Hoofdstuk 5 : Risicoanalyse 5.1 Wat is risicoanalyse? risico-analyse = het analyseren van risico s Een risico-analyse vormt het fundament voor het uitbouwen van een preventiebeleid. Vooraleer een systematisch preventiebeleid kan uitgebouwd worden, is het immers noodzakelijk om goed te weten wat er in de onderneming gaande is op het vlak van welzijn op het werk om te weten aan welke risico s de werknemers blootgesteld worden welke preventiemaatregelen kunnen helpen om deze risico s uit te schakelen, te verminderen of zich ertegen te beschermen Risicoanalyse houdt in dat in de onderneming wordt gekeken: of er gevaren zijn of deze schade kunnen veroorzaken of er preventiemaatregelen kunnen genomen worden welke preventiemaatregelen zullen genomen worden Desutter J. AMS 5Tem 5.1
5.2 Wat is het verschil tussen gevaar, risico en schade? Een risico is de kans dat er schade (fysiek letsel of aantasting van de gezondheid) optreedt rekening houdend met de omvang van de schade. Een bron van schade noemt men gevaar. Bijvoorbeeld : eenzelfde klimrek (gevaar = de kinderen kunnen vallen) wordt op verschillende plaatsen geïnstalleerd, op een school en op een speelterreintje van een woonwijk. Het toestel op school zal maar enkele uren per dag gebruikt wordt door veel kinderen tegelijkertijd. Het toestel in de woonwijk zal meerdere uren per dag gebruikt worden door enkele kinderen. Bij het toestel op school is het risico groter omdat de kans op schade groter is. Indien we risico's willen beoordelen dan dient men de gevaren te kennen. Er kan schade veroorzaakt worden aan : de mens : verwondingen, psychisch, de installaties : machinebreuk, brand het product : kwaliteitsvermindering de omgeving : milieuvervuiling het bedrijf : klantenverlies, faillissement. Mogelijke gevaren: Thermische Elektrische Mechanische Straling Chemische Explosie Geluid Trillingen Ergonomische Combinatie van bovenstaande gevaren Voorbeelden : De bedienaar van een CNC draaibank is onderhevig aan de volgende gevaren/risico's : Mechanische : de manipulatie van soms zware en hoekige werkstukken Geluid: oorbescherming Ergonomische : slechte plaatsing bedieningsknoppen, voortdurend rechtstaan. Trillingen De onderhoudstechnieker van een weefmachine is onderhevig aan de volgende gevaren/risico 's : Mechanische : demontage soms zware werkstukken, gekneld raken, Elektrische Geluid (omgeving) Desutter J. AMS 5Tem 5.2
5.3 Verklarende termen Risiscoanalyse : het geheel van activiteiten die als doel hebben het systematisch en permanent identificeren van gevaren en risicofactoren, en het vaststellen en evalueren van het risico met het oog op het bepalen van de preventiemaatregelen. Gevaar : de intrinsieke eigenschap of capaciteit van een voorwerp, stof, proces of situatie om nefaste gevolgen te hebben of de gezondheid en de veiligheid van de werknemer te bedreigen. Schade : elke belemmering van het fysiek en psychisch goed functioneren van een werknemer. Blootstelling : de mate waarin de werknemers in contact kunnen komen met een gevaar via verschillende wegen: het ademhalingsstelsel, de huid en de slijmvliezen, het spijsverteringsstelsel. Risicofactoren : factoren van collectieve of individuele aard die dermate ingrijpen op het gevaar dat zij de waarschijnlijkheid van het optreden van nefaste gevolgen en de omvang ervan verhogen of terugbrengen. Preventie : het geheel van maatregelen die genomen worden op het niveau van de organisatie als geheel, op het niveau van een groep van werkposten of functies of op het niveau van het individu, met het oog op het voorkomen van risico's en het vermijden of beperken van schade. Risico : elke mogelijke handeling of toestand die zou kunnen leiden tot schade. Dynamisch risicobeheersingssysteem : het is dynamisch, d.w.z. het wordt voortdurend aangepast aan de gewijzigde omstandigheden en is dus een continu proces dat steeds verder evolueert; het staat dus met andere woorden nooit stil; het is een systeem dat betrekking heeft op risicobeheersing, d.w.z. de planning van de preventie en de uitvoering van het welzijnsbeleid, waarbij beoogd wordt de risico's voor het welzijn van de werknemers te beheersen door ze op te sporen en te analyseren en concrete preventiemaatregelen vast te stellen. Desutter J. AMS 5Tem 5.3
