Pneumatisch regelventiel Type en type
|
|
|
- Emiel van Doorn
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Pneumatisch regelventiel Type en type Fig. 1 Regelventiel type met pneumatische aandrijving type 3277 en i/p-klepstandsteller type Constructie en werking De pneumatische regelventielen type en type bestaan uit het hoekventiel type 3347 en de pneumatische aandrijving type 271 of type Het standaard ventielhuis is bedoeld voor in - lassen in leidingen; speciale uitvoeringen zijn uitgerust met schroefdraad-, flens- of klemaansluiting. De regelventielen zijn voornamelijk bedoeld voor toepassing als regel- of open/dicht-ven - tiel in de levensmiddelenindustrie. Uitgave december 1995 Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8097 NL
2 Het ventiel wordt in de richting van de pijl doorstroomt. De verstelling van de klep (3) volgt door verandering van de steldruk die inwerkt op het membraan van de aandrij - ving. Klepstang (6) met klep (3) en aandrijf - stang (8.1) zijn via koppelstuk (7) verbonden en met PTFE-afdichtingen (5.1 en 5.3) afge - dicht. Bij de speciale uitvoering (fig. 2.1) volgt de afdichting door een extra veerbelas - te PTFE-V-ringafdichting (4.2), hier kan de klepstang door gebruik te maken van een stoomslot worden gereinigd. Afhankelijk van de positie van de veren in de aandrijving re - sulteren de volgende veiligheidsposities: Aandrijving type Fig. 2.1 Speciale uitvoering met stoomslot Fig. 2 Regelventiel typ ventielhuis 1.1 centreerring 1.2 huisafdichting 3 klep 4.1 veer (spec. uitv.) 4.2 pakking (spec. uitv.) 4.3 ringen (spec. uitv.) 5 bovendeel ventiel 5.1 klepstangafdichting 5.2 testaansluiting 5.3 afstrijker 5.4 klem 5.5 slagindicatie 6 klepstang 6.1 koppelstuksmoer 6.2 contramoer 7 koppelstuk 8 aandrijving 8.1 aandrijfstang 8.2 slagmoer 2
3 "Aandrijfstang uitgaand" Bij drukontlasting van het membraan en bij uitval van de voeding sluiten de veren het ventiel. "Aandrijfstang ingaand" Bij drukontlasting van het membraan en bij uitval van de voeding openen de veren het ventiel. 1.1 Vervangingsmogelijkheid van de aandrijvingen Een pneumatische aandrijving kan worden vervangen door een andere pneumatische aandrijving met andere grootte. Indien bij de combinatie ventiel-aandrijving het slagbereik van de aandrijving groter is dan die van het regelventiel dan wordt door de leverancier het verenpakket van de aan - drijving zodanig voorgespannen dat de slag - lengten weer overeenstemmen. Bovendien kan in plaats van de pneumati - sche aandrijving ook de elektrohydraulische aandrijving type 3274 op het regelventiel worden gemonteerd. 2. Samenbouw van ventiel en aandrijving, instelling Indien het ventiel en de aandrijving niet al door de leverancier zijn samengebouwd of indien bij een ventiel de oorspronkelijke aan - drijving moet worden vervangen door een aandrijving van een ander type of grootte dan moet voor de samenbouw als volgt te werk worden gegaan: Instructies voor demontage: bij de demontage van een aandrijving en in het bijzonder bij een uitvoering met voorgespannen veren moet er druk op de steldrukaansluiting wor - den geactiveerd voordat de aandrijving wordt gedemonteerd. Draai op het ventiel de contramoer (6.2) en de koppelstuksmoer (6.1) los. Druk de klep met klepstang stevig in de zittingring en draai daarna de koppelstuks- en contramoer naar beneden. Op de aandrijving (8) de koppelstukshelften (7) en de slagmoer (8.2) verwijderen. Ringmoer over de klepstang schuiven. Aandrijving op het bovendeel van het ventiel (5) plaatsen en met slagmoer (8.2) vast - schroeven. Nom. signaalbereik (resp. sig - naalbereik met voorgespannen veren) en werkingsrichting van de aandrijving aflezen van de typeplaat van de aandrijving. De werkingsrichting (veiligheidspositie) "aandrijfstang uitgaand" of "aandrijfstang ingaand" is bij de aandrijving type 271 door FA of FE gemarkeerd en bij het type 3277 door middel van een symbool. De onderwaarde van het signaalbereik komt overeen met de in te stellen signaalbereiksaanvangswaarde, de bovenwaarde met de signaalbereiks-eindwaarde. Bij aandrijving met "aandrijfstang ingaand" een druk activeren op de onderste mem - braankamer aansluiting die overeenkomt met de signaalbereik-aanvangswaarde (bijv. 0,2 bar). Bij aandrijving "aandrijfstang ingaand" een druk activeren die overeenkomt met de sig - naalbereiks-eindwaarde (bijv. 1 bar). Koppelingsmoer (6.1) met de hand verdraai - en tot deze de aandrijfstang (8.1) raakt, daarna ca. 1/4 slag verder draaien en deze stand met de slagmoer (6.2) borgen. Koppelingshelften (7) plaatsen en vastschroe - ven. Slagindicatie (5.3) uitrichten op de top van de koppelstuk. 2.1 Voorspanningsmogelijkheid veren bij "aandrijfstang uitgaand" (alleen 350 en 700 cm 2 ) Om een grotere stelkracht te realiseren be - staat bij deze aandrijvingen de mogelijkheid om bij de ventielinstelling de veren tot 25% van hun slag resp. steldrukbereik voor te spannen. Wanneer bij een signaalbereik van 0,2 tot 1 bar een voorspanning van bijv. 0,1 bar wordt gewenst dan verschuift het sig - naalbereik met 0,1 bar naar 0,3 bar (0,1 bar komt overeen met een voorspanning van 12,5%). Bij de instelling van het ventiel moet nu als aanvangswaarde voor het signaalbe - 3
