VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 5/02/2013

Vergelijkbare documenten
VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 8/2/2010

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 8/2/2010. Regionale verschillen in arbeidsvraag en arbeidsaanbod

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 5/10/2009

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 9/03/2009. Evaluatie van het nieuwe werkervaringsprogramma

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 12/12/2013

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT - 15/10/2014 DE MORFOLOGIE VAN HET PWA-STELSEL

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 3/5/2013 ARBEIDSMARKTGERICHTE OPLEIDINGSINCENTIVES VOOR WERKENDEN

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT, 5/10/2009

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 12/11/2012

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 7/11/2013

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT - 15/10/2014 BEGELEIDING OP DE WERKVLOER PARTICIPATIEF DOORGELICHT

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT, 6/5/2010

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 18/10/2011

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 14/06/2013 VERSTERKING VAN HET ARBEIDSVOLUME IN HET K ADER VAN VIA IV

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 12/12/2013

Competentieversterking tijdens periodes van inactiviteit : een analyse van oorzaken van succes of falen en voorstellen ter remediëring

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 9/10/2012

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 30/10/2015

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 3/5/2013

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT - 15/10/2014 DIENSTENCHEQUE-ONDERNEMINGEN ONDERZOCHT

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 24/4/2012

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 20/07/2011

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 12/12/2013

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT - 30/10/2015 HET LEERRENDEMENT VAN OPLEIDINGEN BINNEN HET DOMEIN WERK

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT 15/07/2016. De Vlaamse deeleconomie onderzocht

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT 14/05/2018. E-learning in Vlaanderen

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 30/10/2015

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT - 24/03/2015

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT, 3/2/2011

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT, 8/2/2010

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 5/02/2013 EVC VANUIT BEDRIJFSPERSPECTIEF

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 14/05/2018. Evaluatie Vlaams doelgroepenbeleid

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 24/03/2015

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT 11/10/2018. Techniek Tien jaar later: loopbaanpaden en -uitkomsten van STEM-studenten

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 1/2/2011

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 15/05/2017. Activering van leefloongerechtigden via tijdelijke werkervaring

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 15/07/2016. Leerstoel Arbeidsmarktdynamiek

Duurzaam ondernemen zichtbaar en doenbaar maken in Vlaanderen

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT, 4/7/2012

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 11/10/2017. Tussentijdse evaluatie van het Non-discriminatie-beleid

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT 14/05/2018. Terugverdieneffecten van het dienstenchequestelsel

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT 03/11/2016. Wijzigingen in jobs, vacatures en vaardigheden

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT, 9/03/2009. Klimaat en werkgelegenheid

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT 19/10/2018. Nieuwe meerwaardeketens kwantitatief in kaart gebracht

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 15/05/2017

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 11/10/2017. Tussentijdse evaluatie van het Focus op Talent-beleid

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT 19/10/2018. Personen met een arbeidshandicap - hefbomen voor een hogere werkzaamheidsgraad

VIONA-OPROEP VOOR EEN STUDIEOPDRACHT 19/10/2018. Digitale transformatie op bedrijfsniveau

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 01/08/2016. Leerstoel Migratie, integratie en arbeidsmarkt

Vlaamse overheid. Departement Landbouw en Visserij. Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling. Aanvraagformulier

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 7 februari 2017;

Sectorconvenant tussen de Vlaamse Regering en de sociale partners van de naam sector (PC sector)

Aanvraag subsidie demonstratieproject

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de subsidiëring van projecten ter uitvoering van het actieplan Clean power for transport

Advies 71bis :37 Pagina 1. ADVIES 71bis STEUNPUNTEN BELEIDSRELEVANT ONDERZOEK. Voorontwerp van WIJZIGEND besluit

Subsidies voor bijkomende projecten ten gunste van jongeren die tot bepaalde risicogroepen behoren tussentijds verslag

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

VR DOC.1207/1

Strategisch arbeidsmarktonderzoek. Vlaanderen

Projectoproep Kankerplan Actie 24 : Wetenschappelijke analyse in de onco-geriatrie

DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE en SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

Infosessie Capaciteitsopbouw van docenten hoger onderwijs over klimaateducatie. Hendrik Consciencegebouw 13 september om uur

