jaar: 1990 nummer: 03

Vergelijkbare documenten
jaar: 1989 nummer: 17

jaar: 1990 nummer: 06

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Kinematica. 25 juli dr. Brenda Casteleyn

jaar: 1989 nummer: 25


BEWEGING HAVO. Raaklijnmethode Hokjesmethode

Mkv Dynamica. 1. Bereken de versnelling van het wagentje in de volgende figuur. Wrijving is te verwaarlozen. 10 kg

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Kinematica. 4 november Brenda Casteleyn, PhD

Begripstest: Kracht en beweging (FCI)

Extra opdrachten Module: bewegen

Diagrammen Voor beide typen beweging moet je drie diagrammen kunnen tekenen, te weten een (s,t)-diagram, een (v,t)-diagram en een (a,t)-diagram.

Kracht en beweging (Mechanics Baseline Test)

Naam: Klas: Repetitie versnellen en vertragen 1 t/m 6 HAVO

Fysica. Indien dezelfde kracht werkt op een voorwerp met massa m 1 + m 2, is de versnelling van dat voorwerp gelijk aan: <A> 18,0 m/s 2.

Natuurkunde. Lj2P4. Beweging

Arbeid & Energie. Dr. Pieter Neyskens Monitoraat Wetenschappen pieter.neyskens@wet.kuleuven.be. Assistent: Erik Lambrechts

Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5

Welk van de onderstaande reeks vormt een stel van drie krachten die elkaar in evenwicht kunnen houden?

Begripsvragen: Arbeid en energieomzettingen

Examen mechanica: oefeningen

NAAM:... OPLEIDING:... Fysica: mechanica, golven en thermodynamica PROEFEXAME VA 3 OVEMBER 2009

Antwoorden Natuurkunde Hoofdstuk 2

VAK: natuurkunde KLAS: Havo 4 DATUM: 20 juni TIJD: uur TOETS: T1 STOF: Hfd 1 t/m 4. Opmerkingen voor surveillant XXXXXXXXXXXXXXXXXXX

Diagrammen Voor beide typen beweging moet je drie diagrammen kunnen tekenen, te weten een (s,t)-diagram, een (v,t)-diagram en een (a,t)-diagram.

Fysica: mechanica, golven en thermodynamica PROEFEXAMEN VAN 12 NOVEMBER 2008

Op basis van de tweede wet van Newton kan onderstaand verband worden afgeleid. F = m a = m Δv Δt

2.1 Onderzoek naar bewegingen

Inleiding kracht en energie 3hv

TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT Faculteit der Civiele Techniek en Geowetenschappen

Juli blauw Vraag 1. Fysica

Inleiding opgaven 3hv

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 2, Beweging

Vlaamse Fysica Olympiade Eerste ronde

Brede opgaven bij hoofdstuk 2

Mooie samenvatting: Stencil%20V4%20samenvatting.doc.

Vlaamse Fysica Olympiade Eerste ronde

Fysica. Een lichtstraal gaat van middenstof A via middenstof B naar middenstof C. De stralengang van de lichtstraal is aangegeven in de figuur.

snelheid in m/s Fig. 2

Opgave 1 Afdaling. Opgave 2 Fietser

Impuls en stoot. De grootheid stoot Op basis van de tweede wet van Newton kan onderstaand verband worden afgeleid. F = m a = m Δv Δt.

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 8, Bewegen in functies

Samenvatting Natuurkunde Syllabus domein C: beweging en energie

Begripsvragen: Elektrisch veld

Statica (WB/MT) college 1 wetten van Newton. Guido Janssen

Q l = 24ste Vlaamse Fysica Olympiade. R s. ρ water = 1, kg/m 3 ( ϑ = 4 C ) Eerste ronde - 24ste Vlaamse Fysica Olympiade 1

NATUURKUNDE. Figuur 1

CRUESLI. Een pak Cruesli heeft een massa van 375 gram. De bodem van het pak is 4,5 cm breed en 14 cm lang. 1. Bereken de oppervlakte van de bodem.

Vlaamse Fysica Olympiade Eerste ronde

a. Bepaal hoeveel langer. b. Bepaal met figuur 1 de snelheid waarmee de parachutist neerkomt.

TENTAMEN DYNAMICA (140302) 29 januari 2010, 9:00-12:30

TOELATINGSEXAMEN NATIN 2009

Tentamen Mechanica ( )

Theory Dutch (Netherlands) Lees eerst de algemene instructies uit de aparte enveloppe voordat je begint met deze opgave.

a. Bepaal hoeveel langer. b. Bepaal met figuur 1 de snelheid waarmee de parachutist neerkomt.

Woensdag 24 mei, uur

Begripsvragen: Cirkelbeweging

toelatingsexamen-geneeskunde.be

De hoogte tijd grafiek is ook gegeven. d. Bepaal met deze grafiek de grootste snelheid van de vuurpijl.

