SPAANS LES 1 Español



Vergelijkbare documenten
SPAANS LES 2 Español

SPAANS HERHALINGLES 1 Español

SPAANS LES 4 Español

SPAANS LES 3 Español

Eenvoudig Braziliaans TalencentrumBarneveld.nl BRAZILIAANS LES 1

Reizen Wonen Koken & genieten Cultuur & vermaak

Latijn en Grieks in de 21ste eeuw

Titel van deze les: Leren kun je leren

EENVOUDIG BIJBELS HEBREEUWS LES 3. TalencentrumBarneveld.nl

SPAANS LES 6 Español

BIJBELS GRIEKS HERHALING 1

Het belang en het gemak van het Spaanse werkwoord

Inhoud. Inleiding... 11

Wonen. In deze les leert u

BEGINNERSCURSUS DAG 2

Les 4: Les conversatie + grammatica Nederlands Conversatie Les 2 A-klas

Latijn: iets voor jou?

Bienvenidos - Cuaderno de ejercicios

Overzicht toetsen en oefeningen Grammatica I. Grammatica I

Inhoud. Over de auteur... x. Inleiding... 1

Keuzevak Spaans voor beginners 1 - Extra oefeningen

8. Afasie [1/2] Bedenk tenminste drie verschillende problemen die je met taal zou kunnen hebben (drie soorten afasie).

VOORWOORD. René van Royen

EENVOUDIG BIJBELS HEBREEUWS LES 9. TalencentrumBarneveld.nl.

WEEK MAANDAG WOENSDAG DINSDAG DONDERDAG VRIJDAG ZONDAG ZATERDAG. Vul het juiste voorzetsel in. Nico fietst elke dag (aan, naar, op) de cursus.

BIJBELS GRIEKS HERHALING 2

Spelling & Formuleren. Week 2-7

1. morgen krijgen we duitsers op bezoek. 2. in onze klas zitten ook kinderen uit irak, somalië en marokko. 3. ik doe boodschappen bij de aldi.

Thema 10. We ruilen van plek

NEDERLANDS Taalverzorging 1F Woord/zin Deel 1 van 3

SPAANS LES 12 Español

SPAANS HERHALINGLES 3 Español

BIJBELS GRIEKS LES 2

Z I N S O N T L E D I N G

SPAANS LES 7 Español

Inhoud. Over de auteurs... xi. Inleiding... 1

Nieuwe woorden correct kunnen schrijven, kunnen vertalen van N-F en van F-N en kunnen gebruiken in mondelinge en schriftelijke zinnen.

LES 1 NEDERLANDS EN LATIJN. Onze eigen taal Wanneer je wilt weten hoe onze taal in elkaar zit, moet je eens naar de volgende vijf zinnetjes kijken:

Gevarieerde Spelling is een programma voor het leren van de belangrijkste spellingregels van het Nederlands.

Prisma Taalbeheersing. Basisgrammatica. Spaans. Begrijpelijk voor iedereen. drs. E. Slager dr. Y. Rodríguez Pérez

Indien je de regels uit dit bestand kunt toepassen en je kent de stappen die je in het schema moet maken, dan beheers je de werkwoordspelling goed.

Esperanto. La ŝalmisto de Hamelin

Het Muiswerkprogramma Grammatica op maat bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw.

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord

Luisteren: muziek (A2 nr. 3)

Dag! kennismaken. Ik ben Eric.

Online cursus spelling en grammatica

SPAANS LES 5 Español

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets.

De Edukese Taal Edukeser Språkerne. Door Lars

Visuele Leerlijn Spelling

OPA-methode. Inhoud. 1. De OPA-methode maakt uw zinnen leesbaar 2. Zinnen bestaan uit zinsdelen 3

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden.

De inhoud in vogelvlucht

Waar is God? Leeftijd: 9-12 Thema: God Tijdsduur: 60+ min. Deze bijeenkomst gaat over de aanwezigheid van God onder de mensen.

Doelen taalbeschouwing die verworven moeten zijn in het vierde leerjaar

EL ABANICO CURSUSSEN SPAANS ROTTERDAM STUDIEGIDS

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 5. Werk vragen in een winkel

Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten

Hoe leer ik uit... Naam: Klas:

Het Muiswerkprogramma Basisgrammatica bestrijkt de grammatica die nodig is voor het leren van de Nederlandse spelling en zinsbouw.

