Afasie Inleiding. Afasie is een taalstoornis, ontstaan door hersenletsel. Meestal is de oorzaak hiervan een bloedvataandoening in de hersenen (herseninfarct, hersenbloeding), een hersenverwonding door een ongeluk, of een hersengezwel / hersentumor. Afasie is een taalstoornis, waardoor mensen plotseling niet meer kunnen spreken, schrijven, gebaren, lezen en begrijpen wat door anderen wordt gezegd. Dit betekent dat de communicatie ernstig gestoord is. Doordat men niet of moeilijk meer kan zeggen wat men wil, of niet volledig begrijpt wat anderen zeggen, verliest men het contact met de medemens. Het spreekt vanzelf dat dit een ingrijpende verandering betekent in het leven van u en uw familie. Wat is afasie? Ieder mens gebruikt taal. Praten, het vinden van de juiste woorden, begrijpen, lezen, schrijven en gebaren zijn onderdelen van ons taalgebruik. Wanneer als gevolg van hersenletsel een of meer onderdelen van het taalgebruik niet meer goed functioneren, noemt men die afasie. A= niet, fasie= spreken betekent dus dat iemand niet meer kan zeggen wat hij wil. Hij kan de taal niet meer gebruiken. Jaarlijks ondervinden veel mensen tijdens hun vakantie in het buitenland de frustratie van het niet goed duidelijk kunnen maken wat ze bedoelen of het niet goed begrijpen wat de ander zegt. Zelfs in landen waarvan wij menen de taal goed te beheersen merken we dat we ons niet goed kunnen uitdrukken, bijvoorbeeld een doktersbezoek. In landen waarvan we de taal minder goed beheersen, worden onze communicatie mogelijkheden met de lokale bevolking steeds beperkter, en lukt het ons zelfs niet altijd om op ons bord te krijgen wat we zo graag wilden eten. Mensen met een afasie ondervinden dagelijks deze problemen. Afasie is dus een taalstoornis. Geen twee mensen met een afasie zijn precies gelijk. De ernst en de omvang van de afasie zijn onder andere afhankelijk van de plaats en de ernst van het hersenletsel, het vroegere taalvermogen en iemands persoonlijkheid. Sommige patiënten met afasie kunnen wel goed taal begrijpen, maar hebben moeite met het vinden van de juiste woorden of met het bouwen van zinnen. Anderen spreken juist veel, maar wat zij zeggen is voor de gesprekspartner niet of moeilijk te begrijpen. Deze patiënten hebben grote problemen met het begrijpen van taal. Het taalvermogen van de meeste afasiepatiënten bevindt zich ergens tussen deze twee uitersten. 1 van 6
Iemand met een afasie beschikt over zijn volledige intellectuele capaciteiten. Populair gezegd, de persoon is niet gek of dement geworden. Hoe begrijpt iemand met een afasie? Iemand met een ernstige afasie begrijpt vaak alleen maar de belangrijkste woorden uit een zin. Hij begrijpt alleen de trefwoorden. Deze trefwoorden combineert hij met zijn algemene kennis van zaken en met wat hij verwacht dat de spreker zal zeggen. Bijvoorbeeld in de zin: Wilt u suiker in de koffie? verwacht hij dat hem suiker in de koffie wordt aangeboden. Als u echter iets onzinnig zou zeggen waar ook de woorden suiker en koffie in voorkomen zoals: dus hij suiker van de koffie? dan zou de afasie patiënt ook verwachten dat u hem suiker in de koffie aanbiedt. Dit is een voorbeeld van hoe een afasie patiënt begrijpt. De logopediste legt u aan de hand van voorbeelden uit hoe een en ander in zijn werk gaat. Is aangepaste communicatie met mensen met afasie moeilijk? Het antwoord is; Ja, u moet er erg aan wennen. Je moet er aan denken om altijd pen en papier bij de hand te hebben. Belangrijk is om goed te letten op de totale reactie van iemand met een afasie. Soms is het gesproken woord niet wat wordt bedoeld. Heel veel geduld is nodig om de juiste weg te vinden. Naast het wennen aan de nieuwe situatie, moet u en uw partner ook de tijd nemen om het verdriet te verwerken van de handicap die is ontstaan. Als u daarbij hulp nodig heeft, kunt u dit aan de verpleegkundige vertellen. Zij zoekt dan samen met u begeleiding die bij u en uw partner/familielid past. Hoe communiceert u beter met iemand met afasie? Zoals al eerder gezegd zijn de meeste mensen met een afasie wel in staat tot communicatie. Er zijn een aantal richtlijnen die u helpen deze communicatie beter te laten verlopen Neem de tijd voor het gesprek met iemand met een afasie. Ga rustig bij hem zitten en maak eerst oogcontact. Spreek langzaam in korte zinnen Vraag één ding tegelijk. Wilt u suiker en melk in de koffie?, kunt u dus beter niet vragen. Wel kunt u vragen: Wilt u suiker in de koffie?, u wacht dan eerst het antwoord af en dan vraagt u of ook melk in de koffie gewenst is. Wijs aan waarover u spreekt. Bijv.: u wijst naar de televisie en zegt; Wil je TV kijken? Maak een gebaar terwijl u spreekt, bijv. ; u maakt een gebaar voor Slapen en zegt; Wil je al slapen? Maak een eenvoudig tekeningetje om te verduidelijken waarover u spreekt. Bijv. u tekent snel een fiets en u zegt; Mijn fiets is gestolen. 2 van 6
