Studiegids MEBIT

Vergelijkbare documenten
Master Evidence Based Innovation in Teaching (MEBIT)

Master Evidence Based Innovation in Teaching MEBIT voor HBO docenten

Teachers Academy MEBIT. Master Evidence Based Innovation in Teaching. Geen veronderstellingen of vooroordelen, maar feiten

Onderwijs- en Examenregeling (OER) Masterprogramma van Onderwijskunde. Faculteit der Gedrags- en Maatschappijwetenschappen

Onderwijsregeling VI Keuzeonderwijs Bacheloropleiding Geneeskunde Curius+

Bestuurskunde Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Sociale Wetenschappen - P Bestuurskunde

De Evidence Based Beleidsmaker en Toezichthouder

Doelen Praktijkonderzoek Hogeschool de Kempel

Master of Psychological Research

Evidence based: theorie en praktijk. Wim Groot Top Institute Evidence Based Education Research (TIER) Teachers Academy

Studiehandleiding Ba-scriptie Kunsten, Cultuur en Media

Culture, Organization and Management Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Sociale Wetenschappen - P Culture Organization and Management -

Bijlage Onderwijs- en Examenregeling (OER) Master Programma van Pedagogische Wetenschappen. Faculteit der Gedrags- en Maatschappijwetenschappen

Bestuurskunde Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Sociale Wetenschappen - P Bestuurskunde

: Afstudeerproject BSc KI : Bachelor Kunstmatige Intelligentie Studiejaar, Semester, Periode : semester 2, periode 5 en 6

Toetsplan Masteropleiding Midden-Oosten Studies

Sociologie Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Sociale Wetenschappen - P Sociologie

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen

DEEL B VAN DE ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING VAN DE BACHELOROPLEIDING ROEMEENSE TAAL EN CULTUUR

Bijlagen ( ) Eisen aan het onderzoeksvoorstel

Samenvatting aanvraag. Bijlage 8

Curriculumevaluatie BA Wijsbegeerte

Opleidingsspecifieke deel OER, Opleiding / programma: BA Liberal Arts and Sciences

Onderwijs- en Examenregeling (OER) Masterprogramma van Pedagogische Wetenschappen. Faculteit der Gedrags- en Maatschappijwetenschappen

Beschrijving Basiskwalificatie onderwijs

Specialisatie jonge kinderen

Studiehadleiding. Opleiding: hbo-masteropleiding Islamitische Geestelijke Verzorging

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen

MODULE Evidence Based Midwifery

Methodologie voor onderzoek in zorg, welzijn en hulpverlening. Foeke van der Zee

Sociologie Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Sociale Wetenschappen - P Sociologie

Advies van de Wetenschappelijke Commissie Wijkaanpak

Sociologie Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Sociale Wetenschappen - P Sociologie

Voorwoord... iii Verantwoording... v

Sociologie Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Sociale Wetenschappen - P Sociologie

Methodologie voor onderzoek in de verpleegkunde. Foeke van der Zee

Opleiding / programma: BA Liberal Arts and Sciences. Artikel Tekst 2.3 Colloquium doctum

FACULTEIT DER GEESTESWETENSCHAPPEN

Culture, Organization and Management Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Sociale Wetenschappen - P Culture Organization and Management -

Bijlage Onderwijs- en Examenregeling (OER) Bachelor Programma Academische Opleiding Leraar Basisonderwijs

INHOUDSOPGAVE ALGEMEEN Aard van dit document Informatie en communicatie Inwerkingtreding en duur

MASTER ONDERWIJSKUNDE

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Engels Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Engels

De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden:

Onderzoeksleerlijn Commerciële Economie. Naar een integrale leerlijn onderzoek Tom Fischer

Hoofdstuk 2: Kritisch reflecteren 2.1. Kritisch reflecteren: definitie Definitie: Kritisch reflecteren verwijst naar een geheel van activiteiten die

Bestuurskunde Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Sociale Wetenschappen - P Bestuurskunde

Bachelorproject (15 EC), BSK. Docent: MSc, Drs. C. Nagtegaal

Ontwerpgericht onderzoek in het HBO: onderzoeken door te adviseren

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Management en Organisatie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Management en

Evaluatie Curriculum Onderzoek in de opleiding

Onderwijs- en examenregeling geldig vanaf 1 September 2010

Werkbladen Workshop zelfonderzoek project Hybride Leeromgevingen in het Beroepsonderwijs (14 Oktober 2010)

Bestuurskunde Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Sociale Wetenschappen - P Bestuurskunde

Bijlage V. Bij het advies van de Commissie NLQF EQF. Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en Dublin descriptoren.

Bachelorscriptiebrochure BA Taalwetenschap

Toetsing Let op! Belangrijke data:

PEER REVIEWS. Managementgroep Interactum September 2014

11/8/2016. Academisch Schrijven in het curriculum. Opzet van deze bijeenkomst. Academisch schrijven. Toepassing in curriculum.

Minor Goede doelen, filantropie en non-profits

Inleiding 2. Het toelatingsexamen 3. NVO-examen 5. Het Pre-masterprogramma 6. Studeren in deeltijd 8

Curriculumevaluatie BA Filosofie

Media Outlook 2 HOGESCHOOL ROTTERDAM / CMI CDMMOU02-2. Aantal studiepunten:2 Modulebeheerder: Ayman van Bregt. Goedgekeurd door:

Medewerker onderwijsontwikkeling

INHOUDS- OPGAVE. Voorwoord 19. Voorwoord bij de nieuwe druk 20. Inleiding 23

Minor in het buitenland Mogelijkheden bij de opleiding Geneeskunde

Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi

Studiehandleiding Onderzoeksmethoden

Teamscan op accreditatiewaardigheid

Leraar voorbereidend hoger onderwijs Biologie Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - M Leraar VHO Biologie

Methodologie voor sociaalwetenschappelijk onderzoek. Foeke van der Zee

Introductie stage-scriptie combi. Orthopedagogiek G&G, 25 augustus 2011

Overzicht curriculum VU

Non satis scire WP 4 Pilot opzet peer feedback. Aanleiding

Onderwijs- en Examen Regeling (OER) Programma Bacheloropleiding Sociologie Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen

10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij

Opbrengstgericht taalonderwijs

Examenreglement

PORTFOLIO Senior Kwalificatie Onderwijs (SKO) Naam : Functie : Faculteit : Instituut : Telefoonnummer : Datum :

Teaching and Learning in Higher Education Premaster Vrije Universiteit Amsterdam - Onderwijscentrum VU - P TLHE

Praktijkkennis boven tafel halen. Daan Andriessen Jubileum congres Design Science Research Group 3 november 2011 Hogeschool Utrecht

Competentie- en indicatorenoverzicht Masteropleiding Leren en Innoveren Hogeschool Rotterdam IVL/Kenniskring Versterking Beroepsonderwijs

Handelingsgericht werken met taal

Modulebeschrijvingen Master Learning & Innovation

Bestuurskunde Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Sociale Wetenschappen - P Bestuurskunde

