Concept-AMvB s OG en K&J Versie CSGP 18 juni 2017 Voorstel nieuwe AMvB Orthopedagoog generalist 1. Algemene bepalingen Voorstel nieuwe AMvB Kinder- en Jeugdpsycholoog 1. Algemene bepalingen Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. college: een orgaan van de Federatie van Gezondheidszorgpsychologen en Psychotherapeuten, als bedoeld in artikel 14, tweede lid onder d. van de wet; b. cursorisch onderwijs: theoretisch en praktisch onderwijs dat aan de opleidingsinstelling wordt gevolgd; c. Onze Minister: de minister onder wie de volksgezondheid ressorteert; d. opleiding: de opleiding tot orthopedagoog generalist; e. opleidingsinstelling: een rechtspersoon die een opleiding verzorgt; f. orthopedagogiek: orthopedagogiek voor zover het de individuele gezondheidszorg betreft; g. praktijkopdracht: binnen het cursorische onderwijs verstrekte opdracht die in de praktijk wordt uitgevoerd en tot doel heeft de afstemming tussen theorie en praktijk te bevorderen; h. praktijkopleiding: het gedeelte van de opleiding dat gevolgd wordt binnen een erkende praktijkopleidingsinstelling; i. praktijkopleidingsinstelling: een instelling die of het samenwerkingsverband van instellingen dat de praktijkopleiding verzorgt en als zodanig is erkend door de registratiecommissie; j. raamplan: een landelijk plan dat de eindtermen van de opleiding beschrijft in de vorm van competenties in de rollen waarin de beroepsbeoefenaar in diverse beroepssituaties moet kunnen functioneren; k. registratiecommissie: een orgaan van de Federatie van Gezondheidszorgpsychologen en Psychotherapeuten, als bedoeld in artikel 14, tweede lid onder e. van de wet. l. supervisie: beroepsgerichte persoonlijke begeleiding van een aspirant Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. college: een orgaan van de Federatie van Gezondheidszorgpsychologen en Psychotherapeuten, als bedoeld in artikel 14, tweede lid onder d. van de wet; b. cursorisch onderwijs: theoretisch en praktisch onderwijs dat aan de opleidingsinstelling wordt gevolgd; c. kinder- en jeugdpsychologie: kinder- en jeugdpsychologie voor zover het de individuele gezondheidszorg betreft; d. Onze Minister: de minister onder wie de volksgezondheid ressorteert; e. opleiding: de opleiding tot kinder- en jeugdpsycholoog; f. opleidingsinstelling 1 : een rechtspersoon die een opleiding verzorgt; g. praktijkopdracht: binnen het opleidingstraject uitgevoerde opdracht die in de praktijk wordt uitgevoerd en tot doel heeft de toepassing van theorie in de praktijk te bevorderen; h. praktijkopleiding: het gedeelte van de opleiding dat gevolgd wordt binnen een erkende praktijkopleidingsinstelling; i. praktijkopleidingsinstelling: een instelling die of het samenwerkingsverband van instellingen dat de praktijkopleiding verzorgt en als zodanig is erkend door de registratiecommissie; j. raamplan: een landelijk plan dat de eindtermen van de opleiding beschrijft in de vorm van competenties in de rollen waarin de beroepsbeoefenaar in diverse beroepssituaties moet kunnen functioneren; k. registratiecommissie: een orgaan van de Federatie van 1 De noodzakelijke governance voor de kinder- en jeugdpsycholoog wordt in samenwerking met het college van de FGzPt nader uitgewerkt
