code RNDIU-02 versie 15 ingangsdatum 22-03-2017 pag. 1 van 8 Versie datum toelichting 02 10-10-2013 Omzetting naar nieuwe sjabloon, 1 correctie tav de testmethode 03 28-10-2013 Correctie onder 5.1, deense test ingezet na 1 nov is ongeldig 04 05-11-0214 Correctie onder 5.2, slachtrunderen kunnen niet via NL VC en onder 5.3 verduidelijking vaccinatie vleesklaveren 05 05-11-2014 Onder 1 landenopsomming aangepast 06 15-12-2014 Onder 5.2 Slachtrunderen vanaf VC naar België en Duitsland tijdelijk nog toegestaan 07 24-2-2015 Wijziging regio s Duitsland en export slachtrunderen vanaf VC blijft vooralsnog mogelijk 08 08-05-2015 Wijziging bij 5.2 slachtrunderen, definitief ook mogelijk via VC ( nav brief EU commissie ) 09 27-7-2015 Vleeskalveren naar België ook vaccinatie op VC mogelijk 10 05-10-2015 Aanpassing artikel 9 regio s Duitsland omdat Baden-Württemberg artikel 10 is geworden, vermeldingen in Tracescertificaat geactualiseerd 11 08-01-2016 Art 9 regio s Duitsland aangepast 12 26-02-2016 Enkele tekstuele aanpassingen 13 24-03-2016 Correctie bij 5.1 14 20-10-2016 Art. 9 regio s aangepast 15 22-03-2017 Art 9 regio s aangepast, verduidelijking testmethode en aanpassing verklaring voor slachtrunderen 1 Onderwerp Deze instructie beschrijft de aanvullende voorwaarden die gesteld worden bij de uitvoer naar Lidstaten of regio s die met betrekking tot infectieuze boviene rhinotracheïtis over de artikel 9 status beschikken. Op dit moment beschikken over de artikel 9 status: België, Luxemburg Tsjechië Duitsland - de volgende Regierungsbezirke in Noordrijn-Westfalen: Düsseldorf, Keulen, Italië - regio Friuli-Venezia Giulia en de autonome Provincie Trento -. 2 Wettelijke basis 2.1 EU-regelgeving Richtlijn 64/432/EEG Beschikking 2004/558/EG
code RNDIU-02 versie 15 ingangsdatum 22-03-2017 pag. 2 van 8 2.2 Nationale regelgeving Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren Regeling handel levende dieren en levende producten 3 Begrippen Artikel 9-status: De EU-diergezondheidsstatus van een regio of lidstaat die een officieel bestrijdingsplan toepast tegen een bepaalde ziekte. In deze instructie betreft dit infectieuze boviene rhinotracheïtis (IBR). 4 Benodigdheden NVT 5 Werkwijze 5.1 Fok- en gebruiksrunderen In het beslag van oorsprong mogen in de 12 maanden voorafgaand aan de export geen klinische en/of pathologische verschijnselen zijn geconstateerd die in verband kunnen worden gebracht met IBR. Dit kan bij certificering aangetoond worden aan de hand van een schriftelijke verklaring van de practicus (zie bijlage 1) of van een IBR-vrij certificaat afkomstig van de GD (Gezondheidsdienst voor Dieren). Dit IBR-vrij certificaat dient minstens 12 maanden in het bezit van de veehouder te zijn. Bij export vanaf een zogenaamde satellietstal (30 dgn verzamelen op een bedrijf) waar ook andere runderen verblijven, moet er, naast de verklaringen van alle herkomstbedrijven, ook een verklaring zijn van het bedrijf vanwaar de dieren vertrekken. De runderen moeten vóór de verzending gedurende 30 dagen zijn geïsoleerd. De criteria waaronder deze isolatie moet plaatsvinden zijn opgenomen in de NVWA werkinstructie HORQU-01. Ook kan het volledige bedrijf 30 dagen in isolatie gaan. Gedurende deze tijd kan dan geen enkele aan- of afvoer plaatsvinden. Alle runderen welke zich binnen de isolatievoorzieningen bevinden moeten tenminste 21 dagen ná aankomst in de isolatieruimte een serologische test (Elisa) met negatief resultaat op IBR antistoffen hebben ondergaan. Bij de test wordt onderscheid gemaakt tussen de getest voor gevaccineerde runderen en de gb-test voor niet gevaccineerde runderen. Indien blijkt dat één of meerdere runderen positief op de test hebben gereageerd dan moeten alle positieve dieren uit de isolatie worden verwijderd. Tenminste 21 dagen na deze verwijdering moeten alle zich binnen de isolatie bevindende runderen opnieuw, met negatief resultaat, worden getest. De testen moeten worden uitgevoerd bij het WBVR te Lelystad of de GD te Deventer. De IBR test is maximaal 21 dgn geldig na de datum van bloedafname.
