Magneetventielen type 3963



Vergelijkbare documenten
Eindschakelaar type 3776

Drukregelaar type voor verhoogde luchtcapaciteit. Afb. 1 Drukregelaar type Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB NL

Veiligheidsafsluitventiel met drukreduceer Type Fig. 1 Type Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB NL

Model 240 Pneumatisch open-/dicht-regelventiel Type 3351

Drukregelaar type 4708

Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 2183 NL. Veiligheidstemperatuurbewaking (STW) met veiligheidsthermostaat type 2403 K

Pneumatisch regelventiel type 3335/3278 Pneumatisch regelventiel type

Elektrische of pneumatische eindschakelaar type Fig. 1 Eindschakelaar type Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8365 NL

Pneumatische draaiaandrijving Type 3278

Drukreduceer Type Fig. 1 Type Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB NL

Model 42 Verschildrukregelaar (sluitend) Type type Type A type A Type B type B

Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8546 NL. Drukregelaar type Type op klepstandsteller Type met filterhuis

Temperatuurregelaar zonder hulpenergie Model 43 Temperatuurregelaar type 43-1 type 43-2

Bedieningshandleiding

Product information Scheidingsversterkers en Beveiliging

Verschildrukregelaar Type 45-1 Type 45-2 Type 45-3 Type Fig. 1 Type Fig. 2 Type Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 3124 NL

Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8048 NL. Pneumatisch regelventiel Type en type

URN 2. Gebruiksaanwijzing Netvoedingsapparaat URN 2

Uitvoeringen. Bijbehorende overzichtsblad T 5800 Bijbehorende typebladen aandrijvingen T 8340, T 8331 T , T 5857, T 5824, T 5840

Magneetklep DN15 t/m DN150

PROFIBUS-PA klepstandsteller Type 3785

Magneetklep DN10, DN15 en DN20 Kenmerken

Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB NL. Elektropneumatische klepstandsteller Type Vertaling van het originele document.

PRS 9. Gebruiksaanwijzing Programmaschakelaar PRS 9

Standmelder Type 4748

Inbouw- en bedieningshandleiding EB Pneumatisch regelventiel Type en type Type Type

GESTRA. GESTRA Steam Systems VK 14 VK 16. Gebruikershandleiding Kijkglazen Vaposkop VK 14, VK 16

Doorstroomafsluiter met buitendraad, PN 16

Montage- en gebruiksaanwijzing

Gebruiksaanwijzing Schakelversterker N00..A N05..A / / 2014

Magneetveld-sensor voor pneumatische cilinders BIM-UNT-AY1X/S1139

Aanvullende handleiding. Connector Harting HAN 7D. Voor continu metende sensoren. Document ID: 34457

AK 45 Gebruiksaanwijzing

Aanvullende handleiding. Connector ISO voor niveaudetectiesensoren. Document ID: 30380

Drukregelaar zonder hulpenergie Universele drukreduceer type 41-23

Inductieve sensor BI2-EM12-Y1X-H1141

Elektrische servomotoren

Reduceerventiel voor stoom type 39-2

Pneumatische stoomomvormer Type en type Type en type Fig. 1 Type Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8251 NL

3 WEG- OMSCHAKELKLEP. Installatie- en gebruikershandleiding. voor warmtapwaterlading. USV 1" bu USV 5/4" bu USV 6/4" bi

Driewegkranen PN10 met buitendraad

Pneumatische aandrijvingen 1000, 1400, 2800 en 2 x 2800 cm² Type 3271

GESTRA. GESTRA Steam Systems NRG Montagehandleiding GESTRA Niveau-elektrode NRG 26-21

Adapters en verloopmoeren van metaal

URN 1. Gebruiksaanwijzing Stroomomvormer URN 1

Systeem 6000 Elektro-pneumatische omvormer voor gelijkstroomsignalen i/p-signaalomvormer Type 6102 Type 5288

HANDLEIDING. Sesame. Thermoplastic Tank Technologies

BES External Signaling Device

l/min 2 G1/ ,25 16D (2) xxxx*****

Hulphandbe- Hulphandbe-

Vertaling van het originele document. Een nieuwe versie van het originele document is beschikbaar.

