Prébrandweerzone Rivierenland SOP Meetploegen MEETPLOEGEN STANDAARD OPERATIE PROCEDURE Definitieve versie Goedgekeurd door de Prézoneraad op 10 september 2013
Opzet Het ontwikkelen van een procedure voor de inzet van één of meerdere meetploegen in de regio Rivierenland die door de interventieleiders gekend is en kan toegepast worden. De procedure dient er voor te zorgen dat iedereen die betrokken is bij de alarmering en de inzet van de meetploegen niet meer moet improviseren maar dat de opeenvolgende handelingen vastliggen. Bovendien wordt de alarmering van de regionale meetploegen geregeld indien deze opgeroepen worden voor bijstand te leveren in een andere Antwerpse regio. Doel Het onnodig alarmeren van al de meetploegen voorkomen. De interventieleiders een leidraad toereiken om te beslissen tot de inzet van één meetploeg, de meetploegen van een subregio of al de regionale voor het opstarten van de regionale meetplanorgansatie. Het alarmeren van de meetploegen gemakkelijker maken en volgens een vast stramien laten verlopen. Afspraken vastleggen betreffende de nodige communicatiekanalen tussen de meetploegen en de meetplancentrale van waaruit de coördinatie van de ploegen gebeurt. Inhoud De procedure bepaalt de deelnemers en hun benodigd materieel. De procedure bestaat verder uit een oproep- en communicatieschema, drie operatieschema s en de operatieschema s uitgeklaard in tekstvorm, 4 actiefiches en een incidentinformatieblad. Afhankelijk van de ernst van de uitstroom, de grootte van de plas, de grootte van de wolk of het effect op de omgeving wordt één operatieschema uitgekozen en opgestart, dit sluit niet uit dat er bij escalatie verder kan opgeschaald worden naar een hoger schema. Verder wordt de invoering van een incident informatieblad besproken. Dit informatieblad zal door alle interventieleiders gekend zijn zodat het zeker bij het gebruik van schema 2 als infoblad kan dienen voor het ingeven van de verschillende benodigde parameters in het Victimprogramma, Camhie-programma of een andere dispersieberekeningsmodel. Op basis van deze parameters gaat het programma voostellen doen voor het sturen van de meetploegen door de Victimcentrale. 2
Betrokkenen regionaal meetplan De meetploeg Een meetploeg bestaat uit 2 of 3 personen die bij voorkeur de opleiding meetploegen, georganiseerd door VESTA (voorheen PIBA), succesvol hebben doorlopen. De leden dienen minimum over volgend materieel te kunnen beschikken: Interventiekledij; persoonlijke beschermingsmiddelen (persluchttoestel, chemiepak); meetkoffer met handpomp en meetbuisjes; explosie-zuurstofmeter; PID-meter; de meetmap met instructiekaarten, stafkaarten, gemeenteplannen, meetformulieren; de nieuwe meetpuntenatlassen schaal 1/10.000, eventueel aangevuld met de overzichtskaarten schaal 1/25000; een prioritair voertuig; schrijfgerief, zaklamp; radiocommunicatie via Astrid; eventueel Radioactiviteitsmeter en/of persoonlijke dosismeters. De Victimcentrale De regionale meetplancentrale bevindt zich in de brandweerpost van Sint-Amands, en wordt bemand door 3 tot 5 personen, voornamelijk personeel van de brandweer van Sint-Amands. Deze kunnen aangevuld worden door personeel van de andere regiokorpsen indien ze opgeleid zijn tot Victimcentralist. Dit houdt in dat zij met het Victimprogramma kunnen werken, en op basis van de kaart met de meetpunten en de door het victimprogramma voorgestelde mal de meetploegen kunnen uitsturen naar de meest ideale gelegen