code RNDIU-02 versie 15 ingangsdatum 22-03-2017 pag. 3 van 8 NB : bij iedere verlenging isolatie moet door de houder hiervan melding gedaan worden bij de NVWA (zie instructie HORQU-01) en zijn extra tussentijdse controles van de isolatie noodzakelijk! NB2: De zogenaamde Deense test is niet erkend voor exportonderzoek op IBR Indien aan alle bovenstaande voorwaarden is voldaan, wordt op het Tracescertificaat, onder afdeling C, toegevoegd dat de dieren voldoen aan artikel 2, lid 1 van Beschikking 2004/558/EG van de Commissie 5.2 Slachtrunderen De afvoer van slachtrunderen naar een Lidstaat of een regio daarvan met de artikel 9 status is toegestaan indien de dieren vanaf de plaats van exportcertificering (dus een veehouderij óf een VC in Nederland) rechtstreeks worden afgevoerd naar een slachthuis in de lidstaat van bestemming óf rechtstreeks worden afgevoerd naar een VC in de lidstaat van bestemming, vanwaar ze vervolgens worden afgevoerd naar een slachthuis. Op het Tracescertificaat,onder afdeling C, wordt in geval van slachtrunderen geen IBR verklaring toegevoegd. 5.3 Specifiek: vleeskalveren In afwijking van het vermelde onder 4.1 is de uitvoer van voor de productie van vlees bestemde runderen (vleeskalveren) naar regio s met een artikel 9 status m.b.t. IBR eveneens toegestaan indien aan tenminste één van onderstaande opties wordt voldaan: Optie A: De dieren zijn op het bedrijf regelmatig ge(her)vaccineerd met een ge-negatief vaccin conform de voorwaarden van de producent van het vaccin. De verklaring betreffende dit vaccineren is afkomstig van de practicus van het bedrijf. Optie B: De te exporteren dieren hebben op het bedrijf van herkomst in de 14 dagen voor vertrek met negatief resultaat een serologische test (Elisa) op IBR antistoffen ondergaan. Bij gevaccineerde dieren moet een ge-test worden uitgevoerd en bij niet-gevaccineerde dieren een gb-test. Optie C: De dieren stammen af van gevaccineerde en regelmatig gehervaccineerde moederdieren. De verklaring betreffende dit vaccineren is afkomstig van de practicus van het bedrijf. Ad optie A: Tijdens het vervoer van de dieren naar hun bestemmingsadres mogen zij niet in contact komen met dieren van een lagere gezondheidsstatus. Dit houdt in dat export vanaf een VC
code RNDIU-02 versie 15 ingangsdatum 22-03-2017 pag. 4 van 8 uitsluitend mogelijk is als alle aanwezige dieren in het blok al op het primaire bedrijf van herkomst zijn gevaccineerd conform de bijsluiter van het gebruikte vaccin. De aanwezigheid van ongevaccineerde kalveren in een blok betekent dat export van alle kalveren in het betreffende blok naar een gebied met een artikel 9 status niet meer mogelijk is. Een uitzondering hierop vormt de export van vleeskalveren naar België. België en Nederland hebben een bilateraal akkoord waarbij België heeft aangegeven dat vaccinatie op het verzamelcentrum voor hen voldoende garanties biedt om te voldoen aan de IBR beschikking. Vleeskalveren met bestemming Belgisch mestbedrijf kunnen daarom ook op een verzamelcentrum gevaccineerd worden. De procedure hierbij in een blok is als volgt: 1. Kalveren (al dan niet gevaccineerd op herkomstbedrijf ) met bestemming NL of bestemming andere lidstaat (zonder IBR status!) worden eerst afgevoerd. 2. De kalveren die blijven staan vormen de groep voor export naar België ( er zijn dan dus geen andere kalveren meer aanwezig op het VC!) 3. Deze kalveren worden alle geënt met een neusenting. De dierenarts geeft hiervoor een vaccinatieverklaring als volgens bijlage 2, waarbij nu het UBN van het VC wordt ingevuld. 4. na vaccinatie kan de zending gecertificeerd worden door de NVWA en daarna afvoer naar de bestemming (vleeskalverbedrijf) in België Ad optie A, B en C Het vervoer van de dieren naar een bedrijf met onbekende BHV1 status in de lidstaat van bestemming is toegestaan. Op het bedrijf van bestemming mogen de dieren echter uitsluitend in de stallen worden gemest. Vervolgens moeten zij vanuit deze stallen rechtstreeks naar het slachthuis worden afgevoerd. Betreffende dit punt dient de officiële veterinaire autoriteit van de lidstaat van bestemming een bevestiging te overleggen, die niet ouder mag zijn dan 30 dagen. In geval van optie A of C moet bij de exportcertificering een practicus verklaring volgens bijlage 2 overlegd worden aan de NVWA dierenarts. NB: Duitsland heeft aangeven, dat vanaf 1 juli 2015 alle veehouderijen, ook de mestbedrijven, geen gevaccineerde runderen meer mogen ontvangen in Noordrijn- Westfalen, dat bezig is met het verkrijgen van een art. 10 status. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de veehouderijen zelf. Als gevolg hiervan kunnen er geen kalveren of gevaccineerde fokrunderen meer naar Noordrijn-Westfalen. De Regierungsbezirke Arnsberg, Detmold en Münster in Noordrijn- Westfalen hebben inmiddels de art. 10 status verkregen.
