Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu Kenniscentrum InfoMil Olieafscheiders 10 maart 2017
Inhoudsopgave Olieafscheiders 3 Algemene Regels 3 Capaciteitsberekening olieafscheider 6 Minerale olie afscheiders: NEN-EN 858 6 Foto's olieafscheider 9 Controle van de slibvangput/olieafscheider 10 Colofon 13
Olieafscheiders Minerale olie is een ongewenste stof in het afvalwater. De eenvoudigste manier om olie en water te scheiden is een olieafscheider. De grote van een oliescheider hangt af van de hoeveelheden olie en water. Hier over staan voorschriften opgenomen in het Activiteitenbesluit en het Besluit lozen buiten inrichtingen. Deze algemene regels staan hier uitgelegd. In vergunningen (Water- of omgevingsvergunning) mag het bevoegd gezag afwijkende voorschriften opnemen. Dat zijn individuele beschikkingen. Algemene Regels Olie is een ongewenste stof in het afvalwater. In het Activiteitenbesluit en het Besluit lozen buiten inrichtingen staan daarom regels voor die situaties waarbij minerale olie in afvalwater terecht kan komen. De eenvoudigste manier om olie en water te scheiden is een olieafscheider. De grote van een oliescheider hangt af van de hoeveelheden olie en water. De algemene regels staan hier uitgelegd. Bij activiteiten die in vergunningen (Water- of omgevingsvergunning) worden geregeld mag het bevoegd gezag afwijkende voorschriften over afscheiders opnemen. welke algemene regel is van toepassing Olieafscheiders gebruikt men op plekken waarbij een grotere kans is op het lozen van minerale olie. Denk bijvoorbeeld aan het wassen van personenauto s en vrachtwagens. Maar ook bij werkplaatsen waar men aan motorvoertuigen sleutelt of een tankstation. Afhankelijk waar en door wie een lozing doet of plaatsvind bepaalt de vindplaats van regelgeving. Bijvoorbeeld het wassen van auto's: Wanneer dit plaatsvindt vanuit een particulier huishouden dan Besluit lozen afvalwater huishoudens. Wanneer dit op straat plaatsvindt, dan geldt Besluit lozen buiten inrichtingen wanneer dit bij een bedrijf plaatsvindt, dan geldt het Activiteitenbesluit. De inhoud van de voorschriften is niet anders maar van waaruit een lozing plaatsvindt bepaald welk besluit van toepassing is. In dat besluit vindt je de voorschriften voor die situatie. Activiteitenbesluit In het Activiteitenbesluit zijn bij afzonderlijke activiteiten in hoofdstuk 3 of 4 eisen gesteld aan oliehoudend afvalwater. De activiteiten in hoofdstuk 3 zijn: tanken van motorvoertuigen en spoorvoertuigen, artikel 3.23 wassen van motorvoertuigen, werktuigen of spoorvoertuigen, artikel 3.23c demonteren van autowrakken of tweewielige motorvoertuigen, artikel 3.26c gelegenheid tot afmeren van pleziervaartuigen (jachthaven), artikel 3.26h opslaan en overslaan van goederen, artikel 3.34 De activiteiten in hoofdstuk 3 van het besluit gelden voor alle bedrijven, type A,B- of C-bedrijven. Een inrichting type B en een inrichting type C moeten de activiteit melden. Olieafscheiders Kenniscentrum InfoMil 3
Voor type A/B bedrijven is ook in de volgende activiteiten iets over olie geregeld: lozen van afvalwater afkomstig van metaal bewerken, artikel 4.71 tanken van vaartuigen, artikel 4.75 onderhouden van motoren, apparaten of voertuigen, artikel 4.75 onderhouden of afspuiten van pleziervaartuigen, artikel 4.75 tanken van voertuigen voor eigengebruik, artikel 4.82 De regels voor activiteiten in hoofdstuk 4 gelden niet voor type C bedrijven. Voor type-c bedrijven worden de regels voor deze activiteit in de omgevingsvergunning vermeld bij een lozing op het riool. Bij een lozing op oppervlaktewater worden deze regels in de watervergunning opgenomen. algemeen geregeld