BELEID BIJ (FUNCTIONELE) ASPLENIE

Vergelijkbare documenten
BELEID BIJ (FUNCTIONELE) ASPLENIE

Afwezige of niet goed werkende milt. Behandeling en voorkomen van infecties

Asplenie. Leven zonder miltfunctie

GEEN (GOEDWERKENDE) MILT EN DAN? FRANCISCUS VLIETLAND

Voorkómen van ernstige infecties bij patiënten met hypo- of asplenie

Miltverwijdering (splenectomie)

Richtlijn voor preventie van infecties bij mensen met (functionele) hypo- en asplenie

Antibiotica en vaccinatie bij hypo- en asplenie

Vaccinatie: AB: Welk beleid bij koorts? Welke vaccinaties allemaal? Wanneer te geven? Wanneer en hoeveel keer te herhalen? Welk AB? Hoe lang?

Splenectomie Chirurgie Waregem O.L.V. van Lourdes Ziekenhuis

Voorkómen van levensbedreigende infecties bij personen zonder (functionele) milt

Vaccinaties bij immuungecompromitteerde

VSV Achterhoek Oost Protocol Preventie en behandeling van early-onset neonatale infecties

BETERE BEGELEIDING VAN PATIËNTEN MET EEN TNF-REMMER DOOR DE HUISARTS EN HUISAPOTHEKER

Verwijdering van de Milt (splenectomie)

VACCINATIES EN REISADVIEZEN BIJ AFWEERONDERDRUKKENDE MEDICIJNEN

Infectieprofylaxe na splenectomie

Reizen en vaccinaties Maag-Darm-Levercentrum

Miltverwijdering (splenectomie) bij kinderen

Pneumokokkenepidemiologie bij de volwassenen

Verwijderen van de milt (splenectomie)

Ustekinumab Stelara. Ziekenhuis Gelderse Vallei

Vaccinatie van ouderen tegen pneumokokken. Nr. 2018/05. Samenvatting

PNEUMOKOK NU AAN DE BEURT

Secukinumab Cosentyx. Ziekenhuis Gelderse Vallei

bloed, ademhaling & spijsvertering info voor patiënten Verwijderen van de milt Splenectomie

Adalimumab Humira. Ziekenhuis Gelderse Vallei

Etanercept Enbrel, Benepali

Methotrexaat bij reuma Ledertrexate, Emthexate, Metoject

Rituximab Mab Thera. Ziekenhuis Gelderse Vallei

Anakinra Kineret. Ziekenhuis Gelderse Vallei

Tocilizumab RoActemra

Infliximab Inflectra, Remicade, Remsima

Ustekinumab. Stelara

Tetanus. Spoedeisende Hulp. Beter voor elkaar

Op reis met IBD ~Vaccinaties en reisadviezen~ Marijke van der Vliet Coördinerend reizigersverpleegkundige Franciscus Vaccinatiepoli

Abatacept Orencia. Ziekenhuis Gelderse Vallei

Inleiding. Werkgroepleden:

Etanercept. Enbrel, Benepali

Vedoluzimab. Bij de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa

ACHTERGRONDEN BIJ DE CASUSSCHETSEN INCLUSIEF LEERDOELEN EN STELLINGEN

SWAB richtlijn Community Acquired Pneumonie (CAP)

Rituximab. MabThera, Rixathon

Gebeten door hond of kat

Module 1 Administrative Information of prescribing Information. Summary of Product Characteristics Tetanus vaccin

Tocilizumab. RoActemra

Mazelen. Coschap Huisarts- en Sociale geneeskunde Huisartsenpraktijk P.A.J. van de Kar Jiske Sloekers

Vaccinatie voor/tijdens chemotherapie

Azathioprine Imuran, Azafalk

adviezen hernia-operatie ZorgSaam

Meningokokken ACWY-vaccinatie Richtlijn 1. Achtergrond

Prik- of spatletsel opgelopen tijdens het werk

Tetanusvaccinatie. Afdeling Spoedeisende Hulp Locatie Veldhoven

Rijksvaccinatieprogramma 2010

Het immuunsysteem van de pasgeborene: klaar voor actie? Joris van Montfrans, MD, PhD Kinderarts-immunoloog

