Gemaal van de toekomst Onderzoek besparingspotentieel bij niet gelijktijdig leegpompen rioolstelsels Van S.P.A. Duinmeijer Datum 30 augustus 2013 Opdrachtgever Ingenieursbureau Gemeente Rotterdam Contactpersoon S.P.A. Duinmeijer Gecontroleerd J.A. Kranendonk
Samenvatting In deze studie is het besparingspotentieel in energiekosten berekend als diverse gemalen in de Gemeente Rotterdam na neerslag niet gelijktijdig de aangesloten (gemengde) rioolstelsels leegpompen. Dit geldt uiteraard voor gemalen die over een gezamenlijke persleiding afvoeren en op capaciteit worden gestuurd. Figuur 1 Voorbeeld gezamenlijke afvoer (24 en 37) Het niet-gelijktijdig leegpompen van de stelsels bespaart energie omdat het wrijvingsverlies in de persleiding kleiner is door de lagere stroomsnelheid. De pomp hoeft hierdoor minder vermogen (lees: opvoerhoogte) te leveren en verbruikt dus minder energie. De berekening van het potentieel is uitgevoerd met een vereenvoudigd model (bakjesmodel) van het inloop- en afvoerproces van neerslag in een rioolstelsel. Het potentieel is berekend met de gemeten uurwaarden van de neerslag in Rotterdam over de periode mei 2012 - april 2013 (bron: www.knmi.nl). De berekeningsresultaten worden beschouwd als voldoende indicatief om een uitspraak te doen over het potentieel in jaarlijkse energiebesparing. De berekening van het potentieel is uitgevoerd met de volgende randvoorwaarden: de bemalingsgebieden allemaal binnen 24 uur zijn leeggepompt; de eindgemalen alleen niet-gelijktijdig gaan leegpompen als de neerslag is gestopt en binnen 24 uur geen hevige regenval wordt verwacht; de stelsels tot maximaal 75% zijn gevuld voordat niet-gelijktijdig wordt gepompt. De buffer van 25% is noodzakelijk voor berging van de DWA-aanvoer tijdens stilstaan van het gemaal. Het totale berekende besparingspotentieel bij niet-gelijktijdig leegpompen van de Rotterdamse rioolstelsels na neerslag bedraagt jaarlijks circa 3.000,- Afhankelijk van de aanwezigheid van onverhard oppervlak wat tot afstroming kan komen tijden hevige neerslag en de intensiteit van de neerslag, kan dit potentieel oplopen naar jaarlijks 4.000,- Dit is een besparing van orde grootte 1% op het totale energieverbruik van de Rotterdamse gemalen. Ingenieursbureau Gemeente S.P.A. Duinmeijer 30 augustus 2013 2 van 18
Het niet-gelijktijdig leegpompen van rioolstelsels na (hevige) neerslag brengt risico s met zich mee. Doordat de stelsels niet direct worden leeggepompt, neemt de kans toe op een overstorting van rioolwater op het oppervlaktewater bij een opeenvolgende regenbui. Het algemeen beleid van de rioolbeheerder is om het risico op overstortingen te minimaliseren. Het berekende besparingspotentieel weegt niet op tegen de maatschappelijke lasten van extra overstortingen. Dit is de hoofdzakelijke reden dat niet-gelijktijdig leegpompen niet wordt toegepast binnen de Rotterdamse afvalwatersystemen. Ingenieursbureau Gemeente S.P.A. Duinmeijer 30 augustus 2013 3 van 18
Inhoudsopgave 1 Algemeen 5 1.1 Inleiding 5 1.2 Doelstelling onderzoek 5 1.3 Leeswijzer 5 2 Toegepaste methodiek 6 2.1 Randvoorwaarden 6 2.2 Uitgangspunten 6 2.3 Methodiek 6 3 Resultaten onderzoek 11 3.1 Resultaten 11 3.2 Gevoeligheidsanalyse 12 4 Conclusies en aanbevelingen 13 4.1 Conclusies 13 4.2 Aanbevelingen 13 5 Referenties 14 Bijlagen 15 Ingenieursbureau Gemeente S.P.A. Duinmeijer 30 augustus 2013 4 van 18
