Minima-effectrapportage gemeente Ede 2014
|
|
|
- Daniël Jasper Baert
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Minima-effectrapportage gemeente Ede 2014 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens
2
3 Minima-effectrapportage gemeente Ede 2014 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens
4
5 Voorwoord Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) is een onafhankelijke stichting. Het Nibud heeft tot doel particuliere huishoudens inzicht te laten verkrijgen in hun inkomsten en uitgaven, en vaardigheid aan te leren om planmatig met geld om te gaan. Het Nibud probeert dit doel te bereiken door rechtstreeks voorlichting te geven, zowel via de massamedia als via eigen brochures over diverse budgetonderwerpen, zoals kostgeld en alimentatie. Daarnaast wil het Nibud hetzelfde doel bereiken via professionals die zich bezighouden met vormen van financiële advisering en voorlichting. Dit zijn functionarissen uit zowel de maatschappelijke hulp- en dienstverlening als het financieel bedrijfsleven, en sectoren van het onderwijs. Het Nibud ondersteunt deze groepen met eigen publicaties (Budgethandboek, Prijzengids, Rekenprogramma s) en door deskundigheidsbevordering in de vorm van opleidingen en trainingen. Bij dit alles gaat het Nibud uit van een standaardmethode van begroten. Dit resulteert in een reeks voorbeeldbegrotingen met referentiecijfers die zijn gebaseerd op empirisch wetenschappelijk onderzoek. Het Nibud stelt de keuzevrijheid en de eigen verantwoordelijkheid van de huishoudens voorop. Het Nibud geeft gemeenten meer inzicht in het effect van hun minimabeleid. Door middel van een minima-effectrapportage (MER) helpt het Nibud gemeenten het geld bestemd voor minimabeleid, optimaal te besteden. Deze rapportage is uitgevoerd door het Nibud, in opdracht van de gemeente Ede. Met dit onderzoek wil de gemeente Ede inzicht krijgen in hoe het minimabeleid er op dit moment voor staat. Daarnaast krijgt de gemeente te maken met enkele landelijke wijzigingen op het gebied van inkomensvoorziening (aanscherping WWB, kindregelingen) en de zorg. In deze rapportage wordt hierop vooruit gelopen en bekeken wat de effecten van deze wijzigingen zijn op de begrotingen van de te onderzoeken huishoudtypen. Utrecht, augustus 2014 Minima-effectrapportage Gemeente Ede / 5
6 6 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
7 Inhoud Voorwoord Inleiding Centrale vraag Kern minima-effectrapportage Leeswijzer Onderzoeksmethode: begrotingen Inleiding Basispakket Restpakket Inkomsten Uitgavensoorten De begrotingen Minimabeleid Landelijk minimabeleid Lokaal minimabeleid Kwijtscheldingsbeleid Collectieve (aanvullende) zorgverzekering Langdurigheidstoeslag Categoriale bijzondere bijstand voor 65-plussers Tegemoetkoming in de schoolkosten Tegemoetkoming activiteiten voor sport, cultuur en recreatie Meer Kinderen Meedoen Eenmalige bijdrage diplomazwemmen Kinderopvang en peuterspeelzaal Individuele bijzondere bijstand Huishoudens met een zorgvraag Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Landelijke tegemoetkomingen / Minima-effectrapportage gemeente Ede
8 4. Resultaten Huishoudsamenstelling Vóór invulling van het restpakket Na invulling van het restpakket Inkomensniveau Vóór invulling van het restpakket Na invulling van het restpakket Langdurigheidstoeslag Landelijke en lokale wijzigingen Wetsvoorstel wijziging Wet werk en bijstand Kostendelersnorm Intensivering armoedebeleid Participatiewet Kindregelingen Afschaffing Wtcg en CER Tegemoetkoming Wtcg Korting op de eigen bijdrage AWBZ/ Wmo Compensatie eigen risico Gemeentelijke minimabezuinigingen Gevolgen koopkracht Verandering koopkracht WWB/AOW-niveau Werkenden met een laag inkomen Afschaffen Wtcg WWB-niveau Boven WWB-niveau Afschaffen CER Afschaffen Wtcg-korting eigen bijdrage Wmo Invoering kostendelersnorm WWB/AOW Hervorming kindregelingen Verandering in hoogte kindgebonden budget Totaal effect kindregelingen Afschaffen belastingaftrek voor het levensonderhoud kinderen / Minima-effectrapportage gemeente Ede
9 6.7 Stapelingen Afschaffen Wtcg Samenloop met de nieuwe Wmo Samenloop met de kostendelersnorm Samenloop kostendelersnorm met de herziening kindregelingen Begrotingen Gevolgen gemeentelijke bezuinigingen Gevolgen landelijke én gemeentelijke wijzigingen Conclusies en aanbevelingen Algemeen Regelingen Aandachtspunten Samenvatting Bijlage 1: Begrotingen Bijlage 2: Inkomsten Bijlage 3: Verantwoording uitgaven / Minima-effectrapportage gemeente Ede
10 10 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
11 1. Inleiding 1.1 Centrale vraag Iedere gemeente beschikt over mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens. Dat kan bijvoorbeeld door het kwijtschelden van gemeentelijke heffingen en/ of door bijzondere bijstand. Het is echter niet direct zichtbaar wat in de praktijk de effecten van die maatregelen zijn op het budget van verschillende groepen huishoudens. De centrale vraag van dit onderzoek luidt: Wat is het effect van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen in de gemeente Ede? Bekeken wordt welke groepen huishoudens in de gemeente goed profiteren van de verschillende inkomensondersteunende maatregelen en welke groepen minder goed. Ook maakt deze rapportage een eventuele armoedeval inzichtelijk. Het doel van een minima-effectrapportage is inzicht te geven in de koopkracht van de armste groepen in de gemeente en in de effecten van landelijke en gemeentelijke maatregelen daarop. De resultaten van de effectrapportage kunnen als basis dienen voor de verdere ontwikkeling van het minimabeleid van de gemeente Ede. 1.2 Kern minima-effectrapportage In deze minima-effectrapportage wordt voor een aantal huishoudtypen de koopkracht inzichtelijk gemaakt. In overleg met de gemeente Ede is een keuze gemaakt voor de volgende negen voorbeeldsituaties: 1. Een alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd; 2. Een alleenstaande oudere (AOW-gerechtigd); 3. Een eenoudergezin met twee jonge kinderen (3 en 5jaar); 4. Een eenoudergezin met twee oudere kinderen (16 en 22 jaar); 5. Een echtpaar zonder kinderen; 6. Een echtpaar met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar); 7. Een echtpaar met twee oudere kinderen (16 en 22 jaar); 8. Een ouder echtpaar (AOW-gerechtigd); 9. Een alleenstaande oudere met een zorgvraag. 11 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
12 De rapportage laat zien welke effecten de landelijke en gemeentelijke maatregelen hebben op de koopkracht van de huishoudtypen bij verschillende inkomensniveaus. Voor elk van de negen huishoudens worden berekeningen gemaakt bij de volgende inkomens: netto minimum inkomen (WWB of AOW); 110 procent van het netto minimum inkomen; 120 procent van het netto minimum inkomen. Onder netto minimum inkomen verstaan we het toepasselijk minimum inkomen voor een specifiek type huishouden. Voor een alleenstaande onder de 65 jaar is dit gelijk aan 50 procent van het wettelijk minimumloon aangevuld met de maximale toeslag van 20 procent van het wettelijk minimumloon. Voor een alleenstaande van 65 jaar of ouder is dit gelijk aan de hoogte van de AOW. Bij 110 en 120 procent van het netto minimum inkomen vermenigvuldigen we de toepasselijke bijstandsnorm met respectievelijk 1,1, en 1,2. Het kan vóórkomen dat een huishouden met een inkomen op 120 procent van het minimum hiervan minder overhoudt dan een huishouden op 110 procent van het minimum, omdat de eerste groep huishoudens buiten de regelingen voor financiële ondersteuning valt. Dit rapport maakt dit effect, de armoedeval, inzichtelijk. Bij ouderen wordt officieel niet gesproken van een armoedeval, omdat ouderen gewoonlijk niet uitstromen van een uitkering naar betaald werk. Toch kan er bij hen ook sprake zijn van een geringere bestedingsmogelijkheid bij een hoger inkomen. Voor het gemak wordt dit ook als armoedeval aangemerkt. De huur vormt in de meeste huishoudens de hoogste uitgave op de begroting. De huurprijs in dit onderzoek is vastgesteld in overleg met de gemeente Ede en op basis van gegevens van woningbouwcorporatie Woonstede. Voor een- en tweepersoonshuishoudens komt de netto huur uit op 348,50 euro; inclusief servicekosten wordt dit 423,50 euro per maand. Voor meerpersoonshuishoudens bedraagt de netto huur 550 euro, inclusief servicekosten 579,25 euro per maand. Bij de berekening van de huurtoeslag is rekening gehouden met de servicekosten. Voor het bepalen van de rekenhuur is de zogenaamde kale huurprijs per maand het uitgangspunt. Dit is de huurprijs exclusief de servicekosten. Deze kale huurprijs kan worden verhoogd met enkele met name genoemde servicekosten, met een maximum van 12 euro per kostenpost. Het gaat om: de kosten voor de lift, elektriciteit in gemeenschappelijke portalen, portieken, trappenhuizen, galerijen, kelder-, recreatie- en dienstruimten; 12 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
13 de kosten voor het schoonhouden van eerdergenoemde gemeenschappelijke ruimten; kosten van een huismeester; de maandelijkse kosten voor onderhoud van dienstruimten en gemeenschappelijke recreatieruimten. Andere servicekosten komen niet voor subsidiëring in aanmerking. In dit rapport rekenen we bij het vaststellen van de huurtoeslag voor de woningen voor een- en tweepersoonshuishoudens met twee van de bovengenoemde kostenposten, dus 24 euro per maand bovenop de kale huur. Voor de woningen voor huishoudens met drie of meer personen worden geen extra kostenposten meegenomen. Bij de berekening van de huurtoeslag wordt dus uitgegaan van de netto huur. 1.3 Leeswijzer Het rapport is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 gaat in op de onderzoeksmethode waarbij tevens de methodiek van begroten staat beschreven. Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de lokale inkomensondersteunende regelingen die worden doorberekend in deze effectrapportage. Vervolgens geeft hoofdstuk 4 de onderzoeksresultaten. In hoofdstuk 5 staan de conclusies & aanbevelingen. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op enkele landelijke wijzigingen in wet- en regelgeving, waarna in hoofdstuk 7 wordt beschreven wat de invloed van deze wijzigingen is op de begroting van de onderzochte huishoudtypen. De begrotingen met toelichting staan in een aantal bijlagen. Ook wordt in de bijlage meer informatie gegeven over bronnen van de referentiecijfers en de inkomensopbouw. 13 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
14 14 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
15 2. Onderzoeksmethode: begrotingen 2.1 Inleiding Om het effect van inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens te berekenen, maakt het Nibud gebruik van begrotingen. Uit deze begrotingen zijn de inkomsten en uitgaven van de huishoudens af te lezen. De begrotingen in deze rapportage zijn gemaakt voor negen verschillende huishoudtypen op drie verschillende inkomensniveaus. Hierbij gaan we ervan uit dat huishoudens in een huurwoning leven. De begrotingen zijn voor groepen van huishoudens. De bedragen in de begrotingen zijn gemiddelden; in werkelijkheid zal de financiële situatie van de individuele huishoudens er anders uitzien. De begroting laat dus niet zien in hoeverre een individueel huishouden een sluitende begroting heeft. Wel wordt duidelijk in hoeverre een groep huishoudens een sluitende begroting heeft. Bij het opstellen van de begrotingen wordt geen rekening gehouden met schulden, omdat daarover niets algemeens te zeggen valt. Schulden komen echter vaak voor onder mensen met lage inkomens. Alle begrotingen zijn maandbegrotingen, waarbij de inkomsten en uitgaven zijn omgere - kend naar gemiddelde maandbedragen. In de praktijk kunnen er flinke verschillen zijn tussen de maanden van het jaar. Vakantiegeld wordt bijvoorbeeld jaarlijks uitgekeerd, maar wordt in deze rapportage uitgedrukt in een maandelijks bedrag. Het inkomen is in iedere begroting een vast gegeven. De uitgavenkant vullen we in volgens de methode van het basispakket en het restpakket. 2.2 Basispakket Het basispakket omvat alle uitgaven die als noodzakelijk kunnen worden beschouwd. Hierin zijn de kosten opgenomen die een huishouden moet maken voor wonen, kleden, voeden, gezondheid, zekerheid (verzekeringen) en informatie (telefoon, internet en tv). Het pakket wordt in overleg met anderen (bijvoorbeeld de Sociale Alliantie) regelmatig aangepast. Zo is vanaf 2014 de mobiele telefoon voor meerdere gezinsleden onderdeel van het basispakket. Vanaf 2006 maakte een computer met internetaansluiting al deel uit van het pakket voor alle huishoudens. Sinds 2002 was een computer al onderdeel van het basispakket voor gezinnen met kinderen vanaf 6 jaar. Voor iedere kostenpost is een minimumprijs genomen. In bijlage 3 worden de diverse onderdelen van het basispakket nader beschreven. 15 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
16 Naast de noodzakelijke uitgaven van het basispakket zijn er in individuele gevallen moeilijk of niet-vermijdbare uitgaven. Dit zijn uitgaven die voor een bepaald persoon onontkoombaar zijn. Bijvoorbeeld wanneer iemand een speciaal dieet moet volgen. Voor dit soort uitgaven is individuele bijzondere bijstand mogelijk. Dit is niet in de begrotingen opgenomen. 2.3 Restpakket Het bedrag dat overblijft nadat alle uitgaven uit het basispakket zijn gedaan, is be stemd voor vrije bestedingen. Alle vrije bestedingen vormen samen het restpakket. Huishoudens zijn vrij om het restpakket zelf in te vullen. Het geld kan besteed worden aan nieuwe uitgavenposten (vakantie of hobby) of aan extra uitgaven aan posten in het basispakket (extra voeding of kleding). De uitgaven in het restpakket worden in twee delen gesplitst: de uitgaven voor sociale participatie en de overige uitgaven. Onder sociale participatie vallen de posten contributies en abonnementen, op bezoek gaan, bezoek ontvangen, vakantie en uitgaan en vervoer. Sociale participatie wordt door velen als noodzakelijk beschouwd en is in veel gemeenten op de een of andere manier onderdeel van het minimabeleid. De overige uitgaven van het restpakket zijn andere uitgaven die niet in het basispakket en het pakket sociale participatie zitten. In dit onderzoek zijn dat kosten voor een huisdier, de kosten voor woon-werkverkeer en zakgeld voor de kinderen (bedragen zijn gebaseerd op regulier onderzoek van het Nibud). Het gekozen restpakket is sober; het omvat vrij elementaire uitgaven. Zie bijlage 3 voor de samenstelling van het restpakket. De kosten van het restpakket nemen toe, naarmate het inkomen stijgt. In de eerste plaats komt dit door hogere reiskosten. Iemand met een inkomen (net) boven het sociaal minimum zal een laagbetaalde baan hebben en kosten voor woon-werkverkeer maken. Soms worden deze kosten door de werkgever vergoed, maar in deze rapportage wordt daar niet vanuit gegaan. Bovendien worden de kosten voor participatie verminderd met het bedrag dat de gemeente hiervoor beschikbaar stelt. Veel gemeenten kennen een bijdrage voor sociaal-culturele uitgaven. Deze bijdrage wordt verstrekt tot een bepaald inkomensniveau. Boven dit inkomensniveau vervalt de bijdrage, waardoor de kosten van participatie hoger uitvallen en het restpakket dus duurder wordt. 16 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
17 Het basispakket en het restpakket zijn op bepaalde punten verschillend voor de diverse huishoudtypen. Een alleenstaande staat immers voor andere kosten dan bijvoorbeeld een gezin met kinderen. 2.4 Inkomsten In deze rapportage worden op drie inkomensniveaus begrotingen opgesteld voor de betreffende voorbeeldhuishoudens: het minimuminkomen (WWB/AOW -uitkering), 110 procent van het netto minimuminkomen en 120 procent van het netto minimuminkomen. Uitgangspunt in deze rapportage is het totaal besteedbaar maandinkomen. Dat inkomen bestaat uit alle inkomsten van het huishouden, zoals netto salarissen, uitkeringen, kortingen op de belasting, huurtoeslag, vakantiegeld, kinderbijslag en kindgebonden budget. In de begrotingen is geen rekening gehouden met eigen vermogen of eventuele inkomsten daaruit. Hoe deze regelingen doorwerken in de begrotingen en wat de invloed is op het inkomen van de verschillende huishoudens is te zien in bijlage 1. In de rapportage wordt verondersteld dat de huishoudens maximaal gebruik maken van alle regelingen die op hen van toepassing zijn. In bijlage 2 staat aanvullende informatie over de gekozen uitgangspunten bij de inkomens. 2.5 Uitgavensoorten In alle begrotingen onderscheidt het Nibud drie soorten uitgaven: Vaste lasten Dit zijn uitgaven die regelmatig terugkomen. Er ligt meestal een contract aan ten grondslag. Voorbeelden zijn de huur, energiekosten en verzekeringen. Reserveringsuitgaven Dit zijn uitgaven die niet regelmatig voorkomen en waarvan de hoogte vooraf niet precies bekend is. Er moet in principe een bedrag voor gereserveerd worden. Voorbeelden hiervan zijn de kosten voor inventaris en kleding. Huishoudelijke uitgaven Dit zijn de steeds terugkerende uitgaven, zoals uitgaven aan voeding, reiniging, persoonlijke verzorging. In deze rapportage wordt gerekend met minimale bedragen die huishoudens nodig hebben om deze uitgaven te kunnen betalen. 17 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
18 Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de tarieven voor heffingen, de premie van de zorgverzekering en de kosten van de peuterspeelzaal. De landelijke bedragen zijn gebaseerd op berekeningen van het Nibud. Meer informatie over de uitgaven staat in bijlage De begrotingen Volgens de methodiek die hierboven staat beschreven, worden de begrotingen opgesteld. Deze begrotingen staan in bijlage / Minima-effectrapportage gemeente Ede
