transitie Jeugdzorg Route Zuidoost

De kwaliteit van Veilig Thuis Drenthe Stap 1

De kwaliteit van Veilig Thuis Groningen Stap 1

Werkwijze & doelgroepen van Gecertificeerde Instellingen (GI s) Regio Amsterdam-Amstelland & Zaanstreek-Waterland Versie december 2017

Beschermen & Versterken

Bescherming in beweging: Verve en Kinderbescherming Thuis. Leiden, 10 september 2013 Adri van Montfoort Wim Slot

Presentatie Samen Veilig. Auteur : Connie Mindertsma Datum : 13 februari 2017

Personeelsplan. Samenwerking Leiden - Leiderdorp

Jeugdbescherming in Nederland

DE JEUGD- & GEZINSBESCHERMER

Uitkomsten verbeterpunten toezichtonderzoek Bergen op Zoom

RAADSINFORMATIEBRIEF

Risicomanagement bij onder toezicht gestelde kinderen Een notitie naar aanleiding van onderzoek van de Inspectie jeugdzorg oktober 2008

Transitie Jeugdzorg. Woerden, 17 oktober 2013

De Inspecties stellen dat VTRR aan 18 van de 24 verwachtingen van het toetsingskader voldoet.

ZORG VOOR JEUGD FRYSLÂN OP KOMPAS INVOEGEN EN AANSLUITEN. Samenvatting

Toetsingskader Stap 2 voor toezicht naar Veilig Thuis

Derde voortgangsrapportage Programma Veilig Thuis de basis op orde

Memo JB/JR voor FO Jeugd. In deze memo komen de volgende onderdelen aan de orde:

Vereniging van Nederlandse Gemeenten BAOZW Annelies Schutte en Wim Hoddenbagh

Zorg voor jeugd in ontwikkeling

Functieprofiel lid Raad van Toezicht

De kwaliteit van Veilig Thuis West-Brabant Stap 1

Transitie Jeugdzorg. Door José Vianen; Adviseur

Voorstel. Uitgangspunten regiovisie. De regiovisie gaat uit van de volgende uitgangspunten:

Gespreksleidraad voor gemeenten Continuïteit in de uitvoering van de jeugdbescherming en reclassering voor 2018 en verder

Transitieplan Veilig Thuis Noord Oost Gelderland

Om het kind. Hervorming zorg voor de jeugd in Amsterdam en de aansluiting op Passend Onderwijs

11 Stiens, 21 oktober 2014

Inclusieve jeugdbescherming in Rotterdam Rijnmond. Plan van aanpak om te komen tot:

Kwaliteitskader Verantwoorde zorg Caribisch Nederland

OVERZICHT RESULTATEN EN AANDACHTSPUNTEN TUSSENEVALUATIE BUITENSTE BINNEN SAMENVATTING. 1 Tussenevaluatie Buitenste Binnen

Managementsamenvatting Regionaal Beleidskader Route Zuidoost

Raadsvergadering : 14 juni 2016 agendapunt : Commissie : - : Oprichting stichting Veilig Thuis Noord Oost Gelderland

Aanpak: Gezinscoaching. Beschrijving

Positionering en inrichting Veilig Thuis Fryslân. Bijeenkomst huiselijk geweld en Kindermishandeling 25 sept 2014

Plan van aanpak naar aanleiding van het Rapport. De kwaliteit van Stichting Veilig Thuis Noord Oost Gelderland Stap 2

Centrum voor Jeugd en Gezin. Bouwstenen voor de groei

Procesbeschrijving transformatie agenda Jeugd Gelderland Versiedatum 8 juni 2015

Samenwerken aan veiligheid

Jeugdarts en de Jeugdwet 2015

Regiovisie Veilig Thuis. Zuid-Limburg

Jeugdzorg in Gelderland april 2009

Sociaal domein. Beeldvormende raad Boxtel - St. Michielsgestel - Haaren. 1 februari Sociaal domein - 1 februari

Invoering van de meldcode in de jeugdzorg

Governance Code 2018

Inzicht in de jeugdzorg en de samenhang met gerelateerde domeinen

Aanpak: Er op af aanpak vanuit zorgnetwerken. Beschrijving

Cliënten met een beperking in JBRR Implementatieplan

Stand van zaken Transformatie sociaal domein en werkplan 2015

Stelselwijziging Jeugd. Factsheet. Prioriteitenlijst gedwongen kader

VOORZITTER RAAD VAN TOEZICHT COSIS NOVO & PROMENS CARE

Aanpak: GRIP-aanpak. Beschrijving

Raad van Toezicht Quickscan en checklist

Informatiebijeenkomst IB-netwerken

Ontwikkelingen binnen de jeugdhulp

Medisch specialist ziekenhuis

Handreiking. Randvoorwaarden voor de veiligheid van jeugdigen in de toegang tot jeugdhulp

Perceelbeschrijving. Jeugd en gezinsteam

Eén. contract. Eén. opdracht. Eén. missie. Meer dan 100 partners Meer dan 1000 professionals

Aanpak: CJG-aanpak. Beschrijving

Maart Profielschets Bestuurder

Calamiteitenprotocol Wmo en Jeugdwet Rivierenland november 2014

Transcriptie:

Utrecht, 16 april 2015 JAARVERANTWOORDING 2014

INHOUDSOPGAVE MAATSCHAPPELIJK JAARVERSLAG... 5 Leeswijzer... 6 1. Profiel van de organisatie... 6 1.1 Organisatiedoel... 6 1.2 Inrichting organisatie... 7 1.3 Visie en missie van de organisatie... 8 2. Kernprestaties... 10 2.1 Aantallen cliënten... 10 2.2 Personeelsformatie... 10 2.3 Omzet... 10 3. Maatschappelijk ondernemen... 11 3.1 Intern... 11 3.2 Extern... 21 4. Toezicht, bestuur en medezeggenschap... 24 4.1 Governance code... 24 4.2 Toezichthoudend orgaan... 24 4.3 Bestuur... 25 4.4 Medezeggenschap... 26 5. Beleid, inspanningen en prestaties... 29 5.1 Kwaliteit van zorg... 29 5.2 Klachten en Calamiteiten... 31 5.3 Personeelsbeleid en kwaliteit van het werk... 32 6. Beleid en resultaten... 34 6.1 Financieel beleid... 34 6.2 Financieel resultaat... 36 6.3 Financiering en resultaatverwerking... 36 6.4 Ontwikkelingen... 38 DEEL II: FINANCIEEL JAARVERSLAG... 42 7. Balans, staat van baten en lasten en kasstroomoverzicht... 43 7.1 Balans per 31 december 2014... 43 7.2 Staat van baten en lasten... 44 7.3 Kasstroomoverzicht... 45

7.4 Kostenverdeelstaat... 46 8. Grondslagen jaarrekening... 47 8.1 Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling... 48 8.2 Grondslag voor bepaling van het resultaat... 56 9. Toelichting op de balans... 58 9.1 Activa... 58 9.2 Passiva... 60 9.3 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen... 63 10. Toelichting op de inkomsten... 65 10.1 Justitietaken... 65 10.2 Toegangstaken... 65 10.3 Provinciale subsidies 2014... 67 10.4 Overige subsidies & baten... 69 10.5 Financiële baten en lasten... 69 11. Toelichting op de exploitatielasten... 71 11.1 Salarislasten... 71 11.2 Overige personeelskosten... 72 11.3 Huisvestingskosten... 73 11.4 Apparaatskosten... 74 11.5 Verzorgingskosten... 75 11.6 Vermelding bezoldiging topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen... 75 12. Overige gegevens... 77 12.1 Gebeurtenissen na balansdatum... 77 12.2 Overige gegevens... 78 BIJLAGEN... 81 Bijlage 1: Ontwikkeling genormaliseerd resultaat... 82 Bijlage 2: Productie toegangstaken... 84 Bijlage 3: Incidentele financieringen... 86 Bijlage 4: Specificatie kostenverdeelstaat JB en JR... 88 Bijlage 5: Jaarverslag Raad van Toezicht... 90

MAATSCHAPPELIJK JAARVERSLAG

Leeswijzer Voor u ligt het verslag van Bureau Jeugdzorg Utrecht (BJU) over het jaar 2014. Per 1 januari 2015 is Bureau Jeugdzorg Utrecht verder gegaan als Samen Veilig Midden-Nederland. Dit jaarverslag wordt geschreven in 2015 en dus onder de vlag van Samen Veilig. Daar waar in het jaarverslag nog wordt gesproken over BJU, kunt u ook Samen Veilig lezen. Tot 1 januari 2015 had BJU een ander organisatiedoel dan in 2015. Omdat het hier het jaarverslag over 2014 betreft, worden ook de oude doelen en profielen van voor 1 januari 2015 aangehouden. 1. Profiel van de organisatie Stichting Samen Veilig Midden-Nederland (in Naam verslagleggende rechtspersoon verslagjaar 2014 Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht) Adres Postbus 13060 Postcode Plaats 3507 LB Utrecht Telefoonnummer 030 6778210 Identificatienummer Kamer van Koophandel 41177220 E-mailadres Internetpagina/website Rechtsvorm dirsecr@samen-veilig.nl www.samen-veilig.nl Stichting 1.1 Organisatiedoel Het hieronder beschreven doel is het doel zoals dat in 2014 nog bestond. Bureau Jeugdzorg Utrecht (BJU) vormt de centrale toegang tot alle vormen van jeugdzorg in de provincie Utrecht. Het werkgebied van de stichting omvat de gehele provincie Utrecht, waarbij de provincie is verdeeld in twee rayons. De professionals werken op vijf locaties: Utrecht Stad, Utrecht Noord, Nieuwegein, Veenendaal en Amersfoort. De locatie Utrecht Stad is eind 2014 ondergebracht 6 Jaarverantwoording 2014 Maatschappelijk Jaarverslag Profiel van de organisatie

bij locatie Utrecht Noord. Locatie Veenendaal is eind 2014 ondergebracht bij in het pand van jeugd- en opvoedhulporganisatie Youké. De vestigingsplaats van Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht is Tiberdreef 8 te Utrecht. Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht stelt zich een aantal doelen: Het geven van informatie, advies en hulp, gericht op het voorkomen, verminderen en opheffen van vragen en problemen van individuele of sociale aard bij kinderen, jongeren en groepen jongeren. Het in de ruimste zin van het woord bevorderen van tijdelijke of duurzame verzorging, opvoeding en begeleiding bij voorkeur in gezinsverband van minderjarigen in wier verzorging, opvoeding en begeleiding moet worden voorzien. De veiligheid van het kind staat hierbij centraal. Het optreden als rechtspersoon c.q. voogdij-instelling op grond van artikel 302 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Het optreden als rechtspersoon c.q. gezinsvoogdij-instelling op grond van artikel 254 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Het verrichten van jeugdreclasseringstaken. Het in stand houden van een Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Het signaleren van in de samenleving bestaande behoeften, tekorten, ontwikkelingen en verwachtingen die op enigerlei wijze de belangen van kinderen en jongeren betreffen. 1.2 Inrichting organisatie In 2014 zijn de werkzaamheden die BJU uitvoert verdeeld in een viertal werksoorten: Jeugdbescherming: hier worden de justitiële jeugdbeschermingstaken, zoals voogdij en gezinsvoogdij uitgevoerd. Jeugdreclassering: hier worden de jeugdreclasseringsmaatregelen en alternatieve sancties uitgevoerd. Provinciaal Cliëntgerichte Taken: hieronder vallen het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK), de centrale aanmelding (CA) en de spoedeisende zorg (SEZ). Toegang Geïndiceerde Jeugdzorg (TGJ): hier worden activiteiten uitgevoerd in het kader van de toegang naar de vrijwillige hulpverlening. Jaarverantwoording 2014 7 Maatschappelijk Jaarverslag Profiel van de organisatie

Vanaf 1 september 2014 zijn deze werksoorten samengevoegd in één benaderingswijze: SAmenwerken aan VEiligheid (SAVE). SAVE biedt gebiedsberichte jeugdbescherming in de breedste zin van het woord. Alle teams zijn generalistisch en gebiedsgericht gaan werken. Het meld- en crisispunt heeft de provinciaal cliëntgerichte taken geïntegreerd. Daarnaast vinden de activiteiten van de Kindertelefoon en externe deskundigheidsbevordering plaats onder verantwoordelijkheid van BJU. Per 1 januari 2015 zijn de taken van de Kindertelefoon landelijk belegd. De activiteiten binnen Bureau Jeugdzorg Utrecht zijn overgeheveld. 1.3 Visie en missie van de organisatie Bureau Jeugdzorg Utrecht (BJU) vormt de centrale toegang tot alle vormen van jeugdzorg in de Provincie Utrecht. De stichting heeft een algemeen karakter en respecteert de levensovertuiging en levensbeschouwing van cliënten. De organisatiedoelen zijn geconcretiseerd in het maatschappelijke verslag. Achtereenvolgens behandelen we de visie, missie, SAVE (onze werkwijze) en de organisatie. 1.3.1 Visie Geconstateerd is dat de meerwaarde van BJU vooral ligt op het gebied van drang en dwang. Onze activiteiten op dat terrein groeien omdat bij de eerste- en tweedelijns instellingen behoefte is aan een partij die meer doet dan alleen werken naar aanleiding van een door ouders al zelf geformuleerde hulpvraag. Ook de combinatie van begrenzen, straffen en zorg blijkt een deskundigheid die gewenst is. De visie is de inleiding op de positie van ons professioneel functioneren. Samengevat en in hun onderlinge samenhang omvat onze visie de volgende uitgangspunten (in april 2013 is de visie volledig uitgewerkt in een uitgebreid visiedocument): Kinderen hebben recht op veiligheid; Vrijwillige hulp waar het kan; Veiligheid staat voorop; Uitgaan van eigen kracht van jeugdige, gezin en sociaal netwerk; Kinderen horen op te groeien in een gezin; Kennen en gekend worden; Eén integraal plan; Specialisten altijd bij de hand. 8 Jaarverantwoording 2014 Maatschappelijk Jaarverslag Profiel van de organisatie

1.3.2 Missie Onze missie is: Het duurzame herstel van de veiligheid van kinderen en het ombuigen van jeugdcriminaliteit naar een situatie waarin jeugdigen zich positief kunnen ontwikkelen, passend bij hun leeftijd en hun vaardigheden, zodat zij verantwoord kunnen (blijven) deelnemen aan de samenleving. Daartoe: passen wij onze expertise meteen al toe in de onderzoeksfase naar (dreigende) schendingen van de veiligheid van jeugdigen; stellen wij onze expertise beschikbaar aan partners in de aanpak van zulke (dreigende) schendingen en aan ouders of anderen in de omgeving van de jeugdige wiens veiligheid wordt bedreigd; initiëren wij justitieel ingrijpen waar dat nodig is; geven wij uitvoering aan de begrenzing en ondersteuning die op basis van zulk justitieel ingrijpen aangewezen is en nemen wij actief deel aan of initiëren algemene ontwikkelingen (o.a. samen met gemeenten) om problemen bij jeugdigen zoveel mogelijk te voorkomen en in ieder geval zo snel mogelijk te signaleren. 1.3.3 Maatschappelijk verantwoord ondernemen via SAVE De missie vertalen wij in de bedrijfsvoering via SAVE. SAVE staat voor SAmenwerken aan VEiligheid. In 2013 hebben Bureau Jeugdzorg Utrecht, de William Schrikker Groep en de Raad voor de Kinderbescherming Midden-Nederland onderzocht hoe de beschermingsorganisaties vanaf 1 januari 2015 integraal en vernieuwend samen zouden kunnen werken in aansluiting op lokale teams. De voor januari 2015 geplande bestuurlijke transitie jeugdzorg en breed gedragen opvattingen over de noodzakelijke inhoudelijke transformatie van de jeugdzorg, waren leidend bij de vernieuwing van de jeugdbescherming die SAVE is. Er is vanaf het begin gewerkt aan gemeenschappelijk draagvlak, met een leidende rol van de gemeenten; de focus gericht op de inhoud en op wat beter moest. Op methodisch vlak en op organisatorisch niveau hebben we ervoor gekozen om van zes naar twee functies terug te gaan. SAVE is grotendeels gerealiseerd vanuit eigen middelen en wordt uitgebreid behandeld in het maatschappelijke verslag. Jaarverantwoording 2014 9 Maatschappelijk Jaarverslag Profiel van de organisatie

2. Kernprestaties 1 2.1 Aantallen cliënten Het aantal cliënten van BJU in 2014 is bij de jeugdreclassering afgenomen (JR-maatregelen van 420 naar 351). Bij de jeugdbescherming is een daling te zien in het aantal ondertoezichtstellingen (van 1877 in 2013 naar 1696 in 2014). Het aantal voogdijmaatregelen is gestegen van 350 naar 369 in 2014. 2.2 Personeelsformatie De formatie van BJU daalde in 2014 naar 499 fte. De gemiddelde inzet was 515 fte. De formatie is weergegeven inclusief zwangerschaps- en ouderschapsverlof. Gemiddeld was dit 18 fte. Op 31 december 2014 is een significante formatiedaling gerealiseerd naar 430 fte door de afloop van vooral tijdelijke contracten. Deze afbouw ligt in lijn met de overdracht van de toegangstaken naar de gemeentelijke lokale teams. 2.3 Omzet De totale inkomsten van BJU komen in 2014 uit op 41,1 miljoen. Dit ligt 0,35 miljoen boven de begroting van 40,7 miljoen. Voor de invoering en doorontwikkeling van SAVE heeft BJU in totaal een provinciale 2014 subsidie ontvangen van 648.129. Deze subsidie is besteed aan de extra inzet ten behoeve van de uitrol, de implementatie en de doorontwikkeling van de SAVE-werkwijze. 1 Voor gedetailleerde overzichten zie het financieel jaarverslag vanaf hoofdstuk 6. 10 Jaarverantwoording 2014 Maatschappelijk Jaarverslag Maatschappelijk ondernemen

3. Maatschappelijk ondernemen 3.1 Intern 3.1.1 SAVE inhoudelijk In 2013 hebben Bureau Jeugdzorg Utrecht, de William Schrikker Groep en de Raad voor de Kinderbescherming Midden-Nederland, ondersteund door de Eigen Kracht Centrale en Adviesbureau Van Montfoort, in aansluiting op de lokale pilots, het organisatiemodel en de werkwijze Samenwerken aan Veiligheid SAVE - ontwikkeld. In het document Wat maakt SAVE SAVE zijn de kenmerkende elementen van deze praktijk beschreven. De ontwikkelde werkwijze leidde in 2014 tot de start van een reorganisatie- en implementatietraject waarin de schotten tussen de werksoorten binnen Bureau Jeugdzorg Utrecht werden opgeheven en gebiedsgerichte teams werden gevormd. Inhoudelijke borging In de SAVE-werkwijze wordt integraal gewerkt binnen het brede domein van de bescherming (drang en dwang) en bij de aanpak van huiselijk geweld. Het betreft de integratie van alle stappen die daarbij worden uitgevoerd - van melding tot uitvoering van een rechterlijke maatregel. Het primaire doel van SAVE is veiligheid - in de opvoeding en andere afhankelijkheidsrelaties - en het keren van criminele carrières van jeugdigen. Om de medewerkers te outilleren voor hun nieuwe werkwijze is in 2014 met Adviesbureau Van Montfoort De werkwijze SAVE: vernieuwing van de jeugdbescherming en de aanpak van huiselijk geweld in Utrecht, kortweg de Handleiding SAVE 2.0. geschreven. De SAVE-werkwijze wordt inhoudelijk gevormd door: De doorontwikkeling van de Deltamethode gezinsvoogdij (Van Montfoort & Slot, 2012) De visie en de werkwijze van de Eigen Kracht Centrale (Van Pagée, 2013) Het oplossingsgericht werken (DeShazer & Dolan, 2009; Turnell & Edwards, 1999) Bestaande methoden en werkwijzen zoals het Handboek Jeugdreclassering, het Landelijk Handelingsprotocol AMK, de voogdijmethode enzovoorts. Nieuw in de SAVE-werkwijze ten opzichte van voorgaande werkwijzen zijn: De analyse van de opvoedingssituatie met het gezin op basis van het Vier Venster Model. Jaarverantwoording 2014 11 Maatschappelijk Jaarverslag Maatschappelijk ondernemen

Eigen kracht en regie: De medewerker SAVE richt zich op het stellen van concrete voorwaarden. In aansluiting hierop krijgen gezinsleden en netwerk de ruimte om hiervoor zelf een plan te maken. De regie over de oplossingen wordt bij jeugdige, gezin en netwerk gelaten. De integrale benadering van jeugdbescherming en de aanpak van huiselijk geweld Het gebiedsgerichte: de aansluiting van SAVE is aanvullend op de lokale teams De systematische reflectie op de praktijk. Doorontwikkeling van werksoortspecifieke methoden De SAVE-werkwijze vormt de gemeenschappelijke basis voor de uitvoering van alle werksoorten; de uitvoering van werksoortspecifieke taken vertrekt van daaruit. De Handleiding SAVE 2.0 is opgeleverd in mei/juni 2014. Deze beschrijft het algemene deel van de nieuwe werkwijze SAVE. Die handleiding is nog geen volledige vervanging van bestaande werksoortspecifieke methoden. De Handleiding SAVE en deze methoden (zoals Delta voor de jeugdbescherming, De jongere aanspreken voor de jeugdreclassering, ORBA voor AMK enz.) werden daarom in 2014 nog naast elkaar gebruikt. Omdat dit geen ideale situatie was (enerzijds overlappen de teksten en anderzijds zijn er verschillen in visie en taal tussen die methoden), is Bureau Van Montfoort gevraagd om in 2014 een analyse uit te voeren op hoe de blijvende werksoortspecifieke elementen van de methoden SAVE-proof beschreven kunnen worden in aansluiting op de Handleiding SAVE. Het was de ambitie om daarmee de werkzame elementen van de professionaliseringstrajecten van de voorgaande jaren te behouden, maar dan wel in een nieuw SAVE-proof jasje te steken, passend bij de uitgangspunten SAVE. Op basis van de analyse is een project ontworpen waarbij vanaf begin 2015 werksoortspecifieke methodische bijlagen worden opgeleverd door Van Montfoort. Dit in samenwerking met experts van Bureau Jeugdzorg Utrecht. Daarop aansluitend wordt door het Studiecentrum scholing ontwikkeld. Vooruitlopend daarop is in 2014 al een werkwijze beschreven voor het uitvoeren van consult, het aannemen van meldingen en het uitvoeren van onderzoek. Instrumenten In 2014 werden passend bij het analysemodel van de handleiding rapportageformats en instrumenten ontwikkeld met de samenwerkingspartners. 12 Jaarverantwoording 2014 Maatschappelijk Jaarverslag Maatschappelijk ondernemen

Scholing Van Montfoort heeft in 2014 een set vaardigheden en kennis beschreven, die medewerkers nodig hebben om te werken volgens de handleiding. Daarop aansluitend heeft het Studiecentrum van Bureau Jeugdzorg Utrecht een samenhangend vijfdaags trainingsprogramma ontwikkeld met een duidelijke rode draad die de SAVE-werkwijze aanleert, voldoet aan de kwaliteitseisen voor interne scholing en registratiepunten oplevert bij BAMw voor de categorie Opleidingen. Alle medewerkers hebben in 2014 deze scholing met hun team doorlopen. Na het volgen van de training mochten medewerkers starten met het in praktijk brengen van de SAVE-werkwijze. Methodische leerbijeenkomsten De menselijke factor is in het werk van de professional die zich met bescherming bezighoudt een onmisbaar element van het professioneel handelen. Onzekerheid is een kenmerk van het werk: onzekerheid over de feiten, over wat nog goed genoeg is, over wat er kan gebeuren enzovoorts. Er bestaat geen vaste instructie voor het handelen in alle mogelijk denkbare gevallen. Er moet inductief gewerkt worden: vanuit het specifieke geval naar de theorie en de wettelijke normen. De professionele werkwijze kan zich alleen ontwikkelen door systematische reflectie op de praktijk. Daarom zijn in 2014 Methodische Leerbijeenkomsten geïntroduceerd. In deze bijeenkomsten vindt er op gestructureerde wijze onder voorzitterschap van een gedragswetenschapper elke veertien dagen reflectie plaats met het team. Daarin analyseert men op een systematische wijze het handelen van de professionals, leren de professionals en wordt ook de werkwijze zelf verrijkt. De methode van deze bijeenkomsten is in 2014 beschreven. Organisatiegrenzen overstijgend werken De Wiliam Schrikker Groep (WSG) en Bureau Jeugdzorg Utrecht willen door middel van het samenwerkingsverband binnen het drangkader en bij kinderbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregelen als één organisatie uitvoering geven aan de noodzakelijk zorg aan jeugdigen in aansluiting op lokale teams. Dit gebeurt op basis van het met de gemeenten overeen gekomen Programma SAVE en het eerder genoemde integriteitsdocument Wat maakt SAVE SAVE. De WSG neemt in deze samenwerking positie in op basis van haar specifieke deskundigheid. De WSG onderscheidt zich globaal gezegd met haar specifieke expertise ten aanzien van de gezinnen waar (een) jeugdige(n) opgevoed wordt met een bepaalde (lichamelijke en/of verstandelijke)beperking, een verhoogd medisch risico of een beperkte levensverwachting. Het kan ook om situaties gaan waar één of beide ouders met deze problematiek kampen. Wanneer een gezinslid een verstandelijke beperking heeft, stelt dit specifieke eisen aan het handelen van de jeugdbeschermer. Jaarverantwoording 2014 13 Maatschappelijk Jaarverslag Maatschappelijk ondernemen

