Duizelingwekkende combinaties

Vergelijkbare documenten
Inductief én deductief analyseren bij kwalitatief onderzoek: het geheel is meer dan de delen

Reconstructie van de gefundeerde-theoriebenadering

Voor de sanctie-uitvoering

Theorie toetsen in kwalitatief onderzoek

KWALON Conferentie 13 december Methodenleer aan de universiteit: ontwerpen, uitvoeren en reflecteren. Inge Bleijenbergh

Seminarie kwalitatieve onderzoeksmethoden

Palliatieve Zorg. Onderdeel: Kwalitatief onderzoek. Naam: Sanne Terpstra Studentennummer: Klas: 2B2

Bijeenkomst afstudeerbegeleiders. 13 januari 2009 Bespreking opzet scriptie

Take-home toets: Kwalitatief onderzoek

Culture, Organization and Management Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Sociale Wetenschappen - P Culture Organization and Management -

De Grounded Theory Approach: een update

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Scriptiegroep. Bijeenkomst 08

Methodologie. NWO promotiebeurs leraren. dr Frits van Engeldorp Gastelaars docent Hora est! Promoveren kun je leren (Erasmus Academie)

Onderzoeksontwerp. Module 1 (29 sept 2015) Jac Christis en Annet Jantien Smit

Onderzoeksontwerp. (wo 16 sept 2015) Jac Christis

Generaliseerbaarheid van kwalitatieve onderzoeksresultaten (korte versie)

Docent Kunsteducatie in de schijnwerpers

Hoorcollege 1: Onderzoeksmethoden !!

Evaluatie Curriculum Onderzoek in de opleiding

ALGEMENE INLEIDING: ONDERZOEKSOPZET DEEL 1 VERBLIJFSILLEGALITEIT ALS SOCIALE CONSTRUCTIE... 25

Appendix A Computeranalyse van kwalitatieve data

Culture, Organization and Management Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Sociale Wetenschappen - P Culture Organization and Management -

De essentie van kwalitatief en kwantitatief onderzoek

Klinisch wetenschappelijk onderzoek: een studentengids

Onderzoeksmethodologie van praktijkgericht en toegepast onderzoek. Jac Christis, 14 februari 2013

Rapport ad hoc-commissie Wetenschappelijke Integriteit Tilburg University

Onderzoeksmethodologie van praktijkgericht en toegepast onderzoek. Jac Christis, 29 januari 2014

2 e Fontys Onderzoekscongres Onderzoek & Onderwijs :

Eerste effectmeting van de training ouderverstoting voor professionals in opdracht van De FamilieAcademie

Sociale psychologie en praktijkproblemen

Onderzoek de spreekkamer!

Vaag is niet altijd verkeerd

Inhoud. Wanneer is wetenschap ontstaan?

I nleiding. Type 2 weerspannigen

Research in Higher Professional Education: A staff perspective. Mw. D.M.E. Griffioen

Onderzoeksvraag Uitkomst

Ontwerpgericht Wetenschappelijk Onderzoek wat is dat?

Hardell: mobiel bellen en hersentumoren aan de belzijde

Nederlandse samenvatting

Profilering derde graad

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting

MODULE Evidence Based Midwifery

Advies van de Wetenschappelijke Commissie Wijkaanpak

Een volgende variant van de Grounded Theory Approach

The role of interpersonal conflict between top and middle managers in top-down and bottom-up initiatives. Rein Denekamp

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation

Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi

Op reis door het rijk der Letteren en der Godgeleerdheid

gegevens analyseren Welk onderzoekmodel gebruik je? Quasiexperiment ( 5.5) zonder controle achtergronden

Bijlagen ( ) Eisen aan het onderzoeksvoorstel

Eindexamen Filosofie vwo II

Beleid en Management in de Publieke Sector

De Grounded Theory Approach: een update *

Voorwoord... iii Verantwoording... v

Bowling alone without public trust

Thick analysis : strategie om de kwaliteit van kwalitatieve data-analyse te verhogen

2. In functie van implementatie van onderzoekscompetenties in de lerarenopleiding

De ervaringen met doen alsof van volwassenen met ASS en NT-partners

Communiceren en Improviseren. Omgaan met dynamiek en complexiteit bij de ontwikkeling en implementatie van een gezondheidsinterventie W.M.A.

