Klemmenkasten. Serie 8150/1, Serie 8150/2. Bedieningshandleiding NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL

Vergelijkbare documenten
Besturings- en verdelerkast

Adapters en verloopmoeren van metaal

LED signaallamp. Reeks Bedieningshandleiding NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL

Commando- en meldingsapparaten

Bedieningshandleiding

Besturingskast, besturing en verdeling

SolConeX stekker 16 A

Besturingskast, besturing en verdeling

HANDLEIDING ATEX Explosionproof

SolConeX wandcontactdoos, 16 A

SolConeX wandcontactdoos, 16 A

Tuincontactdoos met piket

Bedieningshandleiding

ALGEMENE AANWIJZINGEN VOOR VERLICHTINGSARMATUREN

Installatie en bedieningsvoorschriften

Handleiding. Standard LED (LED ST) Serie spiegels

Inhoud Inhoud... 1 Veiligheidsinstructies... 1

Productnietlangerleverbaar'

VIESMANN. Montagehandleiding. Uitbreidingsset mengklep. Veiligheidsvoorschriften. Productbeschrijving. voor de vakman

Montage-, gebruiks- en onderhoudsaanwijzing voor. Jola-contactbeschermrelais KR 5/Ex I (M1) / II (1) GD [Ex ia Ma] I [Ex ia Ga] IIC [Ex ia Da] IIIC

Glijringpakking RG-4 stationair, enkelwerkend

Gebruiksaanwijzing Schakelversterker N00..A N05..A / / 2014

HANDLEIDING. Sesame. Thermoplastic Tank Technologies

Printed: Doc-Nr: PUB / / 000 / 00

Rotonivo. Serie RN 3000 RN 4000 RN Handleiding

Handleiding. Explosieveilige SpotLED Type AR-040. II 3 G Ex na IIC T4 Gc II 3 D Ex tc IIIC T135ºC Dc

THR9 Ex. Veiligheidsinstructies

Terminator. ZP-PTD100-WP Aansluitset temperatuursensor. The Heat Tracing Specialists INSTALLATIEMETHODEN

Product information Scheidingsversterkers en Beveiliging

VIESMANN. Montage- en servicehandleiding VITOTROL 300A. voor de vakman. Vitotrol 300A. Afstandsbediening, bestelnr

Inductieve sensor BI2-EM12-Y1X-H1141

NL... Horizontaal tilsysteem. Vers. 3.00

Universele Werklamp GT-AL-02

Montagevoorschrift. UBA3-module xm10 voor montage in de verwarmingsketel evenals voor wandmontage /2004 NL Voor de vakman

Bedieningshandleiding Opbouwbehuizing EX-EBG. 1. Over dit document. Inhoud

Handleiding. Extra elektronica. Overspanningsbeveiliging. Document ID: 46670

Bestnr Toerentalregelaar voor ventilator

afsluitkleppen Serie AK-Ex voor luchtdichte afsluiting in zones met explosiegevaar volgens ATEX 10/2015 NL/nl K

Montage- en gebruiksaanwijzing

Tempoplex-afvoer. Gebruiksaanwijzing van 01/2011. nl_nl

Bedieningshandleiding Veiligheidsdeurgreepsysteem STS Over dit document. Inhoudsopgave

VIESMANN. Montagehandleiding. Uitbreiding AM1. Veiligheidsvoorschriften. voor de vakman. Bestelnr

TECHNISCHE HANDLEIDING

GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING

Explosieveilige Insteekbundel Type D-8530

Volg deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op ter voorkoming van lichamelijk letsel en materiële schade. Lengte van de dompelhuls

Installatie van Elektrische apparatuur in ATEX zones. IECEx 05 Ex

1 Veiligheidsinstructies

Handleiding Explosieveilig timerrelais Type AR-023. II 3 D Ex tc IIIC T80ºC Dc

Tempoplex-afvoer. Gebruiksaanwijzing van 01/2011. nl_be

Voor de gebruiker. Gebruiksaanwijzing. allstor. Bufferboiler

Gebruikershandleiding. Explosieveilig LED signaallicht Type serie AR-047/xxx

Aanvulling op de technische handleiding. MOVIMOT -opties MLU.1A, MLG.1A, MBG11A, MWA21A. Uitgave 06/ / NL.

VIESMANN. Montage- en servicehandleiding VITOTROL 200A. voor de vakman. Vitotrol 200A. Afstandsbediening, bestelnr

1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. 3 Bedoeld gebruik. Plug & Light. Lichtcontactdoos. Lichtcontactdoos Best. nr.:

Magneetveld-sensor magneetinductieve naderingssensor BIM-EG08-Y1X

Installatie- en bedieningsinstructie. Table Stand DS (2018/08) nl

1 Veiligheidsinstructies. 2 Functie. 3 Informatie voor elektromonteurs 3.1 Montage en elektrische aansluiting. Tronic-trafo

Tempoplex-afvoer bouwhoogte 60 mm. Gebruiksaanwijzing van 01/2010. nl_nl

MOD-I-XP. Vooraanzicht. Kenmerken. MOD-I-XP_ _NL Technische wijzigingen voorbehouden Pagina 1 van 8. Modem voor externe gegevensoverdracht

Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL

Explosieveilige Insteekbundel Type D-8640

Montagehandleiding met bedrijfsvoorschriften en technische gegevens

VIESMANN. Montagehandleiding. Uitbreiding EA1. Veiligheidsvoorschriften. voor de vakman. Bestelnr

Installatie en bedieningsvoorschriften

DL 26 NDT. Manual /30

Inductieve sensor BI10-M30-Y1X-H1141

Tempoplex Plus-afvoer, hoge afvoercapaciteit. Gebruiksaanwijzing van 01/2010. nl_nl

Gebruiksaanwijzing Platformweegschaal

Montage-, gebruiks- en onderhoudshandleiding voor

GEBRUIKERS HANDLEIDING INBOUWSTAPELAARS

1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat KNX. Lichtsterkteregelaar Mini Best. nr. : Bedieningshandleiding

Capacitieve sensor BC10-S30-Y1X/S90

testo 330i Rookgas-meetinstrument Inbedrijfstelling en veiligheid

Correcties. Explosieveilige draaistroommotoren EDR , EDRN ATEX * _0718*

Intrinsiek veilige temperatuursensoren volgens ATEX-Richtlijn 94/9/EG. 45 jaar passie en kwaliteit. Gecertificeerde productielocaties

Technische Handleiding Versie 07/05. CompTrol Signal 1. Signaalkabel

Technische Handleiding Versie 08/06. CompTrol Signal 3. Signaalkabel

Handleiding. Explosieveilige schemerschakelaar Type AR-022. II 3 G Ex nr IIC T6 Gc II 3 D Ex tc IIIC T80ºC Dc

Magneetveld-sensor magneetinductieve naderingssensor BIM-EM12E-Y1X

Montagehandleiding voor wasbak Oblong en Cuboid Type: wandmontage voor een holle wand

VIESMANN. Montagehandleiding VITOTROL 100. voor de vakman. Vitotrol 100 type UTDB-RF

NTC-voeler vervangen IKEF 238-5, IKEF 248-5, IKEF Z3 IKE T, IKE T, IKE IKE T, ITE 239-0

Rub-Block RB100DN met PT100 sensor

HANDLEIDING ZONNESCHERM 4X3M MONTAGEINSTRUCTIES

TDS 20/50/75/120 R. NL Gebruikshandleiding Elektrische warmeluchtblazer

Bedieningshandleiding

4.2 Inwendige reiniging. 4 Reiniging van het weegplateau. 4.1 Uitwendige reiniging

Alarmsirene. Bestnr.: Omwille van het milieu 100% recyclingpapier

VIESMANN. Montagehandleiding. Vitotrol 300. Veiligheidsvoorschriften. Montageplaats. voor de vakman

802/13 LEGIC/815 ½ LEGIC

Inhoud. 1. Veiligheidsinstructies

Gebruiksaanwijzing. Mehrsprachige Anleitung unter Multilingual manuals at. pro BENNING TRITEST BENNING BENNING BENNING.