19 3. Minimabeleid In dit hoofdstuk worden diverse landelijke en gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning van minima beschreven. Alleen de regelingen die in de berekeningen zijn meegenomen komen in dit hoofdstuk aan bod. Paragraaf 3.1 beschrijft de landelijke regelingen; in paragraaf 3.2 komen de lokale inkomensondersteunende regelingen aan bod. Per regeling wordt een korte beschrijving gegeven van de belangrijkste kenmerken en voorwaarden. 3.1 Landelijk minimabeleid Bij het opstellen van de begrotingen worden de landelijke heffingskortingen (algemene heffingskorting, arbeidskorting, inkomensafhankelijke combinatiekorting, (aanvullende) alleenstaande ouderkorting en de (alleenstaande) ouderenkorting), landelijke toeslagen (zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag, kindgebonden budget) en de kinderbijslag in de berekeningen opgenomen. 3.2 Lokaal minimabeleid Naast de landelijke inkomensondersteunende maatregelen heeft de gemeente Ede voor huishoudens met een laag inkomen ook een lokaal minimabeleid. De regelingen die worden opgenomen in de berekeningen komen in de volgende paragrafen aan bod Kwijtscheldingsbeleid In de gemeente Ede kan kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de hondenbelasting voor de eerste hond. De gemeente hanteert hierbij een norm van 100 procent van de grondslag WWB. Dat wil zeggen dat afhankelijk van het vermogen, huishoudens met een inkomen op WWB-niveau in principe geen gemeentelijke heffingen hoeven te betalen. Bij een inkomen hierboven wordt de betalingscapaciteit berekend door het inkomen te verminderen met het norminkomen. Er vindt een correctie plaats voor de eigen uitgaven aan huur en voor nominale ziektekostenpremies. Vanaf 2012 kunnen gemeenten bij de berekening van de kwijtschelding ook rekening houden met de kosten van kinderopvang. De gemeente Ede maakt van deze mogelijkheid gebruik. Van de betalingscapaciteit dient 80 procent te worden aangewend voor de betaling van de gemeentelijke heffingen. 19 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
20 Bij het waterschap is kwijtschelding mogelijk voor de waterzuiveringsheffing en de ingezetenenheffing. Bij de berekening van de kwijtschelding hanteert het waterschap, net zoals de gemeente, de norm van maximaal 100 procent van de bijstandsnorm. De kwijtschelding voor de gemeentelijke heffingen en voor de waterschapsheffingen wordt apart berekend. Uitzondering hierop zijn personen die worden getoetst via het zogenaamde Inlichtingbureau. Dit bestand wordt zowel aan de gemeente alsook aan GBTL aangeleverd. Het gaat om ongeveer 1500 inwoners van Ede Collectieve (aanvullende) zorgverzekering Het verzekeren tegen ziektekosten is voor iedereen wettelijk verplicht. Daarom biedt de gemeente Ede inwoners met een laag inkomen een collectieve zorgverzekering aan. Inwoners en (WWB)klanten met een inkomen tot 110 procent van het sociaal minimum (en vermogen onder de toegestane norm) kunnen gebruik maken van de voordelige GarantVerzorgd collectieve ziektekostenverzekering van Menzis. Naast de basisverzekering, waarop een korting wordt verleend van zes procent, kan gekozen worden uit verschillende aanvullende pakketten (GarantVerzorgd) en tandartsverzekeringen (TandVerzorgd). Bovendien wordt door de gemeente Ede de aanvullende tandverzekering voor kinderen betaald. Ongeveer een derde van de doelgroep heeft de combinatie GV2 en TV1, en een derde heeft de combinatie GV 2 en TV2. De kosten van deze combinaties zijn als volgt opgebouwd: Basis 89,77 Basis 89,77 GV2 7,45 GV2 7,45 TV1 9,90 TV2 16,85 Totaal 107,12 Totaal 114,07 In de begrotingen zal worden gerekend met de tweede combinatie. Echter een huishouden dat kiest voor het minder uitgebreide pakket (TV1) zal maandelijks per persoon bijna zeven euro minder aan kosten hebben. Anderzijds zijn de huishoudens die kiezen voor TV2 beter verzekerd waardoor zij wellicht minder zorgkosten heb ben. Ook huishoudens met een inkomen hoger dan 110 procent van de geldende bijstandsnorm, maar lager dan 130 procent, kunnen korting krijgen op de basisverzekering van Menzis. Voor hen bedragen de kosten van een vergelijkbaar pakket: Basis 89,77 ExtraVerzorgd 2 16,56 Tandverzorgd 2 15,33 Totaal 121,66 20 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
21 In 2014 geldt een eigen risico van 360 euro per jaar. Dit bedrag (30 euro per maand) is niet afgekocht door de collectieve verzekering. Het is opgenomen bij de post extra ziektekosten in het basispakket. De zorgtoeslag die huishoudens ontvangen is in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten Langdurigheidstoeslag De langdurigheidstoeslag in de gemeente Ede is bedoeld voor huishoudens tussen de 23 en 65 jaar die gedurende een periode van minimaal vijf jaar over een inkomen beschikken dat niet hoger is dan 100 procent van de geldende bijstandsnorm en die niet in staat zijn om met werk een hoger inkomen te verkrijgen. Bovendien mag dit huishouden al vijf jaar niet over een vermogen beschikken dat hoger is dan het vrij te laten vermogen uit de WWB. De hoogte van de langdurigheidstoeslag bedraagt 365,05 euro voor alleenstaanden, 469,35 euro voor alleenstaande ouders en 521,50 euro voor (echt)paren. Bij de resultaten van deze rapportage wordt een vergelijking gemaakt tussen huishoudens die in aanmerking komen voor de langdurigheidstoeslag en huishoudens die hier geen recht op hebben Categoriale bijzondere bijstand voor 65-plussers De gemeente Ede kent een regeling voor 65-plussers die een inkomen hebben tot 110 procent van de bijstandsnorm en die voldoen aan de vermogenstoets uit de WWB. Zij kunnen een bedrag van 200 euro per persoon per jaar krijgen. In de begroting is dit verwerkt bij de bij de inkomstenpost categoriale bijstand Tegemoetkoming in de schoolkosten Ouders met een laag inkomen en kinderen op de basisschool kunnen een tegemoetkoming in de schoolkosten aanvragen. De financiële ondersteuning bestaat uit een bedrag van 69 euro per jaar per kind dat basisonderwijs volgt. Dit bedrag is verwerkt in de uitgavenpost schoolkosten Tegemoetkoming activiteiten voor sport, cultuur en recreatie De gemeente Ede vindt het belangrijk dat ook kinderen van ouders met een laag inkomen (tot 110 procent van het sociaal minimum) kunnen meedoen aan sportieve, culturele en recreatieve activiteiten. Daarom geeft de gemeente Ede een tegemoetkoming voor deze groep kinderen. Gezinnen met kinderen van 6 tot en met 17 jaar uit huishoudens met een laag gezinsinkomen kunnen een tegemoetkoming krijgen van 150 euro per kind per jaar. 21 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
22 Met de tegemoetkoming kan bijvoorbeeld de contributie van een sport of culturele vereniging worden betaald. Maar er kan ook een entreekaartje voor een theatervoorstelling, bioscoop of zwembad mee worden gekocht. Deze tegemoetkoming is in de begrotingen opgenomen bij de post vergoeding restpakket Meer Kinderen Meedoen Voor huishoudens met een inkomen tussen 110 en 120 procent van het sociaal minimum en een beperkt vermogen, is er voor kinderen in de leeftijd van 6 tot en met 17 jaar de regeling Meer Kinderen Meedoen. Ook huishoudens die een schuldhulptraject volgen of die voedselpakketten van de Voedselbank krijgen, komen in aanmerking voor deze regeling. Via deze regeling worden waardebonnen verstrekt voor een bedrag van 150 euro om kinderen aan sport-, cultuur- en recreatieactiviteiten mee te laten doen. De waardebonnen kunnen worden ingeleverd bij de sportverenigingen of club van de kinderen. Het bedrag van 150 euro is in de begrotingen opgenomen bij de post vergoeding restpakket Eenmalige bijdrage diplomazwemmen Zwemles kost ouders veel geld. Daarom kunnen ouders van kinderen van 7 en 8 jaar van de gemeente Ede een eenmalige tegemoetkoming krijgen voor het halen van het zwemdiploma-a. De hoogte van deze tegemoetkoming bedraagt 450 euro per kind. De tegemoetkoming is in de begrotingen niet meegenomen, de leeftijden van de kinderen in de onderzochte huishoudtypen geven hier geen aanleiding toe Kinderopvang en peuterspeelzaal Op grond van de Wet Kinderopvang kunnen ouders van kinderen tot twaalf jaar een tegemoetkoming toegekend krijgen voor de kosten van kinderopvang. Vervolgens resteert een eigen bijdrage voor deze kosten. Deze eigen bijdrage wordt in beginsel niet door de gemeente vergoed. Er is alleen een tegemoetkoming mogelijk in de kosten van kinderopvang bij een sociaal medische indicatie. De hoogte van deze tegemoetkoming is afhankelijk van het inkomen van de belanghebbende(n), het aantal kinderen, het aantal uren en het soort opvang. Bij de berekening van de tegemoetkoming wordt aangesloten bij de wijze waarop de Belastingdienst de kinderopvangtoeslag bepaald. Er wordt gebruik gemaakt van dezelfde inkomenstabel en dezelfde maximum uurtarieven. 22 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
23 Daarnaast is er voor de volgende doelgroepen een gedeeltelijke vergoeding van de eigen bijdrage mogelijk: a. de alleenstaande ouder met een of meer kinderen jonger dan 12 jaar, met een inkomen op het voor hem geldende sociaal minimum, die een door de gemeente Ede geïnitieerd traject volgt dat is gericht op toetreding tot de arbeidsmarkt; b. de alleenstaande ouder met een of meer kinderen jonger dan 12 jaar, die inkomsten uit parttime arbeid heeft met daarbij een aanvulling van de gemeente Ede tot het voor hem geldende sociaal minimum; c. de alleenstaande ouder met een of meer kinderen jonger dan 12 jaar, met een inkomen niet hoger dan 110 procent van het voor hem geldende sociaal minimum, aansluitend op het moment dat diens uitkering van de gemeente Ede is beëindigd door toetreding tot de arbeidsmarkt. De bijdrage voor deze doelgroepen bedraagt per uur 5 procent van de van toepassing zijnde maximum uurprijs (die de Belastingdienst hanteert). In de begrotingen gaan we er vanuit de alleenstaande ouder met jonge kinderen en een inkomen op 110 procent van de geldende norm, in aanmerking komt voor gedeeltelijke vergoeding van de kinderopvang (situatie c). Dit komt neer op een bedrag van 28 euro per maand. Een alleenstaande ouder met een inkomen boven bijstandsniveau zal enkele dagen per week werken en dus gebruik maken van de kinderopvang. Bij een inkomen op 110 procent van de bijstandsnorm wordt gerekend met 20 uur kinderopvang per week, bij een inkomen op 120 procent van de norm wordt uitgegaan van 30 uur kinderopvang. De kosten voor kinderopvang zijn in de begrotingen verwerkt in de post schoolkosten/ kindeorpvang. De kinderopvangtoeslag die de betreffende huishoudens ontvangen is in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten. Echtparen zonder werk (met een bijstandsuitkering) of echtparen waarvan een van beide partners werkt (met een inkomen van 110 of 120 procent van de norm), maken geen gebruik van de kinderopvang, maar kunnen vanuit educatief standpunt hun kind naar de peuterspeelzaal brengen. Ook een alleenstaande ouder met een volledige bijstandsuitkering zal gebruik maken van een peuterspeelzaal in plaats van de kinderopvang (tenzij een re-integratietraject wordt gevolgd, maar daar wordt hier niet van uitgegaan). De ouderbijdrage voor de peuterspeelzaal is inkomensafhankelijk en var ieert van 27,56 euro per maand voor 6 uur per week voor een alleenstaande ouder met een bijstandsinkomen tot 53,30 euro voor echtparen met een inkomen op 120 procent van 23 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
24 de bijstandsnorm. De betreffende bedragen zijn opgenomen bij de post schoolkosten/ kinderopvang in de begrotingen Individuele bijzondere bijstand De gemeente Ede verstrekt voor bijzondere en noodzakelijke kosten individuele bijzondere bijstand. Onder 110 procent van de norm is er geen sprake van draagkracht; boven 110 procent van de norm wordt 100 procent van het inkomen beschouwd als draagkracht. Alleen bij inkomensafhankelijke kosten (de eigen bijdrage rechtshulp, eigen bijdrage CAK, etc) is 100 procent van het inkomen boven de norm draagkracht. De individuele bijzondere bijstand wordt in dit onderzoek alleen meegenomen bij het huishouden met een zorgvraag. Bij de overige huishoudtypen wordt de bijzondere bijstand niet meegenomen omdat deze sterk afhankelijk is van de persoonlijke situatie. 3.3 Huishoudens met een zorgvraag Bij het huishouden met een zorgvraag gaan wij in dit onderzoek ervan uit, dat: het huishouden gebruikt maakt van thuiszorg en hiervoor de eigen bijdrage Wmo verschuldigd is; het huishouden vijf dagen per week gebruik maakt van een maaltijdvoorziening. Deze maaltijdvoorziening zorgt voor meerkosten ten opzichte van de situatie waarin het huishouden zelf de warme maaltijd zou hebben bereid; het huishouden om medische redenen gebruik maakt van sociale alarmering; het huishouden extra waskosten heeft en te maken heeft met extra slijtage van de kleding als gevolg van het feit dat de kleding vaker gewassen moet worden; het huishouden gebruik maakt van vervoersvoorzieningen. Hieronder staan de landelijke regelingen en de invulling van de gemeente Ede voor huishoudens met een zorgvraag Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zorgt ervoor dat mensen met een handicap, chronisch zieken of ouderen een zo normaal mogelijk dagelijks leven kunnen leiden. De gemeente bekijkt of hulp nodig is en waarmee iemand het beste is geholpen. Iedere gemeente regelt dit op zijn eigen manier. Huishoudens met een zorgvraag kunnen bij de gemeente Ede terecht voor hulp in de huishouding, woonvoorzieningen, rolstoelen, andere vervoersmiddelen, en vervoer in en om de stad. 24 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
25 3.3.2 Landelijke tegemoetkomingen Huishoudens met een zorgvraag hebben tevens te maken met een aantal tegemoetkomingen. Zo zal dit huishouden het verplichte eigen risico van 360 euro volmaken. Als chronisch zieke, kreeg men echter hiervoor wel weer een tegemoetkoming via het CAK van 99 euro (Compensatie eigen risico). Daarnaast ontvangt het huishouden een vergoeding in het kader van Wtcg. We gaan er van uit dat het betreffende huishouden (een alleenstaande boven de AOW-gerechtigde leeftijd) de zogenaamde lage tegemoetkoming krijgt, wat neerkomt op 148 euro per jaar. Het kabinet heeft onlangs besloten bovengenoemde regelingen af te schaffen. Hiervoor in de plaats moet een nieuwe regeling komen, die zal worden uitgevoerd door de gemeenten. Omdat de vergoeding in het kader van de Wtcg over 2013 pas in 2014 wordt uitgekeerd, wordt deze bijdrage nog wel meegenomen in de begrotingen. De CER is in 2013 voor het laatst uitgekeerd en wordt dus niet meegenomen. In de doorberekeningen waar wordt ingegaan op de wijzigingen in het landelijk en gemeentelijk beleid, wordt ook de Wtcg-vergoeding niet meer meegenomen. 25 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
26 26 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
27 4. Resultaten Dit hoofdstuk bevat de resultaten van het onderzoek. Eerst komen de verschillen tussen de huishoudtypen in de gemeente Ede aan bod. Vervolgens worden de verschillende inkomensniveaus met elkaar vergeleken. Een en ander wordt schematisch weergegeven in tabel 1. Deze tabel geeft een overzicht van de bestedingsruimte die de onderzochte huishoudtypen heb ben, nadat zij de uitgaven uit het basispakket en het restpakket hebben gedaan. In de laatste twee kolommen wordt het saldo weergegeven van huishoudens die in aanmerking komen voor langdurigheidstoeslag. Een negatief saldo op de maandbegroting is in rood weergegeven. Indien een hoger inkomen leidt tot minder bestedingsruimte (de zogenoemde armoedeval) dan is dit bij het betreffende inkomensniveau aangegeven met een rood pijltje. 4.1 Huishoudsamenstelling Vóór invulling van het restpakket Uit de tweede kolom ( saldo na basispakket ) blijkt dat de meeste onderzochte huishoudens voldoende inkomsten hebben om het basispakket te bekostigen. Er zijn twee uitzonderingen: het paar zonder kinderen (onder de AOW -gerechtigde leeftijd) en het paar met jonge kinderen hebben op bijstandsniveau te weinig ruimte om alle noodzakelijke uitgaven het basispakket te betalen Na invulling van het restpakket Wanneer ook naar de bestedingen in het restpakket wordt gekeken, krijgen meer huishoudentypen met een tekort op hun maandbegroting te maken. De alleenstaande en alle echtparen onder de AOW-gerechtigde leeftijd kunnen op geen van de onderzochte inkomensniveaus het restpakket bekostigen. Het eenoudergezin met jonge kinderen kan vanaf 110 procent van de geldende bijstandsnorm het restpakket betalen. Op bijstandniveau lukt dit niet. Ten slotte krijgt de alleenstaande oudere met een zorgvraag de begroting op 110 en 120 procent niet rond, op 100 procent is er wel een positief saldo. 27 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
28 Tabel 1. Overzicht saldo inkomsten min uitgaven a. Alleenstaande inclusief langdurigheidstoeslag saldo na basispakket saldo na basisen restpakket saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% % % b. Alleenstaande oudere saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% % % inclusief langdurigheidstoeslag saldo na saldo na basisbasispakket en restpakket c. Eenoudergezin met tw ee jonge kinderen van 3 en 5 jaar inclusief langdurigheidstoeslag saldo na basispakket saldo na basisen restpakket saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% % % d. Eenoudergezin met tw ee oudere kinderen van 16 en 22 jaarinclusief langdurigheidstoeslag saldo na basispakket saldo na basisen restpakket saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% % % e. Paar zonder kinderen inclusief langdurigheidstoeslag saldo na basispakket saldo na basisen restpakket saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% % % f. Ouder paar zonder kinderen saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% % % inclusief langdurigheidstoeslag saldo na saldo na basisbasispakket en restpakket g. Paar met tw ee jonge kinderen van 3 en 5 jaar inclusief langdurigheidstoeslag saldo na basispakket saldo na basisen restpakket saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% % % h. Paar met tw ee oudere kinderen van 16 en 22 jaar inclusief langdurigheidstoeslag saldo na basispakket saldo na basisen restpakket saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% % % i. Alleenstaande oudere met lichte zorgvraag saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% % % inclusief langdurigheidstoeslag saldo na saldo na basisbasispakket en restpakket 28 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