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen Faculteit Educatie Instituut voor Leraar en School

Het onderbouwen van good practices. Symposium parallelsessie 2

Beveiligingsaspecten van webapplicatie ontwikkeling met PHP

Introductie. De onderzoekscyclus; een gestructureerde aanpak die helpt bij het doen van onderzoek.

EFFECTIEVE INKOOPSAMENWERKING MET AUTONOMIE- EN CONFEDERATIESTRUCTUREN

Beweging in veranderende organisaties

Onderzoeksrapport Onderzoek in de opleiding

Docenten als (her)ontwerpers van een ICT-rijk curriculum voor beginnende geletterdheid. Amina Cviko, Susan McKenney, Joke Voogt

Methodologie voor onderzoek in zorg, welzijn en hulpverlening. Foeke van der Zee

Methodologie voor de sociale wetenschappen. Voorwoord. Deel 1 Algemeen: basisbegrippen 1. H1 Waarom sociaalwetenschappelijk onderzoek?

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

3.6 Diversiteit is meer dan verschil in cultuur Antwoorden uit de gezondheidswetenschappen

Formulier Aanvraag start Afstudeeronderzoek

Kennisdeling in lerende netwerken

Analyseren in kwalitatief onderzoek Kwalon

BEOORDELINGSFORMULIER

Summary 215. Samenvatting

PRESTUDY TASKS: DOING WHAT IS GOOD FOR YOU

Question 1 Multiple Choice De informatie over de mogelijkheid om deel te nemen aan de minor Sporttechnologie heeft mij tijdig bereikt

Methodologie voor sociaalwetenschappelijk onderzoek. Foeke van der Zee

Samenvatting. Samenvatting

Lesson Study: beginnende en ervaren docenten in één multidisciplinair team

Leidraad bij het sjabloon onderzoeksvoorstel Masterscriptie Deel I

Publieke waarde creëren. Daniël van Geest en Peter Teesink

Samenvatting. Inleiding

Methodologie voor onderzoek in marketing en management. Foeke van der Zee

WORKSHOP: Competentiegericht opleiden

Verlies jezelf niet in de data: het handboek Qualitative content analysis van Margrit Schreier

Transcriptie:

Jillis Kors * M. van Lanen, Wat doen sociaal werkers wanneer ze sociaal werk doen? Een etnografie van professionaliteit. Delft: Eburon, 2013, 318 pp., ISBN 978-90-5972-736-6, 29,90 (pbk). Een gedurfde onderneming De etnografie van Martijn van Lanen is een interessante en gedurfde onderneming te midden van tegendraadse maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. In zijn proefschrift over professionalisering in het sociaal werk stelt hij zichzelf de volgende vragen: Wat doen sociaal werkers wanneer ze sociaal werk doen? Welke patronen kunnen we hierin ontdekken en wat leert ons dit over de professionaliteit van deze sector? De vragen en het proefschrift van Martijn van Lanen zijn in meerdere opzichten interessant. Bijvoorbeeld omdat de promotoren Pieter Tops en Jan Steyaert zijn. Twee wetenschappers uit verschillende wetenschappelijke disciplines met (afgaande op hun publicaties) verschillende opvattingen over professionalisering. Methodologisch is het proefschrift interessant, omdat Van Lanen heel veel verschillende en schijnbaar tegenstrijdige methoden voor kwalitatief onderzoek in hetzelfde onderzoek gebruikt. Er kunnen kanttekeningen worden geplaatst bij dit onderzoek en veel vragen worden gesteld. Waarom is gekozen voor het grote onderwerp professionalisering, terwijl slechts een marginaal deel daarvan terugkomt in het onderzoek? Waarom wordt geschreven over effectiviteit als belangrijke factor in het professionele sociaal werk, terwijl dit niet in de breedte wordt onderzocht? Desondanks is dit proefschrift een spannende onderneming voor zowel professionals (docenten en onderzoekers) als studenten. Het geeft inzicht in een sterk veranderende sector, het combineert verschillende methoden voor kwalitatief onderzoek en de promovendus neemt stelling, wat zorgt voor helderheid en ruimte geeft voor meningsvorming. Grounded theory De methodologische onderbouwing van het proefschrift oogt in de meest positieve benadering als een snoepwinkel voor kwalitatieve onderzoekers. In de meest negatieve benadering heeft Van Lanen een duizelingwekkende attractie gebouwd, waarbij diverse vraagtekens geplaatst kunnen worden. Het is in ieder geval de bedoeling geweest onderzoek te doen dat gelijkenis vertoont met de studie Success and failure in public governance (Bovens, t Hart & Peters, 2001). Net als bij die studie heeft Van Lanen een cross-national case study willen uitvoeren, een vergelijkende studie met participerende observaties. Of hij daarin is geslaagd, valt sterk * Jillis Kors is docent en onderzoeker bij Saxion, redacteur van Sociologie Magazine en voorzitter van het SROI Netwerk voor Nederland en Vlaanderen. E-mail: j.kors@saxion.nl. KWALON 2014 (19) 2 59