1 Veiligheidsinstructies. 2 Functie. 3 Informatie voor elektromonteurs 3.1 Montage en elektrische aansluiting. Tronic-trafo

voorschrift Voor de installateur Interface 0-10 V --> ebus AAN DE INSTALLATEUR

Let op! Zware lading. Sta niet onder de hangende lading tijdens het transport of de montage.

Betonkabel Vloerverwarming

Transcriptie:

Serie 8150/1, Serie 8150/2 Bedieningshandleiding Extra talen www.stahl-ex.com Voor toekomstig gebruik bewaren!

Inhoudsopgave 1 Algemene gegevens...3 1.1 Fabrikant...3 1.2 Over deze bedieningshandleiding...3 1.3 Andere documenten...3 1.4 Conformiteit met normen en bepalingen...3 2 Verklaring van de symbolen...4 2.1 Symbolen in de bedieningshandleiding...4 2.2 Symbolen op het apparaat...4 3 Veiligheid...4 3.1 Correct gebruik...4 3.2 Kwalificatie van het personeel...5 3.3 Overige risico's...5 4 Transport en opslag...7 5 Productselectie, ontwerp en modificatie...7 5.1 Extra gaten aanbrengen in flensplaten...8 5.2 Extra doorgaande gaten in behuizing...9 5.3 Externe aanbouwcomponenten (leidingdoorvoeren, afsluitpluggen, klimaatpluggen)...12 5.4 Interne inbouwcomponenten (ader, klemmen, zekeringen)...13 6 Montage en installatie...15 6.1 Montage/demontage, gebruikspositie...15 6.2 Installatie...16 7 Inbedrijfstelling...20 8 Instandhouding, onderhoud, reparatie...20 8.1 Instandhouding...20 8.2 Onderhoud...20 8.3 Reparatie...20 9 Terugzending...21 10 Reiniging...21 11 Verwijdering...21 12 Accessoires en reserveonderdelen...21 13 Bijlage A...22 13.1 Technische gegevens...22 14 Bijlage B...24 14.1 Afmetingen / Bevestigingsafmetingen...24 2

1 Algemene gegevens 1.1 Fabrikant R. STAHL Schaltgeräte GmbH Am Bahnhof 30 74638 Waldenburg Germany Tel.: +49 7942 943-0 Fax: +49 7942 943-4333 Internet: www.stahl-ex.com E-mail: info@stahl.de Algemene gegevens 1.2 Over deze bedieningshandleiding Deze bedieningshandleiding en in het bijzonder de veiligheidsaanwijzingen voor gebruik aandachtig lezen. Alle tevens geldende documenten eveneens aanhouden (zie ook paragraaf 1.3) Bedieningshandleiding tijdens de levensduur van het apparaat bewaren. Bedieningshandleiding voor het bedienings- en onderhoudspersoneel te allen tijde toegankelijk maken. Bedieningshandleiding aan de volgende eigenaar of gebruiker van het apparaat doorgeven. Bedieningshandleiding bij elke van R. STAHL gekregen uitbreiding actualiseren. ID-nr.: Publicatienummer: De originele handleiding is de Duitse uitgave. Deze is bindend in alle juridische aangelegenheden. 1.3 Andere documenten Gegevensblad EG-typegoedkeuring Zie voor documenten in andere talen www.stahl-ex.com. 1.4 Conformiteit met normen en bepalingen Certificaten en EG-conformiteitsverklaring: www.stahl-ex.com. Het apparaat beschikt over een IECEx-toelating. Zie IECEx-homepage: http://iecex.iec.ch/ 3

Verklaring van de symbolen 2 Verklaring van de symbolen 2.1 Symbolen in de bedieningshandleiding Symbool GEVAAR WAARSCHUWING! PAS OP! OPMERKING! 2.2 Symbolen op het apparaat Symbool 17055E00 Betekenis Aanwijzing voor lichtere werkzaamheden 3 Veiligheid Het apparaat werd volgens de actuele stand der techniek onder erkende veiligheidstechnische maatregelen geproduceerd. Echter er kunnen bij het gebruik ervan letsel- of levensgevaar ontstaan voor de gebruiker of derden, resp. schade aan het milieu of eigendommen ontstaan. Apparaat uitsluitend gebruiken - in onbeschadigde toestand - correct, veiligheids- en gevarenbewust en - onder aanhouding van deze bedieningshandleiding. Gevaarlijke situatie, welk bij het niet aanhouden van de veiligheidsmaatregelen tot de dood of ernstig letsel met blijvende schade kan leiden. Gevaarlijke situatie, welk bij het niet aanhouden van de veiligheidsmaatregelen tot ernstig letsel kan leiden. Gevaarlijke situatie, welk bij het niet aanhouden van de veiligheidsmaatregelen tot licht letsel kan leiden. Gevaarlijke situatie, welk bij het niet aanhouden van de veiligheidsmaatregelen tot materiële schade kan leiden. Betekenis CE-markering volgens de actueel geldige richtlijn. 3.1 Correct gebruik De klemmenkast 8150 dient in explosiegevaarlijke gebieden voor het verdelen van elektrische energie en/of elektrische signalen. Het is een explosieveilig bedrijfsmiddel, toegelaten voor gebruik in explosiegevaarlijke gebieden Zone 1 en 2 alsmede 21 en 22. De klemmenkast wordt in verschillende maten geproduceerd en kan tot grotere verdelereenheden worden gecombineerd. Tot het correcte gebruik hoort ook het aanhouden van deze bedieningshandleiding en de tevens geldende documenten, bijv. van het datablad. Alle andere toepassingen van de klemmenkast zijn niet correct. 4