29 a. Alleenstaande In Ede komt een alleenstaande met een WWB-uitkering na invulling van het restpakket 107 euro per maand te kort. Op 110 procent van de norm komt dit tekort uit op 114 euro en bij een inkomen van 120 procent van de bijstandsnorm is er nog 53 euro te kort. Alleenstaanden kunnen hun kosten niet delen met anderen en hebben dus niet de schaalvoordelen waar (eenouder)gezinnen wel van profiteren. Daarnaast betalen eenen tweepersoonshuishoudens voor hun woning relatief veel servicekosten die door de huurtoeslag slechts voor een klein gedeelte gecompenseerd worden. Hierdoor houden zijn, nadat alle noodzakelijke uitgaven uit het basispakket zijn bekostigd, te weinig inkomen over voor sociale participatie. b. Alleenstaande oudere Alleenstaanden boven de AOW-gerechtigde leeftijd hebben voldoende bestedingsruimte om alle uitgaven te betalen. Zij houden, na invulling van het restpakket, 61 euro over om vrij te besteden als zij alleen een AOW-uitkering hebben. Het maandelijkse AOW bedrag is hoger dan de bijstand waardoor deze huishoudens meer ruimte om te besteden hebben. c. Eenoudergezin met jonge kinderen (3 en 5 jaar) Het eenoudergezin met twee jonge kinderen heeft bij een inkomen vanaf 110 procent van de geldende bijstandsnorm voldoende inkomsten om naast de uitgaven uit het basispakket, de uitgaven uit het restpakket te kunnen bekostigen. Op 100 procent is er een tekort. Het zijn de kosten voor sociale participatie die het tekort veroorzaken, de kosten uit het basispakket kunnen wel uit de bijstandsnorm voldaan worden. Een verklaring kan zijn dat kinderen onder de zes jaar niet in aanmerking komen voor de categoriale vergoeding voor sociale participatie, terwijl hiervoor wel kosten berekend worden (het lidmaatschap van een (sport)vereniging vanaf vijf jaar en kosten voor vakantie en uitgaan). d. Eenoudergezin met twee oudere kinderen (16 en 22 jaar) Het eenoudergezin met twee oudere kinderen ontvangt twee uitkeringen: de ouder ontvangt een uitkering voor een alleenstaande ouder met een toeslag van 10 procent (dus 80 procent van de norm) en het oudste kind van 22 jaar krijgt een alleenstaande - uitkering, zonder toeslag. Bij een inkomen boven de bijstandsnorm gaan we ervan uit dat de ouder een baan heeft, terwijl het kind nog steeds een uitk ering ontvangt. In al de doorberekende situaties heeft dit gezin geen tekorten op de maandbegroting. 29 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
30 e. Paar zonder kinderen Het paar zonder kinderen kan op geen van de onderzochte inkomensniveaus het restpakket bekostigen. Een belangrijke oorzaak van dit tekort ligt in het feit dat een echtpaar de kosten van twee volwassenen moet dragen, zoals de kosten van de zorgverzekering, kleding en voeding. De hogere bijstandsnorm voor een echtpaar (100 procent tegenover 90 procent voor eenoudergezinnen) is veelal niet voldoende om deze extra kosten op te vangen. f. Ouder paar zonder kinderen Evenals de alleenstaande oudere, kan het AOW-gerechtigde echtpaar alle uitgaven uit het restpakket bekostigen. Dit geldt voor alle onderzochte inkomensniveaus. Echtparen met alleen een AOW-uitkering houden maandelijks bijna 40 euro vrij te besteden over. g. Paar met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar) Het echtpaar met twee jonge kinderen kan de uitgaven uit het restpakket niet bekostigen. Dit geldt voor alle onderzochte inkomensniveaus. Evenals bij het paar zonder kinderen, zijn het vooral de kosten voor twee volwassenen die het tekort veroorzaken. Daar komen de kosten voor de (jonge) kinderen nog bij. h. Paar met twee oudere kinderen (16 en 22 jaar) Analoog aan het eenoudergezin met een meerderjarig kind, heeft ook dit huishoudtype met meerdere uitkeringen te maken: het echtpaar ontvangt 90 procent van de norm voor gehuwden (vanwege het kunnen delen van de kosten) en het oudste kind ontvangt de norm voor een alleenstaande zonder toeslag. Ondanks het feit dat zowel de ouders als het oudste kind een uitkering ontvangen, heeft dit huishouden te weinig bestedingsruimte om alle uitgaven uit het restpakket te bekostigen. Dit geldt voor alle onderzochte inkomensniveaus. i. Alleenstaande oudere met extra zorgkosten De begroting van de alleenstaande van 65 jaar of ouder met een zorgvraag wijkt op diverse punten af van de standaardbegrotingen. We gaan we er vanuit dat: Het huishouden gebruikt maakt van thuiszorg en hiervoor de eigen bijdrage Wmo verschuldigd is. De eigen bijdrage is afhankelijk van het bijdrageplichtige inkomen, leeftijd en huwelijkse staat. In de gemeente Ede wordt het wettelijk toegestane maximum in rekening gebracht. Voor de alleenstaande oudere met een inkomen tot euro (tot 120 procent) is dit 19 euro per vier weken. Bij een inkomen hierboven wordt de eigen bijdrage verhoogd met een dertiende deel van 15 procent van het verschil tussen zijn inkomen en het 30 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
31 bijdrageplichtige inkomen. Over deze bedragen wordt vervolgens 33 procent Wtcg korting berekend. In de begrotingen is het betreffende bedrag (13,79 euro) opgenomen in de post extra ziektekosten. De korting op de eigen bijdrage zal per 1 januari 2015 worden afgeschaft. Bovendien komt de hulp in de huishouding onder de algemene voorzieningen te vallen. Hiermee is in de berekeningen die de veranderingen in de zorg meenemen rekening gehouden. De oudere alleenstaande vijf dagen per week gebruik maakt van een maaltijdvoorziening. Deze maaltijdvoorziening zorgt voor meerkosten ten opzichte van de situatie waarin de oudere zelf de warme maaltijd zou hebben bereid. De kosten van de maaltijdvoorziening via SWO bedragen 5,57 euro per maaltijd. Via de bijzondere bijstand kan 3,48 euro per maaltijd worden vergoed. Het verschil, 2.,09 euro, is precies gelijk aan de kosten voor een maaltijd die men zelf inkoopt en kookt (Nibud, 2014). Inclusief de vergoeding vanuit de bijzondere bijstand heeft de oudere die gebruik maakt van de maaltijdvoorziening dus geen meerkosten. Echter, ouderen die in aanmerking komen voor de categoriale bijzondere bijstand voor ouderen (200 euro per jaar, zie paragraaf 3.2.4) krijgen pas bijstand voor de meerkosten als en voor zover de meerkosten in dat kalenderjaar hoger zijn dan 200 euro. Zij maken daardoor 16,67 euro in de maand aan meerkosten voor voeding. Deze meerkosten zijn in de begrotingen verrekend met de uitgavenpost voeding en versnaperingen. Op 120 procent zijn alle meerkosten meegerekend. Het huishouden om medische redenen gebruik maakt van sociale alarmering. Bijzondere bijstand is mogelijk als er sprake is van noodzaak en er geen voorliggende voorziening is. De abonnementskosten bedragen 17,06 euro per maand. Ouderen die in aanmerking komen voor de categoriale bijzondere bijstand voor ouderen (200 euro per jaar) krijgen pas bijstand voor de meerkosten als en voorzover de meerkosten in dat kalenderjaar hoger zijn dan 200 euro. Bij gelijktijdige meerkosten van maaltijdvoorziening worden beide kosten bij elkaar opgeteld. Omdat wordt uitgegaan van medische noodzaak, en omdat de 200 euro vanuit de categoriale bijzondere bijstand al is opgegaan aan de maaltijdvoorziening, zijn deze kosten niet als extra kosten in de begrotingen meegenomen. Alleen op 120 procent worden deze kosten wel meegenomen, bij de post extra ziektekosten. Deze kosten kunnen vanuit de draagkracht betaald worden. 1 1 Bij een inkomen op 120 procent is draagkracht berekend. De draagkracht is 104 euro per maand, hiervan kunnen alle meerkosten van voeding (75,40 euro) en sociale alarmering (17,06 euro) worden betaald. 31 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
32 Het huishouden extra waskosten heeft. We gaan uit van twee keer per week extra wassen, wat neerkomt op tien euro per maand. Indien er sprake is van zeer bijzondere omstandigheden komen huishoudens in de gemeente Ede in aanmerking voor de bijzondere bijstand voor de genoemde meerkosten. In de begrotingen is dit opgenomen bij de post reiniging. Het huishouden gebruik maakt van aanvullend al dan niet openbaar vervoer. De tarieven voor het collectieve afhankelijk vervoer zijn voor de personen die een kortingspas hebben 0,60 euro per gereisde zone. Daarnaast komt een eigen bijdrage van maximaal 1,40 euro per gereisde zone. We gaan uit van 18 zones per maand. De kosten voor vervoer zijn in de begrotingen opgenomen bij de post openbaar vervoer, fiets. De kosten van het regulier openbaar vervoer zijn hier weer van afgehaald. Het voorbeeldhuishouden met een zorgvraag heeft tevens te maken met een aantal tegemoetkomingen. Zo zal dit huishouden het verplichte eigen risico van 360 euro volmaken. Tot 2013 kreeg men als chronisch zieke hiervoor een tegemoetkoming via het CAK van 99 euro (Compensatie eigen risico). De CER is echter per 1 januari 2014 afgeschaft. Wel ontvangt dit huishouden in 2014 nog een vergoeding in het kader van Wtcg. (Ook deze regeling is per 1 januari 2014 afgeschaft, maar de vergoeding over 2013 wordt in 2014 uitbetaald.) We gaan er van uit dat dit huishouden een zogenaamde lage tegemoetkoming krijgt (148 euro per jaar). Uiteindelijk heeft dit huishoudtype met een tekort van 19 euro te maken bij 110 procent van de toepasselijke norm en een tekort van 15 euro op 120 procent van de norm. Vergeleken met de alleenstaande oudere zonder zorgkosten is dit huishouden wel slechter af, maar door de landelijke én de gemeentelijke tegemoetkomingen worden de extra kosten in verband met een zorgvraag voor een groot deel gecompenseerd. 4.2 Inkomensniveau Voor elk huishoudtype zijn verschillende inkomensniveaus doorgerekend. Naast het minimum inkomen zijn inkomens op 110 en 120 procent van het netto minimuminkomen gespecificeerd. Soms leidt een hoger inkomen tot een beperktere bestedingsmogelijkheid. Dit komt doordat landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen, zoals huurtoeslag en kwijtschelding van gemeentelijke heffingen, er niet op voorhand toe leiden dat een huishouden meer te besteden heeft bij een hoger inkomen. In dat geval is sprake van een armoedeval. Deze situatie ontstaat vaak wanneer huishoudens vanuit 32 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
33 een uitkering uitstromen naar betaald werk. Op dat moment nemen de kosten door werk toe en komen rechten op diverse inkomensondersteunende regelingen (gedeeltelijk) te vervallen Vóór invulling van het restpakket Na invulling van het basispakket (en vóór invulling van het restpakket) neemt bij alle onderzochte huishoudtypen de bestedingsruimte toe naarmate het inkomen stijgt Na invulling van het restpakket Na invulling van het restpakket worden wel enkele armoedevallen zichtbaar. Voor vier van de negen onderzochte huishoudtypen geldt dat zij bij een inkomen op 100 procent van het sociaal minimum meer overhouden dan bij inkomen op 110 procent van deze norm. Het gaat om de AOW-gerechtigde huishoudens en de alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd. Voor alle huishoudens onder de AOW-gerechtigde leeftijd, met een inkomen vanaf 110 procent van de bijstandsnorm, gaan we ervan uit dat er sprake is van een (laagbetaalde) baan. Hierdoor zullen er ook werkgerelateerde kosten zijn, zoals d e kosten van woon-werkverkeer. Dit resulteert niet in alle gevallen in een armoedeval, maar de bestedingsruimte neemt niet evenredig toe met het inkomen. Voor de alleenstaande drukken deze werkgerelateerde kosten (die voor elk huishouden gelijk zijn) relatief zwaarder op de begroting, omdat het inkomen lager ligt. Hierdoor houdt de alleenstaande op 110 procent van de norm zeven euro minder over dan in een bijstandssituatie. Het is mogelijk dat de werkgever voorziet in een vergoeding van de reiskosten, maar daar wordt in deze rapportage niet vanuit gegaan. Huishoudens die geen vergoeding voor hun reiskosten ontvangen en huishoudens met een hoger inkomen, zullen in de regel wel met deze kosten te maken hebben. Vandaar dat de reiskosten wel in de begrotingen zijn opgenomen. Dat ook de huishoudtypen van de AOW-gerechtigde leeftijd te maken krijgen met een armoedeval, kan deels verklaard worden vanuit de gehanteerde systematiek van dit onderzoek. Op 100 procent gaan we uit van een volledige AOW -uitkering, terwijl op 110 procent gerekend wordt op basis van de WWB-norm voor 65 jaar of ouder. Deze laatste norm bepaalt immers of er recht is op gemeentelijke vergoedingen. Daarnaast krijgen ouderen bij een inkomen boven het sociaal minimum te maken met extra kosten, vergelijkbaar met de werkgerelateerde kosten van huishoudens beneden 33 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
34 de AOW-gerechtigde leeftijd. Als het inkomen en de bestedingsruimte toenemen, zien we over het algemeen een stijging van de uitgaven. Vervoer is hierbij een belangrijke post waaraan vaak meer uitgegeven wordt dan minimaal noodzakelijk. Vanwege de vergelijkbaarheid met huishoudens jonger dan de AOW -leeftijd, rekenen we ook voor ouderen extra uitgaven bij een inkomen boven het minimum. Deze extra uitgaven liggen wel lager dan bij huishoudens jonger dan 65 jaar Langdurigheidstoeslag Huishoudens die langdurig van een laag inkomen moeten rondkomen, kunnen in aanmerking komen voor langdurigheidstoeslag (LDT). In de gemeente Ede geldt dit voor huishoudens met een inkomen tot maximaal 100 procent van de geldende bijstandsnorm. In de tabel op pagina 26 zijn in de laatste twee kolommen de saldi van de inkomsten min de uitgaven uitgewerkt waarbij ook rekening is gehouden met de LDT. Uit de tabel valt af te lezen dat een alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd die LDT ontvangt, maandelijks 36 euro over houdt nadat alle uitgaven uit het basispakket zijn gedaan en 77 euro te kort komt als ook alle uitgaven uit het restpakket zijn gedaan. Hiermee is het tekort dat een alleenstaande onder de 65 jaar had zonder LDT (107 euro) kleiner geworden. Wel wordt de armoedeval tussen 100 en 110 procent van het minimum (die zich ook zonder LDT al voordeed) groter. Bij het paar zonder kinderen (onder de AOW-gerechtigde leeftijd) en bij het paar met jonge kinderen ontstaat een armoedeval die zonder de LDT nog niet zichtbaar was. Anders gezegd, als de genoemde echtparen naast hun bijstandsuitkering LDT ontvangen, hebben zij meer bestedingsruimte dan bij een inkomen op 110 procent van de norm, zonder LDT. Nu moet het concept armoedeval ook niet te zwart-wit worden opgevat: het paar met jonge kinderen gaat er zonder LDT op 110 procent van de geldende bijstandsnorm drie euro per maand op vooruit. Formeel wordt hier niet gesproken van een armoedeval, maar de bestedingsruimte neemt nauwelijks toe. Inclusief LDT gaat het inkomen van dit huishouden er maandelijks 41 euro op achteruit (als het inkomen stijgt van 100 naar 110 procent van de norm). Dan is er weliswaar sprake van een armoedeval, maar wellicht belangrijker is dat het huishouden met een bijstandsuitkering plus LDT minder tekort komt dan het huishouden dat geen LDT ontvangt. 34 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
35 5. Landelijke en lokale wijzigingen In 2015 zullen een aantal landelijke wijzigingen in wet- en regelgeving worden doorgevoerd, die van invloed zijn op de maandbegroting van de in dit onderzoek behandelde huishoudtypen. Zo zal de Wet werk en bijstand op een aantal punten worden aangescherpt en treedt per 1 januari 2015 de Participatiewet in werking. Ook zullen de kindregelingen worden herzien (Wet hervorming kindregelingen). Daarnaast zal op het terrein van de zorg het een en ander veranderen: de Wtcg en de CER zijn per 1 januari 2014 afgeschaft en het is de bedoeling dat hier gemeentelijke regelingen voor in de plaats komen. Hoe de gemeente Ede hier invulling aan zal geven, is op dit moment nog niet duidelijk en hangt mede af van de resultaten van dit onderzoek. Ten slotte zulen in de gemeente Ede enkele lokale regelingen worden geschrapt of aangescherpt in het kader van gemeentelijke bezuinigingen. 5.1 Wetsvoorstel wijziging Wet werk en bijstand In juni 2014 is het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet werk en bijstand en enkele andere sociale zekerheidswetten door de Eerste Kamer aangenomen. De wijziging van de wet kent meerdere onderdelen. In het onderstaande worden enkele onderdelen besproken, die rechtstreeks van invloed zijn op de maandbegroting van de onderzochte huishoudtypen Kostendelersnorm De gewijzigde Wet werk en bijstand behandelt onder meer de hoogte van de WWBnorm. Momenteel wordt per persoon een basisnorm toegekend, waarbij personen die de kosten van bestaan niet met anderen kunnen delen, een toeslag krijgen. Bij gehuwden die de kosten delen met derden vindt een verlaging van de basisnorm plaats. Het college bepaalt de hoogte van deze toeslag en verlaging. Volgens de nieuwe wet zal de norm landelijk worden voorgeschreven. Hierbij wordt de norm lager naarmate er meer personen in de woning aanwezig zijn die met elkaar de kosten van bestaan kunnen delen. De aard van het inkomen van elk van de afzonderlijke inwonenden speelt hierbij geen rol. Elke extra persoon in de woning betekent een lagere individuele WWB-norm. In een rekenkundige formule komt dit er als volgt uit te zien: (40% + A x 30%) x B A 35 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
36 Hierbij is: A: het totaal aantal personen dat in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft B: de rekennorm Deze zogenoemde kostendelersnorm wordt onderbouwd door budgetonderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Hieruit blijkt dat hoe meer mensen samenwonen, hoe lager de kosten per persoon van levensonderhoud zijn. Zo heeft bijvoorbeeld een vierpersoonshuishouden niet vier keer zoveel kosten als een eenpersoonshuishouden, maar twee keer zoveel. 2 De kostendelersnorm is dus van invloed op de inkomsten van huishoudens met meerdere (meerderjarige) personen Intensivering armoedebeleid Een ander belangrijk onderdeel van de wet is de beperking van de mogelijkheden om categoriale bijzondere bijstand te verlenen. De regering wil de armoedebestrijding in Nederland intensiveren en wil dit bereiken door een verruiming van de mogelijkheden tot het gericht vergoeden van daadwerkelijke kosten in een individuele situatie (individuele bijzondere bijstand) en het beperken van de mogelijkheden tot het generiek ongericht vergoeden van aannemelijke kosten (categoriale bijzondere bijstand). Ook de toekenning van een langdurigheidstoeslag zou individueel en niet categoriaal beoordeeld moeten worden. Beperking mogelijkheden categoriale bijzondere bijstand Zoals hierboven al aangegeven, hecht de regering groot belang aan het maatwerkprincipe van de individuele bijzondere bijstand. De regering stelt zich op het standpunt dat het algemeen, generiek inkomensbeleid voorbehouden dient te zijn aan het Rijk en dat de beleidsruimte voor colleges om een eigen generiek inkomensbeleid te voeren moet worden beperkt. Naar de mening van de regering draagt de beperking van de mogelijkheden tot de verlening van categoriale bijzondere bijstand bij aan het voorkomen van ongerichte inkomenssuppleties, wordt het risico op een armoedeval verminderd, en is er sprake van meer rechtsgelijkheid. 3 Uitzondering is de collectieve aanvullende zorgverzekering. Deze vorm van categoriale bijzondere bijstand wordt bovendien verruimd door het schrappen van de centrale inkomensnorm van 110 procent van het toepasselijke sociaal minimum. 2 Memorie van toelichting, p.14 3 Memorie van toelichting, p / Minima-effectrapportage gemeente Ede