In het algemeen is een directe lozing van oliehoudend afvalwater in oppervlaktewater of bodem ongewenst. In beginsel mag geen olie direct in het milieu terecht komen. In de algemene regels zijn voor oliehoudend afvalwater alleen lozingen de lozing op het vuilwaterriool geregeld. De andere lozingsroutes voor oliehoudend afvalwater zijn niet toegestaan. Bij lozen van oliehoudend afvalwater in het vuilwaterriool is de standaardlozingseis (BBT) 20 mg/liter minerale olie in enig steekmonster. Een ondernemer mag zelf kiezen hoe hij deze norm bereikt: door heel schoon te werken (good housekeeping), of door het plaatsen van een voorziening die voldoet aan de lozingsnorm. Een voorziening die voldoet is een olieafscheider die voldoet aan de NEN-EN 858, voluit de NEN-EN 858-1:2002 of NEN-EN 858-1:2002/A1:2004 en NEN-EN 858-2:2003. Een olieafscheider die is ontworpen volgens de NEN-EN 858 moet voldoen aan de grenswaardewaarde van 200 mg/l olie. De norm van 200 mg/l geldt voor enig steekmonster. Om daaraan te voldoen zal de gemiddelde olieconcentratie veel lager moeten liggen. Een goed gedimensioneerde en goed onderhouden combinatie van slibvangput met olieafscheider voldoet aan deze norm. In normale omstandigheden zal de olieafscheider kunnen voldoen aan de standaardlozingseis. Daarom is het gedrag (good housekeeping) door het bedrijf belangrijk. Het gebruik van reinigingsmiddelen en hogedrukreiniger mag de olieafscheider niet nadelig beïnvloeden. Ook blijft zorgvuldig werken noodzaak. Met uitzondering van bij tankstations stellen de algemene regels geen specifieke eisen aan het plaatsten van een olieafscheider; de zorgplicht volgens artikel 2.1 van het Activiteitenbesluit is natuurlijk wel van toepassing. Er zijn afwijkende algemene regels voor oliehoudend afvalwater bij bodemsaneringen en proefbronneringen. Hier is een lozing in het oppervlaktewater toegestaan als aan grenswaarden wordt voldaan. De grenswaarde voor minerale olie in het te lozen afvalwater voor: grotere wateren (aangewezen wateren) 500 microgram per liter (0,5 mg/l); kleinere wateren (niet aangewezen) 50 microgram per liter (0,05 mg/l). Dit staat in artikel 3.1 van het Activiteitenbesluit en artikel 3.1 van het Besluit lozen buiten inrichtingen. Deze waarden zijn niet haalbaar met een normale olieafscheider, hiervoor zullen verdergaande technieken nodig zijn. Andere lozingsroutes dan vuilwaterriool Wanneer oliehoudend afvalwater op de bodem of in een hemelwaterriool geloosd wordt, is Olieafscheiders Kenniscentrum InfoMil 4
toestemming nodig van de gemeente. Het bevoegd gezag, de gemeente, kan met een maatwerkvoorschrift op basis van artikel 2.2a. Activiteitenbesluit toestemming verlenen. Voor een lozing in oppervlaktewater is een Waterwetvergunning nodig. De waterkwaliteitsbeheerder is voor de watervergunning bevoegd gezag. Afvoer van de inhoud van olieafscheider De inhoud van de olieafscheider is gevaarlijk afval (EURAL 13.05). Hierop is titel 10.6 Wet milieubeheer (Wm) van toepassing: afgifte aan een erkende inzamelaar: art. 10.37 Wm; het bewaren van de afgiftegegevens art. 10.38 Wm. Dit geldt mogelijk ook voor andere afvalstoffen vanuit deze afvalwaterstroom. Zie ook EURAL 16.10. Strengere eisen, maatwerk Als er door omstandigheden scherpere normen moeten gelden (BBT-toets), zal men ook nog betere technieken moeten inzetten. Bijvoorbeeld een coalescentie-scheider. Coalescentie-scheiders gebruikt men gecombineerd met een "normale" oliescheiders. De oliescheider vangt eerst het merendeel van de olie op. In een coalescentie-scheider zitten meerdere platen, gaasfilters of pakkingsmateriaal. Allemaal contactpunten waar oliehoudend water langs