Veiligheid 3.2 Kwalificatie van het personeel Voor de in deze gebruikershandleiding beschreven activiteiten is een overeenkomstig gekwalificeerde vakkracht noodzakelijk. Dit geldt vooral voor de werkzaamheden op het gebied van Productselectie, ontwerp en modificatie Montage/demontage van het apparaat Installatie Inbedrijfstelling Onderhoud, reparatie, reiniging Vakkrachten, die deze activiteiten uitvoeren, moeten een kennisniveau hebben, dat de relevante nationale normen en bepalingen omvat. Voor activiteiten in explosiegevaarlijke gebieden is aanvullende kennis noodzakelijk! R. STAHL adviseert een kennisniveau dat in de volgende normen wordt beschreven: IEC/EN 60079-14 (Ontwerp, selectie en configuratie van elektrische installaties) IEC/EN 60079-17 (Controle en onderhoud elektrische installaties) IEC/EN 60079-19 (Reparatie, revisie en regeneratie van apparaten) 3.3 Overige risico's 3.3.1 Explosiegevaar In het explosiegevaarlijke bereik kan ondanks de constructie volgens de actuele stand der techniek van het apparaat een explosiegevaar niet volledig uitgesloten worden. Alle arbeidsstappen in een explosiegevaarlijk gebied altijd met de grootst mogelijke zorgvuldigheid uitvoeren! Mogelijke gevaarlijke momenten (resterende risico's) kunnen op basis van de volgende oorzaken worden onderscheiden: Mechanische beschadiging Tijdens het transport, de montage of inbedrijfstelling kan het apparaat worden ingedrukt, of bekrast worden en daardoor niet langer dicht zijn.dergelijke beschadigingen kunnen onder andere de explosiebeveiliging van het apparaat deels of compleet onwerkzaam maken. Explosies met ernstig of dodelijk letsel van personen kunnen het gevolg zijn. Gewicht en maximale belastbaarheid van het apparaat aanhouden, zie informatie op de verpakking. Apparaat uitsluitend in originele verpakking of gelijkwaardige verpakking transporteren. Geschikte, d.w.z. op de grootte en het gewicht van het apparaat afgestemde transport- of hefinrichting gebruiken, welke het gewicht van het apparaat betrouwbaar kan dragen. Verpakking en apparaat op beschadigingen controleren. Beschadigingen direct melden aan R. STAHL. Apparaat in originele verpakking, droog (geen condensatie), in stabiele positie en beschermd tegen schokken opslaan. Behuizing, inbouwcomponenten en afdichtingen tijdens de montage niet beschadigen. 5

Veiligheid Overmatige opwarming of elektrostatische oplading Door een modificatie naderhand aan het apparaat, door het bedrijf buiten de toegestane voorwaarden of een ondeskundige reiniging of lakwerk/coating kan het apparaat sterk opwarmen of elektrostatisch opladen en op die manier vonken genereren. Explosies met ernstig of dodelijke verwonding van personen kunnen het gevolg zijn. Apparaat uitsluitend binnen de voorgeschreven bedrijfscondities gebruiken (zie typeplaatje en hoofdstuk "Technische gegevens"). Apparaat uitsluitend door de fabrikant laten lakken resp. met speciale geleidende lak laten coaten. Apparaat niet lakken. Verbeteringen uitsluitend door de fabrikant laten uitvoeren. Bij het aanbrengen van extra opplak-bordjes van kunststof, de oppervlaktespecificatie van de EN IEC 60079-0 aanhouden. Apparaat uitsluitend reinigen met vochtige doek. Beïnvloeding van de IP-beschermingsgraad Het apparaat biedt bij deskundige en volledige installatie de benodigde IP-beschermingsklasse. Door constructietechnische wijzigingen of een ondeskundige montage van het apparaat kan de IP-bescherming beïnvloed worden. Explosies met ernstige of dodelijke verwonding van personen kunnen het gevolg zijn. Borden (buitenkant) uitsluitend zonder boren aanbrengen. Gaten voor kabel en leidinginvoeren alleen exact volgens de aanwijzingen in de hoofdstukken "Productselectie, planning en modificatie" alsmede "Montage" van deze gebruikershandleiding aanbrengen. Bij afwijkingen of onzekerheid eerst overleggen met R. STAHL. Apparaat uitsluitend in de voorgeschreven montagepositie monteren. Meer informatie daarover in hoofdstuk "Montage". Ondeskundige installatie, inbedrijfstelling, onderhoud of reiniging Basiswerkzaamheden zoals installatie, inbedrijfstelling, onderhoud of reiniging van het apparaat mogen uitsluitend volgens de geldige nationale bepalingen van het land van gebruik en door gekwalificeerde personen worden uitgevoerd. Anders kan de explosiebeveiliging ongedaan gemaakt worden. Explosies met ernstige of dodelijke verwonding van personen kunnen het gevolg zijn. Montage, installatie, inbedrijfstelling en onderhoud uitsluitend door gekwalificeerde en geautoriseerde personen (zie paragraaf 3.2) laten uitvoeren. Wijzigingen aan het apparaat uitsluitend overeenkomstig de aanwijzingen in deze gebruikershandleiding uitvoeren. Wijzigingen door R. STAHL of een testinstituut (inspectie door derde partij) laten uitvoeren. Onderhoud en reparaties aan het apparaat uitsluitend met originele reserve-onderdelen en in overleg met R. STAHL uitvoeren. Apparaat uitsluitend met vochtige doek en zonder krassende, schurende of agressieve reinigingsmiddelen of oplossingen voorzichtig reinigen. Apparaat nooit met een sterke waterstraal, bijv. met een hogedrukreiniger reinigen! 6

3.3.2 Verwondingsgevaar Transport en opslag Vallende apparaten of onderdelen Tijdens transport en montage kunnen het zware apparaat of onderdelen vallen en personen door kneuzingen ernstig letsel oplopen. Bij transport en montage geschikte, d.w.z. op de maat en het gewicht van het apparaat afgestemde transport en hulpmiddelen gebruiken. Gewicht en maximale belastbaarheid van het apparaat aanhouden, zie informatie op de verpakking. Voor de bevestiging geschikt montagemateriaal gebruiken. Stroomstoten Tijdens de elektrische installatie, gebruik en onderhoud staan er soms hoge spanningen op het apparaat. Door contact met leidingen, welk een te hoge spanning voeren, kunnen personen ernstige stroomstoten krijgen en daarmee letsel oplopen. Apparaat uitsluitend op bedrijfsmiddelen gebruiken met een interne spanning overeenkomstig het hoofdstuk "Technische gegevens". Stroomcircuits uitsluitend op daarvoor geschikte klemmen aansluiten. 4 Transport en opslag GEVAAR! Explosie door beschadigde afdichting in apparaten met behuizingscharnieren! Niet-inachtneming leidt tot ernstig of dodelijk letsel. Apparaten met behuizingscharnieren alleen met transportborging transporteren. Apparaat zorgvuldig en met inachtneming van de veiligheidsinstructies (zie hoofdstuk "Veiligheid") transporteren en opslaan. 5 Productselectie, ontwerp en modificatie GEVAAR! Explosie door naderhand volledig lakken van het apparaat! Niet-inachtneming leidt tot ernstig of dodelijk letsel. Apparaat niet lakken. Verbeteringen uitsluitend door de fabrikant laten uitvoeren. GEVAAR! Explosie door defecte afdichting van het apparaat! Niet-inachtneming leidt tot ernstig of dodelijk letsel. Borden (buitenkant) uitsluitend zonder boren aanbrengen. Extra gaten uitsluitend exact volgens de aanwijzingen in het hoofdstuk "Montage" aanbrengen. Bij afwijkingen of twijfel eerst overleggen met R. STAHL. Behuizing uitsluitend van bedrijfsmiddelen (bijv. kabeldoorvoeren, afsluitstoppen, ontwaterings- of klimaatpluggen) voorzien, welke voor gebruik in explosiegevaarijke gebieden aantoonbaar toegelaten zijn. Voorbeelden: "EG-typekeuringscertificaat resp. een "IECEx Certificate of Conformity" is beschikbaar. Niet gebruikte kabelinvoeren afsluiten met voor de ontstekingsbeschermingsklasse toegelaten afsluitstoppen afsluiten. Alle open gaten met geschikte bedrijfsmiddelen afdichten. 7