orthopedagoog generalist door een door de opleidingsinstelling goedgekeurde supervisor; m. wet: de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg; Artikel 2 1. Om in het krachtens artikel 3 van de wet ingestelde register van orthopedagogen generalist te kunnen worden ingeschreven, is het bezit van een getuigschrift vereist waaruit blijkt dat de betrokkene met goed gevolg de opleiding heeft afgerond. 2. Het getuigschrift, bedoeld in het eerste lid, is uitgereikt door een opleidingsinstelling die als zodanig is aangewezen door Onze Minister. Gezondheidszorgpsychologen en Psychotherapeuten, als bedoeld in artikel 14, tweede lid onder e. van de wet. l. supervisie: beroepsgerichte persoonlijke begeleiding door een door de opleidingsinstelling goedgekeurde supervisor; m. wet: de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg; Artikel 2 1. Om in het krachtens artikel 3 van de wet ingestelde register van kinder- en jeugdpsychologen te kunnen worden ingeschreven, is het bezit van een getuigschrift vereist waaruit blijkt dat de betrokkene met goed gevolg de opleiding heeft afgelegd. 2. Het getuigschrift, bedoeld in het eerste lid, is uitgereikt door een opleidingsinstelling die als zodanig is aangewezen door Onze Minister. - 2 -
2. Opleidingseisen Artikel 3 1. De opleiding is erop gericht dat betrokkene de competenties verwerft, bedoeld in artikel 5 bij dit besluit, om pedagogisch onderzoek, diagnose, begeleiding en behandeling te kunnen verzorgen voor de volgende categorieën van personen: a. kinderen en jeugdigen en hun ouders; b. volwassenen met een beperking, in een afhankelijkheidsrelatie. 2. De opleiding bestaat uit ten minste 3600 uren, die als volgt zijn verdeeld: a. 720 uren theoretisch en praktisch onderwijs op het gebied van de orthopedagogiek, waarvan 480 uur cursorisch onderwijs en 240 uur literatuurstudie of praktijkopdrachten; b. 2790 uren praktijkopleiding op het gebied van de orthopedagogiek; c. 90 uur supervisie; 3. De praktijkopleiding, bedoeld in het tweede lid, onder b, is gespreid over ten minste twee jaren, tijdens welke in elk geval ervaring wordt opgedaan met methoden van diagnostisch onderzoek binnen de pedagogische context, indicatiestelling en het toepassen van orthopedagogische behandelings- en begeleidingsmethoden, waaronder op het individu gerichte preventie. 4. Indien een aspirant-orthopedagoog generalist aantoonbaar beschikt over een of meer competenties als omschreven in artikel 5 kan de opleidingsinstelling vrijstelling verlenen van de betreffende opleidingsonderdelen, met inachtneming van daaromtrent door het college vastgestelde regels. Artikel 4 De structuur en inhoud van de opleiding zijn beschreven in een raamplan, dat wordt opgesteld door de gezamenlijke opleidingsinstellingen en vastgesteld door het college. Dit raamplan omvat ten minste: a. een uitwerking van de competenties, bedoeld in artikel 5; b. een beschrijving van de inhoud van de opleiding; c. een beschrijving van de structuur van de opleiding; d. een protocol toetsing en beoordeling. Artikel 5 Competenties 2. Opleidingseisen Artikel 3 1. De opleiding bestaat uit ten minste 3600 uren, die als volgt zijn verdeeld: a. 720 uren theoretisch en praktisch onderwijs op het gebied van de kinder- en jeugdpsychologie, waarvan 480 uur cursorisch onderwijs en 240 uur praktijkopdrachten; b. 2790 uren praktijkopleiding op het gebied van de kinder- en jeugdpsychologie; c. 90 uur supervisie. 2. De opleiding, bedoeld in het eerste lid, onder a, b, en c, is gespreid over ten minste twee jaren en omvat in elk geval preventie, het uitvoeren van psychodiagnostisch onderzoek, het stellen van indicaties en het toepassen van kinder- en jeugdpsychologische begeleidings- en behandelingsmethoden. 3. Indien een aspirant-kinder-en jeugdpsycholoog aantoonbaar beschikt over een of meer competenties als omschreven in artikel 5 kan de opleidingsinstelling vrijstelling verlenen van de betreffende opleidingsonderdelen, met inachtneming van daaromtrent door het college vastgestelde regels. Artikel 4 De structuur en inhoud van de opleiding zijn beschreven in een raamplan, dat wordt opgesteld door de opleidingsinstelling en vastgesteld door het college, met inachtneming van hetgeen in dit besluit gesteld is over de omvang en inrichting van de opleiding. Dit raamplan omvat ten minste: a. een uitwerking van de competenties, genoemd in artikel 5; b. een beschrijving van de inhoud van de opleiding; c. een beschrijving van de structuur van de opleiding; d. een protocol toetsing en beoordeling. Artikel 5 Competenties - 3 -
