Verkenning sensing laanboomkwekerij

Vergelijkbare documenten
Precisieplant tulp. Basis voor precisielandbouw. A.H.M.C. Baltissen, H. Gude, A. van der Lans, A. Haaster

Duurzame energietechniek

Drones in de boomkwekerij

Vaste planten waardplant voor PlAMV?

Voorkomen wateroverlast Teelt de grond uit bloembollen. Casper Slootweg en Henk Gude

Hygiëneprotocol Dahlia PSTVd. P.J. van Leeuwen

Behoud meerjarig proefveld organische bemesting

Proefveld tulpenstengelaal (waardplanten) onderzoek. Robert Dees, Joop van Doorn

Vroege bloemverdroging bij narcis cultivar Bridal Crown

Teelt de grond uit Zomerbloemen

Effecten van Disappyr op bruinverkleuring en beworteling van stek van sierheesters. M.P.M. Derkx

Rekenen Groep 7-2e helft schooljaar.

Houdbaarheid Hydrangea

Warmwaterbehandeling lelie

Aantasting van Alliumbollen door Fusarium

Bloedingsziekte in paardenkastanje.

Masterclass Fruitteelt

Rekenen Groep 4-1e helft schooljaar.

Burkholderia in gladiolen

Voortgezet diagnostisch onderzoek Peter Vink

Onderzoek naar de gebruikswaarde van door bollenmijten beschadigde gladiolenknollen in de bloementeelt

Onderzoek naar de oorzaak van wortelbederf bij de teelt van Zantedeschia op potten

Relatie zetmeelgehalte leliebol en takkwaliteit, onderzoek Casper Slootweg en Hans van Aanholt

Rekenen Groep 6-2e helft schooljaar.

INHOUDSOPGAVE. Trimble Agrometius. Precisielandbouw een uitdaging voor de loonwerker. Voorstelling Agrometius/Trimble

Onderzoek naar bruikbare herbiciden in knolbegonia

Onderzoek naar de vroege bloemaanleg bij de tulpencultivar Strong Gold

Rekenen Groep 6-1e helft schooljaar.

De invloed van het gebruik van Asulox tijdens de bollenteelt en het tijdstip van rooien op de beworteling van Muscaribollen in de broeierij

Kluitloze keten laanbomen

Inhoudsopgave Agrometius. Precisielandbouw in de tuinbouw Steven De Meyer - Agrometius PSKW - 16/9/2016

Antwoorden Rekenen Groep 5-1e helft schooljaar

Warmwaterbehandeling Crocus Grote Gele

Water- en nutriëntenmanagement. Henk van Reuler en Pieter van Dalfsen

Is het invriezen van narcissen cv. Tête-à-Tête op potjes tijdens of na de koeling risicovol?

Kan het wortellesieaaltje Pratylenchus penetrans wortels van Zantedeschia aantasten?

Rekenen Groep 4-2e helft schooljaar.

Rekenen Groep 4-2e helft schooljaar.

Biologische bestrijding van echte meeldauw in zomerbloemen. biokennis

Virusbeelden Vaste planten

Compostering reststromen van Vaste Planten- en Zomerbloementelers. Casper Slootweg

Innovaties boomkwekerij

Overdracht van geelziek in Eucomis via zaad

Onderzoek naar risico van bollenmijt in Zantedeschia

Aanvullende bestrijding van stengelaaltjes door toevoeging van formaline aan het voorweekwater en kookbad

Invloed van stikstofniveau en -deling op eiwitgehalte en opbrengst van zetmeelaardappelen.

Effect van borium op de hardheid van uien. L. van den Brink

Vorstschade bij Zantedeschiaknollen

Warmwaterbehandeling van Allium tegen krokusknolaaltje

Gebruik satellliet- en andere sensing beelden mbt precisiebemesting

Bruikbaarheid vacuümtoets bij hyacinten

Bossigheid in Zantedeschia

Penicillium in lelie. Effect van terugdrogen na het spoelen op Penicilliumaantasting tijdens de bewaring van lelie. Hans Kok

Herinplantziekte bij pioenrozen

Brunelleschi. De Dom van Florence

Het effect van inundatie op sclerotiën van de schimmel Sclerotium rolfsii

Papierblad in lelie. Naoogst fase. Hans Kok en Hans van Aanholt. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Bloembollen juni 2004 PPO nr.