Productselectie, ontwerp en modificatie Bij het aanhouden van de inbouwvoorwaarden en waarden op het typeplaatje: Controleren of er voldoende kabelinvoeren beschikbaar zijn. Eventueel extra gaten aanbrengen, zie paragraaf 5.1 t/m 5.2. Klemmen uitrusten en eventueel inbouwcomponenten monteren, zie paragraaf 5.4. Bij de modificatie wordt vooral het nabewerken resp. uitrusten van de klemmenkast beschouwd. Hierbij zijn er de volgende mogelijkheden: Extra doorgangsgaten op de flensplaat, naar keuze door R.STAHL of de klant (paragraaf 5.1) Extra doorgangsgaten in de behuizing, naar keuze door R.STAHL of de klant (paragraaf 5.2) Externe opbouwcomponenten naar keuze door R. STAHL of de klant (paragraaf 5.3) Interne inbouwcomponenten naar keuze door R. STAHL of de klant (paragraaf 5.4) De afname van de in eigen regie uitgevoerde werkzaamheden moet volgens nationale voorschriften uitgevoerd worden. Anders moeten deze door R. STAHL of een testinstituut (3rd party inspection) (paragraaf 3.3.1) afgenomen worden. Dit kan op aanvraag tegen een overeenkomstig aanbod door R. STAHL plaatsvinden. Worden de werkzaamheden door R. STAHL uitgevoerd, dan is er geen extra afname noodzakelijk. 5.1 Extra gaten aanbrengen in flensplaten 5.1.1 Extra gaten en doorgangsgaten door R. STAHL aanbrengen Aan R. STAHL de volgende informatie doorgeven: - Type - Gegevensblad - Aantal, fabrikant en toelatingen van de in te bouwen componenten. R. STAHL controleert of de componenten, gatdiameters, aantal en positie in overeenstemming zijn met de toelating brengt de gaten en doorgangsgaten aan monteert de componenten houdt de opdrachtdocumentatie bij voert een steekproef uit brengt indien nodig een nieuwe typeplaat aan, wanneer de technische gegevens, zoals bijv. door de extra in te bouwen componenten, gewijzigd zijn. 5.1.2 Bruikbare vlakken voor leidingdoorvoeren in flensplaten bepalen alle maten in mm [inch] 2 [0,08] 2 [0,08] 10 [0,39] 8

Botsframe en aardaansluiting flensplaat Productselectie, ontwerp en modificatie Plaats/oppervlak voor kabelinvoer op de flensplaat binnen het botsframe (zie afbeelding, dunne lijn) vrij kiezen. Let erop dat latere aansluitingen dit botsframe niet overschrijden. Let daarbij op de volgende voorwaarden: Voldoende afstand tot afdichting rondom (minimaal 2 mm) inplannen (zie afbeelding, uitsnede). Voldoende afstand tot de aardaansluiting (min. 10 mm) (zie afbeelding onder) inplannen. 5.1.3 Extra gaten en doorgangsgaten door de klant aanbrengen Apparaat zorgvuldig en uitsluitend met inachtneming van de veiligheidsinstructies (zie hoofdstuk "Veiligheid") modificeren. Bruikbaar oppervlak berekenen, zie paragraaf 5.1.2. Extra doorgaande gaten aanbrengen door laseren of ponsen (boren, gatsnijden). Bij ponsen en snijden er op letten dat de buitenvlakken van de behuizing vlak en onbeschadigd (zonder scheuren) blijven. Bij schroefdraad de kernboringdiameter bepalen. Geen NPT-schroefdraad gebruiken! Bij de vastlegging van de boringen de montage-afstanden aanhouden. Boringdiameter afstemmen op de afmetingen van de inbouwcomponenten resp. de dichting ervan. Inbouwcomponenten ALLEEN met vlakafdichting gebruiken. Voor het naderhand plaatsen van componenten paragraaf 5.3 aanhouden! 5.2 Extra doorgaande gaten in behuizing, die volgens wens van de klant geheel zonder gaten geleverd worden, zijn in principe als lege behuizing met overeenkomstige typeplaat gemarkeerd (markering overeenkomstig EN IEC 60079-7 en EN IEC 60079-0, binnen in de behuizing, als onvolledig bedrijfsmiddel "U"). 5.2.1 Extra gaten en doorgangsgaten door R. STAHL aanbrengen Aan R. STAHL de volgende informatie doorgeven: - Behuizingzijde - Type - Gegevensblad - Aantal, fabrikant en toelatingen van de in te bouwen componenten. 18104E00 R. STAHL controleert of de componenten, gatdiameters, aantal en positie in overeenstemming zijn met de toelating brengt de gaten en doorgangsgaten aan monteert de componenten houdt de opdrachtdocumentatie bij voert een steekproef uit brengt indien nodig een nieuwe typeplaat aan, wanneer de technische gegevens, zoals bijv. door de extra in te bouwen componenten, gewijzigd zijn. 9

Productselectie, ontwerp en modificatie 5.2.2 Bruikbare oppervlak voor kabeldoorvoeren in behuizing berekenen Belangrijk voor de volgende berekening: Maten op de vlakke oppervlakken aan de binnenkant van de behuizing meten (niet aan de buitenzijde van de behuizing) Rekening houden met de extra benodigde ruimte. De benodigde ruimte voor het inbouwdeel kan worden berekend uit de hoekmaat van de kabelinvoer plus de toeslag voor het gereedschap. De berekening wordt in drie stappen uitgevoerd: Totale bruikbare oppervlak berekenen Benodigd oppervlak voor de kabelinvoeren berekenen Resterend bruikbaar oppervlak berekenen. 1.) Totale bruikbare oppervlak berekenen Het totale bruikbare oppervlak voor de inbouw wordt als volgt berekend: (Lengte binnenwand behuizing 2 x 10 mm * ) x (Hoogte binnenwand behuizing 2 x 10 mm * ) *2 x 10 mm = rondlopende rand op de binnenwand van de behuizing 2.) Benodigd oppervlak voor leidingdoorvoeren berekenen Aantal gewenste leidinginvoeren met de waarden voor de benodigde ruimte voor het passende type uit de volgende tabel vermenigvuldigen. Benodigde ruimte per stuk Schroefdraaddiameter van de leidinginvoer ( 12 mm ( 16 mm ( 20 mm ( 25 mm ( 32 mm ( 40 mm ( 50 mm ( 63 mm 315 mm 2 495 mm 2 685 mm 2 990 mm 2 1560 mm 2 2420 mm 2 3425 mm 2 5160 mm 2 Belangrijk: het oppervlak voor de leidinginvoer moet kleiner zijn dan het totale bruikbare oppervlak. Anders moet een grotere behuizing gekozen worden. 10