Tot op zekere hoogte is dit onderdeel van de reguliere SAVE-werkwijze. Om te analyseren voor welke gezinnen de specialistische werkwijze van de WSG nodig is, is in 2014 onderzoek gedaan door Van Montfoort: Cliënten met een verstandelijke beperking in SAVE - Een verkennend onderzoek naar de specialistische aspecten. Op basis van dit onderzoek is een aantal criteria geïdentificeerd die het mogelijk maken, zonder uitstel, doeltreffende keuzes te maken met betrekking tot welke partner uitvoering gaat geven aan de benodigde diensten. Verder is met de WSG een aantal afspraken gemaakt die het gebiedsgericht functioneren als één team mogelijk maakt. Voor de andere landelijk werkende instellingen binnen het samenwerkingsverband, namelijk de Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming (SGJb) en het Leger des Heils (LJ&R) is eenzelfde proces gevolgd; zij het dat in dat geval geen onderzoek hoefde te worden uitgevoerd naar criteria. Onderzoek door Van Montfoort Binnen het samenwerkingsverband is begin 2014 een kwantitatieve monitor en dossieronderzoek afgerond naar de realisatie van de gewenste outcome van het werken volgens de SAVE-werkwijze. Dit onderzoek had tot doel een 0-meting te realiseren; een beeld van de beginfase van het werken met de SAVE-werkwijze, ook al was die werkwijze nog sterk in ontwikkeling. De onderzoekers waren zich er daarbij van bewust dat er slechts trends en aanwijzingen te onderscheiden zijn voor de richting waarin de praktijk zich ontwikkelt, maar dat niet geconcludeerd kan worden dat deze trends worden veroorzaakt door het werken volgens SAVE-werkwijze. De praktijk ontwikkelt zich immers niet in vitro maar in een complex veld van op elkaar inwerkende ontwikkelingen. De monitor richtte zich op indicatoren die uit de registratiesystemen van Bureau Jeugdzorg Utrecht en de Raad oor de Kinderbescherming te halen zijn: 1. Afname van het aantal ondertoezichtstellingen (OTS); 2. Afname gemiddelde duur van de ondertoezichtstelling; 3. Afname van het aantal uit huis plaatsingen (UHP); 4. Afname zwaarte van de zorg; 5. Eén gezicht in de hulpverlening. Het dossieronderzoek vormde een aanvulling op de kwantitatieve monitor. Het is uitgevoerd omdat enkele belangrijke gegevens niet op geaggregeerd niveau uit IJ, KITS en de registraties van de Raad en de WSG zijn te achterhalen. Het ging dan primair om twee kenmerken: (1) wel/geen verblijf in een netwerkgezin en (2) wel/niet betrekken van het netwerk bij de aanpak. In tweede instantie is nog een te onderzoeken aspect toegevoegd. Dat betrof het werken met de bepaalde hulpmiddelen als de inventarisatie van sterke kanten en zorgen, het Plan van aanpak SAVE versus het Deltaplan, het maken van veiligheidsafspraken en het gebruik van schaalvragen; hulpmiddelen om planmatig te werken. 14 Jaarverantwoording 2014 Maatschappelijk Jaarverslag Maatschappelijk ondernemen

Terwijl de meeste uitkomsten met voorzichtigheid bleken te moeten worden gehanteerd, was er één duidelijk uitkomst, namelijk dat extra inspanningen gewenst waren om de regie meer bij gezin en netwerk te leggen. Aansluitend is voor 2015 een programma ontworpen om dat beter te borgen. Onderzoek door de Hogeschool Utrecht In 2014 is naast het onderzoek door Van Montfoort ook door studenten van de Hogeschool Utrecht onderzoek gedaan. Evaluatie van deze ervaringen heeft ertoe geleid dat de SAVE-partners in 2014 de intentie hebben uitgesproken om met het Kenniscentrum Sociale Innovatie (KSI) van de Hogeschool Utrecht en andere relevante partners te gaan samenwerken aan de ontwikkeling van een duurzame regionale kennisinfrastructuur rond jeugd. Het gaat er daarbij om in 2015 samen met KSI-HSU en SAVE-partners een werkplaats in de regio te starten, waarbij in gezamenlijkheid andere partners (onderzoeksinstituten en beroepenveld) kunnen worden betrokken. 3.1.2 SAVE organisatorisch Voor de invoering van de werkwijze SAVE zijn in 2014 twee grote organisatorische veranderingen doorgevoerd om invulling te geven aan het gebiedsgericht en ontschot werken. Voor het gebiedsgericht werken zijn er 31 gebiedsgerichte SAVE-teams ingevoerd. De gebiedsgerichte SAVE-teams zijn geclusterd naar zes regio s aansluitend bij de gemeentelijke samenwerkingsregio s. De provinciale taken worden uitgevoerd door het centrale Meld- en Crisispunt (Veilig Thuis) en bestaat uit vier teams. Voor de invoering van het ontschot werken zijn de zes hoofdfuncties in het primaire proces (jeugdbeschermer, jeugdreclasseringswerker, casemanager jeugdzorg, medewerker Spoedeisende Zorg, medewerker Centrale Aanmelding en Maatschappelijk werker Advies- en Meldpunt Kindermishandeling) samengevoegd in de twee gewijzigde functies: medewerker SAVE en medewerker Meld- en Crisispunt (medewerker Veilig Thuis), met elk een bredere, meer integrale taakstelling. Er is een plaatsingsprocedure uitgevoerd om alle uitvoerend medewerkers in één van de functies (MCP (Veilig Thuis), SAVE) en op een eventueel andere locatie te plaatsen. Dit is gedaan volgens de afspraken die hierover zijn gemaakt in het sociaal plan. Hierbij hoorde een formeel traject met belangstellingsregistratie en bezwaarprocedure. Deze organisatieveranderingen zijn per 1 september ineens ingevoerd. Daarna volgde een geleidelijke en gefaseerde overgang van teams op het werken volgens de SAVE-werkwijze. De interne verschuiving van medewerkers naar een andere werkplek en een ander team betekende de nodige aanpassingen, zodat iedereen gewoon het werk kon blijven doen. Het gaat onder meer om inrichting werkplekken, verhuizen dossiers, inrichten bereikbaarheid, aanpassingen Jaarverantwoording 2014 15 Maatschappelijk Jaarverslag Maatschappelijk ondernemen

registratiesystemen, nieuwe teamafspraken. Met de interne verschuiving van medewerkers heeft een deel van de cliënten ook een nieuwe contactpersoon gekregen. Alle cliënten zijn hierover vooraf geïnformeerd en waar nodig was er sprake van een warme overdracht naar de nieuwe contactpersoon. Vanaf 1 september 2014 is er gewerkt aan de geleidelijke invoering van de SAVE-werkwijze en het allround werken. Deze invoering is uiterlijk op 1 april 2015 afgerond. Alle medewerkers in het primaire proces hebben ter ondersteuning van de implementatie van de werkwijze SAVE een vijfdaagse SAVE-basistraining SAVE gevolgd (zie ook onder Scholing). Er zijn 32 teams in vijf maanden geschoold. Om medewerkers te ondersteunen in het gaan werken met de nieuwe werkwijze SAVE zijn de werkprocessen SAVE beschreven en met bijbehorende documenten beschikbaar gesteld. Het registratiesysteem IJ is aangepast op de werkwijze SAVE. Cultuurverandering De werkwijze SAVE stelt ook eisen aan de organisatie, haar medewerkers en haar cultuur. De nieuwe werkwijze vraagt om een andere houding en ander gedrag. De manier waarop Samen Veilig met gezinnen wil samenwerken is een parallel proces met de manier waarop we met elkaar samenwerken: met collega s binnen en buiten onze organisatie. Door in de dagelijkse praktijk ons gedrag en onze houding aan te passen aan de visie en de werkwijze SAVE, komen we tot een nieuwe praktijk die drager zal zijn van de nieuwe organisatiecultuur. De nieuwe organisatie staat voor: taakvolwassen medewerkers, die verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen werk. Iedereen wordt binnen de organisatie aangesproken op zijn of haar kracht en verantwoordelijkheid. medewerkers die de ruimte hebben om beslissingen nemen, passend bij hun taak, en die hun (voorgenomen) besluiten op gepaste momenten aan hun collega s voorleggen. medewerkers die elkaar aanspreken op gedrag en houding. Medewerkers die zichzelf en ook anderen vertrouwen en uitgaan van de mogelijkheden van de ander. medewerkers die leren van de dagelijkse praktijk en verantwoordelijkheid nemen om zichzelf blijvend te ontwikkelen. Samen Veilig wil daarom een lerende organisatie zijn: een organisatie die er naar streeft zich permanent te verbeteren, te vernieuwen en te ontwikkelen. Medewerkers leren in de eerste plaats op de werkvloer: door (samen) te werken, ervaring op te doen en daarop te reflecteren met collega s, onderling en in teamverband. Groepsgerichte opleidingen ondersteunen dit leerproces en zijn aanvullend op het werken in een lerende organisatie. Een belangrijk onderdeel zijn de methodische leerbijeenkomsten. 16 Jaarverantwoording 2014 Maatschappelijk Jaarverslag Maatschappelijk ondernemen

3.1.3 Mijlpalen Door middel van het zogenaamde mijlpalenprogramma is in 2014 een groot aantal vraagstukken als gevolg van de transitie opgepakt en afgerond. Samen met gemeenten, BJU, de Raad voor de Kinderbescherming Midden-Nederland en de overige landelijk werkende gecertificeerde instellingen (WSG, LJ&R en SGJb) zijn er afspraken gemaakt over de inhoudelijke samenwerking binnen de zogenaamde SAVE-gebiedsgebonden teams en de aansluiting op de werkwijze van de lokale teams. Daarnaast zijn er aan de hand van de SAVE-dienstencatalogus afspraken gemaakt tussen BJU en gemeenten over de dienstverlening in zowel het drangkader als met betrekking tot maatregelhulp. Binnen die afspraken is het doelgroepspecifiek werken volgens de SAVE-werkwijze geborgd door het onderaannemerschap van de landelijk werkende gecertificeerde instellingen. Samen met gemeenten zijn er verder afspraken gemaakt over hoe te handelen en af te stemmen ingeval er zich calamiteiten voordoen. Eveneens is er een eensluidende ontwikkelagenda voor 2015 vastgesteld; op talloze punten is nog nadere uitwerking nodig. Deze onderwerpen worden binnen een nieuw op te zetten programma belegd. Anders dan in 2014 wordt de doorontwikkeling van Veilig Thuis ook in dit nieuwe programma opgenomen. Op 19 december 2014 zijn tijdens een feestelijke bijeenkomst de afspraken bekrachtigd door de ondertekening van de convenanten in aanwezigheid van wethouders en bestuurders van de verschillende instellingen. 3.1.4 Veilig Thuis Vanaf 1 januari 2015 zijn alle gemeenten op grond van de Jeugdwet en de Wmo verantwoordelijk voor het inrichten van een bovenregionaal Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling (AMHK). Dat betekent een samenvoeging van de Steunpunten Huiselijk Geweld (SHG) en Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (AMK). De integratie van deze bestaande taken in het te vormen AMHK biedt de gemeenten de mogelijkheid om te komen tot een ongedeelde aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en een efficiencyslag in de organisatie. Voor de AMHK s is landelijk door de VNG de naam vastgesteld: Veilig Thuis advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. In maart 2014 besloten de Utrechtse gemeenten om de vorming van een gezamenlijk provinciaal Veilig Thuis, onder te brengen bij de gecertificeerde instelling die ook de SAVE-aanpak uitvoert. Jaarverantwoording 2014 17 Maatschappelijk Jaarverslag Maatschappelijk ondernemen

Concreet betekent dit dat Veilig Thuis bij Samen Veilig Midden-Nederland is ondergebracht. Daarop hebben BJU en de SHG-organisaties (Moviera en Welzin) van de gemeenten de opdracht gekregen om een uitvoeringsplan te maken voor de organisatie, financiën en implementatie van Veilig Thuis. In het najaar zijn de Utrechtse gemeenten akkoord gegaan met het uitvoeringsplan voor de inrichting van Veilig Thuis. Per 1 januari 2015 is Veilig Thuis onderdeel van Samen Veilig Midden-Nederland. Veilig Thuis doorbreekt onveilige situaties en werkt samen met cliënt en gezin aan een veilige omgeving. Zij verwijst door waar nodig en creëert openingen waardoor mensen een toekomst hebben waarin zij op eigen kracht verder kunnen. Veilig Thuis is er voor iedereen die hulp nodig heeft: kinderen, volwassenen, ouderen, slachtoffers en plegers. Ook professionals kunnen bij Veilig Thuis terecht als zij op zoek zijn naar advies of ernstige zorgen hebben. Veilig Thuis is ook het aanspreekpunt voor acute situaties, crisisinterventies en voor een snelle eerste inschatting van de veiligheid. Veilig Thuis is 24/7 bereikbaar, ook voor advies en overleg. Veilig Thuis start als een tijdelijke werkorganisatie. Het houdt onder meer in dat: er een geïntegreerde toegang van Veilig Thuis voor burgers en professionals is per 1-1-2015; de processen in 2015 gefaseerd geïntegreerd worden; de medewerkers werken vanuit één locatie bij Samen Veilig; In 2015 de medewerkers van het SHG in dienst van hun eigen organisatie blijven. In 2015 volgt het traject voor formele inrichting van de organisatie indiensttreding van de medewerkers. 3.1.5 Programma Informatie & Infrastructuur WIJZ In 2013 is het programma I&I gestart om vanuit BJU samen met elf andere Bureaus Jeugdzorg en de WSG een actieve bijdrage te leveren aan de landelijke ontwikkeling van het nieuwe cliëntregistratiesysteem WIJZ. Na de landelijke oplevering van WIJZ draagt het programma zorg voor implementatie binnen BJU met als doelstelling dat deze de nieuwe werkwijze SAVE ondersteunt. Er wordt dan afscheid genomen van de huidige applicaties IJ en KITS. In aanpak is de in 2013 ingezette structuur en werkwijze van het programma gehandhaafd. Intern bestaat het programma uit een stuurgroep, een programmateam, en een drietal werkgroepen. De werkgroepen worden gevuld met medewerkers vanuit verschillende afdelingen. Namens BJU hebben diverse vertegenwoordigers deelgenomen aan landelijke werkgroepen. 18 Jaarverantwoording 2014 Maatschappelijk Jaarverslag Maatschappelijk ondernemen

Werkgroep Primair Proces Met ondersteuning van een externe procesinformatieanalist zijn in 2014 de interne procesbeschrijvingen herschreven en gevalideerd met medewerkers uit de expertgroep. In vervolg hierop zijn de werkbeschrijvingen geactualiseerd en beschikbaar gesteld via het kwaliteitshandboek Eigenwijzer. Deze proces- en werkbeschrijvingen dienen als basis om WIJZ lokaal te kunnen inrichten. De werkgroep heeft op basis van een WIJZ-grasduinomgeving voorbereidingen getroffen om over te gaan tot een lokale inrichting die de SAVE-werkwijze ondersteunt. Werkgroep Informatie & Beleid De werkgroep Informatie & Beleid heeft in 2014 door middel van inzet van focusgroepen in kaart gebracht welke sturings- en beleidsinformatie BJU in de pre-tranisitiefase en vanaf 2015 behoeft. Deze gegevensset dient als basis voor de informatievoorziening die BJU wenst als minimaal resultaat van de registratie in WIJZ. De gegevensset bevat beleids- (waaronder financiële), sturings- en managementinformatie. De verzamelde informatie is getoetst aan het gestelde landelijke normenkader en de wet. BJU heeft een overgangsregeling vastgesteld, waarin zij aangeeft welke informatie zij met het gebruik van de huidige applicatie IJ/KiTS kan genereren. Aan de werkgroep is decharge verleend door de stuurgroep. Werkgroep Verandermanagement De werkgroep Verandermanagement heeft als taak om zorg te dragen voor de implementatie, de conversie en de opschoning van de te converteren gegevens uit IJ en KiTS, de noodzakelijke koppelingen, het opleidingstraject en de informatie naar de medewerker. Een implementatieplan is opgesteld. Er is een project gestart ten behoeve van opschoning. In samenwerking met het Studiecentrum is een intern opleidingsplan ontwikkeld. Een aantal sleutelfiguren binnen BJU is landelijk geschoold. Ten behoeve van implementatie wordt gebruik gemaakt van landelijk ontwikkelde best practices. Veilig Thuis In het derde kwartaal is de implementatie van WIJZ voor Veilig Thuis opgenomen in het programma. Programmateam heeft verbinding gelegd met de werkgroep Veilig Thuis om zo de Veilig Thuis proces- en werkbeschrijvingen te synchroniseren met die van SAVE. In 2015 wordt WIJZ geïmplementeerd. Jaarverantwoording 2014 19 Maatschappelijk Jaarverslag Maatschappelijk ondernemen

3.1.6 Het Nieuwe Werken: Flexibel en verbonden In 2014 heeft de organisatie een start gemaakt met Het Nieuwe Werken. Er zijn vier drijfveren geïdentificeerd voor Het Nieuwe Werken: 1. Faciliteren van de SAVE-werkwijze; 2. Verbeteren van dienstverlening naar cliënten; 3. Versterking van de positionering als werkgever; 4. Ruimte- en kostenbesparing. Op basis van deze drijfveren is een visie op de manier van werken en samenwerken in de toekomst gedefinieerd die aansluit bij de identiteit van onze organisatie. De kernelementen van Het Nieuwe Werken van BJU zijn flexibel en verbonden werken, op én buiten kantoor. Het Nieuwe Werken geldt voor alle medewerkers zowel in het primaire proces als in ondersteunende functies. Organisatiebreed zijn er uitgangspunten en spelregels ontwikkeld waarbinnen medewerkers en teams HNW zelf handen en voeten kunnen geven. Het projectteam Het Nieuwe Werken (HNW) heeft aandacht besteed aan de randvoorwaarden voor HNW (huisvesting, ICT en HR/Arbo aspecten) en aan de veranderaanpak. Voor wat betreft de huisvesting is eind 2014 in Utrecht het pand aan de Nijenoord afgestoten en zijn alle medewerkers gehuisvest op de locatie aan de Tiberdreef. De locatie Tiberdreef is volledig ingericht als flexkantoor. Ook in Veenendaal is de bestaande locatie afgestoten en is er een kleinere flexlocatie voor in de plaats gekomen. Op het gebied van ICT is een groot deel van de organisatie in 2014 voorzien van smartphones en laptops om het flexibel werken te faciliteren. Op HR-gebied zijn diverse regelingen aangepast. Uiteraard leiden een nieuwe werkomgeving en nieuwe tools niet automatisch tot ander gedrag. Daarom is vanuit het projectteam een veranderaanpak gedefinieerd waarin de samenwerking binnen teams centraal staat. Op teamniveau is het mogelijk om afspraken te maken om daadwerkelijk anders te gaan werken. Daarnaast spelen leidinggevenden een belangrijke rol in de transitie die HNW nu eenmaal is. Zij zijn het die daar in een compacte training op zijn voorbereid. Tenslotte is eind 2014 begonnen met de veranderaanpak door middel van trainingen voor leidinggevenden. In het gehele traject zijn zoveel mogelijk medewerkers en leidinggevenden betrokken geweest bijvoorbeeld in workshops over drijfveren en visie, spelregels en inrichting van het flexkantoor. 20 Jaarverantwoording 2014 Maatschappelijk Jaarverslag Maatschappelijk ondernemen

Op 1 april 2015 wordt het project HNW afgesloten en wordt HNW in de staande organisatie verder doorontwikkeld. 3.1.7 Fusie In november 2013 heeft Bureau Jeugdzorg Flevoland aangegeven dat ook met een goed transitiearrangement zij te klein zal zijn voor een zelfstandig voortbestaan. Vanuit BJZ Flevoland is derhalve de vraag gekomen om te kijken naar mogelijkheden om samen te gaan. BJU stond hier positief tegenover, ook omdat beide organisaties eenzelfde werkwijze (SAVE) hanteren, die wij gezamenlijk op succesvolle wijze verder willen ontwikkelen, uitdragen en realiseren. Ook opereren beide organisaties binnen één justitieel arrondissement. Begin januari 2014 is besloten dat een mogelijkheid tot fusie werd gezien. Ten behoeve van de voorbereidingen tot de fusie zijn een projectgroep en een stuurgroep (waarin leden van beide Raden van Toezicht zitting hebben) in het leven geroepen. In september is het beoogde moment van fusie bepaald op 1 april 2015. Op 6 oktober 2014 is de Intentieverklaring tot fusie tussen BJU en BJZ Flevoland getekend, waarbij Stichting Bureau Jeugdzorg Flevoland juridisch wordt ondergebracht bij de Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht, als verkrijgende instelling. Het bestuur van de nieuwe fusieorganisatie zal bestaan uit het huidige bestuur van BJU en de directie zal bestaan uit het huidige directieteam van BJU en de huidige adjunct-directeur van BJZ Flevoland. In het najaar hebben diverse onderzoeken plaatsgevonden, waaronder financiële en juridische due diligence. Gezamenlijk is de nieuwe naam Samen Veilig Midden-Nederland per 1 januari 2015 vastgesteld. Eind december hebben beide Ondernemingsraden een adviesaanvraag tot fusie ontvangen. 3.2 Extern 3.2.1 Samenwerking gemeentes In 2014 is door BJU ter voorbereiding op de transitie intensief samengewerkt met alle 28 gemeenten uit de zes jeugdzorgregio s (26 Utrechtse gemeenten en Weesp en Wijdemeren uit Gooi & Vechtstreek). Deze samenwerking betrof onder andere: Het leveren van formatie voor de diverse op te richten buurt- en wijkteams; Contractgesprekken voor de samenwerking in 2015 rondom SAVE en Veilig Thuis; Kennisbijeenkomsten om zo de gemeenten aan de hand van casuïstiekbesprekingen voor te bereiden op de jeugdzorgproblematiek; Het deelnemen aan regiotafels van de samenwerkende gemeenten; Jaarverantwoording 2014 21 Maatschappelijk Jaarverslag Maatschappelijk ondernemen

De samenwerking met de gemeenten en de gemeentelijke regio s verloopt in de ogen van BJU op een uitstekende manier. Via de inhoudelijk doorontwikkeling (samen met de gemeenten in pilots) van het werk van BJU in de SAVE-teams, is BJU in 2013 en 2014 goed zichtbaar geworden bij de gemeenten. In de contractonderhandelingen is een voor BJU bevredigend samenwerkingskader voor 2015 afgesproken met de samenwerkende gemeentelijke regio s. In Lekstroom en Utrecht Zuid-Oost bleek het beperkte financiële kader dat deze regio s ter beschikking hadden gekregen enigszins knellend te werken bij de contractbesprekingen met BJU. Uiteindelijk zijn er met alle regio s werkbare afspraken gemaakt. 3.2.2 Samenwerking provincie De Provincie Utrecht heeft ook in 2014, het laatste jaar waarin de provincie verantwoordelijk was voor de jeugdzorg, haar rol als regisseur van de transitie maximaal opgepakt. Zij heeft daarbij de stap gemaakt naar een faciliterende rol. De gemeentelijke regio s hebben in 2014 meer en meer de verantwoordelijkheid voor de voorbereiding op de transitie naar zich toe getrokken. BJU heeft in 2014 enige spanning ervaren tussen het uitvoeren van de traditionele taken van BJU en de kanteling naar de toekomstige gebiedsgerichte SAVE-organisatie. Deze kanteling heeft in 2014 een projectmatige en financiële investering gevraagd en leidde op sommige momenten tot frictie met de bestaande taken. De ruimte die BJU hiervoor van de provincie Utrecht heeft ervaren is bijzonder steunend geweest. Dit heeft de kanteling tot een succes gemaakt. Mede door de flexibiliteit van de provincie in relatie tot prestatieafspraken en projectfinanciering is BJU erin geslaagd om eind 2014 een organisatie te hebben staan die klaar is voor de toekomst binnen het nieuwe stelsel. Om het stelsel maximaal wachtlijstvrij te kunnen overdragen aan de gemeenten, heeft de provincie in het laatste kwartaal van 2014 aan de zorgaanbieders en BJU extra budget ter beschikking gesteld om via de projectstructuur van het programma Weg met de Wachtlijsten het aantal langer dan 63 dagen op zorg wachtende jeugdigen naar 0 terug te brengen. 3.2.3 Samenwerking zorgaanbieders Ook in 2014 heeft BJU op een intensieve manier met de geïndiceerde jeugdzorgaanbieders samengewerkt ter voorbereiding op de transitie. Er werd onder ander in de volgende platforms nauw samengewerkt: 22 Jaarverantwoording 2014 Maatschappelijk Jaarverslag Maatschappelijk ondernemen

Stuurgroep Weg met de Wachtlijsten (t.b.v. een zo wachtlijstvrij mogelijk stelsel) Zorgaanbiedersoverleg (t.b.v. het maken van bestuurlijke afspraken) Uitvoeringsoverleg (t.b.v. het maken van operationele ketenafspraken) Clusteroverleggen tussen BJU en diverse clusters van zorgaanbieders (t.b.v. het monitoren van de dagelijkse operationele praktijk) Het in 2013 vernieuwde convenant tussen zorgaanbieders en BJU is bij deze samenwerking een solide basis gebleken, die ook voor de toekomst in de regionale samenwerking met de gemeenten goed bruikbaar is. 3.2.4 Samenwerking cliënten Zie paragraaf 4.4.1. Jaarverantwoording 2014 23 Maatschappelijk Jaarverslag Maatschappelijk ondernemen