Wie ben ik in het koninkrijk? les 1 DISCIPLE MENTOR

$% & ' & , -., /.., 0 )+ # ""1 2 # ""! 3 & &&- $# 4$"4# ""! & /

Basis Werkwoordspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basisspelling en Basisgrammatica.

Latijn in de 21ste eeuw

Nu een leuk stukje wiskunde ter vermaak (hoop ik dan maar). Optellen van oneindig veel getallen

Basisgrammatica. Doelgroep Basisgrammatica

EENVOUDIG BIJBELS HEBREEUWS LES 2. TalencentrumBarneveld.nl

Thema Op zoek naar werk

Nederlands voor Arabisch taligen A0 A1/A2

Griep uit Mexico. Oefeningen

Actualiteit in de klas, voor mij is dat... Wereldburgerschap in de klas: Actua mijn nota s

Wij willen u vragen niet vooruit te gaan werken/oefenen. Er kan dan verwarring ontstaan bij het kind. Wij willen dit graag voorkomen!

BIJBELS GRIEKS LES 8

GODS GEZIN. Studielessen voor 4-7 jarigen

Studiehandleiding. Spaans voor beginners

Gymnasium. Op het Hondsrug College. Het Hondsrug College, een slimme start voor je toekomst!

EEN PAAR BELANGRIJKE VRAGEN

1 Werkwoorden. Voor deze aanbieding geld: op = op!!!

Nederland. Op welke dag is deze foto gemaakt?.. Welke bekende persoon is er altijd bij?

Engels. Gail Brenner

Bijlage 3. Handleiding video Dynamica 2. Een kijkje in klas 4, 5 en 6 van het Colégio Maaswaal!

k ga naar school Voy al colegio

Wie is dat? thema. Hoe heet jij? Ik weet het niet! Beatriz. Marco. Hallo, ik heet Jürgen. Dag mevrouw. Dag meneer. Hoi! Ik heet Bushra. En jij?

Actielessen. Lesbrief 3. Leren in de bibliotheek. Wat leert u in deze les? Veel succes!

Actielessen. Les 5. Feest in de buurt! Wat leert u in deze les? Veel succes!

Hoe werk ik een opdracht uit?

EEN BRIEF NAAR DE DOCENT

ZELF STARTEN MET NEDERLANDS NEDERLANDS VOOR ANDERSTALIGEN

OPA EN OMA DE OMA VAN OMA

Presentatie Gymnasium maandag 1 april 2019

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30

Inhoud in vogelvlucht

De Alfa-leerling autonoom aan het werk met DigLin+

Aflevering: 31. Te + infinitief

Transcriptie:

pagina:1 1.1 Inleiding Deze cursus is bestemd voor hen die willen kennismaken met de Spaanse taal in woord en geschrift. Voor het volgen van deze cursus is geen speciale vooropleiding noodzakelijk. Wel is enige kennis van de grammatica in uw voordeel. De belangrijkste onderwerpen uit de Spaanse grammatica komen aan de orde. Ook wordt er veel aandacht besteed aan de uitspraak. Aan het einde van deze cursus bent u instaat artikeltjes uit de Spaanse krant te lezen en eenvoudige gesprekjes te voeren. Alle lessen zijn steeds rijk voorzien van gevarieerde opdrachten. Als u deze opdrachten uitgevoerd hebt, is het ouderwetse "uit het hoofd leren" of "stampen" bijna niet meer nodig. Als talendocent sta ik daarvoor garant! Ook zal er regelmatig wat achtergrondinformatie gegeven worden. Begin nooit aan de volgende les als u niet alle opdrachten gemaakt en gecorrigeerd hebt. Veel succes toegewenst. 1.2 Bekende woorden Het zal u verrassen hoeveel Spaanse woorden u al kunt lezen. Hier volgen er enkele: profesor, doctor, radio, televisión, teléfono, taxi, patatas fritas. Er zouden er nog veel meer te noemen zijn! Als Latijn of Frans beheerst, zijn het er nog veel meer! 1.3 De oorsprong van het Spaans Honderden jaren voor Christus lag er in Midden Italië een landstreek die Latium heette, het tegenwoordige Lazio. De oorspronkelijke bewoners waren de Latijnen. Hun taal was de Latijnse taal. Zij stichtten daar de stad Roma, het tegenwoordige Rome. In Rome werd natuurlijk ook de Latijnse taal gesproken. Toen de Romeinen de macht over Italië uitbreidden en vele andere volken aan zich onderwierpen, namen deze volken veel gewoontes en gebruiken van hen over en ook hun taal. We noemen dit verschijnsel romanisering. Dit proces zette zich voort toen de Romeinen grote delen van Europa veroverden. In een aantal landen die vroeger tot het Romeinse Rijk behoorden, wordt nu nog een taal gesproken die zich uit het Latijn heeft ontwikkeld. Dat is het geval in Spanje, Italië, Frankrijk, Portugal, Roemenië. Daarom worden deze talen Romaanse talen genoemd. 1.4 De uitspraak In de eerste lessen zal de uitspraak van een nieuw woord steeds vermeld worden. De uitspraak zal altijd cursief gedrukt zijn. Bijvoorbeeld: español espanjól = Spaans 1.5 De klemtoon Bij een goede uitspraak hoort ook een klemtoon op de juiste lettergreep. Voorbeeld: espanjól Aan het accent op de de "o" ziet u dat de klemtoon op de laatste lettergreep valt.

