Protocol leerlingenoverdracht 1.1 Inleiding Dit protocol geeft een overzicht van de algemene gang van zaken bij de overdracht van leerlingen naar een volgende (jaar)groep. Op grond van bijzondere situaties m.b.t. individuele leerlingen kan van deze algemene gang van zaken afgeweken worden. 1.2 Leerlingenoverdracht Jaarlijks vinden er op drie momenten leerlingenbesprekingen plaats tussen de groepsleerkracht(en) en de IB-er. Kernpunten tijdens deze gesprekken zijn: Het algemeen welbevinden en functioneren van de leerling De ontwikkeling van de leerling op het gebied van taal/lezen, rekenen/wiskunde en de sociaal-emotionele ontwikkeling Leerling-specifieke problemen (b.v. rugzakleerlingen) Stand van zaken met eventuele handelingsplannen voor de betreffende leerling. De leerlingengesprekken in de maand mei/juni zijn specifiek gericht op de leerlingenoverdracht. Bij deze bespreking is/zijn niet alleen de huidige groepsleerkracht(en) en de IB-er aanwezig, maar ook de leerkracht(en) van het komend cursusjaar. Naast de bovengenoemde kernpunten van leerlingenbesprekingen wordt tijdens de leerlingenoverdracht bijzonder aandacht besteed aan leerlingen met een eigen/aanvullend programma (de zorg- en plusleerlingen). Afspraak is, dat er voor deze leerlingen door de groepsleerkracht van dit jaar voor minimaal drie weken voor het komend cursusjaar voorzien wordt in een eigen/aanvullend lesprogramma, zodat daaraan vanaf de eerste schooldag direct kan worden verder gewerkt. Vanaf groep 5 wordt een analyse gemaakt van de scores van de Cito-entreetoetsen. Op grond daarvan kan/kunnen de groepsleerkracht(en) van het nieuwe cursusjaar het onderwijsaanbod vanaf het eerste moment adequaat afstemmen op de onderwijsbehoefte van de verschillende leerlingen. Eén en ander wordt vastgelegd in een Overdrachtsformulier. Overdrachtsformulier groep: Leerlingen Logopedie Onderzoeksverslagen Doorlopende handelingsplannen Afgeronde handelingsplannen Dossier doornemen Afspraken met ouders Lopende rugzak/pab/sbd/hb aanvraag Overgang groep 2 naar groep 3 Omdat de overgang van groep 2 naar groep 3 door veel kinderen als een grote stap wordt ervaren, hebben we als leerkrachten een protocol opgesteld, zodat u weet wat u van school kunt verwachten. Halverwege groep 2 stellen we ons de vraag of de doorgaande ontwikkeling van een kind wel gebaat is bij een overgang naar groep 3. Soms zijn kinderen in groep 2 nog erg gericht op spelen en open onderwijssituaties. Uiteraard stemmen we ons Protocol leerlingenoverdracht Prinses Julianaschool Gouda 1
onderwijsaanbod zodanig af, dat ook voor deze kinderen de overgang naar zo goed mogelijk verloopt. In uitzonderlijke gevallen kan het zijn dat de stap naar groep 3 te groot is en geen doorgaande ontwikkeling gegarandeerd kan worden. Soms is er sprake van specifieke ontwikkelingsproblemen of ontwikkelingsstoornissen. Daarom wordt de overgangsbeslissing van groep 2 naar groep 3 zeer overwogen genomen. In groep 2 kan onderstaand onderscheid gemaakt worden tussen kinderen: kinderen met een beperkte ontwikkelingsmogelijkheid; kind3eren met een ontwikkelingsachterstand kinderen die op niveau zijn; kinderen die nog geen zes jaar zijn maar verder zijn dan hun leeftijdsgenoten. Bij kinderen die nog niet op niveau zijn, volgen we de onderstaande procedure: Het signaal Het maken van een overgangsbeslissing begint bij ons in januari van het groep-2 jaar. We vullen dan een kaart van het leerlingvolgsysteem in, nemen de CITOtoetsen af en bekijken kritisch onze observatieverslagen van ieder kind. Mochten er twijfels ontstaan dan worden ouders daarvan op de hoogte gesteld tijdens een gesprek op school. Als het kind regelmatig tijdens