1 Algemeen 1.1 Inleiding Het Ingenieursbureau van de gemeente Rotterdam is een onderzoeksprogramma opgestart genaamd Gemaal van de toekomst. Dit programma heeft als doel om rioolgemalen duurzamer te ontwerpen en te laten functioneren. Een deel van het programma betreft onderzoek naar energiebesparing bij (hoofd)gemalen door alternatieve bedrijfsvoeringen. Dit kan bijvoorbeeld door gemalen niet-gelijktijdig over dezelfde persleiding te laten afvoeren. Het niet-gelijktijdig leegpompen van de (gemengde) stelsels bespaart energie omdat het wrijvingsverlies in de persleiding kleiner is door de lagere stroomsnelheid. De pomp hoeft hierdoor minder vermogen (lees: opvoerhoogte) te leveren en verbruikt dus minder energie. Niet-gelijktijdigheid DWA-bedrijf Het vermijden van gelijktijdigheid tijdens DWA-bedrijf heeft voor (de Rotterdamse) gemalen een verwaarloosbaar besparingspotentieel door de lage vermogens van de DWA-pompen. Bovendien is gelijktijdigheid tijdens drogere periodes gewenst om sedimentatie te voorkomen. Het potentieel tijdens RWA-bedrijf is veel groter door de veel hogere vermogens van de RWApompen. Dit is de aanleiding voor dit onderzoek. 1.2 Doelstelling onderzoek Het doel van dit onderzoek is om het besparingspotentieel in energiekosten te berekenen als de hoofdgemalen niet-gelijktijdig de aangesloten rioolstelsels gaan leegpompen na neerslag. Het onderzoek is gericht op debiet geregelde gemalen en gemengde rioolstelsels. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode beschreven waarmee het besparingspotentieel wordt berekend. Hoofdstuk 3 beschrijft de resultaten van het onderzoek. In hoofdstuk 4 worden de conclusies en aanbevelingen beschreven en hoofdstuk 5 tenslotte geeft een referentielijst van de gebruikte bronnen. Ingenieursbureau Gemeente S.P.A. Duinmeijer 30 augustus 2013 5 van 18
2 Toegepaste methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de toegepaste methodiek om aan de doelstelling te voldoen. De berekening van het potentieel wordt uitgevoerd met een pragmatische benadering (bakjesmodel) van het inloopen afvoerproces van regenwater in een rioolstelsel. De resultaten worden beschouwd als voldoende indicatief om een uitspraak te doen over het potentieel in jaarlijkse energiebesparing. 2.1 Randvoorwaarden Het sturen met gemalen mag aanvankelijk nooit leiden tot extra overstorten op het oppervlaktewater. Het niet gelijktijdig leegpompen moet daarom voldoen aan de volgende randvoorwaarden: 1. Alle stelsels moeten binnen een droge periode van 24 uur zijn leeggepompt Deze randvoorwaarde heeft als doel om geen gevulde stelsels te hebben na een periode van 24 uur na de laatste neerslag (conform Leidraad Riolering B2100. Na 24 uur wil je niet beschikken over wachtende stelsels die voor een groot deel zijn gevuld en daardoor overstortgevoelig bij een volgende neerslag. Daarnaast moet het rottingsproces van afvalwater zoveel mogelijk worden voorkomen ten gunste van het zuiveringsproces en minder aantasting van de (betonnen) riolen. Als voorbeeld geldt de procesvoering van twee rioolgemalen A en B die over een gezamenlijke persleiding afvoeren. De gemalen hebben een lage pompovercapaciteit (p.o.c.) dus een lange ledigingstijd T met T A = 14 uur van stelsel A en T B = 18 uur van stelsel B. De niet-gelijktijdigheid geldt dan voor een periode gelijk aan 24 uur - de langste ledigingstijd ofwel 24-18 = 6 uur. De eerste 6 uur wordt alleen stelsel A leeggepompt vervolgens 8 uur lang beide stelsels gelijktijdig en vervolgens nog 10 uur stelsel B. 2. Niet-gelijktijdig leegpompen bij een maximale vulling van 75% van de stelsels. De reserve van 30% is nodig voor het bergen van de DWA-aanvoer tijdens het stilstaan van het gemaal. De DWA-aanvoer is gemiddeld orde grootte 0,35 mm/h en bij een gemiddelde berging van 8,6 mm, betekent dit dat het wachtende stelsel ongeveer 8 uur DWA kan bergen, daarna moet het gemaal gaan pompen om overstortingen te voorkomen. 