Productselectie, ontwerp en modificatie 3.) Resterend bruikbaar oppervlak berekenen Het benodigde oppervlak voor de leidingsinvoeren aftrekken van het totale bruikbare oppervlak. Voorbeeldberekening: Uitgangscondities: Binnenmaten behuizing: 297 mm (Zijde D) x 122 mm (Zijde C) Gewenste leidinginvoeren: M20 (15 St.), M32 (7 St.) Totale bruikbare oppervlak berekenen: (297 mm - 2 x 10 mm * ) x (122 mm - 2 x 10 mm * ) = 28254 mm 2 Benodigd oppervlak voor de kabelinvoeren berekenen en resterende bruikbare oppervlak berekenen: Aantal Type Oppervlak 15 stuk M20 15 x 685 mm 2 10275 mm 2 7 stuk M32 7 x 1560 mm 2 10920 mm 2 5.2.3 Extra gaten en doorgangsgaten door de klant aanbrengen Apparaat zorgvuldig en uitsluitend met inachtneming van de veiligheidsinstructies (zie hoofdstuk "Veiligheid") modificeren. Bruikbaar oppervlak voor inbouwcomponenten berekenen, zie paragraaf 5.1.2 en 5.2.2. Extra doorgaande gaten aanbrengen door laseren of ponsen (boren, gatsnijden). Daarbij een afstand van minimaal 10 mm aanhouden tot de rand van de behuizing (zie afbeelding). 10 [0,39] 21195 mm 2 benodigd oppervlak voor leidinginvoeren 28254 mm 2 bruikbaar oppervlak 7059 mm 2 resterend bruikbaar oppervlak Bij ponsen en snijden er op letten dat de buitenvlakken van de behuizing vlak en onbeschadigd (zonder scheuren) blijven. Bij de vastlegging van de boringen de montage-afstanden aanhouden. Boringdiameter afstemmen op de afmetingen van de inbouwcomponenten resp. de dichting ervan. Inbouwcomponenten ALLEEN met vlakafdichting gebruiken. Voor het naderhand plaatsen van componenten paragraaf 5.3 aanhouden! 18105E00 11

Productselectie, ontwerp en modificatie 5.3 Externe aanbouwcomponenten (leidingdoorvoeren, afsluitpluggen, klimaatpluggen) Gaten en doorgaande gaten zijn doorgaans af fabriek al uitgerust met de voor de toepassing voorziene componenten. Wil de klant het uitrusten zelf uitvoeren, dan worden de openingen af fabriek voorzien van een stof- en transportbescherming (tape met waarschuwingsinstructie of afdekkappen van kunststof). 5.3.1 Aanbouwcomponenten door R. STAHL laten aanbrengen Aan R. STAHL de volgende informatie doorgeven: - Type - Gegevensblad - Aantal, fabrikant en toelatingen van de op te bouwen componenten. - Explosiebeschermingsklasse R. STAHL controleert of de componenten, aantal en positie in overeenstemming zijn met de toelating monteert de componenten houdt de opdrachtdocumentatie bij voert een steekproef uit brengt indien nodig een nieuwe typeplaat aan, wanneer de technische gegevens, zoals bijv. door de extra op te bouwen componenten, gewijzigd zijn. 5.3.2 Aanbouwcomponenten door de klant laten aanbrengen Materiaal selecteren De volgende materialen zijn bij het uitrusten van de klemmenkast aan te bevelen: Kabelinvoer bij vast gelegde leidingen: leidingdoorvoeren van kunststof of metaal voor vast gelegde leidingen bij niet vast gelegde leidingen: leidingdoorvoeren met trekontlasting van kunststof of metaal. Afsluiten van ongebruikte invoeropeningen Afsluitpluggen van kunststof of metaal, overeenkomstig de explosiebeschermingsklasse gebruiken. Ontwatering en drukvereffening (voorkomen van het vacuüm-effect) Klimaatpluggen van kunststof of metaal. Apparaat zorgvuldig en uitsluitend met inachtneming van de veiligheidsinstructies (zie hoofdstuk "Veiligheid") uitrusten. Voor selectie en gebruikstemperatuur van de componenten en afdichtingen, rekening houden met de waarden op de typeplaat van het apparaat. Bruikbaar oppervlak voor opbouwcomponenten berekenen, zie paragraaf 5.1.2 en 5.2.2. Boringdiameter afstemmen op de afmetingen van de inbouwcomponenten resp. de dichting ervan. Bij voorkeur opbouwcomponenten met vlakafdichting gebruiken. 12

5.4 Interne inbouwcomponenten (ader, klemmen, zekeringen) Maximale aantal aders bepalen Productselectie, ontwerp en modificatie Door de overgangsweerstanden op klemplaatsen en door de in de behuizing gelegde leidingen, ontstaat in elke klemmenkast warmte. Om ervoor te zorgen dat de maximaal toelaatbare temperatuur van de klemmenkast niet overschreden wordt, mag de stroombelasting van de stroomkring in de klemmenkast niet te groot worden! 5.4.1 Aantal aders aan de hand van de tabel van de EG-typegoedkeuring bepalen Maximale aantal aders afhankelijk van de stroombelasting en van de leidingdiameter de waarden staan in de EG-typegoedkeuring. Voorbeeld behuizing 8150/1-0250-0180-120: het aantal van de maximaal toegestane aders kan aan de hand van de volgende tabel worden bepaald. 8150/1-0250-0180-120 [A]* 6 10 16 20 25 35 50 63 80 100 125 160 200 225 250 315 400 500 1,5 [mm²]** 2,5 4 6 10 16 25 35 50 70 95 120 150 185 240 300 63 21 42 163 9 24 47 11 26 51 7 20 50 3 16 41 5 19 68 7 21 76 9 20 8 20 7 18 56 15 48 2 9 19 4 11 24 2 7 14 3 9 28 5 *) Stroom, **) leidingdiameter 12543E00 Toelichting bij tabel: Elke ingevoerde ader en elke interne verbindingsgeleider moeten worden gekozen. Bruggen en aardleidingen worden niet geteld. Niet-kritisch bereik (lichte deel van tabel) Dit deel van de tabel geldt voor de opwarming van de behuizing als niet-kritisch. Stroomcircuits, die aan dit bereik moeten worden toegekend, mogen net zoveel in de behuizing worden ingebouwd als men wenst. 13

Productselectie, ontwerp en modificatie Kritisch bereik (beletterde deel van de tabel) Dit deel van de tabel toont het maximale aantal toegestane aders, rekening houdend met de aderdiameter en de ader belastende continustromen. Bij gebruik van deze tabel mag rekening worden gehouden met gelijktijdigheidsfactoren resp. belastingsfactoren. Gemengde uitrusting met stroomcircuits van verschillende diameters is daarbij mogelijk, daarbij moet procentueel rekening worden gehouden met de belastingaandelen van de individuele stroomkringen. Is een klemmenkast overeenkomstig de criteria van het donkere deel van de tabel volledig gevuld, dan mogen nog net zoveel stroomkringen uit het niet kritische gedeelte (lichte deel van de tabel) worden toegevoegd. Gevaarlijker bereik (donkere deel van de tabel) die volgens die deel van de tabel gepland worden, vereisen een bijzonder opwarmingscontrole. Berekeningsvoorbeeld (algemeen): Dwarsdoorsnede [mm 2 ] Stroom [A] Aantal aders Belasting 2,5 16 10 (van 30) = 33 % 16 50 12 (van 48) = 25 % 25 63 36 (van 90) = 40 % = 98 % < 100 % Let erop dat vooral lage gebruikstemperaturen de klemmenkast en de gekozen leidingen op elkaar zijn afgestemd. 5.4.2 Extra klemmen Extra klemmen door R. STAHL aanbrengen Aan R. STAHL de volgende informatie doorgeven: - Type - Fabrikant - Gegevensblad - Aantal - Maat van de behuizing R. STAHL controleer of klemmentype, aantal, dwarsdoorsnede en stroombelasting overeenstemmen met de toelating controleert of de behuizingsgrootte, de gaten en de doorgangsgaten voldoende zijn bouwt de klemmen in brengt eventuele noodzakelijke gaten en leidingsdoorvoeren aan houdt de opdrachtdocumentatie bij voert een steekproef uit brengt, indien nodig, een nieuwe typeplaat aan, wanneer de technische gegevens, stroom- of aderdiameter gewijzigd zijn. 14

Montage en installatie Extra klemmen door de klant aanbrengen Apparaat zorgvuldig en uitsluitend met inachtneming van de veiligheidsinstructies (zie hoofdstuk "Veiligheid") modificeren. Extra klemmenlocaties, klemmentype, aantal, dwarsdoorsnede en stroombelasting bepalen. Controleer of door naderhand uitrusten de gegevens op de typeplaat wijzigen (diameter, spanning, stroom, etc.). Controleer of er voldoende plaats en bevestigingsmogelijkheden voor de uitrusting aanwezig zijn. 5.4.3 Zekeringen Wanneer de inbouwvoorwaarden niet worden aangehouden, dan is naderhand uitrusting niet toegestaan! Inbouw, wijziging of naderhand uitrusten van zekeringen is uitsluitend toegestaan door R. STAHL! Voor de inbouw van zekeringen gelden de volgende temperatuurklassen van de bijbehorende omgevingstemperatuurwaarden: Zekeringstroomwaarde Temperatuurklasse ( 4 A T6 > 4 A... ( 5 A T5 > 5 A... ( 6,3 A T4 Voor de inbouw van zekeringen gelden voor de volgende maximaal toelaatbare oppervlaktetemperaturen de temperatuurklassen van de bijbehorende omgevingstemperatuurwaarden voor stofexplosiegevaarlijke gebieden: Zekeringstroomwaarde Omgevingstemperatuur (Ta) ( 4 A ( 40 C T80 C ( 4 A ( 56 C T95 C ( 5 A ( 46 C T95 C ( 6,3 A ( 70 C T130 C max. toegestane oppervlaktemperatuur 6 Montage en installatie 6.1 Montage/demontage, gebruikspositie Apparaat zorgvuldig en uitsluitend met inachtneming van de veiligheidsinstructies (zie hoofdstuk "Veiligheid") monteren. De volgende inbouwvoorwaarden en montage-instructies nauwkeurig doorlezen en exact opvolgen. 15

Montage en installatie 6.1.1 Gebruikspositie GEVAAR! Explosie door verkeerde montagepositie! Niet-inachtneming leidt tot ernstig of dodelijk letsel. Apparaat uitsluitend als vloer- of wandmontage bevestigen, niet ondersteboven of in staande montage. Apparaat wringingsvrij uitsluitend op een vlakke ondergrond monteren. Apparaat m.b.v. de bevestingingsogen bevestigen. Raadpleeg voor de maten van de bevestigingsgaten de maattekening. Uitlijning van de behuizing kiezen afhankelijk van de aard van de montage: Bij verticale montage: willekeurige uitlijning. Bij horizontale montage: deksel boven. Hangende montage/overhangend deksel niet toegestaan! Rekening houden met vrije ruimte voor het openen van het deksel. 6.1.2 Omgevingsafhankelijke inbouwvoorwaarden Bij opstelling buiten het explosiebeveiligde apparaat met beschermdak of -wand uitrusten. Explosiebeveiligde, elektrische bedrijfsmiddelen met een klimaat- en ontwateringsplug uitrusten om het vacuümeffect te vermijden. Let daarbij op de juiste inbouwpositie (onder). Zie ook paragraaf 6.1.1. Geen koudebruggen genereren (gevaar voor condensvorming). Behuizing eventueel op afstand plaatsen, om de vorming van condens in de behuizing tot een minimum te beperken. 90 16523E00 6.2 Installatie Bij bedrijf onder moeilijkere omstandigheden, zoals bijvoorbeeld op schepen of bij sterke blootstelling aan zonlicht, moeten aanvullende maatregelen worden genomen voor een correcte installatie, al naar gelang de gebruikslocatie. Overige informatie en aanwijzingen hierover kunt u op aanvraag verkrijgen van uw verantwoordelijke verkoopcontact. GEVAAR! Explosie door sterke opwarming binnenin de behuizing! Niet-inachtneming leidt tot ernstig of dodelijk letsel. Afstanden volgens de normen van Ex e stroomcircuits tot Ex i stroomcircuits waarborgen (EN IEC 60079-11). Geschikte geleiders selecteren, die een toelaatbare opwarming binnenin de behuizing niet overschrijden. Let op de voorgeschreven diameters. Adereindhulzen deskundig aanbrengen. 16

Montage en installatie GEVAAR! Explosie door ondeskundige installatie! Niet-inachtneming leidt tot ernstig of dodelijk letsel. Apparaat zorgvuldig en uitsluitend met inachtneming van de veiligheidsinstructies (zie hoofdstuk "Veiligheid") installeren. De hierna genoemde installatiestappen met grote nauwkeurigheid uitvoeren. De noodzakelijke technische details/gegevens van de elektrische installatie vindt u in de volgende documenten: Hoofdstuk "Technische gegevens" in deze bedieningshandleiding Documentatie en databladen van de klemmenfabrikant Documentatie en databladen van de ingebouwde apparaten (bijv. voor informatie over potentiaalvereffening, potentiaal-aarde en intrinsiekveilige stroomcircuits) 6.2.1 Geleideraansluiting Geschikte geleiders selecteren, die een toelaatbare opwarming binnenin de behuizing niet overschrijden. Let op de voorgeschreven diameters van de geleiders. Aderisolatie tot aan de klem voeren. Bij het strippen de ader niet beschadigen (bijv. door inkerving). Adereindhulzen deskundig aanbrengen. In geval van een maximale uitrusting met klemmen en stroomvoerende geleiders en maximale stroombelasting: Zorg ervoor dat de lengte van een geleider van de koppeling tot de klempositie de lengte van de behuizingsdiagonaal niet overschrijdt. 6.2.2 Randaarde-aansluiting Bij het aansluiten van een aardedraad het volgende aanhouden: Altijd de aardedraad aansluiten. Kabelschoenen voor externe randaardekabelaansluiting gebruiken. Randaardekabel vast en in de buurt van de behuizing leggen. Alle blanke, niet spanningsvoerende metalen delen in het aardleidingsysteem opnemen. N-leidingen als spanningsvoerend leggen. 17

