Cervicale laminectomie imelda omringt u met zorg
Inhoud 2 Voorwoord 3 De wervelkolom 4 De discus of tussenwervelschijf 6 Waarom een cervicale laminectomie? 7 Hoe wordt de diagnose gesteld? 9 Behandeling 10 De operatie 11 Mogelijke complicaties 12 De ziekenhuisopname 13 Voorbereiding 13 De dag van de operatie 14 Terug op de kamer 15 De eerste dag na de operatie 16 De tweede dag na de operatie 16 Het pijnbeleid 17 Ontslag en nazorg 18
Voorwoord Een ziekenhuisopname is een aangrijpende gebeurtenis. Ze roept veel vragen op en brengt onzekerheden mee. Met deze brochure willen wij u informeren over de aandoening en de operatie en tegelijk een beeld schetsen van het verloop na de ingreep. Kennismaking met de dienst neurochirurgie de neurochirurgen: Dr. B. Hermans Dr. P. Van Schaeybroeck Dr. C. Smets de verpleegkundigen: hoofdverpleegkundige: Filip Liekens adjunct-hoofdverpleegkundige: Maggie Op de Beeck het team verpleegkundigen sociaal verpleegkundige: Chloë Schuermans de logistieke medewerkers 3 secretariaat neurochirurgie (tel. 015 50 61 93) Bezoekuren: van 15.00 tot 20.00 u. In het belang van de patiënt willen wij u vragen om deze bezoekuren te respecteren. Voor een goed herstel is voldoende rust belangrijk. Uitzonderingen zijn mogelijk, maar kunnen enkel gemaakt worden in overleg met de hoofdverpleegkundige of de verantwoordelijke verpleegkundige.
De wervelkolom Om goed te kunnen begrijpen wat deze ingreep precies inhoudt, geven we eerst wat meer uitleg over de anatomie van de wervelkolom. De wervelkolom bestaat uit:! 7 nekwervels! 12 borstwervels! 5 lendenwervels! 5 vergroeide sacrale wervels! 3 tot 5 vergroeide staartbeentjes 4 Het ruggenmergkanaal (of wervelkanaal) met daarin het ruggenmerg (= dikke streng van zenuwweefsel) vertrekt vanuit de hersenen. Uit het ruggenmerg vertrekken verschillende zenuwen naar de rest van het lichaam. De zenuwen verlaten het ruggenmerg in de ruimte tussen twee opeenvolgende wervels. Daar is er voldoende plaats. Ruggenmerg Doornuitsteeksels Facetgewrichten Zenuw
De wervelkolom De zenuwen die ter hoogte van de nek afsplitsen, lopen naar het bovenlichaam, armen en handen. De zenuwen die de ruggengraat ter hoogte van de borst verlaten, gaan naar de borst en de buik. De zenuwen ter hoogte van de lage rug gaan naar de benen, blaas en darmen. De eerste 2 wervels van de wervelkolom hebben beide een unieke vorm en functie. De bovenste nekwervel wordt de Atlas genoemd, en fungeert als spil. De vormgeving van de atlas maakt voor en achterwaartse beweging van het hoofd mogelijk, zoals ja knikken. Onder de atlas zit een as die draaiing mogelijk maakt. Een benig uitsteeksel, de dens, scharniert met de atlas, zodat het hoofd zijdelings kan draaien, zoals bij nee schudden. De 5 overige wervels zijn dragende delen. De 7 halswervels zijn met behulp van tussenwervelschijven en bandstructuren met elkaar verbonden. 5
De discus of tussenwervelschijf De tussenwervelschijf (of discus) bestaat uit een zachte elastische kern die omgeven is door vezelige ringen. Vezelige ringen elastische kern De discus laat bewegingen toe tussen de wervels onderling en vangt de schokken op als we stappen of springen. 6
Waarom een cervicale laminectomie? Een cervicale laminectomie wordt uitgevoerd bij een cervicale spinaalkanaalstenose. Dit is een vernauwing van het ruggenmergkanaal t.h.v. de hals. - Met het ouder worden, gaan de tussenwervelschijven vocht verliezen, dunner worden en uitpuilen naar het ruggenmergkanaal dat daardoor smaller wordt. - Dit hoogteverlies van de tussenwervelschijven maakt dat de gewrichtsband die de wervels van achter bijeenhoudt in hoogte vermindert en breder wordt, hetgeen het ruggenmergkanaal ook doet versmallen. - Slijtage van de gewrichtjes (of artrose) is ook een belangrijke oorzaak. Als reactie op deze slijtage gaat het wervelbot woekeren, het wordt dikker, maakt zo het ruggenmergkanaal smaller en kan het ruggenmerg verdrukken. De openingen waar de zenuwwortels uit het wervelkanaal treden kunnen zo vernauwen, wat een beknelling van de zenuwwortels tot gevolg heeft. - Osteofyten (= botuitsteeksels), ook wel papegaaienbek genoemd; kunnen ook het ruggenmergkanaal versmallen. 7 Meest voorkomende klachten: - Pijn in nek en armen - Krachtsverlies in armen en benen - Voosheid en/of tintelingen in de arm - Verminderde fijne motoriek van de handen -Gangstoornissen