meetpunten om daar hun metingen te verrichten. De meetplancoördinator De meetplancoördinator is de persoon in de Victimcentrale die bepaalt welke meetploeg waar gaat meten op basis van de mal die voorgesteld wordt door het Victimprogramma. De meetplancoördinator kan bijgestaan worden door een AGS er. Hij houdt tevens de veilgheid van de meetploegen in het oog en kan, wanneer hij dit nodig acht, besluiten tot evacuatie van de meetploegen. De Adviseur Gevaarlijke Stoffen In de provincie zijn er een aantal mensen die een bijkomende opleiding genoten heben om de gouverneur, de burgemeesters en/of de dienstchefs bij te staan en te adviseren bij incidenten met gevaarlijke producten. In de provincie zijn er steeds 2 van die AGS ers van wacht, 1 voor het westelijk deel en 1 voor het oostelijk deel van de provincie. Bij incident worden beiden verwittigd. De eerste zal op het incident adviseren, terwijl de tweede de backup verzekerd, opzoekingen in naslagwerken kan verrichten en de meetplancoördinator ondersteunt. De AGS ers kunnen enkel via het HC100 opgeroepen worden en dienen niet noodzakelijk ter plaatse te komen, vooreerst gaan ze proberen om telefonisch advies te geven. De AGS ers komen niet de leiding van de interventie overnemen, zij komen slechts advies geven dat al dan niet door de interventieleider of de beleidsmensen gevolgd kan worden. Hij beroept zich voor zijn advies op naslagwerken, productspecialisten en andere adviseurs. Hij geeft advies over: bronbestrijding, te nemen maatregelen ten opzichte van de bevolking, de te gebruiken PBM, de ontsmettingsprocedure en eventueel de nabehandeling. In het kader van het meetplan zal hij de meetploegen mee kunnen sturen bij een meetstrategie in samenspraak met de meetplancoördinator. 3
Oproepschema meetploegen Mechelen-Rupel Ongeval GS Brand GS Melding van Incident buiten regio Beoordeling bevelvoerder Meting binnen/buiten eigen regio Plaatselijk incident hinder en/of lekafdichting < 15' Incident hinder en/of lekafdichting > 15' Verspreiding wolk Opdracht door interventieleider aan eigen centrale Opdracht door interventieleider aan eigen centrale meetresultaten Oproep naburige post Beperkte meetploeg(en) Fax Incident Informatieblad aan Victimcentrale en post Mechelen Meetresultaten Radiocommunicatie ASTRID Map 1.2 Perso Zone F xxxx R Opstart alarmering regionale meetploegen Alle meetploegen (sub)regio Opstart Victimcentrale Uitvoeren gevraagde meting. Resultaatsmelding aan centrale oproeper Alarmering meetploegen door post Mechelen via SDS aan Alle meetploegen (sub) regio Opdrachten door Victimcentrale aan meetploegen Radiocommunicatie ASTRID map 1.1 Perso FZ2 Ant Meas Statusmeldingen meetploegen in Stand-by Klaar voor opdracht 4
Schema 1 AANSTURING DOOR AAN WIE BIJZONDERHEDEN BESLISSING VOLGENDE ACTIE INTERVENTIELEIDER (VOLGENS ACTIEFICHE OVD) EIGEN MELDKAMER MELDKAMER BW MECHELEN 015 20 23 45 * INTERNE OPROEP * EIGEN GESPREKSGROEP * ASTRID MAP 1.1, FZ2 ANT MEAS INTERVENTIELEIDER MELDKAMER BW MECHELEN ALARMEERT DE MEETPLOEGEN VAN DE BETROKKEN SUBZONE MET VERMELDING RENDEZ- VOUSPUNT ZIE ACTIEFICHE DISPATCHER KANT LOKALE METING * DE VICTIMCENTRALE WORDT NIET OPGESTART INTERVENTIELEIDER INTERVENTIELEIDER MEETPLOEGEN * INTERVENTIELEIDER BEPAALT AARD METING * METINGEN MET RAPPORTERING AAN INTERVENTIELEIDER INTERVENTIELEIDER AGS 5