de observatie opvalt, bij de Cito-toetsen onvoldoende scoort en op de kaart van het leerlingvolgsysteem op de verschillende ontwikkelingsgebieden (Zie Bijlage Specificatie Basisgegevens en ontwikkelingsaspecten ) in twee of meer gevallen van elk onderdeel onvoldoende scoort, delen we de ouders in maart onze twijfels mee of het kind met ingang van het volgend schooljaar wel met groep 3 kan beginnen. De periode januari tot het eind van het schooljaar We geven in het gesprek met de ouders over onze zorgen m.b.t. de schoolloopbaan van het kind ook aan, wat we gaan doen om de ontwikkeling van het kind te stimuleren en op welke wijze men daar thuis eventueel aan bij zou kunnen dragen. We delen de ouders bovendien mee wanneer we de definitieve beslissing nemen over het vervolg van de schoolloopbaan van het kind. Bij jonge kinderen doen we dat zo laat mogelijk om de kans op een goede beslissing te kunnen vergroten. Gekoppeld aan die beslissing maken we duidelijk hoe we het kind bij de groep-2 verlenging willen begeleiden. Daarbij kan het gaan om het kind de gelegenheid te geven zich verder te ontwikkelen, het bieden van speciale begeleiding en het bieden van b.v. leesbegeleiding aan kinderen die in de loop van het jaar toe zijn aan lezen. De beslissing Het nemen van de beslissing t.a.v. de schoolloopbaan van het kind doen we aan de hand van een aantal overwegingen, waarin het ontwikkelingsniveau van het kind beoordeeld wordt aan de hand van de ontwikkelingscriteria van het observatie- en registratiesysteem, het oordeel van leerkracht en IB-er en zo nodig dat van externe deskundigen. Naar aanleiding hiervan wordt een verantwoorde beslissing genomen. Bij ernstige twijfel of een leerling over kan naar de volgende groep is het advies van de school, in het belang van het kind, in principe bindend. Protocol leerlingenoverdracht Prinses Julianaschool Gouda 2
Nazorg In oktober van het hierop volgende jaar zal gecheckt worden hoe het gaat met de kinderen waarvoor de bovenstaande aanpak is uitgevoerd. Dit gebeurt in een leerlingenbespreking tussen de leerkracht en de IB er waaraan een gesprek tussen ouders en leerkracht voorafgaat. Soms zijn kinderen op alle gebieden verder dan hun leeftijdsgenoten. Vaak blijkt dit al in groep 1. De leerkracht kan dan in overleg met de IB er en de ouders beslissen dat een leerling eerder met groep 2 mee gaat draaien om hem/haar de ontwikkelingskansen te geven waar het kind aan toe is. Met de ouders wordt duidelijk gecommuniceerd dat dit niet inhoudt, dat de leerling dan ook zonder meer mee gaat naar groep 3! Als een kind ook in groep 2 erg goed presteert, kan het wel eens voorkomen dat een leerling vervroegd naar groep 3 gaat. Dit zijn echter uitzonderingen! Ook in deze situatie wordt een besluit genomen na uitvoerig overleg tussen leerkrachten en IB-er en ouders. Uiteindelijk is het advies van de school, in het belang van het kind, in principe bindend. Bovengenoemde beslissingen worden genomen op grond van de uitkomsten van het observatie- en registratiesysteem en het oordeel van de leerkracht. Het gaat daarbij om de onderstaande basisgegevens en ontwikkelingsaspecten 1 : Sociale en emotionele ontwikkeling Speel- en werk gedrag Motoriek Zintuiglijke waarneming Mondelinge taalontwikkeling Lichaamsoriëntatie Ruimtelijke oriëntatie Tijdsoriëntatie Symboolverkenning Ontwikkeling van het logisch denken Over het algemeen geldt dat kinderen, bij wie overwogen wordt om vroegtijdig naar groep 3 te gaan, een duidelijke voorsprong moeten hebben op leeftijdsgenoten, alles goed mee kunnen doen met groep 2, in sociaal-emotioneel opzicht een grote mate van weerbaarheid bezitten en liefst nog iets beter