Minima-effectrapportage gemeente Ede 2016 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens
Minima-effectrapportage gemeente Ede 2016 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens
Voorwoord Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) is een onafhankelijke stichting. Het Nibud heeft tot doel particuliere huishoudens inzicht te laten verkrijgen in hun inkomsten en uitgaven, en vaardigheid aan te leren om planmatig met geld om te gaan. Het Nibud probeert dit doel te bereiken door rechtstreeks voorlichting te geven, zowel via de massamedia als via eigen brochures over diverse budgetonderwerpen, zoals kostgeld en alimentatie. Daarnaast wil het Nibud hetzelfde doel bereiken via professionals die zich bezighouden met vormen van financiële advisering en voorlichting. Dit zijn professionals uit zowel de maatschappelijke hulp- en dienstverlening als het financieel bedrijfsleven, en sectoren van het onderwijs. Het Nibud ondersteunt deze groepen met eigen publicaties (Budgethandboek, Prijzengids, Rekenprogramma s) en door deskundigheidsbevordering in de vorm van opleidingen en trainingen. Bij dit alles gaat het Nibud uit van een standaardmethode van begroten. Dit resulteert in een reeks voorbeeldbegrotingen met referentiecijfers die zijn gebaseerd op empirisch wetenschappelijk onderzoek. Het Nibud stelt de keuzevrijheid en de eigen verantwoordelijkheid van de huishoudens voorop. Het Nibud geeft gemeenten meer inzicht in het effect van hun minimabeleid. Door middel van een minima-effectrapportage (MER) helpt het Nibud gemeenten het geld bestemd voor minimabeleid, optimaal te besteden. Deze rapportage is uitgevoerd door het Nibud, in opdracht van de gemeente Ede. In 2014 is een soortgelijk onderzoek uitgevoerd. Met dit onderzoek wil de gemeente Ede zicht krijgen hoe het minimabeleid er op dit moment voor staat. Utrecht, juli 2016 Minima-effectrapportage Gemeente Ede / 5
6 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
Inhoud Voorwoord... 5 1. Inleiding... 9 1.1 Centrale vraag... 9 1.2 Kern minima-effectrapportage... 9 1.3 Leeswijzer... 11 2. Onderzoeksmethode: begrotingen... 13 2.1 Inleiding... 13 2.2 Basispakket & Restpakket... 13 2.3 Uitgavensoorten... 15 2.4 Inkomsten... 15 2.5 De begrotingen... 16 3. Minimabeleid... 17 3.1 Landelijk minimabeleid... 17 3.2 Lokaal minimabeleid... 17 3.2.1 Kwijtscheldingsbeleid... 17 3.2.2 Collectieve (aanvullende) zorgverzekering... 18 3.2.3 Individuele inkomenstoeslag... 19 3.2.4 Kindpakket... 19 3.2.5 Meer Kinderen Meedoen... 19 3.2.6 Meer Volwassenen Meedoen... 20 3.2.7 Kinderopvang en peuterspeelzaal... 20 3.2.8 Individuele bijzondere bijstand... 21 3.3 Alleenstaande oudere met een zorgvraag... 22 4. Resultaten... 25 4.1 Huishoudsamenstelling... 25 4.1.1 Vóór invulling van het restpakket... 25 4.1.2 Na invulling van het restpakket... 25 4.2 Inkomensniveau... 29 4.2.1 Vóór invulling van het restpakket... 29 4.2.2 Na invulling van het restpakket... 30 4.2.3 Individuele inkomenstoeslag... 32 4.3 Alleenstaande oudere met een modaal inkomen... 33 7 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
5. Conclusies en aanbevelingen... 35 5.1 Algemeen... 35 5.2 Regelingen... 36 5.3 Aandachtspunten... 40 Bijlage 1: Begrotingen... 45 Bijlage 2: Inkomsten... 55 Bijlage 3: Verantwoording uitgaven... 57 8 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
1. Inleiding 1.1 Centrale vraag Iedere gemeente beschikt over mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens. Dat kan bijvoorbeeld door het kwijtschelden van gemeentelijke heffingen en/ of door bijzondere bijstand. Het is echter niet direct zichtbaar wat in de praktijk de effecten van die maatregelen zijn op het budget van verschillende groepen huishoudens. De centrale vraag van dit onderzoek luidt: Wat is het effect van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen in de gemeente Ede? Bekeken wordt welke groepen huishoudens in de gemeente goed profiteren van de verschillende inkomensondersteunende maatregelen en welke groepen minder goed. Ook maakt deze rapportage een eventuele armoedeval inzichtelijk. Het doel van een minima-effectrapportage is inzicht te geven in de koopkracht van de armste groepen in de gemeente en in de effecten van landelijke en gemeentelijke maatregelen daarop. De resultaten van de effectrapportage kunnen als basis dienen voor de verdere ontwikkeling van het minimabeleid van de gemeente Ede. 1.2 Kern minima-effectrapportage In deze minima-effectrapportage wordt voor een aantal huishoudtypen de koopkracht inzichtelijk gemaakt. In overleg met de gemeente Ede is een keuze gemaakt voor de volgende negen voorbeeldsituaties: 1. Een alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd; 2. Een alleenstaande oudere (AOW-gerechtigd); 3. Een eenoudergezin met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar); 4. Een eenoudergezin met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar); 5. Een echtpaar zonder kinderen; 6. Een ouder echtpaar (AOW-gerechtigd); 7. Een echtpaar met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar); 8. Een echtpaar met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar); 9. Een alleenstaande oudere met een zorgvraag. 9 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
De rapportage laat zien welke effecten de landelijke en gemeentelijke maatregelen hebben op de koopkracht van de huishoudtypen bij verschillende inkomensniveaus. Voor elk van de negen huishoudens worden berekeningen gemaakt bij de volgende inkomens: netto minimum inkomen (norm Participatiewet of AOW); 110 procent van het netto minimum inkomen; 120 procent van het netto minimum inkomen; Onder netto minimum inkomen verstaan we het toepasselijk minimum inkomen voor een specifiek type huishouden. Voor een alleenstaande onder de AOW-leeftijd is dit gelijk aan 70 procent van het wettelijk minimumloon. Voor een alleenstaande vanaf de AOWleeftijd is dit gelijk aan de hoogte van de AOW. Bij 110 en 120 procent van het netto minimum inkomen vermenigvuldigen we de toepasselijke bijstandsnorm met respectievelijk 1,1 en 1,2. Het kan vóórkomen dat een huishouden met een inkomen op 120 procent van het minimum hiervan minder overhoudt dan een huishouden op 110 procent van het minimum, omdat de eerste groep huishoudens buiten de regelingen voor financiële ondersteuning valt. Dit rapport maakt dit effect, de armoedeval, inzichtelijk. Bij huishoudens boven de AOW-gerechtigde wordt officieel niet gesproken van een armoedeval, omdat ze gewoonlijk niet uitstromen van een uitkering naar betaald werk. Toch kan er bij hen ook sprake zijn van een geringere bestedingsmogelijkheid bij een hoger inkomen. Voor het gemak wordt dit ook als armoedeval aangemerkt. De huur vormt in de meeste huishoudens de hoogste uitgave op de begroting. De huurprijs in dit onderzoek is vastgesteld in overleg met de gemeente Ede en op basis van gegevens van woningbouwcorporatie Woonstede. Voor een- en twee-persoonshuishoudens komt de netto huur uit op 356 euro; inclusief servicekosten wordt dit 425 euro per maand. Voor meerpersoonshuishoudens bedraagt de netto huur 595 euro, inclusief servicekosten 622 euro per maand. Seniorenwoningen zijn duurder, omdat deze over het algemeen nieuwer (dan wel herbouwd) zijn. De huur voor een seniorenwoning voor een of twee personen bedraagt gemiddeld 536 euro. De servicekosten bedragen gemiddeld 93 euro per maand, waarmee de bruto huur uitkomt op 629 euro. Bij de berekening van de huurtoeslag is rekening gehouden met de servicekosten. Voor het bepalen van de rekenhuur is de zogenaamde kale huurprijs per maand het uitgangspunt. Dit is de huurprijs exclusief de servicekosten. Deze kale huurprijs kan worden verhoogd met enkele met name genoemde servicekosten, met een maximum van 12 euro per kostenpost. 10 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
Het gaat om de volgende kostenposten: schoonmaakkosten voor gemeenschappelijke ruimten; energiekosten voor gemeenschappelijke ruimten; huismeesterkosten; kosten voor dienst- en recreatieruimten. Andere servicekosten komen niet voor subsidiëring in aanmerking. In dit rapport rekenen we bij het vaststellen van de huurtoeslag voor de woningen voor een- en tweepersoonshuishoudens met twee van de bovengenoemde kostenposten, dus 24 euro per maand bovenop de kale huur. Voor de woningen voor huishoudens met drie of meer personen worden geen extra kostenposten meegenomen. Bij de berekening van de huurtoeslag wordt dus uitgegaan van de netto huur. 1.3 Leeswijzer Het rapport is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 gaat in op de onderzoeksmethode. Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de lokale inkomensondersteunende regelingen die worden doorberekend in deze effectrapportage. Vervolgens geeft hoofdstuk 4 de onderzoeksresultaten weer. Tot slot staan in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen. In de bijlagen wordt meer informatie gegeven over bronnen van de referentiecijfers en de inkomensopbouw. 11 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
12 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
2. Onderzoeksmethode: begrotingen 2.1 Inleiding Om het effect van inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens te berekenen, maakt het Nibud gebruik van begrotingen. Uit deze begrotingen zijn de inkomsten en uitgaven van de huishoudens af te lezen. De begrotingen in deze rapportage zijn gemaakt voor negen verschillende huishoudtypen op drie verschillende inkomensniveaus. Hierbij gaan we ervan uit dat huishoudens in een huurwoning leven. De begrotingen zijn voor groepen van huishoudens. De bedragen in de begrotingen zijn gemiddelden; in werkelijkheid zal de financiële situatie van de individuele huishoudens er anders uitzien. De begroting laat dus niet zien in hoeverre een individueel huishouden een sluitende begroting heeft. Wel wordt duidelijk in hoeverre een groep huishoudens een sluitende begroting heeft. Bij het opstellen van de begrotingen wordt geen rekening gehouden met schulden, omdat daarover niets algemeens te zeggen valt. Schulden komen echter vaak voor onder mensen met lage inkomens. Alle begrotingen zijn maandbegrotingen, waarbij de inkomsten en uitgaven zijn omgerekend naar gemiddelde maandbedragen. In de praktijk kunnen er flinke verschillen zijn tussen de maanden van het jaar. Vakantiegeld wordt bijvoorbeeld jaarlijks uitgekeerd, maar wordt in deze rapportage uitgedrukt in een maandelijks bedrag. Het inkomen is in iedere begroting een vast gegeven. De uitgavenkant vullen we in volgens de methode van het basispakket en het restpakket. 2.2 Basispakket & Restpakket Het basispakket: alle uitgaven die als noodzakelijk kunnen worden beschouwd. Het restpakket: het bedrag dat overblijft nadat alle uitgaven uit het basispakket zijn gedaan, is bestemd voor de meer vrije bestedingen. De uitgaven in het restpakket worden in twee delen gesplitst: de uitgaven voor sociale participatie en de overige uitgaven. 13 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
In bijlage 3 staan de uitgangspunten en de samenstelling van het basis- en het restpakket beschreven. Het basispakket en het restpakket zijn op bepaalde punten verschillend voor de diverse huishoudtypen. Een alleenstaande staat immers voor andere kosten dan bijvoorbeeld een gezin met kinderen. De overige uitgaven van het restpakket zijn andere uitgaven die niet in het basispakket en het pakket sociale participatie zitten. In dit onderzoek zijn dat kosten voor een huisdier, de kosten voor woon-werkverkeer en zakgeld voor de kinderen (bedragen zijn gebaseerd op regulier onderzoek van het Nibud). Sociale participatie wordt door velen als noodzakelijk beschouwd en is in veel gemeenten op de een of andere manier onderdeel van het minimabeleid. De kosten van het restpakket nemen toe, naarmate het inkomen stijgt. In de eerste plaats komt dit door hogere reiskosten. Iemand met een inkomen (net) boven het sociaal minimum zal een laagbetaalde baan hebben en kosten voor woon-werkverkeer maken. Soms worden deze kosten door de werkgever vergoed, maar in deze rapportage wordt daar niet vanuit gegaan. Bovendien worden de kosten voor participatie verminderd met het bedrag dat de gemeente hiervoor beschikbaar stelt. Voor de gemeente Ede gaat het om de regelingen Meer Kinderen Meedoen en Meer Volwassenen Meedoen. Deze bijdragen worden verstrekt tot een inkomensniveau van respectievelijk 110 en 120 procent. Boven dit inkomensniveau vervalt de bijdrage, waardoor de kosten van participatie hoger uitvallen en het restpakket dus duurder wordt. Naast de noodzakelijke uitgaven van de pakketten zijn er in individuele gevallen moeilijk of niet-vermijdbare uitgaven. Dit zijn uitgaven die voor een bepaald persoon onontkoombaar zijn. Bijvoorbeeld wanneer iemand een speciaal dieet moet volgen. Voor dit soort uitgaven is individuele bijzondere bijstand mogelijk. Individuele bijzondere bijstand is het vangnet door dergelijke kostenposten, maar is niet in de begrotingen opgenomen, omdat dit afhankelijk is van de persoonlijke situatie. 14 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