Situering en aanleiding (1)

DE VLAAMSE RUIMTELIJKE PLANNINGSPRIJS 2014 Een initiatief van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning Met steun van de Vlaamse Regering

Vlaamse Regering. Addendum. bij het. Protocol van samenwerking

1. PROJECTINDIENING. Naam: Adres: Rechtsvorm: Doel en werking: BTW-plichtig: JA / NEEN BTW-nummer: Contactpersoon instelling Functie:

Sterk door overleg. Adviesfunctie

AKKOORD TUSSEN DE REGERING VAN DE STAAT ISRAËL DE VLAAMSE REGERING INZAKE DE SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN ONDERZOEK EN ONTWIKKELING IN DE INDUSTRIE

Stuurgroep duurzame ontwikkeling landbouw en voeding Aanvraagformulier Action lab projecten

VR DOC.0282/1BIS

Bestek Participatiemethoden met kinderen en jongeren. Uiterste datum indienen offertes 6 december 2010

Oproep Steunpunt Toetsontwikkeling en Peilingen Informatiesessie 19 juni 2017

Reglement met betrekking tot de gekwalificeerde uitstroom uit het leerplichtonderwijs.

Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de cofinanciering van onderzoek en ontwikkeling in het kader van overheidsopdrachten

Subsidies voor mobiliteitsprojecten en actieprogramma s

Advies. Ervaringsfonds - aanvraagprocedures. Brussel, 6 juli 2015

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Administratie Land- en Tuinbouw. Afdeling Duurzame Landbouw. Aanvraagformulier. Demonstratieprojecten 2005

Call for ideas: sollicitatiefeedback

praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek

Bestek Evaluatie Youth in Action. Uiterste datum indienen offertes 19 januari 2012

Besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2019 (BS ) houdende de toekenning van een subsidie aan pools gezinsopvang

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

Aanvraagformulier Subsidie Wetenschappelijk Fonds NVFB

VR DOC.0161/1

Projectindiening. demonstratie- en disseminatieproject. duurzame technologieën op vlak van WATER OPROEP 4. Concepten voor efficiënt waterbeheer

nr. 269 van AXEL RONSE datum: 23 januari 2017 aan PHILIPPE MUYTERS Arbeidsmarkt - Knelpuntberoepen en competenties

Advies. Aanwervingsstimulans: perspectief voor langdurig werkzoekenden. Brussel, 12 december 2016

Algemene principes van de uitvoering van een project en de verslaggeving

Aanvraag tot aanpassing van de lijst. Koen De Smet, Eva D Haese, Frédéric Lecomte, Sigrid Mulier, Valérie Noblesse

Algemene principes van de uitvoering van een project en de verslaggeving

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT,

ADVIES OVER HET VOORONTWERP VAN BESLUIT HOUDENDE DE INSTELLING VAN EEN FINANCIERINGSKANAAL VOOR HET BASISONDERZOEK IN VLAANDEREN

Vlaamse regering DE VLAAMSE REGERING,

Vlaamse Regering. Addendum. bij het. Protocol van samenwerking

Vlaamse Regering. Addendum. bij het. Protocol van samenwerking

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus Brussel

Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Administratie Land- en Tuinbouw. Afdeling Duurzame Landbouw

Transcriptie:

VIONA-OPROEP VOOR EEN ONDERZOEKS- EN ONTWIKKELINGSOPDRACHT 5/02/2013 OORZAKEN VAN HET NIET UITSTROMEN NAAR WERK NA HET VOLGEN VAN EEN BEROEPSSPECIFIEKE OPLEIDING 1. Probleemstelling Vlaanderen evolueert in ijltempo richting knelpunteconomie. Zelfs de crisis heeft weinig veranderd aan de hardnekkige knelpuntenproblematiek. De vergrijzing verscherpt nog de tekorten op de arbeidsmarkt.. De gemiddelde leeftijd van de werknemers in veel klassieke knelpuntsectoren ligt immers relatief hoog. Bovenop de tekorten die werkgevers vandaag al ervaren, komt er dus een groeiende vervangingsvraag. De problematiek van de knelpuntberoepen wordt het komende decennium een bijzonder grote uitdaging voor de Vlaamse arbeidsmarkt. Daartoe is het belangrijk dat de VDAB opleidingen aanbiedt die maximaal inspelen op de huidige en toekomstige noden van de arbeidsmarkt. De uitstroom naar werk na competentieversterkende acties stabiliseerde in 2012 rond 65-66%. De doelstelling in het Jaarlijks Ondernemingsplan is 70%. Kwantitatieve gegevens over het al dan niet uitstromen naar werk zijn gekend. Wat ontbreekt is een kwalitatief onderzoek naar de redenen van het niet uitstromen naar werk na het volgen van een beroepsspecifieke opleiding. De bevraging van ex-cursisten en werkgevers (juni 2010-mei 2011) is te beperkt en kent een te lage respons om significante uitspraken te doen op het niveau van opleiding. Een bijkomend onderzoek zou dieper kunnen graven, eventueel met een focus op die opleidingen die weinig uitstroom opleveren. 2. Onderzoeksvragen A. Vragen gericht aan de ex-cursist: Hoe komt het dat de ex-cursist nog niet aan het werk is? Ondersteunt de opleidingsverstrekker de cursist in zijn zoektocht naar werk? Is de ondersteuning voldoende? Werd de ex-cursist verwezen op concrete vacatures na het einde van de opleiding? Werd er een sollicitatietraining aangeboden? Werd er een stageplaats aangeboden tijdens de opleiding? Welke ondersteuning ontbreekt eventueel om zijn kansen op de arbeidsmarkt nog te vergroten? Solliciteert de ex-cursist wel voldoende (voldoende gemotiveerd). Via welke kanalen zoekt de ex-cursist werk (VDAB website, ander sites, eigen netwerk, VDAB 1

consulent, )? Zijn er andere, niet- arbeidsmarktgerelateerde, oorzaken voor het niet vinden/ niet zoeken naar werk (mobiliteit, kinderopvang, )? Zoekt de ex-cursist werk in de richting van het beroep? Zo ja: Zijn er onvoldoende werkaanbiedingen voor dat beroep? Zijn er nog selectieprocedures lopende? Zo nee: Waarom wil de cursist niet meer werken in het aangeleerde beroep? Zijn er onvoldoende tewerkstellingskansen? Zijn de arbeidsvoorwaarden ongunstig? Volstaat de aangeleerde vakkennis niet? Vereist de werkgever technische competenties die niet werden aangeleerd tijdens de opleiding? B. Vragen gericht aan werkgevers waar ex-cursist niet werd aangeworven (na stage of sollicitatie) Wat is de reden dat de ex-cursist niet werd aangeworven bij een sollicitatie of na een stage? Welke vakkennis ontbreekt? Hoe kunnen we de opleiding bijschaven zodat excursisten meer voldoen aan de verwachtingen van de werkgevers. Welke competenties ontbreken? Als de ex-cursist al heeft gewerkt sinds het beëindigen van de opleiding, waarom is de tewerkstelling dan beëindigd? C. Veralgemeenbaarheid Het onderzoek dient te leiden tot een hanteerbaar en aan de administratie op te leveren instrument om de oorzaken van het niet uitstromen naar werk ook later en/of in andere contexten dan knelpuntopleidingen te evalueren. 3. Beleidsrelevantie De problematiek van de knelpuntberoepen wordt het komende decennium een bijzonder grote uitdaging voor de Vlaamse arbeidsmarkt. Daartoe is het belangrijk dat de VDAB opleidingen aanbiedt die maximaal inspelen op de huidige en toekomstige noden van de arbeidsmarkt. De gemiddelde kost voor het volgen van een opleiding ligt hoog. Er moet dan ook een grote effectiviteit tegenover staan. Inzicht krijgen in de oorzaken van het niet uitstromen naar werk moet het beleid helpen om maatregelen te nemen die de aansluiting tussen opleiding en tewerkstelling verbetert. De VDAB beschikt over een kwantitatieve uitstroommeting naar werk : via Dimona-gegevens wordt nagegaan wie 6 maanden na het beëindigen van een opleiding al dan niet aan het werk is. De kwantitatieve effectmeting die naging of de ex-cursisten al dan niet werken in het aangeleerde beroep levert onvoldoende gedetailleerde informatie op om individuele opleidingen of opleidingsvormen bij te sturen. Complementair hiermee is er nood aan een kwalitatief onderzoek naar de oorzaken van het niet uitstromen naar werk, een peiling zowel bij ex-cursist als werkgever. 2