5.4 Wat omvat het dynamisch risicobeheersingssysteem? Het dynamisch risicobeheersingssysteem heeft betrekking op het "welzijn". Dit concept omvat: De arbeidsveiligheid, nl. het geheel van maatregelen dat tot doel heeft arbeidsongevallen te voorkomen. Daarbij gaat het om de veiligheid van de arbeid wat de interacties tussen de technische installatie en de werknemer impliceert. De bescherming van de gezondheid van de werknemer op het werk. Deze notie slaat op wat traditioneel de arbeidsgeneeskunde wordt genoemd, nl. het geheel van maatregelen dat tot doel heeft beroepsziekten te voorkomen. Daarbij staat vooral de persoon van de werknemer centraal in zijn verhouding tot zijn werkomgeving. De psycho-sociale belasting veroorzaakt door het werk. Hier wordt de nadruk gelegd op de psychische component van de gezondheid van de werknemer, die echter beïnvloed wordt door zijn werkomgeving en dus ook een specifieke benadering vergt vanuit sociologische en psychologische disciplines. De ergonomie, nl. het geheel van maatregelen dat tot doel heeft het werk aan te passen aan de mens. De arbeidshygiëne, nl. het geheel van maatregelen dat tot doel heeft schadelijke invloeden te weren die verbonden zijn aan de aard van het bedrijf. De verfraaiing van de werkplaatsen. Deze notie sluit onmiddellijk aan bij de arbeidshygiëne. De maatregelen van de onderneming inzake leefmilieu, wat betreft hun invloed op de hierboven vermelde punten. Het gaat hier om de interactie tussen het leefmilieu en de hierboven vermelde arbeidsomstandigheden. Desutter J. AMS 5Tem 5.4
5.5 Technieken risicoanalyse Op deze manier wordt een volledig beeld van de onderneming gekregen. Dat beeld zal dan dienen als input, als materiaal om het preventiebeleid uit te bouwen en een globaal preventieplan op te stellen dat vastlegt waar de onderneming zich over 5 jaar wil situeren op het vlak van preventie en bescherming. Op zich eenvoudige en logische principes. Maar hoe begin je eraan voor een volledige onderneming? Voor iemand die een goede en volledige risico-analyse uitvoeren duiken meteen twee types problemen op. Ten eerste is een risico-analyse heel wat werk. Als je zomaar random begint met het opsporen van risico s wordt het algauw een onoverzichtelijke boel. Het is dan ook absoluut noodzakelijk om er op een systematische manier aan te werken. Op alle vlakken. Dat betekent onder meer dat er ook op een systematische manier documentatie moet bewaard worden over het gehele proces. Ten tweede weet men uiteraard nooit 'of men wel alle gevaren opgespoord heeft'. Met andere woorden, het moment waarop men zich tevreden kan stellen met het behaalde resultaat en dat als basisgegeven beschouwen (dat uiteraard continu moet bijgewerkt worden) is zeer moeilijk te bepalen. Wat als men nog iets over het hoofd gezien heeft? Ergens niet aan gedacht heeft? Ergens niet genoeg van afweet om het op te merken? Om aan deze twee problemen tegemoet te komen zijn een aantal risico-analysetechnieken opgezet. Deze helpen risicoanalyse op een gestructureerde, systematische manier aan te pakken, zodat de kans op onvolledigheid zo klein mogelijk wordt gehouden. Welke methode of techniek een onderneming juist gebruikt hangt af van het type activiteit en de cultuur van de onderneming zelf. Belangrijk is in elk geval dat op een actieve manier de participatie iedereen in het bedrijf wordt gevraagd. Dit kan collectief gebeuren, via werkgroepen of individueel, via een bevraging van de werknemers Desutter J. AMS 5Tem 5.5
5.6 Uitvoeren risicoanalyse Laten we asbest als voorbeeld nemen om dit schema concreter te maken: Gevaar : Asbestvezel heeft de intrinsieke eigenschap afweercellen van longen te beschadigen (kankerverwekkend) Risicofactoren : Verbonden met de verwerkelijking. het werken met asbest of producten die asbest bevatten en waarbij asbestvezels vrijkomen. Collectief: Blootstelling: type asbest. aard van het werk. duur, frequentie. afzuiging. zonering, toestand asbest Werkomstandigheden: zone, klimaat Individueel: kennis, roken, bescherming Risico s : Kans op: asbestose, longkanker, mesothelioom Desutter J. AMS 5Tem 5.6
5.7 Analysemethoden 5.7.1 Methoden toegespitst op machines Een eerste reeks methoden is toepasbaar op installaties, of in het algemeen op arbeidssituaties waarin machines en werktuigen een belangrijke rol spelen. What if - methode De what.if methode is in feite een brainstorming die uitgevoerd wordt door een groep van deskundigen. Er worden vragen gesteld over een aantal situaties of mogelijke gebeurtenissen en er wordt nagegaan wat er kan gebeuren als de situatie of de gebeurtenis in kwestie zich zou voordoen. Bijvoorbeeld : wat gebeurt er als de peilaanduiding in productievat X verkeerd is wat zijn de gevolgen als alarm y niet tijdig werkt wat gebeurt er als iemand vergeten heeft kraan Z open te draaien,... De what-if methode heeft het voordeel dat het een snelle methode is, die niet veel voorbereiding vraagt. Om tot een goed resultaat