Geen fabriekswerk. Roeien met de wind mee en de stroom tegen. Jac Willekens

Bestrijding van trips in aubergine met roofmijten

Virusziekten bij het gewas Eucomis

Precisielandbouw. Sander Smets Onderzoeker Akkerbouw PIBO-Campus

ILVO. Precisielandbouw

Mogelijkheden om vroeg tijdig bladrandproblemen te signaleren met MIPS bij Hortensia

Inzet RTK-GPS in de teelt van een gewas.

Veenvrij substraat WAGENINGEN. Verkenning van de mogelijkheden van veenvrij substraat in de teelt van laanbomen (opzetters)

Smaakonderzoek komkommer aan Nederlands en Spaans product

Inventarisatie van slakken in Alstroemeria. A. Hazendonk PPO Glastuinbouw A. Ester PPO AGV

Knelpuntenrapportage nieuwe teelten

Bestrijding emelten in grasland 2004

Ontwikkelen van een praktische toets op Erwinia bij Dahlia (ploffers)

Biologie en bestrijding van de frambozenschorsgalmug

KWR april 2005

Teelt van lelies in goten in de grond in Drenthe, 2012

Het voorkomen van Pseudo-kurkstip in tulpen

Intrinsieke plantkwaliteit Anthurium

Primair diagnostisch onderzoek aan een onbekende wortelrot bij de bollenteelt van lelies op dekzandgronden

Effect van ULO en DCS bewaarcondities en Smartfresh TM op de vruchtkwaliteit van Elstar in de keten en in een ketensimulatie

Bemesting van tulp in de broeierij

Effect methyljasmonaat op Botrytis bij roos en Lisianthus

Plaatsspecifiek bodemadvies m.b.v. de Veris scan. Davy Vandervelpen/Steven Demeyer

Inventarisatie omstandigheden optreden zwarte vlekken in peen

Bedrijfseconomische evaluatie van de toepassing van warmwaterbehandeling

Voorkomen bloemmisvorming en bloemverdroging in Zantedeschia

De rol van Phytophthora bij scheut- en stengelrot in pioenroos

Nieuwe middelen tegen vruchtboomkanker

Kuubskist met golfbodem

Spirit en Mirage Plus tegen roest - Consultancy

Transcriptie:

Verkenning sensing laanboomkwekerij Toepassing van de bodemscan in de laanboomkwekerij A.H.M.C. (Ton) Baltissen, B.J. (Bart) van der Sluis Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij & fruit Juni 2016 PPO nr.3236180400

2016 Wageningen, Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO) onderzoeksinstituut Praktijkonderzoek Plant & Omgeving. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van DLO. Voor nadere informatie gelieve contact op te nemen met: DLO in het bijzonder onderzoeksinstituut Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit Opdrachtgever : Gemeente Neder-Betuwe en Laanboompact Uitvoering : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving Financiers : Regio Rivierenland en provincie Gelderland Dit project is uitgevoerd met steun vanuit het Regionaal Samenwerkingsprogramma. DLO en gemeente Neder-Betuwe zijn niet aansprakelijk voor eventuele schadelijke gevolgen die kunnen ontstaan bij gebruik van gegevens uit deze uitgave Projectnummer: 32 361 663 00 Het RSP maakt onderdeel uit van Eigen-Wijs Rivierenland en wordt mede mogelijk gemaakt door de provincie Gelderland. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit Adres : Lingewal 1, Randwijk : Postbus 200, 6670 AE Zetten Tel. : +31 488 47 37 54 Fax : +31 488 47 37 17 E-mail : info.ppo@wur.nl Internet : www.ppo.wur.nl Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 2