Beleid, Communicatie en Organisatie Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Sociale Wetenschappen - P Beleid, communicatie en organisatie -

Transcriptie:

Studiegids 2017-2018 MEBIT

2 Inhoudsopgave Contents 1.1 MEBIT OPLEIDING... 3 1.2 MEBIT ONDERWIJSPROGRAMMA... 6 1.3 ONDERWIJSPROGRAMMA EN INFORMATIE... 12 2. NADERE TOELICHTING OVER DE INHOUD VAN HET ONDERWIJS IN DE DRIE ONDERSTEUNENDE DISCIPLINES VAN MEBIT... 14 3. LITERATUURLIJST... 20 BIJLAGE 1: LEERDOELEN... 21 BIJLAGE 2: EXAMEN- EN ONDERWIJSREGLEMENT (OER)... 24 2

3 De Master Evidence Based Innovation in Teaching (MEBIT) 1.1 MEBIT opleiding MEBIT is een door de NVAO geaccrediteerde vraag gestuurde opleiding gericht op docenten en instellingen die de onderwijspraktijk willen verbeteren. De eigen onderwijspraktijk vormt de leidraad binnen deze vraag gestuurde opleiding. De filosofie van MEBIT is dat onderwijsvernieuwingen gebaseerd moeten zijn op het best beschikbare wetenschappelijke bewijs voorhanden over `wat werkt. De onderwijspraktijk zou zo veel mogelijk gebruik moeten maken van bewezen effectieve onderwijsinterventies en vernieuwingen zouden alleen dan breder ingevoerd mogen worden, als bewezen is dat ze werken. Deze evidence based benadering zorgt er voor dat onderwijsvernieuwingen niet ontstaan vanuit veronderstellingen of vooroordelen, maar vanuit een wetenschappelijk fundament waardoor de onderwijspraktijk zal verbeteren. Evidence based werken refereert ook aan een evidence based houding van docenten. Docenten dienen de vaardigheden en kennis te hebben om wetenschappelijk bewijs te kunnen interpreteren zodat er beter geïnformeerde beslissingen binnen de onderwijspraktijk genomen kunnen worden. MEBIT richt zich daarom op het ontwikkelen van deze evidence based houding bij docenten, zodat zij de volgende vragen kunnen stellen en beantwoorden: Is er bewijs dat deze beslissing ondersteunt? Hoe sterk is dit bewijs? Wanneer er geen wetenschappelijk bewijs voorhanden is om een beslissing te onderbouwen, moeten docenten een onderzoekende houding aan kunnen nemen en zelf bewijs leveren. Binnen MEBIT zetten docenten daarom een eigen onderzoek op en voeren deze uit. Binnen dit onderzoek formuleren zij een onderwijsvernieuwing die relevant is voor de eigen onderwijspraktijk en die geformuleerd is op basis van bestaand wetenschappelijk onderzoek. Vervolgens toetsen docenten in de onderwijspraktijk de effectiviteit van deze onderwijsvernieuwing en zijn zij in staat om een goed geïnformeerde beslissing te nemen over de invoering van de onderwijsvernieuwing. Samengevat biedt MEBIT docenten een individueel opleidings- en ontwikkelingstraject aan, waarbij het evidence based werken centraal staat en de eigen onderwijspraktijk de leidraad vormt binnen de vraag gestuurde leeromgeving. Op deze manier tracht de opleiding de wisselwerking tussen de ontwikkeling van wetenschappelijke kennis en de onderwijspraktijk te bevorderen. De opleiding richt zich nadrukkelijk op de onderzoekende docent en niet op didactische of een vakinhoudelijke scholing. Er wordt verwacht dat docenten zelfstandig de vak-inhoud bijhouden en deze op een actuele wijze in het onderwijsprogramma kunnen inbrengen. WETENSCHAPPELIJKE WAARBORGING KWALITEIT Om de wetenschappelijke kwaliteit van de opleiding te waarborgen is de Dutch Teachers and Policymakers Academy nauw verbonden met het Top Institute for Evidence Based Education Research (TIER), een interuniversitair onderzoeksinstituut met als partners de Universiteit 3

4 Maastricht, de Universiteit van Amsterdam en de Rijksuniversiteit Groningen. De doelstelling van TIER is om de kwaliteit van de onderwijspraktijk te verbeteren door te bevorderen dat evidence based werken de leidraad wordt in onderwijsbeleid en -praktijk. TIER is door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangewezen als maatschappelijk topinstituut dat verbindingen legt tussen excellent onderzoek en publieke en private vraagpartijen. Tier wordt gefinancierd door de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Meer informatie over TIER kan gevonden worden op: http://www.tierweb.nl/. WAARBORGING KWALITEIT ONDERWIJSPROCES MEBIT heeft een opleidingscommissie bestaande uit docenten en deelnemers aan de opleiding. Deze commissie heeft een belangrijke taak in de zorg voor de kwaliteit van het onderwijs(proces). Formeel is de taak van de opleidingscommissie het uitbrengen van advies over de onderwijs- en examenregelingen en over de uitvoering daarvan. Daarnaast mag de opleidingscommissie (ongevraagd) advies uitbrengen over alle aspecten die het onderwijs betreffen. Meer informatie over de opleidingscommissie van MEBIT kunt u verkrijgen via een bericht naar info-ta@ maastrichtuniversity.nl Voor de borging van de onderwijskwaliteit houdt de opleiding meermaals per collegejaar enquêtes bij de deelnemers. De programmaleiders volgen de uitkomsten van deze enquêtes nauwgezet op en ondernemen waar nodig actie. De resultaten van de bevragingen worden verder besproken in de opleidingscommissie en in het docentenoverleg. Ten slotte waakt ook de examencommissie van MEBIT over de kwaliteit van de opleiding. Deze commissie stuurt het proces van beoordeling en certificering van de opleiding en rapporteert aan het docentenoverleg en de directie van MEBIT. STUDIEBELASTING MEBIT is een parttime masteropleiding die twee jaar duurt en een totale studielast heeft van 1680 studie-uren. Sinds de invoering van de bachelor-masterstructuur wordt deze studiebelasting uitgedrukt met het internationale ECTS systeem, waarbinnen 28 uur studiebelasting gelijk staat aan 1 EC. Zodoende is de totale studiebelasting van het MEBIT programma gelijk aan 60 EC s. Deelnemers moeten rekening houden met een studiebelasting van 20 uur per week. 4

5 INFORMATIE Docenten die een onderdeel van het programma willen volgen of die meer informatie willen ontvangen over het programma, kunnen zich wenden tot: Astrid Lamers TIER/TA Universiteit Maastricht Kapoenstraat 2 Postbus 616 6200 MD Maastricht Telefoon: 043-3884428/3884429 Email: info-ta@maastrichtuniversity.nl web1: www.maastrichtuniversity.nl/mebit web2: www.tierweb.nl 5