4. Toezicht, bestuur en medezeggenschap 4.1 Governance code BJU werkt conform de principes van Good Governance. Dit houdt in dat de principes van de zorgbrede governance code worden toegepast. In 2014 heeft de Raad van Toezicht besloten om aan de acties voortkomend uit de checklist Governance code binnen een tijdsspanne van twee jaar uitvoering te geven, waarbij na een jaar de stand van zaken wordt geagendeerd. De twee belangrijkste acties waar in 2014 uitvoering aan is gegeven zijn de instelling van een remuneratiecommissie en het vaststellen van een klokkenluidersregeling. 4.2 Toezichthoudend orgaan BJU heeft een bestuursvorm waarbij sprake is van een scheiding tussen direct bestuur en deskundig toezicht. De afspraken tussen bestuurder en Raad van Toezicht zijn vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement. De Raad van Toezicht BJU bestond in het verslagjaar uit een voorzitter en vier leden. Door de fusie met Samen Veilig Flevoland per 1 april 2015 bestaat de Raad van Toezicht uit een voorzitter en zes leden, welke voorliggende jaarverantwoording hebben vastgesteld (zie bijlage 5). Zij houdt integraal toezicht op het beleid van de bestuurder, het functioneren van de bestuurder en op de algemene gang van zaken in de organisatie. De Raad van Toezicht is naast toezichthouder ook klankbord en adviseur voor de bestuurder. Zij heeft hiervoor een Audit Commissie Financiën, die met bestuurder en hoofd financiën de financiële zaken bespreekt, een Audit Commissie Kwaliteit, die met bestuurder en manager servicecentrum de kwaliteit van het primair proces en van de organisatie als geheel bespreekt, en een Remuneratiecommissie, bestaande uit twee leden van de Raad van Toezicht, die het functioneringsgesprek met de bestuurder voert. De Raad van Toezicht verleende in 2014 goedkeuring aan: De jaarrekening 2013; Het jaarverslag 2013; De begroting 2015; De herziene begroting 2014; Intentieverklaring tot fusie tussen Bureau Jeugdzorg Utrecht en Bureau Jeugdzorg Flevoland Statutenwijziging 24 Jaarverantwoording 2014 Maatschappelijk Jaarverslag Toezicht, bestuur en medezeggenschap

De twee belangrijkste aandachtspunten voor de Raad van Toezicht in 2014 waren: Transitie, bestaande uit: - Inkooptraject en contractering met gemeenten - Samenwerking en contractering met onderaannemers (LWI s) - Implementatie van de nieuwe inhoudelijke werkwijze SAVE - Herinrichting van de organisatie per 1 september en krimp van 20% per 31 december Fusie tussen Bureau Jeugdzorg Utrecht en Bureau Jeugdzorg Flevoland. 4.3 Bestuur In 2014 werd BJU aangestuurd door bestuurder J.D.M. Sprokkereef. Het directieteam bestaat uit de bestuurder, twee regiodirecteuren en een manager servicecentrum. In 2014 heeft de bestuurder in overleg met de Raad van Toezicht en de Ondernemingsraad de naam van de functie van rayonmanager gewijzigd in regiodirecteur. De twee regiodirecteuren zijn integraal verantwoordelijk voor de inhoudelijke en bedrijfsmatige gang van zaken op de locaties. De Provinciaal Cliëntgerichte Taken (PCT) werken hierbij provinciebreed vanuit de locatie Utrecht Stad met de afdelingen Spoedeisende Zorg (SEZ), Centrale Aanmelding (CA), Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) en de Kindertelefoon. De manager servicecentrum is op het gebied van bedrijfsvoering en beleid verantwoordelijk voor de aansturing van de ondersteunende diensten (HRM, Studiecentrum, ICT/Facilitaire zaken, Juristen en Beleid). De bestuurder stuurt naast het directiesecretariaat de twee regiodirecteuren, de manager Servicecentrum en de hoofden van de afdelingen Communicatie & PR en Financiën aan. 4.3.1 Nevenfuncties bestuurder De bestuurder oefende in 2014 de volgende nevenfuncties uit: Vice-voorzitter Jeugdzorg Nederland, Voorzitter Bureaus Jeugdzorg; Lid Taskforce Kindermishandeling en Seksueel Misbruik. Ten behoeve van transparantie met betrekking tot mogelijke belangenverstrengeling zijn genoemde nevenfuncties, conform de statuten en in lijn met good governance code, gemeld aan de Raad van Toezicht. Jaarverantwoording 2014 25 Maatschappelijk Jaarverslag Toezicht, bestuur en medezeggenschap

4.3.2 Bezoldiging De bezoldiging van de bestuurder zit met 154.910 (inclusief werkgeverspensioenpremies) ruim onder de grens vanuit de Wet Normering Topinkomens met een bezoldigingsmaximum van 229.043. 4.4 Medezeggenschap 4.4.1 Medezeggenschap cliënten In 2013 is een klankbordgroep cliëntparticipatie opgericht waarin zowel cliënten als medewerkers deelnemen. Deze werkwijze is voortgekomen uit het organisatiestreven om cliënten actief te laten meedenken bij de vorming van nieuw beleid of een nieuwe ontwikkeling binnen de organisatie. Ook in 2014 is de formule van de klankbordgroep effectief gebleken en de interactie tussen medewerkers en cliënten werkt enthousiasmerend. De klankbordgroep is in 2014 uitgebreid met twee cliënten en bestaat uit acht cliënten/oud-cliënten en acht medewerkers. In het kader van de gestelde kwaliteitseisen normenkader hebben enkele cliënten uit de klankbordgroep in april 2014 een gesprek gevoerd met de auditcommissie van het Keurmerkinstituut ten behoeve van de certificering als gecertificeerde instelling (GI). De cliënten hebben duidelijk over kunnen brengen dat de werkwijze van de klankbordgroep werkt. De auditcommissie was zeer complimenteus over deze werkwijze. Vanuit de wettelijke eisen bleek het wel noodzakelijk om een reglement op te stellen en de officiële naam Cliëntenraad te gaan voeren. De klankbordgroep heeft dit opgepakt en het reglement is in september 2014 van kracht geworden zonder de werkwijze te formaliseren, conform de uitdrukkelijke wens van de klankbordgroep. Ook heeft de klankbordgroep haar advies uitgebracht met betrekking tot de nieuwe naam en heeft daarbij belangrijke uitgangspunten benoemd zoals: aansprekend, zeggen wat je doet, gebruik woorden als samen en thuis. Dit heeft bijgedragen aan de keuze voor de uiteindelijke naam: Samen Veilig Midden-Nederland. De klankbordgroep is uitgebreid geïnformeerd over de voorgenomen fusie met Bureau Jeugdzorg Flevoland en zij heeft in 2014 kennis gemaakt met de Cliëntenraad van Flevoland. Het reglement is gezamenlijk opgesteld en beide cliëntenraden hebben de intentie uitgesproken om begin 2015 samen te bekijken hoe cliëntenparticipatie gezamenlijk vorm te geven is. 26 Jaarverantwoording 2014 Maatschappelijk Jaarverslag Toezicht, bestuur en medezeggenschap

De klankbordgroep cliëntenparticipatie is in 2014 verder betrokken geweest bij de ontwikkelingen rondom de bereikbaarheid van medewerkers en het flexwerken (het nieuwe werken). Het advies om de recepties beter te faciliteren en inzage in agenda s van medewerkers te geven is inmiddels doorgevoerd. Rond de ontwikkeling van een nieuwe risico-taxatielijst heeft de klankbordgroep het advies gegeven om te onderzoeken of ook de cliënt een dergelijke lijst in kan vullen zodat de risico s binnen een gezin beter bespreekbaar worden. Dit advies wordt meegenomen in de doorontwikkeling van de benaderingswijze SAVE. De Klankbordgroep is uitgebreid geïnformeerd over die doorontwikkeling en is ook betrokken bij de ontwikkeling van een cliëntportal binnen het in ontwikkeling zijnde registratiesysteem WIJZ. 4.4.2 Medezeggenschap medewerkers De volgende advies- en instemmingsaanvragen zijn voorgelegd aan de Ondernemingsraad (OR): Adviesaanvraag fase 3 reorganisatie m.b.t. primaire processen In deze adviesaanvraag is aan de OR advies gevraagd op het voorgenomen besluit om de huidige werkwijze binnen het primaire proces van BJU met ingang van 1 juni 2014 te organiseren in respectievelijk gebiedsgebonden SAVE-teams en een (centraal) Meld- en Crisispunt (MCP). Om te komen tot advies heeft de OR een jurist geraadpleegd en in maart 2014 een achterbanberaad gehouden. Adviesaanvraag HNW (Het Nieuwe Werken) Adviesaanvraag reorganisatie fase 4: Teammanagers en Gedragswetenschappers Dit betreft het vervolg van de ten gevolge van de transitie benodigde krimp van het primaire proces met 20%, de groep Teammanagers en Gedragswetenschappers. Adviesaanvraag reorganisatie kindertelefoon Reorganisatie communicatie & PR Adviesaanvraag fusie BJU en BJZ-Flevoland Adviesaanvraag 2 organisatorische wijzigingen Dit betreft het voornemen om per 1 april 2015 de afdeling PR & Communicatie onder te brengen bij de Manager Servicecentrum en om de afdelingen HRM en Studiecentrum per 1 januari 2016 te combineren. Instemmingsaanvraag PFB-cylcus (Planning Functioneren Beoordelen) Instemmingsaanvraag opleidingsbeleidsplan Instemmingsaanvraag aanscherping richtlijnen selectieproces Deze aanscherping vloeit voort uit het Kwaliteitskader Voorkomen Seksueel Misbruik in de Jaarverantwoording 2014 27 Maatschappelijk Jaarverslag Toezicht, bestuur en medezeggenschap

Jeugdzorg en de wetswijziging Professionalisering Jeugdzorg. Het betreft hier puur een inhoudelijke aanscherping. Instemmingsaanvraag regeling mobiele kantoor en communicatie apparatuur Instemmingsaanvraag Veiligheidsbeleid Instemmingsaanvraag klokkenluidersregeling 28 Jaarverantwoording 2014 Maatschappelijk Jaarverslag Toezicht, bestuur en medezeggenschap

5. Beleid, inspanningen en prestaties Voor 2014 formuleerde Bureau Jeugdzorg Utrecht vijf doelstellingen voor haar organisatie: 1. De drang- en dwangfunctie moet gebiedsgericht en interdisciplinair worden ingericht zodat deze teams goed kunnen aansluiten en zo samenwerken met de nieuw op te starten lokale teams vanuit de gemeenten. 2. Taken die door andere organisaties en in het bijzonder de nieuwe lokale teams kunnen worden uitgevoerd, moeten worden overgeheveld inclusief de cruciale daarbij behorende kennis en expertise. 3. De cultuur van de organisatie moet een omslag maken om deze nieuwe werkwijze intern en extern te ondersteunen. 4. De ondersteunende diensten veranderen mee in doen en denken in deze wijzigingen in de organisatie, zodat ook in de nieuwe situatie optimale ondersteuning wordt geboden. 5. Gedurende de organisatie- en werkprocesveranderingen blijft het basisuitgangspunt dat we steeds voldoen aan de geldende wet- en regelgeving en kwaliteitsnormen. De gestelde doelen zijn grotendeels gerealiseerd, een aantal wordt meegenomen in de doorlopende activiteiten van 2015. 5.1 Kwaliteit van zorg Met de implementatie van de werkmethode SAVE, de vorming van gebiedsgerichte teams, de aansluiting op de lokale teams en het overdragen van kennis en het bieden van training aan de lokale teams zijn de eerste twee doelstellingen gerealiseerd. Hiermee is de organisatie gedurende 2014 voorbereid op de transitie van de jeugdzorg en zijn er tevens grote kwaliteitslagen behaald. Bij alle veranderingen heeft de vraag voorop gestaan: hoe helpen we onze cliënt samen met onze partners nog beter? Er wordt gewerkt mét de cliënt en diens netwerk. Dit houdt in dat het plan van aanpak gezamenlijk wordt opgesteld en dat Bureau Jeugdzorg Utrecht zich richt op het stellen van voorwaarden aan het gezin en het netwerk ten aanzien van de waarborging van de veiligheid. Wanneer de veiligheid is gewaarborgd binnen het gezin beweegt Bureau Jeugdzorg Utrecht weer weg en kan het gezin verder, mogelijk met ondersteuning vanuit het lokale veld. In 2015 lopen de aanscherping en uitwerking van deze veranderingen door naast de verdere ontwikkeling van het cliëntregistratiesysteem WIJZ dat de werkwijze SAVE efficiënter zal ondersteunen. Aan een wijziging van de cultuur van de organisatie is gewerkt door middel van invoering van een competentiehandboek, een bijbehorende beoordelingscyclus en het invoeren van methodische Jaarverantwoording 2014 29 Maatschappelijk Jaarverslag Beleid, inspanningen en prestaties

leerbijeenkomsten waarin casuïstiekbespreking en intervisie samengaan. Hiernaast heeft het management samen met medewerkers die een ambassadeursfunctie hadden, gestuurd en gewerkt vanuit een voorbeeldrol ten aanzien van de gewenste cultuur. De inzet op cultuurverandering was ook terug te zien in de samenwerking met jeugdzorg/hulppartners en cliënten. Met de partners is het afgelopen jaar in het kader van SAVE een samenwerkingsstructuur opgezet waarbij opnieuw de taakverdelingen zijn bekeken vanuit de vragen: wat werkt voor welke cliënten het best? De ondersteunende diensten van Bureau Jeugdzorg Utrecht hebben in 2014 een gezamenlijk ontwikkelingsproject doorlopen. Hierin is gewerkt aan meer samenwerking tussen de diensten om zo de efficiëntie en kennisdeling verder te verbeteren ten behoeve van de ondersteuning van de organisatie. Bureau Jeugdzorg Utrecht heeft in 2014 het certificaat van het Keurmerkinstituut behaald als aantoonbaar bewijs dat de organisatie voldoet aan de benodigde kwaliteitseisen die aan de gecertificeerde instellingen worden gesteld. Alle uitvoerend medewerkers zijn daarnaast geregistreerd in het beroepsregister. Bureau Jeugdzorg Utrecht heeft het INK-model gekozen als algemeen kader voor haar kwaliteitsmanagement. Dit biedt eenduidigheid in het gesprek daarover binnen de organisatie en helpt bij het krijgen van overzicht over de innovatieprojecten, wat bijdraagt aan een betere prioritering en meer grip op samenhang. 5.1.1 Audits In het verslagjaar hebben de volgende onderzoeken en audits plaatsgevonden. Onderzoek: Onderzoek- en verbeteractie op doorlooptijden JB en TGJ Dossieronderzoeken Gezinsuitbreiding nav calamiteit Nieuwegein najaar 2013 en Kernbeslissingen Berekenen risicogebieden Amersfoort voor vorming SAVE-teams en probleemgroepen van Zeist Vergelijking van crisispercentages per regio Analyse van klachten en incidenten Interne audits: Programma Informatie & Infrastructuur (ontwikkeling WIJZ) Veiligheidsbeleid tijdens wachtperiode op zorg Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk geweld Protocol plaatsing netwerkpleegzorg 30 Jaarverantwoording 2014 Maatschappelijk Jaarverslag Beleid, inspanningen en prestaties

Externe audits: Normenkader Jeugdbescherming / Jeugdreclassering door het Keurmerkinstituut HKZ door Lloyds Register Group De uitkomsten van onderzoeken en audits zijn opgepakt door de projecten SAVE, WIJZ en het mijlpalenprogramma met ketenpartners. De overige verbeterpunten zijn door het beleidsteam gecoördineerd. Er is een nieuwe jaarplancyclus opgesteld waarin de planning- en controlemomenten zijn opgenomen. Deze cyclus is aangepast aan de gemeentelijke bestuurscyclus waar de organisatie vanaf 2015 mee te maken krijgt. 5.2 Klachten en Calamiteiten Cliënten kunnen een klacht mondeling of schriftelijk kenbaar maken aan de eigen contactpersoon van BJU. Volgens de interne klachtprocedure wordt er een gesprek gepland samen met de leidinggevende. Als dit niet tot de gewenste oplossing leidt, kan de cliënt zijn klacht schriftelijk indienen bij de onafhankelijke Klachtencommissie Jeugdzorg Utrecht (KJU). Deze bestaat uit een voorzitter (een jurist), één lid dat werkzaam is bij een jeugdzorginstelling (die niet direct betrokken is bij een klacht) en een commissielid dat is voorgedragen door de cliëntenraad. Cliënten worden op de hoogte gebracht van de klachtenregeling via foldermateriaal en de website en toelichting door de contactpersoon van BJU. In 2014 zijn 23 klachten door de KJU behandeld in een hoorzitting met een gemiddeld aantal van 4,3 behandelde klachtonderdelen per zitting. Voor de aantallen gegronde en ongegronde klachten verwijzen we naar het Jaarverslag 2014 van de Klachtencommissie Jeugdzorg Utrecht. De meeste gegronde klachten gingen over het onzorgvuldig handelen, waaronder het onzorgvuldig rapporteren en het nalaten cliënten te informeren. Twee andere voorbeelden van gegronde klachten zijn het zich ten onrechte beroepen op de geheimhoudingsplicht door de medewerker en het nalaten zich op verzoek van de cliënt te legitimeren. BJU heeft naar aanleiding van de gegronde klachten diverse verbetermaatregelen genomen, zoals het aandachtig zijn op het belang feiten en meningen in rapportages te onderscheiden en conclusies te onderbouwen. Hier wordt extra aandacht aan besteed in beleidsvergaderingen en instructiebijeenkomsten en door het steekproefsgewijs beoordelen van elkaars rapportages door medewerkers en intern auditoren. Een ander voorbeeld is dat bij complexe echtscheidingszaken naar aanleiding van een gegronde klacht is ingesteld dat mondelinge afspraken omtrent de omgang ook schriftelijk bevestigd worden naar beide ouders. Jaarverantwoording 2014 31 Maatschappelijk Jaarverslag Beleid, inspanningen en prestaties

5.3 Personeelsbeleid en kwaliteit van het werk Het kader voor de uitvoering van het personeelsbeleid is het Strategisch Personeelsbeleid 2013-2015 2014 stond op het gebied van HRM voor een belangrijk deel in het teken van verandering en voorbereiding op de stelselwijziging. De nieuwe SAVE-werkwijze leidde tot een reorganisatie van het primaire proces. Daarnaast moest de organisatie zich voorbereiden op krimp als gevolg van overdracht van taken naar de gemeenten. 5.3.1 SAVE-Reorganisatie Als gevolg van de nieuwe SAVE-werkwijze is een reorganisatie van het primaire proces doorgevoerd Er zijn voor het primaire proces twee nieuwe functies beschreven, namelijk Medewerker Meld- en crisispunt (MCP) en Medewerker SAVE. Alle medewerkers CA, AMK, SEZ, TGJ, JB zijn per 1 september 2014 geplaatst in een van deze twee functies. 5.3.2 Personele krimp In 2014 heeft de organisatie zich voorbereid op de noodzakelijke krimp per 1 januari 2015. Door een flexibele schil van ongeveer twintig procent tijdelijke medewerkers aan te houden kon voorkomen worden dat deze krimp gerealiseerd moest worden met gedwongen ontslagen. Helaas was dat in een paar functiegroepen wel noodzakelijk vanwege het ontbreken van een flexibele schil. Het vertrek van veel tijdelijke medewerkers aan het eind van 2014 heeft voor alle medewerkers een forse impact gehad, omdat met het vertrek van deze medewerkers kennis, ervaring en continuïteit onder druk komt te staan. 5.3.3 Professionalisering Na de plaatsing van medewerkers in hun nieuwe functie is gestart met een intensief opleidingsprogramma, waarin alle MCP- en SAVE-medewerkers een vijfdaagse basistraining hebben gevolgd. Doordat deze per team werd gevolgd, speelde de basistraining ook een belangrijke teambuildingsrol voor de nieuw samengestelde, multidisciplinaire teams. In 2015 volgen verdiepingstrainingen. Daarnaast zijn alle medewerkers in het primair proces en de gedragswetenschappers geregistreerd bij het landelijke Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ). Hiermee voldoen zij aantoonbaar aan de vastgestelde 32 Jaarverantwoording 2014 Maatschappelijk Jaarverslag Beleid, inspanningen en prestaties

deskundigheid en kwaliteitsrichtlijnen en zijn zij gehouden aan de Beroepscode voor de jeugdzorgwerker. 5.3.4 De PFB cyclus: Plannen, Functioneren en Beoordelen (PFB) In 2014 is de PFB-cyclus ingevoerd. Leidinggevenden en medewerkers hebben hiermee een instrument in handen gekregen om periodiek in gesprek te gaan over het werk, om het individueel functioneren te versterken en te monitoren met behulp van competentiemanagement en om behaalde resultaten te beoordelen. Voor de zomer zijn met alle medewerkers planningsgesprekken gevoerd. In het voorjaar van 2015 wordt de realisatie van de planningsafspraken in de beoordelingsgesprekken geëvalueerd. 5.3.4 Cijfers Instroom 2014: 30 medewerkers, 24,93 fte Uitstroom 2014: 129 medewerkers, 107,3 fte Ziekteverzuim 2014, excl zwangerschap: 6,1% Ziekmeldingsfrequentie 2014, excl zwangerschap: 0,1 per maandag Gemiddelde duur ziekteverzuim 2014, excl zwangerschap: 17,42 dagen Aantal vacatures 2014: 80 Waarvan cliëntgebonden: 51 Jaarverantwoording 2014 33 Maatschappelijk Jaarverslag Beleid, inspanningen en prestaties

6. Beleid en resultaten Vanaf 1 januari 2015 is de naam van Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht gewijzigd in Stichting Samen Veilig Midden-Nederland (Samen Veilig). Bij de behandeling van het financiële beleid, de financiering en resultaatverwerking wordt de stichting afgekort vermeld met Samen Veilig. 6.1 Financieel beleid De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de in Nederland algemeen aanvaarde verslaggevingsregels (Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving 640). De jaarrekening is opgesteld in euro s. De waarderingsgrondslagen zijn gebaseerd op de historische kosten en kostprijzen. Activa en passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, tenzij een andere grondslag is vermeld. De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar. Continuïteitsveronderstelling De Jeugdwet is vanaf 1 januari 2015 van kracht en vervangt niet alleen de Wet op de jeugdzorg, maar ook de verschillende andere onderdelen van de jeugdzorg die nu nog vallen onder de Zorgverzekeringswet (geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (zorg voor kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking). De Jeugdwet voorziet in een bestuurlijke en financiële decentralisatie van alle ondersteuning, hulp en zorg bij opgroeien en opvoeden naar gemeenten. De gemeenten hebben hiermee de volledige verantwoordelijkheid voor ondersteuning, hulp en zorg aan jeugd en gezin. De hoofdgedachte achter deze decentralisatie is dat gemeenten een regierol kunnen vervullen waar het jeugdhulp betreft en dat dit de kwaliteit van de jeugdhulp door maatwerk zal verbeteren. De verwachting van de wetgever is dat gemeenten door intensivering van de preventie en ambulante jeugdhulp complexere (en duurdere) hulp kunnen voorkomen. De bestaande subsidierelatie tussen Samen Veilig en de provincie Utrecht is opgezegd per 1 januari 2015, de invoeringsdatum van de nieuwe Jeugdwet. Samen Veilig heeft met haar zes Utrechtse regio s bestuurlijke afspraken gemaakt en contracten afgesloten voor het budget in 2015. Voor het budget vanaf 2016 worden nog aanvullende afspraken gemaakt (zie hoofdstuk 8). Genoemde omstandigheden duiden op het bestaan van een mogelijke onzekerheid van materieel belang op grond waarvan gerede twijfel kan gaan bestaan over de continuïteit van Samen Veilig. 34 Jaarverantwoording 2014 Maatschappelijk Jaarverslag Beleid en resultaten

