Examen November 2007

Vergelijkbare documenten
ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 8 MAART 2008

Examen November 2005

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 22 november 2008

2012 examen 3 Beperkt Stuurbrevet

Examen Maart De vrije zijde van een beperkt manoeuvreerbaar schip wordt overdag aangeduid met (CEVNI):

Examen November 2003

Examen Maart Twee schepen naderen elkaar met tegengestelde koersen bij een engte. Bij gevaar voor aanvaring moet (CEVNI):

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 14 maart 2009

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 17 MEI 2008

Examen Maart 1999 BEPERKT STUURBREVET

Examen Beperkt stuurbrevet

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 6 juni 2009

Proefexamen Beperkt Stuurbrevet

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 13 maart 2010

1. Hieronder is een verkeerssituatie afgebeeld. Geen van beide schepen volgt stuurboordwal. Geef aan welk vaartuig voorrang heeft.

2. In onderstaande tekening is een verkeerssituatie afgebeeld.

Opmerking: Tenzij anders vermeld hebben de vragen betrekking op het APSB.

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 19 november 2011

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 21 november 2009

Examen November 1999

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 16 november 2013

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 17 november 2012

Examen Juni Welke van de onderstaande beweringen is voor de getekende situatie juist? Er bestaat gevaar voor aanvaring (CEVNI).

DEEL 1 - VRAGEN 1-20

3. In onderstaande tekening is een verkeerssituatie afgebeeld. Geef aan welk vaartuig voorrang heeft.

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 17 mei 2014

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 2 maart 2013

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 5 mei 2012

ALGEMEEN EN BEPERKT STUURBREVET 15 november 2014

EXAMEN JULI 1999 BEPERKT STUURBREVET

Vaarbewijs 1. Verlichting

BPR, geluidseinen, lichten 28 februari 2017

DEEL 1 - VRAGEN 1-20

Examen Juni Wat betekent het volgende verkeersteken (de arcering is rood) (CEVNI)?

Hoofdstuk 13. Bijzondere bepalingen voor de scheepvaart van, naar en in de haven van Den Helder

BPR. Dagtekens. Instructie ZI BPR

lichten en bruggen/sluizen 28 februari 2017

Samenvatting BPR KZV 2005/2006

A. Verbodstekens A.1 In-, uit- of doorvaren verboden (algemeen teken)

Erratum Studiewijzer Klein Vaarbewijs 7e druk 2015

Aanvullende vragen. Aanvullende vragen Les 1

BPR. Algemene Bepalingen. Instructie CWO 3 BPR

VAMEX - Voorbeeldexamen april 2015, CWO-GMS deel A pag. 1

Erratum en aanvullingen Cursusboek Stuurbrevet 5 e druk.

Les 5: Voorrangsregels Watersportvereniging Monnickendam

VAARREGELS DE BELANGRIJKSTE

Lichten & Seinen. Antwoord. Antwoord. Verkeerstekens. Verkeerstekens. In-, uit of doorvaren verboden (Bordnr. A.1)

Begrippen en Definities. Ivar ONRUST

VAMEX - Voorbeeldexamen februari 2015, CWO-GMS deel A pag. 1

Geachte belangstellende, U ziet hier een voorbeeld (proefexamen) van een examen Klein Vaarbewijs 1.

een schip dat een groot schip sleept, assisteert, duwt of langszijde vastgemaakt meevoert;

o. exploitant: de eigenaar, rompbevrachter of ieder ander die de zeggenschap heeft over het gebruik van een schip;

Hoofdstuk 9. Bijzondere bepalingen voor de scheepvaart op de in beheer bij het Rijk zijnde vaarwegen en op andere met name genoemde vaarwegen

Kielboot zeilen - Basistheorie BPR in het kort. Inleiding

Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee

U ziet hier een voorbeeld (proefexamen) van een examen Klein Vaarbewijs 1.

Veilig varen. Welkom KBC Utrecht.

Reglementen. Ivar ONRUST

Digitale thuiscursus VB1(KVB1)

Algemeen Politiereglement voor de Scheepvaart op de Binnenwateren. (koninklijk besluit van 24 september 2006)

Het ROEIEN en de vaarregels

Erratum en aanvullingen Cursusboek Stuurbrevet 5 e druk.

Basis gedragsregels & veiligheid sloeproeien

BPR. Betonning. Kardinale Betonning. Laterale Betonning. Splitsingen. Hoe herken je de betonning? Betonning. Om aan te geven waar je kan varen

Scheepvaartreglement gemeenschappelijke Maas (wet van 15 maart 2002)

Algemeen Politiereglement voor de Scheepvaart op de Binnenwateren (koninklijk besluit van 24 september 2006)

Vaaropleiding kleine schepen MBL M2 CWO - MBII

1 van :04

Scheepvaartreglement gemeenschappelijke Maas

Commando's & Manoeuvres

Het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement wordt als volgt gewijzigd:

FEDERALE OVERHEIDSDIENST MOBILITEIT EN VERVOER

Elk vaartuig dat geschikt is als vervoersmiddel op het water. Een boot die door spierkracht wordt voortbewogen.