stroomt. Al langsstromend botsen kleine druppels tegen dit vergrote contact oppervlak. En daardoor tegen elkaar, om zo samen te vloeien tot grotere druppels. Het belang hiervan is dat grotere druppels beter en sneller af te scheiden zijn dan kleine druppels. Het rendement is daarom beter dan van een normale oliescheider. Een coalescentiefilters kost wel meer dan een normale olieafscheiders. Meerdere stromen op één olieafscheider Meerdere oliehoudende afvalwater stromen mogen op één afscheider uitkomen. Bijvoorbeeld omdat een bedrijf een deel van zijn activiteit verplaatst naar een andere plek op het terrein. Zo hoeft de ondernemer geen nieuwe oliescheider te plaatsen. Hiervoor gelden wel voorwaarden. De afscheider: werkt doelmatig; is voldoende gedimensioneerd; het effluent voldoet aan de lozingseis; voor controle bereikbaar. Als over één of meerdere van deze aspecten twijfel bestaat kan het bevoegd gezag hier tegen optreden. Dit kan bijvoorbeeld omdat door een nieuwe activiteit het bedrijf meer afvalwater produceerd waarvoor de aanwezige afscheider te weinig capaciteit heeft. Het is niet toegestaan om een oliehoudende afvalwater stroom en ander afvalwater over een olieafscheider te leiden. (artikel 2.2 AB, 2,3 Blbi) Olieafscheiders van voor 2008, overgangsrecht Voor al bestaande olieafscheiders, bijvoorbeeld die voldoen aan NEN 7089, geldt overgangsrecht. Het gaat om lozingssituaties voordat het activiteitenbesluit voor die activiteit van toepassing werd. Door certificering op grond van BRL 5251 voor betonnen olieafscheiders (BeoordelingsRichtLijn) kon het bedrijf aantonen dat voldeed aan NEN 7089. Dit is belangrijk om rekening mee te houden bij handhaving. Dit geldt ook voor andere type olieafscheiders met voldoende capaciteit. Belangrijk verschil in de nieuwe normen is de capaciteitsberekening. Bij toepassing van de berekening volgens de NEN-EN 858-2:2003 zou een ondernemer in zijn huidige situatie een grotere afscheider Olieafscheiders Kenniscentrum InfoMil 5
moeten plaatsen dan bij hantering van de berekening van de oude NEN. In de berekeningstabel kunt u de capaciteit berekenen op basis van de nieuwe NEN-EN 858-2:2003. De NEN 7089 bevatte formeel geen onderhoudsvoorschriften bevat. In bijlage A van NEN 7089 staat wel een aanbevolen onderhoudsfrequentie van 1 maal per 2 maanden. Die bijlage maakt uitdrukkelijk geen deel uit van de NEN. Voor olieafscheiders van voor 1 maart 1997 is in het geheel geen onderhoudsregime beschikbaar. De onderhoudsaanbeveling van NEN 7089 heeft niet de status van het onderhoudsregime zoals genoemd in NEN-EN 858-2:2003. In het geval het besluit zaken niet expliciet regelt is de zorgplicht van artikel 2.1 van toepassing. In dit geval gaat het om de volgende onderdelen van het tweede lid: l.... m. het zorgen voor een goede staat van onderhoud van de inrichting (en dus ook van de daar aanwezige installaties zoals olieafscheiders), n. de bescherming van de doelmatig werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater, en o. het doelmatig beheer van afvalwater,... Met een maatwerkvoorschrift op basis van de zorgplicht mag het bevoegd gezag het te hanteren onderhoudsregime vastleggen. Het bevoegd gezag moet bepalen wat de praktische invulling van de zorgplicht per inrichting inhoudt. Hier vindt u de capaciteit berekenen op basis van de nieuwe NEN-EN 858-2:2003. Controlevoorziening foto's van een olieafscheider. Capaciteitsberekening olieafscheider Met deze tool kunt u de capaciteit van een olie afscheider berekenen. In NEN-EN 858 is capaciteit de Nominal Size ofwel doorstroomcapaciteit in liter/seconde. Toon op website : Capaciteitsberekening olieafscheider