BLOEDAFNAME DOOR VENAPUNCTIE



Vergelijkbare documenten
Bloed voor onderzoek verzamelen via een venapunctie

HANDELINGEN BIJ BLOEDAFNAME ZELFPRIKKENDE ZORGVERLENERS

HANDELINGEN BIJ BLOEDAFNAME ZELFPRIKKENDE

1 TITEL 2 DOEL 3 INLEIDING 4 AFKORTINGEN, DEFINITIES EN TERMEN 5 BENODIGDHEDEN 5.1 AFNAMEBUIZEN PROCEDURE VENEUZE BLOEDAFNAME TEN BATE VAN HUISARTSEN

CODEREN MONSTERS EN FORMULIEREN VOOR LABORATORIUM

Een perifeer infuus inbrengen

Hoofdstuk 6: Bloedafnamesystemen

Hoofdstuk 2: Hygiëne, veiligheid en afvalregeling

Intraveneuze bloedname met een vleugelnaald

Werkwijze (assisteren bij) arterielijn inbrengen en bloed afname.

PARENTERALE THUISVOEDING VIA EEN PICC EN DE BIONECTEUR. Protocol C: het afkoppelen van de perifeer ingebrachte PICC

Medicatiemeting door middel van vingerprik ('dried blood spot')

Shunt bij dialyse INTERNE GENEESKUNDE. Nazorg bij shunt

Nazorg behandeling van een slagader. Dotterbehandeling Stentplaatsing

Toegang tot de bloedbaan voor hemodialyse

Interne Geneeskunde Dialyse Centrum Groningen. Toegang tot de bloedbaan voor hemodialyse

Huisartsen / externen: bloedafname d.m.v. venapunctie Pagina 1 van 12. Inhoudsopgave

Shunt - Autologe shunt (shunt van het eigen bloedvat)

Geen tijd om elke dag te sporten? Kom thuis in actie met 1-minuut oefeningen!

CODIA. Aanleggen van een shunt. Codia Waterland. Dialysecentrum voor de regio Waterland

POLS- EN VINGEROEFENINGEN NA VERWIJDERING VAN GIPS

Methotrexaat. Voorlichting en spuitinstructie

>Werkmodel: Verbanden

Nazorg bij een hartkatheterisatie

Oefeningen voor patiënten met reumatoïde artritis

Weer naar huis met een shunt

CAPILLAIRE BLOEDAFNAME

Belangrijke aanwijzingen voordat u met de oefeningen begint:

Nazorg bij een hartcatheterisatie. Via de liesslagader of polsslagader

Nazorg behandeling van een slagader Dotterbehandeling Stentplaatsing

Protocol: wegen met een (digitale) weegstoel

shunt voor hemodialyse

Een hielprik toepassen bij neonaten

Bij bovenstaande voorbeeld moet u de oefening 6 keer achtereen uitvoeren. Dit dient u twee maal per dag te herhalen.

PATIËNTEN INFORMATIE. Hartkatheterisatie

Centrale katheter via de arm (PICC-lijn)

Nazorg bij een hartcatheterisatie Via de liesslagader of polsslagader

H Angiografie via de lies Röntgenonderzoek van de bloedvaten

Toegang tot de bloedbaan voor hemodialyse

Leefregels na hartkatheterisatie of dotterbehandeling

Perifeer Ingebrachte Centrale Catheter (PICC lijn)

H Port-a-Cath

PICC lijn. (Perifeer Ingebrachte Centrale Catheter)

Het aanleggen van een drukverband om de pols, duimmuis, knie, enkel en elleboog

PICC Radboud universitair medisch centrum

Nazorg behandeling van een slagader

Adalimumab (Humira ) toedienen Instructiefolder

Interne Geneeskunde Dialyse Centrum Groningen. Toegang tot de bloedbaan voor hemodialyse