Inhoudsopgave pagina 1 INLEIDING... 5 2 MATERIAAL EN METHODEN... 7 2.1 Inleiding... 7 2.2 Het perceel... 8 2.3 Bepalen totaalscore boomkenmerken... 8 3 RESULTATEN... 9 3.1 Algemeen... 9 3.2 De bodemscan... 9 3.3 Relatie gewaswaarnemingen met de bodemscan... 10 4 CONCLUSIES... 11 5 LITERATUUR... 13 BIJLAGE 1. BODEMSCAN QP 0.5 M (GELEIDBAARHEID MS/M)... 14 BIJLAGE 2. BODEMSCAN QP 0.5 M (GELEIDBAARHEID MS/M)... 15 BIJLAGE 3. BODEMSCAN QP 1.0 M (GELEIDBAARHEID MS/M)... 16 BIJLAGE 4. BODEMSCAN HOOGTEKAART (ALT M)... 17 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 3

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 4

1 Inleiding Remote Sensing vanuit satellieten is een belangrijke mogelijkheid voor precisielandbouw techniek. Op basis van beelden genomen met visionsystemen vanuit de ruimte kunnen patronen van gewas en bodem worden vastgesteld en mogelijk beslisregels voor teeltmaatregelen worden opgesteld. Voor de boomkwekerij lijkt deze techniek echter minder geschikt. Het is nodig om het gewas van dichtbij te meten, vanwege de grote diversiteit aan gewassen en teeltsystemen. Die technieken om dichtbij te meten (near sensing) zijn beschikbaar zoals met Unmanned Aerial Vehicles (UAV) s met verschillende visionsystemen aan boord. Gebruik van deze technieken in de boomkwekerij en vooral vertaling van beelden naar taakkaarten en managementmaatregelen is nog sterk in ontwikkeling. In dit project wordt een start gemaakt voor de laanbomen in de regio Opheusden met Proximal Soil Sensing, sensing van de bodem met een bodemscanner. De doelstelling van dit project is het verkennen van de mogelijkheden van nieuwe sensing technieken in de laanboomkwekerij. Gekozen is voor het uitvoeren van een sensing van de bodem. De bodem is de basis van de teelt. Het verkrijgen van inzicht in de variatie van de bodem kan helpen om teeltmaatregelen af te stemmen op die variatie. Dit rapport beschrijft een eerste verkenning naar de mogelijkheden van Proximal Soil Sensing en heeft als doel het vaststellen van de variatie van de bodem met een specifieke bodemsensor (EM38-mk2) en onderzoeken wat deze variatie betekent voor de laanboomteelt. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 5

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 6

2 Materiaal en methoden 2.1 Inleiding In september 2014 is met de bodemsensor EM38-mk2 (Zie foto 1 en 2) een bodemscan gemaakt van een perceel met laanbomen aan de Gesperdense straat in Dodewaard. Op dit perceel stonden bomen in de maatklassen van 10 tot 20 cm stamomtrek. De bodemsensor meet de EC (geleidbaarheid) van de bodem op twee dieptes (0-0,5 en 0 1,0 meter). De EC is een combinatie van een aantal parameters, zoals organisch stof, vochtgehalte, kleigehalte, chemische samenstelling en structuur. Tenslotte is de EC ontwikkeld voor het meten van het zoutgehalte. Foto 1. De bodemscan sensor. Foto 2. De sensor achter de GPS kar. De EC van de bodem is een nuttig kenmerk om de variabiliteit van het opbrengstpotentieel van een perceel in kaart te brengen (Meirvenne, 2015). De gebruikte sensor EM38-mk2 werkt met elektromagnetische inductie. Hierbij wordt via een wisselstroom in een zendspoel een magnetisch veld opgewekt dat doordringt in de omgeving. Via een tweede spoel (de ontvangstspoel) wordt de sterkte van dit veld gemeten. De bodem is hierbij dan het geleidend materiaal en daar ontstaan wervelstroompjes die een secundair magnetisch veld creëren. Dit secundair veld wordt ook door de ontvangstspoel gemeten en hieruit kan men dan de EC van het geleidend materiaal afleiden. De meetdiepte is afhankelijk van hoe ver de spoelen uit elkaar staan. Bij dit type scanner wordt de EC van de bodem tot een diepte van maximaal 1 meter in kaart gebracht. De EC geeft informatie over: Relatie: Bodemvocht hogere vochtigheid ----> hogere geleiding Temperatuur hogere temperatuur ----> hogere geleiding Zouten hogere zoutconcentratie ----> hogere geleiding Organische stof hogere OS ----> meer geleiding De gemeten EC waarden (locatie specifiek gemeten met RTK-GPS) worden op een kaart geprojecteerd en per perceel weergegeven. Verwerking van de data is gedaan met het programma Farmworks. Het staande gewas is tijdens een veldbezoek in najaar 2015 visueel beoordeeld. Op een deel van het perceel (80x80 m) met diverse soorten en cultivars sierkersen (Prunus spp.) zijn in week 42 2015 ruim 600 bomen individueel beoordeeld. Tevens is de locatie van de boom op het perceel zo goed mogelijk vastgelegd. Op deze wijze kan een relatie gelegd worden tussen de gemaakte bodemscan en het gewas. Per boom zijn drie kenmerken vastgelegd: de maatklasse (de metingen waren eerder door de boomkweker uitgevoerd en vastgelegd met een kleurlintje), de kroonvorm en de bladkleur. Deze kenmerken geven gezamenlijk een beeld van de kwaliteit van een boom. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 7