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. PNEUMO 23, oplossing voor injectie Polyosidisch pneumokokkenvaccin

4 Meningokokken C. VaccInformatiemap Rijksvaccinatieprogramma 2015/

De Q koorts epidemie in Nederland

Rijks- Vaccinaties. programma Rijksvaccinatieprogramma. RVP-richtlijn. 1 Algemeen. Overzicht van vaccinaties in 2012

Veelgestelde vragen over mazelen

Vaccinatie voor mensen met auto-immune reumatische ontstekingsziekten

Vaccinaties voor baby s van 6-9 weken, 3, 4 en maanden. Rijksvaccinatieprogramma

verwijderen van de milt

Rituximab (Mabthera ) Reumatologie

Pneumokokken vaccinatie

Haemophilus influenzae type b-infecties

Vaccinaties en reizen bij IBDpatiënten. Dinsdag 17 mei 2016 Wout Mares MDL-arts ziekenhuis Gelderse Vallei

Adalimumab (Humira) bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Maag-Darm-Levercentrum. Beter voor elkaar

Vaccinaties en reisadviezen bij immunosuppressie. bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. Informatiefolder

Opname van pneumokokkenvaccinatie in het RVP heeft geleid tot aanzienlijke daling van pneumokokkenziekte

Medische informatie. Het KCE evalueerde het nieuwe vaccin tegen meningokokken B

Bescherm je kind tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma

4. Het klinische beeld

Ticket to the tropics:

Jaap T. van Dissel Afdeling Infectieziekten. Neuraminidaseremmers bij pandemie door Mexicaanse Griep Influenza A(H1N1)

Adalimumab (Humira ) bij reumatische aandoeningen

Abatacept (Orencia) Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

Tocilizumab (Ro-Actemra)

TNF blokkerende medicijnen

2. Windpokkenvaccin. Varilrix. Provarivax. Mogelijke bijwerkingen

HALDOL tabletten en drank

RISICO MINIMALISATIE MATERIAAL BETREFFENDE FLIXABI (INFLIXIMAB) VOOR VOORSCHRIJVERS

Achtergrond en praktijk. Verandering in het vaccinatieschema Pneumokokken

Hepatitis B Inleiding Hepatitis A Preventie hepatitis B Preventie hepatitis A

PATIËNTEN INFORMATIE. Rituximab (MabThera )

Bescherm uw kind tegen 12 infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma

De heer Paul Blokhuis Groot. Staatssecretaris van VWS Hoogleraar Kindergeneeskunde. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Transcriptie:

BELEID BIJ (FUNCTIONELE) ASPLENIE Doel van de werkafspraak: patiënten en hun behandelend huisarts en specialisten alert maken op de grote risico s bij een (functionele) asplenie en de te nemen maatregelen (levenslang). BELEID BIJ EEN PATIËNT MET (FUNCTIONELE) ASPLENIE patiënt met asplenie na trauma patiënt met aangeboren asplenie of functionele asplenie t.g.v. onderliggende aandoening Chirurg: Schakelt de internist- infectioloog in (bij kinderen de kinderarts-infectioloog) Vermeldt miltextirpatie in ontslagbrief Behandelend specialist, internist/kinderarts-infectioloog: Geeft voorlichting aan de patiënt Reikt patiëntenfolder uit Draagt zorg voor registratie patiënt Zorgt voor vaccinaties en Zorgt voor antibioticaprofylaxe Zorgt voor antibioticakuur op voorraad Huisarts: Herhaalt adviezen en instructie Als patiënt de folder nog niet heeft gekregen, geeft de huisarts deze Registreert asplenie in alarmnotities Indien vraag specialist: zorgt voor nog te geven vaccinaties, antibioticaprofylaxe en antibioticakuur op voorraad/bij verlopen zijn voor nieuwe kuur Bij patiënten met (functionele) asplenie, die niet in bovenstaand schema zijn opgenomen onderneemt de huisarts alsnog actie om de patiënt in het programma op te nemen. Zo nodig overlegt de huisarts met internist-infectioloog, kinderarts-infectioloog of medisch microbioloog. 1. Voorlichting aan de patiënt Informeer de patiënt over het risico van potentieel ernstige infecties en over de weinig specifieke symptomen Instrueer patiënt bij ingrepen of ziekenhuisopname de (functionele) asplenie altijd te melden Instrueer de patiënt om bij koortsepisoden contact op te nemen met de huisarts of specialist Instrueer de patiënt over antimicrobiële profylaxe en het gebruik van antibiotica on demand. Zorg dat patiënt altijd een kuur op voorraad thuis heeft (en zorg, indien verlopen, voor een nieuwe kuur) Instrueer patiënt om direct contact op te nemen bij mensen- en dierenbeten Adviseer patiënt honden en katten uit de buurt van wonden te houden. Raadt patiënt aan om bij buitenlandse reizen gespecialiseerde centra (b.v.ggd) te consulteren Adviseer patiënt dringend een Medic-Alert -armband of ketting te dragen (te verkrijgen o.a. bij thuiszorgwinkels) 48-1