Samen Veilig heeft er echter alle vertrouwen in dat wij gezien onze huidige (maatschappelijke) positie en de relatie met onze gemeenten ook vanaf 1 januari 2016 SAVE kunnen blijven inzetten. De continuïteitsveronderstelling wordt verdergaand toegelicht onder de grondslagen in hoofdstuk 8. Treasurydoelstellingen De stichting kiest bij de omgang van aan haar beschikbaar gestelde liquide middelen voor een hoge mate van betrouwbaarheid. Dit vindt plaats door het aanhouden van relatief lage kassaldi en het aanhouden van de positieve betalingsoverschotten op rekeningen en deposito s met een laag risicoprofiel bij een bank met een hoge rating, waarbij saldi direct opeisbaar zijn. Samen Veilig onderscheidt in haar treasurystatuut vijf treasurydoelstellingen: 1. Het beschermen van de vermogens- en (rente)resultaten van Samen Veilig tegen ongewenste financiële risico s zoals kredietrisico s, liquiditeitsrisico s, risicomijdend uitzettingenbeleid; 2. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities, waarborgen van voldoende liquiditeit; 3. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de vastgestelde limieten en richtlijnen van het treasurystatuut; 5. Waarborgen dat de taken en verantwoordelijkheden duidelijk worden geregeld. De treasuryfunctie is met verschillende rollen strak gescheiden. Door de ingebouwde functiescheiding wordt belangenverstrengeling vermeden. Samen Veilig maakt geen gebruik van derivaten voor de beperking van (rente)risico s. Verantwoording vindt plaats rechtstreeks aan de bestuurder en de auditcommissie van de Raad van Toezicht. 6.1.1 Beschrijving positie op balansdatum De solvabiliteit van Samen Veilig, zijnde het eigen vermogen als percentage van de baten, is in lijn met 2013 uitgekomen op 7,02%. De solvabiliteit van Samen Veilig wordt ook uitgedrukt door het eigen vermogen te relateren aan het balanstotaal. Deze indicator daalt van 27,8% eind 2013 naar 24,1% eind 2014. Deze daling komt volledig door de bevoorschotting van 1,3 miljoen vanuit de Utrechtse gemeenten ten behoeve van 2015. Deze bevoorschotting geeft een hoger balanstotaal, welke verwerkt is onder de liquide middelen en de kortlopende schulden. De liquiditeit uitgedrukt in het netto bedrijfskapitaal van Samen Veilig, bestaande uit de vlottende activa minus het kort vreemd vermogen, daalt met 4% van 2,7 miljoen eind 2013 naar 2,6 miljoen door het opnemen van het (externe) flexbudget onder de kortlopende schulden. Jaarverantwoording 2014 35 Maatschappelijk Jaarverslag Beleid en resultaten

6.2 Financieel resultaat Samen Veilig heeft in 2014 een positief exploitatieresultaat gerealiseerd van 21.100. Dit is 0,1% van de verantwoorde inkomsten van 41.051.920. De belangrijkste factoren die hiertoe hebben geleid zijn: Adequate sturing waardoor de inzet van medewerkers en de overige uitgaven binnen de budgettaire kaders zijn gebleven; Extra verkregen inkomsten doordat de financiering is vastgesteld op het volume van de justitiemaatregelen van voorgaand jaar (2013). Samen Veilig realiseert dit jaar (2014) een daling waardoor de provincie Utrecht een hogere beschikking heeft toegekend dan de productierealisatie (p x q). Strakke projectbeheersing inzake SAVE gecombineerd met de reorganisatie en het gebiedsgericht werken vanaf 1 september 2014; Een beperkte bijreservering (dotatie) van de transitievoorziening vanwege de wijziging van het jeugdzorgstelsel en de ingeschatte kostenimpact voor de overdracht van expertise naar het lokale veld. 6.3 Financiering en resultaatverwerking Alle wettelijke onderdelen van Samen Veilig worden gefinancierd uit de doeluitkering jeugdzorg, welke door het Rijk wordt uitgekeerd aan de provincie Utrecht. Daarnaast ontvangt Samen Veilig incidentele bijdragen van de Provincie Utrecht en van gemeenten. Dit bijvoorbeeld voor de aanvullende inzet van expertise in het lokale veld. De totale inkomsten van Samen Veilig komen in 2014 uit op 41,1 miljoen. Dit ligt 0,35 miljoen boven de begroting van 40,7 miljoen. Vanaf 2013 kent het ministerie van Veiligheid & Justitie en onze provincie de T-1 systematiek volledig toe. Dit betekent dat de justitiemaatregelen van het jaar voorafgaand aan het verslagjaar volledig worden toegekend. Bij een productiedaling kunnen de toegekende inkomsten dus hoger zijn dan de gerealiseerde productie. De landelijk bepaalde financiering van de justitietaken betreft de uitvoering van: De ondertoezichtstellingen (OTS-en); De voogdijzaken; De jeugdreclasseringsmaatregelen en individuele traject begeleidingen (ITB s). 36 Jaarverantwoording 2014 Maatschappelijk Jaarverslag Beleid en resultaten

De stijgende lijn van de justitiemaatregelen van de laatste tien jaar is in 2013 tot staan gebracht en in 2014 significant gedaald. Dit is vooral zichtbaar bij de ontwikkeling van de ondertoezichtstellingen; de grootste inkomstenbron onder de uitgevoerde justitiemaatregelen: 1.400 1.200 1.000 OTS < 1 jaar OTS > 1 jaar Jeugdreclassering (T&B) Voogdij Justitietaken 2005 t/m 2014 800 600 400 200 0 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 Daarnaast wordt een aantal aanvullende diensten gefinancierd zoals de Gesloten Jeugdzorg en de Gedragsbeïnvloedende Maatregelen. De OTS-en voeren we vanuit met de caseloadnormering zoals landelijk is bepaald in de Deltamethodiek. Dit betekent dat onze jeugdbeschermer in de praktijk gemiddeld een productienorm heeft van 15 tot 17 OTS-en. Het landelijke toegekende OTS-tarief is na onderzoek van de Algemene Rekenkamer en EY verhoogd vastgesteld zodat de begrotingsnorm voldoende uitvoerbaar is geworden.. De financiering van de toegangstaken wordt vanuit de bestaande vierkantfinanciering vormgegeven. In 2014 blijft het AMK met 1.186 onderzoeken achter bij de beschikking van 1.525 AMKonderzoeken. Dit wordt gecompenseerd door de overproductie van crisiszaken en begeleidingen zonder maatregel gecombineerd met de inzet van Samen Veilig expertise in de buurtteams waardoor de beschikte inkomsten zijn opgenomen in de exploitatie. Voor de invoering en doorontwikkeling van SAVE heeft Samen Veilig in totaal een provinciale 2014 subsidie ontvangen van 648.129. Deze subsidie is besteed aan de extra inzet ten behoeve van de uitrol, de implementatie en de doorontwikkeling van de SAVE-werkwijze. De directe kosten voor de volledige SAVE uitrol & implementatie in 2014 liggen conform verwachting op 1,7 miljoen. De SAVE-uitgaven liggen hiermee ruim 1 miljoen boven de provinciale SAVE-subsidie. Jaarverantwoording 2014 37 Maatschappelijk Jaarverslag Beleid en resultaten

Resultaatverwerking De toevoegingen van het exploitatieresultaat 2014 van 21.100 en de onttrekking uit de bestemmingsreserve van 243.880, leiden tot een verhoging van de egalisatiereserve naar 2.150.511. Gecombineerd met de bestemmingsreserve van 731.961 resulteert dit eind 2014 in een totale reserve van 2.882.150 (zie 7.1). Uitgedrukt als percentage van de inkomsten geeft dit met 7,0% een vergelijkbare uitkomst als in 2013. 6.4 Ontwikkelingen Rechtmatigheid Voor Samen Veilig is het IPO controleprotocol opnieuw van toepassing verklaard. In dat kader geeft de accountant een assurance rapport af bij de productieverantwoording volgens de prestatieverantwoordingstabel. Voor de productieverantwoording in de toegang is de aansluiting gezocht bij het Landelijk Rapportage Format (LRF) en het cliëntvolgsysteem IJ. Voor de uniformering van de administraties van de Bureaus Jeugdzorg worden resultaten weergegeven in de Kostenverdeelstaat. De landelijke uitgangspunten worden toegepast waardoor de kostprijzen van de justitiemaatregelen inzichtelijk zijn. Ontwikkelingen 2014 In 2014 is de missie en de voor de transitie vooral aangescherpte visie ingevuld met de uitrol van SAVE. Samen met de Utrechtse gemeenten, de Raad voor de Kinderbescherming, de William Schrikker Groep en de Eigen kracht centrale heeft Samen Veilig de SAVE-werkwijze ontwikkeld via experimenten. Dit past bij de transformatie van het jeugdzorgstelsel en de directe behoefte van de (Utrechtse) gemeenten. Vanaf 1 september is elke gemeente gekoppeld aan één of meerdere SAVE teams. Daarnaast heeft de reorganisatie vorm gekregen met de aangepaste SAVE en MCP functie. De aan de gemeente en jeugdzorgregio gekoppelde SAVE werkers geven met hun SAVE team maximaal vorm aan één gezicht en één gezinsplan. Vanaf september (tot januari 2015) hebben alle SAVE- en MCP-werkers een 5-daagse SAVE-scholingsprogramma doorlopen waarin multidisciplinair en SAVEwerken centraal stond. Op 6 oktober 2014 hebben Samen Veilig Midden-Nederland en Samen Veilig Flevoland de intentieverklaring getekend om te gaan fuseren. Flevoland omarmt SAVE en valt binnen het arrondissementsgebied Midden-Nederland. Met de voorgenomen fusie verwachten we een sterkere instelling te worden met een schaalgrootte die past bij de ambitie en dienstverlening van Samen Veilig Midden-Nederland. In 2014 hebben de Utrechtse gemeenten besloten om Veilig Thuis onder te gaan brengen bij Samen Veilig. Met de gemeenten en de SHG-organisaties Moviera en Welzin heeft het voormalige Meld- & 38 Jaarverantwoording 2014 Maatschappelijk Jaarverslag Beleid en resultaten

CrisisPunt van Samen Veilig projectmatig het kader neergezet voor het gezamenlijke, provinciale advies- en meldpunt voor huiselijke geweld en kindermishandeling. Andere verbonden partijen, die in 2015 als onderaannemer fungeren bij de uitvoering van de SAVE-taken zijn de William Schrikker Groep, Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering en Stichting Gereformeerde Jeugdbescherming. In 2014 zijn belangrijke stappen gezet voor de vervanging van het cliëntvolgsysteem. Samen Veilig en dertien andere instellingen ontwikkelen met Capgemini en in samenspraak met de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) en Veilig Thuis een nieuw cliëntsysteem: WIJZ. Dit systeem zal IJ en Kits gaan vervangen. Onze organisatie is intensief betrokken bij de bouw van WIJZ door actief deel te nemen in verschillende landelijke projectgroepen. Daarnaast draait binnen Samen Veilig een uitgebreid programma Informatie & Infrastructuur om de benodigde systeemvoorbereidingen te treffen gecombineerd met de informatievereisten vanuit SAVE en de transitie van ons stelsel. Voor het faciliteren van de gebiedsgerichte aanpak is Het Nieuwe Werken (HNW) gefaseerd uitgerold. Medewerkers SAVE en Veilig Thuis worden ondersteund met laptops en smartphones en operen (meer) vanaf flexwerkplekken. Deze investering wordt bekostigd door de een reductie van de huisvesting (m2). Intern heeft de minimalisatie van wachtlijsten en het versnellen van de doorlooptijden veel aandacht gekregen. Het aantal crisiszaken bij het MCP is in 2014 met 906 zaken hoog gebleven naast de instroom van 118 Voorlopige Ondertoezichtstellingen. Daarnaast geeft de stijging van het aantal zorgmeldingen van 3.747 in 2013 naar 3.984 een zwaardere belasting op het werkproces. Verzuim Het ziekteverzuim komt in 2014 gemiddeld uit op 6,1%. Dit is een daling van 0,2% in vergelijking met 2013. In het vierde kwartaal van 2014 is het laagste verzuim gerealiseerd van de afgelopen 10 jaar met een kwartaalpercentage van 5,5%. De realisatie per maand laat de volgende ontwikkeling zien: Jaarverantwoording 2014 39 Maatschappelijk Jaarverslag Beleid en resultaten

8,0 7,5 7,0 6,5 6,0 5,5 5,0 6,7 6,1 7,4 7,1 5,9 5,9 6,3 % Ziekteverzuim 2013 & 2014 Lineair (% Ziekteverzuim 2013 & 2014) 7,2 7,1 6,8 6,5 6,6 6,4 5,9 6,4 6,3 5,8 6,0 5,9 5,9 5,4 5,6 4,9 5,4 4,5 dec-12 feb-13 apr-13 jun-13 aug-13 okt-13 dec-13 feb-14 apr-14 jun-14 aug-14 okt-14 dec-14 Formatie De formatie van Samen Veilig daalt in 2014 naar 499 fte. De gemiddelde inzet is 515 fte 2 ; dit is een daling van 3 fte in vergelijking met 2013. De inzet van formatie in 2014 geeft de volgende ontwikkeling met de in- en uitstroom (inclusief contractmutaties): 18 16 14 12 10 8 12 Instroom Uitstroom FTE 520 523 518 519 514 9 Ontwikkeling aantal medewerkers 2014 in fte 1 15 519 521 522 514 9 8 8 14 510 508 14 499 530 520 510 500 6 4 2 2 5 5 2 2 3 3 2 3 4 3 2 4 1 4 2 490 480 0 jan-14 feb-14 mrt-14 apr-14 mei-14 jun-14 jul-14 aug-14 sep-14 okt-14 nov-14 dec-14 470 Op 1 januari 2015 heeft Samen Veilig een significante formatiedaling gerealiseerd naar 430 fte door de afloop van (vooral) tijdelijke contracten op 31 december 2014. Deze formatieafbouw hangt volledig samen met de overdracht van de toegangstaken en expertise naar gemeenten en lokale teams. Vanaf het tweede kwartaal 2015 verwacht Samen Veilig de formatie te stabiliseren rond circa 400 fte. 2 De formatie is weergegeven inclusief zwangerschap- en ouderschapsverlof; gemiddeld is dit 18 fte. 40 Jaarverantwoording 2014 Maatschappelijk Jaarverslag Beleid en resultaten

Vooruitblik 2015 Met de SAVE-werkwijze en SAVE-uitvoering vanaf 2015 heeft Samen Veilig in samenspraak met de gemeenten een passend antwoord op de transitie van het jeugdzorgstelsel. De verdere transformatie van het stelsel en de gemeentelijke aansluiting krijgt hiermee een professionele invulling. Constructief contact met de gemeenten leidt tot: Het integraal uitvoeren van SAVE-diensten en het lokaal werken met gebiedsgerichte teams; Samen Veilig heeft 75% van haar budget toegezegd gekregen voor SAVE in 2015. Aangevuld met een incidenteel budget van 5% budget geeft dit een inkomstenniveau van 80% van het 2014 budget. Met 75% van het budget voert Samen Veilig SAVE-taken uit en het budget bestaat voor 5% uit aanvullende (lokale) diensten, die de jeugdzorgregio s afnemen conform eigen wensen. Op 1 april 2015 fuseert Samen Veilig Midden-Nederland met de stichting Samen Veilig Flevoland. Samen Veilig Midden-Nederland is hierbij de verkrijgende instelling en de huidige bestuurder blijft de enige bestuurder. Beide organisaties werkten al langer samen aan het SAVE-concept. Uit due dilligence onderzoek is gebleken dat Samen Veilig Flevoland een financieel zeer gezonde organisatie is. De organisatieonderdelen van Samen Veilig Flevoland zullen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2015 (financieel) worden opgenomen en verantwoord onder de overnemende stichting Samen Veilig Midden-Nederland. Met de fusie met Flevoland en de integratie van Veilig Thuis wordt SAVE verdergaand doorontwikkeld en doorgevoerd. In 2015 ligt de afronding van Het Nieuwe Werken, het voorbereiden van de integratie van de nieuwe organisatieonderdelen in het licht van de fusie, gecombineerd met de uitrol van het nieuwe cliëntsysteem WIJZ binnen de organisatie voor ons. Hiermee zullen we klaar zijn voor de toekomst en staat Samen Veilig met haar gemeenten, de provincie en de lokale partners voor een professionele veiligheidsorganisatie in het arrondissementsgebied Midden-Nederland voor jeugdigen en ouderen van 0 tot 100. Jaarverantwoording 2014 41 Maatschappelijk Jaarverslag Beleid en resultaten

DEEL II: FINANCIEEL JAARVERSLAG 42 Jaarverantwoording 2014 Financieel Jaarverslag Beleid en resultaten

7. Balans, staat van baten en lasten en kasstroomoverzicht 3 7.1 Balans per 31 december 2014 Ref. Na resultaatbestemming in 9.1 ACTIVA 31 dec 14 31 dec 13 Vaste activa 9.1.1 Immateriële vaste activa Vooruitbetaalde software 382.461 312.786 382.461 312.786 9.1.2 Materiële vaste activa Installaties 122.119 82.688 Inventaris 238.199 181.510 Verbouwingen 466.389 275.417 Informatievoorziening 813.554 596.307 Vooruit betaalde activa - Vlottende activa 1.640.261 1.135.922 9.1.3 Vorderingen Te vorderen subidies - - Debiteuren 141.585 374.372 Overige vorderingen 222.535 413.266 364.120 787.638 9.1.4 Liquide middelen 9.556.820 8.056.262 TOTAAL ACTIVA 11.943.661 10.292.608 9.2 PASSIVA 31 dec 14 31 dec 13 9.2.1 Egalisatiereserve (incl. resultaat lopend boekjaar) 2.150.511 1.885.531 9.2.2 Bestemmingsreserve 731.639 975.519 Egalisatie & bestemmingsreserve 2.882.150 2.861.050 9.2.3 Voorzieningen 1.723.505 1.277.725 9.2.4 Kortlopende schulden 7.338.006 6.153.834 TOTAAL PASSIVA 11.943.661 10.292.608 3 De liquide middelen zijn nodig om de kortlopende schulden te kunnen betalen. De vergelijkende cijfers voor voorzieningen, kortlopende schulden en materiële vaste activa zijn aangepast voor vergelijkingsdoeleinden. Jaarverantwoording 2014 43 Financieel jaarverslag Balans, staat van baten en lasten en kasstroomoverzicht

7.2 Staat van baten en lasten 4 Ref. In Exploitatie Begroting* Exploitatie E / B E / E13 2014 2014 2013 10 INKOMSTEN: 10.3 Subsidiëring Justitiële taken 20.525.375 20.882.088 21.007.271 98% 98% 10.3 Subsidiëring toegangstaken 18.882.281 18.503.689 18.416.819 102% 103% 10.3 Overige provinciale subsidies 822.129 674.000 625.962 122% 131% 10.4 Overige subsidies & baten 729.657 585.192 577.889 125% 126% 10.5 Financiële baten & lasten 92.478 59.487 121.571 155% 76% SOM DER BATEN 41.051.920 40.704.456 40.749.511 101% 101% 11 LASTEN 11.1 Salarislasten 31.762.786 31.521.215 30.953.274 101% 103% 11.2 Overige personeelskosten 1.982.617 1.929.639 1.867.146 103% 106% 11.3 Huisvestingslasten 3.088.772 3.110.174 3.057.286 99% 101% 11.4 Apparaatskosten 3.669.277 3.550.577 3.764.578 103% 97% 11.5 Verzorgingskosten 527.368 592.850 735.168 89% 72% SOM DER LASTEN 41.030.820 40.704.456 40.377.451 101% 102% OPERATIONEEL RESULTAAT 21.100 0 372.060-6% Buitengewone baten & lasten - - - RESULTAAT 21.100 0 372.060-6% 4 De begroting voor 2014 betreft de bijgestelde begroting. 44 Jaarverantwoording 2014 Financieel jaarverslag Balans, staat van baten en lasten en kasstroomoverzicht

7.3 Kasstroomoverzicht Ref. In 2014 2013 Kasstroom uit operationele activiteiten: 7.2 Operationeel resultaat 21.100 372.060 Mutaties: 9.1.1 Mutaties afschrijvingen 684.750 793.419 9.2.3 Mutaties voorzieningen 445.781 135.803 10.5 Interestbaten 92.478-121.571-1.038.053 807.652 Veranderingen in werkkapitaal: 9.1.3 Vorderingen 367.159 155.063-9.2.4 Kortlopende schulden 1.184.172 328.900 1.551.331 173.837 Kasstroom uit bedrijfsoperaties 9.1.4 Ontvangen Interest 148.838 49.968 148.838 49.968 Kasstroom uit investeringsactiviteiten 9.1.1 Investeringen in immateriële vaste activa 69.675-9.1.2 Investeringen in materiële vaste activa 1.189.088-791.213-1.258.763-791.213- Kasstroom uit financieringsactiviteiten 9.2.1 Egalisatiereserve - - - - Netto kasstroom 1.500.558 612.305 Jaarverantwoording 2014 45 Financieel jaarverslag Balans, staat van baten en lasten en kasstroomoverzicht

7.4 Kostenverdeelstaat Jeugdbescherming Jeugdreclassering Toegangsfunctie Kindertelefoon Kostenrubriek Totaal lasten en baten AMK Spoedzorg Projecten** Diversen / detachering Gemiddelde formatie uitvoerend medewerkers* Productieve uren eigen organisatie Loonkosten uitvoerend medewerkers* 319,9 119,3 26,8 91,4 27,1 19,1 26,4 2,1 7,6 1.296 20.910.726 7.805.687 1.748.502 5.978.606 1.825.075 1.207.571 1.727.627 115.533 502.125 Loonkosten overig pupilgebonden personeel: teamleiders 1.634.961 608.411 147.265 501.734 156.336 110.039 64.726 46.450 0 secretariaatsmede werkers 2.626.304 1.067.926 240.154 818.212 251.129 176.760 72.123 0 0 gedragswetenschap pers 1.839.543 725.685 163.191 555.997 175.898 123.808 94.964 0 0 Vertrouwensartsen 415.106 337.978 77.128 Subtotaal pupilgebonden loonkosten Overige personele Personeelskosten (overhead) niet pupilgebonden 27.426.641 10.207.708 2.299.112 7.854.549 2.746.417 1.618.178 2.036.567 161.983 502.125 1.861.721 569.644 100.948 498.437 157.955 77.520 377.994 35.271 43.951 3.857.313 1.406.536 312.404 1.094.069 327.269 221.968 378.582 25.424 91.062 Totaal personeelskosten 33.145.675 12.183.889 2.712.464 9.447.055 3.231.641 1.917.666 2.793.143 222.677 637.139 Huisvestingskosten 3.088.772 1.255.838 282.412 962.184 285.629 201.043 0 22.189 79.476 Automatisering 1.590.963 646.856 145.465 495.601 147.122 103.553 0 11.429 40.937 Apparaatskosten 2.078.314 775.285 174.346 593.999 220.271 124.113 127.537 13.698 49.064 Rente 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Dotatie voorzieningen 599.729 223.720 50.310 171.407 156.249-678 -937-75 -268 Totaal organisatiekosten 7.357.777 2.901.700 652.532 2.223.192 809.271 428.031 126.600 47.241 169.210 Pupilkosten 323.416 323.416 Overige kosten 203.952 27.732 120.232 - - - - 55.988 - Totaal kosten 41.030.820 15.436.737 3.485.228 11.670.248 4.040.912 2.345.698 2.919.743 325.906 806.348 Subsidie en ov. Bijdragen 41.051.920 17.013.734 3.551.641 11.671.552 4.386.921 2.358.253 938.027 332.252 799.541 Resultaat jaarrekening 21.100 1.576.997 66.413 1.304 346.009 12.555-1.981.716 6.345-6.808 * Formatie is inclusief inhuur, detachering en vermindering wegens zwangerschap ** Dit betreft SAVE en de inzet binnen de buurtteams 46 Jaarverantwoording 2014 Financieel jaarverslag Balans, staat van baten en lasten en kasstroomoverzicht

8. Grondslagen jaarrekening Algemeen De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de in Nederland algemeen aanvaarde verslaggevingsregels (Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving 640). De jaarrekening is opgesteld in euro s uitgaande van een verslaggevingsperiode van een kalenderjaar. De waarderingsgrondslagen zijn gebaseerd op de historische kosten en kostprijzen. Stichting Samen Veilig Midden-Nederland is statutair (en feitelijk) gevestigd te Utrecht, op het adres Tiberdreef 8. De belangrijkste activiteiten zijn de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen, preventie van kindermishandeling en crisistaken, zoals geformuleerd in de Jeugdwet en de WMO. Activa en passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, tenzij een andere grondslag is vermeld. Toelichtingen op posten in de balans, de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht zijn in de jaarrekening genummerd. Continuïteitsveronderstelling De Jeugdwet is vanaf 1 januari 2015 van kracht en vervangt niet alleen de Wet op de jeugdzorg, maar ook de verschillende andere onderdelen van de jeugdzorg die nu nog vallen onder de Zorgverzekeringswet (geestelijke gezondheidszorg voor jeugdigen) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (zorg voor kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking). De Jeugdwet voorziet in een bestuurlijke en financiële decentralisatie van alle ondersteuning, hulp en zorg bij opgroeien en opvoeden naar gemeenten. De gemeenten hebben hiermee de volledige verantwoordelijkheid voor ondersteuning, hulp en zorg aan jeugd en gezin. De hoofdgedachte achter deze decentralisatie is dat gemeenten een regierol kunnen vervullen waar het jeugdhulp betreft en dat dit de kwaliteit van de jeugdhulp door maatwerk zal verbeteren. De verwachting van de wetgever is dat gemeenten door intensivering van de preventie en ambulante jeugdhulp complexere (en duurdere) hulp kunnen voorkomen. De bestaande subsidierelatie tussen Samen Veilig en de provincie Utrecht is opgezegd per 1 januari 2015, de invoeringsdatum van de nieuwe Jeugdwet. Samen Veilig heeft met haar zes Utrechtse regio s bestuurlijke afspraken gemaakt en contracten afgesloten voor het budget in 2015. In de regio is het gelukt om extra afspraken te maken over continuïteit van zorg en beperking van frictiekosten. Daarom wordt geen beroep gedaan op de 80% omzetgarantie / waarborg vanuit een overgangsregeling. Samen Veilig is in staat om de geprognosticeerde krimp zelfstandig te dragen door de afbouw van haar flexibele schil aan arbeidscontracten en de afbouw van overheadverplichtingen gecombineerd met interne sturing en aanwending van de gevormde transitievoorziening. Jaarverantwoording 2014 47 Financieel jaarverslag Grondslagen jaarrekening

