2011 Veiligheidsboekje duiken Author : Peter P.M. Schijff Version : 1.1 Duikvereniging de Meerkoeten Last update : 21 February 2011
Distribution list Name Department Function Leden duikvereniging de Meerkoeten Document information Document : Veiligheids boekje duiken Owner : Location : Hoofdtrainer duikvereniging de Meerkoeten D:\documenten\peter schijff\veiligheidsboekje 2011.doc Version information Version Date Author Status, reason for amendment and remarks 0.1 2009 Peter Schijff Concept 1.0 Jan 2010 Peter Schijff Diverse aanpassingen 1.1 21-02-2011 Peter Schijff Diverse aanpassingen Related Documents ISBN Name Distrubitor psc 2009-2011 duikvereniging de meerkoeten Pagina 2
Inhoudsopgave. 1 Inleiding...5 2 Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid...6 2.1 Algemeen...6 2.2 Relevante wetgeving...6 2.2.1 Aansprakelijkheid...6 2.2.2 De Arbo-wet...7 2.2.3 Andere wetgeving...7 2.3 Verzekering en aansprakelijkheid...7 3 Veiligheidszorg binnen de vereniging...8 3.1 Definities...8 3.2 Veiligheidszorg van buddy s...8 3.3 Verenigingsduik...9 3.4 Instructieduik...9 3.5 Tips voor een veilige oefenduik...9 3.5.1 Het oefenen van opstijgingen...9 3.6 Herhalingsduiken...10 3.7 Duikcomputers...10 3.8 Nitrox- duiken...10 3.9 Zwembadtraining...11 3.10 Duikincidenten...11 4 Taken, bevoegdheden en bekwaamheden...12 4.1 Duikleider...12 4.1.1 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden...12 4.1.2 Taken van de Duikleider...12 5 Bijlage 1. Ongevallen Checklist...14 6 Bijlage 2. Luchtembolie en Deco- ziekte...15 7 Bijlage 3. Brevetdoelstellingen...16 7.1 1*-duiker (Open Water Diver)...16 7.2 2*-duiker (Advanced Open Water Diver)...16 7.3 3*-duiker (Dive Master)...16 7.4 4*-duiker (Master Scuba Diver)...16 8 Bijlage 4. Publicatie Arbeidsinspectie...17 8.1 Publicatie Arbeidsinspectie...17
8.2 Werken onder overdruk...17 Arbeidsomstandighedenwetgeving...18 8.3 Arbo besluit...18 8.4 Arbobesluit en vrijwilligers...19 8.5 ARBO catalogus...20 psc 2009-2011 duikvereniging de meerkoeten Pagina 4
1 Inleiding. Dit Veiligheidsboekje is een nadere richtlijn; het moet niet worden opgevat als extra regelgeving boven de Richtlijnen voor Veilig Duiken van de Nederlandse Onderwatersport Bond (N.O.B.). Het is een toelichting hiervan en een gedragscode die binnen Duikvereniging de Meerkoeten Oké wordt gehanteerd. Uitsluitend om reden van duidelijkheid is dit boekje geschreven in een ietwat gebiedende stijl. Het uitgangspunt, de N.O.B. Richtlijnen voor Veilig Duiken, zijn onverminderd van kracht en benadrukken vooral de eigen verantwoordelijkheid van de duiker. De doelstellingen van het veiligheidsboekje kunnen als volgt worden samengevat: het verschaffen van praktische tips voor duiker, duikleider, instructeurs en begeleiders; het creëren van duidelijkheid betreffende verantwoordelijkheden; het geven van toelichting op de N.O.B. richtlijnen voor Veilig Duiken; het realiseren van een compleet veiligheidsdocument van duik en aanverwante zaken, waarin alle essentiële N.O.B. richtlijnen zijn opgenomen. psc 2009-2011 duikvereniging de meerkoeten Pagina 5
2 Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. 2.1 Algemeen. Wellicht ten overvloede, moet allereerst opgemerkt worden dat elke gebrevetteerde duiker verantwoordelijk is voor zijn eigen veiligheid en die van zijn buddy. Het zal duidelijk zijn dat in het bijzonder de hieronder genoemde zaken de verantwoordelijkheid zijn van de duiker zelf: een medische goedkeuring maar ook een actuele fysieke en mentale fitheid (uitgerust zijn, geen kater); een complete duikuitrusting zoals aanbevolen door de N.O.B.; goed onderhoud en functioneren van de eigen duikapparatuur; de buddycheck en het weten van elkaars situatie; extra veiligheidsmaat- regelen bij onverwacht slechte omstandigheden, zoals het gebruik van een buddylijn, vroegtijdige beëindiging bij te sterke stroming, etc.; een medische verzekering, die duikongevallen niet uitsluit. Als een duiker in het kader van zijn opleiding buiten zijn brevetdoelstellingen duikt, dan ligt de verantwoordelijkheid voor de duik bij de instructeur. Dit betekent dan uiteraard dat een kandidaat zich aan de aanwijzingen van zijn instructeur houdt. Bij elke verenigingsduik wijst het bestuur een duikleider aan. Deze duikleider houdt bij wie er op welk moment in en uit het water gaan en kan bij een ongeval de hulpverlening coördineren. Tevens kan hij adviseren met betrekking tot de vorming van buddyparen en het duikmateriaal. De duikleider heeft de mogelijkheid iemand voor deelname aan de verenigingsduik uit te sluiten indien betrokkene op enigerlei wijze in strijd met de richtlijn veilig duiken handelt. 2.2 Relevante wetgeving. 