BRUTO PRIJSLIJST LEIPOLD AFTAKKLEMMEN EN VERDEELBLOKKEN

NRS 2-4. Gebruiksaanwijzing HN-schakelaar NRS 2-4

Bedieningshandleiding. Netgelijkrichter 24 V, 5 A met UPS Oproepsysteem 834

3/6/HL/3. Afsluitkleppen. Serie NAK (gasdicht) The art of handling air

Installatie en bedieningsvoorschriften

Alarmsirene. Bestnr.: Omwille van het milieu 100% recyclingpapier

GESTRA. GESTRA Steam Systems ERL 16-1 LRG Gebruiksaanwijzing Geleidbaarheidselektroden ERL 16-1, LRG 16-4

Detectech, Raveslootstraat 3, 7701XK. Dedemsvaart, Pagina:

Model 250 Pneumatisch regelventiel Type en

Aanvullende handleiding. Connector M12 x 1. Voor continu metende sensoren. Document ID: 30377

Elektromotorische servomotoren voor afsluiters

Symbool Aansluiting 1, 3 Aansluiting 2, (3) Werkdruk Materiaal Tekening nr. TYPENUMMER (bar)

Pneumatische klepstandsteller Type Fig. 1 Type Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB NL

Installatie en bedieningsvoorschriften

ATEX installatieinstructies. Micro Motion T-serie-sensoren

Montage handleiding Meskantafsluiters

Heteluchtkanon HP18 / HP 30 / HP 45 RVS BEDRIJFSVOORSCHRIFTEN

Montage- en bedieningshandleiding

JALOUZIËN. Bedienings- en montagehandleiding

E69F Elektro-pneumatische signaalomvormer en E69P Elektro-pneumatische klepstandsteller. Veiligheidsinformatie

Systeem-schakelversterkers REG 1 kanaals Art.Nr Systeem-schakelversterkers REG 2 kanaals Art.Nr

Servomotoren voor kleine afsluiters

Pneumatisch regelventiel Type en type

Typeoverzicht. R B2 nl wijzigingen voorbehouden 1

Inbouw- en Bedieningshandleiding EB NL. Model 3730 Elektropneumatische klepstandsteller type Vertaling van het originele document.

Driewegafsluiters met buitendraad, PN16

Aanvullende handleiding. VEGADIS-adapter. Voor de aansluiting van een externe displayof bedieningseenheid of een slave-sensor. Document ID: 45250

OMI-5 METALEN BEHUIZING

T 1.3/8/HL/1. Verdringingsrooster. Serie QLW-AZ. Voor toe- en afvoerlucht. The art of handling air

Beschrijving: SAM 8.1/2 Tl.Nr.: HOL

Installatie & Onderhoudsinstructies

Handleiding BW-serie BW2 012 AW1 R230AC ELEKTRISCHE KOGELKRANEN

Serie 544 MULTIFUNCTIONEEL SCHUIFVENTIEL

HANDLEIDING ATEX Explosionproof

Scha tschra Hei u g E c sure heater R sista ces chauffa tes Scha e astverwar i ge. Risca dat re a tic de sa Resiste cia ca efact ra 3105 XXX

Installatie Instructies P/N , Rev. C Juni Voor transmitterinstallaties met ATEX-goedkeuring

Transcriptie:

Inbouw- en bedieningsvoorschrift Magneetventielen type 3963 Fig. 1 Algemeen De instrumenten mogen alleen door vakpersoneel dat bekend is met de montage, de inbedrijfname en het bedrijf van dit product, worden gemonteerd en in bedrijf worden genomen. Deskundig transport en correcte opslag van het apparaat is een absolute voorwaarde. De maximaal toegestane druk van de hulpenergie mag niet worden overschreden en moet eventueel via een drukreduceer worden begrensd. Het instrument kan in willekeurige positie worden ingebouwd. Het filter in het deksel van de behuizing en de kabelwartel M 20 1,5 moeten verticaal naar beneden of, indien dit niet mogelijk is, horizontaal worden gepositioneerd. De gevraagde beschermingsgraad conform IEC 60529:1989 is alleen bij een gemonteerd huisdeksel, ingebouwde uitlaatluchtfilters en deskundige installatie van de aansluitingen gewaarborgd. Bij de montage moet erop worden gelet, dat boven het huisdeksel een vrije ruimte van 300 mm wordt aangehouden. Wanneer de montage wordt uitgevoerd op draai- of slagaandrijvingen met klepstandsteller dan moet op een externe toevoer van de hulpenergie via aansluiting 9 worden omgeschakeld (zie blz. 7 e.v.). De minimaal toegestane omgevingstemperatuur is 20 C (type 3963-XXXXXXXXXXXX0) en 45 C (type 3963-XXXXXXXXXXXX1). Het toegestane omgevingstemperatuurbereik wordt bij intrinsiekveilige apparaten conform EG-typebeproevingscertificaat PTB 01 ATEX 2085 en conformiteitsverklaring PTB 01 ATEX 2086X verlaagd (zie blz. 10 en 11). Technische gegevens, bestelinformatie, reserve-onderdelen en toebehoren: zie specificatieblad T 3963. Inhoud Algemeen Blz. 1 Montage Blz. 2 Pneumatische aansluiting Blz. 6 Elektrische aansluiting Blz.9 Toelatingen Blz.10 Uitgave: december 2005 EB 3963 NL

Montage Railmontage Type 3963-XXX0011/-XXX0012/ -XXX0111/-XXX1011/ -XXX8011 Deze apparaten kunnen op twee bevestigingssokkels voor G-rail 32 conform EN 50035 of rail 35 conform EN 50022 worden gemonteerd (fig. 2). Wandmontage Type 3963-XXX0011/-XXX0012/ -XXX0111/-XXX1011/ -XXX8011 Deze apparaten kunnen op een montageplaat voor wandmontage worden gemonteerd (fig. 2). Type 3963-XXXX013/-XXXX014 Deze apparaten kunnen via doorgaande gaten met schroeven worden bevestigd (fig. 3). Bevestigingssokkel voor G-rail 32 (bestelnr. 1400-5930) 38 63 Bevestigingssokkel voor rail 35 (bestelnr. 1400-5931) 38 63 M 3 x 8 DIN 84 M 3 x 8 DIN 84 Montageplaat voor wandmontage (bestelnr. 1400-6726) 6 48 M 4 x 8 DIN 912 25 63 82 94 Fig. 2 afmetingen in mm Type 3963-XXXX014 Type 3963-XXXX013 63 29 29 63 29 63 189 169 22 5 1 3 4,3 4 2 22 4,3 5 4 1 3 32 2 50,8 244 61 21 21 32 52 7 30 52 3 45 32 50,8 Fig. 3 afmetingen in mm EB 3963 NL 2

Montage op draaiaandrijving met NAMUR-boorplan conf. VDI/VDE 3845 type 3963-XXXXX0 Deze apparaten kunnen direct op draaiaandrijvingen met NAMUR-boorplan (fig. 4) worden gemonteerd. Voor de montage moet de juiste positie van de twee O-ringen worden gecontroleerd. Met een codeerstift M5 10 DIN 916 wordt op de aansluitflens van de draaiaandrijving de werkingsrichting vastgelegd. De bevestiging wordt met twee schroeven uitgevoerd M 5 35 DIN 912. De montagetoebehoren zijn meegeleverd. NAMUR-boorplan conform VDI/VDE 3845 24 Montage op smoorblok voor enkelwerkende draaiaandrijvingen met NAMUR-aansluiting conform VDI/VDE 3845 Type 3963-XXX1003 Deze instrumenten kunnen op een smoorblok voor draaiaandrijvingen met NAMUR-boorplan worden gemonteerd (fig. 5). De smoorfunctie is herkenbaar aan het schakelsymbool op het instrument. Met een schroevendraaier kunnen door rechtsom resp. linksom verdraaien van de smoorschroeven verschillende sluiten openingstijden in een verhouding 1:15 worden ingesteld. 12 8M 5 32 Codeerstift G 1 / 4 2 Fig. 4 afmetingen in mm Montage op smoorblok (bestelnr. 1400-6763) voor enkelwerkende draaiaandrijvingen 29 63 96 9 122 5 1 3 4 2 5 1 47 57 25,4 75 Fig. 5 afmetingen in mm 3 EB 3963 NL