37 Participatieregelingen, zoals de tegemoetkoming activiteiten voor sport, cultuur en recreatie en Meer Kinderen Meedoen, vallen niet onder de WWB, maar onder artikel 108 van de Gemeentewet en blijven in die vorm ook bestaan. Voor de gemeente Ede betekent dit dat de categoriale bijzondere bijstand voor ouderen komt te vervallen. Individualisering langdurigheidstoeslag De wet schaft tevens de mogelijkheid van een categoriale benadering van de langdurigheidstoeslag af. Hiervoor in de plaats komt een individuele inkomenstoeslag voor personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd die langdurig van een laag inkomen moeten rondkomen en gelet op hun individuele omstandigheden geen zicht hebben op verbetering van het inkomen. Doordat de langdurigheidstoeslag op deze wijze wordt geïndividualiseerd, komt de centrale inkomensnorm van 110 procent van het toepasselijk sociaal minimum eveneens te vervallen. 5.2 Participatiewet Vanaf 1 januari 2015 treedt de Participatiewet in werking. Doel van deze wet is om meer mensen, ook mensen met een arbeidsbeperking, aan de slag te krijgen. De gemeenten worden vanaf die datum verantwoordelijk voor mensen met arbeidsvermogen die ondersteuning nodig hebben. Deze mensen zitten nu in de WWB, Wsw en Wajong. De gemeenten hebben voor de nieuwe doelgroep dezelfde taken als voor mensen met een bijstandsuitkering, namelijk bieden van ondersteuning gericht op arbeidsinschakeling en, waar nodig, inkomensondersteuning. Vanaf 1 januari 2015 is de Wajong alleen nog toegankelijk voor jonggehandicapten die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben. Mensen met arbeidsvermogen gaat tot de doelgroep van de gemeenten behoren. De inkomenseffecten die het gevolg zijn van de inwerkingtreding van de Participatiewet zijn niet in dit rapport meegenomen. De betreffende doelgroep valt het buiten het bestek van dit onderzoek. 5.3 Kindregelingen Per 1 januari 2015 zullen de kindregelingen worden herzien (Wet hervorming kindregelingen). Het aantal regelingen wordt teruggebracht. Het gaat onder andere om de volgende veranderingen: 37 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
38 De (aanvullende) alleenstaande ouderkorting vervalt en er wordt een alleenstaande-ouderkop op het kindgebonden budget voor alleenstaande ouders geïntroduceerd van maximaal euro; De toeslag voor alleenstaande ouders in de bijstand van 20 procent vervalt. Voor alleenstaande ouders die door het verschillende partnerbegrip uit de Awir en de WWB niet in aanmerking komen voor de alleenstaande-ouderkop, komt er een overgangsregeling. Het kindgebonden budget wordt verhoogd voor het eerste kind met 15 euro en het tweede kind met maximaal 255 euro. De inkomensgrens voor het kindgebonden budget wordt verlaagd van euro naar euro (minimumloon); De kinderbijslag wordt niet geïndexeerd; De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS 17-) wordt afgeschaft en gecompenseerd via het kopje op het kindgebonden budget voor kinderen van 16 en 17 jaar; De ouderschapsverlofkorting wordt afgeschaft; De aftrek voor levensonderhoud kinderen (LOK) wordt afgeschaft; De Tegemoetkoming ouders met thuiswonende gehandicapten kinderen (TOG) wordt afgeschaft en geïntegreerd in de kinderbijslag (dubbele kinderbijslag). 5.4 Afschaffing Wtcg en CER In het Regeerakkoord is opgenomen dat verschillende inkomensondersteunende regelingen voor chronisch zieken en gehandicapten gaan verdwijnen. Het g ing hierbij in eerste instantie om de algemene tegemoetkoming Wtcg, de regeling specifieke zorgkosten en de korting op de eigen bijdrage AWBZ/Wmo. Verder wordt de compensatie voor het verplichte eigen risico (CER) afgeschaft. De inkomensondersteuning wordt overgeheveld naar gemeenten. In het najaar van 2013 is besloten om de fiscale aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten structureel in een afgeslankte vorm te handhaven. Op 3 juni jl. heeft de Eerste Kamer ingestemd met het kabinetsvoorstel tot afschaffing van de Wtcg en CER. Beide regelingen worden met terugwerkende kracht afgeschaft per 1 januari De uitbetaling van de Wtcg-vergoeding over 2013 zal voor het laatst in 2014 plaatsvinden. 38 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
39 5.4.1 Tegemoetkoming Wtcg De jaarlijkse tegemoetkoming is afhankelijk van leeftijd en zorggebruik. Er is een lage en een hoge tegemoetkoming. Tabel 2: Hoogte tegemoetkoming Wtcg Jonger dan 65 jaar 65 jaar en ouder Lage tegemoetkoming Hoge tegemoetkoming De tegemoetkoming wordt aan het eind van het jaar door het Centraal Administratiekantoor (CAK) uitgekeerd over het voorafgaande kalenderjaar. De tegemoetkoming hoeft niet aangevraagd te worden. Hij wordt autom atisch op de bankrekening gestort als men er voor in aanmerking komt of wordt verrekend met verschuldigde eigen bijdragen. Per 1 januari 2012 is een inkomensgrens geïntroduceerd waardoor alleen nog recht is op de tegemoetkoming bij een verzamelinkomen onder de euro (alleenstaanden) of euro (meerpersoonshuishoudens). Voor huishoudens met twee of meer tegemoetkomingen boven de inkomensgrens vervalt één tegemoetkoming. Ook is per 1 januari 2012 de tegemoetkoming met vier procent verlaagd en zijn er aanpassingen gedaan aan de afbakening van de groep mensen die recht heeft op de tegemoetkoming. De tegemoetkoming Wtcg zal per 1 januari 2014 worden afgeschaft. Per 1 januari 2015 wordt de taak naar gemeenten overgeheveld Korting op de eigen bijdrage AWBZ/ Wmo De eigen bijdrage voor extramurale Wmo-zorg bedraagt 19 euro per vier weken voor een alleenstaande en 27,20 euro voor een meerpersoonshuishouden, plus 15 procent over het deel van het verzamelinkomen dat meer bedraagt dan het drempelinkomen. Tabel 3: Drempelinkomen eigen bijdrage Wmo Jonger dan 65 jaar 65 jaar en ouder Alleenstaande Meerpersoonshuishouden / Minima-effectrapportage gemeente Ede
40 De korting op de eigen bijdrage voor het verblijf in een intramurale instelling bedraagt 16 procent voor 65-minners en 8 procent voor 65-plussers. De korting op de eigen bijdrage voor extramurale AWBZ / Wmo zorg bedraagt 33 procent. Het CAK brengt de korting sinds 2010 direct in mindering op de eigen bijdrage. Vanaf 1 januari 2013 geldt een hogere eigen bijdrage voor mensen met vermogen. Om de bijdrage te berekenen wordt 8 procent van het box-3-vermogen opgeteld bij het inkomen waarover de eigen bijdrage wordt berekend. In het Regeerakkoord is opgenomen dat de intramurale eigen bijdrage AWBZ wordt verhoogd tot de zak- en kleedgeldnorm. Inmiddels blijkt uit een brief die staatssecretaris Van Rijn op 25 april 2013 aan de Tweede Kamer heeft gestuurd dat het kabinet voornemens is om de intramurale eigen bijdrage beperkter te verhogen dan in het Regeerakkoord is opgenomen. Per 1 januari 2014 wordt de korting op de eigen bijdrage voor intramurale AWBZ-zorg afgeschaft. De korting op de eigen bijdrage voor extramurale AWBZ/Wmo-zorg verdwijnt per 1 januari Compensatie eigen risico Chronisch zieken en gehandicapten betalen door hoge zorgkosten vaak het volledige verplichte eigen risico van de zorgverzekering. Door de regeling Compensatie eigen risico (CER) betaalt de overheid een deel van het verplichte eigen risico terug. De CER bedraagt voor euro en wordt door het CAK in december uitgekeerd. Onlangs heeft de Eerste Kamer ingestemd met het kabinetsvoorstel om de CER per 1 januari 2014 af te schaffen. Vanaf 2014 wordt deze dus niet meer uitgekeerd. 5.5 Gemeentelijke minimabezuinigingen Als gevolg van lokale bezuinigingen zullen in de gemeente Ede per 1 januari enkele minimaregelingen worden afgeschaft of aangescherpt. Het gaat om de volgende aanpassingen: De leeftijd voor kinderen voor de Tegemoetkoming activiteiten sport, cultuur en recreatie wordt 6 tot en met 14 jaar; De regeling schoolkosten basisonderwijs vervalt; De tegemoetkoming voor het diplomazwemmen vervalt. Daarnaast vervalt, als gevolg van de landelijke aanscherping van de WWB, de categoriale bijzondere bijstand voor 65-plussers. 40 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
41 Ten slotte wordt voor de individuele bijzondere bijstand een drempel ingevoerd van 120 euro per jaar. Dit betekent dat huishoudens met noodzakelijke kosten de eerste 120 euro hiervan zelf moeten gaan betalen. Alle kosten daarboven worden wel vergoed (voor zover deze onder de voorwaarden voor de individuele bijzondere bijstand vallen). 41 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
42 42 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
43 6. Gevolgen koopkracht In het voorgaande hoofdstuk zijn enkele landelijke wijzigingen in wet- en regelgeving beschreven. In dit hoofdstuk komen de gevolgen voor de koopkracht van de verschillende huishoudtypen aan bod. 6.1 Verandering koopkracht In 2014 worden huishoudens geconfronteerd met enkele wijzigingen van belastingtarieven, heffingskortingen, toeslagen. Ook stijgen gemiddeld genomen de uitkeringen, lonen en prijzen. De vergelijking van de inkomsten en uitgaven met vorig jaar wordt vaak aangeduid met zogenaamde koopkrachtplaatjes. Omdat we geen verandering van baan of huishoudsamenstelling veronderstellen, gaat het om een statisch koopkrachtplaatje. In onderstaande tabel zijn deze koopkrachtveranderingen weergegeven. Het gaat daarbij om een bedrag in euro s per maand en een percentage van het inkomen. Af te lezen valt dat een alleenstaande met een inkomen van 110 procent van het minimum in 2014 elke maand 7 euro meer te besteden heeft dan in 2013 het geval was. Dit is stijging van 0,5 procent. Hierbij is rekening gehouden met de gemiddelde inkomensontwikkeling en prijsstijging. Tabel 4: Verandering koopkracht Alleenstaande ,5% 0,5% 0,0% Paar ,3% 0,2% -0,2% Alleenstaande ouder met 2 kinderen ,3% 0,3% 0,0% Paar met 2 kinderen ,0% 0,0% -0,4% Alleenstaande AOW ,5% 0,4% 0,1% Paar AOW ,5% 0,2% -0,2% De (geringe) koopkrachtstijging wordt mede veroorzaakt doordat rekening is gehouden met de eenmalige uitkering van 100, 90 of 70 euro. Zonder die uitkering zou het koopkrachtplaatje negatiever uitvallen. 43 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
44 6.1.1 WWB/AOW-niveau De uitkeringen zijn gekoppeld aan het wettelijk minimumloon dat jaarlijks wordt verhoogd in verband met prijsstijgingen. De bijstandsuitkering stijgt minder dan het minimumloon, omdat sinds enkele jaren rekening wordt gehouden met de afbouw van de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minst verdienende partner in het referentieminimumloon (afbouw aanrechtsubsidie) Werkenden met een laag inkomen Omdat de gemiddelde loonstijging van 1,5 procent hoger is dan de stijging van de bijstandsuitkering, gaan werkenden er gemiddeld genomen meer op vooruit dan bijstandsgerechtigden. Aanvullend pensioen wordt gemiddeld genomen niet geïndexeerd. 6.2 Afschaffen Wtcg Per 1 januari 2014 is de algemene tegemoetkoming Wtcg afgeschaft. De tegemoetkoming moest chronisch zieken en gehandicapten compenseren voor eventuele meerkosten in verband met een beperking. De relatie tussen zorggebruik en meerkosten is echter diffuus. De tegemoetkoming werd vaak werd uitgekeerd aan mensen zonder meerkosten en niet uitgekeerd aan mensen die wel meerkosten hadden. Er bestaat een lage en een hoge tegemoetkoming die is gerelateerd aan het zorggebruik. Het gaat om een bedrag van 296 of 494 euro (148 of 346 euro voor AOW - gerechtigden). De laatste uitbetaling over het jaar 2013 vindt plaats aan het einde van In onderstaande tabel zijn de inkomenseffecten van het afschaffen van de algemene tegemoetkoming Wtcg weergegeven. Tabel 5: inkomenseffecten afschaffen algemene tegemoetkoming Wtcg Laag Hoog Alleenstaande -2,0% -1,9% -1,8% -3,4% -3,2% -3,0% Paar -1,5% -1,4% -1,4% -2,4% -2,3% -2,3% Alleenstaande ouder met 2 kinderen -1,4% -1,3% -1,2% -2,3% -2,2% -2,0% Paar met 2 kinderen -1,2% -1,2% -1,1% -2,1% -1,9% -1,9% Alleenstaande AOW -1,8% -1,8% -1,6% -3,0% -2,9% -2,7% Paar AOW -1,3% -1,3% -1,2% -2,2% -2,2% -2,0% 44 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
45 6.2.1 WWB-niveau Bij één rechthebbende per huishouden bekent het afschaffen van de lage algemene tegemoetkoming Wtcg een inkomensdaling van 1,2 tot 2,0 procent en de hoge tegemoetkoming 2,0 tot 3,4 procent. De effecten zullen groter zijn bij meerdere rechthebbenden per huishouden. De inkomenseffecten zijn vanzelfsprekend het grootst bij huishoudens met het laagste inkomen (laagste bijstandsnorm) Boven WWB-niveau De algemene tegemoetkoming Wtcg is sinds 2012 beperkt tot ongeveer euro (ongeveer euro voor meerpersoonshuishoudens). Voor inkomens tot deze inkomensgrens is het procentuele inkomenseffect van het afschaffen van de Wtcg kleiner dan voor huishoudens met een minimum inkomen. 6.3 Afschaffen CER Per 1 januari 2014 is de compensatie voor het wettelijk eigen risico afgeschaft. In 2013 ging het om een bedrag van 99 euro. In onderstaande tabel is het inkomenseffect weergegeven. De inkomensdaling is ongeveer 0,5 procent. Omdat het om een absoluut bedrag gaat, zijn de inkomenseffecten het grootst voor de laagste inkomens. Tabel 6: Inkomenseffect afschaffen CER Alleenstaande -0,7% -0,6% -0,6% Paar -0,5% -0,5% -0,5% Alleenstaande ouder met 2 kinderen -0,5% -0,4% -0,4% Paar met 2 kinderen -0,4% -0,4% -0,4% Alleenstaande AOW -0,6% -0,6% -0,6% Paar AOW -0,4% -0,4% -0,4% 6.4 Afschaffen Wtcg-korting eigen bijdrage Wmo Per 1 januari 2014 is de korting op de eigen bijdrage voor zorg met verblijf afgeschaft. Per 1 januari 2015 wordt ook de korting van 33 procent voor zorg zonder verblijf afgeschaft. In de volgende figuur wordt het effect van het afschaffen van de korting geïllustreerd bij de maximale eigen bijdrage. 45 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
46 Figuur 1: Hoogte maximale eigen bijdrage Wmo in 2014 en 2015 per vier weken Door het vervallen van de Wtcg-korting stijgt de maximale periodebijdrage tot het drempelinkomen met 6 euro per maand voor eenpersoonshuishoudens en 9 euro voor meerpersoonshuishoudens bij één rechthebbende. De inkomensdaling voor huishoudens met een inkomen tot het drempelinkomen is ongeveer 0,5 procent. Het drempelinkomen ligt boven 120 procent van het minimum. Onderdeel van de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning per 1 januari 2015 is dat gemeente algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen moeten bieden. Maatwerkvoorzieningen zijn individuele voorzieningen die een voorwaarde zijn voor deelname aan de samenleving. De invoering van maatwerkvoorzieningen kan tot gevolg hebben dat huishoudens die nu gebruik maken van zorg via de Wmo, volgend jaar geacht worden voldoende te hebben aan een algemene voorziening. Nu betaalt zo iemand een eigen bijdrage Wmo (inclusief Wtcg-korting). Volgend jaar zal dit huishouden mogelijk de zorg via een algemene voorziening zelf moeten betalen (eigen betaling). Daarnaast kan het betreffende huishouden volgend jaar nog steeds zorg ontvangen via een maatwerkvoorziening waarvoor een eigen bijdrage verschuldigd is. Deze eigen bijdrage is maximaal de huidige periodebijdrage Wmo, maar dan zonder de Wtcg-korting. 46 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
47 Een voorbeeld: Huishoudelijke hulp valt niet per definitie in de nieuwe maatwerkvoorziening. Binnen de maatwerkvoorziening geldt de huidige eigen bijdrage (zonder de Wtcg-korting). In de volgende figuur is de eigen bijdrage (in- en exclusief Wtcg-korting) en de eigen betaling weergegeven bij een tarief van 16 euro per uur voor huishoudelijke hulp. Figuur 2: Hoogte eigen betaling voor 2 uur huishoudelijke hulp in 2014 en 2015 Uit bovenstaande figuur valt op te maken dat bij een tarief van 16 euro de eigen betaling voor de laagste inkomens fors hoger ligt dan de maximale eigen bijdrage Wmo (in- en exclusief de Wtcg-korting). De inkomenseffecten van de nieuwe Wmo per 1 januari 2015 zullen variëren al naar gelang het zorggebruik van huishoudens en de mogelijkheid om hiervoor van een maatwerkvoorziening gebruik te kunnen maken. 6.5 Invoering kostendelersnorm WWB Per 1 juli 2015 wordt in het kader van enkele wijzigingen in de WWB een kostendelersnorm ingevoerd. De bijstandsuitkering daalt als er sprake is van meerdere rechthebbenden per huishouden. De redenatie hierachter is dat samenwonenden bepaalde kosten kunnen delen. Veel gemeenten houden nu ook al rekening met het delen van gezamenlijke kosten. Zo wordt vaak niet de maximale toeslag van 20 procent toegekend, maar is dat 10 procent. 47 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
48 Het Nibud heeft deze effecten eerder in kaart gebracht 4. Zie de volgende tabel voor de verschillen voor en na 1 juli 2015 voor een aantal denkbare situaties. In eerste instantie zou de kostendelersnorm ook gelden voor de AOW, dit is inmiddels met een jaar uitgesteld. Tabel 7: Hoogte van de WWB-uitkering voor en na 1 juli 2015 Nu Straks Alleenstaande met meerderjarig kind (beiden bijstand) Alleenstaande ouder met meerderjarig kind (beiden bijstand) Paar met meerderjarig kind (beiden bijstand) WWB60/WWB50 WWB80/WWB50 WWB90/WWB50 WWB50/WWB50 WWB70/WWB50 WWB86,7/WWB43,4 De nieuwe systematiek leidt soms tot forse inkomensdalingen (zie onderstaande tabel). Een alleenstaande met een meerderjarig kind gaat er 9 procent op achteruit. Hierbij moet bedacht worden dat de hoogte van de bijstandsuitkering voor alleenstaande ouders per 1 juli 2015 verlaagd zal worden van maximaal 90 procent naar 70 procent in het kader van het wetsvoorstel hervorming kindregelingen (zie 6.6). Bovendien zullen bij een lager inkomen de toeslagen, met name de huurtoeslag, hoger uitvallen. Daar is in onderstaande tabel (nog) geen rekening mee gehouden. Tabel 8: Inkomenseffect invoering kostendelersnorm Nu Straks* Versch il Versch il Alleenstaande met meerderjarig kind (beiden bijstand) Alleenstaande ouder met meerderjarig kind (beiden bijstand) % % Paar met meerderjarig kind (beiden bijstand) % 4 Nibud (2013), Minimum-voorbeeldbegroting en kostendelersnorm (zie: 48 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
