LUF-Verslag: Expeditie Siberië Door Ivo Verheijen Kenmerk: LISF 15046 Deze zomer heb ik met behulp van een beurs van het LUF deel kunnen nemen aan een expeditie naar het Noordelijkste deel van Siberië. De avonturen die we meegemaakt hebben zijn niet te beschrijven in dit verslag, daarvoor verwijs ik u graag naar mijn reisverslag dat binnenkort zal worden gepubliceerd in het populair wetenschappelijke blad Cranium (Verheijen 2015).De reis heeft een wezenlijke bijdrage aan mijn eigen onderzoek geleverd en de kansen op een toekomstige wetenschappelijke carrière in de archeologie of paleontologie vergroot; ik zal u uitleggen waarom. De expeditie waar ik deel aan heb mogen nemen, werd georganiseerd door het Mammoth Museum, onderdeel van de North-Eastern Federal University in Yakutsk. De belangrijkste aanleiding voor deze expeditie was de vondst van een 13.000 jaar oude speer, gemaakt van de hoorn van een wolharige neushoorn. Deze opzienbarende vondst is gedaan op een van de arctische eilanden in Noord Siberië, Bolsjoj Ljachovski. Vondsten uit dit gebied, veelal gedaan door lokale groepen mammoetivoorjagers, hebben de afgelopen jaren meerdere malen het wereldnieuws gehaald. Zo is er bijvoorbeeld in 2013 een mammoetkarkas opgegraven waarbij, naast de botten, ook spieren, organen, huid, haar en zelfs vloeibaar bloed is aangetroffen. Het doel van onze expeditie, genaamd Northern Oecomune 2015, was het in kaart brengen van de eerste bewoning van dit gebied en het reconstrueren van de toenmalige omgeving. Volgens het beoogde programma zouden we verschillende locaties bezoeken aan de Yana rivier waar in de afgelopen 10 jaar al velen vondsten zijn gedaan van zowel uitgestorven ijstijdfauna, als menselijke bewoning. De uiteindelijke bestemming van de expeditie was het bereiken van Bolsjoj en Mali Lyachovski Island. Een belangrijk persoonlijk doel voor mij tijdens de expeditie was het bestuderen van Pleistocene roofdieren en hun impact op de resten van andere Pleistocene zoogdieren. Het programma van de expeditie bood daartoe voldoende mogelijkheden. Ten eerste heb ik aan de hand van het bestuderen van onze eigen vondsten tijdens de expeditie een goed overzicht kunnen maken van de plaatselijke roofdierfauna tijdens het Pleistoceen. Bovendien hebben we een roofdiersoort aangetroffen die tot op heden nog niet in deze regio gevonden is. Deze vondst is niet alleen spectaculair, maar zal ook de huidige consensus over de verspreiding en het uitsterven van deze soort drastisch veranderen. Op dit moment is deze vondst nog in het bezit van een lokale ivoorjager, maar deze zal hopelijk na enige
onderhandelingen naar een wetenschappelijk instituut in Rusland gaan voor verder onderzoek en publicatie. Het is waarschijnlijk dat ik ook een rol zal gaan spelen in de beschrijving van deze vondst. Naast skeletresten van roofdieren hebben we ook duidelijke aanwijzingen voor hun gedrag gevonden, in de vorm van knaagsporen op (voornamelijk) mammoetskeletten. Deze sporen heb ik grondig bestudeerd, gefotografeerd en gedocumenteerd (afbeelding 2). Door de unieke omstandigheden van Siberië blijven echter ook zachte weefsels tot 40.000 jaar lang in uitstekende staat bewaard. De vondst van een stuk huid van een wolharige mammoet (zie http://siberiantimes.com/science/casestudy/news/n0439-woolly-mammoth-skin-found-well-preservedin-permafrost-gives-new-hope-for-cloning/) gaf mij ook de kans om (mogelijke) klauwsporen van roofdieren te bestuderen (afbeelding 3). Vergelijkbare sporen zijn vaker aangetroffen, maar nooit eerder beschreven. Dit scala aan informatiebronnen zal ik de komende tijd gaan uitwerken en gebruiken voor het schrijven van mijn researchmaster thesis. Al deze verschillende componenten zijn, zoals misschien al blijkt uit mijn beschrijving, tot op heden niet beschreven. Het is een gebied met een