Waarom een cervicale laminectomie? Spinale stenose is een vernauwing van het spinaal kanaal Spinaal kanaal 8 Normaal Stenose Cervicale spinale stenose
Hoe wordt de diagnose gesteld?! Klinisch onderzoek: kracht, gevoel en reflexen van de bovenste ledematen worden getest. Via specifieke bewegingen van het hoofd en nek, kan men evt. het pijnprobleem uitlokken hetgeen een bewijs is van een locale zenuwknelling.! Klassieke RX-opname: vaak aangevuld met dynamische opnames waarbij het hoofd voorover en achterover gebogen wordt, geeft een idee van de graad van slijtage van de tussenwervelschijven en de kleine gewrichtjes in de nek. Ze beoordelen ook de graad van beweeglijkheid. Zenuwwortels en tussenwervelschijven kunnen op dit onderzoek echter niet gevisualiseerd worden.! CT-scan: kan de tussenwervelschijf wel in het licht stellen en kan de diagnose van een discus hernia bevestigen. Een CT-scan kan ook een lokale artrose t.h.v. de specifieke kleine gewrichtjes in de nek in het licht stellen. (artrose is een graad van slijtage waarbij gewrichtjes in volume toenemen en waarbij de extra botaangroei de zenuwwortel plat drukt.)! NMR: dit is een magnetische scanner die een beter overzicht geeft van de totale cervicale wervelkolom met inbegrip van de kleine hersenen en de overgang tussen het hoofd en de nek. Dit is een nog meer gedetailleerd onderzoek voornamelijk voor wat betreft de zenuwstructuren en waarbij ook aandoeningen van het ruggenmerg zelf kunnen vastgesteld worden. Op dwarse MRI-opname kan men herkennen of het om echte botwoekering gaat, dan wel om een hernia.! EMG: voor nek- en armklachten kan door middel van naalddetectie-onderzoek van verschillende spiergroepen nagekeken worden waar deze klachten vandaan komen. De onderzochte spier correspondeert immers met een bepaalde zenuwwortel in de nek of arm. Tevens worden stroomstootjes gegeven om de voortgeleidingssnelheid over de zenuw te meten.! Myelografie: Met dit onderzoek kunnen hernia s of beschadigde ruggenmergzenuwen worden opgespoord. Een speciale kleurstof wordt in het wervelkanaal gespoten waarna röntgenopnamen gemaakt worden. Aan de hand van deze opnamen kan de arts de locatie en de aard van het ruggengraatletsel bepalen, zodat een juiste behandeling kan ingezet worden. 9
Behandeling Slijtage van de wervelkolom is op zich geen reden tot neurochirurgisch ingrijpen: vele ouderen vertonen op RX de tekenen van slijtage aan de halswervelkolom, zonder noemenswaardige klachten. Zelfs de aanwezigheid van klachten wordt niet onmiddellijk beschouwd als reden van ingrijpen, zolang het ziektebeeld stabiel blijft. Nemen de verschijnselen echter toe, of is er een periode van acute verergering, dan is neurochirurgisch ingrijpen vereist. De bedoeling is dan om de zenuwen opnieuw vrij te leggen en de toestand te stabiliseren. 10 1 - Niet-chirurgisch - medicamenteuze behandeling: adequate pijnstilling en spierontspanners kunnen in eerste instantie verlichting bieden. - massage en lokale warmte - lokale en epidurale infiltraties: epidurale infiltraties brengen rondom de geknelde zenuwwortel cortisone, om op die manier de geïrriteerde en geknelde zenuw tot rust te brengen. 2 - Chirurgisch In het algemeen is het zo dat, eens de cervicale klachten aanwezig zijn, men met geen enkele behandeling, zelfs niet de chirurgische, een volledige genezing zal kunnen bereiken. De bedoeling is wel het stopzetten van een verdere progressie van de aandoening. Verbeteren of omkeren van de reeds bestaande laesies is helaas niet meer mogelijk.