Montage met adapterplaat op slagaandrijvingen met NAMUR-rib conf. IEC 60534-6-1 Type 3963-XXX0X0 Deze apparaten kunnen via een adapterplaat (fig. 6) op slagaandrijvingen met NAMUR-rib worden gemonteerd. Bij tegelijkertijd aanbouw van klepstandstellers of eindschakelaars aan slagaandrijvingen met nom. doorlaat DN 50 is een drager nodig (bestelnr. 0320-1416). Montage met CrNiMo-koppeling op slagaandrijvingen Adapterplaat NAMUR-rib/NAMUR-boorplan (bestelnr. 1400-6751) 60 15 30 1.3 2.3 92 30 Type 3963-XXX0X1X0/-XXX0X142 Deze apparaten kunnen met een CrNiMo-koppeling op slagaandrijvingen, bijv. SAMSON type 271 of 3277, worden gemonteerd (fig. 7). Montage-instructies voor de SAMSON-apparaten zie de inbouw- en bedieningshandleidingen EB 8310 en EB 8311. G 1 / 4 M 8 x 35 DIN 912 10 25 25 12 12 2.3 12 1.3 M 5 14 32 Fig. 6 afmetingen in mm Montage met CrNiMo-koppeling op slagaandrijvingen A 97 45 Aandrijving Aansluiting A bestelnr. 80/240 cm 2 G 1 / 4 / 1 / 4 64 1400-6759 350/700 cm 2 G 3 / 8 / 1 / 4 75 1400-6761 G 3 / 8 / 1 / 2 64 1400-6735 Aandrijving Aansluiting bestelnr. 1400 cm 2 G 3 / 4 / 1 / 2 1400-6736 2100 cm 2 G 1 / 1 / 2 1400-6737 2800 cm 2 Fig. 7 afmetingen in mm EB 3963 NL 4

Montage op verbindingsblok voor slagaandrijving SAMSON type 3277 Type 3963-XXX0X3 Deze kunnen op een verbindingsblok voor slagaandrijving SAMSON type 3277 samen met een klepstandsteller SAMSON type 3730-X, 3731-X, 3766, 3767 of 378X worden gemonteerd (fig. 8). Voor de montage moet de positie van de vier O-ringen op het montageoppervlak worden gecontroleerd. Bevestiging met twee schroeven M 5 60 DIN 912. De montagetoebehoren zijn meegeleverd. Zie voor de montage-instructies van de SAMSON-apparaten de inbouw- en bedieningshandleidingen. Montage op slagaandrijvingen met NAMURrib conform DIN IEC 534 Type 3963-XXX002 Het apparaat kan direct op een slagaandrijving met NAMUR-rib worden gemonteerd. De bevestiging wordt met de meegeleverde schroef M8 45 DIN 912 uitgevoerd. Montage verbindingsblok voor slagaandrijving SAMSON type 3277 A B Type 3963-XX29/-XX55 A-B Verbindingsblok voor Aandr. " Stang uitgaand" (Bestelnr. 1400-6943/-6944), Aandr. " Stang ingaand" (Bestelnr. 1400-6945/-6946), met leidingset (Bestelnr. 1400-6444/-6445/ -6446/-6447) Aanbouwvlak 190 390* * Vrije ruimte voor de montage van het huisdeksel Fig. 8 afmetingen in mm 29 90 5 EB 3963 NL