I I Montage en installatie 6.2.3 Inbouwvoorwaarden inbouwcondities, lucht- en kruipafstanden c I X I * m I y 18591E00 18590E00 18592E00 I = Minimale afstand tot de behuizing overeenkomstig de norm EN IEC 60079-7 (tabel) y = Luchtafstand X = Factor overeenkomstig norm EN IEC 60079-7 afhankelijk van de aderdiameter X * I = Minimale afstand m = c = 50 mm afstand tussen Ex e en Ex i serieklemmen 8 mm afstand tussen Ex e en Ex i kabelleiding 18593E00 Afstanden, lucht- en kruipafstanden Bij de inbouw van componenten moeten de lucht- en kruipafstanden tussen de afzonderlijke componenten en tussen componenten tot de behuizingswanden voldoende gedimensioneerd worden. Hierbij rekening houden met de waarden uit de norm EN IEC 60079-7 (Tabel). De kruipafstanden van de componenten controleren en overeenkomstig de voorschriften van de betreffende gebruikshandleiding aanhouden. Luchtafstanden, afhankelijk van de nominale bedrijfsspanning van de ingebouwde klemmen, aanhouden. Afstand tussen deksel en aansluitbouten van de ingebouwde componenten (bij aangesloten ader) aanhouden: minimaal de waarde van de vereiste luchtafstanden. 18

Montage en installatie Afstand tussen aansluitdelen voor intrinsiekveilige en niet intrinsiekveilige stroomkringen Scheidingswanden, welke voor het scheiden van de aansluitklemmen worden gebruikt, minimaal op 1,5 mm van de behuizingswanden monteren of een minimale afstand van 50 mm tussen de blanke geleidende delen van de aansluitklemmen waarborgen (gemeten rondom de scheidingswand naar alle richtingen) Waarborgen dat metalen scheidingswanden minimaal 0,45 mm dik zijn geaard zijn voldoende stevig en stijf zijn voldoende stroombelastbaar zijn. Zorg ervoor dat niet metalen, isolerende scheidingswanden minimaal 0,9 mm dik zijn een nominale kruipstroomwaarde (CTI) hebben versterkt zijn, om vervormingen te voorkomen. Bij zekeringen > 4 A tevens constructieve maatregelen uitvoeren, om extra opwarming aan de klemmen van intrinsiekveilige stroomkring te vermijden. Afdekkingen bij combinaties van niet intrinsiekveilige en intrinsiekveilige stroomkringen Alle spanningsvoerende onderdelen, die niet in de beschermingsklasse Ex i zijn uitgevoerd, moeten worden voorzien van een afdekking, welke bij geopend bedrijfsmiddel minimaal beschermingsklasse IP30 biedt. Intrinsiekveilige stroomkringen In intrinsiekveilige stroomkringen mogen uitsluitend geïsoleerde kabels en leidingen met een testspanning van minimaal 500 V AC en een minimale kwaliteit van H05 worden gebruikt. De isolatietestspanning voor isolatie en scheiding van de klemmen en leidingen uit de som van de nominale bedrijfsspanningen van intrinsiekveilige en niet-intrinsiekveilige stroomkringen berekenen. Voor het geval "intrinsiek veilig tegen aarde" levert dit een isolatiespanningswaarde op van minstens 500 V (in het andere geval dubbele waarde van de nominale bedrijfsspanning van intrinsiek veilige stroomkringen). Voor het geval intrinsiekvelige tegen niet-intrinsiekveilig levert dit een isolatiespanningswaarde op van minimaal 1500 V (in het andere geval de dubbele waarde van nominale bedrijfsspanning plus 1000 V). Lucht- en kruipafstanden bij intrinsiekveilige componenten Zorg ervoor dat de lucht- en kruipafstanden tussen de blanke, geleidende onderdelen van aansluitklemmen gescheiden, intrinsiekveilige stroomkringen tot geaarde of potentiaalvrije, geleidende delen, gelijk zijn aan, of groter dan de in tabel 5 van de in de IEC/EN 60079-11 aangegeven waarden zijn. Bij gescheiden, intrinsiekveilige stroomcircuits een veiligheidsafstand tussen de blanke, geleidende onderdelen van de buitenste aansluitingen aanhouden, die voldoet aan aan de volgende vereisten: minimaal 6 mm tussen de gescheiden, intrinsiekveilige stroomkringen minimaal 3 mm tussen geaarde onderdelen, wanneer er geen rekening is gehouden bij de veiligheidsanalyse met een mogelijke aardverbinding. 19

Inbedrijfstelling 7 Inbedrijfstelling Voor inbedrijfstelling de volgende teststappen uitvoeren: Behuizing op schade controleren. Controleer of de montage en installatie correct zijn uitgevoerd. Daarbij controleren of alle afdekkingen en scheidingswanden op spanningsvoerende delen aanwezig en bevestigd zijn. Zorg ervoor dat alle openingen/boringen in de behuizing met de daarvoor toegestane componenten zijn afgesloten. Af-fabriek aangebrachte stof- en transportbescherming (tape of kunststof doppen) door gecertificeerde componenten vervangen. Zorg ervoor dat afdichtingen en afdichtingssystemen schoon en onbeschadigd zijn. Indien nodig vreemde voorwerpen verwijderen. Indien nodig aansluitruimte reinigen. Controleer of alle voorgeschreven aandraaimomenten aangehouden zijn. 8 Instandhouding, onderhoud, reparatie Geldende nationale bepalingen in het land van gebruik aanhouden, bijv. EN IEC 60079-14, EN IEC 60079-17, EN IEC 60079-19. 8.1 Instandhouding Aanvullend op de nationale regelgeving de volgende punten controleren: Het vast zitten van de ondergeklemde kabels, scheurvorming en andere zichtbare schade aan de apparaat- en/of beschermingsbehuizing, inachtneming van de toegestane temperaturen, goed vast zitten van de bevestigingen. 8.2 Onderhoud Apparaat volgens de geldende nationale bepalingen en de veiligheidsinstructies in deze gebruikershandleiding (hoofdstuk "Veiligheid") onderhouden. 8.3 Reparatie Reparaties aan het apparaat uitsluitend met originele reserve-onderdelen en in overleg met R. STAHL uitvoeren. 20

Terugzending 9 Terugzending Retourzending resp. verpakking van de apparaten uitsluitend in overleg met R. STAHL uitvoeren! Daarvoor met de verantwoordelijke vertegenwoordiging van R. STAHL contact opnemen. Voor de retourzending in geval van reparatie resp. service, staat de klantenservice van R. STAHL ter beschikking. Persoonlijk contact opnemen met de klantenservice. of Retourzending resp. verpakking van de apparaten uitsluitend na overleg met R. STAHL uitvoeren! De internetsite www.stahl.de raadplegen. Onder "Downloads" > Klantenservice > "RMA-opdracht" kiezen. Formulier invullen. Bevestiging volgt. De STAHL-klantenservice meldt zich bij u. Na overleg ontvangt u een RMA-bon. Apparaat samen met de RMA-bon in de verpakking aan R. STAHL Schaltgeräte GmbH opsturen (Raadpleeg paragraaf 1.1 voor het adres). 10 Reiniging Apparaat voor en na reiniging op beschadigingen controleren. Beschadigde apparaten direct uit gebruik nemen. Ter voorkoming van elektrostatische oplading mogen de apparaten in explosiegevaarlijke zones uitsluitend met een vochtige doek worden gereinigd. Bij een vochtige reiniging: water of milde, niet schurende, niet krassende reinigingsmiddelen gebruiken. Geen agressieve reinigingsmiddelen of oplosmiddelen gebruiken. Apparaat nooit met een sterke waterstraal, bijv. met een hogedrukreiniger reinigen! 11 Verwijdering Nationale en lokale voorschriften en wettelijke bepalingen m.b.t. de verwijdering respecteren. Materialen scheiden voor recyclage. Zorgen voor een milieubewuste verwijdering van alle componenten conform de wettelijke bepalingen. 12 Accessoires en reserveonderdelen OPMERKING! Foutieve functies of schade aan het apparaat door gebruik van niet-originele componenten. Het niet aanhouden kan tot schade leiden. Uitsluitend originele accessoires en originele reserveonderdelen van R. STAHL Schaltgeräte GmbH (zie datablad) gebruiken. 21