2. Vaccinaties: Zie tabel 1 en 2 voor specificaties van vaccinaties bij volwassenen en kinderen. Vaccinaties bij electieve (geplande) splenectomie: Indien mogelijk het volledige vaccinatieschema afronden minimaal 2 weken vóór de ingreep; eventueel kan de toediening van pneumokokkenpolysaccharidevaccin (PPV) plaatsvinden minimaal 2 weken na de ingreep. Influenzavaccinatie wordt jaarlijks gegeven tijdens de daarvoor gebruikelijke periode. Indien vaccineren vóór de ingreep niet mogelijk is, dan pas minimaal 2 weken na de ingreep starten. Bij het gebruik van immuunonderdrukkende medicatie of bij immuno-incompetenten dient overlegd te worden met een deskundig infectioloog. Voor mensen die in het verleden splenectomie hebben gehad en nog niet zijn gevaccineerd: alsnog toedienen. Er kunnen meerdere vaccinaties tegelijkertijd gegeven worden, mits in verschillende ledematen c.q. spiergroepen. De vaccinaties worden intramusculair toegediend. Bij mensen met stollingsstoornissen of mensen die antistolling gebruiken, dient diep subcutaan gevaccineerd te worden. De vaccinatiestatus wordt geregistreerd in het patiëntenregistratiesysteem en in het vaccinatieboekje. De (poli)klinische patiënten, die nog geen vaccinatieboekje hebben, krijgen dit boekje van de internist-infectioloog. 3. Antibioticaprofylaxe: Zie tabel 1 en 2 voor specificaties van antibiotische profylaxe bij volwassenen en kinderen. Volwassenen gebruiken dagelijks antibiotische profylaxe gedurende minimaal 2 jaar na de miltextirpatie. Kinderen gebruiken dagelijks antibiotische profylaxe tot leeftijd van 16 jaar, maar minimaal gedurende 2 jaar. Bij patiënten met verminderde afweer dient overleg met deskundig specialist gevoerd te worden over continuering profylaxe. Patiënten met een doorgemaakte OPSI (overwhelming postsplenectomy sepsis) dienen bij voorkeur dagelijks antibiotica te blijven gebruiken. 4. Antibiotica bij koorts en infectie, ongeacht het wel of niet gebruiken van antibiotische profylaxe: Zie tabel 1 en 2 voor specificaties van antibiotische therapie bij volwassenen en kinderen. Direct (< 1 uur) starten met antibiotica; mensen moeten dus altijd 1 gift bij zich hebben om direct te starten (= on-demandgebruik). Altijd zo snel mogelijk contact opnemen met een arts voor klinische beoordeling. Honden- en/of kattenbeten: zie tabel 1 en 2 Zie tabel 1 en 2 voor specificaties van antibiotica na beten bij kinderen en volwassenen. Wond zo snel mogelijk door de arts laten beoordelen en reinigen. Direct starten met antibiotica. Maatregelen bij reizen Voor gedetailleerde reisadvisering verwijzing naar deskundige persoon of instantie. Bij reizen naar malariagebieden nauwgezet maatregelen opvolgen om muskietensteken te voorkomen. Zorgvuldige toepassing van malariaprofylaxe is belangrijk. Alertheid op tekenbeten bij reizen, in het bijzonder naar bosrijke gebieden in het oosten van de Verenigde Staten van Amerika. 48-2