2.2.1 Aansprakelijkheid. Volgens de Nederlandse wet kan iemand aansprakelijk worden gesteld voor het plegen van een onrechtmatige daad, indien: 1. de gedragingen van de schadeveroorzaker onrechtmatig zijn 2. de onrechtmatige daad toerekenbaar is aan de dader 3. er schade is 4. als de schade een gevolg is van de onrechtmatige daad. Daarnaast heeft iedereen een morele verantwoordelijkheid en veiligheidsplicht. Oftewel van elke duiker, duikleider, etc. wordt verwacht dat hij voor zover dat binnen zijn mogelijkheden ligt -alles doet, wat in het kader van een veilige afloop van hem kan worden verwacht. Evenzo is iedereen verplicht, alles achterwege te laten wat de veiligheid van de sportduiker(s) in gevaar kan brengen. Dit houdt onder meer in, dat een corrigerende actie van eenieder verwacht wordt bij onderkenning van een gevaarlijke situatie! psc 2009-2011 duikvereniging de meerkoeten Pagina 6
2.2.2 De Arbo-wet. De Arbeidsomstandighedenwet is beperkt van toepassing op duikverenigingen. Zoals de naam van de wet al aangeeft, heeft deze betrekking op arbeid. In ons geval op duikinstructie. In het kort komt het er op neer dat een instructeur lichamelijk en geestelijk gezond moet zijn voor het te verrichten werk, opgeleid moet zijn en instructie dient uit te voeren in overeenstemming met de gangbare regels (N.O.B. Richtlijnen); daarnaast moet hij over een toereikende uitrusting beschikken. Bovendien moet de instructeur, in het bijzonder in het geval van Nitrox duiken, zich terdege bewust te zijn van de verhoogde gezondheidsrisico s. Specifiek in geval van SCUBA apparatuur (onafhankelijk duiken met eigen ademgas) wordt vrij geïnterpreteerd gesteld dat de Arbo-wet een instructeur niet toestaat om instructie te geven waarbij een van de volgende grenzen wordt overschreden: dieper duiken dan 50 meter; of een decompressietijd langer dan 20 minuten; of een partiële zuurstofdruk in het ademgas van meer dan 1,4 bar. Zie ook : Bijlage 4. Publicatie Arbeidsinspectie 2.2.3 Andere wetgeving. Andere wetten die zijdelings in relatie tot het duiken staan zijn: binnenvaart politiereglement (BPR) zee aanvaringsreglement 2.3 Verzekering en aansprakelijkheid. Verzekering voor duikschade. Dekking voor aansprakelijkheid Een duiker en zijn buddy zijn verantwoordelijk voor zichzelf en elkaar indien er zich tijdens de duik een incident voordoet en indien de onder 3.2 genoemde voorwaarden gelden (onrechtmatige daad, schade etc.). Een instructeur is verantwoordelijk voor de oefenduik die buiten de brevetdoelstelling wordt gemaakt. Als zich tijdens deze duik een incident voordoet dan is de instructeur aansprakelijk indien de onder 3.2 genoemde voorwaarden gelden. In geval van aansprakelijkheid, moet in eerste instantie de WA- verzekering van de veroorzaker de schade dekken. Indien dit niet mogelijk is, en het betreft een activiteit in relatie tot de onderwatersport, dan kan de N.O.B. -verzekering eventuele schadeclaims dekken, tenzij er sprake is van grove nalatigheid. Dekking van medische kosten. Elke duiker dient zich zelf te verzekeren voor zijn eigen medische kosten van een duikongeval. Bedenk daarbij dat de kosten van bijv. een recompressie behandeling aanzienlijk kunnen zijn. De meeste zorgverzekeraars sluiten deze kosten niet uit, soms zitten er echter addertjes onder het gras. Check of een aanvullende verzekering noodzakelijk is. psc 2009-2011 duikvereniging de meerkoeten Pagina 7
3 Veiligheidszorg binnen de vereniging. Aangezien alles draait om de zorg voor veiligheid, zal hierop in het navolgende het accent worden gelegd. 3.1 Definities. Verenigingsduik: Een duik van enige omvang (minimaal 3 buddyparen) georganiseerd door de vereniging onder verantwoordelijkheid van het bestuur. Instructieduik: Een duik waarbij nieuwe vaardigheden worden aangeleerd. Oefenduik: Een duik waarbij reeds aangeleerde vaardigheden verder worden uitgebouwd. 3.2 Veiligheidszorg van buddy s. Een duiker heeft de plicht om de veiligheid van zijn buddy te verhogen, in plaats van een extra risico te zijn. Als eerste geldt dat buddy s ten opzichte van elkaar maatregelen moeten treffen om risico te beperken, zoals een buddy- check, afspraken maken, het weten van elkaar, het maken en doornemen van het duikplan, een risico-inventarisatie en het doornemen van de noodprocedures. Naast een afdoende gezondheid mag een duiker van zijn buddy een mentale fitheid verwachten, waardoor hij beter stressbestendig zal zijn. Het belangrijkste van een buddy- check is dat de duiker de apparatuur van zijn buddy kent, zodat in voorkomend geval -een noodprocedure (assisteren, reddingsopstijging, etc.) -hij optimaal kan reageren. De buddy- check dient te geschieden vóór het te water gaan en vóór melding