STEUNPUNT SOCIALE PLANNING Investeren in welzijn Een analyse van het welzijnsaanbod 2006-2012 www.vlaamsbrabant.be/socialeplanning
2
Voorwoord In 2006 werd voor de eerste keer op een systematische manier de structurele achterstand inzake welzijn in de regio Halle-Vilvoorde in kaart gebracht. Een stevig dossier gestoffeerd met cijfers en analyses werd voorgesteld op een colloquium in het PIVO in Asse. De cijfers bevestigden wat reeds jarenlang vanuit de verschillende sectoren werd gesignaleerd, namelijk dat er in Halle-Vilvoorde een schrijnend en structureel tekort is aan welzijnsvoorzieningen, vooral in de buitenschoolse kinderopvang, de bijzondere jeugdzorg, het algemeen welzijnswerk, de crisisopvang, de diensten voor gezinszorg en de geestelijke gezondheidszorg. Het structureel tekort was ook aanwezig maar minder uitgesproken in de ouderenzorg, de gehandicaptenzorg, en de kinderopvang van 0 tot 3 jaar. Om het welzijnsaanbod in de regio Halle-Vilvoorde een sterke impuls te geven werd er opgeroepen tot een dialoog omtrent oorzaken, gewenste situatie en de verantwoordelijkheid van elke betrokken partner (Vlaamse overheid, provinciale en lokale besturen en welzijnssectoren). Op 26 oktober 2007 was er een themadebat in het provinciehuis met de Vlaams-Brabantse parlementsleden over de achterstand in de welzijnsvoorzieningen in Halle-Vilvoorde. Het provinciebestuur Vlaams-Brabant stelde dat dit onaanvaardbaar is. Elke burger heeft recht op kwaliteitsvolle ondersteuning in eigen regio. Mensen uit Halle-Vilvoorde hebben duidelijk minder kansen hiertoe. Hoe een inhaaloperatie realiseren met alle partners was de inzet van het debat. De Vlaamse regering nam het volgende op in het regeerakkoord van 15 juli 2009: De Vlaamse Rand rond Brussel, en bij uitbreiding het hele arrondissement Halle-Vilvoorde, kampen met een achterstand in zowat elke welzijnssector in verhouding tot de gemiddelde Vlaamse situatie (onder meer achterstand op gebied van bijzondere jeugdzorg, algemeen welzijnswerk, kinderopvang, ouderenzorg, zorg voor personen met een handicap ). Die achterstanden zijn van historische aard en worden bij uitbreidingsmaatregelen niet altijd in rekening gebracht. De Vlaamse Regering zal de achterstand in de welzijnssector in het arrondissement Halle-Vilvoorde en specifiek in de faciliteitengemeenten in kaart brengen en werk maken van een ernstige inhaaloperatie in het arrondissement Halle-Vilvoorde. Op 2 oktober 2009 organiseerde de provincie het trefmoment 'Vlaams-Brabant investeert in welzijn' en stelde ze een geactualiseerd dossier 'Investeren in welzijn' voor, waarin de achterstand in kaart werd gebracht. Op die manier voerde de provincie al een belofte uit het regeerakkoord uit. Ook de problematiek van de andere achtergestelde regio's in onze provincie werd meegenomen, dit vooral m.b.t. het Hageland. Aan de Vlaamse overheid werd gevraagd om effectief werk te maken van de ernstige inhaaloperatie in onze provincie. De provincie schoof drie speerpunten naar voor om de achterstand weg te werken: Op de eerste plaats voert de provincie een stimulerend beleid voor initiatiefnemers van welzijnsvoorzieningen elzijnsvoorzieningen. Via de ondersteuning van vier sociale campussen en startsubsidies wil de provincie meer initiatieven krijgen in de regio's met de hoogste tekorten. 3
Daarnaast dient er geïnvesteerd te worden in infrastructuur. De procedures voor het aanvragen van subsidies van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden zouden bijvoorbeeld efficiënter kunnen zijn. De provincie zelf biedt investeringssubsidies voor voorzieningen uit de sectoren kinderopvang, bijzondere jeugdbijstand, ouderen en handicap. Ten slotte pleit de provincie voor een Vlaams welzijnsbeleid in steden én landelijke regio's. Onze provincie heeft Leuven als enige centrumstad, die dan ook als enige kan rekenen op extra middelen van de Vlaamse overheid. We dringen er om die reden op aan om ook de steden Halle en Vilvoorde te erkennen als centrumsteden. Daarnaast zou de Vlaamse Overheid rekening moeten houden met de eigenheid van de organisatie van het welzijnsaanbod in een plattelandscontext. In dit dossier worden de cijfers en analyses geactualiseerd en wordt een stand van zaken gegeven van de realisaties inzake het inhalen van de achterstand. Op het trefmoment 'Vlaams-Brabant investeert in welzijn' van 29 mei 2012 wordt er, samen met beleidsmakers en professionelen uit de welzijnssector, een stand van zaken opgemaakt en nagedacht over hoe we de achterstand in onze provincie verder weg kunnen werken. Monique Swinnen gedeputeerde voor welzijn 4
Inhoud Voorwoord... 3 Inhoud... 5 1. Kenmerken van de provincie Vlaams-Brabant... 6 1.1. Enkele relevante indicatoren... 6 1.2. Globale kenmerken van de regio's in de provincie...14 2. Vergelijkend overzicht van het welzijnsaanbod...16 2.1. Centra algemeen welzijnswerk...16 2.2. Crisishulpverlening - volwassenen...23 2.3. Crisishulpverlening - kinderen en jongeren...27 2.4. Kinderopvang...30 2.5. Centra voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning...38 2.6. Centrum voor Integrale Gezinszorg (CIG)...41 2.7. Bijzondere jeugdbijstand...42 2.8. Ouderenzorg...46 2.9. Thuiszorg...56 2.10. Voorzieningen voor personen met een handicap...61 2.11. Centra voor geestelijke gezondheidszorg...72 2.12. Conclusies...79 3. Speerpunten om te investeren in welzijn...82 3.1. Realiseren van de voorwaarden voor zorguitbreiding en -vernieuwing...82 3.2. Vlaams welzijnsbeleid in steden en landelijke regio's...83 3.3. Rolverdeling provincies - Vlaanderen...84 4. Vooruitblik...86 5
1. Kenmerken van de provincie Vlaams-Brabant 1.1. Enkele relevante indicatoren Bevolkingsdichtheid De bevolkingsdichtheid (inwoners per km²) is een maat voor de verstedelijking. De dichtheid is in Vlaams-Brabant hoog in de rand rond Brussel, in Halle, in Liedekerke en in Leuven. Wemmel, Vilvoorde, Kraainem, Wezembeek-Oppem, Liedekerke en Leuven hebben de hoogste bevolkingsdichtheid. De plattelandsregio s zijn goed terug te vinden: delen van het Pajottenland en het Hageland, alsook Huldenberg hebben een lage bevolkingsdichtheid en kleuren blauw op de kaart. Bevolkingsdichtheid veel lager dan gemiddeld lager dan gemiddeld Vlaamse gemiddelde hoger dan gemiddeld veel hoger dan gemiddeld 2011 Bron: ADSEI, FOD Economie Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) Migratiesaldo In zeven gemeenten van Vlaams-Brabant is het migratiesaldo negatief (groen op de kaart), namelijk Wemmel, Meise, Kraainem, Beersel, Sint-Genesius-Rode, Kampenhout en Oud- Heverlee. Dit wil zeggen dat er minder inwijkelingen in de gemeente zijn dan uitwijkelingen. Als we alleen rekening zouden houden met de migraties zou de bevolking er dus afnemen. Gemeenten zoals Begijnendijk, Hoegaarden, Hoeilaart, Steenokkerzeel en Londerzeel kennen daarentegen de meest positieve migratiesaldo's. 6
Migratiesaldo 2009 13,1-27,3 8,1-13,0 3,1-8,0 0,1-3,0-13,3-0,0 Bron: ADSEI, FOD Economie Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) Bevolkingsevolutie De totale bevolking neemt in veel Vlaamse gemeenten toe. In Vlaams-Brabant en Limburg is de toename hoger dan gemiddeld. Ondanks een laag migratiesaldo neemt de bevolking in Leuven sterk toe door een hoge natuurlijk aangroei. In de noordoostrand van Brussel verklaart vooral het hoge migratiesaldo de bevolkingstoename. Bevolkingsevolutie 2006-2011 106,6-112,5 104,6-106,5 102,6-104,5 100,1-102,5 95,6-100,0 Bron: ADSEI, FOD Economie Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) 6565-plussers Het centrale gedeelte van de provincie heeft minder ouderen dan gemiddeld in Vlaanderen onder de bevolking, terwijl het Hageland een vergrijsde regio is. De grootste concentratie van 65-plussers vinden we in de kustgemeenten. Sinds 2006 is het aandeel 65-plussers globaal gezien licht gestegen en we kunnen verwachten dat de vergrijzing zich zal doorzetten. In Vlaams-Brabant zal dit minder sterk zijn dan algemeen in Vlaanderen. 7
2010 Aandeel 65-plussers in de bevolking veel lager dan gemiddeld lager dan gemiddeld Vlaamse gemiddelde hoger dan gemiddeld veel hoger dan gemiddeld Bron: ADSEI, FOD Economie Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) Jongeren In het Hageland wonen minder jongeren dan gemiddeld, terwijl in het centrum (behalve in Leuven) en het zuidwesten van de provincie het aandeel jongeren zeer hoog is. Samengenomen met het aandeel ouderen, kunnen we dus stellen dat het centrale gedeelte van de provincie een jonge bevolking heeft en het Hageland een oude bevolking. Leuven heeft een grote actieve bevolking. 2010 Aandeel min-18-jarigen in de bevolking veel lager dan gemiddeld lager dan gemiddeld Vlaamse gemiddelde hoger dan gemiddeld veel hoger dan gemiddeld Bron: ADSEI, FOD Economie Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) Het aantal jongeren neemt op veel plaatsen in Vlaanderen af (zie kaart op de volgende pagina). In heel wat Vlaams-Brabantse gemeenten is er toch een toename van het aantal jongeren, vooral in een aantal gemeenten in de rand rond Brussel en in het zuidwesten van het Hageland. De bevolkingsprognoses geven een blijvende afname van het aandeel jongeren aan, al zal deze daling zich in Vlaams-Brabant minder sterk manifesteren dan gemiddeld in Vlaanderen. Voor Leuven voorspelt men een gevoelige stijging van aandeel jongeren. 8
Bevolkingsevolutie jongeren (0-17 jaar) 2006-2010 107,6-113,6 105,1-107,5 102,6-105,0 100,1-102,5 88,6-100,0 Bron: ADSEI, FOD Economie Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) NietNiet-Belgen We bekijken eerst de spreiding van de inwoners met een nationaliteit uit een land van de EUEU-17. 17 De EU-17 omvat de EU (België uitgezonderd) zonder de recente uitbreidingen naar Oost1 Europa. In de grensgemeenten van Antwerpen en Limburg gaat het voornamelijk over mensen uit de buurlanden (Nederland en in mindere mate Duitsland). In Vlaams-Brabant valt vooral de zuidoostelijke rand van Brussel op. De aanwezigheid van Europese en internationale instellingen en bedrijven in Brussel, trekt mensen van verschillende nationaliteiten aan. Zij vestigen zich vaak in de residentiële wijken in de Rand. Ten opzichte van 2006 is het aandeel van deze mensen met 25% gestegen. Vooral het arrondissement Leuven kent een sterke stijging, namelijk 35%. Aandeel bevolking met nationaliteit van een land van de EU-17 behalve België 2008 veel lager dan gemiddeld lager dan gemiddeld Vlaamse gemiddelde hoger dan gemiddeld veel hoger dan gemiddeld Bron: ADSEI, FOD Economie Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) 1 EU-17: Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Nederland, Duitsland, Luxemburg, Spanje, Italië, Griekenland, Portugal, Zweden, Finland, Ierland, Oostenrijk, Cyprus, Denemarken en Malta 9
Wanneer we dan de spreiding bekijken van de nationaliteiten van de landen die niet tot de EUEU17 behoren, zien we dat ook hier de zuidoostrand er uitspringt, maar ook de gemeenten ten noordoosten van Brussel. Vooral Vilvoorde, Zaventem en Kraainem hebben hoge aandelen. Leuven heeft eveneens een heel hoog aandeel, net als enkele steden buiten de provincie (Antwerpen, Gent, Lokeren, Mechelen). Ook het aandeel van deze groep is in een sterk stijgende lijn. Het aantal mensen met een afkomst van niet-eu-17 landen is gestegen met 50% t.o.v. 2006. Dit is een grotere stijging dan gemiddeld in Vlaanderen. Aandeel bevolking met nationaliteit van een land dat niet behoort tot de EU-17 2008 veel lager dan gemiddeld lager dan gemiddeld Vlaamse gemiddelde hoger dan gemiddeld veel hoger dan gemiddeld Bron: ADSEI, FOD Economie Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) Inkomen Inkomen De provincie Vlaams-Brabant is algemeen gezien een rijke provincie. De meeste gemeenten met een hoog mediaan inkomen liggen in deze provincie. Enkel het Hageland (in het oosten van de provincie) blijft rond het Vlaamse gemiddelde. Geetbets en Zoutleeuw zitten onder het Vlaamse gemiddelde. 2009 Mediaaninkomen veel lager dan gemiddeld lager dan gemiddeld Vlaamse gemiddelde hoger dan gemiddeld veel hoger dan gemiddeld Bron: ADSEI, FOD Economie Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) 10
Inkomensongelijkheid Net op de plaatsen waar het mediaan inkomen hoog ligt, is de inkomensongelijkheid ook het hoogst. In de meeste gemeenten van de provincie is er een groot contrast tussen arm en rijk2. De inkomensongelijkheid kent een stijgende trend en is meer uitgesproken in Vlaams-Brabant dan gemiddeld in Vlaanderen. 2008 Inkomensongelijkheid veel lager dan gemiddeld lager dan gemiddeld Vlaamse Gemiddelde hoger dan gemiddeld veel hoger dan gemiddeld Bron: ADSEI, FOD Economie Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) Woningprijs Een deel van het hogere inkomen is de Vlaams-Brabander meteen kwijt aan huisvesting. De prijzen van woningen zijn zeer hoog in de rand rond Brussel en in het centrum van de provincie. Voor de gemiddelde verkoopprijs van de kleine en middelgrote woningen blijft enkel het Hageland onder het Vlaamse gemiddelde. De woningprijzen kennen een zeer sterke opwaartse trend, en in Vlaams-Brabant en vooral de Brusselse rand, komt dit nog sterker naar voor. Gemiddelde woningprijs 2010 veel lager dan gemiddeld lager dan gemiddeld Vlaamse gemiddelde hoger dan gemiddeld veel hoger dan gemiddeld Bron: ADSEI, FOD Economie Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) 2 Op basis van Gini-coëfficiënten. Dit is een maatstaf voor inkomensongelijkheid: een Gini-coëfficiënt gelijk aan 0 wijst op een totaal gelijke inkomensverdeling (iedereen beschikt over een gelijk inkomen), een Gini-coëfficiënt gelijk aan 1 wijst op een totaal ongelijke inkomensverdeling (1 persoon beschikt over het gehele inkomen). 11
Bouwgrondprijs Het Hageland is de enige regio in Vlaams-Brabant waar de prijs van de bouwgronden lager ligt dan het Vlaamse gemiddelde3. De Brusselse rand daarentegen wordt gekenmerkt door dure bouwgronden. Net zoals de woningprijzen kennen de bouwgronden een sterke opwaartse prijstendens. 2010 Gemiddelde prijs bouwgrond veel lager dan gemiddeld lager dan gemiddeld Vlaamse gemiddelde hoger dan gemiddeld veel hoger dan gemiddeld Bron: ADSEI, FOD Economie Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) Werkloosheidsgraad Vlaams-Brabant telt relatief weinig werklozen, vooral in het centrum van de provincie en het Pajottenland. Toch zijn er een aantal gemeenten met een werkloosheidsgraad boven het Vlaamse gemiddelde: Asse, Diest, Drogenbos, Machelen, Sint-Pieters-Leeuw, Tienen en Zaventem. Vilvoorde en Wemmel kennen zelfs hoge werkloosheidscijfers. De werkloosheidscijfers kennen een wisselende tendens: na in 2008 een dieptepunt gehad te hebben, stegen ze in 2009 en 2010 sterk. 2010 Werkloosheidsgraad veel lager dan gemiddeld lager dan gemiddeld Vlaamse gemiddelde hoger dan gemiddeld veel hoger dan gemiddeld Bron: VDAB, via ARVASTAT Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) 3 In de gemeenten in het wit op de kaart werden minder dan 6 bouwgronden verkocht. Hiervoor werd geen gemiddelde berekend. 12
Geboorten in kansarme gezinnen Vooral in Leuven en Tienen, alsook in Asse en Halle worden relatief meer kinderen geboren in kansarme gezinnen dan gemiddeld in Vlaanderen. De rest van Vlaams-Brabant blijft rond of onder het Vlaamse gemiddelde. Sinds 2006 is het aandeel kansarme geboortes in VlaamsBrabant haast verdubbeld. 2010 Kansarmoede index veel lager dan gemiddeld lager dan gemiddeld Vlaamse gemiddelde hoger dan gemiddeld veel hoger dan gemiddeld Bron: aantal kansarme geboorten - SVR, via lokale statistieken aantal geboorten - ADSEI, FOD Economie Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) Verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering In Vlaams-Brabant krijgen relatief weinig mensen een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering. In het Hageland zijn de aandelen iets hoger. West-Vlaanderen en Limburg behalen de hoogste scores. Het aandeel mensen in Vlaams-Brabant dat een verhoogde tegemoetkoming geniet is sinds 2006 gedaald, maar Vlaanderen kent de tegenovergestelde trend: daar is een lichte stijging waar te nemen. Verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering 2011 % van de bevolking 4,6-8,0 8,1-10,5 10,6-12,8 12,9-15,3 15,4-21,2 Bron: ADSEI, FOD Economie Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) 13
Aandeel personen met een handicap Het aantal personen met een handicap, zoals bepaald door de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, volgt de lijn van de verhoogde tegemoetkoming. Ook hier zijn in Vlaams-Brabant relatief weinig mensen geregistreerd als persoon met een handicap. Vooral de rand van Brussel valt hierbij op. Het Hageland zit dan weer boven het Vlaamse gemiddelde. Aantal mensen met een erkende handicap veel lager dan gemiddeld lager dan gemiddeld Vlaams gemiddelde hoger dan gemiddeld veel hoger dan gemiddeld Bron: ADSEI, FOD Economie; FOD Sociale Zekerheid, DG Handicap Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) 1.2. Globale kenmerken van de regio's in de provincie ie De ligging van de grootstad Brussel middenin de provincie Vlaams-Brabant heeft een grote invloed op de hele regio errond. De regio Halle-Vilvoorde ligt tussen Brussel en enkele steden net over de provincie- of arrondissementsgrens (Ninove, Aalst, Dendermonde, Mechelen, Leuven). Halle-Vilvoorde is een vrij heterogeen gebied. De rand rond Brussel is sterk verstedelijkt, terwijl wat verder van Brussel de gordel groener en landelijker wordt en de bewoning residentieel. De noordoostelijke rand, rond Vilvoorde en Zaventem, is sterk geïndustrialiseerd, net als de kanaalzone ten zuiden van Brussel. In het zuidwesten van de regio, tussen Brussel en de taalgrens, tussen Zenne en Dender, ligt het eerder agrarische Pajottenland. Halle-Vilvoorde is een arrondissement met enkele kleinere steden (Halle, Vilvoorde, Zaventem, Asse), maar zonder echte centrumstad. De regio is ook heterogeen op het vlak van de bevolkingssamenstelling: een stedelijke versus agrarische bevolking, welstellend versus arm, autochtoon en internationaal, jong en oud... Enkele van de rijkste gemeenten van Vlaanderen zijn gelegen in het arrondissement. Toch zien we dat ook in deze rijkere gemeenten heel wat mensen een laag inkomen hebben. Er heerst een sterke dualiteit tussen arm en rijk. Brussel, met zijn internationale instellingen, zetels van internationale bedrijven en tewerkstelling, trekt mensen aan uit heel de wereld. De lokale bevolking in de Rand staat als gevolg sterk onder druk van de toenemende woning- en grondprijzen. De hoge huur- en koopprijzen zorgen al jaren voor sociale verdringing. Het Hageland is een landelijk gebied met Tienen, Aarschot, Diest en Landen als voornaamste kleine steden. Traditioneel is het een regio met weinig werkgelegenheid, vooral Centraal- Hageland. Dat maakt dat het historisch en nog steeds een regio is met een grote 14
pendelbeweging. Op het gebied van achterstelling bij kinderen en jongeren zijn het vooral de twee kleine steden Diest en Tienen die aandacht verdienen. De welvaartsindex en het mediaan inkomen zijn er eveneens klein. Het Hageland is daarnaast ook een sterk vergrijsde regio, met een hoog aandeel hoogbejaarden in de bevolking. Deze trend zou zich in de toekomst nog verder doorzetten. Bovendien gaat het vaak om kwetsbare groepen ouderen: ouderen met een laag inkomen, ouderen met verminderde zelfredzaamheid of slechte gezondheidstoestand. In het Hageland zijn de woningprijzen in vergelijking met de rest van Vlaams-Brabant nog relatief laag, maar er is in deze regio nog wel heel wat oud patrimonium terug te vinden en ook hier zijn de prijzen de laatste tien jaar sterk toegenomen. Leuven is de enige centrumstad in de provincie. De stad telt veel alleenwonenden en jongvolwassenen onder haar bevolking. Ook mensen met een laag inkomen worden door de stad aangetrokken. In het huisvestingsaanbod vinden we veel kamers en appartementen, maar ook sociale huisvesting. De regio rond Leuven is tamelijk jong en rijk. De huisvestingsprijzen liggen er hoog. 15
2. Vergelijkend overzicht van het welzijnsaanbod In dit dossier bundelen we de cijfergegevens en andere informatie over het aanbod in een aantal welzijnssectoren: algemeen welzijnswerk, crisisopvang voor volwassenen en voor kinderen en jongeren, kinderopvang, centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning, bijzondere jeugdbijstand, ouderen- en thuiszorg, sector personen met een handicap en centra voor geestelijke gezondheidszorg. We vergelijken telkens het aanbod in Vlaams-Brabant met dat van de andere vier provincies en waar mogelijk ook Brussel. Voor Vlaams-Brabant bekijken we daarbovenop de verdeling over de twee arrondissementen: Halle-Vilvoorde en Leuven. We gaan telkens na welke evolutie heeft plaatsgevonden tussen 2006 en 2012 en welke (structurele) tekorten of achterstanden werden ingehaald of blijven bestaan. We kijken niet enkel terug naar wat geweest is, maar richten ons ook op de uitdagingen die ons in de komende jaren te wachten staan. De beleidsmaatregelen en inspanningen die door de provincie werden geleverd worden extra in de kijker gezet. 2.1. Centra algemeen a welzijnswerk Het algemeen welzijnswerk wil mensen helpen om zich persoonlijk en sociaal te kunnen ontplooien, individuele en sociale rechten uit te oefenen, zodat men een menswaardiger leven kan leiden. De Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) hebben drie kerntaken: algemene preventie, onthaal en psycho-sociale begeleiding. Een vergelijking van de ingezette middelen Tabel 1 en Tabel 2 geven een vergelijking van de enveloppefinanciering van de CAW's, opgesplitst per provincie en voor Vlaams-Brabant per CAW. De middelen voor de Vlaamse CAW's zijn tussen 2006 en 2011 (zie Index in Tabel 1) toegenomen met ongeveer 30%. Voor de CAW's in Halle-Vilvoorde werd er duidelijk een extra tandje bij gestoken: het budget van CAW Regio Vilvoorde steeg met 50% en dat van Delta (inclusief Zenne & Zoniën, dat opging in CAW Delta) zelfs met 75% 4. De subsidie-enveloppe van de CAW's is samengesteld uit een forfaitair bedrag per VTE (voltijds equivalent). In het 'Heerenakkoord' (5 februari 2009), afgesloten tussen de toenmalige Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Veerle Heeren enerzijds en de CAW's anderzijds, engageerde de minister zich om in een eerste fase de subsidiëring van de CAW's gelijk te schakelen en op te trekken naar een minimaal bedrag per VTE van 56.580 euro. Hiervoor werd meer dan 600.000 euro extra geïnvesteerd in de sector. Voor de provincie Vlaams-Brabant betekende dit dat de subsidies van CAW Zenne en Zoniën, CAW Delta en CAW regio Vilvoorde werden opgetrokken. In 2010 is de tweede fase in de gelijkschakeling van de subsidies uitgevoerd. Een bijkomende subsidiëring van 330.000 euro heeft er toe geleid dat elk CAW in 2010 een gelijk subsidiebedrag van 57.698,55 euro per VTE ontving. Toch blijkt uit de cijfers en grafieken duidelijk dat er nog steeds grote verschillen blijven bestaan tussen de verschillende CAW's. Indien we deze cijfers uitzetten ten opzichte van het aantal inwoners in de werkingsgebieden van de CAW's, moeten we de inhaalbeweging zelfs sterk nuanceren. CAW Delta komt nog niet aan het Vlaamse gemiddeld van 10,7 per inwoner, terwijl CAW Vilvoorde helemaal onderaan bengelt met slechts 3,5 per inwoner. 4 De gedeeltelijke overname van de subsidiëring van het crisisopvangcentrum Haven 21 (4,5 VTE) inbegrepen. Zie verder p.23. 16