code RNDIU-02 versie 15 ingangsdatum 22-03-2017 pag. 5 van 8 Indien aan één van de opties A, B of C is voldaan, wordt op het Tracescertificaat onder afdeling C toegevoegd dat de dieren voldoen aan artikel 2, lid 2 onder punt b van Beschikking 2004/558/EG van de Commissie Dit geldt ook voor de vleeskalveren die na vaccinatie op een verzamelcentrum naar België worden gecertificeerd. 6 Registratie en archivering 6.1 Registratie NVT 6.2 Archivering NVT 7 Interventie 7.1 Verantwoordelijkheden De officiële dierenarts die de certificering verricht, is verantwoordelijk voor de gecertificeerde vrijwaring ten aanzien van de ontvangende Lidstaat of een regio daarvan. Het CVI te Lelystad is verantwoordelijk voor het serologische onderzoek van de aangeboden bloedmonsters. De GD te Deventer is verantwoordelijk voor de afgifte van het IBR-vrij certificaat betreffende het bedrijf van herkomst en het serologische onderzoek van de aangeboden bloedmonsters. De practicus die verbonden is aan het bedrijf van herkomst is verantwoordelijk voor de afgifte van de verklaring betreffende de status van het bedrijf van herkomst en de vaccinatieverklaring bij de export van vleeskalveren. De transporteur is verantwoordelijk voor het vervoer van de dieren naar hun bestemmingsadres zonder dat zij tijdens hun reis in contact komen met dieren van een lagere gezondheidsstatus. De exporteur is verantwoordelijk voor het aanleveren van informatie omtrent de status van het bestemmingsadres zoals dit in de regelgeving staat vermeld. 7.2 Interventie Bij omissies kan er niet gecertificeerd worden naar lidstaten met een IBR status Indien een eventueel herstel van verzuim meer tijd in beslag neemt dan de officiële dierenarts ter beschikking heeft, worden de werkzaamheden gestaakt. Verder wordt IB01-SPEC20 voor preventie en IB01-SPEC24 voor regeling handel gevolgd : link intranet: home> onderwerpen> regels voor ondernemers > dier > dierenwelzijn. formulieren dierenwelzijn > melden overtredingen Regeling preventie dierziekten
code RNDIU-02 versie 15 ingangsdatum 22-03-2017 pag. 6 van 8 8 Arbo, milieu en veiligheid NVT 9 Divers 9.1 Bijlage 9.1.1 Bijlage 1 dierenartsverklaring fok- en gebruiksrunderen 9.1.2 Bijlage 2 dierenartsverklaring vleeskalveren
code RNDIU-02 versie 15 ingangsdatum 22-03-2017 pag. 7 van 8 Bijlage 1 DIERENARTSVERKLARING voor te exporteren fok- en gebruiksrunderen Ondergetekende,..., practicus op het bedrijf met UBN:... verklaart dat op bovenstaand UBN geen klinische en/of pathologische verschijnselen zijn geconstateerd die in verband kunnen worden gebracht met IBR in de 12 maanden voorafgaand aan de export. Aldus naar waarheid ingevuld en ondertekend te... op... Handtekening:
code RNDIU-02 versie 15 ingangsdatum 22-03-2017 pag. 8 van 8 Bijlage 2 DIERENARTSVERKLARING voor te exporteren vleeskalveren Ondergetekende,..., practicus op het bedrijf met UBN:... verklaart dat de kalveren met de volgende paspoortnummers: regelmatig zijn ge(her)vaccineerd met een ge-negatief vaccin conform de voorwaarden van de producent van het IBR vaccin óf, afstammen van IBR gevaccineerde en regelmatig IBR gehervaccineerde moederdieren Aldus naar waarheid ingevuld en ondertekend te... op... Handtekening: