PROJECTBESCHRIJVING POPPENKAST

Vergelijkbare documenten
PROJECTBESCHRIJVING MIJN SCHATKIST

PROJECTBESCHRIJVING VERHALEN IN DE MUZIEK

PROJECTBESCHRIJVING VERHALEN IN DE MUZIEK

PROJECTBESCHRIJVING MIJN BOOMHUT

PROJECTBESCHRIJVING SCHATTIG SPELEN

PROJECTBESCHRIJVING DE WIJK IN

Zing Een beestenboel op school - beweeg als een beest (lesformat) Een les in aansluiting op het dag project Een beestenboel op school.

Een muziekles in aansluiting op het dagproject Een beestenboel op school.

China. Stadsgeluiden in China. 3 lessen rond geluiden in een Chinese stad. Vakgebied: Muziek. Lesduur: 60 minuten per les

De wakkere wekker. Benodigdheden: - Een luid tikkende wekker

PROJECTBESCHRIJVING MIJN BOOMHUT

PROJECTBESCHRIJVING DAT HAD JE GEDROOMD

Van ik tot allemaal. Muziek. Mu1/2b. Mu1/2b.1. Algemene doelstellingen voor lessenreeks Van ik tot allemaal

PROJECTBESCHRIJVING WIJ ZIJN BIJZONDER

In de rij. Warming-up Doel: Losmaken van lijf en stem; concentratie vergroten; richten op leraar voor de klas.

Warming-up Doel: Losmaken van lijf en stem; concentratie vergroten; richten op leraar voor de klas.

PROJECTBESCHRIJVING TOVEREN EN GAMES

Warming-up Doel: Losmaken van lijf en stem; concentratie vergroten; richten op leraar voor de klas.

Hans en Grietje. Warming-up Doel: Losmaken van lijf en stem; concentratie vergroten; richten op leraar voor de klas.

Leerlingen leren hoe ze zelf (zonder hulp van de leerkracht) conflicten constructief kunnen oplossen.

Lesbrief bij de voorstelling Broemmm. Broemmm. Voordat de kinderen de voorstelling gaan zien:

PROJECTBESCHRIJVING IN RAP EN ROER

Op zoek naar mooie geluiden. Lerarenhandleiding Basisonderwijs groep 1, 2, 3 en 4

Scene 1: Rollen: heks. Katrijn

Algemene doelstellingen voor lessenreeks De Tijdmachine

Kun je Herfst* winter, lente, zomer horen? gr 1-2

LESMATERIAAL ONDERBOUW. Lespakket CliniClowns Geen kinderachtig effect. Vo or Groep 1-

Cultuureducatie met Kwaliteit

Lesideeën claves: onderbouw

Auto. Warming-up Doel: Losmaken van lijf en stem; concentratie vergroten; focus op de leerkracht.

Muziek Singer Songwriter 1. Workshop Handleiding. Singer Songwriter 1. wat is jouw talent? 1. Singer Songwriter 1

Poppenkastverhaal kinderboekenweek 2004 thema: MUZIEK

PROJECTBESCHRIJVING DUIZEND-EN-EEN-NACHT

LEVE(N)DE MUZIEK Lesbrief voor groep 1 t/m 3

Dieren deel 1 luisteren en noteren X Muziek noteren X Luisteren O Individueel X Duo 1. Inleiding: Oriëntatie: 3. Delen oefenen:

LESMAP VINKENSLAG. opdracht: help de vogels op de speelplaats en maak voor hen een voederplaats.

PROJECTBESCHRIJVING VERHUIZEN

Lesmap bij de voorstelling

FHKE Pabo Veghel Floor van Uittert. Vakspecialist muziek

KUNSTLES Suzan Overmeer Jazz4kids

Ben je boos. Lesbrief bij het project. een project voor groep 3 en 4 van de basisschool. Cultuurpalet Alphen aan den Rijn

Vertel de kinderen, of praat met hen over het verschil tussen film, tv kijken of naar het theater gaan.

PROJECTBESCHRIJVING DAT BEN JIJ

Bekijk het introductiefilmpje op de homepagina en lees het onderstaande verhaal hierbij.