De opleiding is erop gericht dat de aspirant-orthopedagoog generalist de volgende competenties verwerft die betrekking hebben op het gebied van deskundigheid, als bedoeld in artikel xx van de wet, met inachtneming van de vigerende professionele standaarden en richtlijnen: 1. Ten aanzien van het competentiegebied orthopedagogisch handelen: De orthopedagoog generalist is in staat om vanuit de pedagogische context een hulpverleningstraject te plannen, uit te voeren en te evalueren. a. formuleert op basis van een kritische analyse een diagnostisch beeld van de pedagogische context en betrekt daarin het cliëntsysteem; b. stelt een indicatie op aansluitend bij de pedagogische context en de hulpvraag van het cliëntsysteem; c. zorgt ervoor dat de hulpverlening wordt uitgevoerd, geëvalueerd en zo nodig wordt bijgesteld, bij de behandeling en begeleiding van personen met een bepaalde stoornis of personen die zich vanwege hun beperking in een persoonlijke afhankelijkheidsrelatie bevinden. 2. Ten aanzien van het competentiegebied Communicatie: De orthopedagoog generalist communiceert met cliënt, betrokkenen en collega s, zowel (non)verbaal als schriftelijk in een constructieve dialoog. a. bouwt een goede hulpverleningsrelatie op met het cliëntsysteem en onderhoudt deze; b. betrekt het cliëntsysteem actief bij de besluitvorming over het hulpverleningsproces; c. doet gestructureerd en helder (schriftelijk) verslag van werkzaamheden en legt verantwoording af over de gevolgde werkwijze. De opleiding is erop gericht dat de aspirant-kinder- en jeugdpsycholoog de volgende competenties verwerft die betrekking hebben op het gebied van deskundigheid, als bedoeld in artikel xxx van de wet, met inachtneming van de vigerende professionele standaarden en richtlijnen: 1. Ten aanzien van het competentiegebied kinder- en jeugdpsychologisch handelen: a. De kinder- en jeugdpsycholoog verricht op gestructureerde wijze en naar de meest recente beroepsstandaarden triage, diagnostiek, indicatiestelling, advisering, begeleiding en behandeling (in integrale samenhang). b. De kinder- en jeugdpsycholoog betrekt in zijn handelen kennis van ontwikkelingspsychologie, pedagogiek, klinische kinder- en jeugdpsychologie, ontwikkelings(psycho)pathologie (inclusief psychopathologie bij volwassenen), persoonlijkheidspsychologie, neuropsychologie, sociale psychologie en de systeemtheorie. c. De kinder- en jeugdpsycholoog werkt vanuit een ontwikkelingspsychologisch kader, en werkt handelingsgericht volgens een empirisch-analytische methode. Daarbij worden zowel kind- als gezins- en bredere contextfactoren meegewogen, en zowel de bedreigende als de beschermende factoren. d. De kinder- en jeugdpsycholoog werkt niet uitsluitend vanuit een defectmodel maar richt zich ook op het versterken van competenties om eventuele beperkingen te compenseren vanuit de persoonlijke ontwikkeling van kinderen/jongeren en hun ouders/verzorgers. e. In het handelen van de kinder- en jeugdpsycholoog staat de dialoog met het kind/jongeren en zijn ouders centraal; de kwaliteit van de professionele relatie is cruciaal voor de effectiviteit van het handelen. f. De kinder- en jeugdpsycholoog baseert zijn handelen op het stimuleren van de normale ontwikkeling, de onderkenning, preventie en hulpverlening bij somatische en psychische problemen; bij ontwikkelings-, leer- en opvoedingsproblemen; en bij problematische interacties en relaties van kinderen (of volwassenen in een afhankelijkheidsrelatie) met en tussen voor hen belangrijke personen. 