2.2 Het perceel In tabel 1 staat aangegeven waar welke cultivars voorkwamen op het perceel. Dit is met rijnummers aangegeven, die later in de diverse figuren weer worden vermeld. In tabel 2 staan de aantallen bomen. Tabel 1. Locatiegegevens en codering proefbomen. Rij nummers Codering Prunus serr. Kanzan *) 7 t/m 11 K Prunus sarg. Rancho 16 R Prunus serr. Kanzan**) 23 Kb Prunus serr. Sunset Boulevard 29, 30, 31 SB *) onder veredeling **) boven veredeling, Tabel 2. Aantallen proefbomen per cultivar. Boomsoorten Code Maatklassen 10-12 12-14 14-16 16-18 18-20 Totaal Prunus serr. Kanzan *) K 9 70 188 32 4 303 Prunus sarg. Rancho R 6 20 30 16 4 76 Prunus serr. Kanzan**) Kb 1 18 21 6 46 Prunus serr. Sunset Boulevard S/SB 5 38 41 43 2 129 Eindtotaal 23 158 314 108 10 613 *) onder veredeling **) boven veredeling, De Prunus-cultivars op het perceel: SB = Prunus serr. Sunset Boulevard Kb = Prunus serr. Kanzan bovenveredeld R = Prunus sarg. Rancho Kb = Prunus serr. Kanzan onderveredeld 2.3 Bepalen totaalscore boomkenmerken Per kenmerk kunnen maximaal 3 punten behaald worden. De scores per kenmerk zijn: Kenmerk maatklasse: 1 punt = maatklasse 10-12 + 12-14 2 punt = maatklasse 14 16 3 punt = maatklasse 16-18 + 18-20 Kenmerk kleur: 1 punt = veel lichtverkleuring (licht groen) 2 punt = lichtverkleuring (beperkt licht groen) 3 punt = vitaal groen Kenmerk vorm: 1 punt = schrale kroon 2 punt = middel 3 punt = volle kroon Het eindoordeel is de totaalscore over de 3 kenmerken en bedraagt maximaal 9 punten. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 8

3 Resultaten 3.1 Algemeen In dit hoofdstuk worden de bodemscan resultaten gerelateerd aan de boomtotaalscore.. Zoals reeds aangegeven was het doel om een relatie te bepalen tussen de bodemscandata en de boomopbrengst. In foto 3 is de locatie van het perceel weergegeven met behulp van Google Earth. Foto 3. Locatie proefperceel. 3.2 De bodemscan Figuur 1 geeft de resultaten van de bodemscan weer, met QP in ms/m en voor een diepte van 0 0,5 meter. Rode vlakken hebben een hoge geleiding en donkergroene een lage geleiding. De zwarte strepen geven aan waar de bomen stonden die voor de vergelijking zijn beoordeeld. De EC-waarden lopen uiteen van 40 69 ms/m. De range van deze waarden komt overeen met metingen op andere kleigronden. Figuur 1. De bodemscan voor 0 tot 0,5 meter. EC-kaarten geven een geïntegreerd, op volume basis gebaseerd gedetailleerd beeld van de bodemvariabiliteit binnen een perceel. Ze zijn daarmee een goede vertrekbasis voor precisielandbouw. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 9