Stimuleer de afasiepatiënt om gebaren te gebruiken, om iets te tekenen of om iets aan te wijzen. Soms lukt dit en helpt goed bij de communicatie. Schrijf tijdens het gesprek trefwoorden onder elkaar op; - Bij afspraken - Bij wat ingewikkelde mededelingen. Bijv. bij; Wij moeten om twee uur naar de dokter, schrijft u op: JAN en WILLIE 2 uur DOKTER AZALEASTRAAT 25 U schrijft dus niet wij maar de namen van de personen om wie het gaat. Het adres schrijft u op om aan te geven dat de dokter niet bij u thuis komt maar dat u naar de dokter gaat. Nog een ander voorbeeld. Als de verpleegkundige bijv. wil vragen; Is uw vrouw op bezoek geweest?, kan ze opschrijven: MAANDAG, de dag is duidelijker dan bijvoorbeeld gisteren of vandaag en WILLIE. Ook hier geldt de naam is duidelijker dan bijv. Uw vrouw. Als trefwoorden uit een gesprek worden opgeschreven, wordt iemand met een afasie veel actiever bij een gesprek betrokken. Suggesties voor communicatie met afasiepatiënten. Het is belangrijk om te weten dat behalve het spreken vaak ook andere dingen niet goed meer functioneren. Dit tengevolge van de ziekte en niet omdat de patiënt in de war is, zoals vaak wordt gedacht. De onwillekeurige taal is vaak beter dan de willekeurige. De patiënt kan daardoor erg geëmotioneerd reageren of vaak gaan vloeken. Vloeken is onwillekeurige taal en rolt er als het ware vanzelf uit. De patiënt heeft vaak moeite met het uitvoeren van meerdere handelingen tegelijk. Behalve de hierboven genoemde tips zijn er daarom een aantal algemene suggesties die wij u graag willen meegeven om de communicatie tussen u en de patiënt zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Spreek langzaam, het kost een afasiepatiënt meer tijd om te begrijpen wat er wordt gezegd. Zorg dat de patiënt u ziet terwijl u met hem praat Switch niet teveel van onderwerp Dwing de afasiepatiënt niet te spreken als deze niet wil of kan Probeer taal te ontlokken door automatismen. Een voorbeeld hiervan zijn kinderliedjes die iedereen kent, kan een afasiepatiënt vaak meezingen. Wees zo eerlijk mogelijk tegen de patiënt. Probeer hem niet voor de gek te houden door bijvoorbeeld te zeggen: Alles komt weer goed. 3 van 6
Spreek niet voor de patiënt tenzij dit strikt noodzakelijk is. Help niet te snel met het hele woord voorzeggen. Als je weet wat de patiënt wil zeggen, help dan door de mondstand van het woord voor te doen. Laat de patiënt van je mond aflezen. Val de afasiepatiënt niet in de rede als hij probeert iets te zeggen. Gun hem de tijd om op het volgende woord te komen. Maak geen zinnen voor hem af zonder hem eerst de tijd te geven het zelf te proberen. Praat niet tegen de afasiepatiënt alsof hij doof is. Hij kan wel horen maar niet altijd begrijpen wat je zegt. Voorkom dat meerdere personen tegelijk tegen de afasiepatiënt praten. Het is eenvoudiger om naar een persoon tegelijk te luisteren. Zeg hardop hoe gebaren of gezichtsuitdrukkingen van de afasiepatiënt op u overkomen. U kunt dan vaststellen of u ze juist geïnterpreteerd heeft. U krijgt altijd begeleiding van de logopediste. Zij helpt u met zoeken naar de juiste manier van omgaan met de afasie. Immers niet één afasie is gelijk en daarom geldt voor iedereen een andere benadering. Behandeling en begeleiding van een afasiepatiënt. Het ziekenhuis. Veel patiënten met een afasie worden enige tijd opgenomen in het ziekenhuis. De oorzaak van de afasie ligt in de hersenen en daarom is de opname meestal op de afdeling neurologie. Naast andere behandelingen wordt ook een start gemaakt met het oefenen met spreken. Hiervoor wordt de logopediste ingeschakeld. Zij komt regelmatig bij de patiënt langs. Zij begeleidt de patiënt en de familie tijdens de ziekenhuisopname. Logopedie De logopediste werkt op het terrein van de intermenselijke communicatie en alles wat daarmee samenhangt. De logopediste is deskundig op het