te leiden moet het team dat de brainstorming uitvoert multidisciplinair zijn samengesteld, anders zijn de what-if vragen te eenzijdig. Nadeel van de methode is dat ze niet geschikt is voor ingewikkelde of complexe installaties en weinig gestructureerd is. Een variante van de methode bestaat erin de te onderzoeken installatie onder te verdelen in secties en op elke sectie een reeks vragen te stellen die steeds betrekking hebben op dezelfde aspecten. Op deze wijze wordt de methode meer gestructureerd. HAZOP- methode Een methode die veel wordt toegepast in de procesindustrie is de HAZOP, hazard and operability studie, ook storingsanalyse genoemd. Onder procesindustrie moet men deze takken van de nijverheid verstaan waarin op industriële schaal grondstoffen worden omgezet in eindproducten door middel van chemische, biochemische of fysische bewerkingen. Over relevante punten in het proces worden een aantal vragen gesteld, waarbij Er wordt gebruik gemaakt wordt van gidswoorden zoals: niet, te veel, te laag, te Iaat,... De vragen hebben betrekking op de procesparameters : druk, temperatuur, concentratie, debiet,... De gevolgen worden nagegaan als een procesparameter afwijkt ten opzichte van de normale waarde. Bijvoorbeeld: wat gebeurt er als de temperatuur in vat X 1 te hoog oploopt? wat zijn de gevolgen als er in vat X 2 te weinig product terecht komt? als het debiet in leiding X 3 te laag is, wat zijn dan de gevolgen in menger Y 2 Deze methode heeft het voordeel dat men naast het opsporen van gevaarlijke situaties ook situaties opspoort die uit economisch oogpunt van belang kunnen zijn. (bv. als de temperatuur in vat X te hoog oploopt, ontstaat er niet direct een gevaarlijke situatie, maar het eindproduct zal van een onaanvaardbare kwaliteit zijn.) FMEA- methode De failure mode and effects analysis (FMEA) is een methode die geschikt is voor een procesinstallatie of voor automatisch gestuurde installaties. De installaties worden ook Desutter J. AMS 5Tem 5.7
onderverdeeld in een aantal secties. Deze secties worden ingeschreven in een kolom en voor elke sectie wordt in een kolom daarnaast de wijze aangegeven waarop relevante onderdelen kunnen falen, dit is hun functie niet kunnen vervullen. De methode is minder geschikt wanneer vergissingen van een operator een belangrijke rol spelen en voor het opsporen van combinaties van falingen. Als een faalwijze is vastgesteld kan bepaald worden wat de gevolgen ervan zijn. Daarna kan gepoogd worden in een volgende kolom de oorzaak van het falen aan te geven. Het is ook mogelijk om de waarschijnlijkheid dat deze faalwijze zou optreden in te schrijven in deze kolom. In een laatste kolom kunnen dan aanbevelingen gegeven worden om de veiligheid te verbeteren. Ishikawa - methode De Ishikawa of visgraatmethode kan best omschreven worden als een methode om suggesties die bij een brainstorming naar voren komen te ordenen. Ze wordt per risico uitgevoerd. De eerste stap bestaat dus uit de formulering van het risico. Dan wordt bepaald welke factoren betrokken kunnen zijn bij dit risico. Voor elke factor wordt dan opgezocht hoe hij het risico kan beïnvloeden, rechtstreeks of onrechtstreeks. De factoren kunnen van materiële aard zijn (bv. materiaal, veiligheidstoestel, bedieningstoestel,...) of van organisatorische aard (bv. instructies, opleiding, procedures,...). Deze methode kan gebruikt worden als initiële methode : factoren waarvan blijkt dat ze belangrijk zijn, kunnen verder uitgediept worden door specialisten. Safety audit Een safety audit is een doorlichting van het management op gebied van veiligheid. Een audit wordt uitgevoerd door één of meer deskundige personen (auditors) die meestal een lijst van aandachtspunten volgen. De audit kan betrekking hebben op bepaalde deelaspecten en kan in elk stadium van de levensloop van een installatie doorlopen worden. Er bestaan verscheidene uitgewerkte systemen, bv. de International Safety Rating System (ISRS). Norm EN 1050 De Europese norm EN 1050 geeft de principes weer voor een systematische en coherente risicobeoordeling. Hij verstrekt informatie om een risicoevaluatie uit te voeren bij het ontwerpen van machines en bij het gebruik ervan. De norm geeft voorbeelden van gevaren die bij machines kunnen voorkomen. Voor een gedetailleerde risicoanalyse verwijst de norm naar de eerder vermelde methoden als HAZOP, FMEA, What-if,... Norm EN 954-1 De Europese norm EN 954-1 is een kwalitatieve methode om risico's te rangschikken. De risico's worden beoordeeld op basis van de criteria : ernst van de schade blootstelling aan gevaar mogelijkheid van gevaarafwending waarschijnlijkheid Een bepaalde. situatie wordt getoetst aan de hand van deze criteria en wordt zo ingedeeld in een bepaald risiconiveau. Hoe hoger dit niveau, hoe groter het risico en hoe meer maatregelen moeten getroffen worden. Deze methode kan grafisch voorgesteld worden in een zogenaamde risicograaf. De methode wordt nogal eens gebruikt om de bescherming tegen mechanische risico's te evalueren. Desutter J. AMS 5Tem 5.8