. 4. Timing Projectvoorstellen moeten uiterlijk op maandag 25 februari 2013 om 14 u worden ingediend. De Stuurgroep VIONA zal in de loop van de maand maart een advies formuleren over het te gunnen project aan de Vlaamse Minister bevoegd voor Werk. De projectindieners zullen in de eerste helft van de maand april worden geïnformeerd over de beslissing van de minister. 5. Kandidaatstelling Projectvoorstellen bevatten een inhoudelijk en een financieel onderdeel en beantwoorden aan de richtlijnen die u in bijlagen bij de oproep vindt. In die bijlagen vindt u tevens informatie over de selectiecriteria en -procedure en over de financiële en administratieve opvolging van het project. 6. Informatie Informatie over deze opdracht kan u krijgen bij de heer Raf Boey, Departement Werk en Sociale Economie (02/553 09 54, raf.boey@wse.vlaanderen.be). 3

Bijlage 1 bij VIONA-projectoproepen voor onderzoeks- en ontwikkelingsopdrachten SITUERING EN GUNNINGSPROCEDURE 1. HET VIONA-ARBEIDSMARKTONDERZOEKSPROGRAMMA Het initieel opzet en doel van VIONA (Vlaams Interuniversitair Onderzoeksnetwerk Arbeidsmarktrapportering) werd destijds binnen het VESOC en in het kader van de Vlaamse werkgelegenheidsconferentie in het protocol van 17 maart 1993 als volgt vastgelegd: - Het verwerven van wetenschappelijke betrouwbare kennis over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt opdat men verantwoorde beleidskeuzes kan maken (vaststellen, registreren en onderzoeken van de ontwikkelingen op de Vlaamse arbeidsmarkt teneinde het arbeidsmarktbeleid in Vlaanderen de nodige wetenschappelijke ondersteuning aan te bieden). - Een impuls geven aan wetenschappelijk onderzoek (komen tot een geïntegreerde en gecoördineerde aanpak van het beleidsgericht wetenschappelijk onderzoek op het domein van de arbeidsmarkt). Naar aanleiding van een nieuwe oproep voor de steunpunten beleidsrelevant onderzoek in 2011 (die leidde tot o.m. de erkenning van het nieuwe Steunpunt WSE), werd het model voor strategisch arbeidsmarktonderzoek in Vlaanderen ( Vlaams Programma Strategisch Arbeidsmarktonderzoek ) begin 2012 hertekend. Onder de adviserende bevoegdheid van de Stuurgroep VIONA respectievelijk de Stuurgroep Steunpunt WSE lopen twee complementaire initiatieven: het VIONA-arbeidsmarktonderzoeksprogramma en de werkpakketten binnen de vier thematische onderzoekslijnen (Arbeidsmarktmonitoring, Activerend Arbeidsmarktbeleid, Sociale Economie en Transitionele Loopbanen) van het Steunpunt Werk en Sociale Economie. Verder wordt ook onderzoek betreffende de overgang van onderwijs naar arbeidsmarkt van het Steunpunt Studie- en Schoolloopbanen en ander relevant strategisch arbeidsmarktonderzoek maximaal ontsloten binnen het Vlaamse programma. Binnen dit model worden de VIONA-middelen doorheen het jaar en op meerdere tijdstippen ingezet voor het uitbesteden van studieopdrachten (SO) of onderzoeks- en ontwikkelingsopdrachten (O&O) met het oog op wetenschappelijke ondersteuning van het werkgelegenheidsbeleid. Op het programma Werkgelegenheid is in 2013 in het kader van het VIONAarbeidsmarktonderzoeksprogramma 373.000 beschikbaar voor SO en O&O-opdrachten. Die opdrachten zijn complementair aan de opdrachten die het Steunpunt WSE opneemt. De projectoproepen in het kader van het VIONA-arbeidsmarktonderzoeksprogramma worden beheerd door het departement Werk en Sociale Economie. De Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, de heer Philippe Muyters, keurt -rekening houdend met het advies van de Stuurgroep VIONA- de VIONA-oproepen en -projecten goed. 4