presteren, gedurende langere tijd. Dit omdat er bij veel kinderen in de kleuterleeftijd sprake is van ontwikkelingsvoorsprongen die later weer ingelopen kunnen worden door de anderen. Er blijft sprake van uitzonderingen omdat in groep 2 veel aandacht geschonken wordt aan de brede ontwikkeling van de kinderen en in groep 3 meer aandacht is voor het cognitieve aspect. Dit is iets waar kinderen wel aan toe moeten zijn. In geval van vroegtijdig naar groep 3 gaan, beslist de IB er in overleg met de leerkracht en ouders van het kind. Als een kind een ontwikkelingsvoorsprong heeft en het blijkt toch beter te zijn dat het kind in groep 2 blijft, wordt het kind wel 1 Zie bijlage voor verdere specificatie. Protocol leerlingenoverdracht Prinses Julianaschool Gouda 3
begeleid. Gedurende het schooljaar wordt het kind gestimuleerd om oefeningen en activiteiten te gaan doen op een moeilijker niveau dan de andere kinderen. Gedragscode leerkrachten Algemeen: Kinderen die mogelijk een probleem vormen voor wat betreft de overgang van groep 2 naar groep 3 worden te allen tijde besproken met de Intern begeleider. Dit gebeurt voordat de ouders worden ingelicht. Uiterlijk in de maand januari van het jaar moeten eventuele problemen bij de IB-er en de ouders bekend zijn. Bij een overgang binnen het lopende schooljaar vindt er ook overleg plaats met de mogelijk nieuwe leerkracht en vindt er een terugkoppeling over de gang van zaken met de vorige leerkracht. M.b.t. de oudergesprekken: We proberen een 'wij-zij' situatie te voorkomen door in het gesprek het welzijn van het betreffende kind te benadrukken. Het delen van zorgen, het geven van inhoudelijke informatie en het zoeken naar overeenkomst/herkenning zijn daarbij van belang. Ouders zijn naast de leerkracht als professional, ervaringsdeskundigen. Pas als er sprake is van een slecht-nieuwsgesprek (Zie onder besluitvorming B dus aan het eind van het traject) moet de boodschap direct worden gecommuniceerd. Criteria voor de overgang Zie Bijlage Specificatie Basisgegevens en ontwikkelingsaspecten. Uitval op één van deze gebieden kan nooit een reden tot groep 2-verlenging zijn. Er zal altijd sprake moeten zijn van uitval op meerdere ontwikkelingsaspecten. Contacten met ouders In de loop van het tweede kleuterjaar wordt duidelijk voor welke kinderen de overgang van groep 2 naar groep 3 een probleem kan gaan vormen. Dit wordt tijdig met de ouders besproken. De eerste contactavond in november biedt hiervoor een mogelijkheid evenals de contactavond die in maart georganiseerd wordt. Als, tussentijds blijkt dat de ontwikkeling van een kind stagneert, dan wordt contact opgenomen met de ouders. De leerkracht van het betreffende kind neemt hiervoor het initiatief. Als duidelijk wordt dat zich problemen kunnen voordoen m.b.t. de overgang, dan worden de ouders periodiek (één maal per 6-8 weken) op de hoogte gehouden van de ontwikkeling van hun kind. Dossiervorming Alle contacten met ouders die verband houden met de overgang van groep 2 naar groep 3 worden schriftelijk vastgelegd. De verslagen worden voorzien van een datum. Expliciet wordt vermeld wie er bij het betreffende gesprek aanwezig waren. Deze gespreksverslagen worden toegevoegd aan het dossier van het betreffende kind. Ouders ontvangen een afschrift en ondertekenen dit. Protocol leerlingenoverdracht Prinses Julianaschool Gouda 4
