3 Consolidatieplicht
22 Wettelijk kader 1 Consolidatieplicht volgens BE GAAP 1.1 Wie moet consolideren Elke onderneming die: consolidatieplichtig is volgens het Wetboek vennootschappen en die ofwel moederonderneming is (art. 110 W.Venn.); ofwel met een of meer ondernemingen een consortium vormt (art. 111 W.Venn.). 1.2 Definities Controle (over een onderneming) De bevoegdheid, in rechte of in feite, om een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van haar bestuurders of zaakvoerders of op de oriëntatie van haar beleid (art. 5 W.Venn.). Moederonderneming De onderneming die alleen of gezamenlijk (met een of meer andere ondernemingen), een of meer dochterondernemingen controleert (art. 6 W.Venn.). Dochteronderneming De onderneming ten opzichte waarvan controlebevoegdheid bestaat (art. 6 W.Venn.). Exclusieve controle De controle die een onderneming alleen of samen met een of meer van haar dochterondernemingen uitoefent (art. 8 W.Venn.). Gezamenlijke controle De controle die een beperkt aantal vennoten samen uitoefenen als zij overeengekomen zijn dat beslissingen omtrent de oriëntatie van het beleid van de betrokken onderneming niet zonder hun gemeenschappelijke instemming genomen kunnen worden (art. 9 W.Venn.). Gemeenschappelijke dochtervennootschap De onderneming ten opzichte waarvan gezamenlijke controle bestaat (art. 9 W.Venn.). Consoliderende onderneming De onderneming die de geconsolideerde jaarrekening opstelt (art. 109 W.Venn.). Ondernemingen opgenomen in de consolidatie (of geconsolideerde ondernemingen)
Consolidatieplicht 23 Consoliderende onderneming alsmede haar integraal of evenredig geconsolideerde dochterondernemingen, exclusief de met toepassing van de vermogensmutatiemethode in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen ondernemingen (art. 109 W.Venn.). Geconsolideerd geheel (of consolidatiekring) Het geheel van ondernemingen die in consolidatie opgenomen zijn (art. 109 W.Venn.). Geassocieerde onderneming Elke andere onderneming dan een dochteronderneming of een gemeenschappelijke dochteronderneming waarin een in de consolidatie opgenomen onderneming een deelneming bezit en waarin ze een invloed van betekenis uitoefent op de oriëntatie van het beleid (invloed van betekenis wordt vermoed behoudens tegenbewijs in geval van 20 % van de stemrechten) (art. 12 W.Venn.). Consortium Als een onderneming naar Belgisch recht en een of meer ondernemingen naar Belgisch of buitenlands recht die geen dochterondernemingen zijn van elkaar noch dochterondernemingen zijn van één en dezelfde (handels)vennootschap naar Belgisch of buitenlands recht onder centrale leiding staan. Centrale leiding wordt onweerlegbaar vermoed als: dat voortvloeit uit tussen ondernemingen afgesloten overeenkomsten of uit statutaire bepalingen; de bestuursorganen in meerderheid uit dezelfde personen bestaan. Centrale leiding wordt vermoed behoudens tegenbewijs als aandelen van deze ondernemingen door dezelfde natuurlijke personen of rechtspersonen gehouden worden (niet van toepassing op overheden) (art.10 W.Venn.). 1.3 De begrippen controle zeggenschap In de Belgische regelgeving wordt bij het bepalen van een moederonderneming het begrip controle gebruikt. Zoals uit de definities vermeld in punt 2 blijkt, kan controle exclusief of gezamenlijk uitgeoefend worden. De consolidatiewetgeving maakt een onderscheid tussen enerzijds controle in rechte en anderzijds controle in feite. Controle in rechte wordt onweerlegbaar vermoed in de volgende gevallen (art. 5 2 W.Venn.): 1 Als controle voortvloeit uit het bezit van de meerderheid van de stemrechten verbonden aan het totaal van de aandelen van de betrokken vennootschap
24 Wettelijk kader Dit betekent dat om de controlebevoegdheid te beoordelen het niet voldoende is om het bezit van het aantal aandelen in beschouwing te nemen, maar dat daarenboven het aantal stemrechten verbonden aan het aandelenbezit in rekening gebracht moet worden. Het is daarbij zonder belang of de houder van de meerderheid van de stemrechten daar ook effectief gebruik van maakt. 2 Als een vennoot het recht heeft de meerderheid van de bestuurders of zaakvoerders te benoemen of te ontslaan Hierbij gaat het niet om een voordrachtregeling of het recht van vertegenwoordiging verbonden aan bepaalde categorieën van aandelen. De bevoegdheid om te benoemen of te ontslaan moet betrekking hebben op de meerderheid van het bestuursorgaan. 3 Als een vennoot krachtens de statuten van de betrokken onderneming of krachtens hiermee gesloten overeenkomsten over een controlebevoegdheid beschikt Dergelijke overheersingscontracten zijn wettelijk niet mogelijk bij dochterondernemingen naar Belgisch recht. Wel kan een Belgische moederonderneming een dergelijke overeenkomst met een dochteronderneming naar buitenlands recht afgesloten hebben. 