RAPPORT VAN EXPERTISE

borden en diversen 13 maart 2017

(Tekst geldend op: ) Deel I. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen. Artikel Betekenis van enkele uitdrukkingen

Deel 1 BPR volledige wetsteksten

Opmerking Deze tekens kunnen worden aangevuld of verduidelijkt met bijkomende tekens, vermeld onder F

Scheepvaartreglement voor de Beneden- Zeeschelde. (koninklijk besluit van 23 september 1992)

Scheepvaartreglement voor de Beneden- Zeeschelde

Besluit van 15 januari 1992, houdende een reglement voor de scheepvaart op de Westerschelde

Dit examen bestaat uit 35 multiple choice vragen. Je bent geslaagd als je: 25 van de 35 vragen goed hebt

Bijlage bij Studiewijzer Klein Vaarbewijs 1 en 2. Nieuwe leerstof Klein Vaarbewijs 2 per 1 januari 2013

Scheepvaartreglement Westerschelde 1990 Geldend van t/m heden

BINNENVAART POLITIE REGELEMENT (BPR)

R W B Gl Gr. Dit examen bestaat uit 40 multiple choice vragen. Je bent geslaagd als je: 28 van de 40 vragen goed hebt

Scheepvaartreglement voor het kanaal Gent- Terneuzen

1 In de figuur moet je aangeven welke termen/namen er bij de verschillende nummers horen. Welke combinatie is goed?

Scheepvaartreglement Westerschelde 1990

Internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee Londen, 1972 Officieuze coördinatie

1. Als een schip wordt opgelopen door een ander schip, waar moet je dan rekening mee houden?

Theorieboekje CWO-Rb3

Transcriptie:

Examen November 2007 Hieronder staan de vragen van het Stuurbrevet-examen van 17 november 2007. Het gedeelte Beperkt (20 vragen) staat op 60 punten, dit wil zeggen 3 punten per vraag. Het gedeelte Algemeen (10 vragen) geeft u maximaal 30 punten. In beide examens bent u geslaagd indien u 60 % gehaald hebt (resp. 36/60 en 18/30). Let op: met dit systeem van meerkeuzevragen geeft een correct antwoord op een vraag 3 punten, geen antwoord geeft 0 punten en een foutief antwoord levert -1 punt op. Gokken wordt dus gesanctioneerd! Omcirkel de letter met het juiste antwoord. De oplossing vindt u na de laatste vraag. BEPERKT STUURBREVET Opmerking: de vermelding "CEVNI" heeft betrekking op de Europese reglementering en correspondeert met het APSB - Algemeen Politiereglement voor de Scheepvaart op de Binnenwateren. De vermelding "SIGNI" heeft betrekking op de Europese voorschriften voor signalisatie op de scheepvaartwegen. 1. Wat is de betekenis van de volgende combinatie van verkeersborden (CEVNI)? A. geef als geluidssein één lange stoot B. verplichting te stoppen vóór het bord C. verplichting bij slecht zicht een geluidssein te geven 2. Wat betekent het volgende verkeersteken (CEVNI)?

A. aanbevolen vaarrichting B. verplichte vaarrichting C. éénrichtingsverkeer in de aangegeven richting 3. Wat betekent het volgende verkeersteken (CEVNI)? A. verboden voor sport- of pleziervaart B. verboden voor zeilplanken C. verboden voor zeilschepen 4. Wat is de betekenis van dit verkeersbord (CEVNI)? A. beperkte doorvaarthoogte B. beperkte waterdiepte C. einde scheiding van twee vaarwateren 5. Welke betekenis heeft dit bord (CEVNI)?

A. er zijn vaartbeperkingen - vraag inlichtingen B. verboden doorvaart voor alle vaartuigen C. verplichting om bijzonder op te letten 6. Dit zijn de lichten van (CEVNI): A. stuurboordzicht van beperkt manoeuvreerbaar schip B. stuurboordzicht van schip dat tegen hinderlijke waterbeweging wil worden beschermd C. stuurboordzicht van een loodsboot 7. Welke lichtencombinatie ziet u bij het vooraanzicht van een 's nachts vrijvarende veerpont (CEVNI)? A B C 8. 's Nachts ziet u een schip dat de volgende witte lichten toont (CEVNI). Dit is:

A. achteraanzicht van een gekoppeld samenstel B. vooraanzicht van een duwstel C. achteraanzicht van een duwstel 9. 's Nachts ziet u volgend licht (CEVNI). Dit is het bakboord zijaanzicht van: A. een klein motorschip B. een groot zeilschip C. een klein zeilschip 10. Een klein schip X en een groot schip Y hebben kruisende koersen. Geen van beide schepen volgt stuurboordwal. Welk schip heeft voorrang? A. het groot schip B. het klein schip (want het komt van rechts) C. het schip dat het snelste vaart