Tabel 1: Enveloppefinanciering CAW's (absolute bedragen in ) Provincie CAW-regio 2006 2007 2008 2009 2010 2011 Index 2006-2011 Antwerpen 15.587.256 17.056.376 18.288.925 19.047.005 19.398.810 20.146.002 129,2 Limburg 5.812.050 6.448.522 6.789.581 7.083.237 7.270.520 7.578.469 130,4 Oost-Vlaanderen 11.894.682 12.567.186 13.254.866 14.011.856 14.300.111 14.975.922 125,9 West-Vlaanderen 11.826.598 12.559.238 13.340.830 14.107.981 14.333.963 14.925.414 126,2 Vlaams-Brabant 7.116.113 7.703.986 8.175.810 9.146.447 9.236.152 9.784.987 137,5 Regio Leuven 3.765.272 3.894.914 4.140.328 4.440.703 4.506.250 4.680.909 124,3 Hageland 1.152.594 1.225.530 1.274.548 1.312.307 1.324.128 1.374.136 119,2 Regio Vilvoorde 520.633 636.925 686.849 739.014 753.457 782.196 150,2 Zenne & Zoniën 324.688 407.844 448.647 835.310 135.000 0 0,0 Delta 1.352.927 1.538.773 1.625.438 1.819.112 2.517.318 2.947.746 *175,7 VLAANDEREN 52.236.699 56.335.308 59.850.012 63.396.527 64.539.556 67.410.794 129,0 Bron: Vlaamse Overheid; Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; afdeling Welzijn en Samenleving * in vergelijking met het totaal van Zenne & Zoniën en Delta in 2006 Tabel 2: Enveloppefinanciering CAW's (budget/inwoner in ) Provincie CAW-regio 2006 2007 2008 2009 2010 2011 Antwerpen 9,23 10,03 10,66 11,00 11,12 11,42 Limburg 7,13 7,86 8,21 8,50 8,67 8,97 Oost-Vlaanderen 8,56 8,99 9,41 9,86 9,98 10,36 West-Vlaanderen 10,36 10,96 11,60 12,21 12,36 12,81 Vlaams-Brabant 6,82 7,32 7,71 8,56 8,58 9,01 Regio Leuven 13,75 14,08 14,84 16,02 16,13 16,59 Hageland 5,61 5,93 6,13 6,13 6,15 6,34 Regio Vilvoorde 2,44 2,95 3,16 3,37 3,40 3,49 Zenne & Zoniën 2,15 2,70 2,95 5,46 Delta 6,74 7,61 7,98 11,88 *7,35 *8,11 VLAANDEREN 8,59 9,21 9,71 10,21 10,32 10,69 Bron: Vlaamse Overheid; Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; afdeling Welzijn en Samenleving; aantal inwoners: ADSEI, FOD Economie * Totaal budget van Delta en Zenne & Zoniën berekend op het aantal inwoners uit het gehele werkingsgebied van Delta en Zenne & Zoniën samen. Dit is ook te zien op onderstaande grafiek, waar het arrondissement Halle-Vilvoorde als geheel helemaal onderaan bengelt qua budget per inwoner. Het arrondissement Leuven daarentegen, komt boven het gemiddelde van Vlaanderen uit, waarbij vooral CAW Regio Leuven een hoog budget per inwoner heeft, terwijl CAW Hageland ook een heel stuk onder het Vlaamse gemiddelde blijft. De provincie Vlaams-Brabant als geheel komt zo gemiddeld uit op hetzelfde niveau als de provincie Limburg: een heel stuk onder het Vlaamse gemiddelde. 17
CAW's: budget/inwoner 14,00 12,00 10,00 8,00 6,00 4,00 Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant VLAANDEREN Halle-Vilvoorde Leuven 2,00 0,00 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 Als we kijken naar het aantal VTE dat ter beschikking staat van elk CAW (Tabel 3 en Tabel 4), zien we voor de CAW's in Vlaams-Brabant een stijging met bijna 25% voor Delta (Zenne & Zoniën inbegrepen). Hierbij zijn 4,5 VTE van het crisisopvancentrum Haven 21 (zie verder) inbegrepen. Voor CAW Regio Vilvoorde bedroeg de stijging 8%. Maar de gemiddelde stijging in Vlaanderen bedroeg 9%. Bovendien zien we dat ten opzichte van het aantal inwoners in de werkingsgebieden van de CAW's, de CAW's van Vlaams-Brabant onder het Vlaamse gemiddelde blijven, uitgezonderd CAW Regio Leuven. Dit laatste CAW steekt boven het Vlaamse gemiddelde uit. CAW Regio Vilvoorde komt slechts aan 0,6 VTE per 10.000 inwoners. Het hogere aantal VTE van CAW regio Leuven wordt gedeeltelijk verklaard doordat de 15,5 VTE zijn inbegrepen die worden ingezet voor (verplichte) opdrachten in het kader van justitiële maatregelen (hulpverlening in de gevangenis, bezoekruimte en slachtofferhulp), die voor het hele arrondissement worden uitgevoerd. In het arrondissement Halle-Vilvoorde werden deze taken verdeeld over CAW Delta (bezoekruimte) en het Brusselse CAW (slachtofferhulp) en uitgevoerd voor het arrondissement Halle-Vilvoorde en Brussel samen. Tabel 3: CAW's: absoluut aantal VTE Provincie 2006 2007 2008 2009 2010 2011 CAW-regio Index 2006-2011 Antwerpen 303,05 327,05 329,05 329,05 330,05 335,2 110,6 Limburg 117,15 122,40 123,15 122,78 123,15 125,35 107,0 Oost-Vlaanderen 229,75 232,25 239,75 239,75 241,75 247,08 107,5 West-Vlaanderen 227,50 236,00 241,25 241,25 242,00 247,31 108,7 Vlaams-Brabant 145,50 145,50 154,00 154,00 160,50 161,80 111,2 Regio Leuven 72,25 72,25 77,75 77,75 77,75 77,75 107,6 Hageland 22,25 22,25 22,25 22,25 22,25 22,85 102,7 Regio Vilvoorde 12,00 12,00 13,00 13,00 13,00 13,00 108,3 Zenne & Zoniën 8,00 8,00 9,00 9,00 15,50 0,00 Delta 31,00 31,00 32,00 32,00 32,00 48,20 *123,6 VLAANDEREN 1.022,95 1.063,20 1.087,20 1.086,83 1.097,45 1.116,74 109,2 Bron: Vlaamse Overheid; Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; afdeling Welzijn en Samenleving * in vergelijking met het totaal van Zenne & Zoniën en Delta in 2006 18
Tabel 4: CAW's: VTE per 10.000 000 inwoners Provincie CAW-regio 2006 2007 2008 2009 2010 2011 Antwerpen 1,79 1,92 1,92 1,90 1,89 1,90 Limburg 1,44 1,49 1,49 1,47 1,47 1,48 Oost-Vlaanderen 1,65 1,66 1,70 1,69 1,69 1,71 West-Vlaanderen 1,99 2,06 2,10 2,09 2,09 2,12 Vlaams-Brab Brabant ant 1,39 1,38 1,45 1,44 1,49 1,49 Regio Leuven 2,64 2,61 2,79 2,81 2,78 2,76 Hageland 1,08 1,08 1,07 1,04 1,03 1,05 Regio Vilvoorde 0,56 0,56 0,60 0,59 0,59 0,58 Zenne & Zoniën 0,53 0,53 0,59 0,59 Delta 1,54 1,53 1,57 1,56 *1,32 *1,33 VLAANDEREN 1,68 1,74 1,76 1,75 1,76 1,77 Bron: Vlaamse Overheid; Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; afdeling Welzijn en Samenleving; aantal inwoners: ADSEI, FOD Economie * Totaal VTE van Delta en Zenne & Zoniën berekend op het aantal inwoners uit het gehele werkingsgebied van Delta en Zenne & Zoniën samen. Onderstaande grafiek toont opnieuw de evolutie van de provincies en voor Vlaams-Brabant de twee arrondissementen. De verhouding tussen de provincies en arrondissementen verschilt niet veel met de vorige grafiek. Hier zien we wel dat de stijging van het aantal VTE de laatste jaren beperkt is. De stijging in het arrondissement Halle-Vilvoorde is vooral terug te brengen tot de overname van het crisisopvangcentrum Haven 21. CAW: VTE per 10.000 inwoners 2,5 2 1,5 1 Halle-Vilvoorde Leuven Vlaams-Brabant Limburg Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaanderen 0,5 0 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 Wijziging van decreet Op 8 mei 2009 werd het nieuwe decreet betreffende het algemeen welzijnswerk, van toepassing op alle autonome CAW's en centra voor Tele-Onthaal, bekrachtigd en afgekondigd. Met dit decreet, dat nog niet in werking is getreden, wou men een nieuw wettelijk kader schetsen voor het algemeen welzijnswerk in Vlaanderen. 19
In de voorbereiding van de uitvoeringsbesluiten van het decreet werd echter duidelijk dat herstructurering van de sector nodig is, gezien de grote ongelijkheden in hulpverleningsaanbod tussen de verschillende regio's in Vlaanderen. Er is namelijk een grote verscheidenheid in de CAW's: in grootte, in aanbod en kwaliteit. Daardoor kan in een bepaalde regio zelfs een bepaald basishulpaanbod ontbreken of slechts minimaal aanwezig zijn. Daarom is er maar traag werk gemaakt van de concrete uitvoeringsbesluiten van dit decreet. Vooraleer er bijkomende middelen worden voorzien om de ongelijke spreiding van het basisaanbod recht te trekken, wenst de Vlaamse overheid een grondige herstructurering door te voeren. 5 Een voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 8 mei 2009 betreffende het algemeen welzijnswerk is nu opgemaakt. Het besluit van de Vlaamse Regering ter uitvoering van dit decreet wordt midden 2012 ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering. Op 31 december 2013 zullen de bepalingen van het decreet van 19 december 1997 en bijhorende uitvoeringsbesluiten niet langer in werking zijn. Na deze datum behoudt geen van de huidig erkende centra zijn erkenning en moeten de nieuwe, gefuseerde CAW's met grotere werkingsgebieden een nieuwe erkenning krijgen. Een sterk eerstelijns welzijnswerk In zijn 'Omzendbrief betreffende de reorganisatie van het algemeen welzijnwerk' (1 februari 2012) geeft Vlaams minister Jo Vandeurzen aan dat 'iedere burger, onafhankelijk van zijn of haar woonplaats, met om het even welke vraag of probleem, een beroep kan doen op een aanbod aan hulp- en dienstverlening op de eerste lijn'. De CAW's dienen dus een rechtstreeks toegankelijk onthaal te organiseren waar iedereen terecht kan. Cliënten van het CAW moeten op een gelijkwaardige manier begeleiding krijgen. Om dit te realiseren wil de minister een reorganisatie van de sector met een schaalvergroting. Samen met de sector zijn de criteria voor deze schaalvergroting bepaald: - het werkgebied van een CAW wordt gevormd door ofwel het grondgebied van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad ofwel minimaal uit drie aaneensluitende kleinstedelijke zorgregio's; - het werkgebied telt minimum 300.000 inwoners; - het werkgebied is maximaal begrensd door de provinciegrenzen; - per werkgebied kan maximum één CAW worden erkend; - voor de Vlaamse Gemeenschap kunnen maximum 11 CAW's worden erkend; - een erkend CAW dient over een minimumaantal van 50 erkende VTE te beschikken. De minister wil zo komen tot een evenwichtig gespreid aanbod in vergelijkbare werkingsgebieden. In elke regio dienen alle opdrachten (zowel wat betreft preventie, onthaal als begeleiding) in het kader van het algemeen welzijnswerk vervuld te zijn. Bij de actualisering van het subsidiëringsmechanisme zullen de programmatie- en planningscriteria op provinciaal niveau de basis vormen. Hierbij zal rekening worden gehouden met de onderbezetting van bepaalde regio s binnen de provincies. Concreet komt de minster tot 11 regionale centra voor algemeen welzijnwerk in Vlaanderen en Brussel. Qua timing wordt verwacht dat de CAW's tegen 1 juli 2012 een organisatie- en trajectplan uitwerken dat de leidraad vormt voor het verdere fusieproces. Uiterlijk op 31 augustus 2013 moet er een erkenningaanvraag ingediend worden en is er nog tijd om zich te conformeren aan de nieuwe bepalingen. Vanaf 1 januari 2014 worden de nieuwe CAW's erkend. 5 zie ook: Steunpunt Algemeen Welzijnswerk, Onderzoeksdossier CAW in beeld. Cijfers 2010, 2011. 20
De gevolgen voor de CAW's in Vlaams-Brabant In Vlaams-Brabant waren er aanvankelijk vijf CAW's: CAW regio Leuven, CAW Hageland, CAW Delta, CAW regio Vilvoorde en CAW Zenne en Zoniën. CAW Zenne & Zoniën was echter één van de kleinste CAW's van Vlaanderen ondanks de uitgebreide regio en de grote welzijnsnoden. De beperkte omkadering bemoeilijkte de professionele uitbouw van de werking. Daarom werd door alle betrokken partijen gekozen voor de integratie in het grotere nabijgelegen CAW Delta. Deze integratie was een feit op 1 juli 2010. De verdere organisatievergroting in het algemeen welzijnswerk betekent voor Vlaams-Brabant een fusie tussen CAW Hageland en CAW regio Leuven en een fusie tussen CAW Delta en CAW regio Vilvoorde, wat neerkomt op twee CAW's in de provincie. Rekening houdend met de opdrachten die de CAW's bezitten op het raakvlak welzijn-justitie vallen de nieuwe regio's zoveel mogelijk samen met de gerechtelijke arrondissementen. Het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde is hierop een uitzondering. Gelet op de bestuurlijke context kiest men voor een apart CAW in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Brussel). Bijgevolg dienen zowel het nieuwe Brusselse CAW als het nieuwe CAW in Halle- Vilvoorde alle decretale opdrachten te voorzien: slachtofferhulp, bezoekruimte enz. Aan CAW Delta werd in oktober 2011 alvast 3,4 VTE extra toegekend voor slachtofferhulp. De vraag is of dit zal volstaan, aangezien de grote meerderheid van het huidige cliënteel van CAW Archipel (Brussel) uit Halle-Vilvoorde komt. De hulpverlening in de gevangenis blijft in Brussel, aangezien er in Halle-Vilvoorde geen gevangenis is. In het arrondissement Leuven is men in 2011 al gestart met de voorbereidingen van de fusie: gezamenlijke gesprekken, afstemming, gezamenlijke projecten In Halle-Vilvoorde moeten we, mede door de structurele onderbezetting en de specifieke geografische ligging rond Brussel, rekening houden met een ander ritme en zijn de eerste gesprekken begin 2012 opgestart. Onderstaande kaart geeft de huidige (voorjaar 2012) werkingsgebieden aan van de CAW's in Vlaams-Brabant. Centra Algemeen Welzijnswerk CAW regio's regio Leuven Hageland Hageland en regio Leuven regio Vilvoorde Delta Haaltert Denderleeuw Ninove Roosdaal Affligem Liedekerke Ternat Opwijk Lennik Asse Merchtem Dilbeek Londerzeel Meise Wemmel Kapelle- op-den- Bos Zemst Grimbergen Vilvoorde Machelen Kraainem Steenokkerzeel Zaventem Wezembeek- Oppem Boortmeerbeek Kampenhout Kortenberg Tervuren Bertem Keerbergen Haacht Herent Begijnendijk Tremelo Rotselaar Leuven Oud-Heverlee Holsbeek Bierbeek Lubbeek Aarschot Boutersem Tielt-Winge Scherpenheuvel- Zichem Glabbeek Tienen Bekkevoort Diest Kortenaken Linter Geetbets Zoutleeuw Galmaarden Herne Gooik Pepingen Sint- Pieters- Leeuw Halle Drogenbos Linkebeek Sint- Beersel Genesius- Rode Hoeilaart Overijse Huldenberg Hoegaarden Landen Bever Kaart: Steunpunt sociale planning Bron: CAW's Vlaams-Brabant Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) 21
In de toekomst zullen de werkingsgebieden er uit zien zoals op de volgende kaart is weergegeven. De gemeenten die gelegen zijn in Oost-Vlaanderen (Ninove, Denderleeuw en Haaltert), zullen niet langer tot het werkingsgebied van het CAW in Halle-Vilvoorde behoren. De werkingsgebieden vallen niet samen met de arrondissementsgrenzen: Kampenhout is gelegen in het arrondissement Halle-Vilvoorde, maar zal behoren tot CAW regio Leuven en Hageland en omgekeerd zal Tervuren tot het werkingsgebied van Halle-Vilvoorde behoren. Toekomstige werkingsgebieden CAW's Vlaams-Brabant Zorgregio's Gemeenten CAW Leuven-Hageland CAW Halle-Vilvoorde Bever Galmaarden Herne Affligem Liedekerke Roosdaal Gooik Asse ZR Asse Ternat Lennik ZR Halle Pepingen Opwijk Merchtem Dilbeek Halle Londerzeel Meise Wemmel Drogenbos Sint-Pieters-Leeuw Linkebeek Beersel Kapelle- op-den- Bos Zemst ZR Vilvoorde Scherpenheuvel- Zichem Grimbergen Kampenhout Vilvoorde Steenokkerzeel Machelen Kortenberg Sint- Genesius- Rode Zaventem Kraainem Bertem Wezembeek- Oppem Tervuren ZR Tervuren Hoeilaart Boortmeerbeek Overijse Huldenberg Keerbergen Haacht Herent Rotselaar ZR Leuven Leuven Oud-Heverlee Begijnendijk Tremelo Bierbeek Aarschot ZR Aarschot Holsbeek Lubbeek Tielt-Winge Boutersem Hoegaarden Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (OC GIS-Vlaanderen) Glabbeek ZR Diest ZR Tienen Tienen Bekkevoort Diest Kortenaken Linter Landen Geetbets Zoutleeuw Knelpunten en noden aangegeven door de CAW's s in Vlaams-Brabant Eerst en vooral dient de basiswerking op het Vlaamse niveau te worden gebracht, wat vooral in Halle-Vilvoorde om een serieuze inspanning vraagt. Daarnaast is er in dit arrondissement nood aan residentiële opvang, aan meer outreachend werken en meer schuldbemiddeling. Ook is er gebrek aan een werking voor allochtonen, in een regio die toch te maken heeft met een zeer sterke internationalisatie. Er is tevens een gebrek aan betaalbare tolken, terwijl er in de regio zeer veel anderstaligen wonen. Een probleem dat samenhangt met de achterstand in andere welzijnssectoren in de regio, is het gebrek aan doorverwijsmogelijkheden naar andere organisaties en voorzieningen. Om tegemoet te komen aan de huisvestingsproblematiek (gebrek aan betaalbare huisvesting), zowel in de Rand als in het Leuvense, zou er meer moeten geïnvesteerd worden in preventieve woonbegeleiding en in het bijzonder begeleid zelfstandig wonen voor jongeren en volwassenen. De doorstroming naar duurzaam wonen na residentiële opvang (in vluchthuis, crisisopvang, begeleid wonen, opvangcentrum) blijft een bijzonder groot probleem in de beide arrondissementen. Algemeen is er vanuit de sector in Vlaams-Brabant bezorgdheid over de vermaatschappelijking van de zorg, die een grote druk legt op het eerstelijns welzijnswerk, omwille van de integrale benadering (over alle levensdomeinen) van het algemeen welzijnswerk. Nieuwe te verwachten doelgroepen zijn onder meer mensen met een beperking en psychiatrische patiënten. Daarnaast is er de noodzaak (en tegelijk een uitdaging) om voldoende bereikbaar te zijn in groter wordende werkingsgebieden. Van CAW's wordt verwacht dat ze in elke zorgregio zichtbaar aanwezig zijn. Nu al zien we specifieke problemen door de verspreide ligging van de vestigingen van onder andere CAW Hageland, zoals beperkte openingsuren, beperkte samenwerking met andere organisaties, hogere werkingskosten (bv. huren van locaties), moeilijk vindplaatsgericht werken... 22
De provincie investeert De provincie Vlaams-Brabant beschouwt de CAW's als een belangrijke partner en biedt ondersteuning op verschillende terreinen (o.a. organisatie van een provinciaal overlegplatform). De provincie ondersteunt de CAW's door jaarlijks een samenwerkingsovereenkomst af te sluiten en een subsidie toe te kennen voor de algemene basiswerking en voor de inloopwerking in het kader van armoedebestrijding. Om CAW Delta in staat te stellen de integratie van CAW Zenne en Zoniën vlot te laten verlopen, is een subsidie toegekend waarmee de extra kosten van de aansturing van de huidige werking van het CAW Zenne en Zoniën en de integratie in CAW Delta gefinancierd is. Ook om de huidige opgelegde fusie voor te bereiden en zo vlot mogelijk te laten verlopen, is aan CAW Delta en aan CAW regio Leuven een subsidie toegekend. Rekening houdend met de hoge huisvestingsprijzen probeert de provincie Vlaams-Brabant ook ondersteuning te bieden op het vlak van huisvesting, o.a. door aan CAW Delta grond ter beschikking te stellen in Asse. Datzelfde CAW participeert ook aan de sociale campus in Halle. De sociale campussen zijn een initiatief van de provincie om welzijnsvoorzieningen in staat te stellen een gedegen infrastructuur te verwerven. Deze ondersteuning biedt een meerwaarde en schept mogelijkheden voor de CAW's. Een aantal initiatieven, zoals het BZW-project (begeleid zelfstandig wonen) voor jongvolwassenen, waren onmogelijk zonder provinciale steun. Tijdens het colloquium 'Welzijn Troef' in 2006 werd het ontbreken van begeleid wonen in Halle-Vilvoorde nog bestempeld als een groot knelpunt door de CAW's. In Halle-Vilvoorde werd een gezamenlijke dienstverlening BZW opgezet. Dit project liep tot 2008. Nadien werd het door de CAW's zelf bekostigd en sinds juli 2008 gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. BZW verloopt zo moeilijk omdat de vastgoedprijzen voor cliënten met een beperkt inkomen veel te hoog liggen en omdat er teveel aanvragen zijn voor een enkel personeelslid. Het project bemoeizorg in Vilvoorde kon eveneens starten met experimentele middelen van de provincie. Hierbij worden huurders van sociale woningen, die dreigen uit hun huis te worden gezet, intensief begeleid. Ondertussen wordt dit project met eigen middelen verder gezet. 2.2. Crisishulpverlening shulpverlening - volwassenen Crisishulpverlening gaat over alle activiteiten en initiatieven om mensen in crisis op te vangen of te ondersteunen. Crisishulpverlening strekt zich uit over verschillende levensdomeinen, zoals (geestelijke) gezondheidzorg, gezondheid, huisvesting, financiën, justitie, sociaal netwerk, gezin en opvoeding. In de crisishulpverlening kruisen dus verschillende sectoren elkaar, elk met hun doelgroep, werking, jargon en regelgeving. Wat het aanbod residentiële crisishulp voor volwassenen betreft, zijn we voornamelijk aangewezen op de CAW's en OCMW's. Daarnaast zijn er een aantal aanbieders van residentiële crisishulp voor specifieke doelgroepen (personen met een handicap, ouderen, personen met psychische problemen en/of een afhankelijkheidsproblematiek). Crisisopvangcentra van de Centra voor Algemeen Welzijnswerk In een crisisopvangcentrum kunnen volwassenen, al dan niet vergezeld van hun kinderen, en jongeren tussen 16 en 18 jaar worden opgevangen. Personen met een acute psychiatrische of ernstige verslavingsproblematiek worden doorverwezen naar een aangepaste hulpverlening. De CAW's in de provincie Vlaams-Brabant beschikken over 4 opvangcentra voor residentiële (crisis)hulpverlening. Het gaat over 2 crisisopvangcentra en 2 vluchthuizen. Het crisisopvang- 23
centrum in het arrondissement Leuven is ondergebracht bij CAW regio Leuven. Er zijn 14 bedden beschikbaar. Buiten de regio Leuven waren er tot en met 2008 geen erkende crisisopvangplaatsen in de provincie. Wel was er het crisisopvangcentrum Haven 21 in Halle dat tot en met 2008 volledig werd gefinancierd door de provincie. Men was - en is - dus vaak genoodzaakt zich te richten naar crisisopvang buiten de regio of een beroep te doen op vrijwilligers. Tabel 5 toont het aantal plaatsen en VTE in de crisisopvang per CAW. Het crisisopvangcentrum in Leuven heeft in 2010 hetzelfde aantal erkende en gesubsidieerde plaatsen als in 2006, namelijk 14. Ook het aantal VTE is sindsdien slechts weinig gewijzigd. Op Vlaams niveau was er een stijging van 5% wat betreft het aantal bedden. De stijging deed zich vooral voor in Oost- Vlaanderen, terwijl Limburg minder plaatsen had in 2010 dan in 2006 (van 85 naar 62). Het aantal personeelsleden steeg op Vlaams niveau met 80%. De grootste toename had plaats in de provincie Limburg (van 4,5 naar 18,5 VTE). Ook Oost-Vlaanderen en Antwerpen kenden een forse stijging in het erkende en gesubsidieerde personeelsbestand. De 18 bedden van het crisisopvangcentrum Haven 21 zijn nog niet opgenomen in de tabel. Tabel 5: Crisisopvang (erkend en gesubsidieerd door Vlaanderen) Provincie 2006 2007 2008 2009 2010 Index 2006-2010 2010 CAW-Regio Bedden VTE Bedden VTE Bedden VTE Bedden VTE Bedden VTE Bedden VTE Antwerpen 88 12,94 112 25,26 85 18,50 85 22,76 91 23,46 103,4 181,3 Antwerpen 63 1,67 89 13,60 62 6,97 62 10,39 68 12,59 Mechelen 10 7,00 10 7,00 10 6,75 10 6,74 10 5,00 Kempen 15 4,27 13 4,66 13 4,78 13 5,63 13 5,87 Limburg 85 4,48 79 14,06 62 12,98 62 18,56 62 18,47 72,9 411,9 t Verschil 14 3,40 17 1,86 0 5,06 0 5,82 Sonar 71 1,08 62 12,20 62 13,50 62 12,65 Oost-Vlaanderen 25 8,04 48 20,87 39 20,82* 63 17,30 58 17,41 232,0 216,5 Gent-Eeklo 14 8,04 14 8,32 14 7,97 14 8,13 14 9,08 Aalst 10? 10 7,34 10 7,45 * 10 7,56* 10 7,68* Waasland 13 1,91 4? 14 9,17 14 8,33 ZO-Vlaanderen 1? 11 3,30 11 5,4* 25 0,00 20 0,00 Dendermonde 0 0,00 0 0,00 0 0,00 0 0,00 0 0,00 West-Vlaanderen 28 9,97 32 10,27 32 13,71 27 8,35 27 9,67 96,4 97,0 Brugge 21 8,97 21 9,52 21 8,36 15 7,42 15 8,92 Middenkust 0 0,00 3 0,00 3 0,00 7 3,62* 7 4,35* Mid-W-Vlaanderen 2? 2 0,00 2 4,6* 2 4,31* 2 4,47* Kortrijk 5 1,00 6 0,75 6 0,75 3 0,93 3 0,75 Westhoek 0 0,00 0 0,00 0 0,00 0 0,00 0 0,00 Vlaams-Brabant 14 6,16 14 6,04 14 5,50 14 6,27 14 6,25 100,0 101,5 Leuven 14 6,16 14 6,04 14 5,50 14 6,27 14 6,25 Hageland 0 0,00 0 0,00 0 0,00 0 0,00 0 0,00 Vilvoorde 0 0,00 0 0,00 0 0,00 0 0,00 0 0,00 Zenne en Zoniën 0 0,00 0 0,00 0 0,00 0 0,00 0 0,00 Delta 0 0,00 0 0,00 0 0,00 0 0,00 0 0,00 Vlaanderen 240 41,59 285 76,50 232 71,51 251 73,24 252 75,26 105,0 180,9 Bron: Vlaamse Overheid; Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; afdeling Welzijn en Samenleving * VTE worden ook ingezet voor andere deelwerkingen, niet enkel crisisopvang? Niet te bepalen 24
Aantal bedden crisisopvang 120 100 80 60 40 Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant 20 0 2006 2007 2008 2009 2010 Haven 21 Om tegemoet te komen aan het schrijnende gebrek aan crisisopvang en omdat er geen enkel ander aanbod in Halle-Vilvoorde was, besliste de provincie om in Halle het crisisopvangcentrum Haven 21 op te richten, dat op 21 mei 2000 officieel opende. Haven 21 is een crisisopvangcentrum dat korte residentiële opvang biedt aan mannen en vrouwen (en hun kinderen) in psychosociale crisis. Haven 21 biedt (materiële) opvang en crisisbegeleiding en helpt cliënten op weg naar maatschappelijke (re)integratie. Het centrum heeft 18 bedden ter beschikking. Omdat Haven 21 opgericht is na de fusiebeweging van de CAW's werd dit centrum - als enige in Vlaanderen- lange tijd niet gesubsidieerd. Nochtans is het algemeen welzijnswerk en in het bijzonder de residentiële crisishulpverlening een duidelijke bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de Vlaamse Gemeenschap. Omdat het beheer van een crisisopvangcentrum niet tot de kernopdrachten van een provinciebestuur behoort werd het crisisopvangcentrum Haven 21 op 1 januari 2008 overgedragen aan het CAW Zenne & Zoniën. De financiering gebeurde nog steeds volledig door de provincie. Eind 2008 is de minister van welzijn, op uitdrukkelijk vraag van de provincie, akkoord gegaan om vanaf 2009 maximum 4.5 VTE te subsidiëren bij het CAW Zenne & Zoniën voor de werking van Haven 21. In totaal voorzag Vlaanderen in 2009 een bedrag van 257.000 euro voor Haven 21. De provincie bleef ondersteunen door de infrastructuur ter beschikking te stellen, een personeelslid te detacheren en jaarlijks een subsidie van 153.000 euro toe te kennen aan het CAW Zenne & Zoniën om zo de werking van het crisisopvangcentrum verder te zetten. 25