2.3 Uitgavensoorten In alle begrotingen onderscheidt het Nibud drie soorten uitgaven: VASTE LASTEN Komen regelmatig terug. Meestal met een contract. Voorbeelden zijn de huur, energiekosten en verzekeringen. RESERVERINGSUITGAVEN Komen niet regelmatig voor. De hoogte is niet precies bekend. Voorbeelden hiervan zijn de kosten voor inventaris en kleding. HUISHOUDELIJKE UITGAVEN Steeds terugkerende uitgaven. Voorbeelden zijn voeding, was- en schoonmaakartikelen, persoonlijke verzorging. In deze rapportage wordt gerekend met minimale bedragen die huishoudens nodig hebben om deze uitgaven te kunnen betalen. Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de tarieven voor heffingen, de premie van de collectieve zorgverzekering en de kosten van de peuterspeelzaal. 2.4 Inkomsten In deze rapportage worden op drie inkomensniveaus begrotingen opgesteld voor de betreffende voorbeeldhuishoudens: het minimum inkomen (bijstand/aow-uitkering), 110 procent en 120 procent van het netto minimum inkomen. Met bijstandsniveau wordt in deze rapportage bedoeld de norm op grond van de Participatiewet, artikel 5 lid 1 sub c. Uitgangspunt in deze rapportage is het totaal besteedbaar maandinkomen. In de begrotingen is geen rekening gehouden met eigen vermogen of eventuele inkomsten daaruit. Hoe deze regelingen doorwerken in de begrotingen en wat de invloed is op het inkomen van de verschillende huishoudens is te zien in bijlage 1. In de rapportage wordt verondersteld dat de huishoudens maximaal gebruik maken van alle regelingen die op hen van toepassing zijn. 15 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
In bijlage 2 staat aanvullende informatie over de gekozen uitgangspunten bij de inkomens. 2.5 De begrotingen Volgens de methodiek die hierboven staat beschreven, worden de begrotingen opgesteld. Deze begrotingen staan in bijlage 1. 16 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
3. Minimabeleid In dit hoofdstuk worden diverse landelijke en gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning van minima beschreven. Alleen de regelingen die in de berekeningen zijn meegenomen komen in dit hoofdstuk aan bod. Paragraaf 3.1 beschrijft de landelijke regelingen; in paragraaf 3.2 komen de lokale inkomensondersteunende regelingen aan bod. Per regeling wordt een korte beschrijving gegeven van de belangrijkste kenmerken en voorwaarden. 3.1 Landelijk minimabeleid Bij het opstellen van de begrotingen worden de landelijke heffingskortingen (algemene heffingskorting, arbeidskorting, inkomensafhankelijke combinatiekorting en de [alleenstaande] ouderenkorting), landelijke toeslagen (zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag, kindgebonden budget) en de kinderbijslag in de berekeningen opgenomen. 3.2 Lokaal minimabeleid Naast de landelijke inkomensondersteunende maatregelen heeft de gemeente Ede voor huishoudens met een laag inkomen ook een lokaal minimabeleid. De regelingen die worden opgenomen in de berekeningen komen in de volgende paragrafen aan bod. 3.2.1 Kwijtscheldingsbeleid In de gemeente Ede kan kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de hondenbelasting voor de eerste hond. De gemeente toetst bij het vaststellen van de kwijtschelding aan 100 procent van de norm op grond van de Participatiewet. Dat wil zeggen dat, afhankelijk van het vermogen, huishoudens met een inkomen op bijstandsniveau in principe geen gemeentelijke heffingen hoeven te betalen. Bij een inkomen hierboven wordt de betalingscapaciteit berekend door het inkomen te verminderen met het norminkomen. Er vindt een correctie plaats voor de kosten van de zorgverzekering en de woonkosten. Vanaf 2012 kunnen gemeenten bij de berekening van de kwijtschelding ook rekening houden met de kosten van kinderopvang. De gemeente Ede maakt van deze mogelijkheid gebruik. Van de betalingscapaciteit dient 80 procent te worden aangewend voor de betaling van de gemeentelijke heffingen. 17 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
Bij het waterschap is kwijtschelding mogelijk voor de zuiveringsheffing en de watersysteemheffing ingezetenen. Bij de berekening van de kwijtschelding hanteert het waterschap, net zoals de gemeente, de norm van maximaal 100 procent van de bijstandsnorm. De kwijtschelding voor de gemeentelijke heffingen en voor de waterschapsheffingen wordt apart berekend. Uitzondering hierop zijn personen die worden getoetst via het zogenaamde Inlichtingbureau. Dit bestand wordt zowel aan de gemeente alsook aan GBTL aangeleverd. Het gaat om ongeveer 1200 inwoners van Ede. De overige inwoners moeten dus zelf twee verschillende aanvragen indienen. 3.2.2 Collectieve (aanvullende) zorgverzekering Het verzekeren tegen ziektekosten is voor iedereen wettelijk verplicht. Daarom bied t de gemeente Ede inwoners met een laag inkomen een collectieve zorgverzekering aan bij zorgverzekeraar Menzis. De premie bedraagt 107 euro per maand voor de basisverzekering. Op deze maandpremie geldt een collectiviteitskorting van 6,42 euro, waarmee de netto maandpremie uitkomt op 100,58 euro. Daarnaast kan gekozen worden tussen twee aanvullende verzekeringen, GarantVerzorgd 2 en GarantVerzorgd 3. De kosten van deze aanvullende verzekeringen bedragen respectievelijk 6,95 euro en 29,30 euro per maand. Hierbij is rekening gehouden met een gemeentelijke bijdrage van respectievelijk 19,83 euro en 54,41 euro per maand. Als gekozen wordt voor GarantVerzorgd 3 is tevens het eigen risico afgekocht. Daarnaast is een tandartsverzekering verplicht: een GarantVerzorgd is alleen af te sluiten in combinatie met een Garant TandVerzorgdverzekering. Om voor deelname aan de collectieve zorgverkering in aanmerking te komen, hanteer t de gemeente Ede een inkomensgrens van 120 procent van de toepasselijke bijstandsnorm. In de begrotingen gaan we ervan uit dat de meeste huishoudens hebben gekozen voor GarantVerzorgd 2. Alleen bij het huishouden met een zorgvraag wordt gerekend met GarantVerzorgd 3. Voor de huishoudens met GarantVerzorgd 2 rekenen we tevens een bedrag voor de reservering van het eigen risico, namelijk het gemiddelde eigen risico, wat voor 2016 neerkomt op 240 euro per jaar. Daarnaast rekenen we een bedrag voor de tandartsverzekering, namelijk 10,90 euro per maand (Garant TandVerzorgd 350). Voor het huishouden met een zorgvraag wordt uitgegaan van de verzekering voor prothese dragenden van 6,95 euro per maand. De kosten van de zorgverzekering zijn opgenomen onder de posten zorgverzekering basis en zorgverzekering aanvullend. 18 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
3.2.3 Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag in de gemeente Ede is bedoeld voor huishoudens tussen de 23 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd, die gedurende een periode van 60 maanden over een inkomen beschikken dat niet hoger is dan 100 procent van de geldende bijstandsnorm. Voorwaarden om voor de individuele inkomenstoeslag in aanmerking te komen, is dat er geen zicht op inkomensverbetering is. Daarbij wordt rekening gehouden met de eigen krachten en bekwaamheden en met de eigen inspanningen om het inkomen te verbeteren. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag bedraagt 380 euro voor alleenstaanden, 481 euro voor alleenstaande ouders en 532 euro voor (echt)paren. Bij de resultaten van deze rapportage wordt een vergelijking gemaakt tussen huishoudens die in aanmerking komen voor de individuele inkomenstoeslag en huishoudens die hier geen recht op hebben. 3.2.4 Kindpakket Ouders met schoolgaande kinderen krijgen te maken met extra kosten, voor bijvoorbeeld een schoolreisje of de aanschaf van een fiets. Inwoners met een laag inkomen kunnen hiervoor een vergoeding krijgen. Deze vergoeding is bedoeld voor kindgerelateerde kosten, bijvoorbeeld voor de aanschaf van (zomer/winter/sport) kleding, een fiets, een laptop, pc of tablet, schoolspullen, schoolreisje of excursies en andere noodzakelijke uitgaven voor kinderen. De vergoeding is bestemd voor gezinnen met kinderen die naar het basis- of voortgezet onderwijs gaan. Het netto inkomen mag niet hoger zijn dan 110 procent van de geldende bijstandsnorm en het vermogen mag niet hoger zijn dan het wettelijk vrij te laten vermogen. Voor kinderen vanaf 4 jaar die onderwijs op de basisschool volgen, is de tegemoetkoming 125 euro per kalenderjaar. Kinderen tot en met 17 jaar die voortgezet onderwijs volgen, kunnen een tegemoetkoming ontvangen van 150 euro. In de begrotingen zijn deze bedragen verrekend met de post onderwijs. 3.2.5 Meer Kinderen Meedoen Voor huishoudens met een inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum en een beperkt vermogen, is er voor kinderen in de leeftijd van 6 tot en met 17 jaar de regeling Meer Kinderen Meedoen. Ook huishoudens die een schuldhulptraject volgen of die voedselpakketten van de Voedselbank krijgen, komen in aanmerking voor deze regeling. 19 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
De tegemoetkoming bedraagt 150 euro per kind per jaar en kan gebruikt worden om bijvoorbeeld de contributie van een sportclub te betalen of het lidmaatschap van een vereniging of bibliotheek. Ook kan er een cursus voor gevolgd worden. De tegemoetkoming kan digitaal besteed worden via de website Ede doet mee!. Het bedrag van 150 euro is in de begrotingen opgenomen bij de post vergoeding restpakket. 3.2.6 Meer Volwassenen Meedoen Ook volwassenen kunnen een bijdrage in de kosten krijgen van sportieve, culturele of recreatieve activiteiten. Om voor deze regeling in aanmerking te komen mag het inkomen niet hoger zijn dan 110 procent van de toepasselijke bijstandsnorm en het vermogen mag het wettelijk vrij te laten vermogen niet overstijgen. De tegemoetkoming bedraagt 150 euro per kalenderjaar en is in de begrotingen verwerkt in de post vergoeding restpakket. 3.2.7 Kinderopvang en peuterspeelzaal Op grond van de Wet kinderopvang kunnen ouders van kinderen tot twaalf jaar een tegemoetkoming toegekend krijgen voor de kosten van kinderopvang. Vervolgens resteert een eigen bijdrage voor deze kosten. Voor deze kosten is alleen een tegemoetkoming mogelijk bij een sociaal medische indicatie. Daarnaast is er voor de volgende doelgroepen een gedeeltelijke vergoeding van de eigen bijdrage mogelijk: a. de alleenstaande ouder met een of meer kinderen jonger dan 12 jaar, met een inkomen op het voor hem geldende sociaal minimum, die een door de gemeente Ede geïnitieerd traject volgt dat is gericht op toetreding tot de arbeidsmarkt; b. de alleenstaande ouder met een of meer kinderen jonger dan 12 jaar, die inkomsten uit parttime arbeid heeft met daarbij een aanvulling van de gemeente Ede tot het voor hem geldende sociaal minimum; c. de alleenstaande ouder met een of meer kinderen jonger dan 12 jaar, met een inkomen niet hoger dan 110 procent van het voor hem geldende sociaal minimum, aansluitend op het moment dat diens uitkering van de gemeente Ede is beëindigd door toetreding tot de arbeidsmarkt. De bijdrage voor deze doelgroepen bedraagt per uur 5 procent van de van toepassing zijnde maximum uurprijs (die de Belastingdienst hanteert). 20 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