bij de duikleider. Stel de duikleider desgewenst in de gelegenheid een extra buddy- check uit te voeren. Buddy s dienen vooraf af te spreken wie onder water de (absolute) leiding heeft. De door te nemen noodprocedures zijn: de handsignalen de buddy kwijt procedure gebruik van de tweede ademlucht voorziening de reddingsgrepen het afwerpen van de loodballast. Bij een georganiseerd clubevenement wordt een risico- inventarisatie gemaakt door de duikleider. Een buddypaar dient kennis te nemen van deze inventarisatie door het volgen van de briefing. Dit klinkt ingewikkeld maar is feitelijk niets meer dan jezelf een aantal vragen stellen: 1. Wat is de maximale diepte van deze duiklocatie en hoe diep plan je de duik? 2. Wat zou het zicht zijn onder water? 3. Staat er stroming of kan dit gebeuren? 4. Zijn er golven en hoe beïnvloeden deze je duik en het zwemmen aan de oppervlakte? 5. Hoe kun je in het water gaan en er uit komen? 6. Is het water vervuild (bijv. met blauwalg) en kun je hier zonder gezondheidsrisico s duiken? psc 2009-2011 duikvereniging de meerkoeten Pagina 8
7. Zijn er op deze duiklocatie- plaatsen waar je niet mag of kan duiken (bijv. natuurgebieden)? 8. Voldoet de duiklocatie aan de eisen voor de duik die je wilt maken? 9. Hoe is het noodplan voor deze duiklocatie (wie alarmeren, bereikbaarheid, etc.) en kan ik een zuurstofkoffer meenemen? 10. Heb je voldoende ervaring en opleiding om in deze situatie te duiken? 11. Zijn er anderen die van dit water of de oevers gebruik maken en hinderen wij elkaar (bijv. sportvissers)? 12. Is er sprake van vaarbewegingen en welke risico s brengen die met zich mee? 13. Zijn er onder water obstakels die risico s voor duiker op kunnen leveren zoals netten en fuiken? 14. Hoe staat de wind en hoe sterk is die? 3.3 Verenigingsduik. Elke verenigingsduik wordt gecoördineerd door een duikleider. De duikleider mag deelnemer uitsluiten indien deze aantoonbaar niet aan de gestelde veiligheidseisen voldoet. Hierbij valt onder meer te denken aan het ontbreken van een geldige medische keuring of het ontbreken van uitrustingsstukken. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de duikleider zijn vastgelegd in hoofdstuk 5. 3.4 Instructieduik. Elke instructieduik wordt uitgevoerd door en leerling in combinatie met een daartoe bevoegde instructeur. Hierbij ziet de instructeur toe op de veiligheid tijdens de instructieduik. Indien de instructieduik niet in verenigingsverband plaatsvindt, is de instructeur verantwoordelijk voor de veiligheidsmaatregelen als vastgelegd in paragraaf 5.1.2. 3.5 Tips voor een veilige oefenduik. Aangezien 1* duikers zelfstandig met elkaar mogen duiken, moet het buddysysteem al tijdens de 1*buitenwateropleiding geoefend worden. Dit betekent dat er in groepjes van 3 of 4 duikers geoefend moet worden, waarbij niet altijd een 4de duiker, oftewel een buddy voor de instructeur, beschikbaar zal zijn. In dergelijke gevallen kan de instructeur besluiten, als de omstandigheden het toelaten, om met z n drieën te duiken. 3.5.1 Het oefenen van opstijgingen. Cursisten en instructeurs hebben er regelmatig mee te maken: het oefenen van een opstijging, waarbij het risico van decompressieziekte toeneemt. De Medische Commissie van de N.O.B. publiceerde onlangs deze richtlijn, waarmee je het risico acceptabel klein houdt: Wanneer je opstijgingen gaat oefenen, beperk je dan tot de opstijgingen alleen. Doe de oefeningen dus niet direct voor of na een gewone duik. Je mag de oefening ook niet als herhalingsduik maken. De totale hoeveelheid opgenomen stikstof zal dan hoger zijn, en dat vergroot de kans op decompressieziekte. Oefen maximaal 4 opstijgingen vanaf 15 of 20 meter, of maximaal 6 opstijgingen van 10 meter. Oefen bij voorkeur tot aan 3 meter diepte, met name bij de opstijgingen vanaf 15 tot 20 meter. Door een stop tussen 6 en 3 meter in te lassen, treedt er aanzienlijk minder silent bubble vorming op. Bovendien leer je de opstijgsnelheid in de laatste meters beter te beheersen. De instructeur kan eventueel een leitje gebruiken om zijn oordeel over de opstijging te geven. Als een opstijging veel te snel is verlopen (sneller dan 21 meter / min, en tot aan de oppervlakte), oefen dan geen verdere opstijgingen en breek de duik af. Als de opstijging te snel is verlopen tot aan de 3 meter stop, dan kun je de duik voortzetten. Een te snelle opstijging is sterk risicoverhogend. Als je bent gestopt psc 2009-2011 duikvereniging de meerkoeten Pagina 9