2.2 Uitgangspunten Het besparingspotentieel wordt berekend op basis van onderstaande uitgangspunten: Het leegpompen van de stelsels gebeurt met de RWA min -capaciteit van de gemalen. Voor de (veelal oude) persleidingen zijn de volgende wandruwheden aangenomen: beton k = 2 mm, staal en gietijzer k = 1 mm en voor GVK en PE k = 0,25 mm. Voor de aanwezigheid van bochten en knikken is een extra weerstandcoëfficiënt ξ in rekening gebracht van 2 [-]. Dit staat gelijk aan de totale coëfficiënt van circa 12 bochten van 90. Het gemiddelde rendement van een pomp is aangenomen op 70%. De inkoopprijs voor 1 kwh is 0,12. 2.3 Methodiek Doordat de gemalen gezamenlijk afvoeren, is de benodigde opvoerhoogte groter en daardoor meer energieverbruik. Het besparingspotentieel geldt daarom alleen voor die gemalen die over een Ingenieursbureau Gemeente S.P.A. Duinmeijer 30 augustus 2013 6 van 18
gezamenlijke persleiding afvoeren. De volgende methodiek is gebruikt voor het bepalen van het potentieel. Inventarisatie gemalen en persleidingen De eerste stap is een inventarisatie van de gemalen die afvoeren over een gezamenlijke persleiding inclusief een inventarisatie van de geometrie van de gezamenlijke persleiding. Het resultaat van deze inventarisatie staat beschreven in Bijlage 1. Berekening besparingspotentieel per gemaal Voor de besparing in het dynamische (wrijving + vertraging) energieverlies H i voor gemaal i zonder gelijktijdige afvoer met gemaal j geldt: λl Hi = + ξ D tot 2 QRWA * 2g Q 2 RWA i+ j i 2 1 2 ( πd ) 4 (1) Waarin λ de wrijvingscoëfficiënt, D de persleidingdiameter, L de leidinglengte en ξ tot de totale verliescoëfficiënt van bochten etc. De afwijking in de wrijvingscoëfficiënt door de verschillende stroomsnelheden wordt verwaarloosd. De volgende stap is het berekenen van het bespaarde vermogen. Voor de vermogensbesparing P voor gemaal i geldt: ρg Hi Q Pi = η i RWAi (2) Waarin H i de besparing in opvoerhoogte. Vervolgens worden de energiekosten K berekend voor elk gemaal over de periode T waarbij voor T de snelste ledigingstijd geldt: K = ρgk n HiQRWAi η i= 1 i T (3) en: T = min Q Vi Q RWA i DWA i (4) Waarin k de energiekosten per kwh en V i de vulling van het stelsel in m 3. Het potentieel wordt berekend met de RWA-min capaciteiten. Deze capaciteit wordt gebruikt voor het leegpompen van stelsels. Voor het besparingspotentieel K geldt dan: K = T ( 2Pi + k Pi Pk ) (5) Waarin: P i+k : het benodigde vermogen als alle gemalen gelijktijdig afvoeren over het gezamenlijke leidingdeel (kw); P i : het benodigde vermogen bij alleen gemaal i over gezamenlijk leidingdeel (kw); P k : het benodigde vermogen bij alleen gemaal k over gezamenlijk leidingdeel (kw). Voor systemen waarbij drie of meer gemalen afvoeren over dezelfde persleiding (n = aantal gemalen) geldt dat het potentieel wordt bepaald voor n-1 periodes. In het geval van 3 gemalen geldt Ingenieursbureau Gemeente S.P.A. Duinmeijer 30 augustus 2013 7 van 18