De operatie Aangezien de belangrijkste vernauwingen aan de achterkant van de hals zitten, wordt achteraan een insnede gemaakt. Eén of meerdere wervelbogen worden weggenomen om zo plaats te maken voor het ruggenmerg en de zenuwen. De afgeschoven nekspieren worden weer aan elkaar gehecht, wat voldoende bescherming biedt aan het ruggenmergkanaal, ondanks dat er nu geen beenderige bedekking meer is. Het ruggenmerg komt zo weer vrij te liggen en de klachten zullen niet meer toenemen. 11 Verwijderde wervelboog
Mogelijke complicaties 12 Elke operatie houdt een aantal mogelijke risico's en verwikkelingen in. Door het gebruik van de modernste technieken en materialen probeert de chirurg deze risico's tot een minimum te beperken.! Infectie: zoals na elke operatie kan ook hier een microbe in de wonde terecht komen en een infectie veroorzaken. Deze infecties zijn goed te behandelen met antibiotica. Om dit risico te beperken, wordt al tijdens de operatie, preventief, een dosis antibiotica gegeven.! Tijdelijke zenuwuitval: tijdens de operatie dient de chirurg de zenuwen en het ruggenmerg te manipuleren. Dit kan leiden tot een tijdelijke zenuwuitval met als gevolg verminderde kracht en gevoel in de arm. Dit kan enkele weken tot maanden duren.! Nabloeding: er kan zich bloed in de wonde opstapelen waardoor een druk onstaat op de luchtpijp of het ruggenmerg. Het is dan noodzakelijk de wonde terug open te maken.! Flebitis / trombose: dit is de vorming van een klonter (trombus) in de aders van de benen (= flebitis). De vorming van deze klonter wordt bevorderd door o.a. verminderde circulatie van het bloed. Een chirurgische ingreep en immobilisatie verhogen dit risico. Om dit te voorkomen, krijgt u bij opname anti-trombosekousen aangemeten, die u best een tweetal weken draagt. Contra-indicaties! Patiënten die niet onder narcose mogen omwille van ernstige hart-of longaandoeningen.! Infectie van de wervel.
De ziekenhuisopname U meldt zich op de afgesproken dag aan op de opnamedienst. Daar wordt u administratief ingeschreven. Het personeel van de opnamedienst brengt u naar de wachtzaal van de afdeling, waar u zo vlug het kan, opgevangen wordt door een verpleegkundige. Na het opnamegesprek, waarbij uw voorgeschiedenis genoteerd wordt en nog bijkomende informatie gegeven wordt, begeleidt men u naar de kamer. De meeste medicatie mag doorgenomen worden tot de dag van de ingreep. Uitzonderingen hierop zijn geneesmiddelen die een bloedverdunnende werking hebben. Deze medicatie moet gestopt worden omdat ze neveneffecten geven tijdens en na de ingreep. Contacteer in dit geval de huisarts of de neurochirurg op voorhand. Voorbereiding 13 Afhankelijk van de leeftijd moeten nog bijkomende onderzoeken gebeuren zoals een bloedname, RX-foto van de longen of een onderzoek van het hart (Elektrocardiogram). Deze onderzoeken verschaffen nuttige informatie voor de verdoving. Soms laat de arts deze onderzoeken al op voorhand doorgaan, bij de huisarts of in het ziekenhuis. Er wordt nog wat praktische informatie gegeven i.v.m. de operatie. Indien u nog vragen hebt, kan u die ook stellen. Nadat u zich geïnstalleerd hebt op de kamer, kan men u voorbereiden op de operatie. Dit houdt het volgende in: - Scheren van de operatiestreek - Aanmeten van anti-trombosekousen - Aanmeten halskraag.