4 Als een vennoot, op grond van een overeenkomst met andere vennoten van de betrokken onderneming, beschikt over de meerderheid van de stemrechten verbonden aan het totaal van de aandelen van die onderneming Hier wordt de minderheidsaandeelhouder bedoeld die krachtens een overeenkomst met een of meer andere minderheidsaandeelhouders toch als meerderheidsaandeelhouder kan optreden. 5 In geval van gezamenlijke controle Gezamenlijke controle veronderstelt een overeenkomst tussen vennoten dat beslissingen over oriëntatie i.v.m. het beleid unaniem genomen worden. Controle in feite wordt vermoed behoudens bewijs van het tegendeel (art. 5 2 W. Venn): 1 Als controle voortvloeit uit andere factoren dan deze die een onweerlegbaar vermoeden van controle in rechte inhouden Hieruit blijkt het residuaire karakter van het begrip controle in feite. Dit betekent dat een onderneming nooit gecontroleerd kan worden op basis van controle in feite als die onderneming al gecontroleerd wordt op basis van controle in rechte.
Consolidatieplicht 25 2 Als een vennoot van een onderneming op de laatste en de voorlaatste algemene vergadering van deze onderneming de meerderheid van de stemrechten van de vertegenwoordigde aandelen uitgeoefend heeft Dat zou kunnen voorkomen als een (moeder)onderneming een belangrijke minderheidsparticipatie heeft in een (dochter)onderneming waarvan de overige aandelen onder het publiek verspreid zijn. 1.4 Vaststellen van de controlebevoegdheid Om de controlebevoegdheid vast te stellen (art. 7 W.Venn.): wordt de onrechtstreekse controlebevoegdheid via een dochtervennootschap bij de rechtstreekse bevoegdheid geteld; wordt de bevoegdheid van een persoon die optreedt als een tussenpersoon van een andere persoon aan deze laatste toegerekend. Er wordt geen rekening gehouden met: schorsing van stemrechten; stemrechtbeperkingen. Voor het vaststellen van de controlebevoegdheid wordt het totale aantal stemrechten verminderd met: de stemrechten verbonden aan eigen aandelen; de stemrechten verbonden aan aandelen aangehouden door een dochteronderneming van de betrokken vennootschap. 2 Consolidatieplicht volgens 2.1 Wie moet consolideren? Elke entiteit die een moedermaatschappij is ( 10-4). 2.2 Definities Bedrijfscombinatie Een transactie of een gebeurtenis waarbij een overnemer de zeggenschap verwerft over een of meer bedrijven. Transacties die omschreven worden als een fusie tussen gelijkwaardige partijen zijn eveneens bedrijfscombinaties ( 3 (r2008) Bijlage A Definities).
26 Wettelijk kader Moedermaatschappij De entiteit die zeggenschap heeft over een andere entiteit ( 10 bijlage A). Dochtermaatschappij De entiteit waarover een andere entiteit zeggenschap uitoefent ( 10 bijlage A). Gezamenlijke zeggenschap (joint control) Het contractueel afgesproken delen van de zeggenschap tussen partijen, zodat voor de beslissingen over relevante activiteiten van de joint arrangement (gezamenlijke overeenkomst) unanieme instemming van deze partijen vereist is ( 11-7). 11 onderscheidt twee types van gezamenlijke overeenkomsten: gezamenlijke activiteiten (joint operations): de partijen die gezamenlijke zeggenschap hebben, hebben rechten en verplichtingen m.b.t. de activa en zijn aansprakelijk voor de verplichtingen van de gezamenlijke overeenkomst ( 11-15); joint ventures: de partijen die gezamenlijke zeggenschap hebben, hebben rechten op de nettoactiva van de gezamenlijke overeenkomst ( 11-16). Geassocieerde deelneming Een entiteit waarin de investeerder een invloed van betekenis heeft (IAS 28-3). Invloed van betekenis De macht om deel te nemen aan de financiële en operationele beleidsbeslissingen van de deelneming zonder zeggenschap of gezamenlijke zeggenschap over het betreffende beleid (IAS 28-3). Er is een weerlegbaar vermoeden dat de entiteit een invloed van betekenis heeft als de entiteit direct en indirect 20 % of meer van de stemrechten bezit ( 28-5). 2.3 De begrippen controle zeggenschap Zeggenschap (control) Een investeerder (investor) oefent zeggenschap (control) uit over een deelneming (investee) als de investeerder (investor): macht heeft over de deelneming (investee); onderworpen is aan en rechten heeft op variabele rendementen uit de investering in de deelneming (investee); de mogelijkheid heeft om zijn macht over de deelneming te gebruiken om het bedrag van deze rendementen te beïnvloeden ( 10-7). Het is ook mogelijk dat zeggenschap slechts betrekking heeft op een onderdeel van een deelneming, geïdentificeerde activa en verplichtingen die verondersteld worden een afzonderlijke entiteit te zijn ( 10 B77). Macht (power) Een investeerder (investor) heeft macht over een deelneming (investee) als de investeerder bestaande rechten heeft die hem de huidige mogelijkheid geven om de relevante activiteiten te sturen ( 10-10). Relevante activiteiten zijn die activiteiten die in belangrijke mate de rendementen van de entiteit beïnvloeden ( 10 bijlage A) zoals: in- en verkoop van goederen en diensten; beheer van financiële activa; investeringen / desinvesteringen in activa; onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten; vastleggen financieringsstructuur aantrekken van financiering.