5.7.2 Methodes toegespitst op de rol van de werknemers Een tweede reeks van methoden betreft deze die worden toegepast in arbeidssituaties waar risico's kunnen ontstaan door fouten bij menselijke tussenkomsten. Taakanalyse Deze richt zich tot operatoren of tot een groep personen die een bepaalde taak moeten uitvoeren. De taak wordt opgesplitst in subtaken. Bijvoorbeeld : de taak bestaat erin een installatie te bedienen om een bepaald product te maken. De subtaken zijn: het opstarten van de installatie, het bewaken, het onderhouden, het veilig stopzetten van de installatie en het melden van anomaliën. Elke subtaak wordt dan verder onderverdeeld in elementaire stappen. Het opstarten bijvoorbeeld omvat de stappen: schakelaar X 1 in stand A zetten, peil van vat X 2 controleren, schakelaar X 1 in stand B zetten, schakelaar X 2 in stand C zetten,... Wanneer de taak op deze wijze in stappen verdeeld is, kan nu nagegaan worden welke risico's er bij de verschillende stappen kunnen ontstaan en wat er kan gedaan worden om de risico's weg te werken of te verminderen. Het spreekt vanzelf dat men hier de hiërarchie van de preventie zal toepassen : er zal eerst worden nagegaan of door materiële maatregelen het risico kan uitgeschakeld worden. Als dit niet gaat moeten andere maatregelen voorgesteld worden: bv. een alarm in werking laten treden, zodat de operator nog correctief kan optreden. Human reliability analysis De Human reliability analysis (HRA) is een systematische evaluatie van factoren die de prestaties van operatoren, onderhoudspersoneel, kaderleden,... beïnvloeden. De HM identificeert situaties die aanleiding geven tot vergissingen en tot ongevallen kunnen leiden. Zij kan ook gebruikt worden om de oorzaken van menselijke vergissingen op te sporen en is daarom diepgaander dan de taakanalyse en derhalve ook meer geschikt om uitzonderlijke voorvallen te evalueren. HM wordt meestal samen met een andere methode aangewend, bv. de Ishikawa methode. 5.7.3 Methodes op basis van de interactie werknemers-machines: de checklist Eén van de meest gebruikte methoden om risico's op te sporen bestaat erin gebruik te maken van een checklist (controlelijst). Een checklist kan gedefinieerd worden als een verzameling aandachtspunten die het één na het ander doorlopen worden en waarbij men zich telkens afvraagt wat de gevaren zijn. Op zich is de checklist geen methode, maar een hulpmiddel, een geheugensteun. Het opstellen van een checklist gebeurt best vanuit de ervaring met de machine, maar hulpmiddelen in de literatuur zijn te vinden. De checklist moet zonder meer kunnen aangepast worden aan lokale omstandigheden of kunnen uitgebreid worden tot andere domeinen dan veiligheid en gezondheid, waaraan volgens de welzijnswet aandacht moet besteed worden: ergonomie, psycho-sociale belasting van het werk. Een checklist kan opgesteld worden voor bepaalde risico's, bv. een checklist om het brandrisico op te sporen, een checklist om gezondheidsproblemen (rugklachten,...) te identificeren, een checklist om de gebrekkige werking van een organisatie op te sporen,... Dit maakt de checklist tot een zeer bruikbaar instrument om op een multidisciplinaire wijze een risicoanalyse uit te voeren. Desutter J. AMS 5Tem 5.9
Desutter J. AMS 5Tem 5.10
Desutter J. AMS 5Tem 5.11
Desutter J. AMS 5Tem 5.12
Desutter J. AMS 5Tem 5.13
5.7.4 Methodes gebruikt na een ongeval Een volgende reeks methoden bestaat erin na te gaan welke de oorzaken van een ongeval zouden kunnen zijn of welke de oorzaken van een gebeurd ongeval waren. De foutenboom Bij de foutenboom (fault tree analysis) vertrekt van een bepaald ongeval of topgebeurtenis en gaat na welke de oorzaken van deze topgebeurtenis kunnen zijn. Het is een grafische methode, waarbij zowel het falen van onderdelen als menselijk falen worden onderzocht. Bijvoorbeeld : bij een reservoir dat een gevaarlijke stof bevat, moet absoluut vermeden worden dat er een lek in het reservoir komt. Een lek zou kunnen ontstaan door: inslag van een projectiel, corrosie, een barst door overdruk. Elk van deze oorzaken wordt verder onderzocht, tot men aan een reeks van basisfaalwijzen bekomt die tot de topgebeurtenis kunnen aanleiding