Inbouwen verlichting Iedereen ontdekt dat werken met licht een modelbaan een heel nieuwe dimensie kan geven. Eén van de talloze mogelijkheden om licht te brengen op onze baan is het inbouwen van verlichting in rijtuigen. Voor velen lijkt dat een schier onmogelijke opgave. Nochtans is het de eenvoud zelve. Kijk even mee. Kies een treinsamenstelling waarin je verlichting wil bouwen. Kies het rijtuig dat de stroom van de baan moet halen en waar je dus ook een eventuele functiedecoder wil in plaatsen. In ons voorbeeld gebruiken we binnenverlichting van Viessmann die wordt aangeboden in 3 kleurvarianten, wit, geel, en warmwit. Je kiest een kleur die bij je rijtuigen past. Helwitte verlichting in rijtuigen uit het stomerstijdperk is bijvoorbeeld geen goed idee. Doe wat opzoekingswerk en maak een goede keuze! We gebruiken natuurlijk LED-verlichting omwille van het weinige stroomverbruik. We nemen maar stroom van de baan bij één en slechts één rijtuig. Dit vermindert de rolweerstand van de trein, en bij Märklinrijders vooral ook het sleepgeluid. We hebben dan wel stroomvoerende koppelingen (ook van Viessmann) nodig.
Het moeilijkste is en blijft het openen en goed sluiten van het rijtuig. Hoe dit gebeurt wordt bepaald door de fabrikant, moet soms met behulp van tandenstokers, aangepaste kracht, durven klikken, Doe het in elk geval voorzichtig! In ons voorbeeld (en dat is vaak zo) verwijder we daarvoor voorzichtig de balgen en klikken dan de kap weg van het onderstel. De meeste rijtuigen klikken in elkaar, wat wil zeggen dat een uitstulping in het ene deel precies past in het andere deel. Zaak is de juiste positie van deze puzzelstukjes te vinden en daar de wagens een klein beetje open te trekken zodat ze uit elkaar klikken. Gebruik geen metalen gereedschappen! Kijk goed hoe je de boel uit elkaar haalt, want meestal is er maar één manier om ze ook weer goed in elkaar te krijgen!
Gelijkstroomrijders plaatsen stroomafnemers onder aan elke zijde van het rijtuig. Märklinrijders plaatsen de sleper en de massaveren (contacten) onder het rijtuig. Gebruik als het kan stroomafnemers gebouwd en geleverd door de fabrikant van het rijtuig. Deze zullen bijna altijd mooi passen! Plaats de sleper nooit achteraan de sleep, kwestie van hem niet in het zicht te plaatsen. Fixeer eventueel de contactveren of de massaveren met een beetje (!) secondenlijm. Plaats twee contactveren of massaveren (dus op elk draaistel) voor een beter contact. In ons voorbeeld desolderen we de stekkertjes van de sleper en de massaveren. De bruine draad van de massaveer kan door de sleper mee naar binnen in het rijtuig.
Zoek een goede plaats voor de eventuele functiedecoder (in ons voorbeeld een Märklin C96) en bevestig deze met wat secondenlijm of dubbelzijdige plakband. Fixeer de decoderdraadjes. Bevestig de twee stroomdraden. Vergeet niet de twee massaveren met elkaar te verbinden. Zorg dat deze verbindingsdraad lang genoeg is om hem later proper weg te werken! Demonteer de originele koppelingen. Gebruik een pincet of een fijn tangetje om de lipjes iets naar elkaar toe te brengen zodat de koppeling niet wordt geforceerd. Plaats de stroomvoerende koppeling(en). Kort de draadjes in tot de gewenste lengte. Voer de draadjes terug in het rijtuig. Gebruik als het kan bestaande openingen. Eventueel zal je een extra opening moeten boren of smelten (een nagel of dergelijke warm maken en voorzichtig door het materiaal laten smelten). In geen enkel geval mag de beweging van de wielstellen worden gehinderd! Kies dus heel zorgvuldig hoe je de draadjes terug binnen leidt!
Kort eventueel de verlichting in. Soldeer twee soepele draadjes aan de verlichting, zorg dat deze lang genoeg zijn om nadat de verlichting is geplaatst toch ruimte te hebben om de kap open te maken! Bevestig de verlichting met dubbelzijdige plakband tegen het plafond van de kap. Zorg dat eventuele raampjes op of boven het plafond toch wat licht kunnen vangen! Verbind de aangebrachte draadjes voor de verlichting met de juiste functiedraadjes van de decoder (lees en bekijk de handleiding van de decoder!). We gebruiken deze manier van werken (met dus een extra soldering tot gevolg) omdat het zo eenvoudig is de verlichting in de kap te plakken, zonder dat we in de kap van het rijtuig moeten solderen nadat de verlichting is vastgeplakt. Nu kunnen we gemakkelijk kap en onderstel desgewenst ook nog scheiden. Je zal merken dat de polarisatie geen enkele invloed heeft op het branden van de verlichting, hoe je de + of de - ook aansluit, de LED s branden. De elektronica in de LED-strip regelen daartoe de spanning. Eventueel gebruik je schilderstape die je plakt over de verlichting heen om het licht diffuus te maken. We testen het rijtuig en de verlichting werkt perfect. We sluiten de stroomvoerende koppeling ook aan, eventueel aan een andere functiedraad, zodat in ons geval de verlichting binnen in de postwagen apart kan geschakeld worden van de verlichting van de andere rijtuigen (zie tekening decoder). We gebruiken dubbelpolige stroomvoerende koppelingen zodat de decoder altijd dubbelpolig kan schakelen. Zo vermijden we dat de verlichting op de één of andere manier toch nog in verbinding staat met de baan, ook al is ze uitgeschakeld.