Besluitvorming Bij de uiteindelijke besluitvorming speelt de IB-er een belangrijke rol. Als er sprake kan zijn van een mogelijke groep 2-verlenging dan wordt er door de IB-er een aanvullend onderzoek gedaan (Pravoo). Vastgesteld wordt of er al dan niet sprake is van twijfel. Voor het uiteindelijke advies spelen zowel leerlingenkenmerken als groepskenmerken een rol. Concreet: als er veel zorgleerlingen in een groep zitten dan heeft dat gevolgen voor de begeleidingsmogelijkheden die weer bepalend zijn voor het schoolsucces. Bij de besluitvorming hoort een afrondend gesprek, waarin het uiteindelijke besluit wordt genomen (zie onder A) of medegedeeld (zie onder B.) A. Bij twijfel. De problematiek wordt in een gesprek met de ouders kernachtig samengevat. Het moet duidelijk zijn m.b.t. welke ontwikkelingsaspecten er gerede twijfel is voor de overgang naar groep 3. Duidelijk wordt ingebracht dat er getwijfeld wordt en waarom er getwijfeld wordt. Het uitgebrachte advies is afhankelijk van de ernst van de twijfel. 1. Advies doorgaan naar groep 3. Er moeten voldoende begeleidingsmogelijkheden zijn als de ontwikkeling van het betreffende kind stagneert. 2. Advies doubleren in groep 2. Maak duidelijk waarom je ondanks de twijfel toch kiest voor doubleren (leerlingenkenmerken in relatie tot begeleidingsmogelijkheden). Schets duidelijk, welke problemen zich voor kunnen doen. B. Geen twijfel. Ook nu geldt dat de problematiek kernachtig wordt samengevat. Gezien de kenmerken van de leerling in combinatie met de begeleidingsmogelijkheden kunnen we een overgang naar groep 3 niet voor onze verantwoording nemen. In beide gevallen is het advies is van de school bindend. Meerbegaafden Het bovenstaande gaat voornamelijk over kinderen met een achterstand op verschillende ontwikkelingsgebieden. Het is natuurlijk ook mogelijk dat een meerbegaafd kind versneld door de groepen 1/2/3 gaat. Hierbij gaat de voorkeur uit naar een tussentijdse overstap van groep 1 naar 2, met de mogelijkheid om eind groep 2 over te gaan naar groep 3 Dan kan er nog een half jaar in groep 2 gewerkt worden aan voorbereiding voor groep 3. Een tussentijdse overstap van groep 2 naar groep 3 halverwege het schooljaar wordt niet wenselijk geacht, omdat het kind dan de geleidelijke overgang van een andere manier van werken in groep 3 mist. Het is dus zeer belangrijk dat de leerkracht in groep 1 attent is op deze kinderen en ze op tijd signaleert. Doorstroom kleutergroepen Protocol leerlingenoverdracht Prinses Julianaschool Gouda 5
Omdat de school wettelijk verplicht is te zorgen voor een doorgaande leerlijn kunnen leerlingen van de groeigroep niet vanzelfsprekend in groep 1 geplaatst worden. In principe hanteren we de volgende criteria: Op grond van hun ontwikkelingsniveau kunnen leerlingen uit de groeigroep in groep 2 geplaatst worden. Toetsing m.b.v. Kijk en CITO maakt uit of een leerling hiervoor in aanmerking komt. Even zwaar weegt mee het beargumenteerde oordeel van de leerkracht. Wanneer blijkt uit deze gegevens dat een leerling hier nog niet aan voldoet, dan gaat de leerling met groep 1 verder. De onderdelen waar niet voldoende op werd gescoord, worden m.b.v. een hulpplan verder ontwikkeld. Regelmatig wordt geëvalueerd of de geboden extra hulp, de gewenst resultaten biedt, namelijk dat de leerling in december het niveau heeft gehaald om door te gaan met groep 2. Is dit het geval dan stroomt de leerling na de kerstvakantie in bij groep 2 en volgt het laatste halve schooljaar groep 2 onderwijs om op deze manier met de groep mee te gaan naar groep 3. Ook hierbij geldt dat toetsresultaten alleen niet van doorslaggevend belang zijn. De besluitvorming hierover komt tot stand in overleg met leerkrachten van de diverse groepen en de IB-er. Is de leerling in december niet klaar om het onderwijs van groep 2 te volgen, dan blijft het hulpplan in werking, zodat een voortgang op het eigen ontwikkelingsniveau gegarandeerd is in groep 1. Wanneer sprake is van een verlengde kleutertijd wordt voor