Verklaring schema 1 Schema 1 wordt gevolgd indien er een incident is met gevaarlijke stoffen of een incident waarbij er gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen, waarbij er slechts een beperkt effectgebied is of waarbij er alleen bronmetingen te verrichten zijn. De meting dient te gebeuren door de meetploeg(en) van het interveniërende brandweerkorps of van de meetploegen van de betrokken subzone, indien het interveniërende korps zijn meetploeg niet kan vrijmaken. De alarmering gebeurt op vraag van de interventieleider door de meldkamer van brandweer Mechelen, er dient duidelijk vermeld te worden dat het een plaatselijke meting betreft zonder het opstarten van het regionale meetplan en de Victimcentrale. Er dient een duidelijk rendez-vous punt afgesproken te worden naar waar de opgeroepen meetploegen zich dienen te begeven. De beslissingen worden genomen door de interventieleider. De meting kan met een bepaald meetbuisje gebeuren, indien de stof gekend is of met de simultaanmeting indien de ontsnappende stof niet gekend is. De communicatie gebeurt op de eigen gespreksgroep F xxxx R, tenzij dat bij een samenwerking tussen verschillende meetploegen de noodzaak bestaat om in een gezamenlijke gespreksgroep te werken. De gespreksgroep waarop de meetpoegen werken is dan map 1.1 Perso, gespreksgroep FZ2 Ant Meas. Dit gegeven dient bij de alarmering van een naburige meetploeg afgesproken te worden. De resultaten van de metingen worden gerapporteerd aan de interventieleider of de eventueel aanwezige AGS, op basis van de meetgegevens kan de interventieleider of AGS beslissen om verdere gerichte metingen te verrichten of om op te schalen naar het regionale meetplan, indien tenminste voldaan wordt aan de voorwaarden om het regionale meetplan op te starten. Het schema dat dan verder gevolgd zal worden is schema 2. 6
Schema 2 AANSTURING DOOR AAN WIE BIJZONDERHEDEN BESLISSING VOLGENDE ACTIE BW MECHELEN Alarmering via nummer 015 20 23 45 VICTIMCENTRALE ALLE MEETPLOEGEN INCIDENTINFOBLAD DOORFAXEN NAAR VICTIMCENTRALE 052 22 61 47 COÖRDINATIE ALARMERING PER BETREFFENDE SUBZONE VIA SDS VANUIT CENTRALE BW MECHELEN WEST OOST Hemiksem-Niel Nijlen-Berlaar Boom Lier Bornem Heist-op-den-Berg Sint-Amands Willebroek Putte Duffel Mechelen BRANDWEER MECHELEN VERWITTIGD AGS VAN WACHT VIA HC100 DE MEETPLOEGLEDEN IN OVERTAL EN MET OPLEIDING TOT VICTIMCENTRALIST NEMEN CONTACT OP MET 052 34 12 60 OF BEGEVEN ZICH NAAR VICTIMCENTRALE (brw-post Sint- Amands) VICTIMCENTRALE de assistentie van de AGS wordt gevraagd in de meetplancentrale, kazerne brandweer Sint-Amands, Hemelrijken te Sint-Amands, telefoonnummer: 052 34 12 60 VICTIMCENTRALE ALLE BESCHIKBARE MEET- PLOEGEN VAN DE SUBZONE * ASTRID COMMUNICATIE OP MAP 1.1 PERSO GESPREKSGROEP FZ2 ANT MEAS * MELDINGEN NAAR VICTIMCENTRALE RAPPORTERING AAN - MEETPLANCOORDINATOR - AGS MEETPLANCOORDINATOR AGS CRISISCEL 7
Verklaring schema 2 Schema 2 wordt gevolgd indien er een incident is met gevaarlijke stoffen of een incident waarbij er gevaarlijke stoffen zijn vrij gekomen die een effect hebben op een groter gebied, grootorde km s, we kunnen niet meer spreken van een lokaal gebeuren. We hebben te maken met een groot lek dat niet binnen de 15 minuten na aankomst van de interventieploeg kan gedicht worden of bij een éénmalig vrijkomen van een grote hoeveelheid product, door een ontploffing bvb. Het effect blijft niet lokaal en zal aanleiding kunnen geven tot acties zoals het waarschuwen en/of evacueren van de bevolking. De metingen dienen te gebeuren door alle beschikbare meetploegen van de betreffende subregio. De