Pneumatische aansluiting De aansluitleidingen en de koppelingen moeten deskundig worden gelegd en gemonteerd. Deze moeten regelmatig op lekkage en beschadigingen worden gecontroleerd en eventueel worden gerepareerd. Voor het begin van de reparatiewerkzaamheden moeten de te openen aansluitleidingen drukloos worden gemaakt. De pneumatische aansluiting volgt overeenkomstig de apparaatuitvoering via de schroefdraadgaten G (NPT) 1 / 4 of G (NPT) 1 / 2. De ontluchtingsaansluitingen moeten tegen binnendringen van water en vuil met filters of andere maatregelen worden beschermd. Opmerking: De K vs -waarde van een voorgeschakelde drukreduceer moet minimaal 1,6 maal groter zijn dan de K vs -waarde van het apparaat. Aansluitkabel: de minimaal benodigde nom. doorlaat van de aansluitleiding moet uit de volgende tabel worden afgelezen: Werkmedium voor het versterkerventiel Bij interne toevoer van de hulpvoeding: Instrumentenlucht, vrij van agressieve bestanddelen, met 1,4 tot 6 bar. Bij externe toevoer van de hulpenergie via aansluiting 9 (zie blz. 7 e.v.): Instrumentenlucht, vrij van agressieve bestanddelen, geoliede lucht of niet agressieve gassen met 0...6 bar (0...10 bar bij k vs -waarde 1,4 of 4,3 met beluchting via aansl. 4). Hulpenergie voor het voorstuurventiel Instrumentenlucht, vrij van agressieve bestanddelen, met 1,4 tot 6 bar. Persluchtkwaliteit conform DIN ISO 8573-1 Omgevings- Deeltjes- Druk- Oliegeh. temperatuur grootte dauwpunt ( C) (µm) ( C) (mg/m 3 ) 15 35 5 10 0,1 15 20 32 40 60 70 Nom. doorlaat (aansluitlengte 2 m) Druk K vs -waarde 0,16 1,4 4,3 0,32 aansluiting (bar) 4 1 en 3 4 9 1,4 DN 6 DN 8 DN 10 DN 4 2,5 DN 4 DN 6 DN 8 6 DN 4 DN 6 Opmerking: Bij een aansluitlengte 2 m moet een grotere nom. doorlaat worden gebruikt. Type 3963-XXXX0X3/-XXXX014 Bij deze apparaten kan als volgt worden gecontroleerd of de nom. doorlaat van de aansluitleiding voldoende is: 1. Plug van aansluiting 9 afschroeven en een manometer aansluiten. 2. Bij een druk van 1,3 bar gedurende het schakelen is de nom. doorlaat van de aansluitleiding voldoende. EB 3963 NL 6

Omschakeling naar externe toevoer van de hulpenergie via aansluiting 9. Wanneer met het magneetventiel het uitgangssignaal (0... 6 bar) van een klepstandsteller moet worden geschakeld, dan moet de hulpenergie extern via aansluiting 9 worden verzorgd. Type 3963-XXXX014 Bij deze apparaten wordt, wanneer niet anders gespecificeerd, de hulpenergie via aansluiting 4 intern verzorgd. De omschakeling naar externe voeding via aansluiting 9 moet als volgt worden uitgevoerd (fig. 9): 1. Plaat en omkeerafdichting na het losmaken van de schroeven van de verbindingsplaat afnemen. 2. Omkeerafdichting met 90 draaien. De lip van de omkeerafdichting ligt dan in de plaatuitsparing 9. 3. Plaat en omkeerafdichting op de verbindingsplaat bevestigen. Opmerking: Bij deze apparaten moet de vlakke pakking overeenkomstig de interne voeding via aansluiting 4 zijn geplaatst (fig. 11, blz. 8). Type 3963-XXXX0X3 Bij deze apparaten wordt, wanneer niet anders gespecificeerd, de hulpenergie via aansluiting 1 of 3 intern verzorgd. De omschakeling naar externe voeding via aansluiting 9 moet als volgt worden uitgevoerd (fig. 10): 1. Plaat en omkeerafdichting na het losmaken van de schroeven van de verbindingsplaat afnemen. 2. Omkeerafdichting met 180 draaien. De lip van de omkeerafdichting ligt dan in de plaatuitsparing 9. 3. Plaat en omkeerafdichting op de verbindingsplaat bevestigen. Opmerking: Bij aan beide zijden aangestuurde versterkerventielen moet de omschakeling bij beide voorstuurventielen worden uitgevoerd. Montage van de vlakke pakking bij type 3963-XXXX014 Fig. 9 Montage van de vlakke pakking bij type 3963-XXXX0X3 Fig. 10 7 EB 3963 NL