3. Ten aanzien van het competentiegebied Samenwerking: De orthopedagoog generalist werkt samen met het cliëntsysteem en draagt bij aan het netwerk van betrokken collega s en ketenpartners om vanuit verschillende expertise (meervoudige) hulp te bieden aan het cliëntsysteem. a. bouwt aan en onderhoudt een effectieve, verantwoorde en 2. Ten aanzien van het competentiegebied Communicatie a. De kinder- en jeugdpsycholoog is in staat op professionele en beroepsethisch verantwoorde wijze te communiceren met kinderen, ouders, volwassenen, en collega s, zowel mondeling als schriftelijk. b. De kinder- en jeugdpsycholoog staat naast de cliënt en betrekt het kind en zijn systeem actief bij besluitvorming binnen het hulpverleningsproces. c. De kinder- en jeugdpsycholoog werkt vanuit een integraal kader. Op basis - 4 -
beroepsethische (interdisciplinaire) samenwerking met het cliëntsysteem, beroepsopvoeders en ketenpartners om te komen tot een integrale aanpak bij de hulpverlening; b. borgt samenwerking binnen en buiten de organisatie ter bevordering van het hulpverleningsproces; c. beoordeelt wanneer verwijzing nodig is en verwijst doelgericht (vanuit de sociale kaart) door naar de juiste professional of organisatie. 4. Ten aanzien van het competentiegebied Kennis en Wetenschap: De orthopedagoog generalist volgt en beoordeelt structureel de ontwikkelingen in de orthopedagogiek en vertaalt deze naar verbeteren van eigen handelen en dat van anderen. a. volgt wetenschappelijke ontwikkelingen en praktijkgerichte vakkennis binnen de orthopedagogiek; b. werkt systematisch en methodisch, gebaseerd op wetenschappelijke evidentie, en stelt het handelen bij naar aanleiding van nieuwe inzichten; c. draagt bij aan de ontwikkeling van wetenschappelijke of praktijkgerichte vakkennis en de koppeling tussen beide. d. streeft naar optimalisatie van de eigen kennis en kunde, ontwikkelt en onderhoudt een persoonlijk bij- en nascholingsplan. 5. Ten aanzien van het competentiegebied Maatschappelijk handelen: De orthopedagoog generalist volgt maatschappelijke ontwikkelingen, herkent de impact hiervan en vertaalt dit naar verantwoorde hulpverlening in individueel en maatschappelijk opzicht. a. heeft oog voor (f)actoren op macro en maatschappelijk niveau binnen de orthopedagogiek; b. draagt bij aan het bevorderen van optimale (opvoedings)relaties binnen cliëntsystemen en is bekend met (opvoedings)dilemma s binnen het werkveld en de verschillende (opvoedings)vraagstukken binnen de samenleving; daarvan is hij in staat dwarsverbanden te leggen tussen enerzijds de verschillende leefgebieden van het kind (school, thuis, maatschappij) en anderzijds de werkvelden waarin professionals rondom het kind opereren (onderwijs, JGZ, jeugdhulp inclusief jeugd-ggz, jeugdbescherming, somatische zorg, psychiatrie). 3. Ten aanzien van het competentiegebied Samenwerken a. De kinder- en jeugdpsycholoog treedt op als samenwerkingspartner voor kinderen, ouders en volwassenen in een afhankelijkheidsrelatie. b. De kinder- en jeugdpsycholoog draagt bij aan effectieve interdisciplinaire samenwerking in de keten van zorg en de sociale context van het kind. c. De kinder en jeugdpsycholoog zorgt middels cliënt feedback voor de best passende zorg nodig voor dit kind, in dit gezin, opgroeiend in deze context. 