pagina:2 1.6 We gaan beginnen! Bekijk het volgende dialoogje eens goed! Vraag Spaans: Habla usted español? Uitspraak: ábla oestéd espanjól Vertaling: Spreekt u Spaans? Antwoord Spaans: Uitspraak: Vertaling: No hablo español. no áblo espanjól Ik spreek geen Spaans. Of dit antwoord Spaans: Hablo un poco españjol. Uitspraak: áblo un póko espanjól Vertaling: Ik spreek een beetje Spaans. We bekijken het eerste zinnetje: Habla usted español? Wat valt op? De vraag begint met een omgekeerd vraagteken ( ). De klemtoon ligt op de eerste lettergreep van habla De "h" van habla wordt niet uitgesproken. De "u" van usted wordt uitgeproken als "oe". De klemtoon ligt op de laatste lettergreep van usted. In het Spaans begint español met een kleine letter. De "ñ" van español wordt uitgesproken als "nj". Onthoud de volgende uitspraakregels: De "h" wordt nooit uitgesproken. De "u" wordt uitgesproken als "oe". De "ñ" wordt uitgesproken als "nj". Habla is een werkwoordsvorm, die betekent: hij/zij spreekt; als er usted er voor staat, betekent deze vorm: u spreekt. Dus Habla? = Spreekt hij / zij? Habla usted? = Spreekt u? Wat valt op bij "No hablo español."? Letterlijk staat er: Niet ik spreek Spaans. De woordvolgorde is dus anders dan in het Nederlands! Dat zullen we vaker tegenkomen! Hablo betekent: ik spreek. Onthoud: habl-o = ik spreek; habl-as = jij spreekt, usted habl-a = u spreekt habl-a = hij/zij spreekt;

pagina:3 Tenslotte letten we op: "Hablo un poco españjol." De "c" uit poco wordt uitgesproken als een "k". un is het onbepaald lidwoord voor manlijke woorden. Poco is dus een manlijk woord. Onhoud: Woorden die op een "o" eindigen zijn meestal manlijk. Voorbeelden: un teléfono, un libro (een boek), un curso (een cursus), un numero (een nummer). Woorden die op een "a" eindigen zijn meestal vrouwelijk. Zij hebben als onbepaald lidwoord: una. Voorbeelden: una palabra (een woord), una hora (een uur), una montaña (een berg), una semana (een week). 1.7 Nog meer werkwoorden "ik spreek" is een vorm van het werkwoord "spreken". "jij pakt" is een vorm van het werkwoord "pakken" Zo ook: "tomo" is een vorm van het werkwoord "tomar" "amas" is een vorm van het werkwoord "amar" "tomar" en "amar" noemen we infinitieven. tomar = pakken; amar = liefhebben Hier volgen nog drie infinitieven: cantar = zingen; caminar = lopen, wandelen; esperar = hopen Let op: de "c" van cantar en caminar wordt uitgesproken als een "k" De werkwoorden op ar worden in principe op dezelfde manier vervoegd. Dus: tomo = ik pak; cantas = jij zingt; camina = hij/zij wandelt; usted ama = u hebt lief Oefening Vertaal: canta = camino = 1.8 Uitspraak tomas = usted habla = (De antwoorden staan aan het einde van de les!) Hier volgt de uitspraak van een aantal woorden uit deze les: teléfono teléfono (klemtoon op de tweede lettergreep) libro liébro (klemtoon op de eerste lettergreep) curso koérso (klemtoon op de eerste lettergreep) numero noeméro (klemtoon op de tweede lettergreep) palabra palábra (klemtoon op de tweede lettergreep) hora óra (klemtoon op de eerste lettergreep) montaña montánja (klemtoon op de tweede lettergreep) semana semána (klemtoon op de tweede lettergreep)