49 6.6 Hervorming kindregelingen De Wet hervorming kindregelingen heeft effect op verschillende onderdelen van het besteedbaar inkomen: De hoogte van de bijstandsnorm: vanwege het verdwijnen van de toeslag in de bijstandsnorm voor alleenstaande ouders. De (aanvullende) alleenstaande ouderkorting: deze verdwijnt. Het kindgebondenbudget: deze wordt deels verhoogd en daarnaast uitgebreid met een alleenstaande ouderkop. De huurtoeslag: door het wegvallen van de (aanvullende) alleenstaande ouderkorting, verandert het belastbaar inkomen. Zodoende kan ook de hoogte van de huurtoeslag veranderen Verandering in hoogte kindgebonden budget In tabel 9 is weergegeven hoe groot het verschil is in het kindgebonden budget tussen 2014 en 2015 bij verschillende inkomensniveaus voor de onderzochte huishoudens met kinderen. Tabel 9: Verschil in kindgebonden budget tussen 2015 en 2014 (bedrag per maand) 100% 110% 120% alleenstaande ouder met jonge kinderen (3 en 5 jaar) alleenstaande ouder met oudere kinderen (16 en 22 jaar) paar met jonge kinderen (3 en 5 jaar) paar met 2 oudere kinderen (16 en 22 jaar) Tabel 9 laat duidelijk zien dat het kindgebonden budget bij gezinnen met een alleenstaande ouder meer toeneemt dan bij paren met kinderen. Dit komt door de toevoeging van de alleenstaande ouderkop van 2800 euro per jaar. Bij gezinnen met oudere kinderen neemt het kindgebonden budget meer toe dan bij gezinnen met jonge kinderen. Dit komt doordat het kindgebonden budget voor 16- en 17- jarigen meer toeneemt, ter compensatie van de afschaffing van de WTOS (zie paragraaf 6.3). In de tabel komt dit niet tot uitdrukking, omdat in de voorbeeldgezinnen met oudere kinderen slechts één kind in aanmerking komt voor het kindgebonden budget (het kind van 16 jaar), terwijl bij de huishoudens met jonge kinderen er voor beide kinderen recht op het kindgebonden budget bestaat. Bij echtparen met een inkomen boven 110 procent van het (huidige) sociaal minimum neemt het kindgebonden budget in 2015 minder toe dan bij een inkomen daaronder. Bij het 49 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
50 echtpaar met een ouder kind (van 16 jaar) en een meerderjarig kind met eigen inkomsten neemt het kindgebonden budget in 2015 zelfs af. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat met de herziening van de kindregelingen in 2015 een inkomensgrens van euro geldt (nu: euro). Boven deze inkomensgrens neemt het maximale bedrag aan kindgebonden budget af. Echtparten met een inkomen boven 110 procent hebben een belastbaar inkomen dat boven deze nieuwe inkomensgrens ligt, waardoor men geen recht meer heeft op het maximale bedrag aan kindgebonden budget Totaal effect kindregelingen Tabel 10 geeft voor de huishoudens met kinderen die in het rapport zijn onderzocht, het totale effect weer van de herzieningen van de kindregelingen. Tabel 10: Inkomenseffect van de hervorming van de kindregelingen alleenstaande ouder met jonge kinderen (3 en 5 jaar) alleenstaande ouder met oudere kinderen (16 en 22 jaar) paar met jonge kinderen (3 en 5 jaar) paar met oudere kinderen (16 en 22 jaar) Verandering in besteedbaar inkomen a.g.v. de aanpassingen in de kindregelingen (bedrag per maand) Procentuele verandering (als % van het besteedbaar inkomen in 2014) 100% 110% 120% 100% 110% 120% ,8% 10,5% 9,1% ,1% 9,5 % 9,2% ,1% 1,0% 0,3% ,4% 0,4% -0,2% Een inkomen op WWB-niveau Voor alleenstaande ouders op bijstandsniveau is het inkomenseffect negatief. Een eenoudergezin met twee jonge kinderen heeft in 2015 als gevolg van de kindregelingen 15 euro per maand minder te besteden; een inkomensdaling van 0,8 procent van het besteedbaar inkomen. Voor alleenstaande ouders is het effect bij het minimum inkomen groter dan voor paren, omdat de bijstandsnorm van alleenstaande ouders van 90 naar 70 procent van de bijstandsnorm van paren gaat. De alleenstaande-ouderkop die aan het kindgebonden budget wordt toegevoegd, kan deze verlaging van de bijstandsnorm niet volledig compenseren. Het inkomenseffect voor een paar met een bijstandsuitkering en één kind met recht op het kindgebonden budget is kleiner dan voor een paar met twee kinderen, vanwege de verhoging van het kindgebonden budget voor het tweede kind. 50 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
51 Een inkomen boven WWB-niveau Bij een inkomen boven WWB-niveau gaan alleenstaande ouders er aanzienlijk op vooruit. Op 110 procent is de stijging 10,5 procent bij jonge kinderen en 9,5 procent bij oudere kinderen; op 120 procent is dit respectievelijk 9,1 en 9,2 procent. Op deze inkomensniveaus ontvangen alleenstaande ouders in 2015 wel de alleenstaande ouderkop binnen het kindgebonden budget, maar men heeft niet te maken met de inkomensdaling als gevolg van de verlaging van de gehanteerde bijstandsnorm. Op 110 en 120 procent is gerekend met het belastbaar inkomen dat hoort bij 1,1 en 1,2 maal het netto bedrag van de huidige bijstandsnorm voor alleenstaande ouders (dus: inclusief de 20 procent aanvulling voor alleenstaande ouders). Doordat de aanvulling van 20 procent komt te vervallen, kan worden geredeneerd dat de doelgroep ook verandert. Immers, 110 procent van de bijstandsnorm voor alleenstaande ouders zonder aanvulling is lager dan 110 procent van de bijstandsnorm met de toeslag. Omdat de aanvulling wordt omgezet in de alleenstaande ouderkop, blijft het inkomen inclusief kindgebonden budget van deze huishoudens min of meer gelijk aan het huidige niveau op 110 procent. Alleenstaande ouders die buiten de boot dreigen te vallen doordat ze niet in aanmerking komen voor de alleenstaande ouderkop binnen het kindgebonden budget, maar ook niet langer meer de aanvulling in de bijstandsuitkering ontvangen, behouden in ieder geval tot 1 januari 2016 nog steeds de verhoging van de WWB-uitkering met 20 procent. Paren met één kind (dat recht heeft op het kindgebonden budget) gaan er bij een inkomen op 110 procent van het minimum 0,4 procent op vooruit en op 120 procent 0,2 procent op achteruit. Dit is het gevolg van het feit dat het kindgebonden budget met de hervorming van de kindregelingen vanaf het minimumloon zal worden afgebouwd in plaats van, zoals nu het geval is, vanaf een inkomen van euro Afschaffen belastingaftrek voor het levensonderhoud kinderen Volgens de Memorie van Toelichting bij de Wet hervorming kindregelingen, kan het afschaffen van de belastingaftrek voor het levensonderhoud kinderen negatieve inkomenseffecten veroorzaken bij huishoudens met uitwonende kinderen. Het is nog maar de vraag in hoeverre huishoudens dit gaan ervaren op het moment dat er kinderalimentatie wordt betaald. Bij de vaststelling van de hoogte van de kinderalimentatie wordt in de regel rekening gehouden met de belastingaftrek. Mogelijk dat door het wegvallen van de belastingaftrek bij een hernieuwde vaststelling van de alimentatie, het alimentatiebedrag lager uitvalt. 51 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
52 6.7 Stapelingen De inkomenseffecten die hiervoor zijn besproken kunnen cumuleren. Chronisch zieken en gehandicapten kunnen bijvoorbeeld worden geraakt door meerdere aspecten die het afschaffen van de Wtcg met zich meebrengt. De verandering van de Wmo per 1 januari 2015 kan deze effecten mogelijk versterken. Als er daarnaast ook nog sprake is van meerdere meerderjarige rechthebbenden op een WWB-uitkering, dan speelt de kostendelersnorm mogelijk ook nog een rol. Ten slotte leiden de veranderingen in de kindregelingen mogelijk tot additionele inkomenseffecten Afschaffen Wtcg Het afschaffen van de Wtcg kan een stapeling van inkomenseffecten voor huishoudens te weeg brengen. Bijvoorbeeld voor huishoudens die zowel de algemene tegemoetkoming Wtcg als de CER ontvingen. Of huishoudens met een WWB-uitkering, die ook de Wtcg-tegemoetkoming en/ of de CER ontvingen. In tabel 11 staan de inkomenseffecten weergegeven van het afschaffen van de Wtcg. Af te lezen valt dat een alleenstaande met een inkomen op 110 procent van het minimum die de hoge Wtcg-tegemoetkoming, de CER en de Wtcg-korting op de eigen bijdrage Wmo moet missen er 4,3 procent in inkomen op achteruit gaat (-3,2-0,6-0,5). Tabel 11: Inkomenseffecten afschaffen Wtcg Wtcg laag* Wtcg hoog* CER Korting eigen bijdrage 100% Alleenstaande -2,0% -3,4% -0,7% -0,6% Paar -1,5% -2,4% -0,5% -0,6% Alleenstaande ouder met 2 kinderen -1,4% -2,3% -0,5% -0,6% Paar met 2 kinderen -1,2% -2,1% -0,4% -0,5% Alleenstaande AOW -1,8% -3,0% -0,6% -0,5% Paar AOW -1,3% -2,2% -0,4% -0,5% 110% Alleenstaande -1,9% -3,2% -0,6% -0,5% Paar -1,4% -2,3% -0,5% -0,6% Alleenstaande ouder met 2 kinderen -1,3% -2,2% -0,4% -0,5% Paar met 2 kinderen -1,2% -1,9% -0,4% -0,5% Alleenstaande AOW -1,8% -2,9% -0,6% -0,5% Paar AOW -1,3% -2,2% -0,4% -0,5% 52 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
53 Wtcg laag* Wtcg hoog* CER Korting eigen bijdrage 120% Alleenstaande -1,8% -3,0% -0,6% -0,5% Paar -1,4% -2,3% -0,5% -0,6% Alleenstaande ouder met 2 kinderen -1,2% -2,0% -0,4% -0,5% Paar met 2 kinderen -1,1% -1,9% -0,4% -0,5% Alleenstaande AOW -1,6% -2,7% -0,6% -0,5% Paar AOW -1,2% -2,0% -0,4% -0,5% * Bij 1 rechthebbende per huishouden Bovenstaande gaat uit van één rechthebbende per huishouden. Er kunnen zich extremen voordoen. Bijvoorbeeld voor twee rechthebbenden op de hoge Wtcgtegemoetkoming met een WWB-uitkering, die ook beide de CER ontvingen en beide de Wtcg-korting moeten missen, daalt het inkomen met 7 procent Samenloop met de nieuwe Wmo Met de invoering van algemene en maatwerkvoorzieningen, kan het voorkomen dat huishoudens nu de maximale periodebijdrage Wmo betalen en volgend jaar zelf zorg moeten inkopen via een algemene voorziening. Bijvoorbeeld voor huishoudelijke hulp. De eigen betaling voor twee uur huishoudelijke hulp per week kan bijvoorbeeld stijgen van 19 euro per vier weken nu naar 128 euro straks bij een uurtarief van 16 euro. Een inkomenseffect van -10 procent voor een alleenstaande met een WWB-uitkering Samenloop met de kostendelersnorm De kostendelersnorm kan forse inkomenseffecten met zich meebrengen. Een alleenstaande ouder met een meerderjarig kind met beiden een WWB-uitkering worden geconfronteerd met een inkomensdaling van 14 procent. Als één van beiden op dit moment de Wtcg-tegemoetkoming, CER en Wtcg-korting eigen bijdrage Wmo ontvangt en volgend jaar niet meer, dan kan de inkomensdaling nog 3,4 procent lager uitvallen. Bij relatief veel huishoudens met een meerderjarig kind met een uitkering die de Wtcg - tegemoetkoming ontvangt, is sprake van een Wajong-uitkering. De kostendelersnorm heeft geen gevolgen voor de Wajong-uitkering. Wel is het zo dat huidige Wajongers de komende jaren worden herkeurd. 53 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
54 6.7.4 Samenloop kostendelersnorm met de herziening kindregelingen Als per 1 januari 2015 de hervorming van de kindregelingen doorgaat en per 1 juli 2015 de kostendelersnorm ingaat, dan kan dat een samenloop van effecten met zich meebrengen. Voor alleenstaande ouders verdwijnt per 1 januari de aanvulling op de bijstands - uitkering van 20 procent. Hiervoor in de plaats komt een alleenstaande-ouderkop in het kindgebonden budget. Als er ook een meerderjarige inwoont, dan vervalt per 1 juli volgens de kostendelersnorm de gemeentelijke toeslag van in totaal 10 procent. In onderstaande tabel staat de samenloop van de hervorming kindregelingen en de invoering van de kostendelersnorm uitgewerkt. Af te lezen valt dat de inkomensdaling voor een alleenstaande ouder met een meerderjarig kind met beiden een bijstandsuitkering 143 euro per maand bedraagt, oftewel ruim 6 procent. De uitkering is in totaal 30 procent, lager. Daar staat tegenover dat de huurtoeslag 20 euro per maand meer bedraagt (vanwege het lagere belastbaar inkomen) en het kindgebonden budget neemt met 245 euro toe. Tabel 12: Inkomenseffecten samenloop hervorming kindregelingen en invoering kostendelersnorm alleenstaande ouder met jonge kinderen (3 en 5 jaar) alleenstaande ouder met oudere kinderen (16 en 22 jaar) paar met jonge kinderen (3 en5 jaar paar met oudere kinderen (16 en 22 jaar) Verandering in besteedbaar inkomen a.g.v. de hervorming kindregelingen en invoering kostendelersnorm (bedrag per maand) Procentuele verandering (als % van het besteedbaar inkomen in 2014) 100% 110% 120% 100% 110% 120% ,8% 7,3% 5,6% ,1% 4,0 % 3,7% ,1% 1,0% 0,3% ,5% -1,6% -2,1% Net als bij de eerdere inkomenseffecten komen hier mogelijk nog de effecten van het afschaffen van de Wtcg bij. 54 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
55 6.8 Begrotingen Gevolgen gemeentelijke bezuinigingen In het voorafgaande is ingegaan op de verschillende landelijke én lokale wijzigingen die per 1 januari 2014 zijn ingevoerd of per 1 januari 2015 ingevoerd zullen worden. In de onderstaande tabel worden de effecten van alleen de lokale wijzigingen weergegeven. Per huishoudtype wordt aangegeven welk bedrag zij maandelijks minder kunnen ontvangen als gevolg van de gemeentelijke bezuinigingen. Hierbij is ook de afschaffing van de categoriale regeling voor 65-plussers meegenomen. Tabel 13: Maandelijks bedrag minder als gevolg van lokale bezuinigingen School- Verlagen Cat. Drempelbedrag kosten leeftijd bijstand bijzondere Totaal regeling activiteiten ouderen bijstand Alleenstaande onder AOW Alleenstaande AOW Eenouder jonge kinderen Eenouder oudere kinderen Paar zonder kinderen Paar jonge kinderen Paar oudere kinderen Paar AOW Alleenstaande AOW met zorgvraag In de tabel wordt ervan uitgegaan dat het betreffende huishouden alle toepasselijke inkomensondersteuning aanvraagt én dat er jaarlijks meer dan 120 euro aan noodzakelijke kosten zijn. In de praktijk zal dit niet altijd zo zijn. Bovendien wordt in de tabel alleen gekeken naar de huishoudtypen die in dit onderzoek zijn meegenomen. Voor een gezin met drie kinderen van bijvoorbeeld 8, 10 en 16 jaar ziet de situatie er weer heel anders uit; een dergelijk huishouden verliest twee maal de schoolkostenregeling en één maal de activiteitenregeling, wat neerkomt op 25 euro per maand (inclusief het drempelbedrag voor de bijzondere bijstand wordt dit 35 euro). 55 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
56 6.8.2 Gevolgen landelijke én gemeentelijke wijzigingen In hoofdstuk 4 (en bijlage 1) zijn de saldi en de begrotingen weergege ven van de onderzochte huishoudtypen zoals die er nu, zonder de landelijke en gemeentelijke wijzigingen, uit zien. In tabel 14 is opgenomen hoe de situatie van de onderzochte huishoudens er uit komt te zien, nu de Wtcg en CER zijn afgeschaft en wanneer de kostendelersnorm en de hervorming van de kindregelingen worden ingevoerd. Voor de twee laatst genoemde wijzigingen geldt dat gebruik is gemaakt van de cijfers over 2014, waar de systematiek van de kostendelersnorm en de kindregelingen op is toegepast (die pas in 2015 zullen worden ingevoerd). Ook de gemeentelijke bezuinigingsmaatregelen zijn in de tabel meegenomen. Het gaat om het wegvallen van, de regeling schoolkosten basisonderwijs en de tegemoetkoming voor het diplomazwemmen. Bovendien wordt per 1 januari 2015 de leeftijdsgrens voor kinderen die in aanmerking komen voor de tegemoetkoming activiteiten sport, cultuur en recreatie verlaagd naar 14 jaar. Ten slotte zal ook de categoriale bijzondere bijstand voor ouderen vervallen. Dit is niet zozeer een gemeentelijke bezuiniging, maar is wettelijk vastgelegd in de gewijzigde WWB. Uit de tabel valt af te lezen dat niet elk huishouden door de wijzigingen getroffen wordt. Voor de alleenstaande en voor het paar zonder kinderen (beiden onder de AOW - gerechtigde leeftijd) verandert er niets. De overige huishoudens krijgen met een of meerdere wijzigigen te maken. De gevolgen hiervan worden hieronder besproken. 56 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
57 Tabel 14. Overzicht saldo inkomsten min uitgaven, na wijzigingen zorg en WWB a. Alleenstaande Na w ijzigingen huidige situatie saldo na basispakket saldo na basisen restpakket saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% % % b. Alleenstaande oudere huidige situatie saldo na basispakket saldo na basisen restpakket saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% % % c. Eenoudergezin met tw ee jonge kinderen van 3 en 5 jaar huidige situatie saldo na basispakket saldo na basisen restpakket saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% % % d. Eenoudergezin met tw ee oudere kinderen van 16 en 22 jaar huidige situatie saldo na basispakket saldo na basisen restpakket saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% % % e. Paar zonder kinderen huidige situatie saldo na basispakket saldo na basisen restpakket saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% % % f. Ouder paar zonder kinderen saldo na basispakket saldo na basisen restpakket saldo na basispakket huidige situatie saldo na basisen restpakket 100% % % g. Paar met tw ee jonge kinderen van 3 en 5 jaar huidige situatie saldo na basispakket saldo na basisen restpakket saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% % % h. Paar met tw ee oudere kinderen van 16 en 22 jaar huidige situatie saldo na basispakket saldo na basisen restpakket saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% % % i. Alleenstaande oudere met lichte zorgvraag huidige situatie saldo na basispakket saldo na basisen restpakket saldo na basispakket saldo na basisen restpakket 100% % % / Minima-effectrapportage gemeente Ede
58 Huishoudens met zorg De alleenstaande oudere met een zorgvraag gaat er het meest op achteruit. De categoriale regeling komt te vervallen, maar ook de landelijke regelingen Wtcg en CER. Hier zullen gemeentelijke regelingen voor in de plaats komen, maar op dit moment is nog niet duidelijke welke en op welke manier. Het staat echter vast dat de gemeente Ede iets extra s zal doen voor chronisch zieken in verband met het wegvallen van de landelijke en lokale regelingen (zie paragraaf 3.3.2). Het huishoudens met zorg zal ook te maken krijgen met het drempelbedrag voor de individuele bijzondere bijstand. Voor de extra kosten voor de maaltijdvoorziening en voor sociale alarmering is bijzondere bijstand mogelijk. Vanaf 1 januari 2015 geldt een drempel van 120 euro per jaar (10 euro per maand). Deze kosten drukken extra op de begroting van het huishouden met een zorgvraag. Als de huishoudelijke verzorging een algemene voorziening wordt, in plaats van een maatwerkvoorziening, moet deze door de oudere zelf betaald worden. Uitgaande van drie uur huishoudelijke hulp per week voor een tarief van 16 euro per uur, leidt dit tot een extra uitgave van 208 euro per maand. Hierdoor kan de alleenstaande oudere met een zorgvraag zowel het basispakket als het restpakket niet meer bekostigen. Het is van groot belang dat de gemeente hier bij de invulling van haar zorgbeleid rekening mee houdt. Huishoudens met meerderjarig kinderen Ook de huishoudens met oudere en meerderjarige kinderen gaan er flink op achteruit. In de eerste plaats heeft het kind van 16 jaar geen recht meer op de tegemoetkoming voor sportieve, culturele en recreatieve activiteiten, aangezien de leeftijdgrens voor deze tegemoetkoming wordt verlaagd naar 14 jaar. Dit scheelt op maandbasis 13 euro. Veel groter nog is de invloed van de kostendelersnorm, waar deze huishoudens mee te maken krijgen. Voor het echtpaar scheelt dit op bijstandsniveau 135 euro. In de huidige situatie ontvangt het paar 90 procent van de norm (1219,09 euro) en het meerderjarige kind krijgt 50 procent (677,27 euro). Als de kostendelersnorm wordt geïntroduceerd ontvangt dit huishouden in het totaal 130 procent de norm, een totaalbedrag van 1761 euro. Hierdoor kan dit gezin op bijstandsniveau ook het basispakket niet bekostigen, waar dit in de huidige situatie nog wel kan. Het restpakket is op geen van de onderzochte inkomensniveaus betaalbaar. Dit is in de huidige situatie ook al zo, alleen zullen de tekorten in de toekomst nog groter worden. 58 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