11. Een schip voert een zwarte bol, een zwarte ruit en een zwarte bol loodrecht onder elkaar. Dit is een (CEVNI): A. vissersschip B. onmanoeuvreerbaar schip C. beperkt manoeuvreerbaar schip 12. Als algemene regel, mag een schip zich met de stroom mee laten drijven zonder gebruik te maken van enig middel tot voortbeweging (CEVNI)? A. ja B. neen C. enkel als dit zonder hinder voor de scheepvaart mogelijk is 13. Een groot gesleept schip voert als dagteken (CEVNI): A. een gele bol B. een groene bol C. een zwarte bol 14. Welk geluidssein kan men laten horen om hulp te roepen (CEVNI)? A. een reeks korte stoten B. herhaalde lange stoten C. een lange stoot om de minuut 15. Twee schepen naderen elkaar op tegengestelde koersen. In antwoord op het geluidssein van het eerste schip antwoordt het tweede schip met een reeks zeer korte stoten. Wat is de betekenis van een reeks zeer korte stoten (CEVNI)?

A. ik kan niet manoeuvreren B. akkoord, u kunt stuurboord op stuurboord voorbij C. neen, u kunt niet stuurboord op stuurboord voorbij 16. Bij welke kardinale markering hoort het wit licht met karakter Q (3) 10 s (SIGNI)? A. noord B. oost C. west 17. Volgens de kardinale markering in het SIGNIbetonneringssysteem zijn de kleuren van een ton die aangeeft dat het veilig vaarwater aan de oostzijde ligt: A. boven geel en onder zwart B. boven rood en onder groen C. boven zwart, midden geel, onder zwart 18. Een klein schip dat stilligt moet 's nachts voeren (CEVNI): A. twee witte rondom schijnende lichten B. een rood licht aan bakboord en een groen aan stuurboord C. een wit rondom schijnend licht 19. Voor wat betreft de hoogte aan boord van een vaartuig moet de radarreflector geplaatst worden: A. zo ver mogelijk op het achterschip, minimaal 4 m van de mast B. zo ver mogelijk op het voorschip, minimaal 4 m van de mast C. zo hoog mogelijk, ten minste 4 m boven het water 20. Wat zijn D-branden? A. metaalbranden B. branden in of nabij elektrische apparatuur C. vloeistofbranden ALGEMEEN STUURBREVET Internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee

21. U hoort tijdens beperkt zicht het geluidssein -.. (één lange stoot gevolgd door twee korte stoten). Dit kan zijn een: A. schip dat gesleept wordt B. schip dat loodsdienst verricht C. zeilschip 22. Een schip voert als dagmerk een cilinder. Dit is een: A. loodsvaartuig B. vissersvaartuig (niet treilvisserij) C. schip dat door zijn diepgang beperkt is in zijn manoeuvreerbaarheid 23. Het driekleurenlicht (zijlichten en heklicht gecombineerd in één lantaarn) aan of nabij de top van de mast mag gevoerd worden door: A. alle zeilschepen B. zeilschepen korter dan 20 m C. alleen door zeilschepen korter dan 12 m 24. Indien bij kruisende koersen gevaar voor aanvaring bestaat, dan moet het schip dat het andere schip aan stuurboordzijde van zich heeft, uitwijken. Dit voorschrift geldt: A. voor alle schepen B. alleen voor zeilschepen onderling C. alleen voor werktuiglijk voortbewogen schepen 25. Een schip dient een goede visuele uitkijk te houden: A. 's nachts B. bij beperkt zicht (mist) C. te allen tijde Scheepvaartreglement Beneden-Zeeschelde 26. Drijvende leidingen die de scheepvaart kunnen hinderen moeten over de gehele lengte aangeduid worden met: A. rondom zichtbare witte lichten B. rondom zichtbare gele lichten C. rondom zichtbare rode lichten

27. Wat betekent de uitdrukking "kop vóór nemen"? A. bij het uitvaren van een haven de koers veranderen in de richting van de vaargeul B. de vaarrichting van een schip veranderen van tegenstroom naar vóór stroom C. varen in de richting van de diepste plaats van de vaargeul 28. Een schip voert een blauw flikkerlicht. Indien twee of meer dergelijke schepen dit flikkerlicht voeren, dan is in de zone gelegen tussen deze schepen: A. enkel vertraagd verkeer toegelaten B. enkel vervoer van goederen toegelaten en pleziervaart verboden C. alle scheepvaart verboden Politiereglement Beneden-Zeeschelde 29. Is waterskiën toegestaan in de vaargeul van de Beneden-Zeeschelde? A. ja B. neen C. enkel tijdens het weekeinde 30. Mogen gemeerde schepen een anker aan de zijde van het vaarwater uit hebben? A. ja B. neen C. ja, na toestemming van de overheid

ANTWOORDEN 1A - 2A - 3C - 4B - 5A - 6B - 7B - 8C - 9C - 10A - 11C - 12B - 13A - 14B - 15C - 16B - 17C - 18C - 19C - 20A - 21C - 22C - 23B - 24C - 25C - 26B - 27B - 28C - 29B - 30B