3.3 Relatie gewaswaarnemingen met de bodemscan Het eindoordeel is de totaalscore over de 3 kenmerken (omtrekklasse, kroonvorm en de bladkleur) en loopt uiteen van 3 tot 9. Voor de beoordeling in punten is een waarderingskaart in kleuren opgesteld (figuur 2). 3 Lage waardering omtrek, vorm en kleur 4 5 6 7 8 9 Hoge waardering omtrek, vorm en kleur Figuur 2. Beoordelingskaart voor de totale score. In onderstaande figuur 3 zijn op de bodemscan QP 0.5 m (geleidbaarheid (ms) de individuele waarnemingen van de bomen weergegeven. SB Kb R K Figuur 3. Bodemscan en de individuele beoordeling van de bomen uitgedrukt in totaalscore. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 10

4 Conclusies De bodemscan QP 0.5 m meet de EC (geleidbaarheid) van de bodem en is een indicatie voor een combinatie van een aantal parameters, zoals percentage bodemvocht, temperatuur, zouten en organisch stof. De EC-waarden lopen uiteen van 40 69 ms/m. Interpretatie van de gewasscores met de bodemscan parameter (QP in ms/m op een diepte van 0.5 m.) levert in deze verkenning vooralsnog geen duidelijke aanwijzingen op: - Grote spreiding van de gewasscores binnen de meetvelden en tussen de naastgelegen rijen. - Clusters van bomen met een hoge (of lage) score liggen afwisselend in gebieden met een hoge EC en gebieden met een lage EC. Het oorspronkelijke beeld heeft een legenda met 7 klassen. In bijlage 1,2 en 3 is getracht door aanpassing van de agenda een duidelijker beeld te krijgen van de variatie in het perceel. Dit gaf niet gelijk een beter inzicht, wel werd duidelijk dat de klasse indeling in de legenda wel van belang is om de variatie te begrijpen. Hier wordt in een ander onderzoek verder naar gekeken. Nader onderzoek naar de praktische betekenis van de parameter EC (geleidbaarheid) is gewenst. Vragen die daarbij aan de orde moeten komen zijn: - Is er een relatie te vinden tussen de EC waarde en de kwaliteit van laanbomen? En zo ja, welke? - Welke toepassingsmogelijkheden zijn er voor de bodemscan EM38-mk2 in de laanboomkwekerij? - Welke metingen zijn nodig voor validatie van de bodemscan-beelden? o Bodemmonsters o o Gewasbemonstering en metingen Ruimtelijke gegevens op basis van andere imaging-technieken (drone-beelden, andere bodemscanners e.d.) Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 11

Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 12

5 Literatuur Meirvenne, Marc van; Electrische geleidbaarheid nuttig voor precisielandbouw. Boerenbond, Management en techniek 19; 6 November 2015 Meirvenne, Marc van e.a. Key variables fort he identification of soil management classes in the Aeolian landscapes of north-west Europe. Geordema 15 November 2012. Stoorvogel, Jetse; e.a. Managing soil variability at different spatial scales as a basis for precision agriculture. Soil specific farming; https://www.researchgate.net Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 13

Bijlage 1. Bodemscan QP 0.5 m (geleidbaarheid ms/m) Aangepaste legenda 1 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 14

Bijlage 2. Bodemscan QP 0.5 m (geleidbaarheid ms/m) Aangepaste legenda 2 Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 15

Bijlage 3. Bodemscan QP 1.0 m (geleidbaarheid ms/m) Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 16

Bijlage 4. Bodemscan hoogtekaart (alt m) Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 17