Vooralsnog is de verdeling van budgetten gebaseerd op het historisch zorggebruik / huidige marktaandeel. Voorjaar 2015 komt er zicht op een nieuwe verdeling per 2016 voor de Bureaus Jeugdzorg, hiervan zijn de criteria nog niet exact bekend. Dit kan leiden tot grote herschikkingen van financieringsstromen. Hiermee zijn er dekkende afspraken gemaakt voor 2015. Voor 2016 zijn er nog onzekerheden waarbij er verschillende mogelijkheden zijn om te sturen om de krimp van maximaal 10% (2 maal 5%) tussen 2015 en 2016 vorm te geven. De interne mogelijkheden betreffen het natuurlijk verloop en het benutten van de transitievoorziening. Het meest waarschijnlijk is echter dat medewerkers van Samen Veilig worden overgenomen door buurt- en wijkteams en de krimp hierdoor zonder aanvullende frictiekosten kan worden gerealiseerd. Essentieel voor het kunnen aanbieden van de beoogde dienstverlening is tenslotte het verkrijgen van de certificering van het Keurmerkinstituut. In augustus heeft het Keurmerkinstituut het keurmerk afgegeven. Bovenstaande omstandigheden duiden op het bestaan van een mogelijke onzekerheid van materieel belang op grond waarvan gerede twijfel kan gaan bestaan over de continuïteit van Samen Veilig. Samen Veilig heeft er echter alle vertrouwen in dat wij gezien onze huidige (maatschappelijke) positie en de relatie met onze gemeenten ook vanaf 1 januari 2016 SAVE kunnen blijven inzetten. Het concept van gebiedsgerichte teams met één begeleider per gezin (SAVE-teams) en een centraal advies, meld- en crisispunt voor zowel jongeren, volwassenen als ouderen (Veilig Thuis) is succesvol. Door de volledige methodische en organisatorische vernieuwing die we in 2015 afronden kunnen wij doeltreffend invulling geven aan de wensen van de nieuwe financier. Op een stapsgewijze krimp hebben wij ons ingesteld. Dit maakt dat de aanwezige risico s ten aanzien van de continuïteit zich naar onze overtuiging niet zullen materialiseren. Om bovengestelde redenen is de jaarrekening opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling. Fusie Op 1 april 2015 fuseert Samen Veilig Midden-Nederland met de stichting Samen Veilig Flevoland en zullen de organisatie onderdelen van Samen Veilig Flevoland met terug werkende kracht vanaf 1 januari 2015 (financieel) worden opgenomen en verantwoord onder de overnemende stichting Samen Veilig Midden-Nederland. 8.1 Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling Voor zover niet anders is vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. 48 Jaarverantwoording 2014 Financieel jaarverslag Grondslagen jaarrekening

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de onderneming zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Baten worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Indien een transactie ertoe leidt dat nagenoeg alle of alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico s met betrekking tot een actief of verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en/of betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde. De opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. Opbrengsten worden verantwoord indien alle belangrijke risico s met betrekking tot de handelsgoederen zijn overgedragen aan de koper. Vergelijking met voorgaand jaar De cijfers over 2013 zijn geherrubriceerd teneinde vergelijkbaarheid met 2014 mogelijk te maken. Het betreft de herrubricering van kosten voor aanschaf van software van materiële vaste activa naar immateriele vaste activa en een herrubricering van het flexbudget naar de kortlopende schulden. De afrekening van de justitietaken vindt plaats in lijn met de provinciale verordening. In lijn met voorgaand jaar is er een voorziening gevormd voor verplichtingen uit hoofde van de transitie van het jeugdzorgstelsel. Gebruik van schattingen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende Jaarverantwoording 2014 49 Financieel jaarverslag Grondslagen jaarrekening

veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. De waarderingsgrondslagen met betrekking tot de transitievoorziening is naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen. Financiële instrumenten Financiële instrumenten omvatten handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, handelsschulden en overige te betalen posten. In de jaarrekening zijn de volgende categorieën financiële instrumenten opgenomen: overige vorderingen en overige financiële verplichtingen. Financiële instrumenten omvatten tevens in contracten besloten afgeleide financiële instrumenten. Deze worden door de onderneming gescheiden van het basiscontract en apart verantwoord indien: de economische kenmerken en risico s van het basiscontract en het daarin besloten derivaat niet nauw verwant zijn; een apart instrument met dezelfde voorwaarden als het in het contract besloten derivaat aan de definitie van een derivaat zou voldoen; en het gecombineerde instrument niet wordt gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening. Samen Veilig kiest er voor niet met derivaten te werken (zie ook Treasury doelstellingen bij 6.1). Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Indien echter financiële instrumenten bij de vervolgwaardering worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening, worden direct toerekenbare transactiekosten direct verwerkt in de winst-en-verliesrekening. In contracten besloten financiële instrumenten die niet worden gescheiden van het basiscontract, worden verwerkt in overeenstemming met het basiscontract. Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd. Overige vorderingen Overige vorderingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. 50 Jaarverantwoording 2014 Financieel jaarverslag Grondslagen jaarrekening

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode. De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden. Bijzondere waardeverminderingen financiële activa Een financieel actief dat niet wordt gewaardeerd tegen (1) reële waarde met waardewijzigingen in de winst-en-verliesrekening of (2) geamortiseerde kostprijs of lagere marktwaarde, wordt op iedere verslagdatum beoordeeld om te bepalen of er objectieve aanwijzingen bestaan dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Een financieel actief wordt geacht onderhevig te zijn aan een bijzondere waardevermindering indien er objectieve aanwijzingen zijn dat na de eerste opname van het actief zich een gebeurtenis heeft voorgedaan die een negatief effect heeft gehad op de verwachte toekomstige kasstromen van dat actief en waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt. Objectieve aanwijzingen dat financiële activa onderhevig zijn aan een bijzondere waardevermindering omvatten het niet nakomen van betalingsverplichtingen en achterstallige betaling door een debiteur, herstructurering van een aan de onderneming toekomend bedrag onder voorwaarden die de onderneming anders niet zou hebben overwogen, aanwijzingen dat een debiteur of emittent failliet zal gaan, en het verdwijnen van een actieve markt voor een bepaald effect. Aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen van vorderingen en beleggingen die door de onderneming worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs worden zowel op het niveau van specifieke activa als op collectief niveau in aanmerking genomen. Van afzonderlijk belangrijke vorderingen wordt beoordeeld of deze individueel onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering. Van afzonderlijk belangrijke vorderingen die niet individueel onderhevig zijn gebleken aan bijzondere waardevermindering en van afzonderlijk niet belangrijke vorderingen wordt collectief beoordeeld of deze onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering, dit door samenvoeging van vorderingen en beleggingen met vergelijkbare risicokenmerken. Bij de beoordeling van de collectieve waardevermindering gebruikt de onderneming historische trends met betrekking tot de waarschijnlijkheid van het niet nakomen van betalingsverplichtingen, het tijdsbestek waarbinnen incassering plaatsvindt en de hoogte van gemaakte verliezen. De uitkomsten worden bijgesteld als de ondernemingsleiding van oordeel is dat de huidige economische en kredietomstandigheden zodanig zijn dat het waarschijnlijk is dat de daadwerkelijke verliezen hoger dan wel lager zullen zijn dan historische trends suggereren. Jaarverantwoording 2014 51 Financieel jaarverslag Grondslagen jaarrekening

Een bijzonder waardeverminderingsverlies met betrekking tot een tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd financieel actief wordt berekend als het verschil tussen de boekwaarde en de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rente van het actief. Verliezen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening. Rente op het aan een bijzondere waardevermindering onderhevige actief blijft verantwoord worden via oprenting van het actief met de oorspronkelijke effectieve rente van het actief. Als in een latere periode de waarde van het actief, onderhevig aan een bijzondere waardevermindering, stijgt en het herstel objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de opname van het bijzondere waardeverminderingsverlies wordt het bedrag uit hoofde van het herstel (tot maximaal de oorspronkelijke kostprijs) opgenomen in de winst-enverliesrekening. Immateriële vaste activa Vooruitbetalingen op immateriële vaste activa Vooruitbetalingen op immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Op vooruitbetalingen op immateriële vaste activa wordt niet afgeschreven. Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijging- of vervaardigingprijs met aftrek van cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingstermijnen van materiële vaste activa zijn gebaseerd op de verwachte economische gebruiksduur van de vaste activa. De afschrijvingen worden berekend op basis van de economische levensduur en een restwaarde van nihil. Op bedrijfsterreinen, onderhanden projecten en vooruitbetalingen binnen materiële vaste activa wordt niet afgeschreven. De volgende afschrijvingspercentages worden hierbij gehanteerd: Installaties : 20% Inventaris : 20% Verbouwingen : 10% Informatievoorziening : 33% Voor zover subsidies of daaraan gelijk te stellen vergoedingen zijn ontvangen als eenmalige bijdrage in de afschrijvingskosten, zijn deze in mindering gebracht op de investeringen. Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd, indien zij de gebruiksduur van het object verlengen. 52 Jaarverantwoording 2014 Financieel jaarverslag Grondslagen jaarrekening

Bijzondere waardeverminderingen Voor materiële en immateriële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te bepalen voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort. Wanneer de boekwaarde van een actief of een kasstroomgenererende eenheid hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Indien sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies van een kasstroomgenererende eenheid, wordt het verlies allereerst toegerekend aan goodwill die is toegerekend aan de kasstroomgenererende eenheid. Een eventueel restant verlies wordt toegerekend aan de andere activa van de eenheid naar rato van hun boekwaarden. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief of kasstroomgenererende eenheid geschat. Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of kasstroomgenererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of kasstroomgenererende eenheid) zou zijn verantwoord. In afwijking van datgene wat hiervoor is gesteld, wordt op iedere balansdatum de realiseerbare waarde bepaald voor de volgende activa (ongeacht of sprake is van aanwijzingen voor een bijzondere waardevermindering): immateriële vaste activa die nog niet in gebruik zijn genomen; Vorderingen De grondslagen voor de waardering van vorderingen en effecten zijn beschreven onder het hoofd Financiële instrumenten. Jaarverantwoording 2014 53 Financieel jaarverslag Grondslagen jaarrekening

Liquide middelen De liquide middelen bestaan uit kas- en banktegoeden en deposito s, waaronder een deposito ter dekking van een garantieverstrekking van de bank betreffende de huurcontracten van de locaties Stad en Veenendaal. Liquide middelen worden gewaard tegen de nominale waarde. Egalisatiereserve De egalisatiereserve van de stichting bestaat uit de volgende componenten: Algemene egalisatiereserve; Egalisatiereserve justitietaken en toegang. De mutatie van de rente op de algemene egalisatiereserve van Samen Veilig is vanaf 2008 consistent gebaseerd op de twaalfmaandelijkse gemiddelde stand van de Euribor van het betreffende verslagjaar, vermenigvuldigd met de beginstand van de reserve in het verslagjaar. In de egalisatiereserve justitietaken en toegang worden vanaf 2011 het resultaat van de hoger beschikte productie van justitiemaatregelen dan gerealiseerd in het verslagjaar opgenomen. Deze reserve dient om toekomstige niet-gefinancierde (of mutatie van) justitiemaatregelen op te kunnen vangen. Het resterende financiële resultaat wordt verwerkt in de egalisatiereserve justitietaken en toegang en dient als vangnet voor de stichting om toekomstige organisatierisico s af te kunnen dekken. Bestemmingsreserve De bestemmingsreserve bevat de actuele component huisvestingskosten. Jaarlijks wordt 243.880 uit deze bestemmingsreserve geput en toegevoegd aan de algemene reserve (tot en met 2017) ter bevordering van adequate stichtingshuisvesting. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is in te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen, die noodzakelijk zijn om de verplichtingen op balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen contante waarde 5 van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen. Wanneer verplichtingen naar verwachting door een derde zullen worden vergoed, wordt deze vergoeding als 5 Voor verplichtingen die de balansdatum met 12 maanden of meer overschrijden wordt de verplichting contant gemaakt voor de verwachte termijn tegen de geldende rentevoet. 54 Jaarverantwoording 2014 Financieel jaarverslag Grondslagen jaarrekening

activa in de balans opgenomen indien het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting. Voor de transitievoorziening is rekening gehouden met het deel van de taken dat wordt overgedragen aan het lokale veld. De saldi van het flexbudget zijn in 2014 en in de vergelijkende 2013 ondergebracht onder de kortlopende schulden. Dit is een aanpassing ten opzichte van het jaarverslag 2013. Het flexbudget is namelijk een directe opeisbare schuld, waarover de zorgaanbieders de zeggenschap voeren. Kortlopende schulden De waardering van kortlopende schulden is toegelicht onder het hoofd Financiële instrumenten. Financiële leases Financiële leases De onderneming kan financiële en operationele leasecontracten afsluiten. Een leaseovereenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom van het leaseobject geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen, wordt aangemerkt als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten classificeren als operationele leases. Bij de leaseclassificatie is de economische realiteit van de transactie bepalend en niet zozeer de juridische vorm. Operationele leases Als de onderneming optreedt als lessee in een operationele lease, wordt het leaseobject niet geactiveerd. Leasebetalingen inzake de operationele lease worden lineair over de leaseperiode ten laste van de winst-en-verliesrekening (staat van baten en lasten) gebracht. Pensioenen De aan het Pensioenfonds Zorg en Welzijn te betalen premie wordt als last in de staat van baten en lasten verantwoord en, voor zover de aan het Pensioenfonds Zorg en Welzijn te betalen premie nog niet is voldaan, wordt deze als verplichting op de balans opgenomen. Samen Veilig heeft geen verplichting tot het doen van aanvullende bijdragen in het geval van een tekort bij het Pensioenfonds Zorg en Welzijn, anders dan het voldoen van toekomstig hogere premiebijdragen. Om deze reden worden de op een periode betrekking hebbende premiebijdragen in die periode ten laste van het resultaat gebracht. Jaarverantwoording 2014 55 Financieel jaarverslag Grondslagen jaarrekening

8.2 Grondslag voor bepaling van het resultaat Inkomsten Subsidies worden in de jaarrekening opgenomen zodra er redelijke zekerheid bestaat dat zij zullen worden ontvangen en dat voldaan zal worden aan de daaraan verbonden voorwaarden. Subsidies ter compensatie van gemaakte kosten worden systematisch in de resultatenrekening opgenomen in dezelfde periode als waarin de kosten worden gemaakt. Subsidiebaten zijn berekend op basis van de vigerende bekostigingsregelingen van het ministerie van Veiligheid en Justitie, de provincie Utrecht en de gemeente Utrecht. Met de provincie Utrecht is Samen Veilig vanaf 2011 overeengekomen dat de productie van de justitietaken vanaf 2009 voor honderd procent wordt afgerekend zonder de drempelwaarde van 2,5 procent. De subsidie voor de justitietaken wordt vastgesteld op het niveau van de door het ministerie van Veiligheid en Justitie ter beschikking gestelde doeluitkering. Indien de subsidie-inkomsten in het verslagjaar niet volledig zijn besteed, worden de nog niet bestede gelden voor de desbetreffende bestemming gereserveerd onder de kortlopende schulden. Baten, tijdelijk of niet, inzake projectfinancieringen zijn conform de wens van de provincie afzonderlijk inzichtelijk gemaakt als onderdeel van de reserves. Lasten De lasten worden bepaald op historische basis en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben, zodra deze voorzienbaar zijn. Direct aanwijsbare cliëntgebonden kosten worden ten laste van de desbetreffende kostenplaats gebracht, terwijl de indirecte kosten worden doorbelast op basis van het aantal fte s in de uitvoering. De afschrijvingen op de materiële vaste activa worden gebaseerd op de verkrijging- of vervaardigingprijs. Afschrijvingen vinden lineair plaats. Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten, voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers. WNT Voor de uitvoering van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de (semi)publieke sector (WNT) heeft de instelling zich gehouden aan de Beleidsregel toepassing WNT en deze als normenkader bij het opmaken van deze jaarrekening gehanteerd. Kostenverdeelstaat De baten worden toegerekend aan de werksoort waarop deze betrekking hebben. De personele lasten (inclusief inhuur, detachering en vergoedingen voor zwangerschapsverlof en langdurig zieken) 56 Jaarverantwoording 2014 Financieel jaarverslag Grondslagen jaarrekening

van het uitvoerende personeel worden op functieniveau direct aan de betreffende werksoort waarvoor zij werkzaam zijn toegerekend. De lasten van het indirecte personeel worden verdeeld door een gelijke opslag per formatieplaats. De overige personeelskosten, apparaat-, huisvesting- en kantoorkosten worden eveneens met een gelijke opslag per formatieplaats verdeeld over de werksoorten. Bij de vaststelling van het aantal formatieplaatsen per werksoort wordt uitgegaan van het gemiddeld aantal in dienst in het betreffende dienstjaar, de (omgerekende) formatieplaatsen inhuur en detachering en een berekening in formatieplaatsen van de ontvangen vergoedingen wegens zwangerschapsverlof en langdurig zieken. Het resultaat van de baten- en lastenverdeling, zijnde het exploitatieresultaat op werksoort, vormt de basis van de verdeling van het resultaat aan het Eigen Vermogen, te verdelen in de algemene reserve en de Egalisatiereserve justitietaken en toegang. Voor de werksoorten Jeugdbescherming en Jeugdreclassering worden de lasten per werksoort nader verdeeld op productniveau. De basis voor deze verdeling is de gemiddelde productie op jaarbasis, gewogen op basis van normen uurbesteding die hiervoor extern zijn vastgesteld. De baten worden verdeeld naar productniveau op basis van aantal vermenigvuldigd met het geldende tarief. Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode. Jaarverantwoording 2014 57 Financieel jaarverslag Grondslagen jaarrekening

9. Toelichting op de balans 9.1 Activa 9.1.1 Immateriële vaste Activa 2014 In Vooruit betaalde software Totaal 1 januari 2014 Verkrijgingsprijs 312.786 312.786 Cumulatieve waardevermin- Boekwaarde begin boekjaar 312.786 312.786 Mutaties 2014 Investeringen 69.675 69.675 Afschrijvingen Saldo 69.675 69.675 31 december 2014 Aanschafwaarde Cumulatieve 382.461 382.461 waardevermin- - Boekwaarde einde boekjaar 382.461 382.461 Afschrijvingspercentages 33,3% In 2014 is 69.675 geïnvesteerd in immateriële vaste activa. Dit betreft de aanvullende investering in het nieuwe cliëntsysteem WIJZ weergegeven onder vooruit betaalde software. Landelijk wordt WIJZ vanaf eind 2013 ontwikkeld met dertien geinstellingen. In de loop van 2015 wordt WIJZ geïmplementeerd door Samen Veilig vanuit het programma Informatie Infrastructuur. 9.1.2 Materiële vaste Activa 2014 In Installaties Inventaris Verbouwingen Informatie voorziening Totaal 1 januari 2014 Verkrijgingsprijs 1.761.105 2.146.303 1.660.651 3.866.166 9.434.225 Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen 1.678.417 1.964.793 1.385.233 3.269.858 8.298.302 Boekwaarde begin boekjaar 82.688 181.510 275.417 596.307 1.135.923 Mutaties 2014 Investeringen 86.438 159.883 314.182 628.586 1.189.088 Afschrijvingen 47.007 103.194 123.210 411.339 684.750 Saldo 39.431 56.689 190.971 217.247 504.338 31 december 2014 Aanschafwaarde Cumulatieve waardevermin- 1.847.543 2.306.186 1.974.832 4.494.751 10.623.312 deringen en afschrijvingen 1.725.424 2.067.987 1.508.444 3.681.197 8.983.052 Boekwaarde einde boekjaar 122.119 238.199 466.389 813.554 1.640.261 Afschrijvingspercentages 20% 20% 10% 33,3% 58 Jaarverantwoording 2014 Financieel jaarverslag Toelichting op de balans

In 2014 is 1.189.088 geïnvesteerd in materiële vaste activa. Dit betreft hoofdzakelijk de investeringen in verbouwingen (aanpassing van de huisvesting) en in ICT middelen (waaronder diverse laptops en smartphones). Deze investeringen vormen de basis voor het nieuwe werken. Er hebben dit jaar geen desinvesteringen plaatsgevonden. 9.1.3 Vorderingen In 31 dec 14 31 dec 13 Debiteuren 141.585 374.372 Overige vorderingen 222.535 413.266 364.120 787.638 De voorziening dubieuze debiteuren, waarvan 9.760 in de post debiteuren is verwerkt (2013: 6.591), betreft vervallen openstaande posten debiteuren waarvan de inbaarheid twijfelachtig is. De overige vorderingen bevatten overlopende vorderingen en vooruitbetalingen. Geen van de vorderingen hebben een looptijd langer dan een jaar. 9.1.4 Liquide middelen 31 dec 14 31 dec 13 Kas 940 2.648 Rekening courant 1.366.920 98.900 Deposito 8.188.961 7.954.714 9.556.820 8.056.262 De liquide middelen zijn voornamelijk banktegoeden die nodig zijn om op korte termijn schulden te betalen (zie toelichting balanspost). Eind december heeft Samen Veilig onder andere 1.318.000 bevoorschot gekregen van de Utrechtse gemeenten voor de 2015 exploitatie. De verhoogde liquide middelen zijn daarnaast nodig voor de stijging van de verwerkte verplichtingen (zie 9.2 en 9.3). De gestorte saldi op de deposito s zijn binnen 30 dagen opeisbaar. Het saldo van Deutsche Bank deposito betreft voor 254.628 afgegeven bankgaranties voor de huur (2013: 217.400) en voor 115.275 het flexbudget (2013: 141.940) dat Samen Veilig beheert voor de Permanente Advies Commissie (zie ook 9.2 onder de kortlopende schulden). Aan de deposito s zijn verder geen speciale voorwaarden verbonden. De liquide middelen staan, met uitzondering van de afgegeven bankgaranties en het flexbudget, ter vrije beschikking van de stichting. Jaarverantwoording 2014 59 Financieel jaarverslag Toelichting op de balans

9.2 Passiva 9.2.1 Egalisatiereserve In Stand Overige Toevoeging Mutatie Stand 1 jan 14 mutaties resultaat rente 31 dec 14 Egalisatiereserve algemeen 291.617 - - 320 291.937 Egalisatiereserve justitietaken & toegang 1.593.914 243.880 20.780-1.858.574 Totaal egalisatiereserve 1.885.531 243.880 20.780 320 2.150.511 Aan de algemene egalisatiereserve wordt in 2014 de rente van 320 toegevoegd. Deze wordt bepaald door de gemiddelde Euribor stand in 2014: 0,1 procent maal de beginstand van de egalisatiereserve. De mutatie vanuit de bestemmingsreserve van 243.880 (zie bestemmingsreserve) en de resterende resultaattoevoeging van 20.780 zijn met in totaal 264.980 verwerkt als toename onder de egalisatiereserve justitietaken en toegang. Hiermee komt de totale egalisatiereserve op 2.150.511. 9.2.2 Bestemmingsreserve In Stand Stand Toevoeging Onttrekking 1 jan 14 31 dec 14 Huisvestingskosten 975.519-243.880 731.639 Totaal reserves 975.519-243.880 731.639 Voor de huisvesting van Samen Veilig is eind 2008 een saldo van 2.194.919 bestemd. Deze bestemmingsreserve is in 2008 door het bestuur opgenomen ten behoeve van de bevordering van adequate huisvesting voor de Utrechtse jeugdbescherming. In 2014 wordt van deze bestemmingsreserve 243.880 besteed en toegevoegd aan de egalisatiereserve. 9.2.3 Voorzieningen In Stand Stand Toevoeging Vrijval Onttrekking 1 jan 14 31 dec 14 Organisatie 422.031 149.202 106.243 206.184 258.807 Jubileum 151.038 41.458-36.007 156.489 Transitie 704.655 605.837-2.283 1.308.210 Totaal voorzieningen 1.277.725 796.497 106.243-244.473 1.723.505 De organisatievoorziening daalt met 163.224 vanwege de daling van het aantal langdurig zieken (toekomstige improductiviteit). In 2014 is 49% ontrokken aan de voorziening conform de opgenomen bestemming van de organisatievoorziening. Op basis van een lagere verwachte blijfkans van medewerkers en de kosten voor jubilea is eind 2014 een jubileum voorziening opgenomen van 156.489. Van de organisatie- en jubileum voorziening heeft circa 200.000 een looptijd van korter dan één jaar na balansdatum. 60 Jaarverantwoording 2014 Financieel jaarverslag Toelichting op de balans