Minerale olie afscheiders: NEN-EN 858 Vanaf 1 januari 2007 moeten alle op de Europese markt verkochte olieafscheiders voldoen aan de NEN-EN 858-1:2002 of NEN-EN 858-1:2002/A1:2004 en hebben een CE-markering. Volgens de overgangsregeling mogen bestaande afscheiders blijven voldoen aan de regelgeving. Om een goede werking van olieafscheiders te waarborgen, heeft de overheid normen vastgesteld waaraan afscheiders moeten voldoen. De normen hebben betrekking op onder meer het ontwerp (waaronder de dimensionering) en het onderhoud van de afscheiders. Op olieafscheiders en slibvangputten was NEN 7089 (inclusief tweede correctieblad 1993) van toepassing. Nederland heeft inmiddels de Europese normen volledig en ongewijzigd overgenomen in de nationale regelgeving als het Activiteitenbesluit. De NEN-EN 858 bestaat uit twee delen. Deel 1 heeft als ondertitel: ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, en deel 2: bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en Olieafscheiders Kenniscentrum InfoMil 6
onderhoud. Deel 1 heeft vooral betrekking op de afscheider zelf terwijl deel 2 zich richt op de wijze van toepassing van de afscheider. Deel 1 is een geharmoniseerde norm, wat betekent dat lidstaten de norm ongewijzigd moeten over te nemen. Dat is niet het geval met deel 2. De lidstaten mogen de aspecten die daarin staan aanscherpen, maar dat gebeurt niet in de Nederlandse wetgeving. CE-markering Als de olieafscheider voldoet aan de NEN-EN 858 heeft het ook een CE-markering. In de bijlage van de NEN-EN staat uitgelegd wat de CE-markering inhoudt. Op het contactpunt bouwproducten kunt u meer informatie vinden over de richtlijn bouwproducten. Op de deksel van de afscheiderput staat het woord `afscheider'. Bij de ingang van het mangat van de afscheider zit een naamplaatje. Het naamplaatje zit bij voorkeur aan de binnenkant. Het naamplaatje bevat de volgende informatie: EN 858; klasse (I of II); volume van de afscheiderput, in l of m3; volume van de slibvangput, in l of m3; opvangcapaciteit voor de afgescheiden olie, in l of m3; dikte van de maximale opvang hoeveelheid, in mm; bouwjaar; naam of logo van de fabrikant; het logo van de certificeringsinstantie. Olieafscheiders volgens NEN-EN 858-1 en -2 In het Activiteitenbesluit is de nieuwe NEN-EN 858-1:2002 of NEN-EN 858-1:2002/A1:2004 en NEN-EN 858-2:2003 opgenomen. Nieuwe te plaatsen olieafscheiders en slibvangputten moeten daarom voldoen aan de nieuwe NEN-EN norm. Bij toepassing van de berekening volgens de NEN-EN 858-2:2003 moet een ondernemer in een aantal gevallen een grotere afscheider te plaatsen dan bij hantering van de berekening van de oude NEN. In de berekeningstabel kunt u de capaciteit berekenen op basis van de nieuwe NEN-EN 858-2:2003. Het bevoegd gezag zal bij toepassing van de berekeningsmethode van de NEN-EN rekening moeten houden met de maximale lozing in de praktijk. Vanaf 1 januari 2007 moeten alle op de Europese markt verkochte olieafscheiders voldoen aan de NEN-EN 858-1:2002 of NEN-EN 858-1:2002/A1:2004. De NEN-EN 858 is de Nederlandse vertaling van de Europese norm EN 858. Afscheiders uit Europese landen die voldoen aan de EN 858 mogen ook toegepast worden. Bijvoorbeeld de DIN-EN 858 is de Duitse versie van de EN 858-1:2002 + A1:2004. Eisen voor onderhoud In de voorschriften van het Activiteitenbesluit staan geen directe voorschriften voor het onderhoud van de olieafscheider en slibvangput. De eisen voor onderhoud staan al in NEN-EN 858-2:2003. De voorschriften van het Activiteitenbesluit verwijzen direct naar de NEN-EN 858-1:2002 of NEN-EN 858-1:2002/A1:2004 en NEN-EN 858-2:2003. De onderhoudsvoorschriften in de norm is daarom leidend. In de NEN-EN 858-2:2003 is staat dat ten minste één keer per zes maanden onderhoud aan de olieafscheider moet plaatsvinden. In de toelichting bij artikel 4.75 van het Activiteitenbesluit staat ten onrechte een termijn van één jaar genoemd. In NEN-EN 858-2:2003 staat het volgende (vrij vertaald): Alle regelmatig te onderhouden onderdelen van de olieafscheider, moeten altijd bereikbaar zijn. Olieafscheiders Kenniscentrum InfoMil 7