Consolidatieplicht 27 Rechten Macht vloeit voort uit rechten. Soms is dit eenvoudig te beoordelen, zoals wanneer de macht enkel afkomstig is van de stemrechten verbonden aan eigenvermogensinstrumenten zoals aandelen. In andere gevallen, bijvoorbeeld als de macht resulteert uit een of meer contractuele overeenkomsten, is de beoordeling veel complexer ( 10-11). Voorbeelden van rechten waaruit macht voortvloeit zijn: (potentiële) stemrechten; recht om kaderleden die het rendement kunnen beïnvloeden te benoemen of te ontslaan; recht om een andere entiteit betrokken bij de besluitvorming over relevante activiteiten te benoemen of te ontslaan; recht om de deelneming te sturen om transacties aan te gaan die invloed hebben op het rendement; andere rechten op besluitvorming zoals een managementovereenkomst. Als er twee of meer investeerders zijn die elk bestaande rechten hebben die hen unilateraal de mogelijkheid geven om rechtstreeks verschillende relevante activiteiten aan te sturen, dan heeft de investeerder die de huidige mogelijkheid heeft om die activiteiten te sturen die het significants de rendementen van de entiteit beïnvloeden, de macht over die entiteit ( 10-13). Een investeerder kan de macht hebben over een deelneming, zelfs als andere entiteiten tegelijkertijd bestaande rechten hebben die hen de mogelijkheid geven deel te nemen in het sturen van de relevante activiteiten, bv. als een andere entiteit significante invloed heeft. Een investeerder daarentegen die enkel over beschermende rechten (protective rights) beschikt, heeft geen macht over een entiteit en heeft bijgevolg ook geen zeggenschap over die entiteit ( 10-14). Beschermende rechten (protective rights) zijn rechten die een partij toelaat zijn belang te beschermen zonder dat deze partij macht heeft over de entiteit waarop deze rechten betrekking hebben ( 10 appendix A). Een investeerder is onderworpen aan, en heeft de rechten op, variabele rendementen uit de investering in een deelneming als deze rendementen variëren als gevolg van de prestatie van de deelneming. De opbrengsten kunnen uitsluitend positief, uitsluitend negatief of beide zijn ( 10-15). Hoewel enkel één investeerder de zeggenschap kan hebben over een deelneming kunnen er meerdere partijen zijn die delen in de opbrengsten van de deelneming. Zo kunnen de niet-controlerende belangen (non controlling intrests) delen in de winst of de uitkeringen van de deelneming ( 10-16). De variabele opbrengsten omvatten niet alleen deze gerelateerd aan het eigenaarschap, zoals dividenden en andere uitkeringen, wijzigingen in de waarde van de deelneming, maar ook vergoedingen voor beheer van activa of passiva, vergoeding voor het ter beschikking stellen van kredieten of liquiditeiten, belastingvoordelen, schaalvoordelen, kostenbesparingen en andere synergieën ( 10 B57). Om de controlebevoegdheid vast te stellen is er een verband tussen macht en opbrengsten. Een investeerder heeft de zeggenschap over een deelneming als hij niet alleen de macht heeft over die entiteit en onderworpen is aan of recht heeft op de variabele rendementen van een deelneming, maar ook de mogelijkheid heeft om zijn macht aan te wenden om de rendementen van die deelneming te beïnvloeden ( 10-17). Een investeerder met beslissingsrechten (decision rights) zal moeten uitmaken of hij een principaal is dan wel een agent. Een investeerder die een agent is, heeft geen zeggenschap over de deelneming als hij die beslissingsrechten uitoefent die hem gedelegeerd werden ( 10-18). Een agent is een partij die in eerste instantie handelt in opdracht en voor rekening van een andere partij of partijen (principaal) waardoor de agent geen zeggenschap heeft over de deelneming als hij zijn beslissingsrechten uitoefent. In sommige gevallen wordt de macht van de principaal gehouden en uitgeoefend door een agent, maar in opdracht van de principaal. Een beslissingnemer (decision maker) is evenwel geen agent enkel en alleen omdat er nog andere partijen zijn die kunnen genieten van de beslissingen die door hem genomen worden ( 10 B58).
