FUNCTIEBESCHRIJVING AMBT ZORGCOÖRDINATOR

Vergelijkbare documenten
FUNCTIEBESCHRIJVING ZORGCOÖRDINATOR

De job van zorgcoördinator bestaat uit het begeleiden en ondersteunen op drie niveaus (i.s.m. directie):

MODEL VAN FUNCTIEBESCHRIJVING VOOR HET AMBT VAN ZORGCOORDINATOR (PERSONEELSCATEGORIE BELEIDSONDERSTEUNEND PERSONEEL) 1 2

MODEL VAN FUNCTIEBESCHRIJVING KINDERVERZORGER. Instelling: FUNCTIEBESCHRIJVING. Opgemaakt op... Naam:.. Adres:..

Scholengemeenschap SAS

FUNCTIEBESCHRIJVING KLASLEERKRACHT LAGER ONDERWIJS

FUNCTIEBESCHRIJVING LEERMEESTER BEWEGINGSOPVOEDING LAGER ONDERWIJS

Scholengemeenschap SAS

FUNCTIEBESCHRIJVING ICT-COÖRDINATOR

FUNCTIEBESCHRIJVING. LEERKRACHT LAGER ONDERWIJS (startende leerkracht)

SG Hageland FUNCTIEBESCHRIJVING ICT-COÖRDINATOR. Naam:... Adres: Stamboeknummer:... Eerste indiensttreding binnen de scholengemeenschap

FUNCTIEBESCHRIJVING. Naam:... Adres:... Stamboeknummer:... HET PEDAGOGISCH PROJECT EN DE OPDRACHTEN VAN DE LEERKRACHTEN

FUNCTIEBESCHRIJVING AMBT KINDERVERZORGER

FUNCTIEBESCHRIJVING LEERMEESTER BEWEGINGSOPVOEDING LAGER ONDERWIJS

HET PEDAGOGISCH PROJECT EN DE OPDRACHTEN VAN DE LEERKRACHTEN

FUNCTIEBESCHRIJVING. 2. Hoofdopdracht en opdracht 2.1 Coördinatie van het zorgbeleid op school De zorgcoördinator

G.V.Basisschool Hamont-Lo

Functiebeschrijving zorgcoördinator basisschool

Wij gaan met plezier naar school.

Scholengemeenschap SAS

FUNCTIEBESCHRIJVING DIRECTEUR BASISONDERWIJS

Zorgbeleid in het Groene Lilare

Pedagogisch project 1. Pedagogisch project. De school is een onderwijs- en opvoedingsgemeenschap die zich tot doel stelt de haar toevertrouwde

Functiebeschrijving mentor

zorgvisie Heilige familie Lagere school

Jenaplanschool De Kleurdoos

qwertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwerty uiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasd fghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzx cvbnmqwertyuiopasdfghjklzxcvbnmq Zorgplan

1. WERKEN AAN EEN SCHOOLEIGEN CHRISTELIJKE IDENTITEIT

ONS EIGEN OPVOEDINGSPROJECT

FUNCTIEBESCHRIJVING ICT-COÖRDINATOR

FUNCTIEBESCHRIJVING AMBT ADMINISTRATIEF MEDEWERKER

Vrije Kleuterschool De Link Patronaatstraat 28 Jan Verbertlei Edegem

Functiebeschrijving beleidsmedewerker

1. Onze visie op zorg

ITT/HU Beoordelingscriteria praktijk Fase 3 (jaar 3)

FUNCTIEBESCHRIJVING VOOR HET AMBT VAN LERAAR

Stappenplan (Stroomschema Zorg), van vraag naar antwoord!

Een school onderweg. Situatie OLV Workshop 1 Zorg in het BaO: elke leerkracht doet er toe! VVKSO 1

Deel 1. Opvoedingsproject

Vlaams Verbond van het Katholiek Basisonderwijs Guimardstraat 1, 1040 BRUSSEL. Deel 1 Opvoedingsproject

1. Zorgvisie: elk kind telt op t Veld.

FUNCTIEBESCHRIJVING AMBT ADMINISTRATIEF MEDEWERKER

VISIE ZORG VRIJE BASISSCHOOL WAKKERZEEL

Functiebeschrijving van preventie adviseur

Onze visie op zorg. Een geïntegreerd zorgbeleid wordt gedragen door een gedeelde visie op zorg.