Sinds 1 juli 2010 is CAW Zenne en Zoniën geïntegreerd binnen CAW Delta en wordt het crisisopvangcentrum Haven 21 niet langer beheerd door CAW Zenne en Zoniën, maar door CAW Delta. Om de werking van het crisisopvangcentrum te verzekeren blijft de provincie CAW Delta voor de organisatie van het crisisopvangcentrum verder ondersteunen, zoals opgenomen in de overeenkomst tussen de provincie Vlaams-Brabant en het CAW Delta van 29 juni 2010. Het streefdoel is dat de Vlaamse Gemeenschap ten laatste in 2013 de werking volledig subsidieert. Vrouwenopvangcentra en vluchthuizen Vrouwenopvangcentra en vluchthuizen vallen sinds 1997 onder de kerntaken van de Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW). De vluchthuizen laten vrouwen (en hun kinderen) toe die mishandeld of bedreigd zijn door hun partner. Ze profileren zich als anonieme verblijfplaatsen die rust, veiligheid en ondersteuning bieden. Men kan maximaal 6 maanden in een vluchthuis verblijven. In Vlaams-Brabant zijn er twee vluchthuizen, die beide gelegen zijn in het arrondissement Leuven, namelijk in Diest voor de regio Hageland en in Leuven voor de regio Leuven. Crisisopvang bij de OCMW's Er zijn geen cijfers beschikbaar over de crisisopvang van de OCMW's. Daarom heeft de provincie Vlaams-Brabant in het voorjaar van 2010 een bevraging georganiseerd om het aanbod crisisopvang van de OCMW's, de knelpunten en de noden in kaart te brengen. 59 van de 65 Vlaams-Brabantse OCMW's vulden de vragenlijst in. Van de OCMW's waarvan het aanbod bekend is, bestaat het grootste aandeel uit woningen in eigendom van het OCMW, gevolgd door woningen gehuurd op de private markt, woningen in eigendom van de gemeente waarvan het OCMW gebruik maakt en tenslotte sociale huurwoningen. Het aantal crisiswoningen is niet altijd evenredig met het bevolkingsaantal. In sommige gemeenten is er een groter aanbod dan hun bevolkingsaantal zou doen vermoeden. De meest voorkomende type woningen zijn in de eerste plaats kamers, gevolgd door appartementen, gezinswoningen en tenslotte een beperkt aanbod van studio's. Een aantal OCMW's geven aan dat ze extra woningen voor crisisopvang gaan bouwen of huren om tegemoet te komen aan de steeds groter wordende vraag. Een blijvend pijnpunt De nood aan een afdoend aanbod voor crisisopvang blijft groot. Het aanbod crisishulp voor zowel kinderen, jongeren als volwassenen is beperkt in Vlaams-Brabant. In zowat alle sectoren is er nood aan meer crisisopvang en crisisbegeleiding. Een minimum aanbod aan residentiële plaatsen blijft hierbij noodzakelijk, maar is, vooral in het arrondissement Halle-Vilvoorde Vilvoorde, niet aanwezig. Een vluchthuis ontbreekt er bijvoorbeeld. Er is ook nood aan meer diversiteit in het aanbod, zowel in de opvangvorm als in de begeleiding, aangepast aan specifieke doelgroepen als grote gezinnen, vrouwen met kinderen, tienermoeders, minder mobielen, jongvolwassenen komend uit de bijzondere jeugdbijstand, cliënten met multiproblematieken... Steeds vaker is ook een intensieve en specifieke begeleiding nodig, waarvoor nu geen ruimte is. Een ander probleem in de provincie is het gebrek aan doorstroming vanuit de vluchthuizen en crisisopvangcentra naar betaalbare huisvesting. Vaak wordt er bij ontslag geen oplossing gevonden op lange termijn. Cliënten moeten vaak uitwijken naar andere regio's, wat het begeleid zelfstandig wonen bemoeilijkt en de mensen de kans ontneemt om zich in eigen streek te kunnen vestigen en de draad van hun leven terug op te nemen (werk, sociaal netwerk...). Een 26
opvanginitiatief op langere termijn is niet aanwezig. Er is duidelijk ook nood aan meer nazorg, maar wegens de hoge werkdruk worden dossiers vaak te snel losgelaten. De provincie investeert In 2010 stelde de provincie een nota op rond de crisishulpverlening in Vlaams-Brabant, met een inventaris van het aanbod, de knelpunten en de noden in de verschillende welzijnssectoren. De provincie wil zo via onderzoek, signalering en samenwerking het aanbod en de noden op de voet volgen. De provincie ondersteunt jaarlijks nieuwe of bestaande initiatieven op het vlak van crisishulpverlening. Sinds 2008 wordt 100.000 euro uitgetrokken voor initiatieven die werken aan uitbreiding en kwaliteitsverbetering van het crisisaanbod. In 2008 heeft de provincie Vlaams-Brabant de twee vluchthuizen een subsidie toegekend voor extra personeel en infrastructuur. CAW Leuven kreeg in 2010 een subsidie voor het opvangcentrum voor jongvolwassenen Halte 51 en het themahuis van CAW Vilvoorde een subsidie voor extra plaatsen begeleid zelfstandig wonen. Daarnaast werd de crisishulpverlening voor kinderen en jongeren ondersteund (zie hoofdstuk 2.3). In 2010 en 2011 werden de verdeelpunten voor voedselpakketten in de provincie ondersteund, naar aanleiding van de sterk stijgende vraag hiernaar en de afgelopen koude winters. De infrastructuur van Haven 21 in Halle wordt verder gratis ter beschikking gesteld aan CAW Delta. De provincie verleent ook aanvullend een jaarlijkse subsidie van 216.000 euro voor de werking van het crisisopvangcentrum, voor de personeelskost en voor de externe begeleiding (psychologisch, psychiatrisch, medisch...). 2.3. Crisishulpverlening - kinderen en jongeren De organisatie van een programma crisishulp voor kinderen, jongeren en hun ouders is een opdracht van integrale jeugdhulp (IJH). Voorzieningen uit de jeugdhulp vormen hiervoor een netwerk. Crisishulp in Vlaams-Brabant In beide arrondissementen is een netwerk van voorzieningen operationeel sinds mei 2009 6. Vanuit dit samenwerkingsverband bouwen de voorzieningen een hulpprogramma crisisjeugdhulp uit, dat 24 uur op 24, 7 dagen op 7 bereikbaar is voor hulpverleners en bestaat uit vier modules: crisismeldpunt, crisisinterventie, crisisbegeleiding en crisisopvang. Het crisismeldpunt is telefonisch bereikbaar op 078 050 038. Het crisismeldpunt verkent samen met de aanmelder het probleem en schat in of de situatie acuut is. Het meldpunt is de schakel naar de andere modules van het hulpprogramma. Voor de min-12-jarigen in Vlaams-Brabant is CKG (Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning) De Schommel in Averbode het crisismeldpunt. Voor de plus 12-jarigen is dit CAW Delta. De Vlaamse overheid subsidieert het meldpunt met 3 VTE. Crisisinterventie duurt maximaal 3 dagen, schat de crisis in en installeert veiligheid. Het biedt onmiddellijke stressverlagende hulp en komt aan huis of wordt aangeboden op de dienst. 6 Vóór IJH bestond er in het arrondissement Leuven ook crisisopvang: voor -12-jarigen in UZ Gasthuisberg en voor +12-jarigen in het Psychiatrisch Ziekenhuis Sint-Jozef in Kortenberg. 27
Crisisbegeleiding geeft gedurende maximaal 28 dagen een intensieve begeleiding, waarbij de veiligheid geëvalueerd wordt en een werkplan wordt opgemaakt met de minderjarige en zijn leefomgeving. Crisisopvang kan 7 dagen, eenmalig verlengbaar met 7 dagen, ingeschakeld worden wanneer de veiligheid van het kind of de jongere dit vereist. Deze module wordt steeds samen met één van de twee andere modules opgestart. De nadruk wordt gelegd op ambulante en mobiele crisishulpverlening, waardoor de crisisinterventie en de crisisbegeleiding niet voldoende uitgebouwd zijn om optimaal in te zetten. Binnen de crisishulp aan minderjarigen wordt het basisaanbod (verzekerd aanbod), zijnde 9 plaatsen, voor crisisopvang verzekerd door het crisisopvanginitiatief van Huize Levensruimte (1 pl.), CKG De Schommel (4 pl.), het samenwerkingsverband MPC Sint-Franciscus - Levenslust - Huize Terloo (1 pl.), 't Prieeltje (1 pl.), OOOC (Onthaal-, Oriëntatie- en ObservatieCentrum) Cidar (1 pl.) en OOOC 't Pasrel (1 pl.). Andere voorzieningen hebben hun medewerking aangeboden voor 'mogelijke mogelijke' (onder voorwaarden) crisisopvangplaatsen. In 2010-2011 waren er in Vlaams-Brabant in totaal 444 aanmelding met 614 kinderen, waarvan 182 aanmeldingen -12 jaar en 262 aanmeldingen +12 jaar. Voor jongeren die al in een maatregel liepen bij het Comité Bijzondere Jeugdzorg (CBJ) of de sociale dienst van de jeugdrechtbank konden consulenten in eerste instantie geen beroep doen op het crisisnetwerk, aangezien men vreesde voor een te grote toestroom. Vanaf 1 juli 2011 werd de toegang verruimd: crisissen kunnen worden aangemeld door het CBJ voor jongeren in de wachttijd op hulp of jongeren in de ambulante of semi-residentiële hulpverlening. Voor jongeren in een residentiële voorziening in de BJB die in een crisissituatie terechtkomen, kan voor het arrondissement Leuven TOOL de opvang doen. In Halle-Vilvoorde is er geen gelijkaardig initiatief. Knelpunten en uitdagingen Ondanks de inspanningen en de opstart van de crisisnetwerken zijn er nog hiaten in de crisishulp: Het verzekerde aanbod is slechts minimaal ingevuld. Zowel voor de crisisinterventie als voor crisisbegeleiding is er onvoldoende aanbod in de regio Leuven. De buffercapaciteit is nooit gehaald. In Halle-Vilvoorde is dat sinds eind 2011 wel het geval. Er is onvoldoende spreiding over verschillende sectoren. Met uitzondering van de meldpunten draait de crisishulp voornamelijk op voorzieningen in de bijzondere jeugdbijstand en het CKG De Schommel. Er is geen verzekerd aanbod van het VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap) in het arrondissement Leuven. In Halle-Vilvoorde is er één VAPHvoorziening met een verzekerd aanbod begeleiding en 3 voorzieningen bieden samen 1 verzekerde plaats opvang. Er zijn weinig tot geen initiatieven op het vlak van crisisinterventie en -begeleiding die in het weekend ingezet kunnen worden. Daardoor kan er tijdens weekends enkel opvang aangeboden worden. Het mogelijke aanbod van de verschillende modules wordt maar beperkt benut. In het arrondissement Leuven is een tekort aan verzekerde opvangplaatsen voor plus-12 12-jarigen jarigen. Eén plaats wordt georganiseerd door het overlegplatform BJB (via Huize Levensruimte) met projectmiddelen van de provincie. 28
Er is momenteel geen crisisopvang IJH voor min-12 12-jarigen in Halle-Vilvoorde omdat er geen residentieel CKG is. Het gat wordt momenteel gedicht door het CKG De Schommel die 2 plaatsen ter beschikking stelt in Averbode. Hierdoor is contextgericht werken niet evident. Het is niet eenvoudig kinderen uit Halle- Vilvoorde op te vangen in Scherpenheuvel-Zichem. Ook crisisbegeleiding voor jonge kinderen is onvoldoende uitgebouwd. De provincie investeert mee in het crisisnetwerk. De provincie investeert De provincie deed een eenmalige subsidiëring om het crisismeldpunt op te zetten. De meldpunten crisishulp van CKG De Schommel en CAW Zenne en Zoniën konden rekenen op een investeringssubsidie. Huize Levensruimte kreeg in 2008 en 2009 een extra impuls om bijkomende plaatsen in het crisisnetwerk te voorzien. Er werd een samenwerking opgezet met Tool en Rizsas, die waar nodig een time-out aan de jongere aanbieden. Dankzij deze uitbreiding kon het crisisnetwerk voor 6 tot 14-jarigen worden gerealiseerd binnen het kader van Integrale Jeugdhulp. Huize Levensruimte kreeg onlangs de toelating om vanaf 1 januari 2012 een thuisbegeleidingsdienst te organiseren met een module crisishulp. Daarnaast werden in 2009 de verzekerde plaatsen in de crisisopvang voor minderjarigen ondersteund. Elke betrokken voorziening (18) kon rekenen op 6.000 euro per verzekerde plaats, wat de voorzieningen met een mogelijk aanbod kan motiveren om mee te stappen in het verzekerde aanbod. 29
2.4. Kinderopvang We maken een onderscheid tussen voorschoolse opvang (VS) voor kinderen jonger dan 3 jaar en buitenschoolse opvang (BS) voor schoolgaande kinderen van 3 tot 12 jaar (Tabel 6). Tabel 6: Plaatsen kinderopvang per 100 kinderen Provincie 2006 2007 2008 2009 2010 2011* Arrondissement VS BS VS BS VS BS VS BS VS BS VS BS Index 2006-2011 Antwerpen 31,0 3,9 29,1 4,2 30,6 4,3 31,7 4,4 32,7 4,6 33,7 4,6 108,7 117,8 Antwerpen 32,4 2,5 29,7 2,6 30,9 2,7 30,7 2,8 31,8 3,1 33,3 3,0 Mechelen 30,5 5,7 29,9 5,8 31,3 5,9 37,0 6,0 37,9 5,9 35,8 6,0 Turnhout 27,9 6,0 26,8 6,5 29,1 7,0 30,1 7,2 31,1 7,3 33,1 7,5 Limburg 28,1 6,6 28,8 7,3 29,3 7,7 30,2 8,0 31,2 8,3 32,3 9,3 115,0 141,9 Hasselt 29,1 7,7 30,4 8,4 30,8 8,8 35,1 9,0 35,8 9,7 33,6 10,6 Maaseik 28,3 6,1 27,6 6,8 28,7 7,3 23,7 8,0 24,7 7,9 31,6 8,8 Tongeren 25,7 4,7 26,6 5,5 26,6 5,8 27,3 5,7 28,8 5,9 30,5 7,2 Oost Vlaanderen 35,4 4,4 36,3 4,7 38,3 4,8 39,0 4,9 39,9 5,0 41,1 5,1 116,2 115,9 Gent 40,4 3,8 42,5 4,2 45,1 4,3 47,8 4,5 47,8 4,7 47,6 4,7 Eeklo 33,7 7,7 36,2 7,6 37,7 8,4 34,5 8,6 36,6 7,7 41,7 8,8 Aalst 29,0 2,6 30,0 3,0 32,1 3,2 32,7 3,2 33,8 3,3 35,1 3,7 Dendermonde 33,4 5,4 35,0 5,4 35,2 5,7 30,9 6,0 32,7 6,0 39,3 6,1 Sint-Niklaas 34,0 7,4 31,2 7,7 32,9 7,7 35,3 7,5 35,8 7,6 35,2 7,5 Oudenaarde 33,5 1,0 34,4 1,0 37,3 1,1 36,7 1,1 38,8 1,3 39,8 1,4 West Vlaanderen 34,2 4,3 36,3 4,6 37,7 4,9 45,7 5,9 47,2 6,0 48,1 5,9 140,5 135,8 Brugge 43,5 6,5 43,8 6,7 48,3 6,8 49,6 7,2 51,5 7,6 53,7 7,5 Veurne 31,0 6,6 35,2 6,8 39,6 7,4 41,6 8,2 46,9 8,1 49,0 9,0 Kortrijk 14,3 1,9 15,8 2,2 16,4 2,6 13,7 2,6 13,7 2,7 47,9 2,8 Diksmuide 248,6 14,3 271,2 14,8 261,9 15,2 290,4 17,5 264,3 17,6 38,8 7,8 Ieper 33,4 6,6 33,7 6,7 35,2 7,5 37,3 8,0 39,7 8,2 42,8 6,9 Oostende 53,1 5,7 56,5 6,2 58,2 6,4 67,1 6,1 76,7 5,9 35,8 6,1 Tielt 41,9 5,4 45,1 6,5 46,5 6,6 35,3 6,8 36,3 7,3 51,7 7,3 Roeselare 12,0 2,5 13,6 2,8 13,7 2,8 12,4 2,8 12,3 2,8 54,7 5,7 Vlaams Brabant 36,6 4,6 36,9 4,6 38,9 4,7 39,6 4,7 40,1 4,6 40,6 4,7 111,2 103,1 Halle-Vilvoorde 33,9 2,8 34,0 2,9 35,9 2,9 35,7 3,0 35,9 3,0 37,0 3,0 109,2 105,6 Leuven 39,9 7,0 40,4 7,0 42,5 7,1 44,5 7,1 45,4 6,9 45,2 7,1 113,2 101,7 VLAANDEREN 33,2 4,6 33,4 4,8 34,9 5,0 37,0 5,3 37,9 5,4 38,9 5,6 117,2 121,9 Bron: Kind en Gezin; Aantal kinderen: ADSEI, FOD Economie * Voor de gegevens van 2011 zijn de bevolkingsgegevens van 2010 gebruikt. VS BS 30
Voorschoolse kinderopvang De voorschoolse kinderopvang wordt georganiseerd door erkende en zelfstandige onthaalouders, kinderdagverblijven en lokale diensten voor voorschoolse buurtgerichte kinderopvang. De Barcelonanorm Barcelonanorm zegt dat 33% van de kinderen jonger dan drie jaar toegang moet hebben tot de kinderopvang. In Tabel 6 zien we dat, wanneer we louter en alleen rekening houden met het aantal kinderen van 0 tot 3 jaar, de provincie als geheel makkelijk de Barcelonanorm haalt. Ook de twee arrondissementen halen deze norm, al is het aanbod in het arrondissement Leuven veel groter dan in Halle-Vilvoorde. De provincies Antwerpen en Limburg doen het minder goed dan Vlaams-Brabant. Plaatsen voorschoolse kinderopvang per 100 kinderen 0-2 jaar 50,0 45,0 40,0 35,0 Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant VLAANDEREN Leuven Halle-Vilvoorde 30,0 25,0 20,0 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 Anderzijds merken we dat de toename van het aantal opvangplaatsen in Vlaams-Brabant tussen 2006-2010 grotendeels de evolutie voor Vlaanderen volgt. In Halle-Vilvoorde is de groei beduidend kleiner. Op gemeentelijk niveau (zie kaart op de volgende pagina) zien we dat in 2010 7 in Vlaams- Brabant slechts 14 gemeenten onder de 33%-norm blijven. Naast enkele plattelandsgemeenten in het Hageland (Bekkevoort, Kortenaken en Geetbets) en het Pajottenland (Bever en Herne), gaat het vooral om gemeenten in de noord- en oostrand rond Brussel, van Asse tot in Halle, Vilvoorde en Grimbergen. Ook Wezembeek-Oppem en Kraainem, Boortmeerbeek en Hoegaarden komen in 2010 niet aan 33%. 7 Bevolkingsgegevens van 1/1/2011 per leeftijd zijn nog niet beschikbaar. 31
Aanbod voorschoolse kinderopvang per 100 kinderen 0-2 jaar 51,44-70,64 40,55-51,43 33,01-40,54 22,20-33,00 Opwijk 11,60-22,19 Aanbod voorschoolse kinderopvang 1 Asse 10 Affligem 1.000 Liedekerke Ternat Roosdaal Lennik Gooik Galmaarden Pepingen Bever Herne Merchtem Dilbeek Halle Londerzeel Sint- Pieters- Leeuw Meise Wemmel Beersel Drogenbos Grimbergen Linkebeek Sint- Genesius- Rode Zemst Vilvoorde Steenokkerzeel Machelen Zaventem Kampenhout Kortenberg Haacht Herent Tremelo Rotselaar Leuven Holsbeek Aarschot Tielt-Winge Lubbeek Kapelle- op-den- Bos Kraainem Wezembeek- Boutersem Oppem Bertem Bierbeek Tervuren Oud-Heverlee Tienen Huldenberg Overijse Hoegaarden Hoeilaart Boortmeerbeek Keerbergen Begijnendijk Scherpenheuvel- Zichem Glabbeek Bron: Vlaamse Gemeenschap; Agentschap Zorg en Gezondheid Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) Bekkevoort Diest Kortenaken Linter Zoutleeuw Landen 2010 Geetbets De Barcelonanorm is echter niet de enige manier om te bepalen of er voldoende kinderopvang aanwezig is. Er moet ook rekening gehouden worden met andere factoren en, zoals de werkzaamheidsgraad heidsgraad, want hoe meer ouders (en vooral moeders) uit werken gaan, hoe groter de nood aan kinderopvang. Ook de aanwezigheid van werkgelegenheid is belangrijk, omdat sommige ouders voor opvang nabij de werkplaats kiezen. Zo zien we dat in Leuven het relatieve aanbod ten opzichte van het aantal kinderen tussen 0 en 3 jaar tamelijk hoog is, terwijl er toch lange wachtlijsten zijn. Uit de Stadsmonitor 2011 blijkt dat hoewel Leuven na Brugge het hoogst aantal plaatsen heeft per 100 kinderen, de tevredenheid over de aanwezigheid van voorschoolse kinderopvang in de buurt hier het laagst is van alle centrumsteden 8. Naast de werkzaamheidsgraad en de werkgelegenheidsgraad speelt ook het informele netwerk van grootouders, familie, vrienden, die een (tussen)oplossing voor opvang kunnen bieden. Uit de survey van 2008 bleek dat van alle centrumsteden de inwoners van Leuven het minst een beroep kunnen doen op dit informele netwerk. Buitenschoolse kinderopvang Wat de opvang voor kinderen van 3 tot 12 jaar betreft, subsidieert en erkent Kind en Gezin de Initiatieven Buitenschoolse Opvang (IBO). Op de volgende kaart zijn naast de erkende IBO's ook de buitenschoolse kinderopvang in erkende kinderdagverblijven (KDV) en de plaatsen in zelfstandige initiatieven voor kinderopvang opgenomen. De door Kind en Gezin erkende initiatieven bevinden zich vooral in het arrondissement Leuven. Zeer veel scholen bieden echter zelf naschoolse opvang aan voor de eigen leerlingen, zodat we geen zicht hebben op het totale aanbod of eventuele tekorten. Voor de buitenschoolse opvang kwam er in 2010 een uitbreiding van iets meer dan 1.000 plaatsen. 8 Luc Bral e.a., Stadsmonitor 2011. Een monitor voor leefbare en duurzame Vlaamse steden. De bevraging vond plaats in 2010. 32
Aanbod buitenschoolse kinderopvang per 100 kinderen 3-11 jaar veel lager dan gemiddeld lager dan gemiddeld Vlaams-Brabantse gemiddelde hoger dan gemiddeld veel hoger dan gemiddeld Opwijk Aanbod buitenschoolse kinderopvang 10 100 1.000 Bever Galmaarden Herne Roosdaal Affligem Liedekerke Gooik Asse Ternat Lennik Pepingen Merchtem Dilbeek Halle Londerzeel Sint- Pieters- Leeuw Meise Wemmel Beersel Drogenbos Grimbergen Linkebeek Sint- Genesius- Rode Zemst Vilvoorde Steenokkerzeel Machelen Zaventem Kampenhout Kortenberg Haacht Herent Tremelo Rotselaar Leuven Holsbeek Aarschot Tielt-Winge Lubbeek Kapelle- op-den- Bos Kraainem Wezembeek- Boutersem Oppem Bertem Bierbeek Tervuren Oud-Heverlee Tienen Huldenberg Overijse Hoegaarden Hoeilaart Boortmeerbeek Keerbergen Begijnendijk Scherpenheuvel- Zichem Glabbeek Bron: Vlaamse Gemeenschap; Agentschap Zorg en Gezondheid Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) Bekkevoort Diest Kortenaken Linter Zoutleeuw Landen 2010 Geetbets In Tabel 6, op de kaart en in de grafiek werd het aantal plaatsen buitenschoolse kinderopvang uitgezet op het totaal aantal kinderen van 3 tot 11 jaar dat in de gemeente woont. We zien dat Vlaams-Brabant enkel de provincie Antwerpen achter zich laat. Bovendien zien we dat er in Vlaams-Brabant het laatste jaar eerder een daling dan een stijging heeft voorgedaan, vooral te wijten aan de daling in het arrondissement Leuven. Maar ook in het arrondissement Halle- Vilvoorde, waar het aanbod erg laag is, heeft zich het laatste jaar geen stijging voorgedaan. Het contrast tussen de twee Vlaams-Brabantse arrondissementen is enorm: Halle-Vilvoorde komt maar net aan 3 opvangplaatsen per 100 kinderen, terwijl er in het arrondissement Leuven bijna 7 zijn. Plaatsen buitenschoolse opvang per 100 kinderen 3-11 jaar 9,0 8,0 7,0 6,0 5,0 4,0 3,0 Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant VLAANDEREN Halle-Vilvoorde Leuven 2,0 1,0 0,0 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 33
Ook bij de opvanggezinnen van de diensten voor onthaalouders (DVO) kunnen kinderen terecht voor buitenschoolse opvang. Deze plaatsen werden niet in Tabel 6 en de voorgaande kaart weergegeven, omdat ze niet afzonderlijk worden geteld. Elk jaar tijdens de eerste week van februari wordt het aantal kinderen gedurende 1 week geregistreerd. Op basis van deze registratie kunnen we een indicatie geven van het aantal kinderen dat buitenschools of voorschools wordt opgevangen bij aangesloten onthaalouders. In februari 2011 (Tabel 7) ging het in het arrondissement Halle-Vilvoorde bij 8% van de opgevangen kinderen over buitenschoolse opvang en bij 92% over voorschoolse opvang. In Leuven was 11% van de kinderen bij de DVO in buitenschoolse opvang. Ter vergelijking: in Vlaanderen is dit 16%. Procentueel zijn er dus in het arrondissement Halle-Vilvoorde minder kinderen in buitenschoolse opvang bij de opvanggezinnen. Het gaat slechts over 218 kinderen. Dit kan dus het lagere aantal plaatsen bij de andere opvangvoorzieningen niet compenseren. Tabel 7: Aantal kinderen bij de opvanggezinnen en van de diensten voor onthaalouders (feb. 2011) Provincie Arrondissement Aantal kinderen in buitenschoolse opvang Aantal kinderen totaal % kinderen in buitenschoolse opvang Antwerpen 1.429,3 10.319,0 13,85 Limburg 1.234,4 7.647,5 16,14 Oost-Vlaanderen 1.500,3 9.714,6 15,44 West-Vlaanderen 1.909,9 8.520,3 22,42 Vlaams-Brabant 445,8 4.744,3 9,40 Halle-Vilvoorde 227,9 2.767,5 8,23 Leuven 217,9 1.976,8 11,02 Brussel 0,3 42,4 0,80 Totaal 6.520,0 40.988,0 15,91 Bron: Kind en Gezin; telling van februari 2011 Inkomensgerelateerde opvang Op 16 februari 2009 introduceerde de Vlaamse Regering het inkomensgerelateerd systeem (IKG) voor de zelfstandige onthaalouders. In een IKG betalen ouders een bijdrage volgens de grootte van hun inkomen. In 2010 waren er binnen dit systeem 11.508 plaatsen, verdeeld over 579 zelfstandige voorzieningen. In vergelijking met de situatie in 2009 is het aantal plaatsen met meer dan 3.700 eenheden toegenomen. Flexibele en occasionele kinderopvang Sinds 2006 heeft Vlaanderen een Actieplan flexibele en occasionele kinderopvang. Het opvangaanbod was immers te weinig flexibel uitgebouwd voor ouders die werken buiten de normale openingstijden of openingsdagen. Door het bestaande aanbod te verruimen op tijdstippen buiten het basisaanbod, kunnen zij gezin en werk beter combineren. Zowel 'late late' (ten minste tot 23 u.) als 'vroege ploegplaatsen' (voor 5 u. 's morgens) zijn mogelijk, maar zijn nog zeldzaam. Daarnaast zijn er extra urenpakketten die flexibel kunnen worden ingezet. Anderzijds zijn er ouders die slechts nu en dan opvang nodig hebben. Een tekort aan occasionele opvang zorgt er voor dat mensen geen opleiding kunnen volgen of (tijdelijk) werk kunnen aanvaarden. De bestaande opvang is hoofdzakelijk gericht op ouders met structurele opvangbehoeften. Daarom geeft Kind en Gezin aan bepaalde opvanginitiatieven de toestemming om plaatsen te voorzien voor occasionele opvang. 34
Tabel 8 toont de capaciteit van occasionele opvang, late ploegplaatsen en aantal urenpakketten voor flexibele opvang per provincie op 1 juli 2010. Op 30/09/2011 was de situatie in Vlaams- Brabant als volgt: Capaciteit occasionele opvang: 91 Aantal urenpakketten flexibele opvang: 141 Tabel 8: Flexibele en occasionele opvang per provincie op 1/07/2010 Provincie Totale capaciteit erkend/toezicht Capaciteit occasionele Opvang Capaciteit late ploegplaatsen Aantal urenpakketten flexibele opvang Antwerpen 27.197 116 0 134 Limburg 14.311 34 0 163 Oost-Vlaanderen 25.957 46 0 235 West-Vlaanderen 22.622 84 4 192 Vlaams-Brabant 19.071 77 0 141 Brussel 8.759 21 6 193 Vlaamse gemeenschap 117.917 378 10 1.058 Onderstaande kaart geeft de betrokken kinderdagverblijven (KDV) en initiatieven voor buitenschoolse opvang (IBO) in Vlaams-Brabant. Het occasionele aanbod is in gedeelten van het Hageland en tussen Brussel en Leuven weinig uitgebouwd. De flexibele initiatieven zijn iets beter verspreid, maar ook hier zijn er blinde vlekken, zoals in het Hageland. Voorzieningen met een aanbod aan flexibele en occasionele kinderopvang (op 01/07/2010) Flexibele opvang KDV Flexibele opvang IBO Occasionele opvang KDV Occasionele opvang IBO Opwijk Affligem Liedekerke Ternat Roosdaal Lennik Gooik Galmaarden Herne Pepingen Asse Dilbeek Londerzeel Merchtem Sint- Pieters- Leeuw Meise Wemmel Drogenbos Kapelle- op-den- Bos Grimbergen Linkebeek Sint- Beersel Genesius- Rode Zemst Vilvoorde Machelen Zaventem Hoeilaart Boortmeerbeek Steenokkerzeel Kraainem Wezembeek- Oppem Kampenhout Kortenberg Tervuren Overijse Bertem Keerbergen Herent Huldenberg Haacht Leuven Oud-Heverlee Begijnendijk Tremelo Rotselaar Bierbeek Holsbeek Lubbeek Aarschot Boutersem Tielt-Winge Hoegaarden Scherpenheuvel- Zichem Glabbeek Tienen Bekkevoort Kortenaken Linter Landen Diest Geetbets Zoutleeuw Bever Halle Kaart: Steunpunt sociale planing Bron: Kind en Gezin Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) Een erkend kinderdagverblijf, een initiatief voor buitenschoolse opvang of een dienst voor onthaalouders kan erkend worden als gemandateerde voorziening. Een gemandateerde voorziening werkt binnen een afgebakend gebied als coördinatie- en informatiepunt inzake flexibele en occasionele opvang. De hiernavolgende kaart geeft een beeld van de gemandateerde voorzieningen in Vlaams-Brabant in 2012. 35