interventieleider van het interveniërende korps vraagt via de centrale van brandweer Mechelen om het regionale meetplan op te starten, hij geeft daarbij de nodige informatie met behulp van het incidentinfoblad. Dezelfde informatie faxt hij door naar de meetplancentrale in Sint-Amands. Deze gegevens worden door de centralist van brandweer Mechelen overgenomen en verder doorgefaxt naar de Victimcentrale in Sint-Amands, waar ze in het Victimprogramma kunnen ingegeven worden. Tegelijkertijd verwittigd de centralist de korpsen van de betreffende subregio met de vraag tot oproep van de meetploegen volgens de actiefiche centralist Mechelen, kant regionaal meetplan. Vanuit elk korps wordt er telefonisch of radiofonisch een bevestiging van ontvangst van de alarmoproep naar Mechelen terug gemeld. De communicatie met en door de meetploegen gebeurt via Astrid in de gespreksgroep FZ2 Ant MEAS in de map 1.1 Perso In principe zal het interveniërende korps geen meetploeg sturen daar deze haar handen vol zal hebben met de incidentbestrijding. De centralist van brandweer Mechelen laat via het HC100 de AGS van wacht verwittigen dat het regionaal meetplan van de regio Rivierenland opgestart is en dat de assistentie van de AGS gevraagd wordt in de meetplancentrale, kazerne Sint-Amands, Hemelrijken te Sint-Amands telefoon 052 34 12 60 De meetploegen melden zich radiofonisch op map 1.1 Perso gespreksgroep FZ2 Ant MEAS inzetklaar, zodat de Victimcentrale de ploegen kan uitsturen om de contour van de gaswolk na te meten, volgens de gegevens die geformuleerd worden door het Victimprogramma of op aangeven van de AGS. De meetploegleden die in overtal opgekomen zijn en die een opleiding tot Victimcentralist hebben nemen telefonische contact op met de Victimcentrale op het nummer 052 34 12 60 om te vragen of het nodig is om naar de Victimcentrale in Sint-Amands te komen. Daar kunnen zij de eventuele lege plaatsen opvullen of voor aflossing zorgen bij langdurige meetinterventies voor de vaste centralisten die door brandweer Sint- Amands geleverd worden. De resultaten van de metingen worden door de meetploegen gerapporteerd aan de Victimcentrale volgens de geijkte radioprocedure zoals aangeleerd in de cursus meetploegen. De verdere coöordinatie van de meetploegen op het veld zal gebeuren door de meetplancoördinator in de Victimcentrale en/of de verwittigde AGS (adviseur gevaarlijke stoffen). De Victimcentrale zal de meetresultaten verder meedelen aan de AGS zodat zij kunnen beslissen welke verdere stappen tot bescherming van de bevolking er al dan niet moeten genomen worden. De beslissingen op basis van de uitgevoerde metingen worden genomen door een crisiscel. 8
Schema 3 AANSTURING DOOR AAN WIE BIJZONDERHEDEN BESLISSING VOLGENDE ACTIE BW MECHELEN VICTIMCENTRALE ALLE MEETPLOEGEN VAN DE DICHTSTBIJZIJNDE SUBZONE COÖRDINATIE ALARMERING DICHTST BIJZIJNDE SUBZONE VIA SDS VANUIT CENTRALE BW MECHELEN WEST OOST Hemiksem-Niel Nijlen-Berlaar Boom Lier Bornem Heist-op-den-Berg Sint-Amands Willebroek Putte Duffel Mechelen CENTRALE BW MECHELEN * ALLE BESCHIKBARE OPGEROEPEN MEETPLOEGEN * COMMUNICATIE MAP 1.1. PERSO GESPREKSGROEP FZ2 ANT MEAS * DOORSTUREN NAAR RENDEZ-VOUS PUNT PLAATSELIJKE MEETPLANCENTRALE PLAATSELIJKE MEETPLANCENTRALE * ALLE BESCHIKBARE OPGEROEPEN MEETPLOEGEN * RAPPORTERING AAN PLAATSELIJKE MEETPLANCENTRALE OP TER PLAATSE AFGESPROKEN GESPREKSGROEP * BEEINDIGING WERKING REGIONALE VICTIMCENTRALE NA DOOR- STURING MEETPLOEGEN PLAATSELIJKE MEETPLANCOORDINATOR AGS CRISISCEL 9