De kinderen zitten in een hoefijzeropstelling, omdat er iets gaan gebeuren vooraan in de klas. Iedereen moet dat goed kunnen zien.

in de klas Opzet lesbrief

AAN DE SLAG DIT BEN IK

Handleiding bij Monkie groep 0 t/m 2 (Peuters & kleuters)

Lesmateriaal. Waar slaat dat op! Basisonderwijs groep 5 groep 8

Tip. In de herfst en winter is de maan vroeg in de ochtend goed te zien.

kunstwerken kritisch te beschouwen, te reflecteren op het thema kunst én is een creatief speelveld voor vele muzikale werkvormen.

Lesbrief Dans en Taal

Warming-up Doel: Losmaken van lijf en stem; concentratie vergroten; richten op leraar voor de klas.

Lesplan theaterlezen. Voorlezen? Herhaald lezen?

Doe Je Mee. LeSBRieF LieD. Martijje. TeR GeLeGeNHeiD VaN De ondertekening VaN MuZieKaKKooRD DRenTHe. 20 JuNi Lesbrief Doe je mee Martijje

LESBRIEF. Bosch in Bed

Warming-up Doel: Losmaken van lijf en stem; concentratie vergroten; richten op leraar voor de klas.

PROJECTBESCHRIJVING MIJN LETTERS

Het houden van een spreekbeurt

Voor jezelf? Les 1 Welkom!

Polka. Muzido ANNIE LANGELAAR FONDS

Weekprogramma: 1 jaar Zichzelf in de spiegel bekijken en gezichtsuitdrukkingen nadoen

Lesbrief bij de voorstelling Mijn vriend en ik van Soulshine Connection

vastleggen: van grafisch naar traditioneel

INFORMATIE VOOR DE LEERKRACHT VERHALEN IN DE MUZIEK

Lesbrief bij: Kabouterboomhut

Voorwoord. Veel leesplezier! Liefs, Rhijja

Spillebeen. Warming-up Doel: Losmaken van lijf en stem; concentratie vergroten; richten op leraar voor de klas.

Start met voorlezen van het verhaal. De kinderen kunnen lekker luisteren en griezelen, of lachen.

Les 1. Wensen & Grenzen. Praten over seks... Hoe en hoezo?

Over ruzie en hoe je dat oplost natuurlijk!

les 18 Samba De leerlingen ervaren dat muziek iets kan vertellen over een land of cultuur. Ze kunnen ritmisch improviseren. doel

Transcriptie:

PROJECTBESCHRIJVING POPPENKAST Leerlijn Muziek Thema Verhalen Groep 1 en 2 24 maart 2017

Cultuuronderwijs op zijn Haags Leerlijn Muziek Thema Verhalen Groep 1 en 2 24 maart 2017 Deze projectbeschrijving wordt regelmatig geactualiseerd. Kijk voordat u ermee aan de slag gaat op www.cultuurschakel.nl/coh voor de nieuwste versie. Hierbij treft u een projectbeschrijving: 1. waarmee u een project van 6-8 lessen van 45 min. kunt uitvoeren; 2. waarin veel ruimte is voor uw eigen inbreng; 3. waarop u uw lesvoorbereidingen kunt baseren. De structuur van de projectbeschrijving is gebaseerd op het doorlopen van het creatief proces. Na de introductie van het project oriënteert de leerling zich op de inhoud van het thema. Hierbij doorloopt de leerling drie deelopdrachten waarin hij steeds onderzoekt, uitvoert, presenteert en evalueert. Bij elke stap van het creatief proces zijn reflectievragen geformuleerd. Maak hieruit een keuze of formuleer zelf passende vragen. Gebruik ook vooral uw eigen inzicht en ervaring bij andere onderdelen, zoals het filosofisch gesprek en de evaluatievragen. Lees allereerst de korte beschrijving van het project in het document Informatie voor de leerkracht, zodat u een goed beeld krijgt van de opdrachten, werkwijze en context. 2

Inhoudsopgave 1. Introductie van het project... 4 2. Oriëntatie... 4 2.1. Het filosofisch gesprek... 4 2.2. Oriëntatie op het thema... 5 3. Deelopdracht 1: Pop van hout... 6 3.1. Onderzoek... 6 3.2. Uitvoeren... 7 3.3. Presenteren... 8 4. Deelopdracht 2: Een poppenhuis... 9 4.1. Onderzoek... 9 4.2. Uitvoeren... 9 4.3. Presenteren... 10 5. Deelopdracht 3: Van pop tot mens... 11 5.1. Onderzoek... 11 5.2. Uitvoeren... 11 5.3. Presenteren... 12 5.4. Evalueren... 12 6. Algemene beoordeling... 13 3