Gemandateerde voorzieningen IBO KDV zorggebied werkwinkels Ternat Liedekerke Roosdaal Affligem Opwijk Lennik Asse Merchtem Dilbeek Londerzeel Meise Wemmel Kapelle- op-den- Bos Zemst Grimbergen Vilvoorde Machelen Kraainem Steenokkerzeel Zaventem Wezembeek- Oppem Boortmeerbeek Kampenhout Kortenberg Tervuren Bertem Keerbergen Herent Haacht Rotselaar Leuven Oud-Heverlee Begijnendijk Tremelo Bierbeek Lubbeek Aarschot Holsbeek Tielt-Winge Boutersem Scherpenheuvel- Zichem Glabbeek Tienen Bekkevoort Diest Kortenaken Linter Geetbets Zoutleeuw Galmaarden Herne Gooik Pepingen Sint- Pieters- Leeuw Drogenbos Linkebeek Sint- Beersel Genesius- Rode Hoeilaart Overijse Huldenberg Hoegaarden Landen Bever Halle Kaart: Steunpunt sociale planning Bron: Kind en Gezin Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) Sommige voorzieningen werken voor meerdere zorggebieden. Deze zorggebieden kregen dan eenzelfde kleur. Drie zorggebieden in het centrum van de provincie hebben nooit een gemandateerde voorziening gehad, namelijk Tervuren, Zaventem en Hoeilaart/Overijse. De gemandateerde voorziening die in de regio's Haacht en Leuven werkzaam was, is ondertussen gestopt. Kinderopvang voor kinderen met specifieke zorgbehoeften Sinds 2001 kunnen onthaalouders, kinderdagverblijven en initiatieven voor buitenschoolse opvang extra financiële ondersteuning krijgen voor de inclusieve opvang van kinderen met een specifieke zorgbehoefte. Dit zijn kinderen die door medische of psychosociale problemen meer intensieve zorgen nodig hebben, bv. motorische of andere handicaps, epilepsie, ontwikkelingsstoornissen, ADHD Het kan gaan over een individuele vraag, maar soms hebben ze een specifieke en systematische aanpassing nodig voor langere tijd, waarbij een structureel aanbod nodig is. Er zijn in Vlaams-Brabant 39 structurele plaatsen inclusieve opvang. In 2009 waren er enkel plaatsen bij het Centrum voor Kinderopvang (CKO) 't Breugelkind in Ternat (in Ternat zelf en in deelgemeente Sint-Katherina-Lombeek) en 'Het Wespenestje' in Haacht. Ondertussen zijn er verschillende voorzieningen bijgekomen met erkende structurele plaatsen inclusieve opvang, in Leuven, Tienen, Aarschot, Londerzeel, Asse en Halle. 36
Structurele plaatsen inclusieve opvang Aantal plaatsen 1 5 10 Opwijk Dienst Opvanggezinnen Landelijke Kinderopvang Londerzeel Meise Kapelle- op-den- Bos Zemst Keerbergen Dienst Opvanggezinnen Begijnendijk Tremelo Landelijke Kinderopvang Scherpenheuvel- Boortmeerbeek Het Wespenestje Aarschot Zichem Merchtem Grimbergen Haacht Vilvoorde Kampenhout Bekkevoort Holsbeek Tielt-Winge Steenokkerzeel Herent Asse Wemmel Affligem Machelen CKO 't Breugelkind Wigwam CKO 't Breugelkind Kabouterberg Kortenaken Ternat Kortenberg Sint-Katharina-Lombeek Zaventem Lubbeek De Blokkendoos Ternat Glabbeek Liedekerke Dilbeek Leuven Kraainem Bertem Peutertuin Roosdaal CKO 't Breugelkind Wezembeek- Boutersem Wambeek Oppem Bierbeek Tervuren Klimop Linter Tienen Lennik Oud-Heverlee Rotselaar Diest Geetbets Zoutleeuw Bever Galmaarden Herne Gooik Pepingen Drogenbos Sint- Pieters- Leeuw Linkebeek Sint- Beersel Genesius- Rode Dienst Opvanggezinnen Landelijke Kinderopvang Halle Hoeilaart Overijse Huldenberg Hoegaarden Kaart: Steunpunt sociale planning Bron: Kind en Gezin; situatie 30/09/2011 Grenzen: Voorlopig rb gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) Landen Geplande beleidsmaatregelen Het regeerakkoord van 15 juli 2009 omvat volgende passage over de kinderopvang: We realiseren een groeipad in de kinderopvang wat op termijn ertoe leidt dat iedereen een recht op kinderopvang kan uitoefenen. Bij toewijzing geven we voorrang aan die gebieden die momenteel de Barcelonanorm van 33 opvangplaatsen per 100 kinderen nog niet bereiken. Een voorafname door de Vlaamse Gemeenschap voor het bijkomend aanbod in grote steden moet mogelijk blijven. Tegen 2020 (Pact 2020) wil de Vlaamse regering alvast voor minstens 50 procent van de kinderen jonger dan 3 jaar een opvangplaats ter beschikking hebben. Het Centrum voor Sociaal Beleid van de Universiteit Antwerpen ontwikkelde in 2010 een behoeftemeetinstrument. Op basis van een aantal wetenschappelijk onderbouwde indicatoren, geeft dit instrument aan wat de behoefte aan bijkomende plaatsen kan zijn met het oog op een volledige dekking van de behoefte aan kinderopvang binnen een gemeente of zorgregio. Het plan is om dit instrument vanaf 2012 in te schakelen in het concrete uitbreidingsbeleid voor Vlaanderen en de regio s. In 2011 werd er 4 miljoen euro geïnvesteerd in de uitbreiding van het aantal plaatsen (546 extra) in de drie Vlaamse grootsteden en in vijf gemeenten met het hoogste percentage aan kansarme geboorten, waaronder Leuven (naast Genk, Beringen, Mechelen en Menen). In 2012 zal er 7 miljoen euro gaan naar de uitbreiding van het aanbod, wat zou moeten resulteren in ongeveer 1.200 extra plaatsen. 9 In het Regeerakkoord 2009-2014 van de Vlaamse Regering en in de Beleidsnota 2009-2014 van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin stond de ontwikkeling van een kaderdecreet Voorschoolse Kinderopvang ng als prioritair beleidsdoel. Op 28 maart 2012 gaf het Vlaams Parlement haar goedkeuring aan het 'Decreet Kinderopvang, houdende de organisatie van Kinderopvang voor Baby's en Peuters'. 9 Beleidsbrief Welzijn, Volksgezondheid en Gezin 2011-2012, ingediende door de heer Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. 37
Dit decreet brengt een aantal wijzigingen aan de huidige situatie: 1) Een eenvoudiger opvangaanbod, 2) Een vergunning is voortaan verplicht, 3) Betaalbare opvang voor de gezinnen, 4) Een nieuw subsidiesysteem, 5) Aandacht voor kwaliteit, 6) Meer kinderopvang en 7) Een Lokaal Loket Kinderopvang in elke gemeente. In de uitbreiding van het aanbod worden 2 fases voorzien, binnen de budgettaire mogelijkheden van de Vlaamse overheid: Tegen 2016 wil men een aanbod voor minstens de helft van de kinderen jonger dan drie jaar. In deze fase is er nog geen recht op kinderopvang. Vanaf 2020 wil men aan elk gezin met een behoefte aan kinderopvang binnen een redelijke termijn en binnen een redelijke afstand een kwaliteitsvolle en betaalbare opvangplaats kunnen aanbieden. Vanaf dan is er een recht op kinderopvang. Een belangrijke nuance hierbij is dat dit recht niet kan worden uitgevoerd zolang er geen dekkend aanbod is. De Vlaamse Regering zal bepalen op welke manier men kan berekenen wat een dekkend aanbod is en hoe het aanbod dekkend moet worden gemaakt. Naast de algemene uitbreiding van het aanbod, wil de Vlaamse Regering ook voor kinderen met specifieke zorgbehoeften een 'voldoende' aanbod realiseren binnen het kader van een inclusief beleid. De provincie investeert De provincie geeft jaarlijks een investeringstoelage voor erkende initiatieven kinderopvang (zowel kinderdagverblijven als initiatieven buitenschoolse kinderopvang), die intekenen op Vlaamse uitbreidingsrondes. Omwille van de hoge kostprijs van grond en infrastructuur in Vlaams-Brabant is het voor initiatiefnemers immers niet evident om uit te breiden. Daarnaast worden extra plaatsen occassionele en flexibele kinderopvang gesubsidieerd. In 2008 en 2009 kregen ook de gemandateerde voorzieningen een extra ondersteuning door de provincie. In 2011 subsidieerde de provincie de structurele plaatsen voor inclusieve opvang en 4 organisaties voor opvang voor kinderen met bijzondere noden. De provincie zette 'Tatertaal' op, een project rond taalstimulering bij peuters en kleuters. In 2011 stonden de vernieuwende projecten in het thema van 'Fun in de kinderopvang', waarvoor 17 ingediende projecten werden geselecteerd. Kinderdagverblijven en onthaalouders in de provincie kregen de kans om hun buitenruimte te 'vergroenen' met de steun van de provincie. Kinderopvanginitiatieven zijn zich bewust van het belang van buitengroen voor de ontwikkeling van baby's, peuters en kleuters, en verschillende initiatieven gingen hierop in. In een volgende stap, in 2012, zal de provincie in samenwerking met vzw Green een nieuwe publicatie voorstellen: 'Vitamine G(roen) Vergroening van de buitenruimte in onthaal- en opvanginitiatieven van 0 tot 6 jaar'. 2.5. Centra voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning Wanneer een gezin de zorg voor een kind even niet meer aankan, kan een begeleiding door een Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning (CKG) hulp bieden aan gezinnen met kinderen van 0 tot en met 12 jaar, met een bijzondere aandacht voor kinderen tussen 0 en 6 jaar. Naast begeleiding en opvang biedt een CKG ook ondersteuning en begeleiding aan huis: een pedagogische begeleiding aan huis; 38
een verblijf van het kind in het centrum gedurende een dagdeel of 24 op 24 uur, gekoppeld aan gezinsbegeleiding; specifieke opvoedingsondersteunende trainingsprogramma s, gericht naar ouders en/of hun kind(eren). De CKG's in Vlaams-Brabant Er zijn drie CKG s in onze provincie, waarvan CKG De Schommel drie vestigingsplaatsen heeft in het arrondissement Leuven. CKG De Schommel Averbode (Scherpenheuvel-Zichem) CKG De Schommel Tienen (mobiel) CKG De Schommel Heverlee (Leuven) CKG De kleine parachute Vilvoorde (ambulant) CKG Centrum voor het Jonge Kind Dworp (Beersel) Kind en Gezin: Centra voor kinderzorg en gezinsondersteuning (CKG's) Bever Galmaarden Herne Roosdaal Affligem Liedekerke Gooik Opwijk Asse Ternat Lennik Pepingen Dilbeek Halle Londerzeel Merchtem Sint- Pieters- Leeuw Wemmel Beersel Drogenbos Grimbergen Linkebeek Centrum voor het jonge kind Afdeling Dworp Zemst Vilvoorde Steenokkerzeel Machelen Sint- Genesius- Rode Zaventem Kampenhout Kortenberg Haacht Herent Tremelo Rotselaar Leuven De Schommel Holsbeek Aarschot Tielt-Winge Lubbeek Kapelle- op-den- Bos Meise Kraainem Wezembeek- Boutersem Oppem Bertem Bierbeek Tervuren Oud-Heverlee Tienen Huldenberg Overijse Hoegaarden Hoeilaart Boortmeerbeek De Kleine Parachute Keerbergen Begijnendijk De Schommel Scherpenheuvel- Zichem Glabbeek Bekkevoort Diest Kortenaken Linter Zoutleeuw De Schommel (mobiel) Landen Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) Geetbets Het aantal plaatsen voor jonge kinderen in de CKG's ligt in Vlaams-Brabant nog steeds het laagst van alle provincies (Tabel 9). Ten opzichte van 2009 kwamen er in onze provincie 37 extra plaatsen, waarvan 2 in Halle-Vilvoorde en 35 in arrondissement Leuven. In de andere provincies waren er slechts kleine toenames. In totaal kwamen er op deze twee jaar 61 plaatsen bij in Vlaanderen en Brussel. Het gaat om residentiële, mobiele en ambulante plaatsen samen. Ondanks de toename, blijft de provincie Vlaams-Brabant achterop hinken ten opzichte van de andere provincies. In 2011 werden er principieel bijkomende plaatsen toegekend: 2 residentiële plaatsen in Dworp en 9 mobiele plaatsen in Ganshoren met werking in de regio Halle (11 plaatsen in Halle-Vilvoorde, op een totaal van 26 extra plaatsen in Vlaanderen). De officiële erkenning zou moeten plaats hebben in de loop van 2012. 39
Tabel 9: Aantal plaatsen bij de CKG's (telkens op 31/12) Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant Vlaams Gewest Halle-Vilvoorde Leuven Brussel 2006 2007 2008 2009 Aantal 590 185 325 180 90 1.370 30 60 80 per 10.000 0-12-jarigen 24,60 16,79 16,69 11,91 5,89 16,15 3,43 9,18 4,74 Aantal 597 185 334 194 95 1.405 30 65 80 per 10.000 0-12-jarigen 24,65 16,69 17,05 12,92 6,18 16,47 3,41 9,90 4,64 Aantal 595 190 336 199 100 1.420 35 65 85 per 10.000 0-12-jarigen 24,21 16,99 16,90 13,21 6,43 16 3,93 9,78 4,78 Aantal 595 190 336 199 100 1.420 35 65 85 per 10.000 0-12-jarigen 23,88 16,88 16,69 13,21 6,38 16,32 3,9 9,71 4,64 2010 Aantal* 595 190 336 199 100 1.420 35 65 85 2011 Aantal* 595 195 336 209 137 1.472 37 100 94 Bron: Kind en Gezin; Aantal jongeren: ADSEI, FOD Economie * De cijfers van het aantal jongeren zijn bij ADSEI nog niet beschikbaar voor 2011 en 2012. Aantal erkenningen CKG's 700 600 500 400 300 200 Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant Brussel 100 0 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 Uitdagingen Het CKG De Schommel speelt een belangrijke rol in het Netwerk Crisishulp voor min-12-jarigen in Vlaams-Brabant. Zij bemannen het crisismeldpunt voor min-12-jarigen, bieden interventie, begeleiding en beschikken over 4 plaatsen crisisopvang (art. 17). De 2 plaatsen crisisopvang voor Halle-Vilvoorde worden zeer beperkt gebruikt, gezien de afstand tot Scherpenheuvel-Zichem. 40
De diensten voor Gezinsondersteunende Pleegzorg (GOP) en de CKG ervaren de druk die ook de voorzieningen in de bijzondere jeugdbijstand ondervinden door de algemene toename van steeds jongere cliënten met complexere problemen, een gebrek aan goede indicatiestelling en een tekort aan diagnosemogelijkheden voor kinderen met psychiatrische problemen. De administratie Jongerenwelzijn werkt aan maatregelen om in het licht van de nieuwe regelgeving betreffende de CKG s in de bijzondere jeugdbijstand meer jongere kinderen (baby's en peuters) op te vangen. De provincie investeert De provincie investeerde in 2009 mee in de opstart van een nieuwe vestiging van CKG Centrum voor het Jonge Kind in Dworp. Stop 4-7 (opvoedingsprogramma voor kleuters) werd gesubsidieerd als een vernieuwend project. 2.6. Centrum voor Integrale Gezinszorg (CIG) De Centra voor Integrale Gezinszorg (CIG) bieden hulp aan gezinnen en gezinsleden met ernstige opvoedingsproblemen. De begeleiding richt zich op het gezin als geheel. De mogelijkheid bestaat om een geheel gezin residentieel op te vangen. De hulpverlening bestaat uit intensieve opvoedingshulp en gezinszorg en grijpt meer in op dieperliggende problemen dan gezinsondersteuning en opvoedingsondersteuning. De centra voor integrale gezinszorg hebben ook een specifiek begeleidingsaanbod voor tienerouders. Vlaanderen telt 6 CIG waarvan één in Brussel, CIG De Vogelzang. In Vlaams-Brabant is er geen CIG. Het samenwerkingsverband BEO-Shelter werkt aan een alternatieve formule voor de begeleiding van kwetsbare tienerouders. 10 De provincie investeert De provincie ondersteunde het project BEO-shelter als vernieuwend project. 10 Zie www.beoshelter.be 41
2.7. Bijzondere jeugdbijstand De situatie in Vlaams-Brabant Vlaams-Brabant beschikt over het minst aantal opvangplaatsen per 10.000 jongeren (zie Tabel 10), over de 6 werkvormen van de bijzondere jeugdbijstand (BJB) heen die in Tabel 11 worden weergegeven 11. Het gemiddelde van het Vlaamse Gewest was 49,53 in 2010, t.o.v. 27,76 in Vlaams-Brabant. In 2006 was dit nog 22,71 in Vlaams-Brabant t.o.v. 42,72 in het Vlaams Gewest. De achterstand is dus nog vergroot in deze periode. Vooral Halle-Vilvoorde heeft een ernstige achterstand, met slechts 22,13 plaatsen per 10.000 jongeren. In 2006 bedroeg dit zelfs slechts 14,47 plaatsen. De toename van het aantal plaatsen is grotendeels toe te schrijven aan de uitbreidingen in de thuisbegeleidingsdiensten. Het aantal plaatsen in de thuisbegeleiding steeg vooral tussen 2009 en 2010: van 64 naar 136 plaatsen. Ook de laatste jaren was er nog een sterke toename, tot 184 plaatsen in 2012. Voor de residentiële settings, zoals begeleidingstehuizen, blijft het structureel tekort erg groot, vooral voor de 0-3-jarigen. Het residentiële luik van Onthaal en Oriëntatie ontbreekt in arrondissement Leuven (enkel ambulant). Tabel 10: Erken rkende plaatsen bijzondere jeugdbijstand 2006-2012 2012: totaal aantal en per 10.000 jongeren Provincie Arrondissement Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant Halle-Vilvoorde Leuven Vlaams Gewest 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 Index Aantal 1.490 1.586 1.586 1.814 1.865 1.938 2.005 134,6 per 10.000 0-18 jaar 43,84 46,48 46,22 52,49 53,61 * * * Aantal 642 642 642 782 806 826 858 133,6 per 10.000 0-18 jaar 39,89 39,96 39,99 48,70 50,37 * * * Aantal 1.298 1.298 1.298 1.403 1.427 1.419 1.459 112,4 per 10.000 0-18 jaar 47,53 47,18 46,94 50,32 50,83 * * * Aantal 1.251 1.238 1.238 1.326 1.362 1.378 1.408 112,5 per 10.000 0-18 jaar 56,44 56,13 56,48 60,69 62,76 * * * Aantal 486 518 518 570 610 636 669 137,7 per 10.000 0-18 jaar 22,71 24,01 23,83 26,04 27,76 * * * Aantal 178 210 210 208 280 306 336 188,8 per 10.000 0-18 jaar 14,47 16,93 16,81 16,53 22,13 * * * Aantal 308 308 308 362 340 330 343 111,4 per 10.000 0-18 jaar 33,83 33,58 33,33 38,90 36,46 * * * Aantal 5.167 5.282 5.282 5.895 6.070 6.197 6.399 123,8 per 10.000 0-18 0 jaar 42,72 43,54 43,41 49,66 49,53 * * * Bron: Vlaamse Overheid, Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, afdeling Jongerenwelzijn; Aantal jongeren: ADSEI, FOD Economie * De cijfers van het aantal jongeren zijn bij ADSEI nog niet beschikbaar voor 2011 en 2012. 11 Voor de twee recente werkvormen, diensten voor herstelrechtelijke en constructieve afhandeling (HCA) en de diensten voor crisishulp aan huis (CAH), hebben we nog geen vergelijkend cijfermateriaal ter beschikking. Ook voor de pleegzorg wordt hier geen vergelijking gemaakt. 42
Erkende plaatsen BJB per 10.000 minderjarigen 70,00 60,00 50,00 40,00 30,00 20,00 Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant Vlaams Gewest Halle-Vilvoorde Leuven 10,00 0,00 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 Tabel 11: Aantal erkende plaatsen bijzondere jeugdbijstand in 2006 en 2012, per werkvorm Werkvorm Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant Vlaams Gewest Halle-Vilvoorde Leuven 2006 2012 Index 2006-2012 begeleidingstehuizen 717 368 770 754 237 2.846 65 172 dagcentra 180 92 125 170 64 631 22 42 begeleid zelfstandig wonen 128 48 64 64 48 352 32 16 gezinstehuizen 29 0 5 0 10 44 0 10 onthaal en oriëntatie 116 30 72 41 27 286 11 16 thuisbegeleidingsdiensten 320 104 262 222 100 1.008 48 52 begeleidingstehuizen 834 436 773 759 265 3.067 78 187 dagcentra 180 102 117 165 64 628 22 42 begeleid zelfstandig wonen 176 64 72 64 56 432 32 24 gezinstehuizen 0 0 5 0 0 5 0 10 onthaal en oriëntatie 127 40 76 60 36 339 20 16 thuisbegeleidingsdiensten 688 216 416 360 248 1.928 184 64 begeleidingstehuizen 116,3 118,5 100,4 100,7 111,8 107,8 120,0 108,7 dagcentra 100,0 110,9 93,6 97,1 100,0 99,5 100,0 100,0 begeleid zelfstandig wonen 137,5 133,3 112,5 100,0 116,7 122,7 100,0 150,0 gezinstehuizen - - - - - - - - onthaal en oriëntatie 109,5 133,3 105,6 146,3 133,3 118,5 181,8 100,0 thuisbegeleidingsdiensten 215,0 207,7 158,8 162,2 248,0 191,3 383,3 123,1 43
BJB: aantal plaatsen per 10.000 minderjarigen (2010) 40,00 35,00 30,00 25,00 20,00 15,00 10,00 begeleidingstehuizen dagcentra begeleid zelfstandig wonen gezinstehuizen onthaal en oriëntatie thuisbegeleidingsdiensten 5,00 0,00 Antwerpen Limburg Oost- Vlaanderen West- Vlaanderen Vlaams- Brabant Vlaams Gewest Halle-Vilvoorde Leuven We merken dat ook na het Globaal Plan Jeugdzorg van 2007 en het Perspectiefplan van 2009 de structurele achterstand in Halle-Vilvoorde bestendigd blijft. Als resultaat voor de hulpvrager biedt het Globaal Plan voor deze regio enkel een beperkte verhoging van het aanbod in thuisbegeleiding. Het Perspectiefplan (voorstel van meerjarenplan voor de jeugdzorg van minister Veerle Heeren) stelt vast dat én de netto-instroom stijgt én tegelijk de begeleidingsduur langer wordt. In Vlaams-Brabant werd het experiment Multi-Functionele Centra (MFC Sporen) en een proeftuin voor meisjes (De Switch) opgestart en tegelijkertijd kregen Diensten voor Herstelgerichte en Constructieve Afhandeling (HCA) en Diensten voor Crisishulp aan Huis (CAH) een eigen erkenning. Er wordt op regionaal niveau een centrale wachtlijst opgezet. De OTA-teams werden vanaf 2011 versterkt met één voltijdse culturele bemiddelaar. Voor de versterking van de BJB werd in 2011 2 miljoen euro vrijgemaakt en in 2012 bijkomend 1 miljoen, voor de uitbreiding van het innoverend (projecten die inspelen op de problematiek van de instroom) en mobiel aanbod (capaciteitsuitbreiding thuisbegeleiding en begeleid zelfstandig wonen). Algemene vaststellingen Het aantal jongeren in de bijzondere jeugdbijstand is tussen 2000 en 2009 gestegen met 65 %. In 2010 bood het Vlaams Agentschap Jongerenwelzijn hulp- en dienstverlening aan 26.235 kinderen en jongeren. Het beschikbare aanbod kan de vraag niet meer volgen. De stijgende instroom maakt dat de wachttijden voor gepaste hulp langer worden én dat nog steeds veel kinderen en jongeren en hun gezin op een wachtlijst terechtkomen. Jongeren blijven bovendien ook langduriger in de bijzondere jeugdzorg. Daarnaast wordt de bijzondere jeugdbijstand, zoals de meeste welzijnssectoren, geconfronteerd met steeds complexere problematieken en met een toenemende verwachting om noodzakelijk geachte hulp te bieden. Er zijn duidelijk gaten in het hulpverleningsaanbod, waardoor tal van deze problematieken niet aangepakt worden, o.a. begeleiding van jongvolwassenen. De (beperkte) stijging van het aanbod, kan de toename van de vraag dus niet bijhouden. De draagkracht van de voorzieningen komt erg onder druk te staan. Voorzieningen en diensten 44
slibben dicht en hebben lange wachtlijsten. Een doorlopende volledige bezetting komt de kwaliteit van de organisatie en het hulpaanbod in de voorzieningen niet ten goede. Vanaf 2014 start de implementatie van Integrale Jeugdhulp (o.a. toegangspoort, modulering) in alle deelsectoren van de jeugdhulp, waaronder ook de bijzondere jeugdbijstand. Dit betekent een grote omwenteling in het aanbod. De voorzieningen zullen hun hulpverlening veel flexibeler kunnen inzetten, met veel meer nadruk op contextbegeleiding. Begeleiders kunnen gemakkelijker schakelen tussen verschillende hulpverleningsvormen, met een residentiële terugval indien nodig. Begeleid Zelfstandig Wonen (BZW) wordt uit de residentiële verblijven gehaald en wordt een eigen functie. De bestaande projecten (gesubsidieerd door het Agentschap Jongerenwelzijn) krijgen ook een plaats binnen de erkenning als aparte module 'ondersteunende begeleiding'. Er komt een afzonderlijk decreet voor pleegzorg (cat. 7) en het decreet op de CKG's wordt aangepast m.b.t. de residentiële opvang van zeer jonge kinderen. Knelpunten en uitdagingen Door het Overlegplatform Bijzondere Jeugdbijstand Vlaams-Brabant werden volgende knelpunten opgelijst: Er is een toenemende interculturaliteit door de aanwezigheid van niet-begeleide minderjarigen in de voorzieningen en een toename van jongeren met verschillende culturele achtergronden. Er is vraag naar een gepaste opvang van jonge moeders en vaders met kinderen. Er is weinig of geen begeleiding voor min-12-jarigen. In de toekomst zullen baby's en kleuters terecht moeten kunnen in de residentiële opvang van de BJB. Er is nood aan een aangepaste begeleiding voor jongvolwassen in de BJB. Ondanks open plaatsen in BZW, geraken jongeren niet opgestart bij gebrek aan betaalbare woningen. Er is een nijpend tekort aan alle soorten pleegzorg, ook steungezinnen. Doordat geen twee maatregelen gecombineerd mogen worden, is het engageren van steungezinnen quasi onmogelijk. Er is een nood aan projecten rond specifieke problematieken, als aanvulling en middel van de begeleiding van voorzieningen. De inzet van PSA-middelen (Preventieve Sociale Actie), ook via de sociale dienst van de Jeugdrechtbank, zou in vele gevallen een oplossing bieden. Heel de sector is in beweging en er is weinig informatie waarop hulpverleners hun beleid kunnen afstemmen. Specifieke knelpunten in Halle-Vilvoorde Vlaams-Brabant is, samen met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, in de organisatie van de BJB een buitenbeentje. Zo bestrijkt het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle Halle-Vilvoorde zowel Brussel (Brussels Hoofdstedelijk gewest) als het arrondissement Halle-Vilvoorde. Beide regio's hebben een verschillende regelgeving. Franstalige gezinnen die in Halle-Vilvoorde wonen of waarvan de kinderen er school lopen, kunnen kiezen voor een Franstalige procedure, waarbij Nederlandstalige consulenten van de Sociale dienst van de Jeugdrechtbank moeten samenwerken met Franstalige jeugdrechters. Gelijklopend met Brussel zijn er in het arrondissement ook meer cliënten die leven binnen een andere etnische en culturele omgeving. Er wordt een tekort opgemerkt aan hulpverleners van binnen deze omgevingen. 45