geven. Met deze methode kunnen ook combinaties van gebeurtenissen opgespoord worden die aanleiding tot een ongeval kunnen geven. Om deze methode te kunnen toepassen op een installatie, moet deze tot in de details gekend zijn. De foutenboom zal meestal gebruikt worden voor risico's die met een andere methode zijn opgespoord en die als belangrijk werden erkend. MORT-analyse De Mort-analyse (Management Oversight and Risk Tree) Is een methode ontwikkeld in de USA. Mort is in feite een van tevoren uitgewerkte foutenboom. Alle elementen, in totaal 1500 elementen op technisch vlak en op gebied van management, die van belang zijn bij het organiseren van de veiligheid in een bedrijf, worden in een logisch diagram met boomstructuur gerangschikt. Bij het doorlopen van het diagram maakt men gebruik van een instructieboek dat een lijst van vragen bevat die bij elk element moeten beantwoord worden. De Mort - methode kan gebruikt worden om na een ongeval te onderzoeken wat er fout is gegaan of om de organisatie van de veiligheid en gezondheid in een bedrijf te evalueren. In de Mort-methode gaat men er van uit dat een ongeval te wijten is aan een onvoldoende afscherming van een energiestroom. Alvorens de methode kan toegepast worden, moeten alle nodige gegevens over de veiligheidsorganisatie en het ongeval verzameld worden. Desutter J. AMS 5Tem 5.14
5.8 Classificatie en rangschikkingsmethoden 5.8.1 Wat? Met de bovenstaande methodes kon men de risico s opsporen met als resultaat een reeks aanbevelingen. Maar waar moet men beginnen? Het is logisch dat men met het zwaarste risico start, maar wat is het zwaarste risico? Een hulpmiddel hierbij is aan alle risico s een cijferwaarde toe te kennen en ze te rangshikken. Dit toekennen van een cijferwaarde heet classificeren of ranken. 5.8.2 Hoe? Een risico is uit wiskundig oogpunt te beschouwen als een combinatie van : waarschijnlijkheid van schade en de ernst van de mogelijke schade. Door het beïnvloeden van de waarschijnlijkheid en de ernst doet men aan preventie. 5.8.3 Risicobeheersing. Wanneer de risico's gekend zijn door het uitvoeren van een inventarisatie dan dient men de risicograad te bepalen, men spreekt van risicoanalyse. Risicoanalyse is een schatting waarbij men een getalwaarde aan het risico toekent, wanneer dit getal een bepaalde grens de "risicoaanvaardingswaarde" overschrijdt dan dient men te beveiligen. 5.8.4 Methoden Er zijn twee methoden om risicoanalyses uit te voeren : - de Amerikaanse methode volgens KINNEY. - de Europese methode volgens EN1050. Desutter J. AMS 5Tem 5.15
5.8.4.1 Risico analyse volgens KINNEY. De Kinney factoren zijn : - Ernst (E) - Waarschijnlijkheid (W) - Blootstelling (B) De risicograad (R) = E x W x B De ernst of mogelijke gevolgen : E waarde ramp : talrijke doden of schade >10.000.000 US $ 100 onheil : enkele doden of schade > 1.000.000 US $ 40 zeer ernstig : dodelijk ongeval of schade > 100.000 US $ 15 - ernstig : ernstig letsel of schade > 10.000 US $ 7 - belangrijk : ongeschiktheid of schade > 1000 US $ 3 laagste : klein ongeval met EHBO hulp of schade > 100 US $ 1 De waarschijnlijkheid : W waarde verwachten 10 goed mogelijk 6 ongewoon maar mogelijk 3 enkel mogelijk als grensgeval 1 denkbaar maar zeer onwaarschijnlijk 0,5 praktisch onmogelijk 0,2 virtueel onmogelijk 0,1 De blootstelling :B waarde bestendig 10 frequent (1x /dag) 6 occassioneel (1x/week) 3 ongewoon (1x/maand) 2 zelden (enkele malen /jaar) 1 zeer zelden (eenmaal /jaar) 0,5 Desutter J. AMS 5Tem 5.16
De risico aanvaarding : Het product van deze drie factoren wordt als volgt beoordeeld : Risico R Actie > 400 zeer hoog risico, het stopzetten van de machine in aanmerking te nemen 200 tot 400 hoog risico : onmiddellijke verbetering vereist 70 tot 200 belangrijk risico : verbetering vereist 20 tot 70 risico mogelijk : aandacht vereist < 20 risico : misschien aanvaardbaar Voorbeelden : Bepaal de risicograad van gegrepen te worden door een klauwplaat bij het bedienen van een conventionele draaibank, waarbij de klauwplaat niet afgeschermd is. De draaibank wordt 40 h/week bediend voor zwaar productiewerk. E =... W=... B=... R =... Is dit risico aanvaarbaar?... Welke preventiemaatregelen stel je voor om het risico te verminderen?...... Bepaal de risicograad om spanen in het gezicht te krijgen bij het bedienen van diezelfde draaibank. E =... W=... B=... R=... Is dit risico aanvaardbaar?... Welke preventiemaatregelen stel je voor om het risico te beperken?...... Desutter J. AMS 5Tem 5.17