op 3 meter, is de hoeveelheid bubbles naar verwachting aanzienlijk lager dan wanneer je in één keer doorstijgt naar de oppervlakte. De oefenduik moet met ruime marge binnen de nultijden vallen. De totale tijd van de oefening geldt hierbij als duiktijd (DT) en de bereikte maximaal duikdiepte als MDD. Hiermee verklein je de kans op decompressieziekte, omdat je de totale stikstofopname beperkt. Door de MDD te hanteren en de totale oefentijd als DT, houd je een ruime marge. Beëindig de duik na de opstijgoefeningen. Voor een tweede duik moet de oppervlakte interval lang genoeg zijn, zodat deze geen herhalingsduik is. Na het uitvoeren van een aantal opstijgingen zijn decompressie- algoritmen niet meer betrouwbaar. De stikstofopname en -afgifte wordt onvoorspelbaar. Gebruik van Nitrox is beslist te overwegen. Ook dit vermindert de totale stikstofopname gedurende de duik. Let op: ook bij het naleven van deze richtlijn is decompressieziekte nooit uit te sluiten. 3.6 Herhalingsduiken. Herhalingsduiken zijn alleen te maken door strikte toepassing van de N.O.B. Sportduik tabellen of door het gebruik van een duikcomputer. Bij iedere duik wordt sterk geadviseerd om altijd een veiligheidsstop te maken van minimaal 5 minuten tussen 6 en 3 meter, ook nadat een eventuele decompressietijd verstreken is. 3.7 Duikcomputers. Aandachtspunten zijn: ook al wordt met een computer gedoken, de theorie en het gebruik van sportduiktabellen moeten volledig bekend zijn; een duiker moet volledig bekend te zijn met het gebruik en de beperkingen van zijn duilkcomputer, d.w.z. de handleiding dient volledig begrepen te zijn; bedenk dat de veiligheidsmarge van een computer minimaal is; de nultijden van een computer kunnen beduidend langer zijn dan volgens de DCIEM tabellen, ook in geval van een rechthoekig duikprofiel; bij een verschil tussen buddy s van voorafgaand duikprofiel, dan dient de kortst resterende duiktijd te worden aangehouden; in geval van een defecte duikcomputer wordt geadviseerd om de duik te beëindigen; denk aan een back-up in de vorm van een gewone dieptemeter. In geval van een kapotte duikcomputer kun je hiermee alsnog je opstijging controleren. 3.8 Nitrox- duiken. Hoewel Nitrox vaak gebruikt wordt om het risico van decompressieziekte te verkleinen, vergroot een Nitrox- ademgas zelf de kans op zuurstofvergiftiging. Het voorkomen van deze zuurstofvergiftiging, oftewel het juiste gebruik van Nitrox, is een complexe zaak waarvoor een Nitrox opleiding nodig is. Indien de buddy van de Nitrox duiker met standaard perslucht duikt, wordt de duiktijd aangehouden uitgaande van perslucht en de maximale diepte op basis van Nitrox. psc 2009-2011 duikvereniging de meerkoeten Pagina 10
3.9 Zwembadtraining. Duikvereniging de Meerkoeten moet zelf het toezicht bij de zwembadtraining verzorgen. De trainer / instructeur die training geeft aan de grootste groep binnen het zwembad, moet het algehele toezicht op zich nemen. Ingeval van perslucht training of perslucht opleiding staan te allen tijde onder toezicht van een bevoegd instructeur. Bij een zwembadevenement, is de organisator verantwoordelijk voor het toezicht. Aandachtspunten voor de verantwoordelijke trainer zijn: op tijd aanwezig zijn; zorg dat buddy s of groepjes op elkaar letten; houd toezicht totdat iedereen uit het water is; zorg voor vervanging als je tussentijds even weg moet; meldt je af wanneer je tijdens de training het bad verlaat; 3.10 Duikincidenten. Duikincidenten moeten zo spoedig mogelijk aan het dagelijks bestuur gerapporteerd worden. Deze zal vervolgens de verdere afhandeling overnemen, waaronder in ieder geval de melding bij de N.O.B. Werkgroep Ongevallen Registratie. psc 2009-2011 duikvereniging de meerkoeten Pagina 11
4 Taken, bevoegdheden en bekwaamheden. 4.1 Duikleider. 4.1.1 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Een duikleider neemt op vrijwillige basis de verantwoording voor een grotere groep duikers. De deelnemers aan een groepsduik moeten beseffen dat de duikleider voor hun plezier deze verantwoordelijkheid op zich neemt. Met name hij moet er alles aan doen wat redelijkerwijs in zijn vermogen ligt om een incident te voorkomen. Een duikleider dient zelf een voorbeeld te zijn en dient daarnaast ook de moed te hebben duikers indien nodig op reële gronden te adviseren niet te duiken onder zijn duikleiderschap dan wel uit te sluiten. Deze voorbereidingen dienen het duiken veiliger te maken en daarmee tegemoet te komen aan de eis, die de wet stelt in verband met de wettelijke aansprakelijkheid. Samenspel tussen duikleider en deelnemers is een noodzaak. Een duikleider heeft de steun van de bestuur maar dient bovenal de steun te krijgen van alle deelnemers aan de duik. Met het risico dat een duiker wellicht bereid is te nemen, belast hij of zij ook de duikleider, indien dat risico tot een incident of ongeval zou leiden. De duikleider dient bevoegd te zijn tot het leiden van een duikevenement, bijvoorbeeld doordat hij in het bezit is van de brevetspecialisatie Duikleider. 