4. Ten aanzien van het competentiegebied Kennis en Wetenschap a. De kinder- en jeugdpsycholoog voert zijn beroep uit in overeenstemming met de laatste stand van de wetenschappelijke kennis en evidentie. b. De kinder- en jeugdpsycholoog is een scientist-practitioner en expliciteert, systematiseert en toetst voortdurend zijn eigen kennis en vaardigheden. Daarbij sluit hij zich aan bij de meest recente wetenschappelijke inzichten ten aanzien van vakinhoud en effectiviteit. Hij is zich echter ook bewust van de beperkingen van de huidige wetenschappelijke kennis en kan zijn handelen op een professionele manier relativeren. Hij staat daarbij open voor de visie van ouders en kinderen. c. De kinder- en jeugdpsycholoog draagt bij aan de ontwikkeling van wetenschappelijke of praktijkgerichte vakkennis en de koppeling tussen beide. d. streeft naar optimalisatie van de eigen kennis en kunde, ontwikkelt en onderhoudt een persoonlijk bij- en nascholingsplan, ook in het kader van zijn (her)registratie. 5. Ten aanzien van het competentiegebied Maatschappelijk handelen a. Uitgangspunt voor het werk van kinder- en jeugdpsychologen vormen de Rechten van het Kind en de Rechten van de mens. b. de kinder- en jeugdpsycholoog zet zijn kennis in voor voorlichting, consultatie, scholing, en preventie in een maatschappelijke context. 6. Ten aanzien van het competentiegebied Organisatie a. De kinder- en jeugdpsycholoog is in staat bevindingen uit de praktijk te - 5 -
c. levert een bijdrage aan het maatschappelijk debat en beleid omtrent de orthopedagogiek. 6. Ten aanzien van het competentiegebied Organisatie: De orthopedagoog generalist organiseert vanuit een orthopedagogische visie zijn eigen taken en verantwoordelijkheden en draagt bij aan de ontwikkeling van de organisatie voor een doeltreffende en doelmatige hulpverlening. a. organiseert en coördineert in dialoog met alle betrokkenen de hulpverlening rond de cliënt; b. ondersteunt en adviseert andere professionals en leidinggevenden vanuit inhoudelijke expertise; c. draagt bij aan de organisatieontwikkelingen en geeft daarbij gevraagd en ongevraagd advies vanuit eigen expertise. 7. Ten aanzien van het competentiegebied Professionaliteit: De orthopedagoog generalist stelt zich professioneel op binnen het beroep dat hij uitoefent en de organisatie waarvoor hij werkt en verbetert zijn handelen op basis van nieuwe inzichten en kritische reflectie. a. gaat respectvol om met professionele relaties om effectief hulp te bieden; b. reflecteert samen met anderen op eigen functioneren om zichzelf te ontwikkelen en vakbekwaam te blijven; c. neemt binnen de grenzen van de eigen competenties verantwoordelijkheid om kwaliteit van zorg te borgen en om disfunctioneren te voorkomen. vertalen naar (kwaliteits)beleid binnen en buiten de organisatie, en omgekeerd. b. De kinder- en jeugdpsycholoog draagt zorg voor een verantwoorde besteding van beschikbare middelen binnen de hulpverlening. c. De kinder- en jeugdpsycholoog is op de hoogte van zaken als zorglogistiek, werkzame interventies, getrapte zorg, zorgprogramma s en zorgpaden, standaardisatie versus zorg op maat en ketensamenwerking. 7. Ten aanzien van het competentiegebied Professionaliteit a. De kinder- en jeugdpsycholoog laat zich in zijn beroepsmatig handelen leiden door de regels van de (psychologische) beroepsethiek en de wet- en regelgeving en heeft daarbij aandacht voor de afhankelijkheidspositie waarin cliënten en hun systeem zich bevinden. Hij werkt transparant wat betreft handelingen en besluitvorming, en is in staat zijn keuzes te expliciteren en verantwoorden. b. De kinder- en jeugdpsycholoog laat zich in zijn beroepsmatig handelen leiden door respect voor de uniciteit van het individu en voor diens integriteit, en beschikt over interculturele sensitiviteit; c. De kinder- en jeugdpsycholoog kent en neemt zijn verantwoordelijkheid en kent en handelt binnen de grenzen van zijn eigen deskundigheid d. De kinder- en jeugdpsycholoog verbetert zijn handelen op basis van nieuwe inzichten en kritische reflectie. e. Integratief denken vanuit verschillende theorieën en researchmodellen is leidend voor de benadering van de kinder- en jeugdpsycholoog. Hij respecteert de visies en de intuïties van de ouders, hun cultureel bepaalde denkwijzen en hun sociale identiteit, en combineert deze aspecten met wetenschappelijke inzichten. Artikel 6 1. Tot de opleiding worden slechts toegelaten degenen die in het bezit zijn van een getuigschrift waaruit blijkt dat zij een universitair masterexamen psychologie, pedagogische wetenschappen of gezondheidswetenschappen met een master Mental health met goed gevolg hebben afgelegd. 