Jan Goedbloed te paard

Vergelijkbare documenten
Fidel en zijn kameraadjes

Cornelia's dierenboek

De haas en de egel. Wilhelm Grimm en Jacob Grimm. bron Wilhelm Grimm en Jacob Grimm, De haas en de egel. Z.n., z.p

De drie beeren. bron exemplaar Koninklijke Bibliotheek Den Haag, signatuur: Ki 4304 De drie beeren. K.H. Schadd, Amsterdam 1869

Asschepoester. Charles Perrault. bron Charles Perrault, Asschepoester. Van Holkema en Warendorf, Amsterdam dbnl

De magische deur van KASTEEL013

Lucie en hare moeder

Kinderkerstfeest van de Kindernevendienst 26 december Kerstverhaal

Bron: De sprookjes van Grimm; volledige uitgave, vertaald door M.M. de Vries-Vogel. Unieboek BV - Van Holkema & Warendorf, Weesp, 1984.

2

Verhaal: Jozef en Maria

Televisie. binnenwerk_herrie 64 pagina s inclusief schutbladen_ indd 4

"Afraid of the Dead ( The Escape ) Hoofdstuk 5"

Het boek met verrassingen

De kleine wildebras. Th. Storm. Magda Stomps. Zie voor verantwoording:

De eekhoorn kon niet slapen. Hij liep van zijn deur om zijn tafel heen naar zijn kast, bleef daar even staan, aarzelde of hij de kast zou opendoen,

Gelukkig Hansje. Jacob Grimm en Wilhelm Grimm. bron Jacob Grimm en Wilhelm Grimm, Gelukkig Hansje. D. Noothoven van Goor, Leiden

De rattenvanger van Hamelen

De ontelbaren is geschreven door Jos Verlooy en Nicole van Bael. Samen noemen ze zich Elvis Peeters.

Roodkapje. Jacob Grimm en Wilhelm Grimm. bron Jacob Grimm en Wilhelm Grimm, Roodkapje. Van Holkema & Warendorf, Amsterdam 1905.

Burny Bos. Knofje. Alle verhalen. Met illustraties van Harmen van Straaten. Leopold / Amsterdam

Ankie. het meisje uit de bossen van Karoetsja. Antoon Kersten ooit geschreven voor zijn kleindochter Karin. blad 1

MENSEN ZIJN LUI ONDERBOUW

Geelzucht. Toen pakte een vrouw mijn arm. Ze nam me mee naar de binnenplaats van het huis. Naast de deur van de binnenplaats was een kraan.

De geschiedenis van een muis

Weg met die krokodil!

De redding van Zacheüs Meditatie ds. Gerard Rinsma zondag 30 oktober e zondag na Trinitatis

De doosjesboekjes. C.J. Kieviet. bron C.J. Kieviet, De doosjesboekjes. Scheltens en Giltay, Amsterdam dbnl

Het olifantenboekje. het eigenwijze Fantje. C.A. Leembruggen. Zie voor verantwoording:

God houdt zijn belofte Genesis 21:1-6. De berg op Genesis 22:1-8. God heeft me heel gelukkig gemaakt! Ze noemden hun zoon Izak. Dat betekent: lachen.

Sofie en Regenboog HOOFDSTUK ÉÉN

Een felle bliksemflits zette het bos heel even in een spookachtig,

10. Bijbel, Lucas 15. Vertaling L. ten Kate. Vertaling NBG/BBG, Haarlem/Brussel 1951.

Moeders bloemen. Agatha Snellen. bron Agatha Snellen, Moeders bloemen. Gebr. Kluitman, Alkmaar dbnl / erven Agatha Snellen

eerste communieproject H. Theobaldusparochie, Overloon Hoofdstuk 6 Het leven kan een feest zijn

De wind maakt grapjes

Het oolijke dierenboek

Een mooie dag; een indianenverhaal. Daphne de Bruin 2010

Het tweede avontuur van Broer Vos en Broer Konijn

De kleine draak vindt het drakenland Iris Kater. Vandaag wil ik jullie iets vertellen over een kleine draak.