4.1.2 Taken van de Duikleider. Een goede duikleider zorgt ervoor dat hij de zaak goed voorbereidt. Hij wint zoveel mogelijk informatie in, zorgt voor een goed voorbereid plan bij noodgevallen, raadpleegt de N.O.B. Richtlijnen voor Veilig Duiken, houdt toezicht op de naleving daarvan en adviseert zo nodig. De duikleider zorgt verder voor goede en vooral duidelijke afspraken. Overzicht van de taken van de Duikleider (DL): - De DL maakt de duikplanning. - De DL dient op de hoogte te zijn van de omstandigheden van de duikplaats, zowel boven als onder water en maakt een risico-inventarisatie. - De DL stelt zich op de hoogte van het centrale alarmnummer, of van de adressen en telefoonnummers van: - het dichtstbijzijnde ziekenhuis - het duikmedisch centrum van de Koninklijke Marine te Den Helder (in de duikmap). - De DL ziet toe op de naleving van de N.O.B. Richtlijnen voor Veilig Duiken en adviseert zo nodig waar hieraan niet wordt voldaan. - De DL stelt zich nauwkeurig op de hoogte van het aantal deelnemers aan het duikevenement. - De DL stelt de buddyparen samen, die verantwoordelijk voor elkaar zijn. Geadviseerd wordt - om het duiken met drieën zo veel mogelijk te vermijden. - De DL ziet toe op de persoonlijke veiligheid van elke deelnemer. - De DL geeft voor de aanvang van de duik een briefing en zo nodig extra advies aan de deelnemers. - De DL kan één of meer stand-by duikers aanwijzen voor de duur van het evenement en psc 2009-2011 duikvereniging de meerkoeten Pagina 12
- bepaalt de uitrusting van deze duiker(s). - De DL is tijdens de duik voor elke deelnemer herkenbaar en bereikbaar. De DL zorgt voor een geschikte EHBDO- koffer en zuurstofkoffer. - De DL is verplicht bij een duikongeval onmiddellijk een reddingsactie te starten en te coördineren. - De DL zorgt ervoor dat de duikplaats duidelijk gemarkeerd is met de vereiste duikvlag. De briefing een korte samenvatting n instructie dient zaken te omvatten zoals: de buddypaar- indeling, het stand-by plan en/ of duikroulatie het duikplan (max. diepte en bijbehorende nultijd) en indien van toepassing: aanpassingen als gevolg van herhalingsfactoren. de verwachte situatie onderwater. instructie voor veiligheid en noodgevallen. voor nieuwkomers een beschrijving van de onderwater- stek. advies voor een veilige, maar ook voor een interessante en leuke duik. waar en hoe je te water gaat psc 2009-2011 duikvereniging de meerkoeten Pagina 13
5 Bijlage 1. Ongevallen Checklist Raak zelf niet in paniek! Rust verhoogt de effectiviteit van handelen. Stand-by inzetten? Laat een ander de leiding overnemen van de duik. Zorg voor opvang aan de kant: hoe slachtoffer uit het water te halen hoe te vervoeren dekens EHBO hulp vluchtauto andere veiligheidszaken? Zuurstofkoffer: spiekblaadje! Slachtoffer onder controle stellen Geen paniek in de omgeving! Communicatie: Algemeen Alarmnummer 112 Doven&Slechthorenden Alarmnummer 0800-8112 Politie Géén Spoed 0900-8844 Doven&Slechthorenden Géén Spoed 0900 1844 Duikmedisch centrum in Den Helder Bassingracht 106 Den Helder 0223-658220 (bu. werktijd), 0223-653076 (overdag) Universitair Ziekenhuis Antwerpen Eenheid voor Hyperbarische geneeskunde Bruynstraat 200 Antwerpen +32 2 262 22 82 (24hr) psc 2009-2011 duikvereniging de meerkoeten Pagina 14
6 Bijlage 2. Luchtembolie en Deco- ziekte Luchtembolie (bellen in de bloedbaan) Symptomen zijn: halfzijdige verlammingen gevoelloosheid evenwichtsstoornissen spraakstoornissen geheugenstoornissen hoofdpijn stuiptrekkingen shock bewusteloosheid pijn in hartstreek acute ademstilstand acute hardstilstand Behandeling: stabiele zijligging 100% zuurstof onmiddellijk naar recompressie- centrum zo nodig: mond op mond en/of mond op neus beademing hartmassage Deco- ziekte (belvorming in de bloedbaan vanuit de weefsels) Symptomen zijn: als hierboven onder Luchtembolie algemene malaise en vermoeidheid in de hersenen: verlamming, visuele auditieve stoornissen, snelle oogbalbewegingen, bewusteloosheid. in de spieren: spierzwakte, tintelingen en gevoelloosheid in de huid: jeuk, puntige vlekkige uitslag, zwelling in de gewrichten: gevoelloosheid, brandend en borende pijn. Behandeling: shockbehandeling (zie volgende bladzijde) anti stollingsmiddel stabiele zijligging 100% zuurstof onmiddellijk naar recompressie- centrum zo nodig:- mond op mond en / of mond op neus beademing hartmassage Shock (onvoldoende vulling van de bloedvaten als gevolg van een hartinfarct, decompressie ziekte, luchtembolie, uitwendige bloeding) Symptomen zijn: onrustig, verward, soms bewusteloos (zuurstof naar hersenen) snelle polsslag snelle ademhaling klamme bleke huid misselijkheid, braakneigingen dorstig Behandeling: stoppen van oorzaak (bloedverlies) plat op de rug, hoofd iets omlaag en naar opzij. geruststellen, steunen geen drinken voorkom afkoeling (deken) zuurstof toedienen psc 2009-2011 duikvereniging de meerkoeten Pagina 15