Verklaring schema 3 Schema 3 wordt gevolgd indien er een incident is met gevaarlijke stoffen of een incident waarbij er gevaarlijke stoffen zijn vrij gekomen die een effect hebben op een grotere regio, we kunnen niet meer spreken van een lokaal gebeuren. De bijstand van (een deel van) de meetploegen van onze regio wordt gevraagd door een andere regio (uit de provincie) voor een inzet in die andere regio. De vraag tot bijstand van de regionale meetploegen zal van een regionale dispatchingcentrale of het hulpcentrum 100 komen. Indien de metingen in eigen regio dienen te gebeuren wordt verder schema 2 gevolgd. Indien het effectgebied onze regio aanbelangt zal de centralist van brandweer Mechelen proberen de informatie over product in te winnen op basis van het incidentinfoblad en dit door te faxen naar de Victimcentrale in Sint-Amands. Voor het geval de metingen in eigen regio dienen te gebeuren zijn er twee mogelijkheden tot coöordinatie en terugmelding van de resultaten: - de Victimcentrale in Sint-Amands kan de coördinatie van de eigen meetploegen doen en de resultaten doorzenden naar de AGS of plaatselijke meetplancentrale die onze bijstand gevraagd heeft; - de coördinatie kan eventueel gebeuren door de plaatselijke meetplancoördinator of AGS of crisicel van de regio die de vraag tot bijstand gedaan heeft. De resultaten worden dan doorgestuurd naar deze plaatselijke meetplancoördinator. In grote lijnen kunnen we hier terugvallen op schema 2. Indien de meetploegen gevraagd worden metingen te verrichten buiten de eigen regio volgen we voor de alarmering schema 3 via de centrale van brw.mechelen, waarbij de centralist fase 2b volgt van de actiefiche centralist regionaal meetplan. De meetploegen begeven zich al dan niet in kolonne naar het rendez-vouspunt buiten de regio en melden zich daar inzetklaar aan de plaatselijke meetplancentrale, ofwel persoonlijk ofwel radiofonisch op ASTRID map 1.3 PROV, gespreksgroep FZY ANT MEAS. De verdere coöordinatie van de meetploegen op het veld zal gebeuren door de plaatselijke meetplancentrale, gesteund en gestuurd door een AGS (adviseur gevaarlijke stoffen). De resultaten van de metingen worden overgemaakt volgens de geijkte radioprocedure, zoals aangeleerd in de cursus meetploegen, aan de plaatselijke meetplancentrale. 10
Regionaal meetplan Incident informatieblad Onmiddellijk doorfaxen naar 052 22 61 47 015 26 09 08 (centrale brandweer Mechelen) (Victimcentrale brandweer Sint-Amands) Interventiekorps: (omcirkel) Hemiksem Niel - Boom - Bornem Puurs Sint-Amands - Willebroek Nijlen Berlaar Heist o/d Berg Putte Lier Duffel - Mechelen Aanvangsuur incident: Stofidentificatie: UN-nummer (hoofdletters aub) stofnaam Soort incident: 1. een gasontsnapping (omcirkel) 2. een morsing op water 3. gassen vrijgekomen bij een brand Bronsterkte: A. Instantane bron (één keer een grote ontsnapping) (omcirkel) 1. ± 100 000 kg (zeer groot procesvat of opslagtank) 2. ± 10 000 kg (gastank, tankwagen) 3. ± 1 000 kg (kleinere bron) 4. zelf gekozen waarde bronsterkte kg B. Continue bron (een in de tijd voortdurende lek) 1. plasopp > 1 000 m 2 of 1 kg/sec (breekplaat procesvat, grote diameter) 2. 100 < plas < 1 000 m 2 of 0,1 kg/sec (afgebroken leiding, kleine diameter) 3. plasopp < 100 m 2 of 0,01 kg/sec (kleine lekkage aan flens bvb.) 4. zelf gekozen waarde bronsterkte kg/sec Correcte plaatsbepaling: (hoofdletters aub) Maand: (hoofdletters aub) Windsnelheid: m/sec Windrichting (in graden): (wind afkomstig uit) Weersgesteldheid: 1. heldere hemel 2. bewolkte hemel 3. zwaar bewolkte hemel 11
