Configuratiehandleiding voor Yealink toestellen op gntel platform Specifiek: Yealink SIP-TxxP/G toestellen Firmware versie xx.80.188.xx plus: een hoofdstuk over de Yealink videotelefoon gntel Configuratiehandleiding Yealink toestellen - versie 1.02 - juni 2017 gntel Configuratiehandleiding Yealink toestellen - versie 1.02 - juni 2017 1
Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. Begrippen en afkortingen...3 3. Firmware-versie controleren...3 4. Resetten naar fabrieksinstellingen...3 5. Inloggen op het toestel via de web-interface...4 6. Autoprovisioning instellingen...5 7. Web-interface Instellingen...6 a) Instellen Phone account...6 b) STUN in- of uitschakelen...7 c) Lokale poorten aanpassen...8 d) Datum- en tijd-instellingen...8 e) DTMF- en codec-instellingen...8 f) Doorverbinden instellen...9 g) Doorverbinden gebruiken...9 8. Handmatig instellen specifieke functies...10 a) Instellen BLF (Busy Lamp Field) en Call Pickup...10 b) Groep Pickup...11 c) Instellen beltonen...11 d) Indicatie van ontvangst voicemail...12 e) Extern telefoonboek...13 f) Uitzetten logging gemiste oproepen...14 9. Wachtwoord aanpassen...14 10. Yealink videotelefoon...15 1. Inleiding Deze configuratiehandleiding beschrijft de instellingen die specifiek zorg dragen voor een goede werking van het toestel op het gntel-platform. Deze handleiding is onder meer van toepassing voor de volgende toesteltypen: SIP-T48G, SIP-T46G, SIP-T42G en SIP-T41P, en kan ook gebruikt worden op andere modellen zoals de SIP-T21P. We beperken ons in deze configuratiehandleiding tot de instellingen die specifiek zijn voor het gntel-platform. Voor een algemene handleiding waarin alle gebruiksmogelijkheden van het toestel aan de orde komen: zie de handleidingen (User Guides) van de fabrikant. Voor alle handmatig via de web-interface in te voeren wijzigingen geldt: deze worden alleen verwerkt als onderaan de betreffende pagina op CONFIRM wordt geklikt. De in deze handleiding gebruikte screenshots van Yealink web-interfaces zijn gebaseerd op een T41P toestel met firmware-versie 36.80.188.16. gntel Configuratiehandleiding Yealink toestellen - versie 1.02 - juni 2017 2
2. Begrippen en afkortingen In deze handleiding komen de volgende begrippen en afkortingen voor: PI Provisioning Interface van gntel, https://provisioning.gntel.nl Customer code Klantcode van de klant bij gntel, terug te vinden in de PI. Phone account Accountcode van de SIP Account van het toestel, terug te vinden in de PI. De code is opgebouwd uit de Customer code + 3 unieke cijfers voor elke account. X knop Ronde X knop op het toestel, onder de navigatietoetsen. OK knop Ronde OK knop op het toestel, tussen de navigatietoetsen. Zie foto. 3. Firmware-versie controleren 1. Zorg dat het toestel aan staat en klaar is met opstarten. 2. Druk op de X knop om zeker te zijn dat je in het beginscherm zit. 3. Druk nu op de OK knop. 4. Er verschijnt een lijstje in beeld dat begint met: IP Adres, MAC adres, Firmware. De firmware-versie heeft het volgende format: AA.BB.CC.DD AA staat voor het toestel type BB staat voor major firmware revisie CC staat voor regio/land/importeur (0 of 1 = internationaal, 188 = lydis/nl versie) DD staat voor minor revisie Voor optimale samenwerking met het gntel platform moet gelden dat BB = 80 (of hoger) en CC = 188. Internationale versies (CC = 0 of 1) werken meestal ook, maar kunnen afwijken. 