De mobiliteitsproblemen en de negatieve beeldvorming van Brussel blijven parten spelen. Ook de rand rond Brussel deelt in de brokken. De provincie investeert De provincie investeert in de BJB via financiële toelagen en impulsen: opstartsubsidies voor initiatieven jeugdhulp; investeringssubsidies voor de uitbreiding van voorzieningen in de BJB; projectsubsidies voor diverse time-out projecten en dagbesteding; projectsubsidies ter aanmoediging van intersectorale samenwerking vanuit de BJB, o.a. rond schooluitval, met geestelijke gezondheidszorg, Centra voor Leerlingbegeleiding (CLB), drughulpverlening. In samenwerking met de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest organiseert de provincie sinds 1998 een OTA-team (Ondersteuningsteam Allochtone Jongeren in de BJB). Via het subsidiereglement voor vernieuwende projecten werden de volgende voorzieningen in de BJB ondersteund: Oikoten en Cidar De Vuurvogel (2007), Beo Shelter (2009 en 2010), Cidar Mediaclub (2008 en 2010), Klik Dagbesteding (2009 en 2010), Alba - Boog en Equicanis (2010), YAR (2012). Ook initiatieven in de jeugdhulp werden ondersteund via dit subsidiereglement. 2.8. Ouderenzorg De ouderenzorg bestaat uit woonzorgcentra (rusthuizen), groepen van serviceflats, centra voor kortverblijf, dagverzorgingscentra, lokale en regionale dienstencentra. Sinds het in 2009 goedgekeurde woonzorgdecreet zijn er enkele bijkomende zorgvormen erkend, nl. de diensten voor gastopvang, het herstelverblijf en het woonzorgnetwerk als samenwerkingsvorm. Het is wel nog wachten op een aantal uitvoeringsbesluiten. Voor al deze zorgvormen worden programma- of programmatiecijfers opgesteld, een behoefteraming die weergeeft welke capaciteit er voor dat soort zorgvoorziening nodig is. De programmacijfers voor de woonzorgcentra, de centra voor kortverblijf en de dagverzorgingscentra worden berekend op basis van de bevolkingsprojecties van de leeftijdsgroepen vanaf 65 jaar. 12 Woonzorgcentra Tabel 12 geeft het aantal plaatsen en de voorziene programmatie van de rusthuisplaatsen voor 2006 en 2011. Er zijn in Vlaams-Brabant heel wat plaatsen bijgekomen (van 9.358 in 2006 naar 10.667 in 2011), maar niet voldoende om de grote provincies bij te benen. Op de provincie Limburg na telt Vlaams-Brabant nog steeds het laagste aantal plaatsen in de rusthuizen. Tabel 13 en de grafiek die erop volgt geven weer in welke mate de Vlaamse programmatienorm in de verschillende provincies en de Vlaams-Brabantse arrondissementen werden gehaald in de periode 2006-2011. Er wordt ook een voorlopig cijfer voor 2012 gegeven. Voor Vlaams-Brabant was 72,6% van de programmatie ingevuld in 2011. In 2012 zou dit nog dalen (op basis van voorlopige cijfers) tot 70,7%. De dalende cijfers betekenen geen afbouw van voorzieningen maar een verhoging van de programmatienormen omwille van de toenemende vergrijzing. In 12 Dit is zo sinds 1 januari 2010. Daarvoor was dat vanaf 60 jaar voor de rusthuizen en vanaf 18 jaar voor de dagverzorgingscentra en centra voor kortverblijf. 46
Tabel 12 is te zien dat de programmatienorm steeg van 76.470 in 2006 naar 87.759 in 2011 voor Vlaanderen. Tabel 12: Woonzorgcentra oonzorgcentra: geprogrammeerde en gerealiseerde plaatsen Provincie 2006 2011 index 2006-2011 2011 Arrondissement programmatie realisatie programmatie realisatie programmatie realisatie Antwerpen 21.190 17.376 24.051 18.840 113,5 108,4 Limburg 8.637 5.094 10.438 6.203 120,8 121,8 Oost-Vlaanderen 17.686 16.228 20.206 16.884 114,3 104,0 West-Vlaanderen 16.017 13.975 18.380 14.131 114,8 101,1 Vlaams-Brabant 12.940 9.358 14.684 10.667 113,5 114,0 Halle-Vilvoorde 7.026 4.991 8.025 5.654 114,2 113,3 Leuven 5.914 4.367 6.659 5.013 112,6 114,8 Vlaams Gewest 76.470 62.031 87.759 66.725 114,8 107,6 Tabel 13: Woonzorgcentra: % gerealiseerde plaatsen / programmatienorm Provincie Arrondissement 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012* Antwerpen 82,0 81,5 79,9 79,4 82,3 78,3 77,0 Limburg 59,0 57,4 58,1 58,9 63,0 59,4 58,9 Oost-Vlaanderen 91,8 88,6 88,2 85,5 88,6 83,6 82,2 West-Vlaanderen 87,3 84,0 81,1 79,7 82,0 76,9 73,5 Vlaams-Brabant 72,3 71,6 71,7 71,0 77,4 72,6 70,7 Halle-Vilvoorde 71,0 71,4 70,3 70,2 75,5 70,5 Leuven 73,8 71,9 73,3 71,9 79,7 75,3 Vlaams Gewest 81,1 79,3 78,1 77,0 80,6 76,0 73,4 Bron: Vlaamse Overheid; Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; afdeling Zorg en Gezondheid * de cijfers van 2012 zijn slechts voorlopig, er zijn nog geen arrondissementele cijfers beschikbaar voor dit jaar. 47
Woonzorgcentra Gerealiseerde plaatsen op geprogrammeerde plaatsen (%) 100 95 90 85 80 75 70 65 Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant Vlaams Gewest Halle-Vilvoorde Leuven 60 55 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012* De woonzorgcentra geven de te lange procedure bij het VIPA (Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden) aan als rem voor de uitbreiding van het aantal plaatsen, maar ook te dure bouwgronden en personeelsgebrek. Er is niet alleen een lage werkloosheid in de provincie, er zijn ook minder lager geschoolden, waardoor het vinden van (kandidaat-)zorgkundigen nog moeilijker is dan elders. Uitbreiden zonder vooruitzicht op personele invulling is geen haalbare kaart. Aantal woongelegenheden in woonzorgcentra Aantal erkende plaatsen tov de programmatienorm veel minder dan gemiddeld minder dan gemiddeld Vlaamse gemiddelde meer dan gemiddeld veel meer dan gemiddeld aantal woongelegenheden 10 100 1.000 Bever Galmaarden Herne Roosdaal Affligem Liedekerke Gooik Opwijk Asse Ternat Lennik Pepingen Merchtem Dilbeek Halle Londerzeel Sint- Pieters- Leeuw Wemmel Beersel Drogenbos Grimbergen Linkebeek Sint- Genesius- Rode Zemst Vilvoorde Steenokkerzeel Machelen Zaventem Kampenhout Kortenberg Haacht Herent Tremelo Rotselaar Leuven Holsbeek Aarschot Tielt-Winge Lubbeek Kapelle- op-den- Bos Meise Kraainem Wezembeek- Boutersem Oppem Bertem Bierbeek Tervuren Oud-Heverlee Tienen Huldenberg Overijse Hoegaarden Hoeilaart Boortmeerbeek Keerbergen Begijnendijk Scherpenheuvel- Zichem Glabbeek Bekkevoort Bron: Vlaamse Gemeenschap; Agentschap Zorg en Gezondheid Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) Diest Kortenaken Linter 1 januari 2011 Zoutleeuw Landen Geetbets De Vlaamse overheid ontwikkelt een model voor de programmatie, gebaseerd op de regio's van het zorgregiodecreet. Hierbij zouden regio's meer flexibel plaatsen kunnen invullen. Gemeenten kunnen een zorgstrategisch plan opstellen voor hun eigen gemeente of voor een groep van gemeenten samen. De provincie zou een rol kunnen spelen in de netwerkvorming die tot regionale samenwerkingverbanden kunnen leiden. Innovatieve zorgvormen zoals het kleinschalig genormaliseerd wonen voor dementerenden krijgen weinig navolging en verdienen een aanmoediging. 48
Serviceflats Serviceflats zijn een meer recente woonvorm en daardoor nog in een groeifase. Ook hier ligt het aanbod voor de provincie Vlaams-Brabant erg laag, met een invulling van 35,5% (Tabel 14), en stijgt het aanbod slechts langzaam: van 1.561 in 2006 naar 1.900 in 2011. In het noorden en oosten van het arrondissement Leuven is het aanbod extreem klein (zie kaart). Volgens het woonzorgdecreet zullen serviceflats worden omgevormd tot assistentiewoningen. Er wordt ook een mogelijkheid gecreëerd om een assistentiewoning tijdelijk te erkennen als een woongelegenheid in een woonzorgcentrum. Wanneer in 2012 de uitvoeringsbesluiten hun beslag krijgen, zullen de initiatiefnemers hun zorgstrategische plannen hieraan nog moeten aanpassen. Heel wat serviceflats werden niet gebouwd vanuit het eisenprogramma van assistentiewoningen en blijven dan ook beperkt tot deze woonvorm. Hopelijk leiden extra voorwaarden niet tot een hogere kostprijs want de financiële toegankelijkheid is nu al een onoverkomelijke drempel voor senioren met een laag inkomen, die talrijk zijn. Een impulsbeleid is nodig in de nabije toekomst. Tabel 14: Serviceflats erviceflats: geprogrammeerde en gerealiseerde Provincie 2006 2011 index 2006-2011 2011 Arrondissement programmatie realisatie programmatie realisatie programmatie realisatie Antwerpen 8.341 3.632 9.047 4.160 108,5 114,5 Limburg 3.867 1.008 4.394 1.471 113,6 145,9 Oost-Vlaanderen 6.953 3.216 7.489 3.832 107,7 119,2 West-Vlaanderen 6.255 2.841 6.722 3.169 107,5 111,5 Vlaams-Brabant 5.101 1.561 5.546 1.900 108,7 121,7 Halle-Vilvoorde 2.802 852 3.041 1.034 108,5 121,4 Leuven 2.299 709 2.505 866 109,0 122,1 Vlaams Gewest 30.517 12.258 33.198 14.532 108,8 118,6 Tabel 15: Serviceflats: % gerealiseerde / geprogrammeerde erde Provincie Arrondissement 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012* Antwerpen 43,5 44,5 44,2 45,0 44,5 46,0 47,6 Limburg 26,1 25,9 26,5 29,6 31,0 33,5 34,3 Oost-Vlaanderen 46,3 46,1 47,6 48,7 49,7 51,2 52,1 West-Vlaanderen 45,4 45,6 45,8 45,3 46,5 47,1 48,2 Vlaams-Brabant 30,6 30,2 30,2 30,6 33,5 34,3 35,5 Halle-Vilvoorde 30,4 29,4 29,4 28,9 31,9 34,0 Leuven 30,8 31,2 31,1 32,6 35,5 34,6 Vlaams Gewest 40,2 40,3 40,7 41,5 42,5 43,8 45,0 Bron: Vlaamse Overheid; Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; afdeling Zorg en Gezondheid * de cijfers van 2012 zijn slechts voorlopig, er zijn nog geen arrondissementele cijfers beschikbaar voor dit jaar. 49
Serviceflats Gerealiseerde plaatsen op geprogrammeerde plaatsen (%) 55 50 45 40 35 30 Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant Vlaams Gewest Halle-Vilvoorde Leuven 25 20 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 Aantal woongelegenheden in serviceflats Aantal erkende plaatsen tov de programmatienorm veel minder dan gemiddeld minder dan gemiddeld Vlaamse gemiddelde meer dan gemiddeld veel meer dan gemiddeld aantal woongelegenheden 1 10 100 Bever Galmaarden Herne Roosdaal Affligem Liedekerke Gooik Opwijk Asse Ternat Lennik Pepingen Merchtem Dilbeek Halle Londerzeel Sint- Pieters- Leeuw Wemmel Beersel Drogenbos Grimbergen Linkebeek Sint- Genesius- Rode Zemst Vilvoorde Steenokkerzeel Machelen Zaventem Kampenhout Kortenberg Haacht Herent Tremelo Rotselaar Leuven Holsbeek Aarschot Tielt-Winge Lubbeek Kapelle- op-den- Bos Meise Kraainem Wezembeek- Boutersem Oppem Bertem Bierbeek Tervuren Oud-Heverlee Tienen Huldenberg Overijse Hoegaarden Hoeilaart Boortmeerbeek Keerbergen Begijnendijk Scherpenheuvel- Zichem Glabbeek Bekkevoort Bron: Vlaamse Gemeenschap; Agentschap Zorg en Gezondheid Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) Diest Kortenaken Linter 1 januari 2011 Zoutleeuw Landen Geetbets Dagverzorgingscentra De dagverzorgingscentra zijn een meer recente vorm van opvang en zijn in heel Vlaanderen nog niet volledig uitgebouwd, maar de verschillen zijn groot. Vlaams-Brabant draagt de rode lantaarn met slechts 42% van de programmatie ingevuld in 2012 (Tabel 17). Sinds 2006 stellen we wel een forse groei vast. De programmatienorm nam met 23% toe tussen 2006 en 2012, terwijl het aantal gerealiseerde plaatsen toenam met 134% (Tabel 16), van 93 in 2006 naar 218 in 2012. 50
Tabel 16: Dagverzorgingscentra agverzorgingscentra: programmatienorm en gerealiseerde plaatsen Provincie 2006 2012 index 2006-2012 2012 Arrondissement programmatie realisatie programmatie realisatie programmatie realisatie Antwerpen 686 287 797 379 116,2 132,1 Limburg 296 176 380 238 128,4 135,2 Oost-Vlaanderen 568 205 677 372 119,2 181,5 West-Vlaanderen 514 470 648 549 126,1 116,8 Vlaams-Brabant 420 93 517 218 123,1 234,4 Halle-Vilvoorde 228 40 279 123 122,4 307,5 Leuven 192 53 238 95 124,0 179,2 Vlaams Gewest 2.484 1.231 3.019 1.756 121,5 142,6 Tabel 17: Dagverzorgingscentra: % gerealiseerde plaatsen / programmatie Provincie Arrondissement 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012* Antwerpen 41,8 41,9 44,6 47,9 54,1 48,9 47,6 Limburg 59,5 63,2 65,2 68,8 66,5 60,0 62,6 Oost-Vlaanderen 36,1 45,5 45,5 46,8 46,2 44,9 54,9 West-Vlaanderen 91,4 91,4 89,3 88,2 86,7 85,7 84,7 Vlaams-Brabant 22,1 25,3 24,9 30,2 37,0 38,1 42,2 Halle-Vilvoorde 17,5 23,8 23,3 22,9 30,7 35,4 44,1 Leuven 27,6 27,0 26,9 38,8 44,4 41,3 39,9 Vlaams Gewest 49,6 52,7 53,3 55,6 57,8 55,3 58,2 Bron: Vlaamse Overheid; Departement welzijn, Volksgezondheid en Gezin; afdeling Zorg en Gezondheid * Voor de dagverzorgingscentra werden de cijfers van 2012 reeds gepubliceerd. Dagverzorgingscentra Gerealiseerde plaatsen op geprogrammeerde plaatsen (%) 100 90 80 70 60 50 40 30 Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant Vlaams Gewest Halle-Vilvoorde Leuven 20 10 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 51
Aantal erkende verblijfseenheden in dagverzorgingscentra Erkende eenheden tov de programmatienorm veel minder dan gemiddeld minder dan gemiddeld Vlaams gemiddelde meer dan gemiddeld veel meer dan gemiddeld Aantal erkenningen 20 Bever Galmaarden Herne Roosdaal Affligem Liedekerke Gooik Opwijk Asse Ternat Lennik Pepingen Merchtem Dilbeek Halle Londerzeel Sint- Pieters- Leeuw Wemmel Beersel Drogenbos Grimbergen Linkebeek Sint- Genesius- Rode Zemst Vilvoorde Steenokkerzeel Machelen Zaventem Kampenhout Kortenberg Haacht Herent Tremelo Rotselaar Leuven Holsbeek Aarschot Tielt-Winge Lubbeek Kapelle- op-den- Bos Meise Kraainem Wezembeek- Boutersem Oppem Bertem Bierbeek Tervuren Oud-Heverlee Tienen Huldenberg Overijse Hoegaarden Hoeilaart Boortmeerbeek Keerbergen Begijnendijk Scherpenheuvel- Zichem Glabbeek Bekkevoort Bron: Vlaamse Gemeenschap; Agentschap Zorg en Gezondheid Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) Diest Kortenaken Linter 1 januari 2011 Zoutleeuw Landen Geetbets Vanaf 2012 moeten dagverzorgingscentra verplicht erkend zijn. Daarom is er een regularisatie gaande, zodat niet-erkende dagverzorgingscentra een erkenning krijgen, zelfs indien er geen programmatieruimte beschikbaar is. Dat verklaart wellicht de opwaartse buiging in de grafiek vanaf 2011. In 2012 voorziet de Vlaamse overheid een budget waarmee 400 plaatsen kortverblijf en dagverzorging kunnen gesubsidieerd worden. Deze evoluties zijn hoopgevend evenals de erkenning van de 'collectieve autonome dagopvang' Deze vorm van opvang richt zich naar kwetsbare ouderen die niet erg zorgbehoevend zijn, maar toch een daginvulling nodig hebben, in samenwerking met de thuiszorgdiensten. Een knelpunt hier blijft de kostprijs voor de gebruiker, die een rem betekent voor de uitbreiding van het aanbod. Voor zwaar zorgbehoevenden is er een tussenkomst in het vervoer, maar voor de sociaal zwakke cliënten niet. Zij maken gebruik van het dagverzorgingscentrum omwille van eenzaamheid en gebrek aan dagstructuur. Een lokaal dienstencentrum zou voor een deel van deze cliënten een goed alternatief zijn, maar deze centra zijn eveneens schaars in de provincie (zie p.58). De provincie investeert Sinds oktober 2010 bestaat het provinciaal reglement voor dagopvanginitiatieven. In dit kader hebben al 7 nieuwe dagverzorgingscentra een investeringssubsidie gekregen voor in totaal 81 plaatsen. Ook één collectieve autonome dagopvang (CADO) werd betoelaagd. De provincie geeft ook binnen dit reglement projectsubsidies aan buurtgerichte dagbestedingsinitiatieven. Elf projecten konden tot nu opgestart worden en nog eens 9 projecten die voorzien in toeleiding of vervoer. Binnen het reglement van de vernieuwende projecten werden projecten in de residentiële ouderenzorg gesubsidieerd, waaronder het inrichten van een belevingsgerichte woon- en leefomgeving voor dementerenden, een verhuiscoach en dagbesteding voor ouderen met psychische problemen in een woonzorgcentrum. De provincie subsidieerde de ontwikkeling van een methodiek om het welbevinden en de betrokkenheid van rustoordbewoners te meten. De instituten voor de opleiding van verzorgenden werden ondersteund. 52
Centra voor kortverblijf Deze opvangvorm is ook nog nergens voldoende aanwezig, al stellen we wel een forse groei vast sinds 2006, met 35% van de programmatie in Vlaams-Brabant ingevuld in 2011 tegenover slechts 13% in 2006 (Tabel 19). In 2012 zou dit zelfs 43% bedragen (voorlopige cijfers). Vooral in het arrondissement Leuven was er een sterke inhaalbeweging. Op dit gebied doen vooral de provincies Oost- en West-Vlaanderen het beter (zie grafiek). Tabel 18: Centra voor kortverblijf: geprogrammeerde en gerealiseerde plaatsen Provincie 2006 2011 index 2006-2011 2011 Arrondissement programmatie realisatie programmatie realisatie programmatie realisatie Antwerpen 686 189 753 227 109,8 120,1 Limburg 296 36 345 92 116,6 255,6 Oost-Vlaanderen 568 174 635 323 111,8 185,6 West-Vlaanderen 514 194 585 363 113,8 187,1 Vlaams-Brabant 420 56 463 161 110,2 287,5 Halle-Vilvoorde 228 42 254 95 111,4 226,2 Leuven 192 14 209 66 108,9 471,4 Vlaams Gewest 2.484 649 2.781 1.166 112,0 179,7 Tabel 19: Centra voor kortverblijf: % gerealis ealiseerde eerde plaatsen / geprogrammeerde Provincie Arrondissement 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012* Antwerpen 27,6 27,6 29,2 25,7 31,5 30,1 40,7 Limburg 12,2 18,8 20,4 23,7 28,8 26,7 27,1 Oost-Vlaanderen 30,6 34,6 36,8 39,1 49,7 50,9 64,6 West-Vlaanderen 37,7 39,0 42,3 47,8 57,0 62,1 67,7 Vlaams-Brabant 13,3 18,7 25,1 26,4 33,2 34,8 43,0 Halle-Vilvoorde 18,4 20,3 26,6 28,6 33,3 37,4 Leuven 7,3 16,8 23,2 23,8 33,0 31,6 Vlaams Gewest 26,1 29,0 31,9 33,2 41,0 41,9 50,6 Bron: Vlaamse Overheid; Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; afdeling Zorg en Gezondheid * de cijfers van 2012 zijn slechts voorlopig, er zijn nog geen arrondissementele cijfers beschikbaar voor dit jaar. 53
Centra voor kortverblijf: gerealiseerde plaatsen op geprogrammeerde plaatsen (%) 80 70 60 50 40 30 20 10 Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant Vlaams Gewest Halle-Vilvoorde Leuven 0 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 Aantal verblijfseenheden in centra voor kortverblijf Aantal erkende plaatsen tov de programmatienorm veel minder dan gemiddeld minder dan gemiddeld Vlaamse gemiddelde meer dan gemiddeld veel meer dan gemiddeld Aantal verblijfseenheden 1 5 10 Bever Galmaarden Herne Roosdaal Affligem Liedekerke Gooik Opwijk Asse Ternat Lennik Pepingen Merchtem Dilbeek Halle Londerzeel Sint- Pieters- Leeuw Wemmel Beersel Drogenbos Grimbergen Linkebeek Sint- Genesius- Rode Zemst Vilvoorde Steenokkerzeel Machelen Zaventem Kampenhout Kortenberg Haacht Herent Tremelo Rotselaar Leuven Holsbeek Aarschot Tielt-Winge Lubbeek Kapelle- op-den- Bos Meise Kraainem Wezembeek- Boutersem Oppem Bertem Bierbeek Tervuren Oud-Heverlee Tienen Huldenberg Overijse Hoegaarden Hoeilaart Boortmeerbeek Keerbergen Begijnendijk Scherpenheuvel- Zichem Glabbeek Bekkevoort Bron: Vlaamse Gemeenschap; Agentschap Zorg en Gezondheid Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) Diest Kortenaken Linter 1 januari 2011 Zoutleeuw Landen Geetbets Zoals voor de dagverzorgingscentra is ook de kostprijs een probleem voor het inrichten van kamers in kortverblijf. In 2012 voorziet de Vlaamse overheid een budget voor 400 extra plaatsen kortverblijf en dagverzorging. Ook door schaalvergroting zouden er extra plaatsen kunnen bijkomen. De provincie werkt mee aan het digitaal netwerk kortverblijf. Met deze webapplicatie kan men efficiënt zoeken naar vrije plaatsen binnen het beperkte aanbod zodat de plaatsen optimaal benut worden. Woonzorgnetwerk Het woonzorgnetwerk, voorzien in het woonzorgdecreet, wordt een buurtgericht functioneel samenwerkingsverband tussen een huisarts(enkring), een woonzorgcentrum, een centrum voor kortverblijf, een groep assistentiewoningen en een thuiszorgvoorziening. Deze samenwerking biedt heel wat kansen om maatwerk te bieden als antwoord op de behoeften van de 54
zorgvrager. Wel vraagt men zich af hoe dit er kan komen wanneer het basisaanbod onvoldoende is. In Vlaams-Brabant zijn er slechts een beperkt aantal gemeenten die deze zorgvormen samen aanbieden. Waar er bijvoorbeeld geen centrum voor kortverblijf is, kan er geen woonzorgnetwerk komen en dus is het voorspelbaar dat Vlaams-Brabant ook daarin achterop zal blijven. De nieuwe regelgeving is onuitvoerbaar zonder basisaanbod. De sector hoopt bovendien dat deze samenwerking substantieel ondersteund zal worden, want meer personele inzet vragen zonder bijkomende middelen is uiteraard problematisch. De Vlaamse overheid verzamelt eerst praktijkvoorbeelden uit de sector. Later komen er uitvoeringsbesluiten. Expertisecentrum dementie Vlaams-Brabant telt slecht één expertisecentrum dementie, daar waar andere provincies - uitgezonderd Limburg - er twee tellen. Dit expertisecentrum is gevestigd in Leuven en wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Overheid. De provincie investeert De provincie subsidieert zelf een antenne van het expertisecentrum in Pepingen (Halle-Vilvoorde) om ook daar een regionale werking mogelijk te maken. Het voortbestaan van deze antenne staat op de helling in het licht van de herverdeling van bevoegdheden tussen de Vlaamse Overheid en de provincie. Als er geen tweede expertisecentrum komt, zou het voortbestaan van de regionale afdeling in elk geval gegarandeerd moeten blijven. Uitdagingen in de ouderenzorg In Vlaams-Brabant zien we een achterstand tegenover de andere provincies in zowat alle zorgvormen van het ouderenzorgaanbod, al is een inhaalbeweging merkbaar in de sterk achtergebleven zorgvormen dagopvang en kortverblijf. Dit probleem is de Vlaamse overheid blijkbaar niet ontgaan. - De extra middelen die de Vlaamse overheid in 2011 heeft ingezet om de achterstand in VIPA- dossiers in te halen heeft de dalende lijn bij de dagverzorgingscentra en kortverblijven omgebogen naar een stijgende. Ook de verplichte erkenning van dagverzorgingscentra speelt hier mee. - Het beleid van voorafgaande vergunningen zou gewijzigd worden, om te voorkomen dat een aantal bedden 'bezet' worden zonder vooruitzicht op realisatie binnen een redelijke termijn. Men wil ook de mogelijkheid creëren om regionaal geprogrammeerde plaatsen te groeperen, zodat de aantallen die te klein zijn voor een initiatief kunnen worden samengevoegd. - In de loop van 2011 werd de vereenvoudiging van zowel de inhoudelijke als de formele procedure voor het opmaken van een (aanpassing tot) zorgstrategisch plan voor ouderenvoorzieningen verder gezet. Het is de bedoeling te focussen op de langetermijnvisie van de voorziening met betrekking tot het geplande zorgaanbod in de regio en haar rol hierin. - Er zal in de programmatie van de woonzorg (diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg, diensten voor logistieke hulp, diensten voor oppashulp en (semi-)residentiële ouderenzorg) gewaakt worden over een spreiding van het zorgaanbod over gemeenten en regio's op basis van criteria die rekening houden met het specifieke karakter van de regio's. De gemeenten kunnen in het kader van hun sociaal beleid een zorgstrategische planning opstellen samen met de bestaande (woon)zorgactoren. Dit vraagt om een zorgregie waarbij de provincie met haar netwerken en planningsinstrumenten een rol kan spelen. 55