Een alleenstaande ouder met een inkomen boven bijstandsniveau zal enkele dagen per week werken en dus gebruik maken van de kinderopvang. Bij een inkomen op 110 procent van de bijstandsnorm wordt gerekend met 20 uur kinderopvang per week, bij een inkomen op 120 procent van de norm wordt uitgegaan van 30 uur kinderopvang. In de begrotingen gaan we er vanuit de alleenstaande ouder met jonge kinderen en een inkomen op 110 procent van de geldende norm, in aanmerking komt voor gedeeltelijke vergoeding van de kinderopvang (situatie c). Dit komt neer op een bedrag van 29,85 euro per maand. Echtparen zonder werk (met een bijstandsuitkering) of echtparen waarvan een van beide partners werkt (met een inkomen van 110 of 120 procent van de norm), maken geen gebruik van de kinderopvang, maar kunnen vanuit educatief standpunt hun kind naar de peuterspeelzaal brengen. Ook een alleenstaande ouder met een volledige bijstandsuitkering zal gebruik maken van een peuterspeelzaal in plaats van de kinderopvang (tenzij een re-integratietraject wordt gevolgd, maar daar wordt hier niet van uitgegaan). De ouderbijdrage voor de peuterspeelzaal is inkomensafhankelijk en varieert van 28,60 euro per maand voor 6 uur per week voor een alleenstaande ouder met een bijstandsinkomen tot 55,12 euro voor echtparen met een inkomen op 120 procent van de bijstandsnorm. De kosten voor kinderopvang en de peuterspeelzaal zijn in de begrotingen opgenomen onder de post kinderopvang. De kinderopvangtoeslag die de betreffende huishoudens ontvangen is in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten. 3.2.8 Individuele bijzondere bijstand De gemeente Ede verstrekt voor bijzondere en noodzakelijke kosten individuele bijzondere bijstand. Onder 110 procent van de norm is er geen sprake van draagkracht; boven 110 procent van de norm wordt 100 procent van het inkomen beschouwd als draagkracht. De individuele bijzondere bijstand wordt in dit onderzoek niet meegenomen omdat deze sterk afhankelijk is van de persoonlijke situatie. Een uitzondering is het huishoudtype alleenstaande oudere met een zorgvraag. Bij dit huishoudtype gaan we uit van een aantal veronderstellingen (zie ook paragraaf 3.3). Indien voor een of meer van deze voorzieningen individuele bijzondere bijstand kan worden aangevraagd, wordt dit meegenomen in de begroting. Overige verstrekkingen vanuit de individuele bijzondere bijstand worden, net als bij de andere huishoudtypen, niet meegenomen. 21 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
3.3 Alleenstaande oudere met een zorgvraag In dit onderzoek wordt ook een huishouden met een zorgvraag onderzocht, te weten een alleenstaande van de AOW-gerechtigde leeftijd. Voor dit huishouden gaan we uit van het volgende zorgprofiel: Herstellende van herseninfarct Hartklachten Natriumbeperkt dieet Bril Gehoorapparaat Rollator Een medicijn dat door de aanvullende zorgverzekering vergoed wordt Gebruik belbus/collectief vervoer Lichte vorm van incontinentie Maakt gebruik van tafeltje-dek-je (vijf maaltijden per week) 3 uur huishoudelijke verzorging per week 14 uur persoonlijke verzorging per week 4 uur verpleging per week Personenalarmering Gezien het bovenstaande, zal de begroting van de alleenstaande oudere met een zorgvraag op diverse punten afwijken van de standaardbegrotingen: Het huishouden met een zorgvraag maakt gebruik van aanvullend vervoer. De tarieven voor het collectieve afhankelijk vervoer zijn voor de personen die een kortingspas hebben 0,60 euro per gereisde zone. In dit onderzoek wordt uitgegaan van 18 zones per maand. Daarnaast komt een eigen bijdrage van maximaal 1,40 euro per gereisde zone. Deze eigen bijdrage wordt geïnd door het CAK. De eigen bijdrage is afhankelijk van het bijdrageplichtige inkomen, leeftijd en huwelijkse staat. De minimale eigen bijdrage bedraagt 19,40 euro per vier weken (21 euro per maand). Voor alleenstaande AOW-gerechtigden ligt het drempelinkomen op 16.887 euro per jaar. Bij een inkomen hierboven wordt de eigen bijdrage verhoogd met 15 procent van het inkomen boven het bijdrage - plichtige inkomen. Hiermee komt de eigen bijdrage van de alleenstaande oudere met een inkomen op 120 procent van de norm uit op 24 euro per maand. Verder gaan we ervan uit dat er geen gebruik wordt gemaakt van de fiets; deze kosten zijn daarom uit de begroting gehaald. De extra vervoerskosten zijn opgenomen onder de post vervoer. 22 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
Voor de huishoudelijke verzorging wordt in de gemeente Ede een inkomensafhankelijke eigen bijdrage berekend, die wordt geïnd via het CAK. Binnen de collectieve zorgverzekering wordt de eigen bijdrage Wmo voor de huishoudelijke hulp voor 100 procent vergoed. Dit betekent dat voor de huishoudens met een zorgvraag, die in aanmerking komen voor de collectieve zorgverzekering, er geen kosten zijn voor de huishoudelijke verzorging. Het product persoonlijke verzorging wordt binnen de Wmo aangemerkt als het product ondersteunende begeleiding individueel. Ook hiervoor wordt de eigen bijdrage Wmo geïnd door het CAK en vergoed vanuit de collectieve zorgverzekering. Er zijn dus geen extra kosten voor dit huishouden. De verpleging valt in het basispakket van de zorgverzekering. Hiervoor komen er dus geen extra kosten bij. De maaltijdvoorziening zorgt voor meerkosten ten opzichte van de situatie waarin de warme maaltijd zelf wordt bereid. Voor AOW-gerechtigden die niet meer zelf voor een warme maaltijd kunnen zorgen, bijvoorbeeld door ziekte, handicap of ouderdom, is bijzondere bijstand mogelijk. Hierbij worden de kosten van de gemiddelde hoofdmaaltijd bij het SWO (senioren welzijn organisatie) aangehouden als maximum prijs. Alleen de meerkosten worden vergoed. In de begrotingen worden dus alleen de kosten van een zelf bereide maaltijd opgenomen. Voor huishoudens met een inkomen boven 110 procent wordt draagkracht berekend. Zij betalen dus wel (een deel van) de kosten van de maaltijdvoorziening zelf. Deze kosten zijn in de begrotingen van de alleenstaande oudere met zorgvraag opgenomen onder de post voeding. De kosten voor de personenalarmering kunnen gedeeltelijk worden vergoed via de gemeente (de gemeente heeft hiervoor een subsidieregeling met SWO afgesloten) of via de zorgverzekeraar. Bij goedkeuring van medische alarmering via Menzis, waar wij bij het huishouden met een zorgvraag van uitgaan, geldt een tarief van 1,37 euro per week, oftewel 5,94 per maand.. Dit bedrag is opgenomen onder de post eigen bijdragen, zelfzorgmedicijnen. 23 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
Voor de extra waskosten in verband met incontinentie gaan we uit van twee keer per week extra wassen, wat neerkomt op 8,25 euro per maand. Voor deze kosten is bij medische noodzaak (waar wij hier van uitgaan) bijzondere bijstand mogelijk, zolang de voorliggende voorziening niet toereikend is. Voor huishoudens met een inkomen boven 110 procent van de geldende bijstandsnorm wordt draagkracht berekend. De extra waskosten zijn verrekend met de post was- en schoonmaakmiddelen. 24 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
4. Resultaten Dit hoofdstuk bevat de resultaten van het onderzoek. Eerst komen de verschillen tussen de huishoudtypen in de gemeente Ede aan bod. Vervolgens worden de verschillende inkomensniveaus met elkaar vergeleken. Een en ander wordt schematisch weergegeven in tabel 1. Deze tabel geeft een overzicht van de bestedingsruimte die de onderzochte huishoudtypen hebben, nadat zij de uitgaven uit het basispakket en het restpakket hebben gedaan. In de laatste twee kolommen wordt het saldo weergegeven van huishoudens die in aanmerking komen voor de individuele inkomenstoeslag. Een negatief saldo op de maandbegroting is in rood weergegeven. Indien een hoger inkomen leidt tot minder bestedingsruimte (de zogenoemde armoedeval) dan is dit bij het betreffende inkomensniveau aangegeven met een rood pijltje. 4.1 Huishoudsamenstelling 4.1.1 Vóór invulling van het restpakket Uit de tweede kolom ( saldo na basispakket ) blijkt dat de meeste onderzochte huishoudens voldoende inkomsten hebben om de noodzakelijke uitgaven uit het basispakket te bekostigen. Uitzondering is het paar met oudere kinderen op bijstandsniveau. Zij komen maandelijks 34 euro te kort om alle noodzakelijke uitgaven te kunnen betalen. 4.1.2 Na invulling van het restpakket Wanneer ook naar de bestedingen in het restpakket wordt gekeken, krijgen meerdere huishoudentypen met tekorten op hun maandbegroting te maken. Verschillende huishoudens kunnen op geen van de drie onderzochte inkomensniveaus het restpakket volledig bekostigen. Het gaat om: De alleenstaande met oudere kinderen; Het paar zonder kinderen; Het paar met jonge kinderen; Het paar met oudere kinderen. Voor de alleenstaande onder de AOW-leeftijd is het restpakket bij een inkomen op 100 en 110 procent van het toepasselijk minimum niet volledig te bekostigen, maar bij een inkomen op 120 procent van het minimum wel. 25 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
Tabel 1. Overzicht saldo inkomsten min uitgaven a. Alleenstaande inclusief inkomenstoeslag saldo na basispakket saldo na basisen restpakket saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% 52-51 84-19 110% 119-52 119-52 120% 186 2 186 2 b. Alleenstaande oudere saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% 163 60 110% 222 75 120% 296 135 inclusief inkomenstoeslag saldo na saldo na basisbasispakket en restpakket c. Alleenstaande, 2 kinderen 3 & 5 jaar inclusief inkomenstoeslag saldo na basispakket saldo na basisen restpakket saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% 223 28 263 68 110% 341 80 341 80 120% 341 65 341 65 d. Alleenstaande, 2 kinderen 14 & 16 jaar inclusief inkomenstoeslag saldo na basispakket saldo na basisen restpakket saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% 91-146 131-106 110% 186-116 186-116 120% 160-157 160-157 e. Paar zonder kinderen inclusief inkomenstoeslag saldo na basispakket saldo na basisen restpakket saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% 72-75 117-31 110% 136-80 136-80 120% 198-42 198-42 f. Ouder paar zonder kinderen saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% 228 81 110% 268 76 120% 366 147 inclusief inkomenstoeslag saldo na saldo na basisbasispakket en restpakket g. Paar, 2 kinderen 3 & 5 jaar inclusief inkomenstoeslag saldo na basispakket saldo na basisen restpakket saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% 66-173 110-129 110% 135-172 135-172 120% 153-179 153-179 h. Paar, 2 kinderen 14 & 16 jaar inclusief inkomenstoeslag saldo na basispakket saldo na basisen restpakket saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% -34-315 11-270 110% 47-302 47-302 120% 47-327 47-327 i. Alleenstaande oudere met zorgvraag saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% 133 30 110% 191 45 120% 170 8 inclusief inkomenstoeslag saldo na saldo na basisbasispakket en restpakket 26 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
a. Alleenstaande In Ede komt een alleenstaande met een bijstandsuitkering na invulling van het restpakket 51 euro per maand te kort en op 110 procent van de norm 52 euro. Alleenstaanden kunnen hun kosten niet delen met anderen en hebben dus niet de schaalvoordelen waar (eenouder)gezinnen wel van profiteren. Nadat alle noodzakelijke uitgaven uit het basispakket zijn bekostigd, houden zij te weinig inkomen over voor sociale participatie. Bij een inkomen van 120 procent van de bijstandsnorm is het inkomen net hoog genoeg om alle uitgaven in het restpakket te kunnen betalen; de alleenstaande houdt dan twee euro per maand over. b. Alleenstaande oudere Alleenstaanden vanaf de AOW-leeftijd hebben voldoende bestedingsruimte om alle uitgaven te betalen. Zij houden, na invulling van het restpakket, 60 euro over om vrij te besteden als zij alleen een AOW-uitkering hebben. Op 110 en 120 procent is dit respectievelijk 75 euro en 135 euro. Het maandelijkse AOW-bedrag is hoger dan de bijstand waardoor deze huishoudens meer ruimte om te besteden hebben. c. Eenoudergezin met jonge kinderen (3 en 5 jaar) Ook het eenoudergezin met twee jonge kinderen heeft voldoende inkomsten om naast de uitgaven uit het basispakket, de uitgaven uit het restpakket te kunnen bekostigen. Nadat alle uitgaven uit het basispakket en restpakket zijn betaald, houdt dit huishouden op bijstandsniveau 28 euro per maand over om vrij te besteden. d. Eenoudergezin met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar) Het eenoudergezin met twee oudere kinderen komt op alle drie de inkomensniveaus te kort. Met een bijstandsuitkering komt dit gezin maandelijks 146 euro te kort. Op 110 procent van het minimum inkomen is het tekort 116 euro en op 120 procent is het tekort 157 euro per maand. Dat bij eenoudergezinnen met oudere kinderen tekorten ontstaan en bij een eenoudergezin met jongere kinderen niet, heeft te maken met het feit dat de kosten voor oudere kinderen over het algemeen hoger zijn dan voor jonge kinderen. Dit geldt bijvoorbeeld voor voeding, kleding, schoolkosten en zakgeld. De hogere kinderbijslag, het hogere kindgebonden budget en de tegemoetkoming voor deze leeftijd vanuit de regeling Meer Kinderen Meedoen kunnen dit verschil niet compenseren. 27 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