4 reik een druk van 0,3 bar worden ingesteld. Het nieuwe signaalbereik van 0,3 tot 1,1 bar moet op de typeplaat als "signaalbereik met voorgespannen veren" worden gemarkeerd. 2.2 Door leverancier voorgespannen veren in de aandrijving Aandrijvingen die zonder ventiel al door de leverancier zijn voorgespannen worden door een plaat gemarkeerd. Bovendien zijn op de membraanschaal drie verlengde schroeven met moeren zichtbaar. Deze ma - ken bij de demontage van de aandrijving een gelijkmatig afbouwen van de veervoor - spanning mogelijk. 3. Inbouw 3.1 Inbouwpositie Het ventiel moet verticaal met de aandrijving naar boven worden gemonteerd. Bij ventieluitvoeringen met laseinden moet na het losdraaien van de klem (5.4) de gehe - le ventielopbouw van het ventielhuis worden gedemonteerd voordat deze in de leiding kan worden gelast. Het ventiel moet span - ningsvrij worden ingebouwd. Eventueel moe - ten de leidingen in de nabijheid van de aan - sluitingen worden ondersteund. Breng de on - dersteuningen nooit aan op het ventiel of de aandrijving. Spoel de leiding zorgvuldig door voordat het ventiel wordt ingebouwd. Beschermingsstopgen op de testaansluitin - gen (5.2) verwijderen, zodat een eventueel optredende lekkage aan de klepstangafdich - ting kan worden gesignaleerd. Wanneer het bovendeel van het ventiel is uitgevoerd voor een stoomslot dan moeten de snijringaanslui - tingen met het stoomcircuit worden verbon - den. 3.2 Steldrukleiding Sluit de steldrukleiding bij een ventiel met aandrijving "aandrijfstang uitgaand" aan op de onderste membraankamer en bij een ventiel met aandrijving "aandrijfstang in - gaand" op de bovenste membraankamer. Bij de aandrijving type 3277 bevindt de onder - ste aansluiting zich aan de zijkant van het juk van de onderste membraanschaal. 4. Bediening 4.1 Omkeren van de werkingsrichting (veiligheidspositie) van de pneumatische aandrijving (figuur 3) Bij montagewerkzaamheden aan het regelventiel moet het betreffende deel van de installatie drukloos! worden gemaakt. Het verdient aanbeveling om de leiding te legen en het regelventiel uit te bouwen. Wanneer het nodig is om de werkingsrich - ting van de aandrijving om te keren dan kan als volgt te werk worden gegaan. Aandrijving (8) van het ventiel demonteren. Daarvoor eerst een steldruk op de aandrij - ving activeren die boven de signaalbereiksaanvangswaarde ligt (zie typeplaat). Koppelingshelften tussen de membraan- en klepstang losmaken en slagmoer (8.2) af - schroeven. Aandrijving van regelventiel nemen Werkingsrichting "aandrijfstang uitgaand" naar werkingsrichting "aandrijfstang ingaand" Moeren en schroeven (8.10) op de mem - braanschaal uitschroeven. Voorzichtig bij aandrijvingen waarvan de veren door de leverancier zijn voorgespannen herkenbaar aan de verlengde schroeven en moeren op de membraankamer. In dat geval eerst de korte schroeven verwij - deren en dan langzaam en gelijkmatig de lange schroeven en moeren losdraaien tot de veren vrij zijn gekomen. Bovenste membraanschaal wegnemen. Veren (8.3) uitnemen. Aandrijfstang (8.1) met membraanschotel (8.7) en membraan (8.4) uit de onderste membraanschaal (8.6) trekken. Moer (8.8) afschroeven terwijl moer (8.9) wordt tegengehouden; beschadig de aandrijfstang niet. 4
5 Membraanschotel met membraan omkeren en de moer weer opschroeven. Aandrijf - stang met smeermiddel (bestelnr ) inwrijven. Membraanschotel in bo - venste membraanschaal (8.5) leggen, veren (8.3) plaatsen en de onderste membraan - schaal (8.8) over de aandrijfstang (8.1) schuiven. Membraanschalen weer samen - schroeven.bij aandrijving type 271 de onten beluchtingsstop (9) uit de bovenste mem - braanschaal (8.5) schroeven en weer in - schroeven in de onderste membraanschaal (8.6). Bij aandrijving type 3277 de ont- en beluchtingsstop (9) uit de bovenste mem - braanschaal verwijderen. 2 aandrijfstang ingaand aandrijfstang uitgaand lange draadmoffen bij voorgespannen veren Fig. 3 Aandrijving type 271 boven en type 3277 onder 8.1 aandrijfstang 8.2 slagmoer 8.3 veer (veren) 8.4 membraan 8.5 bovenste membraanschaal 8.6 onderste membraanschaal 8.7 membraanschotel 8.8 moer 8.9 moer 8.10 schroeven en moeren 9 Ont- en beluchtingsstop 10 steldrukaansluiting 5
6 De veren die nu van onderen tegen het mem - braan drukken openen via de aandrijfstang (8.1) en de klepstang het ventiel. De steldruk komt via de bovenste aansluiting (10) in de bovenste membraankamer. Wanneer de stel - druk toeneemt dan sluit deze het ventiel te - gen de kracht van de veren in. Aandrijving conform par. 2 op het regelven - tiel monteren Werkingsrichting "aandrijfstang ingaand" naar werkingsrichting "aandrijfstang uitgaand" Moeren en schroeven op de membraan - schaal uitschroeven. Bovenste membraan - schaal wegnemen. Aandrijfstang (8.1) met membraanschotel (8.7) en membraan (8.4) uit de onderste membraanschaal (8.6) trek - ken. Veren (8.3) uitnemen. Moer (8.8) afschroeven terwijl moer (8.9) wordt tegengehouden; beschadig de aan - drijfstang niet. Membraanschotel met mem - braan omkeren en moer weer opschroeven. Aandrijfstang (8.1) door de onderste mem - braanschaal (8.6) steken en veer (8.3) plaat - sen. Bovenste membraanschaal (8.5) plaat - sen. Membraanschalen weer samenschroe - ven. Ont- en beluchtingsstop (9) uitschroe - ven en in de bovenste membraanschaal (8.5) schroeven (type 271). Bij type 3277 in de bovenste membraanschaal een ont- en beluchtingsstop schroeven. De veren die nu van boven af tegen het mem - braan drukken sluiten via de aandrijfstang en de klepstang het ventiel. De steldruk komt via de onderste aansluiting in de onderste membraankamer. Wanneer de steldruk toe - neemt dan opent deze het ventiel tegen de kracht van de veren in. Aandrijving conform hfdst. 