Jillis Kors te betwijfelen. De observaties hebben plaatsgevonden in Eindhoven (Nederland), Antwerpen (België) en Leicester (Groot-Brittannië). De keuze voor deze steden is gemaakt in een combinatie van convenience sample en snowball sample. Tot zover geen problemen in de methodologische attractie. Maar dan begint de attractie hoogte te winnen en een aanloop te nemen naar schijnbaar onbekend terrein. Van Lanen was vooral genteresseerd in de zingevende structuren (thick description) van professionals in de verschillende steden. Dat wil zeggen, hij wilde vooral het wat en het waarom van sociaal werkers in kaart brengen. Mensen onderzoeken dus, in plaats van methoden. Aanvullend daarop is geprobeerd ruimte te geven aan de gefundeerde-theoriebenadering (grounded theory). Van Lanen wil hier schijnbaar een discussie meenemen die hem heeft geboeid in aanloop naar zijn promotie. Hij verwoordt het als volgt: Moeten de data het uitgangspunt zijn bij de analyse, of moet juist de theorie dat zijn? Hij kiest voor een combinatie van beide om eenzijdigheid te overstijgen. Aanvullend daarop gebruikt hij een caseordered display en legt dit als volgt uit: Voor deze analyse zijn de observatieverslagen geanalyseerd en geselecteerd op passages, die zicht geven op redenen, oorzaken en achtergronden van bepaald gedrag, beslissingen en acties van de professionals. Hij is zelf even gaan kijken en gaan meelopen (zijn eigen woorden voor wat participatieve observaties zijn) op de diverse locaties (meestal vijf dagen aansluitend), heeft na afloop observatieverslagen ingevoerd in Atlas.ti, observaties gestructureerd en selecties geanalyseerd door open codering (afzonderlijke samenhangende passages is een label gegeven). Daarna heeft Van Lanen axiaal gecodeerd (codes worden gestructureerd en zijn getest op het voorkomen op andere plekken in de verkregen data). Er is gewerkt volgens de inductieve methode als afgeleide van de grounded theory-benadering. Van Lanen heeft niet de bedoeling bestaande theorie te toetsen. Hij heeft wel behoefte aan een gemeenschappelijk analysekader voor de vergelijking van de verschillende casussen. De lezer verlaat hier de duizelingwekkende attractie om in het theoretisch kader te ontdekken wat Van Lanen dan precies bedoelt met dat gemeenschappelijk analysekader (het deductieve deel in dit proefschrift). Theoretisch kader Van Lanen maakt onderscheid tussen thema s en theorieën. In de geselecteerde steden is met professionals gesproken over drie thema s (het inductieve deel in dit proefschrift): huiselijk geweld, overlast en dak- en thuislozenproblematiek. Die thema s hebben zich voorgedaan op drie theoretische niveaus (het deductieve deel in dit proefschrift): persoon (street-level bureaucracy), organisatie (diffusion of innovations) en houding & vaardigheden (evidence-based practice). Van Lanen staat uitvoerig stil bij het theoretisch kader van zijn onderzoek, maar hij besteedt meer aandacht aan de thema s. Huiselijk geweld, overlast en dak- en thuislozenproblematiek worden gebruikt als basis voor de verschillende interviews en onderzoeks 60 KWALON 2014 (19) 2