Richtlijn voor preventie van infecties bij mensen met (functionele) hypo- en asplenie Tabel 1. Overzichtstabel preventieve maatregelen voor hypo-/asplenie bij kinderen 2-6 mnd 7-11 mnd 12-23 mnd 2-5 jaar 6-16 jaar Opmerkingen Leeftijd bij diagnose Vaccinaties PCV a,b 4-maal c,d 3-maal d,e 2-maal d,f 2-maal g,h 1-maal h (inhalen) PPV-23 i - - - 1-maal bij 24 Iedere 5 jaar herhalen mnd. Dan na 3 jaar herhalen, vervolgens na 5 jaar Hib 4-maal c,d 3-maal d,e 1-maal d 1-maal (inhalen) 1-maal (inhalen) 1-maal d 1-maal d 1-maal (inhalen) Aanvullend vaccin bij reizen naar risicogebieden (A,C,W135,Y) j 2-maal + booster in 2 e levensjaar NeisVac-C 3-maal + booster in 2 e levensjaar Influenza k Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Vanaf splenectomie tot aan 12 e -16 e levensjaar. Bij overgevoeligheid: azitromycine 10mg/kg 3x/wk of claritromycine 7,5 mg/kg 1dd 5-10 jaar: 2dd250 mg(10ml) 2dd 125mg = 2dd 5 ml 2dd 125mg = 2dd 5 ml 10-20mg/kg/dg, in 2 doses Antibiotica Profylaxe 10-20mg/kg/dg, in 2 doses Bij overgevoeligheid: azitromycine 10mg/kg 3-5dg (max 500mg per dag) of claritromycine 15 mg/kg in 2 doses. Indien macroliden worden gebruikt als profylaxe: overleg met kinderinfectioloog of microbioloog. 50/12.5 mg/kg/dg,. Maximum 3 dd 500/125 mg. Therapeutisch bij koorts ondanks profylaxe l Bij overgevoeligheid: indien macroliden worden gebruikt als profylaxe: overleg met kinderinfectioloog of microbioloog. 50/12.5 mg/kg/dg,. Maximum 3 dd 500/125 mg. Bij dierenbeten 48-3 RIVM/LCI draaiboek infectieziektebestrijding, februari 2012 3

Richtlijn voor preventie van infecties bij mensen met (functionele) hypo- en asplenie f i Hib = H. influenzae groep b NeisVac-C = meningokokken groep C PCV = pneumokokken-conjugaatvaccin PPV-23 = 23-valent pneumokokken-polysaccharidevaccin RVP = Rijksvaccinatieprogramma a = het conjugaatvaccin dat bescherming biedt tegen de meeste serotypen heeft de voorkeur. b = van 2006-2010 hebben zuigelingen binnen het RVP PCV-7 gekregen. Vanaf april 2011 wordt overgegaan op PCV-10. Er is echter ook PCV-13 geregistreerd. Indien een kind gevaccineerd is met PCV-7 of PCV-10 en het blijkt een (functionele) asplenie te hebben, dan wordt aanbevolen alsnog te vaccineren met PCV-13. Indien dit bekend is vóór de leeftijd van 2 mnd, starten met PCV-13. Indien de asplenie bekend wordt tijdens de RVP-vaccinatieserie, deze gewoon afmaken en vervolgens alsnog 2 doses PCV13 toedienen, gevolgd door PPV-23 met een interval van minimaal 2 mnd. = op leeftijd van 2, 3, 4 en 11 mnd d = wordt aangeboden via het RVP e = op dag 0, na 1 maand en na 6 mnd = met interval van 2 mnd g = met interval van 1 mnd = bij voorkeur 2 mnd vóór PPV-23 = indien beschikbaar kan een meervalent vaccin worden gegeven c j l 48-4 h = geconjugeerd MenACW135Y heeft hierbij de voorkeur boven het polysaccharidevaccin met deze componenten, maar is niet geregistreerd voor personen < 11 jaar, richtlijnen rond offlabelgebruik hanteren. Zie voor risicogebieden de LCR-landenlijst. = Influenzavaccin is niet geregistreerd < 6 maanden, richtlijnen rond offlabelgebruik hanteren; een eerste influenzavaccinatie bij kinderen < 6 jaar dient 1-malig na 1 maand herhaald te worden. De jaren daarop volstaat 1 griepvaccinatie. k = dit gebruik kan bij jonge kinderen moeilijk zijn, omdat zij onvoldoende in staat zijn klachten goed te vertalen naar hun ouders. 4 RIVM/LCI draaiboek infectieziektebestrijding, februari 2012