Ruth 1. Ruth en Noömi

Hans Kuyper. F-Side Story. Tekeningen Annet Schaap. leopold / amsterdam

Het feest van Koning Beer

Bart Moeyaert. Blote handen

Liedbijlage. Groepen 1-3. Cd Pyramide 2008-I, track 66. Groepen 3-4. Cd Pyramide 2008-I, track 67

Liedjes Kerstmusical: Volg die ster

De geschiedenis van Klein Duimpje


Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 5 Bidden. H. Theobaldusparochie, Overloon

Water Egypte. In elk land hebben mensen hun eigen gewoontes. Dat merk je als je veel reist. Ik zal een voorbeeld geven.

De steen die verhalen vertelt.

Lees wat Bennie Burgers dee en doe er uw voordeel mee

Geschreven voor Ivy en Tess. met hun woordje Brompeltje

Een nieuw aardig prentenboek

de vreemde eend in de bijt

Er was eens een huis. En in dat huis woonde een heks...

Edward van de Vendel Toen kwam Sam. Met tekeningen van Philip Hopman

Tommie, Dik en Esmeralda

Welkomslied: We hebben iets te vieren. Woord van Welkom door Hetty

»05« Het marktplein. Nog nooit had hij zijn boterham zo snel opgegeten. Mam, Erika en Lien hadden hem verbaasd aangekeken.

Vertel de kinderen, of praat met hen over het verschil tussen film, tv kijken of naar het theater gaan.

Toen de dienstknecht van Abraham was aangekomen in Nachor, waar liet hij de kamelen rusten en waarom juist op die plaats?

Rindert Kromhout. Die dag in augustus. met tekeningen van. Annemarie van Haeringen. Leopold / Amsterdam

Kriebeltje en de Stink Stank-mannetjes

Mijn mond zat vol aarde

Welkom in de Open Hof

Ik besloot te verder te gaan en de zeven stappen naar het geluk eerst helemaal af te maken. We hadden al:

Faux Pas Test (Volwassenen versie)

Mapje en Papje in het Hazenbosch

Lied op de drempel: Welkom mensen (tekst: Piet Schelling; melodie: ELB, lied 218 = Samen in de naam van Jezus )

Britt & Esra - Het avontuur met het zadel

KINDEREN VAN HET LICHT

Gijsje zonder staart geschreven door Henk de Vos (in iets gewijzigde vorm) Er was eens een klein lief konijntje, dat Gijs heette. Althans, zo noemden

Makkers en rakkers. Nel Ooievaar. bron Nel Ooievaar, Makkers en rakkers. 'De Vliegende Hollander', Utrecht ca dbnl

Roodkapje. Charles Perrault. bron Charles Perrault, Roodkapje. K.H. Schadd, Amsterdam dbnl

Anna Woltz. Mijn bijzonder rare week met Tess

Dit boekje is van... Meneertje Kietel_Binnen.indd :20 Meneertje Kietel_Binnen.indd :05

Het lam. Arna van Deelen

Wat vertelde Jozef zijn broers over de hongersnood? Dankzij wie had Jozef de positie van onderkoning van Egypte bereikt?

Mieke Lansbergen. Op een dag leek het me een goed idee om een offer te maken voor God. Uit dankbaarheid voor alles wat groeit, en omdat

Over schulden gesproken

Het apenboekje. drie stoute aapjes. C.A. Leembruggen. bron C.A. Leembruggen, Het apenboekje. W. van Hoeve, Deventer 1944.

SNOEPFABRIEK MOET SLUITEN. Snekkerdam Van een van onze verslaggevers

Line's verjaardag. Een verhaal voor meisjes. Reinoudina de Goeje. Zie voor verantwoording:

Er was eens een gezin met zeven dochters. De zeven meisjes woonden met hun ouders een heel eind buiten de stad.