5.8.4.1 Europese norm EN 1050. Hierbij wordt de risicograad R bepaald door de factoren : E : ernst W i : waarschijnlijkheid op het zich voordoen van de gevaarlijke toestand W b : frequentie en duur van de blootstelling aan gevaarlijke toestanden A : de mogelijkheid tot voorkomen en beperken van de schade. R= E x W i x W b x A met de factor Wi x Wb x A = Ws (waarschijnlijkheid) De ernst of mogelijke gevolgen : E waarde een catastrofe, talrijke doden : 3 zware verwondingen, max. één dode : 2 lichte verwondingen : 1 De waarschijnlijkheid op incident : W i waarde incident kan dikwijls optreden, hoge waarschijnlijkheid 3 incident kan optreden, gemiddelde waarschijnlijkheid 2 incident zal waarschijnlijk niet optreden 1 De waarschijnlijkheid op blootstelling :W b waarde waarschijnlijkheid op aanwezigheid in een gevaarlijke zone is 2 hoog waarschijnlijkheid op aanwezigheid in een gevaarlijke zone is 1 laag De afwendingmogelijkheid : A waarde schadeafwending is onmogelijk 2 schadeafwending is mogelijk 1 De ernst van het risico volgens EN1050 Risico R Actie 14 t.e.m. 11 zeer groot risico, het stopzetten van de machine vereist 10 t.e.m. 8 groot risico : onmiddellijke verbetering vereist 7 t.e.m. 5 laag risico : verbetering vereist 1 t.e.m. 4 Zeer laag risico: aandacht vereist Voorbeelden : Bepaal de risicograad volgens EN1050 bij het bedienen van een draaibank voor zwaar productiewerk gedurende 40 h/week. Het onderzochte risico is het gegrepen worden door een onafgeschermde klauwplaat : E=... Wi=... Wb=... A =... R =... Bepaal R volgens EN1050 voor het risico : wegslingerende spanen : E =... Wi =... Wb=... A=... R =... Desutter J. AMS 5Tem 5.18
RISICO-INSCHATTING VOLGENS DE KINNEY METHODE OMSCHRIJVING VAN HET RISICO : R1: AFDELING + LOKAAL NR : DATUM : ERNSTGRAAD E Hoe ernstig kan een voorval zijn tengevolge van dit risico? lkr 1 lkr 2 TA PA lln 1 lln 2 RAMP ( talrijke doden ) 100 ONHEIL ( enkele doden ) 40 ZEER ERNSTIG ONGEVAL ( dode ) 15 ERNSTIG ( ernstig letsel ) 7 BELANGRIJK ( ongeschiktheid ) 3 INCIDENT ( EHBO ) 1 WAARSCHIJNLIJKHEID W Wat is de kans dat dit ook effectief gebeurt? lkr 1 lkr 2 TA PA lln 1 lln 2 TE VERWACHTEN 10 ZEER GOED MOGELIJK 6 ONGEWOON, DOCH MOGELIJK 3 ENKEL MOGELIJK ALS GRENSGEVAL 1 DENKBAAR, ZEER ONWAARSCHIJNLIJK 0,5 PRAKTISCH ONMOGELIJK 0,2 BIJNA NIET DENKBAAR 0,1 BLOOTSTELLING B Hoeveel komt de persoon in contact met dit risico? lkr 1 lkr 2 TA PA lln 1 lln 2 E W BESTENDIG 10 REGELMATIG 1x per dag 6 AF en TOE 1x per week 3 SOMS 1x per maand 2 ZELDEN enkele keren per jaar 1 ZEER ZELDEN 1x per jaar of minder 0,5 RISICOGRAAD R = E x W x B = R = ANALYSE RISICOGRAAD PREVENTIE RISICO < 20 MISSCHIEN AANVAARDBAAR RISICO MOGELIJK 20-70 AANDACHT VEREIST BELANGRIJK RISICO 70-200 MAATREGELEN VEREIST HOOG RISICO 200-400 ONMIDDELLIJKE VERBETERING VEREIST ZEER HOOG RISICO > 400 WERKZAAMHEDEN STOPPEN B Desutter J. AMS 5Tem 5.19
5.9 Checklist minimumvoorschriften arbeidsmiddelen Desutter J. AMS 5Tem 5.20
5.9.1 Hoe gebruiken? Probeer naar best vermogen de gestelde vragen zo goed mogelijk te beantwoorden met ja, nee of n.v.t. (niet van toepassing) Als een bepaalde vraag onduidelijk is, zoek in punt 5.9.2 de vraag op en lees de bijgevoegde aanvullingen/verduidelijkingen. Niet elk punt van deze checklist geeft aanleiding tot een risico. Indien echter een bepaald punt van de checklist volgens jou een risico vormt, probeer dan a.d.h.v. de bijgevoegde tabellen (methode Kinney), het risico te bepalen. Probeer eveneens, van elk gevonden risico, indien maatregelen vereist blijken, aan te geven op welke wijze je risicoreductie zou toepassen. Stel jezelf de vraag: "Op welke wijze kan ik het risico tot een aanvaardbaar niveau terugbrengen? ". Noteer je oplossing in het vak opmerking/aanmerking. Bij een risico R>70 steeds actie ondernemen met name : - materiële maatregelen zoals collectieve (bv. scherm) of persoonlijke beschermingsmaatregelen (bv. veiligheidsbril). - passende instructies Is het risico R<70 dan volstaan acties op gebied van : - instructies - opleiding - waarschuwing - aanbrengen van pictogrammen. 5.9.2 Verduidelijkingen en aanvullingen bij de gestelde vragen. 1. Bedieningssystemen 1.1. Zijn de bedieningssystemen duidelijk zichtbaar, herkenbaar? - onjuiste bediening voorkomen? - voldoende herkenbaarheid door gebruik van symbolen of teksten? - duidelijkheid over de bedieningsrichting? 1.2. Bevinden er zich bedieningsystemen in de gevaarlijke zone? - zijn er knoppen, schakelaars, hendels enz... in de gevaarlijke zone? 1.3. Levert de bediening geen extra gevaar op? - brengt de plaatsing van de bedieningssystemen geen extra gevaren teweeg? 1.4. Bedienaar goed zicht op de gevaarlijke zones? - heeft de bedienaar vanaf de hoofd bedieningspost een overzicht op de gevaarlijke zone? - is dit niet het geval wordt dan de inschakeling van de machine voorafgegaan door duidelijke alarmsignalen (licht- of geluidssignalen)? - is hierbij vergissing met andere signalen uitgesloten? 1.5. Is onopzettelijk handelen mogelijk? - is onopzettelijke bediening uitgesloten door :. vergrendeling?. verzonken of omkaste drukknoppen?. afscherming van pedalen?,. vermijden er tegen te stoten?. Desutter J. AMS 5Tem 5.21