e. Paar zonder kinderen Het paar zonder kinderen kan op geen van de onderzochte inkomensniveaus het restpakket bekostigen. Een belangrijke oorzaak van dit tekort ligt in het feit dat een echtpaar de kosten van twee volwassenen moet dragen, zoals de kosten van de zorgverzekering, kleding en voeding. De hogere bijstandsnorm voor een echtpaar is veelal niet voldoende om deze extra kosten op te vangen. f. Ouder paar zonder kinderen Evenals de alleenstaande oudere, kan het AOW-gerechtigde echtpaar alle uitgaven uit het restpakket bekostigen. Dit geldt voor alle onderzochte inkomensniveaus. Echtparen met alleen een AOW-uitkering houden maandelijks 81 euro vrij te besteden over. g. Paar met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar) Het echtpaar met twee jonge kinderen kan de uitgaven uit het restpakket niet bekostigen. Dit geldt voor alle onderzochte inkomensniveaus. Evenals bij het paar zonder kinderen, zijn het vooral de kosten voor twee volwassenen die het tekort veroorzaken. Daar komen de kosten voor de (jonge) kinderen nog bij. Net als bij de andere huishoudtypen die niet rond kunnen komen, zijn het de kosten voor sociale participatie die het tekort veroorzaken. h. Paar met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar) Het paar met twee oudere kinderen heeft van alle onderzochte huishoudtypen de minste bestedingsruimte. In paragraaf 4.1.1 bleek dat dit huishouden op bijstandsniveau al maandelijks te weinig overhoudt om het basispakket te kunnen bekostigen. Na invulling van het restpakket ontstaat er een tekort van 315 euro per maand. Op 110 en 120 procent van de norm is nog geen tekort zichtbaar na invulling van het basispakket. Dit tekort is wel duidelijk aanwezig als alle uitgaven uit het restpakk et zijn bekostigd. Op 110 procent van de norm ontstaat dan een tekort van 302 euro en op 120 procent is het tekort 327 euro per maand. Zoals eerder aangegeven, weegt de hogere bijstandsnorm voor een paar niet op tegen de extra kosten van twee volwassenen. Hier bovenop komen de kosten voor twee oudere kinderen, die hoger liggen dan de uitgaven voor jonge kinderen. Deze combinatie maakt dit huishoudtype financieel zeer kwetsbaar. De gemeentelijke inkomensondersteuning in Ede werkt zeker in het voordeel van huishoudens met (oudere) kinderen. Zo zijn er de regeling Meer Kinderen Meedoen en het Kindpakket. Daarbij wordt al rekening gehouden met het feit dat de kosten van oudere kinderen hoger zijn. De vergoeding vanuit het Kindpakket is voor kinderen op de 28 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
basisschool lager dan voor kinderen op het voortgezet onderwijs. En de bijdrage voor sociale participatie geldt alleen voor kinderen in de leeftijd van 6 tot en met 17 jaar. Dit alles is echter niet voldoende om de ongunstige uitgangssituatie van dit gezin te compenseren. i. Alleenstaande oudere met extra zorgkosten Zoals in paragraaf 3.3 is aangegeven wijkt de begroting van de alleenstaande oudere met een zorgvraag op diverse punten af van de standaardbegrotingen. Uiteindelijk heeft dit huishoudtype niet met tekorten op de begroting te maken. Vergeleken met de alleenstaande oudere zonder zorgkosten houdt dit huishouden bij een inkomen op 100 en 110 procent van het toepasselijk minimum 30 euro per maand minder over. Dit verschil loopt op naar 127 euro per maand bij een inkomen op 120 procent van de norm. Op 120 procent moet de alleenstaande met extra zorgkosten de meerkosten van de maaltijdvoorziening en de extra waskosten zelf betalen, vanuit de draagkracht voor de bijzondere bijstand. Ondanks dat blijft het saldo voor de alleenstaande oudere met extra zorgkosten positief. 4.2 Inkomensniveau Voor elk huishoudtype zijn verschillende inkomensniveaus doorgerekend. Naast het minimum inkomen zijn inkomens op 110 en 120 procent van het netto minimum inkomen gespecificeerd. Soms leidt een hoger inkomen tot een beperktere bestedingsmogelijkheid. Dit komt doordat landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen, zoals huurtoeslag en kwijtschelding van gemeentelijke heffingen, er niet op voorhand toe leiden dat een huishouden meer te besteden heeft bij een hoger inkomen. In dat geval is sprake van een armoedeval. Deze situatie ontstaat vaak wanneer huishoudens vanuit een uitkering uitstromen naar betaald werk. Op dat moment nemen de kosten door werk toe en komen rechten op diverse inkomensondersteunende regelingen (gedeeltelijk) te vervallen. 4.2.1 Vóór invulling van het restpakket Na invulling van het basispakket (en vóór invulling van het restpakket) hebben de meeste onderzochte huishoudens meer bestedingsruimte naarmate hun inkomen toeneemt. Er zijn twee uitzonderingen: de alleenstaande ouder met oudere kinderen houdt op 110 procent van het minimum inkomen (na invulling van het basispakket) 186 euro per maand over en op 120 procent maandelijks 160 euro. 29 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
Deze armoedeval wordt veroorzaakt door enerzijds de afbouw in zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget aan de inkomstenkant. Tegelijkertijd gaan aan de uitgavenkant de kosten voor de lokale heffingen omhoog omdat geen recht meer bestaat op kwijtschelding. Daarnaast gaan de kosten voor onderwijs omhoog omdat geen gebruik meer kan worden gemaakt van de vergoeding vanuit het Kindpakket. Gezamenlijk is dit (negatieve) effect groter dan de inkomensstijging. Hierdoor ontstaat een zogenaamde armoedeval. Ook bij de alleenstaande oudere met een zorgvraag wordt een armoedeval zichtbaar na invulling van het basispakket. Op 120 procent heeft deze oudere minder bestedingsruimte dan op 110 procent. Dit wordt veroorzaakt door extra zorgkosten die tot 110 procent vergoed worden vanuit de bijzondere bijstand, te weten de meerkosten van de maaltijdvoorziening en de extra waskosten. 4.2.2 Na invulling van het restpakket Na invulling van het restpakket worden meer armoedevallen zichtbaar. Voor drie huishoudens geldt dat zij bij een inkomen op 100 procent van het sociaal minimum meer overhouden (of minder te kort komen) dan bij inkomen op 110 procent van deze norm. Dit is het geval bij de alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd, het paar zonder kinderen en het oudere paar zonder kinderen. Voor alle huishoudens onder de AOW-gerechtigde leeftijd, met een inkomen hoger dan bijstand, gaan we ervan uit dat er sprake is van een (laagbetaalde) baan. Hierdoor zullen er ook werkgerelateerde kosten zijn, zoals de kosten van woon-werkverkeer (in de begrotingen opgenomen onder de post overig restpakket. Bij de drie bovengenoemde huishoudtypen resulteert dit in een (lichte) armoedeval. Dat er bij de andere huishoudens geen armoedeval ontstaat, heeft te maken met het recht op kwijtschelding van lokale lasten. Sommige huishoudens komen ook op 110 procent van de norm nog in aanmerking voor kwijtschelding. 1 De huishoudens die op 110 procent met een armoedeval te maken krijgen, hebben juist geen recht meer op (volledige) kwijtschelding. Dit resulteert in het basispakket nog niet in een armoedeval, maar als ook de kosten voor woon-werkverkeer er bij komen, ontstaat na invulling van het restpakket wel een armoedeval. Dat ook het paar boven de AOW-gerechtigde leeftijd te maken krijgt met een armoedeval, kan deels worden verklaard vanuit de gehanteerde systematiek van dit onderzoek. Op 100 procent gaan we uit van een volledige AOW -uitkering, terwijl op 110 1 Dit zijn met name de huishoudens met een hogere huur (meerpersoonshuishoudens en AOWgerechtigden). Bij het berekenen van de betalingscapaciteit wordt nl. gecorrigeerd voor de woonkosten. 30 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
procent gerekend wordt op basis van de bijstandsnorm voor de AOW-leeftijd of ouder. Deze laatste norm bepaalt immers of er recht is op gemeentelijke vergoedingen. Daarnaast zien we over het algemeen dat huishoudens meer gaan uitgeven als hun inkomen en bestedingsruimte toenemen. Voor ouderen is vervoer een belangrijke post waaraan vaak meer uitgegeven wordt dan minimaal noodzakelijk. Vanwege de vergelijkbaarheid met huishoudens jonger dan de AOW -leeftijd, rekenen we daarom ook voor ouderen met extra uitgaven aan vervoer bij een inkomen boven het minimum. Deze extra uitgaven liggen wel lager dan bij huishoudens jonger dan de AOW-leeftijd. Naast de bovengenoemde armoedevallen op 110 procent, wordt bij een aantal huishoudens een armoedeval zichtbaar op 120 procent. Dit geldt voor alle huishoudens met kinderen (zowel alleenstaande ouders als paren). Bij de alleenstaande ouder met oudere kinderen was deze armoedeval al zichtbaar vóór invulling van het restpakket. Lagere (landelijke) toeslagen en geen recht meer op kwijtschelding en de vergoeding vanuit het Kindpakket waren hiervan de oorzaak. Na invulling van het restpakket wordt deze armoedeval nog groter doordat ook de bijdrage aan maatschappelijke participatie voor volwassenen wegvalt. Voor de alleenstaande ouder met jonge kinderen geldt min of meer hetzelfde, alleen krijgt dit huishouden op 120 procent nog niet te maken met lagere landelijke toeslagen. Voor invulling van het restpakket is er dan nog geen sprake van een armoedeval. Als na invulling van het restpakket het voordeel van Meer Volwassenen Meedoen wegvalt, ontstaat alsnog een armoedeval. Ook voor de paren met kinderen spelen bovengenoemde factoren een rol: lagere toeslagen en geen recht op kwijtschelding en vergoeding vanuit het Kindpakket. Dit resulteert vóór invulling van het restpakket nog niet in een armoedeval, onder m eer omdat paren op 110 procent geen recht hebben volledige kwijtschelding. Zij betalen op 110 procent wel al een deel van de lokale lasten zelf. Hierdoor wordt het verschil in uitgaven met 120 procent kleiner en is er nog geen armoedeval zichtbaar. Na invu lling van het restpakket vervalt het recht op de participatieregeling voor (twee) volwassenen en is er wel sprake van een armoedeval. De armoedeval van de oudere met een zorgvraag op 120 procent, die al zichtbaar was na invulling van het basispakket, wordt na invulling van het restpakket nog iets groter, door het wegvallen van de bijdrage voor sociale participatie. 31 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