6 1.2 MEBIT onderwijsprogramma Het twee jaar durende MEBIT programma is opgebouwd rondom leerdoelen die zijn geformuleerd vanuit de door de NVAO geformuleerde eindtermen waar wetenschappelijke masteropleidingen aan moeten voldoen: 1. Deelnemers baseren hun professionele handelen op de best beschikbare wetenschappelijke kennis (evidence based handelen). 2. Deelnemers beschikken over kennis en inzicht om zelfstandig wetenschappelijke informatie te verzamelen die aansluit op praktische vraagstukken ( wat werkt? ), en kunnen deze informatie beoordelen op de toepasbaarheid in de onderwijspraktijk. 3. Deelnemers beschikken over de competentie om wetenschappelijke informatie om te zetten in praktijktoepassingen, de implementatie van onderwijsinnovaties te organiseren en de effecten van deze innovaties te evalueren. 4. Deelnemers beschikken over de competentie om een bijdrage te leveren aan wetenschappelijk onderzoek, gericht op de ontwikkeling van nieuwe in de onderwijspraktijk toepasbare kennis (passend bewijs). 5. Deelnemers beschikken over de vaardigheid om collega s te informeren over nieuwe en bruikbare wetenschappelijke kennis en ontwikkelingen die nuttig zijn voor de innovatie van onderwijs. Om deze eindtermen op een structurele manier te realiseren, is MEBIT opgebouwd uit 4 semesters die elk een periode omvatten van zes maanden (zie Tabel 1). Voor ieder semester zijn expliciete leerdoelen geformuleerd die beschrijven wat deelnemers moeten kunnen wanneer zij een semester hebben voltooid (zie Bijlage 1 voor een gedetailleerde beschrijving van deze leerdoelen). De MEBIT eindtermen worden behaald wanneer de vier semesters succesvol zijn afgerond en dus wanneer de semesterleerdoelen behaald worden. De studiebelasting per semester bedraagt 15 ECTS, ofwel 420 studie-uren. Tabel 1. Grafische weergave MEBIT programma 2017-2019 Start semester Einde semester Semester 1 Evidence based werken: Onderzoeksvraag en literatuuronderzoek 1 september 2017 31 januari 2018 Semester 2 Evidence Based Innovatie: Ontwerp en Planning 31 januari 2018 30 juni 2018 Semester 3 Het verzamelen en evalueren van evidentie (bewijs) 1 september 2018 31 januari 2019 Semester 4 Van evidentie naar beleid Eindrapport, Thesis 31 januari 2019 30 juni 2019 6

7 Deelnemers formuleren binnen de vraaggestuurde MEBIT-opzet specifieke leervragen gerelateerd aan de eigen onderwijspraktijk en deze leervragen dienen als basis om zeven stappen van evidence based werken te doorlopen: Stap 1: Het probleem vertalen in beantwoordbare vraag. Stap 2: Efficiënt zoeken naar de best beschikbare kennis (evidentie). Stap 3: Kritische beoordeling van de kwaliteit en toepasbaarheid van deze kennis in Stap 2. Stap 4: Leveren van kennis door opzetten en uitvoeren onderzoek. Stap 5: Kritische beoordeling van de kwaliteit en toepasbaarheid van de kennis in Stap 4. Stap 6: Een beslissing nemen op grond van de beschikbare kennis over belang, bruikbaarheid, toepasbaarheid en kosteneffectiviteit. Stap 7: Regelmatig evalueren van de kwaliteit van dit proces. Hieronder wordt een inhoudelijke beschrijving gegeven van de activiteiten die deelnemers in de vier semesters zullen uitvoeren. In ieder semester maken deelnemers een schrijfopdracht en wordt de inhoud van deze schrijfopdracht vertaald naar een onderzoeksmemorandum. Door het schrijven van een memorandum worden deelnemers geschoold in het ontwikkelen van een praktijkgerichte beschrijving van resultaten uit wetenschappelijk onderzoek die de onderwijspraktijk kunnen ondersteunen. Verder becommentariëren deelnemers elkaars werk via een peer-review in de virtuele leeromgeving en wordt ieder semester afgesloten met een presentatie in een intern seminar tijdens de contactdagen. Semester 1: Evidence based werken De kern van MEBIT is leren op welke wijze de onderwijspraktijk verbeterd kan worden door gebruik te maken van de best beschikbare kennis. Het vertrekpunt is dat een onderwijsinstelling gezien kan worden als een bundeling van doelgerichte interventies om het leren van individuen te bevorderen. Deze interventies kunnen direct gerelateerd zijn aan de leeromgeving van de leerling (bijvoorbeeld didactische interventies) maar kunnen ook gerelateerd zijn aan de onderwijsorganisatie. Er zijn verschillende aanleidingen, die gevonden kunnen worden zowel binnen als buiten de eigen onderwijsomgeving, van waaruit bepaalde onderwijsverbeteringen geformuleerd kunnen worden. Het doorvoeren van deze onderwijsverbeteringen betekent praktisch dat nieuwe interventies worden toegevoegd aan de al bestaande interventiebundel (bijvoorbeeld: effectief gebruik van e- learning), of dat interventies binnen de bestaande interventiebundel worden aangepast (bijvoorbeeld: vormen van kennistoetsing). In Semester 1 voeren deelnemers een probleemanalyse uit. Op basis hiervan zetten zij uiteen welke onderwijsverbetering zij voor ogen hebben en wat het doel van de onderwijsverbetering is. Deelnemers vragen zich vervolgens af of de beoogde onderwijsverbetering (de interventie) daadwerkelijk leidt tot het gewenste effect (de evidence based houding). Een onderwijsverbetering is immers pas een verbetering als ze bewezen effectief is en zou alleen dan mogen worden ingevoerd. Vanuit deze evidence based houding kan de onderzoeksvraag worden geformuleerd ( werkt de voorgestelde interventie? ). Deze onderzoeksvraag zal de leidraad vormen binnen de opleiding. 7