dan dat er wordt gerekend met 2 perioden: de 1 e periode T 1 geldt voor de drie gemalen gelijktijdig in bedrijf en de 2 e periode T 2 geldt voor de laatste twee gemalen in bedrijf totdat het eerstvolgende stelsel is leeggepompt: T1 = ( Q RWAA VA Q DWAA ) T2 = ( Q RWAB VB Q DWAB T ) 1 (6) Voor het besparingspotentieel K geldt dan: K = + T1 ( 3P1 + 2+ 3 P1 P2 P3 ) + T2 (2P2 3 P2 P3 ) Waarin: P 1+2+3 : het benodigde elektrische vermogen (E-vermogen) als alle gemalen gelijktijdig afvoeren over het gezamenlijke leidingdeel; P 2+3 : het benodigde E-vermogen als de laatste 2 gemalen gelijktijdig afvoeren over het gezamenlijke leidingdeel; P 1 : het benodigde E-vermogen bij alleen gemaal 1 over gezamenlijk leidingdeel (kw); P 2 : het benodigde E-vermogen bij alleen gemaal 2 over gezamenlijk leidingdeel (kw) ; P 3 : het benodigde E-vermogen bij alleen gemaal 3 over gezamenlijk leidingdeel (kw). Bij de bemalingslussen van de gemalen 1, 6, 13 en 10 en de gemalen 12, 4, 5, 11 en 3 gelden meervoudige besparingen. Als voorbeeld dient de lus 1, 13 en 6, zie ook Figuur 2. (7) 1 6 Ø900 mm Ø1200 mm 13 10 Figuur 2 Bemalingslus 12-4-5-11-3 De gemalen 1, 13 en 6 voeren af over een gezamenlijke Ø1200 mm naar gemaal 10. De gemalen 1 en 13 voeren ook nog af over een gezamenlijke Ø900 mm leiding. Als bemalingsgebied 6 als eerste leeg is, geldt er ook nog een besparing van de niet-gelijktijdigheid van de gemalen 1 en 13 over de leiding Ø900 mm én Ø1200 mm gedurende een periode tot één van de bemalingsgebieden 1 of 13 leeg is. Dergelijke meervoudige besparingen worden uiteraard meegenomen in de berekening van het potentieel. Berekenen jaarlijks verwachte besparingspotentieel Nu het rekenmodel van het besparingspotentieel bij het leegpompen bekend is, moet worden bepaald hoe vaak het jaarlijks voorkomt dat de gemalen niet gelijktijdig kunnen leegpompen. Voor het berekenen van het jaarlijks potentieel is gekeken naar het aantal en de opbouw van de regenbuien van het afgelopen jaar (mei 2012 - mei 2013). Hiervoor is de meetdata [1] gebruikt van het KNMI meetstation 344 ten noorden van Airport Rotterdam, zie de rode cirkel in Figuur 3. In Bijlage 3 is de gemeten dagelijkse neerslag in grafieken weergegeven over de periode mei 2012 - april 2013. Deze neerslag betreft de neerslag die werkelijk wordt afgevoerd naar het riool. Voor de werkelijke afvoer naar het riool is een afvloeiingscoëfficiënt gebruikt van 0,8 [2]. Ingenieursbureau Gemeente S.P.A. Duinmeijer 30 augustus 2013 8 van 18
Figuur 3 Locatie KNMI meetstation 344 Rotterdam Voor elke bui is met (3) de ledigingstijd berekend gebaseerd op een maximale vulling van 70% en een totale ledigingstijd van de betreffende bemalingsgebieden van 24 uur, zoals aangegeven in de voorwaarden. Met de kortste ledigingstijd wordt vervolgens het besparingspotentieel berekend met (4) of (6). Ter vereenvoudiging van het berekenen van het potentieel wordt de gemeten neerslag beschouwd als representatief in elk bemalingsgebied. Dit wordt beschouwd als geldig omdat de bemalingsgebieden die afvoeren over een gezamenlijke persleiding naast elkaar liggen. Op de regendata, gemeten in aantal mm per uur, is een algoritme toegepast die voor elk bemalingsgebied de vulling benadert bij het einde van de regenbui. Hierbij worden alleen de buien gebruikt met minimaal 1 mm neerslag en waarbij de periode tussen het einde en begin van de volgende bui groter is dan 6 uur. De analyse van het besparingspotentieel van bemalingsgebiedsgemaal 26 wijkt af van de rest van de gemalen omdat de bemalingsgebieden 30 en 36 op bemalingsgebied 26 afvoeren, zie Figuur 4. RWZI Dokhaven 26 28 36 30 Figuur 4 Bemalingslus 30,36, 26 en 28 Ingenieursbureau Gemeente S.P.A. Duinmeijer 30 augustus 2013 9 van 18