28 Wettelijk kader 2.4 Vaststellen van de zeggenschap Om de zeggenschap vast te stellen zal de investeerder rekening houden met substantieve rechten (substantive rights) aangehouden door zowel de investeerder als de andere partijen. Een recht is substantief als de houder de praktische mogelijkheid heeft om dit recht uit te oefenen ( 10 B22). Bij het vaststellen van de zeggenschap wordt ook rekening gehouden met potentiële stemrechten, zowel deze aangehouden door de investeerder als door andere partijen. Potentiële stemrechten zijn rechten om stemrechten van een deelneming te verwerven zoals deze die voorvloeien uit converteerbare instrumenten of opties inclusief termijncontracten. Evenwel wordt enkel rekening gehouden met potentiële stemrechten als deze substantief zijn, m.a.w. als deze uitoefenbaar zijn op het ogenblik van het vaststellen van de zeggenschap ( 10 B47).
4 Vrijstelling van consolidatie
30 Wettelijk kader 1 Vrijstelling in geval van subconsolidatie In de Belgische regelgeving wordt een moederonderneming vrijgesteld van de verplichting om een geconsolideerde jaarrekening en een geconsolideerd jaarverslag op te maken als ze zelf dochteronderneming is van een moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening en een geconsolideerd jaarverslag opmaakt, laat controleren en openbaar maakt (art. 113 W.Venn.). Deze vrijstelling geldt als aan de volgende voorwaarden voldaan wordt: De vrijstelling wordt goedgekeurd door de algemene vergadering van de van consolidatie vrijgestelde onderneming met een meerderheid van 90 % van de stemmen voor de vennootschappen met een rechtsvorm van nv en cva en van 80 % voor de overige vennootschappen. Deze vrijstelling is geldig voor 2 jaar en kan hernieuwd worden. De van consolidatie vrijgestelde onderneming en, in principe, al haar dochterondernemingen worden opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de moederonderneming op een hoger niveau. De moederonderneming op een hoger niveau stelt een geconsolideerde jaarrekening en een geconsolideerd jaarverslag op, laat die controleren en maakt die openbaar overeenkomstig de Europese richtlijnen ter zake of overeenkomstig gelijkwaardige regelgeving als de moedervennootschap niet onder het recht van een EU-lidstaat valt. Het bestuursorgaan van de van consolidatie vrijgestelde onderneming legt de geconsolideerde jaarrekening en het geconsolideerde jaarverslag van de moederonderneming op hoger niveau neer: binnen 2 maanden nadat ze verkrijgbaar zijn voor haar aandeelhouders; uiterlijk 7 maanden na afsluiting van het boekjaar; in de taal (eventueel na vertaling) waarin de van consolidatie vrijgestelde onderneming haar jaarrekening moet opmaken; behalve als de geconsolideerde jaarrekening, het geconsolideerde jaarverslag en het geconsolideerde controleverslag al in België openbaar gemaakt werden door de moederonderneming op hoger niveau. In de toelichting van de enkelvoudige jaarrekening van de van consolidatie vrijgestelde onderneming worden vermeld: het gebruik van de vrijstelling; de identificatie van de moederonderneming die de van consolidatie vrijgestelde onderneming in haar geconsolideerde jaarrekening opgenomen heeft; de datum en de plaats van neerlegging van de geconsolideerde jaarrekening van de moederonderneming op hoger niveau als die door de betrokken onderneming neergelegd werd; de motivering inzake naleving van de voorwaarden voor vrijstelling.