8 In Semester 1 beantwoorden deelnemers de geformuleerde onderzoeksvraag op basis van bestaande wetenschappelijke literatuur. Het semester beperkt zich tot het systematisch zoeken, vinden en gebruiken van kwalitatief goede (wetenschappelijke) publicaties. Het semester resulteert in een paper waarin deelnemers een literatuuronderzoek uitvoeren, waarin de gevonden literatuur (kritisch) beschreven en samengevat wordt met als doel om (1) te evalueren of de voorgestelde interventie kan werken, en (2) om inzichten te krijgen onder welke condities de voorgestelde interventie werkt. Semester 2: Evidence based Innovatie: Ontwerp & Planning In Semester 1 wordt een literatuurstudie uitgevoerd. Een literatuurstudie alleen volstaat echter zelden in de ontwikkeling van effectief onderwijsbeleid of bij het verbeteren van leerprocessen en leerresultaten. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat wetenschappelijke literatuur geen uitsluitsel geeft over de effectiviteit van een interventie binnen de Nederlandse context (als wetenschappelijke studies uitgevoerd zijn voor andere landen) of zelfs dat de specifiek geformuleerde onderzoeksvraag niet wetenschappelijk onderzocht is. Zelfstandige ontwikkeling van kennis met behulp van empirisch onderzoek is dan de benodigde aanvulling op literatuuronderzoek. In Semester 2 formuleren deelnemers daarom een onderzoeksontwerp. Dit ontwerp legt de basis voor een zelfstandig empirisch onderzoek in Semester 3. Het tweede en derde semester richten zich dus op het zelfstandig ontwikkelen van kennis door het verzamelen van data die vervolgens vanuit de onderzoeksvraag worden geanalyseerd. Op basis van een gedetailleerde probleemanalyse van de onderwijspraktijk ontwikkelen deelnemers in Semester 2 een interventie die experimenteel of quasi-experimenteel in Semester 3 zal worden beproefd. Deelnemers voeren daartoe opnieuw een literatuurstudie uit die gericht is op de theoretische onderbouwing van de ontwikkelde interventie en het onderzoeksontwerp. Om het onderscheidend vermogen van de interventie te bepalen, voeren de deelnemers een poweranalyse uit. Bovendien maken deelnemers een data-analyseplan en een planning van onderzoeksuitvoering voor het derde semester. In de colleges onderzoeksmethoden en onderwijskunde, alsook in de bijbehorende opdrachten, ligt het accent op de kwaliteit van het interventie-ontwerp. De onderwijswetenschappelijke colleges gaan in op de voorafgaande probleemanalyse en het ontwerpen en documenteren van passende onderwijsinterventies binnen het onderzoeksontwerp. Bovendien gaan deze colleges in op theorieën en modellen die relevant zijn voor de onderzoeksvraag, waarin verklarende mechanismen tussen interventie en effect systematisch worden behandeld vanuit een algemeen analytisch model. In de colleges onderzoeksmethoden worden alle relevante onderzoeksontwerpen en onderscheidende kenmerken besproken. In het bijzonder wordt ingegaan op het belang van een valide controlegroep en het belang van het willekeurige toewijzen van personen/scholen aan de interventie. Het uitgevoerde onderzoek in Semester 2 resulteert in een probleemanalyse, literatuurstudie, onderzoeksdesign, data-analyseplan en een planning van onderzoeksuitvoering en deze resultaten worden weergegeven in een paper. Colleges, werkcolleges en groepsbesprekingen tijdens de contactdagen zijn, naast de persoonlijke begeleiding die deelnemers ontvangen van een TIER onderzoeker, direct ondersteunend bij het schrijven van het Semester 2 paper. 8

9 Semester 3: Verzamelen en evalueren van Evidentie In het derde semester wordt het in semester 2 geformuleerde onderzoeksvoorstel uitgevoerd in de eigen onderwijspraktijk. De nadruk ligt in dit semester op de analyse en synthese van resultaten op basis van empirisch onderzoek. Deelnemers brengen op systematische wijze verslag uit van het verloop van hun onderzoek, van de analysestappen die ze hebben doorlopen en van de resultaten die het onderzoek oplevert. Het paper dat de deelnemers in semester 3 schrijven, is een verslag van het verloop van het onderzoek en van de statistische analyses. In het verslag dient te deelnemer er blijk van te geven de uitgevoerde statistische analyses te begrijpen en de resultaten ervan op een correcte manier te kunnen interpreteren. Het verslag heeft de kenmerken van een logboek waarin de deelnemer er blijk van geeft ervaring te hebben met een breed palet aan statistische technieken en hun interpretatie. Een ervaren TIERonderzoeker zal individuele ondersteuning bieden tijdens het onderzoeksproces. Net als in de eerste twee semesters van MEBIT, bieden ook de colleges, werkcolleges en groepsgesprekken tijdens de contactdagen houvast bij het uitwerken van dit eerste, empirische antwoord op de onderzoeksvraag van elke deelnemer. Semester 4: Van Evidentie naar beleid In Semester 4 wordt de gehele cyclus van evidence based werken afgewerkt aan de hand van de probleemstelling die bij de start van de opleiding is geformuleerd en elk semester is verdiepd en bijgesteld. Deelnemers schrijven hun eindthesis, een publicatie op eindniveau van het MEBITprogramma. Bij het schrijven van de thesis als academisch paper is de correcte toepassing van de evidence based standaard leidend: A. Een probleem uit de onderwijspraktijk vertalen in een beantwoordbare onderzoeksvraag. B. Efficiënt het beste bewijsmateriaal zoeken en verzamelen. C. De methodologische kwaliteit en toepasbaarheid van het bewijsmateriaal kritisch evalueren. D. Conclusies trekken en een beslissing nemen op grond van de onder C verkregen evidentie: Wat is de theoretische en praktische waarde van de evidentie? Is de evidentie generaliseerbaar? Is de interventie ook technisch en logistiek toepasbaar? De kernactiviteiten in dit semester betreffen de stappen B, C en D. In de eindfase van de studie zijn deelnemers in staat om vrijwel zelfstandig het eindproduct van de opleiding af werken. Met de eerste analyseresultaten verkregen tijdens semester 3 als basis, verdiepen ze de analyse tot ze een scherp omschreven antwoord krijgen op hun onderzoeksvraag. Uitdagingen en beperkingen worden daarbij niet uit de weg gegaan. Helder moet worden wat de academische en maatschappelijke reikwijdte is van het verkregen bewijs. Daartoe bespreken deelnemers zowel de interne als de externe validiteit middels (bijvoorbeeld) subgroep-, robuustheid-, sensitiviteit- en kosten-batenanalyses. Verder maken de deelnemers in een afzonderlijk hoofdstuk duidelijk hoe de resultaten van het onderzoek geïmplementeerd kunnen worden. Hoe het onderzoek in de praktijk een vervolg kan krijgen, komt in de thesis met andere woorden uitdrukkelijk aan bod. 9