2. MODALITEITEN EN GUNNINGSPROCEDURE 2.1 De deelnemers Oproepen voor onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten (O&O-projecten) staan open voor onderzoekers en onderzoeksgroepen uit de universiteiten en hogescholen én voor andere (onderzoeks)instellingen. 2.2 De projectvoorstellen Een projectvoorstel dient deze elementen te bevatten: 1) titel van het O&O-project 2) vermelding van de promotor(en): naam, instelling, onderzoekseenheid, contactadres, telefoonnummer en e-mailadres 3) een uitgebreide omschrijving van het projectvoorstel, dat met inbegrip van het tijdspad (zie 4)* én de begroting (zie 5)*, maximaal 10 pagina s mag bedragen; in bijlage wordt een bondige omschrijving van het O&O-project toegevoegd (max. 2 blz.) 4) *een gedetailleerd tijdschema 5) *een financieel plan per kalenderjaar en een verduidelijking van de additionele financiering (facultatief); de financiering van onderzoeks- en ontwikkelingsopdrachten door VIONA bedraagt altijd minder dan 200.000 euro (exclusief BTW) Voor deze onderzoeksopdracht wordt als richtprijs een bedrag van maximaal 75.000 euro (inclusief overhead en/of BTW) vooropgesteld. Overeenkomstig een beslissing van de FOD Financiën d.d. 28 oktober 2009 vallen de VIONA-onderzoeks- en ontwikkelingsovereenkomsten buiten de werkingssfeer van de BTW. 6) een beschrijving van de wijze waarop de resultaten zullen worden gevaloriseerd en bekend gemaakt; in de begroting moet expliciet een bedrag voor de valorisatie worden voorzien 7) een beknopt curriculum vitae van de onderzoeksverantwoordelijken (max. 3 blz. per persoon), met vermelding van de relevante lopende onderzoeksprojecten (met naam van de financierende organisatie en einddatum van het onderzoeksproject) en de vijf belangrijkste publicaties. 2.3 Evaluatie en selectie van de projectvoorstellen De ingediende voorstellen worden beoordeeld op hun beleidsmatige relevantie. De beoordeling van de beleidsmatige relevantie gebeurt door de Stuurgroep VIONA. Die Stuurgroep bestaat uit de volgende stemgerechtigde leden: de Vlaamse regering (afgevaardigden van de Vlaamse Minister bevoegd voor Werk en de Vlaamse Minister bevoegd voor Sociale Economie), de sociale partners (ABVV, ACV, ACLVB, VOKA, UNIZO en BB) en het Vlaamse departement Werk en Sociale Economie. De evaluatie en selectie verlopen als volgt: - de stemgerechtigde stuurgroepleden krijgen alle projectvoorstellen toegestuurd en scoren de projectvoorstellen op basis van vier criteria (aansluiting bij de onderzoeksvragen uit de oproep, helderheid van de aanpak en de planning, beleidsrelevantie en kwaliteit van de valorisatievoorstellen); 5