Deel 1 Opvoedingsproject

Functiebeschrijving van ICT-coördinator. Bijlage 1: Algemene opdracht. 1. Op het niveau van de school/scholengemeenschap: mee een beleid ontwikkelen

Zorgbeleid. 1. Visie van de scholengemeenschap

Functiebeschrijving DIRECTEUR BASISONDERWIJS

Instelling:. FUNCTIEBESCHRIJVING AMBT ADMINISTRATIEF MEDEWERKER. Naam:... Adres: Stamboeknummer:...

Een kleurrijke spiegel van de diversiteit op school

OPVOEDINGSPROJECT. Bv. Binnenklasdifferentiatie. Het uitdagen van de kinderen door gebruik te maken van coöperatieve werkvormen.

Zorgvisie-Zorgbeleid

in onze school is elk kind een ster!

Vrije Kleuterschool De Link Patronaatstraat 28 Jan Verbertlei Edegem

FUNCTIEBESCHRIJVING VOOR HET AMBT VAN LERAAR NIET- CONFESSIONELE ZEDENLEER

Geïndividualiseerde Functiebeschrijving

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Vrije Basisschool Rinkrank te Kalmthout

Ingrid Schoofs RenT-begeleider

Een geïntegreerd zorgbeleid wordt gedragen door een gedeelde visie op zorg.

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK BIJ

Doelen REDELIJKE AANPASSINGEN & GETUIGSCHRIFT BAO. Redelijke aanpassingen evalueren finaliteit basisonderwijs. november 2017

Vragenlijst Zorg op school

OPVOEDINGSPROJECT DE LINDE

ZORGBELEID. De zorgcoördinator wordt steeds gesteund en bijgestaan door het zorgteam.

Ons zorgbeleid is opgebouwd volgens de krachtlijnen van ons pedagogisch project.

Met dit document willen wij op een heldere manier een beeld scheppen van de zorg die op onze school aangeboden wordt.

Schema voor functioneringsgesprekken

Transcriptie:

Instelling: 122259. FUNCTIEBESCHRIJVING AMBT ZORGCOÖRDINATOR Opgemaakt op Naam:... Adres:...... Stamboeknummer:... Opdrachtbreuk:... /24 Vast benoemd: Ja / Neen Datum Eerste indiensttreding Eerste indiensttreding binnen het schoolbestuur Eerste indiensttreding binnen de scholengemeenschap TADDaanstelling Andere opdrachten waarvoor aparte functiebeschrijvingen bestaan:...... NAAM EERSTE EVALUATOR: HET PEDAGOGISCH PROJECT EN DE SPECIFIEKE OPDRACHTEN VAN DE ZORGCOÖRDINATOR Ook van de zorgcoördinator wordt verwacht dat hij bijdraagt aan de realisatie van het opvoedingsproject van de school. Dat wil onder andere zeggen dat hij zich loyaal opstelt ten aanzien van de levenbeschouwelijke grondslag van de school, en in het algemeen ten aanzien van de grondslagen van de katholieke (basis)school. Het opvoedingsproject van de school staat omschreven in (per school in te vullen), en wat de katholieke school in het algemeen betreft, staan de opdrachten geformuleerd in de Opdrachtsverklaring van het katholiek onderwijs in Vlaanderen (VSKO,1994) en in het Opvoedingsconcept voor de katholieke basisschool in Vlaanderen (2000). 1

Van de zorgcoördinator wordt ook verwacht dat hij de bepalingen respecteert die met betrekking tot de uitvoering van zijn opdracht geformuleerd staan in het Algemeen reglement van het personeel van het katholiek onderwijs (Centraal Paritair Comité van het Katholiek Onderwijs) en in het arbeidsreglement van de school. 2

OPDRACHTEN Opdrachten Dit is in orde Hier kan ik nog groeien 2.1 Meewerken aan de kwaliteitszorg en de algemene schoolorganisatie 2.1.1 Het zorgbeleid van de school mee ontwikkelen 2.1.1.1 samen met de collega s van het schoolteam en conform de regelgeving, een zorgbeleid uitbouwt waarin alle zorginitiatieven van de school verwerkt zitten (GOK-plan, kleuterparticipatie, zorg voor zieke kinderen, ) en dat onderdeel is van het schoolwerkplan. 2.1.1.2 ervoor zorgt dat de fundamentele uitgangspunten van het zorgbeleid van de school als een rode lijn doorheen alle deelplannen lopen. 2.1.1.3 de regelgeving die met zorgbeleid te maken heeft opvolgt en erover waakt dat de regelgeving correct toegepast wordt (zorg, GOK, GOK +, Zorg+, ). 2.1.1.4 vernieuwingsprojecten die met zorg te maken hebben, initieert, coördineert en mee implementeert volgens een traject dat in het schoolwerkplan is omschreven. 2.1.1.5 vragen van buiten de school om bepaalde initiatieven rond zorg te nemen beoordeelt. Hij doet dit in overleg met het schoolteam en met het schooleigen pedagogisch project als referentiekader. 2.1.1.6 de samenwerkingsmodaliteiten met het CLB, het BuO, het revalidatiecentrum, voorbereidt. Op het niveau van de leerkrachten kan dit betekenen dat de zorgcoördinator onder andere: 2.1.1.7 alle leerkrachten betrekt bij het uitbouwen van het zorgbeleid en aansluit bij de noden en de vaststellingen van de leerkrachten van de school. 2.1.1.8 in zijn interventies met leerkrachten steeds de link legt met de fundamentele uitgangspunten van het zorgbeleid van de school. Op het niveau van de ouders en de kinderen kan dit betekenen dat de zorgcoördinator onder andere: 2.1.1.9 ervoor zorgt dat het concrete zorgbeleid van de school voorgesteld wordt aan de ouders. 2.1.1.10 in zijn gesprekken met ouders duidelijk maakt waarom bepaalde maatregelen al dan niet kunnen genomen worden. Hij legt daarbij steeds de link met de uitgangspunten van het zorgbeleid van de school. 3

Van de zorgcoördinator wordt verwacht dat hij onder andere: 2.1.1.11 werkt aan zijn eigen professionalisering via netwerkvorming met collega s uit andere scholen en mensen uit de welzijnssector, CLB, pedagogische begeleiding, 2.1.1.12 via het volgen van relevante nascholingen de ontwikkelingen binnen de zorg van nabij opvolgt 2.1.1.13 op basis van een beginanalyse planning opstelt voor zijn werking. 2.1.1.14 zijn activiteiten voorbereidt en registreert in een agenda. 2.1.2 Het zorgbeleid opvolgen en evalueren 2.1.2.1 waakt over het realiseren van de afspraken zoals die vastgelegd zijn in ondermeer de concrete werkplannen zorg en GOK. 2.1.2.2 interventies rond zorg opvolgt en meewerkt aan de evaluatie ervan. 2.1.2.3 de zelfevaluatie van het zorgbeleid van de school organiseert en coördineert. Hij levert daartoe instrumenten en strategieën, analyseert relevante gegevens over resultaten van leerlingen en over de eigen werking van het team, interpreteert deze gegevens en trekt er, in overleg met het hele team, conclusies uit die leiden tot een verbetering van de werking omtrent zorg. 2.1.2.4 actief meewerkt aan initiatieven waarmee de school haar werking rond zorg naar externen verantwoordt. Dat betreft zowel de horizontale verantwoording (naar de ouders) als de verticale verantwoording (naar de subsidiërende overheid en de onderwijsinspectie). 2.1.3 Overleg organiseren 2.1.3.1 ervoor zorgt dat er systematisch overleg rond zorg plaatsvindt (inroosteren, organiseren, voorbereiden, agenda opstellen, ). 2.1.3.2 de samenwerking met de ouders organiseert en ondersteunt (ouderavonden en oudercontacten rond zorg). 2.1.3.3 ervoor zorgt dat er van overlegmomenten verslaggeving is en dat deze opgevolgd en bijgehouden wordt. 2.1.3.4 de multidisciplinaire overlegvergaderingen (MDO s) organiseert. 2.1.3.5 de kernteambijeenkomsten zorg, het zorgoverleg, organiseert en modereert. 2.1.3.6 bewaakt dat zorg op de agenda van de personeelsvergaderingen komt. 4

2.1.3.7 bewaakt dat zorg op de agenda komt van alle overlegorganen in de school. Op het niveau van de leerkrachten kan dit betekenen dat de zorgcoördinator onder andere: 2.1.3.8 het collegiaal overleg, het overleg tussen klasleerkracht en het zorgteam, het overleg tussen klasleerkrachten en CLB,, organiseert en ondersteunt. 2.1.3.9 het overleg tussen klasleerkracht en de ouders en het overleg tussen klasleerkracht en CLB organiseert in overleg met de directie 2.1.3.10 het MDO mee voorbereidt, het MDO modereert en de opvolging van de afspraken die gemaakt zijn in het MDO begeleidt. 2.1.3.11 klasleerkracht ondersteunt in het opnemen van hun rol als spilfiguur van het MDO. Op het niveau van de kinderen en hun ouders kan dit betekenen dat de zorgcoördinator onder andere: 2.1.3.12 aanwezig is bij het gesprek tussen ouders en klasleerkracht en dat gesprek mee ondersteunt. 2.1.3.13 op nadrukkelijke vraag en in overleg met de klasleerkracht en ouders een huisbezoek doet, als dat voor een kwaliteitsvolle ondersteuning van een leerling essentieel is (o.a. als de invloed van de sociaal-culturele en gezinscontext op de ontwikkeling van een kind een ingrijpende invloed blijkt te hebben). 2.1.3.14 samen met de klastitularis vooraf geplande, individuele oudercontacten organiseert voor de ouders van kinderen met zorgnoden. 2.1.3.15 beschikbaar is voor ouders als hun kind acute zorgvragen heeft (o.a. zorgvragen van emotionele en relationele aard of met betrekking tot de gezondheid van het kind). 5

2.1.4 Netwerk uitbouwen, samenwerken met externe partners, samenwerken met BuO 2.1.4.1 een actieve rol speelt en initiatieven ontplooit om samen met collega s en pedagogisch begeleiders pedagogisch-didactische maatregelen te introduceren om het zorgbeleid van de school te realiseren. 2.1.4.2 actief meewerkt aan initiatieven die de school opzet voor kansarme leerlingen (schoolopbouwwerk, huiswerkbegeleiding, animatieprojecten, ). 2.1.4.3 participeert aan samenwerkingsinitiatieven met scholen uit de scholengemeenschap. 2.1.4.4 participeert aan overleg met de zorgcoördinatoren uit de scholen van de scholengemeenschap. 2.1.4.5 participeert aan samenwerkingsinitiatieven met scholen voor buitengewoon onderwijs. 2.1.4.6 een netwerk uitbouwt van personen, diensten en scholen waar de school mee kan samenwerken voor het realiseren van haar zorgbeleid. 2.1.4.7 contacten onderhoudt met en een brugfunctie vervult naar o.a. het CLB, BuO (o.a. GON) of externe ondersteunende diensten. 2.1.4.8 meewerkt aan initiatieven die gericht zijn op een goede afstemming tussen kleuteronderwijs/lager onderwijs/secundair onderwijs. 6

2.2 Werken aan een schooleigen christelijke identiteit 2.2.1 op zijn manier een bijdrage levert aan de pastorale zorg bij vreugde en verdriet in het leven van kinderen van de school en van leden van de schoolgemeenschap. 2.2.2 deel neemt aan momenten van reflectie over de identiteit van de school, in het bijzonder over de inspiratie en de levensbeschouwelijke verankering van het schooleigen opvoedingsproject in het zorgbeleid van de school. 2.2.3 participeert aan initiatieven die de school neemt om zich naar buiten toe als katholieke basisschool te profileren. 2.2.4 binnen de schooluren deelneemt aan vieringen, bezinningsmomenten en acties van christelijke of sociaal-maatschappelijke aard die door de school (eventueel in het ruimere verband van de scholengemeenschap) worden opgezet Op het niveau van de kinderen en hun ouders kan dit betekenen dat de zorgcoördinator onder andere: 2.2.5 actief deel neemt aan de pastorale zorg bij vreugde en pijn in het leven van kinderen. 2.3 Zorgen voor een stimulerend opvoedingsklimaat en voor een krachtige onderwijsleeromgeving 2.3.1 pedagogisch-didactische knelpunten bespreekbaar stelt en samen met de collega s zoekt naar een gelijkgerichte aanpak binnen de school. 2.3.2 ervoor zorgt dat er op school overlegd wordt over een didactiek die leer- en ontwikkelingsnoden voorkomt en oplossingen aanreikt bij problemen hier rond 2.3.3 ervoor zorgt dat er met alle betrokkenen werkafspraken gemaakt worden die de efficiëntie van het onderwijsleerproces van kinderen met zorgnoden bevorderen. 2.3.4 initiatieven ontplooit en ideeën aanreikt zodat de schoolinrichting voor alle leerlingen en in het bijzonder voor kinderen met zorgnoden, een aangename, gestructureerde en veilige leer- en leefomgeving biedt. 2.3.5 ervoor zorgt dat er in de klaslokalen informatiebronnen aanwezig zijn die voor leerlingen met zorgnoden goed toegankelijk zijn. 2.3.6 methodes en materialen evalueert op hun bruikbaarheid voor een zorgbrede werking: aanpak, werking, effecten en leerlijnen. 7