OEFENSCHEMA HARTREVALIDATIE

Carpaal tunnelsyndroom

Toegang tot de bloedbaan - shunt

Oefenprogramma revalidatie rechterzijde

Bovenarmbrace Informatie en adviezen voor het dragen van een bovenarmbrace

Oefeningen ter Verbetering van je Lichaamshouding

Carpaal tunnelsyndroom

Inhoudsopgave. 1 Inleiding 2 2 Thuis bloedspot afnemen 3 3 Uitvoering 4 4 Tot slot 7

Carpaal tunnelsyndroom

PICC-lijn. Sophia Kinderziekenhuis. Naar huis met een PICC-lijn. Wat is een PICC-lijn?

Shunt - Autologe shunt (shunt van het eigen bloedvat)

H Port-a-Cath

Gips-/kunststofverband Oefeningen en adviezen

ETZ Ziekenhuis Titel Versie 2

Shunt - Heterologe shunt (shunt van kunststof)

Oefenprogramma revalidatie linkerzijde

Bloedafname KCL, instructie voor verpleegkundigen en doktersassistenten

Workshop verzorgingstechnieken. 24 maart 2017

uw arm of been in het gips

Centrale katheter via de arm (PICC) Oncologisch dagcentrum

Een shunt. Toegang tot de bloedbaan

Vuist maken, binnekant en buitenkant arm bekloppen (losse polsen) Schedel bekloppen

Een inwendige toegang tot de bloedbaan (Shunt)

2012 Editie v1.0 EquestrianMassage.nl F.S.A. Tuinhof. Oefeningen voor een gezond lichaam en geest

PICC-lijn. Perifeer Ingebrachte Centraal veneuze Catheter

De shunt. Voorlichting over shunt en shuntcontrole

Een gips- of kunststofverband. Praktische adviezen

Ethanol-ablatie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

Hoofdstuk 5: Aanvraag Laboratorium

H Hartkatheterisatie via de lies

Protocollenboek Voorbehouden en Risicovolle en Overige handelingen. Hoofdstuk Injecteren

Over de arm en hand wrijven

Fysiotherapie na een borstoperatie

Het aanleggen van een poortkatheter

Informatiebrochure. Gipsverbanden

P.5.04/03 Versie : 012 Proceduresops Pagina : 1/17 Geldig Printdatum : 17-Oct-14 INHOUD

PICC-lijn Radboud universitair medisch centrum

Centraal veneuze catheter Op de afdeling Hematologie

Een gips- of kunststofverband. Praktische adviezen

léñéåáåöéå=îççê=çé=ü~åç léñéåáåöéå=îççê=çé=ü~åç

Wat u moet weten bij het toedienen van antistolling thuis

Arm of been in het gips

Oefeningen nekklachten. Paramedischcentrum Landauer

Patiënteninformatie. Oefeningen en instructies bij een bovenarmbrace

PICC. Perifeer Ingebrachte Centrale Catheter

CARPAAL TUNNELSYNDROOM LOMMEN FRANCISCUS VLIETLAND

E-LEARNING. E-learning voor succesvol meten met de qlabs INR meter

Belang van een interprofessioneel team en katheterkeuze

Het dragen van gips of een hard kunststof verband

Transcriptie:

GELDIG DOCUMENT PRO 04.204 Bloedafname door venapunctie Versie : 013 Print datum : 15-1-2015 Documenteigenaar M. Bischoff (Mdw Bloedafname) Geverifieerd door I. de Regt (AH Bloedafname)/ M. Dahmen (team Laag code 0007>0007.01 manager BD) Laag naam Protocollen Bloedafname Herzieningsdatum 12/01/2017 Reden laatste wijziging: 2-12 reinigen vd stuwband 8.0 BLOEDAFNAME DOOR VENAPUNCTIE BIJBEHORENDE DOCUMENTEN WI 04.203 Handelingen bij bloedafname WI 04.204 P2a-4.1 Coderen monsters en formulieren WI 04.205 P2a-4.1 Materialen bij bloedafname K-042.340 PRD Prikaccidenten 1. DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED Het doel van deze handeling is het afnemen van een bloedmonster bij een patiënt uit een perifeer bloedvat. Deze handeling kan plaatsvinden op een regiopost, poli of aan huis. 2. AFKORTINGEN EN BEGRIPPEN TD trombosedienst 3. HANDELINGSBEVOEGDHEID medewerker bloedafname (voorbehouden handeling) functielaborant (voorbehouden handeling) Medewerkers die de handeling uitvoeren dienen gecertificeerd te zijn volgens de Bevoegdheidsregeling Voorbehouden handelingen om deze voorbehouden handeling te mogen verrichten. 4. INDICATIE Een venapunctie wordt verricht om het juiste onderzoeksmateriaal te verkrijgen dat nodig is om de door de verwijzer aangevraagde onderzoeken uit te voeren. 5. CONTRA-INDICATIE Baby s onder een ½ jaar mogen niet met een vacuümsysteem geprikt worden. De kans bestaat dat er bij het gebruik van vacuümsysteem een hartstilstand op kan treden. 6. MOGELIJKE COMPLICATIES nabloeden van de prikplaats hematoom infectie aanprikken van zenuwen 7. WERKWIJZE 7.1. Benodigdheden aanvraagformulier monsteretiketten naaldhouder Geldig vanaf: 12/01/2015 Copyright Star-MDC Pagina 1 van 8

GELDIG DOCUMENT punctienaald (zwart / groen) veiligheidsnaald stuwband benodigde bloedbuizen afdekgaasje pleister naaldenbeker bloedzakken speciale bloedzakken rekken 7.2. Keuze naald Bepaal aan de hand van de situatie welk naald je gaat gebruiken. Definitie standaard situatie bloedafname: De bloedafname vindt plaats in een rustige, opgeruimde en goed verlichte ruimte op de poli of aan huis. De patient zit op een stoel met rugleuning, aan een tafel met een naaldenbeker binnen bereik. De patient oogt kalm en heeft geen bekende besmetting van HIV, hepatitis en/of MRSA. Definitie niet standaard situatie bloedafname: Alle situaties die afwijken van de standaard situatie. Naaldensysteem per situatie Inzetten in Standaard situaties Niet standaard situaties Omschrijving Losse naald met naaldhouder Losse veiligheidsnaald met naaldhouder Type Leverancier Venosafe holder + quick fit multi sample needle Vacutainer Eclipse Blood Collection Needle foto Geldig vanaf:12/01/2015 Copyright Star-MDC Pagina 2 van 8