Faux Pas test (Volwassenen versie)

Verloren grond. Murat Isik. in makkelijke taal

De schoone slaapster in het bosch

Op weg met Jezus. eerste communieproject. hoofdstuk 1 De droom van Jesaja. H. Theobaldusparochie, Overloon

Transcriptie:

Jan Goedbloed te paard Reinoudina de Goeje bron. S. Warendorf Jr., Amsterdam ca. 1890 Zie voor verantwoording: http://www.dbnl.org/tekst/goej001jang01_01/colofon.php 2011 dbnl

1 Jan Goedbloed te paard. Manlief, sprak eens op een dag, de vrouw van den heer Goedbloed, morgen is het onze zilveren bruiloft, en in al die vijf en twintig jaren zijn wij nooit van huis geweest. Wat dunkt u, als we eens uit rijden gingen, en den feestdag prettig buiten vierden Ik vind het heel goed, antwoordde Jan Goedbloed. We zullen mijne zuster en de kinderen ook meevragen. Heel goed, zeide Jan. We zullen wijn van huis medenemen, want wat men koopt is meestal slecht en duur. Heel goed, sprak Jan alweer. Hij vond meest altijd alles goed, wat zijn vrouw goed vond, en telkens moest hij weer zijn gewone heel goed! herhalen, want mevrouw Goedbloed had honderden bedenksels en plannen voor het feest. Eindelijk zeide zij: en daar het rijtuig te vol wordt, zal 't het beste zijn, dat gij, voor u, het paard van onzen buurman te leen vraagt. Dezen keer duurde het langer dan gewoonlijk, voordat Jan antwoord gaf, want hij had nog nooit in zijn leven op een paard gezeten, en begreep niet hoe dat zou gaan, maar daar hij gewend was om zijn lieve vrouw nooit tegen te spreken herhaalde hij eindelijk als gewoonlijk: ik vind het heel goed.

2

3 De feestdag brak aan, en de familie was vroeg gereed. Het rijtuig kwam op tijd, en reed op het bepaalde uur weg. Het paard werd gezadeld, en Jan zette reeds den voet in den stijgbeugel, toen hij eenige klanten zijn winkel zag binnen stappen. Zaken gaan voor de pret, dacht hij, en ging spoedig helpen. Toen hij gereed was, riep Bettie, de meid, hard van de trap afhollende, o, mijnheer Goedbloed, wat een ramp! Een ramp? wat dan? De wijn is vergeten! De wijn! Moeder de vrouw had ze nog al zelve in twee dikke steenen kannen gegoten, uit vrees dat er een ongeluk mee zou gebeuren, en nu waren ze achtergebleven. Het eenige, wat er te doen is, zou zijn ze mede te nemen, dacht Jan, en besloot de kruiken aan een koord te rijgen, en dat om zijn middel vast te binden. Aan elken kant één. Niet zonder moeite besteeg nu de zilveren bruidegom zijn ros, en zeide: zachtjes aan, voorwaarts, mijn beestje! doch daar hij tevens, zonder plan, stevig aan de teugels trok, zette het paard het op een draven zóó hard, zóó hard, dat het Jan groen en geel voor de oogen werd. De straatjongens riepen hoera! en wuifden met de petten; de honden blaften; de menschen liepen hunne huizen uit, om te zien wat er gaande was; de ruiter verloor eerst zijn hoed, toen zijn pruik, liet de teugels los, en hield zich angstig aan de manen vast.

4

5 De wijn begon te gisten; de kurken vlogen van de kruiken af; de wijn liep weg; Jan's voeten gleden uit de stijgbeugels; hij reed kinderen omver, en lag. meer dan hij zat, op het dravende dier. Aanstonds val ik er af, dacht hij angstig, doch neen; onverwacht stond zijn paard heel bedaard voor een huis stil. Waar ben ik toch? vroeg Jan, zich gauw weer goed in het zadel zettende. Alles kwam hem zoo bekend voor. Geen wonder! het paard had hem weer in zijn eigen woonplaats terug gebracht. De buurman, die hem het paard geleend had, kwam buiten en vroeg: Wel? wat is er te doen? Welk nieuws brengt ge? Doch waar is uw hoed gebleven, en uw pruik? Die liggen ergens op den weg. Kom binnen, en blijf bij mij eten, zeide de buurman. Neen, neen, dank; mijne vrouw wacht met het bruiloftsmaal. Uw paard heeft mij leelijk beet genomen, met dat harde draven, sprak Goedbloed, en voelde eens aan zijn hoofd. De buurman lachte, maar leende hem een nieuwe hoofdbedekking. Zet die maar op, en rijd spoedig naar uw vrouw, die anders ongerust mocht worden, sprak hij, en klopte het dier eens op den nek.

