Examen November 2005

Vergelijkbare documenten
Examen November 2007

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 22 november 2008

Examen Maart De vrije zijde van een beperkt manoeuvreerbaar schip wordt overdag aangeduid met (CEVNI):

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 8 MAART 2008

Examen November 1999

Examen November 2003

2012 examen 3 Beperkt Stuurbrevet

Examen Maart 1999 BEPERKT STUURBREVET

Examen Maart Twee schepen naderen elkaar met tegengestelde koersen bij een engte. Bij gevaar voor aanvaring moet (CEVNI):

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 17 MEI 2008

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 13 maart 2010

2. In onderstaande tekening is een verkeerssituatie afgebeeld.

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 6 juni 2009

Examen Beperkt stuurbrevet

1. Hieronder is een verkeerssituatie afgebeeld. Geen van beide schepen volgt stuurboordwal. Geef aan welk vaartuig voorrang heeft.

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 19 november 2011

Opmerking: Tenzij anders vermeld hebben de vragen betrekking op het APSB.

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 14 maart 2009

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 21 november 2009

EXAMEN JULI 1999 BEPERKT STUURBREVET

Proefexamen Beperkt Stuurbrevet

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 16 november 2013

Examen Juni Welke van de onderstaande beweringen is voor de getekende situatie juist? Er bestaat gevaar voor aanvaring (CEVNI).

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 17 november 2012

DEEL 1 - VRAGEN 1-20

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 2 maart 2013

Examen Juni Wat betekent het volgende verkeersteken (de arcering is rood) (CEVNI)?

DEEL 1 - VRAGEN 1-20

3. In onderstaande tekening is een verkeerssituatie afgebeeld. Geef aan welk vaartuig voorrang heeft.

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 17 mei 2014

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 5 mei 2012

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 15 november 2014

BPR, geluidseinen, lichten 28 februari 2017

Vaarbewijs 1. Verlichting

Hoofdstuk 13. Bijzondere bepalingen voor de scheepvaart van, naar en in de haven van Den Helder

Les 5: Voorrangsregels Watersportvereniging Monnickendam

VAMEX - Voorbeeldexamen april 2015, CWO-GMS deel A pag. 1

Reglementen. Ivar ONRUST

Het ROEIEN en de vaarregels

BPR. Dagtekens. Instructie ZI BPR

lichten en bruggen/sluizen 28 februari 2017

VAARREGELS DE BELANGRIJKSTE

Begrippen en Definities. Ivar ONRUST

Kielboot zeilen - Basistheorie BPR in het kort. Inleiding

A. Verbodstekens A.1 In-, uit- of doorvaren verboden (algemeen teken)

Dit examen bestaat uit 35 multiple choice vragen. Je bent geslaagd als je: 25 van de 35 vragen goed hebt

Aanvullende vragen. Aanvullende vragen Les 1

Samenvatting BPR KZV 2005/2006

VAMEX - Voorbeeldexamen februari 2015, CWO-GMS deel A pag. 1

Lichten & Seinen. Antwoord. Antwoord. Verkeerstekens. Verkeerstekens. In-, uit of doorvaren verboden (Bordnr. A.1)

Vaarbewijsopleidingen (VBO) PROEFEXAMEN WATERSPORT CERTIFICAAT

BINNENVAART POLITIE REGELEMENT (BPR)

Elk vaartuig dat geschikt is als vervoersmiddel op het water. Een boot die door spierkracht wordt voortbewogen.

Digitale thuiscursus VB1(KVB1)

Deel 1 BPR volledige wetsteksten

o. exploitant: de eigenaar, rompbevrachter of ieder ander die de zeggenschap heeft over het gebruik van een schip;

Basis gedragsregels & veiligheid sloeproeien

Opmerking Deze tekens kunnen worden aangevuld of verduidelijkt met bijkomende tekens, vermeld onder F

Een aantal bepalingen uit het Binnenvaart Politie Reglement * welke voor roeiers van belang kunnen zijn.

Proefexamen 6. 2 Welk vaarreglement is van kracht op de Waddenzee?

Commando's & Manoeuvres

BPR. Betonning. Kardinale Betonning. Laterale Betonning. Splitsingen. Hoe herken je de betonning? Betonning. Om aan te geven waar je kan varen

H4 Lichten, seinen & termen

BPR. Algemene Bepalingen. Instructie CWO 3 BPR

Klein vaarbewijs. 6 e bijeenkomst

Erratum en aanvullingen Cursusboek Stuurbrevet 5 e druk.

Opzet van de theoriecursus

borden en diversen 13 maart 2017

Hoofdstuk 9. Bijzondere bepalingen voor de scheepvaart op de in beheer bij het Rijk zijnde vaarwegen en op andere met name genoemde vaarwegen

Opzet van de theoriecursus

1 van :04

Veilig varen. Welkom KBC Utrecht.