5,7. Samenvatting door L woorden 14 januari keer beoordeeld. Natuurkunde

3 Veranderende krachten

Juli blauw Fysica Vraag 1

Oefenopgaven versnelling, kracht, arbeid. Werk netjes en nauwkeurig. Geef altijd berekeningen met Gegeven Gevraagd Formule Berekening Antwoord

Een kogel die van een helling afrolt, ondervindt een constante versnelling. Deze versnelling kan berekend worden met de formule:

MEERKEUZEVRAGEN A B C D

Eindronde Natuurkunde Olympiade 2014 theorietoets deel 1

Een bal wegschoppen Een veer indrukken en/of uitrekken Een lat ombuigen Een wagentjes voorduwen

10 m/s = 36 km/h 5 km = 5000 m 4 m/s = 14,4 km/h. 15 m/s = 54 km/h 81 km/h = 22,5 m/s 25 m/s = 90 km/h

BIOFYSICA: WERKZITTING 1 (Oplossingen) KINEMATICA

EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS IN 1974

HOGESCHOOL ROTTERDAM:

Vlaamse Fysica Olympiade 27 ste editie Eerste ronde

Hoofdstuk 3 Kracht en beweging. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

CRUESLI. Een pak Cruesli heeft een massa van 375 gram. De bodem van het pak is 4,5 cm breed en 14 cm lang. 1. Bereken de oppervlakte van de bodem.

Leerstof: Hoofdstukken 1, 2, 4, 9 en 10. Hulpmiddelen: Niet grafische rekenmachine, binas 6 de druk. Let op dat je alle vragen beantwoordt.

Eindronde Natuurkunde Olympiade 2018 theorietoets deel 1

Bergtrein. Figuur 2 staat ook op de uitwerkbijlage. a. Bepaal de afstand die de trein op t = 20 s heeft afgelegd.

Vlaamse Fysica Olympiade 31ste editie Eerste ronde

ATWOOD Blok A en blok B zijn verbonden door een koord dat over een katrol hangt. Er is geen wrijving in de katrol. Het stelsel gaat bewegen.

Grootheid: eigenschap die je kunt meten (met een meetinstrument) Eenheid: maat waarin de grootheid wordt uitgedrukt

Natuurkunde. Lj2P4. Beweging

BIOFYSICA: WERKZITTING 4 (Oplossingen) DYNAMICA VAN SYSTEMEN. dt L = M L. Aangezien M loodrecht staat op L, is het scalair product M L =0: dt L =0

Het obstakel gleed voor de botsing naar het oosten met een snelheid van 1,16 m/s. Bereken de snelheid van het obstakel na de botsing.

Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 4

Technische Universiteit Eindhoven Bachelor College

KeCo-opgaven mechanica (arbeid en energie) HAVO4

XXX INTERNATIONALE NATUURKUNDE OLYMPIADE PADUA, ITALIË THEORIE-TOETS

TENTAMEN NATUURKUNDE

Werkblad 1 - Thema 14 (NIVEAU GEVORDERD)

Natuurkunde LJ2P4 - Beweging Oefenmateriaal compleet

Rekenmachine met grafische display voor functies

UITWENDIGE BALLISTIEK. ur r. Formule 1

Ijkingstoets 4 juli 2012

m C Trillingen Harmonische trilling Wiskundig intermezzo

KINEMATICA 1 KINEMATICA

SO energie, arbeid, snelheid Versie a. Natuurkunde, 4M. Formules: v t = v 0 + a * t s = v gem * t W = F * s E Z = m * g * h F = m * a

Case Simulink EE4- Building a SSV - Team PM1 21 maart 2014

Juli geel Fysica Vraag 1

Hoofdstuk 4: Arbeid en energie

Transcriptie:

jaar: 1990 nummer: 03 Een pijl die horizontaal wordt afgeschoten in het punt P treft een vettikale wand in het punt A. Verdubbelt men de vertreksnelheid van de pijl in het punt P, dan zal de pijl dezelfde wand treffen in het punt (We verwaarlozen de luchtweerstand.) o a. A o b. B o c. C o d. D

jaar: 1991 nummer: 01 Men laat een appel vallen vanop een 100 meter hoge toren. Tegelijkertijd met het loslaten van de appel vertrekt vanop een hoogte van 20 meter van de begane grond een pijl vertikaal gericht op de appel. De positie van appel en pijl zijn hieronder weergegeven in een (x,t)-diagram. De luchtweerstand mag verwaarloosd worden. De pijl treft de appel dan op het tijdstip 0 a. t = 2s. 0 b. t = 4s. 0 c. t = 4,47 s. 0 d. t = 8,47 s.