59 Ook het eenoudergezin met zowel een minderjarig als een meerderjarig kind zal als gevolg van de kostendelersnorm 135 euro per maand minder ontvangen. Nog belangrijker is dat het eenoudergezin als gevolg van de hervorming kindregelingen de toeslag van 20 procent (vanwege het niet kunnen delen van de kosten) kwijt raakt. De totale teruggang in inkomen komt daarmee op 30 procent (405 euro). Daar tegenover staat de alleenstaande-ouderkop die aan het kindgebonden budget wordt toegevoegd, maar deze kan het inkomensverlies niet geheel compenseren. Huishoudens met jonge kinderen Huishoudens met jonge kinderen gaan er over het algemeen op vooruit. Zij profiteren van het hogere kindgebonden budget. Alleen het eenoudergezin op bijstandsniveau gaat er iets op achteruit. Ook hier geldt dat het hogere kindgebonden budget het wegvallen van alleenstaande ouder-toeslag niet geheel kan compenseren. Ouderen (zonder zorgvraag) Ouderen hebben vanaf 2015 niet automatisch meer recht op categoriale bijzondere bijstand, dit scheelt bijna 17 euro per maand per persoon. Echter, de meeste oudere huishoudens hebben ook zonder categoriale inkomensondersteuning genoeg bestedingsruimte om alle uitgaven uit het basispakket en het restpakket te bekostigen. Alleen het oudere echtpaar komt, zonder de categoriale bijzondere bijstand, op 110 procent van de geldende norm 23 euro tekort om het restpakket te bekostigen. 59 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
60 60 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
61 7. Conclusies en aanbevelingen Dit hoofdstuk beschrijft, naar aanleiding van de resultaten in hoofdstuk 4 en de genoemde wijzigingen in hoofdstuk 5 en 6, de conclusies. Daarnaast worden er verschillende adviezen gegeven voor de aanpassing van regelingen in het kader van minimabeleid van de gemeente Ede. 7.1 Algemeen Financieel beheer De pakketten waarop de basisbedragen zijn gebaseerd zijn sober maar voldoende. De inhoud en de prijzen worden jaarlijks zorgvuldig aangepast door het Nibud 5 en zijn ook gevalideerd door panels van consumenten 6. Dit wil echter niet zeggen dat ieder huishouden hieraan voldoende heeft of dat ieder huishouden rond kan komen. Om rond te kunnen komen van een minimuminkomen is een goed financieel beheer van het huishouden noodzakelijk. Men reserveert om zo nodig grote uitgaven te kunnen doen voor de vervanging van inventaris. We gaan ervan uit dat het huishouden niet leent, zodat er nog extra kosten van rente bijkomen. Veel huishoudens die van een minimum inkomen moeten rondkomen, voeren een goed financieel beheer, maar een deel ook niet. Voor deze huishoudens is het aan te bevelen cursussen of begeleiding te organiseren. Het Nibud, en ook andere (lokale) organisaties, hebben hiervoor een uitgebreid aanbod. In de berekeningen is ervan uitgegaan dat alle aanspraken op landelijke en lokale regelingen zijn aangevraagd. Dat is echter niet voor ieder huishouden een vanzelfsprekendheid 7. De gemeente kan het gebruik van lokale regelingen stimuleren door hieraan publiciteit te geven en de toegang tot deze regelingen te vereenvoudigen. Een manier is de website waar landelijke en lokale regelingen per deelnemende gemeente gepresenteerd worden. In de Berekenuwrecht Plus variant kunnen inwoners hun aanspraken direct via Digid aanvragen. De gemeente Ede maakt al van deze mogelijkheid gebruik. 5 Zie Nibud Budgethandboek en Prijzengids, jaarlijkse uitgaven. 6 Stella Hoff et. al. Genoeg om van te leven, Focusgroepen in discussie over de minimale kosten van levensonderhoud, SCP/Nibud, Den Haag Te downloaden op de websites van het Nibud of SCP. 7 Zie bijvoorbeeld Caren Tempelman, Aenneli Houkes en Jurriaan Prins, Niet-gebruik inkomensondersteunende maatregelen, SEO, Amsterdam, Te downloaden op 61 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
62 Energielasten Uit onderzoek van het Nibud 8 blijkt dat de energielasten een steeds groter deel van de woonlasten en daarmee van de totale begroting van minima inneemt. Juist voor de huishoudens in een energie-onzuinige woning kan een besparing op deze kosten positief bijdrage aan de bestedingsruimte. Daarnaast blijkt uit dit onderzoek dat juist minima vaak in minder goed geïsoleerde woningen wonen, waardoor ze ook een hoger verbruik dan gemiddeld hebben. Huishoudens met een laag inkomen zouden hulp van energieadviseurs of gratis/ goedkope energieboxen aangeboden kunnen krijgen. Producten zoals spaarlampen en isolatiefolies, waarvan de aanschafkosten voor deze doelgroep vaak te hoog zijn, terwijl ze een snelle terugverdientijd hebben, zijn dan het meest effectief. Indiviudele bijzondere bijstand op basis van groepskenmerken Met de aanscherping van de WWB is het niet meer mogelijk om categoriale bijzondere bijstand te verstrekken. Dit zou kunnen leiden tot een verzwaring van de uitvoeringslasten. Wel mogelijk is individuele bijzondere bijstand op basis van groepskenmerken. Hierbij zijn de volgende punten van belang: Betrokkenen behoren tot een bepaalde groep waardoor het aannemelijk is dat ze meerkosten hebben; Maatwerk door middel van beleidsregels; Door middel van bestandskoppeling is gerichte benadering mogelijk van de doelgroep; Er moet wél gecontroleerd worden of de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt; Wijze van controleren staat vrij. Met andere woorden, zolang de vergoeding gericht wordt verstrekt én gecontroleerd (dit mag steekproefsgewijs), blijft het mogelijk om groepen aan te wijzen die voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan ouders met schoolgaande kinderen die extra kosten maken voor schoolreisjes of andere schoolgerelateerde kosten. Buffer en kwijtschelding De inkomensondersteunende regelingen die de gemeente aanbiedt, kennen naast een inkomensgrens ook een vermogensgrens. Deze grens is gelijk aan het wettelijk vrij te laten vermogen, zoals gedefinieerd in de WWB. Dit betekent voor 2014 dat een alleenstaande maximaal euro aan vermogen mag hebben, voor paren geldt het 8 Onderzoek: Energielastenbeschouwing. Verschillen in energielasten tussen huishoudens nader onderzocht voor SenterNovem, december / Minima-effectrapportage gemeente Ede
63 dubbele, euro. Heeft een huishouden méér vermogen, dan vervalt het recht op inkomensondersteuning. Om voor kwijtschelding van gemeentelijke heffingen en waterschapslasten in aanmerking te komen geldt een andere, veel lagere, vermogensgrens. Hiervoor zijn de te hanteren normen landelijk bepaald in artikel12 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 (UR IW 1990). Gemeenten kunnen hier niet van afwijken. Wel is aan de Kamer toegezegd dat bezien zal worden of gemeenten de vrijheid moeten krijgen om de vermogensnormen voor de kwijtschelding te verruimen tot maximaal de vermogensnormen die in de WWB worden gehanteerd. Het Nibud adviseert om, wanneer dit mogelijk wordt, van deze mogelijkheid gebruik te maken. De achterliggende gedachte van dit advies is, dat ieder huishouden zou moeten beschikken over een financiële buffer. Deze buffer is bedoeld voor min of meer voorzienbare uitgaven op de korte en middellange termijn. Met min of meer voorzienbaar bedoelen we uitgaven waarvan het wel zeker is dat ze een keer gedaan gaan worden, maar dat het onzeker is op welk tijdstip precies ze gedaan worden. Het Nibud heeft hier onderzoek naar gedaan en onderscheidt een referentiebuffer (wat hebben huishoudens in soortgelijke omstandigheden als buffer) en een minimumbuffer. Deze minimumbuffer varieert naar huishoudtype, van euro voor een alleenstaande tot euro voor een (echt)paar met vier kinderen. 9 De genoemde bedragen liggen hoger dan de vermogensgrens voor de kwijtschelding. Met andere woorden, beschikt een huishouden over een (door het Nibud geadviseerde) minimale buffer, dan zou geen recht op kwijtschelding meer bestaan. Dit is een ongewenste situatie, zowel voor de belanghebbende als voor de gemeente. Het verhogen van de vermogensgrens voor de kwijtschelding, wanneer de wet daar de mogelijkheid toe biedt, is dus in het belang van alle partijen. 7.2 Regelingen De diverse vormen van inkomensondersteuning in de gemeente Ede hebben een positief effect op de bestedingsruimte van de inwoners. Om voor kwijtschelding van gemeentelijke heffingen en waterschapslasten in aanmerking te komen hanteren zowel de gemeente als het waterschap een kwijtscheldingsnorm van 100 procent. De betalingscapaciteit wordt apart berekend. Hierdoor wordt er van uitgegaan dat het huishouden twee maal over de betalingscapaciteit beschikt, wat uiteraard niet zo is. Het Nibud adviseert deze 9 Een referentiebuffer voor huishoudens. Onderzoek naar het vermogen en het spaargedrag van Nederlandse huishoudens, Nibud, / Minima-effectrapportage gemeente Ede
64 berekeningsmethode aan te passen zodat de ruimte maar één maal wordt ingevuld, en niet door zowel het waterschap als de gemeente. Dit werkt gunstig uit voor huishoudens met een inkomen vlak boven bijstandsniveau. Vanaf 2012 kunnen gemeenten bij de berekening van de kwijtschelding ook rekening houden met de kosten van kinderopvang. Hierdoor hebben huishoudens die gebruik maken van formele kinderopvang bij een inkomen (iets) boven de bijstandsnorm mogelijk recht op kwijtschelding van gemeentelijke heffingen, terwijl zij hier nu, gezien hun inkomen, geen recht op hebben. De gemeente Ede maakt van deze mogelijkheid gebruik. Het Nibud beoordeelt deze berekeningswijze als positief, omdat de koopkracht voor gezinnen met kinderen die gebruik maken van kinderopvang hierdoor vergroot kan worden. Uit de begroting van het eenoudergezin met jonge kinderen valt op te maken, dat dit gezin bij een inkomen op 110 procent van de bijstandsnorm van deze regeling profiteert; er is dan volledig recht op kwijtschelding. De gemeente biedt inwoners met een inkomen tot en met 130 procent van de geldende bijstandnorm een collectieve zorgverzekering aan. Inwoners met een inkomen tot 110 procent van het sociaal minimum kunnen gebruik maken van de voordelige GarantVerzorgd verzekering, inwoners met een inkomen tussen de 110 en 130 procent kunnen korting krijgen op de ExtraVerzorgd verzekering van Menzis. Deelnemers zijn met deze verzekering uitgebreider verzekerd dan huishoudens met een gemiddelde verzekering. Door deze uitgebreide verzekering zal het beroep op de bijzondere bijstand lager zijn, wat gunstig uitpakt voor de (uitvoerings)kosten van de gemeente. Ook deelnemers aan de collectieve verzekering zijn beter af: zij krijgen een uitgebreid pakket aan medische kosten vergoed via een voordelige zorgverzekering. Het Nibud adviseert de gemeente de collectieve zorgverzekering actief te promoten zodat iedereen die er recht op heeft van dit dekkingsvoordeel gebruik kan maken en geen aanspraak hoeft te maken op de bijzondere bijstand. Huishoudens met een inkomen (vlak) boven de gehanteerde inkomensgrens zullen er wellicht voor kiezen om een goedkopere, minder uitgebreide verzekering af te sluiten. Eventuele kosten zullen dan niet via de bijzondere bijstand worden vergoed. Het Nibud adviseert om de betreffende huishoudens hier goed over voor te lichten, zodat zij niet onverwacht voor hoge kosten komen te staan. Met de tegemoetkoming voor sportieve, culturele en recreatieve activiteiten en met Meer Kinderen Meedoen creëert de gemeente een extra mogelijkheid om deel te nemen aan maatschappelijke activiteiten. Dit heeft een positief effect op de bestedingsruimte van huishoudens met een laag inkomen. Omdat de tegemoetkoming wordt verstrekt per 64 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
65 kind, en niet per huishouden, werkt dit ook gunstig door in de begroting van grotere gezinnen met twee of meer kinderen. Uit dit onderzoek blijkt echter dat echtparen en (in mindere mate) alleenstaanden onder de AOW-gerechtigde leeftijd niet alle uitgaven uit het restpakket kunnen bekostigen. Een gemeentelijke bijdrage voor volwassenen zou hier een positieve rol kunnen spelen. Met name echtparen, die met een bijstandsnorm van 100 procent de kosten van twee volwassenen moeten dragen, zullen veel baat hebben bij een bijdrage voor elke volwassene binnen het huishouden. Het Nibud adviseert de gemeente de mogelijkheid te onderzoeken om de tegemoetkoming ook aan volwassenen te verstrekken. Daarnaast zal het verlagen van de leeftijdsgrens naar bijvoorbeeld vier jaar een positieve invloed hebben op de maandbegroting van gezinnen met jonge kinderen. De gekozen bezuinigingsmaatregel om de doelgroep van deze tegemoetkoming te beperken tot kinderen van 6 tot en met 14 jaar staat haaks op de aanbeveling van het Nibud. Omdat (met name oudere) kinderen zwaar op de begroting drukken, raadt het Nibud aan de mogelijkheid te onderzoeken toch iets voor deze doelgroep te doen. Bijvoorbeeld door samenwerking te zoeken met particuliere fondsen, zoals de Stichting Leergeld of het Jeugdsportfonds. Ouders met kinderen op de basisschool kunnen in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de schoolkosten. Omdat uit dit onderzoek blijkt dat gezinnen met kinderen de maandbegroting niet rond kunnen krijgen, raadt het Nibud aan om deze regeling te handhaven. Echter, als gevolg van gemeentelijke bezuinigingen zal deze regeling worden afgeschaft. Individuele toekenning op basis van werkelijk gemaakte kosten zal wellicht nog wel mogelijk zijn. Het Nibud adviseert de gemeente om extra schoolkosten zoals schoolreisjes of uitjes zoveel mogelijk te compenseren via de individuele bijzondere bijstand. Inwoners boven de AOW-gerechtigde leeftijd komen in aanmerking voor categoriale bijzondere bijstand. Dit heeft een positief effect op de koopkracht van deze doelgroep. Echter, deze categoriale regeling zal per 2015 komen te vervallen. Nu is het zo dat ook zonder deze bijdrage AOW-gerechtigde huishoudens genoeg bestedingsruimte hebben om alle uitgaven uit het basispakket en het restpakket te bekostigen. (Alleen bij het oudere echtpaar met een inkomen op 110 procent zou een klein tekort ontstaan.) Hier staat tegenover dat ouderen een steeds groter deel van hun zorgkosten zelf moeten gaan betalen en dat zij niet in staat zijn hun inkomen nog te verhogen. Het Nibud adviseert de gemeente dit in haar besluitvorming rond de zorg mee te nemen. 65 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
66 In de gemeente Ede kunnen huishoudens met een laag inkomen in aanmerking komen voor langdurigheidstoeslag. De inkomensgrens ligt op 100 procent van de geldende bijstandsnorm. De regeling heeft een gunstig effect op de bestedingsruimte van huishoudens die langdurig van een laag inkomen moeten rondkomen. Voor dit soort huishoudens wordt het steeds lastiger om geld te reserveren voor grote aankopen. Het Nibud adviseert daarom om de regeling in stand te houden. In de gewijzigde WWB (zie paragraaf 5.1) is de mogelijkheid van een categoriale benadering van de langdurigheidstoeslag afgeschaft. Hiervoor in de plaats komt een individuele inkomenstoeslag voor personen tot de AOW -gerechtigde leeftijd die langdurig van een laag inkomen moeten rondkomen en gelet op hun individuele omstandigheden geen zicht hebben op verbetering van het inkomen. Doordat de langdurigheidstoeslag op deze wijze wordt geïndividualiseerd, komt de centrale inkomensnorm van 110 procent van het toepasselijk sociaal minimum eveneens te vervallen. Het Nibud adviseert de individuele inkomenstoeslag dusdanig vorm te geven dat dit ten goede komt aan de huishoudens die dit volgens deze rapportage het hardst nodig hebben. De eigen bijdrage voor de kinderopvang wordt door de gemeente gedeeltelijk vergoed aan verschillende doelgroepen (zie paragraaf 3.2.9). Dit geldt onder meer voor huishoudens met een inkomen op 110 procent van de geldende bijstandsnorm, aansluitend op het moment dat de uitkering is beëindigd door toetreding tot de arbeidsmarkt. Voor de groep alleenstaande ouders die voorheen geen uitkering hebben ontvangen, maar die wel een inkomen hebben dat past binnen de regels van het minimabeleid, is geen vergoeding mogelijk. Deze kosten drukken dus op de begroting van eenoudergezinnen met een klein baantje. Bovendien is sinds 2011 de vergoeding van het Rijk sterk afgenomen. Het Nibud adviseert daarom ook voor deze groep de eigen bijdrage voor de kinderopvang (gedeeltelijk) te vergoeden. Zonder een dergelijke vergoeding zou het eenoudergezin met jonge kinderen op 110 procent maandelijks een tekort hebben. Alleenstaande ouders en echtparen die niet werken of echtparen waarvan een van beide partners werkt, maken geen gebruik van de kinderopvang, maar kunnen hun kind naar de peuterspeelzaal brengen. De kosten voor de peuterspeelzaal zijn in gemeente Ede inkomensafhankelijk. Hierdoor is er voor ouders met laag inkomen een minder groot (financieel) beletsel om hun kind naar de peuterspeelzaal te brengen. Het Nibud raadt daarom aan de huidige situatie in stand te houden. 66 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
67 De onderzochte huren in de gemeente Ede liggen iets hoger dan het gemiddelde in Nederland 10 en komen uit boven de kwaliteitskortingsgrens van 389,05 euro. Vanaf deze grens wordt het bedrag boven de basishuur (226,98 euro per maand) niet meer voor 100 procent gecompenseerd, maar voor 65 procent. Omdat de huur zwaar op de begroting drukt, zou de gemeente hiervoor een bijdrage kunnen verstrekken. Een voorbeeld uit een andere gemeente is het woonlastenfonds, bedoeld voor inwoners die drie jaar of langer moeten rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau en die recht hebben op huurtoeslag met kwaliteitskorting. Het woonlastenfonds compenseert in de betreffende gemeente (een percentage van) de kwaliteitskorting van de huurtoeslag. 7.3 Aandachtspunten Paren (met kinderen) (Echt)paren onder de AOW-gerechtigde leeftijd hebben in de gemeente Ede op alle onderzochte inkomensniveaus te maken met tekorten als zij naast het basispakket ook het restpakket willen bekostigen. Het Nibud ziet dit bij meer gemeenten. De extra inkomsten ten opzichte van het eenoudergezin (100 tegenover 90 procent van de bijstandsnorm) wegen vaak niet op tegen de kosten voor een extra volwassene aan bijvoorbeeld voeding, kleding en de zorgverzekering. Paren met kinderen hebben met nog grotere tekorten te maken. Met name oudere kinderen drukken zwaar op de begroting. Het paar met oudere kinderen heeft in de gemeente Ede weliswaar minder grote tekorten dan het paar met jonge kinderen, maar dit komt doordat een van deze kinderen meerderjarig is en eigen inkomsten heeft. Zou dit niet het geval zijn, dan zou dit echtpaar met grotere tekorten te maken hebben dan het paar met jonge kinderen. Overigens kan ook het paar met jonge kinderen op geen van de onderzochte inkomensniveaus het restpakket bekostigen. De kosten van kinderen worden niet volledig gecompenseerd door kindgebonden toeslagen. Gemeenten kunnen via het eigen beleid trachten deze tekorten te repareren. Zo kent de gemeente Ede een aantal regelingen om de bestedingsruimte voor echtparen (met kinderen) te verruimen, zoals de tegemoetkoming in de schoolkosten, de 10 Voor een- en tweepersoonshuishoudens bedraagt de gemiddelde huur 409 euro en voor huishoudens van drie personen of meer is de huur 476 euro. Deze gemiddelde huurprijs is vastgesteld op basis van gegevens van het CBS. Hierbij is gekozen voor redelijk goedkope huurwoningen en is uitgegaan van kwartielprijzen. 67 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