Type 3963-XXX0002/-XXX0012/ -XXX0022/-XXX1011 Bij deze apparaten wordt, wanneer niet anders gespecificeerd, de hulpenergie via aansluiting 4 intern verzorgd. De omschakeling naar externe voeding via aansluiting 9 moet als volgt worden uitgevoerd (fig. 11): 1. Deksel behuizing na het losdraaien van de vier cilinderschroeven afnemen. 2. Magneetventiel na losmaken van de drie inbusbouten van de aansluitplaat afnemen. 3. Vlakke pakking 180 draaien. De tong van de vlakke pakking ligt dan in de huisuitsparing 9. 4. Magneetventiel en deksel van de behuizing bevestigen. Montage van de vlakke pakking bij type 3963-XXX0002/-XXX0012/ -XXX0022/-XXX1011 Int. 9 Type 3963-XXX0001/-XXX0011/ -XXX0032/-XXX0101/ -XXX0111/-XXX0131/ -XXX1001/-XXX1201/ -XXX8001 Bij deze apparaten kan niet naar externe toevoer van de hulpenergie worden omgeschakeld. De vlakke pakking moet, indien aanwezig, overeenkomstig de interne voeding via aansluiting 4 zijn geplaatst (fig. 11). Ontluchtingsretour Interne toevoer via aansluiting 4 Fig. 11 Smoorinstelling Externe toevoer via aansluiting 9 1.3 Type 3963-XXX0013X Bij dit apparaat is bij uitlevering de aansluiting 4 afgesloten met een blinde plug. Wanneer de ontluchtingsretour bij aandrijvingen met veerterugstelling moet worden gebruikt, dan moet de blinde plug worden verwijderd en moet aansluiting 4 met de veerruimte van de aandrijving worden verbonden via een verbindingsleiding met nom. doorlaat DN 4...10 (afhankelijk van de grootte van de aandrijving). 2.3 _ + Type 3963-XXXX1/-XXXX2 Smoringen Type 3963-XXXX1/-XXXX2/-XXXX3 Deze apparaten hebben een of twee smoringen. De smoorfunctie is herkenbaar aan het schakelsymbool op het apparaat. Onder het deksel van de behuizing resp. op de adapterplaat kunnen met een schroevendraaier door rechtsom resp. linksom verdraaien van de smoorschroeven verschillende sluit- en openingstijden in een verhouding 1:15 worden ingesteld (fig. 12). Type 3963-XXXX3 Fig. 12 1.3 4 EB 3963 NL 8

Elektrische aansluiting Voor de elektrische installatie moeten de geldende elektrotechnische voorschriften en de nationale veiligheidsvoorschriften worden aangehouden. Voor de montage in explosiegevaarlijke omgeving gelden de betreffende nationale voorschriften. Voor de aansluiting op gecertificeerde intrinsiekveilige circuits gelden de specificaties uit het EG-typebeproevingscertificaat PTB 01 ATEX 2085 voor zone 1 en de conformiteitsverklaring PTB 01 ATEX 2086X voor zone 2 of 22 (zie blz. 10 en 11). Bij aansluiting van gelijkspanningssignalen moet op de juiste polariteit worden gelet. De gelakte schroeven in de behuizing mogen niet worden losgemaakt. De elektrische aansluiting wordt via een kabelwartel M 20 1,5 uitgevoerd op klemmen in de behuizing of met een connector (fig. 13). Aansluitkabel Het verdient aanbeveling, aansluitkabels te gebruiken met een aderdiameter van 0,5 mm 2. Voor kabelwartels M 20 1,5 zijn aansluitkabels geschikt met een buitendiameter van 6 tot 12 mm Classificatie Apparaten met beschermingsklasse IP54 kunnen door vervanging van het filter in het deksel van de behuizing worden omgebouwd naar beschermingsklasse IP 65. Handhulpbediening De apparaten hebben naar keuze een handhulpbediening, om bij het ontbreken van het nom. signaal een handbediening mogelijk te maken. Als schakelknop in deksel van de behuizing Als drukknop in deksel van de behuizing Als drukknop onder deksel behuizing (zie blz. 6, fig. 9) Opmerking: Voor veiligheidsschakelingen moeten apparaten zonder handhulpbediening worden gebruikt. Aansluitschema's blauw blauw _ 81 82 + _ Klemaansluiting in de behuizing 8 2 7 6 5 3 4 2 1 3 2 1 3 4 + _ Kabeldoos (fabrikaat Harting) Kabeldoos M 12 1 + _ + blauw bruin bruin bruin Kabeldoos conform EN 175301-803 Fig. 13 9 EB 3963 NL