GELDIG DOCUMENT 7.2.1. Voorbereiding Roep de patiënt voor bloedafname en laat deze plaatsnemen. Neem maatregelen indien de patiënt aangeeft snel onwel te worden. Identificeer de patiënt dmv BSN nummer, naam, geboortedatum, geslacht (en verzekereringsnummer) en vul het aanvraagformulier aan met ontbrekende gegevens. (Zie WI 04.211 Identificatie patienten met BSN ) Beoordeel hoeveel en welke buizen moeten worden afgenomen aan de hand van het aanvraagformulier en leg deze klaar. Zorg voor voldoende monsteretiketten en gebruik monsteretiketten met de juiste datum. Leg alle benodigdheden klaar. Informeer de patiënt over de handelingen die je gaat verrichten. Respecteer en waarborg de privacy zoveel mogelijk. Ondersteun de patiënt bij het plaatsnemen in de gewenste houding. 7.2.2. Uitvoering Controleer of de verzegeling van de punctienaald intact is. Verbreek in het bijzijn van de patiënt de verzegeling van de juiste punctienaald en klik de naald op de naaldhouder. Vraag de patiënt welke arm gebruikt mag worden. Vraag de patiënt deze arm vrij te maken. Vraag de patiënt de arm gestrekt naar beneden te houden. Beoordeel de bloedvaten door de arm te observeren en te voelen Breng een stuwband aan boven de elleboogplooi, ongeveer een handbreedte boven de punctieplaats. Trek de stuwband niet te hard aan: de handen mogen niet tintelen, zorg dat de polsslag nog voelbaar is. Laat de stuwband niet langer dan 1 minuut aangespannen.vraag de patiënt eventueel een vuist te maken. Beoordeel de bloedvaten op bruikbaarheid door te observeren en palperen: normale bloedvaten zijn makkelijk voelbaar: compact, soepel en elastisch waardoor ze verschillen van spieren en pezen. voelt het hard aan, kan dit wijzen op verlittekening van het bloedvat, een pees of een spiertje. zijn pulsaties voelbaar heb je met een slagader te maken. Deze mag nooit aangeprikt worden!! indien de bloedvaten onvoldoende zichtbaar en/of voelbaar zijn, neem maatregelen om bloedvaten wijder te laten worden, zie onder 8.5. Kies een punctieplaats waar het bloedvat goed aan te prikken is Ondersteun eventueel de elleboog van de patiënt zodat plotselinge bewegingen tijdens het prikken worden voorkomen. Verwijder de beschermhoes van de naald Bij gebruik van de veilge naald, positioneer het veiligheidskapje op naald zodanig dat het niet in de weg gaat zitten tijdens de punctie. Trek de huid 5 cm onder de punctieplaats strak om het bloedvat goed te fixeren. Controleer de naald op onregelmatigheden zoals bramen. Breng de naald in de lengterichting onder een kleine hoek in het bloedvat, open kant boven. De naaldhouder moet met de arm van de patiënt een hoek van 15-30 vormen waarbij de bloedbuis zich altijd onder de punctieplaats moet bevinden. Geldig vanaf:12/01/2015 Copyright Star-MDC Pagina 3 van 8

GELDIG DOCUMENT Breng de naald in het bloedvat totdat de opening van de naald geheel binnen het bloedvat ligt. Fixeer de naaldhouder door minimaal een vinger tussen de basis van de naaldhouder en de arm van de patiënt te leggen. Plaats je duim op de bovenkant van de naaldhouder. Fixeer nooit door de naald vast te pakken! Plaats met de andere hand de bloedbuis in de naaldhouder met behulp van eventueel je duim. Fixeer de naaldhouder goed om te voorkomen dat de naaldhouder en punt van de naald verschuiven. druk eventueel met de duim de bloedbuis in de naaldhouder, zodanig dat de dop van de bloedbuis doorprikt wordt. Maak de stuwband los zodra het eerste bloed in de buis stroomt en instrueer de patiënt de vuist weer te openen. Bij afname van meerdere bloedbuizen: verwijder de volle bloedbuis en meng de buis door alsvast één keer te zwenken. Niet schudden! (Zie WI 04.203 Handelingen bij bloedafname ) druk de volgende bloedbuis in de naaldhouder. herhaal deze handeling tot alle bloedbuizen voldoende zijn gevuld. neem alle buizen in de juiste volgorde af. verwijder de laatste buis. zwenk zoals aangegeven staat iin WI 04.203. Plaats een afdekgaasje zonder druk op de punctieplaats en verwijder voorzichtig de naald. Instrueer de patiënt de arm gestrekt te houden. Dit om extra spanning op de punctieplaats te voorkomen zodat er minder kans is op een blauwe plek. Laat de patiënt het afdekgaasje licht aandrukken. Laat de naald uit de houder in de naaldenbeker vallen. Plaats nooit de beschermhoes terug op de naald!! Deponeer de naald uit de houder direct in de naaldenbeker Duw de naalden nooit na in de naaldenbeker. Vervang de naalden container bij 2/3 vol. Bij gebruik van de veilige naald wordt eerst het veiligheidskapje dichtgeklikt alvorens de naald in de naaldencontainer te deponeren Verwijder de stuwband. Controleer de punctieplaats op nabloeden. Komt er nog bloed uit de insteekopening, opnieuw afdrukken. Fixeer het afdekgaasje met een pleister: niet rondom de arm plakken! 7.2.3. Nazorg Adviseer de patiënt het afdekgaasje ongeveer 10 minuten te laten zitten Ruim alle gebruikte spullen op. Identificeer de buizen en het formulier volgens afspraak in het bijzijn van de patiënt. Informeer de patiënt over de wijze waarop de uitslag of advies verkregen kan worden Als de patient daarnaar vraagt. Ondersteun de patiënt bij opstaan uit de stoel Plaats de geïdentificeerde bloedbuizen in een rek Vervoer de bloedbuizen rechtop, in daarvoor bestemde box. 8. AANDACHTSPUNTEN,PROBLEMEN EN AFWIJKINGEN Vervang de naaldencontainer bij 2/3 vol. Geldig vanaf:12/01/2015 Copyright Star-MDC Pagina 4 van 8