Scheepvaartreglement voor de Beneden- Zeeschelde. (koninklijk besluit van 23 september 1992)

Scheepvaartreglement voor de Beneden- Zeeschelde

Algemeen Politiereglement voor de Scheepvaart op de Binnenwateren. (koninklijk besluit van 24 september 2006)

Bijlage bij Studiewijzer Klein Vaarbewijs 1 en 2. Nieuwe leerstof Klein Vaarbewijs 2 per 1 januari 2013

een schip dat een groot schip sleept, assisteert, duwt of langszijde vastgemaakt meevoert;

Algemeen Politiereglement voor de Scheepvaart op de Binnenwateren (koninklijk besluit van 24 september 2006)

Vaaropleiding kleine schepen MBL M2 CWO - MBII

Theorieavond. URV Viking - 1 -

Examen CWO kielboot I

R W B Gl Gr. Dit examen bestaat uit 40 multiple choice vragen. Je bent geslaagd als je: 28 van de 40 vragen goed hebt

Vaarregels in Nederland

Scheepvaartreglement voor het kanaal Gent- Terneuzen

RAPPORT VAN EXPERTISE

1. Als een schip wordt opgelopen door een ander schip, waar moet je dan rekening mee houden?

Besluit van 15 januari 1992, houdende een reglement voor de scheepvaart op de Westerschelde

Erratum Studiewijzer Klein Vaarbewijs 7e druk 2015

Scheepvaartreglement Westerschelde 1990 Geldend van t/m heden

Examen CWO buitenboordmotor III

Inhoud. Het belang van goed sturen Vaarregels en vaartekens Roeireglement Viking, Orca en Triton Algemene aandachtspunten. 6 mei mei 2008

Bijlage 7. IALA Betonningssysteem (zone "A")

Erratum en aanvullingen Cursusboek Stuurbrevet 5 e druk.

Scheepvaartreglement Westerschelde 1990

Erratum Stuurbrevet 6 e druk

Vaarregels in Nederland

Transcriptie:

Examen November 2005 Hieronder staan de vragen van het Stuurbrevet-examen van 26 november 2005. Het gedeelte Beperkt (20 vragen) staat op 60 punten, dit wil zeggen 3 punten per vraag. Het gedeelte Algemeen (10 vragen) geeft u maximaal 30 punten. In beide examens bent u geslaagd indien u 60 % gehaald hebt (resp. 36/60 en 18/30). Let op: met dit systeem van meerkeuzevragen geeft een correct antwoord op een vraag 3 punten, geen antwoord geeft 0 punten en een foutief antwoord levert -1 punt op. Gokken wordt dus gesanctioneerd! Omcirkel de letter met het juiste antwoord. De oplossing vindt u na de laatste vraag. BEPERKT STUURBREVET Opmerking: De vermelding "CEVNI" heeft betrekking op de Europese reglementering. De vermelding "SIGNI" heeft betrekking op de Europese voorschriften voor signalisatie op de scheepvaartwegen. 1. Het schip X toont de wit-blauwe vlag. Welke vaarroute moet schip Y volgen (CEVNI)? 2. Wat betekent het volgende verkeersbord volgens CEVNI?

A. gevaar voor schepen uit tegenovergestelde richting B. u nadert een splitsing van de scheepvaartweg C. verplichting om bijzonder op te letten 3. Wat is de betekenis van dit verkeersbord (CEVNI)? A. verboden voor sport- of pleziervaart B. verboden voor zeilplanken C. verboden voor zeilschepen 4. Wat betekent het volgende bord (CEVNI): A. tegemoetkomend verkeer heeft geen voorrang B. begin van riviervak waarop verkeer in beide richtingen mogelijk is C. verplichting om de stuurboordzijde van de vaargeul te houden 5. Welke lichtencombinatie ziet u bij het vooraanzicht van een 's nachts vrijvarende veerpont (CEVNI)?

6. Van een kardinale markering is het topteken verdwenen. De boei zelf heeft als kleuren: geel met in het midden één zwarte horizontale band. Welk topteken stond oorspronkelijk bovenop deze boei (CEVNI)? 7. 's Nachts ziet u een schip dat de volgende witte lichten toont (CEVNI). Dit is: A. achteraanzicht van een gekoppeld samenstel B. vooraanzicht van een duwstel C. achteraanzicht van een duwstel 8. Het schip waarvan u de lichten ziet, is (CEVNI): A. vissersschip (zijaanzicht bakboord) B. loodsboot C. schip dat werken uitvoert in de vaargeul, dat aan één zijde mag voorbijgevaren worden 9. Een klein schip X en een groot schip Y hebben kruisende koersen. Geen van beide schepen volgt stuurboordwal. Welk schip heeft voorrang?