4.2.3 Individuele inkomenstoeslag Huishoudens die langdurig van een laag inkomen moeten rondkomen, kunnen in aanmerking komen voor de individuele inkomenstoeslag (IIT). In de gemeente Ede geldt dit voor huishoudens met een inkomen op 100 procent van de geldende bijstandsnorm. In tabel 1 staan in de laatste twee kolommen de saldi van de inkomsten min de uitgaven uitgewerkt waarbij ook rekening is gehouden met de IIT. Uit de tabel valt af te lezen dat met de inkomenstoeslag geen van de huishoudens een tekort heeft na invulling van het basispakket. Zonder de inkomenstoeslag kwam een paar met twee oudere kinderen nog 34 euro te kort na betaling van alle noodzakelijke uitgaven. Inclusief de IIT houden zij 11 euro per maand over om de uitgaven in het restpakket te kunnen bekostigen. Ondanks de inkomenstoeslag, blijft na invulling van het restpakket bij dezelfde huishoudens en inkomensniveaus een tekort bestaan. Deze tekorten zijn echter wel kleiner geworden. Zo is het tekort voor een alleenstaande jonger dan de AOWgerechtigde leeftijd 32 euro per maand kleiner met IIT. Voor een paar met twee oudere kinderen neemt het tekort door de IIT met 45 euro per maand af. Bij een inkomen op bijstandsniveau was het tekort 315 euro per maand, inclusief IIT wordt dit 270 euro per maand. Inclusief de IIT wordt er bij meer huishoudens een armoedeval zichtbaar op 110 procent. Dit geldt voor: Alleenstaande ouder met oudere kinderen (na invulling van het restpakket); Paar met jonge kinderen (na invulling van het restpakket); Paar met oudere kinderen (na invulling van het restpakket). Bij de alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd en bij het paar zonder kinderen was al een armoedeval zichtbaar op 110 procent (zie paragraaf 4.2.2). Deze armoedeval wordt groter als men op 100 procent in aanmerking komt voor de IIT. 32 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
4.3 Alleenstaande oudere met een modaal inkomen In de voorgaande paragrafen is gekeken naar de begrotingen van huishoudens met een minimum inkomen. Ook huishoudens met een hoger inkomen kunnen te maken hebben met extra zorgkosten. Deze huishoudens komen niet in aanmerking voor de vergoedingen die de gemeente Ede verstrekt aan de lagere inkomens. Zo is de collectieve zorgverzekering bedoeld voor inwoners met een inkomen tot 120 procent van de geldende bijstandsnorm en om in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand wordt eerst een draagkrachtberekening gemaakt. De draagkracht zal voor een alleenstaande met een modaal inkomen waarschijnlijk zo hoog zijn, dat bijzondere bijstand niet aan de orde is. Ten slotte ligt de eigen bijdrage Wmo voor huishoudens met een modaal inkomen hoger dan voor de lage inkomens. In tabel 2 is de begroting opgenomen van een alleenstaande met een modaal inkomen en zorgkosten. Een schatting van het modaal inkomen voor 2016 is 36.000 euro. Bruto is dit ongeveer 2.775 euro en netto 2.100 euro. Hierbij moet worden opgemerkt dat het bestedingspatroon bij een modaal inkomen zal verschillen van het bestedingspatroon van inwoners met een laag inkomen (huishoudens met een hoger inkomen geven in de regel meer uit aan zaken als huur, kleding, voeding, etc). De begrotingen kunnen dus niet een op een vergeleken worden. Wel wordt duidelijk welke effecten extra zorgkosten hebben op de begroting van een alleenstaande met een modaal inkomen. Voor AOW-gerechtigden inwoners met een modaal inkomen leidt het gekozen zorgprofiel tot de volgende extra kosten: de eigen bijdrage Wmo komt uit op 260 euro per maand. De extra kosten voor een maaltijd bedragen 84,28 euro per maand en de waskosten zijn 8,25 euro. Voor het gebruik van het collectief afhankelijk vervoer wordt uitgegaan van het gebruik van een kortingspas, waarmee de kosten uitkomen op 31,80 euro per maand. Ten slotte wordt voor de personenalarmering een bedrag van 5,94 euro per maand gerekend (ervan uitgaande dat dit deels vergoed door de zorgverzekeraar van het betreffende huishouden). Totaal komt dit op een bedrag van 390 euro per maand, dat is opgenomen onder de post niet vergoede ziektekosten. Wanneer wordt uitgegaan van een bestedingspatroon dat past bij een modaal inkomen (totale uitgaven 2.442 euro, zie tabel 2), dan zou dit huishouden 342 euro per maand te kort komen, vanwege de extra kosten aan zorg. Kijken we naar de uitgaven van een alleenstaande AOW-gerechtigde (zonder zorgkosten) met een minimuminkomen, dan zijn de uitgaven in het totaal 1.444 euro. Inclusief de zorgkosten van 390 euro wordt dit 1.834 euro. 33 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
Bij een dergelijk bestedingspatroon zou de alleenstaande met een modaal inkomen en zorgkosten 2.100 euro minus 1.834 euro is 266 euro per maand over houden. Dit laatste geeft echter geen reëel beeld. Zo zou de betreffende persoon minder moeten uitgeven aan vrijetijdsbesteding, goedkopere kleding moeten kopen, etc. Dit past niet bij een modaal inkomen. Wel kan geconstateerd worden dat de alleenstaande met een modaal inkomen iets meer ruimte heeft om de extra zorgkosten op te vangen, als deze zijn bestedingspatroon zou aanpassen naar een minimumniveau. Tabel 2. Begroting bij een modaal inkomen TOTAAL INKOMEN 2100 TOTAAL UITGAVEN 2442 huur 629 gas 67 elektriciteit 22 water 10 lokale lasten 29 telefoon, televisie, internet 66 verzekeringen 150 onderwijs 0 kinderopvang 0 contributies en abonnementen 82 vervoer 260 VASTE LASTEN 1315 kleding en schoenen 75 inventaris 91 onderhoud huis en tuin 32 niet-vergoede ziektekosten 390 vrijetijdsuitgaven 207 RESERVERINGSUITGAVEN 795 voeding 241 overige huishoudelijke uitgaven 91 HUISHOUDELIJKE UITGAVEN 332 OVERSCHOT/TEKORT -342 34 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
5. Conclusies en aanbevelingen Dit hoofdstuk beschrijft, naar aanleiding van de resultaten in de vorige hoofdstukken, de conclusies. Daarnaast worden er verschillende adviezen gegeven voor de aanpassing van regelingen in het kader van minimabeleid van de gemeente Ede. 5.1 Algemeen De pakketten waarop de basisbedragen zijn gebaseerd zijn sober maar voldoende. De inhoud en de prijzen worden jaarlijks zorgvuldig aangepast door het Nibud 2 en zijn ook gevalideerd door panels van consumenten 3. Dit wil echter niet zeggen dat ieder huishouden hieraan voldoende heeft of dat ieder huishouden rond kan komen. Uit Nibud-onderzoek (2015) 4 blijkt dat van alle Nederlandse huishoudens 17 procent (zeer) moeilijk kan rondkomen. Van de huishoudens met een laag inkomen komt een groter deel moeilijk rond. Zo blijkt dat onder de huishoudens met een netto huishoudinkomen van maximaal 1.250 euro per maand 42 procent (zeer) moeilijk rondkomt. Van alle huishoudens tot een inkomen van 1.750 euro komt 35 procent (zeer) moeilijk rond. Om rond te kunnen komen van een minimum inkomen is een goed financieel beheer van het huishouden noodzakelijk. Men reserveert om zo nodig grote uitgaven te kunnen doen voor de vervanging van inventaris. We gaan ervan uit dat het huishouden niet leent, zodat er niet nog extra kosten van rente en aflossing bijkomen. Veel huishoudens die van een minimum inkomen moeten rondkomen, voeren een goed financieel beheer, maar een deel ook niet. Voor deze huishoudens is het aan te bevelen cursussen of begeleiding te organiseren. Het Nibud, en ook andere (lokale) organisaties, hebben hiervoor een uitgebreid aanbod. In de berekeningen is ervan uitgegaan dat alle aanspraken op landelijke en lokale regelingen zijn aangevraagd. Dat is echter niet voor ieder huishouden een vanzelfsprekendheid 5. De gemeente kan het gebruik van lokale regelingen stimuleren door hieraan publiciteit te geven en de toegang tot deze regelingen te vereenvoudigen. De gemeente Ede doet hierin al veel; de gemeente is aangesloten bij Bereken uw Recht (waarmee men via internet het recht op inkomensondersteuning zelf kan berekenen) en verspreidt informatie via ketenpartners en internet. 2 Zie Nibud Budgethandboek en Prijzengids, jaarlijkse uitgaven. 3 Hoff, S. et. al. (2009). Genoeg om van te leven, Focusgroepen in discussie over de minimale kosten van levensonderhoud. Den Haag: SCP/Nibud. Te downloaden op de websites van het Nibud of SCP. 4 Schors, A. van der, Werf, M.M.B. van der, & Schonewille, G. (2015). Geldzaken in de praktijk 2015. Utrecht: Nibud. 5 Zie bijvoorbeeld Tempelman, C., Houkes, A. Prins, J. (2011). Niet-gebruik inkomensondersteunende maatregelen, Amsterdam: SEO. Te downloaden op www.overheid.nl. 35 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
Om het niet-gebruik te verminderen, kan de gemeente ook het sociale wijkteam inzetten. Op dit moment werkt circa 85 procent van de gemeenten met één of meer sociale wijkteams als toegang tot zorg en ondersteuning 6. De wijkteams bestaan uit professionals met een verschillende achtergrond en expertise. In hun gesprekken met inwoners blijken wijkteams veel te maken te hebben met financiële problemen van burgers. Om de kwaliteit van de hulpverlening te waarborgen tijdens keukentafelgesprekken, is het wenselijk dat de professionals binnen het sociale wijkteam op de hoogte zijn van alle inkomensondersteunende maatregelen die de gemeente Ede te bieden heeft. Daarbij is het belangrijk dat de sociale wijkteams huishoudens bekend maken met de regelingen en ook aangeven hoe huishoudens regelingen kunnen aanvragen. Daarnaast kan het sociale wijkteam ook een signalerende functie hebben met betrekking tot de schuldensituatie van een huishouden. Hoe eerder financiële problemen kunnen worden aangepakt, hoe beter. Wij gaan er in dit onderzoek niet van uit dat huishoudens schulden hebben (die afgelost moeten worden) (zie paragraaf 2.1). In die praktijk kunnen die echter wel aanwezig zijn. 5.2 Regelingen De diverse vormen van inkomensondersteuning in de gemeente Ede hebben een positief effect op de bestedingsruimte van de inwoners. Kwijtschelding Om voor kwijtschelding van gemeentelijke heffingen en waterschapslasten in aanmerking te komen hanteren zowel de gemeente als het waterschap een kwijtscheldingsnorm van 100 procent. Voor beide wordt de betalingscapaciteit apart berekend. Hiermee wordt er van uitgegaan dat het huishouden twee maal over de betalingscapaciteit beschikt, wat uiteraard niet zo is. Zouden het waterschap en de gemeente de betalingscapaciteit slechts een maal inzetten, dan werkt dit voor de volgende huishoudens gunstig uit: een ouder paar: op 110 procent van de norm; de alleenstaande ouder met jonge kinderen: op 120 procent van de norm; het paar met (jonge en oudere) kinderen: op 110 procent van de norm. Met name voor de paren met kinderen zou het eenmalig inzetten van de betalingscapaciteit gunstig uitwerken, aangezien deze huishoudens het restpakket vaak niet kunnen bekostigen. Het tekort zou niet opgelost zijn, maar wel lager worden. 6 http://www.kennispleinchronischezorg.nl/eerstelijn/sociale-wijkteams-nieuws-samenwerking-specialistenhuisarts.html 36 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
Vanaf 2012 kunnen gemeenten bij de berekening van de kwijtschelding ook rekening houden met de kosten van kinderopvang. Hierdoor hebben huishoudens die gebruik maken van formele kinderopvang bij een inkomen (iets) boven de bijstandsnorm mogelijk recht op kwijtschelding van gemeentelijke heffingen, terwijl zij hier voorheen, gezien hun inkomen, geen recht op hadden. De gemeente Ede heeft deze voorziening doorgevoerd (onder enkele voorwaarden). Door gebruik te maken van deze mogelijkheid kan de koopkracht van gezinnen met kinderen met een laag inkomen, die gebruik maken van kinderopvang, worden vergroot. Collectieve aanvullende zorgverzekering De gemeente biedt inwoners met een inkomen tot en met 120 procent van de geldende bijstandsnorm een collectieve aanvullende zorgverzekering aan, waarbij de gemeente een bijdrage in de premie verstrekt. Deelnemers zijn met deze verzekering uitgebreider verzekerd dan huishoudens met een gemiddelde verzekering. Zo wordt de eigen bijdrage Wmo vergoed via de collectieve aanvullende zorgverzekering. Bij een keuze voor het duurdere pakket (GarantVerzorgd 3) is ook het eigen risico afgedekt. Door deze uitgebreide verzekering zal het beroep op de bijzondere bijstand lager zijn, wat gunstig uitpakt voor de (uitvoerings)kosten van de gemeente. Ook deelnemers aan de collectieve verzekering zijn beter af: zij krijgen een uitgebreid pakket aan medische kosten vergoed via een voordelige zorgverzekering. Het Nibud adviseert de gemeente de collectieve zorgverzekering actief te promoten zodat iedereen die er recht op heeft van dit dekkingsvoordeel gebruik kan maken en minder aanspraak hoeft te maken op de bijzondere bijstand. De gemeente Ede heeft hier in 2015 extra op ingezet. Dit heeft geresulteerd in een substantiële verhoging van het aantal aanmeldingen. Daarnaast wil het Nibud wijzen op het volgende: Voor deelnemers aan de collectieve zorgverzekering, die het eigen risico opmaken, is GarantVerzorgd 3 de goedkoopste optie. Een verzekerde die verwacht weinig zorgkosten te hebben en die daarom kiest voor GarantVerzorgd 2, maar waar desondanks het volledig eigen risico wordt opgemaakt, is maandelijks bijna tien euro duurder uit. Het Nibud adviseert de gemeente om dit duidelijk naar de doelgroep te communiceren. Individuele inkomenstoeslag In de gemeente Ede kunnen huishoudens (onder de AOW-gerechtigde leeftijd) met een laag inkomen in aanmerking komen voor een individuele inkomenstoeslag. De inkomensgrens ligt op 100 procent van de geldende bijstandsnorm. 37 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