Richtlijn voor preventie van infecties bij mensen met (functionele) hypo- en asplenie Tabel 2. Overzichtstabel preventieve maatregelen voor hypo-/asplenie bij volwassenen Volwassenen Opmerkingen Vaccinaties PCV-13 a,b 1-maal (inhalen) c Bij voorkeur 2 maanden vóór PPV-23. Bij voorkeur 2 maanden na PCV-13. c PPV-23 a 1-maal; in ieder geval ook 1-malig na 5 jaar herhalen Hib 1-maal (inhalen) NeisVac-C 1-maal (inhalen) Aanvullend vaccin bij reizen naar risicogebieden (A,C,W135,Y) d. Influenza Jaarlijks Antibiotica Profylaxe Feneticilline, 2dd 250 mg Eerste 2 jaar na splenectomie. of 1dd 500 mg e Bij overgevoeligheid: azitromycine 3x/wk 250mg of claritromycine 1 dd 500mg On demand clavulaanzuur, Bij overgevoeligheid: claritromycine 2 dd 500mg of moxifloxacine 1 dd 400mg indien macroliden al profylactisch worden gebruikt. 3dd 500/125 mg Bij overgevoeligheid: clindamycine 600 mg 3 dd + ciprofloxacine 500 mg 2 dd gedurende 5 dg Bij dierenbeten clavulaanzuur, 3dd 500/125 mg gedurende 7 dg RVP = Rijksvaccinatie programma PPV-23 = 23-valent pneumokokken-polysaccharidevaccin PCV-13 = 13-valent pneumokokken-conjugaatvaccin Hib = H. influenzae groep B NeisVac-C = meningokokken groep C a = indien beschikbaar kan een meervalent vaccin worden gegeven. b = niet geregistreerd voor volwassenen, richtlijnen rond offlabelgebruik hanteren. c = personen, die reeds eerder gevaccineerd zijn met PPV-23 kunnen bij een revaccinatie eerst gevaccineerd worden met PVC-13, 2 maanden later gevolgd door PPV-23. Indien de tijd voor een reis te kort is om zowel PCV als PPV toe te dienen met een interval van 2 mnd, dient eerst PCV te worden gegeven, 2 mnd later gevolgd door PPV. d = geconjugeerd MenACW135Y heeft de voorkeur boven het polysaccharidevaccin met deze componenten. Zie voor risicogebieden de LCRlandenlijst. e = eventueel kunnen Penidural-injecties worden overwogen. 48-5 RIVM/LCI draaiboek infectieziektebestrijding, februari 2012 5