Voor de landelijk doorgevoerde wijzigingen van het jeugdzorgstelsel vanaf 2015 en de dalende lijn van het aantal justitiemaatregelen is de transitie voorziening verhoogd met 603.554. Hierbij zijn de betrouwbaar geschatte loonkosten opgenomen voor de periode dat medewerkers naar verwachting niet meer werkzaam zijn binnen Samen Veilig en extern nog geen andere baan hebben gevonden, aangevuld met outplacement kosten grotendeels ten behoeve van de mobiliteitsverhoging van onze medewerkers. De totaal geraamde kosten zijn contant gemaakt voor de termijn van gemiddeld 2 jaar (de verwachte afwikkeling ligt grotendeels medio 2016 en 2017) tegen de rentevoet van 1,2%. 9.2.4 Kortlopende schulden In 31 dec 14 31 dec 13 Belastingdienst (nog te betalen loonbelasting) 1.741.488 1.761.642 Nog te betalen pensioen 25.200 43.021 Verplichting vakantietoeslag incl. sociale lasten 984.537 1.078.872 Verplichting vrije dagen 1.427.849 1.478.191 Af te rekenen en overlopende subsidies 1.453.446 226.800 Crediteuren 541.766 441.565 Flexbudget 115.275 141.940 Overige schulden 1.048.445 981.803 De kortlopende schulden worden betaald met de liquide middelen (zie toelichting balanspost liquide middelen). De te betalen loonbelasting, de verplichting voor vakantietoeslag en vrije dagen dalen ten opzichte van 2013 in lijn met de formatiekrimp (4,2%). De kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan één jaar. De af te rekenen en overlopende subsidies bestaan voor 1.318.000 uit de bevoorschotting van de gemeenten al vast voor de 2015 exploitatie. Daarnaast betreffen 112.800 overlopende subsidies waarvan de saldi zijn ontvangen in het verslagjaar en die naar verwachting in 2015 worden besteed door Samen Veilig. 7.338.006 6.153.834 In 31 dec 14 31 dec 13 Af te rekenen subsidies Huisverboden Gemeente Utrecht 2014 22.113 Overlopende subsidies Subsidie proeftuinen 134.000 Subsidie invoering voogdijmaatregel 40.000 Gemeente Utrecht praktijk experiment netwerk 52.800 52.800 scholingsaanbod echtscheidingsproblematiek 60.000 - Subsidie regio Utrecht- Stad 2015 1.118.479 Subsidie regio Utrecht-West 2015 110.900 Subsidie regio Zuid-Oost 2015 89.154 1.453.446 226.800 Jaarverantwoording 2014 61 Financieel jaarverslag Toelichting op de balans

Het restant van de subsidie voor extra inzet binnen de buurtteams van in totaal 477.000 is met 134.000 besteed in 2014. De implementatie van de nieuwe voogdijmethodiek is afgerond in 2014. Het flexbudget behoort niet tot het vermogen van Samen Veilig. Het betreft een door de Provincie Utrecht gefinancierde voorziening ter bekostiging van plaatsingen en andere zorgactiviteiten waarvoor geen regulier aanbod is. Samen Veilig is financieel beheerder van het flexbudget, die eind 2014 115.275 bedraagt (2013: 141.940). In samenspraak met de Provincie Utrecht hebben de Utrechtse zorgaanbieders besloten dat dit eindbedrag begin 2015 wordt overgemaakt aan de zorgaanbieders. Gezien deze terugbetalingsverplichting is het saldo van het flexbudget eind 2013 en 2014 opgenomen onder de overige schulden (tot 2013 zijn de saldi van het flexbudget verwerkt onder de voorzieningen, zie de grondslagen). Financiële instrumenten Algemeen De onderneming maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de onderneming blootstelt aan markt-, rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico s te beheersen heeft de onderneming een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestaties van de onderneming te beperken. De onderneming zet geen afgeleide financiële instrumenten in. Kredietrisico De vorderingen uit hoofde van handelsdebiteuren kennen geen specifieke concentratie op afnemersniveau. Het maximale bedrag aan kredietrisico bedraagt EUR 0,15 miljoen. Voor de kredietrisico s inzake de vorderingen op deelnemingen en de overige vorderingen wordt verwezen naar punt 3 Financiële vaste activa en punt 6 Vorderingen. Renterisico en kasstroomrisico Samen Veilig heeft geen opgenomen of uitgegeven leningen. Hierdoor is er geen sprake van een renterisico en/of kasstroom risico. Reële waarde De reële waarde van de in de balans opgenomen financiële instrumenten verantwoord onder kasmiddelen, kortlopende vorderingen en kortlopende schulden benadert de boekwaarde ervan. 62 Jaarverantwoording 2014 Financieel jaarverslag Toelichting op de balans

9.3 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen 9.3.1 Pand huurverplichtingen Per 31 december 2014 is Samen Veilig de volgende huurverplichtingen aangegaan per looptijd categorie: Verplichtingen < 1 jaar 1.395.170 Verplichtingen 2-5 jaar 2.933.967 Verplichtingen > 5 jaar 381.405 Totaal pandhuur verplichtingen 4.710.541 Voor de huurovereenkomsten van de locatiepanden Stad en Veenendaal is een garantie opgenomen in de deposito rekening bij Deutsche Bank ter waarde van 254.628. 9.3.2 Overige verplichtingen Per 31 december 2014 is Samen Veilig de volgende overige verplichtingen aangegaan per looptijd categorie: Verplichtingen < 1 jaar 456.208 Verplichtingen 2-5 jaar 201.831 Verplichtingen > 5 jaar 0 Totaal overige verplichtingen 658.040 De grootste overige verplichtingen betreffen de uitbesteding van ICT-diensten en het huren van kopieerapparatuur. 9.3.3 Schadevergoedingen coulanceregeling commissie Samson De financiële verantwoordelijkheid van Samen Veilig voor de bekostiging van mogelijke schadevergoedingen inzake de coulanceregeling zijn beperkt tot nihil. De kosten voor de aanpassing van de bedrijfsvoering zijn gereserveerd onder de kort lopende schulden. 9.3.4 Spaargelden pupillen Ten behoeve van pupillen met een voogdijmaatregel beheert de stichting gelden, welke op spaarrekeningen ten name van deze pupillen zijn gezet. De ontvangen rendementen hierover komen volledig ten goede aan de pupillen. Ultimo 2014 bedraagt het totale spaarsaldo 277.257 (ultimo 2013 was dit saldo 211.615). Het betreft gelden die niet aan Samen Veilig toebehoren, maar waar de stichting wel de verantwoording over heeft. Deze spaargelden zijn niet in de balans opgenomen. Jaarverantwoording 2014 63 Financieel jaarverslag Toelichting op de balans

De wezenuitkeringen, Persoonsgebonden Budgetten (PGB s) en fondsbetalingen worden verwerkt op een afzonderlijke rekening-courant rekening. Eind 2014 betreft het saldo 71.062 (ultimo 2013 betrof dit saldo 104.548). Dit saldo is voor de directe uitgaven en verplichtingen ten behoeve van de jeugdigen en worden daarom afzonderlijk geadministreerd. 64 Jaarverantwoording 2014 Financieel jaarverslag Toelichting op de balans

Januari Februari Maart April Mei Juni Juli Augustus September Oktober November December GEMIDDELD 10. Toelichting op de inkomsten 10.1 Justitietaken De justitietaken worden gefinancierd op basis van het volume, zoals gerealiseerd in 2013. Onderstaand is de specificatie weergegeven van productieaantallen zoals Samen Veilig deze in 2014 heeft gerealiseerd, gebaseerd op de optellingen van de eerste dag van elke maand, gedeeld door twaalf. De productierealisatie in 2014 ligt in totaal 11% lager dan het productievolume van 2013. In 2014 waren de gemiddelde productieaantallen 6 van de justitietaken als volgt: OTS tot 1 jaar 640 623 610 607 574 532 533 519 508 490 479 466 548 OTS overigen 1.198 1.183 1.168 1.134 1.125 1.144 1.111 1.106 1.100 1.096 1.068 1.022 1.121 Voogdij 351 356 365 365 367 367 370 373 377 383 381 377 369 Jeugdreclassering (T&B) 369 366 368 364 366 349 342 337 342 333 333 342 351 Samenloop 69 66 64 63 59 58 57 58 55 55 51 49 59 ITB Harde Kern 15 17 15 18 19 21 22 21 22 19 19 17 225 ITB Criem 13 15 13 9 8 8 10 8 9 6 11 9 119 ITB Harde Kern met GBM begeleiding 0 Het productievolume van de eerstejaars OTS-en ligt in 2014 met 548 in totaal 23% onder de beschikte en in 2013 gerealiseerde OTS-en van 712. Onder de OTS tot één jaar vallen ook de voorlopige ondertoezichtstellingen (VOTS-en) die de eerste dagen binnen het MCP/ Veilig Thuis worden uitgevoerd. De overige OTS-en liggen met 1.121 gemiddeld 57 maatregelen (5%) lager dan de beschikking en realisatie in 2013. De ingezette daling van de jeugdreclassering vanaf 2013 is dit jaar licht doorgezet. De Interne Traject Begeleiding Harde Kern liggen dit jaar met 225 maanden 5% onder het volume van 2013, waarin 236 cliëntmaanden zijn begeleid. De Interne Traject Begeleiding Criem (ITB-Criem) dalen 13 cliëntmaanden naar 119 maanden van begeleiding. 10.2 Toegangstaken De toegangstaken zijn in 2014 gefinancierd op basis van de beschikte vierkantfinanciering vanuit de Provincie Utrecht; de toegang- en overige taken zijn onderling communicerende vaten zijn, waarbij 6 De ITB-productieaantallen betreffen het aantal maanden, dat de cliënt wordt begeleid conform de definitie van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Jaarverantwoording 2014 65 Financieel jaarverslag Toelichting op de inkomsten

het totaal beschikte bedrag in principe de maximum financiering betreft. Voor het AMK heeft de provincie een verhoging beschikt naar 1.525 AMK onderzoeken. De productie van gestarte onderzoeken ( meldingen ) van het AMK ligt met 1.186 onderzoeken 14% procent lager dan de productie van 2013, waarin 1.379 onderzoeken zijn gestart. Ten opzichte van de beschikte 1.525 onderzoeken ligt de instroom 22% lager. Vanaf het derde kwartaal is een sterke daling gerealiseerd. Dit in tegenstelling tot de ontwikkeling van AMK onderzoeken tot juni 2014, waar vanaf 2010 sprake was van een continue stijging van het aantal meldingen. Aan de andere kant zijn het aantal AMK adviezen en consulten wel sterk gestegen. De AMK adviezen stijgen dit jaar met 751 naar 3.046 adviezen (33%) en de consulten stijgen met 363 stuks naar 910 AMK consulten. De middelen vanuit de verhoogde beschikking van AMK onderzoeken en crisismeldingen zijn besteed aan de stijging van drangtaken met (vooruitlopend op de 2015 dienstencatalogus) het opvangen van het aantal begeleidingen zonder maatregel 78 en het uitrollen van de SAVE werkwijze. De uitgevoerde toegangstaken zijn gespecificeerd in de bijlagen. Bij de Toegang daalt het aantal aanmeldingen naar 6.397, maar blijft het totaal nog wel 2% boven de begroting (waarin een deel van de overdracht van toegangstaken naar het lokale veld is verwerkt). De 6.397 aanmeldingen bestaan uit een reguliere instroom van 2.413 aanmeldingen en 3.984 zorgmeldingen, die worden verricht door een derde (politie, beroepsbeoefenaar of burger). Met 3.984 zorgmeldingen zien we een stijging van het aandeel van zwaardere meldingen van 16%. In 2013 zijn 3.750 zorgmeldingen opgepakt, dit was 54% van het totaal van 6.993. Dit jaar stijgt het aandeel zorgmeldingen uitgedrukt als percentage van het totaal aantal meldingen naar 62% (3.984 van 6.397). Aansluiting Kindertelefoon, lokaal jeugdbeleid en Studiecentrum In 2014 is de Kindertelefoon voor het laatste jaar door Samen Veilig uitgevoerd. In 2015 is de Kindertelefoon landelijk verzelfstandigd. De provinciale financiering van de Kindertelefoon is in 2014 vastgesteld op 332.252. De Kindertelefoon werkt voornamelijk met vrijwilligers. 7 Bij alle producten zijn de aantallen gebaseerd op het aantal unieke cliënten dat per kwartaal wordt verantwoord per procesonderdeel. Vanwege de ombouw van de producten conform de dienstencatalogus 2015 zijn de zorgmeldingen in november en december 2014 niet 1 op 1 te specificeren en is het gemiddelde van de 1ste 10 maanden opgenomen. De opgave van 1.015 zorgmeldingen in Q4 bestaat uit 351 zorgmeldingen vanuit oktober en 2 maal 332 zorgmeldingen voor november en december. 8 Onder Kort intensief & Schriftelijk Advies zijn vanuit het caseloadmodel in Q3 75 begeleidingen zonder dwangmaatregel zaken opgenomen in het totaal van 121 zaken en zijn in Q4 150 zaken opgenomen conform de instroom in het primair proces en in lijn met de dienstencatalogus. 66 Jaarverantwoording 2014 Financieel jaarverslag Toelichting op de inkomsten

Normbedrag (incl. OVA) Beschikking 2014-2 Gemiddelde productie Mutatie productie Realisatie Voor de uitvoering van het lokaal provinciale jeugdzorgbeleid heeft Samen Veilig in 2014 460.786 ontvangen. De financiering door de provincie voor de gerealiseerde externe deskundigheidsbevordering (door het Studiecentrum) bedraagt in 2014 467.290. Voor de ruim honderd kinderen, waar BJU in 2014 bij een huisverbod betrokken was, is 32.214 door de provincie Utrecht beschikt. Tenslotte is voor de beleidsinformatie 43.353 beschikt. Dit geeft een totale subsidiëring voor onze overige taken betreffende de Kindertelefoon, het lokale jeugdbeleid en de deskundigheidsbevordering in Utrecht van 1.335.894. 10.3 Provinciale subsidies 2014 Justitietaken Onderstaand het overzicht van het door de provincie Utrecht beschikte tarief en het beschikte aantal met de gerealiseerde productie aantallen en de geraamde inkomsten van de Utrechtse justitietaken. Aantal beschikt 2014-2 Gemiddelde productie 2014 Verschil beschikt -/- uitgevoerd Q Q Q % OTS tot 1 jaar 712 548-164 8.894 6.332.528 4.873.912-1.458.616 77% OTS overigen 1.178 1.121-57 7.437 8.760.786 8.336.877-423.909 95% Voogdij: voorlopig + overig 350 369 19 5.210 1.823.500 1.922.490 98.990 105% Jeugdreclassering 420 351-69 6.629 2.784.180 2.326.779-457.401 84% Samenloop civiel/straf 78 59-19 1.663 129.714 98.117-31.597 76% Onderzoeken Gesloten Jeugdzorg 112 112 916 102.610 102.610 GBM adviestraject 0 0 0 1.483 0 0 0 GBM begeleiding 1 0-1 6.617 6.617 0-6.617 0% BB casusoverleg 4 4 0 14.230 56.920 56.920 0 100% Totaal JB & JR 2.743 2.452-179 19.996.855 17.717.705-2.279.150 89% ITB Harde Kern 236 225-11 1.261 297.596 283.725-13.871 95% ITB Criem 132 119-13 1.673 220.836 199.087-21.749 90% ITB Harde Kern met GBM beg. 8 0-8 1.261 10.088 0-10.088 Totaal ITB 376 344-32 528.520 482.812-45.708 91% TOTAAL JUSTITIËLE TAKEN 3.119 2.796-211 20.525.375 18.200.517-2.324.858 89% In lijn met de provinciale verordening en landelijke afrekensystematiek van de justitietaken wordt de subsidie vanaf 2013 vastgesteld op het niveau van de door het ministerie van Justitie ter beschikking gestelde doeluitkering. Voor 2014 liggen de gerealiseerde justitiemaatregelen met 18.200.517 in totaal 2.324.858 onder de beschikte doeluitkering, zijnde het 2013-volume. De extra verkregen middelen vanuit de financiering van het 2013-volume zijn volledig besteed aan de extra lokale inzet van Samen Veilig binnen de lokale buurtteams en de (door)ontwikkeling en uitrol van SAVE. Jaarverantwoording 2014 67 Financieel jaarverslag Toelichting op de inkomsten

Voor de uitvoering van de onderzoeken gesloten jeugdzorg heeft de provincie het landelijke budget van 102.610 beschikt. Voor het casusoverleg Beter Beschermd wordt 56.848 verantwoord. Toegangstaken Binnen de financiering van de toegang ziet de provincie Utrecht in 2014 het AMK en de andere toegangstaken financieringstechnisch als communicerende vaten met voorrang voor de uitvoering van de taken van het AMK. Er is voor de optelsom van beide activiteiten een totaalbedrag (vierkantfinanciering) aan Samen Veilig beschikt. Het beschikte tarief en de beschikte aantallen geven in 2014 het volgende beeld: Beschikte toegang P x Q (in ) Afspraak P Begroting 2014 Q Beschikking 2014 PxQ Advies 108 2.200 237.600 Consult 414 600 248.400 Onderzoek 2.553 1.525 3.893.325 Landelijk toegangsnr. 7.596 Totaal AMK 4.386.921 Aanmelding 169 6.266 1.057.321 Analytisch Diagnostisch Beeld 620 2.500 1.549.373 Zorgmelding (S3) 1.190 3.750 4.462.809 Casemanagement 644 1.000 644.173 Raadsmelding en hulp tijdens raadsonderzoek 1.401 550 770.719 AwbZ, Bezwaarschriften, LWI en Indicatiearm/verkort - Lumpsum 1.758.396 Kort Intensief & Schriftelijk Advies 3.239 275 890.631 Crisis & CBK 2.251 900 2.026.042 Totaal toegang (niet zijnde AMK) Totaal Toegang 13.159.466 17.546.387 De gerealiseerde productieaantallen zijn gespecificeerd in de bijlagen 9. Bij de inkomsten in de toegang is in 2014 de beschikking verwerkt van 17.546.387. Deze inkomsten liggen 270.341 boven de P x Q productie. Deze hogere beschikte middelen zijn besteed aan de (door)ontwikkeling en uitrol van de SAVE werkwijze (zie de bijlage met het genormaliseerde resultaat). Samen met de financiering van de Kindertelefoon, de deskundigheidsbevordering en het lokale jeugdbeleid, het huisverbod en de beleidsinformatie van 1.335.894 omvat de verantwoorde subsidiëring van de toegangstaken in 2014 18.882.281. 9 Voor de aanmeldingen zijn de LRF aantallen leidend zoals gerapporteerd in de kwartaaldashboards. 68 Jaarverantwoording 2014 Financieel jaarverslag Toelichting op de inkomsten

Overige subsidies provincie Utrecht Naast de genoemde reguliere subsidies verantwoordt Samen Veilig in 2014 de volgende provinciale projectsubsidiëring 10, waarvan de goedkeuring verwacht wordt van de provincie Utrecht: In 2014 2013 Subsidie beschikking invoering voogdij maatregel 40.000 60.000 subsidie beschikking Buurtteams 134.000 343.000 Subsidie beschikking SAVE 500.000 - Subsidie beschikking doorontwikkeling SAVE 148.129 - Subsidie beschikking Vliegwiel 120.000 1 kind 1 plan, GBM 2011 en hardheidsclaudule 2012 102.962 Totaal incidentele subsidies Provincie Utrecht 822.129 625.962 De beschikte subsidies moeten formeel nog worden goedgekeurd. Via deze jaarrekening verwacht Samen Veilig dat de verantwoorde subsidies worden goedgekeurd conform de opgenomen verantwoording. 10.4 Overige subsidies & baten In 2014 2013 Overige subsidies en baten 729.657 577.889 De overige baten van 729.657 bestaan uit de jaarinkomsten ontvangen van partijen anders dan de provincie Utrecht en niet zijnde financiële baten (zie Financiële baten en lasten). Dit betreft de door de gemeente Utrecht beschikte subsidie voor huisverboden van 216.314 (beschikt is 238.427 -/- niet uitgevoerde huisverboden van 22.113, zie de bijlage met projectspecificatie) en de landelijk verkregen subsidie van 105.000 voor de plaatsingscoördinatie inzake de gesloten jeugdzorg (Jeugdzorgplus). Verder bestaan de overige baten uit de lokale inzet van jeugdzorgexpertise vanuit Samen Veilig en gegeven trainingen en deskundigheidsbevordering. 10.5 Financiële baten en lasten In 2014 2013 Financiële baten 92.478 121.571 10 Voor de lasten aangaande de projectsubsidies zie de bijlagen. Jaarverantwoording 2014 69 Financieel jaarverslag Toelichting op de inkomsten

De financiële baten bestaan uit het saldo van de te ontvangen of te betalen rentebaten uit 2014 gesaldeerd met de bankkosten. De verlaging van de baten zijn direct gecorreleerd aan de daling van het rentepercentage die betrekking hebben op de depositorekeningen. 70 Jaarverantwoording 2014 Financieel jaarverslag Toelichting op de inkomsten

11. Toelichting op de exploitatielasten 11.1 Salarislasten Exploitatie Begroting Exploitatie E14 / B14 E14 / E13 In 2014 2014 2013 Reguliere salariskosten 32.366.025 32.186.849 31.313.342 100,6% 103,4% Overwerk en uitbetaling vakantiedagen 139.601 100.000-335.866-139,6% 41,6% Ziekte, zwanger- en ouderschapsverlof 703.532-432.500-619.596-162,7% 113,5% Bereikbaarheidsdienst 179.562 160.000 163.752 112,2% 109,7% Ondernemingsraad 125.498 126.000 134.698 99,6% 93,2% Detacheringen 344.369-419.134-374.788-82,2% 91,9% Totaal salarislasten 31.762.786 31.521.215 30.953.274 100,8% 102,6% De reguliere salariskosten liggen in 2014 met 32.366.025 0,6 procent boven de begroting en 3,4 procent hoger dan de loonkosten in 2013. De stijging in vergelijking met 2013 komt door de stijging van de CAO loonsverhoging van 2% en de hogere inzet van 2,6 fte s naar gemiddeld 515 fte en naar 499 fte ultimo 2014. Daarnaast is deze stijging het gevolg van de hogere sociale lasten, die als percentage van de totale salarislasten stijgen van 12,0 in 2013 naar 12,8%. De pensioenregeling van de medewerkers is ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW). Deze pensioenregeling betreft een voorwaardelijk geïndexeerde middelloonregeling. Indexatie (aanpassing met prijsstijging) van de toegekende aanspraken en rechten vindt uitsluitend plaats indien en voor zover de middelen van het pensioenfonds daartoe ruimte laten en het pensioenfonds daartoe heeft besloten. Indien de omstandigheden bij het pensioenfonds daar aanleiding toe geven, kan het bestuur besluiten tot het korten van aanspraken. De pensioenregeling wordt volgens de Pensioenwet gekarakteriseerd als uitkeringsovereenkomst. De uitvoeringsovereenkomst met PFZW kent een doorlopend karakter. De belangrijkste afspraken die zijn opgenomen in deze uitvoeringsovereenkomst zijn de volgende: Indexatie geeft geen aanleiding tot premieaanpassingen; Er vindt geen premiereductie of -terugstorting plaats; Bij onderdekking kan een extra premieopslag van maximaal 2,5% worden toegepast door het fonds. De dekkingsgraad van het fonds was per januari 2015 107% (bron: www.pfzw.nl). De minimaal vereiste dekkingsgraad volgens DNB is 104,3%. De salarislasten liggen getotaliseerd net boven de begroting door de uitbetaling van vakantiedagen van in totaal 139.866. Jaarverantwoording 2014 71 Financieel jaarverslag Toelichting op de exploitatielasten