de desbetreffende leerling een hulpplan opgesteld, zodat binnen groep 2 een voortgang op het eigen ontwikkelingsniveau zichtbaar is. Aandachtspunten bij het samenstellen van groep 1: Voor elke leerling kijken we of er een vriendje/vriendinnetje meegaat Voor elke leerling kijken we of hij/zij aansluiting heeft op cognitief niveau Jongens en meisjes worden eerlijk verdeeld over beide groepen Zover als mogelijk is in te schatten wordt het cognitief niveau gelijk verdeeld Aantal kerkelijk meelevende kinderen is in de beide groepen gelijk Tijdpad: April: ouders van leerlingen op de lijst krijgen vragenlijst (binnen een maand retour) en datum voor wenmiddag opgestuurd Mei: groeigroep verdelen Juni: aanvullen met kinderen van de lijst Medio juni: leerlingenoverzicht is definitief; lijst gaat naar collega s Eind juni: nieuwe leerlingen krijgen een kaart voor wenmiddag Begin juli: wenmiddag voor nieuwe kinderen bij eigen leerkracht Begin juli: ouders krijgen het overzicht van alle groepen Bijlage: Specificatie basisvaardigheden en ontwikkelingsaspecten Protocol leerlingenoverdracht Prinses Julianaschool Gouda 6
1. Sociale en emotionele ontwikkeling 5,6 6 6,5 1.1 Zelfbeeld wat kan ik wel en niet goed; benoemt het verschil tussen bedoelingen van kan aangeven of iets wel of niet met opzet is gedaan; kan gevoelens van trots, schuld, bij zichzelf onderscheiden; beseft dat mensen kunnen verschillen in zichzelf en van anderen; maakt onder scheid tussen bedoeld en onbedoeld schaamtegedrag; geeft het verband aan tussen de eigen inzet en het resultaat; controle over eigen gedrag wat ze denken, willen en doen 1.2. Relatie met volwassenen toont wederkerige relaties met verschillende volwassenen; is meer zelfstandig in de relatie met volwassenen; neemt afstand; goede omgangsvormen afhankelijkheid hiervan is nog relatief groot 1.3. Relatie met andere kinderen toont wederkerige relaties met verschillende andere kinderen; houdt rekening met anderen; toont zelfstandigheid in deze relaties; langdurige contacten; vaste vriendschappen; vriendschap is nog vaak maakt onderscheid tussen een kwestie van één-richting verkeer bedoeld en onbedoeld gedrag 2. Speel- en werkgedrag 5,6 6 6,5 2.1 Spelontwikkeling geeft een eigen inhoud verdieping in thema's en aan thema's en rollen; komt tot een samenhangend spelverhaal met andere kinderen rollen; kan zich enigermate verplaatsen in rollen van anderen; houd zich aan spelregels 2.2 Taakgerichtheid en zelfstandigheid voert zelfstandig een gestructureerde taak in zijn geheel uit; voert een taak geheel zelfstandig uit; taakbesef, steun van de leraar blijft doorzettingsvermogen belangrijk 3. Motoriek 5,6 6 6,5 3.1 Grote motoriek gecoördineerde fijne bewegingspatronen: loopt over balk, bal stuiten en vangen, touwtje springen een soepel bewegingspatroon, werpt met voorkeur hand, lang touwtje touwtjespringen (minstens 12seconden) 3.2 Kleine motoriek fijn motorische coördinatie (eenvoudige schrijfpatronen); kan veters strikken, een goede motorische coördinatie (moeilijke schrijfpatronen, letters en woorden schrijven cirkel uit Protocol leerlingenoverdracht Prinses Julianaschool Gouda 7