In ons voorbeeld plaatsen we ook nog sluitlantaarns aan onze postwagen (die we als laatste rijtuig opnemen in onze trein). Ook deze solderen we weer aan een aparte functiedraad zo dat ook deze afzonderlijk kan worden geschakeld (zie tekening decoder). We openen ook de andere rijtuigen voorzichtig, demonteren de koppelingen en plaatsen nieuwe stroomvoerende koppelingen. Zorg dat ook deze draadjes naar de koppelingen naar binnen worden geleid zo dat de beweging van de koppeling en het draaistel niet gehinderd wordt! Kort de draadjes in maar zorg steeds dat de kap nog voldoende ruimte krijgt om desgewenst weer geopend te kunnen worden! Verbind de beide koppelingen elk aan één kant van de verlichting maar Als je in het laatste rijtuig sluitlichten met LED s wil inbouwen die je samen met de verlichting wil laten schakelen moet je extra opletten! LED s laten de stroom immers slechts door in één richting. Als je niet altijd hetzelfde soldeert zal de binnenverlichting weliswaar branden maar als je een wagen verkeerd hebt gesoldeerd zal de stroom omgepoold zijn. De grote bolletjes zijn de onder en bovenkant van de koppelingen, de kleine de soldeerpunten op de strip. Rood is verbonden met rood, groen met groen. Soldeer altijd identiek (aan de ene kant soldeer je de koppeling net hetzelfde dan aan de andere kant, als de + aan de ene kant bovenaan de koppeling zit, moet die aan de andere kant dus ook boven zitten).
Als hier onze LED s van de sluitlichten branden in het laatste rijtuig (rechts) (rood links is hier dus + ), zullen die dat altijd doen, hoe je de rijtuigen ook al of niet in je trein stopt. Voor en achterkant zijn steeds hetzelfde, wat er ook met de rijtuigen gebeurt, de stroom wordt altijd op dezelfde wijze doorgegeven vanuit het rijtuig dat stroom levert (links) naar het rijtuig met de sluitlichten. Haal je er een rijtuig tussen uit dan blijft de situatie voor het laatste rijtuig identiek, idem als je er ééntje extra tussen zet. Maar fout kan dus ook! Rechts in het middelste rijtuig is cross-over gesoldeerd, voor en achterkant zijn nu verschillend. Hierdoor wordt de stroom wel doorgegeven naar de LED-strips die altijd branden. Maar bij het rijtuig met de sluitlichten is er door de ompoling (links en rechts) op de strip ook de + en - gewisseld. Dit betekent dat de sluitlichten niet zullen branden. Vergeet niet dat elke decoder, dus ook Märklin-decoders, gelijkstroom uit sturen! Dat betekent dat als je de verlichting aansluit aan de decoder deze zal werken, hoe je ze ook aansluit (polariteit speelt geen rol). Maar de aansluitpunten zijn wel gepolariseerd. En heel vaak is de zogenaamde retour de +!!! Let dus zeker op de LED-sluitlichten! Testen! En dan pas de wagen weer sluiten. Merk op dat we de koppelingen hier wel rechtstreeks aan de LED-strip solderen. Hier moet je immers niet foefelen om de LED s, de decoder, de sluitlichten, samen in één rijtuig te proppen. Eens dit rijtuig gesloten moet het eigenlijk ook nooit meer open, want de decoder (het meest gevoelige onderdeel en het enige onderdeel wat eventueel opnieuw moet worden ingesteld (adres met dipswitches) zit hier niet in het rijtuig. Ook stroomafname gebeurt hier natuurlijk niet!
Het toilet is de ideale ruimte om het te veel aan draadjes proper weg te bergen (tenzij je een viespeuk bent die perse in het toilet wil binnen kijken). En kijk, zonder licht op onze modelbaan, met binnenverlichting en sluitlichten,
Als je binnenverlichting plaatst kan je in één moeite bagage in je postwagen plaatsen, figuren plakken op de banken in je rijtuigen, Dit maakt je trein gegarandeerd nog aantrekkelijker. Let bij het programmeren van de decoder, of bij het manueel instellen van het adres toch ook op het volgende. Als de lichtdecoder hetzelfde adres heeft als dat van de loc dan kan je deze decoder samen laten schakelen met je locomotief. Kies je een ander adres, dan zal je de rijtuigen apart moeten schakelen! Veel fabrikanten bouwen decoders en/of verlichting. Hier kan echt je eigen goesting, je portemonnee, je favoriete winkelier, bepalen wat je zal gebruiken. De werkwijze voor inbouwen is bijna altijd identiek aan die hier is beschreven. Frans Hooyberghs