VERHALEN 1. Introductie van het project Er zijn verschillende manieren om het project te introduceren. Kies één of meer van de volgende mogelijkheden: Klik hier (jufjanneke.nl) om leuke boekenideeën op te doen! Kijk met de leerlingen deze aflevering van Hoelahoep: De poppenkast. Eventueel kunt u ook deze afleveringen bekijken: o Koekeloere: Een verhaal met een staartje o Huisje, boompje, beestje: Het theater Richt met uw klas een poppenhoek in. Laat de leerlingen hier vrij spelen. Maak met de klas een woordveld over een poppenkast/theater. Hang dit in de klas. Welke woorden met de letter p kennen de leerlingen al? Klap alle woorden die met het thema poppenkast te maken hebben. Bijv. klap poppenkast, of theater, pop, gordijn, poppenspeler, etc. 2. Oriëntatie 2.1. Het filosofisch gesprek In dit project staat de paradox centraal. Het gaat over Pinokkio die eerst een pop is, en dan levend wordt. Poppen en knuffels leven in het echt niet, maar ze zijn wel belangrijk voor ons. Leerlingen weten vaak wel dat de knuffels niet echt leven, toch praten zij tegen hen en spelen met hen alsof ze hun beste vriend(in) zijn. Om goed te kunnen onderzoeken is het vaak handiger om een paar keer kort mee bezig te zijn. Begin bij hun eigen ervaring: Wie heeft er een pop/knuffel? Heb je er een, of meerdere? Heeft de pop/knuffel een naam? Is hij of zij lief etc. Waarom? (als ze er meer hebben) Heb je een lievelingsknuffel/pop? Wat maakt die ene liever/leuker? Neem je je knuffel/pop wel eens ergens mee naar toe? Vraag de leerlingen een pop of knuffel mee te nemen naar school. Laat ze hierover vertellen en begin dan het gesprek. Praat je wel eens tegen/met hun knuffel? Hoe gaat dat dan, of waar over? Praat je knuffel wel eens met jou? Kan iedereen dat horen? Is je pop/knuffel belangrijk voor je? En andersom? Ben jij belangrijk voor jouw pop/knuffel? Neem een eigen pop of knuffel mee en ga ermee in gesprek. Vraag hem/haar te hoe hij /zij het vindt in de klas. Speel dat de pop/knuffel te verlegen is om iets te zeggen en laat de kinderen jouw pop/knuffel helpen, door vragen te stellen, ideeën aan te dragen. Hoe zou de pop/knuffel het hier vinden? Denk je dat de pop/knuffel liever hier is dan thuis? Weet je waarom de knuffel verlegen is? Denk je dat, weet je dat, zie je dat? 4

Verdieping Stel je voor dat jij voor een dagje een pop / knuffel zou kunnen zijn: Wat zou je willen doen? (Zou je met andere knuffels willen spelen, willen dansen, naar muziek willen luisteren, ergens willen logeren, ) Vertel eens waarom? Waar zou je willen wonen? Vertel eens waarom? Zou je dat wel willen, knuffel of pop zijn voor een dagje? Vertel eens waarom wel / niet? 2.2. Oriëntatie op het thema Tijdens de oriëntatieopdracht maken de leerlingen kennis met bewegende poppen. Dit doen ze d.m.v. het ontdekken van verkleedspullen, het zingen van een lied en het bewegen hierop. Ze gaan zich voorbereiden op de komende deelopdrachten. In deze deelopdrachten gaan de leerlingen luisteren naar en bewegen op muziek. Ook gaan zij spelen op instrumenten en gaan zij tegenstellingen leren door te spelen op muziekinstrumenten. Denk hierbij aan hard-zacht, snel-langzaam, etc. Zet een koffer in de klas neer. Laat de leerlingen de koffer bekijken. Doe alsof u zelf ook verbaasd bent: waar komt die vandaan? Wat zal er inzitten? Zorg voor een aantal verkleedspullen. Een jurk, hoed, goocheljas, toverkleed, poppenkastpoppen, vingerpoppetjes, etc. Wat kunnen de leerlingen doen met deze spullen? Zing daarna met de leerlingen het lied: Ik stond laatst voor een poppenkraam. Leer de leerlingen het lied eerst aan. Daarna komen er bewegingen bij het einde: in de laatste regel (op het woord zo ) kiest één leerling een beweging die de hele klas uitvoert. Bijv. klappen, huppelen, springen. Zing het lied een aantal keren en laat telkens een andere leerling een beweging kiezen. Reflectievragen Oriëntatie Poppenkast Welke bewegingen werden er gekozen? Kon je alle bewegingen nadoen? Welke waren erg leuk of juist erg raar? Leken de bewegingen op elkaar of zat er veel verschil in? Welke bewegingen waren echt bewegingen van een pop? 5