10 OPDRACHTEN EN TOETSING De onderwijseenheden van MEBIT zijn de semesters, die elk specifieke leerdoelen betrachten (zie de lijst in bijlage 1), waartoe MEBIT contactonderwijs organiseert en in persoonlijke begeleiding voorziet. Bij elk semester hoort een aantal opdrachten die de leerdoelen op een geïntegreerde manier toetst. Bij aanvang van ieder semester worden de opdrachten uitgedeeld (via de elektronische leeromgeving EleUM) en wordt er toegelicht wat er van de deelnemers verwacht wordt. Iedere semesteropdracht bestaat uit een schrijfopdracht die wordt beoordeeld met een cijfer. Voor tussentijdse terugkoppeling naar de eigen beroepspraktijk, schrijft een deelnemer verder telkens een memorandum. Ook staat ter afsluiting van een semester een presentatie of posterpresentatie op het programma. Ten slotte zijn specifieke, meer disciplinegerichte opdrachten mogelijk. Dit alles wordt duidelijk aangegeven bij de toelichting van de semesteropdracht. Alle onderdelen (behalve de schrijfopdracht) worden beoordeeld met een voldoende of een onvoldoende. De schrijfopdracht in het vierde semester is de afstudeerthesis. Deelnemers schrijven bovendien een memorandum op basis van deze thesis en deze slot-memoranda van de verschillende deelnemers worden in een boek gebundeld. De beoordelingen worden gegeven door de toegewezen begeleider en een tweede beoordelaar. De toegewezen begeleider geeft aan wanneer een schrijfopdracht ingeleverd kan worden ter beoordeling. De studiepunten van een semester (15 ECTS) wordt gehaald indien het cijfer voor de schrijfopdracht hoger is dan een 5,5 en als de aanvullende opdrachten met een voldoende resultaat zijn afgerond. In dat geval wordt opnieuw een begeleider toegewezen en kan de deelnemer verder gaan met het volgende semester. Indien het gemiddelde cijfer lager is dan een 5,5 wordt in samenspraak met de begeleider een afspraak gemaakt over een herkansing. INHOUDELIJKE INVULLING VAN DEZE SEMESTERS/ ONDERSTEUNING BIJ HET LEERPROCES Maandelijks komen deelnemers twee of drie aaneengesloten contactdagen bijeen. Op deze contactdagen staan de volgende activiteiten gepland: Onderwijswetenschappen, onderzoeksmethoden en statistiek Onderwijswetenschappen, onderzoeksmethoden en statistiek vormen de drie pijlers van de MEBIT opleiding. Onderzoeksmethoden en statistiek genereren de analytische basis om de cyclus van evidence based werken te kunnen voltooien. Het zorgt ervoor dat deelnemers (gepubliceerd) wetenschappelijk onderzoek kunnen interpreteren en op waarde kunnen schatten en dat deelnemers zelf een onderzoeksopzet kunnen formuleren en uitvoeren. Onderwijswetenschappen behandelt wetenschappelijke theorieën die ten grondslag liggen aan wetenschappelijk onderzoek en zorgt voor een conceptueel-wetenschappelijke basis in de domeinen: onderwijspsychologie, onderwijskunde, onderwijseconomie en onderwijssociologie. Op deze manier wordt binnen de opleiding niet alleen aandacht besteed aan `of een innovatie werkt, maar ook aan `waarom een 10

11 innovatie werkt. In Hoofdstuk 2 staat nadere toelichting over de inhoud van het onderwijs over deze disciplines en een overzicht van de literatuur die wordt behandeld binnen de opleiding. Capita Selecta / Actualiteitencolleges In deze colleges bieden gastdocenten een theoretische achtergrond die samenhangt met relevante thema s voor de onderwijspraktijk en die volgen uit de geformuleerde probleemstelling. Via verschillende onderwerpen (studierendement, onderwijsuitval, studieprestatie, aansluiting met de arbeidsmarkt, etc.) maken deelnemers kennis met een breed palet aan maatschappelijk en wetenschappelijk relevante theorieën. Het is van belang om te vermelden dat gastcolleges gegeven worden door experts uit verschillende wetenschapsgebieden of door experts uit de onderwijspraktijk. Colleges onderzoekers TIER onderzoekers presenteren in deze colleges hun eigen onderzoek en door de vraaggestuurde leeromgeving van MEBIT geldt dat deze presentaties relevant zijn voor de gekozen onderzoeksthema s van de deelnemers. De relevantie kan volgen uit het onderwerp dat behandeld wordt of uit de technieken die toegepast worden. Deze colleges zorgen voor een interessante wisselwerking tussen docenten met meer praktijkervaring en promovendi met meer onderzoekservaring, en vanzelfsprekend worden deze colleges meer vormgegeven als interactieve presentaties waarin het onderzoek wordt gepresenteerd vanuit de hierboven genoemde cyclus van het evidence based werken. Ondersteunende colleges De ondersteunende colleges dragen er zorg voor dat deelnemers praktisch gezien in staat zijn om de cyclus van evidence based werken te voltooien. Hieronder vallen, onder andere, trainingen op het gebied van het zoeken van wetenschappelijke literatuur, het werken met de elektronische leeromgeving EleUM (Blackboard) en VPN-client, en colleges die de semesteropdrachten toelichten en deelnemers trainen in het geven van presentaties en het schrijven van een memorandum. DIPLOMA Succesvolle afronding van een semester levert 15 ECTS aan studiepunten op. Wanneer alle semesters succesvol zijn doorlopen en deelnemers dus 60 ECTS aan studiepunten hebben behaald, wordt voor de deelnemers de graad `Master of Science aangevraagd bij de examencommissie. De examencommissie zal op basis van de behaalde resultaten nagaan of de graad verleend kan worden. Per jaar zijn er 2 afstudeermomenten bepaald die worden weergegeven in Tabel 2. 11

12 Tabel 2. Afstudeermomenten per jaar. 2 afstudeermomenten per jaar Uiterste inleverdatum 31 augustus 2018 31 januari 2019 Presentatie september 2018 februari 2019 Diploma-uitreiking november 2018 maart 2019 1.3 Onderwijsprogramma en informatie De MEBIT-opleiding staat open voor docenten uit het primair, het voortgezet en het hoger onderwijs (hbo). MEBIT hanteert voor allen dezelfde eindtermen en leerdoelen, maar inhoudelijk is MEBIT een vraaggestuurde opleiding en gebruikt elke student wetenschappelijke relevante theorieën die zo veel mogelijk aansluiten bij de door haar of hem geformuleerde onderzoeksthema s. Tabel 4. Contactdagen van MEBIT programma op locatie Maastricht, academisch jaar 2017-2018. Contactdagen Voor Eerstejaars Cohort 2017-2019 Voor Tweedejaars Cohort 2016-2018 September 27+28+29 september 2017 14+15 september 2017 Oktober 12+13 oktober 2017 5+6 oktober 2017 November 16+17 november 2017 2+3 november 2017 December 14+15 december 2017 27 nov. t/m 2 dec. 2017 (studiereis) Januari 18+19 januari 2018 11+12 januari 2018 Februari 8+9 februari 2018 1+2 februari 2018 Maart 15+16 maart 2018 8+9 maart 2018 April 19+20 april 2018 5+6 april 2018 Mei 24+25 mei 2018 17+18 mei 2018 Juni 21+22 juni 2018 7+8 juni 2018 KOSTEN Het collegegeld voor de opleiding MEBIT bedraagt 8.750,- per collegejaar, in totaal dus 17.500,-. KOSTEN BIJ EVENTUELE STUDIEVERTRAGING Deelnemers die de opleiding niet binnen de nominale studieduur afronden, dienen zich opnieuw in te schrijven en opnieuw collegegeld te betalen. Voor de afronding van het studieonderdeel het semester waar de deelnemer voor de afloop van de nominale studieduur aan begonnen is, hoeft in het daar op volgend semester niet opnieuw collegegeld te worden betaald. Deelnemers kunnen het semester waar ze aan zijn begonnen zonder bijkomende kosten in het daarop volgende semester afmaken mits de additionele studieduur niet meer dan een semester bedraagt. Het collegegeld na afloop van de nominale studieduur bedraagt 4.375,- per semester. 12