Er is verder nood aan innovatieve zorgprojecten zoals kleinschalig wonen, levensbestendig wonen in woonwijken en buurten. De Vlaamse Overheid zal, via de Vlaamse bouwmeester, initiatiefnemers uitnodigen om demoprojecten in te dienen die beantwoorden aan specifieke voorwaarden zoals ruimtelijke integratie in het stedelijk en sociaal weefsel, gekoppeld aan zorginnovatie. Deze projecten zullen met aandacht gevolgd worden. Ten slotte is er de op til zijnde overheveling van de volledige bevoegdheid over de ouderenzorg naar Vlaanderen, waarbij ook het regionaal perspectief niet uit het oog mag worden verloren. 2.9. Thuiszorg Gezinszorg Ook voor de gerealiseerde uren gezinszorg scoort Vlaams-Brabant slecht, met 70% van de programmatienorm ingevuld in 2010 (Tabel 21), maar de verschillen binnen de provincie zijn zeer groot. Het valt op dat er in het oosten van het arrondissement Leuven zeer veel gebruik gemaakt wordt van het aanbod, terwijl dat in Halle-Vilvoorde veel minder het geval is. In Halle- Vilvoorde wordt maar net de helft van de programmatienorm gehaald, terwijl het arrondissement Leuven aan meer dan 90% komt. Een blik op de kaart leert ons dat het vooral de ruime rand rond Brussel is die onderbediend is. Voor dit fenomeen wordt verwezen naar talrijke factoren: het hogere opleidingsniveau gaat er samen met meer welstand, een betere gezondheid en minder hulpvragen. Een andere groep zijn de allochtonen die minder beroep doen op professionele verzorgers. Er zijn de anderstaligen voor wie het Nederlandstalig zijn van de dienst een drempel inhoudt. Verder is het in deze regio nog moeilijker dan elders om personeel te vinden. De sector zelf vermoedt ook dat er per cliënt minder uren kunnen uitgetrokken worden. Het zou interessant zijn om dit fenomeen af te wegen tegenover het aantal cliënten dat gebruik maakt van gezinszorg. De Vlaamse overheid wil in de toekomst in de programmatie waken over een spreiding van het zorgaanbod over gemeenten en regio's op basis van criteria die rekening houden met het specifieke karakter van de regio's. Tabel 20: Gezinszorg: gepresteerde en gesubsidieerde uren en geprogrammeerde uren Provincie 2006* 2010* Arrondissement programmatie realisatie programmatie realisatie Antwerpen 4.732.172 3.598.422 5.294.570 4.124.056 Limburg 1.953.786 1.693.433 2.304.554 2.013.059 Oost-Vlaanderen 3.921.853 3.198.282 4.415.096 3.517.012 West-Vlaanderen 3.472.780 3.200.110 3.927.646 3.417.910 Vlaams-Brabant 2.880.562 1.972.823 3.244.300 2.277.015 Halle-Vilvoorde 1.570.210 774.785 1.773.279 907.517 Leuven 1.310.352 1.198.038 1.471.021 1.369.498 Vlaams Gewest 16.961.153 13.663.071 19.186.165 15.349.052 56
Tabel 21: Gezinszorg: % gepresteerde en gesubsidieerde uren / geprogrammeerde meerde Provincie Arrondissement 2006* 2007* 2008* 2009* 2010* Antwerpen 76,0 76,6 76,5 79,4 77,9 Limburg 86,7 88,0 87,6 92,2 87,4 Oost-Vlaanderen 81,6 80,5 79,1 81,9 79,7 West-Vlaanderen 92,1 89,9 87,6 90,1 87,0 Vlaams-Brabant 68,5 69,0 68,6 71,0 70,2 Halle-Vilvoorde 49,3 50,1 51,0 52,3 51,2 Leuven 91,4 91,8 89,9 93,5 93,1 Vlaams Gewest 80,6 80,3 79,3 82,3 80,0 Bron: Vlaamse Overheid; Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; afdeling Zorg en Gezondheid *Vanaf 2009 zijn de effectief gepresteerde uren gezinszorg per gemeente beschikbaar (ook niet gesubsidieerde uren). De elektronische gegevensverzameling werd dat jaar ingevoerd (systeem VESTA). Vóór 2009 werden de gepresteerde en gesubsidieerde uren bij de diensten opgevraagd, maar niet alle gepresteerde uren. De cijfers vóór 2009 zijn dan ook niet te vergelijken met die vanaf 2009. Het totale aantal subsidieerbare uren neemt jaarlijks toe. Tegelijk worden er aanzetten gegeven om de schotten tussen de thuiszorg en de (semi-)residentiële ouderenzorg te verkleinen. Thuisverzorgenden kunnen hun cliënt bijvoorbeeld meenemen voor een verwendag in het woonzorgcentrum of ingeschakeld worden in de collectieve autonome dagopvang. Aantal gepresteerde en gesubsidieerde uren gezinszorg Aantal gepresteerde en gesubsidieerde uren tov de programmatienorm Aantal uren veel minder dan gemiddeld minder dan gemiddeld Vlaamse gemiddelde meer dan gemiddeld veel meer dan gemiddeld 1.000 10.000 100.000 Bever Galmaarden Herne Roosdaal Affligem Liedekerke Gooik Opwijk Asse Ternat Lennik Pepingen Merchtem Dilbeek Halle Londerzeel Sint- Pieters- Leeuw Wemmel Beersel Drogenbos Grimbergen Linkebeek Sint- Genesius- Rode Zemst Vilvoorde Steenokkerzeel Machelen Zaventem Kampenhout Kortenberg Haacht Herent Tremelo Rotselaar Leuven Holsbeek Aarschot Tielt-Winge Lubbeek Kapelle- op-den- Bos Meise Kraainem Wezembeek- Boutersem Oppem Bertem Bierbeek Tervuren Oud-Heverlee Tienen Huldenberg Overijse Hoegaarden Hoeilaart Boortmeerbeek Keerbergen Begijnendijk Scherpenheuvel- Zichem Glabbeek Bekkevoort Bron: Vlaamse Gemeenschap; Agentschap Zorg en Gezondheid Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) Diest Kortenaken Linter Zoutleeuw Landen Geetbets 2010 57
Gerealiseerde uren op geprogrammeerde uren (%) 110 100 90 80 70 60 Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant Halle-Vilvoorde Leuven Vlaams Gewest 50 40 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 * De cijfers van vóór 2009 zijn niet te vergelijken met die vanaf 2009 (zie onder tabel). De provincie investeert De provincie ondersteunt de diensten voor gezinszorg met een jaarlijkse subsidie. In het kader van de interne staatshervorming gaat Vlaanderen deze subsidieregeling overnemen. De provincie subsidieerde vernieuwende projecten gericht naar ouderen in de thuissituatie, waaronder projecten voor ouderen met psychische problemen en ouderen met (een vermoeden van) dementie, thuisbegeleiding voor ouderen die recent zeer slechtziend of blind zijn geworden, een intergenerationeel project, een project voor vrijwilligers in de palliatieve zorg, een project om mantelzorgers van dementerende ouderen te ondersteunen. Binnen het domein 'welzijn op het platteland' werden drie zorgnetwerken betoelaagd en de diensten voor aangepast vervoer ondersteund. De professionelen in de thuiszorg kregen in de provincie hun eigen overlegplatform, evenals de mantelzorgverenigingen. Via lokale projecten werden senioren aangemoedigd zich als vrijwilliger in te zetten om vereenzaamde ouderen te contacteren. De mantelzorgers werden ondersteund via diverse projecten. Lokale dienstencentra Lokale dienstencentra bieden o.a. informatieve, recreatieve en vormende activiteiten aan en hulp bij activiteiten uit het dagelijkse leven, in het bijzonder voor personen in een beginnende zorgsituatie. Die activiteiten zijn specifiek bedoeld om de zelfredzaamheid en het sociale netwerk van de deelnemers te versterken en hen te helpen zo lang mogelijk thuis te blijven wonen. Eén vijfde van de programmatie in Vlaams-Brabant is ingevuld (Tabel 22), in Halle-Vilvoorde is dit slechts 17%. Naast de 23 erkende centra telt de provincie nog een aantal niet-erkende lokale dienstencentra. 58
Kandidaat-initiatiefnemers laten zich ontmoedigen door de lage subsidiëring waardoor ze zelf nog te veel moeten bijpassen om een kwalitatieve werking te kunnen aanbieden. De erkenningen lopen vertraging op om budgettaire redenen. In landelijke gebieden zoals het Hageland en het Pajottenland zijn de mogelijke initiatiefnemers niet groot genoeg om een lokaal aanbod te creëren. Een gemeente-overschrijdend aanbod zou soelaas kunnen bieden binnen een intergemeentelijke zorgstrategische planning. Tabel 22: Lokale dienstencentra: gerealiseerde en geprogrammeerde Provincie 2009 2012 index 2009-2012 2012 Arrondissement programmatie realisatie programmatie realisatie programmatie realisatie Antwerpen 149 57 153 64 102,7 112,3 Limburg 77 21 82 24 106,5 114,3 Oost-Vlaanderen 126 24 132 29 104,8 120,8 West-Vlaanderen 106 38 108 40 101,9 105,3 Vlaams-Brabant 99 20 105 23 106,1 115,0 Halle-Vilvoorde 54 9 58 10 107,4 111,1 Leuven 45 11 47 13 104,4 118,2 Vlaams Gewest 557 160 580 180 104,1 112,5 Tabel 23: Dienstencentra: % gerealis ealiseerde erde / geprogramm programmeerde Provincie Arrondissement 2009 2010 2011 2012 Antwerpen 38,3 41,6 41,3 41,8 Limburg 27,3 29,9 29,1 29,3 Oost-Vlaanderen 19,0 22,2 22,2 22,0 West-Vlaanderen 35,8 38,7 38,7 37,0 Vlaams-Brabant 20,2 21,8 21,8 21,9 Halle-Vilvoorde 16,7 16,1 16,1 17,2 Leuven 24,4 28,9 28,9 27,7 Vlaams Gewest 28,7 31,5 31,3 31,0 Bron: Vlaamse Overheid; Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; afdeling Zorg en Gezondheid 59
Gerealiseerde lokale dienstencentra op geprogrammeerde 50 45 40 35 30 25 20 15 10 Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant Vlaams Gewest Halle-Vilvoorde Leuven 5 0 2009 2010 2011 2012 Aantal erkende dienstencentra Aantal erkende dienstencentra tov de programmatienorm veel minder dan gemiddeld minder dan gemiddeld Vlaamse gemiddelde meer dan gemiddeld veel meer dan gemiddeld aantal dienstencentra 3 Bever Galmaarden Herne Roosdaal Affligem Liedekerke Gooik Opwijk Asse Ternat Lennik Pepingen Merchtem Dilbeek Halle Londerzeel Sint- Pieters- Leeuw Wemmel Beersel Drogenbos Grimbergen Linkebeek Sint- Genesius- Rode Zemst Vilvoorde Steenokkerzeel Machelen Zaventem Kampenhout Kortenberg Haacht Herent Tremelo Rotselaar Leuven Holsbeek Aarschot Tielt-Winge Lubbeek Kapelle- op-den- Bos Meise Kraainem Wezembeek- Boutersem Oppem Bertem Bierbeek Tervuren Oud-Heverlee Tienen Huldenberg Overijse Hoegaarden Hoeilaart Boortmeerbeek Keerbergen Begijnendijk Scherpenheuvel- Zichem Glabbeek Bekkevoort Bron: Vlaamse Gemeenschap; Agentschap Zorg en Gezondheid Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) Diest Kortenaken Linter 1 januari 2011 Zoutleeuw Landen Geetbets De provincie investeert Van het provinciaal investeringreglement 'dagopvanginitiatieven voor ouderen' kunnen ook lokale dienstencentra gebruik maken. Hier hebben al 5 nieuwe LDC's gebruik van gemaakt waarvan er 4 nog niet erkend zijn. 60
2.10. Voorzieningen voor personen met een handicap Erkende plaatsen in Vlaams-Brabant en Brussel Tabel 24 geeft het aantal plaatsen in exploitatie, opgesplitst naar zorgvormen voor meerderjarigen, minderjarigen en gemengde zorgvormen. Gemengde zorgvormen zijn zowel toegankelijk voor minderjarigen als voor meerderjarigen, namelijk kortverblijf, plaatsing in gezinnen en thuisbegeleiding. In de cijfers van het VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap) van de erkende voorzieningen en diensten voor opvang en begeleiding van personen met een handicap, zijn de aantallen voor Vlaams-Brabant en Brussel samengenomen. Uit het overzicht blijkt dat er de afgelopen jaren dankzij het Vlaamse uitbreidingsbeleid elk jaar een aantal extra plaatsen zijn bijgekomen. In totaal ging het aantal plaatsen in Vlaams-Brabant en Brussel van 5.067 in 2006 naar 6.285 in 2011. Dit betekent een stijging met 24%, veel meer dan in de andere provincies. De budgetten werden telkens verdeeld over de provincies op basis van bepaalde verdeelsleutels. Zo werd het budget voor de uitbreidingen in 2012 tussen de provincies verdeeld voor 80% op basis van de bevolkingsaantallen en voor 20% op basis van de dringende zorgvragen op de CRZ (Centrale Registratie van de Zorgvragen). Daarnaast werd de voorbije jaren ook telkens een extra budget toegekend voor de inhaaloperatie van de historische achterstand in Antwerpen en Brussel/Vlaams-Brabant. Voor het uitbreidingsbeleid in 2012 werd dit budget verdeeld tussen Antwerpen en Vlaams-Brabant/Brussel op basis van de bevolkingsaantallen. 61
Tabel 24: Aantal plaatsen in exploitatie (30/06) Vlaams-Brabant + Brussel Limburg Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams Gewest + Brussel minderj 1.179 1.318 2.152 2.056 1.998 8.703 2006 meerderj 2.849 2.462 4.570 3.722 3.560 17.163 gemengd 1.039 685 1.196 1.271 1.201 5.392 TOTAAL 5.067 4.465 7.918 7.049 6.759 31.258 minderj 1.180 1.326 2.167 2.039 2.002 8.714 2007 meerderj 2.946 2.528 4.679 3.824 3.702 17.679 gemengd 1.091 693 1.153 1.369 1.147 5.454 TOTAAL 5.217 4.547 7.999 7.232 6.851 31.847 minderj 1.190 1.339 2.172 2.035 2.005 8.741 2008 meerderj 3.058 2.602 4.836 3.918 3.702 18.116 gemengd 1.177 776 1.379 1.533 1.290 6.155 TOTAAL 5.425 4.717 8.388 7.486 6.997 33.012 minderj 1.215 1.370 2.150 2.072 2.002 8.809 2009 meerderj erderj 3.141 2.637 4.968 3.999 3.803 18.548 gemengd 1.537 784 1.456 1.441 1.564 6.782 TOTAAL 5.893 4.791 8.574 7.512 7.369 34.139 minderj 1.215 1.370 2.141 2.073 2.007 8.806 2010 meerderj 3.177 2.661 5.009 4.018 3.882 18.747 gemengd 1.687 832 1.512 1.514 1.624 7.169 TOTAAL 6.079 4.863 8.662 7.605 7.513 34.722 minderj 1.231 1.371 2.171 2.098 2.007 8.878 2011 meerderj 3.304 2.746 5.131 4.184 3.930 19.295 gemengd 1.750 921 1.866 1.671 1.639 7.847 TOTAAL 6.285 5.038 9.168 7.953 7.576 36.020 minderj 104,4 104,0 100,9 102,0 100,5 102,0 Index meerderj 116,0 111,5 112,3 112,4 110,4 112,4 2006- gemengd 168,4 134,5 156,0 131,5 136,5 145,5 2011 TOTAAL 124,0 112,8 115,8 112,8 112,1 115,2 Bron: Tot 2008: VAPH-berekening structureel tekort; vanaf 2009: berekening volgens erkenning in CRZ-rapport van 30/06/2011; 30/06/2010, 30/06/2009 van het VAPH. Toch blijft in de regio Vlaams-Brabant en Brussel het totaal aantal plaatsen per 10.000 inwoners ver onder het Vlaamse gemiddelde (Tabel 25): 46 t.o.v. 55. Maar ook in absolute aantallen, hebben Vlaams-Brabant en Brussel nog het laagste aantal plaatsen voor minderjarigen (1.231). Daarom dienen de jaarlijkse uitbreidingen met een inhaalbeweging voor historische achterstand ook voor onze provincie zeker te worden voortgezet. Wat betreft de gemengde zorgvormen (kortverblijf, pleegzorg en thuisbegeleiding), zitten we als regio boven het Vlaamse gemiddelde. Met de omzendbrief meerjarenplanning, kwam er al een duidelijk engagement van de Vlaamse Regering om ook voor 2013 en 2014 een budget voor uitbreidingen te voorzien. Dit geeft het ROG (Regionaal Overleg Gehandicaptenzorg), binnen de gestelde richtlijnen, wel al perspectief voor de volgende jaren. 62
Tabel 25: Aantal plaatsen in exploitatie per 10.000 inwoners (30/06) Vlaams-Brabant + Brussel Limburg Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaamse Gemeenschap minderj 42,07 81,96 63,19 75,01 90,37 68,16 2006 meerderj 26,68 37,49 33,75 33,24 38,58 33,51 gemengd engd 7,72 8,40 7,08 9,15 10,51 8,45 TOTAAL 37,58 54,62 46,73 50,57 59,09 48,86 minderj 41,82 82,57 63,33 73,93 91,05 68,04 2007 meerderj 27,43 38,14 34,25 33,91 39,88 34,27 gemengd 8,05 8,42 6,75 9,76 9,99 8,47 TOTAAL 38,47 55,22 46,83 51,53 59,67 49,46 minderj 41,92 83,10 63,01 73,28 91,25 67,91 2008 meerderj 28,30 38,90 35,08 34,47 39,67 34,85 gemengd 8,62 9,35 8,00 10,84 11,19 9,49 TOTAAL 39,75 56,84 48,67 52,92 60,69 50,90 minderj 42,54 84,40 61,85 74,00 90,79 67,97 2009 meerderj 28,89 39,15 35,73 34,88 40,59 35,44 gemengd 11,20 9,38 8,38 10,10 13,51 10,38 TOTAAL 42,92 57,32 49,33 52,67 63,67 52,28 minderj 42,42 84,13 61,35 73,72 90,86 67,72 2010 meerderj 29,13 39,38 35,88 34,90 41,37 35,70 gemengd 12,25 9,92 8,67 10,57 14,01 10,94 TOTAAL 44,15 57,99 49,64 53,10 64,81 53,00 minderj 42,98 84,19 62,21 74,61 90,86 68,27 2011 meerderj 30,30 40,64 36,76 36,35 41,88 36,74 gemengd 12,71 10,98 10,69 11,67 14,14 11,98 TOTAAL 45,65 60,08 52,54 55,53 65,35 54,98 Bron: zie tabel hierboven. Aantal inwoners (noemer): zorgvormen voor minderjarigen op de bevolking van 0-17 jaar; voor meerderjarigen op de bevolking +18 jaar; voor de gemengde zorgvormen en het totaal van de zorgvormen op de totale bevolking, telkens op 1 januari. Voor 2011 zijn de bevolkingscijfers van 01/01/2010 gebruikt. Voor Brussel houden we rekening met 300.000 inwoners. De opsplitsing naar meerderjarigen en minderjarigen maken we volgens dezelfde verhouding als in de totale Brusselse bevolking. 63
Aantal erkende plaatsen voor minderjarigen per 10.000 minderjarigen 100,00 90,00 80,00 70,00 60,00 50,00 40,00 30,00 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant + Brussel* Vlaamse Gemeenschap Aantal erkende plaatsen voor meerderjarigen per 10.000 meerderjarigen 45,00 40,00 35,00 30,00 25,00 Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant + Brussel* Vlaamse Gemeenschap 20,00 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 Aantal erkende plaatsen in gemengde zorgvormen per 10.000 inwoners 15,00 13,00 Antwerpen Limburg 11,00 Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen 9,00 Vlaams-Brabant + Brussel* Vlaamse Gemeenschap 7,00 5,00 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 64
Het aanbod per zorgvorm Indien we de situatie van het aanbod in Vlaams-Brabant vergelijken met het Vlaamse gemiddelde (Tabel 26), zien we dat er duidelijk minder plaatsen zijn in semi-internaat schoolgaanden, nursingtehuizen en in mindere mate ook in dagcentra per 10.000 inwoners. Onze provincie kent geen achterstand ten opzichte van het Vlaamse gemiddelde voor bezigheidstehuis, tehuizen werkenden, begeleid werken, thuisbegeleiding, begeleid wonen, zelfstandig wonen en kortverblijf. Ook tussen de arrondissementen Leuven en Halle-Vilvoorde zijn er verschillen. Halle-Vilvoorde heeft per 10.000 inwoners een grote achterstand voor tehuizen niet werkenden nursing en semi-internaten. In mindere mate is dit ook het geval voor OBC (Observatie- en behandelingscentrum), internaat en dagcentrum. In het arrondissement Leuven zijn er veel minder plaatsen ten opzichte van het Vlaamse gemiddelde in semi-internaten. Erkende plaatsen kortopvang zijn er niet in het arrondissement Leuven. Er zijn twee voorzieningen die binnen hun erkenning als internaat of tehuis niet werkenden 1 of 2 plaatsen (al dan niet tijdelijk) mogen invullen als kortopvang. Door de schaarste aan plaatsen worden deze in de praktijk echter niet als kortopvang ingevuld. De cijfers voor de opsplitsing per arrondissement en Brussel, zijn berekend op basis van een bevraging van het Coördinatiepunt Handicap (toestand 30 juni 2011). Het uitgangspunt van deze bevraging was de effectieve invulling van het erkende aanbod op een bepaald adres. Er zijn hierin kleine verschillen ten opzichte van de tabel met de erkenningen van het VAPH 13. 13 Bij zogenaamde globale erkenningen kunnen plaatsen deels vrij ingevuld worden door zowel meerder- als minderjarigen (bv. nursing en internaat niet-schoolgaanden). De erkenningscijfers van het VAPH kunnen dan verschillen van de effectieve invulling. Er zijn ook gemengde erkenningen (bv. een erkenning van 40 plaatsen, waarvan er maximaal 10 in het stelsel nursing mogen worden ingevuld en de overige als bezigheidstehuis). Ook hier zullen de cijfers de effectieve invulling op 30 juni 2011 weergeven. Bij de dagcentra en begeleid werken kunnen er verschillen optreden doordat een dagcentrum een aanvraag kan doen tot omzetting van een erkende plaats dagcentrum naar een erkenning begeleid werken. Bij voorzieningen met een werkingsgebied verspreid over meerdere provincies zoals pleegzorg, thuisbegeleiding, begeleid wonen en WOP (Wonen onder begeleiding van een particulier), worden het aantal plaatsen/begeleidingen weergegeven die in Vlaams-Brabant en Brussel werden ingezet. Ook bij voorzieningen met hoofdzetel in een andere provincie worden de plaatsen geteld waar ze effectief ingezet worden. 65
Tabel 26: Aantal plaatsen in exploitatie (30/06/11) per 10.000 inwoners Zorgvorm cijfers bevraging Coördinatiepunt handicap Brussel Halle-Vilvoorde Leuven Vlaams-Brabant + Brussel Limburg Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaamse Gemeenschap Internaat 16,75 32,31 36,74 31,32 51,09 28,57 43,07 44,91 37,90 Semi-internaat schoolgaanden 12,52 5,91 8,31 7,94 23,15 23,52 28,42 39,61 23,83 Semi-internaat niet-schoolgaanden 0,00 1,73 3,30 1,99 5,71 5,93 1,78 3,62 3,75 OBC 0,00 1,58 3,30 1,78 4,24 4,18 1,35 2,72 2,80 TNW bezigheidstehuis 2,27 10,44 9,09 7,66 8,57 8,75 9,49 9,74 8,84 TNW nursing 0,09 4,89 10,32 5,42 11,09 9,04 9,10 12,03 9,10 Tehuis werkenden 0,26 3,04 2,44 2,23 1,76 2,26 1,95 2,85 2,23 Kortverblijf 0,30 0,58 0,00 0,31 0,19 0,24 0,26 0,45 0,29 Plaatsing in gezinnen* 1,39 1,66 1,05 1,07 1,68 1,32 WOP* 0,42 0,52 0,29 0,39 0,62 0,43 Dagcentra 1,41 5,17 5,88 4,52 9,09 6,91 6,79 7,97 6,86 Begeleid werken 0,09 0,09 0,33 0,21 0,19 0,22 0,14 0,27 0,21 Thuisbegeleiding* 11,32 9,33 9,65 10,60 12,46 10,66 Begeleid wonen 4,62 5,17 10,94 7,10 5,88 6,23 5,50 5,07 6,00 Beschermd wonen 1,16 1,61 2,52 1,82 2,10 2,36 2,13 2,29 2,15 Zelfstandig wonen 0,00 0,51 1,05 0,60 1,26 0,47 0,58 0,60 0,64 Geïntegreerd wonen* 0,08 0,00 0,00 0,09 0,13 0,06 Bron: provinciale cijfers: berekening VAPH en CRZ-rapport van 30/06/2011. Opsplitsing tussen Brussel, Halle-Vilvoorde en Leuven: o.b.v. bevraging door het Coördinatiepunt Handicap. Voor plaatsing in gezinnen, WOP (Wonen onder begeleiding van een particulier) en thuisbegeleiding kan de opsplitsing niet gemaakt worden. Inwoners: zorgvormen voor minderjarigen op de bevolking van 0-17 jaar, voor meerderjarigen op de bevolking +18 jaar en voor de gemengde zorgvormen en het totaal van de zorgvormen de totale bevolking op 1/1/2010. 66
Aantal plaatsen in exploitatie per 10.000 minderjarigen 60,00 50,00 40,00 30,00 20,00 Internaten SI (schoolgaanden) SI (niet-schoolg) OBC 10,00 0,00 Vlaamse Gemeenschap West- Vlaanderen Oost- Vlaanderen Antwerpen Limburg Vlaams- Brabant + Brussel Leuven Halle-Vilvoorde Brussel Aantal plaatsen in exploitatie per 10.000 meerderjarigen 14,00 12,00 10,00 8,00 6,00 4,00 TNWb TNWn TW dagcentra begeleid werken 2,00 0,00 Vlaamse Gemeenschap West-Vlaanderen Oost-Vlaanderen Antwerpen Limburg Vlaams-Brabant + Brussel Leuven Halle-Vilvoorde Brussel 67
Aantal plaatsen in exploitatie per 10.000 meerderjarigen 12,00 10,00 8,00 6,00 begeleid wonen beschermd wonen zelfstandig wonen 4,00 2,00 0,00 Vlaamse Gemeenschap West- Vlaanderen Oost-Vlaanderen Antwerpen Limburg Vlaams-Brabant + Brussel Leuven Halle-Vilvoorde Brussel Recente ontwikkelingen en nieuwe n initiatieven met betrekking tot het aanbod In de zomer van 2010 lanceerde minister Vandeurzen 'Perspectief 2020. Nieuw ondersteuningsaanbod voor personen met een handicap', met als baseline: zoveel mogelijk 'gewoon in de samenleving' en zo weinig mogelijk 'uitzonderlijk en afzonderlijk'. In dit witboek worden de ambities omschreven met betrekking tot de ondersteuning van personen met een handicap, met twee belangrijke doelstellingen voor 2020: in 2020 is er garantie op zorg voor de personen met een handicap met de grootste ondersteuningsnood in de vorm van zorg en assistentie in natura of in contanten; in 2020 genieten geïnformeerde gebruikers van vraaggestuurde zorg en assistentie in een inclusieve samenleving. In 2011 startte het VAPH, met ondersteuning van een veranderingsmanager, het Projectplan Zorgvernieuwing. In dit projectplan zitten alle strategische projecten vervat zoals opgenomen in Perspectief 2020 14 en het noodzakelijke transitietraject voor het VAPH. Bij een aantal strategische projecten is het Regionaal Overlegnetwerk Gehandicaptenzorg (ROG) van nabij betrokken. Een eerste strategisch project, is de uitbreiding van het ondersteuningsbeleid binnen welzijn en gezondheid. In september 2011 kwam er met de omzendbrief meerjarenplanning al een duidelijk engagement van de Vlaamse Regering om voor de periode 2012-2014 een jaarlijks budget voor uitbreidingen te voorzien in elke provincie. Tevens werd vanuit de overheid de keuze gemaakt om zo veel mogelijk middelen in te zetten op een persoonsvolgende wijze. 14 Zie ook: Omzendbrief zorgregie 14, meerjarenplanning 2012-2014, van het VAPH van 28 september 2011. 68
Wel zijn er in elke provincie nog een aantal voorzieningen die in het kader van het uitbreidingsbeleid 2008 en 2009 via een VIPA-buffer al de mogelijkheid kregen te starten met hun nieuwbouwproject om bij een van de volgende uitbreidingsrondes, na afronding van de bouwwerkzaamheden, een aantal nieuwe plaatsen aan te bieden. De cijfers in Tabel 26 geven de situatie op datum van 30 juni 2011. Tussen september 2011 en mei 2012 worden er vanuit deze VIPA-buffer nog 21 plaatsen bezigheidstehuis opgestart, 14 plaatsen nursing, 5 plaatsen dagcentrum, 5 plaatsen internaat en 8 plaatsen semi-internaat voor niet-schoolgaanden. Op de 5 plaatsen internaat in Brussel na, zijn al deze nieuwe plaatsen in Vlaams-Brabant gelegen. Voor 20 van deze plaatsen (nursing, bezigheidstehuis en dagcentrum), bouwde een voorziening in regio Leuven op een nieuwe locatie. Voor Vlaams-Brabant zijn voor een opstart in de loop van 2013-2014 via deze VIPA-buffer concreet nog 74 nieuwe, nog te realiseren plaatsen voorzien, verdeeld over de zorgvormen bezigheidstehuis, nursing, dagcentrum, internaat en kortverblijf. Voor dit laatste gaat het slechts om 1 plaats in het arrondissement Leuven. Daarnaast zal de intersectorale samenwerking voor personen met een handicap verder uitgebouwd worden. Zo loopt er momenteel een bevraging bij de VAPH-erkende diensten en voorzieningen om alle good practices rond intersectoraal werken in kaart te brengen en beleidsaanbevelingen te doen om intersectoraal werken te faciliteren. Een tweede strategisch project, betreft het verzekeren van een goed werkend voortraject. Dit uit zich momenteel in de opstart van een vzw Dienst Ondersteuningsplan (DOP). Voor Vlaams- Brabant en Brussel werd één dienst opgericht met drie regioteams (1 in Brussel en 2 in Vlaams- Brabant). Opdracht van deze dienst is de opstelling van een ondersteuningsplan voor personen met een (vermoeden van) handicap die nog geen gebruik maken van de VAPH-erkende diensten of voorzieningen. 15 Het ondersteuningsplan heeft volgende doelen: het versterken en het inzetten van het bestaande sociale netwerk of het creëren van een sociaal netwerk; het inzetten of versterken van de inzet van reguliere (niet-vaph) diensten; het inzetten van rechtstreeks toegankelijke ondersteuning van VAPH-diensten; indien nodig, het inzetten van niet rechtstreeks toegankelijke ondersteuning van VAPH-diensten en voorzieningen. Een derde strategisch project gaat over een vernieuwde toegangspoort. Voor minderjarigen zal er op Vlaams niveau worden afgestemd met de ontwikkelingen in de Integrale Jeugdhulpverlening. Rechtstreeks Toegankelijke Hulpverlening (RTH) moet tegemoet komen aan ondersteuningsvragen van personen met een (vermoeden van) handicap die een vraag hebben naar informatie of een beperkte ondersteuning in termen van frequentie, duur en intensiteit. Hiervoor is er dus geen inschrijving bij het VAPH nodig. Meerderjarige personen met een handicap die een beroep wensen te doen op de niet rechtstreeks toegankelijke hulpverlening binnen het VAPH aanbod, zullen de toegangspoort moeten passeren. Momenteel wordt werk gemaakt van de regelgeving en het in kaart brengen van de RTH binnen het huidige VAPHaanbod. Voor de minderjarigenzorg is dit onderscheid al eerder bepaald binnen de Integrale Jeugdhulp. Met middelen van het uitbreidingsbeleid voor 2012, is in onze regio recent ook thuisbegeleiding voor de doelgroep kinderen en jongeren met gedrags- en emotionele stoornissen opgericht. 15 zie ook: Nota permanente cel VAPH 29 maart 2012, verduidelijkingen meerjarenplanning 2012-2014: opdrachten ROG's met als deadline 30 juni 2012. 69