2. Voor zover een of meer opleidingsonderdelen als bedoeld in het derde lid geen deel uitmaakten van de opleiding die recht geeft op het getuigschrift als bedoeld in het eerste lid, dan wel de bacheloropleiding die toegang gaf tot deze opleiding, is voor de toelating tot de opleiding Artikel 6 1. Tot de opleiding worden slechts toegelaten degenen die in het bezit zijn van een getuigschrift waaruit blijkt dat zij een universitair masterexamen psychologie, pedagogische wetenschappen of gezondheidswetenschappen met een master Mental health met goed gevolg hebben afgelegd. 2. Voor zover een of meer opleidingsonderdelen als bedoeld in het derde lid geen deel uitmaakten van de opleiding die recht geeft op een getuigschrift als bedoeld in het eerste lid, dan wel van de gevolgde bacheloropleiding die toegang gaf tot deze opleiding, is voor de toelating tot de opleiding vereist het bezit van een ander - 6 -
orthopedagoog generalist vereist het bezit van een ander bewijsstuk, waaruit blijkt dat zij voor die onderdelen met goed gevolg een proeve van bekwaamheid op universitair niveau hebben afgelegd. 3. De opleidingsonderdelen bedoeld in het tweede lid zijn: a. algemene orthopedagogiek; b. ontwikkeiingspsychologie; c. (ontwikkelings-) psychopathologie; d. neuropsychologie; e. orthopedagogische of ontwikkelingsdiagnostische processen en modellen; f. orthopedagogische of ontwikkelingsdiagnostische behandelingsprocessen en modellen; g. organisatie van de gezondheidszorg, gehandicaptenzorg, jeugdhulpverlening en (speciaal) onderwijs; h. juridische en ethische aspecten van de (jeugd)hulpverlening; i. methodologie en statistiek; j. vaardigheden t.b.v. de hulpverlening (gespreksvoering, observatie, testafname, rapportage, communicatie, behandeling en begeleiding); k. uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek/thesis; l. stage van tenminste 520 uur, waarvan drie casussen onderdeel uitmaken; m. drie casussen orthopedagogische diagnostiek onder supervisie, die onderdeel kunnen zijn van de stage, bedoeld onder l. bewijsstuk waaruit blijkt dat zij voor die onderdelen met goed gevolg een proeve van bekwaamheid op universitair niveau hebben afgelegd. 3. De opleidingsonderdelen, bedoeld in het tweede lid zijn: a. diagnostiek en indicatiestelling; b. psychologische, orthopedagogische en psychotherapeutische behandelingen; c. neuropsychologie; d. ontwikkelingspsychologie/levenslooppsychologie; e. persoonlijkheidsleer f. psychofysiologie/functieleer; g. ontwikkelingspsychopathologie/gedragsstoornissen/klinische kinder- en jeugdpsychologie; h. biologische aspecten van psychopathologie, met inbegrip van psychofarmacologie; i. methodenleer/testtheorie j. ethische en juridische aspecten van hulpverlening k. gespreksvoering, observatie en rapportage; l. uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek; m. organisatie van de gezondheidszorg, gehandicaptenzorg, jeugdhulp en onderwijs. n. een praktijkstage van minimaal 520 uur; o. drie casussen (psycho)diagnostiek onder supervisie, die onderdeel kunnen zijn van de stage, bedoeld onder n. - 7 -