Toelating EG-typebeproevingscertificaat PTB 01 ATEX 2085 van 08.08.2001 (uitreksel) voor magneetventiel type 3963-1X (vanaf apparaatindex 13) II 2 G EEx ia IIC T6 Voor toepassing in zone 1 De relatie tussen de uitvoering, de temperatuurklasse, het toegestane omgevingstemperatuurbereik en het maximaal toegestane verliesvermogen is opgenomen in de navolgende tabel: Type 3963-11 3963-12 3963-13 Nom. signaal U N 6 V DC 12 V DC 24 V DC Omgevingstemperatuur*) 45 60 C (temperatuurklasse T6) 45 70 C (temperatuurklasse T5) 45 80 C (temperatuurklasse T4) Verliesvermogen P i 250 mw geen beperking Inwendige inductiviteit L i verwaarloosbaar klein Inwendige capaciteit L i verwaarloosbaar klein *) Door de gebruikte materialen van het filter en de elektrische aansluiting wordt bij het Type 3963-1XXXXXXXXXXX0 de minimaal toegestane omgevingstemperatuur begrensd op Voor de aansluiting op een gecertificeerd intrinsiekveilig circuit vindt u de toegestane maximale waarden in de volgende tabel: Spanning U i 25 V 27 V 28 V 30 V 32 V Stroom I i 150 ma 125 ma 115 ma 100 ma 90 ma Opmerking: Het EG-typebeproevingscertificaat is op aanvraag verkrijgbaar Fabricagenummer en apparaatindex Het fabricagenummer en de apparaatindex zijn op de typeplaat vermeld: 3963-XXXXXXXXXXXXXXXXX XX Fabricagenummer Apparaatindex EB 3963 NL 10

Conformiteitsverklaring PTB 01 ATEX 2086X van 14.11.2001 (uitreksel) voor magneetventiel type 3963-8X (vanaf apparaatindex 13) II 3 G EEx na II T6 Voor toepassing in zone 2 of 22 De relatie tussen de uitvoering, de temperatuurklasse en het toegestane omgevingstemperatuurbereik is opgenomen in de navolgende tabel: Type 3963-81 3963-82 3963-83 Nom. signaal U N 6 V DC 12 V DC 24 V DC Omgevingstemperatuur*) 45 60 C (temperatuurklasse T6) 45 70 C (temperatuurklasse T5) 45 80 C (temperatuurklasse T4) *) Door de gebruikte materialen van het filter en de elektrische aansluiting wordt bij het type 3963-8XXXXXXXXXXX0 de min. toegestane omgevingstemperatuur begrensd op 20 C. Bijzondere omstandigheden De gevraagde beschermingsgraad IP 54 conform IEC 60529:1989 is alleen bij vakkundige installatie van het huisdeksel en de elektrische aansluitingen gewaarborgd. De elektrische aansluiting moet zodanig uitgevoerd worden, dat de aansluitkabel niet onder spanning kan komen te staan of kan worden verdraaid. Fabricagenummer en apparaatindex Het fabricagenummer en de apparaatindex zijn op de typeplaat vermeld: 3963-XXXXXXXXXXXXXXXXX XX Fabricagenummer Apparaatindex 11 EB 3963 NL

(wijzigingen voorbehouden) SAMSOMATIC GMBH Een onderneming van de SAMSON-groep Signaalrood 10 NL-2700 AG Zoetermeer Telefoon:079-3610501 Telefax: 079-3615930 2005-12 EB 3963 NL