2 op het regelventiel monteren. Meer informatie omtrent de pneumatische aandrijvingen vindt u in de bedieningsvoorschriften EB 8310 voor type 271 en EB 8311 voor type Storingen en oplossen daarvan Wanneer er lekkage naar buiten toe optreed dan kan de afstrijker (5.3), de stangenafdich - ting (5.1) of bij de stoomslot-uitvoering ook de pakking (4.2) defect zijn. Wanneer het ventiel niet correct afdicht dan kan dit worden veroorzaakt door vervuiling of andere vreemde objecten tussen zitting en klep of door beschadigde afdichtranden. Het verdient aanbeveling om de onderdelen uit te bouwen, grondig te reinigen en indien nodig te vervangen. Bij montagewerkzaamheden aan! het regelventiel moet het betreffende deel van de installatie drukloos worden gemaakt en worden geleegd. Het verdient aanbeveling om het ventiel of, bij ingelaste uitvoering de gehele ventielopbouw, uit te bouwen. 5.1 Vervangen van afdichtingsdelen Aandrijving (8) van het ventiel demonteren. Daarvoor eerst een steldruk op de aandrij - ving activeren die hoger ligt dan de signaal - bereiks-aanvangswaarde (zie typeplaat). Koppelingshelften tussen membraan- en klepstang losmaken en slagmoer (8.2) af - schroeven. Aandrijving van regelventiel tillen. Moeren (6.1 en 6.2) en klem (5.4) verwijde - ren, bovendeel ventiel (5) met klep (3) en cen - treerring (1.1) afnemen. Klep uit het bovendien trekken. Beschadigde onderdelen zoals afstrijker en stangafdichting met geschikt gereedschap uitdrukken. Bij stoomslot-uitvoering bovendien pakking (4.2), ring (4.3) en veer (4.1) uitnemen en de pakkingruimte reinigen. De nieuwe onderde - len aan de buitenzijde met smeermiddel (be - stelnr ) insmeren en in het boven - deel van het ventiel drukken. Centreerring (1.1) van een nieuwe afdich - ting (1.2) voorzien, over de klepstang schui - ven en deze in het bovendeel van het ventiel steken. 6
7 Bovendeel ventiel voorzichtig op het ventiel - huis plaatsen en met de klem (5.4) vastklem - men. Wanneer bij de stoomslot-uitvoering het gewicht van het bovendeel niet voldoen - de is om de klem te plaatsen dan moeten de pakkingveren vooraf door het bovendeel iets samengedrukt worden. Contramoer (6.2) en moer (6.1) op de klep - stang schroeven. Aandrijving monteren en signaalbereiksaanvangs- resp. eindwaarde instellen zoals in hoofdstuk 2 beschreven. 6. Afmetingen in mm en gewichten 100 Schroefdraadkoppelstuk conform DIN SMS-norm H1 Regelventiel type met laseinden H1 Regelventiel type met laseinden Ød1 Ød1 Clamp-aansluiting conform ISO 2852 Aansluitmaten in mm en gewichten voor ventiel type 3347 Ventiel DN mm in 1" 1 1/4" 1 1/2" 2" 2 1/2" 3" 4" Uitvoering met laseinden L voor leidingen conform DIN Ø-d t 2,5 2,5 2,5 2, Gewicht zonder aandrijving ca. kg 4,6 5,2 5,5 6, ,5 18 Uitvoering schroefdraadkopp. conform DIN L Ø-C1 RD RD RD RD RD RD RD 52x1/6 58x1/6 65x1/6 78x1/6 95x1/6 110x1/4 130x1/4 Gewicht zonder aandrijving ca. kg 5 5,5 5,8 6, Uitvoering schroefdraadkopp. conform. SMS-norm L Ø-C2 RD RD RD RD RD RD RD 40x1/6 48x1/6 60x1/6 70x1/6 85x1/6 98x1/6 125x1/4 Gewicht zonder aandrijving ca. kg 4,8 5,3 5,8 6, Uitvoering met Clampkoppelstuk L ,9 88,9 95,3 114,3 conf. ISO 2852 Ø-C3 50,3 50, , Gewicht zonder aandrijving ca. kg 4,8 5,6 6, Uitvoering met laseinden L conform NFA Ø-d ,4 38,6 51,6 63,5 76,1 104 t 1,2 1,2 1,5 1,5 1,6 1,6 2 Gewicht zonder aandrijving ca. kg 4,8 5,3 5,8 6,
8 Afmetingen en gewichten voor aandrijving Aandrijving cm Membraan-Ø D H H3 (bij aandrijving type 271 en 3277) Schroefdraad M30 x 1,5 a (bij aandrijving type 271) G 1/8 (NPT 1/8) G 1/4 (NPT 1/4) G 3/8 (NPT 3/8) a2 (bij aandrijving type 3277) G 3/8 (NPT 3/8) Gewicht van type 271 de aandrijving ca. kg Type 3277 zonder handbediening met Beschrijving typeplaat voor het regelventiel zonder 3, met SAMSON Typ Serial-No 3 - K vs 6 7 bar DN 8 PN 9 p 10 bar T 11 C Made in France 1 typecodering 2 opdrachtnummer 3 wijzigingsindex van de tekening 4 fabricagenummer 5 Kvs - waarde 6 afdichting zitting/klep geen belettering = metaal 2 = PTFE-zachtafdichtend 7 materiaalcodering: oppervlaktekwal.: geen belettering = standaard: extern gepolijst, intern gedraaid P.E = extern gepolijst, P.I = intern gepolijst 8 Nom. doorlaat 9 Nom. druk 10 niet beletterd 11 max. bedrijfstemperatuur 12 aansluitflens geen belettering = lasaansluiting SMS = SMS-schroefdraadkoppelstuk DIN = DIN-schroefdraadkoppelstuk Clamp = Clamp-aansluiting 13 In geval van reparatie overeenkomstig ingevuld 8. Informatie bij de leverancier (bij vragen s.v.p. opgeven) 1. Typecodering en opdrachtnummer (op typeplaat ingeslagen) 2. Fabricagenummer, nom. doorlaat en uitvoering van het ventiel Technische wijzigingen, zonder aankondiging vooraf, voorbehouden. 3. Druk en temperatuur van het medium 4. Doorstroming in m 3/ h 5. Nom. signaalbereik (steldrukbereik) (bijv. 0, bar) van de aandrijving 6. Inbouwschets SAMSON REGELTECHNIEK B.V. Postbus 290 (Signaalrood 10) NL-2700 AG ZOETERMEER Tel * Telefax EB 8097 NL