De dag van de operatie Vóór het vertrek naar de operatiezaal: U mag het operatieschortje aantrekken. Alle kledij, ook ondergoed, juwelen, lenzen, bril, kunstgebit of andere prothesen moeten uitgedaan worden. U krijgt een kalmerend middel (en eventuele thuismedicatie), dat door de anesthesist werd voorgeschreven, toegediend. Vertrek naar de operatiezaal: Het tijdstip van de operatie wordt door het operatiekwartier vastgelegd. Het is moeilijk om dit op voorhand mee te delen. Het is afhankelijk van veel factoren, o.a. van mogelijke spoedgevallen. 14 U blijft gemiddeld 3 à 4 u. op het operatiekwartier en ontwaakkamer. Dit hangt af van de tijd die u nodig hebt om te ontwaken uit de narcose.
Terug op de kamer! U wordt in de ontwaakkamer afgehaald door de verpleegkundigen van de afdeling.! Uw bloeddruk en polsslag worden de eerste 24 u. regelmatig gecontroleerd. Ook de beweeglijkheid van de armen wordt nauwkeurig opgevolgd.! U mag drinken 6 u. na het wakker worden, eten wordt niet meer voorzien.! U mag, onder begeleiding, opstaan van zodra u goed wakker bent. U moet de halskraag dag en nacht dragen gedurende de eerste 3 weken.! In de meeste gevallen wordt een drainage aangebracht in de wonde, die ervoor zorgt dat het overtollige bloed nog afgevoerd kan worden. Deze drainage blijft enkele dagen zitten, afhankelijk van het debiet.! De wonde wordt regelmatig nagekeken om eventuele nabloeding op tijd te detecteren.! Ook de pijn wordt goed opgevolgd. Pijnmedicatie wordt via het infuus gegeven.! De houding in bed is ook belangrijk. Bij voorkeur geen hoofdkussen gebruiken bij rugligging, wel bij zijligging. 15
De eerste dag na de operatie! U mag zichzelf grotendeels zelf wassen aan de lavabo, indien u zich goed genoeg voelt. Moeilijk te bereiken plaatsen (benen, rug) worden door de verpleegkundige gewassen. De halskraag mag even afgedaan worden om de hals op te frissen. Het is dan wel belangrijk geen verkeerde bewegingen te maken.! De wonde wordt verzorgd, de redon blijft ter plaatse tot nader order.! U mag opstaan en rondwandelen zoveel u wil. 16! De pijnmedicatie wordt nu in pilletjes gegeven. De tweede dag na de operatie! U mag douchen indien u dit wenst. Er wordt dan wel een vochtbestendig verband aangebracht.! De wonde wordt verzorgd, de redon verwijderd indien weinig verlies.! De volgende dagen verlopen ongeveer hetzelfde. De ontslagdatum is afhankelijk van uw toestand, en wordt bepaald in overleg met de arts.