2.3.7 meewerkt aan een schoolklimaat waarin aandacht is voor een consequent gedragsmanagement (gedrag kunnen sturen, een omgeving aanbieden met structuur, regels afspreken en consequent toepassen, ). Op het niveau van de leerkrachten kan dit betekenen dat de zorgcoördinator onder andere: 2.3.8 aanspreekpunt is voor de leerkrachten die een zorgbreed onderwijsaanbod willen realiseren. 2.3.9 de klastitularissen ondersteunt in het formuleren van hun hulpvragen. 2.3.10 de klasleerkrachten ondersteunt in het kiezen van didactische werkvormen die aansluiten bij het specifieke van de te realiseren leerdoelen (leerprocessen) en bij de kenmerken van de leerlingen (capaciteiten, belangstelling,.). 2.3.11 de klasleerkrachten hulpmiddelen aanreikt voor detectie en probleemanalyse. 2.3.12 de klasleerkrachten coacht in het zoeken naar een onderwijsaanpak die kinderen met zorgnoden ondersteunt in hun leren. 2.3.13 de klasleerkrachten coacht bij het gedifferentieerd werken (hoe differentiëren, met welke taken, materialen en media). 2.3.14 de klasleerkrachten collega s materialen bezorgt voor gedifferentieerd werken of aangeeft waar ze gepaste materialen kunnen vinden. 2.3.15 de klasleerkrachten ondersteunt in het werken vanuit de principes van goed onderwijs (interactief, gericht op reflectie op het leren, ) ook als ze werken met kinderen met zorgnoden. 2.3.16 de klasleerkrachten ondersteunt in het omgaan met gedragsproblemen en in het consequent toepassen van gedragsregels. Op het niveau van bepaalde kinderen en hun ouders kan dit betekenen dat de zorgcoördinator onder andere: 2.3.17 zijn didactische aanpak en de leermiddelen die hij inzet zodanig varieert dat hij tegemoet komt aan de verschillende wijzen waarop de leerlingen leren of aan de verschillen in hun leervermogen. 2.3.18 op vraag participeert aan de observatie van leerlingen. 2.3.19 kinderen met gedragsproblemen mee begeleidt. 2.3.20 met individuele kinderen of met groepjes kinderen aan binnenklasdifferentiatie en aan buitenklasdifferentiatie doet. 2.3.21 delen van individuele handelingsplannen van kinderen uitvoert. 2.3.22 zorgt voor de individuele remediëring van kinderen met hardnekkige problemen. 8