Model 250 Pneumatisch regelventiel Type en
Model 250 Pneumatisch regelventiel Type 3252-1 en 3252-7 Afb. 1 Hogedrukventiel type 3252 met pneumatische aandrijving type 3277 en i/p-klepstandsteller type 3767 Uitgave november 1998 Inbouw- en bedieningsvoorschrift
Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8048 NL. Pneumatisch regelventiel Type 3249-1 en type 3249-7
Pneumatisch regelventiel Type 3249-1 en type 3249-7 Fig. 1 Regelventiel type 3249-7 in Ball-body-uitvoering, met aandrijving type 3277 en geïntegreerde klepstandsteller Fig. 2 Regelventiel type 3249-7
Pneumatisch regelventiel type 3335/3278 Pneumatisch regelventiel type 3335-1
Pneumatisch regelventiel type 3335/3278 Pneumatisch regelventiel type 3335-1 Figuur 1 Pneumatisch regelventiel type 3335/3278 1. Constructie en werking Het pneumatische regelventiel bestaat uit het met
Model 240 Pneumatisch open-/dicht-regelventiel Type 3351
Model 240 Pneumatisch open-/dicht-regelventiel Type 3351 Fig. 1 Type 3351 1. Constructie en werking Het pneumatische regelventiel type 3351 bestaat uit een open-/dichtventiel en een membraanaandrijving,
Pneumatische draaiaandrijving Type 3278
Pneumatische draaiaandrijving Type 3278 Fig. 1 Draaiaandrijving type 3278 1. Constructie en Werking De enkelvoudig werkende draaiaandrijving met veerretour dient voor aanbouw op regel - ventielen en andere
Inbouw- en bedieningshandleiding EB 8015. Pneumatisch regelventiel Type 3241-1 en type 3241-7. Type 3241-1. Type 3241-7
Pneumatisch regelventiel Type 3241-1 en type 3241-7 Type 3241-1 Type 3241-7 Fig. 1 Ventiel type 3241 met aandrijving type 3271 en aandrijving type 3277 Inbouw- en bedieningshandleiding EB 8015 Uitgave
Model 42 Verschildrukregelaar (sluitend) Type type Type A type A Type B type B
Model 42 Verschildrukregelaar (sluitend) Type 42-14 type 42-18 Type 42-24 A type 42-28 A Type 42-24 B type 42-28 B Type 42-24 A Type 42-28 A figuur 1 Verschildrukregelaar 1. Constructie en werking De verschildrukregelaar
Model 240 Pneumatisch regelventiel type en type
Model 240 Pneumatisch regelventiel type 3244-1 en type 3244-7 Fig. 1 Regelventiel type 3244-1 Fig. 2 Regelventiel type 3244-7 1. Constructie en werking De pneumatische regelventielen type 3244-1 en type
Verschildrukregelaar Type 45-1 Type 45-2 Type 45-3 Type Fig. 1 Type Fig. 2 Type Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 3124 NL
Verschildrukregelaar Type 45-1 Type 45-2 Type 45-3 Type 45-4 Fig. 1 Type 45-1 Fig. 2 Type 45-2 Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 3124 NL Uitgave mei 2000 Constructie en werking 1. Constructie en werking
Pneumatische stoomomvormer Type 3281-1 en type 3281-7 Type 3286-1 en type 3286-7. Fig. 1 Type 3281-1. Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8251 NL
Pneumatische stoomomvormer Type 3281-1 en type 3281-7 Type 3286-1 en type 3286-7 Fig. 1 Type 3281-1 Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8251 NL Uitgave September 2003 Inhoudsopgave Inhalt Seite 1 Constructie
Pneumatische aandrijvingen 1000, 1400, 2800 en 2 x 2800 cm² Type 3271
Pneumatische aandrijvingen 1000, 1400, 2800 en 2 x 2800 cm² Handbediening type 3273 Toepassing Slagaandrijving, vooral voor aanbouw op SAMSON ventielen model 240, 250 en 280 Membraanoppervlak 1000 tot
Overstortventiel type 2114/2418
Overstortventiel type 2114/2418 fig. 1 type 2114/2418 1. Constructie en werking Het overstortventiel Type 2114/2418 bestaat uit het regelventiel Type 2114 en de aandrijving Type 2418. Het overstortventiel
Veiligheidsafsluitventiel met drukreduceer Type Fig. 1 Type Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB NL
Veiligheidsafsluitventiel met drukreduceer Type 33-1 Fig. 1 Type 33-1 Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 2551-1NL Uitgave juni 1999 Constructie en werking 1. Constructie en werking Het drukreduceer bestaat
Reduceerventiel voor stoom type 39-2
Reduceerventiel voor stoom type 39-2 figuur 1 type 39-2 1. Constructie en werking Het reduceerventiel bestaat in wezen uit het ventielhuis met zitting, klepstang met klep en balg en de aandrijving met
Uitvoeringen. Bijbehorende overzichtsblad T 5800 Bijbehorende typebladen aandrijvingen T 8340, T 8331 T , T 5857, T 5824, T 5840
Elektrische regelventielen Type 3260/5857, 3260/5824, 3260/5825, 3260/3374, 3260/3274 Pneumatische regelventielen Type 3260/2780, 3260/3372, 3260-1, 3260-7 Driewegventiel type 3260 Toepassing Als meng-
Pneumatisch regelventiel type en type Afb. 1 Type Inbouw- en bedieningshandleiding EB 8055 NL
Pneumatisch regelventiel type 3253-1 en type 3253-7 fb. 1 Type 3253-1 Inbouw- en bedieningshandleiding Uitgave oktober 2003 Inhoudsopgave Inhoud 1 Constructie en werking...............................