Gemiddeld betrof het aantal zwangere en gedetacheerde medewerkers bijna 20 fte (18 fte) in 2014. Onder ziekte, ouderschap en zwangerschap zijn alleen de uitkeringen van het UWV weergegeven exclusief de vervanging van de betreffende zwangerschappen en ouderschapsverloven. Onder de detacheringen worden de uren verwerkt van eigen medewerkers die extern worden ingezet of interne trainingen verzorgen (met als tegenhanger de boeking onder de studiekosten). Hierdoor worden de daadwerkelijk gegeven trainingen volledig inzichtelijk. De salariskosten van Samen Veilig zijn in 2014 in vergelijking met 2013 als volgt opgebouwd: In 2014 2013 E14 / E13 Totaal uitbetaalde brutolonen 25.701.961 25.063.151 102,5% Werkgeverslasten sociale premies 4.138.407 3.753.681 110,2% Werkgeverslasten pensioenpremies 2.525.657 2.496.511 101,2% Totaal Loonkosten 32.366.025 31.313.342 103,4% Bij: overige loonverbonden kosten 603.239-360.068-167,5% Totaal salarislasten 31.762.786 30.953.274 102,6% In de overige loonkosten zijn de baten verwerkt inzake de verkregen zwangerschapsvergoeding van het UWV. De daling komt door de vrijval van de reservering voor verlofdagen van 50.342. 11.2 Overige personeelskosten In Exploitatie Begroting Exploitatie E / B E / E13 2014 2014 2013 Stagiaires & vrijwilligers 42.392 82.450 67.159 51,4% 63,1% Reiskosten woon - werk 268.830 272.570 281.574 98,6% 95,5% Jubileumkosten 36.007 23.607 17.575 152,5% 204,9% Ondernemingsraad 35.043 56.876 22.608 61,6% 155,0% Gezondheids-/ arbeidsbevordering 111.174 118.825 159.668 93,6% 69,6% Wervingskosten 11.007 19.400 20.232 56,7% 54,4% ARBO kosten 77.225 77.600 75.160 99,5% 102,7% Studiekosten 464.781 495.195 548.503 93,9% 84,7% Externe personeelskosten 491.116 448.000 326.566 109,6% 150,4% Personeelsactiviteiten - bureau 53.317 111.564 48.772 47,8% 109,3% Personeelsactiviteiten - instelling 33.661 73.248 35.689 46,0% 94,3% Overige personeelskosten 358.062 150.304 263.640 238,2% 135,8% Totaal overige personeelskosten 1.982.617 1.929.639 1.867.146 102,7% 106,2% De overige personeelskosten liggen 2,7% hoger dan de begroting en 6,2% hoger dan de kosten in 2013. De begrotingsoverschrijding is toe te schrijven aan de dotatie (bijreservering) van de transitie- en organisatievoorziening voor de gereserveerde juridische kosten en de geraamde kosten voor de 72 Jaarverantwoording 2014 Financieel jaarverslag Toelichting op de exploitatielasten

benodigde arbeidsmobiliteit. Dit in lijn met de transitie van het jeugdzorgstelsel en de ingeschatte kosten van de expertiseoverdracht naar het lokale veld. Dit betreft hoofdzakelijk het begeleiden van een beperkt aantal medewerkers van werk naar werk. Voor de uitrol van SAVE is vanaf september een vijfdaagse training gegeven voor alle primair proces werkers. Hiermee is een intensieve tijd van trainingen gerealiseerd voor het primair proces. Deze trainingen zijn bijna volledig uitgevoerd met trainers vanuit de eigen formatie, waardoor de kosten beperkt gebleven. Bij de weergegeven studiekosten zijn de ontwikkeltijd van de staf beperkt opgenomen. Gemiddeld zijn er door Samen Veilig in 2014 vijf externe fte s ingehuurd. Dit betreft specifieke en projectmatige expertise, die grotendeels is ingezet binnen het programma Informatie Infrastructuur. De begroting wordt 9,6% overschreden door extra inhuur van systeemexpertise binnen het servicecentrum. Onder de jubileumkosten zijn de mutaties verwerkt voor de benodigde jubileumvoorziening (zie voorzieningen). 11.3 Huisvestingskosten In Exploitatie Begroting Exploitatie 2014 2014 2013 E / B E / E13 Huur 1.843.160 1.840.993 1.801.613 100,1% 102,3% Servicekosten 249.176 236.750 72.740 105,2% 342,6% Huuropbrengst 25.377-25.542-25.056-99,4% 101,3% Onderhoud 189.234 176.350 159.033 107,3% 119,0% Aanschaf klein inventaris 15.796 15.750 25.467 100,3% 62,0% Inventarisverzekeringen & -belasting 42.401 55.000 58.286 77,1% 72,7% Energiekosten 139.436 171.469 169.211 81,3% 82,4% Beveiliging 84.534 89.600 88.001 94,3% 96,1% Bedrijfshulpverlening 18.092 22.000 23.904 82,2% 75,7% Schoonmaakkosten 258.908 253.671 258.454 102,1% 100,2% Afschrijving verbouwingen 123.210 129.586 156.874 95,1% 78,5% Afschrijving installaties 47.007 44.914 118.959 104,7% 39,5% Afschrijving inventaris 103.194 99.633 149.801 103,6% 68,9% Totaal huisvestingskosten 3.088.772 3.110.174 3.057.286 99,3% 101,0% De huisvestingskosten liggen met 3.088.772 in totaal 0,7% onder de begroting en 1,0% boven de uitgaven verricht in 2013. De uitgaven voor het nieuwe werken gecombineerd met het afstoten van de huurlocaties aan de Nijenoord en de locatie in Veenendaal zijn binnen het budget. Met het Jaarverantwoording 2014 73 Financieel jaarverslag Toelichting op de exploitatielasten

afstoten van deze twee huurlocaties wordt het nieuwe werken met laptops en smartphones integraal binnen het primair proces mogelijk gemaakt. 11.4 Apparaatskosten In Exploitatie Begroting Exploitatie E / B E / E13 2014 2014 2013 Kantoorbenodigdheden 56.504 61.700 59.121 91,6% 95,6% Overige kantoorkosten 599.363 609.800 614.511 98,3% 97,5% PR kosten 50.001 62.000 53.053 80,6% 94,2% Kosten infovoorziening 1.590.963 1.596.364 1.696.148 99,7% 93,8% Accountantskosten 54.892 52.400 70.835 104,8% 77,5% Salarisadministratie 22.246 30.000 23.081 74,2% 96,4% Verzekeringen (excl. huisvesting) 60.620 52.000 55.375 116,6% 109,5% Contributies (JN) 320.567 270.000 292.136 118,7% 109,7% Bestuurs- en vergaderkosten 78.816 66.313 74.816 118,9% 105,3% Advieskosten 329.577 200.000 260.964 164,8% 126,3% Klachtencommissie & cliëntenraad 45.056 50.000 53.582 90,1% 84,1% Kosten dienstreizen 460.672 500.000 510.954 92,1% 90,2% Totaal apparaatskosten 3.669.277 3.550.577 3.764.578 103,3% 97,5% De apparaatskosten liggen in 2014 met 3.669.277 in totaal 3,3 procent hoger dan de begroting en 2,5 procent onder het kostenniveau van 2013. De begrotingsoverschrijding wordt volledig toegeschreven aan de verhoogde advieskosten voor de fusie en aan de doorontwikkeling van SAVE. Voor de reguliere accountantscontrole heeft Samen Veilig in 2014 32.250 (2013: 36.700) aan honoraria exclusief BTW opgenomen. Voor de controle van de justitiemaatregelen en de verantwoording in het assurancerapport is 6.150 exclusief BTW opgenomen (2013: 6.000) en voor de due diligence van Samen Veilig Flevoland is een kostenreservering opgenomen van 43.000. De contributie voor Jeugdzorg Nederland zijn hoger uitgekomen door beperkt verhoogde uitgaven voor de gezamenlijke ontwikkeling van het cliëntsysteem WIJZ. De kosten voor dienstreizen zijn 7,9 procent lager dan begroot door verlaagde declaraties dienstreizen. 74 Jaarverantwoording 2014 Financieel jaarverslag Toelichting op de exploitatielasten

11.5 Verzorgingskosten In Exploitatie Begroting Exploitatie E / B E / E13 2014 2014 2013 Bijzondere pupilkosten* 260.711 237.150 325.791 109,9% 80,0% Diagnostisch onderzoek en therapie 203.952 297.575 347.578 68,5% 58,7% Kosten VGZ 62.705 58.125 61.799 107,9% 101,5% Totaal verzorgingskosten 527.368 592.850 735.168 89,0% 71,7% De verzorgingskosten zijn dit jaar met 527.368 gedaald met 11,0 procent in vergelijking met de begroting en 28,3 procent in vergelijking 2013 door de verdere minimalisatie van de externe diagnostiek uitgaven. De bijzondere pupilkosten zijn hoger uitgekomen doordat Samen Veilig extra uitgaven heeft moeten verrichtten voor crisisopvang van een aantal jeugdigen gecombineerd met de tolk- en vertaalkosten. 11.6 Vermelding bezoldiging topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen De bezoldiging van de functionarissen die over 2014 in het kader van de WNT verantwoord worden, is als volgt: 1 Functionaris (functienaam) Bestuurder Regiodirecteur Regiodirecteur J.D.M. Sprokkereef P.H.J. Janssen A.P.J. Klijn 2 In dienst vanaf (datum) 1-feb-11 17-aug-09 1-sep-11 3 In dienst tot (datum) 1-jan-13 1-jan-00 1-jan-00 4 Deeltijdfactor (percentage) 111% 111% 111% 5 Bruto-inkomen (incl. salaris, vakantiegeld, eindejaarsuitkering en andere vaste toelagen) 138.536 118.828 123.237 6 Winstdelingen en bonusbetalingen 0 0 0 7 Totaal beloning (5 en 6) 138.536 118.828 123.237 8 Werkgeversbijdrage sociale lasten 240 240 240 9 Bruto-onkostenvergoeding (vast en variabel) 0 0 0 10 Voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn (in ) 16.134 13.179 13.179 11 Uitkeringen in verband met beëindiging van het dienstverband (in ) 0 0 0 Totaal bezoldiging in kader van de WNT (7 tm. 11) 154.910 132.247 136.656 De bezoldiging van de bestuurder en de directieleden blijft in 2014 ruim binnen de grens zoals geformuleerd in de Wet Normering Topinkomens en valt onder het maximum van de zorgsectorklasse F zoals deze vanaf 2015 van toepassing is binnen de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector. In de remuneratie commissie van de Raad van Toezicht is de F categorie vastgesteld en in de Raad van Toezicht vergadering op 16 april 2015 wordt dit besluit goedgekeurd. Het salaris van de bestuurder daalt van 167.846 in 2013 naar 154.910 in Jaarverantwoording 2014 75 Financieel jaarverslag Toelichting op de exploitatielasten

2014 (inclusief werkgeverspensioenpremie). Deze daling wordt veroorzaakt door het wegvallen van de bijtelling. De honoraria van de andere leidinggevenden en medewerkers van Samen Veilig vallen ook inclusief ontslagvergoedingen ruim onder de bestuurdersbezoldiging. 1 Functionaris (functienaam) Voorzitter Raad van Toezicht Lid RvT Lid RvT Lid RvT Lid RvT Lid RvT Lid RvT M. Rompa P. de Bot H. Jumelet L. Terpstra T. van Vuren M. de Bot A. Menger 2 In dienst vanaf (datum) 1-jan-12 1-jan-08 1-jan-08 1-jan-08 1-jan-08 1-jan-14 1-jun-14 3 In dienst tot (datum) 1-jan-16 1-jan-16 1-jun-14 1-jan-15 1-sep-14 1-jan-18 1-jan-18 4 Deeltijdfactor (percentage) 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 5 Bruto-inkomen (incl. salaris, vakantiegeld, eindejaarsuitkering en andere vaste toelagen) 12.198 8.132 4.066 8.132 6.405 8.132 4.743 6 Winstdelingen en bonusbetalingen 0 0 0 0 0 0 0 7 Totaal beloning (5 en 6) 12.198 8.132 4.066 8.132 6.405 8.132 4.743 8 Werkgeversbijdrage sociale lasten 0 0 0 0 0 0 0 9 Bruto-onkostenvergoeding (vast en variabel) 0 0 0 0 0 0 0 10 Voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn (in ) 0 0 0 0 0 0 0 11 Uitkeringen in verband met beëindiging van het dienstverband (in ) 0 0 0 0 0 0 0 Totaal bezoldiging in kader van de WNT (7 tm. 11) 12.198 8.132 4.066 8.132 6.405 8.132 4.743 De honoraria van de toezichthouders zijn weergegeven exclusief BTW (waar van toepassing) en de leden worden in de bijlage van het maatschappelijke verslag verder gespecificeerd. De instelling heeft de Beleidsregels toepassing WNT als normenkader bij het opmaken van deze jaarrekening gehanteerd. De Aanpassingswet WNT, die onderdeel is van dit normenkader, is nog niet door de Eerste Kamer aangenomen, hetgeen kan leiden tot aanpassingen van de verstrekte informatie uit hoofde van de Aanpassingswet WNT. 76 Jaarverantwoording 2014 Financieel jaarverslag Toelichting op de exploitatielasten

12. Overige gegevens 12.1 Gebeurtenissen na balansdatum Op 1 april 2015 fuseert Samen Veilig Midden-Nederland met de stichting Samen Veilig Flevoland en zullen de organisatie onderdelen van Samen Veilig Flevoland met terug werkende kracht vanaf 1 januari 2015 (financieel) worden opgenomen en verantwoord onder de overnemende stichting Samen Veilig Midden-Nederland. De in 2015 begrote omvang van stichting Samen Veilig Flevoland betreft een omzet van 11,5 miljoen met een formatie van 151 fte. Bij deze omvang is de tijdelijke subsidie voor AMK, crisis- en toegangstaken van 3,1 miljoen voor 2015 inbegrepen. In 2016 worden het AMK en de crisistaken naar verwachting naar de Blijfgroep overgedragen en nemen de gemeenten de toegangstaken verder(gaand) over. De structurele omzet van Samen Veilig Flevoland wordt in 2016 (zonder prijsstijging) ingeschat op 8,1 miljoen en 104 fte. Eind 2014 heeft de overgedragen stichting een gezonde egalisatiereserve van 1,0 miljoen en een saldo aan liquide middelen van 4,8 miljoen. Het eindsaldo van het flexbudget van 115.275 wordt begin 2015 op verzoek van de zorgaanbieders en na afstemming met de provincie uitgekeerd aan de zorgaanbieders. Jaarverantwoording 2014 77 Financieel Jaarverslag Overige gegevens

78 Jaarverantwoording 2014 Financieel Jaarverslag Overige gegevens

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Aan: de Raad van Toezicht en de Raad van Bestuur van Stichting Samen Veilig Midden-Nederland Verklaring betreffende de jaarrekening Wij hebben de in de jaarverantwoording op pagina 42 tot en met 77 opgenomen jaarrekening over 2014 van Stichting Samen Veilig Midden-Nederland te Utrecht gecontroleerd. Deze jaarrekening bestaat uit de balans per 31 december 2014 en de staat van baten en lasten over 2014 met de toelichting, waarin zijn opgenomen een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. Verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur De Raad van Bestuur van de stichting is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven in overeenstemming met met Richtlijn voor de jaarverslaggeving 640 Organisaties zonder winststreven en de bepalingen van en krachtens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De Raad van Bestuur is voorts verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als hij noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. Verantwoordelijkheid van de accountant Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de jaarrekening op basis van onze controle. Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol WNT. Dit vereist dat wij voldoen aan de voor ons geldende ethische voorschriften en dat wij onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat. Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de jaarrekening. De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van risico s dat de jaarrekening een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opmaken van de jaarrekening en voor het getrouwe beeld daarvan, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risicoinschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de stichting. Een controle omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van de door de Raad van Bestuur van de stichting gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de jaarrekening. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is om een onderbouwing voor ons oordeel te bieden. Oordeel Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Stichting Samen Veilig Midden Nederland per 31 december 2014 en van het resultaat over 2014 in overeenstemming met Richtlijn voor de jaarverslaggeving 640 Organisaties zonder winststreven en de bepalingen van en krachtens WNT. Benadrukking van een onzekerheid in de jaarrekening Wij vestigen de aandacht op pagina 47 en 48 van de toelichting van de jaarrekening, waarin de onzekerheid uiteengezet is voor Stichting Samen Veilig Midden Nederland met betrekking tot de transitie van de Jeugdzorg uit hoofde van de invoering van de Jeugdwet per 1 januari 2015. Deze Jaarverantwoording 2014 79 Financieel Jaarverslag Overige gegevens

condities duiden op het bestaan van een onzekerheid van materieel belang op grond waarvan gerede twijfel zou kunnen bestaan over de continuïteitsveronderstelling van de stichting. Deze aangelegenheid doet geen afbreuk aan ons oordeel. Geen controlewerkzaamheden verricht ten aanzien van de klassenindeling bezoldigingsmaximum In overeenstemming met het Controleprotocol WNT en de brief van VWS van 20 februari 2015 hebben wij het bezoldigingsmaximum WNT zoals bepaald en verantwoord door de instelling als uitgangspunt gehanteerd voor onze controle en hebben wij geen werkzaamheden verricht op de totstandkoming van dit bezoldigingsmaximum. Verklaring betreffende overige bij of krachtens de wet gestelde eisen Ingevolge artikel 2:393 lid 5 onder e BW vermelden wij dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of de in artikel 2:392 lid 1 onder b tot en met h BW vereiste gegevens zijn toegevoegd. Verklaring betreffende het jaarverslag Wij vermelden dat ons geen tekortkomingen zijn gebleken naar aanleiding van het onderzoek of het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig de Richtlijn voor de Jaarverslaggeving 640 Organisaties zonder winststreven is opgesteld. Tevens vermelden wij dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening. Amstelveen, 16 april 2015 KPMG Accountants N.V. M.W.J. van de Luur RA 80 Jaarverantwoording 2014 Financieel Jaarverslag Overige gegevens

BIJLAGEN

Bijlage 1: Ontwikkeling genormaliseerd resultaat In het genormaliseerde resultaat wordt het exploitatieresultaat van Samen Veilig weergegeven met afzonderlijk de weergave van incidentele baten en lasten. Dit geeft een beeld over de invulling van de structureel gefinancierde taken en de hieraan gelieerde uitgaven. Samen Veilig verantwoordt in 2014 2.324.858 aan incidentele justitiële baten vanwege de financiering van de volume aantallen van 2013 in dit jaar. De gerealiseerde productiedaling geeft de extra bate van 2.324.858. Aanvullend is een daling van AMK/ VT onderzoeken gerealiseerd waardoor de totale toegangstaken op een onderproductie uitkomen van 270.341. Deze eenmalige voordelen zijn volledig ingezet voor de SAVE doorontwikkeling en SAVE uitrol en voor de geleverde additionele expertise binnen de buurtteams in het kader van de transitie van het jeugdzorgstelsel. De 2014 subsidie voor de (door)ontwikkeling en uitrol van SAVE van totaal 648.129 bestaat uit de toekenning van 500.000 en een aanvullende SAVE subsidie in het kader van de voorgenomen fusie met Flevoland van 148.129. Voor de extra ondersteuning van de lokale buurtteams resteert vanuit 2013 134.000 van de totaal beschikte subsidie van 477.000. In 2014 zijn 312.339 aan niet-structurele projectinkomsten verwerkt (zie voor de projectspecificatie bijlage II). De incidentele projectuitgaven liggen hoger met 335.510. De 158 uitgevoerde huisverboden liggen 12% lager dan de eerdere raming, waarop de formatie is ingezet. De overige incidentele baten van 509.796 betreffen voor 417.318 opbrengsten van het extern leveren van expertise en deskundigheidsbevordering in het kader van de transitie gecombineerd met de financiële rente van 92.478. Voor de SAVE-activiteiten heeft Samen Veilig in 2014 1.743.782 besteed aan de (door)ontwikkeling van SAVE en de kosten voor de uitrol van SAVE. Dit betreft grotendeels de tijdsbesteding van projectformatie, die het project SAVE mogelijk hebben gemaakt (zonder te rekenen met de tijd van de leidinggevenden van de Directie & Ondersteunende Diensten en exclusief de tijd die de kartrekkers van SAVE op eigen conto hebben bijgedragen aan SAVE). SAVE uitgaven De incidentele fusie- en transitielasten van 709.026 bestaan uit de advies- en accountantskosten inzake de voorgenomen fusie met Flevoland van 103.188 en de bijreservering aan de transitievoorziening van 605.837. Uitgaven 2013 Uitgaven 2014 Totaal 2013 & 2014 Salariskosten 426.233 1.242.870 1.669.103 Advies/ juridische expertise & training 126.831 449.923 576.754 Overige kosten 65.821 50.989 116.811 618.885 1.743.782 2.362.668 82 Jaarverantwoording 2014 Bijlage 1 Ontwikkeling genormaliseerd resultaat

De overige incidentele lasten van 771.510 bestaan tenslotte uit de directe kosten van 376.305 die gemaakt zijn voor de ICT WIJZ ontwikkeling binnen het programma Informatie Infrastructuur en de directe kosten van 395.205 voor het extern leveren van expertise en deskundigheidsbevordering in het kader van de transitie van het jeugdzorgstelsel. De overige incidentele baten en lasten voor deze externe diensten zijn ook aangepast verwerkt in de vergelijkende cijfers van 2012 en 2013. Het genormaliseerde resultaat met de incidentele baten en lasten laat de volgende ontwikkeling zien van 2012 tot en met 2014: Genormaliseerd Resultaat Samen Veilig in 2014 2013 2012 Resultaat jaarverslag (+ = bate) 21.100 372.060 208.408 Specificatie incidentele baten Incidentele middelen T-1 / hardheidsclausule justitie 2.324.858 468.217 257.458 Onderproductie toegang 270.341 0 0 Subsidie SAVE 648.129 0 0 Subsidie Buurtteams 134.000 343.000 0 Projectgelden subsidie 312.339 593.934 905.574 Overige incidentele baten 487.683 426.833 256.051 Totaal incidentele baten 4.177.349 1.831.984 1.419.083 Specificatie incidentele lasten Besteding SAVE -1.743.782-620.738 0 Besteding buurtteams -1.036.500-347.472 0 Projectuitgaven -335.510-562.888-1.052.085 Incidentele fusie- & transitie uitgaven -709.026-168.693-604.655 Overige incidentele lasten -771.510-321.822-93.375 Totaal incidentele lasten -4.596.328-2.021.613-1.750.115 Genormaliseerd resultaat 440.079 561.689 539.440 Het genormaliseerde resultaat van 2014 komt hiermee uit op 440.079 zonder de eenmalige verstoringen en dit resultaat komt licht hoger uit dan het netto resultaat van 21.100 met de incidentele baten en lasten. Jaarverantwoording 2014 83 Bijlage 1 Ontwikkeling genormaliseerd resultaat

Bijlage 2: Productie toegangstaken 11 Toegang in aantallen (Q) 2013 Verantwoording 2014 AMK en andere toegangstaken AMK Aanmelding Productdefinitie* Totaal Begroting 2014 Q1 Q2 Q3 Q4* Heel 2014 Advies 2.295 2.200 583 854 812 797 3.046 Consult 547 600 165 280 243 222 910 Onderzoek 1.379 1.525 325 344 311 206 1.186 De verwerkte aanmeldingen conform hoofdstuk 2.1 van het Landelijke Rapportage Format, zoals deze per kwartaal formeel wordt vastgesteld. 6.993 6.266 1.805 1.581 1.490 1.521 6.397 Analytisch Diagnostisch Beeld Zorgmelding (S3) Casemanagement Raadsmelding en hulp tijdens raadsonderzoek AwbZ, Bezwaarschriften, LWI en Indicatiearm/verkort Kort Intensief & Schriftelijk Advies** Crisis, Crisisdienst Buiten Kantooruren en Huisverbod Opgestarte diagnostisch beeld; gestarte TGJ proces na aftrek van GPI01, GPI52, GPI54 of GPI59 2.834 2.500 656 513 567 492 2.228 Opgestarte zorgmelding; gestart diagnostisch beeld waarvan de aanmelding is binnengekomen als S3/ zorgmelding; GPI01 3.747 3.750 1.016 956 997 1.015 3.984 Lopend casemanagement gebaseerd op de onderhanden indicatiebesluiten na aftrek van AwbZ en indicatie-arm/ verkort van de CA (het gemiddelde per kwartaal op basis van begin en eindstand) 1.320 1.000 1.193 1.158 1.157 956 1.116 Opgestarte raadsmelding of hulp bij raadsonderzoeken, GPI52 en GPI59 De verwerking van AwbZ en verkorte indicatiebesluiten/indicatie-arme trajecten in fte's (lumpsum) 580 550 137 93 85 91 406 De verwerking van kort intensieve trajecten en schriftelijk advies, GPI54 in fte's aangevuld met begeleiding zonder dwangmaatregel vanuit het caseload model vanaf Q3 2014 217 275 60 57 121 150 388 Opgestartte crisis zaken; de start van de cliënttrajecten binnen het SEZ (crisiszaken ) Lumpsum 974 900 226 277 177 222 902 11 Bij alle producten zijn de aantallen gebaseerd op het aantal unieke cliënten dat per kwartaal wordt verantwoord per procesonderdeel. Vanwege de ombouw van de producten conform de dienstencatalogus 2015 zijn de zorgmeldingen in november en december 2014 niet 1 op 1 te specificeren en is het gemiddelde van de 1ste 10 maanden opgenomen. De opgave van 1.015 zorgmeldingen in Q4 bestaat uit 351 zorgmeldingen vanuit oktober en 2 maal 332 zorgmeldingen voor november en december. Onder Kort intensief & Schriftelijk Advies zijn vanuit het caseloadmodel in Q3 75 begeleidingen zonder dwangmaatregel zaken opgenomen in het totaal van 121 zaken en zijn in Q4 150 zaken opgenomen conform de instroom in het primair proces en in lijn met de dienstencatalogus. 84 Jaarverantwoording 2014 Bijlage 2 Productie toegangstaken

Toegang P x Q (in ) Verantwoording 2014 AMK en andere toegangstaken Afspraak P Begroting 2014 Q Beschikking 2014 PxQ Reëel 2014 Q Reëel P x Q % Advies 108 2.200 237.600 3.046 328.968 138% Consult 414 600 248.400 910 376.740 152% Onderzoek 2.553 1.525 3.893.325 1.186 3.027.858 78% Landelijk toegangsnr. 7.596 7.596 100% Totaal AMK 4.386.921 3.741.162 85% Aanmelding 169 6.266 1.057.321 6.397 1.079.426 102% Analytisch Diagnostisch Beeld 620 2.500 1.549.373 2.228 1.380.801 89% Zorgmelding (S3) 1.190 3.750 4.462.809 3.984 4.741.288 106% Casemanagement 644 1.000 644.173 1.116 718.897 112% Raadsmelding en hulp tijdens raadsonderzoek 1.401 550 770.719 406 568.930 74% AwbZ, Bezwaarschriften, LWI en Indicatiearm/verkort Lumpsum 1.758.396 Lumpsum 1.758.396 100% Kort Intensief & Schriftelijk Advies 3.239 275 890.631 388 1.256.600 141% Crisis & CBK 2.251 900 2.026.042 902 2.030.545 100% Totaal toegang (niet zijnde AMK) Totaal Toegang 13.159.466 13.534.884 103% 17.546.387 17.276.046 98% Jaarverantwoording 2014 85 Bijlage 2 Productie toegangstaken