2.3.23 de basisvaardigheden traint met kinderen die daar nood aan hebben. 2.3.24 voorinstructie geeft of extra uitleg geeft aan kinderen die daar nood aan hebben. 2.4 Mee het onderwijsaanbod realiseren 2.4.1 gangmaker is voor het uitwerken van gedifferentieerde leertrajecten. 2.4.2 de mogelijkheid onderzoekt om aan curriculumdifferentiatie te doen voor (groepen van) leerlingen en voor verschillende leergebieden. 2.4.3 ernaar streeft dat er op schoolniveau duidelijke afspraken gemaakt worden over de wijze waarop in de leerplandoelen zal gedifferentieerd worden. 2.4.4 ernaar streeft dat er op het niveau van de school duidelijke afspraken zijn omtrent de wijze waarop aan remediëring zal gedaan worden. 2.4.5 ernaar streeft dat er op schoolniveau duidelijke afspraken gemaakt worden over de wijze waarop gecompenseerd en gedispenseerd zal worden. 2.4.6 ervoor zorgt dat er binnen de school duidelijke afspraken zijn omtrent het opstellen van handelingsplannen voor kinderen met specifieke zorgnoden. Op het niveau van de leerkrachten kan dit betekenen dat de zorgcoördinator onder andere: 2.4.7 de klasleerkrachten ondersteunt in het omgaan met leerlijnen als basis voor gedifferentieerde leertrajecten. 2.4.8 de klasleerkrachten ondersteunt bij het gedifferentieerd werken aan leerdoelen. 2.4.9 de klasleerkrachten ondersteunt in het werken met gedifferentieerde leertrajecten. 2.4.10 de klastitularissen ondersteunt bij het uitwerken van gepaste remediëring. 2.4.11 de klasleerkrachten ondersteunt bij het vastleggen van compenserende en dispenserende maatregelen. 2.4.12 individuele handelingsplannen en groepshandelingsplannen mee uitwerkt. Op het niveau van de kinderen kan dit betekenen dat de zorgcoördinator onder andere: 2.4.13 werkt met een gedifferentieerd doelenpakket dat aangepast is aan de zorgnoden van de leerling of het groepje leerlingen waar hij mee werkt. 9

2.5 Leerlingen evalueren om ze in hun leren en ontwikkeling te ondersteunen 2.5.1 meewerkt aan het ontwikkelen van een evaluatiebeleid dat gericht is op het ondersteunen van kinderen in alle aspecten van hun ontwikkeling. 2.5.2 het teamoverleg over de doelstellingen van de leerlingenevaluatie, over de wijze waarop leerlingen met zorgnoden zullen geëvalueerd worden en over de wijze waarop conclusies zullen getrokken worden uit de leerlingenevaluatie mee organiseert. 2.5.3 de conclusies uit de leerlingenevaluatie hanteert als basis voor het bijsturen van het zorgbeleid van de school. 2.5.4 meewerkt aan een rapporteringsbeleid dat recht doet aan leerlingen met zorgnoden. Op het niveau van de leerkrachten kan dit betekenen dat de zorgcoördinator onder andere: 2.5.5 de klasleerkrachten ondersteunt in het hanteren van instrumenten en procedures (harde en zachte evaluatie) om de leeruitkomsten van de leerlingen die aansluiten bij de aard van de nagestreefde leerdoelen te registreren. 2.5.6 de klasleerkrachten ondersteunt bij het beoordelen van de prestaties van leerlingen en bij het trekken van conclusies voor de verdere werking. 2.5.7 de klasleerkrachten ondersteunt bij het terugkoppelen van vaststellingen en beoordelingen naar leerlingen met zorgnoden. 2.5.8 de collega s ondersteunt bij het rapporteren over resultaten van leerlingen met zorgnoden. 10

Op het niveau van de kinderen en hun ouders kan dit betekenen dat de zorgcoördinator onder andere: 2.5.9 de leervorderingen van de kinderen waarmee hij werkt evalueert en hun resultaten registreert. 2.5.10 samen met de klasleerkracht de prestaties van de leerlingen beoordeelt, dit door ze tegen de beoogde doelen en het al bereikte niveau van de leerling af te wegen. 2.5.11 differentieert bij het evalueren, in de zin dat hij bij de evaluatie teruggaat naar de voor de individuele leerling vooropgestelde doelen, dat hij de beoordeling op de vorderingen afstemt en dat zijn verdere ondersteuning bij de individuele evaluatiegegevens aansluit. 2.5.12 de vaststellingen en beoordelingen (n.a.v. taken en observaties) snel naar de leerlingen terugkoppelt, met het oog op bevestiging van positieve ontwikkelingen, om hen tot reflectie op fouten aan te zetten en om het onderwijsleerproces bij te sturen. 2.5.13 rapporteert over resultaten van de leerlingen naar al diegenen die er belang bij hebben (de klasleerkracht, de ouders, de leerlingen, de leden van het team,.) en op zo n wijze dat een verdere werking kan aansluiten. 11