Een vierde strategisch project is het herinrichten van de zorgregie in functie van de vraaggestuurde organisatie van het aanbod en de persoonsvolgende e financiering. Hiertoe werd ook het Persoonlijk Assistentiebudget (PAB) geïntegreerd in de zorgregie. Binnen het Vlaamse uitbreidingsbeleid voor 2012 is er een budget van ca. 2 miljoen euro voorzien voor de toekenning van persoonsvolgende financiering. Concreet is er ca. 1 miljoen euro voorzien voor toekenning van PAB's en ca. 1 miljoen voor de toekenning van persoonsvolgende convenanten. Beide budgetten vallen voor toekenning onder de verantwoordelijkheid van het ROG. Voor volwassen personen met een handicap werden er in het uitbreidingsbeleid van de voorbije jaren al middelen voorzien voor de opstart van het werken met convenanten. Nieuw vanaf dit jaar is dat dit systeem van convenanten wordt uitgebreid naar kinderen en jongeren. Voor kinderen en jongeren met een handicap werd er wel vanuit de Vlaamse regering in 2009 een tweejarige experimentele subsidiëring opgezet, die ondertussen verlengd werd. De subsidiëring geldt voor een aanvullend geïndividualiseerd hulpaanbod in de intersectorale aanpak van jongeren met een knelpuntdossier. Hierbij werden enkele vragen vanuit de sector van personen met een handicap en enkele vragen vanuit Jongerenwelzijn geselecteerd per provincie. De toekenning van de PAB's en de convenanten gebeurt binnen het ROG in de nieuw opgerichte Regionale Prioriteitencommissies (RPC). Samen met de klemtoon op de toekenning van persoonsvolgende convenanten, wil de Vlaamse overheid ook het sociaal ondernemerschap bevorderen. Ook binnen dit strategisch project is de persoonsvolgende financiering van cruciaal belang. Hierin is er voor de huidige organisatie van het VAPH-aanbod nog een uitdaging om nog flexibeler te kunnen inspelen op de vragen van cliënten in samenhang met de creatie van meer flexibiliteit in de regelgeving. De zorgvragen In de toekenning van de budgetten voor uitbreidingsbeleid werd de laatste jaren voor een bepaald percentage rekening gehouden met de dringende vragen geregistreerd op de CRZ. Het VAPH vergelijkt in het rapport van de CRZ van 30 juni 2011 het aantal gestelde zorgvragen per regio. Hieruit blijkt dat Vlaams-Brabant - Brussel het laagste aantal zorgvragen telt per 10.000 inwoners. Is de vraag kleiner in Vlaams-Brabant dan in de rest van Vlaanderen? Een overzicht van het gemiddeld aantal vragen per zorgvorm toont voor Vlaams-Brabant dat het aantal dringende vragen per 10.000 inwoners in vergelijking met het Vlaamse gemiddelde vaak lager ligt. Het VAPH stelde in de meerjarenanalyse 16 dat over de periode van 2003 tot 2007 Vlaams-Brabant - Brussel de hoogste toename kende aan geregistreerde vragen op de CRZ. Een van de factoren die meespelen in deze stijging is de betere registratie en bekendheid van de CRZ. Anderzijds weten we ook dat de aanwezigheid van aanbod de vraag vergroot. Als we kijken in Tabel 27 met de situatie op 30 juni 2011 naar het aantal vragen per 10.000 inwoners, zien we dat het totaal aantal zorgvragen voor onze provincie laag ligt in vergelijking met de andere regio's. Maar het feit van een laag aantal zorgvragen geldt niet voor alle zorgvormen. Zo zitten het aantal dringende vragen voor OBC, tehuis werkenden, pleegzorg, begeleid werken, zelfstandig wonen, beschermd wonen en nursing, boven of rond het Vlaamse gemiddelde. 16 Meerjarenanalyse. Een achteruit- en vooruitblik op de zorgbehoeften van personen met een handicap. Resultaten en ervaringen meerjarenplan 2003-2007. Aandachtspunten voor beleid personen met een handicap 2010-2014. VAPH, 2009. 70
Tabel 27: Personen met een actieve zorgvraag per 10.000 inwoners (30/06/11) Brussel Limburg Antwerpen Vlaams- Brabant Oost- Vlaanderen West- Vlaanderen Vlaamse Gemeenschap Zorgvorm Totaal Dringende * Totaal Dringende Totaal Dringende Totaal Dringende Totaal Dringende Totaal Dringende Totaal Dringende Internaten 12,0 10,6 3,9 3,5 19,7 16,3 19,7 16,0 15,7 13,5 11,8 9,8 15,2 12,7 SI (schoolgaanden) 4,4 3,3 1,8 1,8 9,9 9,4 6,2 5,2 12,6 10,6 8,8 7,5 7,9 6,7 SI (niet-schoolg) 0,6 0,6 0,3 0,3 2,7 1,9 3,2 2,6 0,5 0,4 0,5 0,5 1,5 1,2 OBC 2,6 2,5 2,3 2,3 4,4 4,3 2,3 2,1 1,0 0,9 0,6 0,6 1,9 1,8 TNWb 6,0 3,2 1,3 0,8 8,6 4,7 8,6 4,8 8,0 4,0 8,3 4,3 7,6 4,1 TNWn 2,9 2,0 0,6 0,2 4,4 2,4 2,9 1,8 5,1 3,1 3,4 2,1 3,5 2,2 TW 1,5 0,8 0,5 0,3 1,7 1,3 1,9 1,2 0,9 0,5 2,3 1,2 1,6 0,9 Plaatsing in gezinnen 0,2 0,1 0,0 0,0 0,3 0,2 0,2 0,1 0,1 0,1 0,4 0,3 0,2 0,2 WOP 0,1 0,0 0,0 0,0 0,2 0,1 0,0 0,0 0,1 0,0 0,5 0,4 0,1 0,1 Dagcentra 2,4 2,0 0,6 0,4 6,0 4,8 4,9 3,8 4,0 3,1 4,1 2,7 4,1 3,1 Begeleid werken 0,8 0,7 0,1 0,1 0,8 0,7 1,7 1,3 0,7 0,6 0,8 0,6 1,0 0,8 Thuisbegeleiding 1,6 1,5 0,5 0,4 6,5 6,4 8,9 8,5 7,9 7,8 6,9 6,5 6,4 6,2 Begeleid wonen 4,6 3,1 0,6 0,4 5,1 3,8 6,5 4,7 6,4 4,6 7,2 4,7 5,8 4,1 Beschermd wonen 2,1 1,5 0,3 0,2 3,4 2,4 2,9 2,0 3,1 1,9 3,1 1,9 2,8 1,8 Zelfstandig wonen 0,5 0,3 0,3 0,1 1,0 0,4 1,0 0,6 0,4 0,2 0,6 0,3 0,7 0,3 Totaal** 22,5 16,0 5,7 4,2 39,1 29,4 39,7 30,1 36,9 27,4 36,0 25,2 33,7 24,9 Bron: VAPH, CRZ-rapport gegevens 30/06/2011 Inwoners: zorgvormen voor minderjarigen op de bevolking van 0-17 jaar, voor meerderjarigen op de bevolking +18 jaar en voor de gemengde zorgvormen en het totaal van de zorgvormen de totale bevolking op 1/1/2010. * Dringende zorgvragen: urgentiecode 1 en 2 en de migratievragen ** Totaal aantal personen: een aantal personen heeft meerdere combineerbare zorgvragen, zodat het totaal onderaan lager kan liggen dan de som van de rijen.. De provincie investeert De provincie ondersteunt de nieuwbouw- en verbouwingsprojecten via het provinciale impulsbeleid door het subsidiereglement voor infrastructuurwerken of uitrustingskosten voor voorzieningen en diensten voor personen met een handicap. Voor voorzieningen die een aanbod realiseren op een nieuw adres, niet verbonden aan een reeds bestaande campus, is er een aanvullende impulssubsidie voorzien voor infrastructuurwerken. Deze subsidie geldt voor (semi-)residentiële voorzieningen en wordt aangevraagd samen met de investeringssubsidie. De provincie startte in 2008 een campagne met een gratis 0800-nummer om personen met een handicap en hun sociale netwerk ertoe aan te zetten al hun vragen te stellen, waaronder dus ook deze CRZ-vragen voor opvang of begeleiding in een VAPH-voorziening of dienst. We zien dat het aantal oproepen naar dit nummer stijgt: van 518 in 2010 naar 661 in 2011. Projectmatig steunde de provincie onder meer de opstart van een samenwerkingsverband tussen een tiental voorzieningen en van een nieuw coöperatief woonzorgproject voor personen met autisme, en de voorbereidende studie voor de erkenningsaanvraag van een dagcentrum voor jongeren met psychologische of psychiatrische problemen in het arrondissement Halle- Vilvoorde. 71
2.11. Centra voor geestelijke gezondheidszorg De sector van de geestelijke gezondheidszorg bestaat naast de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) nog uit vijf andere sectoren: de PAAZ-sector (Psychiatrische Afdelingen van de Algemene Ziekenhuizen); de PZ-sector (de Psychiatrische Ziekenhuizen); de PVT-sector (de Psychiatrische Verzorgingstehuizen); de IBW-sector (de Initiatieven voor Beschut Wonen); de RIZIV-sector (voorzieningen zoals De Spiegel, de Medisch-Sociale Opvangcentra voor Drugsverslaafden, Expertisecentrum Autisme, etc.). Enkel de CGG's komen in dit dossier aan bod. Een vergelijking In Vlaams-Brabant zijn drie CGG's actief: vzw CGG Ahasverus (voornamelijk in het arrondissement Halle-Vilvoorde, uitgezonderd de gemeenten van de zorgregio Tervuren); vzw CGG Vlaams-Brabant Oost (in het arrondissement Leuven en dezorgregio Tervuren); vzw CGG PassAnt (werking over de hele provincie). Vestigingsplaatsen en werkingsgebieden CGG's Vlaams Brabant Vestigingsplaatsen CGG Ahasverus CGG PassAnt CGG Vlaams-Brabant Oost Werkingsgebieden Ahasverus Vlaams-Brabant Oost PassAnt: de gehele provincie Galmaarden Affligem Liedekerke Roosdaal Gooik Ternat Lennik Pepingen Opwijk Asse Dilbeek Londerzeel Merchtem Meise Wemmel Drogenbos Sint-Pieters-Leeuw Kapelle- op-den- Bos Zemst Grimbergen Vilvoorde Linkebeek Sint- Beersel Genesius- Rode Machelen Kortenberg Zaventem Hoeilaart Boortmeerbeek Steenokkerzeel Kampenhout Kraainem Wezembeek- Oppem Tervuren Overijse Bertem Huldenberg Keerbergen Haacht Herent Leuven Begijnendijk Tremelo Rotselaar Oud-Heverlee Holsbeek Bierbeek Lubbeek Aarschot Boutersem Tielt-Winge Hoegaarden Scherpenheuvel- Zichem Glabbeek Tienen Bekkevoort Diest Kortenaken Linter Landen Geetbets Zoutleeuw Bever Herne Halle Grenzen: Voorlopig referentiebestand gemeentegrenzen, toestand 22/05/2003 (AGIV-product) Tabel 28 geeft per provincie de cijfers van het aantal VTE dat wordt ingezet in de hulpverlening. Het totaal bevat zowel de VTE die worden gefinancierd vanuit de Vlaamse subsidie-enveloppe als de VTE die op een andere manier worden gefinancierd (door de Federale Overheid, via projectmiddelen van andere overheden ). De tweede rij geeft telkens de VTE die vanuit de Vlaamse enveloppe worden gefinancierd. Ten opzichte van 2006 was er in 2011 in Vlaanderen een stijging van 17% in het aantal VTE, zowel wat het totaal betreft, als de Vlaamse enveloppe afzonderlijk. In Vlaams-Brabant bedroeg de stijging van het totaal VTE zelfs 48%: van 100 VTE in 2006 naar 149 in 2011. Dit is de grootste stijging van alle provincies. Het aantal VTE uit de Vlaamse enveloppe steeg in Vlaams- 72
Brabant met 25% (van 88 naar 110 VTE). Enkel in de provincie Antwerpen was de stijging nog groter (33%). Tabel 28: CGG: aantal VTE in de hulpverlening (totaal aantal en aantal Vlaamse enveloppe) Provincie Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen VTE 2006 2007 2008 2009 2010 2011 Index 2006-2011 2011 Totaal 205,54 214,96 220,55 223,69 238,95 242,84 118,1 Vlaamse env. 150,47 172,44 186,90 188,59 198,47 199,97 132,9 Totaal 112,98 115,29 120,12 125,37 125,63 131,32 116,2 Vlaamse env. 93,91 94,25 96,27 100,55 102,60 103,92 110,7 Totaal 200,48 193,35 198,64 208,40 207,69 213,39 106,4 Vlaamse env. 159,23 149,29 155,08 162,83 164,27 164,17 103,1 Totaal 139,44 140,48 139,61 149,94 149,48 154,87 111,1 West-Vlaanderen Vlaamse env. 114,00 121,29 118,38 126,98 126,69 130,47 114,4 Vlaams-Brabant Totaal 100,71 110,52 114,72 123,62 138,82 148,61 147,6 Vlaamse env. 88,08 93,78 89,28 101,94 113,00 110,01 124,9 Vlaams Gewest Totaal 759,15 774,60 793,64 831,02 860,57 891,03 117,4 Vlaamse env. 605,69 631,05 645,91 680,89 705,03 708,54 117,0 Bron: Vlaamse Overheid; Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; afdeling Zorg en Gezondheid Als gevolg van deze toename komt Vlaams-Brabant per 10.000 inwoners (Tabel 29) nu ongeveer op hetzelfde niveau als de provincies Antwerpen en West-Vlaanderen (zie ook grafiek hieronder), terwijl de provincies Limburg en Oost-Vlaanderen een hoger aantal VTE's per 10.000 inwoners hebben. Tabel 29: CGG GG: VTE in de hulpverlening per 10.000 inwoners (totaal en Vlaamse enveloppe) Provincie VTE 2006 2007 2008 2009 2010 2011 Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant Vlaams Gewest Totaal 1,22 1,26 1,29 1,29 1,37 1,38 Vlaamse env. 0,89 1,01 1,09 1,09 1,14 1,13 Totaal 1,39 1,41 1,45 1,50 1,50 1,55 Vlaamse env. 1,15 1,15 1,16 1,21 1,22 1,23 Totaal 1,44 1,38 1,41 1,47 1,45 1,48 Vlaamse env. 1,15 1,07 1,10 1,15 1,15 1,14 Totaal 1,22 1,23 1,21 1,30 1,29 1,33 Vlaamse env. 1,00 1,06 1,03 1,10 1,09 1,12 Totaal 0,96 1,05 1,08 1,16 1,29 1,37 Vlaamse env. 0,84 0,89 0,84 0,95 1,05 1,01 Totaal 1,25 1,27 1,29 1,34 1,38 1,41 Vlaamse env. 1,00 1,03 1,05 1,10 1,13 1,12 Bron: Vlaamse Overheid; Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; afdeling Zorg en Gezondheid; Aantal inwoners: ADSEI; FOD Economie 73
CGG: aantal VTE per 10.000 inwoners Vlaamse enveloppe en totaal 1,60 1,50 1,40 1,30 1,20 1,10 1,00 0,90 0,80 2006 2007 2008 2009 2010 2011 Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant Vlaams Gewest Antwerpen Vl Limburg Vl Oost-Vlaanderen Vl West-Vlaanderen Vl Vlaams-Brabant Vl Vlaams Gewest Vl Tabel 30 geeft de verdeling van de Vlaamse subsidie-enveloppe specifiek voor de twee arrondissementen van Vlaams-Brabant voor 2009 en 2011. Ten opzichte van 2009 vond er in beide arrondissementen een toename plaats, vooral in Halle-Vilvoorde, dat nog steeds een lichte achterstand heeft ten opzichte van het arrondissement Leuven. Tabel 30: CGG: VTE in de hulpverlening Vlaamse enveloppe Arrondissement totaal VTE 2009 2011 per 10.000 inwoners totaal VTE per 10.000 inwoners Halle-Vilvoorde 47,67 0,81 55,28 0,92 Leuven 52,77 1,10 54,73 1,12 Vlaams-Brabant 100,44 0,94 110,01 1,01 De grafiek hieronder geeft het aantal VTE uit de Vlaamse enveloppe per 10.000 inwoners weer voor de verschillende provincies en de Vlaams-Brabantse arrondissementen. Ondanks de inspanningen die er geleverd zijn, heeft Vlaams-Brabant nog steeds het laagste aandeel en vooral Halle-Vilvoorde blijft wat achterop. 74
CGG: aantal VTE Vlaamse enveloppe per 10.000 inwoners (2011) 1,40 1,20 1,00 0,80 0,60 0,40 0,20 0,00 Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant Halle-Vilvoorde Leuven Vlaams Gewest Beleidsmaatregelen In het regeerakkoord van 15/07/2009 vinden we over de geestelijke gezondheidszorg de volgende passage: 'We blijven inzetten op een destigmatisering van de problematiek van geestelijke gezondheidszorg. We bouwen de centra voor geestelijke gezondheidszorg uit zodat ze een daadwerkelijke ondersteuning betekenen voor de eerste lijn en outreachend werken naar andere sectoren toe. Het aanbod aan ambulante zorg wordt versterkt met bijzondere aandacht voor de CGG s die met hun capaciteit duidelijk onder het Vlaamse gemiddelde liggen. De aandacht gaat prioritair naar kinderen en jongeren, ouderen en kansengroepen.' Op 26 november 2010 is het Beleidsplan Geestelijke Gezondheidszorg Vlaanderen gepubliceerd, met de Vlaamse beleidspunten voor de komende periode. Het beleid wil vooral inzetten op correcte beeldvorming en destigmatisering van psychische problemen, op preventie, vroegdetectie en vroeginterventie, op uitbreiding van het zorgaanbod, op de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg in zorgcircuits en zorgnetwerken en op het inbouwen van geestelijke gezondheidszorg in andere beleidsdomeinen. Ook aan de vermaatschappelijking van de zorg wordt veel aandacht besteed. Artikel 107 Via de toepassing van artikel 107 van de ziekenhuiswet diende zich in 2010 een nieuwe kans aan om de geestelijke gezondheidszorg in België verder te laten evolueren in de richting van de 'vermaatschappelijking van de zorg'. 75
Artikel 107 van de ziekenhuiswet biedt de mogelijkheid aan ziekenhuizen om op vrijwillige basis psychiatrische bedden buiten gebruik te stellen met behoud van de financiering. Daarnaast maakt het (Vlaamse) artikel 33 mogelijk dat CGG s 10% van hun budget aanwenden in het kader van deze zorgvernieuwing. De bedoeling is dat door het heroriënteren van middelen vanuit residentiële zorg naar (ambulante) alternatieve zorgvormen een hulpverlening zou uitgebouwd worden die beter is afgestemd op de zorgnoden van de psychiatrische patiënt, en dit zowel voor nieuwe patiënten in crisis als voor langdurig zorgafhankelijke patiënten. Daarnaast is het ook noodzakelijk aandacht te besteden aan het verbeteren van samenwerkingsverbanden tussen verschillende partners, zowel in de GGZ als in de eerste lijn, die zich richten op mensen met een psychische problematiek. De beoogde hervorming bestaat niet alleen uit een verschuiving van financiële middelen en een verbeterde afstemming van voorzieningen. De overheid opteert ook uitdrukkelijk voor een andere, globale visie op de zorg en begeleiding van de psychiatrische patiënt. Er wordt gekozen voor een 'herstelgerichte' visie, waarbij de term 'herstel' o.m. verwijst naar een benadering die het persoonlijke herstelproces van patiënten (zorggebruikers) en het hervinden van de regie over het eigen leven centraal stelt (empowerment). Naast het 'herstel herstel' zijn 'mobiele teams' en 'netwerkvorming netwerkvorming' de drie pijlers van het artikel 107- project. De ambitieuze reorganisatie van de geestelijke gezondheidszorg heeft ook als doel een meer evenwichtige verdeling tussen ambulante, outreachende en residentiële zorg in een getrapt zorgmodel binnen werkingsgebieden. Hierbij zijn er 5 sleutelfuncties die in een zorgregio op een geïntegreerde wijze dienen verwezenlijkt te worden. Functie 1: GGZ-promotie, preventie, vroegdetectie en vroeginterventie Functie 2: Mobiele behandelingsteams die zich verplaatsen naar waar de zorgvrager zich bevindt Functie 3: Teams inzake psychosociale rehabilitatie Functie 4: Intensieve gespecialiseerde residentiële GGZ-units Functie 5: Specifieke woonvormen en verblijfsformules Halverwege 2010 verscheen een projectoproep, die breed werd beantwoord. Uiteindelijk werden voor heel België 24 projecten ingediend. In Vlaams-Brabant dienden enerzijds de GGZpartners in de regio Halle-Vilvoorde en anderzijds de projectredactiegroep voor het arrondissement Leuven en de zorgregio Tervuren een project in. Het project p Leuven-Tervuren werd weerhouden, wat betekende dat dit project volledig van start kon gaan. De projectredactiegroep (35 partners) werd uitgebreid met vertegenwoordigers van GOAL (GezondheidsOverleg Arrondissement Leuven), het huisartsenplatform en Similes (vereniging voor gezinsleden en nabijbetrokkenen van personen met psychiatrische problemen) en functioneert nu als stuurgroep van het project. Er werd op verschillende momenten overleg gepleegd met de overheid en afgestemd met andere partners (o.m. van de eerste lijn). De eerste globale doelstelling was om één behandelteam voor acute psychiatrische zorg (functie 2a) en zes teams voor langdurige psychiatrische zorg (functie 2b) in de diverse regio's op te starten vanaf 1 september 2011. De uitbouw van de mobiele teams (functie 2b) gebeurde in de diverse regio s: Tervuren, Aarschot, Diest, Leuven Minderbroedersstraat, Leuven Oude Baan en Tienen. Voor de acute zorg werd er een mobiel crisisteam (functie 2a) opgericht in Leuven. Dit mobiel crisisteam bevindt zich in het UZ Leuven - campus Gasthuisberg en is effectief werkzaam sedert 1 januari 2012. Het netwerk wordt eveneens ondersteund vanuit het Overlegplatform GGZ Vlaams-Brabant via de detachering van 0,5 VTE procesbegeleiding naar het netwerk. 76
De GGZ-partners in de regio Halle-Vilvoorde kregen als antwoord op hun projectvoorstel tot op heden een code 2. Dit houdt in dat er financiering is voor 1 VTE (netwerkcoördinator), er voorlopig nog geen additionele middelen zijn voor het uitbouwen van mobiele teams en er geen toestemming is tot een herallocatie van middelen via de afbouw van bedden. De netwerkcoördinatie in de regio Halle-Vilvoorde wordt gerealiseerd door 2 personen die elk halftijds werken. Het netwerk krijgt ook ondersteuning van het Overlegplatform GGZ Vlaams- Brabant (Vlabo) via de detachering van 0,5 VTE procesbegeleiding. Ook de provincie Vlaams- Brabant draagt bij aan de creatie van dit GGZ-netwerk via een halftijds projectmedewerker. Ondanks het ontbreken van extra middelen wordt er in de regio wel gewerkt aan de uitbouw van netwerken en zorgcircuits door de realisatie van de 5 functies. Uitdagingen Ondanks inspanningen van de Vlaamse overheid, de provincie Vlaams-Brabant en de CGG's zelf, blijkt de achterstand van het ambulante GGZ-aanbod in de provincie nog niet weggewerkt. Er blijft een structureel tekort op vlak van de basisfinanciering. Hierdoor blijft de beschikbare capaciteit voor alle doelgroepen ondermaats. Tegelijkertijd is er een grote en toenemende zorgbehoefte. De vergrijzing, bijvoorbeeld, creëert een toenemende vraag van de woon- en zorgcentra en eerstelijnsdiensten naar meer expertise rond geestelijke gezondheidszorg. In de zorgregio s Aarschot, Diest en Tienen en in het Pajottenland is er een sterke vergrijzing. De spreiding van het hulpverleningsaanbod toont daarnaast een belangrijke scheeftrekking ten nadele van het arrondissement Halle-Vilvoorde Vilvoorde. Dit uit zich op verschillende gebieden: Gespecialiseerde hulp voor kinderen en jongeren, zoals kinderpsychiaters en kinderpsychiatrische diensten ontbreken er. Crisisopvang en psychiatrische thuiszorg zijn er te beperkt uitgebouwd. Er zijn in de regio nog structurele tekorten op het vlak van langdurige opvang, behandeling, nazorg en daghospitalisatie. Er is slechts 1 psychiatrisch ziekenhuis (Grimbergen). Zowel het aantal plaatsen beschut wonen als het aantal bedden in Psychiatrische Verzorgingstehuizen (PVT) zijn ondermaats in relatie tot het aantal inwoners en de grootte van het arrondissement. Nochtans zijn in het arrondissement de risicopopulaties die specifieke aandacht vragen sterk vertegenwoordigd: er zijn bijvoorbeeld meer kinderen en jongeren, meer alleenstaande ouders en meer niet-belgen dan gemiddeld in Vlaanderen. De CGG wensen in de toekomst de outreachfunctie naar de diverse doelgroepen, met inbegrip van kansengroepen en risicogroepen, verder uit te bouwen tot een structurele ondersteuning van de eerstelijnsdiensten, de woon- en zorgcentra en diverse andere sectoren. Enkel op die manier kunnen bepaalde doelgroepen (zorgmijders, alleenwonende ouderen, ouderen in woonen zorgcentra, multi-problemgezinnen e.d.) bereikt worden. Een versterking van de basiscapaciteit op tweedelijnsniveau is hiervoor essentieel. De provincie investeert De provincie Vlaams-Brabant investeert projectmatig in de ambulante geestelijke gezondheidszorg op vlak van diverse thema s: beeldvorming rond zelfdoding (bv.'scherven', 'Te Gek') psychiatrische thuiszorg 77
artikel 107 (bv. Wijkgezondheidscentrum, Similes en Vlabo) KOPP (Kinderen van Ouders met Psychiatrische problemen): ondersteuning implementatie in alle CGG's in de provincie logistieke ondersteuning van Vroegtijdige Detectie en Interventie Psychose (VDIP). Met deze initiatieven heeft de provincie ook de samenwerking binnen de sector geestelijke gezondheidszorg en met andere sectoren, zoals de eerstelijnsdiensten, de jeugdhulpverlening, de ouderensector, de voorzieningen voor personen met een handicap, gestimuleerd en gefaciliteerd. De ondersteuning van de uitbouw van het GGZ-netwerk Halle-Vilvoorde-Brussel door een procesbegeleider wordt gesubsidieerd als vernieuwend project in de welzijnssector (2011-2012). De provincie Vlaams-Brabant ondersteunt de werkgroep DENK (Door Ervaring Naar Kennis) van het Overlegplatform GGZ Vlaams-Brabant. Deze werkgroep is samengesteld uit GGZ-gebruikers die ervaringsinformatie verzamelen, aanbevelingen formuleren, deelnemen aan studiedagen en getuigenissen brengen vanuit eigen ervaringen. De provincie draagt bij aan de werking (ontwikkeling scholenmap, werkingskosten getuigenissen). Het project Portaalwebsite (2012) of promotie, preventie en vroegdetectie in de Vlaams- Brabantse geestelijke gezondheidszorg werd goedgekeurd door de provincie. Het project werd ingediend i.s.m. met de 2 GGZ-zorgnetwerken in Vlaams-Brabant en bevat zowel een luik gericht op professionals als een luik gericht op de inwoners van de provincie Vlaams-Brabant. Het CGG PassAnt, het CGG Vlaams-Brabant Oost, vzw Hestia en het CAW Hageland bouwen met steun van de provincie een antenne voor geestelijke gezondheidszorg uit te Landen (vernieuwend project 2011). PassAnt verzorgt in Landen de outreachende werking rond ouderen. 78