1.6. Is er gevaar bij storing/beschadiging van de bedieningssystemen? - leidt een storing in het bedieningssysteem niet tot een gevaarlijke situatie? - wordt er rekening gehouden met defecten die kunnen optreden? 1.7. Blootgestelde werknemer veilig bij start/stop? - heeft de blootgestelde werknemer de tijd of de middelen om eventuele gevaren die ontstaan bij starten of stoppen te ontlopen? 2. Starten 2.1. Start enkel mogelijk door opzettelijke handeling? - starten gebeurt enkel door een opzettelijk verrichte handeling? ( ook bij inwerkingstelling na een stilstand van welke aard ook) - geldt dit eveneens bij wijziging in de werking (snelheid, druk, voeding... )? (tenzij deze wijziging geen risico's voor de werknemer inhoudt) 2.2. Start machine automatisch na stroomuitval? - is het arbeidsmiddel uitgerust met een beveiliging ( spanningsonderbreking) die verhindert dat de machine opnieuw in gang gezet wordt bij het onder stroom komen na een accidentele onderbreking? - wordt verhinderd dat machine opnieuw start : nadat een scherm terug gesloten wordt ; na deblokkering van de noodstop ; na deblokkering van de thermische beveiliging? 3. Stoppen 3.1. Is de stopknop binnen handbereik? - is de stopknop geplaatst binnen het handbereik van de bedienaar? 3.2. Heeft een stop voorrang op een start? - heeft de stop opdracht steeds voorrang op elke start opdracht? 3.3. Is bij een stop de energievoorziening onderbroken? - Is de energievoorziening van de betrokken aandrijfmechanismen onderbroken als de machine of de gevaarlijke onderdelen ervan tot stilstand gekomen zijn? (vooral van toepassing bij meer complexe machines) 4. Noodstop 4. 1. Is er een correcte noodstop aanwezig? - bestaat het bedieningsorgaan waarmee de noodstopfunctie wordt uitgevoerd (drukknop, kabel, staaf, plaat, pedaal... ) uit een rode kleur op gele achtergrond? - is, na gebruik van de noodstop, een nieuwe start enkel mogelijk door deblokkering van de noodstop? 4.2. Is een noodstop noodzakelijk? - is door het aanbrengen van een noodstopinrichting de stoptijd beduidend kleiner dan de normale stoptijd? - kan met een noodstopinrichting een bijkomend voordeel t.o. v. de normale stop bekomen worden?. - is de machine uitgerust met een efficiënt remsysteem dat kan gebruikt worden om de normale stoptijd te verkleinen? 4.3. Noodstop binnen handbereik? - is de noodstop zo geplaatst dat deze snel bereikt kan worden van om het even welke plaats waar men zich bevindt of om het even welk moment waarop zich een incident voordoet? Desutter J. AMS 5Tem 5.22
5. Specifieke gevaren 5. 1. Gevaar voor vallende/wegvliegende voorwerpen? - is vallen of wegschieten van spanen, werkstukken, gereedschappen, snijvloeistof, rondvliegende gensters,... mogelijk? 5.2. Afscherming tegen wegvliegende delen aanwezig? - worden werknemers of derden die zich in de omgeving bevinden voldoende beschermd tegen de projectie van spanen, werkstukken, gereedschappen, snijvloeistof, rondvliegende gensters,... (bv. door schermen)? 5.3. Opvang van vloeistofaanwezig? - worden vrijkomende, schadelijke vloeistoffen aan de bron opgevangen en/of afgevoerd? 5.4. Afzuiging van gassen/stofaanwezig? - worden vrijkomende, schadelijke gassen/stof aan de bron opgevangen en/of afgevoerd? 5.5. Arbeidsmiddel en onderdelen voldoende stabiel? - is het arbeidsmiddel goed bevestigd zodat het niet kan kantelen, omvallen of zich ongewenst verplaatsen? 5.6. Breken/uiteenspatten van onderdelen mogelijk? - bevat het arbeidsmiddel onderdelen die kunnen breken of uiteenspatten zoals bv. slijpstenen, hydraulische slangen,...? 5.7. Afscherming tegen uiteenspatten onderdelen aanwezig? - kunnen weggeslingerde stukken worden opgevangen of van richting veranderd? 5.8. Arbeidsmiddel voldoende verlicht? - is de verlichting in functie van het uit te voeren werk? - is de verlichting niet verblindend, zijn er geen hinderlijke schaduwen? 5.9. Contact met hoge/lage temperaturen mogelijk? - is het mogelijk delen van het arbeidsmiddel die een hoge/lage temperatuur hebben aan te raken of vast te nemen? 