De bodemverontreiniging



Vergelijkbare documenten
Grond of aarde weghalen door te graven. Graven is een gat in de grond maken. De plaats waar de grond wordt weggenomen.

Woordenschat les 8.1. Vervuilde grond?

Werkboek van: Den Haneker Educatie Streekonderwijs

Zand en klei 1. Van veen tot weiland 2. Blad 1. Heide Een lage plant met paarse bloemen.

Grond onder je voeten

Wat weet jij over biologisch en over de bodem?

Opdrachten Jaar van de Bever voor groep 3,4,5 van de basisschool

Ontwikkeling en beheer van natuurgraslanden in Utrecht: Kruiden- en faunarijk grasland

Les 5 Een goede bodem

Opdrachten over de Hooge Boezem achter Haastrecht. Op de kaart hierboven zie je het hele gebied.

Bodem. Bodemleven. Bodemverzorging. Gevorderdencursus dl 1 TT Boxtel Volkstuinvereniging Ceres

Bodemkunde. Datum: vrijdag 24 juni 2016 V 2.1. V3.1 V4.1

Klimaat is een beschrijving van het weer zoals het zich meestal ergens voordoet, maar ben je bijvoorbeeld in Spanje kan het ook best regenen.


Jouw idealen in Utrecht Verkiezingsprogramma. Provinciale Staten 2015 in eenvoudige taal

BODEMLEVEN, GROND & BEMESTING

Flora en fauna. Flora

Regenwormen Tijdstip: in september, oktober en november, na een regenbui.

Wat gebeurt er met de blaadjes die in de herfst van de bomen vallen? En wat doen onze tuiniers met dode of planten of afgesnoeide takken?

Foto s. People. Welke groente wordt gebruikt voor frietjes? Welke groente is de basis voor rode spaghettisaus?

LEVEN IN HET DONKER LES 1. Dagdieren en nachtdieren

Veel veld voor vlees, weinig veld voor groenten

De landbouwer als landschapsbouwer

= een beestje met 8 poten. Een spin kan een web maken. = een plant met scherpe stekels.

Nederland Waterland Basisonderwijs

Je kunt nu de heesters snoeien die al zijn uitgebloeid. Ook buxushaagjes kun je alvast knippen. Geef ze daarna extra mest voor goede hergroei.

Bermenplan Assen. Definitief

Een gedeelte van een stad of een groter dorp. Een wijk bestaat uit meerdere buurten.

De IJzertijd (van 800 tot 12 voor Christus).

De composthoop Een composthoop bij school

Soms moet de lucht omhoog omdat er een gebergte ligt. Ook dan koelt de lucht af. Er ontstaan wolken en neerslag. Dit is stuwingsregen.

WERKBLAD mijn landschap

Woordenschat Taal Actief groep 4 Thema 8 Les 1

Onderzoeksopdracht. Bodem en grondstaal

Vind de schat van Het Vinne!

Thema 4 Platteland. Samenvatting. Meander Samenvatting groep 5

Inhoud. Inleiding blz. 3. Wat is een fossiel? blz. 4. Hoe fossielen ontstaan blz. 5. Fossielen van zacht weefsel blz. 6. Zeedieren blz.

Groei voorbereiden. -voetafdruk van dit drukwerk is berekend met ClimateCalc en gecompenseerd bij: treesforall.nl. De CO 2

Oerboeren in de Friese Wouden.

Encyclopedie. Avontuur. van het. Voor avontuurlijke kids met veel vragen

Bijlage VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2. Deze bijlage bevat informatie.

WERKBLAD OPDRACHTEN. Locatie: De Drie Linden Giersbergen 8 Drunen Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen

1 Grond Bodem Minerale bestanddelen Organische bestanddelen De verschillende grondsoorten 16 1.

Auditieve oefeningen. Boek van de week: 1; De boerderij 2; De koe die in het water viel 3; 4;

BIOBOER. Maar vandaag is het aardoliealarm. Kijk op je aardoliekaart of er voor jou een probleem is.

Lopen er beesten op het water? De sloot in al haar lagen

inhoud Zee, strand en duin 1. Zand 2. Zon en wind 3. Het duin 4. Dieren in het duin 5. Eb en vloed 6. De jutter 7. Schelpen 8.

Aardoliealarm in het bos

NIEUW NATUURGEBIED DE KEUZEMEERSEN

Leven onder de grond. Wie woont onder de grond? Stel vragen: Ben jij al onder de grond geweest? In een kelder, een tunnel, een grot?

1. Geheimen. 2. Zwammen

2 Bemesting Meststoffen Soorten meststoffen Grondonderzoek Mestwetgeving 49

Lesbrief. Watersysteem. Droge voeten en schoon water. Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta

De familie schaap. Praat eens zoals een schaap Welke dierengeluiden ken je nog? Doe ze eens na?

inhoud Herfst 1. Het weer 2. Overal blad 3. Zaden 4. Paddenstoelen 5. De eekhoorn 6. De egel 7. Insecten 8. Vogels op reis 9. Filmpje Pluskaarten

Tuin- en keukenresten composteren? Dàt is kinderspel!

antwoorden en uitleg bij Micropia-onderwijsmateriaal primair onderwijs (groep 7-8)

Winterboek. Met filmpjes, werkblad en puzzels. Groep 3/4. uitgave januari 2013

Meer over de ooievaar. Even voorstellen. Hier wonen ze. Echte natuur. Hieraan herken je hem

3 hectare groot veenweide gebied, Amsterdam Westerpark st. Hart voor de Natuur

Dieren in de winter. Kids for Animals winter spreekbeurt. Brrr. Honden

Thema 2 Planten en dieren

Bio-industrie. Wat is de bio-industrie? Om hoeveel dieren gaat het eigenlijk. De legbatterij

HET STOKSTAARTJE. Aardmannetje

inhoud DEZE ZANDBAK IS TE GEK!

Landschappelijke elementen

DASSENWERK. werkbladen opdrachten Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen. Locatie De Drie Linden Giersbergen 8 Drunen

De grond waarop wij wonen.

( BIOLOGISCHE ) Akker- en tuinbouw. Vol met boerenwijsheid én leuke Wist je datjes... CAMPAGNE GEFINANCIERD MET STEUN VAN DE EUROPESE UNIE

Weg met dat vieze water! Alles wat je moet weten over afvalwater

Instructieblad Aarde Activiteit 1.01: Grondsoorten

Bijlage VMBO-GL en TL

Winterslaap. groep 5/6

Winterboek. Groep 3/4

inhoud 1. De mier 2. De teek 3. De regenworm 4. De pissebed 5. De hoofdluis 6. De vlieg 7. De mug 8. De vlo 9. Filmpje Pluskaarten Colofon

Bosopdrachten. Praktijkopdrachten groep 7/8

Meer theorie over bodem & compost

Leesboekje de seizoenen

Woordenschat blok 03 gr4 Les 1 De bodem: de grond waarin planten kunnen groeien. De duinen: heuvels van zand langs de zee. De plant: een stengel met

Adam geeft de dieren namen

Thema 1 De wereld om je heen

Natuurschatten SPEELNATUUR

Leg in iedere cirkel op het werkvel iets van een grondsoort. Zet de naam van de grond erbij.

7,5. Samenvatting door Anne 867 woorden 12 april keer beoordeeld. Aardrijkskunde. paragraaf 2. klimaten wereldwijd.

EEN APPELTJE VOOR DE DORST

Oele de uil vertelt over hoe de verschillende dieren de winter doorkomen

WAT IS GENETISCHE MODIFICATIE?

3. Van wie is de kreet? 4. Wat wil Albor met het zwijntje doen?

Ideeën voor leerkrachten ter voorbereiding op de insectenwandeling door de Natuurtuin 't Loo

Adam geeft de dieren namen

Winterslaap. Met filmpjes, werkblad en puzzels. groep 5/6. uitgave januari 2013

Een bovenbouwproject van het IVN Veldhoven Eindhoven Vessem Najaar 2014

Ontwikkeling en beheer van natuurgraslanden in Utrecht: Nat schraalland

Samenstelling en eigenschappen

BIJLAGE 1 BEELD met toelichting BOEREN IN DE IJZERTIJD

1 In het begin. In het begin leefde alleen God. De Heere God is er altijd geweest. En Hij maakte de hemel en de aarde.

Transcriptie:

Les 8.1 Vervuilde grond? 1.Graven : een gat in de grond maken. 5. Boren: met een boor ergens een gat in maken. Dat kan in de grond, maar ook in metaal, hout of gesteente. 2. Afgraven: grond of aarde weghalen door te graven. 3. De afgraving: het weghalen van de grond of een laag van de grond. De tunnelboor De boormachine Sint Pietersgroef in Maastricht De bodemverontreiniging 4. Het gesteente: de steensoorten. 6a. De verontreiniging: de vervuiling. 6b. De bodemverontreiniging: de bodem of de grond is vervuild. Het marmer. 7. Een kluit aarde: een brok of een klont aarde. 8. Het laboratorium : Een plaats waar proeven worden gedaan. Er wordt bijvoorbeeld onderzocht of de stoffen vervuild of schadelijk zijn voor het milieu. 9. Het grondonderzoek: een onderzoek naar de grond om te onderzoeken of er vieze stoffen in de grond zitten.

Les 8.2 De boer. 1.Ploegen:De aarde omkeren met een ploeg (een werktuig met scherpe ijzers). 2.Bemesten: mest (uitwerpselen van dieren) uitstrooien over het land, zodat de gewassen groeien. 3.Het gewas( de gewassen): de planten. De boer 4a. Voedselarm: er zit weinig voedsel in de grond. 4bZoutarm: er zit weinig zout in. 4c. Vetarm: er zit weinig vet in. 4d. Voedselrijk: er zit veel voedsel in de grond. 4e. Waterrijk: er is veel water. 4f. Kleurrijk: met veel kleuren. 4g. Schaduwrijk: met veel schaduw. 5. De veeteelt: De boer houdt vee (de dieren op de boerderij: koeien, varkens, schapen of kippen). Hij doet aan veeteelt: hij laat het vee groeien, zodat hij geld kan verdienen aan het vlees, de eieren, de melk of de wol. 6. De humus : de grond waar resten van dode planten in zitten, de grond is voedselrijk. 7.De fauna: alle dieren die in een gebied leven. Dus onder andere alle koeien, veldmuizen, kikkers, insecten die in een bepaald gebied leven. 8.De flora:alle planten die ergens groeien. ( de l in flora : de l in planten).dus alle bomen, grassen, bloemen en gewassen in een bepaald gebied. Denk aan de volgende verbanden: Voedselarm ploegen bemesten - voedselrijk Het gewas - de flora - de humus De veeteelt - de fauna.

Les 8.3 Grondsoorten 1.De leisteen: een donkergrijze steensoort, dat uit veel laagjes bestaat. Komt voor in een landschap met rotsen. Komt veel voor in België. Voeger schreef men er op school op. ( leitje) 2.De kalkgrond: grond waar veel kalksteen in voorkomt.is licht van kleur en een beetje steenachtig. Grondsoorten 3.De veengrond: vochtige grond, die bestaat uit volkomen verteerde plantenresten. De plantenresten zorgen voor veel voedsel in de veengrond. Gedroogd veengrond heet turf. 4a. De rivierklei: bruine, beetje vette grond, die bij rivieren ligt. 4b. De zeeklei: grijze en natte grond. 4c. De kleigrond: rivierklei en zeeklei die voedselrijk is en waar gewassen goed op groeien. 5.Het duinzand(= stuifzand): de lage bergen van lichtgekleurd zand, vlak voor de zee. De wind blaast het zand makkelijk weg,dan heet het dus stuifzand. De wind zorgt dus voor verspreiding van het zand. 6. DUS: Grondsoorten: Het gesteente: de leisteen en de kalkgrond. De kleigrond:de zeeklei en de rivierklei. Het zand: het duinzand, het stuifzand en de verspreiding. De veengrond: vochtige veengrond en gedroogd veengrond (turf). Herhaling: wat betekent ook alweer: het gesteente- het gewas- het kenmerkvoedselrijk.