A. Het groot schip (groot heeft voorrang op klein) B. Het klein schip (want het komt van rechts) C. Het schip dat het snelste vaart 10. Een klein zeilschip dat een ander klein zeilschip oploopt moet dit zo mogelijk doen (CEVNI): A. aan lijzijde van de opgelopene B. aan loefzijde van de opgelopene C. aan bakboordzijde van de opgelopene 11. Bij welke kardinale markering hoort het wit licht met karakter Q (3) 10 s (SIGNI)? A. noord B. oost C. west 12. Tijdens het oplopen geeft de opgelopene het geluidssein: 5 x kort (CEVNI). Dit betekent: A. u kunt niet voorbijlopen B. u moet aan stuurboord voorbijlopen C. u moet aan bakboord voorbijlopen 13. Een klein schip dat stilligt moet 's nachts voeren (CEVNI): A. twee witte rondom schijnende lichten B. een rood licht aan bakboord en een groen aan stuurboord C. een wit rondom schijnend licht 14. Wat betekent het geluidssein "twee lange stoten gevolgd door één korte stoot" (CEVNI)?

A. ik wil keren naar bakboord B. ik wil u aan stuurboord voorbijlopen C. ik wil u aan bakboord voorbijlopen 15. Overdag ziet u een schip dat een geel flikkerlicht toont. Het gaat om een schip dat (CEVNI): A. werken in de waterweg uitvoert B. gevaarlijke stoffen vervoert C. met een toezichtopdracht belast is 16. Een varend zeilschip dat tegelijkertijd zijn motor gebruikt moet overdag voeren (CEVNI): A. een zwarte kegel met de punt naar beneden B. een zwarte kegel met de punt naar boven C. een zwarte bol 17. Hoe nadert men een ligplaats op stromend water? A. haaks op de stroom B. tegen de stroom C. vóór de stroom 18. Waarom mag men een oliebrand niet met water blussen? A. het vuur gaat dan feller branden B. het vuur zal zich verspreiden C. vanwege de zware, giftige rook die dan vrij komt 19. Het hoogste punt van het schip moet hoeveel centimeter lager zijn dan de vrije hoogte onder een brug (Algemeen Scheepvaartreglement): A. 20 cm B. 25 cm C. 30 cm 20. Een boot mag blijven stilliggen in een sluis (Algemeen Scheepvaartreglement): A. de tijd die nodig is voor het schutten B. 's nachts, wanneer de scheepvaart gestopt is C. zolang een nieuwe schutting niet nodig is

ALGEMEEN STUURBREVET Internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee 21. Er kan afgeweken worden van de internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee: A. in geen geval B. in geval van onmiddellijk gevaar C tijdens de dag, wanneer het zicht niet beperkt is 22. U hoort tijdens beperkt zicht het geluidssein (één lange stoot gevolgd door twee korte stoten). Dit kan zijn een: A. schip dat gesleept wordt B. schip dat loodsdienst verricht C. zeilschip 23. Een schip dat de richting van een nauw vaarwater of vaargeul volgt, moet voor zover het veilig en uitvoerbaar is: A. de aslijn van de vaargeul volgen B. de buitenzijde van het vaarwater of van de vaargeul aan zijn stuurboordzijde houden C. de buitenzijde van het vaarwater of van de vaargeul aan zijn bakboordzijde houden 24. Indien bij kruisende koersen gevaar voor aanvaring bestaat, dan moet het schip dat het andere schip aan stuurboordzijde van zich heeft, uitwijken. Dit voorschrift geldt: A. voor alle schepen B. alleen voor zeilschepen onderling C. alleen voor werktuiglijk voortbewogen schepen 25. U ziet de volgende lichten. Dit is een:

A. beperkt manoeuvreerbaar schip B. mijnopruimingsschip C. schip bezig met de uitoefening van een loodsdienst Scheepvaartreglement Beneden-Zeeschelde 26. Bij het verlaten van een vaargeul mag u de koerslijn van een schip dat buiten die vaargeul vaart kruisen en het verplichten van koers of vaart te wijzigen? A. nee B. ja C. ja, indien uw schip groter is 27. Wat betekent de uitdrukking "kop vóór nemen"? A. bij het uitvaren van een haven de koers veranderen in de richting van de vaargeul B. de vaarrichting van een schip veranderen van tegenstroom naar vóór stroom C. varen in de richting van de diepste plaats van de vaargeul 28. Een schip dat bezig is met baggerwerken is: A. een beperkt manoeuvreerbaar schip B. een onmanoeuvreerbaar schip C. een bijzonder transport Politiereglement Beneden-Zeeschelde 29. Het is aan gemeerde schepen: A. verboden B. toegelaten C. toegelaten buiten de vaargeul om een anker aan de zijde van het vaarwater uit te hebben. 30. Is waterskiën toegestaan in de vaargeul van de Beneden-Zeeschelde? A. ja B. nee C. enkel tijdens het weekeinde

ANTWOORDEN 1C - 2C - 3C - 4C - 5B - 6B - 7C - 8C - 9A - 10B - 11B - 12A - 13C - 14B - 15A - 16A - 17B - 18B - 19C - 20A - 21B - 22C - 23B - 24C - 25A - 26A - 27B - 28A - 29A - 30B