Opdrachten 3 Competenties en attitudes Dit is in orde Hier kan ik nog groeien Van de zorgcoördinator wordt verwacht dat hij ondermeer: 3.1 de klasleerkracht als de spilfiguur van het zorgbeleid op klasniveau erkent. 3.2 de directeur in zijn functie als verantwoordelijke voor het beleid van de school respecteert en hem ondersteunt in het ontwikkelen en het uitvoeren van het zorgbeleid. 3.3 kan samenwerken met iedereen die bij de schoolloopbaan van de leerlingen betrokken is en daarbij de eigen verantwoordelijkheid van elkeen respecteert. 3.4 loyaal samenwerkt met collega s. 3.5 in een geest van solidariteit en verbondenheid met anderen samenwerkt. 3.6 de administratieve en pedagogische richtlijnen respecteert, zoals die door het schoolbestuur in het Algemeen Reglement en het arbeidsreglement vermeld staan. 3.7 gericht is op een zorgbeleid dat leer- en ontwikkelingsproblemen van kinderen zoveel mogelijk opvangt en bijstuurt 3.8 iedere leerling als een persoon, met een eigen achtergrond en met eigen mogelijkheden en beperkingen op cognitief, dynamisch-affectief en motorisch gebied respecteert en waardeert. 3.9 het mens- en wereldbeeld van elk van zijn collega s respecteert. 3.10 bereid is om voor leerlingen met specifieke behoeften, extra inspanningen te doen. 3.11 bereid is om over eigen beroepservaring en ervaringen die hij opdeed bij vormingsinitiatieven, te communiceren met collega s. 3.12 gericht is op kritische reflectie op zijn professioneel handelen en ingesteldheid, in het bijzonder op de relatie tussen zijn handelen en de feitelijk nagestreefde doelen bij de kinderen en bij de collega s. 3.13 bereid is om op basis van de effecten van zijn pedagogisch-didactisch en zijn agogisch handelen zijn visie en aanpak bij te sturen, of om nieuwe wegen uit te proberen. 3.14 erop gericht is om van anderen, van zijn collega's of van professionele ondersteuners, te leren. 3.15 zich kan en wil verdiepen in bronnen die zijn visie op onderwijs en opvoeding en het ondersteunen van volwassenen helpen ontwikkelen. 12

3.16 zijn positieve waardering uitspreekt over het goede dat collega s, kinderen en ouders doen. 3.17 over de leerlingen en hun toekomst spreekt met een positieve ingesteldheid en met optimisme, ook al loopt hun ontwikkeling moeizaam. 3.18 in de omgang met collega s, de schoolleiding en ander personeel van de school getuigt van respect, vertrouwen, zorg en waardering voor ieders werk. 3.19 bereid is om voor de communicatie met ouders van zorgenkinderen extra inspanningen te doen. 3.20 door de wijze waarop hij met de leerlingen en hun ouders omgaat, het vertrouwen van de leerlingen weet te winnen en ze een gevoel van veiligheid kan geven. 3.21 luistert naar wat de leerlingen naar voren brengen en hun inbreng waardeert. 3.22 authentiek (echt) is in zijn pedagogische relatie met kinderen, o.a. als hij zijn bewondering, misprijzen of ongenoegen uitdrukt. 3.23 erop gericht is om bij de kinderen een positief zelfbeeld te ontwikkelen. 3.24 zijn praktijk in overeenstemming tracht te brengen met de pedagogisch-didactische uitgangspunten die het eigen opvoedingsproject en de leerplannen kenmerken. 3.25 de leerplandoelen en leerlijnen op een gedifferentieerde wijze kan hanteren. 3.26 de ontwikkelingen op het vlak van gedifferentieerd omgaan met leerplandoelen en met ontwikkelingsdoelen volgt. 3.27 gedifferentieerd kan werken en samenwerken binnen heterogene leerlingengroepen. 3.28 ook binnen het zorgbreed werken gericht is op het evenwichtig werken aan cognitieve, dynamischaffectieve en motorische vormingsaspecten. 3.29 objectief is bij het beoordelen van de leerlingen. 3.30 zijn oordeel baseert op verschillende vaststellingen, door hemzelf en door anderen. 3.31 op een respectvolle en constructieve wijze over de vorderingen van leerlingen kan communiceren. 3.32 de inspanningen van elke leerling weet te waarderen en zijn oordeel niet baseert op de vergelijking met anderen. 13

Opdrachten Afspraken 4 SPECIFIEKE OPDRACHTEN VOOR DE ZORGCOÖRDINATOR 14

5 PERSOONLIJKE WERKPUNTEN Datum Datum Handtekening eerste evaluator, Voor kennisname, Handtekening personeelslid, 15