Bijlage A 13 Bijlage A 13.1 Technische gegevens Explosiebeveiliging Uitvoering 8150/1 8150/2 Globaal (IECEx) Gas en stof IECEx PTB 09.0048 IECEx PTB 09.0048 Ex db eb [ia Ga] ib mb op pr IIC, IIB, IIA T6 (Ta = -60... +40 C) Ex db eb [ia Ga] ib mb op pr IIC, IIB, IIA T5 (Ta = -60... +55 C) Ex db eb [ia Ga] ib mb op pr IIC, IIB, IIA T4 (Ta = -60... +70 C) Ex tb IIIC IP66 T130 C (Ta = -60... +70 C) Ex tb IIIC IP66 T95 C (Ta = -60... +55 C) Ex tb IIIC IP66 T80 C (Ta = -60... +40 C) Ex ia/ib IIA, IIB, IIC T6 (Ta = -60... +75 C) Ex tb IIIC IP66 T80 C (Ta = -60... +75 C) Europa (ATEX) Gas en stof PTB 09 ATEX 1108 PTB 09 ATEX 1108 E II 2 G Ex db eb [ia Ga] ib mb op pr IIC, IIB, IIA T6 (Ta = -60... +40 C) E II 2 G Ex db eb [ia Ga] ib mb op pr IIC, IIB, IIA T5 (Ta = -60... +55 C) E II 2 G Ex db eb [ia Ga] ib mb op pr IIC, IIB, IIA T4 (Ta = -60... +70 C) E II 2 D Ex tb IIIC IP66 T130 C (Ta = -60... +70 C) E II 2 D Ex tb IIIC IP66 T95 C (Ta = -60... +55 C) E II 2 D Ex tb IIIC IP66 T80 C (Ta = -60... +40 C) Verklaringen en keuringen Verklaringen IECEx, ATEX, Brazilië (INMETRO), India (PESO), Rusland (TR), Wit-Rusland (TR) Soorten beschermingsklassen afhankelijk van het gebruik van de daadwerkelijk ingebouwde componenten en hun beschermingsklasse Technische gegevens Elektrische gegevens Berekende bedrijfsspanning Berekende bedrijfsstroom Omgevingscondities Om gevingstemperatuur max. 1100 V afhankelijk van klemtype en de gebruikte explosieveilige componenten max. 630 A afhankelijk van klemtype en de gebruikte explosieveilige componenten zie explosiebeveiligingsinformatie afhankelijk van klemtype en de gebruikte explosieveilige componenten 22

Technische gegevens Mechanische gegevens Beveiligingsklasse IP66 conform EN IEC 60529 Materiaal Behuizing Edelstaal 1.4301 (AISI 304) resp. 1.4404 (AISI 316L) geborsteld Dichting Silicone, geschuimd Montageplaat Staalplaat verzinkt Dekselsluiting - met onverliesbare M6 roestvast stalen combi schroeven of - met dekselscharnieren / bevestigingen Dubbele baard sleutel nr 5 voor bevestiging in levering inbegrepen Flens Standaard zonder flens uitvoering Speciale met Flens uitvoering Wanddikte Behuizingsdeksel min. 2 mm Montageplaat 3 mm Aandraaimoment 4,5 Nm van de dekselbouten Randaardeaansluiting Meetdiameter max. 300 mm 2 Opmerking M8 blindklinkmoer (1x): buiten op behuizing M8 intrekmoer (1x): op de montageplaat M6 Pen (1x): extra bij de behuizingen met dekselscharnieren Andere technische gegevens, zie www.stahl-ex.com. afhankelijk van klemtype en de gebruikte explosieveilige componenten De informatie van de klemmenfabrikant, bijv. het aandraaimoment, moet worden aangehouden Bijlage A 23

Bijlage B 14 Bijlage B 14.1 Afmetingen / Bevestigingsafmetingen Maattekeningen (alle afmetingen in mm [inch]) Wijzigingen voorbehouden 7 [ 0, 28 ] A 25 [ 0, 98] C D a1 E b1 c1 9,50 [0,37] a2 F G H Ø 7 [ Ø0, 28] B b2 c2 12648E00 24

Bijlage B 25 Maattekeningen (alle afmetingen in mm [inch]) Wijzigingen voorbehouden Breedte [mm] Hoogte [mm] Diepte [mm] Totale diepte [mm] Bevestigingsmaten [mm] Type E F G H a1 a2 b1 b2 c1 c2 8150/.-0176-0116- 091-..1. 176,5 [6,95] 116,5 [4,59] 91 [3,58] 106 [4,17] 136 [5,35] 76 [2,99] 212 [8,35] 152 [5,98] 228 [8,98] 168 [6,61] 8150/.-0176-0176- 091-..1. 176,5 [6,95] 176,5 [6,95] 91 [3,58] 106 [4,17] 136 [5,35] 136 [5,35] 212 [8,35] 212 [8,35] 228 [8,98] 228 [8,98] 8150/.-0236-0176- 091-..1. 236,5 [9,31] 176,5 [6,95] 91 [3,58] 106 [4,17] 196 [7,72] 136 [5,35] 272 [10,71] 212 [8,35] 288 [11,34] 228 [8,98] 8150/.-0300-0200- 150-..1. 300 [11,81] 200 [7,87] 150 [5,91] 165 [6,50] 260 [10,24] 160 [6,30] 336 [13,23] 236 [9,29] 352 [13,86] 252 [9,92] 8150/.-0360-0176- 091-..1. 360 [14,17] 176,5 [6,95] 91 [3,58] 106 [4,17] 320 [12,60] 136 [5,35] 396 [15,59] 212 [8,35] 412 [16,22] 228 [8,98] 8150/.-0360-0360- 091-..1. 360 [14,17] 360 [14,17] 91 [3,58] 106 [4,17] 320 [12,60] 320 [12,60] 396 [15,59] 396 [15,59] 412 [16,22] 412 [16,22] 8150/.-0400-0300- 150-..1. 400 [15,75] 300 [11,81] 150 [5,91] 165 [6,50] 360 [14,17] 260 [10,24] 436 [17,17] 336 [13,23] 452 [17,80] 352 [13,86] 8150/.-0400-0400- 150-..1. 400 [15,75] 400 [15,75] 150 [5,91] 165 [6,50] 360 [14,17] 360 [14,17] 436 [17,17] 436 [17,17] 452 [17,80] 452 [17,80] 8150/.-0600-0400- 150-..1. 600 [23,62] 400 [15,75] 150 [5,91] 165 [6,50] 560 [22,05] 360 [14,17] 636 [25,04] 436 [17,17] 652 [25,67] 452 [17,80] 8150/.-0727-0360- 150-..1. 727 [28,62] 360 [14,17] 150 [5,91] 165 [6,50] 687 [27,05] 320 [12,60] 763 [30,04] 398 [15,67] 779 [30,67] 412 [16,22]