Verklaring oproepschema De groene lijnen zijn de communicatielijnen tussen de interventieleider en zijn/haar eigen centrale. De blauwe lijnen zijn de communicatielijnen tussen de meetploeg en de Victimcentrale. De rode lijnen zijn de communicatielijnen tussen de meetploeg en de centrale van brandweer Mechelen. Kan een lek binnen de 15 minuten na aankomst gedicht worden en/of is er slechts een lokaal effectgebied, dan kan de interventieleider beslissen om toch een (aantal) meetploeg(en) lokaal metingen te laten uitvoeren. Via de eigen meldkamer wordt de centrale van brandweer Mechelen gevraagd om de dichtstbijzijnde meetploeg(en) te alarmeren Er dient hierbij een rendez-vous punt afgesproken te worden waarnaar de opgeroepen meetploeg(en) zich dienen te begeven. Na de alarmering nemen de opgeroepen meetploegen contact op met de centrale van bw Mechelen om kennis te nemen van het afgesproken rendez-vous-punt. Bij lokale metingen is er geen coördinatie door de Victimcentrale en worden de meetopdrachten door de interventieleider of eventueel de bijgeroepen AGS er gegeven. De meetresultaten worden aan dezelfde personen terug gekoppeld. Kan het lek niet binnen een kort tijdsspanne van ongeveer 15 minuten na aankomst van de interventieploegen gedicht worden zodat we kunnen spreken van een groot effectgebied en de vorming van een wolk met een gevaarlijk product (ontvlambaar, irriterend of giftig) dan dienen we schema 2 toe te passen. Het regionaal meetplan wordt opgestart en de metingen zullen gebeuren door de beschikbare meetploegen van de betreffende subregio, gestuurd door de Victimcentrale vanuit Sint-Amands. De regionale meetploegen kunnen niet alleen door de regiokorpsen gevraagd worden maar ze kunnen ook in bijstand van andere regio s uit de provincie gevraagd worden bij een hele grote wolkverspreiding (cfr. Broomincident in Antwerpen). De vraag tot bijstand zal vanuit een regionale dispatchingcentrale of vanuit het HC100 gebeuren naar de centrale van Mechelen, die de alarmering kan opstarten zoals in schema 2, maar we gebruiken in dit geval wel schema 3, dat voor een groot deel parrallel loopt met schema 2. In alle gevallen als er gemeten dient te worden door (een) meetploeg(en) zal altijd de assistentie gevraagd worden van de AGS van wacht. Deze hoeft niet altijd ter plaatse te komen maar kan de nodige instructies geven en de nodige informatie krijgen per telefoon. De meetplancoordiator of interventieleider zal fungeren als doorgeefluik tussen de meetploeg en de AGS. Algemene opmerking: De tijdspanne van 15 minuten na aankomst van de interventieploegen is geen absoluut cijfer, dit dient door de interventieleider beoordeeld te worden. Als een lek niet binnen de 20 à 30 minuten kan gedicht worden kan dit, afhankelijk van de lekgrootte, een groter effectgebied veroorzaken waarbij het nemen van maatregelen voor de bescherming van de bevolking nodig kan zijn. Een lek (zelfs een groter lek of één dat niet vlug kan gedicht worden) in een ruimte of een lokaal zal meestal aanleiding geven tot het volgen van schema 1, daar het effect eerder beperkt blijft tot de ruimte en/of de directe omgeving van de ruimte. Alhoewel we hier de vereisten hebben om op te schalen naar schema 2 zal het effectgebied echter van dien aard zijn dat we kunnen spreken over een lokaal incident. 12