68 tegemoetkoming voor sport, cultuur en recreatie en een gunstige collectieve zorgverzekering. Omdat de tegemoetkoming in de schoolkosten per 1 januari vervalt en de tegemoetkoming voor activiteiten wordt beperkt, raad het Nibud aan deze huishoudens op andere manieren te ondersteunen, bijvoorbeeld via de individuele bijzondere bijstand of via particuliere fondsen. Ook een tegemoetkoming voor maatschappelijke participatie voor volwassenen zal een gunstige uitwerking op de begroting van echtparen met kinderen hebben. Alleenstaanden onder de AOW-gerechtigde leeftijd Alleenstaanden onder de AOW-gerechtigde leeftijd kunnen de uitgaven aan sociale participatie niet opbrengen, zonder dat een tekort op de maandbegroting ontstaat. Dit is het geval op alle onderzochte inkomensniveaus. Net als bij echtparen zal een vergoeding voor sociale participatie voor volwassenen dit tekort enigszins kunnen beperken. 7.4 Samenvatting Het is niet gemakkelijk om rond te moeten komen van een minimuminkomen. Om huishoudens hierbij te ondersteunen kan de gemeente de volgende maatregelen nemen: Het aanbieden van budgetteringscursussen voor huishoudens die niet goed met geld om kunnen gaan. Het gebruik van lokale regelingen stimuleren door hieraan voldoende publiciteit te geven en de toegang tot deze regelingen te stimuleren. Met name het gebruik van de collectieve zorgverzekering actief promoten wanneer zorgkosten voor huishoudens die deze verzekering niet hebben, ook niet door de bijzondere bijstand worden vergoed. Ook de mogelijkheid van individuele bijzondere bijstand goed bij de doelgroep onder de aandacht brengen. De mogelijkheid onderzoeken om huishoudens met kinderen extra te ondersteunen via particuliere fondsen, zoals de Stichting Leergeld of het Jeugdsportfonds/ Jeugdcultuurfonds. Energiezuinige producten en hulp van energieadviseurs aanbieden, met name aan huishoudens die in energie-onzuinige woningen wonen. De betalingscapaciteit voor gemeentelijke heffingen en waterschapsbelastingen slechts één maal inzetten en niet voor beide soorten heffingen apart te berekenen. 68 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
69 De vermogensgrens voor de kwijtschelding te verruimen tot de vermogensnormen die in de WWB worden gehanteerd, wanneer dit door het Rijk mogelijk wordt gemaakt. Dit met het oog op de financiële buffer die elk huishouden zou moeten hebben voor onvoorzienbare uitgaven. Een vergoeding voor woon-werkverkeer mogelijk maken voor huishoudens die voorheen geen uitkering van de gemeente ontvingen, maar die wel een inkomen hebben dat past binnen de regels van het minimabeleid. Een gemeentelijke bijdrage voor sociale participatie voor volwassenen mogelijk maken. Huishoudens die in relatief dure huurwoningen wonen, hiervoor compenseren door middel van een woonlastenfonds. Rondkomen van een minimuminkomen is voor het ene huishoudtype moeilijker dan voor het andere. Uit dit onderzoek blijkt dat de volgende punten extra aandacht verdienen: Echtparen onder de AOW-gerechtigde leeftijd met een inkomen op bijstandsniveau kunnen het basispakket niet bekostigen. De kosten voor twee volwassenen aan bijvoorbeeld voeding, kleding en verzekeringen zijn te hoog om vanuit de norm te worden voldaan. De kosten van kinderen komen hier nog bovenop: de landelijke kindgebonden toeslagen kunnen deze kosten niet compenseren. Oudere kinderen zijn duurder dan jonge kinderen (qua voeding, schoolkosten, zakgeld, ed.). Alleenstaanden onder de AOW-gerechtigde leeftijd kunnen de kosten voor sociale participatie niet opbrengen. Huishoudens boven de AOW-gerechtigde leeftijd hebben genoeg bestedingsruimte om alle uitgaven uit het basispakket en restpakket te bekostigen. Echter, deze groep is meestal niet in staat om het inkomen te verhogen. Bovendien zal deze groep zal een steeds groter deel van hun zorgkosten zelf moeten gaan betalen, wat een negatief effect op de maandbegroting zal hebben. Er is en er gaat veel veranderen voor huishoudens met een minimuminkomen. Met het oog op de (nabije) toekomst zou de gemeente de volgende overwegingen in haar besluitvorming mee kunnen nemen: Huishoudens met een zorgvraag zullen door het afschaffen van de Wtcg en CER er in inkomen op achteruit gaan. De gemeente zal hier lokale regelingen voor in de plaats moeten stellen. Dit kan op verschillende manieren, 69 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
70 bijvoorbeeld via de WMO, via de bijzondere bijstand of via een (uitgebreide) collectieve zorgverzekering. Ook een combinatie is mogelijk. Als met de nieuwe WMO de huishoudelijke verzorging een algemene voorziening wordt in plaats van een maatwerkvoorziening, leidt dit tot forse extra uitgaven voor een huishouden met en zorgvraag en een minimuminkomen. Het is van groot belang dat de gemeente hier bij de invulling van haar zorgbeleid rekening mee houdt. Als gevolg van de kostendelersnorm kunnen huishoudens met meerderjarig thuiswonende kinderen er flink op achteruit gaan. Dit betekent niet per definitie dat deze huishoudens de maandbegroting niet meer rond kunnen krijgen. Soms lukt dat wel, maar dan zal wel (het grootste deel van) het inkomen van het kind toegevoegd moeten worden aan het huishoudbudget. De hervorming van de kindregelingen kan een daling van het inkomen tot gevolg hebben. Dit geldt bijvoorbeeld voor een eenoudergezin met twee jonge kinderen en een inkomen op bijstandsniveau. De stijging van het kindgebonden budget kan het verlies van de toeslag voor eenoudergezinnen niet geheel compenseren. De langdurigheidstoeslag zal vervangen worden door een individuele inkomenstoeslag. De gemeente krijgt hiermee meer vrijheid met betrekking tot de doelgroep van deze toeslag. Zo komt de centrale inkomensnorm van 110 procent van het toepasselijk minimum te vervallen. De gemeente kan gebruik maken van (onder andere) de resultaten van deze rapportage bij het vaststellen van haar beleid rondom de individuele inkomenstoeslag. Ook voor de collectieve ziektekostenverzekering wordt de centrale inkomensnorm van 110 procent geschrapt. In de gemeente Ede kunnen huishoudens met een inkomen tussen 110 en 130 procent van de geldende bijstandsnorm nu al korting krijgen op de ExtraVerzorgd verzekering van Menzis. Vanaf volgend jaar kan deze groep aansluiten bij de GarantVerzorgd verzekering. Per 1 januari 2015 zullen ook enkele lokale bezuinigingen worden doorgevoerd. Deze bezuinigingen raken met name gezinnen met kinderen. Omdat de kosten van kinderen niet geheel gecompenseerd worden door de (landelijke) kindgebonden toeslagen, is het raadzaam te onderzoeken hoe deze gezinnen nog wel ondersteund kunnen worden. Hierbij kan gedacht worden aan ondersteuning via particuliere fondsen zoals de Stichting Leergeld of het Jeugdsportfonds. De gemeente zelf kan deze gezinnen ondersteunen via de individuele bijzondere bijstand. 70 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
71 Om de uitvoeringskosten van de individuele bijzondere bijstand niet teveel te verzwaren kan de gemeente kiezen voor individuele bijzondere bijstand op basis van groepskenmerken. 71 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
72 72 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
73 Bijlage 1: Begrotingen In onderstaande tabellen zijn de begrotingen van de verschillende huishoudtypen opgenomen. Voor alle huishoudens wordt op een rij gezet hoe het budget er bij de verschillende inkomensniveaus uit ziet. De eerste negen begrotingen geven de situatie weer vóór de wijzigingen in de zorg en de WWB, de laatste begrotingen gelden voor de situatie daarna. De inkomensondersteunende regelingen van de gemeente Ede zijn als volgt in de begrotingen verwerkt: Kwijtschelding van heffingen In de begrotingen is de kwijtschelding van de gemeentelijke- en waterschapsheffingen verwerkt bij de heffingsbedragen. Dit wordt aangegeven met achter het resterende bedrag. Collectieve ziektekostenverzekering De gemeente Ede biedt inwoners de mogelijkheid zich te verzekeren via een collectieve ziektekostenverzekering. Huishoudens kunnen gebruik maken van een collectieve zorgverzekering aan bij zorgverzekeraar Menzis. Bij de uitgavenpost premie zkverzekering hebben we het maandelijkse bedrag van de collectieve zorgverzekering gebruikt. Dit is aangegeven met achter de betreffende bedragen. Tegemoetkoming schoolkosten De tegemoetkoming voor indirecte schoolkosten is verwerkt in de post schoolkosten/kinderopvang en wordt aangegeven met. Restpakket De tegemoetkoming voor activiteiten voor sport, cultuur en recreatie en Meer Kinderen Meedoen zijn ondergebracht onder de post vergoeding restpakket en worden aangegeven met. Toeslagen De categoriale bijzondere bijstand voor ouderen is bij de betreffende huishoudtypen ondergebracht onder de inkomsten categoriale bijstand. 73 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
74 74 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
75 Bijlage 2: Inkomsten Inkomsten Het inkomen in de begrotingen is inclusief vakantietoeslag en heffingskortingen (bijvoorbeeld de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de combinatiekorting). Het uitgangspunt is dat huishoudens alle kortingen en landelijke toeslagen waar ze recht op hebben ook daadwerkelijk aanvragen. Ook de categoriale bijzondere bijstand voor ouderen is voor de betreffende huishoudens bij de inkomsten opgenomen. Langdurigheidstoeslag Huishoudens in de gemeente Ede die voorafgaand aan de peildatum gedurende minimaal vijf jaar over een inkomen beschikken dat niet hoger is dan 100 procent van de voor belanghebbende(n) geldende bijstandsnorm, hebben recht op de langdurigheidstoeslag. De regeling is bedoeld voor huishoudens die geen uitzicht hebben op hoger inkomen. Huishoudens die in aanmerking komen voor de toeslag worden vergeleken met de huishoudens die hier geen recht op hebben. Algemene opmerking Naast bovenstaande inkomensondersteunende maatregelen wordt bij de inkomsten rekening gehouden met de zorgtoeslag, de huurtoeslag, de kinderbijslag en het kindgebonden budget. 75 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
76 76 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
77 Bijlage 3: Verantwoording uitgaven Het Nibud gebruikt diverse bronnen voor de referentiecijfers. Hieronder volgt een korte verantwoording van keuzes en bronnen uitgesplitst naar het basis- en het restpakket. 1. Basispakket Huur Er wordt gerekend met een huur van 424 euro voor een- en tweepersoonshuishoudens en 579 euro voor meerpersoonshuishoudens. Energie Dit is 90 procent van de prijs van gemiddeld gebruik naar huishoudtype met een opslag voor huishoudens van de AOW-gerechtigde leeftijd (gasverbruik). Daarbij hanteert het Nibud de prijs van het gemiddelde verbruik. Heffingen Dit zijn de gemeentelijke- en waterschapsheffingen verminderd met de eventuele kwijtschelding. Telefoon, internet en kabel Deze bedragen zijn gebaseerd op het bellen met een mobiele telefoon met een sim - only abonnement voor 100 tot 150 belminuten per maand, een basisabonnement voor internet en een basis digitaal televisie abonnement. We gaan er van uit dat iedereen in het huishouden van 12 jaar en ouder een eigen mobiele telefoon heeft. Zorgverzekeringen Dit betreft de nominale premie van de basis- en aanvullende verzekering inclusief tandartsverzekering. Voor huishoudens die voldoen aan de voorwaarden is de collectiviteitskorting van toepassing. Overige verzekeringen Dit betreft een aansprakelijkheidsverzekering, een inboedelverzekering en voor volwassenen in huishoudens onder de AOW-gerechtigde leeftijd een uitvaartverzekering. 77 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
78 Schoolkosten Deze bedragen zijn gebaseerd op onderzoek van het Nibud, en betreffen de mediaanbedragen exclusief reiskosten. Kinderopvang Dit zijn de kosten inclusief de landelijke vergoeding die wordt gegeven en (indien van toepassing) de vergoeding via de bijzondere bijstand. Kleding en schoeisel Deze bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor kleding. Inventaris en onderhoud Bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor inventaris en onderhoud. Extra ziektekosten In het basispakket zitten kosten die elk huishouden heeft. De kosten betreffen de huisapotheek met pleisters, aspirines e.d. plus het bedrag dat een huishouden maximaal kwijt kan zijn aan het eigen risico van de zorgverzekering. Voeding De bedragen zijn gebaseerd op de aanbevolen hoeveelheden voor een gezonde voeding van het Voedingscentrum en de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Reiniging Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon op basis van Nibudonderzoek. Persoonlijke verzorging Uitgegaan is van een bedrag per persoon op basis van Nibud-onderzoek. Diversen Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon voor diverse uitgaven. OV en fiets Voor ieder lid van het huishouden zijn dit de kosten van een fiets, een OV-chipkaart en enkele zones. 78 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
79 2. Restpakket Het bedrag dat overblijft nadat alle uitgaven uit het basispakket zijn gedaan, is bestemd voor vrije bestedingen. Alle vrije bestedingen vormen samen het restpakket. Pakket voor sociale participatie Als voorbeeld heeft het Nibud in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) een pakket aan uitgaven voor sociale participatie opgesteld. De uitgavenposten waar rekening mee is gehouden staat hieronder weergegeven evenals de richtbedragen voor deze uitgavenposten. Uitgaven aan sociale participatie, bedrag per maand Contributies en abonnementen per kind 4-12 jaar 11 per persoon >12 jaar 17 per huishouden 2 Bezoek ontvangen per persoon 8 per huishouden 11 Op bezoek gaan per persoon 6 Vakantie/uitgaan per persoon 17 per huishouden 22 Vervoer per persoon 9 per huishouden 4 Bron: Hoff et al, SCP/Nibud, 2009, berekeningen Nibud, 2014 Overig restpakket Naast de uitgaven zoals gespecificeerd in het pakket aan sociale participatie kunnen nog allerlei overige uitgaven als voorbeeld in het restpakket worden opgenomen. In dit onderzoek zijn dat de kosten voor woon-werkverkeer (gebaseerd op een tweesterrenabonnement en jaarlijks geïndexeerd), zakgeld voor de kinderen (bedragen zijn gebaseerd op regulier onderzoek van het Nibud) en de kosten voor een huisdier (20 euro per maand). 79 / Minima-effectrapportage gemeente Ede
Minima-effectrapportage gemeente Leidschendam- Voorburg 2013
Minima-effectrapportage gemeente Leidschendam- Voorburg 2013 De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Leidschendam-
Minima-effectrapportage gemeente Utrecht De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens
Minima-effectrapportage gemeente Utrecht 2013 De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Utrecht 2013 De invloed
Minima-effectrapportage gemeente Ede 2016
Minima-effectrapportage gemeente Ede 2016 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Ede 2016 De invloed
Minima-effectrapportage Gemeente Maastricht. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens
Minima-effectrapportage Gemeente Maastricht De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage Gemeente Maastricht De invloed van gemeentelijke
Minima-effectrapportage gemeente Venlo. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens
Minima-effectrapportage gemeente Venlo De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Venlo 2009 De invloed van gemeentelijke
Minima-effectrapportage gemeente Hilversum 2012. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens
Minima-effectrapportage gemeente Hilversum 2012 De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Hilversum 2012 De invloed
Minima-effectrapportage gemeente Wassenaar 2013. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens
Minima-effectrapportage gemeente Wassenaar 2013 De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Wassenaar 2013 De invloed
Minima-effectrapportage gemeente Voorschoten 2013. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens
Minima-effectrapportage gemeente Voorschoten 2013 De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Voorschoten 2013 De
Minima-effectrapportage gemeente X. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens
Minima-effectrapportage gemeente X De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente X De invloed van gemeentelijke maatregelen
Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2015. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens
Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2015 De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2015 Effecten
Minima-effectrapportage gemeenten Tilburg en Goirle 2011
Minima-effectrapportage gemeenten Tilburg en Goirle 2011 De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeenten Tilburg en Goirle
Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2017
Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2017 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Enschede
Minima-effectrapportage Gemeente Waalwijk. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens
Minima-effectrapportage Gemeente Waalwijk De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage Gemeente Waalwijk De invloed van gemeentelijke
Minima-effectrapportage gemeente Nijmegen 2017
Minima-effectrapportage gemeente Nijmegen 2017 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Nijmegen
Minimum-voorbeeld begrotingen en kostendelersnorm. Nibud, 2013
Minimum-voorbeeld begrotingen en kostendelersnorm Nibud, 2013 Inhoud 1 INLEIDING... 3 2 INKOMSTEN... 4 3 MINIMALE UITGAVEN... 8 3.1 Minimum-voorbeeldbegrotingen... 8 3.2 Persoonlijk onvermijdbare uitgaven...