enorme wetenschappelijke potentie; onderzoek zal ongetwijfeld resulteren in meerdere publicaties in vooraanstaande tijdschriften. Een van de (voor mij) belangrijkste vondsten is echter niet tijdens de expeditie gedaan, maar naderhand, in het Mammoth Museum in Yakutsk: in een van de vitrines in het museum lag een schedel van een katachtige, beschreven als een prehistorische lynx (afbeelding 4). Voor mij was het echter direct duidelijk dat het om een veel bijzonderdere vondst ging: een zeer jonge holenleeuw. Deze uitgestorven leeuwensoort is een van de bekendste roofdieren uit het Pleistoceen van Eurazië. Desondanks zijn vondsten van deze soort vrij zeldzaam en beperken zich vaak tot enkele botten of tanden. Bij navraag bleek de rest van het skelet van deze jonge leeuw ook nog aanwezig te zijn, ergens opgeslagen in een oude kartonnen doos in het depot van het museum. Gedurende de laatste dagen van mijn verblijf in Rusland heb ik dit skelet onderzocht, gefotografeerd en beschreven. Hoogstwaarschijnlijk gaat het hier om de eerste vondst van een zo goed als compleet skelet van een jong dier van deze soort. De resultaten van het onderzoek naar deze vondst zullen in samenwerking met medewerkers van het Mammoth Museum in Yakutsk en Universiteit Leiden worden gepubliceerd. Ondanks alle logistieke problemen en zware omstandigheden was de expeditie meer dan de moeite waard. Naast de unieke ervaringen was het een enorme verrijking voor mijn studie, zowel direct als indirect. Ten eerste heb ik een grote hoeveelheid unieke data kunnen verzamelen voor het schrijven van mijn Researchmaster thesis. Ten tweede heb ik contact kunnen leggen met een internationale groep onderzoekers, wat ongetwijfeld zal leiden tot onderzoekssamenwerkingen in de toekomst. Zelfs op dit moment werpt de expeditie zijn vruchten al af: vanaf mijn terugkomst in Nederland heeft mijn verhaal al zo veel interesse opgewekt dat ik gevraagd ben om meerdere lezingen te geven, onder andere bij Naturalis en de Werkgroep Pleistocene Zoogdieren. Daarnaast zal mijn reisverslag hoogstwaarschijnlijk dit jaar nog gepubliceerd worden in het populair wetenschappelijk blad Cranium. Aan het eind van mijn reis naar Rusland was het meer dan duidelijk dat ik hier nog eens terug zal moeten gaan. Op dit moment is er een vrijwel eindeloze voorraad aan voor de wetenschap zeer belangrijke vondsten, waarbij het grootste deel zelfs nog nooit beschreven is. Hoewel de lokale
onderzoekers fantastisch werk doen door zo veel mogelijk van deze prehistorische resten te verzamelen, lijkt de expertise om deze vondsten op een juiste manier te onderzoeken, conserveren en publiceren voor de internationale wetenschappelijke gemeenschap te ontbreken. Ik hoop dat ik hierbij in de toekomst een rol zal kunnen spelen. Bibliografie Verheijen, I.K.A., 2015. Op expeditie naar Siberië. In Cranium, 30-37. Afbeelding 1: een greep uit de vondsten (o.a. resten van de wolharige mammoet, muskusos, bizon en eland) gedaan op Bolsjoj Lyachovski Island.
Afbeelding 2: Het onderzoeken van een skelet van de wolharige mammoet, Mammuthus primigenius, aan de kust van Bosljoj Lyachovski
Afbeelding 3: mogelijke sporen van klauwen, bewaard gebleven op een 40.000 jaar oude mammoethuid.
Afbeelding 4: Schedel van een jonge holenleeuw uit de collectie van het Mammoth Museum in Yakutsk
Afbeelding 5: het bestuderen van het eetgedrag van huidige carnivoren bewoner van het poolgebied, de poolvos.
Afbeelding 6: De onderkaak van een wolharige mammoet, Mammuthus primigenius, opgegraven door ons expeditie team.
Bijlage I Realisatie kosten expeditie Kostenpost begroot Uitgegeven Retourvlucht Nederland- 850 1400 Yakutsk Binnenlandse vlucht Yakutia 800 550 Kosten transport binnenland 200 70 Eten 300 200 Visum 80 100 Reisverzekering 75 80 Uitrusting 0 100 Onvoorziene kosten 0 100 Totaal 2305 2600