3. Aanwijzing opleidingsinstellingen Artikel 7 1. Onze Minister kan, op hun daartoe strekkende verzoek, opleidingsinstellingen aanwijzen die een opleiding verzorgen die voldoet aan de artikelen 3 tot en met 5. 2. De aanwijzing geschiedt niet dan nadat Onze Minister de registratiecommissie heeft uitgenodigd haar standpunt ter zake van de voorgenomen aanwijzing kenbaar te maken binnen een door Onze Minister aan te geven termijn en deze termijn is verstreken. 3. Onze Minister kan een aanwijzing intrekken indien de opleidingsinstelling naar zijn oordeel niet meer voldoet aan artikel 8. Met betrekking tot de intrekking van een aanwijzing is het tweede lid van overeenkomstige toepassing. 4. Van een aanwijzing of een intrekking van een aanwijzing wordt kennis gegeven in de Staatscourant. Artikel 8 Voor aanwijzing als opleidingsinstelling komen in aanmerking instellingen waarvan in redelijkheid verwacht mag worden dat zij a. de artikelen in dit besluit alsmede de nadere regelgeving van het college als bedoeld in artikel 12 zullen naleven; b. zorg dragen voor het op systematische wijze bewaken en in stand houden van de kwaliteit van de opleiding. Artikel 9 1. De opleidingsinstelling stelt jaarlijks een instellingsspecifiek opleidingsplan vast waarin de in de artikelen 3 en 4 omschreven opleidingsonderdelen nader zijn uitgewerkt. 2. Het opleidingsplan is in overeenstemming met het raamplan voor de opleiding, bedoeld in artikel 4. 3. Belanghebbenden kunnen het opleidingsplan, desgevraagd, inzien en daarvan afschrift verlangen. Artikel 10 1. Voor het afnemen van examens stelt de opleidingsinstelling een examencommissie in en stelt een instellingsspecifiek opleidings- en examenreglement vast dat voldoet aan door het college gestelde regels. 2. De opleidingsinstelling draagt er zorg voor dat degenen die tot de opleiding zijn 3. Aanwijzing opleidingsinstellingen Artikel 7 1. Onze Minister kan, op hun daartoe strekkende verzoek, opleidingsinstellingen aanwijzen die een opleiding verzorgen die voldoet aan de artikelen 3 tot en met 5. 2. De aanwijzing geschiedt niet dan nadat Onze Minister de registratiecommissie heeft uitgenodigd haar standpunt ter zake van de voorgenomen aanwijzing kenbaar te maken binnen een door Onze Minister aan te geven termijn en deze termijn is verstreken. 3. Onze Minister kan een aanwijzing intrekken indien de opleidingsinstelling naar zijn oordeel niet meer voldoet aan artikel 8. Met betrekking tot de intrekking van een aanwijzing is het tweede lid van overeenkomstige toepassing. 4. Van een aanwijzing of een intrekking van een aanwijzing wordt kennis gegeven in de Staatscourant. Artikel 8 Voor aanwijzing als opleidingsinstelling komen in aanmerking instellingen waarvan in redelijkheid verwacht mag worden dat zij a. de artikelen in dit besluit alsmede de nadere regelgeving van het college als bedoeld in artikel 12 zullen naleven; b. zorg dragen voor het op systematische wijze bewaken en in stand houden van de kwaliteit van de opleiding. Artikel 9 1. De opleidingsinstelling stelt jaarlijks een instellingsspecifiek opleidingsplan vast waarin de in de artikelen 3 en 4 omschreven opleidingsonderdelen nader zijn uitgewerkt. 2. Het opleidingsplan is in overeenstemming met het raamplan voor de opleiding, bedoeld in artikel 4. 3. Belanghebbenden kunnen het opleidingsplan, desgevraagd, inzien en daarvan afschrift verlangen. Artikel 10 1. Voor het afnemen van examens stelt de opleidingsinstelling een examencommissie in en stelt een instellingsspecifiek opleidings- en examenreglement vast dat voldoet aan door het college gestelde regels. 2. De opleidingsinstelling draagt er zorg voor dat degenen die tot de opleiding zijn - 8 -