De tegemoetkoming heeft een gunstig effect op de bestedingsruimte van huishoudens die langdurig van een laag inkomen moeten rondkomen. Voor dit soort huishoudens wordt het steeds lastiger om te reserveren voor grote aankopen. Personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd die langdurig van een laag inkomen moeten rondkomen krijgen geen toeslag. Dit is echter geen groot probleem omdat, zoals in tabel 1 is te zien, de AOW-gerechtigde huishoudens niet met tekorten op de begroting te maken hebben. Kindpakket Voor gezinnen met schoolgaande kinderen kent de gemeente Ede het zogenoemde Kindpakket. Via dit pakket kan een vergoeding worden verstrekt voor kindgerelateerde kosten, bijvoorbeeld voor de aanschaf van (zomer/winter/sport) kleding, een fiets, een laptop, pc of tablet, schoolspullen, schoolreisje of excursies en andere noodzakelijke uitgaven voor kinderen. Het Nibud beoordeelt deze regeling positief. Bovendien is het gunstig dat oudere kinderen een hogere bijdrage ontvangen dan jongere kinderen. Gezinnen met oudere kinderen namelijk hebben met grotere tekorten op de begroting te maken dan gezinnen met jongere kinderen, omdat de kosten van oudere kinderen hoger liggen. De gemeente zou er zelfs voor kunnen kiezen om de vergoeding vanuit het Kindpakket nog verder te differentiëren, bijvoorbeeld 100 euro voor kinderen op het basisonderwijs en 175 euro voor kinderen op het voortgezet onderwijs. Voor gezinnen met kinderen op het basisonderwijs is de huidige bijdrage aan de hoge kant; de kosten die het Nibud hiervoor in de begroting opneemt liggen hier onder. Voor kinderen op het voortgezet onderwijs liggen de kosten juist hoger. Het Nibud adviseert daarom de vergoeding voor schoolkosten voor kinderen op het voortgezet onderwijs te verhogen en voor kinderen op het basisonderwijs eventueel te verlagen. Meer Kinderen Meedoen/ Meer Volwassenen Meedoen Met de regelingen Meer Kinderen Meedoen en Meer Volwassenen Meedoen verstrekt de gemeente Ede een bijdrage in de kosten voor deelname aan sportieve en/of sociaalculturele activiteiten door kinderen van 6 tot en met 17 jaar en door volwassenen. Met deze bijdragen creëert de gemeente Ede extra ruimte op de begroting om deel te nemen aan de samenleving. Dit heeft een positief effect op de bestedingsruimte van huishoudens met een laag inkomen. Omdat de bijdrage voor sportieve of culturele activiteiten wordt verstrekt per persoon en niet per huishouden, werkt dit ook gunstig door in de begroting van grotere gezinnen met twee of meer kinderen. 38 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
Ook is het gunstig dat de regeling voor kinderen doorloopt tot een inkomensniveau van 120 procent. Uit de begrotingen blijkt dat de paren met kinderen en de alleenstaande ouders met oudere kinderen ook op 120 procent nog met tekorten te maken hebben. Bovendien is bij deze huishoudens sprake van een armoedeval op 120 procent, die voornamelijk veroorzaakt wordt door de afbouw in landelijke toeslagen en in mindere mate door het wegvallen van gemeentelijke ondersteuning, zoals het Kindpakket en de kwijtschelding van lokale heffingen. Als ook de bijdrage vanuit de regeling Meer Kinderen Meedoen zou gelden tot een inkomensniveau van 110 procent, zou deze armoedeval nog groter zijn. Het Nibud adviseert daarom de ondersteuning van deze doelgroep op deze wijze te continueren. Kinderopvang De eigen bijdrage voor de kinderopvang wordt door de gemeente gedeeltelijk vergoed aan verschillende doelgroepen (zie paragraaf 3.2.7). Dit geldt onder meer voor huishoudens met een inkomen op 110 procent van de geldende bijstandsnorm, aansluitend op het moment dat de uitkering is beëindigd door toetreding tot de arbeidsmarkt. In de begrotingen is voor alleenstaande ouders met een inkomen op 110 procent deze vergoeding meegerekend. Voor de groep alleenstaande ouders die voorheen geen uitkering hebben ontvangen, maar die wel een inkomen hebben dat past binnen de regels van het minimabeleid, is geen vergoeding mogelijk. Deze kosten drukken in dat geval op de begroting van eenoudergezinnen met een beperkt arbeidsinkomen. Sinds 1 januari 2016 is de kinderopvangtoeslag echter wel omhoog gegaan. Het eenoudergezin met jonge kinderen heeft ook niet met tekorten op de begroting te maken. Ook als de alleenstaande ouder geen vergoeding voor de eigen bijdrage zou ontvangen, zo u het saldo positief blijven. Vergoeding van de kosten van kinderopvang hoeft dan ook geen prioriteit te hebben. Alleenstaande ouders zonder werk en paren zullen geen gebruik maken van de kinderopvang, maar van de peuterspeelzaal. De kosten voor de peuterspeelzaal zijn in gemeente Ede inkomensafhankelijk. Hierdoor is er voor ouders met laag inkomen een minder groot (financieel) beletsel om hun kind naar de peuterspeelzaal te brengen. Het Nibud raadt daarom aan de huidige situatie in stand te houden. Ondersteuning voor huishoudens met zorgkosten In de gemeente Ede wordt de eigen bijdrage Wmo via de collectieve zorgverzekering vergoed. Ook de kosten voor personenalarmering worden grotendeels vanuit de zorgverzekering gedekt. Dit pakt voor de alleenstaande oudere met een zorgvraag gunstig uit. 39 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
De (meer)kosten van een maaltijdvoorziening en extra waskosten kunnen in de gemeente Ede vergoed worden vanuit de bijzondere bijstand. Mede hierdoor houdt het huishouden met extra zorgkosten maandelijks voldoende over nadat alle noodzakelijke kosten en de uitgaven voor sociale participatie zijn betaald. Het Nibud adviseert dan ook de huidige vorm waarin huishoudens met zorgkosten (financieel) worden ondersteund, te behouden. Individuele bijzondere bijstand De gemeente Ede verstrekt voor bijzondere en noodzakelijke kosten individuele bijzondere bijstand. Onder 110 procent van de norm is er geen sprake van draagkracht; boven 110 procent van de norm wordt 100 procent van het inkomen beschouwd als draagkracht. Dit laatste pakt ongunstig uit voor huishoudens met een inkomen net boven 110 procent van de voor hun geldende bijstandsnorm, die gebruik willen maken van ondersteuning vanuit de bijzondere bijstand. In dit onderzoek is individuele bijzondere bijstand alleen meegenomen bij het huishouden met een zorgvraag. Bij dit huishouden wordt een armoedeval zichtbaar op 120 procent, die veroorzaakt wordt door het feit dat bepaalde zorgkosten betaald moeten worden vanuit de draagkracht. Het hogere inkomen (boven 110 procent) dient dus volledig ingezet te worden voor de extra zorgkosten. Pas wanneer het verschil in inkomen tussen 110 en 120 procent is ingezet, is bijzondere bijstand mogelijk. Het Nibud adviseert de draagkracht stapsgewijs af te bouwen, zodat huishoudens met een inkomen net boven de 110 procent, die te maken hebben met bijzondere, noodzakelijke kosten (zoals bijvoorbeeld zorgkosten) niet al hun extra inkomen voor deze kosten hoeven in te zetten. Bovendien kan hier een eventuele armoedeval mee worden voorkomen. 5.3 Aandachtspunten Paren (met kinderen) ((Echt)paren - met en zonder kinderen - hebben in de gemeente Ede op alle onderzochte inkomensniveaus te maken met tekorten als zij naast het basispakket ook het restpakket willen bekostigen. Het Nibud ziet dit bij meer gemeenten en het blijkt ook uit onze landelijke koopkrachtberekeningen. De belangrijkste oorzaak van dit tekort ligt in het feit dat echtparen de kosten voor twee volwassenen moeten dragen. Ter vergelijking, een eenoudergezin ontvangt 70 procent van de norm voor een echtpaar plus de alleenstaande ouderkop vanuit het kindgebonden budget, wat samen ongeveer neerkomt op 90 procent van de norm. 40 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
De extra inkomsten voor echtparen (van ongeveer 10 procent) ten opzichte van het eenoudergezin wegen vaak niet op tegen de kosten voor een extra volwassene aan bijvoorbeeld voeding, kleding en de zorgverzekering. Paren met kinderen hebben met nog grotere tekorten te maken. Met name oudere kinderen drukken sterk op de begroting. Deze kosten worden niet volledig gecompenseerd door (leeftijdsafhankelijke) kindgebonden toeslagen. Bovengenoemde factoren vinden hun oorsprong in het Rijksbeleid. Gemeenten kunnen via het eigen beleid trachten de gevolgen hiervan te repareren. De gemeente Ede heeft hierin al een aantal goede beleidskeuzes gemaakt, zoals de uitgebreide collectieve aanvullende zorgverzekering, het Kindpakket en de regelingen Meer Kinderen Meedoen/ Meer Volwassenen Meedoen. De gemeente houdt bij de hoogte van de vergoeding vanuit het Kindpakket al rekening met het verschil in kosten tussen jonge en oudere kinderen. Desalniettemin blijven er flinke tekorten bestaan, met name voor echtparen met oudere kinderen. Het Nibud adviseert daarom de ondersteuning voor deze doelgroep voort te zetten en het bestaan van inkomensondersteunende regelingen actief naar buiten te brengen. Een mogelijkheid om nog iets extra s te doen is het verhogen van de bijdrage voor sociale participatie (Meer Kinderen Meedoen/ Meer Volwassenen Meedoen). Een verhoging van deze bijdrage naar 250 euro scheelt voor een paar met oudere kinderen 400 euro per jaar. Ook verstrekkingen vanuit de individuele bijzondere bijstand (niet in dit onderzoek meegenomen) kunnen dergelijke gezinnen helpen om hun tekorten te beperken. In dit laatste geval kunnen alleen noodzakelijke bijzondere kosten vergoed worden, maar het is zeker de moeite waard om dit extra onder de aandacht te brengen. Paren met kinderen hebben bovendien te maken met een armoedeval op 120 procent van de geldende bijstandsnorm. Deze wordt voornamelijk veroorzaakt door de afbouw van landelijke toeslagen. Ook het wegvallen van gemeentelijke voordelen, zoals de kwijtschelding van lokale heffingen en de vergoeding vanuit het Kindpakket spelen hierbij een rol. Het is daarom heel gunstig dat de regeling Meer Kinderen Meedoen doorloopt tot 120 procent van het toepasselijk minimum. Het Nibud adviseert dit zo in stand te houden. Alleenstaanden onder de AOW-gerechtigde leeftijd Alleenstaanden onder de AOW-gerechtigde leeftijd met een inkomen tot en met 110 procent van de bijstandsnorm hebben in de gemeente Ede te maken met een tekort als zij naast het basispakket ook het restpakket willen bekostigen. Dit blijft ook het geval als 41 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
zij een individuele inkomenstoeslag ontvangen. Ten opzichte van bijvoorbeeld alleenstaande ouderen hebben zij een lager inkomen (bijstand t.o.v. AOW) maar zij maken vaak vergelijkbare kosten. Het tekort doet zich voor na invulling van het basispakket. Het zijn dus de kosten aan sociale participatie die het tekort veroorzaken. Het voorstel hierboven, om de bijdrage vanuit de regeling Meer Volwassenen Meedoen te verhogen, werkt ook gunstig door op de begroting van de alleenstaande. Dat deze regeling doorloopt tot een inkomensniveau van 110 procent is voor de alleenstaande niet problematisch; op 120 procent is het saldo van de alleenstaande immers al positief. Armoedeval bij werkaanvaarding Een aantal onderzochte huishoudtypen heeft te maken met een armoedeval op 110 procent van de toepasselijke bijstandsnorm. Het gaat om de alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd, het paar zonder kinderen en het oudere paar zonder kinderen. Bij andere huishoudtypen zien we dat er op 110 procent weliswaar geen sprake is van een armoedeval, maar dat de bestedingsruimte nauwelijks toeneemt. Zo komt het paar met jonge kinderen op bijstandsniveau 173 euro te kort, terwijl er op 110 procent 172 euro te kort is. Voor het paar met oudere kinderen liggen de bedragen op respectievelijk 315 en 302 euro. In deze gevallen spreken we niet van een armoedeval, maar de tekorten nemen nauwelijks af als het inkomen stijgt. De belangrijkste oorzaak hiervan zijn de werkgerelateerde kosten, zoals de kosten voor woon-werkverkeer. Bij een inkomen boven het minimum wordt er in deze rapportage van uitgegaan dat er sprake is van een (parttime) baan, wat ook extra (vervoers)kosten met zich meebrengt. In de praktijk zal het regelmatig voorkomen dat deze kosten door de werkgever worden vergoed. Mocht dit niet het geval zijn, dan zou de gemeente voor deze kosten een vergoeding kunnen verstrekken, bijvoorbeeld vanuit het re-integratieof participatie-budget of in de vorm van bijzondere bijstand. Op deze manier vallen de extra vervoerskosten voor de uitstromer naar werk weg, waarmee ook eventuele tekorten op de begroting verlaagd kunnen worden. Tevens wordt hiermee de armoedeval bij dit inkomensniveau verkleind. Huren In deze rapportage wordt gerekend met verschillende huren: 425 euro voor een- en tweepersoonshuishoudens, 622 euro voor meerpersoonshuishoudens en 629 euro voor senioren. De huren voor meerpersoonshuishoudens en senioren zijn relatief hoog en verschillen ook veel van de huur voor een en twee personen. Een groot deel van dit verschil (65 42 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