Bijlage 3: Incidentele financieringen Project Proeftuinen/ inzet lokale buurtteams In In 2013 verantwoorden subsidie 80E83CEE 343.000 In 2014 te verantwoorden subsidie 80E83CEE 134.000 Totaal Subsidie Provincie Utrecht 477.000 Kosten Verantwoorden kosten 2013 347.472 Personeelslasten 2014 (13,82 fte) 1.036.500 Totaal kosten 2013 & 2014 1.383.972 Exploitatieresultaat BJU 2013-4.472 Exploitatieresultaat BJU 2014-902.500 Exploitatieresultaat BJU 2013 & 2014-906.972 Project invoering voogdijmaatregel In In 2013 verantwoorden subsidie 80E83FFA 60.000 In 2014 te verantwoorden subsidie 80E83FFA 40.000 Totaal Subsidie Provincie Utrecht 100.000 Kosten Verantwoorden kosten 2013 60.000 Personeelslasten 2014 40.558 Totaal kosten 2013 & 2014 40.558 Exploitatieresultaat BJU 2013 0 Exploitatieresultaat BJU 2014 558 Exploitatieresultaat BJU 2013 & 2014-558 Project Huisverboden gemeente Utrecht In In 2014 te verantwoorden subsidie 13.097535 183.144 In 2014 te verantwoorden subsidie 14.034076 55.283 Totaal subsidie 2014 238.427 Terug te betalen over 2014 22.113 Kosten In 2014 verantwoorde kosten medewerkers 158.814 In 2014 verantwoorde kosten beschikbaarheid 58.000 Exploitatieresultaat BJU 2014-500 86 Jaarverantwoording 2014 Bijlage 3 Incidentele financieringen

Project in voerin g Save / dooron twikkelin g Save methodiek In In 2014 te verantwoorden subsidie 81023F61 500.000 In 2014 te verantwoorden subsidie 811E01D 148.129 Totaal Subsidie Provincie Utrecht 648.129 Kosten Personeelslasten 2014 1.242.870 Advies/ juridische expertise & training 449.923 Overige kosten 2014 50.989 Totaal kosten 2014 1.743.782 Exploitatieresultaat BJU 2014-1.095.653 Project CJG Amersfoort In In 2014 te verantwoorden subsidie MO/WO/4737627 56.025 Totaal Subsidie Gemeente Amersfoort (CJG) 56.025 Kosten Personeelslasten projectleider 2014 56.025 Totaal kosten 2014 56.025 Exploitatieresultaat BJU 2014 0 Scholin gsaan bod complexe echtscheidin gsproblematiek In In 2014 te verantwoorden subsidie 810E3EEB 60.000 Totaal Subsidie Provincie Utrecht 60.000 Kosten Totaal kosten 2014 0 Exploitatieresultaat BJU 2014 0 Nog te verantwoorden kosten 2015 60.000 Project in stroom zaken on derzoek n etwerkberaad In In 2013 te verantwoorden subsidie 540420 66.600 Totaal Subsidie Ministerie van veiligheid en justitie 66.600 Kosten Totaal kosten 2014 0 Exploitatieresultaat BJU 2014 0 Nog te verantwoorden kosten 2015 66.600 Totaal projectinkomsten 1.243.181 Totaal projectuitgaven 3.093.678 Nog te verantwoorden kosten 2015 126.600 Projectresultaat BJU 2014-1.977.097 Jaarverantwoording 2014 87 Bijlage 3 Incidentele financieringen

Bijlage 4: Specificatie kostenverdeelstaat JB en JR Kostenverdeelstaat Jeugdbescherming Gemiddelde formatie uitvoerend medewerkers Per activiteit Totaal kosten OTS < 1 jr OTS > 1 jr Voogdij Ov. act. Totaal per fte per uur 119,33 Direct verdeelde medewerkers (anders gesubsidieerd) Te verdelen aantal mdw. over gesubs. Productie (werkelijk aantallen) Verhouding uren volgens DELTA methodiek Gewogen productieaantallen Loonkosten uitvoerend medewerkers Direct verdeelde loonkosten Te verdelen op basis (gewogen) aantal trajecten Loonkosten overig pupilgebonden personeel: 1,6 117,8 2.038 548 1121 369 1,2 1,0 0,6 2.011 662,2 1121,0 228,3 7.805.687 100.320 100.320 7.705.366 63.847 49,26 2.536.581 4.294.247 874.538 0 teamleiders 608.411 5.099 3,93 200.287 339.071 69.053 secretariaatsmedewerkers 1.067.926 8.950 6,91 351.558 595.162 121.207 gedragswetenschappers 725.685 6.081 4,69 238.893 404.428 82.363 Subtotaal cliëntgebonden loonkosten Overige personele kosten Personeelskosten (overhead) niet pupilgebonden personeel Totaal personeelskosten 10.207.708 83.977 64,80 3.327.319 5.632.908 1.147.161 100.320 569.644 4.774 3,68 187.525 317.466 64.653 1.406.536 11.787 9,10 463.027 783.871 159.638 12.183.889 100.538 77,58 3.977.871 6.734.246 1.371.452 100.320 Huisvestingskosten 1.255.838 10.524 8,12 413.418 699.886 142.534 Automatisering 646.856 5.421 4,18 212.943 360.497 73.416 Apparaatskosten 775.285 6.497 5,01 255.221 432.071 87.993 Rentekosten 0 0 0,00 0 0 0 Voorzieningen 223.720 1.875 1,45 73.648 124.681 25.392 Totaal organisatiekosten 2.901.700 24.317 18,76 955.230 1.617.135 329.335 0 Pupilkosten 323.416 2.710 2,09 166.989 0 156.426 Overige kosten 27.732 0 0,00 9.129 15.455 3.148 Totaal kosten Subsidieverantwoording: Subsidie aantallen x vastgesteld tarief 15.436.737 127.566 98,43 5.109.219 8.366.836 1.860.361 100.320 15.133.279 126.822 97,86 4.873.912 8.336.877 1.922.490 Overige subsidiebaten 96.920 812 0,63 0 96.920 Afwijking opbrengst subsidie wegens T=-1 1.783.535 14.947 11,53 1.458.616 423.909-98.990 Totaal subsidie jaarrekening 17.013.734 142.581 110,02 6.332.528 8.760.786 1.823.500 96.920 Resultaat jaarrekening 1.576.997 15.015 11,59 1.223.309 393.950-36.861-3.400 Subsidieopbouw: Vastgesteld tarief per regeling subsidiejaar 8.894 7.437 5.210 Totaal vergoeding per pupil 8.894 7.437 5.210 Gerealiseerde caseload per fte / per regeling 13,8 16,7 26,9 Gerealiseerde span of control teamleider werksoort JB 14,9 Idem span of control secretariaat 5,1 Idem span of control gedragswetenschapper 12,2 88 Jaarverantwoording 2014 Bijlage 4: Specificatie kostenverdeelstaat JB en JR

Kostenverdeelstaat Jeugdreclassering Gemiddelde formatie uitvoerend medewerkers Direct verdeelde medewerkers (anders gesubsidieerd) Te verdelen aantal mdw. over gesubs. trajecten Productie (werkelijk aantallen) Verhouding in financiering Gewogen productieaantallen Loonkosten uitvoerend medewerkers Direct verdeelde loonkosten Te verdelen op basis (gewogen) aantal trajecten Loonkosten overig pupilgebonden personeel: Per activiteit regulier ITB Criem ITB Harde Kern GBM advies Totaal per fte per uur aantal pj in mnd in mnd aantal pj 26,8 1,6 25,2 1.748.502 GBM begele iding, regulie aantal pj GBM begelei ding, STP in mnd Dubbel maatre gel aantal pj 754 351 119 225 0 0 0 59 1,00 0,25 0,2 0,3 439 351,0 30,0 42,8 0,0 0,0 0,0 14,8 Overig 105.029 105.029 1.643.473 63.810 49,24 1.315.124 112.526 160.365 0 0 0 55.457 0 0 0,00 teamleiders 147.265 5.488 4,23 117.843 10.083 14.370 0 0 0 4.969 secretariaatsmedewerkers 240.154 8.950 6,91 192.174 16.443 23.434 0 0 0 8.104 gedragswetenschappers 163.191 6.081 4,69 130.587 11.174 15.924 0 0 0 5.507 Subtotaal cliëntgebonden loonkosten Overige personele kosten Personeelskosten (overhead) niet pupilgebonden personeel Totaal personeelskosten 2.299.112 84.329 65,07 1.755.729 150.226 214.092 0 0 0 74.037 105.029 100.948 3.762 2,90 80.780 6.912 9.850 0 0 0 3.406 312.404 11.642 8,98 249.989 21.390 30.483 0 0 0 10.542 2.712.464 99.733 76,95 2.086.498 178.528 254.425 0 0 0 87.985 105.029 Huisvestingskosten 282.412 10.524 8,12 225.989 19.336 27.557 0 0 0 9.530 Automatisering 145.465 5.421 4,18 116.402 9.960 14.194 0 0 0 4.909 Apparaatskosten 174.346 6.497 5,01 139.513 11.937 17.012 0 0 0 5.883 Rentekosten 0 0 0,00 0 0 0 0 0 0 0 Voorzieningen 50.310 1.875 1,45 40.259 3.445 4.909 0 0 0 1.698 Totaal organisatiekosten 652.532 24.317 18,76 522.163 44.678 63.672 0 0 0 22.019 0 Overige kosten 120.232 0 0,00 96.211 8.232 11.732 0 0 0 4.057 Totaal kosten Subsidieverantwoording: Subsidie aantallen x tarief Totaal kosten 3.485.228 124.050 95,72 2.704.871 231.438 329.829 0 0 0 114.061 105.029 2.907.708 108.358 83,61 2.326.779 199.087 283.725 0 0 0 98.117 Overige subsidiebaten 102.610 3.824 2,95 0 102.610 Afwijking subsidie wegens T=-1 541.323 20.173 15,57 457.401 21.749 13.871 0 6.617 10.088 31.597 Totaal subsidie jaarrekening 3.551.641 132.355 102,13 2.784.180 220.836 297.596 0 6.617 10.088 129.714 102.610 Resultaat jaarrekening 66.413 8.305 6,41 79.309-10.602-32.233 0 6.617 10.088 15.653-2.419 Subsidieopbouw: Vastgesteld tarief per regeling subsidiejaar 6.629 1.673 1.261 1.483 6.617 1.261 1.663 Totaal vergoeding per pupil 6.629 1.673 1.261 1.483 6.617 1.261 1.663 Gerealiseerde caseload per fte / per regeling 17,0 Gerealiseerde span of control teamleider werksoort JR 17,3 Idem span of control secretariaat 6,4 Idem span of control gedragswetenschapper 12,2 Jaarverantwoording 2014 89 Bijlage 4: Specificatie kostenverdeelstaat JB en JR

Bijlage 5: Jaarverslag Raad van Toezicht Samenstelling Raad van Toezicht Samenstelling op 31 december 2014: M. (Mariëlle) E. Rompa-Kunst (voorzitter) P. (Paul) J.J. de Bot (lid) M. (Mieke) Bot (lid) A. (Anneke) Menger (lid) T. (Teska) J. van Vuren (lid) Samenstelling vanaf 1 april 2015: M. (Mariëlle) E. Rompa-Kunst (voorzitter) P. (Paul) J.J. de Bot (lid) M. (Mieke) Bot (lid) A. (Anneke) Menger (lid) A. (Arjen) S.M. Deutekom (lid) B. (Ben) A. Spelbos (vice voorzitter) H. (Hasib) Moukaddim (lid) Naam M. (Mariëlle) E. Rompa- Kunst P. (Paul) J.J. de Bot Functie/Achtergrond Sint Franciscus Vlietland groep Rotterdam - lid Raad van Toezicht Portaal, woningcorporatie - Voorzitter Raad van Commissarissen Vivium Zorggroep, Laren - Voorzitter Raad van Toezicht Van Spaendonckgroep, Tilburg - lid Raad van Commissarissen Panteia, Zoetermeer - lid Raad van Commissarissen Reumafonds - lid Raad van Toezicht Syntrus Achmea Vastgoed - Raad van Toezicht, adviseur zorgvastgoed Haagse Wijk- en Woonzorg - Lid Raad van Toezicht Frieslab, stuurgroep experimenten AWBZ voorzitter Brancheorganisatie Kinderopvang voorzitter Bestuurder Dijk en Duin Lid algemeen bestuur Dolhuys Regent Dolhuys Haarlem Vice voorzitter Raad van Toezicht bij Lievegoed Zorggroep Bestuurslid Fonds Nuts Ohra Voorzitter Raad van Toezicht Maartenshuis 90 Jaarverantwoording 2014 Bijlage 6 Jaarverslag Raad van Toezicht BJU

Hogeschooldirecteur INHOLLAND Gezondheidszorg, Welzijn & Sport H. (Heleen) Jumelet A.(Anneke) Menger M. (Mieke) L. Bot Voorzitter programma vrijwillige inzet voor & door jeugd en gezin en deelprogramma intercultureel vakmanschap bij ZonMw Eigenaar van Jumelet-IAM: Interim-management; Advies, onderzoek & training, Mediation & coaching. Lid Effectieve zorg voor jeugd bij ZonMw Voorzitter a.i. landelijk programma professionalisering welzijn & maatschappelijke dienstverlening Bestuur Welzijnsfonds (lid) Lid Raad van Toezicht Stichting Jeugdgezondheidszorg Zuid-Holland West Lector aan Hogeschool Utrecht, Faculteit Maatschappij en Recht. Voorzitter Kenniscentrum Sociale Innovatie / lid Faculteitsdirectie Arq, Diemen - lid Raad van Toezicht Stichting de Viersprong - vice voorzitter en lid audit commissie Partner/Notaris bij NautaDutilh met als specialisatie fusies en overnames, werknemersparticipaties en internationale joint ventures T. (Teska) J. van Vuren A. (Arjen) S.M. Deutekom B. (Ben) A. Spelbos Diverse adviserende functies binnen de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie Voorzitter van de Vereniging Vrienden van Museum Catharijneconvent Lid van het bestuur van het Fonds Museum Catharijneconvent Functie: directeur-bestuurder Woningstichting GoedeStede Lid van het bestuur van de VMCA, Stichting Vrijwilligers en Mantelzorg Centrale Almere Lid van het Dagelijks Bestuur van Aedes Penningmeester Stichting Han Lammers Leerstoel Lid van de Raad van Toezicht Cello Zorg, Den Bosch, Lid van het Higher Education Development Board Windeshem Flevoland Bestuursadviseur Bestuurslid van de Stichting Nederland bouwt VOC retourschip te Lelystad (Bataviawerf) Bestuurslid van De Witte Olifant in Almere. Voorzitter Raad van Toezicht Zorggroep Almere Lid van het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Nieuw land Erfgoedcentrum, Lelystad Lid Raad van Commisarissen en voorzitter van de auditcommissie bij Intermaris in Hoorn Lid Raad van Commisarissen en lid van de auditcommissie bij Portaal in Utrecht H. (Hasib) Moukaddim Opleidingshoofd Hogeschool Windesheim Flevoland Jaarverantwoording 2014 91 Bijlage 6 Jaarverslag Raad van Toezicht

Rooster aan- en aftreden op 31 december 2014 Naam en geboortedatum M. (Mariëlle) E. Rompa 02-03-1946 P. (Paul) J.J. de Bot 21-07-1954 M. (Mieke) L. Bot 08-11-1950 A. (Anneke) Menger 12 14-05-1952 H. (Heleen) Jumelet 18-06-1964 T. (Teska) J. van Vuren 15-06-1968 Aandachtsgebied - Voorzitter - Lid Remuneratie Commissie - Lid Audit Commissie Financiën - Lid Audit Commissie Kwaliteit - Lid Audit Commissie Kwaliteit - Lid Audit Commissie Kwaliteit - Lid Audit Commissie Financiën - Lid Remuneratie Commissie Jaar van aantreden Jaar van aftreden (volgens rooster) 2012 2016 ja 2008 2016 neen 2014 2018 ja 2014 2018 ja 2008 2014 (2016) neen 2008 2015 neen Mogelijke herbenoeming (4 jaar) Toezichthouders worden benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaar. Zij treden af volgens een door de Raad van Toezicht vastgesteld rooster van aftreden. Een aftredende toezichthouder is één keer herbenoembaar voor een aansluitende periode van vier jaar. Honorering Raad van Toezicht De Raad van Toezicht heeft voor haar bezoldiging gekozen voor berekening conform Wet Normering Topinkomens. Hierbij zijn de inkomsten van de leden Raad van Toezicht een percentage van de inkomsten van de bestuurder. Aan de in 2014 in functie zijnde toezichthouders is afgerond per lid 6.700,- uitbetaald en aan de voorzitter 10.000,- voor de bewezen diensten in 2014. Eén lid heeft voor een lagere bezoldiging gekozen en heeft 6.405,- uitbetaald gekregen. Informatie voor Raad van Toezicht De Raad van Toezicht hecht er conform de principes van good governance waarde aan op diverse manieren geïnformeerd te worden naast de informatie uit de reguliere vergaderingen. Zij doet dit middels: 12 Anneke Menger is gestart per 1 juni 2014; Heleen Jumelet is tot die tijd lid RvT geweest. 92 Jaarverantwoording 2014 Bijlage 6 Jaarverslag Raad van Toezicht BJU

Via het lidmaatschap van de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in de Zorgsector (NVTZ) blijven de leden van relevante ontwikkelingen in de toezichthouderfunctie op de hoogte; In 2014 heeft de Raad van Toezicht zes reguliere vergaderingen met de bestuurder gehouden; Periodiek overleg tussen de voorzitter van de Raad van Toezicht en de bestuurder; In 2014 is er twee keer een overleg met de Ondernemingsraad geweest over de algemene gang van zaken in de instelling in aanwezigheid van de bestuurder; In 2014 sprak de Raad van Toezicht tijdens aparte bijeenkomsten met middenkaderleden en medewerkers op regiokantoor Nieuwegein en het nieuwe hoofd HRM over de reorganisatie en de plaatsingsprocedure, met leden van de projectgroep SAVE over de ontwikkeling van SAVE en uiteindelijk met medewerkers SAVE over de implementatie van deze nieuwe werkwijze. Audit Commissie Financiën De leden van de financiële Audit Commissie voerden in 2014 vier keer overleg met de bestuurder en het hoofd Financiën. Naast de bespreking van de financiële ontwikkelingen en het dashboard, wordt in iedere vergadering gesproken over de mogelijke risico's in de bedrijfsvoering, de mogelijke impact van deze risico's op de organisatie en de mate van waarschijnlijkheid dat deze risico's zullen materialiseren. Voorts wordt in iedere vergadering aandacht besteed aan de rapportages aan de provincie en de relatie met de provincie. In april 2014 is door de Audit Commissie Financiën de (concept-)jaarverantwoording 2013 en de managementletter besproken met de bestuurder, het hoofd Financiën en de accountant. Ook is de herziene begroting 2014 en de (concept-)begroting 2015 diverse malen aan de orde geweest in de commissie vergaderingen. In het kader van de mogelijke fusie zijn de due diligence rapporten van beide organisaties besproken. Tenslotte is met de commissieleden gesproken over het inkooptraject met gemeenten. Audit Commissie Kwaliteit De Audit Commissie Kwaliteit voerde in 2014 twee keer overleg met de bestuurder, de manager Servicecentrum en de beleidsmedewerker Kwaliteit. Tijdens de bijeenkomsten is ingegaan op de stand van zaken met betrekking tot kwaliteitsbeleid gekoppeld aan de invoering van de SAVEwerkwijze. Jaarverantwoording 2014 93 Bijlage 6 Jaarverslag Raad van Toezicht

In 2014 is verder gesproken over de behaalde certificering Jeugdbescherming/Jeugdreclassering, waarmee we per 1-1-2015 een Gecertificeerde Instelling JB/JR zijn. Ook de start van de Plannings-, Functionerings- en Beoordelingscyclus is uitgebreid aan de orde geweest, evenals de beroepsregistratie van professionals en de interne leercyclus. Tenslotte is de bespreking van door de Inspectie Jeugdzorg in onderzoek genomen calamiteiten een vast agendapunt, evenals de hierbij aansluitende Incidentenrapportage voor de Inspectie Jeugdzorg. Aandachtsgebieden in 2014 De twee belangrijkste aandachtspunten voor de Raad van Toezicht in 2014 waren: De transitie, bestaande uit: - Inkooptraject en contractering met gemeenten - Samenwerking en contractering met onderaannemers (LWI s) - Herinrichting SAVE teams per 1-9-2014 - Krimp van de organisatie van 20% per 31 december - Implementatie van de nieuwe inhoudelijke werkwijze SAVE De fusie tussen Bureau Jeugdzorg Utrecht en Bureau Jeugdzorg Flevoland. 1. De transitie BJU heeft zich al vanaf 2012 voorbereid op de transitie, door in diverse pilots een volledig nieuwe werkwijze te ontwikkelen samen met de gemeenten. In het jaar 2014 zijn al de noodzakelijke vernieuwingen in de organisatie doorgevoerd, om klaar te zijn voor het nieuwe wettelijke kader en de nieuwe vraag van de gemeenten per 1 januari 2015. Voor de Raad van Toezicht betekende dit dat de volgende zaken in het kader van de transitie in 2014 besproken zijn: Inkoop en contractering zes gemeentelijke regio s. De Raad van Toezicht heeft geconstateerd dat de inkoop geheel volgens het in 2013 besproken scenario is verlopen Samenwerking en contractering onderaannemers (LWI s). Nu de gemeenten ons als hoofdaannemer hebben gekozen, lopen wij risico s op het werk van onze onderaannemers. De Raad van Toezicht heeft vastgesteld dat de financiële risico s voldoende zijn ondervangen. Herinrichting organisatie in SAVE-teams en een Meld- en Crisispunt. De Raad van Toezicht heeft met genoegen vastgesteld dat de organisatie het aantal functies in het primair proces sterk heeft beperkt, waardoor invulling gegeven wordt aan het uitgangspunt één begeleider per gezin. Krimp van de organisatie met 20% per 31 december 2014 en reorganisatie middenkader. De Raad van Toezicht heeft vastgesteld dat de organisatie zich zodanig heeft voorbereid op een krimp van 20%, dat deze krimp zonder frictiekosten heeft kunnen plaatsvinden. 94 Jaarverantwoording 2014 Bijlage 6 Jaarverslag Raad van Toezicht BJU

Implementatie nieuwe SAVE-werkwijze. De Raad van Toezicht heeft zich al in 2013 achter de nieuwe werkwijze SAVE geschaard. In 2014 heeft de Raad van Toezicht onder andere door gesprekken met medewerkers op de hoogte laten stellen van de implementatie en heeft daarbij geconstateerd dat de werkwijze duidelijk draagvlak heeft binnen de organisatie. 2. De fusie tussen BJU en BJZ Flevoland Nadat in november 2013 BJZ Flevoland had aangegeven te willen kijken naar de mogelijkheden om samen te gaan met BJU, is hier uitvoerig door de Raad van Toezicht over gesproken. Zowel bedrijfsmatig als in het licht van de ontwikkelingen van de interne organisatie op dat moment, zijn de risico s aan de orde geweest. Een verkennend gesprek tussen de Raden van Toezicht van beide organisaties is positief verlopen en tijdens de vergadering in april 2014 heeft de Raad van Toezicht aangegeven de koers van bestuurder te volgen. Ten behoeve van de voorbereidingen tot de fusie is een stuurgroep waarin leden van beide Raden van Toezicht zitting hadden, in het leven geroepen. De leden Raad van Toezicht die zitting hadden in de stuurgroep Fusie hebben het financiële due diligence over BJZ Flevoland met de ter vergadering gegeven mondelinge toelichting voldoende bevonden om het fusieproces door te zetten. In september is het beoogde moment van fusie bepaald op 1 april 2015 en heeft de RvT ingestemd met het door bestuurder ondertekenen van de intentieverklaring tot fusie met Bureau Jeugdzorg Flevoland. Vervolgens heeft de Raad van Toezicht ingestemd met de nieuwe naam Samen Veilig Midden- Nederland per 1 januari 2015. Activiteiten Raad van Toezicht 2014 De Raad van Toezicht verleende in 2014 goedkeuring aan: De jaarrekening 2013; Het jaarverslag 2013; De begroting 2015; Herziene begroting 2014; Wijziging functienaam rayonmanager naar regiodirecteur; Intentieverklaring tot fusie tussen Bureau Jeugdzorg Utrecht en Bureau Jeugdzorg Flevoland; Nieuwe organisatienaam; Statutenwijziging n.a.v. nieuwe Jeugdwet per 1-1-2015. Jaarverantwoording 2014 95 Bijlage 6 Jaarverslag Raad van Toezicht

Daarnaast richtte de Raad van Toezicht zich in 2014 onder andere op: Beschikking en realisatie 2013; Vernieuwde Dienstencatalogus 2015; Fusie tussen Bureau Jeugdzorg Utrecht en Bureau Jeugdzorg Flevoland; Reorganisatie middenkader en plaatsingsprocedure; Reorganisatie door inrichting SAVE teams en MCP per 1-9-2014 Verslagen Audit Commissies Financiën en Kwaliteit; Dashboard managementinformatie; Werving nieuwe leden Raad van Toezicht; Calamiteiten en klachten; Ontwikkeling nieuwe landelijk rapportagesysteem WIJZ; Certificering Jeugdbescherming/Jeugdreclassering; Risicomanagement; Maatschappelijk debat over de plaats en de toekomst van de jeugdzorg; Evaluatie eigen functioneren; Naleving principes van good governance. 96 Jaarverantwoording 2014 Bijlage 6 Jaarverslag Raad van Toezicht BJU