velden in de verschillende steden. Daarbij valt op dat de Nederlandse visie het theoretisch uitgangspunt is voor zijn analyse. Wat hij doet is vergelijkbaar met hypothesetoetsing. Van Lanen over die toetsing: Hierbij worden de bevindingen meteen en voortdurend in verband gebracht met relevante theorievorming, waarbij de focus in de lijn van de onderzoeksvraag ligt op (opvattingen over en verschijningsvormen van) professionaliteit. Verwachtingen over huiselijk geweld, overlast en dak- en thuislozen worden met definities die in Nederland bekend en geldig zijn, getoetst in een vreemde empirie (Antwerpen en Leicester). Van Lanen beschrijft in het geheel niet welke visies aanwezig zijn op de inhoudelijke thema s in de landen waar hij onderzoek heeft gedaan. Met cijfers laat hij verschillen zien tussen de steden en gaat dan uitvoerig, beeldend en voor de lezer aansprekend de diepte in. De themahoofdstukken lezen alsof wij als lezer aanwezig zijn in de agenda s van professionals. Alle bekende thema s uit het sociaal werk komen aan de orde en na het lezen van drie veldwerkhoofdstukken is in ieder geval duidelijk wat de sociaal werkers die Van Lanen heeft bezocht, doen wanneer zij sociaal werk doen. Wat rest is de methodologische onderbouwing en de ontwikkeling van theorie. Combinaties Waarom heeft Van Lanen niet slechts gekozen voor een etnografie, maar heeft hij daarop aanvullend de grounded theory-methode toegepast? Het is moeilijk op dit punt een vinger achter zijn beweegredenen te krijgen. Wellicht dat de verklaring te vinden is in de combinatie van twee promotoren uit verschillende wetenschappelijke disciplines. Pieter Tops is bestuurskundige en voorstander van de interactieve beleidsvorming (terugtredende overheid, maar ook een overheid die sturing geeft aan beleidsruimte voor burgers = fictieve eigen verantwoordelijkheid = frontlijnsturing). Jan Steyaert is sociaal wetenschapper met een bijzondere belangstelling voor sociale effecten van nieuwe technologiën. Hij kan als tegenpool van Tops worden gedefinieerd, meer voorstander van burgerkracht in het sociale domein. Beide wetenschappers pleiten vanuit hun eigen discipline voor meer burgerkracht en minder professionele inzet, althans zij zijn geen criticasters van het huidige overheidsbeleid, zoals Van Lanen oogt te zijn ( Ik was op zoek naar strategieën hoe de sociale sector zichzelf beter kan verkopen en minder vaak het slachtoffer wordt van bad press ). Belangrijker nog is de verbondenheid van beide wetenschappers aan de Tilburgse School. Daarin is interactieonderzoek (Tilburgse School voor Politiek en Bestuur) een vooraanstaande methode, die regelmatig terugkomt in andere proefschriften die door Tops en Steyaert zijn begeleid. De schijnbare tegenstelling van de promotors kan dus worden omgezet in het idee dat dit een strategisch sterk duo is. Dit promotieonderzoek kan worden gelezen als een interactieonderzoek uit de Tilburgse School en Van Lanen heeft ervan genoten. Dat blijkt uit de volgende interessante combinatie: etnogra KWALON 2014 (19) 2 61