Drukreduceer Type Fig. 1 Type Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB NL
Drukreduceer Type 2333 Fig. 1 Type 2333 Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 2552-1 NL Uitgave mei 2001 Constructie en werking 1. Constructie en werking De drukreduceer bestaat uit het doorgangsventiel
Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 2183 NL. Veiligheidstemperatuurbewaking (STW) met veiligheidsthermostaat type 2403 K
Veiligheidstemperatuurbewaking (STW) met veiligheidsthermostaat type 2403 K Veiligheidsthermostaat Regelthermostaat Fig. 1 Veiligheidstemperatuurbewaking type 2436 K/2403 K met regelthermostaat type 2430
Model 240 Pneumatisch regelventiel type en type Doorgangsventiel type 3241
Model 240 Pneumatisch regelventiel type 3241-1 en type 3241-7 Doorgangsventiel type 3241 Toepassing Regelventiel voor de procestechniek en de installatiebouw Nom. doorlaat 15 t/m 300 Nom. druk PN 10 t/m
Model 42 Volumehoeveelheidsregelaar Type 42-36
Model 42 Volumehoeveelheidsregelaar Type 42-3 Figuur 1 Volumehoeveelheidsregelaar type 42-3 1. Constructie en werking De hoeveelheidsregelaar type 42-3 is be - doeld om de doorstroming op een voorafge
Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 3017 NL. Hoeveelheids- en verschildrukregelaar Type Hoeveelheid- en verschildrukof drukregelaar Type 42-39
Hoeveelheids- en verschildrukregelaar Type 42-37 Hoeveelheid- en verschildrukof drukregelaar Type 42-39 Type 42-37 Type 42-39 Fig. 1 Verschildrukregelaar Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 3017 NL Uitgave
Magneetventielen type 3963
Inbouw- en bedieningsvoorschrift Magneetventielen type 3963 Fig. 1 Algemeen De instrumenten mogen alleen door vakpersoneel dat bekend is met de montage, de inbedrijfname en het bedrijf van dit product,
Temperatuurregelaar zonder hulpenergie Model 43 Temperatuurregelaar type 43-1 type 43-2
Temperatuurregelaar zonder hulpenergie Model 43 Temperatuurregelaar type 43-1 type 43-2 Toepassing Regelaar voor stadsverwarmingsinstallaties, warmtegeneratoren, warmtewisselaars en andere huistechnische
Drukregelaar zonder hulpenergie Universele drukreduceer type 41-23
Drukregelaar zonder hulpenergie Universele drukreduceer type 41-23 Toepassing Drukregelaar voor gewenste waarden van 5 mbar tot 28 bar Ventielen in nom. doorlaat DN 15 t/m 100 Nom druk PN 16 t/m 40 Voor
Drukregelaar type voor verhoogde luchtcapaciteit. Afb. 1 Drukregelaar type Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB NL
Drukregelaar type 4708-45 voor verhoogde luchtcapaciteit Afb. 1 Drukregelaar type 4708-45 Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8546-1 NL Uitgave maart 2010 Inhoudsopgave Inhoud Pagina 1 Constructie en werking.........................
AK 45 Gebruiksaanwijzing 810532-00
AK 45 Gebruiksaanwijzing 810532-00 Opstart-aflaatklep AK 45 Doorstroomdiagram 1000 800 600 500 400 1 300 Doorstroming [kg/h] 200 100 0,1 0,2 0,3 0,4 0,5 0,6 0,8 1 2 Verschildruk [bar] 1 Maximale doorstroomhoeveelheid
Elektrische of pneumatische eindschakelaar type Fig. 1 Eindschakelaar type Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8365 NL
Elektrische of pneumatische eindschakelaar type 4746 Fig. 1 Eindschakelaar type 4746 Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8365 NL Uitgave december 2000 Inhoudsopgave Inhoud Blz. Veiligheidsinstructies.............................
Type 240 Pneumatische regelventielen type PSA, -7 PSA, -9 PSA Globe valve type 3241 PSA
Type 240 Pneumatische regelventielen type 3241 1 PSA, -7 PSA, -9 PSA Globe valve type 3241 PSA ANSI-uitvoering Toepassing Regelventiel voor PSA-installaties (Pressure Swing Adsorption) s ½ tot 6 Nominale
Inbouw- en bedieningshandleiding EB 8222 NL. Pneumatisch regelventiel Type 3310/AT en 3310/3278 Kogelsegmentventiel type Figuur 1 Type 3310/AT
Pneumatisch regelventiel Type 3310/AT en 3310/3278 Kogelsegmentventiel type 3310 Figuur 1 Type 3310/AT Figuur 2 Type 3310/3278 met aangebouwde klepstandsteller Inbouw- en bedieningshandleiding Uitgave
Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 5801 NL. Elektrische aandrijving Type 5801 (draaiaandrijving) Type 5802 (slagaandrijving)
Elektrische aandrijving Type 5801 (draaiaandrijving) Type 5802 (slagaandrijving) Slagaandrijving met regelventiel Type 3260 Draaiaandrijving met stangenstelsel Slagaandrijving met regelventiel Type 3321
GESTRA. GESTRA Steam Systems VK 14 VK 16. Gebruikershandleiding 818581-00 Kijkglazen Vaposkop VK 14, VK 16
GESTRA GESTRA Steam Systems VK 14 VK 16 Gebruikershandleiding 818581-00 Kijkglazen Vaposkop VK 14, VK 16 1 Inhoud Belangrijke instructies Blz. Toepassing... 4 Veiligheidsinstructies... 4 Gevaar... 4 DGRL
Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8385 NL. Pneumatische klepstandsteller Elektropneumatische klepstandsteller Type 3760
Pneumatische klepstandsteller Elektropneumatische klepstandsteller Type 3760 Fig. 1 Klepstandsteller type 3760 Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8385 NL Uitgave juli 2000 Inhoudsopgave Inhoud Blz. 1.
Pneumatische klepstandsteller Type Fig. 1 Type Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB NL
Pneumatische klepstandsteller Type 4765 Fig. 1 Type 4765 Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8359-1 NL Uitgave augustus 2000 Inhoudsopgave Inhoud Blz. 1. Constructie en werking...........................
Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8546 NL. Drukregelaar type Type op klepstandsteller Type met filterhuis
Drukregelaar type 78 Type 78- op klepstandsteller 7 Type 78- met filterhuis Type 78- op aandrijving 7 Fig. Drukregelaar type 78 Inbouw- en bedieningsvoorschrift B 8 NL Uitgave september Inhoudsopgave Inhoud
Standmelder Type 4748
Standmelder Type 4748 Fig. 1 Type 4748 1. Constructie en werking De standmelder type 4748 is bedoeld voor het toekennen van de ventielstand (slag) aan een analoog uitgangssignaal van 4...20 ma. Wanneer
VTB 200 Vlinderkleppen
VTB 200 Vlinderkleppen Adres http://www.vapo.nl Vapo Techniek BV Esp 258 5633 AC Eindhoven Nederland T: +31(0)40 248 10 00 F: +31(0)40 248 10 40 E: [email protected] Inhoudsopgave Algemene kenmerken 3 Condities
Drukregelaar zonder hulpenergie. Drukreduceer Type 2422/2424. Drukreduceer type 2422/2424. Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 2547 NL
Drukregelaar zonder hulpenergie Drukreduceer Type 2422/2424 Drukreduceer type 2422/2424 Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 2547 NL Uitgave Maart 2014 Betekenis van de aanwijzingen in dit inbouw- en bedieningsvoorschrift
Drukregelaar zonder hulpenergie. Drukreduceer type Drukreduceer type Inbouw- en bedieningshandleiding EB 2520 NL
Drukregelaar zonder hulpenergie Drukreduceer type 2405 Drukreduceer type 2405 Inbouw- en bedieningshandleiding Uitgave mei 2010 Inhoudsopgave Inhoud 1 Constructie en werking.......................... 4
Alwa-Kombi-4 (IN)REGELVENTIEL VOOR WARM TAPWATER CIRCULATIESYSTEMEN MET ONDERSTEUNING VOOR THERMISCH DESINFECTEREN TOEPASSING KENMERKEN CONSTRUCTIE
Alwa-Kombi-4 (IN)REGELVENTIEL VOOR WARM TAPWATER CIRCULATIESYSTEMEN MET ONDERSTEUNING VOOR THERMISCH DESINFECTEREN PRODUCTINFORMATIEBLAD TOEPASSING Alwa-Kombi-4 wordt toegepast als (in)regelventiel voor
GESTRA. GESTRA Steam Systems BK 212. Inbouwhandleiding Condenspot BK 212
GESTRA GESTRA Steam Systems BK 212 Inbouwhandleiding 818515-00 Condenspot BK 212 1 Doorstroomdiagram 2 Doorstroming [kg/h] 1 Verschildruk [bar], betrokken op atmosferische druk Fig. 1 1 Maximale capaciteit
Magneetklep DN10, DN15 en DN20 Kenmerken
Madas type EVO/NC Magneetklep DN10, DN15 en DN20 Kenmerken Aansluiting schroefdraad G3/8, G1/2 of G3/4 Maximale inlaatdruk 200 mbar Temperatuur bereik - 15 o C tot + 60 o C, energiebesparende versie -
Montage handleiding Meskantafsluiters
Montage handleiding Meskantafsluiters MONTAGEKLARE ACCESSOIRES Montagekit Een groot assortiment accessoires beschikbaar in montagekit voor DN 300. Magneetklep Snelle montage van magneetklep Standmelding
Magneetklep DN15 t/m DN150
Madas type EVP(C)/NC Magneetklep DN15 t/m DN150 Kenmerken Aansluiting schroefdraad G1/2 t/m G2 EN10226 Aansluitingen flenzen DN25 t/m DN150 PN16 ISO 7005 Maximale inlaatdruk 200 mbar optioneel 360 mbar
Drukregelaar type 4708
Drukregelaar type 478 Toepassing Drukregelaar voor de voeding van pneumatische meet-, regelen besturingsinrichtingen met constante druk Bereik gewenste waarde,,6 bar (3... 4 psi) of,... 6 bar (8... 9 psi)
GESTRA Steam Systems AK 45. Gebruiksaanwijzing Opstart-aflaatklep AK 45
GESTRA Steam Systems Gebruiksaanwijzing 810532-01 Opstart-aflaatklep Inhoud Belangrijke instructies Blz. Correcte toepassing...4 Veiligheidsinstructies...4 Gevaar...4 Opgelet...4 DGRL (richtlijnen voor
BK 46 Gebruikershandleiding 810725-00
BK 46 Gebruikershandleiding 810725-00 Condenspot BK 46 1 Doorstroomdiagram 2 1 Capaciteit PMX Fig. 1 1 2 Maximale doorstroomsnelheid van heet condensaat voor de BK 46 Maximale doorstroomhoeveelheid van
Documentatie. 2/2 weg magneetventiel G 1/8'' - G 2'' Type M(O)... 24V=, M(O)... 220V
G 1/8'' - G 2'' Type M(O)... 24V=, M(O)... 220V 1. Inhoudsopgave 1. Inhoud...1 2. Technische specificaties...1 3. Schema van onderdelen...2 4. Ventiel-typen...2 5. Functie types...3 6. Waarschuwingen...3
Aanvullende handleiding. Staaf- en kabelcomponenten. voor VEGAFLEX Serie 80. Document ID: 44968
Aanvullende handleiding Staaf- en kabelcomponenten voor VEGAFEX Serie 80 Document ID: 44968 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Productbeschrijving 1.1 Verlengingen... 3 2 Montage 2.1 Algemene instructies...