Vrijstelling van consolidatie 31 De bovengenoemde vrijstelling van consolidatie geldt niet: als een van de ondernemingen die in consolidatie opgenomen moet worden beursgenoteerd is (art. 114 W.Venn.); als de consolidatie (art. 115 W.Venn.) verlangd wordt: door de ondernemingsraad (in dit geval is de toelichting verkort); op verzoek van de overheid of een rechter. Onder wordt een moederonderneming vrijgesteld van de verplichting om een geconsolideerde jaarrekening te presenteren als en alleen als ( 10-4): de moederonderneming zelf een 100%-dochteronderneming van een andere entiteit is; de moederonderneming zelf een niet-100%-dochteronderneming van een andere entiteit is op voorwaarde dat geen enkele minderheidsaandeelhouder (inclusief diegenen die anders niet stemgerechtigd zijn) een bezwaar maakt tegen het niet-opstellen van een geconsolideerde jaarrekening; de moedermaatschappij geen schuldbewijzen of eigenvermogensinstrumenten openbaar verhandelt; de moedermaatschappij haar jaarrekening niet ingediend heeft bij een beurstoezichthouder of een andere regelgevende instantie met het oog op de uitgifte van schuldbewijzen of eigenvermogensinstrumenten op een voor het publiek toegankelijke markt; de hoofdmoedermaatschappij of een tussenhoudstermaatschappij van de moedermaatschappij een publiek beschikbare geconsolideerde jaarrekening opstelt in overeenstemming met. Als van de vrijstellingsmogelijkheid gebruikgemaakt wordt, moeten in de enkelvoudige jaarrekening van deze moedermaatschappij de volgende gegevens opgenomen worden (IAS 27-16): het gebruik van de vrijstelling; de identificatie van de hoofdmoedermaatschappij of een tussenhoudstermaatschappij die een voor het publiek beschikbare geconsolideerde jaarrekening opstelt conform alsook het adres waar deze geconsolideerde jaarrekening verkrijgbaar is; een lijst van dochterondernemingen, joint ventures en geassocieerde ondernemingen inclusief hun identificatiegegevens, het kapitaalbelangpercentage en indien verschillend het stemrechtpercentage; een beschrijving van de administratieve verwerkingsmethode van de voornoemde investeringen. 2 Vrijstelling naar omvang Een onderneming wordt eveneens vrijgesteld van de verplichting om een geconsolideerde jaarrekening en een geconsolideerd jaarverslag op te stellen als die onderneming en haar dochterondernemingen op geconsolideerde basis niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden (art. 16 en art. 112 W.Venn.). Jaaromzet (excl. btw) Balanstotaal 29,2 mio EUR 14,6 mio EUR Personeel (jaargemiddelde) 250
32 Wettelijk kader Deze criteria worden op afsluitdatum van de consoliderende onderneming getoetst op basis van de laatst opgemaakte jaarrekeningen van de te consolideren ondernemingen. Pas als twee jaar lang meer dan één criterium overschreden wordt, moet de moederonderneming consolideren. Vrijstelling van consolidatie geldt niet: als een van de ondernemingen die in consolidatie opgenomen moet worden beursgenoteerd is (art. 114 W.Venn.); als de consolidatie (art. 115 W.Venn.) verlangd wordt: door de ondernemingsraad (in dit geval is de toelichting verkort); op verzoek van de overheid of rechter. De vrijstellingsmogelijkheid voor kleine groepen wordt in niet behandeld. 3 Vrijstelling omdat dochterondernemingen individueel en samen van te verwaarlozen betekenis zijn Een moedervennootschap die alleen maar dochterondernemingen heeft die, gelet op de beoordeling van het geconsolideerd vermogen, de geconsolideerde financiële positie of het geconsolideerd resultaat, individueel en samen, slechts van te verwaarlozen betekenis zijn, wordt vrijgesteld van de verplichting tot het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening (art. 110 tweede lid W.Venn.). Dit tweede lid werd aan art. 110 van het Wetboek van vennootschappen toegevoegd door de wet van 22 maart 2012. Een moedervennootschap kan slechts gebruikmaken van deze vrijstelling als de gebruikers door het niet opnemen van deze dochterondernemingen in haar geconsolideerde jaarrekening geen andere beslissingen zouden nemen dan deze op basis van een geconsolideerde jaarrekening die wel deze dochterondernemingen bevat. In haar advies 2012/12 van de Raad van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren is de Raad van oordeel dat het begrip dochterondernemingen van te verwaarlozen betekenis naar analogie met de de-minimisregel in de belangenconflictregeling van art. 524 1 van het Wetboek van Vennootschappen, geïnterpreteerd kan worden als dochterondernemingen die respectievelijk afzonderlijk of gezamenlijk minder dan één procent van het nettoactief van de moedervennootschap vertegenwoordigen.
5 Weglatingen uit consolidatie