Onderhoud aan het systeem vindt tenminste 1 keer per 6 maanden plaats door vakkundig personeel. Het onderhoud vindt plaats in overeenstemming met de instructies van de fabrikant en bevat tenminste de volgende onderdelen: - slibvanggedeelte: bepaling slibvolume; - afscheider: meting dikte olielaag, controle functionering automatische vlotter, controle van het waarschuwingsinstrument; - bemonsteringsschacht: schoonmaken van het afvoerkanaal. Zo nodig verwijderd van olie en slib en daarna de afscheider vullen met schoon water. Als de helft van het slibvolume in het slibvanggedeelte vol is aan te bevelen de installatie te legen. Dat geldt ook als 80% van het opvangvolume van de afscheider vol is. Naar gelang de uitkomsten van het halfjaarlijkse onderhoud van de olieafscheider zoals dat in de NEN-EN 858-1:2002 of NEN-EN 858-1:2002/A1:2004 en NEN-EN 858-2:2003 staat beschreven, zal de afscheider geleegd dienen te worden. Ondanks deze onderhoudsverplichtingen mag effluent in ieder geval nooit meer dan 200 mg/l olie bevatten. Het onderhoud moet volgens NEN-EN 858-2:2003 plaatsvinden door vakkundig personeel. Zowel NEN-EN 858 als het Activiteitenbesluit stellen verder geen eisen aan dat personeel. De persoon in kwestie moet vakbekwaam zijn. Dat kan dus ook de ondernemer zelf zijn of een medewerker van het bedrijf. Uiteindelijk is het ter beoordeling van het bevoegd gezag of de persoon vakbekwaam is. De inhoud van een olieafscheider (en van de bijbehorende slibvangput) is gevaarlijk afval. Dit moet een erkende inzamelaar ophalen. De ondernemer mag de olieafscheider wel zelf leeg halen. Het verdient de voorkeur om ook dit door de inzamelaar te laten doen. De ondernemer moet namelijk altijd kunnen aantonen wat er met het gevaarlijk afval gebeurt. Dit kan bijvoorbeeld door het overleggen van een onderhoudscontract met een erkende inzamelaar. Registratie De NEN-EN schrijft ook het bijhouden van een registratie (logboek) van het onderhoudt voor. De registratie is beschikbaar voor het bevoegd gezag. Het bijhouden van de data van legen en reinigen en onderhoud van de afscheider past binnen de zorgplicht van de ondernemer. Deze registratieverplichting staat in de NEN-EN en daarom wettelijk verplicht. 5-jaarlijkse controle In aanvulling op het halfjaarlijkse onderhoud staat een 5 jaarlijkse controle in de NEN-EN 858-2:2003. Hierover staat het volgende in de NEN-EN-2 (vrij vertaald): Het legen van de afscheider en het uitvoeren van een algemene controle in intervals van maximaal 1 keer per 5 jaar staat voorgeschreven. Deze controle omvat de volgende aspecten: - lekkage van het systeem; - controle van de constructie; - controle van eventueel aangebrachte coatings; - het functioneren van de verschillende onderdelen; - het functioneren van elektronische instrumenten en installaties; - controle van de instelling van de automatische afsluiting, bijvoorbeeld drijvende bestanddelen. De eisen die gesteld aan degene die deze controle uitvoert zijn dezelfde als bij het halfjaarlijks onderhoud. Uiteraard kan deze controle alleen maar grondig gebeuren als de afscheider leeg is. Voor de ondernemer is dit van belang omdat bij lekkage van de olieafscheider bodemverontreiniging kan ontstaan waarvoor de ondernemer verantwoordelijk is. Het saneren van een bodemverontreiniging kan een kostbare zaak zijn. De verantwoordelijk bij eventuele lekkage van de aanvoerleidingen naar de olieafscheiders, en de daardoor mogelijke bodemverontreiniging, ligt bij de ondernemer. Olieafscheiders Kenniscentrum InfoMil 8