GELDIG DOCUMENT Naaldhouders na iedere dienst reiningen door deze minimaal 10 minuten in een bak met 70 % alcohol te leggen en aan de lucht te laten drogen. Stuwband regelmatig reinigen. Naaldhouders minimaal 1 keer per week vervangen door nieuwe. Naaldhouders van BD (veilige naald) direct vervangen na contact met een hepatitis, HIV en/of MRSA besmette patient. 8.1. Keuze van de aanprikplaats Kies een plaats die voor de patiënt het minst belastend is. Hanteer daarbij de volgende vuistregels: respecteer de ervaring van de patiënt. neem geen bloed af aan de zijde waar een borstamputatie en/of okselkliertoilet is verricht of lymfoedeem bestaat. Indien beide borsten verwijderd zijn, moet de patiënt een schriftelijke artsverklaring overleggen waarin staat dat er toch in de arm geprikt mag worden. Indien deze verklaring niet overlegd kan worden moet er ergens anders, b.v. in een been, geprikt worden. INR bepaling kan ook via een vingerprik (Coaguchek). Dus een vingerprik mag wel na een okselkliertoilet. neem geen bloed af uit de arm waar zich een shunt voor hemodialyse bevindt. neem geen bloed af uit een verlamde arm na een herseninfarct. niet meer dan 2 keer prikken. 8.2. Voorkeurslocaties voor een prikplaats de elleboogplooi, aan de radiale zijde van de onderarm. de onderarm (uitgezonderd binnenkant pols). de handrug. 8.3. Stuwen de arteriële bloedstroom in de arm mag door de stuwband niet onderbroken worden. De veneuze afvloed moet onderbroken worden maar de polsslag moet voelbaar blijven. een te strakke stuwband of een te lang aangebrachte stuwband kan kou of tintelingen veroorzaken. Maak de stuwband losser. maak de stuwband onmiddellijk los als tussen het uiteinde van de arm en de stuwband een blauwe plek optreedt. 8.4. Geen geschikt bloedvat in de elleboogplooi Lokaliseer een bloedvat op de onderarm (uitgezonderd binnenkant pols) op de bovenarm op de handrug op de bovenkant voet, buitenkant enkel Is er geen geschikt bloedvat te vinden, neem na telefonisch overleg met de aanvrager eventueel capillair bloed af. 8.5. Maatregelen om bloedvaten wijder te laten worden Vraag de patiënt de vuist enkele malen te openen en weer te sluiten bij een aangelegde stuwband. Laat de arm naar beneden hangen, onder het niveau van het hart. Beklop de punctieplaats stevig met wijs- en middelvinger. 8.6. Keuze van de naald Hoe dunner de naald, hoe prettiger voor de patiënt probeer zoveel mogelijk een groene naald te gebruiken. Geldig vanaf:12/01/2015 Copyright Star-MDC Pagina 5 van 8

GELDIG DOCUMENT Ligging, verloop en de aard van het aan te prikken bloedvat bepalen o.a. de dikte van de naald. Hoe dunner het bloedvat, hoe dunner de naald van je keuze. Gebruik bij afname op de handrug een dunne naald (zwart ) 8.7. Desinfectie van de huid Voorafgaand aan venapunctie hoeft geen desinfectie van de huid plaats te vinden. Uitgezonderd bij: afname van een bloedkweek een patiënt met een ernstig gestoorde immunologische afweer indien de patient dit nodig acht indien het afname gebied vervuild is In deze gevallen wordt gedesinfecteerd met Quick pad, dan wel 1 minuut laten drogen. 8.8. Rollende bloedvaten Bij rollende bloedvaten is het belangrijk het bloedvat goed te fixeren door de huid rondom het bloedvat aan te spannen: vorm met duim en wijsvinger een ring rond de arm en trek huid de strak. òf trek de huid strak in de richting van de hand. bij een punctie op de handrug: prik op een plaats waar een handrugbloedvat zich vertakt. 8.9. Arterie aangeprikt Het kan gebeuren dat per ongeluk een arterie wordt aangeprikt. Dit herken je doordat: Het bloed pulserend in de bloedbuis stroomt (veneus bloed heeft een gelijkmatige stroomsnelheid). het bloed er helderrood uitziet. Arterieel bloed is namelijk zuurstofrijk en veneus bloed is zuurstofarm en donkerrood van kleur. Handelwijze bij aangeprikte arterie: verwijder direct de naald. druk de insteekplaats gedurende 10 minuten goed af. controleer of de insteekplaats niet meer bloedt. Bloedt de insteekplaats nog steeds: druk opnieuw af tot het bloeden is gestopt. leg als het bloeden is gestopt, een drukverband aan. Breng het stevig aan, maar let opdat de circulatie in de onderarm niet belemmerd wordt. De onderarm mag niet blauw/bleek/rood verkleuren. instrueer de patiënt het verband na een uur te verwijderen instrueer de patiënt opnieuw af te drukken als na het verwijderen van het drukverband opnieuw een bloeding ontstaat instrueer de patiënt contact op te nemen met de huisarts als vervolgens de bloeding niet stopt. 8.10. Buizen vullen onvoldoende Dit probleem kan verschillende oorzaken hebben. 1. Samentrekken (collaberen) van het bloedvat De opening van de naald kan hierdoor tegen de wand van het bloedvat liggen. Door de naald voorzichtig terug te trekken of 180 te draaien, kan de opening weer vrij komen. Stroomt er dan nog geen bloed in de bloedbuis, is het bloedvat mogelijk geheel gecollabeerd. Verwijder de bloedbuis dan uit de naaldhouder zodat het vacuüm wordt opgeheven en het bloedvat weer open gaat. Het vacuüm kan opgeheven zijn in de oude buis, dus neem een nieuwe buis. 2. De punt van de naald ligt niet volledig in het bloedvat Breng de naald iets verder in. 3. De naald is te diep ingebracht en heeft het bloedvat doorboord Trek de naald voorzichtig terug. Geldig vanaf:12/01/2015 Copyright Star-MDC Pagina 6 van 8