2.12. Conclusies De rapporten die in 2006 en 2009 door de provincie werden opgesteld, toonden aan dat de provincie Vlaams-Brabant qua welzijnsaanbod achterliep op de andere provincies. Vooral in Halle-Vilvoorde werd een structurele achterstand vastgesteld in bijna alle welzijnssectoren. Door de ligging in de schaduw van Brussel werd deze regio jarenlang stiefmoederlijk behandeld. Bovendien is de regio sterk versnipperd door de ligging rond Brussel en het ontbreken van een centrumstad. Dit bemoeilijkt een coherent beleid. Anderzijds is er ook vaak een gebrek aan initiatiefnemers en is het, door het hoge gemiddelde opleidingsniveau en de hoge tewerkstellingsgraad, moeilijk voldoende eerstelijnswerkers en verzorgenden te vinden. Door de hoge grond- en woningprijzen komt de inplanting van nieuwe voorzieningen of de uitbreiding van bestaande voorzieningen in het gedrang. Het vinden van huisvesting voor zwakkere groepen en de doorstroming naar de reguliere huisvestingsmarkt vanuit voorzieningen verlopen erg moeizaam. In het arrondissement Leuven concentreert het aanbod in de welzijnsvoorzieningen zich voornamelijk in Leuven, zodat ook het Hageland kan beschouwd worden als een regio met een achterstelling op het gebied van welzijnsaanbod. Welzijnsvoorzieningen in het Hageland kunnen niet profiteren van de aantrekkingskracht van een centrumstad, waar het aanbod aan cultuur, onderwijs, handelszaken en ook welzijnsvoorzieningen zich concentreert. Om heel de regio te bedienen moeten het aanbod en de middelen gespreid worden, waardoor er meerdere kleinschalige initiatieven zijn. Leuven draagt als centrumstad een grote verantwoordelijkheid voor de organisatie van een welzijnsaanbod voor een hele regio. De stad heeft ook een aantrekkingskracht voor mensen in problemen. Uit het voorgaande overzicht van de evoluties in de verschillende welzijnssectoren tussen 2006 en 2012 blijkt dat er de afgelopen jaren heel wat beweging is geweest. Op een aantal vlakken werd er duidelijk werk gemaakt van een inhaalbeweging en werden er substantiële investeringen gedaan of hervormingen doorgevoerd. In het algemeen welzijnswerk werden stappen gezet naar de gelijkschakeling van de basisfinanciering over de verschillende CAW's in Vlaanderen. De huidige reorganisatie zou de bestaande ongelijkheden moeten wegwerken. De herstructurering, die gepaard gaat met een nieuwe fusieoperatie, zal in de praktijk een serieuze inspanning vergen, maar het resultaat zou moeten zijn dat in elk werkingsgebied eenzelfde hulp- en dienstverleningsaanbod aanwezig is. Er zal daarbij rekening gehouden worden met de huidige onderbezetting in bepaalde regio's. Voor Halle-Vilvoorde moet er nog een stevige inhaaloperatie volgen. Wat de crisishulpverlening betreft, is het aanbod zowel voor kinderen, jongeren als volwassenen in de provincie beperkt en blijft de nood hoog. In 2013 zou de financiering van het crisisopvangcentrum Haven 21 volledig door de Vlaamse Gemeenschap moeten worden overgenomen, maar dit gaat niet gepaard met een uitbreiding van het aanbod aan residentiële opvang. In Halle-Vilvoorde is er ook geen enkel vluchthuis. Binnen de voorschoolse kinderopvang (0-3-jarigen) zien we in de provincie geen achterstand. Wel moet er hier rekening gehouden worden met de behoefte, die plaatselijk of regionaal kan verschillen. Het nieuwe kaderdecreet voorschoolse kinderopvang komt hieraan alvast tegemoet, omdat er niet langer wordt uitgegaan van een vaste norm (aantal plaatsen per 100 kinderen), maar van de behoefte aan kinderopvang binnen een gemeente of zorgregio. Het 'recht op kinderopvang' kan wel niet worden uitgevoerd zolang er geen dekkend aanbod is. De vraag is hoe men gaat vaststellen wat een dekkend aanbod is. Vlaanderen investeert in 2012 alvast 7 miljoen euro in de uitbreiding van het aanbod in de kinderopvang. 79
Het arrondissement Halle-Vilvoorde loopt duidelijk nog steeds achterop wat de buitenschoolse opvang (3-12-jarigen) betreft. Hierin is sinds 2006 weinig vooruitgang te merken. Wat de CKG's betreft is er pas sinds kort een lichte vooruitgang merkbaar, maar heeft de provincie ook nog het laagst aantal plaatsen. De situatie in de bijzondere jeugdbijstand (BJB) blijft zeer problematisch, alhoewel Vlaanderen ook in deze sector investeert (2 miljoen euro in 2011 en 1 miljoen in 2012). De hele provincie loopt achterop voor alle werkvormen (zowel residentieel als ambulant en mobiel), maar in het arrondissement Halle-Vilvoorde zijn de noden het grootst. In de ouderensector hinken de provincies Limburg en Vlaams-Brabant achterop voor de residentiële woonvormen (woonzorgcentra en serviceflats). Ook wat het aanbod dagverzorging betreft, bengelt de provincie Vlaams-Brabant onderaan. Voor kortverblijf en lokale dienstencentra blijven we onder het Vlaamse gemiddelde. Vooral in Halle-Vilvoorde blijkt het moeilijk voldoende lokale dienstencentra te realiseren. Zonder voldoende basisaanbod zal ook de uitbouw van woonzorgnetwerken moeilijk worden. Positief is wel dat er bij de programmatie rekening zal gehouden worden met het specifieke karakter van de regio's. Op het vlak van gezinszorg blijft Vlaams-Brabant een stuk onder het Vlaamse gemiddeld, maar de verschillen in de provincie zijn erg groot. In het arrondissement Halle-Vilvoorde blijkt het veel moeilijker om de programmatie ingevuld te krijgen dan in het arrondissement Leuven. In de gehandicaptensector moet de inhaalbeweging voor de historische achterstand voor onze provincie zeker nog verder gezet worden. Dit is minder het geval voor de zorgvormen die zowel naar kinderen als volwassenen zijn gericht (kortverblijf, plaatsing in gezinnen en thuisbegeleiding), maar des te meer voor de zorgvormen voor minderjarigen en meerderjarigen apart, vooral voor semi-internaat schoolgaanden, nursingtehuizen en dagcentra. Bovendien zijn er ook regionale noden, zoals een gebrek aan kortopvang in het arrondissement Leuven. De Vlaamse Regering heeft in 2011 een duidelijk engagement aangegaan om voor de periode 2012 tot 2014 een jaarlijks budget voor uitbreiding te voorzien in elke provincie. Ook werd de keuze gemaakt zoveel mogelijk middelen in te zetten op een persoonsvolgende wijze. Ook de gehandicaptensector is dus volop in beweging. Voor het ambulante aanbod in de geestelijke gezondheidszorg blijft er een structureel tekort op het vlak van de basisfinanciering, ondanks de geleverde inspanningen van de Vlaamse overheid, de provincie en de sector zelf. Ook hier loopt vooral het arrondissement Halle-Vilvoorde achterop, hoewel hier de risicogroepen meer vertegenwoordigd zijn (kinderen en jongeren, alleenstaande ouders, mensen van niet-belgische afkomst). Via de toepassing van artikel 107 van de ziekenhuiswet komt er een heroriëntatie van middelen vanuit residentiële zorg naar (ambulante) alternatieve zorgvormen. Uit het overzicht blijkt dat er vanuit de Vlaamse Overheid al verschillende stappen zijn gezet. In de afgelopen beleidsperiode heeft ook de provincie Vlaams-Brabant niet stilgezeten. Het bestuur heeft een eigen impulsbeleid op poten gezet om in verschillende sectoren initiatieven te stimuleren of te ondersteunen. Voor de voorzieningen uit de sectoren kinderopvang, bijzondere jeugdbijstand, personen met een handicap en ouderen en thuiszorg zijn bijkomende investeringsmiddelen en - reglementen uitgewerkt. Ook projectmatige ondersteuning werd geboden aan heel wat voorzieningen die hiaten in het aanbod willen opvullen. Daarnaast is innovatie een belangrijke pijler uit zowel het provinciale als het Vlaamse beleid. Met het reglement vernieuwende projecten maakt de provincie experimenteren mogelijk. De provincie Vlaams-Brabant heeft sterk ingezet op kwaliteitsbevordering (zie kaders De provincie investeert) en het ondersteunen van actoren tot uitvoering van Vlaamse beleidsmaatregelen. Op het vlak van opvoedingsondersteuning bijvoorbeeld verzorgt de provincie lezingen en plaatst boekenhuisjes met recente opvoedingsliteratuur in bibliotheken en in de consultatiebureaus. Een impulsreglement geeft lokale besturen een kleine financiële duw 80
in de rug om tijdens de week van de opvoeding activiteiten te organiseren in hun stad of gemeente. In 2012 schreven 45 van de 65 gemeenten hierop in. Op deze manier wordt het Vlaamse decreet tastbaar gemaakt voor lokale besturen en hun inwoners. Voor de sector personen met een handicap heeft de provincie Vlaams-Brabant ondersteuning geboden bij de uitwerking van een methodiek voor het opstellen van de meerjarenplanning. In de sector ouderen- en thuiszorgbeleid werkte de provincie mee aan een methodiek voor het meten van het welbevinden van bewoners in rusthuizen en de verbetering van de e-communicatie voor mantelzorgers. Voor en over alle sectoren heen werden sessies sociale plattegrond georganiseerd waarbij professionelen een overzicht krijgen van de recentste ontwikkelingen in alle welzijnssectoren en de gevolgen daarvan voor de organisaties waarbinnen zij werken. Tenslotte wil de provincie ook concrete initiatieven nemen om de huisvesting van welzijnsvoorzieningen te verbeteren in het licht van de hoge grond- en woningprijzen. Begin 2010 lanceerde de provincie Vlaams-Brabant daarom de actie sociale campussen. Momenteel participeren een 20-tal welzijnsvoorzieningen op 4 locaties aan de oprichting van een sociale campus (Halle, Dilbeek, Vilvoorde en Haacht/Tildonk). Naast een vergelijking van het aanbod, zou er echter meer onderzoek moeten komen naar de reële (regionale) noden. De hogere inkomens en het hogere opleidingsniveau maken bijvoorbeeld dat in de provincie Vlaams-Brabant en vooral in Halle-Vilvoorde meer welstand is, een betere gezondheid en minder hulpvragen. Tegelijkertijd zien we bijvoorbeeld dat allochtonen, die ook veel sterker aanwezig zijn in Halle-Vilvoorde, nog minder goed bereikt worden door professionele verzorgers. Ook de registratie van zorgvragen zou nog verder moeten uitgebreid worden. Over de sectoren heen is te merken dat het beleid meer en meer afgestemd wordt op de specifieke eigenheden en noden van de regio's. Tegelijkertijd is er een duidelijke tendens om meer intersectoraal te werken en af te stemmen. Hierdoor wordt een persoonsgebonden of vraaggestuurde, in plaats van aanbodgerichte, aanpak vaker mogelijk. De provincie heeft netwerken uitgebouwd over de verschillende sectoren heen en beschikt over een aangepast planningsinstrumentarium, en is daarom goed geplaatst binnen deze integrale aanpak een regiefunctie op te nemen. 81
3. Speerpunten om te investeren in welzijn In het dossier 'Investeren in Welzijn - Een analyse van het welzijnsaanbod' van 2009, worden drie speerpunten naar voor geschoven om de achterstelling op het vlak van welzijnsaanbod in Vlaams-Brabant weg te werken: 1) Investeren in infrastructuur, 2) Een Vlaams welzijnsbeleid in steden en landelijke regio's en 3) Een stimulerend beleid voor initiatiefnemers. Zoals uit de conclusies in het voorgaande hoofdstuk blijkt, hebben de Vlaamse Gemeenschap en de provincie Vlaams-Brabant de afgelopen drie jaren niet stil gezeten: beide overheden hebben geïnvesteerd en vooruitgang teweeg gebracht. Toch blijven de speerpunten uit 2009 onverkort van toepassing. Anno 2012 is wel een actualisering aan de orde. 3.1. Realiseren van de voorwaarden voor zorguitbreiding en -vernieuwing Het uitbreidingsbeleid verdient aanmoediging en verderzetting, v met nog meer klemtoon op die regio's die lager scoren dan het gemiddelde. Voor Vlaams-Brabant, en vooral de regio Halle- Vilvoorde, is dit geen overbodige luxe. Het brengen van de basiscapaciteit van het Vlaams- Brabantse welzijnsaanbod op het niveau van de andere provincies is een eerste belangrijke stap in het wegwerken van de achterstand. Het is tevens een noodzakelijke stap om kwaliteitsvolle ondersteuning in de eigen regio te garanderen, en om de programmatienormen in bv. de eerstelijnshulpverlening en de ouderenzorg te kunnen halen. Een capaciteitsuitbreiding hangt onlosmakelijk samen met mogelijkheden op het vlak van infrastructuur. Zoals gekend zijn de grondprijzen in de provincie Vlaams-Brabant bij de hoogste in Vlaanderen, evenals de huur- en aankoopprijzen van gebouwen. Voorzieningen binnen de welzijns- en gezondheidssector kunnen rekenen op VIPA-middelen (Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden) voor infrastructuurwerken. Hoewel de VIPAregelgeving op een aantal punten is geactualiseerd (bv. aankoop zonder verbouwing is al mogelijk, het aantal m² dat gesubsidieerd wordt is toegenomen) blijven er hiaten bestaan die ervoor zorgen dat opportuniteiten op het vlak van infrastructuur worden gemist 17. De VIPA-middelen worden niet gekoppeld aan de grond- en woningprijzen. Dit maakt het zeker in onze provincie extra moeilijk om investeringen in infrastructuur te realiseren. De VIPA-toelage dekt reeds lang geen 60% van de reële bouwprijs meer. Het probleem dat er geen financiële tegemoetkoming is voor de aankoop van bouwgrond blijft eveneens bestaan. De VIPAreglementering is ook nog sterk geënt op het principe dat de voorziening zelf bouwheer dient te zijn. Publiek-private samenwerking is mogelijk, maar enkel voor projecten die vanaf de conceptuele fase worden opgestart. Andere formules (bv. aankopen binnen een bestaand nieuwbouwproject voordat dit volledig gerealiseerd is) zijn niet voorzien waardoor soms kansen verloren gaan of de relatie met de verkoper moeizaam verloopt. Capaciteitsuitbreiding, kwaliteitsverbetering en innovatie van het aanbod vragen om soepele procedures en nieuwe ondersteuningsmodellen. In de regio's met de grootste tekorten, Halle- Vilvoorde en het Hageland, blijkt het vaak moeilijk om nieuwe initiatieven van de grond te krijgen. Door een kleiner aanbod zijn er minder potentiële initiatiefnemers. Bij bestaande voorzieningen waar de basiscapaciteit niet is ingevuld ontbreken vaak de nodige middelen om goede ideeën in de praktijk te brengen. Opstartsubsidies of renteloze leningen zouden een oplossing kunnen bieden. Lokale besturen zijn vaak van goede wil om een project te steunen, maar hun financiële draagkracht is beperkt. 17 Zie ook Dossier 'Investeren in welzijn 2009', p.57. 82
Om efficiënter en effectiever te kunnen werken zouden welzijnsinitiatieven kunnen samengebracht worden, naar analogie met de sociale bedrijvencentra waar sociale economieprojecten zich bundelen. Door het schaaleffect worden vaste kosten verminderd. Ook nieuwe en innovatieve projecten moeten kunnen beschikken over een betaalbare ruimte om te starten. Sociale of welzijnscampussen kunnen hieraan tegemoet komen. De samenwerking tussen voorzieningen en sectoren wordt hierdoor extra gestimuleerd. Investeringssubsidies (o.a. VIPA) aangepast aan nieuwe werkelijkheden zijn wenselijk. Een laatste drempel blijft het vinden van geschikt personeel. Er zijn de tekorten in knelpuntberoepen als verpleging, verzorging, maatschappelijk werk, psychiatrie... en een aantal andere oorzaken, zoals het mobiliteitsprobleem. De Vlaamse campagne zorgberoepen, actief ondersteund door de provincie, wil hier verandering in brengen. Het blijft ook belangrijk Vlaams-Brabanders te ondersteunen die zelf initiatieven nemen of zorg op zich nemen, zoals mantelzorgers, vrijwilligers, gastgezinnen, pleeggezinnen De provincie ondersteunt de mantelzorgverenigingen. Voor vrijwilligers is er de vacaturedatabank en een vrijwilligersverzekering. We richten ons ook specifiek naar senioren als vrijwilligers. 3.2. Vlaams welzijnsbeleid in steden en landelijke regio's Het Vlaams stedenbeleid gaat uit van de centrumsteden. In Vlaams-Brabant is maar één centrumstad erkend, namelijk Leuven, in andere provincies zijn dat er meerdere. Nochtans is ook de rand rond Brussel een erg verstedelijkte regio, maar aangezien de Rand in de invloedssfeer van Brussel gelegen is, wordt ze niet als dusdanig erkend. Het arrondissement Halle-Vilvoorde krijgt dus geen impulsen vanuit de middelen die verbonden zijn aan deze erkenning. Vilvoorde zou theoretisch in aanmerking kunnen komen om als centrumstad erkend te worden. De regio Vilvoorde kent problematieken (thuisloosheid, achterstand jongeren, armoede, fileproblematiek, ) die een centrumstad 'waardig' zijn. Dit kan een extra impuls geven. Ook Halle kent een grote aantrekking en vervult een centrumfunctie op het vlak van welzijn, tewerkstelling, onderwijs, recreatie enz. Tenslotte blijven ook de meer landelijke gebieden ten westen en zuidoosten van Brussel in de kou staan. In 2011 werden de dertien centrumsteden bezocht in het kader van het Stedenfonds. De resultaten van deze visitaties en de begeleidende synthesenota werden onlangs overgemaakt aan het Vlaams Parlement. Wat de selectie van steden betreft die in aanmerking komen voor het Stedenfonds, dienen volgens de commissie transparante criteria te worden gehanteerd die toelaten om objectief te beoordelen of steden al dan niet in aanmerking komen. De visitatiecommissie doet in haar syntheserapport ook het voorstel van een herberekening op basis van een nieuwe indicatorenset, in lijn met de objectieven van het Stedenfondsdecreet. Uit een recente bespreking in de Commissie voor Stedelijk Beleid blijkt echter dat de Vlaamse regering op korte termijn niet van plan is om de huidige werkwijze te wijzigen, wat voor de regio Halle- Vilvoorde zeker een gemiste kans is. Er is nog steeds weinig bekend over de uitwisseling van welzijnsvragen tussen de Rand R en Brussel. Het crisisopvangcentrum Haven 21 krijgt bijvoorbeeld veel vragen uit het Brusselse, maar omgekeerd doen OCMW's vaak een beroep op Brusselse diensten voor hun cliënten. Sommige Brusselse voorzieningen hebben een aanbod in de provincie en omgekeerd investeren Vlaams-Brabantse organisaties in de hoofdstad, bijvoorbeeld omdat er extra subsidies aan vast hangen. Vanuit Brussel en de Rand zijn er markant minder vragen bij de centrale registratie van de zorgvragen van personen met een handicap. Een beter zicht op de cliëntenstromen en zo ook de behoeften, zou kunnen leiden tot een betere aanpak van de bestaande achterstelling. In het arrondissement Leuven kennen we een landelijke regio, het Hageland, die met achterstelling te maken heeft. De inwoners van landelijke regio s zouden eveneens op een 83
bereikbare afstand een voldoende groot welzijnsaanbod moeten kunnen vinden. Zeker voor de eerstelijnsvoorzieningen is dit van essentieel belang. De provincie wil de Vlaamse regering daarom aanmoedigen om snel werk te maken van het plattelandsfonds, zoals in het regeerakkoord werd opgenomen. Kleinere gemeenten hebben vaak niet, zoals de grote steden, de nodige middelen om projecten te steunen. Het tweede Europese programma voor plattelandsontwikkeling (PDPOII) dat in 2007 van start ging, bood heel wat kansen voor een duurzame ontwikkeling van het platteland. Om optimaal op deze kansen in te spelen, heeft de provincie een provinciaal plattelandsbeleidsplan uitgewerkt. Eén van de prioriteiten is het versterken van basisvoorzieningen. Een aantal projecten zijn intussen opgestart (o.a. rond thuiszorg, dorpsnetwerken, intergenerationele ontmoeting). Algemeen zou het Vlaamse beleid in samenwerking met de provincies zich meer moeten afstemmen op de lokale of regionale noden. Het in kaart brengen van de diverse welzijnsvragen (cfr. het systeem van de Centrale Registratie van Zorgvragen van de sector personen met een handicap) kan een gebiedsgericht welzijnsbeleid bevorderen. Ook kunnen problemen die eigen zijn aan een bepaald gebied, slechts worden opgelost als de versnipperde bevoegdheden worden samengebracht om een gezamenlijke oplossing te vinden. In de netwerkvorming die hiervoor noodzakelijk is kan de provincie een rol spelen. 3.3. Rolverdeling provincies - Vlaanderen Wat zijn de perspectieven en welke rol kan de provincie in de toekomst verder vervullen op het vlak van het inhalen van de structurele achterstand inzake welzijn? Om tegemoet te komen aan de in het Witboek afgesproken principes wordt het provinciedecreet gewijzigd. De provincies zullen op het vlak van persoonsgebonden aangelegenheden bevoegdheden uitoefenen voor zover ze bij wet of decreet worden toegekend. De decreetgever kan voorzien dat de Vlaamse overheid en de provincies over de invulling van deze bevoegdheden afspraken maken in een bestuursakkoord. Vier bevoegdheden worden toegekend aan de provincies: het opstellen en onderhouden van de sociale kaart; het ondersteunen van de Vlaamse overheid, de lokale besturen en particuliere actoren inzake sociale planning; het stimuleren en ondersteunen van netwerken in de welzijns- en gezondheidssector; het voeren van een impulsbeleid overeenkomstig de bepalingen van de bestuursakkoorden. De samenwerking met de Vlaamse gemeenschap wordt dus intenser. Een goed samenspel tussen de rol van de provincie- die de vinger aan de pols houdt, innoveert en impulsen geeft- en de rol van de Vlaamse gemeenschap - die erkent en subsidieert - moet perspectief geven op een snellere én kwalitatieve invulling van de verscheidene welzijnsnoden in onze provincie. Naast een intensere samenwerking met de Vlaamse Gemeenschap blijft de provinciale ondersteuning van lokale besturen en initiatiefnemers belangrijk. Als streekbestuur is de provincie ideaal geplaatst om actoren te verenigen, te stimuleren tot overleg en samenwerking (een conditio sine qua non in het licht van de vermaatschappelijking van de zorg), aan deskundigheidsbevordering en ervaringsuitwisseling te doen en om op regionale schaal te plannen en impulsen te geven. 84
Het welzijns- en gezondheidsbeleid wordt meer gestoeld op het principe van de 'vermaatschappelijking van de zorg': de zorgtaken moeten in eerste instantie en zo lang mogelijk plaatsvinden dicht bij de zorgvrager, vooraleer naar gespecialiseerde en residentiële zorg wordt overgeschakeld. Ondersteuning van vrijwilligers en mantelzorgers, outreachtende en mobiele werkvormen komen op de voorgrond, evenals een doorgedreven samenwerking tussen sectoren (ontschotting). De provincies kunnen door hun schaalgrootte en netwerk hierin een belangrijke rol spelen. 85
4. Vooruitblik Met dit dossier 'Investeren in Welzijn 2012' wil de provincie Vlaams-Brabant de achterstand in de welzijnssector in Vlaams-Brabant en specifiek in het arrondissement Halle-Vilvoorde in kaart brengen. De provincie reikt zo de Vlaamse Regering de hand om de intentie uit het Vlaamse regeerakkoord 2009-2014, geciteerd in de inleiding van het dossier, te helpen waarmaken. Zowel de Vlaamse als de provinciale overheid investeren substantieel in welzijn: de provincie Vlaams-Brabant via haar impulsbeleid en de Vlaamse Regering middels uitbreidingsrondes en reorganisaties in verschillende welzijnssectoren. Over de periode 2006-2012 stellen we vast dat in de provincie Vlaams-Brabant een inhaalbeweging is ingezet. Tegelijk constateren we nog ernstige achterstanden in bepaalde sectoren, het ergst in de bijzondere jeugdbijstand, en vooral in het arrondissement Halle- Vilvoorde en in het landelijke Hageland. Er is dus nog een weg af te leggen. In verschillende beleidsteksten met betrekking tot welzijn merken we een verhoogde aandacht voor regionale spreiding en invulling van regionale noden. Als provincie juichen we dit toe. De ene provincie of regio is immers de andere niet. In tijden waarin de middelen schaars zijn en efficiëntie en effectieviteit voorop staan, is een goede afstemming tussen vraag en aanbod aangewezen. Door de Vlaamse interne staatshervorming komt de klemtoon meer te liggen op het lokale/regionale niveau. Zo krijgen de lokale besturen meer welzijnsbevoegdheden (o.a. rond kinderopvang, planning ouderenvoorzieningen). Ook de rol van de provincies verandert. De nieuwe taakverdeling stelt ons voor de uitdaging om met alle betrokken overheden te zorgen voor een meerwaarde op het vlak van welzijn voor alle inwoners in Vlaams-Brabant. 86
Steunpunt sociale planning Dienst welzijn en gezondheid Provincie Vlaams-Brabant Info Tel. 016-26 77 87 www.vlaamsbrabant.be/investereninwelzijn welzijn.gezondheid@vlaamsbrabant.be D/2012/8495/15 Investeren in welzijn Een analyse van het welzijnsaanbod 2006-2012 www.vlaamsbrabant.be/socialeplanning