7 Bijlage 3. Brevetdoelstellingen 7.1 1*-duiker (Open Water Diver) De 1*-duiker is opgeleid om zelfstandig met minimaal een gelijkgebrevetteerde duiken te kunnen maken tot een diepte van 20 meter onder gelijke of lichtere omstandigheden dan waarin hij is opgeleid, mits hij te allen tijde binnen de nultijden blijft. De 1*-duiker duikt niet in getijdenwater. 7.2 2*-duiker (Advanced Open Water Diver) De 2*-duiker heeft ervaring opgedaan met het plannen en veilig uitvoeren van duiken onder diverse omstandigheden, zoals getijdenwater, nachtduiken en duiken naar dieptes groter dan 20 meter. 7.3 3*-duiker (Dive Master) De 3*-duiker is opgeleid als begeleidend duiker en duikleider en weet hoe te reageren bij een duikongeval. Ook de 3*-duiker duikt binnen de nultijden. Voor deco- duiken is de specialisatie Decompressieduiken vereist. 7.4 4*-duiker (Master Scuba Diver) De 4*-duiker heeft 250 duiken duikervaring en tenminste 6 specialisaties. psc 2009-2011 duikvereniging de meerkoeten Pagina 16
8 Bijlage 4. Publicatie Arbeidsinspectie 8.1 Publicatie Arbeidsinspectie "Duikarbeid Rapportage Inspectie-resultaten particuliere duikbedrijven 2008-2009" In de Arbobranchebrochure van de Arbeidsinspectie "Arbeidsrisico's bij duikarbeid - Veilig werken boven en onder water" september 2008 kondigde de Arbeidsinspectie aan dat zowel de Arbeidsinspectie als Staatstoezicht op de Mijnen gingen controleren tijdens inspecties in duiksector specifiek op de arbeidsrisico's zoals blootstelling aan gevaarlijkse stoffen en biologische agentia in verontreinigd water, fysieke belasting en arbeids- en rusttijden. De resultaten van deze inspecties zijn gepubliceerd in de publicatie "duikarbied: rapportage inspectieresultaten particuliere duikbedrijven 2008-2009". De inspecties richtten zich op duikarbeid in de binnenwateren (inshore). De inspectieaanpak bestond uit bedrijfsinspecties op basis van documentenonderzoek, inspecties op de duiklocatie en aanvullende monitorvragen. In totaal zijn er 47 inspecties uitgevoerd bij 30 bedrijven, 12 bedrijven waren lid van de brancheorganisatie NADO. Afgezet tegen het totaal van de branche van ruim 70 bedrijven geven de resultaten derhalve een realistisch beeld van de naleving in de duikbrachche. Hier kunt u het rapport downloaden. bezoek de speciale website van de Arbeidsinspectie over Duikarbeid of ga naar de de wettekst 8.2 Werken onder overdruk Definities Duikarbeid: Het eerste deel, duikarbeid, wordt in het Arbobesluit gedefinieerd als het werken in een vloeistof, of een droge duikklok, waarbij voor de ademhaling gebruik gemaakt wordt van een gas onder een hogere druk dan de atmosferische druk. Dit wil zeggen dat het ademgas een druk heeft hoge dan 105 Pa (105 Pa is gelijk aan 1 bar). De werkzaamheden van duikarbeid ligt op het gebied van de "mijnbouw" offshore, de natte waterbouw, de scheepvaart en het bergingswerk. Daarnaast kent men ook duikarbeid in de dierverzorging en bij de brandweer. Bij het ministerie van Defensie zijn daarenboven ongeveer 500 duikers werkzaam. Daarnaast zijn er ongeveer 150 wetenschappelijke medewerkers en studenten van universiteiten en rijksonderzoeksinstellingen die min of meer incidenteel duikarbeid verrichten, zowel voor archeologisch als voor biologisch onderzoek. Onder de categorie duikarbeid vallen ook de semi-overheidsduikers. Weliswaar is het aantal sportduikers vele malen groter dan het aantal beroepsduikers maar zij vallen buiten het bestek van de arbowetgeving. Duikers moeten vaak onder zeer belastende omstandigheden opereren. Zo gebruiken ze bijvoorbeeld een ademhalingsgas op overdruk en van wisselende samenstelling. Bovendien staat hun gehele lichaam onder hogere druk dan de atmosferische. Verder heerst in de wateren waar duikers werken over het algemeen een lage tot zeer lage temperatuur. Duikarbeid is bovendien vaak fysiek zwaar en aan een tijdlimiet gebonden. Voeg daarbij nog duisternis of slecht zicht, stromingen, waterverontreiniging, een continue en totale afhankelijkheid van derden en van apparatuur, dan is wel duidelijk dat een duiker aan voortdurende risico's psc 2009-2011 duikvereniging de meerkoeten Pagina 17
blootstaat. Veel werkzaamheden die een duiker uitvoert, komen ook boven water voor. Een duiker staat zodoende niet alleen bloot aan de al vermelde gevaren van overdruk maar eveneens aan de gangbare gevaren van de doorsnee bouwplaats. Een combinatie van die twee maakt duikarbeid extra risicovol. Caissonarbeid: Ook onder droge omstandigheden kan er sprake zijn van werken onder overdruk. Van een caisson is sprake als de werkplek geheel of gedeeltelijk omgeven wordt door een vloeistof. Het werken in deze ruimten staat bekend als caissonarbeid. Volgens de arbowet is er sprake van caissonarbeid als de druk in een ruimte hoger is dan 104 Pa boven de atmosferische druk. (104 Pa is gelijk aan 0,1 bar). De druk in de ruimte is dus tenminste 1,1 bar hoog. Ook het transport náár deze ruimten valt onder de noemer werken onder overdruk. Andere vormen van overdruk: Het werken óf verblijven in ruimten die niet (geheel of gedeeltelijk) zijn omgeven door een vloeistof maar waarin de druk wel hoger is dan 1,1 bar wordt ook gedefinieerd als arbeid onder overdruk. Deze vorm van arbeid onder overdruk komt bijvoorbeeld voor in compressiekamers en hyperbare behandelruimten. Arbeidsomstandighedenwetgeving Arbowet De Arbowet zelf bevat geen artikelen die specifiek handelen over overdruk of duikarbeid. Wel bevat de wet algemene artikelen gericht op veiligheid, gezondheid en welzijn. Belangrijke artikelen in de context van duikarbeid zijn onder andere: Inventarisatie en evaluatie van risico's: artikel 5 Voorlichting en onderricht: artikel 8 Melden van ongevallen en beroepsziekten: artikel 9 Verschillende werkgevers: artikel 19 Certificatie: artikel 20 Zie www.wetten.overheid.nl/bwbr0010346 8.3 Arbo besluit In het arbobesluit zijn wel specifieke bepalingen opgenomen met betrekking tot overdruk en duikarbeid. In hoofdstuk 6 (fysische factoren), afdeling 5 (werken onder overdruk) zijn deze bepalingen te vinden. Belangrijke bepalingen met betrekking tot duikarbeid zijn: Zie http://wetten.overheid.nl/bwbr0008498 Definities en toepasselijkheid: artikel 6.13 Geschiktheid: artikel 6.14 Arbeidsgezondheidskundig onderzoek: artikel 6.14a Veiligheidsmaatregelen: artikel 6.15 Certificering onderhoudssystemen duik- en caissonmaterieel: artikel 6.15a Duikarbeid: artikel 6.16 Melding duikarbeid: artikel 6.17 Compressiekamer duikarbeid: artikel 6.18 Duikarbeid leerlingen en studenten 6.31 De volledige tekst van het arbobesluit kan je vinden op Zie ook www.arboportaal.nl/wet-regelgeving psc 2009-2011 duikvereniging de meerkoeten Pagina 18
Arbobesluit en ZZP-ers In het arbobesluit wordt in artikel 9.5 aangegeven wat de verplichtingen zijn voor zelfstandigen en meewerkende werkgevers. In dit artikel wordt aangeven dat vrijwel alle bepalingen van het arbobesluit met betrekking tot duikarbeid van toepassing zijn. Het gaat hierbij om de volgende artikelen: 6.14a, 6.15a, 6.16, 6.17 en 6.18. Zie ook de brochure van de Arbeidsinspectie "ZZP-er en de Arbowet" 8.4 Arbobesluit en vrijwilligers Duikinstructeurs die op vrijwillige basis werkzaamheden verrichten bij een duikvereniging of duikschool hebben ook te maken met bepalen uit het arbobesluit. In artikel 9.5a wordt aangeven wat de verplichtingen zijn van degene waarbij vrijwilligers werkzaam zijn (de duikscholen en verenigingen). Aangegeven wordt dat een aantal van de bepalingen met betrekking tot duikarbeid van toepassing is. Het gaat om de volgende artikelen: 6.13, 6.14, 6.14a, 6.14b, 6.15, 6.15a, 6.16, 6.17. Opgemerkt moet worden dat in artikel 6.13 lid 3 een uitzondering voor sportduiken wordt gemaakt: Op duikarbeid met Self-Contained Underwater Breathing Apparatus (SCUBA), bestaande uit de instructie van sportduikers tot een duikdiepte van maximaal 50 meter, met een decompressietijd van ten hoogste 20 minuten en met een partiële zuurstofdruk in het ademgas van maximaal 1,4.105 PA, zijn uitsluitend de artikelen 6.14 en 6.15, eerste lid, onder a en b en d, van toepassing. Beleidsregels De Beleidsregels worden vervangen door Arbocatalogi. De Beleidsregels 6.14 Caissonarbeid en 6.15 Duikarbeid zijn vervangen door de Arbocatalogus Werken onder Overdruk. Download hier de versie van 30 maart 2010 van de Arbocatalogus Werken onder Overdruk Warenwet Bij duikarbeid wordt veel gebruik gemaakt van drukapparatuur. Deze apparatuur, instanties en mensen die hier werkzaamheden met of aan uitvoeren moeten aan verschillende eisen voldoen. In het www.wetten.overheid.nl Zoek op "warenwetbesluit". Nationale kop In een brief van de staatssecretaris van SZW aan de SER van oktober 2004 wordt aangegeven dat Nederland met betrekking tot werken onder overdruk een nationale kop kent. In de brief wordt verder aangegeven dat wanneer de beroepsgroep er in slaagt onderling sluitende afspraken te maken over het werken onder overdruk overwogen wordt detailvoorschriften te schrappen. Uit een analyse van de arbeidsinspectie blijkt dat vrijwel de gehele wetgeving rondom duikarbeid tot de