6

7

8 Nu beter opgepast, zeide Jan, blijde dat hij weer een pruik en een hoed had. Het duurde echter niet lang, of ook deze vlogen door de lucht, want het paard schrikte van een ezel, die opeens begon te balken, en draafde nog harder voort dan den eersten keer. Hij holde midden door een kudde schapen heen, en de arme dieren stoven verschrikt naar alle kanten, zoodat de herder ze haast niet meer bijeen konde krijgen. Jan kon er niets aan doen, hij hijgde naar adem, en wenschte niets anders, dan dat zijn paard eindelijk mocht besluiten stil te staan. Maar daar was nog geen denken aan. Toen er een troepje ruiters achter hem aan kwam draven, scheen het paard van Jan Goedbloed te denken, dat dit een harddraverij was, en dat het er nu pas op aan kwam, om zijn best te doen, en te toonen wat hij kon. De heer Goedbloed zag het oogenblik naderen, dat hij, over de kop van zijn harddraver heen, op den grond zou terechtkomen. Mijn laatste uurtje heeft geslagen, vreesde hij, en deed de oogen dicht. Hij zag in gedachte zijn vrouw en kinderen met de gasten aan den feestdisch, en werd zoo bitter bedroefd, dat hij er niet bij kon zijn, dat hem een paar dikke tranen over de wangen rolden. Opeens - wat was me dat? - voelde Jan Goedbloed een ruk aan zijn teugels, terwijl men riep: holla, holla, oude heer! De ruiters, die hem volgden, hadden hem ingehaald, en vertelden hem nu, dat zijn vrouw ongerust werd en hun had verzocht haar man op te zoeken, en bij haar te brengen.

9

10 De goede Jan lachte van blijdschap. Hij leefde dus nog, had geen armen en beenen gebroken, en zou feestvieren! Hoe gelukkig! Wat is het alles goed afgeloopen, zeide hij, zich een oogenblik later naast zijn vrouw nederzettende. Maar de pruik verloren! merkte zij hoofdschuddend aan. Wel twee, en ook twee hoeden, en de wijn bovendien, doch de leege kruiken zijn goed aangekomen, sprak Jan Goedbloed, en reikte ze den knecht aan, met bevel ze te vullen met den besten wijn, die er was. Toen schonk hij de glazen vol en dronk op de gezondheid van de zilveren bruid. Er werd geklonken, en allen riepen wel driemaal hip, hip, hoera! Het was allerprettigst. En toen dronk men op den bruidegom, en de gasten, en werd er gezongen van louter pleizier. Opeens zette Jan Goedbloed een treurig gezicht te midden van de vroolijkheid. Hoe nu? vroeg zijne vrouw, er mankeert toch niets aan? Neen, niets, maar ik dacht aan de terugreis, sprak Jan Goedbloed, en ik hoop dat het paard dan niet al te hard zal draven. Gij zijt toch niet bang? fluisterde hem zijn vrouw in het oor. Bang? herhaalde Jan Goedbloed, wel neen, lieve vrouw. Men moet ook niet bang zijn, sprak de zilveren bruid. Neen, knikte Jan.

11

12 Maar toen het paard weer gezadeld stond, zeide Jan tegen den stalknecht: het zou mij een groote fooi waard zijn, als dat dier mij niet zoo door elkander schudde Zoo, zoo, sprak de man, en hield de hand op. Jan liet er iets in glijden. Toen greep de knecht het paard bij den teugel, en bleef naast Jan voortstappen tot dicht bij zijn woonplaats. Zoo vond Jan Goedbloed de terugreis bijzonder prettig. En in later jaren, als er over de zilveren bruiloft gesproken werd, vertelde Jan Goedbloed altijd: we hebben toen een alleraardigst feest gevierd; mijne familie ging met rijtuig, maar ik te paard. Het was een genoeglijke tocht.