jaar: 1991 nummer: 03 Een lat is horizontaal bevestigd aan één uiteinde van een tafel (zie figuur).daardoor kan deze lat rond een vertikale as in dit uiteinde van de tafel scharnieren. Op de rand van de tafel worden twee identieke knikkers geplaatst op een afstand verwijderd van de as, respectievelijk gelijk aan de helft van de totale lengte en de totale lengte van de lat. Men slaat nu tegen de lat die daardoor rond de as roteert en de knikkers gelijktijdig en horizontaal van de tafel doet wegvliegen. De knikkers botsen op een horizontale vloer respectievelijk na een tijd t A en t B. De luchtweerstand mag verwaarloosd worden. Het verband tussen deze tijden t A en t B is dan 0 a. t A = 1/2 t B. 0 b. t A = 2 t B. 0 c. t A = 4 t B. 0 d. t A = t B.

jaar: 1992 nummer: 04 Een projectiel wordt in de buurt van het aardoppervlak afgevuurd met een beginsnelheid v o die een hoek o maakt met de horizontale x-as (zie figuur). In de veronderstelling dat de luchtweerstand verwaarloosbaar is. dan ziet het verloop van de horizontale snelheidscomponente v x als functie van de tijd er als volgt uit

jaar: 1993 nummer: 16 De fiets in de figuur rijdt naar links. De snelheden van de punten x en y ten opzichte van de weg worden dan best voorgesteld door

jaar: 1993 nummer: 18 De rijkswacht maakt o.a. gebruik van een zogenaamde "speedgun" om snelheidsduivels de das om te doen. De "speedgun" zendt om de T seconden een korte puls uit. Deze opeenvolgende pulsen treffen een wegrijdende wagen met een tussenpauze t die afhangt van - de constante snelheid c waarmee de pulsen zich in de lucht voortplanten. - de snelheid v van de wagen die eveneens constant verondersteld wordt. De verhouding t /T is dan gelijk aan O a O b O c. O d. v/c (c+v)/c c/(c-v) c/v

jaar: 1994 nummer: 02 Een kind met een speelgoedpistool bevindt zich in een volledig gesloten liftkooi met een breedte van 5 m. Als het kind in de stilstaande lift horizontaal een pijl afschiet met een snelheid `7, dan treft deze pijl de overstaande wand op de plaats P. De liftkooi versnelt nu naar boven met een constante versnelling a in grootte gelijk aan g ( 10 s ). Als het kind nu een pijl horizontaal afschiet met dezelfde v snelheid dan zal deze pijl de overstaande wand treffen in het punt O a. A O b. B O c. C O d. 0

jaar: 1995 nummer: 14 Een bal met massa m wordt weggegooid met een snelheid v onder een hoek van 30 met de horizontale grond. Na een tijd t raakt de bal de horizontale grond. Onder welke hoek dient men deze bal met dezelfde snelheid v te gooien opdat hij na een tijd 2 t voor het eerst de grond zou raker. (Verwaarloos de luchtweerstand. ) O a. 15. O b. 42. O c. 60. O d. 90.

jaar: 1996 nummer: 01 Een kogel wordt van uit A afgevuurd in de richting van een schietschijf zoals aangegeven in de figuur. Op het ogenblik dat de kogel vertrekt in het punt A laat men de schietschijf vanuit rust vallen. Als we de luchtweerstandskrachten verwaarlozen dan zal de kogel terecht komen: O a op de plaats waar het midden van de schietschijf was op het ogenblik van het vertrek. O b. op de schietschijf maar boven het midden van de roos. O c. in het midden van de roos. O d. op de schietschijf maar onder het midden van de roos.

jaar: 1996 nummer: 03 Een vliegtuig vliegt een bepaald traject van oost naar west en terug. TIjdens dit traject staat er een oostenwind van 20 km/h. De motoren van het vliegtuig leveren steeds hetzelfde vermogen. De totale tijd die het vliegtuig nodig heeft om het volledige traject af te leggen is dan: O a. gelijk aan de tijd indien er geen wind is. O b. kleiner dan de tijd indien er geen wind is. O c. groter dan de tijd indien er geen wind is. O d. met deze gegevens niet te vergelijken met de tijd indien er geen wind is.

jaar: 1997 nummer: 05 Een steen wordt in het luchtledige verticaal omhoog gegooid. Hij beschrijft een goed gekende beweging. De verticale positie als functie van de tijd is hieronder schematisch voorgesteld. De steen vertrok op het ogenblik t = 0 s vanop een hoogte ho gelijk aan: O a. 25 m. O b. 50 m. O c. 75 m. O d. 100 m.