sprake van voorkeurshand bij handelingen (gooien, tekenen, haar kammen) 3.3. Tekenontwikkeling volledige menstekening; gedetailleerde figuratieve afbeeldingen (mensen krijgen kleren aan, huis met deur, ramen en schoorsteen); tekent bij zijaanzicht 2 ogen; gebruik van röntgenperspectief; verhoudingen zijn nog emotioneel bepaald. de losse hand uitknippen), bloeiperiode van de expressiviteit: gedetailleerde uitbeeldingen van mensen, dieren huizen, bomen, vliegtuigen; er worden scènes getekend; hoofdzakelijk nog vlakke vormen; er worden gehelen getekend; nog wel gebruik van röntgenperspectief, verticaal schemabeeld 4. Zintuiglijke waarneming 5,6 6 6,5 4.1. Visuele waarneming kan verschillen tussen afbeeldingen van abstracte vormen/ figuren (letters, cijfers) waarnemen; kan letters en cijfers onderscheiden en onthouden; kan dezelfde woorden in een reeks onderscheiden; kan eenvoudige woorden kan deze vormen natekenen; kan geometrische figuren benoemen; herkent enkelvoudige nastempelen; herkent letters in eigen naam en in andere woorden; lettervormen en cijfers 4.2. Auditieve waarneming kan het verschil horen tussen woorden die op elkaar lijken: neus-reus, builbeul; kan met eenvoudige woorden rijmen houdt bij inkleuren rekening met figuur-achtergrondaspecten kan klanken van éénlettergrepig woord synthetiseren; kan lettergrepen van woorden klappen; kan een reeks van 5 woorden inprenten (poeshond-paardkoe-schaap) 5. Mondelinge taalontwikkeling 5,6 6 6,5 kan een samenhangend verhaal van meerdere zinnen vertellen; chronologie; logische ordening, gevarieerde woordkeus morfologie(verbuiging van woorden); woordgebruik en zinsbouw zijn juist 6. Lichaamsoriëntatie 5,6 6 6,5 kan asymmetrische kan samengestelde Protocol leerlingenoverdracht Prinses Julianaschool Gouda 8
lichaamshoudingen imiteren vanaf een afbeelding opdrachten naar het eigen lichaam toe'vertalen' en verwoorden wat het doet 7. Ruimtelijke oriëntatie 5,6 6 6,5 beheerst ruimtelijke begrippen in het platte vlak gecombineerd ("de jongen die voor en naast het huis speelt"); kan vanaf afbeeldingen ook nabouwen wat niet zichtbaar is; kan links en rechts van het eigen lichaam aanwijzen past begrippen links en rechts toe op voorwerpen waarbij de lichaamsas niet meer als referentiepunt fungeert, bijv. links en rechts bij andere personen aanwijzen 8. Tijdsoriëntatie 5,6 6 6,5 kan eigen ervaringen naar tijd indelen d.m.v. woorden als: straks, later, morgen, gisteren; heeft inzicht in hoe een dag en week qua tijd zijn ingedeeld; gebruikt/ begrijpt termen beginnende belangstelling voor klokken en kalenders; weet welke dagen van de week er geen school is als gisteren, eergisteren; zegt Het is herfst want de bladeren vallen ; kan seizoenen op afbeeldingen herkennen 9. Symboolverkenning 5,6 6 6,5 9.1 Ontwikkeling van beginnende L3 Woorden namaken L4 Zelf woorden maken en geletterdheid zonder maken en lezelezen letterkennis kan nu zelf woorden meer belangstelling voor letters; zelf bedachte woordjes worden door leraar voorgemaakt en door kind nagemaakt; maken; groeiende kennis van klank- letterkoppelingen; zelf woorden lezen; alfabetisch principe en taalbewustzijn interesse voor klankovereenkomsten en klankverschillen; kan woorden in klankgroepen verdelen; herkenning van letters uit eigen naam in andere woorden; alfabetisch principe en taalbewustzijn Protocol leerlingenoverdracht Prinses Julianaschool Gouda 9
9.2. Ontwikkeling van het inzicht in cijfers en getallen 10. Ontwikkeling van het logisch denken kan actief hoeveelheden t/m 5 hoeveelheden samenstellen en benoemen; kan met behulp hiervan erbij- en 10; telt terug eraf-vragen t/m 5 in betekenisvolle situaties oplossen herkent de hoeveelheden op een dobbelsteen; schrijft de cijfers t/m 10; kan aantallen t/m10 op verschillende manieren representeren; kan met behulp hiervan erbij- en eraf-vragen in betekenisvolle situaties beantwoorden 5,6 6 6,5 brengt d.m.v. passen en meten rangorde aan (S2); kan voorwerpen volgens 2 criteria ordenen K2 op weg naar H3 nauwkeurige vergelijking van hoeveelheden op basis van één-één-relatie; ingenomen ruimte werkt niet meer verstorend; één meer dan/één minder dan Protocol leerlingenoverdracht Prinses Julianaschool Gouda 10