- de stuurgroepleden drukken over elk projectvoorstel een globaal oordeel uit in één eindscore gaande van A tot C: A: zeer goed, met daarbinnen een kopgroep (A1), ter onderscheiding van andere zeer goede projecten (A2) B: goed, met daarbinnen ook weer een onderscheid tussen B1 en B2 C: onvoldoende Bovendien staat het de stuurgroepleden vrij om bij elk projectvoorstel, ongeacht de score, suggesties voor bijsturing te formuleren. Enkel projectvoorstellen met een gemiddelde score B+ of meer worden tijdens de eerstvolgende vergadering van de Stuurgroep VIONA besproken. De Stuurgroep beslist tijdens de vergadering en rekening houdend met de beleidsscore welk voorstel ze aan de minister voor gunning adviseert. Projectvoorstellen kunnen een hoger gewicht krijgen al naargelang de geplande valorisatie-initiatieven. Voor dringende beleidsvragen kan de Stuurgroep ook via een schriftelijke procedure selecteren. Het best gekwalificeerde projectvoorstel met een gemiddelde score van minstens B+ wordt dan voor gunning aan de minister geadviseerd. Indien de minister akkoord gaat met het advies, wordt het projectvoorstel gegund volgens de regels van de overheidsopdrachten. 2.4 Kandidaatstelling De projectvoorstellen dienen het departement Werk en Sociale Economie elektronisch via mail (Word) (ann.vandencruyce@wse.vlaanderen.be + raf.boey@wse.vlaanderen.be + johan.troch@wse.vlaanderen.be) én in drie schriftelijke niet-ingebonden versies uiterlijk te bereiken op het tijdstip vermeld in de oproep. De schriftelijke niet-ingebonden versies worden geadresseerd ter attentie mevrouw Ann Van den Cruyce, afdelingshoofd afdeling Werkgelegenheidsbeleid, departement Werk en Sociale Economie, Ellipsgebouw, Koning Albert II-laan 35 bus 20, 1030 Brussel. 6

Bijlage 2 bij VIONA-projectoproepen voor onderzoeks- en ontwikkelingsopdrachten FINANCIEEL PLAN EN RAPPORTERING In deze bijlage worden de richtlijnen voor de budgetplanning van projectvoorstellen en de inhoudelijke en financiële rapportering door de promotoren toegelicht. 1. KWALIFICATIE VAN DE OPDRACHT Binnen het VIONA-onderzoeksprogramma maken we een onderscheid tussen twee soorten dienstenopdrachten, nl. studieopdrachten en O&O-opdrachten. Deze oproep betreft een O&O-opdracht. Bij O&O-opdrachten in antwoord op arbeidsmarktvraagstukken verwachten we van de opdrachtnemer een analyse van een algemeen geformuleerd probleem of domein binnen een lange of middellange termijn met het oog op het verhogen van innovatieve kennis in dat onderzoeks- en beleidsveld. De financiering van O&O-opdrachten door VIONA bedraagt altijd minder dan 200.000 euro. Voor deze onderzoeksopdracht wordt als richtprijs een bedrag van maximaal 75.000 euro (inclusief overhead en/of BTW) vooropgesteld. 2. FINANCIËLE PLANNING EN RAPPORTERING In het financieel plan en de financiële rapportering van VIONA-projecten maken we een onderscheid tussen drie soorten kosten. - Loonkosten wetenschappelijk personeel: raming in het financieel plan op basis van geschatte onderzoekersmaanden en bij afrekening op basis van bewijsstukken van de personeelskost voor wetenschappelijk personeel dat daadwerkelijk werd ingezet op het project. - Persoonsgebonden werkingskosten: werkingsmiddelen, administratieve ondersteuning en universitaire overhead. De persoonsgebonden werkingskosten worden forfaitair begroot en afgerekend op maximaal 33% van respectievelijk de begrote en de reële personeelskosten wetenschappelijk personeel en omvat de overhead van maximum 10% die de universiteiten gewoonlijk aanrekenen. - Projectspecifieke werkingskosten: exceptionele en projectspecifieke werkingsmiddelen (bv. kosten voor een grootschalige survey (postenquête, webbevraging, ), kosten buitenlandse studiereis, ). Het betreft uitzonderlijke kosten waarvoor een specifiek budget moet worden uitgewerkt. Die kosten zijn inherent aan de opdracht en zijn altijd te bewijzen. Ze worden in detail begroot in het voorstel en afgerekend op basis van bijhorende bewijsstukken. 7