Mogelijke verplichtingen uit ARBO wetgeving Bij het onderhouden van de olieafscheider en de slibvangput kunnen ARBO regels van toepassing zijn. Voor de afvalbedrijven geldt de ARBO-catalogus afvalbedrijven. Foto's olieafscheider Foto links: bovenaanzicht afscheiders: 1 slibvangput; 2 afscheider; 3 controlevoorziening Foto rechts: bovenaanzicht olieafscheider. Controlevoorziening, vrij verval. Bovenaanzicht en los exemplaar op bouwplaats. NEN plaatje (voorbeeld) Olieafscheiders Kenniscentrum InfoMil 9
Controle van de slibvangput/olieafscheider Bij het plaatsen en onderhouden van een slibvangput en olieafscheider moet men rekening houden met een aantal aandachtpunten. Eenmalige controle Bij oprichting of verandering van de inrichting of plaatsing van nieuwe slibvangput en olieafscheider kijkt men naar: 1. Juiste dimensionering van de slibvangput en olieafscheider. 2. Correcte plaatsing van de afscheider: aan- en afvoerleidingen goed aangesloten en vlotter werkt, 3. Alleen afvalwater afkomstig van de wasplaats stroomt door de slibvangput en olieafscheider. Dus geen afvalwater. Bijvoorbeeld van sanitair of regenwater. Herhaalde routinecontroles: (goed beheer van de installatie) Bij een inrichting met slibvangput en olieafscheider kijkt men naar het regelmatig verwijderen van afgescheiden afvalstoffen. En de correcte afgifte aan een erkende inzamelaar die op de VIHB lijst staat. Zijn afgiftebonnen beschikbaar? Controleer eventueel vooraf de afgiftekarakteristiek in het LMA. 4. In de NEN-EN-858 staat als verplichting dat men de slibvangput en olieafscheider eens per 6 maanden controleerd. Het gaat daarbij om een visuele en fysieke controle op het functioneren van de oliescheider. Afhankelijk van de resultaten van deze controle kan men de frequentie van legen van de slibvangput en olieafscheider aanpassen. Dit bepaald het bevoegd gezag met maatwerk. 5. Visueel: lijkt de afscheider beschadigd of aangetast, werkt de vlotter? 6. Fysieke controle: Meting sliblaag en olielaag. Volgens de NEN mag de slibopvangruimte voor maximaal 50 % gevuld. De olieopslagruimte mag voor maximaal 80% gevuld zijn. Dit komt in het algemeen overeen met een olielaagdikte van 16 cm. Iets wat per type afscheider kan verschillen, maar duidelijk in de productbeschrijving van de slibvangput en olieafscheider staat vermeld. Bij een te dikke olielaag, kan men de conclusie kunnen trekken dat het onderhoud afscheider niet goed gebeurt. Aandachtspunten Bij 1. t/m 3. is aandacht in de (ver)bouwfase van belang. De lozingssituatie moet in rioleringtekening staan van bouw. Bij verbouw moet men dan de dimensionering herberekeningen om de tekening te Olieafscheiders Kenniscentrum InfoMil 10
kunnen aanpassen. Bij 4. en 5. is sprake van administratief toezicht op de afvaldocumenten, eventuele instructie van personeel en borging daarvan in de organisatie. Bij 6. is sprake van fysiek toezicht. Gecertificeerde bedrijven laten een uitvoerig onderhoudsdocument achter. Hierin staat ook waardevolle informatie voor de inspectie (bijv. mankementen aan de afscheider). Er is geen verplichting om het onderhoud door een Kiwa gecertificeerd bedrijf te laten uitvoeren. Controlevoorziening Afvalwater met een concentratiegrenswaarde van 200 mg/l minerale olie moet eerst door een doelmatige en goed toegankelijke controlevoorziening stromen. De ondernemer moet de