De gebieden 30 en 36 worden ook geanalyseerd op niet-gelijktijdigheid. Gemaal 26 uitschakelen om eerst bemalingsgebied 28 leeg te pompen is kritisch gezien bemalingsgebied 26 tijdens het wachten wordt gevuld door het leegpompen van de bemalingsgebieden 30 en 36. Omdat het besparingspotentieel voor de gemalen 26 en 28 groter is dan voor 30 en 36, wordt de nietgelijktijdigheid voor de bemalingsgebieden 30 en 36 niet toegepast. De netto ledigingstijd van bemalingsgebied 26 wordt dan dus berekend met het volume regenwater in de bemalingsgebieden 26, 30 en 36 en de RWA-min afvoercapaciteit. Echter, de duur van het leegpompen inclusief wachten op de aanvoer vanuit de bemalingsgebieden 30 en 36 wordt bepaald door de maximale ledigingstijd van 30 en 36. Gezien 36 de laagte p.o.c. heeft, is deze bepalend voor de bedrijfstijd van 26. Het potentieel wordt dus berekend op basis van de netto ledigingstijd van 26. Ingenieursbureau Gemeente S.P.A. Duinmeijer 30 augustus 2013 10 van 18
3 Resultaten onderzoek Dit hoofdstuk beschrijft de resultaten van de berekening van het besparingspotentieel. Daarnaast is met een gevoeligheidsanalyse de invloed van de afvloeiingscoëfficiënt op het potentieel bepaald. 3.1 Resultaten De inventarisatie van de gemalen die gelijktijdig afvoeren over een gezamenlijke persleiding, staat vermeld in Bijlage A. In Bijlage B zijn de gemaalcapaciteiten inclusief de berging van het betreffende bemalingsgebied geïnventariseerd. De capaciteiten volgen uit [3] en kunnen zijn gewijzigd. Deze kleine wijzigingen hebben een verwaarloosbaar effect op het eindresultaat. Tabel 1 toont het bespaarde vermogen als gemalen niet-gelijktijdig afvoeren. De tabel moet als volgt worden afgelezen: De benaming 'gemalen 1, 6 en 13 gezamenlijk naar gemaal 1' heeft betrekking op de besparingen van de gemalen 1,6 en 13 als deze gemalen gelijktijdig over een gezamenlijke leiding afvoeren. De benaming 'gemalen 6 en 13 gezamenlijk naar gemaal 10' heeft betrekking op de besparingen van de gemalen 6 en 13 als deze gemalen gelijktijdig over een gezamenlijke leiding afvoeren. Hierbij geldt dat gemaal 13 niet meer afvoert omdat het bemalingsgebied reeds is leeggepompt. Tabel 1 Vermogensbesparing P per gemaal Gemalen 1, 6 en 13 gezamenlijk naar gemaal 10 Besparing op gezamenlijke leidingdelen van de gemalen 1, 6 en 13 tot gemaal 10 [kw] gemaal 1 15 gemaal 13 16 gemaal 6 14 Besparing op gezamenlijke leidingdelen van de gemalen 1 en 13 tot gemaal 6 [kw] gemaal 1 12 gemaal 13 13 Gemalen 6 en 13 gezamenlijk naar gemaal 10 Besparing op gezamenlijke leidingdelen van de gemalen 6 en 13 tot gemaal 10 [kw] gemaal 6 4 gemaal 13 5 Gemalen 4, 5, 11 en 12 gezamenlijk naar gemaal 3 Besparing op gezamenlijke leidingdelen van de gemalen 4 en 12 tot gemaal 5 [kw] gemaal 4 4 gemaal 12 6 Besparing op gezamenlijke leidingdelen van de gemalen 4, 5 en 12 tot gemaal 11 [kw] gemaal 4 13 gemaal 5 17 gemaal 12 31 Besparing op gezamenlijke leidingdelen van de gemalen 4, 5, 11 en 12 tot gemaal 3 [kw] gemaal 4 4 gemaal 5 5 Ingenieursbureau Gemeente S.P.A. Duinmeijer 30 augustus 2013 11 van 18
