pagina 1 van 6 Let op: Deze geprinte versie is 24 uur geldig. Minder leven voelen Medische Werkinstructie Algemeen Inleidende gegevens Doel: Type: Handelingsclassificatie: Anatomische classificatie: Indicatie: Contra Indicatie: Mag zelfstandig verricht worden door: Tips van collega's: Documentkenmerken Doc ID: Verloskunde 208 Versie: 1.0 Invoeringsdatum: 16-8-2016 Gewijzigd: 22-8-2016 9:47 Verloopdatum: 16-8-2018 Kenniseigenaar: Proceseigenaar: Auteur: Bron: Risicoklasse: Organisatiekenmerken Baas, M.I. (Marlene) Hardeman, R. (Rob) Primair kennisdomein: Verloskunde Secundaire kennisdomein: Specialisme: Afdelingen: Subafdeling: Divisie: Verloskunde Verpleegafdeling A4 Verloskunde; Poli Gynaecologie Netwerk Geboortezorg Medische Werkinstructie Benodigdheden
pagina 2 van 6 Materiaal: Medicatie: Ap Volledig document Geef feedback Minder leven voelen Werkwijze Minder leven voelen 1. Doel Deze multidisciplinaire richtlijn geeft advies en aanbevelingen over het signaleren van verminderde kindsbewegingen en de begeleiding van zwangere vrouwen met een eenlingzwangerschap die zich met verminderde kindsbewegingen melden bij een verloskundige zorgverlener. Het uiteindelijke doel is om gezondheid te bevorderen en om een bijdrage te leveren aan het terugdringen van perinatale sterfte en in het bijzonder de sterfte tijdens de zwangerschap. 2. Achtergrond Het voelen van kindsbewegingen is al vroeg in de zwangerschap een levensteken van het ongeboren kind voor de aanstaande moeder. Als de moeder later in de zwangerschap een afname van kindsbewegingen ervaart, kan dat een signaal zijn dat de conditie van het ongeboren kind minder goed wordt. Bij perinatale audits, uitgevoerd in Nederland, is herhaaldelijk gebleken dat perinatale sterfte en dan vooral foetale sterfte, vooraf gegaan werd door een periode van afname van de kindsbewegingen. Het bleek bovendien dat niet altijd adequaat werd gereageerd op dit signaal. Soms wachtte de zwangere vrouw te lang met contact opnemen, soms reageerde de verloskundige of gynaecoloog onvoldoende alert. 3. Wat wordt beschouwd als normale foetale bewegingen tijdens de zwangerschap? Het voelen van kindsbewegingen wordt gedefinieerd als de moederlijke perceptie van elke discrete vorm van schoppen, trillen en draaien. Deze kindsbewegingen geven een indruk over het functioneren van het centraal zenuwstelsel en het bewegingsapparaat van de foetus. De normale foetus is actief en in staat tot fysieke activiteit en wisselt actieve periodes af met rustperiodes. De meerderheid van de vrouwen is zich bewust van de kindsbewegingen en ervaart de beweeglijkheid intuïtief als normaal. Zorgverleners dienen zich ervan bewust te zijn dat, hoewel de kindsbewegingen een plateau bereiken bij een zwangerschapsduur van 32 weken, er in de tweede helft van het derde trimester geen afname is van de frequentie van kindsbewegingen. Informeer vrouwen over het belang van het bewust voelen van kindsbewegingen tot aan en tijdens het begin van de baring en over de noodzaak hun zorgverlener te waarschuwen bij vermindering of afwezigheid van de kindsbewegingen. Er is onvoldoende bewijs voor het aanbevelen van formele telling van kindsbewegingen met specifiek vastgestelde alarmgrenzen voor alle zwangeren. Adviseer aan zwangeren om zich bewust te worden van individuele bewegingspatroon van de baby.
pagina 3 van 6 Als de zwangere bezorgd is over een vermindering van of een verandering van de kindsbewegingen, neemt de zwangere contact op met de verloskundig zorgverlener. 4. Risicofactoren voor foetale sterfte (Bron: RCOG 2011) Anamnestische factoren gecompliceerde obstetrische voorgeschiedenis primigravida maternale leeftijd > 35 jaar etniciteit obesitas roken, alcohol en/of drugsgebruik Klinische verschijnselen in deze zwangerschap placenta insufficiëntie, zich uitend in: foetale groeivertraging en/of verminderd vruchtwater bij echoscopische meting van de pockets hypertensie (met of zonder pre-eclampsie) diabetes erfelijke aandoeningen / aangeboren afwijkingen Overige factoren zorgvermijdingsgedrag taal- of andere communicatieproblemen huiselijk geweld 5. Beleid bij afname van kindsbewegingen bij een zwangerschapsduur van 24-28 weken Als een zwangere zich meldt met afname van kindsbewegingen bij een zwangerschapsduur tussen 24 weken en 28 weken is het aangewezen de foetale hartactie vast te stellen middels doptone of echografie en een prenataal verloskundig onderzoek te verrichten. 6. Beleid bij afname van kindsbewegingen bij een zwangerschapsduur > 28 weken Als een zwangere zich meldt met afname van kindsbewegingen bij een zwangerschapsduur na 28 weken is het aangewezen dezelfde dag de foetale hartactie vast te stellen middels doptone of echografie en een prenataal verloskundig onderzoek te verrichten. Tevens dient vastgesteld te worden of de zwangere gerustgesteld kan worden, of dat er reden is om uitgebreider onderzoek te doen naar de foetale conditie middels echo en/of CTG onderzoek. Adviseer vrouwen die onzeker zijn over de kindsbewegingen na 28 weken zwangerschapsduur, om zich in linkerzijligging te concentreren op de kindsbewegingen. Desgewenst kunnen zwangeren daarbij gebruik maken van een trappelkaart. Als zij in 2 uur niet meer dan 10 discrete bewegingen voelen, kunnen zij het best onmiddellijk contact opnemen met hun zorgverlener. Consult eerste lijn : Doel van het beleid is het uitsluiten van foetale sterfte of foetale nood. Wees bij het afnemen van de anamnese en het lichamelijk onderzoek alert op signalen van placenta insufficiëntie (verdenking IUGR) of aangeboren afwijkingen, omdat dit geassocieerd is met afname van de kindsbewegingen. Indien na een eerste evaluatie blijkt dat er geen sprake is van afname van de kindsbewegingen, er harttonen aanwezig zijn en de zwangerschap een ongecompliceerd beloop heeft, dan kan geruststelling volgen. Echter, bij blijvende ongerustheid is uitgebreidere evaluatie in de tweede lijn aangewezen middels CTG controle en echografie. Bij bevestiging van afname van de kindsbewegingen is evaluatie van de foetale conditie in de tweede lijn op dezelfde dag aangewezen. Eerstelijnsverloskundige:
pagina 4 van 6 1. Verifieer de anamnese en noteer of deze verdacht of onverdacht is 2. Beoordeel de foetale harttonen middels echografie 3. Beoordeel de foetale groei uitwendig (en op indicatie middels echografie) 4. Meet de bloeddruk 5. Bevindingen en vervolgafspraken vastleggen in dossier Consult de tweede lijn: Verpleegkundige: 1. Afnemen obstetrische anamnese en invoeren in het dossier 2. Uitleg geven over de komende handelingen 3. Controle bloeddruk, pols en temperatuur 4. CTG registreren gedurende 30-45 minuten 5. Tweedelijns verloskundige direct waarschuwen bij afwijkende bevindingen Tweedelijns verloskundige: 1. Aanvullende anamnese afnemen en invoeren in dossier 2. CTG beoordelen 3. Echoscopie verrichten waarin beoordeling plaatsvindt van de foetale biometrie, placenta lokalisatie, hoeveelheid vruchtwater en het bewegingspatroon van de foetus. 