3. Deelopdracht 1: Pop van hout 3.1. Onderzoek Zet het volgende klaar: deel 1 van het verhaal van Pinokkio. de PowerPointpresentatie PP Pinokkio met plaatjes bij het verhaal (eventueel) het filmpje Dansende Pinokkio. (YouTube) de mp3 Mars uit de Notenkrakerssuite (Bijlage 1) het lied Mars van Pinokkio met de woorden erbij (eventueel) de mp3 met het lied Mars van Pinokkio (Bijlage 2) In deze deelopdracht leren de leerlingen om te bewegen als een houten pop, een marionet. Ook zingen zij hierover een lied. De rode draad door het thema is het verhaal van Pinokkio. Het verhaal is in twee delen gesplitst. In deelopdracht 1 vertelt u het eerste stukje van het verhaal. Deelopdracht 2 gaat verder met een gedicht en in deelopdracht vertelt u het laatste stukje van het verhaal. Voer onderstaande opdrachten in volgorde uit: 1. Lees het eerste stuk van het verhaal van Pinokkio voor. Praat met de leerlingen over het verhaal. Weten de leerlingen wat een marionet is? Breng eventueel een marionet mee of laat een paar plaatjes van een marionet zien. Of gebruik de link (zie het lijstje hierboven) om een dansende Pinokkio te laten zien. Pinokkio deel 1 Er was eens een blok hout. Een sprookje over een blok hout? Is dat niet gek? Nee, want dit was niet zomaar een blok hout, met dit stuk gebeurde iets heel bijzonders. Elke dag was de oude timmerman Gepetto druk in de weer in zijn werkplaats. Hij werkte heel hard, maar hij voelde zich alleen. Op een dag had hij een blok hout in zijn handen waar hij een pop van maakte. Terwijl hij aan het werk was, dacht hij: had ik maar een zoon met wie ik gezellig kon kletsen en spelen. Ik heb alleen maar hout om mij heen en hout praat niet terug. Terwijl hij aan het fantaseren was over zijn zoon, maakte hij een prachtige jongenspop. Hij noemde de pop Pinokkio. Ik wens dat je een echte jongen bent, zei Gepetto bedroefd, dan ben ik nooit meer alleen. De blauwe fee had Gepetto gehoord en wilde zijn wens graag in vervulling laten gaan. Ze pakte haar toverstaf en toen Gepetto lag te slapen ging ze naar zijn werkplaats. "Hokus pokus pilatus pas, ik wou dat je een levende houten pop was. En als je lief en eerlijk bent, wordt je een échte levende jonge vent! Toen Gepetto de volgende ochtend wakker werd, hoorde hij een jongensstemmetje goedemorgen tegen hem zeggen. Verbaasd keek hij naar de pop. Pinokkio, die eerst zomaar een pop was, kon praten! Nu was hij niet meer alleen! Samen konden ze spelen en werken. Wel heel voorzichtig, want Pinokkio was een houten pop. 2. Hoe beweegt een marionet, een houten pop? De leerlingen gaan dit onderzoeken Geef de leerlingen de ruimte om hier zelf mee te experimenteren. Een marionet beweegt vaak maar één onderdeel van zijn lichaam tegelijk. Alleen zijn arm, zijn voet, zijn hoofd, etc.. Stapjes worden heel langzaam en één voor één gezet. 3. Laat de leerlingen elkaar in tweetallen helpen door elkaar te spiegelen. De leerlingen staan tegenover elkaar en het lijkt alsof er een spiegel tussen hen instaat. Als één leerling zijn arm beweegt doet de ander dat na. Na een tijdje worden de rollen omgedraaid. 6