pagina:4 Vervolg uitspraak De "g" wordt uitgesproken als in het Engelse "good". De uitspraak van "ganso" is ğanso. ganso = gans. Om u te attenderen op de andere uitspraak van de "g", gebruiken we voor de uitspraak deze ğ. Wordt de "g" gevolgd door een "i" of een "e" dan is de uitspraak als onze "g". De "i" en "u" hebben vóór een andere klinker de waarde van een glijklank. De "i" wordt dan een j en de "oe" een w. puerto pwérto; bien (bjen) Ook de uitspraak kunt u oefenen! Daarvoor moet u het volgende doen: 1. Klik links op de site op "extra oefeningen" 2. Klik op de link voor les 1 De volgende woorden krijgt u dan te horen en te zien. Ze worden deze keer door iemand uit Latijns Amerika uitgesproken. Leest u ze voor u met deze oefening begint een paar keer met de betekenis door! el americano el amerikáno = de Amerikaan el teléfono el teléfono = de telefoon la puerta la pwérta = de deur el gusto el ğoésto = de smaak la mañana la manjána = de morgen la mesa la mésa = de tafel 1.9 Oefenopdrachten (De antwoorden vindt u aan het einde van deze les!) 1. Welke taal is geen Romaanse taal? a. Roemeens b. Engels c. Portugees 2. Welke woord is manlijk? a. hora b. libro c. semana 3. Welke bewering is waar? a. "moda" is een manlijk woord. b. "moda" is een vrouwelijk woord. 4. Bij welk woord past het lidwoord "una" niet? a. montaña b. hora c. curso Zie volgende pagina!

pagina:5 5. De uitspraak van "curso" is? a. koérso b. koersó c. kúrso 6. De uitspraak van "habla" is: a. hábla b. ablá c. ábla 7. "jij spreekt" is in het Spaans: a. hablo b. habla c. hablas 8. "hij wandelt" is in het Spaans: a. camino b. camina c. caminas 9. en general = in het algemeen. De juiste uitspraak is: a. en ğenerál b. en generál c. en general Kijk de opdrachten na! Ga na wat u fout gedaan hebt. Maak dan de eindopdracht op de volgende pagina.

pagina:6 1-10 Eindopdrachten 1. Uit welke taal heeft het Spaans zich ontwikkeld? a. Roemeens b. Latijn c. Portugees 2. Bij welk woord past het lidwoord "un"? a. hora b. libro c. semana 3. "usted" wordt uitgesproken als: a. ustéd b. ústed c. oestéd 4. "hora" wordt uitgesproken als: a. óra b. orá c. hóra 5. "Jij spreekt Spaans" is in het Spaans: 6. " Hij pakt een boek " is in het Spaans: 7. De uitspraak van español is: 8. Bij welk woord past het lidwoord "una" niet? a. palabra b. numero c. montaña 9. Welk woord is een infinitief? a. habla b. caminas c. tomar 10. "Loopt u?" is in het Spaans: 11. "Ik hoop" is in het Spaans: 12. Wat kan een antwoord op de volgende vraag zijn: Habla usted español? antwoord: (De antwoorden vindt u aan het einde van deze les.)

pagina:7 ANTWOORDEN Antwoorden (1-8) canta = hij zingt camino = ik wandel tomas = jij pakt usted habla = u spreekt Antwoorden oefenopdrachten (1-9) 1b; 2b; 3b; 4c; 5a; 6c; 7c; 8b; Eindopdrachten (1-10) 1b; 2b; 3c; 4a; 5. Hablas español. 6. Toma un libro 7. espanjól 8b; 9c; 10. Camina usted? 11. Espero. 12. "No hablo espanól" of "Hablo un poco español"