toegelaten tijdig kennis kunnen nemen van het reglement, bedoeld in het eerste lid. toegelaten tijdig kennis kunnen nemen van het reglement, bedoeld in het eerste lid. Artikel 11. Aanwijzing hoofdopleider 1. De opleidingsinstelling stelt een hoofdopleider aan die verantwoordelijk is voor de opleiding. 2. De hoofdopleider is als zodanig erkend door de registratiecommissie, overeenkomstig de door het college vastgestelde regels. Artikel 11 1. De opleidingsinstelling stelt een hoofdopleider aan die verantwoordelijk is voor de opleiding. 2. De hoofdopleider is als zodanig erkend door de registratiecommissie, overeenkomstig de door het college vastgestelde regels. 4. Nadere regelgeving en toezicht Artikel 12 1. Het college kan nadere regels stellen ter uitwerking van dit besluit. 2. De registratiecommissie houdt toezicht op de naleving van dit besluit, alsmede door het college gestelde nadere regels. 3. Indien de registratiecommissie constateert dat een opleidingsinstelling dit besluit, dan wel de door het college gestelde nadere regels onvoldoende naleeft, kan de commissie Onze Minister adviseren de aanwijzing als opleidingsinstelling in te trekken 4. Nadere regelgeving en toezicht Artikel 12 1. Het college kan nadere regels stellen ter uitwerking van dit besluit. 2. De registratiecommissie houdt toezicht op de naleving van dit besluit, alsmede door het college gestelde nadere regels. 3. Indien de registratiecommissie constateert dat een opleidingsinstelling dit besluit, dan wel de door het college gestelde nadere regels onvoldoende naleeft, kan de commissie Onze Minister adviseren de aanwijzing als opleidingsinstelling in te trekken. 5. Slotbepalingen Artikel 13 Overgangsregeling 1. Degene die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit een opleiding volgt tot orthopedagoog generalist, is per die datum in opleiding als bedoeld in dit besluit. 2. De opleidingsinstelling die op de datum van inwerkingtreding als zodanig is geregistreerd in het betreffende register gehouden door de betreffende vereniging voor orthopedagogen generalist en voldoet aan dit besluit, geldt per die datum als een overeenkomstig dit besluit aangewezen opleidingsinstelling. 3. De orthopedagoog generalist die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit als zodanig is geregistreerd in het betreffende register gehouden door de betreffende vereniging voor orthopedagogen generalist, wordt per die datum ingeschreven in het op grond van artikel 3 van de wet ingestelde register van orthopedagogen generalist. 4. De orthopedagoog generalist, bedoeld in het derde lid kan de aanvraag tot inschrijving doen tot uiterlijk een jaar na de datum van inwerkingtreding van dit besluit. Artikel 14 Artikel 14 5. Slotbepalingen Artikel 13 Overgangsregeling 1. Degene die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit een opleiding volgt tot kinder- en jeugdpsycholoog, is per die datum in opleiding als bedoeld in dit besluit. 2. De opleidingsinstelling die op de datum van inwerkingtreding als zodanig is geregistreerd in het betreffende register gehouden door de betreffende vereniging voor kinder- en jeugdpsychologen en voldoet aan dit besluit, geldt per die datum als een overeenkomstig dit besluit aangewezen opleidingsinstelling. 3. De kinder- en jeugdpsycholoog die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit als zodanig is geregistreerd in het betreffende register gehouden door de betreffende vereniging voor kinder- en jeugdpsychologen, wordt per die datum ingeschreven in het op grond van artikel 3 van de wet ingestelde register van kinder- en jeugdpsychologen. 4. De kinder- en jeugdpsycholoog, bedoeld in het derde lid kan de aanvraag tot inschrijving doen tot uiterlijk een jaar na de datum van inwerkingtreding van dit besluit. - 9 -
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Artikel 15 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit orthopedagoog generalist. Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. Artikel 15 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit kinder- en jeugdpsycholoog. Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. - 10 -