gebied van de voorwaarden en de middelen tot communicatie als het gaat om taal, spraak, stem en gehoor. Tevens houdt de logopediste zich bezig met de mondfuncties die van belang zijn voor het eten en drinken. Op grond van deze deskundigheid voert de logopediste taken uit die gericht zijn op het wegnemen of het verminderen van factoren die de communicatie kunnen belemmeren. De logopediste is goed op de hoogte van allerlei informatiemateriaal. Zij biedt u naast deze folder ook andere informatiemateriaal aan. De logopediste is ook goed op de hoogte van de hulpmiddelen die er zijn om de communicatie te verbeteren. Er zijn heel veel hulpmiddelen maar niet ieder hulpmiddel is geschikt voor u. soms moet een hulpmiddel geprobeerd worden, maar soms is het bij voorbaat al niet geschikt. 4 van 6
Geschreven communicatie. Omdat in het begin, na het ontstaan van de afasie nog veel in de communicatie niet lukt, is het handig een aantal dingen op te schrijven. Enerzijds kunt u gebruik maken van het geschreven woord, door trefwoorden te noteren, anderzijds is het ook handig om dit alvast te noteren in het communicatieschrift. Dit kan veel moeilijke gesprekken voor de patiënt en de familie voorkomen. Belangrijke informatie kan ook genoteerd worden. We denken dan aan zaken: als hoe ziet de familie eruit en wat zijn de namen van de partner, kinderen en eventueel kleinkinderen. Ook kunt u noteren wat de patiënt graag lust of juist niet. Wat zijn de hobby s En allerlei zaken die in u opkomen, waarvan u denkt dat ze belangrijk zijn. De verpleegkundigen schrijven ook dingen op, zoals hoe het wassen ging en of er nog iets is gedaan. Dit alles om het communiceren makkelijker te maken. Het is niet de bedoeling dat dit de mondelinge communicatie met de verpleegkundigen vervangt. U kunt altijd met vragen nog even naar de verpleegkundige toe gaan. Een paar voorbeelden van hulpmiddelen. De stichting Afasie Nederland heeft een taalzakboek ontworpen. Dit is een boek met veel plaatjes die in categorieën bij elkaar staan. Door de afasiepatiënt een en ander aan te laten wijzen kan een gesprek duidelijker verlopen. De afasiepatiënt wijst iets aan terwijl de gesprekspartner dit opschrijft. In dit boekje kunt u als familie ook zelf foto s of tekeningen plakken, per categorie, die voor de afasiepatiënt van belang zijn. Bijvoorbeeld foto s van de kinderen, kleinkinderen, huisdieren of iets wat met een hobby te maken heeft. Zo maakt u als het ware een persoonlijk taalzakboekje wat helemaal op de afasiepatiënt gericht is. Een ander voorbeeld is het zogenaamde aanwijsboek. Deze wordt uitgegeven door de stichting zorg lichamelijk gehandicapten. Op de afdeling neurologie zijn twee exemplaren van deze aanwijsboekjes aanwezig. U kunt deze lenen tegen betaling van een borgsom. De titel van het boekje zegt eigenlijk al waar het omgaat: Je kunt iets aanwijzen. Het is een boekje in een handig formaat en het is ook in categorieën ingedeeld. Verder kan er natuurlijk gebruik worden gemaakt van de moderne communicatiemiddelen zoals de PC/ computer. 5 van 6
Ontslag uit het ziekenhuis. Na enige tijd wordt u uit het ziekenhuis ontslagen. Afhankelijk van uw conditie en van uw mogelijkheden om te oefenen gaat u naar huis, naar een verpleeghuis of naar een revalidatiecentrum. Het team op de afdeling neurologie beoordeelt dit. Het team bestaat uit een neuroloog, de revalidatiearts, de ergotherapeut, de fysiotherapeut, de verpleegkundige en in uw geval ook de logopediste. Als u naar een andere instelling gaat, wordt er een overdracht geschreven. Deze gaat met u mee of wordt opgestuurd. Hij/zij kan met vragen altijd nog bellen. De logopedie wordt altijd overgenomen. Als u naar huis gaat, krijgt u een afspraak voor een logopedist bij u in de buurt. U kunt daar zelf naar toegaan. De logopediste van het ziekenhuis draagt haar bevindingen en hoever ze met u bent, over aan haar collega. De huisarts wordt op de hoogte gesteld van het feit dat u naar huis gaat. De neuroloog schrijft een ontslagbrief met daarin zijn bevindingen, een uitgebreide brief wordt later opgestuurd. De neuroloog bepaalt wat u thuis nog moet ondernemen om verder te revalideren. Hij zal daarvoor de nodige aanvragen invullen en deze krijgt u mee naar huis, zoals een machtiging voor de logopedie. Toevoegen brochure Afasie. Afasie Vereniging Nederland 026 351 25 12 www.afasie.nl 6 van 6