Bij de afrekening wordt de mogelijkheid voorzien van een transfer van de persoonsgebonden werkingskosten naar de loonkosten wetenschappelijke personeel ten bedrage van maximum 10 % van de oorspronkelijk voorziene werkingsmiddelen en dit op voorwaarde dat het globaal aanvaarde projectbudget behouden blijft. Bv.: voor een VIONA-project met een aanvaarde projectbegroting van 99.750 euro bestaande uit 75.000 euro aan personeelskosten en 24.750 euro (33% van 75.000 euro) aan werkingskosten, mag maximaal 2.475 euro worden getransfereerd van de werkingsmiddelen naar de personeelskosten. Op die manier kunnen hogere personeelskosten dan begroot worden opgevangen, bijvoorbeeld na aanwerving van een meer gekwalificeerde en ervaren onderzoeker dan aanvankelijk verhoopt. De opdrachtnemer zal aan de opdrachtgever na afloop van het project (dit is de einddatum in het contract) een financiële eindrapportering (schuldvordering met kopie van de gevraagde bewijsstukken) bezorgen. Tussentijdse uitbetaling is enkel mogelijk voor projecten die meer dan 12 maanden doorlooptijd in beslag nemen en gebeurt op basis van een tussentijdse financiële en inhoudelijke rapportering. De tussentijdse financiële rapportering (schuldvordering met kopie van de gevraagde bewijsstukken) moet na afloop van de eerste fase aan de opdrachtgever worden bezorgd. Indien het onderzoek door meerdere instanties wordt uitgevoerd, treedt één instantie op als opdrachtnemer. De opdrachtnemer moet alle facturen en interne verrekeningen bundelen en bij de opdrachtgever indienen. Voor de loonkosten wetenschappelijk personeel moeten bij de betalingsaanvraag de namen worden vermeld en worden gestaafd d.m.v. loonfiches (indien intern personeel) of facturen én betalingsbewijzen (indien extern personeel). Uitsluitend kosten gemaakt binnen de uitvoeringsperiode, die is bepaald in de overeenkomst, worden aanvaard. 3. INHOUDELIJKE RAPPORTERING De opdrachtnemer zal aan de opdrachtgever na afloop van het project (dit is de einddatum in het contract) een inhoudelijke eindrapportering bezorgen, samen met een Nederlandse én Engelstalige samenvatting. Het concept van eindrapport wordt besproken op en goedgekeurd door de werkgroep die belast is met de opvolging van het VIONA-project. De Nederlandse samenvatting (met opzet, bevindingen, aanbevelingen en valorisatie) telt minimaal 2 en maximaal 5 bladzijden. De Engelstalige samenvatting telt een 2-tal bladzijden. Van het eindrapport en van de samenvatting wordt ook een elektronische versie geleverd met het oog op de mogelijke verspreiding via de VIONA-website. Van dit inhoudelijke eindrapport worden vijftig gedrukte exemplaren aan het Departement WSE bezorgd. De opdrachtnemer verbindt er zich toe, tegelijkertijd met de indiening van het eindrapport, de voorgeschreven samenvattingen van het onderzoeksproject te bezorgen. 8

In het geval van tussentijdse uitbetaling moet een tussentijdse inhoudelijke rapportering samen met een financieel rapport na afloop van de eerste fase van het project aan de opdrachtgever worden bezorgd. In die tussentijdse inhoudelijke rapportering dienen ook eventuele bijsturingen in het project te worden weergegeven. Deze rapportering wordt verspreid aan al de leden van de werkgroep die belast is met de opvolging van het VIONAproject. De verspreiding gebeurt via het VIONA-secretariaat. 4. CONTACTPERSONEN Financiële en inhoudelijke rapporten moeten worden ingediend op het volgende adres, op de wijze zoals hierboven beschreven: Vlaams Ministerie van Werk en Sociale Economie Departement Werk en Sociale Economie Afdeling Werkgelegenheidsbeleid t.a.v. mevrouw Ann Van den Cruyce (afdelingshoofd) Koning Albert II-laan 35, bus 20-16de verdieping 1030 Brussel Inhoudelijke vragen over de concrete opdracht: Informatie over deze opdracht kan u krijgen bij de heer Raf Boey, Departement Werk en Sociale Economie (02/553 09 54, raf.boey@wse.vlaanderen.be). Contactpersoon m.b.t. de procedure en inhoudelijke en financiële rapportering: Departement Werk en Sociale Economie, Koning Albert II-laan 35, bus 20-16de verdieping, 1030 Brussel Johan Troch, tel. 02-553 44 18 9