Smoorkleppen PN6, PN10, PN16
4 131o Smoorkleppen PN6, PN10, PN16 VKF41... Smoorkleppen, gemonteerd tussen flenzen nominale druktrappen PN6, PN10, PN16 gietijzer GG-20 / GG-25 afdichting metaal op metaal DN40... DN200 k vs 50... 4
Bedrijfsvoorschriften
1 Inhoud 2 Inleiding 2 2.1 Gebruiksdoel 2 2.2 Toepassingsgebied 2 2.3 Te ontraden gebruik 2 3 Veiligheid 2 4 Transport en opslag 2 5 Installatievoorschriften 2 5.1 Plaatsing 2 5.2 Inbouw in leidingwerk
Handbediende inregelafsluiters met flensaansluiting MSV-F2 DN
Handbediende inregelafsluiters met flensaansluiting DN 5-3 Beschrijving DN 5-15 DN 2-3 is een handbediende inregelafsluiter met flensaansluitingen. De kan worden toegepast als inregelafsluiter in koel-
afsluiters (072) 514 18 00 (072) 515 56 45 ERIKS bv Voormeer 33 Postbus 280 1800 BK Alkmaar www.eriks.nl [email protected] 8 2 2 0 1 7 (2003)
afsluiters R X k o g e l k r a n e n DOCUMENTATIENUMMER VAN DEZE PUBICATIE: 8 2 2 0 1 7 (2003) VOOR MEER INFORMATIE BE: (072) 514 18 00 (072) 515 56 45 ERIKS bv Voormeer 33 Postbus 280 1800 BK Alkmaar
Doorstroomafsluiter met buitendraad, PN 16
36 Doorstroomafsluiter met buitendraad, PN 6 VVG... Armatuur brons CC9K (Rg5) DN 5...DN 0 k vs 5...25 m 3 /h Vlak afdichtende buitendraadaansluiting G B volgens ISO 228/ Koppelingsets ALG 2 met draadaansluiting
GESTRA. GESTRA Steam Systems NRG 26-21. Montagehandleiding 810070-01 GESTRA Niveau-elektrode NRG 26-21
GESTRA GESTRA Steam Systems NRG 26-2 Montagehandleiding 80070-0 GESTRA Niveau-elektrode NRG 26-2 NRG 26-2 Afmetingen NRG 26-2 NRG 6- G 3 /4 G 3 /4 G 3 /4 warmteisolatie ketelwand voorlansflens DN 00 DN
HINDLE. Hindle Ultra-Seal kogelkranen Handleiding voor gebruik, installatie en onderhoud. www.pentair.com/valves. Inhoud 1 Opslag/bescherming 1
HINDLE Ultra-Seal kogelkranen met zwevende kogel bieden een superieure afdichting downstream en naar de atmosfeer, zowel in gereduceerde als met volledige doorlaat. Inhoud 1 Opslag/bescherming 1 2 Installatie
BK 45 BK 45U. Gebruikershandleiding 810450-01 Condenspot BK 45, BK 45U
BK 45 BK 45U Gebruikershandleiding 810450-01 Condenspot BK 45, BK 45U 1 Inhoudsopgave Belangrijke instructies Pagina Toepassing...6 Veiligheidsinstructie...6 Indeling conform artikel 9 richtlijn voor drukapparaten...6
MECAFRANCE KOGELKRANEN
KENMERKEN: - Vervaardigd in gesmeed roestvrijstaal AISI 316 L of staal C 22.3. - Massieve kogel. - Separate huisafdichting waardoor het mogelijk is de kogelkraan met BW direkt zonder demontage in de leiding
GESTRA Steam Systems BK 45 BK 45U BK 46. Gebruiksaanwijzing Condenspot BK 45, BK 45U, BK 46
GESTRA Steam Systems BK 45 BK 45U BK 46 Gebruiksaanwijzing 810450-02 Condenspot BK 45, BK 45U, BK 46 Inhoud Belangrijke instructies Blz. Correcte toepassing...4 Veiligheidsinstructies...4 Gevaar...4 Opgelet...4
Elektropneumatische klepstandsteller Type Fig. 1 Type Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB NL
Elektropneumatische klepstandsteller Type 4763 Fig. 1 Type 4763 Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8359-2 NL Uitgave juni 2000 Inhoudsopgave Inhoud Blz. 1. Constructie en werking...........................
UBK 46. Gebruiksaanwijzing Thermische condensaatafvoerregelaar UBK 46
UBK 46 Gebruiksaanwijzing 810531-00 Thermische condensaatafvoerregelaar UBK 46 Doorstroomhoeveelheden, openingstemperaturen Bedrijfsoverdruk [bar] 1 2 4 8 12 16 20 26 32 Openingstemperatuur bij default-instelling
GESTRA. GESTRA Steam Systems ERL 16-1 LRG Gebruiksaanwijzing Geleidbaarheidselektroden ERL 16-1, LRG 16-4
GESTRA GESTRA Steam Systems ERL 6- LRG 6-4 Gebruiksaanwijzing 800-0 Geleidbaarheidselektroden ERL 6-, LRG 6-4 ERL 6-, LRG 6-4 Afmetingen max. 60 C max. 60 C 99 0 Schoefdraad G ¾ Afdichtring 7 x 3 mm DN
GESTRA MK 36/51. Installatie instructies 810838-00 Condenspot MK 36/51
GESTRA MK 36/51 Installatie instructies 810838-00 Condenspot MK 36/51 Toepassing De condenspot MK 36/51 alleen voor afvoer van condensaat uit stoom toepassen. Veiligheidsinstructie Het apparaat mag uitsluitend
Servicevoorschrift Pagina 1 van 6 Test- en hervulhandleiding
Servicevoorschrift Pagina 1 van 6 Servicevoorschrift Pagina 2 van 6 Nr. Omschrijving S 2 DF 1 Borgpen 142 101 2. Drukindicator 501 816 3. Spindel met O-ring 142 082 4. Ventiel met 140 435 bevestigingsmoer
Schraapaggregaat Handleiding
Schraapaggregaat Handleiding 1927 Art. -Nr. 210.1394 07/88 1 Inhoudsopgave Zijde 1 Kennismaken met het schraapaggregaat 3 2 Aggregaat in bedrijf nemen 4 3 Gebruik van de kantenaanlijmmachine zonder schraapaggregaat
INSTALLATIE-, BEDIENINGS- EN ONDERHOUDSVOORSCHRIFT KLINGER Reflex en Transparant peilglastoestellen Type R100 / R160 en T50 - T250
INSTALLATIE-, BEDIENINGS- EN ONDERHOUDSVOORSCHRIFT KLINGER Reflex en Transparant peilglastoestellen Type R100 / R160 en T50 - T250 LET OP: onderhoud dient altijd te worden uitgevoerd door gekwalificeerd
Servicevoorschrift Pagina 1 van 6 NL S019-FLN S 6 DN eco Uitgave 08/2008 NEN 2559
Servicevoorschrift Pagina 1 van 6 Servicevoorschrift Pagina 2 van 6 Tek.nr. S 6 DN eco 1 Borgpen 142 101 2. Drukindicator 501 817 3. Spindel met 142 082 0-Ring 4. Ventiel met 140 423 zeskant moer 5. 0-Ring
Eindschakelaar type 3776
Inbouw- en bedieningsvoorschrift Eindschakelaar type 3776 Fig. 1 Inhoud Algemene instructies 2 Montage 2 Montage aan draaiaandrijvingen SAMSON type 3278 3 Montage op draaiaandrijvingen conform VDI/VDE
Condenspot BK BK 212- ASME
Condenspot BK 212.. BK 212- ASME NL Nederlands Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing 818515-02 1 Inhoud Blz. Belangrijke instructies Correcte toepassing... 3 Veiligheidsinstructies... 3 Gevaar...