Les 8.4 Onder de grond. 1.De mol:een zwart diertje met grote graafpoten, dat onder de grond leeft en tunnels graaft. 2.De molshoop: een hoopje aarde dat de mol door eht graven omhoog heeft gebracht. Onder de grond 3.De verzakking: De grond is naar beneden gezakt. Bijvoorbeeld omdat de mol teveel tunnels op dezelfde plaats heeft gegraven. Als je er dan op loopt, kan de grond in de tunnels zakken en dan heb je een verzakking. 4. De boomwortels: een wortel van een boom, waarmee een plant of een boom voedsel en water uit de grond haalt. 5.De wurm = de worm: een diertje met een heel lang, dun, rond, en een heel buigzaam lichaam. Een wurm heeft geen pootjes, maar kruipt. 6.De woelmuis: een soort muis, een diertje met een lange staart dat knaagt aan planten en wortels. Het is 7-10 cm lang en is roodbruin. Het leeft in een 7. hol : een ruimte onder de grond, waarin het diertje woont. 8.De planteneter: De woelmuis is een muis die planten eet.

Les 8.5 De overstroming. 1.Waterrijk: er is veel water. 2. Drassig: zacht en week door veel water. Als het veel geregens heeft, is het grasland drassig. Je sopt dan met je laarzen door het water. Aan de slootkant is het weiland vaak drassig. 3a. Het vocht: nat, de nattigheid, dus water in de vorm van vocht. 3b. De vochtigheid: de nattigheid. De overstroming 6. Het monster: van iets een klein beetje nemen en het laten onderzoeken. Je kan een monster van het vervuilde water nemen en opsturen naar het TNO laboratorium, waar ze onderzoeken of er bijvoorbeeld bacteriën die botulisme of blauwalg veroorzaken, in zit. 4. Het riool: een grote buis onder de grond waar het afvalwater van wc s, douches, baden en wasbakken en gootsteenbakken in uitkomt en via de buizen wordt afgevoerd. 7. Het klimaat: het soort weer dat bij een land of streek hoort. Het zeeklimaat( zachte winters, koele zomers), (sub)tropisch klimaat, het landklimaat, het poolklimaat en het woestijnklimaat. Nederland en België hebben een zeeklimaat. 5. De riolering: Alle buizen onder de grond bij elkaar,die het afvalwater afvoeren.

Les 8.6 Licht in de tuin. 1.Omhakken: de stam van een boom met een bijl doorslaan, zodat de boom omvalt. 2.Sorteren: uitzoeken en bij elkaar leggen wat bij elkaar hoort. De kruiwagen 4. Zeven: iets door een zeef laten lopen. Een zeef is een voorwerp met kleine gaatjes erin. 3.Verbrokkelen: In kleine stukjes uit elkaar vallen. 6.Fijn: heel kleine korreltjes van iets, bv. zand 7. Grof : groot, niet klein of fijn zodat het door een zeef kan. 7. Bedekken: de bladeren liggen over de grond, zodanig dat je de grond niet meer ziet. De grond is bedekt met bladeren. 8. De lichtval: het licht dan in de tuin terecht komt. Weinig lichtval: er zijn veel bomen die het zonlicht tegenhouden. Veel lichtval: er zijn weinig bomen die het zonlicht tegenhouden. Er komt veel licht binnen.