4. Bij afwijkende echo bevindingen of twijfel hierover vindt tevens echoscopische beoordeling door de gynaecoloog plaats. Op indicatie worden de hoeveelheid vruchtwater (SDP of AFI), het dopplerflow patroon en het biofysische profiel bepaald. 5. De eerstelijns verloskundige wordt telefonisch geïnformeerd over de bevindingen 6. Adviseer de zwangere nadrukkelijk om bij recidief of het aanhouden van verminderde kindsbewegingen opnieuw contact op te nemen met haar verloskundig zorgverlener Beleid: Bij afwijkende bevindingen vindt overname plaats uit de eerstelijn. Afwijkende bevindingen zijn: een niet optimaal CTG, verminderd vruchtwater, foetale groeiachterstand en/of een afwijkende doppler. Afhankelijk van de ernst van de afwijkende bevindingen wordt er direct ingegrepen, vindt er een opname plaats voor foetale bewaking of wordt een herbeoordeling afgesproken 1 dag later. Op indicatie kan deze herbeoordeling plaatsvinden via de thuismonitorring. Bij normale bevindingen wordt de zwangere terug verwezen naar de eerstelijn De eerstelijns verloskundige wordt telefonisch geïnformeerd over de bevindingen. Herhaald melden van verminderde kindsbewegingen: Herhaal de vorige analyse en risico bepaling, inclusief echoscopisch onderzoek. De beslissing om bij herhaald melden van verminderde kindsbewegingen met normale bevindingen aterme in te leiden of af te wachten met verdere controles dient geïndividualiseerd genomen te worden. 7. CTG beoordeling Bij cardiotocografie (CTG) worden simultaan de momentane hartslagfrequentie van de foetus en de contracties van de uterus geregistreerd. De interpretatie van het CTG berust op patroonherkenning. De individuele elementen die bijdragen aan het patroon zijn de basisfrequentie, de variabiliteit en het optreden van acceleraties en deceleraties. Zie voor een verdere uitwerking van de CTG beoordeling het Netwerk protocol: Foetale bewaking. 8. echo:
pagina 5 van 6 Echoscopisch onderzoek tijdens de zwangerschap kan helpen bij de selectie van at risk zwangerschappen voor foetale nood, bijvoorbeeld in geval van minder leven voelen of bij uitwendige negatieve discongruentie. Indien de foetale biometrie, het biofysisch profiel (met als voornaamste parameter de hoeveelheid vruchtwater) en de Dopplerflowpatronen normaal zijn in relatie tot de zwangerschapsduur, is het risico op foetale nood niet verhoogd. Abnormale echoscopische bevindingen daarentegen zijn reden tot intensivering van de foetale bewaking 9. Literatuur: Whitty JE, Garfinkel DA, Divon MY. Maternal perception of decreased fetal movement as an indication for antepartum testing in a low-risk population. Am J Obstet Gynecol 1991; 165: 1084-8. Moore TR, Piacquadio K. A prospective evaluation of fetal movement screening to reduce the incidence of antepartum fetal death. Am J Obstet Gynecol 1989; 160: 1075-80. Grant A, Elbourne D, Valentin L, Alexander S. Routine fetal movement counting and risk of antepartum late death in normally formed singletons. Lancet 1989; ii: 345-9. ACOG. Ante partum fetal surveillance. Washington DC: ACOG, 1999. Practice Bulletin number 9. NVOG richtlijnlijn foetale bewaking 2013 NVOG/KNOV richtlijn verminderde kindsbewegingen, Versie 1.0, December 2013 10. Bijlage: Flow chart, kijk hiervoor bij volledig document Verwijzingen Gerelateerde werkinstructies Verpleegkundige werkinstructie Medische Werkinstructie Foetale bewaking en het beoordelen van het CTG Komt voor in Er zijn geen resultaten gevonden. Gerelateerde documenten Patientenfolder Achtergrondinformatie Gebruiksaanwijzing ZR Formulier E-learning module Overige links Beheer Verwijzingen naar dit document vanuit Er zijn geen resultaten gevonden. Versiehistorie
pagina 6 van 6 Verplaatst naar: Afkomstig van: Workflowhistorie Wijzigingen Geen bestaande vermeldingen. Ziekenhuis Rivierenland 2009