Uniformeringsbestek GBKN versie 1.0 Landelijk Samenwerkingsverband GBKN Apeldoorn, oktober 2000 Documentnummer: 00/05.138
Inhoudsopgave 1 Inleiding...5 2 Inhoud GBKN...7 2.1 Doorgroei naar objectgerichtheid...7 3 Adreskoppeling van gebouwen...9 4 Structureren van het GBKN-bestand...11 4.1 Vlakvoorbereid...11 4.2 Vlakgericht...12 4.3 Te sluiten polygonen...13 5 Uitwisseling...15 Bijlage 1 Inhoud en formaat Adresbestand
4
1 Inleiding Dit bestek beschrijft op welke wijze de huidige GBKN, die veelal nog niet gestructureerd is, opgewerkt moet worden van een lijngericht naar een vlakgericht topografisch bestand. Vlakgericht houdt in dat objecten visueel van elkaar te onderscheiden zijn, omdat elk object is begrensd door een gesloten polygoon. Dit betekent dat zonodig vlakafsluiters geplaatst worden om polygonen te sluiten. Er vindt echter geen classificatie van vlakken plaats. De objecten en elementen uit de Objectencatalogus GBKN 1998 bepalen weliswaar de GBKN-inhoud, maar zijn niet als zodanig in het bestand herkenbaar. Er blijft dus sprake van een lijngericht bestand. Uniformering van de structuur van het GBKN-bestand is van belang om uitwisseling en -toekomstige- objectvorming eenvoudiger te laten verlopen. 5
6
2 Inhoud GBKN De inhoud van de GBKN bestaat minimaal uit lijnelementen die deel uitmaken van objecten die staan beschreven in de Objectencatalogus GBKN 1998. Deze is op zijn beurt gebaseerd op het terreinmodel vastgoed: NEN3610. Welke elementen gestructureerd in het bestand worden opgenomen, staat beschreven in het document Te structureren GBKN-inhoud. 2.1 Doorgroei naar objectgerichtheid Op basis van een vlakgericht GBKN-bestand kunnen gebruikers zelf objecten (en elementen) definiëren. Met object wordt een reëel ruimtelijk object bedoeld, dat als onafhankelijk fenomeen in de werkelijkheid herkenbaar is en dat een vaste positie heeft ten opzichte van het aardoppervlak. Voor definities van objecten en elementen verwijst dit bestek naar de Objectencatalogus GBKN 1998. 7
8
3 Adreskoppeling van gebouwen De vlakgerichte GBKN van het niveau Streven 2002 houdt in dat -hoofd-gebouwen voorzien zijn van een adreskoppeling. In afwachting van een wettelijke regeling Authentieke registratie van gebouwen biedt de hier beschreven werkwijze de mogelijkheid de GBKN te koppelen met een adresbestand. Het is daarbij niet noodzakelijk dat in het vlakgerichte GBKN-bestand afzonderlijke verblijfseenheden voorkomen. Een 1:n koppeling tussen gebouw en adres biedt de meest flexibele oplossing. Daarmee bestaat de mogelijkheid dat een gebouw meerdere adressen kan bevatten. Het adresbestand bevat adresgegevens en centroïden. De centroïde, afgerond op meters in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, geeft de plaats aan van een adres. Het adresbestand met centroïden is met behulp van een viewer (GIS-pakket) te koppelen aan de geometrie van de GBKN. Als bron voor de adresgegevens dient een gemeentelijk adressenbestand of het Adres-coördinatenbestand van Nederland (ACN) van het Kadaster. De straat- en plaatsnaam wordt volgens de NEN-schrijfwijze genoteerd. De gegevens en het formaat van het bestand zijn gebaseerd op het ACN-bestand, dat een nadere invulling is van NEN5825. Zie bijlage 1 voor specificaties en formaat van het bestand. 9
10
4 Structureren van het GBKN-bestand 4.1 Vlakvoorbereid De eerste fase, structurering ten behoeve van een vlakvoorbereid bestand, bestaat uit een bestandsopschoning en een knooppuntberekening. De opschoning vindt plaats op alle lijnvormige elementen. Uitgezonderd van de knooppuntberekening worden: leidingen, hoogspanningsleidingen, spoorrails, as spoor, as weg, wegmarkering en geleiderail. Door deze uitzondering zullen geen ongewenste knooppunten in het bestand ontstaan. De bestandsopschoning vindt plaats door het uitfilteren van de volgende onderdelen: Dubbele elementen. Cirkelbogen met een pijl kleiner dan 7 cm. Overbodige tussenpunten op een rechte lijn. Met overbodig wordt hier bedoeld: op basis van collineariteit volgens de HTW1996. Dit betekent dat wanneer een afwijking van een tussenpunt ten opzichte van de twee naastliggende punten gelijk of kleiner is dan tweemaal de wortel uit de som van de kwadraten van de meetprecisie plus de idealisatieprecisie plus de puntprecisie, het tussenpunt wordt verwijderd. In formulevorm: tussenpunt verwijderen indien A 2 (σ m 2 + σ i 2 + σ p 2 ) met: A : de afwijking van het tussenpunt t.o.v. de twee naastliggende punten. σ m : de meetprecisie (2 cm). σ i : de idealisatieprecisie van de topografie. σ p : de puntprecisie van de coördinaten (onvervormd terrestrisch bestand: 2 cm, cartografisch bestand in bebouwd gebied: 20 cm, in landelijk gebied: 40 cm). Tussenpunt A Tussenpunten waar een attribuutwaarde wijzigt, zijn NIET overbodig en blijven dus in het bestand aanwezig. Lijnstrings waarin, met uitzondering van een identiek begin- en eindpunt, coördinaten meer dan één keer voorkomen. Lijnstukken met een lengte gelijk aan 0 cm. Under- en overshoots, die gelijk of groter dan 0 cm zijn. Verdere activiteiten in deze fase betreft het sluiten van polygonen op basis van de volgende regels: 11
Het vlakvoorbereid maken bestaat onder andere uit het uitvoeren van een automatische knooppuntberekening. Dit proces bestaat uit het zodanig verlengen of verkorten van losse uiteinden van lijnstrings en het verplaatsen van knooppunten dat under- en overshoots niet meer voorkomen. Verder worden lijnen die elkaar kruisen met elkaar gesneden, behalve zodra één van de kruisende lijnen het volgende voorstelt: leiding (inclusief hoogspanningsleiding), spoorrail, as spoor, as weg, wegmarkering en geleiderail. Kunstwerken (LKI-classificatie B04) zijn uitgesloten van de automatische knooppunts-berekening. Voor aanvang van de volgende fase van het structureerproces moet interactief beoordeling plaatsvinden van alle B04 situaties. Bij het verplaatsen van losse uiteinden gaat de voorkeur uit naar het handhaven van de oorspronkelijke richting van de lijn (argument). In het algemeen wordt gesteld dat vervorming van harde topografie niet is toegestaan. Wel mogen de losse uiteinden van lijnen worden verlengd en verkort om een polygoon te sluiten. Om korte lijnstukjes te voorkomen mogen vervormingen tot maximaal 5 cm worden doorgevoerd. Bij het structureren van bestanden met een terrestrische nauwkeurigheid: maximaal 2 cm. Zachte topografie mag binnen de gestelde marge vervormd worden om een polygoon te sluiten. Binnen de tolerantie (maximaal 15 cm) is het aansluiten van zachte topografie op harde topografie toegestaan door middel van vervorming. Dat wil zeggen dat het argument en de lengte van een lijnstuk dat geclassificeerd is als zachte topografie mag veranderen. De volgorde waarin zachte topografie van minimaal tot maximaal vervormd mag worden is: Wegen en spoorbanen Waterbegrenzingen Terreinafscheidingen Natuurbegrenzingen en taluds 4.2 Vlakgericht De volgende stap in het uniformeringstraject is die van Vlakvoorbereid naar Vlakgericht. Hierdoor wordt het niveau Streven 2002 bereikt. Een vlakvoorbereid bestand maakt men vlakgericht door het plaatsen van afsluitende lijnen met als doel gesloten polygonen rond objecten te verkrijgen. Tijdens de periode waarin de GBKN is vervaardigd, zijn er verschillen in aanpak geweest ten gevolge waarvan er verschillende afbeeldingen ontstonden. Bijvoorbeeld de insteek van de sloot in plaats van de waterkant en het midden van de sloot in plaats van de waterkant. 12
Om tot vlakvorming te komen is bij diverse inconsequente afbeeldingen een afsluitende lijn geplaatst: wordt afsl. lijn wordt insteek waterkant insteek waterkant In een aantal gevallen is het niet mogelijk om een polygoon te sluiten. Ook in deze gevallen wordt een afsluitlijn geplaatst. Dit is onder andere het geval bij inritten: weg wordt weg inrit inrit afsluiter Inritten worden altijd afgesloten langs de kant van de weg (verlengen van achterkant band ). De achterzijde van de inrit (op het terrein/erf) wordt niet afgesloten, tenzij daar om verzocht wordt. Voetpaden, tussen of achter woningen en al of niet gemeenschappelijk, worden beschouwd als inritten. Ten behoeve van het sluiten van polygonen worden afsluitende lijnen geplaatst. Afsluitende lijnen worden als zodanig geclassificeerd (LKI-classificatie = T22) en met de code voor vanuit de lucht onzichtbaar. Redenen om vlakafsluiters te plaatsen, anders dan inconsequenties in het bestand, kunnen zijn: bij scheiding van materiaal bij functiescheiding vlakken die ineens overgaan in lijnen Het plaatsen van vlakafsluiters om grote oppervlakten te voorkomen met als resultaat een compacter bestand, is niet beschreven. Deze problematiek treedt in de regel op bij uitwisseling en wordt naar eigen inzicht van de beheerder(s) opgelost. 4.3 Te sluiten polygonen De onderstaande topografische elementen welke tot de GBKN-inhoud behoren, moeten in het kader van een vlakgericht bestand altijd bestaan uit gesloten polygonen: 13
gebouwen (niet alleen de hoofdgebouwen) welke tot de GBKN-inhoud behoren, verhardingen van openbare wegen waaronder ook de drempels en druppels, spoorwegen op basis van de begrenzingen aan weerszijden, wateroppervlakten, terreinen 14
5 Uitwisseling Het standaarduitwisselingsformaat voor het GBKN-bestand is NEN1878, zoals beschreven in de uitgave van het Nederlands Normalisatie-instituut, 1ste druk 1993. De vrijheidsgraden die er in voorkomen zijn nader ingevuld in de Technische specificaties van bestanden in NEN1878, een uitgave van het Kadaster van oktober 1999. Het bestand met de adresgegevens wordt uitgewisseld in het ACN-formaat, zoals beschreven in bijlage 1 bij dit bestek. 15
16
Bijlage 1 Inhoud en formaat adresbestand Formaat : ASCII, kommagescheiden Inhoud en structuur: A=alfa, N=numeriek, (6)= max. aantal posities 1. GEMEENTE A (24) (Gemeentenaam in hoofdletters) 2. PLAATS_NEN A (24) (Woonplaatsnaam, NEN schrijfwijze) 3. WOONPLAATS A (18) (Woonplaatsnaam, PTT schrijfwijze) 4. STRAAT_NEN A (24) (Straatnaam, NEN schrijfwijze) 5. STRAATNAAM A (17) (Straatnaam, PTT schrijfwijze) 6. STRAAT_OFF A (43) (Straatnaam, Officiële schrijfwijze) 7. PSTK A (6) (Postcode) 8. HUISNUMMER N (5) (Huisnummer) 9. TOEVOEGING A (6) (Huisnummertoevoeging) 10. HERKOMST A (1) A= Perceelcoördinaat; D= Pandcoördinaat; E = Coördinaat afkomstig van gemeente) 11. X N (6) (X-coördinaat in meters in RD) 12. Y N (6) (Y-coördinaat in meters in RD) Bij de NEN-schrijfwijze blijven de velden 3, 5 en 6 leeg. De Officiële schrijfwijze van de Woonplaats is gelijk aan de NEN-schrijfwijze. Een voorbeeld van het komma-gescheiden ASCII-bestand met uitsluitend de NENschrijfwijze van het adres Het Nieuwe Diep 3 1781 AC Den Helder ziet er als volgt uit: DEN HELDER,DEN HELDER,,Het Nieuwe Diep,,,1781AC,3,,D,113910,553084 17
GBKN-inhoud Te structureren naar een vlakgericht bestand, versie 1.0 Dit document is vervallen. Het is vervangen door het document: Referentie inhoud GBKN Documentnummer: 00/05.180 Zie onze web site: www.gbkn.nl
Uniformering GBKN Definitie uniformeringsniveaus Landelijk Samenwerkingsverband GBKN Apeldoorn, oktober 2000 Documentnummer: 00/05.140
Inhoudsopgave 1 Inleiding...5 2 Vlakvoorbereid bestand...7 3 Vlakgericht bestand...7
1 Inleiding De definities voor de twee uniformeringsniveaus Uiterlijk 2002 en Streven 2002 zijn gebaseerd op de omschrijvingen in het Beleidsplan GBKN 1998-2002. Bij het verwoorden van de definities speelde op de eerste plaats de digitale bestandsopslag een rol en vervolgens de visuele presentatie van het bestand. Het behalen van het derde niveau Na 2002, een volledige objectgericht bestand, moet met relatief geringe inspanning door gebruikers zelf te verwezenlijken zijn na het bereiken van het niveau Streven 2002. figuur 1: visualisatie van niet-gestructureerd bestand
2 Vlakvoorbereid bestand Het niveau -Uiterlijk 2002- levert een vlakvoorbereide GBKN op. Gebouwen zijn objectgericht. Vlakvoorbereid wil zeggen dat punten (als onderdeel van lijnen) die in werkelijkheid samenvallen, in het bestand gelijke x,y-coördinaten bezitten. figuur 2: vlakvoorbereid bestand 3 Vlakgericht bestand Het niveau -Streven 2002- levert een vlakgerichte GBKN op. Vlakgericht houdt in dat objecten visueel van elkaar te onderscheiden zijn, omdat elk object is begrensd door een gesloten polygoon. selectief figuur 3: vlakgericht bestand
Uniformering GBKN Samenstelling projectgroep Landelijk Samenwerkingsverband GBKN Apeldoorn, oktober 2000 Documentnummer: 00/05.141
1 Samenstelling projectgroep Uniformering Onderstaande personen maakten deel uit van de projectgroep Uniformering van het Landelijk Samenwerkingsverband GBKN. Zij vertegenwoordigden daarbij de achter hun naam vermelde (branche)organisatie, maar namen op persoonlijke titel deel aan de werkgroep. naam: werkzaam bij: taak in projectgroep: Jan Bakker Basiskaart Noord-Holland medewerker Hendrik van den Berg NUON medewerker Joost Cammeraat Wetterskip Fryslân projectleider Eric Dolle Gemeente Rijswijk medewerker Hans van Eekelen Kadaster secretaris Rob Neleman Kadaster medewerker Ko van Raamsdonk Waterschap Regge en Dinkel medewerker Cees Smit Gemeente Capelle aan den IJssel medewerker In januari 2000 is H. Poelman (NUON) opgevolgd door H. v.d. Berg. In maart 2000 is K. Krijnders (gemeente Lelystad) opgevolgd door C. Smit.
Matenplantopografie In relatie tot de GBKN, versie 1.0 Landelijk Samenwerkingsverband GBKN Apeldoorn, oktober 2000 Documentnummer: 00/05.142
Matenplantopografie, versie 1.0 Landelijk Samenwerkingsverband GBKN Inhoudsopgave 1 Inleiding...5 2 Definities...7 2.1 Plantopografie...7 2.2 Matenplannen...7 2.3 Matenplantopografie...7 2.4 Matenplantopografie en de GBKN...7 3 Waarom matenplantopografie...9 3.1 Nutsvoorzieningen...9 3.2 Extra informatie...9 3.3 Bijhouding...9 3.4 Afbakening...9 4 De inhoud: welke matenplantopografie?...11 4.1 Kwaliteit...11 4.2 Herkenbaarheid...11 5 Driestromenland...13 6 De uitvoering: hoe wordt informatie verwerkt?...17 6.1 Fase 1...17 6.2 Fase 2...17 7 Aandachtspunten...19 7.1 Dubbele topografie...19 7.2 Aansprakelijkheid...19 7.3 Kosten / inkomstenderving...19 7.4 Levering aan derden...19 Apeldoorn, oktober 2000 Documentnaam: bijlagen Uniformering blad 3
Matenplantopografie, versie 1.0 Landelijk Samenwerkingsverband GBKN Apeldoorn, oktober 2000 Documentnaam: bijlagen Uniformering blad 4
Matenplantopografie, versie 1.0 Landelijk Samenwerkingsverband GBKN 1 Inleiding De projectgroep Uniformering heeft in het Meerwaardeonderzoek ook aandacht besteed aan Matenplantopografie. Met Matenplantopografie wordt toekomstige GBKN-inhoud bedoeld die met een afgesproken mate van zekerheid gerealiseerd zal worden. Dit document beschrijft definities en achtergronden. Daarnaast bevat het een procedure voor de omgang met matenplantopografie in combinatie met de GBKN. Voorwaarde is wel dat overeenstemming tussen participanten bestaat over de omgang met matenplantopografie. Vooral voor de nutsbedrijven is uniformering van de wijze waarop matenplantopografie wordt aangeleverd van groot belang. Verder voorkomt het aanleveren van matenplantopografie in de vorm van een GBKN-mutatiebestand veel dubbel werk. Ook voor waterschappen speelt dit, gezien hun betrokkenheid bij het dimensioneren van de waterstaatkundige infrastructuur in nieuwbouwgebieden. Apeldoorn, oktober 2000 Documentnaam: bijlagen Uniformering blad 5
Matenplantopografie, versie 1.0 Landelijk Samenwerkingsverband GBKN Apeldoorn, oktober 2000 Documentnaam: bijlagen Uniformering blad 6
Matenplantopografie, versie 1.0 Landelijk Samenwerkingsverband GBKN 2 Definities In november 1997 verscheen een adviesrapport met betrekking tot het opnemen van Plantopografie en extra topografie in LKI (het Landmeetkundig Kartografisch Informatiesysteem van het Kadaster). In dat rapport zijn definities geformuleerd ten behoeve voor het gebruik binnen het Kadaster. Voor algemeen gebruik zijn ze hierna aangevuld. 2.1 Plantopografie Plantopografie is de toekomstige inhoud van de GBKN. Plantopografie is dus geen extra informatie maar nog niet gerealiseerde informatie. 2.2 Matenplannen Matenplannen bestaan uit toekomstige rechtsgrenzen. Een matenplan is de laatste, meest nauwkeurige, versie van het ontwerp van een bouwproject. Een matenplan bevat meer informatie dan de inhoud van de GBKN. Belangrijke extra's zijn de assen van wegen en de rioolinspectieputten. Matenplannen geven dus wel extra informatie maar tevens nog niet gerealiseerde informatie. 2.3 Matenplantopografie Er is nogal eens sprake van spraakverwarring rond de begrippen Plantopografie en matenplannen. Ze worden vaak door elkaar gebruikt, maar zijn toch wezenlijk verschillend. De projectgroepen uniformering en bijhouding hebben ervoor gekozen om te spreken over matenplantopografie. Een combinatie van beide begrippen. Eigenlijk is het voor de GBKN alleen maar interessant om de toekomstige inhoud op te nemen (plantopografie). Eventuele extra informatie verdwijnt op een gegeven moment weer. Toekomstige informatie is alleen interessant als realisatie hiervan (nagenoeg) zeker is (matenplannen). Samengevat: Matenplantopografie is toekomstige GBKN-inhoud die met een grote mate van zekerheid gerealiseerd zal worden. 2.4 Matenplantopografie en de GBKN De relatie tussen Matenplantopografie en de GBKN kan op twee manieren worden vastgelegd: Een afzonderlijk bestand en dat als extra thema bij de GBKN toevoegen. Door de ontwikkeling van afzonderlijke classificaties voor Matenplantopografie kan het tezamen met de GBKN geïntegreerd worden beheerd. Apeldoorn, oktober 2000 Documentnaam: bijlagen Uniformering blad 7
Matenplantopografie, versie 1.0 Landelijk Samenwerkingsverband GBKN Apeldoorn, oktober 2000 Documentnaam: bijlagen Uniformering blad 8
Matenplantopografie, versie 1.0 Landelijk Samenwerkingsverband GBKN 3 Waarom matenplantopografie Matenplantopografie, zoals hiervoor gedefinieerd, is om een tweetal redenen interessant: Voor het plannen/ontwerpen van de nutsvoorzieningen: kabels en leidingen. Voor de bijhouding van de GBKN. 3.1 Nutsvoorzieningen Tot nu toe vragen de afzonderlijke nutsbedrijven gegevens (matenplannen) op bij gemeenten. Door bij het beheer van Matenplannen een keuze uit één van de twee mogelijkheden te maken: Een afzonderlijk bestand als extra thema bij de GBKN toevoegen. Door de ontwikkeling van afzonderlijke classificaties voor Matenplantopografie integraal met de GBKN beheren. wordt het proces van aanvraag en uitwisseling beter gestroomlijnd. Al in de ontwerpfase kan gebruik gemaakt worden van de informatie zoals die later op de GBKN komt te staan. De gebruikers van de kaart, met name de nutsbedrijven, kunnen al in dit stadium hun kabels en leidingen vastleggen op een uniforme manier. 3.2 Extra informatie Overigens hebben nutsbedrijven in dit stadium behoefte aan meer informatie. Met name de rioolputten worden veelvuldig gebruikt als 'grondslag' voor het vastleggen van kabels en leidingen, omdat die als eerste worden geplaatst. 3.3 Bijhouding De Matenplantopografie kan ook gebruikt worden voor de bijhouding van de GBKN. Alle nieuwe informatie voor de GBKN is al aanwezig. Het hoeft dus niet allemaal opnieuw te worden gemeten. Wel dient er een vergelijking plaats te vinden tussen de geplande en gerealiseerde topografie. 3.4 Afbakening Matenplantopografie is vooral interessant voor uitbreidingsgebieden. Met name daar vinden grote mutaties plaats in de nuts-infrastructuur. Matenplaninformatie dient herkenbaar te zijn in het bestand. Het is immers, hoe groot de mate van zekerheid ook is, informatie die nog gerealiseerd moet worden. Apeldoorn, oktober 2000 Documentnaam: bijlagen Uniformering blad 9
Matenplantopografie, versie 1.0 Landelijk Samenwerkingsverband GBKN Apeldoorn, oktober 2000 Documentnaam: bijlagen Uniformering blad 10
Matenplantopografie, versie 1.0 Landelijk Samenwerkingsverband GBKN 4 De inhoud: welke matenplantopografie? De matenplantopografie kan gebruikt worden ten behoeve van de bijhouding van de GBKN. Bij het gebruik voor dat doel is het nodig dat die informatie wordt overgenomen, die de toekomstige inhoud vormt van de GBKN. Hierbij gaat het om: Bebouwing gebouwen Inrichting openbare ruimte kanten verharding waterkanten taluds Semantiek straatnamen huisnummers Bij het gebruik ten behoeve van het ontwerpen van de infrastructuur zijn enkele andere elementen van belang. Deze extra informatie is geen GBKN-inhoud. Het betreft hier: assen van wegen leidingstroken rioolputten kavelbegrenzing 4.1 Kwaliteit De structuur en nauwkeurigheid van de toekomstige GBKN-inhoud dient overeen te komen met die van de standaardkwaliteit van de GBKN. Hoewel de overige elementen niet tot de standaard-inhoud behoren, is het wel van belang dat de precisie overeenkomt met die van de GBKN. Dit geldt in het bijzonder voor de rioolputten, omdat die als tijdelijke grondslagelementen worden gebruikt. 4.2 Herkenbaarheid De toekomstige inhoud dient duidelijk herkenbaar te zijn. Herkenbaarheid kan gerealiseerd worden door: Het tijdelijke bestand als een afzonderlijke thema op te nemen en te koppelen aan het GBKN-bestand. Na realisatie kan het thema gekopieerd worden in het GBKN-bestand. In de specificaties een afzonderlijke code voor dit soort zaken te gebruiken, het eenvoudigst is daarvoor de bronvermelding te gebruiken. Deze kan na realisatie eenvoudig worden vervangen. De informatie vervalt op het moment dat het plan is gerealiseerd of krijgt op het moment van realisatie een andere code / classificatie. Voor de extra informatie geldt uiteraard de eis van herkenbaarheid ook, zelfs in een nog sterkere mate. Deze extra informatie hoort niet in het GBKN-bestand thuis. Er is dus overleg nodig tussen de participanten over de wijze waarop deze informatie wordt gekoppeld. Een Apeldoorn, oktober 2000 Documentnaam: bijlagen Uniformering blad 11
Matenplantopografie, versie 1.0 Landelijk Samenwerkingsverband GBKN vergelijking is te maken met de extra topografie, zoals die door veel gemeenten wordt toegevoegd. Apeldoorn, oktober 2000 Documentnaam: bijlagen Uniformering blad 12
Matenplantopografie, versie 1.0 Landelijk Samenwerkingsverband GBKN 5 Driestromenland GBKN en matenplaninformatie hebben een relatie met elkaar. Daarnaast wordt de informatie op twee manieren gebruikt. De processen laten zich beschrijven in drie verschillende stromen. De ene stroom is die van de GBKN, die actueel gehouden moet worden. De tweede stroom is die van de gemeente, die voor een uitbreidingsgebied een plan ontwikkelt. Als derde stroom wordt hier bedoeld de nutssector, die gebruiker is van beide stromen. Apeldoorn, oktober 2000 Documentnaam: bijlagen Uniformering blad 13
Matenplantopografie, versie 1.0 Landelijk Samenwerkingsverband GBKN In de twee hierna volgende schema s worden de drie stromen afgebeeld in enkele fasen, waarbij de onderlinge relaties zijn getekend. Het eerste schema geeft de situatie wanneer Matenplantopografie volledig onafhankelijk van de GBKN wordt beheerd: GEMEENTE! NUTS! GBKN! GBKN eventueel als basis te gebruiken GBKN Schetsplan (stedenbouwkundige schets) Capaciteitsberekening t.b.v. nutsvoorzieningen Besluitvormingsproces: behandeling en vaststelling resulteert in matenplannen Digitaal matenplan met: toekomstige inhoud GBKN extra-topografie w.o. rioolputten gas water electr ptt etc Planning kabels en leidingen relateren aan rioolputten Bouwrijp maken plaatsen rioolputten rioolputten in RD realisatie kabels en leidingen vastgelegd aan rioolputten in RD Realisatie topografie Verzamelen, vastleggen en verwerken mutaties Toetsing topografie levering verschillen (was/wordt) GBKN + gerealiseerde topografie Relateren kabels en leidingen aan gerealiseerde topografie Apeldoorn, oktober 2000 Documentnaam: bijlagen Uniformering blad 14
Matenplantopografie, versie 1.0 Landelijk Samenwerkingsverband GBKN Het tweede schema geeft de situatie wanneer Matenplantopografie als afzonderlijk thema bij de GBKN of volledig geïntegreerd met de GBKN wordt beheerd: GEMEENTE! NUTS! GBKN! GBKN eventueel als basis te gebruiken GBKN Schetsplan (stedenbouwkundige schets) Capaciteitsberekening t.b.v. nutsvoorzieningen Besluitvormingsproces: behandeling en vaststelling resulteert in matenplannen Digitaal matenplan met: toekomstige inhoud GBKN extra-topografie w.o. rioolputten gas water electr ptt etc Acceptatie toets GBKN + matenplantopografie of: inwinningscode MP1 of: afzonderlijke laag Planning kabels en leidingen relateren aan rioolputten Bouwrijp maken plaatsen rioolputten rioolputten in RD realisatie kabels en leidingen vastgelegd aan rioolputten in RD Realisatie topografie Toetsing topografie levering verschillen (was/wordt) Relateren kabels en leidingen aan gerealiseerde topografie Acceptatie toets GBKN + gerealiseerde topografie of: inwinningscode wordt gewijzigd of: afzonderlijke laag wordt gekopieerd naar GBKN Apeldoorn, oktober 2000 Documentnaam: bijlagen Uniformering blad 15
Matenplantopografie, versie 1.0 Landelijk Samenwerkingsverband GBKN Apeldoorn, oktober 2000 Documentnaam: bijlagen Uniformering blad 16
Matenplantopografie, versie 1.0 Landelijk Samenwerkingsverband GBKN 6 De uitvoering: hoe wordt informatie verwerkt? Op twee momenten (fases) wordt het GBKN-bestand gemuteerd: Na gereedkoming digitaal matenplan. Na realisatie van de topografie. 6.1 Fase 1 Gegevens uit het digitale matenplan worden op één van volgende twee manieren gerelateerd aan het GBKN-bestand: Een afzonderlijk bestand als extra thema bij de GBKN toevoegen. Door de ontwikkeling van afzonderlijke classificaties voor Matenplantopografie integraal met de GBKN beheren. In deze fase vult men bij het veld bronvermelding MP1 in. Eventueel wordt de niet-standaard-informatie (w.o. de inspectieputten) als extra topografie opgenomen. Er vindt een acceptatie-toetsing plaats door de beheerder. 6.2 Fase 2 Eventuele verschillen tussen plan en realisatie worden door gemeente aangeleverd en gemuteerd; de ongewijzigde gegevens (GBKN-inhoud) krijgen in deze fase 2 een andere bronvermelding: MP2. Bij het alternatief wordt het afzonderlijke bestand, na mutatie, als was/wordt informatie ingebracht in de GBKN. Mutaties worden op de gebruikelijke wijze, na toetsing, geaccepteerd. Apeldoorn, oktober 2000 Documentnaam: bijlagen Uniformering blad 17
Matenplantopografie, versie 1.0 Landelijk Samenwerkingsverband GBKN Apeldoorn, oktober 2000 Documentnaam: bijlagen Uniformering blad 18
Matenplantopografie, versie 1.0 Landelijk Samenwerkingsverband GBKN 7 Aandachtspunten 7.1 Dubbele topografie In een uitbreidingsgebied waar een nieuw plan wordt gerealiseerd is meestal ook sprake van bestaande topografie, die tijdens de realisatie van het nieuwe plan (soms in delen) zal verdwijnen. Er is veelal sprake van een overgangsperiode, waarin zowel de bestaande topografie als de toekomstige topografie deel uitmaken van de GBKN. Dit kan problemen opleveren voor de leesbaarheid. Het kan aanleiding zijn voor het maken van vergissingen. Er dienen afspraken gemaakt te worden over het moment van verwijderen van de topografie die zal vervallen. 7.2 Aansprakelijkheid De gemeente is de ontwerper en vervaardiger van de matenplannen. Ze is dus aansprakelijk voor de inhoud. Door acceptatie en opname van de gegevens in het GBKN-bestand wordt de eigenaar/beheerder van de GBKN aansprakelijk voor de juistheid van de gegevens. Door de informatie te kwalificeren als matenplan-gegeven weet een gebruiker dat dit voorlopige informatie is. Als deze kwalificatie niet juist is toegepast kan de beheerder wel aangesproken worden. 7.3 Kosten / inkomstenderving Door de gewijzigde manier van aanleveren van matenplannen en GBKN-mutaties kunnen partijen opbrengsten derven of minder kosten hebben. Daarom dienen duidelijke afspraken gemaakt te worden over de financiële gevolgen. 7.4 Levering aan derden Het opnemen van matenplantopografie in het GBKN-bestand kan er toe leiden dat bij levering aan derden ook die toekomstige informatie wordt meegeleverd. Dit kan niet de bedoeling zijn. Er dienen goede maatregelen te worden genomen en vastgelegd om dit te voorkomen. Apeldoorn, oktober 2000 Documentnaam: bijlagen Uniformering blad 19