nationale kop gerekend kan worden. Europese Richtlijn In de EG Richtlijn 92/57 wordt het werken met een duikuitrusting en/of onder overdruk genoemd als een specifieke activiteit waarvoor de richtlijn van toepassing is. Het gaat in deze richtlijn om veiligheid en gezondheid voor tijdelijke en mobiele bouwplaatsen. In het arbobesluit wordt verwezen naar deze richtlijn. Voor werkzaamheden met een duikuitrusting en/of onder overdruk dient volgens artikel 2.28 van het arbobesluit een veiligheids- en gezondheidsplan opgesteld te worden. Voor de tekst van de Europese richtlijn: www.eur-lex.europa.eu/lexuriserv/lexuriserv.do?uri=celex:31992l0057:nl:html psc 2009-2011 duikvereniging de meerkoeten Pagina 19
Arbobesluit Artikel 6.17 Melden duikarbeid Volgens het arbobesluit moet duikarbeid in onderstaande gevallen gemeld worden bij de arbeidsinspectie of het Staatstoezicht op de Mijnen: duiken op een diepte groter dan 9 meter duiken bij een stroomsnelheid groter dan 0,5 meter per seconde duiken met voorgenomen decompressie duiken met een ademgas anders dan lucht duiken over een periode langer dan een week duiken ten behoeve van de ondergrondse winningsindustrie of de winningsindustrie die delfstoffen wint met behulp van boringen (deze melding dient vergezeld te gaan met informatie over veiligheids- en gezondheidsrisico s van de duiklocatie) De duik moet tenminste vijf werkdagen vóór aanvang schriftelijk gemeld worden. In geval van spoedeisende duiken mag de duik ook later en zelfs achteraf worden gemeld. www.arbeidsinspectie.nl http://www.arbeidsinspectie.nl/organisatie/taken/melden_en_aanvragen/meldingduikarbeid.aspx Vertaling van de Nederlandse wetgeving Op de website van het Nederlands Focal Point voor Veiligheid en Gezondheid op het Werk wordt u arboinformatie aangeboden die in het kader van Europese samenwerking is verzameld en ontwikkeld http://nl.osha.europa.eu/legislation/?language=en www.sodm.nl/english/legislation_and_regulations 8.5 ARBO catalogus Arbocatalogus Algemeen Met ingang van 1 januari 2007 heeft de arbowetgeving een wijziging ondergaan. Het kabinet schrapte in de bestaande regelgeving. Werkgevers en werknemers krijgen vanaf dat moment meer ruimte voor maatwerk en dienen samen het arbobeleid invullen. Arbocatalogi gaan hierbij een belangrijke rol spelen. De belangrijkste verandering per 1 januari 2007 is het verder vergroten van de verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers. In de oude Arbowet werd reeds een belangrijke verantwoordelijkheid bij werkgevers en werknemers neergelegd waar het ging om het invullen van het arbeidsomstandighedenbeleid (arbobeleid) binnen de organisatie. In de nieuwe wet is die verantwoordelijkheid nog ruimer. zie http://www.arboportaal.nl/content/szw-goedgekeurde-arbocatalogi Arbocatalogus Werken onder Overdruk & Beoordelingsrichtlijn Onderhoudssysteem Duik- en caissonmaterieel Het NDC heeft in samenwerking met de Sector Werken onder overdruk gewerkt aan een arbocatalogus Werken onder Overdruk. De Catalogus is 7 juli 2009 ter toetsing aan de Arbeidsinspectie aangeboden. Op23 december 2009 heeft de Arbeidsinspectie na marginale toetsing de Arbocatalogus Werken onder Overdruk goedgekeurd. Op 7 juli is de goedkeuring gepubliceerd in de Staatscourant nummer 10454. De beleidsregels 6.14 Caissonarbeid en 6.15 Duikarbeid zijn hiermee komen te vervallen. psc 2009-2011 duikvereniging de meerkoeten Pagina 20
Download hier de versie 30 maart 2010 van de Arbocatalogus Werken onder Overdruk. In de Arbocatalogus wordt verwezen naar de BRL. De Beoordelingsrichtlijn Onderhoudssysteem Duik- en Caissonmaterieel. De BRL is van 2004 tot en met maart 2006 opgesteld door het Voorlopig College van Deskundigen, waarin vertegenwoordigers van de Sector Arbeid onder Overdruk zitting hadden. In maart 2006 is de BRL ter goedkeuring aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangeboden. Met plaatsing in de wetgeving, zie artikel 6.15 A van het Arbobesluit, eind 2006 is daarmee aangetoond dat de Minister de BRL heeft goedgekeurd. Echter SZW heeft verzuimd certificerende instellingen aan te wijzen, waardoor het niet mogelijk is om aan de verplichting te voldoen een certificaat als bewijs van het houden van een gedegen onderhoudssyteem te tonen. Echter de inhoud van de BRL wordt wel gezien als de "stand der techniek" derhalve luidt het advies om conform de BRL te werken. De BRL zal in de toekomst vervangen worden door het certificatieschema voor het systeemcertificaat voor onderhoud van duik- en caissonmaterieel (WOD-O) onder Stichting Werken onder Overdruk (SWOD). Zie verder de website van SWOD, www.werkenonderoverdruk.nl psc 2009-2011 duikvereniging de meerkoeten Pagina 21