Reflectievragen Onderzoek Hoe beweegt een houten pop? Op welke manier is dat anders dan het bewegen van een gewone jongen of meisje? Hoe kun je laten zien dat Pinokkio een houten pop is? Hoe beweeg jij het makkelijkst? 3.2. Uitvoeren Bij deze deelopdracht hoort de Mars uit de Notenkrakerssuite van P.I. Tsjaikovski. De leerlingen luisteren ernaar en zingen de melodie De Mars van Pinokkio die erbij gemaakt is. Voer deze opdracht uit in de speelzaal of maak genoeg ruimte in het klaslokaal. Voer onderstaande opdrachten in volgorde uit: 1. Laat de leerlingen een plek zoeken in de ruimte. Ze mogen gaan liggen. Pinokkio slaapt en zij slapen ook. Langzaam wordt Pinokkio wakker. Heel voorzichtig beweegt hij een teen. Daarna zijn voet, been en langzaam staat hij op. Pinokkio en ook de leerlingen zijn houten poppen. Laat de leerlingen als een houten pop door de ruimte bewegen. Langzaam, snel, houterig. 2. Luister met de leerlingen naar de muziek van Tsjaikovski (Bijlage 1) en praat over wat ze gehoord hebben. Bijvoorbeeld: Heb je de muziek al eerder gehoord? Wordt het gespeeld of gezongen? Wie spelen het? (Een orkest.) Kun je al instrumenten uit een orkest noemen? Herken je instrumenten die hier gespeeld worden? Maar ook: is het telkens hetzelfde (algemene termen als herhaling, afwisseling, etc.)? 3. Laat de leerlingen luisteren naar het lied (Bijlage 2) of zing het voor. Let op: regel 1 en 3 worden twee keer gezongen. 4. Kunnen ze vertellen waar het lied over gaat? Zing het nog een keer voor en stel specifieke vragen. Bijvoorbeeld: Hoe vaak zing ik de eerste regel? (Twee keer.) Komt die regel nog terug? (Ja, aan het einde.) In de regel daartussen zit een woord dat je niet zingt maar spreekt of een beetje roept. Wat zeg je daar? (Pinokkio.) Hoe vaak zeg je dat woord? (Twee keer.) 5. Leer de leerlingen het lied aan. Laat ze eerst Pinokkio meezeggen op de juiste plek. Zing daarna het lied een aantal keren en beweeg daarbij zodat ze de tekst makkelijker onthouden. Laat de leerlingen langzamerhand meezingen ( sleur ze als het ware mee). Check of ze het al kunnen zingen door af en toe zelf te stoppen en hen door te laten zingen of door de regel de eerste keer zelf en de tweede keer door hen te laten zingen. 6. In de noten ziet u cijfers staan. Dat zijn de maten waarin niet gezongen wordt en de strijkers spelen. In die maten bewegen de kinderen als een marionet. Op hun eigen plek, dus niet lopend. De afwisseling zingen-bewegen zal voor de kinderen niet per se makkelijk zijn. Het is daarom van belang dat u telkens aangeeft (en meebeweegt) zodat ze gevoel voor de vorm krijgen. Dat gaat als volgt: zing met z n allen de eerste regel: Ik heb een houten poppenlijf. Ik loop hout rig en wat stijf. Vervolgens praat u de acht maten waarin ze bewegen vol met aanwijzingen over het bewegen; na de acht maten zingt u de eerste regel nog een keer. Etcetera. 7. Zing het lied met bewegingen met de muziek (bij voorkeur met Bijlage 1, anders met Bijlage 2). 7

Reflectievragen Uitvoeren Hoe gaat het zingen van het lied? Hoe is het om tussendoor te bewegen? Wat is moeilijk aan het wisselen van zingen en bewegen? Wie beweegt echt als een marionet? Waarom is dat zo goed? Hoe gaat het zingen met de muziek erbij? 3.3. Presenteren Probeer een aantal presentatievormen uit: Verdeel de klas in twee groepen. De ene groep voert uit, de andere groep kijkt en geeft achteraf feedback. Verdeel de klas in twee groepen. De groepen zingen en bewegen om de beurt: o Groep 1 zingt de eerste regel. o Groep 2 herhaalt de eerste regel. o Groep 1 zingt Kijk mij eens staan Pinokkio! o Groep 2 zingt Kijk mij eens gaan Pinokkio! o Derde regel als de eerste regel. o Wissel de groepen om. Verdeel de klas in vier groepen. Een combinatie van 1 en 2. Dus: twee groepen voeren uit (als bij punt 2); twee groepen kijken en geven feedback. Reflectievragen Presenteren Wat zag je bij de andere leerlingen dat je leuk/grappig/goed vond? Welke verschillende bewegingen heb je gezien? Hoe ging het zingen van het lied? Hoe ging het wachten op je beurt en dan zingen en bewegen? 8

4. Deelopdracht 2: Een poppenhuis 4.1. Onderzoek In deze deelopdracht kunt u een kunstenaar in de klas uitnodigen. De kunstenaar kan samen met de leerlingen zijn instrument onderzoeken op klankmogelijkheden. Zet het volgende klaar: het versje over de marionet diverse kort klinkende instrumenten en 1 triangel de mp3 s uit de Notenkrakerssuite (Bijlage 3 t/m 6) In deze deelopdracht leren de leerlingen een versje over een houten pop en maken zij muziek met kort klinkende instrumenten. Versje Er was eens een kleine marionet, Die had een rood jasje aan met een pet Hij woonde in een huis, niet te klein en niet te groot De muren mooi wit en het dak rood Maar o, o, op een dag wat een ongeluk Toen brak zijn huis stuk Oh arme marionet, wat moest hij beginnen. Gelukkig mocht hij bij de buren naar binnen Wat hebben zijn vriendjes toen voor hem gedaan Ze zijn met z n allen aan het bouwen gegaan Ze bouwden een huis, niet te klein en niet te groot De muren mooi wit en het dak rood! Lees het versje voor in de klas. Praat erover in de klas. Eerst over de tekst zelf: wat gebeurt er in het versje?; wat is de kleur van het huisje?; hoe wordt het huisje weer gemaakt?; wie hebben hem geholpen? Daarna over bouwen: wie kent woorden die met bouwen te maken hebben? (timmeren, hameren, metselen, verven, schroeven, zagen, etc.) Pak de kist met instrumenten. Vraag: stel dat je het bouwen in muziek wilt uitbeelden. Welke instrumenten zou je dan gebruiken? Laat leerlingen om de beurt een instrument pakken. Laat ze uitleggen waarom ze dat instrument geschikt vinden. Reflectievragen Onderzoek Welke instrumenten hebben jullie gekozen? Waarom hebben jullie die gekozen? 4.2. Uitvoeren U kunt ervoor kiezen om de volgende opdrachten in een kleine kring te doen. Dan kunnen de kleine kringen aan het einde aan elkaar presenteren. De leerlingen gaan experimenteren met het tikken van ritmes; de ritmes van het bouwen van het huisje. Het gaat om de volgende muzikale begrippen: kort en lang; veel en weinig (noten); hard en zacht. Voor onderstaande opdrachten in volgorde uit: 9