5.10. Afscherming tegen hoge/lage temperaturen aanwezig? - zijn de delen die een hoge/lage temperatuur kunnen hebben, voldoende afgeschermd of buiten handbereik gesteld door bv. thermische isolatie, vaste schermen, roosters? - zijn desnoods passende persoonlijke beschermingsmiddelen voorzien? 5.11. Contact met bewegende delen mogelijk? - is contact mogelijk met beweegbare mechanische delen, die overbrenging van beweging tot functie hebben, zoals verbindingsstangen, tandwielen.kettingen enz? 5.12. Afscherming tegen contact met bewegende delen aanwezig? - is er een hindernis (scherm) tussen de operator en de beweegbare mechanische onderdelen aanwezig? - of worden de bewegingen van de beweegbare mechanische delen stilgezet vooraleer de gevaarlijke zones bereikt worden? 5.13. Alarmsignalen waarneembaar/begrijpbaar? - zijn de noodzakelijke alarmsignalen duidelijk waarneembaar en gemakkelijk te begrijpen voor de werknemers? - is het geluidsniveau duidelijk hoger dan het omgevingsgeluid? - is het geluidssignaal makkelijk herkenbaar? Desutter J. AMS 5Tem 5.23
5.14. Direct/indirect contact met elektriciteit mogelijk? - zijn de blootgestelde werknemers voldoende beschermd tegen gevaar van rechtstreeks of onrechtstreeks contact met elektriciteit? - is de elektrische installatie van de machine gekeurd ( door erkend organisme of door eigen diensten)? 5.15. Brand of ontploffingsgevaar aanwezig? - is het mogelijk dat het arbeidsmiddel of vrijkomende, gebruikte of opgeslagen stoffen kunnen branden of ontploffen? - zijn er voorzorgsmaatregelen genomen ter voorkoming van brand en ontploffing? 5.16. Zijn de schermen voldoende veilig uitgevoerd? - zijn ze voldoende stevig? - brengen ze geen bijkomende gevaren met zich mee? - zijn ze niet op eenvoudige wijze te omzeilen of buiten werking te stellen? - zijn ze voldoende ver van de gevaarlijke zone verwijderd? - belemmeren ze het zicht op het werk niet? - laten ze noodzakelijke handelingen toe zonder dat demontage van het scherm of beveiligingsinrichting nodig is (bv. vervangen onderdelen)? 6. Onderhoud. 6.1. Is er een onderhoudsboekje aanwezig? - Bestaat er van de machine een onderhoudsboekje met daarin gegevens met betrekking tot gebeurde onderhoudswerken zoals smeren, vervanging van bepaalde onderdelen enz...? 6.2. Wordt het onderhoudsboekje consequent bijgehouden? - wordt er bij elke onderhoudsbeurt van de machine in het onderhoudsboekje genoteerd wat precies uitgevoerd is of welk onderdeel er vervangen is en eventueel waarom vervanging noodzakelijk was? 6.3. Machine, tijdens onderhoud, los te koppelen van krachtbron? - is de machine voorzien van een duidelijk identificeerbare inrichting waarmee het van elk van zijn krachtbronnen kan worden losgekoppeld? 6.4. Is vergrendeling van deze loskoppeling mogelijk? - is de inrichting (vooral bij grotere machines) waarmee de machine losgekoppeld kan worden van zijn krachtbronnen te vergrendelen met bv. een hangslot op de schakelaar? - is (vooral bij grotere machines) vergrendeling van de deuren of beveiligingen die toegang geven tot de interventiezones mogelijk? - is er bij kleine machines voldoende waarborg voor de onderhoudstechnicus, dat na het uittrekken van de stekker deze zonder zijn medeweten ingestoken kan worden? 7. Verboden werkzaamheden. 7.1. Wordt de machine gebruikt in geschikte omstandigheden? - wordt het arbeidsmiddel gebruikt voor doeleinden of onder omstandigheden waarvoor het niet geschikt is? - zijn instructies of handleidingen voldoende duidelijk om oneigenlijk gebruik van het arbeidsmiddel uit te sluiten? 7.2. Machine in beweging tijdens reinigen, smeren, herstellen? - wordt het arbeidsmiddel gereinigd of hersteld terwijl het in beweging is? - worden de gevaarlijke delen van de drijfwerken, of andere delen gesmeerd terwijl zij in beweging zijn ( enkel toegelaten mits de daarvoor aangewende methodes de nodige veiligheidswaarborgen bieden)? Desutter J. AMS 5Tem 5.24
5.10 De instructiekaart Desutter J. AMS 5Tem 5.25
Desutter J. AMS 5Tem 5.26
5.11 Vragen 1. Wat is risicoanalyse? 2. Op welke vlakken kan een risicoanalyse worden uitgevoerd? 3. Leg in 3 regels het verschil uit tussen een gevaar, een risico en de schade; geef hier bijkomend een voorbeeld bij. 4. Leg de volgende termen uit : blootstelling, preventie, brainstormen, risicobeheersing. 5. Geef in een eenvoudig schema hoe een risicoanalyse wordt uitgevoerd. 6. Geef 3 analysemethoden toegespitst op de machine. (naam volstaat) 7. Wat is een checklist, waartoe dient ze, hoe wordt ze gebruikt. 8. Leg uit : Kinney methode (wat, waarvoor gebruikt, hoe toe te passen, ). 9. Voer een risicoanalyse uit a.d.h.v. een checklist en risico inschatting Kinney (zie cursus) van een slijpmachine. Desutter J. AMS 5Tem 5.27