4. Resetten naar fabrieksinstellingen Als er bijvoorbeeld geen toegang tot het toestel verkregen kan worden, is een laatste redmiddel het toestel terugbrengen naar fabrieksinstellingen (Restore to factory defaults). Bij het uitvoeren van een Factory Reset worden de toestel-instellingen teruggezet naar hun defaults. Alle instellingen die niet via Autoprovisioning ingesteld zijn, zullen verloren gaan. 1. Druk op de OK knop en houdt deze ingedrukt. 2. Na circa 6 sec vraagt het toestel vraagt om bevestiging: Fabrieksreset uitvoeren?. 3. Druk weer op OK. 4. Het toestel gaat nu terug naar fabrieksinstellingen, dit neemt enkele minuten in beslag (het rode LED-lampje op het toestel knippert). 5. Indien voor dit Phone Account door de partner in de PI het MAC-adres en het IP-adres zijn ingevuld, zal vervolgens het toestel een autoprovisioning uitvoeren. gntel Configuratiehandleiding Yealink toestellen - versie 1.02 - juni 2017 3
5. Inloggen op het toestel via de web-interface Een Yealink-toestel is benaderbaar via een web-interface, mits de PC en het Yealink-toestel zich in hetzelfde subnet bevinden. Inloggen via de web-interface gebeurt als volgt: 1. Druk op de OK knop, in de bovenste regel van het display staat nu het IP-adres van het toestel. 2. Vul dit IP-adres in, in de adresbalk van de browser van de PC, en druk op Enter 3. Er verschijnt nu een inlogscherm 4. Inloggegevens zijn ofwel de default login, ofwel degene die bij de partner ingesteld zijn in de PI voor Autoprovisioning. Default: username = admin en wachtwoord = admin Autoprovisioned: kijk in de PI Reseller details tabblad Technical kopje Autoprovisioning settings achter Default admin username / password (zie screenshot hieronder). Als in de PI geen Default admin password ingesteld is, zal op het toestel inloggen via de web-interface niet mogelijk zijn. 5. Na inloggen in de web-interface verschijnt het startscherm met bovenaan de tabbladen. gntel Configuratiehandleiding Yealink toestellen - versie 1.02 - juni 2017 4
6. Autoprovisioning instellingen Een uitgebreide algemene uitleg over Autoprovisioning wordt gegeven in onze gntel Autoprovisioning Handleiding. Deze configuratiehandleiding geeft alleen specifieke informatie over Autoprovisioning bij Yealink toestellen. De instellingen voor Autoprovisioning zijn te vinden via de web-interface, ga naar Settings Auto Provision. In het voorbeeld staat de instelling voor een automatische wekelijkse autoprovisioning: Als op het toestel al een keer een autoprovisioning is uitgevoerd, dan zal op de autoprovisioning-webpagina het veld Server URL de volgende waarde hebben: Als de normale methode voor het uitvoeren van een autoprovisioning zoals beschreven in de gntel Autoprovisioning Handleiding niet werkt, kan het volgende stappenplan worden gebruikt. 1. Verifieer dat in de PI onder Phone account detail het MAC-adres van het toestel correct ingevuld is. Het MAC adres van het toestel is op twee manieren te vinden: 1. Op de onderste witte sticker aan de achterzijde van het toestel. 2. Druk op de OK knop van het toestel, het MAC adres verschijnt op regel 2 in beeld. 2. Klik op Refresh timer in het Edit scherm van de aan het toestel gekoppelde Phone Account. 3. Log nu in op de web-interface van het toestel en ga naar Settings Auto Provision. 4. Klik nu onderaan de pagina op Autoprovision Now gntel Configuratiehandleiding Yealink toestellen - versie 1.02 - juni 2017 5