Het pijnbeleid Bij een heelkundige ingreep maken de meeste mensen zich zorgen over de pijn na de operatie. Een goede pijnbestrijding ligt mee aan de basis van een sneller en beter herstel. De artsen en de verpleegkundigen vinden het dan ook noodzakelijk dat u zo weinig mogelijk pijn hebt. U krijgt pijnmedicatie volgens een vast schema, opgesteld door de artsen. Na de operatie wordt de pijn opgevolgd aan de hand van een pijnschaal. Deze pijnschaal loopt van 0 tot 10, waarbij 0 geen pijn is, en 10 onhoudbare pijn. We zullen u regelmatig vragen een getal te geven dat overeenstemt met de pijn die u ervaart. Bij een hogere score (> 4) wordt, in overleg met de arts, medicatie bijgegeven. Aan de hand van deze score kan het pijnbeleid dus beoordeeld en aangepast worden. 17 Het is perfect mogelijk dat u na de operatie nog enige tijd tintelingen, voosheid of pijn voelt. Dit heeft te maken met het herstel van de geknelde, beschadigde zenuw. Als het gevoel en/of de kracht in uw ledematen minder is dan voor de operatie of afneemt na de operatie meldt u dit aan de verpleegkundige of arts.
Ontslag en nazorg! U blijft ongeveer een vijftal dagen in het ziekenhuis, dit is afhankelijk van uw toestand en wordt bepaald door uw arts.! Wondzorg: er wordt een waterbestendig verband aangebracht, dat ter plaatse mag blijven. Dit moet alleen vervangen worden als het loskomt of sterk bevuild is. Indien de wonde echter pijnlijk aanvoelt of er roodheid is, dient u contact op te nemen met de huisarts voor controle.! De hechtingen mogen 12 dagen na de operatie verwijderd worden door de huisarts. 18! Medicatie nog te nemen: dafalgan 1g bruis max 4x1 tablet/dag. Het is de bedoeling de pijnmedicatie systematisch af te bouwen en zo snel mogelijk te stoppen.! Kinesitherapie: U mag 1 week na de operatie starten met kine. U kan zelf kiezen bij wie u gaat. U krijgt hiervoor een voorschrift mee bij ontslag. Aan de hand van deze gegevens weet de kinesist welke oefeningen er mogen gedaan worden.! U mag de eerste 3 weken niet zelf met de auto rijden. (Niet verzekerd!) Ook het meerijden beperken o.w.v. schokken op de weg en risico op ongeval.! De anti-trombosekousen draagt u best nog een tiental dagen. Het risico op flebitis blijft. Indien u nog fraxiparinespuitjes moet krijgen, wordt dit meegedeeld. Dit is afhankelijk van eventueel vorige antecedenten.! Wanneer terug gaan werken? Deze vraag wordt beantwoord door de arts. Na de eerste consultatie kan hij de toestand evalueren.! Het is normaal dat u na de ingreep nog tintelingen of voosheid voelt in de arm. Dit komt doordat de zenuw een tijdje gekneld heeft gezeten, die moet nu langzaam herstellen.
Ontslag en nazorg! De halskraag moet dag en nacht gedragen worden tot de volgende consultatie. Na een 3-tal weken komt u op controle bij de arts en wordt dit verder afgesproken. Bij het ochtendtoilet mag hij wel even uit, bruuske bewegingen met het hoofd moeten dan wel vermeden worden.! Patiënten die in Bonheiden op consultatie komen, krijgen een afspraak mee. U krijgt meteen aan aanvraag mee voor een RX-controle, die net vóór de consultatie moet genomen worden. Zo kan de arts meteen zien of alles in orde is.! Patiënten die elders op consultatie gaan (Heist o/d Berg, Aarschot, Tienen) moeten zelf een afspraak maken. 19 Contacteer uw huisarts: - Indien er een probleem is met de wonde: roodheid, hevige pijn, etter - Bij plotse verlammingsverschijnselen of abnormaal toenemende pijn. Hebt u nog vragen? De dokters en verpleegkundigen zullen u graag verder helpen. Hebt u opmerkingen of klachten? Meld ze tijdig aan de hoofdverpleegkundige of de verantwoordelijke verpleegkundige. Zo kunnen we u al tijdens uw opname verder helpen. Wij wensen u alvast een aangenaam verblijf en een goed herstel toe.
Nuttige telefoonnummers Receptie Imeldaziekenhuis: 015 50 50 11 Informatiebrochure cervicale laminectomie Z I E K E N H U I S Imeldaziekenhuis Imeldalaan 9 2820 Bonheiden www.imelda.be WZC Den Olm Schoolstraat 55 2820 Bonheiden www.denolm.be 97600154R01