13 Wijzigingen en aanvullende informatie Wijzigingen in de studiegids worden voorbehouden. De meest recente roosterwijzigingen zullen worden weergegeven op EleUM en worden toegelicht tijdens de contactdagen. Ook zal op EleUM te zijner tijd informatie verschijnen over de buitenlandse studiereis in het derde semester van de opleiding. 13

2. Nadere toelichting over de inhoud van het onderwijs in de drie ondersteunende disciplines van MEBIT Statistiek 1 Studiejaar 2017-2018 Periode(n) Semesters 1 en 2 Verzorgd door TIER Docent(en) Dr. J. Ghysels, Drs. M. Somers en Dr. C. Haelermans Inlichtingen Dr. J. Ghysels (coördinator) Kapoenstraat 2, Postbus 616, 6200 MD Maastricht k.0.010 Tel: +31 43-3884706, E-mail: joris.ghysels@maastrichtuniversity.nl Inhoud In statistiek 1 worden de volgende onderwerpen behandeld: gemiddelden, spreiding, betrouwbaarheidsintervallen, grafieken, hypothesetoetsing, parametrica, correlaties, associatiematen, verschiltoetsen, variantieanalyse, power-analyse, vragenlijsten en schalen, factoranalyse en regressieanalyse. De onderwerpen worden behandeld in hoorcolleges en toegepast in de werkgroepen/practica. Na afronding van de module statistiek in semesters 1 en 2 is het de verwachting dat deelnemers: Variabelen kunnen interpreteren en meetniveaus onderscheiden. Kunnen aangeven wat het verschil is tussen steekproef en populatie en kunnen toetsen of voldaan is aan de voorwaarden voor populatieschattingen vanuit een steekproef. Weten welke parametrische of niet-parametrische technieken toegepast moeten/kunnen worden. Een variabele univariaat kunnen beschrijven en grafisch kunnen voorstellen. Een verschil in uitkomstvariabelen tussen verschillende groepen kunnen analyseren. Begrijpen wat samenhang tussen variabelen betekent en associatiematen kunnen gebruiken. Statistiekprogramma SPSS beheersen om bovenstaande onderwerpen toe te passen op databestanden. Basistechnieken van schaalconstructie beheersen (Likert en Guttman-schalen) en valkuilen bij het ontwerpen van vragenlijsten kunnen herkennen. Basistechnieken van datareductie beheersen (factoranalyse) Begrijpen wat poweranalyse betekent en de statistische power van een eenvoudig onderzoeksdesign kunnen beoordelen Multivariate regressie (OLS) kunnen begrijpen en toepassen Op een statistisch correcte manier de tot dan toe behandelde analysemethoden kunnen beschrijven en toepassen in het eigen onderzoek. Onderwijsvorm Hoorcollege, begeleide werkgroep, practicum, formatieve toets (semester 1) en thuisopdracht (semester 2) Studiemateriaal A. Field (2013) Discovering Statistics using IBM SPSS Statistics: 4th Edition, London, Sage ISBN: 978-1- 44624-918-5 (paperback) of 144-6-249182. R.J. Murnane & J.B. Willett (2011) Methods matter Improving causal inference in educational and social science research. Oxford University Press ISBN: 978-0-19-975386-4 Optioneel: Er zijn Nederlandstalige praktijkboeken SPSS naar ieders aanleg en interesse. Aanbevolen als Nederlands boek om het instapniveau op te frissen is Verhoeven N. (2017). Statistiek in Stappen. Meppel: Boom Bijzonderheden: Voor het uitvoeren van opdrachten is het hebben van SPSS op de thuiscomputer noodzakelijk.

15 Statistiek 2 Studiejaar 2017-2018 Periode(n) Semesters 3 en 4 Verzorgd door TIER Docent(en) Dr. J. Ghysels en Dr. C. Haelermans Inlichtingen Dr. J. Ghysels (coördinator) Kapoenstraat 2, Postbus 616, 6200 MD Maastricht k.0.010 Tel: +31 43-3884706, E-mail: joris.ghysels@maastrichtuniversity.nl Inhoud In statistiek 2 worden de volgende onderwerpen behandeld: databeheer, dummyvariabelen, effectgrootte, type I versus type II fouten, multilevel analyse, kansmodellen, data analyse plan. De onderwerpen worden behandeld in hoorcolleges en toegepast in de practica. In het laatste semester is het onderwijs volledig vraaggestuurd. Het spitst zich toe op analysevraagstukken uit het eigen onderzoek van de studenten. Na afronding van de module statistiek in de semesters 3 en 4 is het de verwachting dat deelnemers: Multivariate regressie kunnen uitvoeren met dummy-variabelen en interactie-effecten. Multivariate regressie kunnen uitvoeren met een niet-continue afhankelijke variabele (logistische regressie). Begrijpen waarom het gebruik van controlevariabelen de power van een effectanalyse kan vergroten. Het principe van controle voor clustering in multivariate regressie begrijpen (paneldata-modellen, multilevel-modellen) De behandelde statistische analysetechniek beheersen zodat resultaten van het eigen onderzoek kunnen worden beoordeeld. Tekortkomingen van statistische analyses kunnen aangeven Onderwijsvorm Hoorcollege, begeleide werkgroepen en practicum Studiemateriaal Field (2013) Discovering Statistics using IBM SPSS Statistics: 4th Edition, London, Sage ISBN: 978-1-44624-918-5 (paperback) of 144-6-249182. R.J. Murnane & J.B. Willett (2011) Methods matter Improving causal inference in educational and social science research. Oxford University Press ISBN: 978-0-19-975386-4 Bijzonderheden: Voor het uitvoeren van opdrachten is het hebben van SPSS op de thuiscomputer noodzakelijk. 15

16 Onderzoeksmethoden 1 Studiejaar 2017-2018 Periode(n) Semesters 1 en 2 Verzorgd door TIER Docent(en) Prof. dr. W. Groot, Prof. dr. K. De Witte, Dr. C. Haelermans en Dr. I. Rud Inlichtingen Dr. Carla Haelermans (coördinator) Kapoenstraat 2, Postbus 616, 6200 MD Maastricht k.1.033 Tel: +31 43-3884458, E-mail: carla.haelermans@maastrichtuniversity.nl Inhoud In onderzoeksmethoden 1 worden de volgende onderwerpen behandeld: de kennispiramide, formuleren van een onderzoekbare onderzoeksvraag, kwaliteit van wetenschappelijk bewijs, meta-analyse, causale inferentie, gerandomiseerde experimenten, natuurlijke experimenten en statistische matching methoden. De onderwerpen worden behandeld in hoorcolleges en ondersteunende colleges. Na afronding van de module Onderzoeksmethoden 1 in semester 1 en 2 is het de verwachting dat deelnemers: Een wetenschappelijke en onderzoekbare onderzoeksvraag kunnen formuleren. Het verschil tussen causaliteit en correlatie kunnen duiden. Causale studies kunnen onderscheiden van beschrijvende studies. Wetenschappelijke resultaten naar waarde kunnen schatten. Goed onderbouwde inclusiecriteria kunnen formuleren bij het uitvoeren van een literatuuronderzoek. Onderzoeksmodellen in wetenschappelijke literatuur kritisch kunnen beoordelen. Gerandomiseerde experimenten, natuurlijke experimenten en statistische matching methoden kunnen duiden. Een onderzoeksmodel kunnen formuleren. Onderwijsvorm Hoorcolleges en ondersteunende colleges. Studiemateriaal R.J. Murnane & J.B. Willett (2011) Methods matter Improving causal inference in educational and social science research. Oxford University Press ISBN: 978-0-19-975386-4. 16