GELDIG DOCUMENT Maak de stuwband direct los als er snel een zwelling ontstaat. 4. De naald ligt naast het bloedvat Voel met je vrije hand hoe de naald ten opzichte van het bloedvat ligt. Corrigeer eventueel de ligging van de naald. 5. Blijven de buizen niet of onvoldoende vullen: Trek de stuwband opnieuw aan. Controleer of de bloedbuis correct in de naaldhouder is gedrukt. Neem een ander bloedbuisje, het vacuüm kan opgeheven zijn Verwijder de bloedbuis, verwijder de naald en zoek een andere punctieplaats. Gebruik een dunnere punctienaald of juist een dikkere. Corrigeer eventueel de ligging van de naald. Hef bij half gevulde buizen het vacuüm op met behulp van een nieuwe naald en de buis nog maals aanprikken. NB Raak de naald nooit aan. Gevolg van bloedafname die te lang duurt (bloed stroomt te langzaam): het afgenomen bloed kan hemolytisch worden en de uitslagen beïnvloeden. 8.11. Als de patiënt onwel wordt Laat de patiënt het hoofd naar beneden houden Vraag de patiënt rustig adem te halen Zet, zo mogelijk, de stoel achterover zodat het hoofd van de patiënt lager ligt en de benen iets omhoog Maak eventueel voorhoofd en polsen nat met koud water Waarschuw, indien noodzakelijk, de huisarts of 112. 8.12. Als de patiënt zich niet wil laten prikken Probeer de patiënt en eventuele begeleider te kalmeren en te overtuigen van de noodzaak van de bloedafname. Neem eventueel contact op met de aanvrager. Als contact niet mogelijk is, stuur de patiënt terug naar de aanvrager. 8.13. Onvoldoende monstermateriaal Er kan onvoldoende monstermateriaal beschikbaar zijn o.a. doordat de patiënt moeilijk te prikken is, onwel wordt of bij een klein kind. vermeld linksboven op het aanvraagformulier welke buizen missen of onvoldoende gevuld zijn. doe het aanvraagformulier, de afgenomen monsters in een rek en het restantmonsteretiketten samen in een plastic zak en vermeld waarom er niet genoeg materiaal is ingezonden. 8.14. Zwellingen en/of hematomen na afname Een zwelling en/of hematoom kan ontstaan na fout aanprikken of het perforeren van een ader (vene). druk een hematoom dat direct na bloedafname ontstaat 10 minuten krachtig af leg een drukverband aan. Breng het stevig aan maar let op dat de circulatie in de onderarm niet belemmerd wordt. De onderarm mag niet blauw/bleek/rood verkleuren. instrueer de patiënt het verband na een uur te verwijderen. Om hematoomvorming te voorkomen dient er niet teveel te worden gemanipuleerd met de naald tijdens venapunctie, de bloedafname en het verwijderen van de naald en de punctieplaats goed afgedrukt te worden. 8.15. Nabloeding Verwijder eerst het afdekgaasje en inspecteer de punctieplaats op hematoomvorming. Druk de insteekplaats opnieuw af tot de bloeding is gestopt. Breng daarna weer fixatiemateriaal aan. Geldig vanaf:12/01/2015 Copyright Star-MDC Pagina 7 van 8

GELDIG DOCUMENT Vraag de patiënt de arm enige tijd hoog te houden. Zorg daarbij wel voor voldoende ondersteuning van de arm. 8.16. Overige aandachtspunten Zorg dat de arm goed gestrekt blijft. Het buigen van de elleboog leidt tot het verdwijnen.van de venen, waardoor het prikken moeilijk of zelfs onmogelijk wordt. Het dieper dan 1 cm inbrengen van de naald verhoogt het risico dat het bloedvat geperforeerd wordt en daarmee het risico op een hematoom. Observeer de reactie van de patiënt tijdens de bloedafname. Prik liever niet op de plaats van een hematoom. 9. LITERATUUR Gids voor veneuze bloedafname; BD Diagnostics. European Committee for Clinical Laboratory Standards: Standard for specimen collection. Part 2: Blood specimen by venepuncture. ECCLS Document Vol. 4, No. 1. 1987. W.G. Guder, S. Narayanan, H. Wisser, B. Zawta: Samples: From the Patient tot the Laboratory 1996: GITverslag 19-23. Richtlijn Algemene huiddesinfectie; Werkgroep Infectie Preventie. Oktober 1999 T. Daha; Poetsritueel, standpunt van de Werkgroep Infectie Preventie. Tijdschift Hygiëne en Infectiepreventie, 1996. 1: p.28. Geldig vanaf:12/01/2015 Copyright Star-MDC Pagina 8 van 8