5. Toestel vraagt om bevestiging: Do you want to auto provision now?, klik op OK. 6. Er verschijnt in beeld: Configuration updating..., gevolgd door The operation is done! Als bij het starten van een Autoprovisioning de timerwaarde in de PI is verstreken, zullen de parameters bij tab Account Basic niet worden ververst. Op het toestel controleren of een Autoprovisioning heeft plaatsgevonden kan via Menu 1. Status 4. Meer 3. Accounts 7. Web-interface Instellingen Via de web-interface kunnen toestel-instellingen worden gecontroleerd en evt. aangepast. a) Instellen Phone account 1. Ga in de web-interface naar Account Register Account 1 2. De Register Status laat zien of de registratie gelukt is. 3. De volgende waarden dienen ingevuld te zijn: Line Active: Enabled Label: te zien in display van toestel wanneer er geen gesprek gevoerd wordt. Display Name: wordt niet gebruikt, mag leeg worden gelaten. Register Name: vul hier de Phone account in, wordt gebruikt voor Registratie. User Name: vul hier de Phone account in, wordt gebruikt voor Uitbellen. Password: te vinden in de PI onder Phone account detail, zie screenshot. gntel Configuratiehandleiding Yealink toestellen - versie 1.02 - juni 2017 6
Server Host: sip.gntel.nl Port: 5060 (alternatieve poort is 38388) Enable Outbound Proxy Server: Enabled Outbound Proxy Server 1: sip.gntel.nl Port: 5060 (alternatieve poort is 38388) b) STUN in- of uitschakelen 1. Ga in de web-interface naar Account Register 2. Onderaan de pagina staat de parameter NAT, zet deze op STUN om STUN te gaan gebruiken of stel de default waarde Disabled in om geen STUN te gebruiken. 3. Ga naar Network Advanced NAT Active: Enabled om STUN in te schakelen, Disabled om STUN uit te schakelen STUN Server: stun.gntel.nl STUN Port: 3478 gntel Configuratiehandleiding Yealink toestellen - versie 1.02 - juni 2017 7
c) Lokale poorten aanpassen 1. Ga naar Settings SIP (regel 4) om de lokale SIP poort van het toestel te zien en eventueel te wijzigen. Local SIP Port: 5060 (default waarde) 2. Ga naar Network Advanced Local RTP Port voor de range van de audio poorten. Range: 11780~12780 (default waarde) d) Datum- en tijd-instellingen 1. Ga in de web-interface naar Settings Time & Date 2. Stel de volgende waarden in: Time Zone: +1 Daylight Saving Time: Automatic Primary Server: ntp.gntel.nl e) DTMF- en codec-instellingen DTMF: 1. Ga in de web-interface naar Account Advanced en geef de parameter DTMF Type de waarde RFC2833 Codecs: 1. Ga in de web-interface naar Account Codec en zet onder Enable Codecs de codecs PCMA (G.711 A-law) en, indien geactiveerd in de PI, G.729 (zie screenshot). gntel Configuratiehandleiding Yealink toestellen - versie 1.02 - juni 2017 8
f) Doorverbinden instellen 1. Ga in de web-interface naar Features Transfer 2. Stel de waarden in volgens het screenshot, vooral Semi-Attended Transfer dient op Disabled te staan. g) Doorverbinden gebruiken Doorverbinden zonder aankondiging ( koud doorverbinden ) 1. Op het Yealink-toestel: druk op Doorverb. (toets linksonder display) 2. Typ nummer in waarmee moet worden doorverbonden en druk nogmaals op Doorverb. Doorverbinden met aankondiging ( warm doorverbinden ) variant A: 1. Op het Yealink-toestel: druk op Doorverb. (toets linksonder display) 2. Typ nummer in waarmee moet worden doorverbonden en druk op de ronde OK-toets 3. Als het gesprek wordt opgenomen: kondig aan dat u een gesprek wil doorverbinden 4. Druk nogmaals op Doorverb. Doorverbinden met aankondiging ( warm doorverbinden ) variant B: 1. Op het Yealink-toestel: druk op Wacht (2 e toets onder display) 2. Druk nu op Nw Gespk. gntel Configuratiehandleiding Yealink toestellen - versie 1.02 - juni 2017 9
3. Typ nummer in waarmee moet worden doorverbonden en druk op de ronde OK-toets 4. Als het gesprek wordt opgenomen: kondig aan dat u een gesprek wil doorverbinden 5. Druk op Doorverb. 6. Selecteer optie 2: het tel.nummer van het eerste gesprek en druk op OK 8. Handmatig instellen specifieke functies a) Instellen BLF (Busy Lamp Field) en Call Pickup Links en rechts van het toestel-display bevinden zich programmeerbare toetsen (bv. op een T41P zijn, m.b.v. bladeren, 15 toetsen programmeerbaar). D.m.v. een lampje (busy lamp, BL) is te zien of een collega beschikbaar is, en kan men deze direct bellen (direct station select, DSS). BLF wordt gebruikt voor Phone Accounts, niet voor Free-seating accounts. Ga in de web-interface naar DSSKey. Een toets (Line Key) instellen voor BLF gaat als volgt: Type: BLF Value: <Phone account>, het Phone account waarvoor BLF gewenst is Label: naam van collega; deze verschijnt in het toestel-display naast de Line Key Extension: **<Phone account> (maakt call pickup mogelijk). Hierbij is <Phone account> hetzelfde Phone account als onder Value. Er zijn 2 mogelijkheden voor het beantwoorden van een oproep binnenkomend op een toestel van een collega: Pickup voor oproepen die binnenkomen bij een specifieke collega Dit kan als voor die collega een BLF-toets is geprogrammeerd (zie boven). De oproep wordt opgepikt door op het eigen toestel op de betreffende BLF-toets te drukken. gntel Configuratiehandleiding Yealink toestellen - versie 1.02 - juni 2017 10
Ook een inkomende oproep richting een Free-Seating account kan worrden opgepakt door een collega, mits de eigenaar van de Free-Seating account is ingelogd op een Phone account waarvoor de collega een BLF-toets heeft geprogrammeerd. Pickup voor oproepen die binnenkomen bij een collega behorend bij een pickup-groep Zie hieronder bij Groep Pickup. b) Groep Pickup Groep Pickup: via een Line Key een bij een groepsgenoot inkomende oproep overpakken. Voor Groep Pickup is maatwerk nodig, intern nummer 899 wordt gebruikt, tenzij een ander intern nummer hiervoor aangevraagd is. Programmeren van de Line Key: ga in de web-interface naar DSSKey en stel in: c) Instellen beltonen De standaard beltoon in het toestel is Ring1.wav. Deze is te wijzigen via Settings Preference. Bij Ring Type kan nu een andere standaard beltoon worden gekozen. Het kan dat men voor interne oproepen een andere beltoon wil horen dan voor externe oproepen. Ga hiervoor naar Settings Ring. gntel Configuratiehandleiding Yealink toestellen - versie 1.02 - juni 2017 11
Selecteer nu voor interne oproepen een afwijkende beltoon, bv. Ring6.wav. Via maatwerk is ook voor andere calltypes een aparte onderscheidende beltoon realiseerbaar. Dit gaat bv. m.b.v. de tekst alert-attentie. In de toestellen moet dan de Internal Ringer Text alert-attentie worden gekoppeld aan een te kiezen Internal Ringer File, die moet afwijken van de overige gekozen ringfiles (bv. Ring3.wav, zie voorbeeld hieronder). d) Indicatie van ontvangst voicemail Weergave van ontvangst van een voicemail gaat via het knipperen van de rode LED-lamp rechtsboven het toesteldisplay, in combinatie met een melding in het display van het aantal nieuwe voicemails. Hiervoor is een aantal instellingen noodzakelijk. In de PI wordt de Voicemailbox gekoppeld aan het Phone Account, zie Phone account detail (screenshot). De Account code is het Phone account, de Voicemailbox heeft een 3-cijferig nummer. Via de webinterface van het toestel moeten de volgende vijf velden correct ingesteld staan. Ga in de web-interface naar Account Advanced. Instellingen: gntel Configuratiehandleiding Yealink toestellen - versie 1.02 - juni 2017 12
Als bij Features Notification Popups de parameter Display Voice Mail Popup op Enabled staat, wordt in het toesteldisplay het aantal ontvangen voicemails gemeld. Voicemails beluisteren gaat d.m.v. bellen naar nummer 1233; via het toestelmenu kan worden ingesteld dat er bij drukken op de voicemail-toets (de toets met het envelopje aan de rechterzijde van het toestel) wordt gebeld naar 1233. Ga op het Yealink-toestel naar Menu Berichten Voicemail Voicemail instellen en voer hier in als code: 1233. Als er wordt gebeld naar 1233 (bv. door te drukken op de voicemail-toets), vraagt het systeem om het nummer van de voicemailbox en de pincode van de voicemailbox. e) Extern telefoonboek Voor werken met een extern telefoonboek is nodig: telefoonlijst in xml-format, met per regel: naam, extern nummer; ook kan: naam, verkorte kiescode, extern nummer. De door de klant te gebruiken URL voor het externe telefoonboek eindigt op:... /YealinkRemote.xml. Het externe telefoonboek vanaf het telefoontoestel beschikbaar maken gebeurt als volgt. Ga in de web-interface naar Directory Remote Phone Book. Vul in: Remote URL = de door de klant te gebruiken URL, Display name = naam voor het telefoonboek in het toestel-display. gntel Configuratiehandleiding Yealink toestellen - versie 1.02 - juni 2017 13
f) Uitzetten logging gemiste oproepen Als een gebruiker geen behoefte heeft aan het kunnen zien van de gemiste oproepen, kan deze feature als volgt worden uitgezet: ga in de web-interface naar Account Basic. Hier kan Missed Call Log op Disabled worden gezet. 9. Wachtwoord aanpassen Het aanpassen van het gebruikerswachtwoord en het administratorwachtwoord voor het Yealink-toestel is mogelijk als volgt, 1. Ga in de web-interface naar Security 2. Bij User Type selecteren: admin voor wijzigen administratorwachtwoord, ofwel user voor wijzigen gebruikerswachtwoord 3. Nu intypen: oud wachtwoord, nieuw wachtwoord, bevestiging van nieuw wachtwoord gntel Configuratiehandleiding Yealink toestellen - versie 1.02 - juni 2017 14
10. Yealink videotelefoon Deze handleiding is primair gericht op de Yealink SIP-TxxP/G toestellen voor spraaktelefonie. Voor Yealink-toestellen geschikt voor videotelefonie, zoals de T49P of de VP530 (met firmware versie 23.70.188.21), zijn dezelfde instellingen realiseerbaar als voor de spraaktelefonietoestellen, plus enkele extra instellingen voor videotelefonie. Bij de VP530 is een extra verschil dat daarvoor geen autoprovisioning beschikbaar is. De belangrijkste extra aandachtspunten voor de Yealink videotelefoon zijn: Voor het maken van videocalls zijn de te maken instellingen: In de PI: 1. Klik in de lijst met Phone Accounts achter het te controleren account op Advanced configuration 2. Controleer of behalve de voice codecs ook 1 of meer video codecs ingesteld staan. Als dit niet geval is, verzoek dan aan gntel Support om de video codecs te activeren. In de webinterface van het toestel: 1. Per account instellen welke videocodecs worden toegelaten; ga naar Account Codecs en controleer voor dit account (bovenaan webpagina) behalve de Voice Codecs ook de aparte tabel met Video Codecs Opmerking: onderaan de webpagina die wordt bereikt via Account Advanced staan ranges aangegeven voor H264 Payload en MPEG4 Payload. Aanbevolen wordt om inderdaad binnen deze ranges te blijven. gntel Configuratiehandleiding Yealink toestellen - versie 1.02 - juni 2017 15