procent) wordt gecompenseerd door de huurtoeslag. Bovendien wordt bij de bere kening van de kwijtschelding gecorrigeerd voor de kosten aan huur. Daardoor zien we bij de huishoudtypen met een hogere huur ook nog recht op (gedeeltelijke) kwijtschelding bij een inkomen op 110 procent van de geldende bijstandsnorm. Uiteindelijk leidt dit er niet toe dat huishoudens met de hoogste huur, in dit geval senioren, ook de grootste tekorten hebben. Integendeel, alle huishoudens boven de AOW-gerechtigde leeftijd kunnen zowel het basispakket als het restpakket bekostigen, zelfs als er extra zorgkosten zijn. En andersom hebben huishoudens met een lagere huur (alleenstaanden en paren zonder kinderen) juist wel met tekorten op de maandbegroting te maken. Het Nibud adviseert daarom om niet in eerste instantie in te zetten op de compensatie van (te) hoge huren. Enerzijds omdat dit feitelijk al gebeurt via de huurtoeslag en de kwijtschelding gemeentelijke belastingen en anderzijds omdat een hoge huur niet per definitie leidt tot een negatief saldo op de maandbegroting. Hier spelen andere, hierboven besproken, factoren een grotere rol. 43 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
44 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
Bijlage 1: Begrotingen In onderstaande tabellen zijn de begrotingen van de verschillende huishoudtypen opgenomen. Voor alle huishoudens wordt op een rij gezet hoe het budget er bij de verschillende inkomensniveaus uit ziet. De inkomensondersteunende regelingen van de gemeente Ede zijn als volgt in de begrotingen verwerkt: Kwijtschelding van heffingen In de begrotingen is de kwijtschelding van de gemeentelijke- en waterschapsheffingen verwerkt bij de heffingsbedragen. Dit wordt aangegeven met achter het resterende bedrag. Collectieve zorgverzekering De gemeente Ede biedt inwoners de mogelijkheid zich te verzekeren via een collectieve ziektekostenverzekering. Huishoudens kunnen gebruik maken van een collectieve zorgverzekering bij zorgverzekeraar Menzis. Bij de uitgavenposten zorgverzekering: basis en zorgverzekering: aanvullend hebben we het maandelijkse bedrag van de collectieve zorgverzekering gebruikt. Dit is aangegeven met achter de betreffende bedragen. Meer Kinderen Meedoen/ Meer Volwassenen Meedoen De tegemoetkoming vanuit de regelingen Meer Kinderen Meedoen en Meer Volwassenen Meedoen zijn ondergebracht bij de post vergoeding restpakket en worden aangegeven met. Kindpakket De vergoedingen vanuit het Kindpakket zijn doorberekend met de post onderwijs en wordt eveneens aangegeven met. 45 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
a. Alleenstaande 100% 110% 120% Inkomsten Netto inkomen (incl. kortingen) 973 1070 1167 Zorgtoeslag 83 83 83 Huurtoeslag 148 148 117 Kinderbijslag 0 0 0 Kindgebonden budget 0 0 0 Kinderopvangtoeslag 0 0 0 TOTAAL INKOMSTEN 1204 1301 1367 Vaste lasten Huur 425 425 425 Energie Gas 59 59 59 Elektriciteit 20 20 20 Water 9 9 9 Gemeentelijke heffingen 0 21 21 Waterschapsheffingen 0 8 8 Telefoon, televisie, internet 49 49 49 Verzekeringen Zorgverzekering: Basis 101 101 101 Zorgverzekering: Aanvullend 18 18 18 Overige verzekeringen 19 19 19 Onderw ijs 0 0 0 Kinderopvang 0 0 0 Contributies en abonnementen 3 3 3 Vervoer 14 14 14 TOTAAL VASTE LASTEN 716 745 745 Reserveringsuitgaven Kleding en schoenen 53 53 53 Inventaris 72 72 72 Onderhoud huis en tuin 23 23 23 Eigen risico 20 20 20 Eigen bijdragen, zelfzorgmedicijnen 12 12 12 Vrijetijdsuitgaven * * * TOTAAL RESERVERINGSUITGAVEN 180 180 180 Huishoudelijke uitgaven Voeding 207 207 207 Was- en schoonmaakmiddelen 9 9 9 Persoonlijke verzorging 25 25 25 Huishoudelijke dienstverlening 0 0 0 Huisdieren * * * Roken * * * Diversen 16 16 16 TOTAAL HUISHOUDELIJKE UITGAVEN 256 256 256 TOTAAL UITGAVEN 1152 1182 1182 BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET 52 119 186 Restpakket Sociale participatie 99 99 99 Overig restpakket 17 85 85 Vergoeding restpakket -13-13 0 TOTAAL RESTPAKKET 103 171 184 BESCHIKBAAR NA RESTPAKKET -51-52 2 * Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven Verminderd met de kw ijtschelding Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten 46 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
b. Alleenstaande oudere 100% 110% 120% Inkomsten Netto inkomen (incl. kortingen) 1144 1202 1311 Zorgtoeslag 83 83 83 Huurtoeslag 277 277 272 Kinderbijslag 0 0 0 Kindgebonden budget 0 0 0 Kinderopvangtoeslag 0 0 0 TOTAAL INKOMSTEN 1504 1562 1667 Vaste lasten Huur 629 629 629 Energie Gas 66 66 66 Elektriciteit 22 22 22 Water 10 10 10 Gemeentelijke heffingen 0 0 21 Waterschapsheffingen 0 0 8 Telefoon, televisie, internet 52 52 52 Verzekeringen Zorgverzekering: Basis 101 101 101 Zorgverzekering: Aanvullend 18 18 18 Overige verzekeringen 13 13 13 Onderw ijs 0 0 0 Kinderopvang 0 0 0 Contributies en abonnementen 3 3 3 Vervoer 11 11 11 TOTAAL VASTE LASTEN 923 923 953 Reserveringsuitgaven Kleding en schoenen 53 53 53 Inventaris 72 72 72 Onderhoud huis en tuin 23 23 23 Eigen risico 20 20 20 Eigen bijdragen, zelfzorgmedicijnen 12 12 12 Vrijetijdsuitgaven * * * TOTAAL RESERVERINGSUITGAVEN 180 180 180 Huishoudelijke uitgaven Voeding 189 189 189 Was- en schoonmaakmiddelen 9 9 9 Persoonlijke verzorging 25 25 25 Huishoudelijke dienstverlening 0 0 0 Huisdieren * * * Roken * * * Diversen 16 16 16 TOTAAL HUISHOUDELIJKE UITGAVEN 238 238 238 TOTAAL UITGAVEN 1341 1341 1371 BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET 163 222 296 Restpakket Sociale participatie 99 99 99 Overig restpakket 17 60 63 Vergoeding restpakket -13-13 0 TOTAAL RESTPAKKET 103 146 162 BESCHIKBAAR NA RESTPAKKET 60 75 135 * Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven Verminderd met de kw ijtschelding Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten 47 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
c. Alleenstaande, 2 kinderen 3 & 5 jaar 100% 110% 120% Inkomsten Netto inkomen (incl. kortingen) 973 1070 1167 Zorgtoeslag 83 83 83 Huurtoeslag 298 298 298 Kinderbijslag 131 131 131 Kindgebonden budget 411 411 411 Kinderopvangtoeslag 0 555 833 TOTAAL INKOMSTEN 1896 2548 2923 Vaste lasten Huur 622 622 622 Energie Gas 79 79 79 Elektriciteit 47 47 47 Water 16 16 16 Gemeentelijke heffingen 0 0 25 Waterschapsheffingen 0 0 17 Telefoon, televisie, internet 49 49 49 Verzekeringen Zorgverzekering: Basis 101 101 101 Zorgverzekering: Aanvullend 18 18 18 Overige verzekeringen 22 22 22 Onderw ijs 0 0 7 Kinderopvang 29 563 889 Contributies en abonnementen 3 3 3 Vervoer 36 36 36 TOTAAL VASTE LASTEN 1020 1555 1930 Reserveringsuitgaven Kleding en schoenen 100 100 100 Inventaris 91 91 91 Onderhoud huis en tuin 23 23 23 Eigen risico 20 20 20 Eigen bijdragen, zelfzorgmedicijnen 23 23 23 Vrijetijdsuitgaven * * * TOTAAL RESERVERINGSUITGAVEN 257 257 257 Huishoudelijke uitgaven Voeding 310 310 310 Was- en schoonmaakmiddelen 14 14 14 Persoonlijke verzorging 50 50 50 Huishoudelijke dienstverlening 0 0 0 Huisdieren * * * Roken * * * Diversen 23 23 23 TOTAAL HUISHOUDELIJKE UITGAVEN 396 396 396 TOTAAL UITGAVEN 1673 2207 2583 BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET 223 341 341 Restpakket Sociale participatie 190 190 190 Overig restpakket 17 83 85 Vergoeding restpakket -13-13 0 TOTAAL RESTPAKKET 195 260 275 BESCHIKBAAR NA RESTPAKKET 28 80 65 * Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven Verminderd met de kw ijtschelding Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten 48 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
d. Alleenstaande, 2 kinderen 14 & 16 jaar 100% 110% 120% Inkomsten Netto inkomen (incl. kortingen) 973 1070 1167 Zorgtoeslag 83 82 64 Huurtoeslag 298 298 269 Kinderbijslag 188 188 188 Kindgebonden budget 465 464 455 Kinderopvangtoeslag 0 0 0 TOTAAL INKOMSTEN 2007 2102 2143 Vaste lasten Huur 622 622 622 Energie Gas 79 79 79 Elektriciteit 47 47 47 Water 16 16 16 Gemeentelijke heffingen 0 0 25 Waterschapsheffingen 0 0 17 Telefoon, televisie, internet 53 53 53 Verzekeringen Zorgverzekering: Basis 101 101 101 Zorgverzekering: Aanvullend 18 18 18 Overige verzekeringen 22 22 22 Onderw ijs 46 46 71 Kinderopvang 0 0 0 Contributies en abonnementen 3 3 3 Vervoer 42 42 42 TOTAAL VASTE LASTEN 1048 1048 1115 Reserveringsuitgaven Kleding en schoenen 143 143 143 Inventaris 98 98 98 Onderhoud huis en tuin 23 23 23 Eigen risico 20 20 20 Eigen bijdragen, zelfzorgmedicijnen 23 23 23 Vrijetijdsuitgaven * * * TOTAAL RESERVERINGSUITGAVEN 306 306 306 Huishoudelijke uitgaven Voeding 452 452 452 Was- en schoonmaakmiddelen 14 14 14 Persoonlijke verzorging 74 74 74 Huishoudelijke dienstverlening 0 0 0 Huisdieren * * * Roken * * * Diversen 23 23 23 TOTAAL HUISHOUDELIJKE UITGAVEN 562 562 562 TOTAAL UITGAVEN 1916 1916 1983 BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET 91 186 160 Restpakket Sociale participatie 213 213 213 Overig restpakket 61 127 130 Vergoeding restpakket -38-38 -25 TOTAAL RESTPAKKET 236 302 317 BESCHIKBAAR NA RESTPAKKET -146-116 -157 * Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven Verminderd met de kw ijtschelding Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten 49 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
e. Paar zonder kinderen 100% 110% 120% Inkomsten Netto inkomen (incl. kortingen) 1390 1528 1667 Zorgtoeslag 159 145 118 Huurtoeslag 148 129 79 Kinderbijslag 0 0 0 Kindgebonden budget 0 0 0 Kinderopvangtoeslag 0 0 0 TOTAAL INKOMSTEN 1696 1802 1864 Vaste lasten Huur 425 425 425 Energie Gas 59 59 59 Elektriciteit 37 37 37 Water 13 13 13 Gemeentelijke heffingen 0 25 25 Waterschapsheffingen 0 17 17 Telefoon, televisie, internet 56 56 56 Verzekeringen Zorgverzekering: Basis 201 201 201 Zorgverzekering: Aanvullend 36 36 36 Overige verzekeringen 29 29 29 Onderw ijs 0 0 0 Kinderopvang 0 0 0 Contributies en abonnementen 5 5 5 Vervoer 28 28 28 TOTAAL VASTE LASTEN 889 931 931 Reserveringsuitgaven Kleding en schoenen 107 107 107 Inventaris 85 85 85 Onderhoud huis en tuin 23 23 23 Eigen risico 40 40 40 Eigen bijdragen, zelfzorgmedicijnen 24 24 24 Vrijetijdsuitgaven * * * TOTAAL RESERVERINGSUITGAVEN 279 279 279 Huishoudelijke uitgaven Voeding 377 377 377 Was- en schoonmaakmiddelen 11 11 11 Persoonlijke verzorging 50 50 50 Huishoudelijke dienstverlening 0 0 0 Huisdieren * * * Roken * * * Diversen 19 19 19 TOTAAL HUISHOUDELIJKE UITGAVEN 456 456 456 TOTAAL UITGAVEN 1624 1666 1666 BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET 72 136 198 Restpakket Sociale participatie 156 156 156 Overig restpakket 17 85 85 Vergoeding restpakket -25-25 0 TOTAAL RESTPAKKET 148 216 241 BESCHIKBAAR NA RESTPAKKET -75-80 -42 * Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven Verminderd met de kw ijtschelding Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten 50 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