Jillis Kors fie en grounded theory. Van Lanen begint voorzichtig als hij stelt dat zijn onderzoek enige gelijkenis vertoont met de gefundeerde-theoriebenadering. De stap erna is al duidelijker als hij uitlegt dat het onderzoek is opgedeeld en in elke onderzoeksfase een unieke methode is losgelaten. Voor de observaties op locatie en de verwerking van de data die daar zijn verzameld, geldt nadrukkelijk dat de inductieve methode is gebruikt, afgeleid van de gefundeerde-theoriebenadering ( grounded theory). Het deductieve deel heeft Van Lanen gebruikt bij het opstellen van het theoretisch kader. Dat had hij nodig om een gemeenschappelijk analysekader voor de vergelijking van de verschillende casussen te krijgen. Daarna blijft de methodische aanpak onderbelicht. Vrijheid De combinaties die Van Lanen maakt en de vrijheid die hij neemt om methodisch te combineren, lijken echter te passen in wat voorzichtig een trend mag worden genoemd. Lees bijvoorbeeld de boekbespreking in KWALON uit 2008 van Reinoud Bosch over Constructing grounded theory van Kathy Charmaz (2006), een eigenzinnige reconstructie van de gefundeerde-theoriebenadering door een toonaangevende wetenschapper. De conclusie is hier echter anders dan die Van Lanen trekt in zijn proefschrift (inductie bij Van Lanen versus abductie bij Charmaz en de plaats van deductie): Ook onderschrijft Charmaz terecht het idee dat theorieontwikkeling in de gefundeerde-theoriebenadering de facto plaatsvindt op grond van een abductieve methode, en niet op basis van inductie zoals beweerd door Glaser of een combinatie van inductie en deductie zoals beweerd door Strauss en Corbin. Bij abductie wordt een theorie gezocht die een verklaring kan bieden voor een (potentieel uniek) gegeven. Bij inductie wordt daarentegen een generalisering opgesteld op basis van herhaalde waarnemingen, terwijl met behulp van deductie de logische gevolgen worden uitgewerkt van bepaalde aannames. (Bosch, 2008) In 2010 schrijft Charmaz in aanvulling hierop dat het schokkend is dat de gefundeerde-theoriebenadering wordt gebruikt zonder doelstellingen en een vooraf opgesteld plan: Er wordt zelfs beweerd dat een onderzoeker die deze methode gebruikt zonder een vooraf geformuleerde probleemstelling, richtlijnen voor interviews en uitgebreid literatuuronderzoek het veld moet ingaan. (Bryant & Charmaz, 2010) De vrijheid die Van Lanen dus heeft genomen, lijkt op basis van de huidige discussie over grounded theory een gelegitimeerde vrijheid. De aanpak staat in de traditie die is begonnen met de publicatie van Popper over het probleem van inductie (Popper, 1959). 62 KWALON 2014 (19) 2

Conclusie Ondanks de interessante methodologische combinaties is de slotsom toch dat Van Lanen eigenlijk gewoon vanuit een uitgebreid theoretisch kader het veld is ingegaan. Geen grounded theory en geen inductieve methode. Het is een onderzoek met een sterk deductief karakter. Van Lanen heeft echter wel belangrijke vragen opgeroepen over het combineren van twee methoden die, afgaande op de vrijkomende literatuur over dit onderwerp, het waard zijn om te worden gecombineerd. Het is een boek met een zeer interessante vraagstelling en probleemstelling en ook een goede en leesbare etnografie, maar inhoudelijk is het ook een herhaling van zetten. Wat doen sociaal werkers wanneer ze sociaal werk doen? Heel veel, maar niets vernieuwends. Dat is een zorgelijke constatering als ondertussen honderden sociaal werkers hun baan verliezen als gevolg van deze houding. Het maakt van dit proefschrift een belangrijk document voor zowel professionals als studenten in het hoger ( social work-)onderwijs. Inhoudelijk en methodologisch kunnen zij leren van het experimentele kwalitatieve onderzoek dat Van Lanen heeft opgeleverd. Literatuur Bosch, R. (2008). Reconstructie van de gefundeerde-theoriebenadering. KWALON 39, 13(3), 45-49. Bovens, M., Hart, P. t & Peters, B.G. (2001). Success and failure in public governance. A comparative analysis. Cheltenham: Edward Elgar. Bryant, A. & Charmaz, K. (2010). The Sage handbook of grounded theory. Los Angeles: Sage. Charmaz, K. (2006). Constructing grounded theory: a practical guide to qualitative analysis. Los Angeles: Sage. Popper, K.R. (1959). The logic of scientific discovery. London: Hutchinson (vert. van Logik der Forschung, Wenen: J. Springer, 1935). KWALON 2014 (19) 2 63