17 Onderzoeksmethoden 2 Studiejaar 2017-2018 Periode(n) Semesters 3 en 4 Verzorgd door TIER Docent(en) Prof. dr. W. Groot, Prof. dr. K. De Witte, Dr. C. Haelermans en Dr. I. Rud Inlichtingen Dr. Carla Haelermans (coördinator) Kapoenstraat 2, Postbus 616, 6200 MD Maastricht k.1.033 Tel: +31 43-3884458, E-mail: carla.haelermans@maastrichtuniversity.nl Inhoud In onderzoeksmethoden 2 worden de volgende onderwerpen behandeld: causaliteit, regressieanalyse, Firstdifference en difference-in-differences methoden, Panel-data modellen, regressie-discontinuïteiten analyse, instrumentele variabelen analyse, het uitvoeren van meta-analyse, kosteneffectiviteit. De onderwerpen worden behandeld in hoorcolleges en ondersteunende colleges. Na afronding van de module Onderzoeksmethoden 2 in semester 3 en 4 is het de verwachting dat deelnemers: De meest gebruikte quasi-experimentele methoden kunnen benoemen. Het verschil tussen gerandomiseerde experimenten en quasi-experimentele methoden kunnen duiden. (Quasi-)experimenteel onderzoek kunnen uitvoeren, Experimenteel of quasi-experimenteel onderzoek kunnen lezen en begrijpen. Kunnen aangeven wat zwakke en sterke punten zijn van effectstudies. Een meta-analyse kunnen uitvoeren. Het belang van kosteneffectiviteit kunnen benoemen. Onderwijsvorm Hoorcolleges en ondersteunende colleges. Studiemateriaal R.J. Murnane & J.B. Willett (2011) Methods matter Improving causal inference in educational and social science research. Oxford University Press ISBN: 978-0-19-975386-4 17

18 Onderwijswetenschappen 1 Studiejaar 2017-2018 Periode(n) Semesters 1 en 2 Verzorgd door TIER Docent(en) Dr. I. Vandyck Inlichtingen Dr. I. Vandyck (coördinator) Kapoenstraat 2, Postbus 616, 6200 MD Maastricht k.0.008 Tel: +31 43-3884445, E-mail: i.vandyck@maastrichtuniversity.nl Inhoud In onderwijswetenschappen 1 wordt een overzicht gegeven van verschillende theoretische modellen en onderzoeksbenaderingen binnen onderwijskunde. Topics die o.a. aan bod komen: visies op leren en instructie, motivatie, doelstellingen en evaluatie. Er worden tevens tools aangereikt om de eigen onderwijsinterventie theoretisch te onderbouwen. Na afronding van de module onderwijswetenschappen in semesters 1 en 2 is het de verwachting dat deelnemers: kunnen omgaan met een veelheid aan theoretische modellen en onderzoeksbenaderingen binnen onderwijskunde. leer- en instructieprocessen kunnen beschrijven vanuit een theoretisch referentiekader. kennis hebben van theorieën van leren en instructie (behaviorisme, cognitivisme en constructivisme). kennis hebben van motivatietheorieën (zelfdeterminatietheorie en prestatiedoeltheorie). kennis hebben van curriculumtheorieën. kennis hebben van evaluatietheorieën. een onderwijsinterventie theoretisch kunnen onderbouwen. via een ontwerpcyclus een onderwijsinterventie kunnen ontwerpen. zelfstandig de weg kunnen vinden tot belangrijke onderwijskundige kennisbronnen (tijdschriften, handboeken, websites, conferenties). Onderwijsvorm Hoorcolleges Studiemateriaal Valcke, M. (2010). Onderwijskunde als ontwerpwetenschap. Gent: Academia Press. Slides op EleUM Voorbereidende wetenschappelijke artikelen 18

19 Onderwijswetenschappen 2 Studiejaar 2017-2018 Periode(n) Semesters 3 en 4 Verzorgd door TIER Docent(en) Dr. I. Vandyck Inlichtingen Dr. I. Vandyck (coördinator) Kapoenstraat 2, Postbus 616, 6200 MD Maastricht k.0.008 Tel: +31 43-3884445, E-mail: i.vandyck@maastrichtuniversity.nl Inhoud In onderwijswetenschappen 2 wordt een overzicht gegeven van verschillende theoretische modellen en onderzoeksbenaderingen binnen onderwijskunde die nog niet aan bod kwamen in onderwijswetenschappen 1. Topics die o.a. aan bod komen: instructional design, ICT-gebruik, metacognitie en coöperatief leren. Daarnaast wordt er extra aandacht besteed aan het implementeren en opschalen van de gebruikte interventie. Na afronding van de module onderwijswetenschappen in semesters 3 en 4 is het de verwachting dat deelnemers: kunnen omgaan met een veelheid aan theoretische modellen en onderzoeksbenaderingen binnen onderwijskunde. kunnen aangeven hoe een proces van onderwijsvernieuwing verloopt en welke de belangrijkste bevorderende en remmende factoren zijn. een implementatieplan kunnen opstellen en toetsen een opschalingsplan kunnen opstellen Onderwijsvorm Hoorcolleges en begeleide werkcolleges Studiemateriaal Valcke, M. (2010). Onderwijskunde als ontwerpwetenschap. Gent: Academia Press. Slides op EleUM Voorbereidende wetenschappelijke artikelen 19

20 3. Literatuurlijst VERPLICHTE LITERATUUR R.J. Murnane & J.B. Willett (2010) Methods matter Improving causal inference in educational and social science research. Oxford University Press ISBN: 978-0-19-975386-4 A. Field (2013) Discovering Statistics using IBM SPSS Statistics: 4th Edition, London, Sage ISBN: 978-1-4462-4918-5 (paperback) of 978-1-4462-4917-8. American Psychological Association. (2010). Publication manual of the American Psychological Association (6th ed.). Washington, DC: American Psychological Association. ISBN: 978-1-4338-0561-5 M. Valcke (2010) Onderwijskunde als ontwerpwetenschap. Gent: Academia Press. ISBN: 978-9-0382-1606-5 AANBEVOLEN LITERATUUR Veel deelnemers gebruiken een zelfgekozen, Nederlandstalig praktijkboek over Statistiek bedrijven met SPSS als bijkomend hulpmiddel. Het is aanbevolen een boek te kiezen dat aansluit bij de eigen leerstijl en interesses. Aanbevolen als Nederlands boek om het instapniveau op te frissen is Verhoeven N. (2017). Statistiek in Stappen. Meppel: Boom 20