JALOUZIËN. Bedienings- en montagehandleiding
Bedienings- en montagehandleiding Woord vooraf Deze handleiding geeft inzicht in de werking, de montage en het onderhoud van de door Geha bv geleverde apparaten. U dient zich tijdens plaatsing en montage
Varibell Speciale Regelklep Regelbereik 1:10.000
Varibell Speciale Regelklep Regelbereik 1:10.000 Conovalve behoudt zich te allen tijde het recht voor zonder voorafgaande kennisgeving dit document te wijzigen of te herroepen. V3.0 Technische informatie
Installatie & Onderhoudsinstructies 10-2015
Installatie & Onderhoudsinstructies 1 10-2015 VEILIGHEID EN CORRECT GEBRUIK Om veiligheid en een lange levensduur van dit product te garanderen, zal u de bijgesloten instructies strikt in acht moeten nemen.
INSTALLATIE INSTRUCTIES VOOR VLINDERKLEPPEN
OI BV-B10/12 / 04 05 09 pag 1/7 Deze installatie instructies zijn van toepassing op vlinderkleppen van Belven NV Wafer & Lug type - met nominale diameter DN 32-DN 1200 - NPS 1 1/4 tot NPS 48 1. Veiligheid
Reparatievoorschriften Demonteren van het CF500 besturingsventiel
NL Reparatievoorschriften Demonteren van het CF500 besturingsventiel NL Demonteren van het CF500 besturingsventiel U heeft van Cargo Floor een besturingsventiel ontvangen ter uitwisseling van een defect
Installatiehandleiding (montage aan een dragende muur)
Populierenlaan 59, 1911 BK Uitgeest Telefoon 0251-316482 Fax 0251-314043 Email: [email protected] Website: www.sanmedi.nl Installatie handleiding Lift 03 Type A (opbouw) / CLA Installatiehandleiding (montage
Elektrische Spanning. Vermogen
MICRO 0 Serie 8 MICRO SCHUIFVENTIEL met elektropneumatische bediening getapte behuizing Ø M - monteerbaar op meervoudige basisplaten /-/-/ poorten / posities ALGEMENE BESCHRIJVING MEDIUM : Lucht of neutraal
KEYSTONE. CompoSeal-vlinderafsluiters, ringtype Handleiding voor installatie & onderhoud. www.pentair.com/valves. Lees deze instructies zorgvuldig
KEYSTONE Lees deze instructies zorgvuldig Dit symbool geeft belangrijke mededelingen en veiligheidsinstructies aan. Beoogd gebruik De afsluiter is bedoeld om uitsluitend te worden gebruikt in toepassingen
DRV7 Nodulair gietijzeren drukreduceerventiel
TI-P204-01 CH-BEn-14 3.5.1.060 Nodulair gietijzeren drukreduceerventiel Beschrijving Direct werkend drukreduceerventiel in nodulair gietijzer met afdichtingsbalgmembraan. De standaardversie heeft een membraan
Montage Voorzorgsmaatregelen voor EVRA 32 & Bij het testen op druk De spoel Het juiste product... 18
Inhoud Pagina Montage......................................................................................... 15 Voorzorgsmaatregelen voor EVRA 32 & 40.....................................................
FCT. Handleiding voor installatie en onderhoud. Kogelkranen met taatslager en zijdelingse toegang. Kogelkranen met zijdelingse toegang
FCT Kogelkranen met taatslager en zijdelingse toegang Deel 1 - Opslag 1.1 Voorbereiding en bescherming tijdens verzending Alle afsluiters zijn naar behoren verpakt om kwetsbare delen te beschermen tijdens
Toepassing Identificatie Montage Instelling Onderhoud Reserveonderdelen... 50
Inhoud Pagina Toepassing....................................................................................... 47 Identificatie......................................................................................
Montage- en onderhoudsinstruc ties Watts 909 terugstroombeveiliging Aansluitmaten DN 20 (3/4 ) t/m DN 250 (10 )
MONTAGE/ONDERHOUDS-INSTRUCTIE Montage- en onderhoudsinstruc ties Watts 909 terugstroombeveiliging Aansluitmaten DN 20 (3/4 ) t/m DN 250 (10 ) Aansluitmaten DN 20 (3/4 ) t/m DN 50 (2 ) Deze voorschriften
Documentatie. Pneumatisch bediende kogelkranen
Documentatie Pneumatisch bediende kogelkranen 1. Inhoudsopgave 2. 3P8300 Pneumatisch bediende 2-weg 2-delige MSV kogelkraan 3 2.1 Technische data 3 3. P8305 Pneumatisch bediende 3-weg MSV kogelkraan 7
Inbouwhandleiding Pagina 26. Wijnklimaatkast EWTgb/gw 1683 / 2383 / 3583
Inbouwhandleiding Pagina 26 Wijnklimaatkast NL 7085 665-00 EWTgb/gw 1683 / 2383 / 3583 Inhoud Leveringsomvang...26 Afmetingen van het apparaat...26 Apparaat transporteren...27 Inbouwmaten...28 Ventilatie
NRG 16-36 NRG 16-36. Gebruiksaanwijzing 810530-00. Niveau-electrode NRG 16-36
NRG 16-36 Gebruiksaanwijzing 810530-00 Niveau-electrode NRG 16-36 Alle afmetingen in mm Ketelwand G 1 1 /2 DN 100, PN 40 DN 50 20 1500 100 14 10 NW 20-5 90 Bijv. reduceerstuk K 88,9 x 30 x 3,2 Figuur 1:
Aanpassingset met onderdelen voor aandrijving Model 44905, of GreensPro 1200 greensrol
Form No. 338-643 Rev A Aanpassingset met onderdelen voor aandrijving Model 44905, 44906 of 44907 GreensPro 00 greensrol Modelnr.: 7-5899 Modelnr.: 7-5907 Installatie-instructies WAARSCHUWING CALIFORNIË
Jack vta 562/800. Pagina 1 van 9 versie
Jack vta 562/800 Pagina 1 van 9 versie 20180205 Wat wordt standaard geleverd: 1 Lift Jack vta 562/800 2 Besturingskast 3 Verbindingskabel 4 Voeding 5 Voedingskabel 6 TV beugel 7 Vesamount 8 Afstandsbussen