Achtergrond informatie Voorkomen In Nederland worden per jaar ongeveer 1000 splenectomiën verricht na trauma of bij hematologisch of oncologisch lijden. Bij een klein aantal personen is de milt vanaf de geboorte afwezig of is de milt niet functioneel door een onderliggende aandoening Bij een (functionele) asplenie is er een sterk verhoogd risico op ernstig verlopende infecties ( Overwhelming Postsplenectomy Sepsis, OPS). Geschatte incidentie: 0,2-0,5 per 100 patiënten zonder (functionerende) milt per jaar. De mortaliteit van een dergelijk fulminant verlopende infectie bedraagt 50-70%. De meeste patiënten overlijden in de eerste 24-48 uur na de eerste symptomen. De meeste postsplenectomie-infecties treden op in de eerste jaren na het verwijderen van de milt, maar het interval is gemiddeld 10-20 jaar. Dat betekent een levenslang verhoogd risico! Cijfers uit Nederlands onderzoek (2009) - Uit het onderzoek blijkt dat ruim de helft van de patiënten met (functionele) asplenie zich niet bewust is van de het verhoogde risico op een fulminant verlopende infectie. - Miltextirpatie was bij 21% acuut, 36% electief, 34% iatrogeen. - Bij ontslag uit het ziekenhuis na splenectomie wordt de huisarts in 98% (!) van de gevallen geïnformeerd. - In de ontslagbrief wordt in 20% van de gevallen vaccinatie niet genoemd en slechts in een klein aantal ontslagbrieven wordt de huisarts geïnformeerd over het beleid rond vaccinaties en antibioticaprofylaxe. - 15% van de patiënten met een miltextirpatie werd niet gevaccineerd tegen pneumococcen, 60% niet tegen H. influenzae en 86% niet tegen meningococcen. - Slechts 12% van de patiënten kreeg profylactisch antibiotica voorgeschreven. Functie van de milt De milt heeft een belangrijke functie bij de afweer tegen infecties. De milt filtert micro-organismen (ook niet met antistoffen bedekte) uit het bloed. De milt vormt factoren van het complementsysteem en nieuwe antistoffen, in bijzonder vroege antistoffen (IgM) tegen kapselpolysacchariden. Infecties bij (functionele) asplenie Ernstige infecties bij (functionele) asplenie worden veroorzaakt door gekapselde micro-organismen (Streptococcus pneuomoniae, Haemophilus influenzae type b en Neisseria menigitidis) In speciale situaties spelen ook andere micro-organismen een rol b.v. Escheria coli bij pasgeborenen met aangeboren asplenie en Capnocytophaga canimorsus bij honden- of kattenbeten. Een malariainfectie verloopt ernstiger. De eerste symptomen zijn niet specifiek, kunnen lijken op griep. Soms begint de infectie met een koude rilling. Zelden is er een duidelijk infectiefocus. Het beloop is snel progressief en gaat in enkele uren over in een septische shock. Identificatie van de patiënt met een (functionele) asplenie Meestal is een asplenie verworven. Patiënten zijn dan op de hoogte en er is een operatielitteken (tegenwoordig vaak laparascopische splenectomie). Patiënten dienen geregistreerd te staan bij huisarts en specialist! Patiënten met een niet functionerende milt ten gevolge van een onderliggende aandoening zijn moeilijker herkenbaar. En uitstrijkje van perifeer bloed kan hierbij behulpzaam zijn. Bij (functionele) asplenie is het aantal erytrocyten matig verhoogd, de aantallen leucocyten en trombocyten zijn sterk verhoogd en er zijn erytrocyten met Howel-Jolly-lichaampjes. ICPC codering Miltruptuur: B76, Splenomegalie: B87, hyposplenie: B99 Bedenk dat ICPC codering een classificatie is, geen registratie. (Functionele) asplenie hoort vermeld te worden in de alarmnotities. Tot slot: Iedere dokter moet alert zijn op mogelijke (functionele) asplenie, ook als patiënt met niet daaraan gerelateerde klachten komt. 48-6

Samenstelling werkgroep: dhr. A. al Moujahid, medisch microbioloog; mw. T.E. Faber, kinderarts-infectioloog; dhr. Chr. Hoff, chirurg; mw. A.C.M. Ollesch, huisarts; mw. dr. M.G.A. van Vonderen, internist-infectioloog; mw. E. van Zanden, huisarts; mw. G.J. Vermeer, medisch coördinator MCC Leeuwarden mei 2011 Literatuur - Richtlijn voor preventie van infecties bij mensen met (functionele) asplenie, LCI-RIVM, januari 2011 - Voorkómen van levensbedreigende infecties bij personen zonder functionele milt J.T. van Dissel en F.P Kroon, Nederlands tijdschriftvoor hematologie nr. 3 2004 - Management of post-splenectomy patiënts in the Netherlands A.J.J. Lammers, D. Veninga, M.J.M.H. Lombarts, J.B.L. Hoekstra, P. Speelman; Eur J Clin Microbiol Infect Dis 2010 29:399-404 - FROBAZ splenectomie profylaxe advies - Uitspraak tuchtcollege Medisch Contact 18 februari 2010 - Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 16-02-2010 rubriek nieuws Richtlijn beleid na miltverwijdering gewenst - Het syndroom van Austrian, NTvG 22 mei 2010 48-7