21 4. BIJLAGEN Bijlage 1: Leerdoelen De leerdoelen van MEBIT zijn geformuleerd vanuit de door de NVAO geformuleerde eindtermen waar wetenschappelijke masteropleidingen aan moeten voldoen: 1. De beoogde eindkwalificaties zijn ontleend aan eisen vanuit de wetenschappelijke discipline, de internationale wetenschapsbeoefening en voor daarvoor in aanmerking komende opleidingen de relevante praktijk in het toekomstige beroepenveld. 2. De te bereiken eindkwalificaties zijn aantoonbaar vertaald in leerdoelen van (onderdelen van) het beoogde programma. 3. Het beoogde programma, het didactisch concept, de werkvormen en de wijze van toetsing weerspiegelen te bereiken eindkwalificaties van de opleiding Eindtermen Doelen semesters Opdracht Onderwijs contactdagen / Begeleiding Beoordeling Eindtermen MEBIT 1. Deelnemers baseren hun professionele handelen op de best beschikbare wetenschappelijke kennis (evidence based handelen). 2. Deelnemers beschikken over kennis en inzicht om zelfstandig wetenschappelijke informatie te verzamelen die aansluit op praktische vraagstukken ( wat werkt? ), en kunnen deze informatie beoordelen op de toepasbaarheid in de onderwijspraktijk. 3. Deelnemers beschikken over de competentie om wetenschappelijke informatie om te zetten in praktijktoepassingen, de implementatie van onderwijsinnovaties te organiseren en de effecten van deze innovaties te evalueren. 4. Deelnemers beschikken over de competentie om een bijdrage te leveren aan wetenschappelijk onderzoek, gericht op de ontwikkeling van nieuwe in de onderwijspraktijk toepasbare kennis (passend bewijs). 5. Deelnemers beschikken over de vaardigheid om collega s te informeren over nieuwe en bruikbare wetenschappelijke kennis en ontwikkelingen die nuttig zijn voor de innovatie van onderwijs. 21

22 Semester 1: Leerdoelen Deelnemers kunnen na het voltooien van het eerste semester zelfstandig: a) Benoemen en beschrijven welke onderwijswetenschappelijke kennis (theorie / model) relevant is voor de uitwerking van de onderzoeksvraag, b) onderwijswetenschappelijke kennisbronnen gebruiken in aansluiting op de onderzoeksvraag, c) publicaties beoordelen op bruikbaarheid en kwaliteit in relatie tot de beantwoording van de onderzoeksvraag, d) in de beoordeling van de inhoud van een artikel een onderscheid maken tussen verschillende onderzoeksdesigns en deze in verband brengen met de betekenis van het design voor de resultaten, e) een synthese schrijven op basis van meerdere publicaties, f) conclusies formuleren op basis van de bestudeerde publicaties, g) een literatuuronderzoek schrijven vanuit de onderzoeksvraag. Semester 2: Leerdoelen Deelnemers kunnen na afronding van het tweede semester zelfstandig: a) een probleem uit de onderwijspraktijk zodanig analyseren dat beargumenteerd een inschatting kan worden gemaakt van de mogelijkheden voor de toepassing van een interventie en de mogelijkheden van het bereiken van een gewenst effect, b) aansluitend op de analyse van een probleem relevante en beschikbare kennis in kaart brengen en deze beoordelen op kwaliteit en bruikbaarheid, c) de resultaten van probleemanalyse en literatuurstudie vertalen naar een ontwerp van een onderwijswetenschappelijke interventie, d) de onderwijswetenschappelijke interventie samenhangend documenteren en beargumenteren tegen de achtergrond van een relevante theorie of model, e) de resultaten van probleemanalyse en literatuurstudie vertalen naar een ontwerp van onderzoek dat is gericht op het meten van een causaal verband tussen interventie en effect, f) een ontwerp van onderzoek uitbreiden met een organisatieplan om interventie en effectmeting te realiseren binnen de beschikbare mogelijkheden, g) een paper schrijven op academisch niveau waarin probleemanalyse, literatuurstudie en onderzoeksontwerp in samenhang worden beschreven en gemaakte keuzes worden beargumenteerd, h) de inhoud van het ontwerp-paper bewerken tot een onderzoeksmemorandum voor collegadocenten en anderen belanghebbenden binnen het onderwijsinstituut, i) de resultaten van het ontwerp-paper presenteren op een internationale studiereis. Semester 3: Leerdoelen Deelnemers kunnen na afronding van het derde semester zelfstandig: a) een interventie ontwikkelen en daarbij passende meetinstrumenten kiezen, of eventueel ontwikkelen indien deze niet beschikbaar zijn, b) de onderwijswetenschappelijke interventie samenhangend documenteren en beargumenteren tegen de achtergrond van een relevante theorie of model, c) data verzamelen, d) een data-analyse plan opstellen en uitvoeren, e) een breed palet van statistische technieken toepassen op de data en de resultaten hiervan op een juiste wijze interpreteren, f) onderzoeksresultaten analyseren en beschrijven vanuit een samenhangende redenering (theorie / model) die aansluit op beschikbare kennis, 22

23 g) conclusies formuleren op basis van empirisch onderzoek en de daaraan ten grondslag liggende onderzoeksvraag, h) de kwaliteit van het uitgevoerde empirische onderzoek beoordelen, i) de resultaten van de studie te presenteren binnen het kader van internationaal geaccepteerde standaarden, j) een reflectie schrijven op de toepassing van de standaard voor evidence based innovatie in de afgelopen drie semesters. Semester 4: Leerdoelen De deelnemer kan zelfstandig de standaard voor het ontwikkelen van evidence based onderwijs in de praktijk toepassen, die is opgebouwd uit de volgende stappen: a) Het probleem vertalen in een beantwoordbare onderzoeksvraag b) Efficiënt het beste bewijsmateriaal zoeken of verzamelen c) Een kritische beoordeling van methodologische en onderwijswetenschappelijke kwaliteit en toepasbaarheid van het beschikbare bewijsmateriaal, respectievelijk het toepassen van de juiste methoden en technieken op de verzamelde data. d) beoordelen of de gevonden effecten voldoende zijn om implementatie van de gebruikte interventie te overwegen, e) Conclusies trekken en een beslissing nemen op grond van de verkregen evidentie: Wat is het belang van de evidentie? Is de evidentie generaliseerbaar? Is de interventie ook technisch en logistiek toepasbaar? f) Wat is de kosteneffectiviteit? Evaluatie van de kwaliteit van dit proces. 23

24 Bijlage 2: Examen- en onderwijsreglement (OER) Het onderwijs- en examenreglement (OER) van de MEBIT-opleiding is terug te vinden op een afzonderlijke webpagina via www.maastrichtuniversity.nl/mebit 24