gemaal 11 10 gemaal 12 12 Gemalen 4 en 12 gezamenlijk naar gemaal 3 Besparing op gezamenlijke leidingdelen van de gemalen 4 en 12 tot gemaal 3 [kw] gemaal 4 13 gemaal 12 21 Gemalen 26 en 28 gezamenlijk naar AWZI Dokhaven gemaal 26 43 gemaal 28 36 Gemalen 7 en 8 naar gezamenlijk naar gemaal 10 gemaal 7 11 gemaal 8 11 Gemalen 24 en 37 gezamenlijk naar AWZI Dokhaven gemaal 24 14 gemaal 37 11 Gemalen 21, 22 en 27 gezamenlijk naar AWZI Hoogvliet Besparing op gezamenlijke leidingdelen van de gemalen 21, 22 en 27 tot de AWZI gemaal 21 4 gemaal 22 2 gemaal 27 1 Gemalen 22 en 27 gezamenlijk naar AWZI Hoogvliet Gezamenlijk leidingdeel van de gemalen 22 en 27 gemaal 22 0.3 gemaal 27 0.1 Tabel 2 toont het jaarlijks besparingspotentieel per cluster van bemalingsgebieden. Het totaal jaarlijks potentieel bedraagt afgerond 3.000,- Tabel 2 Jaarlijks besparingspotentieel Bemalingsgebieden 1+6+13 400,- 4+5+11+12 700,- 21+22+27 100,- 7+8 100 26+28 400,- 24+37 1.400,- Totaal 3.000,- Jaarlijks besparingspotentieel 3.2 Gevoeligheidsanalyse Bovenstaande berekening is uitgegaan van een afvloeiingscoëfficiënt van 0,8. Door de aanwezigheid van onverhard oppervlak dat bij hevige neerslag tot afstroming kan komen, kan de coëfficiënt groter zijn waardoor het besparingspotentieel ook toeneemt. Daarom is het potentieel ook berekend bij een coëfficiënt van 1,0. Hieruit volgt een potentieel van 4.000,- Dit potentieel verschilt relatief gezien weinig met het potentieel bij 0,8 ( 3.000,-). Daarom wordt het potentieel bij een afvoeiingscoëfficiënt van 0,8 als representatief beschouwd. Ingenieursbureau Gemeente S.P.A. Duinmeijer 30 augustus 2013 12 van 18
4 Conclusies en aanbevelingen 4.1 Conclusies Het totale berekende besparingspotentieel bij niet-gelijktijdig leegpompen van de Rotterdamse rioolstelsels na neerslag bedraagt jaarlijks circa 3.000,- Afhankelijk van de aanwezigheid van onverhard oppervlak wat tot afstroming kan komen tijden hevige neerslag en de intensiteit van de neerslag, kan dit potentieel oplopen naar jaarlijks 4.000,- Dit is een besparing van orde grootte 1% op het totale energieverbruik van de Rotterdamse gemalen. 4.2 Aanbevelingen Het niet-gelijktijdig leegpompen van rioolstelsels na (hevige) neerslag brengt een risico met zich mee. Doordat de stelsels niet direct worden leeggepompt, neemt de kans toe op een overstorting van rioolwater op het oppervlaktewater bij een volgende regenbui. Het algemeen beleid van de rioolbeheerder is om het risico op overstortingen te minimaliseren. Het berekende besparingspotentieel weegt niet op tegen de maatschappelijke lasten van extra overstortingen. Dit is de hoofdzakelijke reden dat niet-gelijktijdig leegpompen niet wordt toegepast binnen de Rotterdamse afvalwatersystemen. Ingenieursbureau Gemeente S.P.A. Duinmeijer 30 augustus 2013 13 van 18
5 Referenties [1] Website KNMI, station 344 (www.knmi.nl) [2] Onderzoek HAAS-Hemelwaterafvoer analyse techniek, STOWA, juli 2009 [3] Systeemoverzicht Riolering Rotterdam 2010, IGWR, december 2009 Ingenieursbureau Gemeente S.P.A. Duinmeijer 30 augustus 2013 14 van 18
Bijlagen Ingenieursbureau Gemeente S.P.A. Duinmeijer 30 augustus 2013 15 van 18
Bijlage 1 Inventarisatie gemalen die afvoeren over dezelfde leiding Tabel 3 Inventarisatie gemalen die afvoeren over dezelfde persleiding Gemalen Materiaal leiding Diameter leiding (mm) Lengte leiding (m) 21 + 22 + 27 BE 1.200 1.755 26 + 28 GVK 1.200 1.800 30 + 36 GVK 800 1.800 24 + 37 PE 629 2.180 1 + 6 + 13 1 + 13 1 + 6 + 13 BE BE 900 1.200 1.460 1.180 7 + 8 GY St 1.300 793 1.500 25 4 + 5 + 11 + 12 12 + 4 12 + 4 + 5 12 + 4 + 5 + 11 BE PE St PE St St PE St 960 760 686 714 690 (2x 488) 792 798 800 360 790 390 842 100 30 200 81 Ingenieursbureau Gemeente S.P.A. Duinmeijer 30 augustus 2013 16 van 18