1. De instrumenten die de leerlingen gekozen hebben en de triangel liggen in het midden van de kring. Zorg dat er voor iedere leerling een instrument is. Als u niet genoeg instrumenten hebt, kunnen ook gebruiksvoorwerpen als pollepels, potloden e.d. gebruikt worden. 2. Tik één keer op de claves. Hoe klinkt dat? Geef de claves aan een leerling. 3. Tik één keer op de triangel. Wat is het verschil? Luister goed, net zolang totdat je het geluid van de triangel helemaal niet meer hoort. 4. Hoe vaak kun je op de claves tikken voordat het geluid van de triangel weg is? Laat de leerling op de claves tikken (u op de triangel). 5. Alle leerlingen pakken hun instrument. U tikt weer op de triangel. Alle leerlingen tikken totdat ze de triangel niet meer horen. (Waarschijnlijk maken ze teveel geluid om dat te kunnen doen.) 6. Waarom kun je het niet goed meer horen? (Het is te hard.) Nog eens doen en dan heel zacht tikken. Nu gaan we met z n allen het huis bouwen. Praat met de leerlingen over bouwplekken; dat daar meestal de radio aan staat. Waarom? Het is fijner om op muziek te werken, dan heb je een ritme. Maar de muziek heeft wel invloed op wat je doet. Hoe bouw je als het heel drukke muziek is? Of als het heel langzame muziek is? Voer onderstaande opdrachten in volgorde uit: 1. Zet één van de stukken (Bijlage 3 t/m 6) op. Vraag de leerlingen om mee te tikken. 2. Bespreek het meespelen na. Hoe klonk de muziek? Was deze hard/zacht, snel/langzaam, veel slagen/weinig slagen? Besteed aandacht aan het met woorden omschrijven van de muziek. Sfeerwoorden (lief, eng, grappig) mogen ook, als u maar uiteindelijk focust op hoe het tikken/bouwen erbij moet klinken. 3. Speel het stuk nogmaals af en laat weer meespelen. Geef de leerlingen de opdracht om gezamenlijk te tikken (allemaal even snel, even hard of zacht). 4. Afhankelijk van de hoeveelheid groepen kunt u ervoor kiezen om een ander stuk te laten horen (bij voorkeur een contrast) of in elke groep maar één stuk te doen. Reflectievragen Uitvoeren Wat is het verschil tussen een houten instrument en een triangel? Hoe ging het tikken/bouwen bij de muziek? Hoe kun je ervoor zorgen dat het bij de muziek past? Hoe ging het met z n allen tegelijk tikken op de muziek? Was dat moeilijk of juist makkelijk? Waarom? 4.3. Presenteren Laat de kleine kringen voor elkaar voorspelen met de muziek erbij. De andere leerlingen benoemen wat ze horen (in termen van: het is hard/zacht, het is snel/langzaam, etc.). Reflectievragen Presenteren Welk stuk vond je het leukst om te horen? Waarom? Welk stuk had je zelf wel willen spelen? Hoe gingen de uitvoeringen? Welke uitvoering vond je heel goed passen bij de muziek? Wat zou je verbeteren? 10

5. Deelopdracht 3: Van pop tot mens 5.1. Onderzoek Zet het volgende klaar: deel 2 van het verhaal van Pinokkio de PowerPointpresentatie PP Pinokkio met plaatjes bij het verhaal van Pinokkio Notenkraker-partituur (Bijlage 8) op digibord de mp3 Mars, fragment (Bijlage 1) de mp3 Mars, helemaal (Bijlage 7) de instrumenten. Voer de volgende opdrachten in volgorde uit: 1. Lees het tweede deel van het verhaal van Pinokkio voor aan de leerlingen. Het verhaal gaat over een fee die van Pinokkio een echte jongen maakt. Pinokkio deel 2 Weet je nog van Gepetto en Pinokkio? Gepetto maakte uit een houten blok een pop. En oh,wat wilde hij graag dat de pop ging leven! Een goede fee maakte van Pinokkio een levende pop. En als Pinokkio ook een líeve pop was, dan kon ze misschien wel een echte jongen van hem maken. Oh, wat wilde Pinokkio dat graag. En Pinokkio wilde écht goed zijn best doen. Maar hij wilde ook avonturen beleven! Dus ging hij niet naar school. Hij ging ondeugende dingen doen. Toen Gepetto door kreeg dat hij niet elke ochtend naar school ging, was hij eerst bedroefd. Maar daarna ook erg ongerust. En daarna werd hij zelfs een beetje boos! Pinokkio was niet eerlijk geweest! Pinokkio schrok. Hij hield van Gepetto en wilde niet dat hij ongerust was. Hij ging extra zijn best doen. Naar school, elke dag hard werken en zelfs allerlei extra klusjes doen. Toen de fee dat zag, moest ze een beetje glimlachen. Pinokkio is al net een echte jongen: ondeugend en lief tegelijkertijd. Laat ik hem dan ook maar helemaal echt maken. Ze pakte haar toverstaf, tikte zachtjes op zijn hoed en zwaaide in het rond. En ze zei: Hokus pokus en een tik op je hoed, Pinokkio wordt van vlees en bloed. De houten pop Pinokkio was een echte jongen geworden! En Pinokkio en Gepetto leefden nog lang en gelukkig. 2. Praat met de leerlingen over het verhaal. Wat betekent de toverspreuk voor Pinokkio? Hoe bewoog hij eerst? Hoe kan hij nu bewegen? Laat de leerlingen dat uitproberen en focus op het contrast: houterig-vloeiend. 3. Herhaal het lied Mars van Pinokkio. 4. Projecteer de partituur van de Mars op het digibord. Vertel dat dit een partituur is. In een partituur staat wat de instrumenten spelen. Kun je in de partituur zien welk stukje we zingen en tijdens welk stukje we bewegen? Reflectievragen Onderzoek Kun je aan de bewegingen zien of Pinokkio nog een pop is of al een echte jongen? Wat zijn de verschillen? 5.2. Uitvoeren Voer de volgende opdrachten in volgorde uit: 1. Zet de muziek aan en doe een warming-up: Schud je linkerbeen, schud je rechterbeen. Draai met je schouders. 11

Schud je armen. Schud je billen. Draai je enkels los. suggesties waar de leerlingen zelf mee komen 2. Zing het lied (met Bijlage 1) met de bewegingen die ze eerst ook deden: als een marionet. 3. Luister nu naar de hele Mars (Bijlage 7). Praat met de leerlingen over wat er gebeurt na het gedeelte dat ze al kennen. Komt het lied weer terug? (Ja, aan het einde.) Maar de tweede keer is het iets anders: daar is Pinokkio een echte jongen geworden! En dan zit er een stuk tussen. 4. Zing het lied nu met de bewegingen van een echt levende jongen. (Eventueel kunt u de tekst van het lied voor de echte jongens aanpassen: Ik heb nu echt een mensenlijf, niet meer hout rig en niet stijf. De tweede zin blijft hetzelfde.) 5. Pak de instrumenten en laat de leerlingen bouwen in het gedeelte tussen de twee liedjes. Wordt daar langzaam of snel getimmerd? Wordt daar hard of zacht getimmerd? Laat de leerlingen op de plaats zingen en spelen tijdens het stuk ertussen. Reflectievragen Uitvoeren Hoe ging het wisselen van het A-stuk naar het B-stuk? Waaraan kun je horen dat je moet wisselen? Waar moet je bij het uitvoeren allemaal op letten? 5.3. Presenteren Er zijn diverse mogelijkheden voor een presentatie. De hele groep kan tegelijkertijd alles doen (dus zingen, bewegen en spelen). Maar dan moeten de leerlingen heel goed in staat zijn te schakelen. En het is veel om te onthouden. U kunt dus ook de klas indelen in kleinere groepen die ieder een onderdeel voor hun rekening nemen: Groep 1 zingt het eerste lied en beweegt als marionet. Groep 2 speelt het tussenstuk. Groep 3 zingt het tweede lied en beweegt gewoon. Laat eventueel de kinderen kiezen welke rol ze het leukst vinden. Eén en ander moet een aantal keren geoefend worden voor de grote finale. Nodig daarvoor ouders of een andere klas uit. En als u in de gelegenheid bent: film het. Reflectievragen Presenteren Hoe ging het optreden? Waar was je tevreden over? Was je tevreden over de rol die je had? Hoe was de samenwerking met de hele klas? 5.4. Evalueren Bespreek het hele project na met de leerlingen. Welke muziekwoorden heb je geleerd? (hard/zacht, langzaam/snel, veel/weinig, partituur). Wat vond je heel leuk om samen met jouw groepje of met de klas te doen? Vind je het leuker om met een klein groepje te werken of met de hele klas? Of werk je graag alleen? Hou je meer van zingen, van bewegen of van spelen? Waarom? 12

6. Algemene beoordeling Voor het beoordelen van de leerlingprestaties kunt u gebruikmaken van het beoordelingsformulier voor leerkracht en leerling. De vier beoordelingscriteria zijn afgestemd op de kerndoelen kunstzinnige oriëntatie en de uitgangspunten van COH. De leerlingprestaties in het gehele project worden meegenomen in de beoordeling. Voor het gebruik van de formulieren is een korte toelichting beschikbaar. De beoordelingsformulieren voor de leerkracht en leerling en de toelichting op het beoordelingsmodel vindt u in de bijlagen van het document Informatie voor de leerkracht. 13