jaar: 1999 nummer: 18 De voorwerpen A en B bewegen eenparig rechtlijnig. Hun positie op een bepaald ogenblik en de verplaatsing die ze de daaropvolgende seconde zullen maken, worden aangegeven in de volgende figuur: Men kan besluiten dat A en B: O a. O b. O c. O d. dezelfde massa hebben. elkaar afstoten. na iets minder dan drie seconden zullen botsen. niet zullen botsen.

jaar: 2001 nummer: 22 Kapitein Haddock gaat met Kuifje naar de maan en neemt zijn loodjesgeweer mee. Bij wijze van experiment vuurt hij enkele loodjes af en vergelijkt de waarde van de volgende grootheden op de maan met die op aarde: 1. de snelheid van een loodje bij het verlaten van de loop van het geweer 2. de maximaal bereikte hoogte bij verticaal afvuren van een loodje 3. de reikwijdte van een loodje bij horizontaal afvuren 4. de kracht die op het loodje inwerkt na het verlaten van de loop. Verwaarloos alle wrijving. De waarde van de gegeven grootheden is op de maan verschillend van deze op aarde in het geval: O a. enkel 2. O b. 2 en 3. O c. 2, 3 en 4. O d. 1, 2, 3 en 4.

jaar: 2001 nummer: 23 Jan rijdt op zijn brommer van west naar oost over een smalle weg aan een constante snelheid van 20,0 m/s. Martje rijdt op haar fiets langs dezelfde weg aan een constante snelheid van 4,00 m/s van oost naar west. Op een bepaald ogenblik remt Jan met een constante versnelling van 1,00 m/s 2. Op dat zelfde ogenblik remt ook Martje met een constante versnelling. Ze komen naast elkaar tot stilstand. De e afstand stand tand and nd d tussen Jan en Martje op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: tussen Jan en Martje op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: ussen Jan en Martje op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: ssen Jan en Martje op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: sen Jan en Martje op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: en Jan en Martje op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: n Jan en Martje op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: Jan en Martje op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: Jan en Martje op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: an en Martje op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: n en Martje op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: en Martje op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: en Martje op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: n Martje op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: Martje op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: Martje op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: artje op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: rtje op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: tje op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: je op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: e op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: op het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: p het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: het ogenblik dat ze beginnen te remmen is: et ogenblik dat ze beginnen te remmen is: t ogenblik dat ze beginnen te remmen is: ogenblik dat ze beginnen te remmen is: ogenblik dat ze beginnen te remmen is: genblik dat ze beginnen te remmen is: enblik dat ze beginnen te remmen is: nblik dat ze beginnen te remmen is: blik dat ze beginnen te remmen is: lik dat ze beginnen te remmen is: ik dat ze beginnen te remmen is: k dat ze beginnen te remmen is: dat ze beginnen te remmen is:

dat ze beginnen te remmen is: at ze beginnen te remmen is: t ze beginnen te remmen is: ze beginnen te remmen is: ze beginnen te remmen is: e beginnen te remmen is: beginnen te remmen is: beginnen te remmen is: eginnen te remmen is: ginnen te remmen is: innen te remmen is: nnen te remmen is: nen te remmen is: en te remmen is: n te remmen is: te remmen is: te remmen is: e remmen is: remmen is: remmen is: emmen is: mmen is: men is: en is: n is: is: is: s: : O a. gelijk aan 40 m. a. gelijk aan 40 m. a. gelijk aan 40 m.. gelijk aan 40 m. gelijk aan 40 m. gelijk aan 40 m. elijk aan 40 m. lijk aan 40 m. ijk aan 40 m. jk aan 40 m. k aan 40 m. aan 40 m. aan 40 m. an 40 m. n 40 m. 40 m. 40 m. 0 m. m. m..

O b. gelijk aan 240 m. b. gelijk aan 240 m. b. gelijk aan 240 m.. gelijk aan 240 m. gelijk aan 240 m. gelijk aan 240 m. elijk aan 240 m. lijk aan 240 m. ijk aan 240 m. jk aan 240 m. k aan 240 m. aan 240 m. aan 240 m. an 240 m. n 240 m. 240 m. 240 m. 40 m. 0 m. m. m.. O c. gelijk aan 480 m. c. gelijk aan 480 m. c. gelijk aan 480 m.. gelijk aan 480 m. gelijk aan 480 m. gelijk aan 480 m. elijk aan 480 m. lijk aan 480 m. ijk aan 480 m. jk aan 480 m. k aan 480 m. aan 480 m. aan 480 m. an 480 m. n 480 m. 480 m. 480 m. 80 m. 0 m. m. m.. O d. niet te berekenen. d. niet te berekenen. d. niet te berekenen.. niet te berekenen. niet te berekenen. niet te berekenen. iet te berekenen.

et te berekenen. t te berekenen. te berekenen. te berekenen. e berekenen. berekenen. berekenen. erekenen. rekenen. ekenen. kenen. enen. nen. en. n..