Minima-effectrapportage gemeente Breda 2012
Minima-effectrapportage gemeente Breda 2012 De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Breda 2012 4 Minima-effectrapportage
Rapportages Nibud ten behoeve Onderzoek Armoedebeleid gemeente Roosendaal. Nibud/Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting
Rapportages Nibud ten behoeve Onderzoek Armoedebeleid gemeente Roosendaal Nibud/Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting 2 / Minima-effectrapportage gemeente Roosendaal Minima-effectrapportage gemeente
Minima-effectrapportage gemeente Zaanstad 2012. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens
Minima-effectrapportage gemeente Zaanstad 2012 De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Zaanstad 2011-2012 De invloed
BIJLAGE 5 INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE NOORDWIJK 2015
BIJLAGE 5 INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE NOORDWIJK 2015 Inkomens Effect Rapportage gemeente Noordwijk 2015 Een onderzoek naar de effecten van het armoedebeleid op de inkomenspositie van minimahuishoudens
Minima-effectrapportage gemeente Tiel 2015
Minima-effectrapportage gemeente Tiel 2015 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens. Minima-effectrapportage Gemeente Tiel / 0 Minima-effectrapportage
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Veluwerand 2015
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Veluwerand 2015 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens. Minima-effectrapportage Sociale Dienst
Nibud minimumvoorbeeldbegrotingen
Nibud minimumvoorbeeldbegrotingen 2017 Het Nibud stelt elk jaar begrotingen op voor huishoudens met een minimum inkomen. We gaan uit van een inkomen op het niveau van het sociaal minimum. Dit is de bijstandsuitkering.
INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE WAALWIJK 2014
INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE WAALWIJK 2014 Inkomens Effect Rapportage gemeente Waalwijk 2014 Een onderzoek naar de effecten van het armoedebeleid op de inkomenspositie van minimahuishoudens in de
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2015
Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2015 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens. Minima-effectrapportage gemeente Den Haag
INKOMENSEFFECTEN LANDELIJKE EN GEMEENTELIJKE MINIMAREGELINGEN
INKOMENSEFFECTEN LANDELIJKE EN GEMEENTELIJKE MINIMAREGELINGEN Versie 1.2 15 maart 2015 Inkomenseffecten landelijke en gemeentelijke minimaregelingen Onderzoek naar de effecten van de landelijke en gemeentelijke
Minima-effectrapportage Bijlage I / 1
Tabel 1a Alleenstaande onder de 65 jaar (huur 357) WWB-uitkering 110% 120% 130% Inkomsten Netto inkomen (incl. kortingen) 920 1012 1104 1196 Kinderbijslag 0 0 0 0 Tegemoetkoming schoolkosten 0 0 0 0 Categoriale
Rapportages Nibud ten behoeve Onderzoek Armoedebeleid gemeente Etten-Leur
Rapportages Nibud ten behoeve Onderzoek Armoedebeleid gemeente Etten-Leur Nibud/Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting 2 / Minima-effectrapportage gemeente Etten-Leur Inhoud 1. INLEIDING... 6 1.1
Minima-effectrapportage gemeente Deurne De invloed van gemeentelijke ondersteuning op de financiële positie van inwoners met een laag inkomen
Minima-effectrapportage gemeente Deurne 2016 De invloed van gemeentelijke ondersteuning op de financiële positie van inwoners met een laag inkomen Minima-effectrapportage gemeente Deurne 2016 De invloed
Minima Effect Rapportage Gemeente Apeldoorn Robin Stoof & Sanne Lamers Nibud
Minima Effect Rapportage Gemeente Apeldoorn 2016 Robin Stoof & Sanne Lamers Nibud Wat doet het Nibud? Onderzoek Voorlichting Consumenten Professionals Opleidingen Consumenten Professionals Minima-effectrapportage
Benchmark Minimaeffectrapportages. Een vergelijking van de financiële positie van inwoners met lage inkomens in diverse gemeenten
Benchmark Minimaeffectrapportages 2012 Een vergelijking van de financiële positie van inwoners met lage inkomens in diverse gemeenten Benchmark Minimaeffectrapportages 2012 Een vergelijking van de financiële
Minima-effectrapportage gemeente Eindhoven
Minima-effectrapportage gemeente Eindhoven Onderzoek naar de stapeling van inkomenseffecten van landelijke beleidswijzigingen en de impact daarvan op de koopkracht van huishoudens met een laag inkomen
Verandering van de koopkracht van chronisch zieken en gehandicapten in 2014. Nibud, september 2013
Verandering van de koopkracht van chronisch zieken en gehandicapten in 2014 Nibud, september 2013 Verandering van de koopkracht van chronisch zieken en gehandicapten in 2014 Nibud, september 2013 In opdracht
INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE HATTEM
INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE HATTEM Inkomens Effect Rapportage gemeente Hattem Een onderzoek naar de effecten van het armoedebeleid op de inkomenspositie van minimahuishoudens en werkenden met lage
Minima-effectrapportage gemeente Apeldoorn 2016
Minima-effectrapportage gemeente Apeldoorn 2016 De invloed van landelijke en gemeentelijke ondersteuning op de financiële positie van inwoners met een laag inkomen Minima-effectrapportage gemeente Apeldoorn
Nibud minimum-voorbeeldbegrotingen 2015 / 1
Nibud minimumvoorbeeldbegrotingen 2015 Het Nibud stelt elk jaar begrotingen op voor huishoudens met een minimum inkomen. We gaan uit van een inkomen op het niveau van het sociaal minimum. Dit is de uitkering
INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE ARMOEDE BESTRIJDING GEMEENTE DOETINCHEM
INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE ARMOEDE BESTRIJDING GEMEENTE DOETINCHEM Een onderzoek naar de effecten van gemeentelijke inkomensondersteuning op de inkomenspositie van minimahuishoudens en werkenden met lage
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2016
Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2016 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage Sociale
Nibud Minima-effectrapportage Begrotingen 1 / 8
Nibud Minima-effectrapportage Begrotingen 1 / 8 a. Alleenstaande onder de 65 jaar Netto inkomen (incl. kortingen) 926 1019 1112 Categoriale bijstand 0 0 0 Huurtoeslag 185 185 157 Zorgtoeslag 88 88 88 TOTAAL
Begrotingen TOTAAL UITGAVEN 890 904 904
Tabel 1a HUUR in 366 HUISHOUDTYPE Alleenstaande jonger dan 65 jaar WWB-uitkering 112% 120% Inkomsten Netto inkomen 808 905 969 Heffingskortingen via VT 0 0 0 Kinderbijslag 0 0 0 Tegemoetkoming schoolkosten
Nibud Minima-effectrapportage Begrotingen 1 / 7
Nibud Minima-effectrapportage Begrotingen 1 / 7 a. Alleenstaande onder de 65 jaar Netto inkomen (incl. kortingen) 926 1019 1112 Huurtoeslag 201 201 173 TOTAAL INKOMSTEN 1216 1309 1373 Gas 60 60 60 Elektriciteit
Nibud Minima-effectrapportage Begrotingen 1 / 10
Nibud Minima-effectrapportage Begrotingen 1 / 10 a. Alleenstaande Netto inkomen (incl. kortingen) 948 1043 1138 Zorgtoeslag 72 72 72 Huurtoeslag 146 146 120 Kinderbijslag 0 0 0 Kindgebonden budget 0 0
Interne Memo nr. commissie MO G.E. Oude Kotte Datum: december 2014 Onderwerp: BOT-overleg armoedebeleid 2015 Afschrift aan: vul in
Interne Memo nr. Aan: commissie MO Van: G.E. Oude Kotte Datum: december 2014 Onderwerp: BOT-overleg armoedebeleid 2015 Afschrift aan: vul in Inleiding Per 1 januari 2015 wijzigen een aantal zaken binnen
INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE WIJK BIJ DUURSTEDE 2015
INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE WIJK BIJ DUURSTEDE 2015 Inkomens Effect Rapportage gemeente Wijk bij Duurstede 2015 Een onderzoek naar de effecten van het armoedebeleid op de inkomenspositie van minimahuishoudens
Koopkracht van 65-plussers 2012-2013
Koopkracht van 65-plussers 2012-2013 Berekeningen Prinsjesdag 2012 In opdracht van de ouderenbonden Unie KBO, PCOB en NVOG Nibud, september 2012 Koopkracht van 65-plussers in 2013 / 1 Koopkracht van 65-plussers
Iedereen kan meedoen. Financieel steuntje in de rug voor inwoners met een minimaal inkomen
Iedereen kan meedoen Financieel steuntje in de rug voor inwoners met een minimaal inkomen Voor mensen met een laag inkomen en weinig vermogen is het niet altijd gemakkelijk om rond te komen. Een keer een
Inkomenseffecten Participatiewet en kostendelersnorm WWB. Nibud, 2013
Inkomenseffecten Participatiewet en kostendelersnorm WWB Nibud, 2013 Inhoud 1 INLEIDING... 3 2 INKOMENSEFFECTEN... 4 2.1 Alleenstaande Wajonger... 4 2.2 Wajonger met een partner... 6 2.3 Wajonger bij ouders...
Koopkracht van 65-plussers met aanvullend pensioen in 2009
Koopkracht van 65-plussers met aanvullend pensioen in 2009 Nibud, februari 2009 In opdracht van de NVOG Koopkracht van 65-plussers met aanvullend pensioen in 2009 Nibud, februari 2009 In opdracht van de
Minima-effectrapportage Bijlage I - hoge huur/ 1
Tabel 2a Alleenstaande onder de 65 jaar (huur 537) Netto inkomen (incl. kortingen) 914 1005 1097 1188 Kinderbijslag 0 0 0 0 Huurtoeslag 276 276 242 202 Woonlastenfonds 59 0 0 0 Kindgebonden budget 0 0
INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE VLISSINGEN
INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE VLISSINGEN Een onderzoek naar de effecten van het armoedebeleid op de inkomenspositie van minimahuishoudens en werkenden met lage inkomens in de gemeente Vlissingen.
Nibud Minima-effectrapportage Begrotingen 1 / 9
Nibud Minima-effectrapportage Begrotingen 1 / 9 a. Alleenstaande Netto inkomen (incl. kortingen) 948 1043 1138 Zorgtoeslag 72 72 72 Huurtoeslag 156 156 130 Kinderbijslag 0 0 0 Kindgebonden budget 0 0 0
Iedereen kan meedoen financieel steuntje in de rug voor inwoners met een minimaal inkomen
Iedereen kan meedoen financieel steuntje in de rug voor inwoners met een minimaal inkomen Voor mensen met een laag inkomen en weinig vermogen is het niet altijd gemakkelijk om rond te komen. Een keer een
Met ingang 2015 zijn er op het gebied van de bijzondere bijstand een aantal zaken veranderd.
Bijzondere bijstand U kunt onverwacht voor noodzakelijke uitgaven komen te staan als gevolg van bijzondere individuele omstandigheden. Als u daarbij een laag inkomen heeft en geen of weinig vermogen dan
Bijlage: Vaststelling eigen bijdrage en besteedbaar inkomen voor een aantal categorieën.
Bijlage: Vaststelling eigen bijdrage en besteedbaar inkomen voor een aantal categorieën. Beschrijving van de eigen bijdrage systematiek Deze bijlage geeft een beschrijving van de wijze waarop de eigen
Bijlage 1 Opties voor gemeentelijke ondersteuning van chronisch zieken en gehandicapten en advies voor keuze uit opties
Bijlage 1 Opties voor gemeentelijke ondersteuning van chronisch zieken en gehandicapten en advies voor keuze uit opties In deze bijlage behandelen we kort vijf opties die de gemeente kan inzetten bij de
In deze informatiefolder leest u meer over het minimabeleid van de gemeente Brummen.
Informatie Minimabeleid 2013 In deze informatiefolder leest u meer over het minimabeleid van de gemeente Brummen. Alle inwoners van de gemeente Brummen met een laag inkomen kunnen een aanvraag indienen
Inkomenseffecten van het basisinkomen 2.0
Inkomenseffecten van het basisinkomen 2.0 Effect van de invoering van het basisinkomen op het inkomen van een aantal voorbeeldhuishoudens Jasja Bos, Marjan Verberk-De Kruik Inkomenseffecten van het basisinkomen
Gemeentelijke heffingen 2015. Kwijtschelding. Regel kwijtschelding op rotterdam.nl/mijnloket
Gemeentelijke heffingen 2015 Kwijtschelding Regel kwijtschelding op rotterdam.nl/mijnloket Januari 2015 Mensen die weinig te besteden hebben, zoals veel mensen met een (bijstands)uitkering of alleen AOW,
Koopkracht in perspectief. In opdracht van de gezamenlijke ouderenbonden, ANBO, PCOB, Unie KBO Nibud, 2008
Koopkracht in perspectief In opdracht van de gezamenlijke ouderenbonden, ANBO, PCOB, Unie KBO Nibud, 2008 Koopkrachtberekeningen 2007-2008/ 2 Koopkracht in perspectief In opdracht van de gezamenlijke ouderenbonden,
MEMO. Lokaal. Geachte raad,
MEMO Aan: De gemeenteraad Van: Het college van B&W Onderwerp: Overzicht van minimaregelingen 3 november 2015 Bijlage: bijstandsnormen hoogbijstand Afschrift aan: snor Geachte raad, Op uw verzoek, gedaan
Bijzondere bijstand kunt u aanvragen binnen 12 maanden nadat u deze kosten hebt gemaakt. U moet wel alle rekeningen en nota s bewaren.
Weet u hoe u een bijdrage kunt krijgen voor de kosten die u maakt? Verschillende vergoedingen van de gemeente zijn mogelijk als de kosten voor u te hoog oplopen. Dat is mooi, maar tegelijkertijd lastig.
Overzicht huidige minimaregelingen
Datum 10 juni 2014 1 (7) Overzicht huidige minimaregelingen Auteur Eveline Bal, Beleidsadviseur Werk & Inkomen Het huidige minimabeleid van de gemeente Nieuwegein kent verschillende instrumenten ter bestrijding
Onderzoek Armoedeval 2016 Zeist
Onderzoek Armoedeval 2016 Zeist 2 Onderzoek Armoedeval 2016 Zeist Sociaal Raadslieden Zeist Bergweg 1 3701 JJ Zeist T 030-6923857 M [email protected] I www.sociaalraadsliedenzeist.nl 3 4 Inhoudsopgave
Vergeleken met gemiddeld in Nederland
Tabel 5a Alleenstaande onder de 65 jaar Netto inkomen (incl. kortingen) 899 899 899 Huurtoeslag 164 263 186 TOTAAL INKOMSTEN 1120 1220 1143 Gas 51 51 52 Elektriciteit (-/- REB vermindering) 31 31 32 Water
BELEIDSREGELS MINIMABELEID GEMEENTE HOOGEVEEN
BELEIDSREGELS MINIMABELEID GEMEENTE HOOGEVEEN Het college van de gemeente Hoogeveen, gelet op artikel 35, Wet Werk en Bijstand, besluit vast te stellen de volgende beleidsregels: beleidsregels minimabeleid
Deelplan Minimabeleid Beleidsplan sociaal domein 2015-2018
Deelplan Minimabeleid Beleidsplan sociaal domein 2015-2018 Gemeente Noordoostpolder 19 augustus 2014 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1. Inleiding... 3 2. Doelen en doelgroep... 4 2.1. Doelen... 4 2.1.1.
Raadsvoorstel agendapunt
Raadsvoorstel agendapunt Aan de raad van de gemeente IJsselstein Datum Zaaknummer : 98220 Programma : Economie, werk en inkomen Cluster : Samenleving Portefeuillehouder: dhr. V.G.M. van den Berg Informatie
Minimabeleid 2011. Inkomensnormen 2011
brochure vindt u Minimabeleid 2011 In deze bijlage leest u meer over het minimabeleid van de gemeente Brummen. Alle inwoners van de gemeente Brummen met een laag inkomen kunnen een aanvraag indienen voor