Bijlage 2 Aan- en afvoercapaciteiten gemalen en stelselberging Tabel 4 Aan- en afvoercapaciteiten gemalen en stelselberging Gemalen 21 + 22 + 27 DWA aanvoer DWA afvoer RWA min-aanvoer RWA min-afvoer (m 3 /h) (m 3 /h) (m 3 /h) (m 3 /h) (mm) Berging Opmerkingen 21-267 - 1.100-2.000 8,8 22-214 - 900-1.630 10,4 27-86 - 300-580 11,2 26 + 28 26 533 813 3.220 4.227 8,1 28 244 985 835 3.358 8,3 30 + 36 30-234 - 2.136 9,4 maximaal 3.220 m 3 /h over leiding 36 33 533 100 1.319 9,6 24 + 37 24-374 - 1008 11,6 37-143 - 600 5,1 1 + 6 + 13 1-215 - 1.261 8,7 6-544 - 1.827 8,8 13-395 - 1.021 9,5 7 + 8 7-506 149-149 1.058 7,0 8-408 220-220 1.203 8,5 4 + 5 + 11 + 12 4-99 - 296 8,6 5-108 - 175 8,2 11-297 960 1.260 7.8 12 45 195 1.280 1.578 5,5 Ingenieursbureau Gemeente S.P.A. Duinmeijer 30 augustus 2013 17 van 18
Bijlage 3 Dagelijkse regenbelasting op riool periode mei 2012 - april 2013 dagtotaal (mm) 24 22 20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 Regenvalbelasting op riool periode mei 2012 - augustus 2012 20120831 20120830 20120829 20120828 20120826 20120825 20120824 20120819 20120815 20120814 20120813 20120808 20120807 20120806 20120805 20120804 20120803 20120802 20120801 20120731 20120730 20120729 20120728 20120727 20120721 20120719 20120718 20120717 20120716 20120715 20120714 20120713 20120712 20120711 20120710 20120708 20120707 20120706 20120705 20120704 20120701 20120630 20120624 20120622 20120621 20120618 20120616 20120615 20120612 20120611 20120609 20120608 20120607 20120606 20120605 20120604 20120603 20120601 20120531 20120529 20120520 20120518 20120516 20120515 20120514 20120512 20120510 20120509 20120508 20120507 20120502 20120501 20120501 datum regenval dagtotaal (mm) 24 22 20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 Regenbelasting op riool periode september 2012 - december 2012 20121231 20121230 20121229 20121228 20121227 20121226 20121225 20121224 20121223 20121222 20121221 20121220 20121218 20121217 20121216 20121215 20121214 20121211 20121210 20121209 20121208 20121207 20121206 20121205 20121204 20121203 20121202 20121201 20121130 20121129 20121128 20121127 20121126 20121125 20121124 20121123 20121121 20121118 20121117 20121113 20121112 20121111 20121110 20121109 20121108 20121107 20121106 20121105 20121104 20121103 20121102 20121101 20121030 20121029 20121028 20121025 20121024 20121021 20121020 20121019 20121018 20121017 20121016 20121015 20121014 20121013 20121012 20121011 20121006 20121005 20121004 20121003 20121002 20121001 20120929 20120928 20120927 20120925 20120924 20120923 20120922 20120921 20120920 20120919 20120918 20120917 20120914 20120912 20120911 20120910 datum regenval dagtotaal (mm) Regenbelasting op riool periode januari 2013 - april 2013 24 22 20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0 20130101 20130102 20130103 20130104 20130107 20130109 20130110 20130114 20130115 20130118 20130120 20130121 20130126 20130127 20130128 20130129 20130130 20130131 20130201 20130202 20130203 20130204 20130205 20130206 20130207 20130208 20130209 20130210 20130214 20130215 20130219 datum regenval 20130224 20130225 20130301 20130307 20130308 20130309 20130310 20130313 20130314 20130315 20130316 20130317 20130318 20130319 20130329 20130404 20130409 20130410 20130411 20130412 20130413 20130414 20130415 20130419 20130423 20130426 20130429 Figuur 5 Regenbelasting op riool periode mei 2012 - april 2013 Ingenieursbureau Gemeente S.P.A. Duinmeijer 30 augustus 2013 18 van 18