f. Ouder paar zonder kinderen 100% 110% 120% Inkomsten Netto inkomen (incl. kortingen) 1579 1642 1792 Zorgtoeslag 156 146 125 Huurtoeslag 279 279 276 Kinderbijslag 0 0 0 Kindgebonden budget 0 0 0 Kinderopvangtoeslag 0 0 0 TOTAAL INKOMSTEN 2014 2068 2193 Vaste lasten Huur 629 629 629 Energie Gas 66 66 66 Elektriciteit 41 41 41 Water 15 15 15 Gemeentelijke heffingen 0 7 25 Waterschapsheffingen 0 7 17 Telefoon, televisie, internet 54 54 54 Verzekeringen Zorgverzekering: Basis 201 201 201 Zorgverzekering: Aanvullend 36 36 36 Overige verzekeringen 16 16 16 Onderw ijs 0 0 0 Kinderopvang 0 0 0 Contributies en abonnementen 5 5 5 Vervoer 22 22 22 TOTAAL VASTE LASTEN 1083 1098 1125 Reserveringsuitgaven Kleding en schoenen 107 107 107 Inventaris 85 85 85 Onderhoud huis en tuin 23 23 23 Eigen risico 40 40 40 Eigen bijdragen, zelfzorgmedicijnen 24 24 24 Vrijetijdsuitgaven * * * TOTAAL RESERVERINGSUITGAVEN 279 279 279 Huishoudelijke uitgaven Voeding 343 343 343 Was- en schoonmaakmiddelen 11 11 11 Persoonlijke verzorging 50 50 50 Huishoudelijke dienstverlening 0 0 0 Huisdieren * * * Roken * * * Diversen 19 19 19 TOTAAL HUISHOUDELIJKE UITGAVEN 423 423 423 TOTAAL UITGAVEN 1785 1800 1827 BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET 228 268 366 Restpakket Sociale participatie 156 156 156 Overig restpakket 17 62 63 Vergoeding restpakket -25-25 0 TOTAAL RESTPAKKET 148 192 219 BESCHIKBAAR NA RESTPAKKET 81 76 147 * Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven Verminderd met de kw ijtschelding Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten 51 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
g. Paar, 2 kinderen 3 & 5 jaar 100% 110% 120% Inkomsten Netto inkomen (incl. kortingen) 1390 1528 1667 Zorgtoeslag 159 145 118 Huurtoeslag 298 279 229 Kinderbijslag 131 131 131 Kindgebonden budget 155 148 135 Kinderopvangtoeslag 0 0 0 TOTAAL INKOMSTEN 2132 2231 2280 Vaste lasten Huur 622 622 622 Energie Gas 79 79 79 Elektriciteit 53 53 53 Water 19 19 19 Gemeentelijke heffingen 0 9 25 Waterschapsheffingen 0 9 17 Telefoon, televisie, internet 56 56 56 Verzekeringen Zorgverzekering: Basis 201 201 201 Zorgverzekering: Aanvullend 36 36 36 Overige verzekeringen 30 30 30 Onderw ijs 0 0 7 Kinderopvang 43 55 55 Contributies en abonnementen 5 5 5 Vervoer 50 50 50 TOTAAL VASTE LASTEN 1194 1224 1255 Reserveringsuitgaven Kleding en schoenen 148 148 148 Inventaris 107 107 107 Onderhoud huis en tuin 23 23 23 Eigen risico 40 40 40 Eigen bijdragen, zelfzorgmedicijnen 35 35 35 Vrijetijdsuitgaven * * * TOTAAL RESERVERINGSUITGAVEN 352 352 352 Huishoudelijke uitgaven Voeding 403 403 403 Was- en schoonmaakmiddelen 16 16 16 Persoonlijke verzorging 75 75 75 Huishoudelijke dienstverlening 0 0 0 Huisdieren * * * Roken * * * Diversen 26 26 26 TOTAAL HUISHOUDELIJKE UITGAVEN 520 520 520 TOTAAL UITGAVEN 2066 2096 2127 BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET 66 135 153 Restpakket Sociale participatie 247 247 247 Overig restpakket 17 85 85 Vergoeding restpakket -25-25 0 TOTAAL RESTPAKKET 239 307 332 BESCHIKBAAR NA RESTPAKKET -173-172 -179 * Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven Verminderd met de kw ijtschelding Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten 52 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
h. Paar, 2 kinderen 14 & 16 jaar 100% 110% 120% Inkomsten Netto inkomen (incl. kortingen) 1390 1528 1667 Zorgtoeslag 159 145 118 Huurtoeslag 298 279 229 Kinderbijslag 188 188 188 Kindgebonden budget 209 202 189 Kinderopvangtoeslag 0 0 0 TOTAAL INKOMSTEN 2243 2342 2391 Vaste lasten Huur 622 622 622 Energie Gas 79 79 79 Elektriciteit 53 53 53 Water 19 19 19 Gemeentelijke heffingen 0 9 25 Waterschapsheffingen 0 9 17 Telefoon, televisie, internet 60 60 60 Verzekeringen Zorgverzekering: Basis 201 201 201 Zorgverzekering: Aanvullend 36 36 36 Overige verzekeringen 30 30 30 Onderw ijs 46 46 71 Kinderopvang 0 0 0 Contributies en abonnementen 5 5 5 Vervoer 56 56 56 TOTAAL VASTE LASTEN 1207 1225 1274 Reserveringsuitgaven Kleding en schoenen 190 190 190 Inventaris 113 113 113 Onderhoud huis en tuin 23 23 23 Eigen risico 40 40 40 Eigen bijdragen, zelfzorgmedicijnen 35 35 35 Vrijetijdsuitgaven * * * TOTAAL RESERVERINGSUITGAVEN 402 402 402 Huishoudelijke uitgaven Voeding 527 527 527 Was- en schoonmaakmiddelen 16 16 16 Persoonlijke verzorging 99 99 99 Huishoudelijke dienstverlening 0 0 0 Huisdieren * * * Roken * * * Diversen 26 26 26 TOTAAL HUISHOUDELIJKE UITGAVEN 668 668 668 TOTAAL UITGAVEN 2277 2295 2344 BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET -34 47 47 Restpakket Sociale participatie 270 270 270 Overig restpakket 61 129 130 Vergoeding restpakket -50-50 -25 TOTAAL RESTPAKKET 281 348 374 BESCHIKBAAR NA RESTPAKKET -315-302 -327 * Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven Verminderd met de kw ijtschelding Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten 53 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
i. Alleenstaande oudere met zorgvraag 100% 110% 120% Inkomsten Netto inkomen (incl. kortingen) 1144 1202 1311 Zorgtoeslag 83 83 83 Huurtoeslag 277 277 272 Kinderbijslag 0 0 0 Kindgebonden budget 0 0 0 Kinderopvangtoeslag 0 0 0 TOTAAL INKOMSTEN 1504 1562 1667 Vaste lasten Huur 629 629 629 Energie Gas 66 66 66 Elektriciteit 22 22 22 Water 10 10 10 Gemeentelijke heffingen 0 0 21 Waterschapsheffingen 0 0 8 Telefoon, televisie, internet 52 52 52 Verzekeringen Zorgverzekering: Basis 101 101 101 Zorgverzekering: Aanvullend 36 36 36 Overige verzekeringen 13 13 13 Onderw ijs 0 0 0 Kinderopvang 0 0 0 Contributies en abonnementen 3 3 3 Vervoer 37 37 40 TOTAAL VASTE LASTEN 968 968 1000 Reserveringsuitgaven Kleding en schoenen 53 53 53 Inventaris 72 72 72 Onderhoud huis en tuin 23 23 23 Eigen risico 0 0 0 Eigen bijdragen, zelfzorgmedicijnen 18 18 18 Vrijetijdsuitgaven * * * TOTAAL RESERVERINGSUITGAVEN 166 166 166 Huishoudelijke uitgaven Voeding 189 189 273 Was- en schoonmaakmiddelen 9 9 17 Persoonlijke verzorging 25 25 25 Huishoudelijke dienstverlening 0 0 0 Huisdieren * * * Roken * * * Diversen 16 16 16 TOTAAL HUISHOUDELIJKE UITGAVEN 238 238 330 TOTAAL UITGAVEN 1371 1371 1497 BESCHIKBAAR NA BASISPAKKET 133 191 170 Restpakket Sociale participatie 99 99 99 Overig restpakket 17 60 63 Vergoeding restpakket -13-13 0 TOTAAL RESTPAKKET 103 146 162 BESCHIKBAAR NA RESTPAKKET 30 45 8 * Deze posten vallen onder het restpakket Vet en cursief Afhankelijk van gemeentelijke tarieven Verminderd met de kw ijtschelding Lokale tegemoetkomingen en/of meerkosten 54 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
Bijlage 2: Inkomsten Inkomsten Het inkomen in de begrotingen is inclusief vakantietoeslag en heffingskortingen (bijvoorbeeld de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de combinatiekorting). Het uitgangspunt is dat huishoudens alle kortingen en landelijke toeslagen waar ze recht op hebben ook daadwerkelijk aanvragen. Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is bedoeld voor mensen jonger dan de AOW-leeftijd die geen zicht hebben op een inkomensverbetering. De hoogte van de toeslag is 380 euro voor alleenstaanden, 481 euro voor alleenstaande ouders en 532 euro voor gehuwden en samenwonenden. Algemene opmerking Naast bovenstaande inkomensondersteunende maatregelen wordt bij de inkomsten rekening gehouden met de zorgtoeslag, de huurtoeslag, de kinderbijslag, het kindgebonden budget en het de eventuele kinderopvangtoeslag. 55 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
56 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
Bijlage 3: Verantwoording uitgaven Het Nibud gebruikt diverse bronnen voor de referentiecijfers. Hieronder volgt een korte verantwoording van keuzes en bronnen uitgesplitst naar het basis- en het restpakket. 1. Basispakket Huur Er wordt gerekend met een bruto huur van 425 euro voor een- en tweepersoonshuishoudens en 622 euro voor meerpersoonshuishoudens. Voor senioren is gerekend met een huur van 629 euro. Energie Dit is 90 procent van de prijs van gemiddeld gebruik naar huishoudtype met een opslag voor huishoudens van de AOW-gerechtigde leeftijd (gasverbruik). Daarbij hanteert het Nibud de prijs van het gemiddelde verbruik. Lokale lasten Dit zijn de gemeentelijke- en waterschapsheffingen verminderd met de eventuele kwijtschelding. Telefoon, televisie en internet Deze bedragen zijn gebaseerd op het bellen met een mobiele telefoon met een simonly abonnement voor 100 tot 150 belminuten per maand, een basisabonnement voor internet en een basis digitaal televisie abonnement. We gaan er van uit dat iedereen in het huishouden van 12 jaar en ouder een eigen mobiele telefoon heeft. Zorgverzekeringen Dit betreft de nominale premie van de basis- en aanvullende verzekering inclusief de minst uitgebreide tandartsverzekering. Voor huishoudens die voldoen aan de voorwaarden is de collectiviteitskorting van toepassing. Overige verzekeringen Dit betreft een aansprakelijkheidsverzekering, een inboedelverzekering en voor volwassenen in huishoudens onder de AOW-gerechtigde leeftijd een uitvaartverzekering. 57 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
De Onderwijs Dit zijn gemiddelde bedragen aan schoolkosten. Deze verschillen per schooltype. Ze zijn afkomstig van Nibud-onderzoek (basisschool) en de Schoolkostenmonitor (middelbare school). Kinderopvang Dit zijn de kosten exclusief de landelijke vergoeding die wordt gegeven. De kinderopvangtoeslag staat benoemd bij de inkomsten. Contributies en abonnementen Hieronder vallen de bankkosten. De kosten aan kranten en/of tijdschriften en de kosten aan (sport-)verenigingen vallen onder het restpakket (zie volgende paragraaf). Vervoer Voor ieder lid van het huishouden zijn dit de kosten van een fiets, een OV-chipkaart en enkele zones. Kleding en schoenen Deze bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor kleding. Inventaris en onderhoud Bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor inventaris en onderhoud. Niet-vergoede ziektekosten In het basispakket zitten kosten die elk huishouden heeft. De kosten betreffen de huisapotheek met pleisters, aspirines e.d. plus het bedrag dat een huishouden maximaal kwijt kan zijn aan het eigen risico van de zorgverzekering. Voeding De bedragen zijn gebaseerd op de aanbevolen hoeveelheden voor een gezonde voeding volgens het Voedingscentrum. De prijzen van deze voedingspakketten zijn afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Was- en schoonmaakartikelen Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon op basis van Nibud - onderzoek. Persoonlijke verzorging Uitgegaan is van een bedrag per persoon op basis van Nibud-onderzoek. 58 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
Diversen Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon voor diverse uitgaven. Denk hierbij aan de kosten voor postzegels en de kosten van een identiteitsbewijs. 2. Restpakket Het bedrag dat overblijft nadat alle uitgaven uit het basispakket zijn gedaan, is bestemd voor vrije bestedingen. Alle vrije bestedingen vormen samen het restpakket. Pakket voor sociale participatie Als voorbeeld heeft het Nibud in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) een pakket aan uitgaven voor sociale participatie opgesteld. De uitgavenposten waar rekening mee is gehouden staan hieronder weergegeven evenals de richtbedragen voor deze uitgavenposten. Uitgaven aan sociale participatie, bedrag per maand Contributies en abonnementen per kind 4 tot 12 jaar 11,50 per persoon vanaf 12 jaar 17,00 per huishouden 2,50 Bezoek ontvangen per persoon 8,50 per huishouden 11,50 Op bezoek gaan per persoon 5,50 Vakantie/uitgaan per persoon 17,00 per huishouden 23,00 Vervoer per persoon 9,00 per huishouden 4,50 Bron: Hoff et al, SCP/Nibud, 2009, berekeningen Nibud, 2016. Overig restpakket Naast de uitgaven zoals gespecificeerd in het pakket aan sociale participatie kunnen nog allerlei overige uitgaven als voorbeeld in het restpakket worden opgenomen. In dit onderzoek zijn dat de kosten voor woon-werkverkeer (gebaseerd op een tweesterrenabonnement en jaarlijks geïndexeerd), zakgeld voor de kinderen (bedragen zijn gebaseerd op regulier onderzoek van het Nibud) en de kosten voor een huisdier (incl. hondenbelasting). 59 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
- 60 - / Minima-effectrapportage gemeente Ede