monstername mogelijk maken. Dit moet vóór vermenging met een andere afvalwaterstroom. Dit geldt ook voor afvalwater met een concentratiegrenswaarde van 20 mg/l minerale olie. Het bemonsteren en analyseren van het afvalwater is nadrukkelijk een taak voor het bevoegd gezag. Als het bevoegd gezag vermoedt dat de lozing niet voldoet aan de normen, zal het bevoegd gezag dit moeten aantonen. Zij kan dit niet afwentelen op de ondernemer. In de NEN 6600-1 staat de monsterneming van afvalwater beschreven. Artikel 2.3 lid 2 van het Activiteitenbesluit verwijst voor de voorwaarden van monsterneming naar deze NEN. In de praktijk betekend dit, dat een bemonsteringsvoorziening nodig is om een goed monster te kunnen nemen. Op grond van lid 3 kan het bevoegd gezag hiervan afwijken. LET OP: Als een ondernemer geen goede monstername mogelijk maakt. En het bevoegd gezag tijdens een controle wel een monster neemt: Bij een overschrijding van de concentratiegrenswaarde, kan het bevoegd gezag het bedrijf alleen aanschrijven op de controle voorziening. In dat geval is de gemeten overschrijding maar een aanwijzing van de concentratie. Na aanpassingen zal het bevoegd gezag opnieuw een monster moeten nemen, om de concentratie juist te kunnen vaststellen. Meting en monstername De NEN 6600-1 beschrijft de manier waarop men het afvalwater moet bemonsteren en conserveren. Praktijkkennis is nodig om te voldoen aan de NEN 6600-1, volgens artikel 2.3, lid 2. In de norm staat niet voorgeschreven dat de monsternemer een diploma nodig heeft. Let op. Wanneer een lozing op een lokatie niet of nauwelijks plaats vind, is het nemen van een goed en representatief monster niet eenvoudig. In de praktijk is monstername, met bijbehorende analyse, niet vaak nodig. Inspectie gericht op de administratieve controles en eventueel meting van de laagdiktes kan veelal effectiever blijken. Meting van de dikte van de laag olie kan bijvoorbeeld met een peilstok of olielaagmeter. Opbouw inspectie 1. Dossieronderzoek: zijn gegevens van de slibvangput en olieafscheider bekend? 2. Resultaten en afspraken eerdere controle(s)? 3. Administratieve controle: -afgiftebonnen LMA -vraag naar borging onderhoud binnen bedrijf (wie regelt dit, is er een onderhoudscontract?) -gegevens afscheider: dimensionering, leeftijd. 4. Nieuwe afscheider: eenmalige controle (1. t/m 3.) 5. Bestaande afscheider: gebruikelijke inspectie (3. t/m 7.) 6. Check laagdikte olie (max. 16 cm) en vulling slibopvangruimte (max. 50 %). Deze richtlijnen hebben te maken met de eisen waaraan het product op basis van het ontwerp door de fabrikant moet voldoen. Dit kan invloed hebben op het goed functioneren van de afscheider. Boven deze waarden kan de afscheider het afvalwater niet goed scheiden. Olieafscheiders Kenniscentrum InfoMil 11
7. Eventueel monstername bij controlevoorziening. Meer informatie Meer informatie over de regelgeving voor olieafscheiders en slibvangputten vindt u hier: olieafscheiders en slibvangputten. Hier vind u foto's van een olieafscheider. Olieafscheiders Kenniscentrum InfoMil 12
Colofon URL: http://www.infomil.nl/onderwerpen/klimaat-lucht/handboek-water/activiteiten/lozen-peractiviteit/technische/olieafscheiders/ Datum: 10 maart 2017 Dit is een publicatie van: Kenniscentrum InfoMil www.infomil.nl Post Kenniscentrum InfoMil Postbus 7007 2280 KA Rijswijk Bezoek Kenniscentrum InfoMil Lange Kleiweg 34 Rijswijk Kenniscentrum InfoMil is onderdeel van Rijkswaterstaat Leefomgeving van Rijkswaterstaat, de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Meer over Rijkswaterstaat Leefomgeving vindt u op www.rws. ( #1)nl/leefomgeving. Meer over Rijkswaterstaat vindt u op www.rws.nl